Het Schone Lucht-Akkoord in Brabant

Inleiding
Het Rijk is met, inmiddels, alle provincies en een groeiend aantal gemeenten in januari 2020 het Schone Lucht-Akkoord (SLA) overeengekomen. Met het SLA willen de partijen 50% gezondheidswinst bereiken (in 2030 t.o.v. 2016), wat gekwantificeerd wordt als het terugdringen van het statistisch vervroegd overlijden van 9 naar 5 maand, en 4000 tot 5000 minder voortijdige sterfgevallen. Zie Schone Lucht Akkoord – een halfvol glas .
Er staat een budget voor van €50 miljoen, verdeeld over de jaren 2020 t/m 2023.

De website is https://www.schoneluchtakkoord.nl/default.aspx . Onder ‘Producten’ zijn alle documenten te vinden.

Ik vond het toen de vraag of je dit een half vol of een half leeg glas moest  noemen. Dat vind ik nog steeds, maar ik laat dat nu voor wat het is, en ga naar de uitvoering kijken.

De  Minister heeft inmiddels de Uitvoeringsagenda, met bijbehorende Kamerbrief, naar de Tweede Kamer gestuurd, en een subsidiesysteem opgetuigd via het SpUk – systeem (Specifieke UitKering), geopend van 01 april t/m 31 oktober 2021. Het subsidiesysteem loopt via RVO op https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/spuk-sla . Hier zijn de precieze voorwaarden te lezen.

Bron: het Schone Lucht Akkoord jan 2020

Subsidieerbare projecten moeten de emissie van NOx , PM10, PM2.5, ammoniak en zwaveldioxide voorkomen (afvangen en filteren en dergelijke telt niet mee). De overhead moet <30% zijn en om de gezondheidswinst van een maatregel in te boeken bestaat een rekentool.
Het gaat om ‘echte’ cofinanciering. Het rijk betaalt de helft en de partner de andere helft, uit eigen geld (en dus niet met elders gesprokkeld geld).
Men kan voor maximaal 5 projecten subsidie  krijgen.
Een precieze beschrijving van de themagroepen en pilots is te vinden op https://www.schoneluchtakkoord.nl/schone-lucht-akkoord/themagroepen/ .

Er zijn

  • Reguliere emissieverlagende projecten (goed voor maximaal €500.000 per stuk)

Er zijn pilotprojecten (goed voor maximaal €500.000 per stuk) in de categorieën

  • Mobiliteit
  • Mobiele werktuigen
  • Industrie
  • Houtstook (bedoeld wordt kleinschalige houtstook door particulieren)
  • Binnenvaart en havens
  • Landbouw
  • Internationaal luchtbeleid
  • Participatie en citizen science

En daarnaast zijn projecten (goed voor maximaal €100.000 per stuk) mogelijk in de categorieën

  • Innovatieve maatregelen
  • Kennis- en adviesproducten
  • Participatie en communicatie

De acht pilotcategorieën vallen binnen gelijknamige themagroepen. Daarnaast is er een themagroep Monitoring en Hoogblootgestelde locaties en kwetsbare bestemmingen (nadere details zie de Uitvoeringsagenda (blz 11, 12).

De Brabantse gemeenten
In Noord-Brabant doen mee de gemeenten ’s Hertogenbosch, Bernheze, Best, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Breda, Cuijk, Eersel, Eindhoven, Helmond, Heusden, Landerd, Meierijstad, Mill en St Hubert, Oss, St Michielsgestel, St Antonis, Son en Breugel, Tilburg, Uden, Vught en Waalwijk.
(Men mist hier overigens een gemeente als Moerdijk en meer algemeen West-Brabant).

Breda is lid van de themagroep monitoring en houtstook.
Helmond is lid van de themagroep houtstook en heeft een pilotlopen op dat gebied.
Boxtel, St Michielsgestel en Uden zijn lid van de themagroep landbouw.
Eindhoven draait (met anderen) een pilot civil science.

Deze afbeelding is van Samen Meten Meijerijstad en komt van https://www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl/ .

De provincie Noord-Brabant
De provincie is  coördinator van de themagroep landbouw, draait een pilot civil science (mogelijk dezelfde als de gemeente Eindhoven), en is lid van de themagroepen monitoring, hoogblootgestelde locaties en kwetsbare bestemmingen, industrie en houtstook.

De provincie heeft inmiddels subsidie toegezegd gekregen voor het maximale aantal van vijf projecten. Over of die daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden, moet nog daadwerkelijk beslist worden door GS. Bij de voortgangsrapportage SLA dd voorjaar 2022 wordt dit achteraf verantwoord.

Even aannemende dat alles, waar geld voor is, ook doorgaat, leidt dit tot de volgende projecten (de bedragen zijn  steeds die van het Rijk en de provincie samen):

  • Pilot combiluchtwassers (€735.000): onderzoek hoe ammoniak- en geurrendement van combiluchtwassers verbeterd kan worden. Daarvan zijn er 2000 in Brabant. Zie ook Het grillige gedrag van luchtwassers .
  • Emissiearm of -vrij onderhoud van 550km weg (€137.200)
  • Walstroom Moerdijk (€436.000): twee aansluitpunten voor zeeschepen voor de haven van Moerdijk. Die vervangen (deels) dieselaggregaten die het schip aan de praat houden als het aangemeerd ligt.
  • Eén vast en twee roulerende meetpunten (€786.000):
    In  het gebied Den Bosch-Oss-Veghel komt een achtste vast meetstation van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Er was in NO Brabant nog geen station.
    Het station komt in landelijk gebied en meet dus de regionale achetrgrond.
    Twee stations gaan door Brabant toeren en blijven een half jaar of langer op locatie staan, om lokale vragen op te lossen of om de lokale civil science-sensoren te ijken. Zie https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/milieu/2021/provincie-investeert-in-3-extra-meetpunten-voor-luchtkwaliteit .
  • Een bijdrage aan het project op 13 industrieterreinen te verduurzamen (€120.000 ). Dit is  een kennisproject. Over dit project “Grote Oogst” een apart kopje.
De 13 meest energievretende industrieterreinen van Brabant

Grote Oogst
Noord-Brabant heeft meer dan 600 bedrijventerreinen. De provincie heeft er 13 geselecteerd, verspreid over de provincie, die samen goed zijn voor 65%  van het energieverbruik op industrieterreinen. Zie https://www.brabant.nl/subsites/groteoogst/project-grote-oogst .

 Het Grote Oogst-project gaat over verduurzaming in ruime zin. Dus niet alleen over luchtkwaliteit, maar ook over energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en stikstof. Het  luchtkwaliteitsgeld is dus een kleine, gelabelde, bijdrage aan een deel van een groter probleem. Een bedrag van nog geen 10 mille per industrieterrein  kan inderdaad niet meer zijn dan alleen maar een onderzoek.

De provincie is het Grote Oogst-project gestart met verkennende gesprekken met de lokale overheden, parkmanagement en andere organisaties. Doel is om belemmeringen en kansen op de terreinen in beeld te brengen en te kijken welke behoeften er zijn. En waar de provincie lokale partners kan ondersteunen in hun eigen ambities in de transitie naar een duurzame economie en een duurzame omgeving. Ook de BOM, de waterschappen en VNO-NCW zijn betrokken. In de volgende stap wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen.
De provincie werkt op elk van de 13 terreinen toe naar langjarige samenwerkingen en financiering, gezamenlijke ambities met partners en een concreet plan van aanpak.

Binnenvaarthaven in Brabant

Luchtkwaliteitsbidbook Eindhoven betekent een verbetering

Inleiding
Op 06 april bracht de Eindhovense Rekenkamercommissie haar rapport uit over de geschiedenis van het Eindhovense luchtkwaliteitsbeleid. Mijn oordeel was, en is, kritisch: het beleid ging in het verleden de goede kant op, maar was te sloom (Eindhoven liep achter bij andere gemeenten), en was en is te veel verslaafd aan shiny technische oplossingen terwijl in praktijk het ‘gewone’ werk de vooruitgang bracht.
Het Rekenkamerrapport ging, naar mijn smaak, onvoldoende kritisch op het beleid in.
Zie www.bjmgerard.nl/?p=15173 .

Drie dagen later bracht het College van B&W een RaadsInformatieBrief (RIB) uit, met als bijlage een nadere onderbouwing door CE Delft van de gezondheidsschade, die de luchtvervuiling in Eindhoven aanricht, en een Bidbook.
De gezondheidsschade is in het vorige artikel afdoende behandeld.
Het Bidbook ademt een meer ambitieuze sfeer en zet daarmee een andere trend. Dit Bidbook verdient in eigen recht bespreking. Waarschijnlijk ziet men hier wethouder Thijs (GroenLinks) aan het werk.

De raadsinformatiebrief, met bijlagen, is hier te vinden op https://eindhoven.parlaeus.nl/user/bestuursdocument , en dan op de datum 9 april 2021.

De Raadsinformatiebrief en de intenties in het Bidbook
In de RIB stelt het College dat de situatie nijpend is (overigens bij raadpleging van de tabel in het vorige artikel ongeveer even nijpend als in Amsterdam en Rotterdam). Eindhoven ligt tussen drie grote industriegebieden, er rijden relatief veel auto’s, rond de stad ligt veel intensieve veehouderij en de bevolking is ouder dan gemiddeld.  

Het College plaatst dit in de grotere context van strategische ontwikkelingen.
In het Stedelijk Gebied (Eindhoven, Helmond en 7 andere gemeenten) moet het aantal inwoners omhoog van 480k naar 580k. Er is bijvoorbeeld een Woondeal waarin Eindhoven tot 2040 62000 woningen wil bouwen (de helft van wat er nu staat). Onder deze en andere trends liggen strategische beleidsstukken, o.a. met betrekking tot de ontwikkeling van het centrum.  Is er een relatie met het klimaatbeleid, het groenbeleid en het mobiliteitsbeleid.
De bespreking van deze context voert hier te ver.

Het College wil de levensduurberoving door de vuile lucht in tien jaar terugbrengen van de huidige negen maand naar vijf maand.
Vanaf 2019 voldoet Eindhoven aan de wettelijke Nederlandse eisen. Met name NO2 was een probleem.
Door (met enige vertraging) mee te doen aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) dd jan 2020, geeft Eindhoven te kennen dat het toe wil werken naar de advieswaarden van de WHO. Daar is fijn stof PM2.5 en PM10 de bottle neck.

De extra ambitie in het SLA vraagt om extra geld voor extra projecten in het Bidbook. Het Rijk heeft voor het hele land samen €50 miljoen voor het SLA over en dat is veel te weinig, vinden B&W van Eindhoven (terecht). B&W willen voor de eigen Eindhovense projecten alleen al ca 6,6 miljoen.
In de RIB wordt dreigende taal gesproken. Tot nu toe geeft het kabinet geen sjoege en als dat zo blijft, zeggen B&W, beperkt Eindhoven zich tot zijn wettelijke taken en is het adieu SLA.
Mogelijk moet men dit als onderhandelingstactiek zien.

SLA bidbook schone lucht_digitaal Rapport

De acht ‘fiches’ in het bidbook.
Nogal wat van deze ‘fiches’ zijn in het verleden ook al door Milieudefensie ingebracht. Met wat grootspraak kun je stellen, dat Eindhoven hier het verkeersplan van Milieudefensie uit 2014 uitvoert.

  1. De ‘Menukaart autoluw centrum’.
    Doel is minder auto en meer lopen, fiets- en ov-gebruik.
    Middelen zijn:
    – Deelmobiliteit, met bewoners, bezoekers en werkgevers als doelgroepen;
    – Gedragsbeïnvloeding van bewoners, werknemers en bezoekers van de stad;
    – MaaS-pilot, waarbij we grote werkgevers optimale vervoersmodaliteiten aanbieden;
    – Uitbreiding van de capaciteit van fietsenstallingen in het centrum en rond Eindhoven Centraal;
    – Verdere aanleg van snel/doorfietsroutes (regionaal);
    – P&R’s/hubs, om parkeren buiten het centrumgebied met een hoogwaardig en emissievrij openbaar vervoer aantrekkelijk te maken voor bezoekers van het centrumgebied en andere bestemmingen;
    – Bouwhub en andere overslagpunten in combinatie met stadslogistiek om zoveel mogelijk emissievrij goederen in het gebied binnen de ring te brengen en afvalstromen af te voeren.
    Dit zijn bestaande plannen met bestaand geld.
  2. De aanpak van de Westelijke Binnenring, Westtangent en Fellenoord, Westelijke Ring in combinatie met de bereikbaarheid van het station aan Centrumzijde. Hier ontmoedigen we het doorgaand gemotoriseerd verkeer.
    Middelen:
    – Aanpassing/herinrichting westelijke Binnenring met snelheidsreductie naar 30 km/uur;
    – Herinrichting Fellenoord en Westtangent binnen ‘Eindhoven Internationale Knoop XL’;
    – Verbeteren capaciteit en doorstroming Westelijke Ring;
    – Herinrichten/opwaarderen Fuutlaan (op een nog onbekende termijn)
    Dit alles kost naar schatting 22,25 miljoen, waarvan de 3,5 miljoen voor de capaciteitsuitbreiding van de Westelijke ring vanuit het Rijk gewenst wordt.
  3. Stappenplan nul-emissiezone binnen de ring 2030
    Doel is gefaseerd de strengere emissie-eisen voor diverse voertuigcategorieën binnen de ring invoeren, met als uiteindelijke doel een nul-emissiezone binnen de ring te realiseren.
    Middelen zijn het gefaseerd invoeren van strengere emissie-eisen voor diverse voertuigcate­gorieën binnen de ring en de organisatie van een Bouwhub en andere overslagpunten in combinatie met stadslogistiek om zoveel mogelijk emissievrij goederen in het gebied binnen de ring te brengen en afvalstromen af te voeren. Verder wat er in fiche 4, 5 en 6 staat
  4. Sloopregeling brommers en scooters op landelijk niveau in combinatie met bromscooters verplaatsen van het fietspad naar de rijbaan.
    Brommers en scooters krijgen tot nu toe weinig aandacht. Dat is opmerkelijk, want volgens TNO is een oude tweetakt brommer 2700 maal vervuilender dan een bestelbus.
    Tweetakt brommers blijken opmerkelijk onverwoestbaar. Bijna 1/3de van de totale vloot van 8500 van die ondingen is van voor 2007. Vandaar dat al veel steden Eindhoven voorgingen in een gesubsidieerde euthanasie op oude tweetaktbrommers middels een sloopregeling. Het denkmodel is dat ongeveer 1/6de van de oplaag voor enige honderden Euro’s per stuk uit dienst genomen wordt.
    Bij elkaar moet dat op ongeveer 1 miljoen uitkomen, te betalen door het Rijk (is de wens).
  5. Sloopregeling oude bestelauto’s en -busjes
    Oude bestelbusjes mogen straks niet meer in de milieuzone.  B&W vragen het Rijk op verzoek van de gemeenteraad van Eindhoven het voor ondernemers mogelijk te maken door middel van een subsidieregeling om binnen het Stappenplan Nul-emissiezone binnen de Ring (2030) aan de juiste emissie-eisen te kunnen voldoen.
    Vooralsnog is dit een PM-post, betaald gewenst door het Rijk.
  6. Taxivervoer versneld verschonen
    De Eindhovense gemeenteraad wil dat behalve het OV ook het taxivervoer versneld minder vervuilend wordt. Voor de opstapmarkt is er beleid om met ingang van 1 januari 2026 uitsluitend emissievrij toe te staan. Aan de zuidkant van het station mogen dan alleen nog emissieloze taxi’s staan.
    Voor de bel- en bestelmarkt volgt Eindhoven de lijn die het Rijk hierin momenteel volgt. Samen met andere gemeenten probeert Eindhoven deze markt gelijk te trekken aan de opstapmarkt.
    Er ligt een heel pakket middelen op voorraad dat hier te ver voert.
    De gemeente hoopt op 1,375 miljoen van het Rijk.
  7. Aanpak van houtstook bij particulieren
    De gemeente heeft daar weinig te vertellen (bijvoorbeeld niet over het Bouwbesluit). Het Rijk moet betere wetten maken. Geld wordt niet gevraagd, dat ligt er al.
  8. Het luchtmeetnet ILM2.0 met burgerparticipatie
    Dat is de doorontwikkeling van het 1.0 – netwerk van Aireas. Alle 21 gemeenten van het MRE-gebied doen mee.
    De ambitie is om het te koppelen aan de Milieu Gezondheids risico Indicator van het RIVM en ook roet, ammoniak en de positieve waarde van groen te gaan meten.
    Dat alles kost 2,0 miljoen en men hoopt op 0,75 miljoen van het Rijk. Er is enig chagrijn dat dag geld alsmaar niet komt, terwijl het meetnet al begint te draaien.

Eindhoven Airport
De luchthaven is geen hoofdonderwerp van het Bidbook, maar wel een nevenonderwerp dat opmerkelijk kritisch aan de orde komt. Het is wel eens anders geweest in de Eindhovense gemeentepolitiek.
In een kort hoofdstukje over de luchtvaart stelt het Bidbook “Als we praten over de luchtvervuiling die buiten de invloed van de gemeente Eindhoven om wordt veroorzaakt – de zogenaamde achtergrondconcentratie – dan kunnen we niet om Eindhoven Airport heen. De luchthaven is een factor van belang, al heeft de stad Eindhoven er weinig invloed op. Meten is weten, en kennis leidt (vaak) tot verstandig beleid, kortom is van groot belang in de beleidscyclus.” Het meten heeft betrekking op het systeem ILM2.0, dat ook bij het vliegveld moet gaan meten.
Op pagina 9 stelt het Bidbook “Uit in 2011 door TNO iov COVM verrichte studies is gebleken dat de groei van de luchthaven naar 43.000 vluchten alleen al in 2020 zou leiden tot een verhoging van de regionale achtergrondconcentratie van Stikstof met 10%.” Ik heb dit nog niet kunnen achterhalen, dat wordt zoeken. Het klinkt interessant voor de discussie over de Natuurvergunning van Eindhoven Airport.

Schone Lucht Akkoord – een halfvol glas

Het Tropomi-instrument op de Sentinelsatelliet heeft de NO2-concentratie in de atmosfeer in kaart gebracht op 13 mei 2019 (boven) en jaargemiddeld van april 2018 t/m maart 2019 (onder).
Let op dat wat je hier ziet de totale hoeveelheid NO2 is in een kolom van 1m2oppervlak tot aan de rand van de atmosfeer (dit omdat de satelliet straling ontvangt die de gehele atmosfeer gepasseerd is). Men kan er dus niet zo maar absolute concentraties op neushoogte uit afleiden. In relatieve zin zullen die concentraties op neushoogte ongetwijfeld bovenstaand patroon volgen).

Wie heeft wanneer wat getekend en waarom?
Op 13 januari hebben het Rijk, negen provincies en 36 gemeenten het Schone Lucht Akkoord getekend, een convenant (zonder rechtskracht) dat beoogt om in 2030 een fors lagere aantasting van de gezondheid door luchtvervuiling te bereiken t.o.v. 2016.

Het aan de Tweede Kamer aangeboden pakket is te vinden op www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/01/13/aanbieding-schone-lucht-akkoord . Het bevat een brief van de minister aan de Tweede Kamer, met als bijlage 1 het eigenlijke akkoord, bijlage 2 een effectberekening van het RIVM, en als bijlage 3 een publieksbrochure.
Daarnaast heeft het project zijn eigen website www.schoneluchtakkoord.nl/default.aspx met nieuws en andere lopende zaken. De documenten zijn hier ook te vinden, maar dat vraagt wat meer zoekwerk.

In het akkoord wordt de urgentie benadrukt. Gemiddeld leven Nederlanders door de luchtverontreiniging negen maand korter en jaarlijks overlijden ca 11.000 mensen er vroegtijdig aan. Dat moet fors lager kunnen.

Het akkoord is niet getekend door de provincies Groningen en Friesland (mogelijk omdat de urgentie daar kleiner is) en, merkwaardig genoeg, ook niet door de provincie Limburg (waar de urgentie niet lager ligt).
Binnen Brabant is het Akkoord getekend door de gemeenten Bernheze, Breda, Den Bosch, Helmond en Tilburg (en, opvallend, niet door Eindhoven – relatie met het Knip-proces? zie Geslaagde publieksavond over De Knip Vestdijk ). Een dag later liet een woordvoerster weten dat de gemeente Eindhoven van goede wil was, maar toevallig “verhinderd” bij de ondertekening. Die is er echter nog steeds niet en op de website levert de zoekterm Schone Lucht Akkoord geen enkele treffer.
In Limburg heeft alleen de gemeente Nederweert getekend ( ook merkwaardig, niet dat Nederweert tekent maar dat de rest het niet doet).
Het is mogelijk alsnog te tekenen. Dat wordt dan vermeld in een bijlage bij het Akkoord, maar vooralsnog staat daar niets.

De schone lucht-maatregelen vertonen samenhang met, maar zijn niet identiek aan klimaat- en stikstofmaatregelen. Voor zover de samenhang er is, wordt de winst van klimaat- en stokstofmaatregelen ook ingeboekt als schone lucht-maatregel.

Specifiek voor het Schone Lucht Akkoord heeft het kabinet voor de periode 2020-2023 €50 miljoen op de begroting gezet. Effecten die via stikstofmaatregelen en dergelijke bereikt worden, worden financieel ingeboekt als stikstofmaatregel.

In het Akkoord worden ook gebruikelijke bestuurlijke instrumenten gedefinieerd als een uit bestuurders bestaande Stuurgroep, een ambtelijke werkgroep, monitoringssystemen, jaarlijkse rapportages en om de paar jaar een conferentie.
Bij geschillen heeft de Stuurgroep geen doorzettingsmacht.

Welke maatregelen?
Het Akkoord bundelt de maatregelen per economische categorie, soms is dat (mede) in de vorm van een pilot, en soms wel en soms niet met een kwantitatieve ambitie op emissiegebied:

Het aantal maatregelen (soms al bestaande voornemens) is te groot om hier te bespreken. Wat voorbeelden:

Houtstookmaatregelen in woningen en kleine bedrijven
  • Bij auto’s een nieuwe roetfiltertest in de APK en vanaf 2020 een roettoeslag in de motorrijtuigenbelasting. Er komt een onderzoek naar gerommel met AdBlue-systemen in dieselvrachtauto’s (een systeem tegen stikstofoxides), en een bonus-malusheffing op vrachtauto’s op basis van Euroklasse en gewicht
  • Bij mobiele werktuigen maatregelen die de sector in de richting van zero emission-motoren duwen
  • Bij de industrie aanscherping van het Aktiviteitenbesluit en een zo scherp mogelijke uitleg van de BBT-bandbreedte (Best Beschikbare Technieken)
  • Bij houtstook in woningen en kleine bedrijven is per 01 jan 2020 de ISDE-subsidie op pelletkachels en kleine biomassaketels tto 500kW afgeschaft. Verder gaat het vooral om voorlichting.
  • Bij binnenvaart en havens wordt ingezet op ontwikkeling en verplichting van walstroom, de oprichting van een EU-fonds om schone motoren voor de binnenvaart te ontwikelen en eventueel te retrofitten, en toewerken naar een zero-emission binnenhaven in 2035.
  • Bij de landbouw gaat het vooral om bestaande maatregelen als de warme sanering, de ammoniakreductie in de varkenshouderij, de halvering van de PM10-emissie door pluimveebedrijven, en het Beslut emissie-arme Huisvesting. Dit alles mogelijk gecombineerd met meetsensoren en subsidiemaatregelen.
    Er is een pilot met een betere kennisoverdracht aan de sector, eventuele inzet van de Crisis- en Herstelwet en inbouw in de Omgevingswet.

De effectraming door het RIVM en hoe het probleem in elkaar zit
Luchtvervuiling heeft vier algemene herkomstcategorieën: mensgemaakte bronnen in het binnenland, idem in het buitenland, niet-mensgemaakte bronnen (bijvoorbeeld Saharazand of lekker ruikende dennenbossen) en onbekende bronnen. Bovenstaande tabel is relatief – omdat aan natuurlijke en onbekende bronnen per definitie niets gebeurt, blijft hun bijdrage in absolute zin hetzelfde, maar in relatieve zin stijgt hij.

Het Schone Lucht Akkoord richt zich kwantitatief op de mensgemaakte binnenlandse bronnen en kwalitatief op de mensgemaakte buitenlandse bronnen.

Het Akkoord wil toewerken naar de advieswaarden van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO), wat vooral voor PM2.5 (fijn stof) een aanscherping betekent (de Nederlandse norm is nu 20µgr/m3   en dat zou in 2030  10µgr/mmoeten zijn (voor PM10 idem 40 resp. 20µgr/m3   , maar het zit vaak al dicht op de 20).   Zodoende wil het Akkoord bereiken dat de gezondheidsschade uit binnenlandse bron gehalveerd wordt.

Het RIVM heeft gerekend aan een voorlopig maatregelenpakket, dat landelijke maatregelen (ook op klimaatgebied) omvat en enkele lokale maatregelen die een landelijke doorwerking hebben.

Let dus wel: de totale som, waarover de percentages genomen worden, daalt dus!

Het RIVM is in zijn effectberekening preciezer en vollediger dan de minister in het Akkoord. In zijn herkomsttabel neemt het RIVM bijvoorbeeld ook de luchtvaart en het treinverkeer apart mee, in het Akkoord gebeurt dat niet.
De RIVM-percentages zijn over het jaar en over het land gemiddeld. Lokaal kan de verhouding heel anders liggen, aldus het RIVM. Bijvoorbeeld (van mijn hand, niet van het RIVM) rond Schiphol of rond zee- en binnenhavens (Moerdijk of Barge Terminal Tilburg of Veghel).

Dit alles gezegd zijnde komt het RIVM op:

Horizontaal het aantal maanden leeftijdsverlies op een halve maand-verdeling, verticaal het percentage van de bevolking dat daar bij hoort. De som van alle hokjes is de totale Nederlandse bevolking. Bjvoorbeeld: in 2016 leefde ruim 8% van de Nederlandse bevolking 8 tot 8,5 maand korter, in 2030 moet dat minder dan 1% zijn geworden).

Al met al denkt het RIVM dat alle maatregelen samen (ook de lokale) ertoe zullen leiden dat in 2030 de gezondheidsschade gehalveerd is, voor zover die van binnenlandse mensgemaakte bronnen afkomstig is. Als ook de mensgemaakte buitenlandse bronnen worden meegenomen, is de winst kleiner maar altijd nog 42%.

Waar in 2016 de gemiddelde Nederlander 9 maand korter leefde door de luchtvervuiling, is dat in 2030 3,7 maand gunstiger (let wel: gemiddeld over Nederland). Dus de Nederlander leeft in 2030 5,3 maand korter door de luchtvervuiling – als alles goed gaat.

Bij de financiële baten rekent het RIVM met een financiele waarde van €50.000 tot 110.000 per levensjaar en bij 56.730 gewonnen levensjaren op drie tot zes miljard aan financiële baten.
Wat niet in dat bedrag zit is vermeden schade in de vorm van minder ziekte, minder natuurschade, minder schade aan landbouwgewassen en materialen, en minder schade in het buitenland.
En, om niet te vergeten, de emoties horend bij al deze zakelijke getallen.

Loont toch wel een beetje om daar 50 miljoen extra voor uit te trekken. In vier jaar.

Een halfvol glas?
Men kan erover twisten hoe vol het glas precies zit, maar het Akkoord schiet in elk geval op een aantal gebieden te kort.

  • Het Akkoord heeft geen wettelijke status en geen dwingende geschillenregeling
  • Te veel provincies en gemeenten doen niet mee
  • 50 miljoen over vier jaar is weinig
  • Veel beleid is bestaand beleid
  • De luchtvaart blijft buiten beeld (behalve bij het RIVM)
  • De industrie krijgt geen kwantitatieve taak opgelegd
  • Houtstook in woningen en kleine bedrijven blijft teveel in vrijblijvendheid steken
  • Het Akkoord besteedt in praktijk alleen maar aandacht aan de wettelijke categorieën NO2 , PM10 en PM2.5 . Van het bestaan van categorieën als roet en ultrafijn stof wordt melding gemaakt, maar daar wordt vervolgens niet systematisch iets mee gedaan

Maar voor de helft van het glas dat wèl vol zit is jarenlang actie gevoerd, met name door Milieudefensie. Deze verdienste mag ook wel eens geroemd worden.