OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein

OCI Nitrogen is een groot chemisch bedrijf dat voortkomt uit twee activiteiten van de DSM (nl DSM Agro en DSM Melamine). De twee bedrijven zijn in 2010 opgekocht door de Egyptische multinational OCI, welke ze samengevoegd heeft tot één onderneming met de huidige naam. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/OCI_Nitrogen ).
De fusie-onderneming zit nog steeds op wat toen het DSM-terrein (bij Geleen) heette en nu Chemelot. OCI houdt zich nog steeds vooral bezig met de productie van stikstofhoudende kunstmest en melamine.

Op dit terrein wil OCI Nitrogen, samen met Re-N Technology uit Hilvarenbeek, een mestvergister bouwen die jaarlijks 700.000 ton mest kan bewerken (dat is ongeveer 3,5% van alle mest in Zuid-Nederland). De naam wordt Zitta Biogas Chemelot. De provincie Limburg heeft de omgevingsvergunning al verleend.
Zie https://chemelot.nl/nieuws/oci-nitrogen-en-re-n-technology-ontwikkelen-biogasinstallatie-op-chemelot en www.ocinitrogen.com/NL/newscenter/Pages/Biogasinstallatie-maakt-productie-op-Chemelot-duurzamer.aspx .

Het realiseren van het plan hangt er van af of het SDE+ subsidie krijgt. Ik heb daarover nog niets vernomen. Zo ja, dan hoopt men in 2020 in bedrijf te zijn.

Er bestaan trouwens ook plannen (het is me niet duidelijk hoe ver die zijn) om een Zitta Biogas Tilburg (op de Spinder) op te richten.

Het schema van de beoogde vestiging op Chemelot:

Het schema van de mestbewerker Zitta Biogas

Het is uit de beschrijving niet duidelijk of het om een mono- of covergister gaat.
In de beschrijving van OCI Nitrogen bestaat de 700 miljoen binnenkomende biomassa slechts uit mest. Er is geen sprake van andere biomassa. De som van alle optelbare output-kilo’s zit een flink eind onder de input-kilo’s en ook dat doet vermoeden dat er geen aanvullend organisch materiaal binnenkomt. Ik zou dus denken dat het om een monovergister gaat, ware het niet dat er in de tekening co-vergister staat. Meer duidelijkheid is gewenst.
Ik hou het er toch maar op dat het om een monovergister gaat.

Het is een plan dat bij mij enerzijds bewondering oproept, en anderzijds vragen.

De plus
Enerzijds ben ik er principieel voor dat alle mest vergist wordt, alvorens er wat dan ook mee gebeurt, en dat daarna de kringlopen (met name die van fosfaat) zoveel mogelijk gesloten worden. Dat gebeurt hier. Verder ben ik er ook voor dat reststromen (zoals in dit geval de afvalwarmte van de kunstmest- en melamineproductie) hergebruikt worden en dat gebeurt hier ook.
Dat hergebruik is mogelijk omdat de vergister op een groot industrieterrein staat, dat gespecialiseerd is op grootschalige en soms gevaarlijke chemische processen. Omdat Chemelot een privaat terrein is, heersen er op Chemelot veiligheidsvoorschriften die verder gaan dan die welke publiek afgesproken zijn. Zo beschouwd is er moeilijk een beter terrein te bedenken dan dit terrein.

Chemelot. Door Michiel1972 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9896960

Het jaarlijkse resultaat bestaat uit

  • 43 miljoen m3 biogas (bij een 50-50 methaan-CO2 verhouding en bij 50°C) goed voor 50 miljoen kg en voor 0,58PJ . De monovergister zou dan all-in ongeveer 0,8GJ/ton halen. Zou kunnen.
    Voor 0,58PJ stroom uit zonnepanelen heb je een park nodig van ongeveer (bruto) 1,5km2 (150 hectare).
  • 75 miljoen kg droge mestkorrels, die het overgrote deel van het fosfaat bevatten dat eerst in de mest zat
  • Iets meer dan 30 miljoen kg, wat men noemt, “vloeibare kunstmest”
  • 300 miljoen kg schoon water als vloeistof
  • En (om de balans sluitend te maken) ongeveer 240 miljoen kg water in de dampvorm. Er wordt in de plannen niet vermeld wat daarmee gebeurt.
  • En (niet in gewicht uit te drukken) een ontsmetting en een gereduceerde stank van het product. Ik ga er van uit dat een professionele inrichting als deze, op een dergelijke locatie, zijn atmosferische emissies onder controle krijgt.

Dit alles aan de positieve kant van de balans.

De min
Er zijn twee categorieën onopgeloste hoofdproblemen.

De ene categorie betreft naar welke keten je kijkt.
De korte keten (die van de varkenskont tot mestkorrel, methaan en vloeibare kunstmest) is netto energetisch rendabel en hergebruikt materiaal, en kan bij een goede vormgeving binnen zijn beperkingen duurzaam zijn.
De lange keten begint momenteel in het tropisch regenwoud en loopt via allerlei emissies,  bodemuitputting en andere onwenselijke fenomenen tot een volledig uit de hand gelopen veeteelt. De lange keten is zeker niet duurzaam.
Het probleem is echter dat op de lokale en regionale schaal slechts zeer beperkt wat tegen de onhanteerbare omvang van de veeteelt te doen valt, en dat de landelijke politiek niet wil.
Er is op zichzelf niets op tegen, en veel op voor, om alle mest te bewerken op een wijze als hier geschetst, maar dan op basis van een veel kleinere veestapel. Alleen, die is er niet en vooralsnog komt die er niet.

Kalkammonsalpeter van OCI Nitrogen

Zolang de veeteelt wel te groot voor Nederland  is, betreft de tweede categorie de mate waarin de fosfaat en het nitraat uit het Nederlandse systeem kunnen worden gebracht. Pas als dat lukt, wordt mestbewerken mestverwerken.
Vergisten op zichzelf brengt geen mest uit het systeem. Alleen de vervolgbewerkingen kunnen in principe uit het systeem treden.
Omdat Nederland vol zit, betekent “buiten het systeem brengen” in praktijk “exporteren”. De beschrijving van Zitta Biogas (voor zover deze op Internet te vinden is) doet er geen uitspraak over in hoeverre dat zal lukken. Vooralsnog wordt dat slechts zonder nadere argumentatie verondersteld.
De mestkorrels moeten in de toekomst concurreren met de ruwe mest, die nu met verhitten als enige bewerking geëxporteerd mag worden. Het moet blijken of de betere kwaliteit van de mestkorrels ten opzichte van ruwe mest opweegt tegen een prijs, die waarschijnlijk ook hoger is. Mogelijk lukt dat.
Van de dunne fractie is onduidelijk of er iets zinvols mee gedaan kan worden. De omschrijving “vloeibare kunstmest” klinkt sjiek, maar in de praktijk zitten, bij experimenten tot nu toe, de nutrienten er zeer sterk verdund in en in de verkeerde verhouding stikstof staat tot kalium (teveel kalium kan leiden tot dierziektes). Bovendien zitten er, zonder nadere bewerking, hormonen, medicijnresten, zware metalen en zo in. Uit het installatieschema blijkt niet dat er op dit concentraat een verdere nabewerking wordt toegepast.
Wageningen verwacht tot nu toe weinig heil van dit “concentraat” en deskundigen noemen het in De Boerderij “wensdenken” (www.wur.nl/nl/nieuws/Invloed-van-kunstmeststatus-op-afzet-mineralenconcentraat-gering.htm ).
Mogelijk kan een professioneel chemisch bedrijf dingen die anderen niet kunnen, maar vooralsnog blijkt dat uit niets.
Vooralsnog eindigt er heel erg veel stikstof, al dan niet legaal, in het grond- en oppervlaktewater.

De plus plus de min
De koninklijke weg zou zijn om een breed akkoord te sluiten waarin de verschillende energetische, klimatologische en agrarische problemen aan elkaar gekoppeld worden en de veeteelt niet langer te groot is voor Nederland.
Maar dit paradijs bestaat niet, er bestaan alleen dilemma’s (sommige reëel, andere vals).

Mijn idee zou zijn om, zolang de situatie zo is als die is, van alle mestbewerking te eisen dat die begint met een vergistingsstap, dat er ergens daarna voldoende verhitting plaats vindt, dat het hele proces professioneel volgens high tech-criteria verloopt, en dat de vergunning langlopende afzetcontracten voor fosfaat en nitraat als voorwaarde eist.
In technische zin kan men zich nauwelijks een betere omgeving voor een dergelijke grootschalige inrichting voorstellen als deze beoogde inrichting op Chemelot.
Als ze nou ook nog tussen nu en 2020 eens afzetcontracten op tafel konden leggen?

6 thoughts on “OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein”

  1. Zonder subsidie gaat het dus niet. We moeten, als belastingbetaler dus weer geld erbij doen om van het mestoverschot af te komen…. Ondertussen zitten we met alle neven-effecten, zowel voor onze omgeving, onze gezondheid, als het klimaat, dwz. onze toekomst als mens. Een kwalijke zaak.

    1. Geachte mevrouw Crefeld

      ik benader dit onderwerp andersom dan u (en veel andere mensen) dat doen.

      Het vergisten van mest heeft helemaal niets met het wegwerken van het mestoverschot te maken. Die twee handelingen staan geheel los van elkaar.
      De hoeveelheid mest wordt namelijk gemeten met als enige eenheid de hoeveelheid fosfaat, die er in zit. Vergisten doet niets met het fosfaat en daarom is er na het vergisten in wettelijke zin nog steeds evenveel mest. Als er 1000 kg fosfaat een vergister in gaat, komt er ook 1000 kg fosfaat uit en dat fosfaat telt.
      De bewerkingen na het vergisten (scheiden, drogen, indikken) leiden tot twee producten: in water opgelost nitraat en kalium, en droge mestkorrels. Het eerste blijft een probleem en het laatste kan geëxporteerd worden. Pas na die export is het in wettelijke zin verwerkt. Als deze bewerkingen echter niet plaatsgevonden hadden, maar als de mest slechts een uur lang verhit was, had de mest ook geëxporteerd kunnen worden. Dat gebeurt nu ook al lang. De vraag is vergelijkend: raak je meer waterrijke mest kwijt na een goedkope bewerking of meer droge mest na een dure bewerking? Op deze vraag heb ik nog geen antwoord gezien.

      Als je dus redeneert vanuit de gedachte dat het bewerken van mest het mestprobleem oplost, analyseer je de zaak verkeerd. Het is te begrijpen dat mensen deze fout maken, want de reclame van de landbouwlobby vertelt de hele tijd niet anders. De slachtoffers van het probleem zijn de daders gaan geloven.

      Wat er gesubsidieerd wordt is niet het oplossen van het mestprobleem, maar een onderdeel van de bewerking, namelijk het vergisten. En de subsidie wordt niet uit de landbouwbudgetten betaald, maar uit de budgetten voor duurzame energie (de SDE+ regeling). Het vergisten van mest levert een behoorlijke hoeveelheid biogas op en anders was dat gewoon in de lucht verdwenen. Dus verspilling van energie en schade aan het klimaat. Vergisten wordt uit hetzelfde budget betaald als zonnepanelen of windturbines, omdat de bewerking hetzelfde doet, namelijk energie produceren.

      Daarnaast heeft vergisten (en daarna verhitten) het belangrijke bijkomende voordeel dat het de mest een heel eind ontsmet, en dat het de stank terugdringt. Als een vergistingsinstallatie goed vorm gegeven is (en als de vergunning goed gehandhaafd wordt), dringt het vergisten de neveneffecten die u noemt terug. Daarom vind ik dat vergisten en verhitten om hygienische redenen verplicht moet worden gesteld voordat er wat dan ook met de mest gebeurt. Het kan bijv. bacteriebesmettingen tegengaan.

      Ik ben het met u eens dat er teveel dieren zijn en dat die met zijn alles samen een heleboel negatieve bijeffecten hebben. Maar het tegengaan van vergisting doet hier niets tegen, omdat vergisting niets verandert aan de juridische definitie van de hoeveelheid mest in Nederland. Als A geen verband heeft met B, heeft een verbod op B geen verband met de toekomst van A.
      Of scheiden, indikken en drogen wel iets oplost aan het mestoverschot, zal moeten blijken. Maar daarvoor wordt geen subsidie verleend.

      De zwakste plek in de landbouwketen is dat, wat waarschijnlijk nooit geëxporteerd kan worden, namelijk het in veel water opgeloste nitraat en kalium. Als je de mest niet bewerkt is dat de dunne fractie en als je de mest scheidt en indikt, is het het concentraat. In beide gevallen heeft de eigenaar hetzelfde probleem, namelijk wat hij er mee aan moet. Het is dan ook niet voor niets dat nu juist deze oplossing massaal illegaal gedumpt wordt.
      Als je dus iets druk wilt uitoefenen in de richting van een kleiner aantal dieren (waar ik voor ben), kun je als actiegroep het beste zo hard mogelijk inzetten op het handhaven van de nitraatwetgeving.

  2. Beste Bernard,
    Vooruit lopen op een mogelijke vrijstelling van de EU om ‘vloeibare kunstmest’ te mogen exporteren, vind ik behalve wensdenken ook vooruit lopen op een lobbyresultaat dat nog niet behaald is. Ik hoor nu al de bouwers van de vergister vragen om financiële compensatie als de experimentregeling rondom ‘vloeibare kunstmest’ niet geaccepteerd wordt… En dan hebben we het nog niet over de lozingen die dit bedrijf op de Maas gaat doen, waaruit het drinkwaterbedrijf Limburg iets verderop haar drinkwater haalt. Hoe zit het met het lozen van medicijnresten uit de mest – of mogelijk schadelijker- resistente bacteriën? Het is waanzinnig dar dit soort bedrijven nog kan worden neergezet terwijl al jaren duidelijk is dat ze zonder subsidie niet rendabel te maken zijn.

    1. Beste Vanessa, er komen veel meer medicijnen vanuit de mensen in het water door de RWZ riool water zuivering dan er ooit vanuit de dierhouderij mogelijk is, bij de lozingsbuis van de RWZ zul je geen kleine visjes zien zwemmen omdat de vissen door het gebruik van de pil door de mensen deze ook in grote hoeveelheden binnenkrijgen…! Er worden veel meer hormonen door mensen gebruikt dan bij de dieren…!!

      1. De feitelijke bewering is waar. Zie ook op deze site https://www.bjmgerard.nl/?p=3723 . De mensheid loost ca 3500 ton medicijnresten per jaar in het opperevlaktewater, de verzamelde dieren ‘maar’ 200.
        De bewering is echter in zoverre irrelevant dat mijn verhaal hier niet over gaat. Dat ging over een mestvergister annex nabewerker en zo ongeveer de enige manier, waarop zowel menselijke als dierlijke medicijnresten NIET in het oppervlaktewater kunnen komen is via het ultrafilter en de omgekeerde osmose van de uitlaat van de mestbewerker. Zolang tenminste die filters heel zijn en goed worden onderhouden.
        Bij genoemde mestbewerkers eindigen die medicijnresten in de dunne fractie die niet door het ultrafilter gaat. Ik heb mij kritisch uitgelaten over deze dunne fractie en het woord “vloeibare kunstmest” bewust tussen aanhalingstekens gezet.

        Er zijn wel andere routes waarlangs de medicijnresten het oppervlakte water kunnen bereiken. Zoals Marcel schrijft via de RWZI, maar ook bij uitrijden van mest over het land – direct of indierect.
        De uitspraak van Marcel zou relevant geweest kunnen zijn als ik een ander verhaal geschreven had dan ik gedaan heb.

  3. Vanessa
    Een bedrijf dat alleen maar vergist produceert een slurrie (digestaat) die ongeveer gelijkgesteld kan worden aan drijfmest. Legaal kan die onder de gebruikelijke voorwaarden op eigen of andermans land worden uitgereden. Lozing van het digestaat op het oppervlaktewater is even verboden als lozen van drijfmest op oppervlaktewater. Zowel van digestaat als van drijfmest kan de stikstof na een ondergrondse reis uiteindelijk indirect in het oppervlaktewater terecht komen.
    Een voordeel van wel vergisten en hygieniseren (= 1 uur verhitten op 70 graad C) boven niet vergisten is dat deze behandeling een ontsmettende werking heeft op gramnegatieve bacterien (waaronder de E.Coli, de salmonella en de bacterie van de Q-koorts.) Of de vergisting ook een positieve uitwerking heeft op overgebleven hormonen, medicijnresten e.d., durf ik niet te zeggen. Negatief zal de werking in elk geval niet zijn.
    Het vergisten is dus voor lozingen op het grond- en oppervlaktewater of irrelevant of zwak gunstig.

    Bedrijven die (al dan niet na een vergistingsstap) de mest cq het digestaat scheiden en indikken, zijn verplicht de hoeveelheid water in de mest een heel eind terug te dringen. Dat gebeurt bij nieuwere bedrijven (en mogelijk al bij alle bedrijven) met een reversed osmosis- of een ultrafilter. Ik denk dat dit tegenwoordig standaard de Best Beschikbare Techniek (BBT) is, maar als je dat op prijs stelt, wil ik dat bij een andere gelegenheid wel precies uitzoeken.
    Als een reversed osmosis- of ultrafilterinstallatie heel blijft, kan daar alleen iets doorheen dat niet veel groter is dan een watermolekuul. “Ultra” is inderdaad heel erg ultra.
    Dit heeft een positief en een negatief gevolg.
    Het positieve gevolg is dat het effluent naar het oppervlaktewater zo schoon is, dat het direct geloosd kan worden (in het Zitta-schema rechtsonder). Als je er op kunt vertrouwen dat het filter heel is, zou je het water waarschijnlijk kunnen drinken. Een virus, bacterie, kaliumion of hormoon is immers veel groter dan een watermolekuul. Deze vorm van mestbewerking is dus zeer gunstig voor de Maas.
    Het negatieve gevolg is dat alles, wat je niet in de Maas wilt, in het concentraat terecht komt: dat wat het ultrafilter niet passeert (in het Zitta-schema linksonder). Het ultrafilter concentreert dus niet alleen de nitraat- en kaliumionen, maar in dezelfde mate ook de hormonen, bacterien etc.

    Waarna de vraag blijft wat je met dat concentraat moet, op dezelfde manier als vroeger de vraag was wat je met de dunne fractie van de mest moest.
    In mijn verhaal schets ik expliciet dat dat een probleem is waarmee de mestbewerking staat of valt. Ik verwijs via een link naar publicaties van Wageningen, dat zegt dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt of er een Europese erkenning komt die dit mineralenconcentraat de kunstmeststatus geeft. Men verwacht dat de afzet er maar weinig door verandert. Het is nog steeds zo, dat je vooral water rondrijdt met meestal een verkeerde N:K verhouding. Als ik boer was, wilde ik geen oplossing op mijn land met een geconcentreerde dosis bacterien en bestrijdingsmiddelen en zo.
    Niet voor niets concentreert de illegaliteit zich dan ook vooral op stikstof.

    Ik heb dan ook niet beweerd dat het bewerken van mest het mestprobleem oplost. Ik heb het tegendeel beweerd. Op zijn gunstigst wordt het dikke fractieprobleem op een nieuwe manier opgelost, terwijl dat tot nu toe op een oude manier gebeurde. Het moet in praktijk blijken hoeveel verschil dat maakt.

    Maar Brabant heeft, behalve een veeteeltprobleem, ook een energieprobleem en een klimaatprobleem en een volksgezondheidprobleem en een bodemprobleem. Dat vindt ook jouw organisatie, de BMF.
    Het vergisten van mest (neutraal in het veeteeltdossier) heeft voordelen in die andere dossiers. Het produceert energie, houdt methaan uit de atmosfeer, ontsmet een potentieel gevaarlijke stof die nu zo maar uitgereden mag worden.
    Ik vind dan ook dat het vergisten en hygieniseren van mest principieel verplicht zou moeten worden gesteld, ook als je in Brabant een veel kleinere veeteelt zou hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *