Het energie-eiland van Tennet

Het energie-eiland van Tennet op de Doggersbank

Tennet is de staatsonderneming die ons hoogspanningsnet beheert. Dat is een taak met vele aspecten.

Op 8 maart 2017 kwam Tennet met een persbericht, dat het ging samenwerken met andere hoogspanningsbeheerders aan de bouw van een North Sea Wind Power Hub (zeg maar een energie-eiland), waarschijnlijk op de Doggersbank. Nu nog met het Deense Energinet.dk en met de Duitse dochteronderneming TenneT Duitsland, later mogelijk ook met hoogspanningsbeheerders uit Noorwegen, Groot-Brittanie en Belgie en andere infrastructuurondernemingen. Zie www.tennet.eu/nl/persbericht energie-eiland .

Op het eiland kunnen vele windparken worden aangesloten (ca 70 tot 100GW). Omdat het eiland relatief dicht bij de windparken ligt, kunnen de leidingen van de parken naar het eiland in de (goedkopere) wisselstroomtechniek worden uitgevoerd. De lange leidingen naar het land worden in gelijkspanning uitgevoerd (HVDC). Zie ook Overschakelen op gelijkstroom? . Die leidingen dienen dan tevens als verbinding van de Noordzeelanden onderling. Dat is van belang, omdat het grillige karakter van de belangrijkste duurzame bronnen zon en wind statistisch gedempt wordt door een zo groot mogelijk gebied tot één groot net te maken (het waait of schijnt altijd wel ergens wel of niet).
Bovendien kunnen op een dergelijk eiland blijvend mensen, onderdelen en assemblagehallen worden geplaatst.

De samenwerking gaat bekrachtigd worden tijdens het North Seas Energy Forum in Brussel van 23 maart 2017 (zie ec.europa.eu/energy/events/north-seas-energy-forum )

Het eiland (eventueel meerdere eilanden) gaan veel geld kosten: de komende 10 jaar ca 25 miljard Euro. Maar TenneT blijkt in staat met Green Bonds grote bedragen te kunnen ophalen. In 2016 haalde TenneT 3 miljard aan obligaties op. Die worden zwaar overtekend en vliegen dus als zoete broodjes weg.

Op dit moment is wind op zee de goedkoopste wijze van energie opwekken. De meest recente projecten zijn zelfs goedkoper dan kolen, en halen bijna de groothandelsprijs van elektrische energie (en worden dan dus financieel zonder subsidie rendabel).

Wind op zee is voor Brabant geen ver-van-mijn-bed-show. Alle windenergie, die op zee geoogst wordt, hoeft niet op het land geoogst te worden. Als Brabant op eigen grondgebied in 2050 geheel duurzaam zou willen worden, zou dat o.a vragen om 2270 windturbines met een ashoogte van 130m en 190km² zonnepanelen. Zie Duurzame energie kan zeer grote impact krijgen op het Brabants landschap . Veel wind op zee zou op het land minstens een slok op een borrel schelen.

Maximale opbrengst windturbines 7,58MW Brabant (Posad-studie)

Grootste zonnepark ter wereld in China – update

China heeft in 2016 zijn productie van zonne-energie verdubbeld.

Illustratief is de groei van het zonnepark Longyangxia Dam Solar Park, in de provincie Qinghai. De NASA heeft het gefotografeerd en er een
prijzend artikel aan gewijd. Hieronder hetzelfde zonnepark in 2013 en 2017.

Longyangxia Dam Solar Park in 2013
Longyangxia Dam Solar Park in 2017

Het park is nu 850MW, verspreid over 27km2. Het NASA-verhaal vermeldt niet hoeveel kWh het park per jaar opbrengt en of die 27km2 netto of bruto is.
Zo op het oog ligt het park in een woestijnachtig gebied, en de provincie Qinghai ligt ongeveer op de breedtegraad van Syrie en een heel eind boven zeeniveau. Het zal dus wel een behoorlijk opbrengen. Als ik gok op ca 1500kWh per kWp per jaar (Nederland zit op 875), kom ik uit op 0,17PJ/km2*jaar. Als dat netto is, valt het rendement eigenlijk nog een beetje tegen. Als het bruto is (dus inclusief de grond tussen de panelen), is het gunstiger.

Het NASA-verhaal is te vinden op http://earthobservatory.nasa.gov/IOTD/view.php?id=89668# .

Op het eind van het NASA-verhaal staan een stel doorverwijzingen. Eentje naar Alternative Energies van 19 januari 2017, waarin citaten van Xie Xiaoping, voorzitter van de Huanghe Hydropower Development, het staatsbedrijf achter het zonnepark. Onder andere over Trump en het klimaat:“I don’t care what Mr. Trump says – I don’t understand it, and I don’t care about it. I think what he says is nonsense.”

Lees zelf het hele verhaal maar op www.alternative-energies.net/longyangxia-dam-solar-park-in-china-is-now-the-biggest-solar-farm-in-the-world/ .

Waarschijnlijk blijft Longyangxia Dam Solar Park niet heel lang recordhouder. Verwacht wordt dat de volgende recordhouder ook in China ligt. De doorverwijzing in het NASA-artikel naar Bloomberg is interessant.
Dat is het Ningxia zonnepark, gepland in het woestijngebied in Noordwest China. Daar moet op 46,07km² (er  staat niet bij of dat netto of bruto is) 2,0GWpiek gaan verrijzen, goed voor 2,73 miljard kWh per jaar (9,83PJ). Dus 0,21PJ/km² . Als dat bruto is, is dat in de stoffige woestijn een redelijk fysisch rendement.
Het verhaal meldt ook dat de zonnepanelen door hun schaduwwerking de verdamping tegengaan. Daardoor wordt het mogelijk om op de er onder liggende woestijngrond wat voedsel te verbouwen.

De Chinezen willen in 2030 20% van hun totale energie uit duurzame bronnen halen.

Overschakelen op gelijkstroom?

De aanleiding: de promotie van een ex-leerling
Onlangs is mijn ex-leerling Erik Lemmen gepromoveerd op aspecten van de vermogenselektronica (The Extended Commutation Cell).  Hij is op mijn oude school begonnen op het Gymnasium, afgezakt naar de HAVO, HBO, TU Eindhoven en nu dus gepromoveerd op een onderdeel van de vermogenselektronica. Typische stapelaar, typisch briljant in natuur-
kunde en wiskunde maar niet comfortabel in ons standaard schoolsysteem. Zie je trouwens vaker bij goede mensen in mijn oude sector.
En nu heeft het gosertje van toen vier patenten op zijn naam staan of lopen, en promoveert hij. Ik mocht hem wel en hij mij wel, zodoende kreeg ik een uitnodiging.

De Extended Commutation Cell (vermogenselektronica)

Links gaat er een gelijkspanning in (bijvoorbeeld van een zonnepaneel of een accu) en rechts komt er zo ongeveer elke gewenste gelijk- of wisselspanning uit. Dat gebeurt door al die schakelaars met een razendsnel computerprogramma te bedienen (niet ingetekend). Zoiets kon al wel, maar door Erik werkt het soepeler en betrouwbaarder. Het persbericht van de TUE is te vinden op www.tue.nl/universiteit/faculteiten/electrical-engineering/nieuws/slimmere-stroomschakeling-voorkomt-stilvallen-elektrische-auto/ . De schakeling maakt de elektronica betrouwbaarder en daardoor hoeft die vaak niet meer dubbel uitgevoerd te worden. Bij een storing kan de elektrische auto vaak toch nog doorrijden. Dat scheelt allemaal een slok op een borrel. Er is dan ook grote interesse uit het bedrijfsleven.
Bovendien is het systeem integreerbaar met accu’s, waardoor accu’s individueel adresseerbaar zijn. Het wordt een flexbatterij. Niet langer is de slechtste accu bepalend is voor het eindresultaat.
De schakeling kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden om zonnepanelen, windturbines etc aan  het elektriciteitsnet te koppelen.

Gelijkstroom
Toen ik zo bij die promotie zat te luisteren, bedacht ik me dat het onderwerp van belang was voor de in vakkringen lopende discussie over
gelijkstroom- of wisselstroom. Ik wist dat die discussie bestond, maar tot nu toe had ik die nauwelijks gevolgd. Ik ken van het onderwerp dan ook niet veel meer dan de beginselen. Toch is die discussie veel politieker dan hij zo op het eerste gezicht lijkt, want het gaat over de organisatie van het elektriciteitsnet, en daarmee over de uitvoerbaarheid van
duurzame energie.

Nu hebben we een overwegend centraal elektriciteitsnet. Elektriciteit wordt opgewekt in grote centrales en top down naar de gebruikers getransporteerd.
Maar die gebruikers hebben steeds vaker windturbines of zonnepanelen. Het grillige gedrag daarvan levert bottom up stroom aan een netwerk dat daar niet voor ontworpen is. Gemiddeld kan het netwerk dat nog wel aan, maar bij heel veel wind of zon (bijvoorbeeld in Duitsland) komt de grens van het klassieke systeem vroeg of laat in zicht.

Straatverlichting op gelijkstroom

Nu kan men het bestaande net lomper en dus robuuster maken. Dat kost geld en is lelijk.

Een voor de hand liggend alternatief is om zoveel mogelijk duurzaam geproduceerde energie in het eigen huis of de eigen wijk te gebruiken, want dan gaat die energie niet meer Europa rondzwerven. Op papier moet dat kunnen, want de gemiddelde stroomvraag per huis ligt ver boven de gemiddelde eigen stroomopwekking.
Gematigde geesten zoeken wegen om het bestaande wisselstroomnet aan te vullen met een gelijkspanningsnet, radicale geesten willen zich afkoppelen en dus het bestaande net vervangen door hun eigen
gelijkspanningsnet.
Ik beperk mij tot de gematigde geesten.

Nu even een, helaas noodzakelijk, stukje natuurkunde. Wie opgelet heeft op de middelbare school, heeft daar gehoord dat er twee redenen zijn waarom wij een wisselspanningsnet hebben:
* Elektrische energie moet over langere afstanden getransporteerd worden bij een zo hoog mogelijke spanning en een zo laag mogelijke stroom, want anders wordt in de transportleiding bijna alle elektrische energie omgezet in warmte en blijft er op het eind van de leiding praktisch niets over.
* Je kunt wisselspanning wel omhoog (en omlaag) transformeren en ge-
lijkspanning niet.

Daarom staat er op de traditionele hoogspanningsleidingen 150.000 of 380.000Volt (380kV) wisselspanning.

Door het soort vermogenselektronica als waar ‘mijn’ Erik ook een bijdrage aan geleverd heeft, is de tweede bewering niet meer waar (de eerste nog steeds wel!). De 580km lange NorNedkabel van Nederland naar Noorwegen werkt op 450.000V gelijkspanning (en is 700MW).
Bij dit soort afstanden, en vooral als de kabel in zee ligt, werkt gelijk-
spanning beter. Ze noemen dat HVDC-kabels (High Voltage Direct Current). Daar liggen er inmiddels al honderden van in de wereld.

Het is dus op papier mogelijk om binnen Nederland een gelijkspanningshoogspanningsnet aan te leggen, maar omdat het bestaande wisselspanningsnet een robuust en kosteneffectief systeem is, waar miljarden in geïnvesteerd zijn, zal dat voorlopig niet gebeuren. Voor nieuwe leidingen naar ver weg gelegen buitenland, die onderweg niet afgetakt hoeven te worden, ligt dat eenvoudiger.

Maar in een nieuwbouwwijk een gelijkspanningsnet aanleggen, dat is een ander verhaal.

Gelijkspanning in de wijk (DC-Groot gelijk – boek van Eneco)

(De afbeeldingen komen uit een informatief en voor de leek redelijk begrijpbaar boek van Eneco, het ‘DC-boek Groot gelijk’, dat te downloaden is op www.gelijkspanning.org/nl/gelijkspanning/boek-groot-gelijk).

Beide systemen hebben hun voor- en nadelen, maar volgens voorstanders (aan wie enige geloofsijver soms niet te ontzeggen valt) is
gelijkstroom beter. Een aantal van hun argumenten kloppen.
* je kunt meer energie door dezelfde draad sturen (andersom geredeneerd: je hebt minder koper of aluminium nodig)
* veel moderne apparatuur werkt van binnen op gelijkspanning (radio, TV, computer), en zonnepanelen en accu’s geven gelijkspanning. Nu de moderne elektronica het mogelijk maakt elke spanning in elke andere spanning om te zetten, valt het een met minder tussenstappen met het ander te combineren want
* nu wordt gelijkspanning omgezet in wisselspanning (de omvormer van het zonnepaneel), en in de computer wordt van die wisselspanning weer gelijkspanning gemaakt. Dat geeft allemaal verlies. Op papier moet het overslaan van die tussenstappen een winst van ca 5% kunnen opleveren.
* gelijkspanning combineert soepeler met elektronische aansturing

Daar staat tegen over dat
* gelijkspanning moeilijker met een gewone schakelaar uit te zetten is en mede daardoor iets gevaarlijker is
* krachtstroom-elektromotoren (die heel veel toegepast worden voor het zware werk) alleen op wisselstroom werken (die niet voor niets ook draaistroom heet).
* er nog geen goede gelijkstroomnormalisatie is, waardoor er nog steeds verschillende gelijkspanningen rondwaren
* waardoor de ene gelijkspanning nog steeds met een tussenstap in de andere moet worden omgezet, wat ook weer verliezen geeft

Gelijkspanning in huis (DC-Groot gelijk – boek van Eneco)

De elektrotechnische vakmensen in het Eneco-boekje komen meestal op een hybride systeem uit.
Daarin is gelijkspanning goed voor het internationale lange afstands-transport.
Het nationale net blijft vooralsnog wisselspanning.
De wijk als geheel hangt aan het wisselspanningsnet, en binnen die wijk (pakweg zo groot als het huidige verzorgingsgebied van een transformatorhuisje) speelt gelijkspanning een toenemende rol. Als dat systeem in de toekomst beter uitgewerkt is, ontstaan er mogelijkheden om op een meer lokale manier met elektrische energie om te gaan. Misschien wordt de mens nog eens een ‘prosument’, zoals Jan Rotmans, nooit te beroerd voor grote woorden, dat noemt.
Ook kan het beheer van het ‘grote’ wisselspanningsnet baat hebben bij modernere organisatie van het ‘kleine’ lokale net. Dat kan in beginsel zelfs tot lokale verdienmodellen leiden.
Je ziet nu in de vakpers allerlei pilots op dit gebied langs komen – wat nog niet alles zegt, want kleine pilots worden in dit land lang niet altijd groot.
Er zijn bijvoorbeeld al heel wat pilots om woningen Nul op de Meter te maken, maar van een opschaling tot getallen die er toe doen, komt vooralsnog geen hout terecht. (zie ook SP krijgt voortgangsrapportage over Nul op de Meter – project .

Niet de, maar een toekomst
Mijn mening wordt vooralsnog verwoord door iemand die er meer verstand van heeft dan ik, namelijk Lou van der Sluis van de TU Delft in het Eneco-boek:”Gelijkspanning heeft zeker een toekomst, maar niet dé toekomst”.

Infographic over zonnepanelen

Ik kreeg een infographic aangeboden over zonnepanelen. Die hoort bij een site www.zonnepanelengids.com .
Ik vind de infographic leuk, en voor zover ik het beoordelen kan, is de informatie op de site correct en overzichtelijk gepresenteerd.

Overigens is Topaz in Californie niet meer het grootste zonnepark ter wereld (was het wel). We zijn al drie records verder. Zie het vorige artikel op deze site.

Ik heb echter geen band met deze site. Af en toe stel ik deze kolommen open voor gastauteurs. Zo ook hier.
Mochten er onjuistheden op de zonnepanelengids-site staan, dan komen die voor rekening van de beheerders van deze site.

Het is mogelijk om op deze zonnepanelengids-site gratis offertes aan te vragen. Daar sta ik dus eveneens buiten.
Omgang met de site zonnepanelengids.com is dus voor eigen risico.

—————————————————————————————

Zonnepanelen Infographic

Zonnepanelengids.com heeft een leuke nieuwe infographic samengesteld met daarin de interessantste weetjes van het moment over zonnepanelen en zonne-energie!

Welwillend, maar afhoudend antwoord op brief over warmteplan Kempervennen – update 20feb2017

De energiemanager, Wilbert Hermans, van de landelijke organisatie Centerparcs heeft Milieudefensie geantwoord op de brief over een warmteplan voor zijn vestiging Kempervennen in Bergeijk. De afvalwarmte van skihal Montana (een zelfstandige onderneming) zou ingezet moeten worden in de naastgelegen Kempervennen-faciliteiten. Zie het eerdere artikel Milieudefensie in Open Brief aan Kempervennen: maak een warmteplan!

Montana Snowcenter op het Kempervennenterrein in Westerhoven (Bergeijk)

Een dergelijk plan is al eens besproken in november 2015, zegt Hermans. Er zijn echter nogal wat mitsen en maren, zoals de onderlinge
afstand, de benodigde temperaturen, de kosten van een backup-voorziening en de kosten van verbouwing in een draaiend park.
Daardoor is het nog niet tot realisatie gekomen, maar wat niet is, kan in gewijzigde omstandigheden nog komen.

Centerparcs wil in 2020 20% energie bespaard hebben t.o.v. 2010, en zat eind 2016 op een tussenstand van 12,5% (dus ongeveer op koers).
De vergelijking met Landal (een klein prikje) gaat men graag aan.

Voor de volledige brief zie brief kempervennen-antwoord 09 jan 2017

Luchtfoto Kempervennen

Commentaar.
Wat Hermans zegt, is niet absurd. Het zijn de gebruikelijke problemen bij warmte-investeringen.
Technisch zijn de problemen oplosbaar. Met warmtepompen zijn temperaturen van elk niveau naar elk niveau op te fokken. Er worden met warmteleidingen veel grotere afstanden overbrugd dan van de skihal naar de Kempervennen, hoewel dat op een gegeven moment onpraktisch wordt.
Het is vooral een financieel verhaal. Daarmee geldt voor Centerparcs wat voor veel andere ondernemingen ook geldt, nl dat in praktijk alleen hele korte terugverdientijden tot investeringen leiden.

Overigens bestaan er voor het bedrijfsleven de verplichtingen van het Aktiviteitenbesluit en het systeem van MJA-subsidies. Ik ga daar voor Milieudefensie, samen met iemand anders, daar eens rustig op zitten studeren.

Het resultaat van dat rustig nadenken is dat ik voor MilDef een nieuwe brief aan Center Parcs geschreven heb met waardering voor de positieve grondtoon van het antwoord, maar met een aantal kritische vragen. De brief is hier Montana_brief aan Hermans (CPE) met vragen_16 febr2017 te vinden.
Aangedrongen wordt op een Energie Prestatie Keuring, zoals die  elders in het bedrijfsleven ook gepraktiseerd wordt. Verder wordt gemeld dat de relatief lage impact, die het gebruiken van restwarmte op het landschap heeft (vergeleken met all electric)in het belang van Center Parcs is.
de vraag over de vijf jaar-termijn staat erin omdat de Wet Milieubeheer eist dat investeringen met een kortere terugverdientijd dan 5 jaar verplicht zijn. Overigens hebben restwarmteprojecten vaak ene langere terugverdientermijn.

Amsterdam Arena veel duurzamer dan PSV-stadion

Brainport is vooral industriepolitiek ten behoeve van de deelnemende bedrijven.
Men ronkt er op los over duurzaamheid, maar in praktijk stelt het tot nu toe geen fuck voor.
Dat geldt ook voor regionale iconen als het PSV-stadion. Wie op “PSV-stadion en duurzaamheid” googlet, komt terecht op een pagina waarin eigenlijk alleen de voortreffelijkheid van de eigen LED-verlichting bezongen wordt (ongetwijfeld aangelegd door – tot voor kort – de hoofdsponsor), en daar houdt het wel mee op.

Het PSV-stadion

Doe je hetzelfde op de Amsterdam Arena, dan komt er veel meer uit (zie www.amsterdamarena.nl/organisatie-root/duurzaamheid.htm en www.nuon.nl/grootzakelijk/slim-met-energie/artikelen/amsterdam-arena/ en www.vanzelfsprekendduurzaam.nl/ ).

Het blijkt dat de Amsterdam Arena ook LED-verlichting heeft, maar ook wordt verwarmd met restwarmte en gekoeld uit naburig oppervlaktewater, 4200 zonnepanelen heeft en windenergie gebruikt, en op watergebruik en afval let.

Het nieuwste nieuws is dat de Arena 280 hergebruikte Nissan Leaf-accu’s gaat gebruiken als noodstroomvoorziening.

Een Nissan Leaf accu

040 moet maar eens een voorbeeld aan 020 gaan nemen (en dat niet alleen voor het voetballen).

——————————–

Dit is het verhaal van www.arenapoort.nl/amsterdam-arena-wil-duurzaamste-stadion-ter-wereld-zijn/ :

Amsterdam ArenA wil duurzaamste stadion ter wereld zijn

Het bestuur van de Amsterdam ArenA laat er geen gras over groeien: in 2015 willen ze van de ArenA een klimaatneutraal stadion hebben gemaakt. Daarmee moet het stadion het meest duurzame ter wereld worden.

Amsterdam Arena

Deze ambitie werd al eerder uitgesproken, maar onlangs schreef Henk Markerink, CEO van de Amsterdam ArenA, een opiniestuk op www.sportenstrategie.nl waarin hij zijn wensen voor de komende jaren kenbaar maakte.

“We leveren deze inspanningen niet om sentimentele redenen, we streven naar een gezond businessmodel. Dankzij de multifunctionaliteit van het complex, waar sportwedstrijden, evenementen, concerten en congressen worden georganiseerd, is de ArenA een winstgevende onderneming. Wij worden vanwege onze expertise internationaal gevraagd door organisatoren van grote toernooien en evenementen. Die moeten op een maatschappelijk verantwoorde wijze worden georganiseerd. Volgens mij is duurzaamheid daarbij een onvermijdelijk, bijna ethisch principe. Je bouwt nu eenmaal niet voor eenmalig gebruik. Niemand zit te wachten op white elefants, stadions die na het toernooi leeg komen te staan. Dat is de grootste waste die je kunt bedenken”, aldus Markerink.

Duurzame energie
Om een state-of-the-art stadion te blijven, speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Samen met de partners van ArenA wordt getreacht de CO2-uitstoot in 2015 per saldo te reduceren tot nul.

Een van de maatregelen is het gebruik van energiebronnen die enkel duurzaam zijn. Geen fossiele brandstoffen meer, geen verbranding van gas of olie om warmte te creeeren. Twee jaar geleden zijn de verwarmingsketels uit het pand gehaald. Nu maakt de ArenA gebruik van het stadswarmtesysteem. Hetzelfde geldt voor de koeling. Die komt nu uit de Ouderkerkerplas. Daar wordt het water op grote diepte gekoeld, en dat wordt in de ArenA rondgepompt.

Zonnepanelen
Naast het gebruik van duurzame energie, wekt de Amsterdam ArenA dat sinds dit jaar ook zelf op. In mei zijn er namelijk voor 7000 vierkante meter aan zonnepanelen op het dak geïnstalleerd. Die kan op normale dagen de energie opwekken die de ArenA verbruikt. Op wedstrijddagen of tijdens concerten is dit echter te weinig en leveren de zonnepanelen 20 procent op. “De overige 80 procent wordt ingekocht bij Nuon in de vorm van windenergie. Het liefst hadden we een windmolen naast de ArenA gezet maar dat is praktisch helaas niet haalbaar”, vertelt Markerink.

Amsterdam Arena

Veldlampen en afvalbergen
Niet alleen aan de energieopwekking, ook aan het energieverbruik wordt gewerkt. Nieuwe technieken in de veldverlichting moeten het mogelijk maken om de gasontladingslampen die momenteel gebruikt worden, te vervangen voor energiezuinige LED-lampen. “Wij gaan hiervoor op bezoek bij Chelsea FC waar men binnenkort een installatie gaat beproeven. Ik verwacht dat we de grote, traditionele lampen binnen een jaar kunnen vervangen voor LED”, verwacht Henk Markerink.

“Daarnaast blijven we momenteel zitten met een enorme afvalberg die rond evenementen wordt geproduceerd. Een aantal jaar geleden hebben we de berg geanalyseerd; wat zit er nou allemaal in?”, legt Markerink uit. Dit afval bestond uit gft, papier, plastic, bouwafval, chemisch afval etc. Voor een duurzame verwerking gelden drie principes: re-use, to reduce en to recycle. In eerste instantie wordt dus geprobeerd de afvalberg te verkleinen door te kijken naar het verpakkingsmateriaal. Hier is de meeste winst te behalen. Daarnaast kan gedacht worden aan organisch afval, waaruit biogas kan worden ontwikkeld. Dit kan verkocht worden aan energieleveranciers als bruikbare biobrandstof voor hun ovens. Dus: de ArenA wil afval transformeren van kostenpost naar een opbrengstenpost.

ArenA als levend organisme
Het uitgangspunt, de drie p’s – people, planet, profit – gaan hand in hand bij de ArenA. Duurzaamheid wordt vaak als kostenpost gezien, maar wie het goed doet, kan het in de uitvoering vaak ook aanzienlijke bedragen besparen. “Uiteindelijk betekenen de drie p’s dat je ook wat centen overhoudt om als stadion in leven te kunnen blijven. Hier zijn de drie p’s goed in balans: we zijn een winstgevende onderneming. Dankzij onze multifunctionaliteit, door het feit dat er continu nieuwe dingen gebeuren. Een stadion is immers als een levend organisme waarin je permanent moet investeren om state of the art te blijven”, sluit Markerink af.

Het duurzaamheidsverslag van de Amsterdam ArenA is te vinden op vanzelfsprekendduurzaam.nl. Dit verslag geeft inzicht in de prestaties van de Amsterdam ArenA over het afgelopen verslagjaar en biedt een doorkijk naar de acties in 2013-2014.

 

 

Helmond wil vaart maken met zonnevelden

Milieudefensie heeft op 22 september 2016 een brief gestuurd aan de negen gemeenten van het Stedelijk Gebied Eindhoven (waaronder ook Helmond) met de oproep om een heleboel vrijvallend bedrijventerrein (wat dus niet meer nodig was) ‘vol te gooien met zonnepanelen.’ Het ging op dat moment om 80ha, maar later bleek het zelfs nog meer te zijn.
Voor de brief zie Gooi die 80 hectare afgedankt bedrijfsterrein vol met zonnepanelen! en Zonnepanelen op 80ha afgedankt bedrijventerrein? – updates .

Het braakliggend veldhovens bedrijventerrein Habraken (Veldhoven)

Op 1 februari kwam er antwoord van de gemeente Helmond. Een constructief antwoord.
De gemeenteraad realiseerde zich dat er, ook in Helmond, nog te weinig duurzame energie wordt opgewekt (waar inderdaad geen woord teveel mee gezegd is, bg), dat Helmond in 2035 klimaatneutraal wil zijn, dat er dan inderdaad een tandje bij moet, dat in het duurzaamheidsprogramma ‘Alle lichten op groen!’ veel initiatieven ontwikkeld worden, maar dat dat inderdaad niet genoeg is. Er zijn nieuwe projecten nodig, waaronder zonnevelden.

Daarom gaat Helmond de komende tijd een visie ontwikkelen ‘hoe enerzijds om te gaan met initiatieven rond zonnevelden en anderzijds op welke wijze braakliggende bedrijventerreinen anders kunnen worden gebruikt’.
In het eerste kwartaal van 2017 wordt duidelijkheid beloofd.

Het Helmondse antwoord is hier te vinden.

Duurzame energie kan zeer grote impact krijgen op het Brabants landschap

Inleiding over grootschalig en kleinschalig
Mensen houden zich vooral bezig met kleine, individuele energieprojecten in de eigen omgeving. Zo  hoort het, vinden ze en daarbij hoort logischerwijs de opvatting dat duurzame energieprojecten bottom-up
ontwikkeld horen te worden en dat energiecoöperaties en vergelijkbare stichtingen de maat der dingen zijn.

Dat kan tot draagvlak leiden, maar niet tot grote getallen. Het PBL heeft becijferd dat de gezamenlijke Nederlandse energiecoöperaties tot 2020 enkele PJ toe zullen voegen aan het duurzame energiepakket, terwijl het totale Nederlandse energiebudget ca 3200PJ is. Die paar PJ is misschien een onderschatting, maar dan nog halen wij de Klimaatovereenkomst van Parijs er niet mee.

Wie het Parijse klimaatakkoord als uitgangspunt neemt, praat over getallen die minstens enkele honderden maal de gezamenlijke energiecoöperaties zijn, en denkt dus macro. Ik denk zelf meestal macro. ‘Macro’ is alleen te behappen voor kapitaalkrachtige, professionele organisaties die sinds de (door mij betreurde) privatisering van de op NUTS-basis geschoeide energiemaatschappijen allemaal in particuliere handen zijn. Ik zou willen dat er weer een grote publieke energie-
maatschappij kwam.
Mede omdat ze particulier zijn, worden die grote organisaties als NUON of Raedthuys als boemannen gezien die, dwars tegen de bevolking in, hun grote projecten willen doordrukken (zie bijv. het 100MW- windproject langs de A16).

De twee invalshoeken moeten op een of andere manier in elkaar gaan grijpen. Goede participatieregelingen en idem afspraken zijn essentieel.

De ruimtelijke effecten van windturbines en grote zonneparken laten dezelfde tweedeling zien.
Eén turbine in de onmiddellijke leefomgeving is vooral een leefbaar-
heidsprobleem.
Van de ruimtelijke effecten van duizenden turbines en honderden hectares zonnepark, kunnen slechts weinigen zich een voorstelling vormen, zelfs niet bij Brabantse natuur- en milieuorganisaties. Men heeft geen idee van de maat en de schaal van de installaties, die nodig is om Nederland in 2050 voor 80 tot 95% minder CO2 te laten produceren dan in (bijv.) 2014.

De provincie begint er over na te denken
Beleid begint logischerwijs bij Rijk en provincie. De provincie Brabant (waarover ik van nu af spreek) is begonnen de kennisleemte te vullen met de publicatie van bureau Posad “Gebiedsstrategie Duurzame Energieopgave provincie Noord-Brabant” (sept 2016). Eventueel bereikbaar via https://metropoolregioeindhoven.nl/thema-s/ruimte-voor-energie en dan doorklikken.
Brabant Kennis heeft een interactief publieksdocument van gemaakt waar op een wat levendiger manier hetzelfde in staat http://brabantkennis.nl/energie-in-zicht/ .

Van nu af bespreek ik het werkstuk van Posad.

De Brabantse energievraag

Finaal Energetisch Verbruik Brabant 2050

Na de goedbedoelende, maar technisch zwakke documenten “Brabantse Energie Akkoord” en “Provinciale Uitvoeringsagenda Energie” ligt er nu voor het eerst een document dat probeert te starten vanuit een kwantitatieve analyse die te volgen is (hoewel niet vlekkeloos). Aangegeven is het Finaal Energetisch Verbruik van heel Noord-Brabant.
Aangenomen wordt dat in de autonome ontwikkeling de energievraag van 290,5PJ in 2014 zou stijgen naar 319,9PJ in 2050. Maar er wordt een besparingsprogramma opgezet, waardoor de energievraag in 2050 244,5PJ is (denkt men). De  besparing, en alle deelbesparingen, worden gegeven als (2050 zonder) minus (2050 met besparing). Totaliter dus 319,9-244,5PJ = 75,3PJ.

Aan die besparing (die ik nogal laag ingeschat vind) liggen aannames ten grondslag.
Vervolgens worden scenario’s bedacht die, bij elkaar opgeteld, tot die 244,5PJ aan duurzame energie komen. Ook daaraan liggen aannames ten grondslag. Ik kom op beide terug.

Dat lukt net als men in alle scenario’s de maximale variant neemt (conclusies blz 43). Je komt dan uit op:

Maximale opbrengst windturbines 7,58MW Brabant

Windenergie 142,4PJ, opgewekt door 2270 turbines van 7,58MW per stuk (ter vergelijking: Brabant moet 470MW uitvoeren van het landelijke 6000MW – programma, en dat gaat na voltooiing 3,6PJ per jaar opleveren)
Zonne-energie 70,9PJ, opgewekt op het 37km2 dak (effectief wordt geacht te zijn 18% van alle dak), 4,4PJ op stortplaatsen, en 57,3PJ in parken van samen 143km2 groot (ter vergelijking: in 2015 wekte de zon aan stroom en warmte in Brabant 0,9PJ op)
Geothermie en restwarmte 17,9PJ , opgewekt als 7,8PJ bij woningen en 10,2PJ bij kassen, en wat industrie)
Biomassa 24,8PJ, opgewekt uit 6,6PJ covergisting en 18,2PJ monovergisting van mest (9.3 miljoen ton rundermest, 10,6 miljoen ton varkensmest, en nog zo het een en ander)

Totaal geeft dit (142,4+70,9+17,9+24,8) = 256PJ (en niet 253PJ, zoals Posad zegt).

Maximaal potentieel biomassa
Biomassa naar bronnenhoeveelheid

Behoorlijk heftig, maar wat waren de gebruikte aannames?
Dit op te splitsen in technische aannames enerzijds en afbakenende keuzes anderzijds.

Er zijn technische aannames t.a.v. de omrekening van een oorzaak in een opbrengst (bijv. wind in PJ), en t.a.v. het besparingsprogramma.
Aan de eerste heb ik niet echt gerekend. Op het oog klopt het allemaal redelijk en de kengetallen komen ongeveer overeen met wat ik zelf ook gebruikt heb bij eigen schattingen (zie Hoe 14% duurzame energie in Brabant in 2020 haalbaar is ).
In het besparingsprogramma worden enkele merkwaardige keuzen gemaakt.
Zo waardeert Posad de bestaande Brabantse woningen slechts tot label B op en beweert dat label A-woningen minder besparen dan label B-woningen (minder gas, maar onevenredig meer stroom). Dat laatste
lijkt me sterk. Maar het is typisch dat de provincie al jaren op het Nul Op de Meter-scenario tamboereert, terwijl er nu een zeer relevant document ligt namens diezelfde provincie, dat geen woord wijdt aan diezelfde Nul Op De Meter-woningen.
Het bespaartempo bij de industrie wordt op 1% per jaar gezet (dus t.o.v. het autonome groei-scenario), wat naar mijn smaak laag is, maar bovendien onjuist uitgerekend wordt. 36 jaar lang 1% eraf betekent *0,696, maar doe ik dat met het autonome ontwikkeling-gebruik in 2050, dan kom ik nog op een lager getal uit dan Posad geeft. Volgens de eigen systematiek zou de industrie in 2050, na besparing, nog 68PJ nodig hebben en geen 77PJ.
Verder rijdt bij Posad in 2050 nog 80% van de auto’s op brandstof.
Volgens mij onderschat Posad de mogelijke besparing met zeker 10 a 20PJ (dus van 244,5 moet 10 a 20PJ af).

Maar de grootste impact hebben de afbakenende keuzes.
Dat zijn er twee.
– op de eerste plaats dat Nederland als geheel autarkisch moet zijn op energiegebied. Dat heeft zich gaandeweg tot een soort dogma ont-
wikkeld, maar waarom eigenlijk? Nederland importeert nu ook grofweg de helft van zijn energie. Waarom zouden we geen zonneenergie importeren uit Marokko of Spanje of Griekenland? Is de EU ook nog eens ergens goed voor.
– dat Brabant binnen Nederland autarkisch moet zijn. Alle Posad-scenario’s spelen zich geheel binnen Brabants grondgebied af.
Biomassastromen kunnen alleen binnen de provincie benut worden, hetgeen, gegeven de hoeveelheden veevoer uit verweggistan, nogal vreemd klinkt. Mag van Posad ook het veevoer niet meer van buiten Brabant komen? Klinkt te mooi om waar te zijn.

Maar het kwantitatief belangrijkste effect is dat wind op zee niet meegenomen wordt. “Brabant energieneutraal” is geen doel op zich, maar een middel. Het doel is “Nederland energieneutraal”. Dus mag men, naar mijn smaak, zo’n 15% van de geschatte opbrengst van het nu lopende 4450MW-programma op zee (binnenkort goed voor zo’n 50PJ) aan Brabant toerekenen. Scheelt weer 7 tot 8PJ.
Nog veel meer zoden aan de dijk zet het revolutionaire Energetic Odyssey-voorstel (nog niet meer dan een voorstel) om met de gezamenlijke Noordzeelanden 25000 windturbines op de Noordzee te bouwen (zie www.hnsland.nl/nl/projects/2050-energetic-odyssey en www.bjmgerard.nl/?p=4244 ). Die zouden samen goed moeten zijn voor ca 90% van de elektriciteitsproductie van de deelnemende landen, zijnde ongeveer 1/3 deel van de totale energiebehoefte.
De Provincie zou zich er met kracht voor moeten inzetten dat dit project zo snel mogelijk gerealiseerd wordt. Dat zou het totale Brabantse plaatje van de elektriciteitsopwekking veel beter te behappen maken. De gezamenlijke milieuorganisaties en de progressieve politieke partijen zouden zich achter dit Odyssee-plan moeten scharen.

Warmte en biomassa en de resterende elektriciteitstaak
Zelfs als de elektriciteitsproductie, zoals in het Odyssee-project, grotendeels op zee zou plaatsvinden, dan blijft er nog steeds een formidabele taak over.

Aan elektriciteit moet er nog steeds 20 a 25PJ op het Brabantse land opgewekt worden. Zelfs dat is nog een forse nieuwe taak.

127,2PJ van het totale Brabantse 290,5PJ-budget (44%) bestaat uit warmte, meestal afkomstig uit aardgas dat er straks niet meer is. Daar zal iets mee moeten gebeuren.
Dat Posad inzet op biomassa, waarvan het meeste in de vorm van mestvergisting, is dan ook principieel te volgen. Ik heb er zelf ook voor gepleit. Wat niet meteen te beoordelen is, is op hoeveel dieren de schattingen gebaseerd zijn. Als dat de huidige veestapel is, is er een probleem want die is veel te groot. Als dat (bijvoorbeeld) driekwart van de huidige veestapel is, kan daar, wat mij betreft, over nagedacht worden. Hier passen geen reflexmatige afwijzingen.
Het biomassadossier is ingewikkeld en veel hangt met veel samen. Iemand die er verstand van heeft, zou eens vanuit dat vertrekpunt naar de Posad-studie moeten kijken.

Verder verdient de toekomst van de collectieve warmtelevering veel meer aandacht van milieuorganisaties en progressieve partijen. In de toekomst zal collectieve warmtelevering (WKO, groen of hydrolysegas, en restwarmte en geothermie) een veel belangrijker rol spelen dan nu. Zie onder andere CE rekent klimaatneutrale warmtevoorziening woningen door voor 2050

Biomassaprojecten en collectieve warmteprojecten zijn visueel veel minder overheersend dan elektriciteitsprojecten als wind en zon. Het is in het belang van het landschap om die hoger te waarderen.

Duurzame energie bottom-up of top-down organiseren?

Duurzame energie-initiatieven in West-Brabant
SP-Statenlid Joep van Meel en ik hadden (18 jan 2017) een gesprek met Onno Eigeman, die een invloedrijk man is binnen de West-Brabantse
duurzame energie-wereld.
Hij is voorzitter van de Cooperatie Energiek Halderberge, coördinator van het Energieloket West-Brabant, Regiocoördinator Duurzaamheid West-Brabant vanuit de VEC Noord-Brabant (dat is de Vereniging van Energie Coöperaties), en lid van de Regiegroep Energietransitie West-Brabant.
De laatste ‘titel’ was de gespreksbasis.

Onno Eigeman

Een tijd geleden is in Noord-Brabant het Brabantse Energie Akkoord (BEA) vastgesteld. ( zie Het Brabants Energie Akkoord: een goed idee, maar het had een betere uitwerking verdiend ).  Daardoor is dit tevens de basis geworden van het provinciale beleid. Vervolgens heeft de provincie daarop een Uitvoeringsagenda gebaseerd (zie oa De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – kwantitatiefidem – politiek en kwalitatiefidem – het ECN-advies ). Beide documenten lopen over van de goede bedoelingen, maar ik vind ze technisch niet sterk.

Vervolgens is de gedachte verbijzonderd tot vier regio’s in Brabant, te weten West, Midden, Noord-Oost en Zuid-Oost. Eigeman doet dus West-Brabant.
Die regio’s werken als het ware aan een Regionaal Energie Akkoord, later eventueel een Lokale Energie Akkoorden.
Er moet een platform gaan komen (met site) waarop de regionale, en eventueel daaronder vallende lokale, organisaties ideeën en ervaringen gaan uitwisselen. Het Platform gaat inhoudelijk bestuurd worden door de actievoerders zelf.
Het is allemaal nog volop in ontwikkeling.

In West-Brabant borrelen de ideeën op, met in wisselende samenstelling Ondernemers, Onderwijs, Overheid en de Ondernemende burger (de 4 O’s). Eigeman heeft zelf 113 projecten in zijn portefeuille, waarvan 70 op het gebied van collectieve zonne-energie. De projecten hebben vaak ook een sociale component, zoals de boer in Stampersgat die 640 PV-panelen legt. Stampersgat is een klein dorp binnen de gemeente Halderberge, en de opbrengst van de panelen komt mede ten goede aan de renovatie van een appartementengebouw (niet tot Nul op de Meter overigens, maar tot A++).
Soms ook is de bedrijfseconomie leidend, zoals bij een project van 40000m2 PV-paneel op een bedrijf in Breda.

Ik heb grote bewondering voor de inzet en de creativiteit waarmee in West-Brabant gewerkt wordt. En toch heb ik er ook een kritische vraag bij.

Bottom-up of top-down?
Fundamenteel kun je op twee manieren met duurzame energie bezig zijn.

Je kunt micro allerlei projecten realiseren (bottom-up). Dat is wat in West-Brabant gebeurt. De sterke kant is dat er hard en creatief gewerkt wordt en dat daarbij de bevolking geënthousiasmeerd wordt, de zwakke kant is dat men op dit moment nauwelijks een idee heeft wat het totaal aan initiatieven feitelijk per jaar aan Joules oplevert. Dat zal moeten veranderen: als gesubsidieerde instelling moet er een jaarverslag komen en daarin moet uiteindelijk opgeschreven worden welke prestatie er voor welk geld verricht is.

Je kunt macro met energie bezig zijn en zeggen dat in het BEA staat dat er in 2020 ongeveer 40PJ Finaal duurzaam Energetisch Vermogen moet zijn in Brabant. In 2014 zat dat aantal op 19,3PJ. Er moet dus fors wat bij.

De sterke kant is dat als je dat realiseert, je aan je politieke commitment voldaan hebt (je voert feitelijk uit wat er overeengekomen is). De zwakke kant is dat je al gauw bureaucratisch bezig bent, en veel eerder ruzie met omwonenden hebt.
Door mijn positie als fractiemedewerker is mijn eerste reflex om de tweede positie te kiezen, mede omdat er bijna niemand anders is die dat doet. Er wordt veel te weinig gerekend.

Als ik bijvoorbeeld (bij gebrek aan beter) een schatting maak van het effect van Eigemans’ PV-portefeuille, en daarbij met de kletsnatte vinger aanneem dat als zijn kleinste project ca 1000m2 is en zijn grootste 40000m2 , zijn gemiddelde project (waarvan hij 70 heeft) ergens rond de 4000m2 zit, dan heeft hij voor 0,28km2 in zijn portefeuille. Dat is idealiter goed voor ca 0,17PJ.
Neem ik (optimistisch) aan dat een project binnen een jaar voltooid wordt en (nog optimistischer) dat het in heel Brabant even goed gaat, dan ben je in 2020 ongeveer  2PJ verder met van alle van onderop georganiseerde PV-projecten in heel Brabant samen.

Vergelijkbaar het 470MW-windenergieprogramma, dat in Brabant grofweg halverwege is. Voltooiing (die bepaald niet altijd bottom-up gaat) zou ca 2PJ toevoegen.
Maar om het BEA uit te voeren, moet er iets van 20 a 22PJ bij gekomen zijn in 2020. En dan zit je nog maar op 14% duurzame energie.

Het Planbureau voor de Leefomgeving in “Energiecoöperaties: ambities, handelingsperspectief en interactie met gemeenten – de energieke samenleving in praktijk” (2014) verwacht, dat coöperaties in heel Nederland samen aan energiebesparing en duurzame productie ‘hoogstens enkele PJ‘ toe zullen voegen. Waarbij de kanttekening op zijn plaats is, dat als een coöperatieactie ertoe leidt dat mensen panelen op hun eigen huis leggen, die opbrengst niet aan de coöperatie wordt toegeschreven, maar aan de woningeigenaar. De opbrengst is moreel, maar niet zakelijk. In deze zin is de invloed van de gezamenlijke coöperaties een stuk meer waard dan genoemde paar PJ.
Maar de gedachte dat de Brabantse coöperaties tot 2020 pakweg 2PJ toevoegen, is dus niet absurd laag.

Eigenlijk is het probleem dat de coöperatieve beweging zich vooral met woningen bezighoudt en vooral met elektriciteit. Maar woningen (met wat nutsgebouwen) beslaan momenteel slechts een kwart van de energievraag, en die bestaat momenteel slechts voor 1/5de deel uit elektriciteit.

(Brabant energieverbruik, bron de Klimaatmonitor jan 2017, 1000TJ = 1 PJ)
Brabantse duurzame productie, Klimaatmonitor jan 2017, 1000TJ=1PJ

Zie Klimaatmonitordata Eindhoven en Brabant_jan2017  , in het stuk de link naar waar deze getallen vandaan komen.

Combinatie nodig
Met andere woorden: het bottom-up verhaal kan niet het volledige verhaal zijn.
Het is zeer nodig, maar niet voldoende. Er moet iets anders zijn wat grote getallen levert, zoals bijvoorbeeld mestvergisting, andere biomassa, heel veel grote zonneparken en centrale warmtelevering (het recente Warmteplan van de provincie is een voorbeeld, zie Warmte in Brabant en CE rekent klimaatneutrale warmtevoorziening woningen door voor 2050 ).

Bovendien lopen de kosten al gauw zo hoog op dat het buiten het bereik raakt van bottom-up bewegingen. Een windturbine kost aan aanleg grofweg € 1,5miljoen per MW, dus het 100MW-project langs de A16 kost grofweg €150 miljoen. Dat wordt projectontwikkelaarswerk en onderhandelen dat er een goede participatieregeling uitkomt voor de omwonenden (zoals bijv. die in Klundert).

Uiteindelijk waren we het met zijn drieën wel eens dat de inspanningen bottom-up en top-down in elkaar moeten grijpen. De een kan niet zonder de ander.

Nieuw verhaal nodig rond energietransitie en een prijsvraag

Wetenschappers weten heel goed uit te leggen waarom klimaatverandering een probleem is, en de energietransitie nodig. Daarover geen kwaad woord.

Alleen, op zichzelf helpt dat niet. Het wordt tijd voor verhalen waarin creatieve mensen met een missie verhalen gaan bedenken hoe de energietransitie wel kan.

Binnen mijn zeer geringe mogelijkheden probeer ik dat ook, maar dat blijft teveel wetenschap en bijgeloofbestrijding, en teveel industriële veeteelt en achterlopende overheden. Wat ik maak is in elk geval geen kunst. Helaas.

Maarten Hajer, hoogleraar Urban Futures en oud-directeur van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) pakt het grootser aan. In de NRC van 07 jan 2016 stond een groot interview rond twee thema’s (zie www.nrc.nl/nieuws/2017/01/06/er-is-een-nieuw-verhaal-nodig-om-mensen-te-prikkelen ):

  • De toekomst van de Rotterdamse haven als Duitsland straks geen fossiele brandstof meer via Nederland invoer,
  • Een prijsvraag over de postfossiele stad in de toekomst

Hajer in het interview geciteerd:”We zijn in een nieuwe fase van de klimaatpolitiek gekomen. Je hebt een nieuw klimaatverhaal nodig, waarbij iedereen in de samenleving weer perspectief krijgt. Voor zijn bedrijf, voor zijn huishouden, voor zijn benzinestation. Voor die verbeeldingskracht ben je bij de huidige wetenschap aan het verkeerde adres, die doet daar niet aan. De verbeelding is het domein van de kunst, van de creatieven, van de sciencefiction fictionschrijvers.” . De opsomming is niet limitatief bedoeld, eigenlijk mag iedereen.

Het eerste thema, dat van Rotterdam en de Noordzee, heet de Energetic Odyssey. Over enerzijds wegvallende fossiele handel en anderzijds nieuwe activiteiten, die geld en arbeidsplaatsen opleveren. Alle grote jongens doen mee.

– hergebruik van warmte – “De haven bulkt van de warmte, die moet naar de stad toe worden geleid

– De bouw en plaatsing van alle windturbines op zee, waarin het plan voorziet.

2050 – An Energetic Odyssey verbeeldt een systeemsprong die het mogelijk maakt dit gat te dichten door op zeer grote schaal windenergie voor de omringende landen te oogsten op de relatief ondiepe Noordzee.
De website zelf vermeldt overigens niet welk gat precies gedicht wordt. Het simulatiefilmpje doet dat wel, maar dat moet je dan afluisteren.
Dan blijkt dat het Noordzee-plan 90% van de elektriciteitsvraag van de gezamenlijke Noordzeelanden afdekt. Van de totale energiebehoefte (die groter is dan de post elektriciteit) maakt diezelfde hoeveelheid 1/3 deel uit.
Daarnaast worden de landen geacht ongeveer 1/3de deel van hun energieuitgaven te besparen.
Op het eind wordt een link naar een artikel in De Ingenieur aangegeven ( www.elinea.nl/artikel/25-000-windturbines-in-noordzee?t=source&pl=203 ) . Daar gaat het om 90% van de elektriciteitsbehoefte.

Omdat ik in deze kolommen focus op Brabant, ga ik niet meer over dit Noordzee-onderwerp schrijven. Ik weet er te weinig van dan dat mijn geschrijf iets toevoegt. Ik adviseer echter zeker om te gaan kijken op www.hnsland.nl/nl/projects/2050-energetic-odyssey

Ik wil mij voor Brabant focussen op het andere verhaal, de prijsvraag. Zie postfossil.city/  .Dat aanbod geldt overal en voor iedereen, dus ook voor hier. De kernvraag uit het achterliggende manifest:“Hoe wonen, werken en verplaatsen we soms in een stad die niet langer verslaafd is aan olie, gas en kolen?”. Ik hoop dat er ook Brabantse inspiratie is.

In de twintigste eeuw heeft de auto, meer dan welke technologie ook, onze leefomgeving bepaald. Planners en architecten als Cornelis van Eesteren, Robert Moses en Le Corbusier ontwierpen steden die geschikt waren voor autoverkeer, volledig gericht op efficiëntie. Vandaag de dag worden hun plannen grotendeels beschouwd als achterhaalde utopieën, maar tegelijkertijd bepalen ze nog steeds in grote mate hoe we nadenken over stedelijke ontwikkeling. Wat gebeurt er als we (aspecten van) de nieuwe stad in het post-fossiele tijdperk ontwerpen? Is deze stad een utopie, of juist een dystopie?
  • De prijsvraag ligt bij Urban Futures Studies.
  • De termijn is van 11 januari t/m 23 februari
  • De vorm is volledig vrij.
  • De hoofdprijs is €10.000 en er zijn 10 prijzen van €1000