Geluidsruimte verdelen op industrieterreinen (bijvoorbeeld Moerdijk en De Hurk)

Toen ik nog voor Paulus Jansen werkte in zijn tijd als Tweede Kamerlid, bezocht ik met enige regelmaat studiedagen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG). Dat is dé grote publieke autoriteit op dit gebied. De studiedagen gaan altijd over een thema. Vaak is dat politiek relevant. In dit geval industrielawaai en de verdeling daarvan op een gezoneerd industrieterrein. Daarop staan (vaak zware) bedrijven die soms veel herrie maken.

De belangen
Dit onderwerp is spannender dan het wellicht  klinkt,
Enerzijds schaadt teveel herrie buiten het hek het belang van omwonenden. De Stichting Behoud Buitengebied Moerdijk haalt hier af en toe de krant mee (zie De Stem van 13 oktober 2012).
Anderzijds schaadt een te voorzichtige regelgeving de mogelijkheden om de ruimte binnen het hek efficient te gebruiken. Omdat terreinen, waar je als gemeente herriemakende, maar maatschappelijk noodzakelijke, bedrijven neer kunt zetten niet ruim gezaaid zijn, is dat ook zonde.

De zonekaart De Hurk (Eindhoven). Het is een verouderde kaart die niet meer geldt, maar nog steeds officieel gebruikt wordt (waarom, weet ik niet). De 55dB(A)-contour ligt ver in bewoond gebied.
De zonekaart De Hurk (Eindhoven). Het is een verouderde kaart die niet meer geldt, maar nog steeds officieel gebruikt wordt (waarom, weet ik niet).
De 55dB(A)-contour ligt ver in bewoond gebied.

De geluidscontour en de geluidsverdeling
De crux is de ligging van de collectieve 50 dB(A) – contour. Daarbinnen mogen in nieuwe situaties geen gevoelige bestemmingen gebouwd worden (bijv. woningen). Voor bestaande situaties is 55dB(A) toegestaan, maar dan houdt het ook op.

De 50 dB(A)-contour van het hele bedrijventerrein wordt berekend door de maximale vergunningen van alle afzonderlijke bedrijven op te tellen.
Dit kan naar twee kanten tot een probleem leiden.
Enerzijds maken de meeste bedrijven veel minder herrie dan ze maximaal mogen. Het maximum in de vergunning staat er vaak uit routine – het is een papieren handeling. Daardoor lijkt een dergelijk bedrijf wat betreft zijn geluid veel groter dan het is, en zit het industrieterrein veel eerder “vol” dan nodig is.
Anderzijds kan een onderneming zich ontwikkelen, van karakter veranderen, verkocht worden etc waardoor hij meer herrie maakt dan tot dan toe.
Er is behoefte aan een of ander systeem waarmee je realistisch geluid kunt (her)verdelen.
De studiedag van de NSG ging over precies dit onderwerp. Ik heb er voor Paulus een verslag van gemaakt dat u hier kunt lezen -> Verslag NSGdag 2 okt2012 . Ik waarschuw wel dat het nogal technisch is. Als u nog nooit van een logaritme gehoord heeft, is het voor u te hoog gegrepen. Als het belangrijk genoeg is, stuur me maar een mail.

Teveel herrie is voor sommige mensen slecht voor de gezondheid. Dat wordt vertaald in officiele dosis-effectrelaties. Die staan in de Regeling Omgevingslawaai (in dit geval categorie industrielawaai). Zie –> Regeling omgevingslawaai wb gezoneerde terreinen
De getallen hierin moeten als percentages gelezen worden.
Bij een bedrijventerrein in druk stedelijk gebied als bijvoorbeeld De Hurk, waar ‘s nachts niet op grote schaal gewerkt wordt, komt de 55 dB(A) contour (als dit niveau werkelijk gehaald zou worden) ongeveer overeen met ca 52 a 53 dB Lden en dat is goed voor ongeveer 7% ernstige hinder.

Parkmanagement
Het verdelen van geluidsruimte vraagt om een of andere vorm van beheer dat boven de afzonderlijke bedrijven staat, soms “parkmanagement” genoemd. De aanwezigheid daarvan loopt binnen Nederland sterk uiteen. Er zijn terreinen die een parkmanagement kennen met grote bevoegdheden, zoals Chemelot (het oude DSM-terrein in Sittard-Geleen, vroeger het dodelijkste industrieterrein van Nederland), maar ook bedrijventerreinen waar bijna geen vorm van parkmanagement is, zoals het bedrijventerrein De Hurk in mijn woonplaats Eindhoven. Industrieterrein Moerdijk zit er tussen in.
Ik ben een voorstander van een parkmanagement met bevoegdheden, niet alleen vanwege de geluidsverdeling, maar ook bijvoorbeeld vanwege hergebruik van afvalwarmte en reststromen.

Een bezoek aan AlgaeParc Wageningen

Er was op 23 september 2011 een bijscholing voor natuurkundeleraren bij Imares in Ierseke over zeewier, en net voor mijn pensioen als
natuurkundeleraar (augustus 2012) kon ik nog de afspraak maken dat ik op 7 september  nog mee kon met een bijscholing op AlgaeParc. Beide horen bij Wageningen.

Een algenopstelling op AlgaeParc in Wageningen dd sept2012
Een algenopstelling op AlgaeParc in Wageningen dd sept2012

Algen en zeewier zijn hoe dan ook interessant. In de volksmond heten ze alg als ze eencellig zijn, en (zee)wier als ze meercellig zijn. Mogelijk is dit wetenschappelijk wat te kort door de bocht.
Voordeel van algen en wieren is ontegenzeggelijk dat ze als CO2 – dump kunnen optreden (het zijn immers planten), dat ze in beginsel kunnen groeien in afvalwater, dat ze op zonlicht werken (liefst zelfs niet op volle zon) en biomassa en zuurstof kunnen maken. Mogelijk zijn algen het combineerbaar met de veeteelt.
Het fotosynthese-rendement van algen is, omdat je ze met CO2 kunt voeden, zeker hoger als van reguliere planten.

De meningsverschillen treden op bij de vraag waarvoor ze precies interessant zijn en onder welke omstandigheden. De onderzoekers op Imares en AlgaeParc stellen zich voorzichtig op. Vooralsnog is het vooral fundamentele research.
De kweek is nog zo duur en zo complex, dat op een niet al te lange termijn vooral fijnchemicaliën zonder al te veel verlies geproduceerd kunnen worden, zoals omega 3 – vetzuren en bepaalde rood pigment.

Voedsel voor mens of dier kan in beginsel (die twee woorden vallen erg vaak bij algen), bijvoorbeeld voor vissen of eetbaar zeewier.

Biobrandstof uit algen?
Biobrandstof maken uit algen is theoretisch denkbaar, maar praktisch nog erg duur. Hooguit kan er financieel iets als er eerst geld verdiend kan worden met fijnchemicaliën.
Bovendien zou het een enorme logistiek vragen om bijvoorbeeld zelfs maar 5% van de transportbrandstoffenbehoefte in de VS op te brengen. Volgens de National Research Counsil zou je voor een liter benzine 3500 liter water nodig hebben, en zou het beheersen van het proces meer energie kosten dan opleveren.
Volgens Packo Lamers van Wageningen zou het ongeveer 6000km2 land-
oppervlakte kosten om met bewezen methodes in Nederlands zonlicht het Nederlandse wagenpark op diesel uit algen te laten rijden (ruim 7 miljoen auto’s a ca 1000 liter per jaar). De Nederlandse landoppervlakte is 35000 km2. Een “troost” is dat je met raapzaad 54000 km2 nodig zou hebben.
Tropisch zonlicht is ongeveer 2* zo sterk.
Volgens Lamers heb je met algen ongeveer de helft van de hoeveelheid water nodig als bij een landbouw, die evenveel opbrengt, plus nog een niet genoemde hoeveelheid koelwater. Dat is dus heel veel.

Vooralsnog lijkt het wijs de pretenties niet te hoog af te stellen, en het onderzoek vooral als fundamenteel te zien met alleen toepassingen in speciale economische “niches”.

Ik voeg hierna twee verslagen toe van mijn beide bezoeken.

Verslag bijscholing Yerseke WUR 23092011

Verslag bijscholing AlgaeParc 07092012

Ceíde Fields en de “wraak van Gaia”?

Willemiek en ik waren in 2012 in Ierland. We zaten een paar dagen in Ballina (de hoofdstad van de Ierse zalm) en zijn naar Céide Fields ge-
fietst (beide in North Mayo). Als je in Ierland fietst, betekent dat niet dat naar de kust fietsen per definitie bergaf is. Integendeel.

De kust van North Mayo. Het stipje links van het midden is het bezoekerscentrum van Céide Fields.
De kust van North Mayo. Het stipje links van het midden is het bezoekerscentrum van Céide Fields.

De Gaia-hypothese van Lovelock stelt dat alle levende organismen op aarde als één groot geheel gezien moeten worden. Er zijn zwakkere en sterkere versies van de theorie in omloop.
De zwakkere, wetenschappelijke versie gaat niet verder dan de bewering dat het leven op aarde een geologische kracht is tussen andere geologische krachten. Dat is ongetwijfeld waar.
De sterkere, spirituele versie maakt van Gaia een soort bovennatuurlijk organisme dat op de langere termijn streeft naar evenwicht. Dat is een soort geloof in iets bovennatuurlijks; ik heb helemaal niets met welk bovennatuurlijke dan ook; dus ik vind de sterkere versie onzin.

Desalniettemin kan ik aanhangers van de bovennatuurlijke versie slechts aanraden in Céide Fields te gaan kijken. Een beter voorbeeld is moeilijk te vinden. Het is de opgraving van een drama.

Ongeveer 3700 jaar voor Christus begonnen Neolithische boeren hier landbouw, meest veeteelt. Het klimaat was toen voor Ierse begrippen warm en droog. Het land was bedekt met berken- en sparrenbos, gras en heide. De nieuwe bewoners ontgonnen het gebied en kapten en brandden de bossen en heidevelden. Een tijd lang ging het goed. De neder-
zetting werd wat nu het meest omvangrijke monument uit de steentijd op de hele wereld is, zeker 12 km2. En het moet er niet veel anders uitgezien hebben dan vergelijkbare agrarische systemen in het moderne Ierland: eenvoudige huizen, velden die afgezet waren met muurtjes van gestapelde stenen, en vee. De mensen moeten er hetzelfde uitgezien hebben: West-Ierland kent een ononderbroken bewonings-geschiedenis sinds de eerste kolonisatie na de Ijstijd vanuit Noord-Spanje.

Toen het klimaat weer natter werd, kwam de fundamentele zwakte van het systeem naar voren.
Onder Noord-Mayo ligt ondoordringbaar graniet. Water kan niet naar beneden.
De neolithische boeren hadden de bomen gekapt, waardoor het water ook veel moeilijker naar boven kon. Een populier kan tot 1500 liter per dag verdampen en ook andere bomen, bij mooi weer, honderden liters per dag.
De slash and burn – technieken hadden de bodemporiën gevuld met
fijne houtskool, waardoor het water ook zijwaarts geen kant op kon.
De waterspiegel kon dus alleen maar omhoog en er ontwikkelde zich een dikke laag hoogveen. De nederzetting werd bedekt met een laag turf van soms meer dan vier meter dik. Zodoende is het Atlantisch spreidveen ontstaan, dat grote delen van Ierland bedekt.

Atlantisch spreidveen bij Céide Fields
Atlantisch spreidveen bij Céide Fields

De oude nederzetting werd bij toeval gevonden doordat de bevolking naar in het veen begraven boomstammen zocht. Ander timmerhout is er tegenwoordig niet meer te vinden.

De turf is wel een goede conserveringsmethode. Het complex staat sinds 2010 op de Unescolijst. Een goede beschrijving is daar te vinden op http://whc.unesco.org/en/tentativelists/5524/ .

Bezoekerscentrum Céide Fields
Bezoekerscentrum Céide Fields

Er is een goed bezoekerscentrum (Ieren hebben vaak goede musea). Zie boven.

Gaia-gelovigen kunnen dit zien als dat Gaia haar rechten terugnam.

Ik ben zelf als natuurwetenschapper in deze veel prozaïscher. Mij lijkt dat de les is dat een landbouw, die de fundamentele beperkingen van de ecologie van een gebied negeert, vroeg of laat een probleem krijgt.
De neolithische boeren van 5700 jaar geleden wisten niet beter. Wij zouden inmiddels wel beter moeten weten.

Provinciale SP wil bezinning op onderzoeksrapporten over Chemie-Pack

Ik heb in maart 2012 onderstaand artikel over de brand bij Chemie Pack geschreven voor de SP-afdelingen in Brabant. Daarin worden vragen beschreven, die door woordvoerder Francy van Iersel op 12 maart 2012 gesteld zijn. Tekst van de vragen en het antwoord erop zijn bijgevoegd.

De SP-fractie in PS wil een discussie met Gedeputeerde Staten (GS) over het recent verschenen rapport van de Onderzoeksraad Veiligheid over de brand bij Chemie-Pack op Industrieterrein Moerdijk, en over het rapport “Evenwichtskunst” van de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR). Ook de WRR schrijft over Chemie-Pack. Daartoe heeft Statenlid Francy van Iersel vragen gesteld.

De provincie was hier geen bevoegd gezag. De SP stelt de brand dus niet aan de orde omdat de provincie iets fout gedaan heeft. De provincie is zelfs voor 38 miljoen slachtoffer.
De brand legt echter wel algemene problemen bloot, die ook de provincie kunnen opbreken. Die is namelijk zelf wel bevoegd gezag over 31 andere BRZO-ondernemingen (BRZO betekent Besluit Rampen en Zware Ongevallen, dus de gevaarlijkste categorie bedrijven). Daarnaast staan er in NBrabant 41 gemeentelijke BRZO-bedrijven en één Rijksbedrijf. In en in de omgeving van Eindhoven staan de volgende BRZO-ondernemingen:
Air Liquide                   Eindhoven De Hurk
Edco Eindhoven          Eindhoven Airport
Linde Gas                     Goederen Distributie Centrum Zuid
Van den Anker            Ekkersrijt Son
Diffutherm                  Bergeijk
Bij al deze bedrijven is de gemeente bevoegd gezag.

Vanaf de overkant van het Hollands Diep gezien
Vanaf de overkant van het Hollands Diep gezien

De SP wil met het College van GS over de volgende thema’s.
–           Hoe goed controleert de provincie zijn eigen inrichtingen?
–           Wat vindt de provincie van de landelijke regelgeving, waarin o.a. staat dat onaangekondigde bezoeken als een te zware last voor bedrijven gezien moeten worden?
–           Moet je een bedrijventerrein met zware chemie niet veel meer als een collectief zien waarin het geheel meer is dan de som der delen? Met verplicht parkmanagement, extra eisen via de gronduitgifte en een milieuvergunning voor het terrein als geheel?
–           Welke faciliteiten krijgen de nieuwe Regionale Uitvoerings Diensten (RUD)?
–           Sommige terreinen met gevaarlijke bedrijven hebben een veel te oude bestemmingsplan (BP). Het BP van Industrieterrein Moerdijk bijvoorbeeld dateert uit 1993, dat van De Hurk in Eindhoven uit 1988. Het BP mag maar tien jaar oud zijn. De SP vraagt aan GS om de leeftijd van de Brabantse terreinen met gevaarlijke bedrijven in kaart te brengen.
–           Hoe staat GS tegenover de bijna onwerkbaar ingewikkelde structuren, die zich bezig houden met crisisbestrijding en crisiscommunicatie?
–           De WRR schrijft dat veel bedrijven onderverzekerd zijn. Bij de Enschedese vuurwerkramp dekte de verzekering van het bedrijf maar 0,2% van de schade. Naar verluidt (want de verzekerde som is geheim) is dat bij Chemie-Pack 7%. Als de verzekering tenminste uitbetaalt. De SP vraagt GS om de verzekerdheid van Brabantse gevaarlijke bedrijven in kaart te brengen.

In de bijlage de volledige tekst van de vragen –> Vragen van de SP over Chemiepack_maart2012.
De antwoorden: Antwoord op vragen over Chemie-pack .

Informatie-avond over geluid als milieuprobleem

In de tijd dat Paulus Jansen nog Tweede Kamerlid was voor de SP heb ik me veel met geluidszaken bezig gehouden. Dat was een van Paulus’ specialismes. In de kleine kring die rond dit onderwerp bestaat, geniet hij groot aanzien.
Ik heb in die tijd o.a. meegelezen met de operatie SWUNG-1, waarbij de oude Wet Geluidshinder voor wat betreft de snelwegen van het Rijk en de grotere spoorlijnen werd overgeheveld naar de Wet Milieubeheer.
De rest van de Wet Geluidshinder (de kleinere wegen, de industrieterreinen etc)  wordt behandeld in SWUNG-2, maar zover is het nog niet. De laatste mij bekende planning is 2018 en inmiddels heet de Wet Milieubeheer de Omgevingswet en is Paulus geen kamerlid meer, maar wethouder in Utrecht.

Ik ben enkele keren voor Paulus naar studiedagen van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) geweest en heb hem daar zelfs een keer op het laatste moment moeten vervangen.
Ik heb ook zelf een informatiebijeenkomst over geluid georganiseerd, op 13 februari 2012, in de Eindhovense raadszaal. Daar spraken Paulus, Ron Maas van Geluidsnet, Fred Woudenberg van de Amsterdamse GGD en daar had prof. van Luxemburg zullen spreken van de TUE, ware het niet dat we in de pauze van de bijeenkomst van zijn onverwachte overlijden vernamen.
Woudenberg is een bekend spreker over dit onderwerp. Hij is van de Amsterdamse GGD.

Hier het verslag van de avond –> Goedbezochte avond over Geluid en Politiek .

Overigens moet achteraf, met de kennis van 2015, één uitspraak van Woudenberg genuanceerd worden, en dat is dat luchtvervuiling een neergaand probleem is en geluid een opkomend probleem. Het tweede klopt en het eerste is slechts beperkt waar, maar dat bleek pas in 2014. Het klopt dat de  wettelijke categorieën uit het NSL (PM10 en NO2) een dalende trend vertonen, maar sindsdien zijn de fijnere stofcategorieën als aandachtspunt opgekomen en is de kennis over de schadelijkheid van luchtvervuiling toegenomen.

Het verslag bestaat alleen uit tekst. Enkele afbeeldingen uit de presentaties hieronder:

Dosis-effectrelaties voor diverse bronnen (Woudenberg)
Dosis-effectrelaties voor diverse bronnen
(Woudenberg)
Het mechanisme hoe je ziek wordt van geluid (Woudenberg)
Het mechanisme hoe je ziek wordt van geluid (Woudenberg)
Het WHO-document over omgevingslawaai
Het WHO-document over omgevingslawaai
Wat er in febr2012 op de politieke agenda stond (Paulus Jansen)
Wat er in febr2012 op de politieke agenda stond (Paulus Jansen)
Bronbeleid (Paulus Jansen)
Bronbeleid (Paulus Jansen)

Recensie “Naar een duurzame en solidaire economie”

Ik heb voor Spanning (het interne blad van de SP), op verzoek, een recensie geschreven van het boek “Naar een duurzame en solidaire economie”. Het is een boek vol goede bedoelingen van aardige mensen die nergens iets uitrekenen. Ethiek zou op kennis moeten bouwen en zou de kennis niet moeten vervangen. Dat is een beetje de makke van dit boek.

Enfin, lees de recensie maar. Op het einde staat waar je het boek kunt kopen.

Recensie Platform DSE

Geen paniek over hoogspanningsleidingen en telefoons!

Ik volg altijd de weblog van Paulus Jansen, die voor de SP in de Tweede Kamer zit, en die een van de weinige parlementariërs is die wat afweet van natuurwetenschap.

Op 13 juni 2011 schreef hij “Moeten wij bang zijn voor hoogspanning?” Dat leidde tot veel reacties van voor- en tegenstanders. De volledige mailwisseling staat hier –> Weblog PFCJansen_13 juni 2011_hoogspanningsleidingen
hoogspanningsleiding_2

Twee van de 19 reacties zijn van mijn hand, en gaan in op inbreng van anderen.

In zijn algemeenheid: de wetenschappelijke medewerker, die op de TUE zijn brood verdient met hoogspanningsproeven en corona-ontladingen, meende dat dat er nog nooit zó veel geld is uitgegeven aan een milieumaatregel die zo weinig oplevert. Hij bedoelde het instellen van de norm van 0,4μT op de grond aan weerszijden van een hoogspanningsleiding en het uitkopen van wat daar binnen viel. Daarvoor was dat 100μT.
Ik vind de norm van 0,4μT idioot streng, maar nu men zich daarop ingesteld heeft, vind ik het verder best. De enige schade die nu nog aangericht wordt, is dat de elektriciteitstarieven nodeloos verhoogd zijn. Verder is het zinloos want de elektrische boor en de stofzuiger en de stroomkabel naar de straat zitten op gebruiksafstand al hoger.

Er was een meneer die trots aan kwam zetten met een aantal onderzoeken uit 1977 waar van allerlei ergs in zou staan. Deze argumentatie moest toch wel verpletterend werken.

Nu laat ik mij niet zo gauw verpletteren en ik het de onderzoeken in kwestie opgezocht. De algemene trend was dat er niet zozeer beweringen in stonden als wel vragen.
Ik ben op twee beweringen ingegaan.

Een van de vragen was of een elektromagnetische energiestroom van 10mW/cm2 kwaad kon. Dat werd niet duidelijk beantwoord, maar de in praktijk voorkomende energiestromen bij telefoons zijn al lang geen 10mW/cm2 meer. Dat komt omdat vanuit deze onzekerheid normen voor de elektrische veldsterkte van GSM-antennes en telefoons afgeleid zijn die een factor 50 lager liggen, en zelfs die wordt bij het grote publiek bij lange na niet gehaald.
Ook de nieuwe magnetische veld-norm blijft ruim onder de 10mW/cm2.

De andere bewering was dat corona-ontladingen ultrafijn stof in je longen zou blazen.

Corona-ontlading
Corona-ontlading

Nu bestaan corona-ontladingen – ik heb er als kind vaak genoeg mee gespeeld en ze ook op mijn school laten zien. Mooi paars kleurtje. Netbeheerders hebben er de schurft aan want het is allemaal verlies.
Op de TUE reinigen ze de lucht en andere stoffen met corona-ontladingen.
Dat (ultra)fijne stof is er al lang. Dat komt uit auto’s en vliegtuigen en sommige fabrieken. Wat gebeuren kan is dat een coronaontlading aan zo’n korreltje een elektron teveel of te weinig geeft, waardoor het heel zwak geladen wordt. Men zou zich in theorie kunnen voorstellen dat ze dan beter in de longen blijven plakken, maar het RIVM heeft uitgezocht dat dat niet zo is.

Het Internet is een merkwaardige plaats. Soms zin en meestal onzin gaan rondzingen en als je de echo van niks maar vaak genoeg terughoort, ga je vanzelf denken dat er toch wat van waar is.

Weglawaai meten of berekenen? Geluidskaarten en actieplannen


Dat was de titel van een studiemiddag van de Nederlandse Stichting Geluidshinder op 9 dec 2011. SP-kamerlid Paulus Jansen was dagvoorzitter, verder oa aanwezig Patrick van Lunteren en Bernard Gerard als ondersteuners van de SP.

Waar het over ging is in hoeverre geluidsmodellen een betrouwbaar beeld geven van de werkelijkheid. Als je gaat meten, klopt het dan? Een voorbeeld:

Drie kenmerkende voorbeelden van de studiedag:

Op de N256 bij Colijnsplaat zat de voorspelling tot 3,5 dB (personenauto’s) tot 2,5 dB (vrachtauto’s) onder de feitelijke meting.

Metingen op de Traverse in Dieren kwamen -1,9 tot + 7,6 dB t.o.v. de voorspelling, met veel +en.

Op de N302 bij Harderwijk zat de meting een paar dB boven de berekening.

Waar het ook over gaat, is dat er actieplannen gemaakt moeten worden en dat de bevolking daar bij moet worden betrokken. Er wordt steeds meer een geluidsdeken over Nederlands uitgerold.

jongetje oren dicht Lees verder… Continue reading Weglawaai meten of berekenen? Geluidskaarten en actieplannen

Sneakerz is braaf of de wind stond goed

Ik heb met op de middelbare school gangbare spullen een meetopstelling gebouwd, waarmee gedurende lange tijd omgevingsgeluid gemeten en geregistreerd kan worden. Dit vooral om te weten of ik dat zou kunnen. Het antwoord daarop was toen ja (maar sindsdien ben ik met pensioen en kan ik de meter niet meer lenen).
Bijgevoegd een meting in het Noorden van de Achtse Barrier, met de kanttekening dat daarin 96,5 * het aantal Volt het aantal dB(A) is. Dus 0,50V is 48 dB(A).

Wat mijn (van school geleende) dB-meter aangaf op 17 sept 2011
Wat mijn (van school geleende) dB-meter aangaf op 17 sept 2011

De melding is met enig voorbehoud. De resultaten zijn niet perfect nauwkeurig (plus/min 2dB(A) bijvoorbeeld), indicatief (ze zijn dus niet in juridische procedures te gebruiken, gesteld al dat er wettelijke regels bestaan) en hebben hun beperkingen. De interpretatie is een zaak van gezond verstand en bijhouden wat er buiten gebeurt. De piek bijvoorbeeld bij 1800 sec is een toeterende auto die voorbij reed. Dat kun je niet aan de meting zelf zien, maar moet je op een kladblaadje zetten.

De meting vervangt dus niet de professionele metingen door bijvoorbeeld Geluidsnet BV of door de Milieudienst. Als (bijvoorbeeld) een buurtvereniging eerst wil weten of het überhaupt zin heeft om moeite te doen, zou ze een paar test runs op representatieve momenten kunnen uitvoeren. Als voortraject kan een dergelijke amateurmeting zin hebben.

Ik met de dB-meter tegen de dakrand
Ik met de dB-meter tegen de dakrand

De registratie dateert van 17 september 2011. Toen vond van 11-23 uur het Sneakerzfestival op Aquabest plaats. In het verleden waren er in de Achtse Barrier vaak klachten over festiviteiten op Aquabest. Deze keer was er in de Achtse Barrier niets aan de hand. Het komt neer op een basisniveau van 48 dB(A) met daarin wat pieken van normaal straatgeluid en mogelijk af en toe een vliegtuig. Sneakerz was dus braaf of de wind stond niet naar de Achtse Barrier toe of beide.

Een gesprek met de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen

Naar aanleiding van de reacties op politieke inzet op de onderwerpen Air Liquide en het bestemmingsplan De Hurk, waarbinnen Air Liquide gelegen is, had ik het gevoel dat Air Liquide misschien voldoet aan de wet, maar dat de wet zelf niet voldoet. Ik zocht middelen om de wetgeving zelf aan te kaarten.

Parallel daaraan had het toenmalige Tweede Kamerlid Paulus Jansen, waarvoor ik regelmatig werk deed, een afspraak gemaakt met de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS). In deze adviesraad zaten toonaangevende veiligheidsdeskundigen op het gebied van gevaarlijke bedrijven en processen. De raad is ingesteld na de vuurwerkramp in Enschede.
Die Raad had om het gesprek verzocht omdat hij met opheffing bedreigd werd en omdat de Raad inhoudelijke bezwaren had tegen de uitvoering van het beleid. Het gesprek heeft op 4 februari 2011 plaatsgevonden tussen twee leden van de Raad enerzijds en Paulus Jansen, mij en de chemicus Wim Beekmans van de Eindhovense WNM (Werkgroep Natuurbehoud en Milieubeheer) anderzijds.

Er heerste een soort gevoel van geestverwantschap. Ook bleek uit het gesprek onvrede over de decentralisatie, juist op dit gebied, van rijkstaken naar lagere overheden die daar vaak niet op berekend zijn. “De minister had geen zin om naar de Kamer geroepen te worden als er iets dramatisch ploft” aldus een citaat “laat de burgemeester maar naar de gemeenteraad geroepen worden.”
De Adviesraad had er weinig vertrouwen in dat veel gemeentes en regio’s de nodige kennis in huis hebben. (Dit probleem is later mede aanleiding geweest voor de oprichting van de RUD’s (Regionale Uitvoerings Diensten)).

De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen had een negatief standpunt over de berekening van veiligheidscontouren rond gevaarlijke bedrijven en de Quantitative Risk Assessment (QRA) die daaraan ten grondslag ligt.
De Adviesraad geeft, aan de hand van de case study van een ontploffend LPG-station, twee soorten kritiek op de in dit land gebruikelijke vormgeving van QRA-berekeningen.
De eerste is dat veel onzekerheden in dit soort berekeningen met standaardwaardes worden ingevuld, waardoor lokaal maatwerk onmogelijk is. Juridisch is dat comfortabel, want dan gaan deskundigen elkaar voor de rechtbank niet meer met verschillende standpunten te lijf. Natuurwetenschappelijk echter zegt de berekening dan niks meer over hoe gevaarlijk het echt is. Bovendien zijn sommige standaardwaardes fout of verouderd. De berekening is een soort koffieautomaat geworden die door relatief laaggeschoolden kan worden bediend. Zoals SRE-ambtenaar Stortelder van de Milieudienst Regio Eindhoven het bij de RvState uitlegde bij de behandeling van Air Liquide: “je stopt er iets in en er komt iets uit”. De fysieke veiligheid is opgeofferd aan de juridische veiligheid.
Het tweede kritiekpunt is dat QRA-berekeningen in Nederland niet worden gebruikt om het bedrijf veiliger te maken. Met de QRA rekent men uit (voor zover dat de naam verdient) dat als het bedrijf dit en dit doet, de contour zus en zo ligt. Het bedrijf krijgt niet te horen dat als ze het zus en zo anders doen, het veiliger wordt en de contour krimpt.

Wat betreft de opheffing door fusie met drie andere adviesraden: de AGS meende dat hierdoor essentiële kennis van gevaarlijke stoffen en situaties verloren zou gaan. In het fusieproduct zou veel minder gespecialiseerde kennis aanwezig zijn en er zouden netwerken verloren gaan. Veel geld zou het niet besparen, want het meeste werk gebeurde toch al pro deo.
De vrees bleek terecht, want in het uiteindelijke fusieproduct kwam er van de oorspronkelijke 10 leden van de AGS maar één in de nieuwe raad terecht, de huidige Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Paulus heeft beloofd zijn best te doen in de Tweede Kamer. Op 23 juni 2011 vond het debat plaats, maar het mocht niet baten. De bijdrage van Paulus Jansen aan het debat kunt u hier–>  Bijdrage Paulus Jansen opheffing AGS 20110623 vinden. De samenvattende behandeling op zijn weblog vindt u –> http://paulusjansen.sp.nl/weblog/2011/06/26/kappen-dor-hout-mondt-uit-in-kaalslag/