De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – politiek en kwalitatief

Het vorige artikel op deze site ging over de Brabantse Uitvoeringsagenda Energie en was kwantitatief ( zie De Brabantse Uitvoeringsagenda
Energie – kwantitatief
). Redenerend vanuit de getallen was mijn eind-
oordeel
–  de Agenda is niet ideaal, maar wel de beste praktische kans
–  de taakstelling wordt min of meer gehaald als alles goed gaat
–  het is zeker geen gelopen race dat alles goed gaat, o.a. vanwege de Amer 9
–  het is verstandig om aanvullend voor 5PJ reserveprojecten te definieren in de vorm van zonneparken (10km2)

Ik wil nu enkele kwalitatieve en politieke opmerkingen plaatsen.

De responsieve overheid?
De provincie ziet (blz 17) voor zichzelf de rol van regisseur weggelegd. De overheid is responsief oftewel “De provincie gaat niet naar buiten om haar eigen ideeën te verkopen, maar wordt geconfronteerd met een beweging die er buiten al is.”

De provincie als actieve partner?
De provincie als actieve partner?

Ik vind dit de zwakste passage van de Agenda. Bij wat er “buiten al is” gaat het altijd om armlastige gemeenten, overvraagde coöperaties,
woningbouwverenigingen die zuchten onder de verhuurdersheffing, bedrijven die hun eigen dak willen volleggen met panelen, boeren die hun eigen mest willen vergisten, etc. Het zijn vaak mooie initiatieven, maar ze brengen niet de grote getallen binnen. Het zijn goede voornemens  waaraan de indieners terecht voldoening ontlenen, maar het Energieakkoord is een resultaatverplichting en geen intentieakkoord. Onder de streep moet er in Brabant eind 2020 zowat 40PJ duurzame energie staan en dat is heel veel.
De enige instantie in Brabant die projecten kan trekken boven pakweg 1PJ is de provincie. Die zou actief moeten nastreven om bijvoorbeeld 5 a 10PJ aan grote projecten weg te zetten.

Geld
Dit mede omdat er bij de provincie geld zit.
In het huidige Bestuursakkoord is netto voorzien in 28,8 miljoen vrij uitgeefbaar.
Daarnaast is er uit de Essentgelden bij de BOM een fors bedrag apart gezet in een revolverend Energiefonds, dat dus een paar procent rente moet opbrengen.
Tenslotte is er wat geld uit Green Dealakkoorden met het Rijk.
Het is van belang hoe men met deze gelden omgaat.

Sociale agenda
De eerste tranche van het Energiefonds is vooral ingezet voor industriepolitiek (TNO, Solliance), en daarnaast aan laadpalen en de bijbehorende infrastructuur. Het was heel veel profit, weinig planet en nauwelijks people.
Nu is er op zich niets mis met deze onderwerpen, maar de balans zou een stuk evenwichtiger moeten worden. Ook de bevolking zou er
voordeel bij moeten hebben. Paar voorbeelden:
–  Bij de Nul op de Meter – operatie (800.000 Brabantse huizen energieneutraal in 2050, waarvan 40.000 in 2021): valt de huurverhoging (of hypotheeklastenstijging) minus de energielastenbesparing plus of min uit? Wie behartigt hier de bewonersbelangen?
Zie http://www.stroomversnellingbrabant.nl/
–  Bij diezelfde operatie: leidt de Nul op de Meter-ambitie tot extra druk op de sloop van goedkope oude huizen waar de ambitie moeilijk te realiseren is?
–  de Uitvoeringsagenda ziet een taak voor bestaande stadsverwarmingsinstallaties, maar daar gaat het niet altijd goed mee en er hangen soms slecht geïsoleerde woningen aan. Wil de provincie daar alleen opbrengsten inboeken of hoort daar ook een investering bij?
–  het D66-modewoord ‘disruptief’ komt regelmatig langs. Bij ‘disruptief’ horen meestal winnaars en verliezers. Ziet de Uitvoeringsagenda ook een taak t.a.v. de verliezers? Heeft de provincie bijvoorbeeld een taak richting werknemers als de Amer 9 inderdaad gaat sluiten?
–  De Uitvoeringsagenda voorziet in “we ondersteunen samen met Enexis van tenminste 150 Brabantse wijken in het ontdekken en organiseren van Buurkracht” (blz 37). Dat is een tekst vol vluchtwoorden. Ik probeer mij dat kwantitatief voor te stellen.

Scherm van Buurkracht met een plaatje van de (van oudsher goed georganiseerde) Eindhovense wijk Vonderkwartier
Scherm van Buurkracht met een plaatje van de (van oudsher goed georganiseerde) Eindhovense wijk Vonderkwartier

Op de site van Buurkracht www.buurkracht.nl staat nu (31 maart 2016) dat er in den lande 118 buurten meedoen, goed voor 5580 deelnemers. Gemiddeld dus 50 mensen per buurt. Als de provincie in 2020 inderdaad 150 initiatieven opgezet krijgt, zou dat bij de huidige kenmerken zo’n 7500 deelnemers betekenen. In 40000 huizen (die in 2020 energieneutraal zouden moeten zijn) wonen zo’n 85000 mensen.
Voor alle duidelijkheid: er is niets mis met Buurkracht. Maar vooralsnog zie ik een flink gat tussen tussen droom en daad. Met andere woorden: het gros van de Brabanders staat er in de Nul op de Meter-operatie alleen voor. Wie behartigt hun belangen?

Landbouw en landschap
De Uitvoeringsagenda brengt hier wervende teksten, voorzien van schattige plaatjes. Veel informatiever is de tekst op dit punt niet. De bestaande windenergieopbrengst wordt herhaald en verder wordt er met de natte vinger een nieuwe energetische opbrengst aan geplakt.  Over de grote veranderingen in het landschap (die inderdaad onvermijdelijk zijn) wordt de tegenwoordig onvermijdelijke dialoog opgestart.
Ik ben daar niet tegen dit alles, maar het is allemaal zo vrijblijvend.
Je zou verwachten dat er zoiets komt als een Structuurvisie Duurzame Energie, met daarin thema’s als:
–  landschapsarchitectuur en welstandsvoorschriften
–  voor zonneparken gereserveerde gebieden
–  relatie met bestaand ruimtegebruik (bijv. vuilstorten, vliegvelden)
–  herbestemming van de vele km2 braakliggend en onverkoopbaar industrieterrein
–  meervoudig ruimtegebruik
–  transportleidingen voor stroom boven en onder de grond
Misschien is het de bedoeling om uiteindelijk inderdaad tot zo’n Struc-tuurvisie te komen, maar het staat nergens (latere toevoeging: bij de eerste informele bespreking werd gemeld dat hiertoe de nog op te stellen Omgevingsvisie gebruikt zou worden).

De vijf maatschappelijke thema's in de UItvoeringsagenda
De vijf maatschappelijke thema’s in de UItvoeringsagenda