Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

Fototentoonstelling over rijzende zeespiegel

Foto Kadir van Lohuizen

De fotojournalist Kadir van Lohuizen heeft de hele wereld afgereisd om foto’s te maken van problemen, die de rijzende zeespiegel nu al met zich meebrengt. Mogelijk de vriendelijkste uit de serie staat hierboven afgedrukt.

Het dagblad Trouw schrijft een artikel over de foto’s onder de titel:”De onontkoombare verwoesting in beeld gebracht“. Dit is te zien op www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/de-onontkoombare-verwoesting-door-de-stijgende-zeespiegel-in-beeld-gebracht~b4ad180f/ .

De tentoonstelling Rijzend Water vindt plaats:
In het Amsterdamse Scheepvaartmuseum
tot 10 mei 2020 .

Bachelor Milieukunde aan de Open Universiteit gehaald

Met een groep van vier mensen hebben we, ter afsluiting van onze studie Milieukunde aan de Open Universiteit, een literatuurscriptie geschreven over synthetische kerosine.
Naast mijzelf waren de auteurs Barbara Herbschleb, Remco Kistemaker en Remo Snijder.

Elk van deze vier mensen heeft eerst een literatuurscriptie geschreven over een deelonderwerp. Bij mij was dat biokerosine, iemand anders deed Power to Liquid-brandstof (ook wel Electrofuels), weer iemand anders deed Gas To Liquid en Coal To Liquid, en de vierde fossiele kerosine en alle overkoepelende zaken.
Daarna werden de vier deelstudies in elkaar geschoven tot een eindresultaat van de groep als geheel.
In de studie wordt alle kerosine ‘synthetisch’ genoemd die niet via raffinage uit ruwe olie afkomstig is.

Stroomschema t.b.v. productie van Gas To Liquid-brandstof . Met dit Fischer-Tropsch-procedé kan uit elk koolstofhoudend materiaal brandstof gemaakt worden. De eerste stap (linksboven) verschilt per grondstof, maar vanan het woord ‘syngas’ is het procedé voor alle soorten grondstof hetzelfde.
Het eindproduct is zwavelvrij en bevat geen aromatische verbindingen, waardoor het eindproduct met veel minder luchtvervuiling verbrandt.

Opdrachtgever voor de afstudeerscriptie was het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), in persoon van prof. Kopinga.

De studie bevestigde het vermoeden dat gangbare synthetische kerosine veel schoner verbrandt, dat biokerosine en Power To Liquid-kerosine goed voor het klimaat zijn, maar dat de synthetische kerosine nog slechts in kleine hoeveelheden aanwezig is.
Synthetische kerosine is een van de onderwerpen die in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport aan de orde komen.

Overzicht van alle routes die vanuit organisch materiaal eindigen als brandstof. De rood omcirkelde routes zijn inmiddels goedgekeurd door het Anerikaanse certificeringsinstituut.

Biokerosine is een gevarieerd onderwerp. Ruwweg valt het te verdelen in biokerosine met afgewerkte oliën en vetten als grondstof, en met houtachtig materiaal als uitgangspunt (bijv. populier, wilg, miscanthus, switchgrass).
Biokerosine bestaat geheel uit ‘tweede generatie’- materiaal , stoffen die niet concurreren met voedsel. Daar zit een goede controle op, o.a. via een onafhankelijk certificeringsbedrijf.
In biokerosine zit dus geen palmolie. In biodiesel (nog) wel, maar dat wordt uitgefaseerd. Biodiesel en biokerosine zijn familie van elkaar, maar niet identiek.

De meest gezaghebbende studie komt erop uit dat het Europese aanbod in 2030 6 tot 9% van de Europese vraag kan leveren bij ongehinderd groei. Daar valt wel wat op af te dingen, maar vast staat dat er te weinig biokerosine gemaakt kan worden om de bestaande vraag te bedienen, laat staan de groei.
Biokerosine kan een goed begin zijn om de bestaande vraag schoner en met minder klimaateffecten te bedienen, maar je haalt het er niet mee. De (nu nog in ontwikkeling zijnde) Power To Liquid-techniek (die geliëerd is aan de waterstofeconomie) kan een aanvulling worden, maar dat vreet stroom en de vraag is, hoe dat ingepast moet worden. Daar valt nu nog niet veel over te zeggen.

Doorsnee van een oude, Russische PC90-A straalmotor

In de scriptie wordt uitgelegd waarom gangbare synthetische kerosine schoner verbrandt.
Omdat de synthetische kerosine in het productieproces zwavelvrij gemaakt is, vormt de motor geen UltraFijn Stof (UFS) meer, voor zover dat op zwavel gebaseerd is.

De aanwezige benzeenringen fungeren bij het verlaten va de straalmotor als bouwsteen voor steeds complexere molekulen, die eerst nog PAK’s heten (Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen), en daarna roet of Black Carbon.

Als de brandstof geen benzeenringen bevat, kunnen die ook niet als groeikern dienen voor steeds grotere moleculen die later roet worden. De motor loost dus veel minder roet.
En dat roet dient hoog in de lucht als kristallisatiekern voor ijs, dus bij synthetische brandstof ontstaan er minder strepen en minder cirrusbewolking in de lucht – die zelf ook weer een klimaatbedreiging zijn.

Synthetische kerosine mag momenteel tot 30% of 50% worden bijgemengd.

Het deelonderzoek over biokerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over conventionele kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over GTL- en CTL-kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over Power To Liquid-kerosine kan hier worden gevonden.
De uiteindelijke scriptie kan hier worden gevonden.
Bij de scriptie hoort een Excel-bijlage met een samenvatting van de gelezen literatuur, geordend op de vooraf gestelde deelvragen. Deze is hier  te vinden.

Voor een artikel over de diploma-uitreiking en de puntenlijst zie Diploma-uitreiking OU-studie Milieukunde .

Milieudefensie dagvaardt Shell in klimaatzaak – Shell reageert

(Dit artikel is een update van een eerder artikel. Wat onder de tussenkop De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shellstaat is de oude inhoud. Deze is nog steeds correct.
Inmiddels heeft de Shell de hieronder gevraagde medeverantwoordelijkheid afgewezen. Reden voor Milieudefensie om de Shell te dagvaarden.
Eind november heeft Shell 272 volgepende kantjes ingeleverd als reactie op de dagvaarding. Ze wijzen de verantwoordelijkheid af.

This image has an empty alt attribute; its file name is Dagvaarding-Shell_05april2019-rr.jpg

Dat gebeurde demonstratief op vrijdag 05 april 2019 in Den Haag. Ik kon helaas zelf niet mee, maar enkele andere leden van onze Eindhovense Milieudefensiegroep zijn wel mee geweest

Het proces wordt ondersteund door 17.379 mede-eisers. Ik ben er daar één van.

Op de site van Milieudefensie staat de meest recente informatie over de zaak.
Zie https://milieudefensie.nl/actueel/milieudefensie-biedt-namens-17-200-mensen-en-6-organisaties-dagvaarding-aan-bij-shell .

Zie https://milieudefensie.nl/actueel/de-reactie-van-shell-op-onze-dagvaarding?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=reactie-shell-dagvaarding&utm_campaign=klimaatzaakshell-update-medeeisers

De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shell

Milieudefensie landelijk heeft de Shell een brief gestuurd, waarin de Shell medeverantwoordelijk gesteld wordt voor het veroorzaken van een gevaarlijke klimaatverandering. De brief is gedateerd op 04 april 2018 en geeft Shell acht weken de tijd om aan de eisen te voldoen.

  • Die eisen zijn: Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
  • Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
  • Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

Een samenvatting van de brief is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaakshell/nieuws/de-brief-van-milieudefensie-aan-shell .
Daar is ook een link te vinden naar de volledige tekst van de brief.

De reactie van de Shell op de dagvaarding is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/de-reactie-van-shell-op-onze-dagvaarding?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=reactie-shell-dagvaarding&utm_campaign=klimaatzaakshell-update-medeeisers .

Als het tot een rechtszaak komt (wat aannemelijk is), zal Roger Cox hem voeren. Dat is dezelfde advocaat die het succesvolle klimaatproces van Urgenda gevoerd heeft. Cox heeft daar het “Kelderluik-arrest” ingezet, inhoudend dat het veroorzaken van ernstig gevaar voor mensen in zichzelf al verwijtbaar is, zelfs al is de handeling die daaraan ten grondslag ligt op zichzelf niet strafbaar (in het Kelderlijkarrest het open laten staan van een luik in de grond naar een kelder zonder daar beschermende maatregelen omheen te bouwen, waardoor een ernstig ongeval veroorzaakt werd).

Shell kan aansprakelijk gesteld worden, omdat het hoofdkantoor van Shell in Nederland staat en daar  het beleid bepaald wordt.

De mogelijkheden om deze zaak aan te spannen zijn sterk vergroot door goed journalistiek werk van de online krant De Correspondent. Medewerkers van die krant hebben met veel werknemers van de Shell gepraat en daarbij allerlei vergeten of zelfs geheim materiaal boven tafel gekregen.
Een verhelderend artikel uit De Correspondent is te vinden op https://decorrespondent.nl/8113/shell-krijgt-de-keuze-stop-met-olie-en-gas-of-verantwoord-je-voor-de-rechter/890985780531-ec680f38?pk_campaign=sharer&pk_kwd=link . Daarin links naar verder materiaal.


Weg met de overgang!

Willemieke Arts is voor de SP lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant en daarin woordvoerder Mobiliteit. In die hoedanigheid houdt ze zich onder andere bezig met gelijkvloerse spoorwegovergangen. Daar bestaan regelmatig zeer gevaarlijke situaties, zowel voor de inzittenden van de treinen als voor de verkeersdeelnemers op de weg. Ze vindt dat gelijkvloerse overwegen versneld moeten worden opgeheven.
Hierover heeft ze een gastopinie geschreven voor het Eindhovens Dagblad. Ik plaats deze ook hieronder.

Wie ervaringen met overwegen in Brabant kwijt wil, is zeer welkom op warts@brabant.nl .

Overweg Tongelresestraat-Hofstraat Eindhoven, een van de vijf Tongelrese gelijkvloerse overwegen


Weg met de overgang!

ProRail legde in het Eindhovens Dagblad van 19 sept uit dat de onderneming nu les gaat geven aan bejaarden over hoe veilig over te steken met een rollator of een scootmobiel op een spoorwegovergang. Dat blijkt nodig: alleen al op de spoorwegovergang in Tongelre, zo meldt het artikel, zijn in korte tijd vier scootmobielen in de prak gereden. De opzittenden konden gelukkig het vege lijf redden.
Ook elders zijn incidenten met stilvallende scootmobielen en tussen de rails vastgeklemde rollators niet zeldzaam.

Ook de schooljeugd mag zich in de educatieve attenties van ProRail verheugen, getuige een eerder artikel in het ED.

Nu is dit allemaal goed bedoeld, maar die voorlichting en de “oversteeklessen” voor ouderen blijven een lapmiddel. Niet de omgang met de situatie is het hoofdprobleem, maar de situatie zelf. Zeker als zo’n overgang  driekwart van de tijd dicht zit zoals straks bij Boxtel. Gelijkvloerse spoorwegovergangen zouden überhaupt niet meer mogen bestaan.    

Als men in dit land een auto(snel)weg aanlegt of renoveert, moet die kruisingsvrij. Dat zit gewoon in het bestek van de weg opgenomen.
Treinen rijden vaak harder dan auto’s en het spoor is eigenlijk een soort snelweg voor treinen. Waarom dan niet ook bij het spoor gelijkvloerse overgangen gewoon verbieden? En ze ombouwen tot fiets- en voetgangerstunnel bij landweggetjes en tot autotunnels bij grotere wegen?

Gemeenten hoeven niet mee te betalen aan klaverbladen en zo op hun grondgebied. Waarom moeten die, vaak armlastige, gemeenten dan wel behoorlijk meebetalen aan het ongelijkvloers maken van spoorwegovergangen? Mede daardoor blijft een dringend gewenste sanering van alle spoorwegovergangen vaak iets voor de onbekend lange termijn.

De noodzaak tot sanering rust in vrede op een lange wachtlijst in Den Haag. Slachtoffers van ongesaneerde spoorwegovergangen rusten in hun graf, zoals de machinist van de trein die bij Dalfsen op een hoogwerker knalde.

Het Rijk en ProRail moeten alle gelijkvloerse overgangen zo snel mogelijk de wereld uit helpen.

Willemieke Arts
Statenlid SP

Definitieve uitnodiging Knegselbijeenkomst BVM2 op 14 december 2019

Het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) organiseert opnieuw een informatieve bijeenkomst over het vliegveld. Deze vindt plaats

  • op zaterdag 14 december
  • van 11.00 – ca 13 uur
  • in Zaal De Leenhoef
  • Steenselseweg 8a
  • Knegsel

Het programma ziet er als volgt uit;

  • Welkom en toelichting op het programma
  • De toekomst van Eindhoven Airport door dhr. Hellemons (de nieuwe directeur van het vliegveld)
  • Vragen en discussie hierover
  • Pauze met koffie en thee
  • Toelichting op landelijke ontwikkelingen rond de luchtvaart zoals de Luchtvaartnota door Michiel Visser (BVM2-bestuurder)
  • Berekenen, meten en beleven van geluidshinder door Klaas Kopinga (BVM2-bestuurder)
  • Einddiscussie
  • Afsluiting

BVM2 heet u graag welkom bij deze informatieve bijeenkomst.

Met vriendelijke groeten

Bernard Gerard
secretaris BVM2
040-2454879
bjmgerard@gmail.com of beraad@bvm2.nl    

PFAS in Eindhoven en Helmond, en enige uitleg

Enige uitleg
Het voert te ver om op deze site alles, wat in de laatste maanden over PFAS geschreven is, te herkauwen.

PFAS is een verzamelnaam voor ruim 6000 poly- of perfluoralkylstoffen. Dat zijn heel handige stofjes omdat ze water-, vet- en vuilafstotend zijn. Ze worden dan ook al minstens vijftig jaar gebruikt in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica.

Maar weinig mensen maakten zich er druk om wat die stoffen in het milieu deden.
Dat veranderde met het schandaal rond Chemours in Dordrecht. Die maken Teflon (de fl staat voor fluor). De bodem was ernstig vervuild en de omwonenden mochten niet meer uit eigen tuin eten.
Tot  2010 deed men dat met PFOA (perfluoroctanoic acid). “Octan” slaat op een koolstofketen van acht C-atomen. De schadelijkheid werd allengs bekender en daarom stapte na 2012 Chemours over op een procedé dat GenX heet, en dat met stoffen werkt die aangeduid worden als FRD 902 en FRD903, stoffen met zes C-atomen. Bij het productieproces komen andere producten vrij, soms  in de lucht, soms in het water. Zie een eerder artikel op www.bjmgerard.nl/?p=5491 .

FRD903

Omdat de populaire pers panisch is voor artikelen die naar scheikunde ruiken en denkt dat de bevolking dat ook is, dikt men soms de informatie in door te zeggen dat GenX een stof is. Wat dus niet zo is. Je kunt eventueel nog wel zeggen ‘GenX-stoffen’.
Het RIVM heeft PFOA, het verwante PFOS en FRD 902 en FRD903 als ‘Zeer Zorgwekkende Stof’ (ZZS) aangeduid.
Teflon zelf (dus ook een PFAS-stof) is onschadelijk, maar de ontledingsproducten (boven de 350°C, haal je alleen als een pan op groot vermogen droogkookt), zijn giftig.

De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) bracht in 2018 een eerste onderzoek uit naar de afvalstromen van Chemours, en in augustus 2019 een vervolgonderzoek. Daarin werd ook het afvalbedrijf Suez in Almelo bezocht, waar GenX-stoffen waren aangetroffen – wat opmerkelijk was, want Suez Almelo had geen enkele relatie met Chemours.
Het vervolgonderzoek bracht de ILT tot enkele treurige en harde conclusies:

  • Nieuwe stoffen komen op de markt zonder voldoende risico-informatie (o.a. in het  Europese registratiesysteem REACH)
  • In de afvalketen wordt pas informatie gedeeld als een stof >0.1% aanwezig is, maar voor stoffen als FRD902 (lozingsnorm 118 ng/liter) is dat een miljard keer te hoog
  • Marktpartijen in de keten vragen niet door en doen ook anderszins geen moeite
  • De wetgeving biedt onvoldoende waarborgen voor microcontaminanten als FRD en ZZS-stoffen in het algemeen
  • De informatie die er wel is, is versnipperd. Niemand overziet de keten als geheel.

De conclusies werden al snel veralgemeniseerd tot de totale groep van PFAS-stoffen, o.a. in een brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 08 juli 2019.
Maar, zo legde de staatssecretaris uit, er bestaat geen normering voor PFAS-stoffen. Dat verplichtte haar wettelijk om op basis van het voorzorgsbeginsel de detectiegrens ( 0,1µgr/kg droge stof) als vergunninggrens te hanteren. Dan kon eventuele vervuiling zich in elk geval niet verder verspreiden. Vuil zand mag niet gestort worden op schoon zand en als van dat ontvangende zand de concentratie niet bekend is, kan er dus niets.
Omdat de bodem in die vijftig jaar op veel plaatsen diffuus vervuild geraakt is tot boven de detectiegrens, en omdat de capaciteit van metende bureau’s zeer beperkt is, kon de grondverzet- en baggersector niet veel kanten op.
Dat is sneu, want die sector heeft het probleem niet zelf gecreëerd (anders dan veel boeren die nu stikken in hun eigen stikstof).  

Het handelingskader van juli 2019 legde de eerste regel op.
Het handelingskader van november 2019 legde de tweede regel op.

Lopende dit eerste handelingskader verrichtte het RIVM onderzoek om tot een tweede (nog steeds tijdelijk) handelingskader te komen.
Ten behoeve van grondverzet en baggeren zijn die stoffen genormeerd, die in de bodem immobiel zijn. Sommige PFAS-stoffen (bijv. PFOA) lossen in water op en zijn daardoor mobiel – hetgeen overigens betekent dat ze in het grondwater terecht kunnen komen, ook als dat voor drinkwater bestemd is . In water ten behoeve van de drinkwatervoorziening mag 0,1µgr/liter grondwater zitten. Zo beschouwd is de strenge PFAS-norm niet absurd. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10339 .

Als de stoffen genormeerd zouden zijn (dus immobiel), zou de bodem verplaatst mogen worden tot het achtergrondniveau in de bodem. Dat ligt inmiddels al een stuk hoger dan de detectienorm.
Het RIVM heeft inmiddels de achtergrondconcentraties in de bodem onderzocht, en daarna de aanbeveling gedaan dat de staatssecretaris de norm voor PFOA mag ophogen tot 0,8µgr/kg droge stof, en voor PFOS tot 0,9µgr/kg droge stof . Zie www.rivm.nl/pfas .

Het RIVM hoopt in 2021 een definitieve (hogere) norm aan te kunnen bieden.

Helmond
Het Helmondse bedrijf Custom Powders had poeders gedroogd voor Chemours. Er waren GenX-stoffen via de schoorsteen ontsnapt en in de bodem en het oppervlaktewater terecht gekomen. De gang van zaken dwong Helmond om in de hele stad bodemonderzoek te doen en zodoende wist Helmond, eerder dan andere gemeenten, hoeveel GenX-stoffen en de PFOA en PFOS in de bodem en grondwater aanwezig waren. Dat leverde een set kaarten op.
Hieronder de bodemvervuiling door GenX-stoffen. Zo zijn er ook kaarten voor PFOA en voor PFOS.  In het omcirkelde gebied ligt Custom Powders.
Door het onderzoek kan er in Helmond weer gegraven worden. Buiten het Custom Powders-gebied viel de vervuiling mee.
Voor alle documenten, zie www.helmond.nl/documentenpfas .

GenX-stoffenkaart van Helmond

Eindhoven
Ook Eindhoven heeft zijn bodemkwaliteitskaart op orde. Er is geen groot probleem, vooral omdat Eindhoven geen PFAS-verwerkende fabriek heeft (voor zover bekend). Het gros van de grond is schoon genoeg om in te graven.
Zie www.eindhoven.nl/bouwen/grond-en-vastgoed/bodeminformatie?search=PFAS en dan doorlinken naar ‘aanvulling Bodemkwaliteitskaart PFAS’.

Voor Eindhoven geef ik een tabel (die is er trouwens in Helmond ook).

Meettabel Eindhoven van diverse PFAS-stoffen, gemiddeld over 40 meetpunten

Men moet zich voorstellen dat er voor deze tabel 40 meetpunten geweest zijn, waarvan het gemiddelde en de spreiding daarin in de tabel staan. Voor huis-, tuin- en keukengebruik is de kolom 13 (waar ‘gem(iddeld)’ boven staat de belangrijkste, en dan de eerste twee rijden PFOA (som) en PFOS (som); resp 0,46 en 0,77µgr/kg ds. Gemiddeld voldoet Eindhoven dus aan de nieuwe rijksnorm.

De tabel geeft tevens waarden voor een heleboel andere PFAS-stoffen dan alleen PFOA en PFOS. Er is een selectie gemaakt uit de ruim 6000 PFAS-stoffen, die zijn ook gemeten.

Weinig bekend van veruit de meeste PFAS-stoffen
Van de meeste PFAS-stoffen is (zeer) veel minder bekend dan van het riedeltje PFOA, PFOS en GenX-stoffen. Ik wil daartoe uit de Eindhovense tabel de rij ‘perfluorbutaanzuur’ lichten (afgekort PFBA). Die springt er in zijn concentratie, na PFOA en PFOS, als enige uit.

PFBA is het kleine broertje van de middelgrote broer PFOA. Het enige verschil is dat PFBA vier  koolstofatomen in de keten heeft en PFOA acht.

Perfluorbutaanzuur

De PubChem vermeldt bij PFOA  een waslijst aan toxicologische informatie (zie https://pubchem.ncbi.nlm.nih.gov/compound/Perfluorooctanoic-acid ).
De PubChem vermeldt bij PFBA  nauwelijks toxicologische informatie (zie https://pubchem.ncbi.nlm.nih.gov/compound/9777 ). De enige gevaar-informatie is die welke voortvloeit uit het gegeven dat PFBA een sterk zuur is.
Toch zijn de twee stoffen nauw familie. Het zou natuurlijk kunnen dat PFBA veel minder vergiftig is, maar waarschijnlijker is dat de toxische en milieueffecten gewoon niet onderzocht zijn. Net als bij het overgrote deel van de andere PFAS-stoffen.

Sweco
Het ingenieursadviesbureau Sweco (Swedish Consultants) heeft een landelijke PFAS-kaart gepubliceerd. Zie www.sweco.nl/nieuws/nieuwsartikelen/2019/sweco-publiceert-signaleringskaart-pfas-locaties/ .

Sweco geeft hierop de volgende toelichting:
TOELICHTING ONDERZOEKSMETHODE
De signaleringskaart PFAS is een geografische vertaling van een openbare lijst van mogelijke PFAS risicolocaties, die momenteel door alle partijen in het werkveld wordt gebruikt. Deze staat op pagina 8 van dit rapport. We hebben de belangrijkste typen locaties zoals die zijn benoemd op pagina 8 van dit rapport genomen, en daar de concrete locaties in Nederland bij gezocht en via een GIS tool in een signaleringskaart verwerkt. 

Op onze signaleringskaart zijn de volgende typen locaties aangegeven:  
– Producenten van PFOS of PFOA (of andere PFAS)   
– Producenten van Teflon en andere gefluoreerde polymeren (gebruik PFAS of Gen-X tijdens productie)   
– Verwerking van Teflon en andere gefluoreerde polymeren
– Galvanische industrie
– Locaties waar brandblusschuim wordt ingezet zoals vliegvelden, brandweer oefenplaatsen en militaire locaties en bij grote branden
– Bedrijven (waar bekend is dat blusschuimmiddelen zijn opgeslagen)  
– Voormalige stortplaatsen (exclusief de provincies Utrecht en Friesland)
– Waterzuiveringsinstallaties  
– Afvalverbrandingsinstallaties  

In de tabel in het rapport werd onderscheid gemaakt tussen beperkt en groot risico. Het risico is afhankelijk van de hoeveelheid PFAS die bij een activiteit op een locatie is/wordt gebruikt, in combinatie met de kans dat (een deel van) deze hoeveelheid in de bodem terecht komt/is gekomen. Voor de kaart zijn de scores opgeteld en weergegeven in een zogenaamde ‘heatmap’ en op de volgende wijze weergegeven:  
– Lage verdachtheid (beperkt risico): In de bron een lage score tot 100 meter uit de bron.  
– Hoge verdachtheid (groot risico): In de bron een hoge score (10 maal de lage score) aflopend tot een lage score op 1 kilometer van de bron. 

Sweco heeft een aparte kaart gemaakt voor de regio Eindhoven-Helmond-Weert . Die kan men vinden door door te linken vanaf de eerder genoemd pagina.

Kaart met verdachte PFAS-bronnen volgens weco

Vernietiging van PFAS
De koolstof-fluorband (CF-band) is de sterkste band uit de organische scheikunde. Er wordt gestudeerd op methodes om die toch kapot te krijgen.

De eenvoudigste is lomp geweld met een hele hete draaitrommelovens. Zo doet Chemours dat.

Er is een experimentele methode (nog kleinschalig en waarschijnlijk niet geschikt voor gebruik in situ) om de verbindingen kapot te stralen met ultraviolet licht

Verder zijn er berichten dat sommige bacterien in sommige omstandigheden tot op zekere hoogte de CF-band zouden kunnen aantasten, maar deze studies ogen vooralsnog niet als praktisch bruikbaar.

Iets dat in de natuur niet of nauwelijks kapot kan, en toch blijft vrijkomen, stapelt per definitie dus.

Slotbeschouwing
Ik zie niet meteen hoe dit verder moet.

Vooralsnog staat de kraan nog steeds wijd open en is er maar een kleine dweil. De aanpassingen tot nu toe behelzen dat er meer millimeter water op de vloer mag staan.

Het in producten verwerken van koolstof-fluorbanden (CF-band) zou aan banden gelegd moeten worden. Dat is uitermate vervelend, want er worden vaak nuttige producten mee gemaakt. Misschien moeten we stoppen met Tefal pannen ten gunste van keramische pannen, en iets anders verzinnen voor de coating van Goretex regenjassen.

En zolang de CF-band verwerkt mag worden, moeten er strengere eisen gesteld worden aan de fabriek die dat mag doen.

De eindigheid van de aarde grijnst je ook in dit dossier aan.

PS-fractie SP brengt werkbezoek aan Energiehuis Helmond

SP-leden in het Energiehuis Helmond op 29 nov 2019 (foto bgerard)

Ik heb met de fractie van de SP in Provinciale Staten op 29 november 2019 een werkbezoek gebracht aan het Energiehuis Helmond. Ook een aantal actieve leden uit naburige SP-afdelingen was aanwezig.

Het Energiehuis Helmond is een organisatie die voorlichting geeft over besparingsmogelijkheden en energieopwekking in de gebouwde omgeving. Het bedient o.a. woningen, kantoorachtige bedrijfsruimtes en onderwijsgebouwen. Omdat woningbouwverenigingen vaak zelf al een programma hebben en bijbehorende kennis, ligt de focus van het Energiehuis vooral op koopwoningen. Er is echter wel contact met woningbouwcorporaties.
Het Energiehuis heeft de organisatorische vorm van een winkel, waarin men zonder afspraak binnen kan lopen (wel even vooraf de openingstijden checken!). Maar het Huis organiseert ook thema-avonden en werkt ook voor groepen.

Het Energiehuis draait op vrijwilligers en is onafhankelijk. De gemeente Helmond betaalt de vaste huisvestingslasten. De getoonde apparatuur is afkomstig van de producenten (donatie of bruikleen), en niet van de Helmondse middenstand. Er bestaan geen voorkeursbehandelingen of sponsorrelaties.
Het Klimaatakkoord definieert ook regionale adviescentra (bijv. op schaal van de MRE). Hoe dat gaat uitwerken en welke positie het Energiehuis daarin krijgt, is nog onduidelijk.

De presentatie leidde tot een uiterst geanimeerde en vruchtbare discussie. Die bijvoorbeeld bij enkelen tot het inzicht leidde dat de gemeenteraden al in 2021 een Warmteplan vastgesteld moeten hebben, en dat dat best snel is.

De presentatie is te vinden –>

Biomassapaper van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE)

Ter inleiding
De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) heeft een paper uitgebracht, dat diepgaand beschrijft hoe, hoeveel en onder welke voorwaarden biomassa als duurzame energie betiteld mag worden. Dat is vaak.
Het paper is te downloaden op http://www.nvde.nl/nvdeblogs/nvde-position-paper-biomassa-en-bio-energie/ .

Het paper bestaat uit  twee delen. Er is eerst een wetenschappelijke tekst van 28 pagina’s over alle vormen van biomassa. Vervolgens is er voor de deelcategorie ‘houtige biomassa’ een samenvatting gemaakt in de vorm van 10 vragen-en-antwoorden .

Diverse soorten biomassa en hun gebruik (hout is maar een deel van een grotere categorie)

Ik vind het fantastisch. Blijkt dat de kennis, die ik zelfstandig bijeen gesprokkeld heb en die in diverse artikelen op deze site verwoord is, bijna tot in de finesses overeenkomst met de analyses van de NVDE.
Bovendien gaat de NVDE soms zover de diepte in, dat ik er nog wat van kan leren, o.a. over de korte stikstofkringloop.

Ik ben blij dat de NVDE eindelijk zijn verantwoordelijkheid neemt en de vele broodje aap-verhalen helpt bestrijden die over dit onderwerp in omloop zijn.

Overzicht van de SDE+ – subsidies voor diverse doelen. Alle biomassaprojecten samen zijn over 2012 t/m 2018 goed voor ca 16 van de 42 miljoen € daadwerkelijk uitgegeven subsidie

Subsidies
De diverse gruwelbeweringen over biomassasubsidies zijn zo’n broodje aap-verhaal.
In het Algemeen Dagblad (annex Eindhovens Dagblad) wordt van “€11,4 miljard voor allerlei biomassa-installaties” gewag gemaakt die op geen enkele manier verantwoord worden. Ik heb actief gezocht naar een methode om op een of andere manier die 11,4 miljard kon terugvinden, alsmede over hoeveel jaar dat was, alsmede wat precies bedoeld werd met “allerlei biomassa-installaties” (er is veel meer biomassa in gebruik dan alleen het hout waarover het artikel ging), maar noppes. Men kletst maar wat.
Het EASAC-rapport en Louise Vet hebben het over €3,6 miljard in acht jaar (welke acht jaar?) voor houtbijstook in kolencentrales (dus al heel wat minder als het EhvDagblad), maar parkeren je in de literatuurverwijzing bij de openingspagina van de SDE+-regeling met 25295 resultaten – en daarna zoek het maar uit. Dit is regelrecht academisch onfatsoen en een reden te meer dat dit artikel niet door een eventuele peer review had mogen komen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10525 .

Hierboven wat de SDE+-regeling feitelijk van 2012 t/m 2018 uitgegeven heeft voor de diverse sectoren. Benadrukt moet worden dat biomassa een containerbegrip is waarvan hout maar een deel is. Snel even uit de losse hand schattend kom ik hierboven op 16 miljard over 2012 t/m 2018 voor alle vormen van biomassa samen.

Stikstof
De energiesector is goed voor 0,3% van de Nederlandse stikstofdepositie. Dit mede omdat het statische inrichtingen zijn waar een goede rookgasreiniging uitgevoerd kan worden, inclusief soms een DENOX-installatie. Dat een dergelijke geringe hoeveelheid een rol speelt, is omdat andere sectoren (als vooral de landbouw, maar ook het verkeer) de boel dusdanig verziekt hebben dat elke groei van iets kleins tot een probleem leidt.

Het rapport van DNV GL ( zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10699 ) zegt dat biomassaketels relatief meer stikstof uitstoten dan aardgas. Dat is ook zo omdat aardgas geen biologische stikstof bevat en (bijvoorbeeld) hout wel. Aan de ene kant wordt die stikstof bij verbranding omgezet in NOx. Aan de andere kant legt groeiend hout ook weer stikstof vast. Kort door de bocht gezegd, wordt het meerbedrag aan stikstof bij biomassastook in de korte cyclus ook weer opgenomen in nieuw hout. Er geldt dus hetzelfde voor als voor koolstof.

Duurzaamheidscriteria
Het Position Paper gaat hierop dieper in. Ik beperk mij tot een afbeelding.

SFM = Sustainable Forest Management;
BKG Balans = BroeiKasGas balans = Richtlijn 2009/28/EG
Koolstofschuld = dat je eerst koolstof vrijmaakt voor die weer terug
keert
ILUC = Indirect Land Use Change
Chain of Custody = documentatieverplichting over de levensloop)

Fijnstof-emissie
Bij het verbranden van dingen komt fijn stof vrij.
Als het een inrichting is waar er eerst geen stond is dat een verslechtering, waartegen over een klimaatverbetering staat. Dit vraagt om afweging van belangen. Het hangt er onder andere van af hoe goed de techniek is, hoe groot de capaciteit en de afstand tot woningen.
Als er al een inrichting stond die stof loosde, en die wordt verbouwd, kan het om een vooruitgang gaan.
Moderniteit en grootschaligheid bevorderen relatief lage emissies.

Vier vragen en antwoorden ter illustratie
Uit de tien Vragen-en-antwoorden selecteer ik er als voorbeeld vier. Dit zonder verder commentaar.
Zie onder andere www.bjmgerard.nl/?p=6753 en www.bjmgerard.nl/?p=9445 en www.bjmgerard.nl/?p=9919 .

Lusten en lasten ontwikkeling van Schiphol in onba­lans geraakt

Ter inleiding
De KOEPEL VAN AMSTERDAMSE SCHIPHOLGROEPEN (KAS) heeft aan Walter Manshanden en Leo Bus gevraagd om een studie te maken over de gevolgen als Schiphol ‘onthubt’ en niet verder groeit. Met de ‘hubfunctie’ wordt de overstapfunctie bedoeld (de passagiers vliegen van X naar Schiphol en van Schiphol naar Y).
Naast de hubfunctie faciliteert Schiphol ook nog een groot aantal vakantievluchten en (men zou het bijna vergeten) er zijn ook nog mensen in Nederland die regulier ergens naar toe moeten. Vooral deze laatste groep is economisch van belang.

Manshanden en Bus laten zien (zoals Manshanden dat ook al eens in een Knegsel-bijeenkomst gedaan heeft) dat de luchtvaart de economie volgt en niet leidt, en dat het economisch effect veel minder positief is dan men denkt.Zie Manshanden in Knegsel .

LBBL-bestuurslid Wouter Looman heeft de technische uitgave verzorgd.

De studie van Manshanden en Bus t.b.v. de KAS gaat specifiek over Schiphol en is niet zonder meer toepasbaar op Eindhoven Airport. Desalniettemin is het een interessant werkstuk.
Ik druk hieronder de conclusies van de studie af. De hele studie is te vinden op www.vliegoverlast.nl/?pagina=actueel .

Conclusies

  1. Het publieke belang van Schiphol is het ont­wikkelen en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig netwerk binnen de kaders van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er moet een evenwicht zijn tussen lusten en lasten. Hierover bestaan geen verschil­len van inzicht tussen kabinet, Schiphol en bewonersorganisaties als de KAS.
  2. De notie dat groei van Schiphol een noodza­kelijk voorwaarde is voor de ontwikkeling van de economie wordt door het onderzoek gefalsificeerd en bevestigt eerdere bevin­dingen van het RLi en van CE Delft. Groei van Schiphol heeft slechts een zeer beperkte invloed op de groei van de economie en heeft een sterke invloed op het verscherpen van de lasten. Genoemde onderzoeken zijn ontmythologiserend voor de opinie dat voor Schiphol zou gelden dat stilstand achteruit­gang betekent.
    De kwaliteitsimpuls die Schiphol voor de omgeving zou hebben wordt ondermijnd door een kwantiteitsimpuls: groei van de luchtvaart, een groei die omgeving niet langer aankan. Bij de voorbereiding van de luchtvaartnota en vernieuwing van beleid rond Schiphol is bewoners via enquêtes en huiskamerbijeenkomsten gevraagd naar hun mening over Schiphol. Tweederde zag groei van de luchtvaart en groei van Schiphol niet zitten. De beleidsmakers zijn nu aan zet om deze mening te onderkennen en in beleid om te zetten.
  3. De notie dat Schiphol een kwalitatief hoog­waardig netwerk heeft ontwikkeld, blijkt onjuist. De groei van Schiphol is sinds het uitkomen van het Aldersakkoord ten gun­ste gekomen aan vakantiebestemmingen. Dit heeft de kwaliteit van het netwerk sterk aangetast. De opdracht die hier vanuit gaat is het aantal niet relevante bestemmingen terug te brengen. Deze reductie biedt ruimte om bestemmingen die wel relevant zijn voor de kwaliteit van het netwerk in dat netwerk toe te laten.
  4. De lusten en lasten die samengaan met de ontwikkeling van Schiphol zijn in onba­lans geraakt. Schiphol roept om beleid. Het bestuursmodel van de luchtvaart is echter buitengewoon ingewikkeld:
  • Kamer en kabinet zijn verantwoordelijk voor de wet- en regelgeving,
  • de NV Schiphol faciliteert,
  • de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), een publiekrechtelijk zelfstan­dig bestuursorgaan (ZBO) begeleidt de vluchten,
  • een slotcoördinator, een ZBO op pri­vaatrechtelijke grondslag, coördineert de verkeersstroom,
  • decentrale overheden, ieder vanuit ver­schillende belangen, dragen bij aan ruimtelijke, economische, veiligheids-, huisvestings-, milieu- en welzijnsrand­voorwaarden,
  • luchtvaartmaatschappijen beconcurreren elkaar op Schiphol,
  • de ORS – waarin sector en alle andere betrokkenen elkaar treffen – adviseert.

De ultieme conclusie die zich onontkoombaar opdringt na analyse van alle beschikbare data kan alleen maar zijn dat Schiphol publieke belang pas bedient na onthubben. De kwaliteit van het netwerk verbetert, de lasten voor de omgeving verminderen. In beleidstermen wordt dit een win-win situatie genoemd.

Namens de KAS,
Lourens Burgers  
(lourens.burgers@tip.nl)

Kwartiermakers nieuwe governancestructuur Eindhoven Airport bekend

Een van de bepalingen in het Van Geel-advies is dat er nieuwe structuur moet komen, waarin de omgeving van het vliegveld vertegenwoordigd wordt (met een sjiek woord governance-structuur).
Zie Samenvatting Proefcasusadvies .

De bepalingen in het advies – Van Geel over de governancestructuur

Het heeft even geduurd en er was nogal wat mist, maar sinds zeer kort zijn de namen bekend. Het zijn Peter Rademakers en Robert Claassen van het communicatie- en adviesbureau Happy Together met zijn zetel in de ‘blob’ op het 18 september-plein. Het bureau (https://happytogether.nl/ ) zegt op zijn website “Happy Together ondersteunt (semi)overheden met écht doelgroepgerichte communicatie bij het creëren van impact in maatschappelijke thema’s als gebiedsontwikkeling en omgevingsvisie, klimaat en energie en circulaire economie.”

De keuze van Happy Together kwam voor de omwonenden als een verrassing. De Stuurgroep heeft ze aangesteld zonder raadpleging vooraf. De introductie was een beetje rommelig en het is ook niet helemaal duidelijk wie en wat op dit moment (post-Van Geel) de Stuurgroep is.

Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de kwartiermakers enerzijds en vier omwonenden anderzijds (waarvan twee uit het BVM2-bestuur). De kwartiermakers spraken diverse goede bedoelingen uit. Op zich ging het gesprek wel goed.

Het gesprek ging over de website Samen op de Hoogte. Behalve dat die technisch verouderd is, moet die ook inhoudelijk verbeterd worden. Op klassieke wijze vrolijkten de post-its en de stickertjes de glazen scheidingswand op.

De website combineert vooral een top down-voorlichting over bestuurlijke processen, een mogelijkheid tot het indienen van klachten , en voorlichting over geluid en vliegbewegingen.
Op zich is er niets tegen een website die officiele standpunten en documenten brengt, als je niet meer pretendeert dan dat,  en de bijbehorende archieffunctie is nuttig. Maar men pretendeert wel meer.
Op de wijze van indienen van klachten, en nog meer over wat er daarna mee gebeurt, wordt luidkeels gekankerd en op de site zelf hoor je niets terug over de statistiek (daarvoor moet je naar de COVM-site ( www.covm.nl/de-covms/eindhoven ).
De voorlichting over geluid en vliegbewegingen biedt allerlei speelgoed, maar niet dat waar je echt wat aan hebt: geluidsniveau’s in Lden en Ke per postcodegebied, en bijbehorende contouren (aldus ondergetekende). De meetstations in Best-zuid kunnen dat wel en het oude Bewoners Aanspreekpunt Schiphol kon dat ook en ook op de negen meetlocaties rond vliegveld Eindhoven kan het gewoon (de cijfers liggen bij wijze van spreken klaar), maar men verrekt het al jaren. Op deze wijze kun je niets controleren.

Locaties klachten over vliegtuigpassages in het 3de kwartaal 2019

De meningen zijn aanhoord, de post-its ingezameld en er is nog nagepraat.
We zullen zien.

Historische ontwikkelingen die actueel zijn voor de landbouw

De VVD over de boeren

VVD waarschuwt boeren!
De Tweede kamerfractievan de VVD wil de veehouderij nog twee jaar de tijd geven om zelf de uitstoot van de verzurende stof ammoniak uit dierlijke mest terug te dringen. Slagen de boeren daar niet in, dan is inkrimping van de veestapel voor de liberalen bespreekbaar
.”

Klinkt verdacht modern? Nee. Het krantenartikel waarin deze passage stond afgedrukt, dateert van 08 december 1988. Zie hierboven.

Derig jaar later klinkt de VVD in feite wat minder vergaand als toen, en in die tijd is de groei van de sector alsmaar doorgegaan. En zijn de problemen alsmaar groter geworden, tot ze nu nog maar met veel pijn opgelost kunnen worden.

Ondertussen proberen de boeren de volgende periode van slap geklets waarin niets gebeurt, eraan vast te plakken. De geschiedenis herhaalt zich soms.

De mijnsluitingen als voorland voor de landbouw

Het dagblad Trouw publiceerde op 23 nov 2019 een groot artikel, waarin Willibrord Rutten een vergelijking maakte tussen twee werelden, de landbouw en de Limburgse kolenmijnen.
Rutten kent beide, want hij is in de jaren ’90 aan Wageningen gepromoveerd in de agrarische geschiedenis, en doet nu mijnbouwgeschiedenis aan het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg in Maastricht.
Zie www.trouw.nl/verdieping/de-protesterende-boer-van-nu-doet-denken-aan-de-mijnwerker-van-toen~b404a677/ .

Rutten ziet duidelijke parallellen.
Na de oorlog waren de Limburgse mijnen een tijd lang de beste en de efficientste van Europa. Ze draaien als een tierelier. Maar goedkope olie en gas verschenen, en elders op de wereld kwamen de kolen uit de (veel goedkopere) dagbouw.
Men zag de feiten onder ogen. Den Uyl reisde in persoon af naar de Heerlense Schouwburg met een Masterplan, over tien jaar verspreid, om de mijnen te sluiten. Met een sociaal plan.
Door de fasering kon 31% van de mijnwerkers met vervroegd, natuurlijk pensioen.
Voor de kantoormensen kwam het ABP en het CBS.
Voor de handarbeiders kwam DAF Born, en later DSM.
Het kostte 8 miljard, maar het heeft Nederland, en Limburg, een hoop ellende bespaard – (hoewel, voor Limburg, misschien nog niet genoeg bgerard).

Sleutelwoorden uit die tijd:

  • zie de feiten onder ogen
  • zoek samenwerking met alle partners
  • kom met een sociale strategie

In hoofdlijnen, zegt Rutten,valt de Nederlandse landbouw te vergelijken met die van de mijnen. De milieuproblematiek is van dien aard geworden, dat het zo niet verder kan. Zie dat onder ogen, zegt Rutten. En “Carola Schouten, doe als Den Uyl”. Die vertrok bezweet, maar met applaus uit de Heerlende Stadsschouwburg.

Den Uyl (foto Rijksoverheid)

Zonneladder eindelijk constructief

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard) (Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

De zonneladder: constructief of destructief?
De natuur- en milieuorganisaties zitten in een spagaat tussen enerzijds de eisen die de energietransitie aan het landgebruik stelt (turbines en PV-opstellingen) en anderzijds hun traditionele kernwaarden natuur en landschap. Dat is niet verrassend en ze zijn niet de enige die met dat probleem kampen.

De organisaties hebben op 10 jan 2019 hun “Constructieve Zonneladder” gepresenteerd. Zie www.nmu.nl/nieuws/wij-presenteren-de-constructieve-zonneladder/ . Het was hun eigen werkstuk en er stonden geen handtekeningen onder van organisaties buiten de natuur- en milieuhoek.

De centrale kwestie is dat men met enig cijferwerk al gauw tot de conclusie komt dat er zonneparken in het vrije veld nodig zijn. De ‘pijnloze’ oplossingen als daken en restterreinen hebben simpelweg veel te weinig oppervlak om aan de vraag te kunnen voldoen.
In de ‘constructieve zonneladder’ wordt een procedure beschreven van pijnloos naar pijnlijk, maar in dergelijke termen dat de aanleg van flinke zonneparken, die er qua opbrengst toe doen, door de toonzetting van het verhaal ontmoedigd wordt. Men wil eerst de daken vol en dan de restterreinen en dan eens gaan nadenken over weilanden. Het staat er niet met zoveel woorden, maar een soort volgtijdelijkheid is wel de teneur. Vooral Natuurmonumenten blijkt met grote regelmaat een tegenstander van duurzame energie.

De Constructieve Zonneladder heeft destructieve elementen.

Zonnepark langs de A20 bij Rotterdam

De gedragscode zon op land
Maar in praktijk bleek de ivoren toren niet te verdedigen.
Het regent aanbiedingen van projectontwikkelaars aan boeren en dat is niet kansloos, omdat een boer met een zonnepark vaak meer verdient dan met reguliere landbouw. Bij de huidige, uitzichtsloze toestand van veel boeren kan dat een overweging zijn. Zie Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie .
Een bedrijf als Vattenfall wil bijvoorbeeld een combinatie van zonnepark en landbouw ( https://group.vattenfall.com/nl/newsroom/actueel/persbericht/2019/akker-van-de-toekomst-zonneparken-gecombineerd-met-akkerbouw ).
Zonder dit type initiatieven worden de duurzame energiedoelen bij lange na niet snel genoeg gehaald.

De druk om snel zonneparken in het open veld te bouwen is sterk toegenomen.

Vandaar dat de natuur- en milieuorganisaties het uiteindelijk meegegaan in een uitnodiging van  de branchevereniging Holland Solar ( https://hollandsolar.nl/home ). Dat is de ‘Gedragscode zon op land’ geworden, te vinden op https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/uploads/2019/11/Gedragscode-zon-op-land-Holland-Solar-171019-definitief.pdf .
De denkomslag is van ‘hoe het niet hoort’ naar ‘hoe het wel kan’. Dat is aangenaam.
Ik heb op deze site al vaker gezegd dat je niet alleen de vraag moet stellen of je zonneparken moet willen (het antwoord is JA), maar ook hoe je ze moet willen . Zie Zonneparken, natuur en landbouw .

De code heeft betrekking op zonneparken op de grond (niet drijvend en op gebouwen).

Natuurontwikkeling bij Duitse zonneparken

Er zijn drie leidende principes:

  • Bij elk project komt een op het project afgestemde vorm van participatie
  • Het zonneveld moet, per saldo, een verbetering voor de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied betekenen
  • Als de grondeigenaar en het bevoegd gezag dat willen, wordt het zonnepark omkeerbaar aangelegd, zowel beleidsmatig als fysiek

Deze principes worden vertaald in concrete toezeggingen:

  • De gemeente maakt beleid, kijkt eerst naar daken en restgronden, stelt daarna zoekgebieden voor parken vast, en betrekt de inwoners daarbij
  • Nationale parken en Natura2000-gebieden blijven buiten beschouwing
  • In Natuurnetwerk-gebieden (de vroegere Ecologische Hoofd Structuur), beschermde landschappen en weidevogelgebieden mogen enkel zonnevelden komen als het initiatief goed uitpakt voor relevante lokale natuurwaarden en de landschappelijke beleving
  • Tussen de intentieovereenkomst en de definitieve overeenkomst neemt het bevoegd gezag een besluit en worden de omgeving geconsulteerd
  • Er komt procesparticipatie voor omwonenden, commerciële ontwikkelaars, energiecoöperaties en andere belanghebbenden
  • Er komt financiële participatie, waartoe de overeenkomst twee passages uit het Klimaatakkoord citeert. Gestreefd wordt naar 50% eigendom op ondernemersbasis (dus mee investeren en risico lopen). Dit krijgt per project vorm.
    Er kan een gebiedsgebonden bijdrage verstrekt worden.
  • Een combinatie met agrarisch gebruik (bijvoorbeeld vrije uitloop-schapen of -kippen) is denkbaar
  • Projectontwikkelaars gaan niet met een hagel aan aanbiedingen schieten in de hop dat er één grondeigenaar meedoet. Dat geeft onrust.
  • Bij de aanleg zorgt de ontwikkelaar voor ruimte voor natuurelementen, klein wild en inheemse kruidenrijke vegetatie die niet vaak  gemaaid wordt. Die kunnen eventueel na beëindiging van het park blijven bestaan.
    Waar schade onvermijdelijk is, moet gecompenseerd worden.
  • Voor de inpassing wordt o.a. een landschapsarchitect of een historisch geograaf betrokken
  • Een park krijgt in principe minstens 25% onbedekt oppervlak, tenzij er redenen zijn voor meer of minder. Dat staat toetreding van voldoende licht en water tot de bodem toe. De grondwaterstand wordt in overleg met het Waterschap vastgesteld
  • Als regel worden er geen bestrijdingsmiddelen gebruikt
  • Indien een park tijdelijk bedoeld is, wordt de bodem in de oude toestand terug opgeleverd
  • Bij de aanleg en het beheer krijgen (indien mogelijk) bedrijven uit de omgeving voorrang
  • Er is ruimte voor monitoring een bijsturing
  • Naleving van de code wordt met diverse juridische technieken afgedwongen. Uitzonderingen kunnen in overleg worden toegestaan. Niet-naleving kan gemeld worden.
Zonnepark bij Borna ten Zuiden van Leipzig (foto bgerard)

Stikstof en Schiphol

In het grotere kader van de stikstofdepositiecrisis ontstaat er ook aandacht voor lozing en depositie van stikstofoxides  vanuit de luchtvaart. Daarover bestaan verschillende meningen. Om de bezoekers van de BVM2-site enig idee te geven van de problematiek, worden hier twee documenten besproken.
De ene is een analyse van Elisa Hermanides in Trouw van 21 november 2019. De andere is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen Johan Vollenbroek en de Werkgroep Toekomst Luchtvaart (WTL).

Zie ook www.bjmgerard.nl/?p=10265

Schiphol_(Shirley de Jong op Wikipedia)

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de emissies van stikstofoxiden en de depositie ervan.
De emissie is het geheel dat er aan stikstof uit de motoren komt, de depositie is het deel van de emissie dat op of in de grond komt, en de strafbare depositie is als die grond in een Natura2000-gebied ligt.
Omdat vliegtuigen heel hoog vliegen (waardoor slechts een deel van de emissies aan de grond komt en slechts een deel daarvan dicht bij het vliegveld), bestaat er een verschil tussen beide maatstaven.

De analyse van Hermanides in Trouw
Elisa Hermanides legt deze twee insteken in Trouw (21 nov 2019) uit ( www.trouw.nl/economie/stikstof-is-het-vliegtuig-nou-slecht-of-niet~bdb95607/ ).
Opgehangen aan een voorbeeldvlucht naar Paramaribo telt het CBS, met statistische doeleinden, alle stikstofoxides tussen Schiphol en Paramaribo mee, terwijl het RIVM, met juridische doeleinden, alleen de landing, grondoperaties en start op Schiphol onder de 3000 voet (ruim 900m) meetelt (wel met enige correctie).
De eerste hamvraag is welke insteek gaat winnen.

De tweede hamvraag is of Nederlandse vliegvelden in het algemeen, en Schiphol in het bijzonder, gebonden zijn aan de regelgeving m.b.t. de stikstofdepositie. Schiphol vindt zelf van niet. Het argument is dat voor de luchtvaart speciale wetten gelden (wet Luchtvaart en Luchthavenbesluiten).
Als de stikstofregels wel voor Schiphol gelden, had Schiphol vanaf 2004, op basis van de Europese Habitatrichtlijn, een vergunning ex de Natuurbeschermingswet 1998 moeten hebben. Die heeft Schiphol niet (en Rotterdam, Maastricht, Eindhoven en Lelystad ook niet). Bij besluiten over uitbreiding is in het MER wel aandacht besteed aan stikstofdepositie (ook in de MER 2012 t.b.v. het Eindhovense Luchthavenbesluit 2014), maar de effecten van de depositie zijn steeds als ‘niet significant’ aangemerkt.
Pas bij de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof), in 2015, vroeg en kreeg Schiphol stikstofruimte. Maar nu is de PAS afgeblazen.

Hermanides sluit af met dat de uitkomst van een en ander nog moet blijken.

Het document van Vollenbroek en de WTL
Vollenbroek stelt in zijn handhavingsverzoek aan de minister als uitgangspunt dat Schiphol ten onrechte geen Natuurbeschermingsvergunning heeft. Die had er, volgens hem, vanaf 2004 moeten zijn. Vandaar dat hij alle groei van Schiphol vanaf 2004 onrechtmatig vindt. Hij eist dat het aantal vliegbewegingen teruggebracht moet worden tot het aantal in 2004 .

Waarmee de vraag rees a) hoeveel er dat waren en b) welke argumenten er zijn om de ontsnappingsroute van de ADC-toets te blokkeren.
Hiervoor is Vollenbroek een samenwerkingsverband met de WTL aangegaan. Dat resulteerde in een rapport van de WTL  (dat hieronder te vinden is ) en in een persbericht, dat daaronder staat afgedrukt.

BVM2 volgt de gang van zaken aandachtig.