Resistente schimmels op bloembollenafval

Beschrijving
Bloembollen zijn in milieuopzicht het vuilste gewas dat er is. De bodem moet worden ontsmet en er moet onevenredig veel worden gespoten.

Onlangs was er weer nieuws over bloembollen. Tegen de gangbare middelen om schimmels te bestrijden, de groep van de azolen, blijken die schimmels uitermate efficiënt resistent te worden. Het RIVM heeft er een onderzoek aan gewijd. De publiekssamenvatting daarvan is hieronder afgedrukt. De hierna volgende beweringen komen uit dit onderzoek, uitgevoerd in 2018 en gepubliceerd in 2019.

Vooral stapels bollenafval werken al bij hele lage concentraties als een prima broedstoof. Ze scheiden in hoog tempo sporen in de lucht af.
Ook bij opgeslagen houtsnippers en opgeslagen GFT-afval kan dat gebeuren, maar minder heftig. In weer andere soorten plantenafval ontwikkelt zich nauwelijks resistente schimmel.
Ook de onderzochte, professioneel geproduceerde, compost bevatte geen resistente schimmels, zelfs al zaten die wel in het startmateriaal. Het is dus blijkbaar mogelijk handelingsvoorschriften op te stellen die het probleem oplossen of verminderen.

Aspergillus fumigatus (Wikipedia)

Het alarmerende is dat ook mensen ziek kunnen worden van deze schimmels.
De sporen waaien makkelijk weg en worden standaard door mensen ingeademd. Een normaal afweersysteem kan ze aan, maar een verzwakt afweersysteem niet. Er kunnen dan ernstige infecties optreden. Een verzwakt afweersysteem bestaat bijvoorbeeld bij HIV-patienten, leukemielijders, en patienten na een orgaantransplantatie.
Het probleem is nu dat de medicijnen, die bij mensen tegen schimmelinfecties ingezet worden, zoveel lijken op bestrijdingsmiddelen die bij bloembollen tegen schimmelinfecties ingezet worden, dat in de bloembollenwereld opgedane resistentie ook bestaat tegen ziekenhuismedicijnen. Het zijn allemaal azolen.

Dit is zo bedreigend, dat minister Schouten aan het Ctgb (College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) gevraagd heeft of er nadere voorwaarden gesteld kunnen worden aan azolen. Dat meldde De Boerderij van 18 juni 2019. De minister wil een volledig inzicht in de situatie.
Ook de sector zelf ziet de bui hangen en heeft daarom meegewerkt aan het RIVM-onderzoek.

Commentaar mijnerzijds
Ook in mijn provincie Brabant worden bloembollen geteeld. Ik heb daarover al eerder geschreven.  Naar mijn mening zou de provincie de teelt moeten ontmoedigen en moeten er, indien deze ontmoediging niet werkt, maatregelen genomen worden om de omgeving te beschermen. Ik heb dit al in eerdere artikelen bepleit en herhaal dat. Zie www.bjmgerard.nl/?p=8817 en www.bjmgerard.nl/?p=5441 .
Ik vind hier dwingende politieke actie op zijn plaats.

Verder blijkt er mijns inziens uit dat velen in milieukringen geen goede kennis hebben van waar ze emotioneel tegen zijn, en daarom te veel hameren op het vertrouwde aambeeld en te weinig op wat er echt toe doet.
Voorbeeld is de preoccupatie met Roundup (waarvan glyfosaat het werkzame bestanddeel is) – een hier al vaker bereden stokpaardje. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=3530 .

Glyfosaat is een van de minst vergiftige vergiften (mogelijk is Roundup giftiger dan glyfosaat), maar wordt relatief veel gebruikt, is zichtbaar bij gebruik, en wordt geproduceerd door de verkeerde namen. Daar moet op gescholden worden en dat lucht op, en men gaat over tot de orde van de dag. Maar de kans dat een mens in Nederland een medisch probleem, krijgt door glyfosaat is nagenoeg nul.

De kans dat iemand in Nederland een medisch probleem krijgt door resistente schimmels is zeker niet nagenoeg nul. Het kan zomaar gebeuren dat iemand op de Intensive Care de sporen in zijn longen heeft en een schimmelcultuur ontwikkelt in zijn longen. Die rotschimmel groeit overal doorheen en zaait zichzelf uit. Zie o.a. https://en.wikipedia.org/wiki/Aspergillus_fumigatus .
In Elsevier beschreef Simon Rozendaal op 15 feb 2018 een patient, waarvoor de schimmel een groter gevaar was dan de leukemie waaraan ze behandeld werd. Ik jat nu even uit Elsevier: “Jaarlijks belanden zo’n zeshonderd Nederlanders met een door deze schimmel veroorzaakte, ernstige longinfectie in het ziekenhuis. Van hen is ruim 10 procent niet goed te behandelen, omdat de schimmel resistent is tegen de meest effectieve medicijnen, de azolen. Er zijn weliswaar andere medicijnen, maar die moeten worden toegediend via een infuus, werken veel minder goed en hebben ernstige bijwerkingen: ze tasten bijvoorbeeld de nieren aan.”
Tot en met 1998 bestond het probleem niet, aldus Elsevier. In 1999 werden de azolen ingevoerd en sindsdien gaat het crescendo omhoog.

Je zou willen dat de maatschappelijke discussie over bestrijdingsmiddelen een minder ritueel en meer to the point karakter had.

En je kunt begrijpen dat de minister zenuwachtig is.

Mechanisme van de schimmelinfectie (uit Wikipedia)

Het RIVM-artikel

Nieuwe inzichten in ontwikkeling van resistentie bij Aspergillus fumigatus

Samenvatting
(te vinden op www.rivm.nl/publicaties/new-insights-in-development-of-azole-resistance-in-aspergillus-fumigatus )

In dit onderzoek is gekeken naar factoren die de ontwikkeling van resistentie van de schimmel Aspergillus fumigatus beïnvloeden in plantenafval uit de bollenteelt. Anti-schimmelmiddelen, de zogenaamde azolen, worden gebruikt in de bollenteelt en in vele andere toepassingen. Resistentie van A. fumigatus ontstaat al bij zeer kleine hoeveelheden van deze azolen. Ook blijkt dat alle gebruikelijke typen azolen deze resistentie kunnen veroorzaken. Resistente A. fumigatus komt het hele jaar voor in het onderzochte plantenafval.

V slaat op een van de drie boerderijen waar onderzoek gedaan is

Aspergillus fumigatus is een schimmel die groeit op dood plantenmateriaal. Deze schimmel maakt grote hoveelheden sporen die in de lucht komen die wij vervolgens kunnen inademen. Voor gezonde mensen vormt dit geen gevaar, maar voor patiënten met een verzwakt immuunsysteem kan dit zorgen voor ernstige longinfecties. De azolen waarmee we A. fumigatus bestrijden (medicinale azolen) lijken erg op de azolen die in de landbouw en voor andere toepassingen gebruikt worden. Deze medicinale azolen werken echter steeds minder goed, omdat in patienten steeds vaker resistente A. fumigatus wordt aangetroffen.

Deze resistentie ontstaat door aanpassingen van de schimmel als die wordt blootgesteld aan azolen. Het resistentiemechanisme dat gevonden wordt in A. fumigatus in plantenafval in de bollenteelt is gelijk aan het resistentiemechanisme van A. fumigatus dat werd gevonden bij patiënten met Aspergillus-infecties. Het is daarom plausibel dat patiënten een infectie kunnen oplopen door het inademen van resistente sporen uit de omgeving. Beheersing van resistente A. fumigatus in plantenafval in de bollenteelt kan mogelijk infectie van patiënten met de resistente schimmel beperken. We hebben onderzocht of de ontwikkeling van resistentie afgeremd kon worden door de levenscyclus van de schimmel te verstoren. Verstoring van de levenscyclus bleek geen invloed te hebben op de ontwikkeling van resistentie.

Deze studie laat zien dat opslag van plantenafval in de bollenteelt gunstig is voor de selectie van resistente A. fumigatus. Een voor de hand liggende preventieve maatregel zou daarom zijn de opslag van plantenafval in de bollenteelt te voorkomen. Of dit ook geldt voor voor opslag van plantenafval in andere bedrijfstakken is nog niet voldoende onderzocht.

Toch wat onbevooroordeelder denken over genetische modificatie -1?

Bovenop alle ellende, die Brabant al heeft vanwege het hagelnoodweer en de verzopen velden, komt er bij aardappels nog een beruchte plaag bij: de aardappelschimmel Phytophthora Infestans.

Ik heb hierover al vaker geschreven, o.a. met als aanleiding het Wageningse DURPH-project en de Ierse hongersnood. Zie De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH  en Genetische Modificatie is normale techniek  .

phytophthora
In niet- Phytophthoravriendelijke weersomstandigheden houden
reguliere telers zich de (water)schimmel van het lijf door bij het minste voorteken te spuiten. De schimmel is in normale tijden goed voor ongeveer de helft van alle bestrijdingsmiddel in Nederland.

Biologische boeren mogen niet spuiten en moeten dus op genade hopen of op resistente gewassen. Daartoe hebben ze, volgens de vakhandel, een beperkte keus uit zes rassen. De ontwikkeling van die rassen duurt lang: om bijvoorbeeld een paradepaardje, de Carolus-aardappel, te ontwikkelen heeft men 60 jaar nodig gehad, volgens de ontwikkelaar Agrico.
Dan nog is de resistentie vaak beperkt tot één afweermechanisme. Er zijn van de Phytophthora duizenden varianten in  omloop (de schimmel heeft iets van 2500 ziekmakende genen). Nederland is zelfs een kraamkamer van nieuwe klonen. Een recente nieuwe kloon heet EU_36_A2. Het lijkt een beetje op griep-codes en die gelijkenis is inderdaad niet absurd. Ook van de griep heb je elk jaar nieuwe varianten.
Door die verscheidenheid is een enkelvoudige resistentie vaak snel doorbroken.

In de voortdurende nattigheid van de afgelopen periode is de (water)schimmel feitelijk bijna onbestrijdbaar geworden. Spuiten werkt niet. Ook de niet-resistente biologische aardappels gaan op grote schaal voor de bijl. Er worden dan ook op grote schaal percelen weggebrand (biologisch of niet), waardoor de knollen, voor zover die er zijn, niet meer verder groeien. Of wegrotten, als ze zelf al geïnfecteerd zijn.
De biologische boeren zijn van ellende zelfs gaan spuiten met koperoxichloride. Biologische boeren mogen dat in heel lage concentraties als bladmest (een vreemd verhaal, want aardappels hebben geen extra koper nodig.). In veel hogere concentraties zou het als bestrijdingsmiddel werken, maar in die toepassing heeft de CTGB het al in 2000 verboden vanwege de schadelijkheid voor het bodem- en waterleven en voor de plant. In lage concentraties helpt het niet tegen de Phytophthora. Wettelijk kan er niet tegen worden opgetreden (ook het keurmerk Skal niet), omdat dit soort giften van sporenelementen niet geregistreerd hoeft te worden.
De biologische sector is hier gevaarlijk bezig.

Boeren branden loof van biologische aardappels in de Flevopolder (juli 2016)
Boeren branden loof van biologische aardappels in de Flevopolder (juli 2016)

Wel-resistente biologische aardappels houden het tot nu toe nog, maar de basis daarvan is smal. “Hoe anders zou de situatie zijn als de via genetische modificatie phytophthoraresistente aardappel op de markt was?” aldus Leo Tholhuijsen, chef akkerbouw, in de Boerderij van 6 juli 2016 “Het is hoog tijd dat gentechnologie met soorteigen genen in Europa wordt toegestaan.”

Dat is een pleidooi waar ik mij graag bij aansluit. En het is precies wat het Wageningse DURPH-project gedaan heeft. Door genetische modificatie van onze aardappel met een heleboel genen tegelijk uit Zuid-Amerika is er als het ware in korte tijd een cassette aan genetische afweersystemen in de aardappel gebouwd – een cassette die desgewenst van jaar tot jaar aangepast kan worden, net als bij de griepprik.

Het Famine Memorial in Dunlin
Het Famine Memorial in Dunlin

Ik zou mijn vrienden van de linkse politieke partijen en de milieu-
beweging, die mijn rubriek regelmatig lezen, willen oproepen om hun vastgeroeste meningen over nieuwe ontwikkelingen in de landbouw in het algemeen, en van genetische modificatie in het bijzonder eens een scheut smeerolie te geven.
Ik zou de ideologie eens een keer systematisch langslopen. Welke ideologische elementen hebben eeuwigheidswaarde (zoals niet spuiten en aandacht voor de bodem), en welke zijn in feite overbodig of zelfs schadelijk (zoals een verbod op genetische modificatie)?