New Horizons vliegt langs Pluto

Eens een keer een thema dat afwijkt van wat ik normaliter meestal op deze site behandel: de eerste close ups van de dwergplaneet Pluto, gemaakt door de VS-ruimteverkenner New Horizons. Ik vind een dergelijk stukje pure wetenschap leuk. En ik vind in zijn algemeenheid kennis een groot goed voor de mensheid.

Alle informatie is te vinden op https://www.nasa.gov/mission_pages/newhorizons/main/index.html .
Zie op https://youtu.be/93SkmOj06Xo voor een filmpje .

PMWP 2016 – 2021 is een goed plan

Ik heb het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PMWP) bekeken. Dat is, zeg maar, het nieuwe vijfjarenplan van de provincie op milieugebied. Het oude plan loopt binnenkort af.

De provincie had vroeger een apart Milieuplan en Waterplan. Die twee zijn nu geïntegreerd. Het geheel ligt t/m 21 juli 2015 ter inzage, inclusief kaartmateriaal en een PlanMER. Die PLanMER zegt in een notedop dat het voorgenomen beleid nergens schade aanricht en soms tot voordeel leidt.

De toon en het ambitieniveau van het plan staat me aan. Het bevat enkele onderwerpen waarvan ik vond dat die er in thuis hoorden, zoals aandacht voor de bodemkwaliteit en meer aandacht dan het minimale voor energiekwesties, luchtkwaliteit en de gevolgen van het vliegverkeer.
Ik vind bijvoorbeeld ook dat het verhaal van de kringlopen in de landbouw en de mestproblematiek zo goed mogelijk worden nagestreefd, gegeven de te beperkte beleidsvrijheid die de provincie in deze van het Rijk krijgt.

Dat neemt niet weg dat ik nog wel wat manco’s zie. Ik noem die kort en puntsgewijze. De volgorde is willekeurig.

En verder: het is een abstracte tekst vol goede bedoelingen, maar de praktijk moet leren wat er van terecht komt.

Honderd handtekeningen voor Allemaal Lokaal opgehaald op Strijp S

Drie mensen van Milieudefensie Eindhoven (Dorry, Hannie en ikzelf) hebben op 12 juli 2015 handtekeningen opgehaald voor de actie Allemaal Lokaal. Dat gebeurde op Strijp S, waar op dat moment de Feelgoodmarkt en De Wijvenkraam veel publiek trokken.
We hebben 100 handtekeningen opgehaald in zeer matig weer.

Dorry aan het werk
Dorry aan het werk
Hannie
Hannie

In totaal zijn er t/m 12 juli in Eindhoven ruim 160 handtekeningen opgehaald bij in totaal twee gelegenheden.

Zie hier een samenvatting van de inhoud van de actie: flyer Eindhoven allemaal lokaal

Als een van de lezers van deze rubriek een goede gelegenheid weet, waar wij na de vakantie met onze actie kunnen gaan staan, hou ik mij aanbevolen.

Commentaar op de ontwerp-milieubeschikking Coppens Diervoeding

De vele beesten in Zuid-Oost Brabant moeten eten. Daarom zijn veevoederbedrijven een essentiëel onderdeel van het agrarisch-
industriele complex. Coppens Diervoeding op het BZOB-terrein in Helmond is een van die bedrijven.

Coppens Diervoeding
Coppens Diervoeding

Dit tot diep verdriet van de omwonenden in de Helmondse wijk Brouwhuis, want Coppens stinkt regelmatig. Daarover ligt het bedrijf momenteel in de clinch met het bevoegd gezag, de provincie. Dwangsommen en procedures halen de krantenkoppen. De ervaringen met Coppens hebben een soort trauma opgebouwd in de buurt.
Namens de buurt spreekt de Wijkraad en er is ook een actiegroep Stop de Stank Brouwhuis, die het allemaal niet radicaal genoeg gaat en die er met het nodige verbaal geweld, zij het helaas anoniem, op los timmert. De actiegroep eist ‘365/0’ , waarmee gezegd wil zijn dat het 365 dagen per jaar 0 mag stinken.

Terwijl de clinch-gesprekken lopen, ligt er ook een aanvraag om de productie uit te breiden van 180.000 naar 400.000 ton (400kton) per jaar. Een oude visvoerlijn wordt afgebroken en vervangen door een grote lijn voor gewoon diervoer (waarvan er al drie waren). In de nieuwe situatie mogen de drie oude lijnen samen 252kton/y draaien en de nieuwe 148kton/y.
Voor de nieuwe lijn en voor de productieverhoging is een omgevings-
vergunning aangevraagd. De ontwerp-beschikking ligt van 26 juni t/m 6 augustus 2015 ter inzage (dus voor een deel in de zomervakantie). Ik heb die ontwerp-beschikking bestudeerd.
coppens_diervoeding-1
Het is verstandig hier wat relativerende voorbehouden te maken. De vele bijlagen zijn niet digitaal toegankelijk. De berekeningen zijn niet te controleren, ik ken het bedrijf niet van binnen en heb geen ervaring in de branche. De werkelijkheid kan dus straks blijken af te wijken van het papieren model – overigens ook de goede kant op.

Voor diervoedingbedrijven geldt op de eerste plaats landelijke regel-
geving, de Bijzondere Regeling A3 Diervoeding, die is opgenomen in de Nederlandse Emissie Richtlijn (NeR/BRD). Daarnaast geldt er een provinciale verordening (dd 3 nov 2011) ‘Beoordeling geurhinder omgevings-
vergunningen industriële bedrijven’. (voor alle duidelijkheid: voor bedrijven geldt dus een ander wettelijk kader als voor veehouderijen).

Coppens wil de afzuiging van de vier productielijnen samenvoegen en laten uitkomen op een schoorsteen, die verhoogd wordt tot 65m. De nieuwe lijn (waarvoor de strengere criteria voor een nieuwe situatie gelden) krijgt een koude oxidatie-inrichting die 80% of meer van de stinkende stoffen wegvangt. Als extra is afgesproken dat die inrichting overcapaciteit heeft, waardoor er tegelijk ook één van de oude lijnen op aangesloten kan worden. Dat gaat gebeuren als er varkensvoer doorheen gaat met zowat een kwart eiwit of meer. Dergelijk voer mag dan ook alleen maar op die ene lijn verwerkt worden.

Waarmee je in de discussie over de BBT’s komt. Officieel betekent dat de Best Beschikare Technieken, maar in praktijk betekent dat voor een deel ook Best Betaalbare Technieken. Bovengenoemde 80% kan best hoger. Die technieken zijn bekend en zeker in combinatie is het best mogelijk boven de 90% afvangen uit te komen. Maar met de branche is afgesproken dat dat normaal gesproken niet hoeft.
coppens_diervoeding-2
Nu kan men zich afvragen in hoeverre de situatie op het BZOB onder ‘normaal gesproken’ valt. Er staat meer op het BZOB-terrein dat stinkt en de buurt zou het in alle redelijkheid op een cumulatie van problemen kunnen gooien.
En omdat het bevoegd gezag (de provincie) wettelijk een zekere beleids-
vrijheid heeft, zou de provincie eisen kunnen stellen die de NeR/BRD te boven gaan. In zekere zin is het aanbod van Coppens om een van de bestaande lijnen aansluitbaar op de koude oxidatie-inrichting te maken een voorbeeld van zo’n bovenminimale voorziening.

Al met al verwacht de provincie dat door de hogere schoorsteen en de wettelijke en bovenwettelijke maatregelen de stank flink achteruit zal gaan, ondanks de productieverhoging. 365/0 zal het niet worden.

Hoewel ik de voorliggende vergunning zeer redelijk vind, kan ik mij voorstellen dat de omgeving probeert er extra bepalingen bij aan te duwen en te trekken, bijvoorbeeld 90% ipv 80% afvang en/of een nog hogere schoorsteen.
Maar niet alles valt te vangen in wetten. De stank is bijvoorbeeld afhankelijk van weer en windrichting, en van een professionale be-
drijfsvoering. Sommige dingen vallen alleen te verwoorden als een soort algemene achtervang-intentie, eventueel neergelegd in een convenant met omwonenden. Gezien de ervaringen in het verleden is dat een gevoelig onderwerp. Misschien moeten de omwonenden hier toch over hun eigen schaduw heen springen.

Ik heb mijn commentaar aan de Wijkraad ter beschikking gesteld.

Zie ook: Geurregelgeving rond industriële bedrijven in Brabant
en Geur Coppens

Bosbrand in bos naast Marco Gas – update 09 febr 2016

Sinds 1 januari is de provincie bevoegd gezag voor alle BRZO-bedrijven. Dat lijkt me een vooruitgang. Tot nu was de gemeente Gemert bevoegd gezag.
Voor de lopende juridische procedure maakt het nog geen bezwaar (09 febr 2016)

Zaterdag 4 juli 2015, rond half acht ‘s avonds, stond het bos pal naast Marco Gas in Bakel in de hens. Er waren twee brandhaarden en er tegelijk ook elders in Bakel een bosbrandje, dus waarschijnlijk aangestoken. Het was warm en droog. Het hek van Marco Gas, een grote opslag van gasflessen en een BRZO-bedrijf, ligt pas tegen dit bos aan. Een paar meter achter het hek liggen stapels gasflessen.

Een blik op de achterkant van de opslag
Een blik op de achterkant van de opslag
Marco Gas tegen de bosrand
Marco Gas tegen de bosrand

De gang van zaken toont opnieuw aan dat de locatie van Marco Gas geschift is, zomaar in de wei tussen maatschappelijke voorzieningen.

Deze locatie is inmiddels onherroepelijk. De procedure tegen de milieuvergunning loopt nog bij de Raad van State (voorlopige voorziening voorzien voor 16 juli 2015).

Statenlid Marco van der Wel van de Partij voor de Dieren had al eerder vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten over Marco Gas. Verder gingen zijn vragen over de risicocommunicatie door de drie Veiligheidsregio’s in Brabant, waarvoor Marco Gas als een van de casussen wordt gebruikt.
Ik kan mij goed voorstellen dat Van der Wel de vragen stelt, maar GS is niet het bevoegd gezag over Marco Gas. Dat is toch echt de gemeente Gemert-Bakel, Van der Wel kan dat nazoeken in bijlage 1 bij het Besluit Omgevings Recht BOR, onderdeel C, categorie 2. Was het maar waar dat de provincie bevoegd gezag geweest was, dan was deze situatie waarschijnlijk niet goedgekeurd.

Ik kom hier te zijner tijd op terug.

Voor een eerder artikel over Marco Gas zie MarcoGas: een BRZO-bedrijf in een Bakels weiland .

Stroomopslagexperimenten Enexis worden uitgebreid

BN-De Stem kopte op 4 juli 2015 “Batterij in Keen loont nog niet”. Het
artikel is gebaseerd op tussentijdse gegevens. Het project loopt tot eind 2017.

Het grijze blok is de behuizing van de wijkaccu De Keen
Het grijze blok is de behuizing van de wijkaccu De Keen

De Keen is een wijk in Etten-Leur. Daar staat sinds 2012 een buurtbatterij (het grijze blok steekt overigens zowat twee meter diep de grond in). De wijk telt 240 woningen waarvan er zo’n 40 zonnepanelen hebben. Het ding bevat vier stalen kasten met lithium-ion accu’s, samen goed voor 232 kWh (ruim genoeg om 100 wasmachines een uur op te laten draaien). De batterij kan maximaal met 100kW laden (wat op een zonnige dag niet genoeg is) en met maximaal 400kW ontladen (wat rond de Kerst bijna gehaald werd).

De opslag werkt technisch (na wat kinderziektes) vlekkeloos.
De uitdrukking ‘loont niet’ heeft slechts een financiele strekking en betekent dat op dit moment andere oplossingen om het elektriciteitsnet te ontlasten goedkoper zijn. Zoiets gebeurt wel vaker bij nieuwe ontwikkelingen.
Tijden veranderen en het kan bijvoorbeeld zijn, dat in 2020 de salde-
ringsregeling voor zonne-energie wordt afgeschaft (al dan niet met een overgangsregeling). Nu krijg je voor aan het net geleverde zonnestroom evenveel terug als je zelf betaalt, zolang je niet boven je verbruik uitkomt. Als die regeling vervalt, wordt het een stuk aantrekkelijker om aan je eigen (buurt)accu te leveren. Het financiële verhaal ligt dan in één keer anders.
Tijden veranderen ook in die zin dat er nog steeds technische ontwikkelingen plaatsvinden op accugebied. Bijvoorbeeld die van Tesla.

Inmiddels heeft Enexis aangekondigd na de zomer in de Bredase wijken Meulenspie en Easystreet met een vervolgproef te beginnen/ Hier wordt het een accu per afzonderlijk huis. In deze wijk hebben bewoners in de afgelopen jaren al meegewerkt aan ‘smart grid-experimenten’. Bepaalde vormen van afname (bijvoorbeeld de wasmachine) worden via ICT en met de tijd wisselende prijzen gestuurd naar momenten dat er veel goedkope stroom is.

De Bredase wijk Meulenspie
De Bredase wijk Meulenspie

Met bovenstaande experimenten heb je overigens zo ongeveer wel alles gehad wat er aan smart-grid experimenten met huishoudens in Brabant is. De echte grootschalige ontwikkelingen op dit gebied vinden elders plaats, bijvoorbeeld in Hoogkerk in Groningen, Meppel en Amsterdam. Ik vind het raar dat Brabant zo achterloopt, temeer daar de TU/e een belangrijke speler is. Die moet elders zijn experimenten uitvoeren.
Het zou een goede zaak zijn als het nieuwe College van GS in de provincie meer werk van dit onderwerp zou maken.

Ik heb eerder een artikel geschreven op basis van een TU/e-rapport over de (helaas fictieve) verduurzaming met accuopslag in de Eindhovense wijk Acht. Zie —> Acht

Verdwijnt fosfaat bij mestverbranding?

Van mijn goede kennis Toon uit Oss kreeg ik, via de Provinciale Statenfractie van de SP, de volgende vraag binnen die wellicht ook bij andere niet chemisch geschoolde mensen speelt.

Beste mensen,
vandaag stond in de krant dat er in de toekomst mogelijk het overschot aan mest in Brabant wordt ingezet als biobrandstof. Er dreigt echter een groot tekort aan fosfaten in de wereld, daarom moeten we meststoffen zeker niet verbranden. er worden al miljoenen kostende projecten opgezet om fosfaten terug te winnen. En dan fosfaten gaan verbranden? Weer korte termijn oplossingen van de boeren om hun probleem op de maatschappij af te schuiven. Kunnen jullie hier in Provinciale Staten aandacht voor vragen? 
m.vr.g.


Toon

Ik heb in mijn intro gezegd dat ik gaarne vragen ontvang en daarop antwoord. Onderstaand antwoord is snel geschreven op basis van aanwezige kennis en enig gegoogle. Het gaat nog niet erg diep.
Als er een case study is of als er vervolgvragen zijn, wil ik wel kijken of ik er dieper in kan duiken.

Toon

In dit voorlopige standpunt wil ik enkele zaken aanstippen.

1)    Je hebt gelijk dat er een groot tekort aan fosfaten op de wereld dreigt. Er moet een strategie komen om het fosfaatgebruik terug te dringen en om reeds in circulatie gebracht fosfaat terug te winnen.
2)    je maakt echter een denkfout (die veel gemaakt wordt) dat het mogelijk is om fosfor in het niets te laten verdwijnen. Bij welk chemisch proces dan ook (indikken, scheiden, verbranden, vergisten) blijft het aantal fosforatomen hetzelfde. Als je een chemisch proces ingaat met (op basis van het zuivere element) 10 kg fosfor, dan kom je er uit met 10 kg fosfor (idem). Het vernietigen van de mest leidt niet tot het vernietigen van de fosfor in de mest.
3)    De echte vraag is in welke chemische verbinding het element fosfor eindigt, of die verbinding diffuus of geconcentreerd aanwezig is, en of hij oplosbaar is of niet. Dat hangt wel van het proces af.
De fosforverbinding PH3 bijvoorbeeld is een (giftig) gas dat in theorie uit een vergistingsinstallatie zou kunnen ontwijken. Die fosfor is niet vernietigd, maar zo diffuus verspreid dat je er in praktijk niets meer mee kunt. De kans op zo’n ontsnapping schijnt overigens zeer klein te zijn.
De grootste praktische verliespost van fosfor is dat het uiteindelijk uitspoelt en in opgeloste vorm met de rivieren mee gaat de zee in. Die fosfor is niet vernietigd, maar in praktijk wel ontoegankelijk. Dit is de huidige situatie.
4)    Van fosfor (wat in praktijk bijna altijd fosfaat of superfosfaat betekent, het PO4— ion of het ion H2PO4-, ) bestaan zowel oplosbare als onoplosbare vormen. Kaliumfosfaat is bijvoorbeeld oplosbaar en calcium- of ijzerfosfaat normaliter niet. Planten kunnen vooral iets met opgelost fosfaat. Het is een ingewikkeld verhaal dat ik niet zomaar kan navertellen, maar in de bodem en het grond- en oppervlaktewater werken ingewikkelde chemische evenwichten, waardoor verschuivingen tussen de oplosbare en onoplosbare fosfaatvorm mogelijk zijn.superfosfaation met natrium of kaliumion ernaast

superfosfaation met natrium of kaliumion ernaast

5)    Het hangt nu van het proces af wat er bij verbranding met fosfor in mest gebeurt. Omdat ik niet weet hoe het verbrandingsproces precies in zijn werk gaat, kan ik daar alleen maar een slag naar slaan.
Verbranding betekent dat een substraat bij meestal hoge temperatuur zuurstof uit de lucht pakt en (als de verbranding volledig is) in een of meerdere oxidevormen overgaat. De koolstof in de mest wordt CO2, de waterstof H2O, de zwavel SO2, en de fosfor wordt fosfaat of was al fosfaat. Dat is bij normale temperatuur een vaste stof. Stel bijvoorbeeld (maar dat weet ik dus niet) dat je de verbranding zou laten plaatsvinden met een toeslag van ongebluste kalk, dan zou het eindproduct het onoplosbare calciumfosfaat zijn. Dat is (kort door de bocht) het basismateriaal van fosfaaterts. Je kunt daar via allerlei bewerkingen weer bruikbare fosfaatkunstmest van maken.

zo: Ca3(PO4)2 + 2H2SO4 Ca(H2PO4)2 + 2CaSO4

Google ook maar eens op  “Ketenanalyse van struvietproductie uit communaal afvalwater en terugwinning van fosfor uit assen van slibverbranding” van CE Delft.
6)    Een andere vraag hoe effectief en efficiënt en rendabel deze specifieke vorm van fosforterugwinning is t.o.v. fosforterugwinning uit andere vormen van mestbewerking. Die vraag kan ik nu niet beantwoorden.
Bij mijn weten beperkte (althans tot voor kort) de mestverbranding zich tot kippenmest (bij BMC Moerdijk), omdat kippenmest relatief droog is.

BMC Moerdijk
BMC Moerdijk


BMC zegt van zichzelf op zijn site:

Bedrijfsproces

BMC Moerdijk verwerkt 450.000 ton pluimveemest. Dit is een derde van de totaal in Nederland geproduceerde pluimveemest. Per jaar wekt de centrale zo’n 285.000 MWh aan groene stroom op. Een deel wordt aangewend voor eigen gebruik. Netto gaat 245.000 MWh naar het elektriciteitsnet. Genoeg om 70.000 huishoudens jaarlijks van stroom te voorzien. Dat is vergelijkbaar met het verbruik van een stad als Breda.

Naast de elektriciteitsproductie ontstaat een waardevol bijproduct in de vorm van pluimveemest-as. Het bevat nuttige mineralen als kalium en fosfor. De brandstof, pluimveemest, is van constante kwaliteit, waardoor de as homogeen van samenstelling is. BMC Moerdijk verkoopt de as in het buitenland. Daar wordt het gebruikt als bodemverbeteraar. BMC Moerdijk produceert jaarlijks naast groene stroom nog 60.000 ton pluimveemest-as.

Zo levert BMC Moerdijk op verschillende manieren voordelen: een verantwoorde mestverwerking, productie van groene stroom en pluimveemest-as vol nuttige mineralen.

7)    de laatste vraag is hoe schoon het eindproduct is. In mest zitten veel zware metalen en bijv. medicijn- en hormoonresten. Het hangt van de procesomstandigheden af wat hiermee precies gebeurt. Je zou verwachten dat je bij verbranding je medicijn- en hormoonresten kwijt bent, maar dat de zware metalen door het fosfaatproduct zitten. Maar dat zou bij uitrijden of in de vergister in principe ook gebeuren.

Genetische Modificatie is normale techniek

Ik ben het vaak eens met mijn zeer gewaardeerde kennis Alexander uit Riethoven. Wij stonden aan dezelfde kant bij het beschermen van het dal van de Keersop tegen de aanleg van de Westparallel en bij de strijd voor een leefbare omgeving van het vliegveld. Na afloop van de zang-demonstratie bij het gemeentehuis in Veldhoven ( Groot koor zingt Alders en Meijs toe ) kregen we in de nazit een flinke discussie over Genetische Modificatie (GM). Over dat onderwerp ben ik het grotendeels niet met hem eens.

Omdat ik in de intro van mijn weblog beloofd heb dat ik zal antwoorden op vragen, heb ik voorgesteld dat ik mijn reactie via mijn weblog zou geven. Dat was goed. Hierna het resultaat. Om het overzichtelijk te houden heb ik de belangrijkste stukken argumentatie achter een
doorklik-button gezet.
fles_RoundUp
Alexanders bezwaren richten zich vooral op de inzet van GM-technieken om gewassen resistent te maken tegen RoundUp, en op de giftigheid van RoundUp. Alexander citeert hier de Franse professor Seralini, die beweert dat zowel RoundUp als de GM-mais (in dit geval) giftig zijn en kanker veroorzaken.
Daarnaast noemt Alexander internationale actiegroepen als bron van informatie. Ook bij deze actiegroepen ligt de nadruk op GM in verband met Roundup. Een heel eind daarachter besteden deze actiegroepen aandacht aan Bt-gewasbescherming,
Ik heb mij, waar het om gewasbescherming gaat, beperkt tot Roundup, een commercieel verkrijgbaar preparaat, waarvan de stof glyphosaat het belangrijkste bestanddeel is.

De structuurformule van glyphosaat
De structuurformule van glyphosaat

Een verhaal over GM echter moet naar mijn smaak een veel bredere strekking hebben dan alleen de RoundUp invalshoek. Ik heb geprobeerd zo’n bredere strekking op papier te zetten in de vorm van een verhaal dat uit vier lagen bestaat.

Eerst Seralini.
Ik heb alles bij elkaar gezocht wat er in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature over Seralini verschenen is, en verder wat er over GM-mais en RoundUp in diverse publicaties gestaan heeft. Mijn conclusies:
–           Seralini heeft met goede bedoelingen slechte wetenschap bedreven. Hij heeft met te weinig ratten teveel willen bewijzen. Het onderzoek heeft niet tot bruikbare resultaten geleid.
–           De resultaten zijn niet op de gangbare wijze gepubliceerd, maar in de vorm van een perscampagne in combinatie met een ongewone embargovorm. De wetenschapper Seralini en de actievoerder Seralini hebben te weinig onderlinge afstand bewaard
–           Hoewel Seralini dat zelf niet afdoende bewezen heeft, is zijn
bewering dat RoundUp giftig en kankerverwekkend is aannemelijk. De IARC heeft glyphosaat op lijst 2a geplaatst van ‘waarschijnlijk voor de mens kankerverwekkende stoffen”
–           De gedachte dat GM-mais zelf kankerwekkend is heeft wetenschappelijk weinig aanhang.
Zie verder “ Het verhaal van Seralini”.

Dan GM in het algemeen.
–           zoals bij alle vormen van technische vooruitgang is de vooruitgang niet in zichzelf goed of fout, maar bepaalt de maatschappelijke
vormgeving het ethische of politieke oordeel
–           Er is geen reden is om GM-technieken categorisch af te wijzen
–           Er zijn wel redenen om bepaalde concrete werkplannen af te
wijzen of sterk te reguleren, zoals de inzet van RoundUp in combinatie met daartegen resistent gemaakte gewassen
–           GM-technieken kunnen nut hebben en de landbouw duurzamer maken
–           Bepaalde werkplannen van de traditionele genetica brengen
eveneens grote risico’s met zich mee
–           GM-technieken horen in de vaste toolbox van de moleculaire
biologie thuis en dienen op basis van goede protocollen te worden gehanteerd door vakbekwame deskundigen
–           Commerciele ondernemingen hebben teveel macht in de voedselsector, zowel via de GM-route als via de traditionele genetische route
Zie verder “Het vier-lagenverhaal van de genetische modificatie”.
In de tekst van dit verhaal wordt verwezen naar ” De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH

Zoals altijd zijn reacties welkom.

Handtekeningen ophalen voor Allemaal Lokaal op Mundial Tilburg

Op het Mundial 2015
Op het Mundial 2015, met groen T-shirt

Ik heb vandaag handtekeningen opgehaald op het Mundial Tilburg voor de actie Allemaal Lokaal van Milieudefensie.
De gedachte is dat we in Brabant een waanzinnige hoeveelheid dieren hebben, dat die een waanzinnige hoeveelheid soja vreten (en navenant schijten), dat ze voor die soja in Brazilie en Argentinië grote stukken tropisch regenwoud kappen of savanne omploegen met allerlei sociaal en milieuleed, en dat het veel logischer zou zijn om de landbouwkringlopen te sluiten op het niveau van (een deel van) Europa. Zie ook flyer Eindhoven allemaal lokaal  of https://milieudefensie.nl/veevoer/lancering-campagnesite-allemaal-lokaal .

De actie liep zeer goed. Bijna iedereen tekende en dat leverde mij 88 handtekeningen op in 3 uur, en enkele malen meer voor de hele ploeg. Het was wel hard werken en veel lullen.

De actie loopt nog wel even. Wie wil kan op de site tekenen.

De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH

Willemieke en ik hebben veel door Ierland gefietst en dan zijn de vele monumenten over de hongersnood en de emigratie niet te missen. Het Heritage Centre in Cobh (de haven van Cork) is een goed museum.

De hardvochtige koloniale verhoudingen in Ierland hadden de bevolking van het grootste deel van hun grond beroofd. De beste grond werd gebruikt om werd gebruikt voor waardevolle producten als vee en graan. Daarmee betaalde de Ierse boer zijn pacht en het enige wat er voor hemzelf overschoot was een klein veldje met aardappelen. Daarvan waren er dus heel veel in Ierland. “365 dagen per jaar hebben we de
aardappel
” aldus een zeewierverzamelaar op het strand van Goirtín tegen een mevrouw die het evangelie wilde preken “Die schurk van een Raleigh die hem hierheen gebracht heeft sprak een vloek uit over de land-
arbeider die zijn hart gebroken heeft. Omdat de landeigenaar ziet dat wij er daardoor goed van kunnen leven en er hard van kunnen werken, bespaart hij op ons loon en daarna veracht hij ons omdat we achterlijk en in lompen gekleed zijn
.” Deze analyse is geheel correct. De boeren waren gereduceerd tot machines die op aardappels liepen en alle andere producten gingen naar Engeland. Het citaat komt uit het boek “Connemara, luisterend naar de wind” van Connemara-chroniqueur Tim Robinson.

De aardappelziekte
De aardappelziekte

De Phytophthora infestans
En toen kwam in 1845 de Phytophthora infestans, de aardappelschimmel. Die kwam in heel Europa, maar in Ierland trof hij zijn paradijs: vochtig en mild klimaat en heel veel aardappels bij elkaar. In een paar weken tijd was de halve oogst verrot. De stank van de rottende knollen was boven de grond te ruiken, aldus weer Robinson. In 1846 en 1849 vrat de schimmel de hele oogst op, in 1850 een groot deel en in 1847 was de droogte de schuldige.

De gevolgen waren catastrofaal. De Ieren stierven massaal, direct aan de honger of anders aan de cholera en de typhus in de nasleep van de honger. Een miljoen mensen gingen dood, een miljoen mensen emigreerden in een paar jaar tijd op de coffin ships (waar ook nog eens 10 a 20% onderweg stierf), en nog eens vele anderen emigreerden in de erop volgende jaren.
In 1840 telde Ierland 8,0 miljoen inwoners. Rond 1900 waren er dat 3,5 miljoen.
coffin boat+MooreResistente aardappels
Wie zegt dat de Ierse hongersnood twee oorzaken heeft, heeft gelijk. De diepere oorzaak waren de Engelse koloniale verhoudingen, de directe oorzaak was de schimmel.
Maar die directe oorzaak bestaat nog steeds.

Volgens het CBS namen in 2008 aardappels in Nederland 39% van alle gewasbeschermings-middelen voor hun rekening (zie http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82886NED&D1=a&D2=0&D3=0-1,4,9-11,14-16,19-20,24,31-34,36-37,39,42,44,48,50-51,53-54,56-57,60,68-69&D4=2-5&VW=T ). Nog steeds zijn boeren op hun qui vive en bij het verkeerde weer staan ze op scherp om te spuiten (jaarlijks 1400 ton in Nederland alleen tegen deze schimmel).

Aardappels spuiten. 80% van de fungiciden in Nederland gaat op aan de Phytophthora
80% van de fungiciden in Nederland gaat op aan de Phytophthora

Wie aardappels wil kweken en geen gif wil spuiten, heeft een probleem. De enige manier om dat te doen is door resistente aardappelrassen te gebruiken, waarbij een belangrijk probleem is dat de Phytophthora de rotgewoonte heeft om snel door enkelvoudige resistenties heen te breken. Het is een geduchte tegenstander: de schimmel heeft 550 ziekteverwekkende genen en kan die op verschillende momenten in verschillende combinatie inzetten (zie http://www.kennislink.nl/publicaties/operatie-aardappel-overrompeld ).

Er zijn twee mogelijke posities.

De biologische landbouw zoekt variëteiten die zonder (voor hen) onaanvaardbare technieken tegen de schimmel kunnen en toch fatsoenlijk smaken en opbrengen. Dat is een probleem, zegt ook het Louis Bolk centrum (zie http://www.louisbolk.org/downloads/1312.pdf ). De keuze is zeer beperkt. Ook bij een andere recente praktijkproef vond men slechts vier varieteiten die tegen de schimmel konden, waarna dan nog de ‘gewone’ eisen komen (zie http://www.pieperpad.nl/nieuws/vier-biologische-aardappelrassen-phytophthora-resistent ). Minder dan 1% van het aardappelareaal in Nederland is biologisch.

De andere positie is het probleem via genetische modificatie (GM) aanpakken. Voor mij is GM een neutraal woord, een soort polymeerchemie.
Ik ken de verhalen over Monsanto en Roundup en die kan ik volgen, maar ze overtuigen me niet altijd.. Veel horrorverhalen in deze sector blijken bij een nadere analyse niet zozeer over GM zelf te gaan, maar eerder over de giftigheid van RoundUp of over de bedrijfspolitiek van Monsanto.
Iemand die op een verantwoorde manier GM-technieken toepast tegen een van de belangrijkste plantenziektes aller tijden heeft mijn zegen.

Dat onderzoek wordt op meer plaatsen gedaan. Hier http://www.boerenbusiness.nl/aardappelmarkt/artikel/item/10844553/Britse-aardappel-volledig-phytophthora-resistent heeft een Engelse professor een enkelvoudige resistentie ingebouwd, die uit Peruaanse wilde aardappelen afkomstig is.

Het Wageningse DuRPh – project gaat een stap verder. Zie http://www.wageningenur.nl/nl/Expertises-Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/plant-research-international/DuRPh.htm .
Wageningen bouwt ‘cassettes’ genen in. Daardoor kan de variabiliteit van de schimmel bestreden worden met variabiliteit van de rassen. Ook DuRPh maakt gebruik van genen die uit wilde aardappels afkomstig zijn. Zonder GM-technieken zou je die ook wel kunnen inkruisen, maar veel langzamer, veel minder tegelijk en met veel minder precisie.
Wageningen publiceert zijn kennis, patenteert zijn vindingen en geeft niet-exclusieve licenties uit, waaronder voor Humanitair Gebruik.

Ik vind het mooie techniek en ik hoop dat de Phytophthora er veel hinder van ondervindt. Of deze tegenstander op termijn volledig verslagen wordt, moet blijken. Dat lijkt me erg optimistisch gedacht.