Het biomassapotentieel op provincieniveau

In deze kolommen is al vaker aan de orde geweest wat de doelen en mogelijkheden van biomassa op provinciaal niveau zijn. De SP heeft er vragen over gesteld in Provinciale Staten van Brabant, de milieubeweging vindt er wat van en bijvoorbeeld Boxtel en Deurne verwachten er veel heil en zegen van.

Foto bij een artikel over het biomassaplein in Deurne
Foto bij een artikel over het biomassaplein in Deurne

Die discussie wordt zelden op basis van cijfers gevoerd. De biologische landbouw vertrekt vanuit het morele imperatief “Gij zult elke gram snipperhout terug de grond in doen” tot gemeenten en biochemiebedrijven die willen oogsten zonder zich de vraag te stellen wat er eigenlijk te oogsten valt en of daar politieke prioriteiten aan moeten worden toegekend.

Is er een provincie die al cijfers heeft?

De provincie Utrecht wil in 2040 klimaatneutraal zijn en heeft in dat kader Ecofys opdracht gegeven het Utrechtse biomassapotentieel in kaart te brengen (3 augustus 2011, Warmerdam, Yildiz, Koop). Ingekort weergegeven leidt dat tot onderstaande voorwaarden en vaststellingen:

  • Het klassieke gebruik van biomassa als voedsel voor mens en dier blijft onaangetast
  • Het onderhoud van de bodemvruchtbaarheid in termen van stikstof en fosfor blijft onaangetast
  • Het onderhoud van de bodemvruchtbaarheid in termen van koolstof wordt niet systematisch besproken. Wel wordt van enkele belangrijke organische deelstromen vastgesteld dat ze weer de grond in gaan
  • Min of meer droge reststromen worden verbrand, natte vergist
  • In Utrecht worden nagenoeg geen specifieke energiegewassen geteeld
  • De biomassa komt geheel uit afval (stedelijk afval; mest, snoeihout fruitteelt, overige agrarische reststromen; snoeihout, gras en maaisel uit landelijk gebied).
  • De energetische mogelijkheden van stedelijk afval worden al voor 85% gebruikt, die voor agrarisch en natuurafval nog maar voor 8 a 9%
  • De afvalstroom van de voedings- en genotmiddelenindustrie wordt slechts voor een zeer klein deel aan de opwekking van energie toegerekend. De veruit grootste toepassing is en blijft veevoer
  • Er is op dit moment niet of nauwelijks sprake van concurrerende vraag voor de productie van bio-grondstoffen.
  • Afvalwarmte wordt in praktijk voor 20% benut
  • De provincie Utrecht verbruikt 212PJ/jaar (*) . Alle biomassa samen is goed voor 2,0PJ/jaar (waarvan zowat de helft nu al opgewekt wordt). Dat is dus 1,0% .
  • Die 2,0PJ bestaat uit 1,35PJ elektriciteit en 0,65PJ nuttig gebruikte warmte
  • De provincie loost nu 9340 kiloton/jaar. Alle biomassa samen zou 330 kiloton CO2 per jaar besparen. Dat is dus 3,5%.

Al met al zijn de mogelijkheden voor biomassa in de provincie Utrecht in 2011 bepaald niet sensationeel. Waarmee ik ze zelf overigens niet afschrijf, want de energetische verduurzaming van Nederland gaat met èn èn èn , en sommige van die èn-nen zijn kleine stapjes. Bovendien zou het op termijn meer kunnen worden. De uitbreiding van de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) leidt tot meer houtafval en minder koeien.
De discussie tussen Faaij enerzijds en Katan ea anderzijds lijkt in het Utrecht van 2011 een non-discussie, een soort ver van mijn bed – show.

Nu is de provincie Utrecht de provincie Brabant niet (waar ik woon). Er zijn belangrijke verschillen.
–           Het aantal dieren is in Brabant in verhouding groter
–           In Brabant functioneert de Green Chemistry Campus, waarvan een belangrijk doel is om chemische producten te maken uit biologische grondstoffen (zoals bijvoorbeeld uit suikerbieten).
–           Er is daarom meer reden om wel aparte energie- of grondstoffengewassen te kweken

Utrecht is een nuttig voorbeeld, maar in Brabant is er meer reden dan in Utrecht om na te denken van wat je als provincie nu eigenlijk wilt. Vandaar de vragen in PS.

Voor het Ecofysrapport zie –> ecofys biomassapotentieel provincie utrecht

(*): 1 PJ = 10^15 J = 278 miljoen kWh)

 

Energieneutraal Boxtel: goede intenties, onzekere plannen

De SP-fractie in PS heeft twee keer een werkbezoek aan Boxtel gebracht om bijgepraat te worden over de duurzame energieplannen. Eerst over de algemene lijn en daarna over het biomassaplein. De gemeente voelt zich erfgenaam van de Kleine Aarde en vindt dat daar grote ambities
bijhoren.

Maar kan dat, Boxtel ècht energieneutraal in 2040? En is Nederland ècht energieneutraal als alle gemeenten energieneutraal zouden zijn?

Nederland is meer dan de som der gemeenten
Boxtel is 0,18% van Nederland en evenredig goed moeten zijn voor 6,0PJ. In praktijk is Boxtel goed voor de helft, nl 2,83PJ. Een aantal centrale
diensten worden niet aan Boxtel toegerekend.
De som van alle gemeenten is dus niet Nederland, tenzij (bijvoorbeeld) de gemeente Haarlemmermeer Schiphol erbij pakt en (bijvoorbeeld) de gemeente Utrecht het spoorwegnet. Uiteraard is het niet realistisch om dat te verwachten.

Wat Boxtel wil en wat Boxtel realiseert
Boxtel wil in 2020 op ca 25% energieneutraal zitten en hoopt dat de technische vooruitgang daarna meehelpt om voor 2040 de rest te halen. Daar zit iets in: er is bijvoorbeeld nog veel winst te verwachten in het rendement van zonnepanelen.

De gemeente is slechts baas over zijn eigen 2% van het energiebudget. De rest van de taak ligt dus bij anderen, zoals de woningbouwvereniging Sint Josef of de Boxtelse bedrijven. Dwang is niet mogelijk. De gemeente moet het hebben van overreding, vergezeld van subsidie.

Op zich kan er wel wat op woninggebied Dat is vooral in de bestaande bouw van belang, want veel nieuwe woningen worden er niet gebouwd. Een beter energielabel voor een flink deel van de bestaande bouw klinkt voorstelbaar. Of het werkelijk kan, wordt niet doorgerekend.

Daarmee is de grootste zwakte van het Boxtelse beleid genoemd. Er wordt te weinig gerekend. Of het nu gaat om “energieproductiefaciliteiten” die 20% van de energie van de woningvoorraad moeten gaan opwekken, of dat het gaat om een warmtenet dat de afvalwarmte van het datacentrum van de Rabobank nuttig moet gaan verspreiden, er zijn geen cijfers en geen business modellen. De teksten zijn ambitieus, maar te vrijblijvend ten aanzien van de uitvoering.

Idem het biomassaplein. Men vindt op de site van de gemeente Boxtel nergens een kwantitatieve doelstelling. Als men de inmiddels failliete onderneming TripleE moet geloven (ca 570 ton vers snipperhout per jaar, aangevuld met ongeveer het tienvoudige van Staatsbosbeheer e.a.), dan kan het snipperhout ongeveer goed zijn voor 1,5% van het huidige Boxtelse energiebudget.

Conclusie
De conclusie is dat Boxtel geprezen moet worden voor zijn inzet, maar misschien wat minder woorden en wat meer berekeningen en bedrijfsplannen zou moeten produceren

(dit verhaal is een samenvatting. Het volledige verhaal is te lezen op –> Energieneutraal Boxtel

Link naar eerder artikel Boxtel, biomassa.BMF

Brief aan alle energiecoöperaties in Brabant

Er zijn steeds meer energiecoöperaties in Brabant, inmiddels 40. Die doen waardevol werk om de bevolking mee te krijgen in de noodzakelijke energietransitie. De totale energetische omvang van hun inspanningen is vooralsnog niet heel groot, maar hun katalyserende werking des te meer.

Ik heb vorig jaar in de SP-fractie in PS voorgesteld deze wereld te gaan verkennen. Dat is gebeurd door middel van een aantal interviews, die ik afgenomen heb. Dat heeft geresulteerd in de commissienotitie “Een pleidooi voor steun aan de energiecoöperaties in Brabant” dd 28 mei 2014 (zie Een pleidooi voor steun aan de energiecoöperaties in Brabant_vs2).

De notitie op 16 januari 2015 aan de orde geweest in de commissie EZB van Provinciale Staten. (Processen duren soms lang bij de provincie…). De notitie werd meegenomen bij de bespreking van de evaluatie van de eerste fase van het Energiefonds (waar behoorlijk wat geld in zit). Woordvoerder was Nurettin Altundal.
De notie genoot brede steun. Alleen de PVV zat oeverloos te zeiken, maar dat doen ze altijd over duurzame energie. De “windmolenminaretten” bewijzen in hun ogen blijkbaar de islamisering van Nederland. Gedeputeerde Bert Pauli (VVD) zei “de notitie te omarmen en ermee aan de slag te gaan.” Dat is zeer mooi!
De eerste fase van het Energiefonds was overwegend NIET op de bevolking gericht, maar op de innovatie in het bedrijfsleven. De tweede tranche moet wel meer op de bevolking gericht worden. Dat biedt dus kansen.

Ik heb voor de SP op 12 februari alle coöperaties een brief namens fractievoorzitter Nico Heijmans gestuurd (zie persbericht_SP stuurt brief aan alle cooperaties_14022015 ), waarin de steun voor de notitie bekend gemaakt is, en waarin hij deze coöperaties aanraadde zich te oriënteren op de provinciale mogelijkheden.
De SP gaat hierover graag in gesprek.

Boxtel, BMF, biomassa

De studie van wat er in Brabant aan opvattingen bestaat over biomassa heeft mij tussen twee vuren geplaatst (als ik mij deze enigszins morbide beeldspraak veroorloven mag).

Aan de ene kant de opvattingen van de gemeente Boxtel die wellicht meer willen dan kan en/of dan wenselijk is, aan de andere kant de organische landbouw, tot op zekere hoogte ondersteund door de BMF, die meent dat er helemaal niets mogelijk is, dat het organische stof-gehalte van de bodem al jaren daalt, en dat elk afgeknipt twijgje terug de grond in moet.

Ik zit er ergens tussen in. Naar mijn mening kan er best wel wat op biomassagebied, ook als je geheel politiek correct eerst zorgt voor voedsel en medicijnen voor mens en dier en voor het onderhoud van de bodem. Er blijft iets over om te verdelen over grondstoffen en biobrandstof, maar hoeveel precies en op basis van welke politieke prioriteiten je dat overschot wilt verdelen, daar durf ik op dit moment geen uitspraak over te doen.
Hier hoort een grondig onderzoek naar gedaan te worden door niet-direct belanghebbenden, gevolgd door een debat in Provinciale Staten. Het onderwerp is er belangrijk genoeg voor.

Dit verhaal is te lang om hier af te drukken. Als u het wilt lezen, Continue reading Boxtel, BMF, biomassa

Windpark Kabeljauwbeek Ossendrecht aanvaardbaar plan – update

De PS-fractie van de SP kreeg een oproep toegestuurd van de milieu-
vereniging Namiro om zich te keren tegen het windmolenplan Kabeljauwbeek. Ik heb aangeboden dit af te wikkelen. Ik heb het plan bekeken en volgens mij was het een goed plan. Ik heb een artikel geschreven voor de website van de provinciale SP. Hieronder de tekst.
————————————-
———————

De gemoederen lopen soms een beetje op bij het plannen van nieuwe windparken. De SP meent dat het verstandig is om eerst naar het grotere belang te kijken en daarna naar de afzonderlijke projecten. Windpark Kabeljauwbeek is een goed voorbeeld.

Kaart gebied Kabeljauwbeek
Kaart gebied Kabeljauwbeek

Er zijn drie goede strategische redenen om over te gaan op duurzame energie: fossiele brandstoffen raken op binnen enkele tientallen tot honderden jaren en voor die tijd gaat de prijs al omhoog; de fossiele brandstoffen die er zijn, zitten vaak bij verkeerde mensen als meneer Poetin en de Saoedische sjeiks; en de verbranding van fossiele brandstoffen verandert het klimaat.
Het heeft te lang geduurd voor dit besef in Nederland tot consistent beleid leidde. In september 2013 is het Energieakkoord afgesloten, op basis waarvan het percentage duurzame energie in 2023 16% moet zijn (dat is nu 4%). In het akkoord is bevestigd wat in de aanloop ertoe al afgesproken is, namelijk dat er in 2020 6000 MW windenergie op het land moet staan.

Die taak is over de provincies verdeeld. Brabant moet 470 MW wegzetten, waarvan het merendeel in West-Brabant. “Moet” betekent echt “moet”, want anders neemt het Rijk de uitvoering over.
De gemeenten in West-Brabant hebben op deze situatie geanticipeerd (2011) door zelf met een bod te komen van 2*100 MW (100 verspreid en 100 langs de A16) . Dat is daarna afgekaart.

Het project Kabeljauwbeek, voorgedragen door de gemeente Woensdrecht, draaide eerst niet mee in de taakstelling omdat de windmolens op die locatie de defensieradar van Woensdrecht zouden storen. Dat probleem is in juli 2011 softwarematig opgelost, waardoor het Woensdrechtse plan alsnog aan het pakket is toegevoegd. Ook dat is in 2011 politiek afgekaart.

Zoals wel vaker werden de hoofden heter toen de feitelijke uitvoering van het plan naderbij kwam. “Kabeljauwbeek” betekent vijf hoge turbines van samen 10 tot 12,5 MW. Ze zijn inderdaad hoog: de ashoogte wordt 100 tot 105 m.
Ze staan vlak langs het Schelde-Rijn kanaal dat hier de grens met Belgie vormt. Aan de andere kant van het kanaal begint het Antwerpse havengebied en aan de Nederlandse kant ligt een dunbevolkte polder. De woonkernen liggen aan de andere kant van de A4 op minstens 2 kilometer afstand van de meest oostelijke van de vijf molens.
Voor dit soort projecten is een Milieu Effect Rapport nodig (MER). Die is uitgevoerd en staat met bijlagen op de site van de gemeente Woensdrecht. De boodschap is dat er geen probleem is. Er worden niet op grote schaal vogels en vleermuizen vermoord en om de schaarse woningen in de buurt niet met teveel slagschaduw op te zadelen, worden drie van de vijf molens 40 uur per jaar stilgezet. Het geluid reikt juridisch tot ca 500 m en voor die tijd is de A4 al een grotere geluidsbron.

Zakelijk beschouwd is het enige probleem met de turbines dat men er tegen aan kijkt, vanuit Nederland met het Antwerpse havengebied op de achtergrond.

De SP is het dan ook niet eens met de milieuvereniging Namiro en heeft moeite met een toonzetting als “windmolens zijn gehaktmolens die op grote hoogte dieren vermorzelen”. Verder meent Namiro in het hoofd van de kolgans te kunnen kijken – “een van de algemeenste in Nederland overwinterende ganzen” aldus de Vogelbescherming. Die zouden door de turbines gaan verkassen naar het veldje van de buren.

Het vogelverhaal is niet waar. Dat is wetenschappelijk uitgezocht.
Als je goed zoekt, vind je wel eens een dode vogel onder een windturbine. Meestal niet en in elk geval geen stapels lijken.
Integendeel. Als alle fossiele centrales door windturbines zouden kunnen worden vervangen, zou dat wereldwijd 70 miljoen vogels het leven redden. Uit een studie van Mike Barnard in Renew Economy:” Jaarlijks sterven wereldwijd 100 miljoen of meer vogels door tegen ramen te vliegen, onze lieve huiskatten zijn goed voor 500 miljoen dode vogels per jaar, hoogspanningsdraden voor 174 miljoen, pesticiden voor minstens 74 miljoen en auto’s voor 60 miljoen. Windmolens kosten, wereldwijd, waarschijnlijk 150.000 vogellevens (=0,15 miljoen)”.
Barnard heeft nog meer cijfers, grafieken en verwijzingen naar oorspronkelijke onderzoeksrapporten op http://reneweconomy.com.au/2012/want-to-save-70-million-birds-a-year-build-more-wind-farms-18274 .

De SP meent dat individuele windenergieprojecten op een zakelijke manier bekeken moet worden. De gangbare MER-procedure is daartoe het middel.
Verder meent de SP dat de financiele afwikkeling met de omwonenden afdoende geregeld moet zijn. Een eventuele planschadeprocedure moet niet kleingeestig aangepakt worden en omwonenden moeten in de gelegenheid gesteld worden financieel te participeren in het project, waarbij de coöperatieve vorm bij de SP een streepje voor heeft.

Er valt niet aan te ontkomen dat je tegen de windturbines aankijkt. De beste insteek is een goede ruimtelijke ordening met aandacht voor landschapsarchitectuur.

Update:
De milieuorganisaties Namiro en Benegora hebben bij de Raad van State bezwaar aangetekend tegen de turbines. Dat hebben ze gewonnen. Op 16 september 2015 heeft de Raad van State het besluit van de gemeente Woensdrecht op formele gronden vernietigd.
De reden is dat de provinciale Verordening Ruimte deze locatie niet genoemd had als mogelijke windenergielocatie. Dat kwam omdat ten tijde van de vaststelling van deze Verordening de defensieradar van Woensdrecht gestoord zou worden door de turbines. Nadien is dat probleem opgelost, maar toen was de Verordening al klaar. De provincie heeft vervolgens met een truc geprobeerd om de turbines toch mogelijk te maken. Dat keurde de Raad van State af. De provincie moet nu de Verordening Ruimte aanpassen. Dat is een tijdrovend proces. Men verwacht dat dat minstens het najaar van 2016 wordt.
Wethouder De Waal van Woensdrecht was zeer teleurgesteld door de uitspraak.  “Wij willen uiteindelijk allemaal groene energie en uitgerekend de natuur- en milieuverenigingen gaan dan in beroep en frustreren de procedure. Op deze manier halen we de norm voor 2020 zeker niet.” Waarop Jim de Blank van deze organisaties niet beter wist te zeggen als dat hij de turbines te hoog vond, een puur subjectief argument (Internetbode Woensdrecht 21 sept 2015).

Zienswijze ingediend over NRD Schaliegas

Vlak voor ik op vakantie ging, moesten er nog een stel milieuzaken in korte tijd er door heen geramd worden. Een zienswijze op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) was een van die verplichtingen, omdat de termijn kort erna afliep. De volledige tekst van mijn zienswijze staat hieronder doorgelinkt.

Voorop gesteld zij dat ik in de schaliegaszaak geen diehard – tegenstander ben. Ik heb me toch wel zoveel met energiezaken bezig gehouden om te weten dat de toekomstige energievoorziening een uiterst moeizame zaak gaat worden. Schaliegas is geen feest, maar duurzame energie ook niet. Ik ben er terughoudend mee om energievormen bij voorbaat categorisch af te wijzen.

Daar komt bij dat het IPCC weliswaar (terecht) adviseert om het gebruik van fossiele brandstof sterk terug te dringen, maar niet geheel tot nul. Het 2 graad C – scenario van het IPCC voorziet in 2050 in een CO2eq–productie die de helft is van die in 2005. Die helft zal ergens vandaan moeten komen, bijvoorbeeld voor de vliegtuigen, lange afstandsvrachtauto’s en schepen. Het restant moet ergens vandaan komen.

afbeelding_schaliegaskaart_nederland

Mijn standpunt is geen blinde reflex. Het boren naar schaliegas verschilt in sommige opzichten van het conventioneel boren naar olie en gas (waar soms ook bij gefrackt wordt), maar komt er soms ook mee overeen. De bestaande olie- en gaswinning in Nederland heeft een goede track  record, waar tegenover staat dat je bij schaliegas veel meer boringen moet uitvoeren.
Mijn zienswijze bevat dan ook soms echte vragen.
Overigens is een zienswijze op een NRD ook niet bedoeld voor een eindoordeel. Het is een tussenstap in een proces, welke tussenstap vooral dient om in kaart te brengen wat men wel en niet bij de vervolgstap mee wil nemen.

Uiteindelijk wegen op dit moment de nadelen zwaarder dan de voordelen, bijvoorbeeld om de volgende redenen:
– de bovengrondse problematiek van de verminking van het landschap
– de logistieke problemen
– waar het afvalwater blijft
– er is geen haast bij de winning van schaliegas

Zienswijze_NRD_05072014

Schaliegasavond Milieudefensie met internationale gasten

Milieudefensie had twee internationale gasten (uit de Oekraine en Argentinie), die beide wat te melden hadden over schaliegas. Ze wilden graag een avond beleggen in Eindhoven.

We hebben ze met onze afdeling geholpen met facilitaire hand- en spandiensten, o.a. met de zaalhuur.

Zie verder Schaliegasavond in Eindhoven_21052014

Een bezoek aan AlgaeParc Wageningen

Er was op 23 september 2011 een bijscholing voor natuurkundeleraren bij Imares in Ierseke over zeewier, en net voor mijn pensioen als
natuurkundeleraar (augustus 2012) kon ik nog de afspraak maken dat ik op 7 september  nog mee kon met een bijscholing op AlgaeParc. Beide horen bij Wageningen.

Een algenopstelling op AlgaeParc in Wageningen dd sept2012
Een algenopstelling op AlgaeParc in Wageningen dd sept2012

Algen en zeewier zijn hoe dan ook interessant. In de volksmond heten ze alg als ze eencellig zijn, en (zee)wier als ze meercellig zijn. Mogelijk is dit wetenschappelijk wat te kort door de bocht.
Voordeel van algen en wieren is ontegenzeggelijk dat ze als CO2 – dump kunnen optreden (het zijn immers planten), dat ze in beginsel kunnen groeien in afvalwater, dat ze op zonlicht werken (liefst zelfs niet op volle zon) en biomassa en zuurstof kunnen maken. Mogelijk zijn algen het combineerbaar met de veeteelt.
Het fotosynthese-rendement van algen is, omdat je ze met CO2 kunt voeden, zeker hoger als van reguliere planten.

De meningsverschillen treden op bij de vraag waarvoor ze precies interessant zijn en onder welke omstandigheden. De onderzoekers op Imares en AlgaeParc stellen zich voorzichtig op. Vooralsnog is het vooral fundamentele research.
De kweek is nog zo duur en zo complex, dat op een niet al te lange termijn vooral fijnchemicaliën zonder al te veel verlies geproduceerd kunnen worden, zoals omega 3 – vetzuren en bepaalde rood pigment.

Voedsel voor mens of dier kan in beginsel (die twee woorden vallen erg vaak bij algen), bijvoorbeeld voor vissen of eetbaar zeewier.

Biobrandstof uit algen?
Biobrandstof maken uit algen is theoretisch denkbaar, maar praktisch nog erg duur. Hooguit kan er financieel iets als er eerst geld verdiend kan worden met fijnchemicaliën.
Bovendien zou het een enorme logistiek vragen om bijvoorbeeld zelfs maar 5% van de transportbrandstoffenbehoefte in de VS op te brengen. Volgens de National Research Counsil zou je voor een liter benzine 3500 liter water nodig hebben, en zou het beheersen van het proces meer energie kosten dan opleveren.
Volgens Packo Lamers van Wageningen zou het ongeveer 6000km2 land-
oppervlakte kosten om met bewezen methodes in Nederlands zonlicht het Nederlandse wagenpark op diesel uit algen te laten rijden (ruim 7 miljoen auto’s a ca 1000 liter per jaar). De Nederlandse landoppervlakte is 35000 km2. Een “troost” is dat je met raapzaad 54000 km2 nodig zou hebben.
Tropisch zonlicht is ongeveer 2* zo sterk.
Volgens Lamers heb je met algen ongeveer de helft van de hoeveelheid water nodig als bij een landbouw, die evenveel opbrengt, plus nog een niet genoemde hoeveelheid koelwater. Dat is dus heel veel.

Vooralsnog lijkt het wijs de pretenties niet te hoog af te stellen, en het onderzoek vooral als fundamenteel te zien met alleen toepassingen in speciale economische “niches”.

Ik voeg hierna twee verslagen toe van mijn beide bezoeken.

Verslag bijscholing Yerseke WUR 23092011

Verslag bijscholing AlgaeParc 07092012

Recensie “Naar een duurzame en solidaire economie”

Ik heb voor Spanning (het interne blad van de SP), op verzoek, een recensie geschreven van het boek “Naar een duurzame en solidaire economie”. Het is een boek vol goede bedoelingen van aardige mensen die nergens iets uitrekenen. Ethiek zou op kennis moeten bouwen en zou de kennis niet moeten vervangen. Dat is een beetje de makke van dit boek.

Enfin, lees de recensie maar. Op het einde staat waar je het boek kunt kopen.

Recensie Platform DSE