Het zou helpen als er minder onzin verteld werd over energie

Ik erger mij met regelmaat aan wetenschappelijke onzin. Ik vind dat de belangen van milieu, klimaat en energie conform de wetenschap verteld moet worden. Bij te veel linkse mensen en milieuactivisten overheerst het primaat van de goede bedoeling boven een verstandelijke berekening van de uitkomst. Ik zou willen dat gevoel en verstand vaker in evenwicht waren.

Columnist Christiaan Weijts schreef in de NRC “Een zonnepaneel op elk dak maakt aardgas onnodig”. Deze bewering is klinkklare onzin en dat weet iedereen, die er ooit, al is het maar de meest rudimentaire, schatting op losgelaten heeft.
Ik heb dat jaren geleden al gedaan voor het toenmalige SP-Tweede Kamerlid Paulus Jansen. Eigenlijk het enige probleem is schatten hoe-
veel dak Nederland heeft. Ik kwam toen op grof geschat 500 km2 aan woningen alleen. Dit op basis van het aantal eengezinswoningen en flats van het CBS en een schatting van mijn eigen (tamelijk gemiddeld) dak. Let wel: dat is bruto. Ik moest in die tijd wat gokken en prikte netto op een kwart van bruto. Bij een jaargemiddelde opbrengst van de huidige zonnepanelen van 16W/m2 zou het volleggen van alle Nederlandse
woningdaken dus jaargemiddeld 2GW opleveren. Alleen al het gasverbruik van huishoudens is vijf maal groter (10,5GW jaargemiddeld).
Het binnenlands verbruik van alle energie in Nederland is ca 3260PJ per jaar. Als je dat rücksichtlos middelt over een jaar, is Nederland 103GW. Dus alle daken volzetten met zonnepanelen in Nederland levert jaargemiddeld 2% op van alle energie. Omdat de elektriciteit ongeveer 13% van alle energie is, is deze hoeveelheid als fractie van de elektriciteit ongeveer eenzesde. Het is goed dit verschil bij het lezen van artikelen over duurzame energie even in gedachten te houden.
Gelukkig werd Weijts door de fact checkers van zijn eigen krant gecorrigeerd. Het statistisch materiaal is tegenwoordig beter. De fact checkers gebruikten een databank van NLExtract, een open sourceproject op
basis van het kadaster, en kwamen tot een totaal dakoppervlak in
Nederland op 1242 km2 (weer bruto). Dat is inclusief schuurtjes, nutsgebouwen, bedrijven etc. Dat geeft op basis van de huidige technologie jaargemiddeld zo’n 20GW op – bruto.
Ingenieursbureau DNV noemt jaargemiddeld netto ongeveer 4,2GW op woningen en 6,8GW, als je ook bedrijven en openbare gebouwen meetelt. De Zonatlas zit ongeveer gelijk met DNV.
Sungevity, de onderneming die dit soort werk feitelijk met de meest geavanceerde satelliet- en LIDAR-metingen en microklimaatkennis uitvoert, komt lager uit, netto op woningdaken ongeveer op 1,7GW jaargemiddeld uit (zie Sungevity-wees realistisch over zonne-energie ). Mijn ruwe schatting was dus achteraf nog niet eens zo’n slechte gok.

Desgevraagd zegt Weijts (geciteerd in de NRC) “Ik heb het niet uit-
gerekend, het was een soort dichterlijke vrijheid.”
. Hij kletste dus opzettelijk uit zijn nek.
Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Zonnepanelen op het dak van hotel Reiterhof Zierow aan de Oostzee (vakantie 2015). OP de grond onze fietsen.
Zonnepanelen op het dak van hotel Reiterhof Zierow aan de Oostzee (vakantie 2015). OP de grond onze fietsen.
De bijbehorende elektronica.
De bijbehorende elektronica.

Ook de door mij overigens zeer gewaardeerde website van de professionals-organisatie ENSOC (https://www.ensoc.nl/) maakte op 20 augustus 2015 een uitglijder in een kop “Nederland kan CO2-doel halen met energiebesparing”.
Bedoeld werd vóór 2020 en dat zou beweerd zijn door 28 wetenschappers in een brief aan Rutte. Die wetenschappers vonden dat het kabinet niet in beroep moest gaan tegen het Urgenda-vonnis, iets waar ze helemaal gelijk in hadden. Ik ben mede-eiser, dus die mening ligt voor de hand ( zie Urgenda wint klimaatzaak voor beter Nederlands klimaatbeleid ).
Alleen hadden die 29 wetenschappers (er zat een telfout in) dat helemaal niet gezegd. Uit de rest van het artikel en nog meer uit de brief zelf bleek, in afwijking van de kop, dat de wetenschappers zeven maatregelen genoemd hadden, waaronder geen kleine. De energiebesparing in de gebouwde omgeving is er daarvan slechts één.
Ik kom op deze brief apart terug. Ik blijf lezing van de site van ENSOC aanbevelen.

Het probleem met dit soort bagatelliserende onzin is dat mensen gaan denken dat de minst populaire maatregelen wel uit- of afgesteld kunnen worden. Waarom nog windmolens plaatsen of mest gaan vergisten als het helemaal niet nodig is? Het staat toch in de krant dat je er met zonnepanelen op daken komt?

Terwijl de werkelijkheid helemaal niet zo aangenaam is, maar wel onvermijdelijk. Het is èn wind èn zon èn biomassa èn centrale warmte-
levering. Meer smaken heb je niet, als je geen kernenergie wil. Tenminste, geen smaken die kwantitatief binnen Nederland zoden aan de dijk zetten.

Mogelijk verband tussen luchtvervuiling en beroertes

De Journal of Exposure Science and Environmental Epidemiology (JES, vallend onder Nature) heeft op 1 april 2015 een onderzoek gepubliceerd naar het verband tussen luchtvervuiling en beroertes. Het onderzoek is gedaan door tussen 1992 tot 2004 22,587 individuen uit Stockholm te selecteren en die te volgen tot 2011.

Een toename van 20μg/m3 NO2 betekende dat de kans op een beroerte 16% groter was. Het onzekerheidsinterval is echter zo groot, dat deze uitkomst niet significant is (dat loopt van -17 tot + 61%).
Voor PM10 leidde een toename van 10μg/m3 tot 14% meer risico, ook hier niet statistisch significant (het interval liep van -32 tot + 90%).

Dit soort effecten blijken pas in beeld te komen als je heel nauwkeurig kijkt en naar grote groepen. Het zou goed zijn een dergelijk onderzoek in Nederland te herhalen met geavanceerde blootstellingsberekeningen en nog grotere groepen dan die in Stockholm.

De abstract is hier–> Luchtkwaliteit en beroertes_Stockholm_JES2015 te lezen.

De volledige tekst is te vinden op http://www.nature.com/jes/journal/v25/n5/full/jes201522a.html?WT.ec_id=JES-201509&spMailingID=49351578&spUserID=MTA5MzYxNTMwNzAzS0&spJobID=742955071&spReportId=NzQyOTU1MDcxS0

Voor een interpretatie op basis va Eindhoven zie op deze site Reusachtig Nederlands onderzoek naar luchtvervuiling en sterfte

Gezondheidseffecten van NO2-concentraties op het werk- of schooladres en onderweg

De Journal of Exposure Science en Environmental Epidemiology (JES, vallend onder Nature) schreef op 10 december 2014 over gezondheidseffecten van luchtvervuiling, als je ook buitenluchtconcentraties op het adres van je school of werkplek meetelt en wat je onderweg op doet. Dit op basis van onderzoek in Basel (een grote stad in Zwitserland).

Meestal kijken epidemiologische studies (i.v.m. luchtkwaliteit) alleen naar het verband tussen het woonadres en gezondheidseffecten. Op deze site is daarvan onder  Reusachtig Nederlands onderzoek naar luchtvervuiling en sterfte een goed voorbeeld te vinden.

Het artikel in JES zegt voor het effect van de stof NO2 dat als men op
relevante tijden ook het adres van werk of school inbouwt, dat tot 12% hogere effecten leidt (spreiding 11-14%). Blijkbaar liggen werk en school systematisch op vuilere plekken.

Als je ook het effect van het woon-werk of woon-schoolverkeer meeneemt, komt daar voor de bevolking als geheel nog 3,2% bij, maar dat bedrag is gespreid tussen 0,1 – 13,5%. Voor een specifieke doelgroep die tussen Basel-stad en Basel-platteland was dat percentage 4% met een veel kleinere spreiding van 4 a 5%.

Het onderzoek is te vinden op http://www.nature.com/jes/journal/v25/n5/full/jes201483a.html?WT.ec_id=JES-201509&spMailingID=49351578&spUserID=MTA5MzYxNTMwNzAzS0&spJobID=742955071&spReportId=NzQyOTU1MDcxS0 .

De abstract is hier –> gezondheidsaffecten van woon-werkverkeer ivm luchtkwaliteit_Basel te lezen.

In GMO-discussies heet iets te gauw een feit en is er te gauw paniek – een case study

Een case study
Ik heb een discussie lopen met mijn gewaardeerde kennis Alexander over Genetisch geModificeerde Organismen (GMO’s). Dat heeft op deze website al tot een omvangrijk artikel geleid (Genetische Modificatie is normale techniek). Alexander is anti-GMO activist, ik niet.
Ik vind dat het genetisch modificeren van organismen een normale
zakelijke beoordeling verdient, die erin kan uitmonden dat deze technieken in de vaste toolbox van de genetica worden opgenomen. De noden in deze wereld zijn zo groot dat iemand een heel goed verhaal moet hebben om nieuwe ideeën al bij voorbaat categorisch uit te sluiten. Zo’n goed verhaal ben ik tot nu toe niet over GMO’s tegengekomen. Als je de originele bronnen (onvervormd door talloze versterkingsloops over het Internet) analyseert, is het algemene patroon dat deelaspecten te vaak worden opgeblazen tot algemeen geldende waarheden. Met sommige van die deelaspecten ben ik ook niet blij, zoals het rondspuiten met Roundup, het patentrecht op levende organismen en de bedrijfspolitiek van Monsanto en verwante ondernemingen.

In de discussie legt Alexander mij met enige regelmaat nieuwe studies voor. Zo kreeg ik van hem toegestuurd het artikel Do GMOs Accumulate Formaldehyde and Disrupt Molecular Systems Equilibria? Systems Biology May Provide Answers. Dat staat in Agricultural Sciences van juli 2015 (zie http://www.scirp.org/journal/PaperInformation.aspx?PaperID=57871#.VaQQsbX4fQR ). Daarmee zou vast staan dat in GMO-
sojabonen accumulatie van het giftige formaldehyde optreedt en dat de plant bijna geen glutathion meer maakt. En dit ‘feit’ gaat het rondzingcircuit op Internet in.
sojaplant_3
Ik wou dat wel eens zien, dus het artikel gedownload. Het leek me een goede case study.
Waar het echt biochemisch wordt, kan ik het niet meer beoordelen, maar het verhaal begint met enkele belangrijke methodologische kenmerken.
1) De studie baseert zich op biologische pathway’s die specifiek Roundup onschadelijk maken in specifiek soja. Daarbuiten heeft de studie geen bewijskracht.
2) De auteur zet zich af tegen een reductionistische aanpak. Ik ben er als fysicus juist een groot voorstander van dat je zo goed mogelijk alle
omstandigheden gelijk of minstens onder controle houdt die je niet wilt variëren, zodat je op het eind een duidelijk beeld hebt van wat oorzaak is en wat gevolg. Afzien van een reductionistische aanpak is voor mij een zwaktebod. Je kunt er soms niet onderuit en met degelijke statistiek, toegepast op een hele grote set proefresultaten, kun je soms nog iets zinvols zeggen.
Juist bij voedingsonderzoek loopt dit vaak mis. Voedselbeweringen worden dan ook met regelmaat ingetrokken of bijgesteld.
3) Op dit wankele uitgangspunt laat de auteur modelberekeningen los. De boodschap van het artikel is slechts de uitkomst van die modelberekening. Er heeft geen verificatie plaatsgevonden, bijv. door met een vloeistofchromatograaf te kijken of je inderdaad wel formaldehyde en geen gluthation in de betreffende sojaplanten vindt. Ik zie de uitkomst als een interessante hypothese die pas een feit wordt na meting.

Voor alle duidelijkheid, ik doe dus geen uitspraak of het onderzoek goed of slecht is.

Hoe erg is die uitkomst als hij waar zou zijn?
Het klinkt heel dreigend dat er in soja geen gluthation zou zitten en wel formaldehyde, maar hoe erg is dat nou feitelijk? Is paniek geboden?
gluthation
Gluthation is een tripeptide, dat bestaat uit drie gangbare aminozuren. De stof is voor het lichaam niet essentieel, omdat het lichaam de stof zelf kan aanmaken uit bouwstenen, die in een normaal voedselpatroon zitten. De stof is ook als voedselsupplement te krijgen. Het maakt dus
feitelijk weinig uit of er wel of geen gluthation in GMO-soja zit. Wie een begrijpelijke uitleg wil, kan o.a. bij Wikipedia terecht.

Word je ziek van de formaldehyde in soja?
Op de eerste plaats blijkt uit het model dat de formaldehyde-concentratie in de plant na ruim een half jaar uitgegroeid zou zijn tot pakweg 20 nmol/liter plantenvocht, zijnde 600 ngr/liter.
Omdat formaldehyde een kookpunt heeft van -19⁰C en in de gasvorm instabiel is, bestaat het in alledaagse omstandigheden slechts als gasvormige oplossing in water. Daarin lost het bij kamertemperatuur goed op, omdat de stof met water doorreageert.
De gangbare recepten raden aan om sojabonen even in ruim water te koken. In de literatuur is niet te vinden wat een zeer sterk verdunde formaldehydeoplossing in water doet bij 100 graad C. Als je een hoeveelheid sojabonen kookt waar 1 liter plantenvocht in zit,  gaat de formaldehyde waarschijnlijk deels in de ruimere hoeveelheid kookwater zitten (die afgegoten wordt), deels in de atmosfeer en deels wordt het afgebroken. Als alle formaldehyde uit een liter vocht in sojabonen in de lucht in een keuken van 24m3 bleef hangen, zou dat een concentratie geven van 25 ngr/m3. De Nederlandse MAC-waarde ligt ongeveer 10000* zo hoog en er bestaan afzuigkappen.
afzuigkap
De mensheid eet al eeuwen planten die zeer veel giftiger zijn als formaldehyde-soja, zoals bijvoorbeeld de aardappel en de cassave. Daar moet je zeker wel oppassen.
Aardappelplanten bevatten forse hoeveelheden solanine, een krachtig gif met een darmbeschadigende en neurotoxische werking, en cassave kan tot
solanine
1000mg/kg blauwzuur bevatten. Dat de mensheid de consumptie van deze gewassen al evenzovele eeuwen overleeft, komt omdat a) de vergiften niet of weinig in dat deel van de plant zitten wat je eet (dat wordt bij het formaldehyde-verhaal trouwens niet gespecificeerd) en b) omdat de eetbare delen geprepareerd worden en gekookt (bij aardappels snij je de groene stukken en de schil en de uitlopers weg en gaat de solanine in oplossing bij het koken of frituren).

De moraal
Kortom, dat er geen gluthation en wel formaldehyde in GMO-soja zit is een hypothese die verder onderzoek verdient, en ook als dat zo zou zijn, is nog niet duidelijk wat het probleem is.
Ik zie wel een probleem in het rondspuiten van kilotonnen Roundup, maar dat is vanwege de effecten van de Roundup zelf en vooralsnog niet vanwege het genetisch materiaal in planten die er resistent tegen gemaakt zijn.

Het vliegtuig dat niet mocht landen op Eindhoven Airport?

Mijn vrouw en ik waren vanaf 19 juli met vakantie. Via een eenvoudige Ipad hebben we het nieuws gevolgd. Daarop het nieuws van het Transavia-toestel, dat in een storm terecht gekomen was en had willen landen op Eindhoven Airport. Het was echter wel onaangenaam aan
boord, maar er werd geen noodsituatie gemeld en Eindhoven Airport zat al aan zijn geluidstaks. Dat was overigens al maanden bekend. Vandaar dat het toestel uiteindelijk niet in Eindhoven landde, maar op Schiphol.
Zoals te verwachten was, werd het incident meteen door belangen-
organisaties vanuit de vliegwereld aangegrepen om te pleiten voor versoepeling of afschaffing van de in Eindhoven geldende regels. Ook Tweede Kamerleden stonden overhaast met hun reactie klaar.
Ik wist niet of mijn medebestuursleden van het Platform de 10 Geboden voor Eindhoven Airport, vanwege hun vakantie, in staat waren op korte termijn te reageren. Ik vond dat dat moest gebeuren. Vandaar dat ik vanaf mijn vakantieadres onderstaande ingezonden brief aan het ED gestuurd heb. Die is niet geplaatst. Wel is een brief van mijn mede-Platformbestuurslid Egbert van der Pas geplaatst met vergelijkbare argumenten. Ook is er contact geweest tussen het ED en Klaas Kopinga van het Platform en de BOW.

Omdat het Aldersadvies uitgekomen is tijdens mijn vakantie en het teveel gevraagd is dit omvangrijke epistel, met vele bijlagen, op een eenvoudige Ipad te ontvangen, moet ik de beoordeling van het Aldersadvies in deze kolommen nog even uitstellen. Het is duidelijk dat de randgemeenten, de BOW en de BMF tegen zijn en er geen eenstemmigheid bereikt is.

Hieronder alsnog de tekst van de ingezonden brief.

Geachte redactie,

Naar aanleiding van de geweigerde Transaviavlucht op Eindhoven Airport is het te verwachten offensief van belanghebbenden op gang gekomen tegen de regels op dit vliegveld. 

Ik stel het op prijs om namens het Platform de 10 geboden voor Eindhoven Airport in reactie op het bericht en de commentaren erop enkele punten scherp te stellen.
1) het Platform en de aangesloten organisaties hebben bij elke gelegenheid gesteld dat de veiligheid voorop moet staan. In noodsituaties moet een vliegtuig kunnen landen. 
2) Zoals al een paar keer opgemerkt, was er geen noodsituatie. De passagiers werden door hevige turbulentie getroffen, maar dat is een inherent risico bij vliegen en heeft niets met de regels rondom Eindhoven Airport te maken.
3) het probleem is niet dat er afspraken m.b.t. openingstijden bestaan, maar dat de directeur van het vliegveld alle ruimte tot het laatste gaatje dicht vliegt. Hij heeft de voor 2016 voorziene passagiersaantallen al in 2014 gehaald. Als de directeur niet zo gepreoccupeerd was om eigenlijk het liefst 120% van zijn aantallen te halen en in plaats daarvan genoegen nam met 98% , had het geschetste probleem niet bestaan. 
Ik wijs er ook op dat het probleem niet ophoudt te bestaan als het vliegveld een uur langer open geweest zou zijn. Vroeg of laat zou zich dan hetzelfde probleem een uur later voorgedaan hebben. De oorzaak zit niet in de beperkingen, maar in het ontbreken van reserveruimte.
Het probleem zou alleen ophouden te bestaan als er helemaal geen regels meer waren – precies wat de consequentie is van wat de Vereniging van Verkeersvliegers zegt en waarschijnlijk ook wil. Voor de volksgezondheid rond het vliegveld zou dat onaanvaardbaar zijn. De vliegerij zou dan de enige bedrijfstak zonder milieuregels zijn – weer opnieuw, dat is waarschijnlijk precies wat genoemde Vereniging het liefste zou zien.
4) De ontroerende woorden over stillere vliegtuigen: het klopt. Die bestaan. Alleen worden ze op Eindhoven Airport niet voorgeschreven. Sinds de laatste vooruitgang in 2013 (waarbij categorie  F, E, en D uitgefaseerd zijn, zit er verder geen schot in de vooruitgang. Als Hans Alders in zijn advies gezet had dat vliegtuigen in de klasse B737 en A320 op termijn (bijv. vanaf 2016) alleen nog van de A- en B-categorie mochten zijn ( dus ook C uitfaseren) hadden de reacties op het advies er heel anders uitgezien.
5) De woningisolatie helpt alleen als je binnen zit met je raam dicht. Waarom moeten grote delen van de regio zich een onaangename leefsituatie getroosten alleen om mensen, die voor een groot deel van buiten de regio komen, tijdelijk een aangename leefsituatie te bezorgen? 
Maar afgezien daarvan, de laatste woning rond ons vliegveld is een halve eeuw geleden geïsoleerd als gevolg van de baanverdraaiing. Sinds de explosieve groei van het vliegveld op gang gekomen is (pakweg 10 a 15 jaar geleden) , is er in de hele regio nog geen woning geisoleerd. Waar heeft de Vereniging van Verkeersvliegers, dit schijnheilige gezelschap, het eigenlijk over?
 
Bernard Gerard
Secretaris Platform de 10 geboden voor Eindhoven Airport

Nut en risico’s van covergisting

Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft een evaluatie laten opstellen over het vergisten van mest onder gebruikmaking van toegevoegd materiaal (covergisting). Dit werkstuk, met de hierboven vermelde titel, heeft ze op 17april 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd (zie –> nut-en-risico-s-van-covergisting_2015_kamerbrief de aanbiedingsbrief). De tekst is opgesteld door topmensen uit Wageningen, in afstemming met een projectgroep met daarin relevante overheidsinstanties. Het rapport is uiterst relevant voor Brabant. Voor het rapport zie http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2015/02/01/nut-en-risico-s-van-covergisting.html

Een samenvatting met toegevoegd commentaar mijnerzijds.
mestvergister-r

Er zijn in Brabant veel te veel dieren….
De veeteelt in het algemeen en de mestproductie in het bijzonder roepen in Brabant emoties op. Deze grote emoties gaan niet altijd gepaard aan een even grote kennis. Voor die kennis komt bovengenoemd rapport goed van pas.

De veeteelt in Brabant is volledig uit zijn krachten gegroeid en dat bedreigt de leefbaarheid van het platteland en de gezondheid van omwonenden. Bovendien is een dergelijke landbouw niet mogelijk op basis van gesloten kringlopen. Ik zie de emoties, die de Brabantse landbouw oproept, als een positieve kracht richting verandering.
Het aantal dieren moet fors omlaag. Ik hou me vooralsnog aan de vuistregel van SP-Tweede Kamerlid Eric Smaling ‘een volledig grondgebonden rundveehouderij en een kwart minder varkens’.

… maar dat heeft niets met mestbewerking te maken
Ik vind de emoties rond de bewerking van mest eerder een negatieve kracht.

De veeteelt in Europa wordt niet door de totale hoeveelheid mest ingeperkt, maar door twee bestanddelen daarvan, nitraat en met name fosfaat. Geen enkele vorm van mestbewerking haalt fosfor uit de mest en stikstof meestal ook niet. Het enige dat mestbewerking doet (welke dan ook) is dezelfde hoeveelheden stikstof en de fosfor chemisch en natuurkundig anders verpakken.
Alleen een maatregel die stikstof en fosfor uit het Brabantse systeem haalt, leidt (vanuit het perspectief van een boer) tot een “oplossing”. Export zou zo’n “oplossing” zijn. In essentie betekent dat dat de one way-transportband van Argentinië en Brazilië naar Brabant een verlengstuk krijgt naar Groningen, Noord-Frankrijk of Duitsland. Ik ben tegen een dergelijke oplossing omdat die de kringlopen niet sluit, maar verlengt. Het maakt echter voor de discussie “wel of niet vergisten” niet uit want ook niet-vergiste mest kan geëxporteerd worden. De export hangt (als aan zekere kwaliteitseisen voldaan wordt) niet af van de chemische of natuurkundige verpakking.
Ik heb overigens geen zicht op de (mogelijke) getallen van de export.

Covergisting kan bijdragen aan duurzame energie
Mestvergisting met hulpstoffen kan wel gunstig werken op twee samenhangende andere problemen, nl broeikasgassen en duurzame energie. Hier geeft het rapport goede informatie.
duurzame energie in 2012

In 2012 werd er uit covergisting-biogas 4,15PJ opgewekt (1PJ=1000TJ). Dat was op een totaal van 97,8PJ aan duurzame energie. Het binnenlands verbruik was in dat jaar 3255PJ, waarvan na aftrek van omzettingsverliezen en in chemicalien opgeslagen energie ca 2820PJ netto overbleef.
Het getal 4,15PJ is op basis van 8 miljoen van de 403 miljoen kg in de stal uitgescheiden mest (kg betekent kg P2O5). Op papier zou de energieproductie uit mest dus ongeveer 50 maal zo hoog kunnen zijn, dus grofweg (op nationale schaal) 200PJ. Dat zal in praktijk bij lange na niet gehaald worden, maar covergisting kan toch wel flink aantikken. Stel voor het gemak 60% van het huidige aantal dieren en stel dat van de mest van die dieren de helft vergist zou worden en stel dat je daarvoor genoeg covergistingsmateriaal had, dan zou dat 60PJ per jaar leveren. Dat is meer dan de jaaropbrengst van de drie geplande windparken op zee.
Hier staat erg vaak ‘stel’. Een belangrijke beperking is de beschikbaarheid van voldoende covergistingsmateriaal. Daar raakt deze discussie verweven met de algemene afval- en biomassa-discussie. Biomassa is tamelijk schaars en al gauw duur. Ook afval kan soms ver-
werkt worden (waarmee een negatieve waarde positief kan worden), maar daaraan zitten haken en ogen.

Let wel: ik pleit er niet voor pleit om dieren te gaan fokken om mest te gaan maken om biogas te maken. Die route is verschrikkelijk inefficiënt – dan kun je beter van het veevoer rechtstreeks biogas maken. Het gaat me om de energie, die in de reeds aanwezige mest zit.

Covergisting kan bijdragen aan het klimaat
Het rapport zegt dat in 2012 covergisting 0,21% in mindering bracht van de Nederlandse CO2 – equivalenten. Dat is op dezelfde 8 miljoen kilo mest van de 403 miljoen gebaseerd. Naast het CO2-gevolg van het
duurzame energie-verhaal brengt mestvergisting zeer veel minder methaan in de atmosfeer en ongeveer evenveel of iets meer lachgas – beide krachtige broeikasgassen.

Een nog onvolwassen techniek en handhaving
Uit het rapport rijst het beeld op van een nog jonge techniek, armlastig, fraudegevoelig, met soms slecht geschoolde bedieners, onvoldoende technische voorschriften (bijvoorbeeld een verplichte af-fakkel) en een tekortschietende handhaving. Maar sommige van de 102 mest-covergisters in Nederland doen het wel goed.
Als de sector zich verder wil ontwikkelen, moet er dus het nodige gebeuren. Het rapport geeft hiertoe een flink aantal conclusies en aanbevelingen.

Goed geëxploiteerde mestvergisters zijn niet vreselijk gevaarlijk. De VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering noemt als gevaar-afstand 30 m (ter vergelijking: voor een klein LPG-station is dat 50 m). Dit in de VNG-editie 2009, toen de vergisters nog niet zo groot waren. Mogelijk is het nu iets meer. Een BEVI-achtige simulatie kwam op 50m.
De Raad van State trekt 500 m als grens van de belanghebbendheid.
Hele grote vergisters vallen vanwege het explosiegevaar onder het BRZO (Besluit Rampen en Zware Ongevallen). Ik heb zelf al eens gesuggereerd om de middelgrote vergisters tot categorie in het BEVI te maken (Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen).
De giftigheid van CO2 en H2S gelden vooral de exploitant en horen eerder onder de ARBO-wet thuis.
De microbiële gevaren van vergiste mest zijn gelijk of kleiner dan die van onbehandelde mest.

Het enige bekende dodelijke arbeidsongeval is dat in 2011 iemand door het rotte dak van een vergister is gezakt. Verder hebben mensen substantiële hinder (maar geen gevaar) ondervonden van storingen bij een slecht geëxploiteerde vergister in Coevorden.
Incidenten met dodelijke afloop, zoals in Makkinga of bij Reiling, vinden plaats met onbewerkte mest of slib. Die is een stuk gevaarlijker dan vergiste mest.

Nauwelijks of geen gevolg voor de bodem
Het rapport zegt dat mestvergisting op de langere termijn niet veel effecten op het organisch stofgehalte van de bodem heeft. De vergister breekt vooral het makkelijke organische materiaal af, maar dat doet de bodem in korte tijd ook met onbewerkte mest. Lignine bijvoorbeeld wordt in de vergister niet afgebroken en in de bodem langzaam.

Ruimtelijke ordening – aspecten
Het rapport besteedt met reden veel aandacht aan de ruimtelijke
ordening – aspecten. Waar zet je een vergister neer en hoe regel je het transport naar en van?
Er bestaat in den lande geen eenduidige mening. Zowel een industrieterrein als een agrarisch perceel kunnen voor- en nadelen met zich meebrengen wat betreft afstanden, transportbewegingen en omgevingshinder. Het rapport suggereert, zonder dat met zoveel woorden te zeggen, een gezond verstand – oplossing. Ik neem die suggestie graag over.

Zie verder Gedachten bij het opstappen van de voorzitter van Mestac

New Horizons vliegt langs Pluto

Eens een keer een thema dat afwijkt van wat ik normaliter meestal op deze site behandel: de eerste close ups van de dwergplaneet Pluto, gemaakt door de VS-ruimteverkenner New Horizons. Ik vind een dergelijk stukje pure wetenschap leuk. En ik vind in zijn algemeenheid kennis een groot goed voor de mensheid.

Alle informatie is te vinden op https://www.nasa.gov/mission_pages/newhorizons/main/index.html .
Zie op https://youtu.be/93SkmOj06Xo voor een filmpje .

PMWP 2016 – 2021 is een goed plan

Ik heb het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PMWP) bekeken. Dat is, zeg maar, het nieuwe vijfjarenplan van de provincie op milieugebied. Het oude plan loopt binnenkort af.

De provincie had vroeger een apart Milieuplan en Waterplan. Die twee zijn nu geïntegreerd. Het geheel ligt t/m 21 juli 2015 ter inzage, inclusief kaartmateriaal en een PlanMER. Die PLanMER zegt in een notedop dat het voorgenomen beleid nergens schade aanricht en soms tot voordeel leidt.

De toon en het ambitieniveau van het plan staat me aan. Het bevat enkele onderwerpen waarvan ik vond dat die er in thuis hoorden, zoals aandacht voor de bodemkwaliteit en meer aandacht dan het minimale voor energiekwesties, luchtkwaliteit en de gevolgen van het vliegverkeer.
Ik vind bijvoorbeeld ook dat het verhaal van de kringlopen in de landbouw en de mestproblematiek zo goed mogelijk worden nagestreefd, gegeven de te beperkte beleidsvrijheid die de provincie in deze van het Rijk krijgt.

Dat neemt niet weg dat ik nog wel wat manco’s zie. Ik noem die kort en puntsgewijze. De volgorde is willekeurig.

En verder: het is een abstracte tekst vol goede bedoelingen, maar de praktijk moet leren wat er van terecht komt.

Honderd handtekeningen voor Allemaal Lokaal opgehaald op Strijp S

Drie mensen van Milieudefensie Eindhoven (Dorry, Hannie en ikzelf) hebben op 12 juli 2015 handtekeningen opgehaald voor de actie Allemaal Lokaal. Dat gebeurde op Strijp S, waar op dat moment de Feelgoodmarkt en De Wijvenkraam veel publiek trokken.
We hebben 100 handtekeningen opgehaald in zeer matig weer.

Dorry aan het werk
Dorry aan het werk
Hannie
Hannie

In totaal zijn er t/m 12 juli in Eindhoven ruim 160 handtekeningen opgehaald bij in totaal twee gelegenheden.

Zie hier een samenvatting van de inhoud van de actie: flyer Eindhoven allemaal lokaal

Als een van de lezers van deze rubriek een goede gelegenheid weet, waar wij na de vakantie met onze actie kunnen gaan staan, hou ik mij aanbevolen.

Commentaar op de ontwerp-milieubeschikking Coppens Diervoeding

De vele beesten in Zuid-Oost Brabant moeten eten. Daarom zijn veevoederbedrijven een essentiëel onderdeel van het agrarisch-
industriele complex. Coppens Diervoeding op het BZOB-terrein in Helmond is een van die bedrijven.

Coppens Diervoeding
Coppens Diervoeding

Dit tot diep verdriet van de omwonenden in de Helmondse wijk Brouwhuis, want Coppens stinkt regelmatig. Daarover ligt het bedrijf momenteel in de clinch met het bevoegd gezag, de provincie. Dwangsommen en procedures halen de krantenkoppen. De ervaringen met Coppens hebben een soort trauma opgebouwd in de buurt.
Namens de buurt spreekt de Wijkraad en er is ook een actiegroep Stop de Stank Brouwhuis, die het allemaal niet radicaal genoeg gaat en die er met het nodige verbaal geweld, zij het helaas anoniem, op los timmert. De actiegroep eist ‘365/0’ , waarmee gezegd wil zijn dat het 365 dagen per jaar 0 mag stinken.

Terwijl de clinch-gesprekken lopen, ligt er ook een aanvraag om de productie uit te breiden van 180.000 naar 400.000 ton (400kton) per jaar. Een oude visvoerlijn wordt afgebroken en vervangen door een grote lijn voor gewoon diervoer (waarvan er al drie waren). In de nieuwe situatie mogen de drie oude lijnen samen 252kton/y draaien en de nieuwe 148kton/y.
Voor de nieuwe lijn en voor de productieverhoging is een omgevings-
vergunning aangevraagd. De ontwerp-beschikking ligt van 26 juni t/m 6 augustus 2015 ter inzage (dus voor een deel in de zomervakantie). Ik heb die ontwerp-beschikking bestudeerd.
coppens_diervoeding-1
Het is verstandig hier wat relativerende voorbehouden te maken. De vele bijlagen zijn niet digitaal toegankelijk. De berekeningen zijn niet te controleren, ik ken het bedrijf niet van binnen en heb geen ervaring in de branche. De werkelijkheid kan dus straks blijken af te wijken van het papieren model – overigens ook de goede kant op.

Voor diervoedingbedrijven geldt op de eerste plaats landelijke regel-
geving, de Bijzondere Regeling A3 Diervoeding, die is opgenomen in de Nederlandse Emissie Richtlijn (NeR/BRD). Daarnaast geldt er een provinciale verordening (dd 3 nov 2011) ‘Beoordeling geurhinder omgevings-
vergunningen industriële bedrijven’. (voor alle duidelijkheid: voor bedrijven geldt dus een ander wettelijk kader als voor veehouderijen).

Coppens wil de afzuiging van de vier productielijnen samenvoegen en laten uitkomen op een schoorsteen, die verhoogd wordt tot 65m. De nieuwe lijn (waarvoor de strengere criteria voor een nieuwe situatie gelden) krijgt een koude oxidatie-inrichting die 80% of meer van de stinkende stoffen wegvangt. Als extra is afgesproken dat die inrichting overcapaciteit heeft, waardoor er tegelijk ook één van de oude lijnen op aangesloten kan worden. Dat gaat gebeuren als er varkensvoer doorheen gaat met zowat een kwart eiwit of meer. Dergelijk voer mag dan ook alleen maar op die ene lijn verwerkt worden.

Waarmee je in de discussie over de BBT’s komt. Officieel betekent dat de Best Beschikare Technieken, maar in praktijk betekent dat voor een deel ook Best Betaalbare Technieken. Bovengenoemde 80% kan best hoger. Die technieken zijn bekend en zeker in combinatie is het best mogelijk boven de 90% afvangen uit te komen. Maar met de branche is afgesproken dat dat normaal gesproken niet hoeft.
coppens_diervoeding-2
Nu kan men zich afvragen in hoeverre de situatie op het BZOB onder ‘normaal gesproken’ valt. Er staat meer op het BZOB-terrein dat stinkt en de buurt zou het in alle redelijkheid op een cumulatie van problemen kunnen gooien.
En omdat het bevoegd gezag (de provincie) wettelijk een zekere beleids-
vrijheid heeft, zou de provincie eisen kunnen stellen die de NeR/BRD te boven gaan. In zekere zin is het aanbod van Coppens om een van de bestaande lijnen aansluitbaar op de koude oxidatie-inrichting te maken een voorbeeld van zo’n bovenminimale voorziening.

Al met al verwacht de provincie dat door de hogere schoorsteen en de wettelijke en bovenwettelijke maatregelen de stank flink achteruit zal gaan, ondanks de productieverhoging. 365/0 zal het niet worden.

Hoewel ik de voorliggende vergunning zeer redelijk vind, kan ik mij voorstellen dat de omgeving probeert er extra bepalingen bij aan te duwen en te trekken, bijvoorbeeld 90% ipv 80% afvang en/of een nog hogere schoorsteen.
Maar niet alles valt te vangen in wetten. De stank is bijvoorbeeld afhankelijk van weer en windrichting, en van een professionale be-
drijfsvoering. Sommige dingen vallen alleen te verwoorden als een soort algemene achtervang-intentie, eventueel neergelegd in een convenant met omwonenden. Gezien de ervaringen in het verleden is dat een gevoelig onderwerp. Misschien moeten de omwonenden hier toch over hun eigen schaduw heen springen.

Ik heb mijn commentaar aan de Wijkraad ter beschikking gesteld.

Zie ook: Geurregelgeving rond industriële bedrijven in Brabant
en Geur Coppens