Thuiswerken en de gevolgen voor wonen, werken en mobiliteit

Er wordt veel gespeculeerd over of het thuiswerken tijdens Corona een blijvertje is, en zo ja, wat daarvan de te verwachten gevolgen zijn voor de woningmarkt, de kantorenmarkt en de mobiliteit.
Het PBL (PlanBureau voor de Leefomgeving) heeft (uit eigen beweging) geprobeerd om dat te kwantificeren. Zie https://www.pbl.nl/publicaties/thuiswerken-en-de-gevolgen-voor-wonen-werken-en-mobiliteit  .

Ik heb op deze locatie vooral interesse in het mobiliteitsaspect, omdat dat een relatie heeft met milieu en klimaat. De effecten op woning- en kantorenmarkt blijken er overigens niet te zijn, althans niet binnen de beperkingen van dit onderzoek.
Omdat inmiddels de 29000ste bezoeker aan de home page van deze site gepasseerd is, af en toe een persoonlijke zijsprong.

De methode
Het voorspellen van de toekomst is altijd lastig, vooral vooraf. Het PBL heeft naar vermogen geprobeerd er wat van te maken met een omvangrijke literatuurlijst van mede-toekomst voorspellers, bestaande statistiek van o.a. KIM en CBS, en diepte-interviews met 35 thuiswerkers uit focusgroepen. Maar ik blijf enige scepsis houden over voorspellingen, mede omdat de uitkomst van nog te ontwikkelen handelen van overheden en werkgevers afhangt.

De studie bevat hier en daar slordigheden (volgens mij zijn de koppen bij tabel 8.3 fout en is fig. 8.5 onvolledig afgedrukt).
Verder hanteert ook deze studie de ergerlijke gewoonte om van alles te bewijzen met alleen maar procenten/procentpunten, waarbij halverwege de rekenbasis verspringt. Je kunt het zelfs niet in de bijlage opzoeken. Dat soort praktijken dienen eigenlijk verboden te worden.

Dat  neemt niet weg dat ik inschat dat het verhaal basaal klopt.

Hoewel mijn focus niet op de sociologie is, maar op de uitwerking op de mobiliteit, wil ik toch de lezer dezes wat sappige details niet onthouden die de droge PBL-tekst verlevendigen.
Zoals  van die mevrouw die alleen maar kon thuiswerken als vriendlief de papegaai mee naar boven nam, maar vriendlief was er helaas niet altijd.
Waarbij vaak de hond een belangrijk begunstigde van het thuiswerken was.
Of het echtpaar dat  geen goed collegapaar was: “Hij vond dat ik te hard praatte, dat ik te veel op het toetsenbord sloeg, ik vond dat hij smakte, dus wij werken niet op dezelfde verdieping en wij zien elkaar overdag ook niet.”.

Heel erg grosso modo stellen de meeste thuiswerkers een mix op prijs “Er gebeuren toch wel goede dingen bij het koffiezetapparaat. Alleen zou ik dan bijvoorbeeld vier dagen willen werken en één dag thuis om toch die productieve dag te hebben, dus eigenlijk weer precies geflipt. Ja, omdat ik ook gewoon veel met studenten werk, mensenwerk doe. Dus contact is gewoon heel belangrijk. Voor het werk zelf vind ik het vaak niet nodig om naar het werk te gaan: de computer die ik hier heb staan is dezelfde als die op kantoor”.

De omvang van het thuiswerken
Het eerste wat opvalt is dat, anders dan wellicht gedacht, het thuiswerken tijdens Corona niet sterk toegenomen is en vóór Corona ook al een beetje toenam.
In 2013 werkte 6% van de werkzame beroepsbevolking altijd thuis, 31% soms en 63% nooit.
In het vierde kwartaal van 2019 (net voor Corona) werkte 6% van de werkzame beroepsbevolking altijd thuis, 35% soms en 59% nooit.
In het vierde kwartaal van 2020 werkte 17% van de werkzame beroepsbevolking altijd thuis, 29% soms en 54% nooit.
Met andere woorden, de belangrijkste verschuiving is binnen de groep die al thuiswerkt, en wel van soms naar altijd.

Van de ‘nooit-groep’ (het gele gebied boven) heeft een deel een beroep dat zich, in elk geval op papier, zou lenen voor thuiswerken. Hoe groot die groep is, valt door het gehannes met procenten en procentpunten niet te achterhalen. Na enig gepuzzel kom ik op ca 20 a 25% van de hele werkzame beroepsbevolking.  
Je zou zeggen dat er nog enige reserve is.

(een verplaatsing is een ‘enkeltje’. Een gemiddeld aantal verplaatsingen kan 1,0 zijn vanwege part time-werk en thuiswerk. De tabel  vergelijkt het 4de kwartaal van 2019 met dat van 2020. Een ‘levensgebeurtenis is bijvoorbeeld een sterfgeval of een nieuw kind).

Wat heeft dat voor gevolgen voor de mobiliteit?
Thuiswerken heeft twee voor de hand liggende effecten op het woon-werkverkeer: er vinden minder bewegingen plaats, en spitsmijden wordt makkelijker.
Daar staat tegenover dat het aantal verplaatsingen voor andere doelen dan het woon-werk verkeer toe blijkt te nemen, wat de winst bij het woon-werkverkeer deels ongedaan maakt.

Per saldo is het voornaamste effect, aldus het PBL, dat de spits ontlast wordt. Het PBL kwantificeert elke 1% minder autokilometers, op basis van eerdere literatuur, op 3 a 4% minder files – als het meezit, zelfs nog meer.

OP basis  van de interviews meent het PBL te weten dat Corona een blijvend effect zou kunnen hebben van 8% minder woon-werkverkeer.

De omslag van kwantiteit in kwaliteit
Ik ben in mijn politieke jeugd bij de SP opgevoed met de marxistische filosofie van het dialectisch materialisme. Ik  heb daar nooit spijt van gehad. De SP is er mee gestopt, en daar hebben ze nu misschien wel spijt van – dat zou in elk geval zo  moeten zijn.

Een van de dialectische wetten is de omslag van de kwantiteit in de kwaliteit. Een grootheid kan een tijd lang gradueel verschuiven tot er een sprongsgewijze verandering optreedt. Het is ook in de natuurwetenschap een bekende gedachte, alleen heet die daar anders (bijvoorbeeld een fase-overgang). Met enige fantasie kun je trouwens filevorming ook wel als een fase-overgang zien.

De gevoeligheid van files voor het aantal autokilometers (die in de PBL-studie wel benoemd wordt) hangt van een onderliggend proces dat in de PBL-studie niet apart benoemd wordt, namelijk de I/C – verhouding van een wegtraject of kruispunt (de intensiteit van het aantal auto’s gedeeld door de maximale capaciteit).
Laat de intensiteit van het autoverkeer op een  traject toenemen vanaf 0, dan ontstaat er een sprong (in de vorm van het ontstaan van files) bij een I/C verhouding van 0.85. Kort door de bocht, geen files als I/C < 0,85 en wel files als >0,85. Ik ben er mee doodgegooid bij discussies over de Ruit om Eindhoven (waarvan het meest omstreden deel, de weg langs het Wilhelminakanaal, uiteindelijk  niet doorging – een grote triomf Ruit-zombies (update dd 8 april 2018) .

Gevolgen voor het handelen van de overheid
Het eerste wat de overheid moet doenis het blijvende voordeel  van thuiswerken vastleggen, want dat voordeel is niet vanzelfsprekend.  Dat werkt vooral via de werkgevers.
Thuiswerken als volwaardige vorm  van arbeid moet worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door het accepteren van variabele werktijden.
Thuiswerkmogelijkheden en thuiswerkvergoedingen worden nu al in sommige CAO’s vastgelegd. Ook kan een ander beleid gehanteerd worden t.a.v. leaseauto’s.

Het voordeel voor de overheid kan zijn dat er minder investeringen in infrastructuur nodig zijn. Nu worden autowegen en treinverbindingen vaak op piekbelasting gedimensioneerd. “De toegenomen flexibiliteit zorgt ervoor dat de piekbelasting van het wegennet en het openbaar vervoer afneemt, waardoor beleidsmakers zich moeten afvragen of geplande uitbreidingen van snelwegen of treinverbindingen wel nodig blijven”, stelt hoofdonderzoeker Edwin Buitelaar.

Global Water Watch toont aanwezigheid zoet oppervlaktewater overal op aarde

Deze maand gaat een tweejarig project van start waarin het Nederlandse Deltares, samen met het World Resources Institute en het World Wildlife Fund, een nieuw informatieplatform gaat bouwen dat precies laat zien hoeveel zoet oppervlaktewater er op elke plek op aarde is: Global Water Watch.

Met de informatie uit de Global Water Watch kan het water in de samenleving beter in evenwicht worden gebracht en kunnen overstromingen en droogtes die veroorzaakt worden door klimaatverandering, beter worden beheerst. Om dit evenwicht te helpen bereiken, zal de Global Water Watch openbare informatie verstrekken over beschikbare zoetwatervoorraden.

Global Water Watch wordt gratis toegankelijk en overheden en burgers kunnen er, online en via een app, informatie krijgen over waterstanden in hun regio.

Google heeft meebetaald aan het project.

De analyses worden in hoofdzaak gebaseerd op satellietmetingen van NASA en ESA, in combinatie met metingen ter plaatse

Deltares zal zich gaan richten op remote sensing en het ontwikkelen van machine learning-algoritmen (de ruwe data zijn zonder deze bewerking niet goed genoeg voor beleid).
De rol van WRI in dit project is om de eisen van de gebruikers in kaart te brengen en pilots te ontwikkelen.
WWF zal de vertaalslag maken naar belanghebbenden en zal de dialoog faciliteren binnen lokale gemeenschappen, die er gebruik van kunnen maken.

Onderstaande foto is een detail uit een grotere foto, die door de ESA (European Space Agency) gemaakt is door satellietopnamen met de Sentinel-1 van 03 en 15 juli 2021 te vergelijken, en daar kunstmatige intelligentie op los te laten. Op de foto zijn de overstroomde gebieden langs de Maas te zien ten Zuiden van Roermond.

Het Sentinel1-systeem bestaat uit twee radarsatellieten, die in een baan over de polen draaien. Zodoende zien ze de hele aarde onder zich door  draaien. Zie https://sentinels.copernicus.eu/web/sentinel/missions/sentinel-1 .

Bewerkte Sentinel1-beelden van 03 en 15 juli 2021

Deze  foto komt uit een goed artikel in De Ingenieur, dat te vinden is op http://www.deingenieur.nl/artikel/satellieten-gaan-waterstanden-monitoren . Daar is ook de volledige foto te vinden, die te groot is voor deze site.

Gemeente Tilburg komt met geavanceerd deelauto- en parkeerbeleid

Op de site van de gemeente Tilburg staat een persbericht dat ik hieronder overneem. Ik vind dat er goede ideeën in zitten waar men ook in Eindhoven (waar ook veel binnenstedelijk gebouwd wordt) naar zou kunnen kijken.

Parkeergarage HeuvelgalerieEindhoven

Het persbericht (dd 10 sept 2021) is te vinden op https://www.tilburg.nl/actueel/nieuws/item/nieuw-beleid-parkeren-en-deelmobiliteit/ .

De leefbaarheid van Tilburg is er mee gemoeid. En omdat een ondergrondse parkeerplaats €50.000 per stuk kost (welk bedrag uiteindelijk in de koop- of huurprijs van de appartementen terecht komt), kan een kelderloze flat tot goedkopere appartementen leiden – in ruil waarvoor men de immateriele prijs betaalt dat men zijn/haar verplaatsingsbehoefte anders moet invullen.

Een wat uitgebreider artikel staat in het Brabants Dagblad van 11 september 2021 onder de kop “Tilburg gaat strijd aan met ruimtegebrek voor auto’s” .



Nieuw beleid parkeren en deelmobiliteit

Het college wil één systeem voor deelmobiliteit ontwikkelen. Ook wil het parkeerplaatsen in parkeergarages beter benutten. Dit om genoeg ruimte te houden in de stad voor bijvoorbeeld parken en terrasjes.

De komende 20 jaar komen er in Tilburg zo’n 25.000 woningen bij. Het gemeentebestuur wil die woningen bijna allemaal bouwen binnen de bestaande stad. Deze zogenoemde verdichting heeft grote gevolgen voor het gebruik van onze openbare ruimte. 

Het college stelt daarom voor om voor heel Tilburg één systeem voor deelmobiliteit te ontwikkelen, zodat mensen minder afhankelijk worden van een eigen auto. Ook wil het college de parkeerplaatsen in parkeergarages, die een groot deel van de tijd leeg staan, veel beter benutten. Een slim systeem met abonnementen moet daarvoor zorgen. Daarnaast wordt daar waar dat mogelijk is, extra parkeerruimte bijgebouwd binnen grotere bouwprojecten, met mogelijkheden voor dubbelgebruik voor bewoners en bezoekers. Tot slot komt er een concreet toekomstplan voor transferia. Dat zijn parkeervoorzieningen aan de rand van de stad, met snelle verbindingen met het centrum.

“We moeten ervoor zorgen dat we genoeg ruimte behouden voor groen, voor voetgangers, fietsers en om prettig te verblijven op de pleinen, parken terrasjes en in parken. Dat betekent dat de ruimte voor de auto, met name in en rond de binnenstad, kleiner wordt”, aldus wethouder Rik Grashoff (parkeren, mobiliteit en binnenstad).: “Met deze groei van onze stad en de eisen die dat stelt aan een leefbare, groene en veilige openbare ruimte, zijn slimme en schone mobiliteitsoplossingen dringend nodig. We hebben over dit thema al belangrijke besluiten genomen of gaan die snel nemen, zoals over ons wegennetwerk en de cityring. Maar ook het voorkomen van een verdere toename van de parkeerdruk in mhet name de binnenstad is belangrijk. Daarvoor stellen we nu het nieuwe actuele parkeer- en deelmobiliteitsbeleid vast.”.  

Nieuw beleid

Het nieuwe parkeer- en deelmobiliteitsbeleid bestaat uit 4 onderdelen:

  1. We benutten de restcapaciteit in parkeergarages in de binnenstad beter.
    Vooral in de avonden en buiten de weekenden zijn er nog veel ongebruikte parkeerplaatsen in de parkeergarages. Maar zelfs tijdens de piekuren staan er nog honderden parkeerplekken leeg. De bedoeling is dat meer inwoners deze vrije plekken in de garages benutten door hun auto minder op straat te parkeren, en maar meer in een parkeergarages. Hiervoor wordt een nieuw systeem van abonnementen ontwikkeld.
  2. We stimuleren deelmobiliteit. 
    Dit betekent minder eigen auto’s en meer elektrische auto’s die gedeeld worden door een straat of buurt. De gemeente wil hier de regie nemen om, samen met organisaties die hiervoor oplossingen voor bieden, een nieuw systeem voor te maken.
  3. We onderzoeken of het voor grote gebiedsontwikkelingen in de stad mogelijk is om daarbinnen parkeervoorzieningen bij te bouwen, die zowel door bewoners als bezoekers gebruikt kunnen worden.
  4. We werken een concreet plan uit voor zogenoemde transferia:, parkeervoorzieningen aan de rand van de stad, met snelle verbinding met het centrum. 

Deze onderdelen worden de komende periode verder uitgewerkt. Gesprekken hierover met belanghebbende organisaties zijn al opgestart. Binnenkort worden hierover ook gesprekken georganiseerd met betrokkenen uit de (binnen)stad.   

Vervolg

In november behandelt de gemeenteraad de actualisatie van het parkeerbeleid en deelmobiliteit. Meer informatie hierover is te vinden op de webpagina met raadsinformatie

Het Schone Lucht-Akkoord in Brabant

Inleiding
Het Rijk is met, inmiddels, alle provincies en een groeiend aantal gemeenten in januari 2020 het Schone Lucht-Akkoord (SLA) overeengekomen. Met het SLA willen de partijen 50% gezondheidswinst bereiken (in 2030 t.o.v. 2016), wat gekwantificeerd wordt als het terugdringen van het statistisch vervroegd overlijden van 9 naar 5 maand, en 4000 tot 5000 minder voortijdige sterfgevallen. Zie Schone Lucht Akkoord – een halfvol glas .
Er staat een budget voor van €50 miljoen, verdeeld over de jaren 2020 t/m 2023.

De website is https://www.schoneluchtakkoord.nl/default.aspx . Onder ‘Producten’ zijn alle documenten te vinden.

Ik vond het toen de vraag of je dit een half vol of een half leeg glas moest  noemen. Dat vind ik nog steeds, maar ik laat dat nu voor wat het is, en ga naar de uitvoering kijken.

De  Minister heeft inmiddels de Uitvoeringsagenda, met bijbehorende Kamerbrief, naar de Tweede Kamer gestuurd, en een subsidiesysteem opgetuigd via het SpUk – systeem (Specifieke UitKering), geopend van 01 april t/m 31 oktober 2021. Het subsidiesysteem loopt via RVO op https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/spuk-sla . Hier zijn de precieze voorwaarden te lezen.

Bron: het Schone Lucht Akkoord jan 2020

Subsidieerbare projecten moeten de emissie van NOx , PM10, PM2.5, ammoniak en zwaveldioxide voorkomen (afvangen en filteren en dergelijke telt niet mee). De overhead moet <30% zijn en om de gezondheidswinst van een maatregel in te boeken bestaat een rekentool.
Het gaat om ‘echte’ cofinanciering. Het rijk betaalt de helft en de partner de andere helft, uit eigen geld (en dus niet met elders gesprokkeld geld).
Men kan voor maximaal 5 projecten subsidie  krijgen.
Een precieze beschrijving van de themagroepen en pilots is te vinden op https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-lucht-akkoord/themagroepen/ .

Er zijn

  • Reguliere emissieverlagende projecten (goed voor maximaal €500.000 per stuk)

Er zijn pilotprojecten (goed voor maximaal €500.000 per stuk) in de categorieën

  • Mobiliteit
  • Mobiele werktuigen
  • Industrie
  • Houtstook (bedoeld wordt kleinschalige houtstook door particulieren)
  • Binnenvaart en havens
  • Landbouw
  • Internationaal luchtbeleid
  • Participatie en citizen science

En daarnaast zijn projecten (goed voor maximaal €100.000 per stuk) mogelijk in de categorieën

  • Innovatieve maatregelen
  • Kennis- en adviesproducten
  • Participatie en communicatie

De acht pilotcategorieën vallen binnen gelijknamige themagroepen. Daarnaast is er een themagroep Monitoring en Hoogblootgestelde locaties en kwetsbare bestemmingen (nadere details zie de Uitvoeringsagenda (blz 11, 12).

De Brabantse gemeenten
In Noord-Brabant doen mee de gemeenten ’s Hertogenbosch, Bernheze, Best, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Breda, Cuijk, Eersel, Eindhoven, Helmond, Heusden, Landerd, Meierijstad, Mill en St Hubert, Oss, St Michielsgestel, St Antonis, Son en Breugel, Tilburg, Uden, Vught en Waalwijk.
(Men mist hier overigens een gemeente als Moerdijk en meer algemeen West-Brabant).

Breda is lid van de themagroep monitoring en houtstook.
Helmond is lid van de themagroep houtstook en heeft een pilotlopen op dat gebied.
Boxtel, St Michielsgestel en Uden zijn lid van de themagroep landbouw.
Eindhoven draait (met anderen) een pilot civil science.

Deze afbeelding is van Samen Meten Meijerijstad en komt van https://www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl/ .

De provincie Noord-Brabant
De provincie is  coördinator van de themagroep landbouw, draait een pilot civil science (mogelijk dezelfde als de gemeente Eindhoven), en is lid van de themagroepen monitoring, hoogblootgestelde locaties en kwetsbare bestemmingen, industrie en houtstook.

De provincie heeft inmiddels subsidie toegezegd gekregen voor het maximale aantal van vijf projecten. Over of die daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden, moet nog daadwerkelijk beslist worden door GS. Bij de voortgangsrapportage SLA dd voorjaar 2022 wordt dit achteraf verantwoord.

Even aannemende dat alles, waar geld voor is, ook doorgaat, leidt dit tot de volgende projecten (de bedragen zijn  steeds die van het Rijk en de provincie samen):

  • Pilot combiluchtwassers (€735.000): onderzoek hoe ammoniak- en geurrendement van combiluchtwassers verbeterd kan worden. Daarvan zijn er 2000 in Brabant. Zie ook Het grillige gedrag van luchtwassers .
  • Emissiearm of -vrij onderhoud van 550km weg (€137.200)
  • Walstroom Moerdijk (€436.000): twee aansluitpunten voor zeeschepen voor de haven van Moerdijk. Die vervangen (deels) dieselaggregaten die het schip aan de praat houden als het aangemeerd ligt.
  • Eén vast en twee roulerende meetpunten (€786.000):
    In  het gebied Den Bosch-Oss-Veghel komt een achtste vast meetstation van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Er was in NO Brabant nog geen station.
    Het station komt in landelijk gebied en meet dus de regionale achetrgrond.
    Twee stations gaan door Brabant toeren en blijven een half jaar of langer op locatie staan, om lokale vragen op te lossen of om de lokale civil science-sensoren te ijken. Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/milieu/2021/provincie-investeert-in-3-extra-meetpunten-voor-luchtkwaliteit .
  • Een bijdrage aan het project op 13 industrieterreinen te verduurzamen (€120.000 ). Dit is  een kennisproject. Over dit project “Grote Oogst” een apart kopje.
De 13 meest energievretende industrieterreinen van Brabant

Grote Oogst
Noord-Brabant heeft meer dan 600 bedrijventerreinen. De provincie heeft er 13 geselecteerd, verspreid over de provincie, die samen goed zijn voor 65%  van het energieverbruik op industrieterreinen. Zie https://www.brabant.nl/subsites/groteoogst/project-grote-oogst .

 Het Grote Oogst-project gaat over verduurzaming in ruime zin. Dus niet alleen over luchtkwaliteit, maar ook over energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en stikstof. Het  luchtkwaliteitsgeld is dus een kleine, gelabelde, bijdrage aan een deel van een groter probleem. Een bedrag van nog geen 10 mille per industrieterrein  kan inderdaad niet meer zijn dan alleen maar een onderzoek.

De provincie is het Grote Oogst-project gestart met verkennende gesprekken met de lokale overheden, parkmanagement en andere organisaties. Doel is om belemmeringen en kansen op de terreinen in beeld te brengen en te kijken welke behoeften er zijn. En waar de provincie lokale partners kan ondersteunen in hun eigen ambities in de transitie naar een duurzame economie en een duurzame omgeving. Ook de BOM, de waterschappen en VNO-NCW zijn betrokken. In de volgende stap wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen.
De provincie werkt op elk van de 13 terreinen toe naar langjarige samenwerkingen en financiering, gezamenlijke ambities met partners en een concreet plan van aanpak.

Binnenvaarthaven in Brabant

Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen (zie de tekst onder de foto).

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op die de inhoud van het artikel kunnen ondergraven. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

En wees sowieso sceptisch als iemand iets beweert, zelfs als ik dat ben.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

Als u mij een vraag wilt stellen die geen betrekking heeft op een concreet artikel (bijvoorbeeld om iets uit te zoeken waar ik nog niet over geschreven heb), wilt u dat dan doen als commentaar bij deze passage?

Het IPCC-rapport in het kort op schoolse wijze (en in het Nederlands)

Locatie en structuur
Het IPCC-rapport Assessment Report 6 (AR6) is uit. Het is te vinden op https://www.ipcc.ch/assessment-report/ar6/ . Er is, met recht, veel aandacht aan besteed.
Een goede, beschrijvende tekst is van Rolf Schuttenhelm in De Correspondent ( Het IPCC heeft vijf toekomstpaden voor ons uitgestippeld. Welke gaan we kiezen? ) .
Een andere goede tekst is van Marcel aan de Brugh en Paul Luttikhuis en staat in de NRC ( Meer zelfvertrouwen bij klimaatwetenschap en andere artikelen in dat nummer.)

Het IPCC is een VN-organisatie.
Het IPCC doet zelf geen wetenschappelijk onderzoek, maat ontvangt duizenden klimaatstudies van over de hele wereld (voor  het nu gepubliceerde rapport 14000). Daarop komen in eerste en tweede lezing vele honderden commentaren binnen, die ook weer door honderden geleerden verwerkt worden. Het IPCC stimuleert, ontvangt, ordent, interpreteert en brengt uit, en dat alles in een sterk internationale context.
Dit hele proces is volledig transparant.

AR6 is het zesde Assessment Report in een reeks. Tussendoor heeft het IPCC ook nog thema-onderzoeken uitgebracht, zoals over de luchtvaart, het landgebruik en de poolgebieden.

Wat opvalt is de grote consistentie in de uitkomsten in de opeenvolgende AR’s. Nieuwere uitkomsten wijken nauwelijks af van eerdere uitkomsten over dezelfde grootheid. De uitkomsten worden alleen gedetailleerder en preciezer, en er ontstaat over steeds meer verschijnselen kennis.

Het IPCC heeft steeds drie werkgroepen, die elk een rapport uitbrengen.
Het rapport van werkgroep I gaat over de natuurwetenschappelijke grondslagen van het klimaat (The Physical Science Basis).
Het rapport van werkgroep  II gaat over de gevolgen van de klimaatverandering om je heen voor mens en natuur ( Impacts, Adaptation and Vulnerability).
Het rapport van werkgroep III gaat over technische, maatschappelijke en politieke maatregelen om die gevolgen, en de oorzaken ervan, te verminderen (Mitigation of Climate Change).
De reeks wordt afgesloten met een syntheserapport.

Voor AR6 is het rapport van werkgroep I dus nu net, in augustus 2021, uitgekomen. Rapport II komt in februari 2022 uit, rapport III in maart 2022. Het syntheserapport staat gepland voor september 2022.

Het Full Report van werkgroep 1 van AR6 (dat dus net uit is) omvat bijna  4000 bladzijden. Het bevat een Summary for Policy Makers (Samenvatting voor Beleidsmakers), een Technical Summary (Technische Samenvatting) en vervolgens het eigenlijke document.
Over de Summary for Policy Makers (SPM) is minutieus overlegd door een groot gezelschap geleerden en vertegenwoordigers van overheden. Niet over de wetenschap, maar over de formuleringen. Het eindproduct SPM is daarmee unaniem goedgekeurd (behoudens aanvullend layoutwerk). De SPM (41 kantjes) is daarmee op dit moment het formeel beschikbare document waaruit geciteerd kan worden. De rest moet nog in formeel overleg precies vastgesteld worden.

De SPM op zijn beurt bestaat uit een reeks uitspraken op drie levels (lagen), beginnend met A, A.1 en A.1.1 (enzovoort), die soms toegelicht worden door grafieken.
Gegeven de grote omvang van het geheel, en gegeven dat er al veel goede journalistieke verhalen op papier staan, kies ik voor een gestructureerde, zeg maar schoolse, weergave van de SPM (je bent natuurkundeleraar geweest, of je bent het niet). Ik geef de hoofdlevels A enz en de sublevels A.1 enz weer, en de belangrijkste grafieken. De sub-sublevels laat ik weg, maar die kan iedereen in het rapport nalezen. Veel van wat in de sub-sublevels staat, is in de grafieken terecht gekomen. Het is de eenvoudigste manier om in het kort de grote lijn weer te geven.

De Summary for Polici Makers
De hoofdlevels A,B,C.D zijn:
A. De huidige toestand van het klimaat
B. Denkbare toekomstscenario’s voor het klimaat
C. Klimaatinformatie ten behoeve van risicobeoordeling en regionale aanpassing (= werkgroep  II)
D. Het beperken van toekomstige klimaatverandering

De sublevels:

A.1 Het staat ondubbelzinnig vast dat menselijke invloed de atmosfeer, de oceaan en het land heeft opgewarmd. Wijdverspreide en snelle veranderingen in de atmosfeer, de oceaan, de cryosfeer en de biosfeer hebben plaatsgevonden.

Links het gereconstrueerde temperatuurverloop vanaf het jaar 1 tot nu, waarbij de periode 1850-1900 op 0 gedefinieerd is.
Rechts de uitsnede van 1850-2020 met en zonder de door de mens veroorzaakte temperatuurstijging.
Links (a) de temperatuurstijging sinds 1850-1900 die feitelijk gemeten is.
In het midden (b) een effect van gassen (1,5°C) dat wordt tegengewerkt door een aerosol-effect van -0, 4°C (zie ook Aerosolen door vliegen versterken klimaatopwarming, anders dan algemene beeld ). Daarnaast zeer kleine, maar onzekere natuurlijke oorzaken.
Rechts, vlnr, de opsplitsing van dat effect van gassen (1,5°C) en van aerosolen (-0, 4°C) naar CO2, niet-CO2-gassen uitgesplitst naar soort, en aerosolen, uitgesplitst naar soort

A.2 De schaal van de recente veranderingen in het klimaatsysteem als geheel en de huidige toestand van vele aspecten van het klimaatsysteem zijn ongekend over vele eeuwen tot vele duizenden jaren.

A.3 De door de mens veroorzaakte klimaatverandering heeft reeds gevolgen voor vele weer- en klimaatextremen in alle regio’s over de hele wereld. Sinds AR5 is er  steeds sterker bewijs voor waargenomen extreme veranderingen zoals hittegolven, hevige neerslag, droogte en tropische cyclonen en, in het bijzonder, de toeschrijving daarvan aan menselijke invloed.

A.4 De verbeterde kennis van klimaatprocessen, paleoklimaatgegevens en de reactie van het klimaatsysteem op toenemende radiative forcing leidt tot de beste raming van een uiteindelijke opwarming van het klimaat met 3°C, met een kleinere marge in vergelijking met AR5.

In de bovenste figuur (a):
links, de jaarlijkse CO2-emissies in diverse scenario’s en, rechts, de bijdrage van drie andere gassen aan het broeikasgaseffect (methaan, lachgas en zwaveldioxide).Let wel dat links Gt/y staat en rechts Mton/y .


In de onderste figuur (b):
Voor elk scenario de bijbehorende temperatuurstijging in 2100, linkse balk het totaal, daarnaast de bijdragen van CO2, andere broeikasgassen en aerosolen (dat zijn geen gassen). De donkere tint in een balk is ‘very likely’ = >90% kans, de donkere en lichte samen is de mediaan van de onzekerheidsbalk.


B.1 De mondiale oppervlaktetemperatuur zal volgens alle in aanmerking genomen emissiescenario’s tot ten minste het midden van de eeuw blijven stijgen. Een opwarming van de aarde van 1,5°C en 2°C zal in de loop van de 21e eeuw worden overschreden, tenzij de uitstoot van CO2- en andere broeikasgasemissies in de komende decennia sterk afneemt.

B.2 Veel veranderingen in het klimaatsysteem nemen direct vanwege de toenemende opwarming van de aarde toe. Daaronder een toename van de frequentie en intensiteit van hittegolven op land en op zee, van hevige neerslag, van landbouw- en ecologische droogte in sommige regio’s, van het aantal zware tropische cyclonen.
Om dezelfde reden nemen het Noordpoolijs, het sneeuwdek en de permafrost af.

B.3 Aanhoudende opwarming van de aarde zal naar verwachting de mondiale watercyclus sterk veranderen, inclusief de variabiliteit ervan, de wereldwijde moessonneerslag en de ernst van natte en droge gebeurtenissen.

B.4 In scenario’s met toenemende CO2-emissies zal de koolstofopslag in de oceanen en op het land naar verwachting minder effectief worden bij het vertragen van de accumulatie van CO2 in de atmosfeer.

B.5 Veel veranderingen vanwege broeikasgasemissies in het verleden en in de toekomst blijven eeuwen tot millennia onomkeerbaar, vooral veranderingen in de oceaan, ijskappen en het zeeniveau.

Vier natuurwetenschappelijke grootheden in vijf scenario’s.
De bij de scenario’s horende temperatuurstijgingen zijn ook in de figuur hierboven te vinden. De temperatuurstijging is t.o.v. 1850-1900.
Bij a), b), en c) staan onzerheidsbanden van >90%.
Een lagere pH in c) betekent dat de oceaan zuurder wordt.
De stippellijn n d) en e) betekent wat er kan gebeuren als de ijskappen instorten. Zie hieronder C3.

C.1 Natuurlijke oorzaken en interne variabiliteit komen bovenop door de mens veroorzaakte veranderingen, vooral op regionale schaal en op korte termijn, maar zullen weinig effect hebben op de opwarming van de aarde in de komende eeuwen.
Deze schommelingen moeten meegenomen worden om een indruk te krijgen van  het volledige scala van mogelijke veranderingen.

C.2 Bij verdere opwarming van de aarde zal elke regio naar verwachting steeds meer te maken krijgen met gelijktijdige en meervoudige veranderingen in klimaatfactoren. Verschillende veranderingsfactoren  zullen bij 2°C vaker voorkomen dan bij 1,5°C opwarming, en nog wijder vaker en/of uitgesprokener als het nog warmer wordt.

C.3 Minder waarschijnlijke gevolgen, zoals instorting van de ijskappen, abrupte veranderingen in de oceaancirculatie, enkele elkaar versterkende extreme gebeurtenissen en een opwarming die aanzienlijk groter is dan het geschatte stijging kan niet worden uitgesloten en maakt deel uit van de risicobeoordeling.

D.1 Vanuit natuurkundig oogpunt vergt de beperking van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde tot een tot een specifiek niveau, een beperking van de cumulatieve CO2-uitstoot tot tenminste een netto-nuluitstoot van CO2, samen met een sterke vermindering van de uitstoot van andere broeikasgassen. Sterke, snelle en aanhoudende vermindering van CH4-emissies zou ook het opwarmingseffect beperken van afnemende aërosolverontreiniging en zou de luchtkwaliteit verbeteren.

D.2. Scenario’s met lage of zeer lage broeikasgasemissies (SSP1-1.9 en SSP1-2.6) leiden binnen jaren tot waarneembare effecten op broeikasgas- en aërosolconcentraties, en luchtkwaliteit, in vergelijking met hoge en zeer hoge scenario’s voor broeikasgasemissies (SSP3-7.0 of SSP5-8.5).
Bij deze contrasterende scenario’s zouden waarneembare verschiltrends van de mondiale oppervlaktetemperatuur zich binnen ongeveer 20 jaar beginnen af te tekenen van de natuurlijke variabiliteit, en over langere perioden voor veel andere klimaatfactoren.

 

BVM2 tegen lege vliegtuigen tussen Eindhoven en Amsterdam

Het Bewonersplatform Woensel Noord (een bij  BVM2 aangesloten organisatie – BVM2 is de koepelorganisatie van omwonenden van Eindhoven Airport waarvan ik secretaris ben), in de persoon van Willem van den Brink, ontdekte dat op de vlucht van Schiphol naar het Griekse eiland Kos (en omgekeerd) een tussenlanding werd gemaakt op Eindhoven Airport. Van den Brink vond dit vanuit klimaatoogpunt ongepast. Korte vluchten als Amsterdam-Eindhoven vv moeten per trein gemaakt worden.

Het verhaal van Van den Brink klopt. Na enig uitzoekwerk blijkt dat het sinds begin juli om een stuk of twintig vluchten gaat op de routes OR216 en OR254, waarvan hieronder een deel is afgedrukt.

Toen de media erop doken (o.a. het Eindhovens Dagblad op Onnodige tussenstops op Airport en de NOS op Kritiek op vluchten met lege vliegtuigen naar Eindhoven Airport ) bleek dat het verhaal als volgt in elkaar zit.

Het gaat om vakantievlieger TUI. TUI heeft geen base op Eindhoven Airport. Blijkbaar is er vraag van Eindhoven naar Kos en ook van Eindhoven naar Kreta, dus TUI vliegt met een leeg vliegtuig van Schiphol naar Eindhoven, pikt  hier de passagiers op, en fladdert naar Kos of Kreta. Op de terugweg idem dito andersom.

Willem van den Brink vindt (op de NOS) dat “het gewoon de omgekeerde wereld is dat vliegtuigen naar reizigers worden gebracht in plaats van dat reizigers naar het vliegtuig gaan”. Commercieel en vanuit reizigerscomfort is dat te snappen, maar vanuit milieu is het niet uit te leggen.

BVM2 is dat met het eens. BVM2 vindt dat er “selectief gevlogen moet worden om de schaarse milieu-, geluid- en klimaatruimte niet nodeloos in te vullen”, aldus ikzelf in het Eindhovens Dagblad. “Een tussenlanding betekent een extra start en juist bij de start is de belasting van de omgeving het grootst.” De maatschappijen en het publiek zullen moeten leren accepteren dat niet alles, wat men wil, meer kan.

Joris Melkert, TU Delft, luchtvaartdeskundige

De NOS laat verder luchtvaartdeskundige Joris Melkert aan het woord (die overigens op 09 oktober 2021 op de BVM2-meeting in  Knegsel zal spreken).
Melkert denkt dat de logistiek en de marketing een rol spelen. De TUI-vliegtuigen staan op Schiphol omdat dat het beste uitkomt vanwege plek en onderhoud. Af en toe leeg vliegen is goedkoper dan een weinig gebruikt vliegtuig op Eindhoven stallen.

Maar, zegt Melket, er is een goed alternatief: “het zou goed zijn als TUI zijn vliegtickets vanaf Schiphol zo verkopen, met een treinkaartje vanaf Eindhoven”.

Waarvan acte. Er is immers een prima treinverbinding tussen Eindhoven en Schiphol, daar wezen Van den Brink en Gerard ook al op.

Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan?

Ten behoeve van de nasleep van de klimaatdemonstratie op 14 maart 2021 in Eindhoven zijn 15 regionale eisen geformuleerd. Twee daarvan waren:

  • een krachtig, collectief, circulair en innovatief duurzaamheidsbeleid van Brainport
  • streng toezicht op energiebesparingsverplichtingen voor de industrie

In de nasleep van deze demonstratie is besloten om te proberen per thema een werkgroep op te zetten. Dat is beperkt gelukt en het resultaat van deze twee eisen, in samengevoegde vorm, was de Werkgroep Verduurzaming industrie Brainport.

De eerste bezigheid van deze Werkgroep was om een brief aan de Stichting Brainport en Brainport Development NV te schrijven waarom Brainport als koepelorganisatie in het geheel geen duurzaamheidsplan had. Dit in tegenstelling tot andere clusters als de havens van Amsterdam, Rotterdam en Moerdijk, Chemelot en de Stichting Bedrijventerreinen Helmond.


Deze brief is op 05 september verstuurd aan Brainport, en op 05 en 06 september aan de Colleges van B&W en de fractievoorzitters en griffiers van de 21 gemeenten in het MRE-gebied.
Verder is een bericht naar de belangrijkste persorganen uitgegaan, Dit persbericht is hieronder, in licht aangepaste vorm, afgedrukt. Op het einde van de brief is de volledige tekst van de brief aan Brainport te vinden.

Inmiddels ligt er (al op 6 september!) een uitnodiging voor een gesprek van de directeur van Brainport Development NV. De Werkgroep had al gezegd een dergelijk gesprek op prijs te stellen en zal uiteraard op de uitnodiging ingaan.

Hieronder het persbericht en daaronder de volledige brief.

De tweede activiteit van de Werkgroep is een avond (09 september 2021) waarop een vakvrouw uitleg zal geven over de energiewetgeving voor bedrijven, en de handhaving daarvan. Er is nog zeer beperkt ruimte.



Het Eindhovense industrieterrein De Hurk, waar enkele goede maar geïsoleerde pilots aangekondigd zijn.

Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan?

De Werkgroep verduurzaming industrie Brainport van Milieudefensie Eindhoven heeft de koepelorganisaties onderzocht van de havens van Amsterdam, Rotterdam en Moerdijk, van Chemelot (het vroegere DSM-terrein), en van de Stichting Bedrijventerreinen Helmond.
Deze koepels hebben allemaal zelfbindende duurzaamheidsplannen. Ze doen samen met zaken als energie, afvalwater, warmte, halfproducten, enzovoort.

Brainport daarentegen heeft  dat allemaal niet. Brainport is industriepolitiek, maar Brainport heeft geen duurzaamheidsplannen voor eigen gebruik.
Solliance werkt bijvoorbeeld binnen Brainport aan de ontwikkeling van dunne film-zonnepanelen, maar Brainport heeft geen collectief plan voor de plaatsing ervan bij de eigen bedrijven.
Brainport heeft bijvoorbeeld wel ambities om apparaten te bouwen die energie kunnen opslaan, maar toont geen ambities om die op de regionale industrieterreinen neer te zetten.

Brainport maakt ongetwijfeld producten en machines die duurzaamheid kunnen bevorderen – maar die zijn steeds bedoeld voor anderen. Brainport verkoopt en anderen verduurzamen.

pagina uit een ontwerp-brochure voor Solliance

Hierin onderscheidt Brainport zich van de eerder genoemde koepelorganisaties, die wel allemaal ambiëren om als collectief duurzaamheidsprestaties te leveren.

Brainport heeft wel de Sustainable Development Goals van de VN getekend. Dat blijft een abstractie, zolang het niet tot een eigen praktijk leidt.

Het ASML-gebouw in de verte (foto www.bjmgerard.nl)

De eisen
Milieudefensie Eindhoven heeft een open brief gestuurd naar Brainport en naar de regionale politiek, waarin de eis wordt uitgesproken dat de Stichting Brainport (en daarmee de daarvan deel uitmakende sectoren bedrijven, onderwijs en overheid):

  • de principiële erkenning uitspreekt dat een kennis- en bedrijvencluster als Brainport een deugdelijk duurzaamheidsplan op koepelniveau hoort te hebben
  • voorbeelden van andere grote industriële clusters als inspiratiebron hanteert
  • lopende, losse initiatieven op regionale bedrijfsterreinen meeneemt in de voorbereiding
  • een plan opstelt, of laat opstellen, dat uiterlijk december 2022 af is en in 2023 in werking
  • zich daarbij laat helpen, bijvoorbeeld door een bureau als CE Delft
  • er met alle ondersteunende middelen naar streeft dat de aangesloten bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden het nieuw ontwikkelde PPP-plan gaan invullen.
  • op de website van Brainport Development ook een contactadres zet van de Stichting Brainport, die geacht wordt Brainport Development aan te sturen.

Hieronder de volledige tekst van de brief aan Brainport.


Dementie en luchtvervuiling

Inleiding
Ik ben een trouw lezer, zij het met enige vertraging, van de Scientific American. Zodoende las ik in de SciAm van mei 2020 een serie van vijf artikelen over dementiën, waaronder Alzheimer.
Nu schrijf ik uit principe niet over medische zaken, want daar weet ik te weinig van en de verantwoordelijkheid is me te groot, maar hier ging het laatste artikel over de rol van luchtvervuiling bij Alzheimer. Over luchtvervuiling schrijf ik wel (zie bijvoorbeeld Grootste fijn stof-onderzoek ooit (update) en Verband tussen luchtvervuiling in dementie?

Wat de Scientific American schreef
De SciAm noemt een aantal studies die een sterk verband leggen tussen luchtvervuiling en dementie.

Een studie in Mexico City (in 1992 de stad met de ergste luchtvervuiling ter wereld) vond al kenmerken van Alzheimer in mensen rond de 30 a 40 jaar, en zelfs beginnende effecten in jonge kinderen. Zelfs honden kregen daar Alzheimer.

Harvardgeleerden publiceerden een paar jaar voor het SciAm-nummer een studie onder 10 miljoen Medicare-gebruikende ouderen in de VS en vonden een sterke correlatie tussen specifieke bestanddelen van de luchtvervuiling en een aantal neurodegeneratieve ziektes.

Een Londense cohortstudie, die in 2018 in de British Medical Journal gepubliceerd is, volgde 131.000 Londennaren van 50 tot 79 jaar, en vond een sterke link tussen met name PM2.5 en Alzheimer.

PM2.5 doet langs twee routes schade.
Eerstens ruineert het het ademhalingssysteem en hart en bloedvaten, en dat is ook niet best voor de hersenen. Als de luchtvervuiling heel erg is, kunnen mensen overlijden aan hart- en vaatziektes, lang voor ze Alzheimer krijgen.
Tweedens kan PM2.5 de hersens binnendringen, enerzijds door de blood-brainbarrier te beschadigen, anderzijds door via de neuszenuw te reizen waardoor genoemde barrière niet eens een rol speelde. Eenmaal in de hersenen, veroorzaakt de vervuiling een permanente ontstekingsreactie.

Alzheimer is echter geen ziekte met één oorzaak. Er spelen ook andere factoren een rol (waar die andere artikelen in de serie over gingen, zoals genetische risico’s, de menopauze, en bijvoorbeeld lawaai, maar dat in mindere mate). En ook andere vormen van vervuiling dan genoemde PM2.5 en ozon kunnen een rol spelen.

Dit soort onderzoek is moeilijk. Het is bijvoorbeeld moeilijk, en gebaseerd op aannames, om achteraf de blootstelling aan luchtvervuiling te reconstrueren. Daar bestaan technieken voor, maar die hebben hun beperkingen. Alleen door  het zeer grote aantal deelnemers kunnen de onzekerheidsmarges tot bruikbare proporties teruggebracht worden.
Verder worden dit soort onderzoeken altijd zo goed mogelijk uitgezuiverd voor andere mogelijke oorzaken (roken, te dik, enz). Dat brengt er ook altijd wat onvoorspelbaarheid in.

Het Londense onderzoek
De Londense cohortstudie is te vinden op https://bmjopen.bmj.com/content/8/9/e022404 .
De bijna 131000 deelnemers stonden op 01 januari 2005 minstens een jaar bij hun huisarts geregistreerd, en vertoonden op dat moment geen tekenen van dementie. Ze zijn gevolgd tot 2013. Volgen een heleboel methodologische beschrijvingen die hier te ver voeren. Uiteindelijk resulteert het in

Dit moet gelezen worden als:

  • HR (Hazard Ratio) betekent dat 1,0 normaal is (geen effect), en dat 1,4 of 0,8 respectievelijk 1,4* en 0,8*keer zoveel effect is. Oftewel, de kans op Alzheimer is 40% meer respectievelijk 20% minder.
  • PM is alle PM, en PM Traffic is alleen de PM uit uitlaatgassen en rem-, banden- en wegdekslijtage. 
    O3 is ozon.
    Vehicle km driven is hoeveel voertuigkilometers er binnen 100 resp 50m van het betreffende postcodegebied afgelegd worden. 100.000 is per willekeurige definitie de grens tussen High en Low.
    Lnight is de standaard Europese middelingsprocedure voor geluid tussen 23 en 07 uur.
  • Op de horizontale as de bijbehorende klassen met inputgetalwaardes (de een na hoogste punt bij NO2 bijvoorbeeld is de klasse 37,5 – 41,5µg/m3, enzovoort. In centra van grote Nederlandse steden haal je dat soms wel (jaargemiddeld). De jaargemiddelde Nederlandse norm voor NO2  is 40µg/m3. De Eindhovense Vestdijk zat een handvol jaren geleden op 40µg/m3.  
  • De vertikale strepen zijn de onzekerheidsmarges. Bij de een na hoogste punt bij NO2 is de kans 95% dat de waarde tussen 0,9 en 1,35µg/m3 ligt. Strikt genomen is een waarde pas significant als de  waarde 1,0 buiten het interval valt. Genoemd voorbeeld is dus formeel  niet significant.

Het Harvard-onderzoek
Het in de SciAm genoemde Harvardonderzoek is niet makkelijk te vinden.
In plaats daarvan vindt men zijn opvolger, een Harvardstudie van oktober 2020 (dus van na het SciAm-artikel). Die doet dezelfde uitspraak (Parkinson, Alzheimer en andere dementieziektes), maar dan gebaseerd op ruim 63 miljoen deelnemers van >=65 jaar, die gemiddeld 7 jaar gevolgd zijn tussen 2000 t/m 2016. Het persbericht is te vinden op https://www.hsph.harvard.edu/news/press-releases/significant-link-found-between-air-pollution-and-neurological-disorders/ , Op het einde van het persbericht kan worden doorgelinkt naar het eigenlijke artikel in The Lancet, dat Open Access is ( https://doi.org/10.1016/S2542-5196(20)30227-8 ).

De belangrijkste afbeeldingen:

  • Density is het aantal mensen dat in een interval (met een niet-getoonde breedte) zit. De twee density-curves zijn gelijk. Dus de meeste mensen zitten in een interval rond 10,0µg/m3 en bijvoorbeeld 5% van de mensen zit boven de 16,0µg/m3.
  • Op de horizontale as de concentraties PM2.5 . De WHO-richtlijn is 10µg/m3 en de Europese en Nederlandse norm is 25µg/m3. ‘Low exposure’ is in het Harvardonderzoek 12 μg/m3 .
  • Deze dosis-effectrelaties zijn gemiddeld over allerlei subgroepen. Uitsplitsen per doelgroep levert onderstaande figuur.
  • Vanwege het enorme aantal deelnemers zijn de onzekerheidsmarges veel kleiner dan hij het Britse onderzoek. Het Harvardonderzoek moet daarom hoger worden aangeslagen.
  • Density Q1 betekent de dat je de onderzoeksgroep opdeelt in vier gelijke porties, geordend naar de bevolkingsdichtheid van het gebied waar ze wonen (dus van platteland tot stadscentrum).
  • Hieronder is weergegeven hoe de HR toeneemt als de concentratie met 5µg/m3 toeneemt. Dus: als de concentratie PM2.5 met 5µg/m3 toeneemt, stijgt de kans op Alzheimer en verwante dementies bij mannen met 11% en bij vrouwen met 14%.

De PM2.5 – concentratie in de Nederlandse atmosfeer.
Hieronder de PM2.5 – kaart van Nederland over 2019, zoals weergegeven in de Atlas van de Leefomgeving ( https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten ). De concentraties zijn berekend vanuit het NSL en de resolutie is 25*25m.
Op de interactieve kaart in de Atlas zelf kun je met de i-functie per locatie kijken. Bijvoorbeeld (alles in µgr/m3)  de Waddeneilenden 6, Eindhoven 11, Boekel en Den Bosch 12, en de omgeving van Tata Steel 14 (de hoogste concentratie binnen Nederland.

Men kan nu gaan schatten in de geest  van dat iemand in Eindhoven, vanwege de PM2.5,  13% meer kans heeft op Parkinson en Alzheimer (en daaraan verwant) dan iemand op de Waddeneilanden. Maar nogmaals, er spelen meer oorzaken dan alleen de luchtvervuiling waar dit artikel over gaat, dus vaar hier niet blind op.

Een prachtig nieuw beeld van de Melkweg

Stel je voor …
dat je een vlieg op het plafond bent en recht onder jou ligt op tafel een pannenkoek. Als vlieg zie je van afstand een gele schijf met details van de garnering, en als je goed kijkt zie je dat de pannenkoek een bepaalde dikte heeft.
Stel je nu voor dat de mensheid een onbemande raket (aan zoiets moet je geen mensen wagen) kan wegsturen naar heeeeel ver weg en dat die precies boven het midden van onze Melkweg terugkijkend een foto maakt en die opstuurt. Dat licht zou een paar honderdduizend jaar onderweg zijn, maar dat denk je even weg.
Wat je dan op de foto zou zien, is ongeveer bovenstaand plaatje. De rode stip is de zon.  
Het plaatje is (in hoge resolutie) te vinden op https://astronomy.nju.edu.cn/xtzl/EN/index.html (NB:kopieer dit adres als tekst in de browser. Als je het rechtstreeks als link zou aantikken, verdwaal je ergens in academisch Nanjing). Voor educatieve en wetenschappelijke doelen zit er geen auteursrecht op, mits naamsvermelding “ Xing-Wu Zheng & Mark Reid  BeSSeL/NJU/CFA” .

Het onderzoek achter dit plaatje
Er wordt al  heel lang heel veel onderzoek gedaan naar de structuur van de Melkweg. Dat is moeilijk omdat de aarde zelf in de schijf zit, waardoor je allerlei structuren over elkaar heen geprojecteerd ziet, en omdat je in zichtbaar licht niet ver kunt kijken vanwege alle stof in de Melkweg. Het is alsof de vlieg in een holte in de pannenkoek zit.

Westerbork Synthesis Radio Telescoop

Daarom wordt onderzoek op grote afstanden uitgevoerd met radiotelescopen (zoals in Nederland in Westerbork). Om  de precisie te verbeteren, worden radiotelescopen die heel ver uit elkaar staan (continent-breed), met elkaar verbonden op basis van een hele precieze atoomklok. De kleine verschillen die de deelnemende telescopen ‘zien’, worden over elkaar heen gelegd (interferometrie). Dat maakt uiteindelijk een waanzinnig precieze driehoeksmeting mogelijk (een driehoeksmeting is in principe wat ook landmeters doen, maar dan veel geavanceerder). Het proces heet Very Long Baseline Interferometry (VLBI). Daarvan bestaan verschillende systemen.
Voor het hierna genoemde onderzoek is het VERA-netwerk gebruikt met vier telescopen tussen het noorden en zuiden van Japan, en de Very Long Baseline Array met tien telescopen in de VS.
Men kan meer lezen op https://en.wikipedia.org/wiki/Very-long-baseline_interferometry .

Het geheel haalt een precisie van 0.00002 boogseconde (je begint met één graad-streepje op een geodriehoek, daarvan is één boogseconde het 3600ste deel, en daarvan dus het vijftigduizendste deel. Ter vergelijking: een goed menselijk oog onderscheidt op zijn best 40 boogseconde en de maan aan de hemel is ongeveer een halve graad = 1800 boogseconden).

Het eigenlijke VLBA-systeem bestaat uit de rode stippen, maar het is uitbreidbaar met de extra blauwe stippen.

 De blikvanger, waarmee dit artikel opent, is zoiets als een sterk wetenschappelijk onderbouwde artist impression. Het is een bijproduct voor educatieve doeleinden.
De artist impression is gekoppeld aan een groot internationaal onderzoek, waarin men de richting en de afstand, en de snelheid, van zo’n 200 gebieden met intense vorming van nieuwe sterren bepaald heeft. Rond die sterren hangen wolken met water en methanol, die een natuurlijke laserwerking hebben (maar dan in de radiogolfversie die maser heet), en die maserwerking kun je heel goed ‘zien’.
Het onderzoek is te vinden op https://iopscience.iop.org/article/10.3847/1538-4357/ab4a11 . Wie het iets toegankelijker wil, kan er de Scientific American van april 2020 op nalezen (ik lig iets achter met mijn literatuur….. ).

De droge wetenschappelijke uitkomst van alleen de plaatsbepaling in het vlak van de Melkweg is een kaart, die er als volgt uitziet.

Trigonometric Parallaxes of High-mass Star-forming Regions_trigonometry-2_april 2020

De gekleurde punten zijn de meetresultaten en de gelijk gekleurde lijnen er door heen de op basis van de punten getekende hartlijnen van de armen. De lichtblauwe punten definieren de Locale Arm (de rode punt is de zon), die dus eigenlijk geen complete arm is. De zwarte punten definieren de Perseusarm, en zo hebben alle armen een naam.
De metingen beslaan slechts ongeveer een derde van de hemel, omdat er op het Zuidelijk halfrond nog geen VLBI-systeem actief is.
Een pc (Parsec) is 3,26 lichtjaar en een kpc is 1000pc.

Samengevat wat uitkomsten, ook enkele die niet uit bovenstaande kaart voortvloeien.

  • De Melkweg heeft een balk in het centrum en minstens vier complete armen (en wat gedeeltelijke armen)
  • De afstand van de zon tot het centrum van de Melkweg (het rode kruisje) is 26600 lichtjaar
  • De zon draait in 212 miljoen jaar om het centrum van de Melkweg
  • De “pannenkoek” is in de onderzochte categorie van stervormingsgebieden ongeveer 200 lichtjaar dik.
  • De zon ligt ongeveer 20 lichtjaar boven het vlak van de Melkweg, welk vlak gedefinieerd is door een statistische middeling op alle resultaten los te laten. Dat is dus weinig.

Internationale samenwerkingen geen ramkoers tegen China
In totaal hebben er aan dit project (dat vele jaren geduurd heeft, van één Chinese onderzoeker is bekend dat die er tien jaar mee bezig geweest is) 18 onderzoekers meegedaan van 13 instituten uit acht landen (Duitsland, Nederland, China, Italië, Polen, de VS, Korea en Japan). De volledige lijst is te vinden door in de kop van het onderzoek de Full author list en de Article information uitte klappen). De drie lead authors zijn Mark Read van Harvard en het Smithsonian in de VS, Karl Menten van het Max-Planck-Institut für Radioastronomie in Bonn, en Xing-Wu Zheng van de universiteit van Nanjing.

Kortom, de drie grote geopolitieke blokken zijn alle drie vertegenwoordigd en blijken jarenlang prima samen te kunnen werken. Het doet denken aan de Koude Oorlog op zijn ergst, toen Russen en Amerikanen, althans in woorden, elkaar de hersens wilden inslaan en ondertussen in stilte de wetenschap een brug bleef vormen.

Ik ga hier verder geen exposé geven van wat ik de voor- en nadelen van de aan de geopolitieke blokken verbonden staatkundige opvattingen en praktijken vind. Ik ben geen fan van de Chinese buitenlandse politiek. Maar de aggressieve confrontatiepolitiek van Biden in de VS staat me evenmin aan.
Mogelijk kan de wetenschappelijke samenwerking, zoals in dit project, kalmerend werken.

Het Japanse VERA-netwerk