Leuk dat je mijn site bezoekt! Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt. Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.
Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.
In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen (zie de tekst onder de foto).
Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.
Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op die de inhoud van het artikel kunnen ondergraven. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.
En wees sowieso sceptisch als iemand iets beweert, zelfs als ik dat ben.
Voor geen enkel artikel op deze site is ChatGPT gebruikt.
Als u mij een vraag wilt stellen die geen betrekking heeft op een concreet artikel (bijvoorbeeld om iets uit te zoeken waar ik nog niet over geschreven heb), wilt u dat dan doen als commentaar bij deze passage?
Bij de RABO-bankdemonstratie dd 16 mei 2023 met Miss Piggy
Bij het Einsteinmonument in Ulm (Einstein is daar geboren). Ik vind het overigens geen mooi monument, maar ik heb grote bewondering voor Einstein.. 09 juli 2023
Op een eenmans-site als deze is het ten enenmale onmogelijk om op dit gebied de actualiteit bij te houden. Er gebeurt teveel te snel.
Vandaar een eenmalige verklaring die hopelijk een tijdje mee kan.
Let op het jaartal 1988 in dit tijdloos ogende bericht
Het ontstaan van het probleem Er is een macro– en een microverhaal.
Het macroverhaal is dat de landbouw na de oorlog krachtig gestimuleerd is onder het motto ‘nooit meer honger’. Dat was een tijd lang terecht en daarna niet meer. Ergens rond 1970 a 1980 had de omvang van de landbouw gestabiliseerd moeten worden. Maar in plaats daarvan werd de binnenlandse markt bijzaak en de wereldmarkt hoofdzaak. Er ontstond een agrarisch-industrieel complex dat, nauwelijks gehinderd of zelfs aangemoedigd door de grote politieke partijen en door de kleine confessionele partijen, een zodanig krachtige eigen dynamiek kreeg dat dit kleine dichtbevolkte land de tweede agrarisch exporteur ter wereld werd. Het is waanzin.
Steeds opnieuw was het argument dat de techniek het zou oplossen en dat men moest groeien om geld te verdienen om het steeds groter wordende probleem op te lossen. Geld werd er inderdaad verdiend, de sector bleef inderdaad groeien, maar de problemen werden alleen maar groter.
Door calciumgebrek overleden jonge mees (en dat calciumgebrek komt door de verzuring en die komt door de stikstof)
Er is een monster gecreëerd dat de tropische regenwouden leeg vreet, dat ons land onderschijt, dat een zware klimaatfactor is, dat bijna alle Nederlandse oppervlaktewater helpt vergiftigen, alsmede de lucht, dat volksgezondheidsproblemen creeert of vergert, en dat de natuur helpt verruïneren. Dood aan de eik en de mees, leve de brandnetel.
De landbouw is gewoon veel te groot voor Nederland geworden en moet een stuk kleiner.
Dat moest wel ergens vastlopen, en toevallig was de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden de eerste juridische hoepel (van Europese huize) die voor de te vet geworden sector onpasseerbaar bleek. De boeren schreeuwen moord en brand en proberen de stikstofregelgeving weg te intimideren, daarbij ondersteund door het aanhangende industriële complex (“Millionen stehen hinter mir” naar de fotocollage van John Heartfield uit 1932).
Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in den Bosch op 25 okt 2019
Het heeft alleen geen zin voor de Tweede Kamer om toe te geven, want de volgende juridische hoepel komt eraan: het afschaffen van de derogatie (wat betekent dat Nederlandse boeren minder mest mogen uitrijden). Dat beschermt de bodem, en daarna het grond- en oppervlaktewater, tegen een overdaad aan nitraat en fosfaat. De inperking van het uitrijden van mest is een prima Europese maatregel.
En achter deze hoepel zit alweer de volgende Europese juridische hoepel, namelijk de Kader Richtlijn Water (KRW) waaraan Nederland in 2027 moet voldoen. De nu lopende (en laatste) planperiode is dit jaar van start gegaan. Momenteel voldoet slechts 1% aan de kwaliteitsnorm ‘goed’ en dat moet in 2027 100% zijn. Niet alleen w.b. nitraat en fosfaat, maar ook w.b. bestrijdingsmiddelen en medicijnresten (die ten dele ook van de landbouw komen).
Een andere hoepel is dat Europa, geheel terecht, naar minder bestrijdingsmiddelen wil. Bestrijdingsmiddelen zijn een causale factor voor Parkinson en dat is de snelst groeiende hersenziekte van dit moment, aldus de grootste specialist op dit gebied, hoogleraar Bas Bloem. Boeren zijn overigens zelf de kwetsbaarste risicogroep. Daarna de omwonenden en daarna de consumenten.
Een potentiële hoepel kan worden dat de recentelijk aangescherpte WHO-richtlijnen voor de luchtkwaliteit in Europese wetgeving vertaald gaan worden – wat prima zou zijn.
En dan nog de verdroging. De beregening in Brabant-oost conflicteert in de steeds drogere zomers met de drinkwatervoorziening. De beregening wordt roofbouw op het grond- en oppervlaktewater.
De Strijper Aa op 04 sept 2022 bij de Paaldijk ten Zuiden vna Leende
Laatste factor in het macroverhaal is dat de strijd om de grond scherper wordt. ‘Men wil onze grond voor woningen en bedrijventerreinen’ aldus sommige boeren – waarvoor overigens al decennia boeren geruisloos uitgekocht worden. En klimaat en biodiversiteit eisen nu ook grond voor waterberging, energieproductie en nieuwe natuur. De bestaande waarderingsverhouding tussen agrarisch gebruik van de grond en de nieuwe functies verschuift richting de nieuwe functies. En dat is onontkoombaar.
Het microverhaal is dat het in een halve eeuw dolgedraaide systeem uit mensen bestaat (boeren, hun huishoudens en de werknemers in de agro-industrie) die er vaak ingeluisd zijn door bijvoorbeeld de Rabobank en door al die hotemetoten die predikten dat het allemaal groter en industriëler moest.
Agrarische mensen die nu soms geen kant op kunnen. En waar schulden bestaan, wanhoop heerst en grote sociale problemen bestaan.
Het gaat om allemaal verschillende mensen. Dè boer bestaat niet. Ze zijn rijk of arm, bio of intensief, akker of vee, goed of slecht. Een verzamelaanduiding als “hèt boerenprotest’ is misplaatst.
Het Rijk heeft de landbouw een halve eeuw lang alleen maar behandeld als marktsector. Landbouw was vooral groeien en verkopen. Er is nooit een probleemafdekkend plan-B gemaakt voor de dag waarvan iedereen wist dat die komen ging, de dag dat het systeem keihard tegen zijn grenzen aanloopt. En dat is nu. Maar zo’n plan is er niet. Het enige dat het kabinet weet te doen is de beleidsleegte over de schutting van de provincies gooien.
Het microverhaal is dat er iets voor de mensen gedaan moet worden.
Val schacht 3 Staatsmijn Emma
Wat er moet gebeuren Ik vind de vergelijking met de Limburgse mijnsluiting leerzaam. Zie https://www.bjmgerard.nl/terug-van-weg-geweest/ . Generaties Limburgers waren verknoopt met de mijnen. Maar de wereld veranderde en de mijnen moesten dicht. Dat besluit was onontkoombaar en stond vast. Voor de mijnsluiting was er op Rijksniveau een plan, met veel geld. Den Uyl reisde persoonlijk naar Heerlen om het te brengen. Het plan was niet altijd goed en het werd niet altijd goed uitgevoerd, maar desalniettemin probeerde het Rijk zelf zijn verantwoordelijk te nemen. En gooide het probleem niet bij de provincie Limburg over de schutting in de geest van ‘hier heb je geld en zoek het maar uit’.
Nu een deel van de landbouw gesloten moet worden ligt er wel veel geld, maar geen plan. Dat mogen de provincies oplossen. In hoeverre dat geld vooral de RABO-bank helpt en in hoeverre het de boeren helpt, moet blijken. In hoeverre het kringlooplandbouwmodel houvast gaat bieden, moet ook blijken. Bij het afgelopen landbouwdebat was er veel kritiek op minister Staghouwer. Als ik voor de verandering SGP-Kamerlid Roelof Bisschop eens citeer ‘is er nog geen fractie van duidelijkheid’ over wat kringlooplandbouw is’. Overigens is die kringlooplandbouw niet eens een echte kringlooplandbouw. Het lijkt eerder nog steeds een lineair systeem, nu voorzien van extra lussen.
Maar sommige grote dingen zijn niet door de provincie te regelen. De provincie kan de Rabobank niet tot de orde roepen, kan de detailhandel geen aanwijzingen geven en kan niet met de EU praten. De provincie mag niet eens zelf de nitraatrichtlijn uitvoeren. Provincies kunnen binnen een adequaat geformuleerd raamwerk op goede wijze een eigen bijdrage aan de uitvoering geven. Het is tussenbestuur.
De planloosheid is de oorzaak van heel veel onzekerheid. Voor die onzekerheid kan men begrip hebben, want er ligt inderdaad geen perspectief klaar, zelfs nog geen aanzet ertoe. En dat terwijl de problemen al een halve eeuw alsmaar groeien, mede omdat de agrarische sector oplossingen al een halve eeuw blokkeert.. Voor de manier waarop delen van de agrarische beroepsgroepen op overvalachtige wijze proberen hun tegenstanders kapot te intimideren, kan ik geen begrip hebben.
De regering moet eerst helder uitspreken dat aan verplichtingen zoals de Natura2000-wetgeving, de mestregels en de Kader Richtlijn Water niet te tornen valt, en moet een raamplan maken op Rijksniveau ten gunste van een forse krimp van de landbouw, zodat de provincies een beperktere taak krijgen die vooral op uitvoering is gericht. Tegelijk moet er een werkbaar en aan de moderne tijd aangepast landbouwsysteem gedefinieerd worden. Dat had al veel eerder gebeurd moeten zijn. Waarna de regering er een krachtig en dirigistisch beleid op zet, met oog voor menselijke belangen en voor andere ruimtelijke belangen. Een boer verdient bijvoorbeeld veel meer aan een hectare zonnepark dan aan een hectare mais.
En als Nederland dan niet meer de tweede landbouwexporteur ter wereld is, maar bijvoorbeeld de tiende, het zij zo. Voor een klein land is dat nog steeds indrukwekkend.
In 2023 is het kabinet gevallen en een tijd daarna zijn er rechtse tot zeer rechtse partijen in meerderheid gekozen. Die proberen nu (23 mei 2024) een rechtse regering op poten te krijgen. Dit zal invloed hebben op wat in bovenstaand artikel beschreven wordt. Welke invloed precies beoogd wordt en welke invloed feitelijk gerealiseerd zal worden, moet blijken. Er is geen reden om bovenstaande tekst te veranderen.
Ik heb als woordvoerder van Milieudefensie Eindhoven aan het bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, aan de gemeenteraden en Colleges van B&W in de 21 MRE-gemeenten, en aan de Stichting Brainport en de uitvoeringsorganisatie Brainport Development NV een voorstel gedaan om in het MRE-gebied te komen tot een georganiseerde en langdurig volgehouden campagne om een grootschalig systeem van energie-opslag in diverse vormen (elektrisch, thermisch en chemisch) op te bouwen, onder publiek of coöperatief beheer, met als speerpunt de belangen van huishoudens en de energieopslag op bedrijventerreinen.
Net in die tijd kwam, voor velen als een verrassing, de boodschap dat Tennet, de exploitant van het hoogspanningsnet, aan zijn limiet zat en voorlopig geen groot-aansluiting meer kon doen.
Kort ervoor kwam ook een memo uit van Gedeputeerde Spiering van GS NBrabant over energieopslag, zie
Het geeft aan hoe hot het item is. Het tekent echter ook de situatie dat dit memo alleen maar mogelijke technieken beschrijft (dat doet het memo overigens op zich goed), maar dat het geen woord wijdt aan bestuurlike inspanningen om van al die ideetjes één grote georkestreerde werkelijkheid te maken. Uit niets blijkt dat de overheid hier een leidende sleuteltaak voor de overheid zelf ziet. De markt zal het wel moeten doen.
UIt alles blijkt dat waar het meeste behoefte aan is, goed overheidsoptreden is waarvan de kosten voor een deel publiek zijn,en de baten ook. De huidige situatie vraagt meer om een politieke dan om een technische revolutie.
Hieronder de integrale tekst van de brief (de afbeeldingen horen niet bij de brief).
Verdeelstation aan de Eindhovense Daalakkersweg
Betreft: voorstel tot campagne energieopslag in MRE-gebied
Eindhoven, 10 juni 2022
Aan de (aanstaande) Colleges van B&W en de gemeenteraden in het MRE-gebied Aan de MRE cc aan de Stichting Brainport en Brainport Development
Tegen deze achtergrond stelt Milieudefensie Eindhoven voor om in het MRE-gebied over te gaan tot een georganiseerde en langdurig volgehouden campagne om een grootschalig systeem van energie-opslag in diverse vormen (elektrisch, thermisch en chemisch) op te bouwen.
Uiteraard is het fenomeen energie-opslag in onze Brainportregio bekend. De TU/e houdt zich ermee bezig, en zijn bedrijven die op dit gebied diensten aanbieden en de Regionale Energie Strategie (RES) in het MRE-gebied houdt zich er mee bezig. Het betreft echter steeds losse pilots en projecten, zonder veel interne onderlinge samenhang en vaak van tijdelijke aard. Men maakt op deze wijze geen meters, bereikt geen schaal- en leervoordelen en komt niet tot standaardisatie.
Milieudefensie Eindhoven stelt voor om dat campagnegewijs wel te gaan doen. Regiobreed, georganiseerd onder publieke aansturing en met inachtname van wat in Brainportverband mogelijk is (en dat is in principe veel).
Vanuit zijn achtergrond stelt Milieudefensie Eindhoven het klimaat en het belang van de huishoudens als duidelijke prioriteiten. Het is denkbaar dat een campagne, zoals hier geschetst, ook tot industriepolitieke voordelen voor de regio leidt, maar die staan voor Milieudefensie niet voorop. Voor industriepolitiek zijn andere organisaties beter toegerust. De Brainportregio moet zich met een dergelijke campagne gunstig kunnen profileren.
Een systeem om niet het stroomaanbod de vraagpiek te laten volgen, maar de vraagpiek het stroomaanbod (zet de wasmachine aan als de zon schijnt) zou materieel hetzelfde doen als een opslagsysteem, maar Milieudefensie Eindhoven ziet op dit moment niet in hoe dat campagnegewijze georganiseerd kan worden. Experimenten hiermee zijn nuttig, vooropgesteld dat het eenvoudig is en huishoudens er financieel baat bij hebben.
Het klimaat en de huishoudens kunnen veel baat hebben bij een goed regionaal opslagsysteem:
Een goed opslagsysteem verbetert de draagkracht van het elektriciteitsnet, zodat er meer hernieuwbare energie in een sneller tempo kan worden aangesloten. De omvormers in woningen slaan minder vaak af, de grote PV-systemen op bedrijfsdaken kunnen eindelijk ingeschakeld worden, en nieuwe wind- en zonneparken hoeven minder lang te wachten
Een goed opslagsysteem verbetert de draagkracht van het elektriciteitsnet, zodat de levering van stroom ten behoeve van het steeds grotere aantal warmtepompen, elektrische auto’s, inductieplaten en industriële inrichtingen tot minder problemen leidt
Huishoudens en instellingen kunnen zich financieel verbeteren, omdat er minder stroom van het elektriciteitsnet gevraagd wordt. De energie-armoede wordt er minder door. Dit geldt des te meer als de salderingsregeling afgeschaft wordt, zoals vroeg of laat zal gebeuren.
Individuele of collectieve opslag van elektriciteit en warmte in of ten behoeve van woningen bij nieuwbouw of renovatie of complexgewijze verduurzaming van woningen
Energieopslag in elektrische, thermische of chemische vorm op bedrijventerreinen, eventueel aangevuld met onderlinge energielevering binnen het terrein. In sommige gevallen vraagt dit om betere vormen van parkmanagement.
Ter financiële dekking denkt Milieudefensie Eindhoven aan o.a. het nationale Klimaatfonds en Europese fondsen, bijvoorbeeld zoals die ter beschikking gesteld worden via het Climate Neutral Cities-project. Ook moeten de te verwachten industriepolitieke voordelen in de regio leiden tot financiële bijdragen door begunstigde bedrijven, bijvoorbeeld in de vorm van gunstige aanbiedingen of in de vorm van bedrijfsinvesteringen uit eigen middelen.
Politiek en bestuurlijk wil Milieudefensie Eindhoven vooroplopende en krachtig aansturende lokale en regionale overheden, die als launching customer optreden. De schaal van de vraag is eigenlijk die van de MRE, maar gezien de bestuurlijke verhoudingen is het wellicht het beste om de uitvoering bij de gemeente Eindhoven neer te leggen, in overleg met Brainport en een goed extern bureau. Eventuele gecentraliseerde opslagsystemen worden publiek of op coöperatieve wijze beheerd.
Hoogspanningsleiding in het Dommeldal bij Eindhoven
Update 1
Op 05 augustus 2022 heeft het Eerselse gemeenteraadslid Jeanne Adriaans (Kernbeleid) vragen gesteld naar aanleiding van bovenstaand voorstel. Het zijn goede vragen. De vragen zijn hieronder te vinden
Op donderdag 21 juli heeft er een videogesprek plaatsgevonden tussen enerzijds mij en iemand anders va de Eindhovense Milieudefensiegroep, en anderzijds ambtelijke beleidsmedewerkers en procesbegeleiders van de MRE en de aangesloten gemeenten. Dat gesprek liep goed. Men is aan die kant in het geheel niet verbaasd over het voorstel. Reacties gana eerder over de organisatiewijze en de timing.
Update 3
Ik heb een gastopinie aan het Eindhovens Dagblad aangeboden over het onderwerp. Die is op 29 juli 2022 geplaatst, Zie hieronder.
Milieudefensie heeft op 26 mei 2021 de klimaatzaak tegen de Shell gewonnen. Hieronder de eerste reactie van Milieudefensie.
Jaaaa! Milieudefensie wint revolutionaire rechtszaak – Shell moet vergroenen
We snakken met zijn allen naar goed nieuws over het klimaat. Naar een doorbraak. Zodat we weten dat het goed komt met de toekomst van onze kinderen. En vandaag is die doorbraak er!
Vandaag schrijven we geschiedenis. Samen met 17.000 mede-eisers. De rechter veroordeelt Shell. De grootste vervuiler van Nederland moet meer doen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het is voor het eerst dat een bedrijf zijn beleid in lijn moet brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. Dat is een mega-doorbraak die wereldwijd gevolgen gaat hebben.
Wat concludeerde de rechter?
De rechter heeft ons op heel veel punten gelijk gegeven! In het kort: de rechter beveelt Shell in 2030 zijn CO2-uitstoot met netto 45% terug te hebben gebracht (ten opzichte van 2019). Ook moet Shell zich verplicht inspannen om de CO2-uitstoot van de toeleveranciers en afnemers te verminderen met 45% netto (2030). En dat moet Shell doen via het bedrijfsbeleid. Daarvoor moet Shell nieuw beleid schrijven.
Triomfantelijk uit de rechtszaal na het klimaatproces tegen de Shell_26mei2021
Ook stelde de rechter vast dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor het beschermen van mensenrechten in de hele keten, door de CO2-uitstoot te beperken, inclusief die van zakelijke relaties en afnemers.
Deze uitspraak gaat de wereld veranderen
Er worden over de hele wereld klimaatzaken gevoerd. Maar deze is uniek, want het ging niet over geld. Het ging erom de plannen van Shell te veranderen, om gevaarlijke opwarming van de aarde te voorkomen.
Roger Cox, de advocaat van Milieudefensie: “Deze uitspraak gaat de wereld veranderen. Wereldwijd staan mensen in de startblokken om oliemaatschappijen in hun eigen land aan te klagen naar ons voorbeeld. En dat niet alleen. Oliemaatschappijen zullen veel terughoudender worden met investeringen in fossiele, vervuilende brandstoffen. Het klimaat heeft vandaag gewonnen.“
Tranen van geluk
Wij verlieten niet alleen juichend de rechtbank, er waren ook tranen van geluk. Donald Pols, directeur van Milieudefensie: ““Dit is echt geweldig nieuws en een gigantische overwinning voor de aarde onze kinderen en voor ons allemaal. De rechter laat er geen twijfel over bestaan: Shell veroorzaakt gevaarlijke klimaatverandering en moet daar nu snel mee stoppen.”
Actie om steun voor het Shell-proces te werven in Eindhoven (2018)
(Dit artikel is vervolg op eerdere artikelen. Wat onder de tussenkopjes “Dagvaarding Shell” en “De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shell” staat is de oude inhoud. Deze is nog steeds correct.
Dagvaarding Shell
Inmiddels heeft de Shell de hieronder gevraagde medeverantwoordelijkheid afgewezen. Reden voor Milieudefensie om de Shell te dagvaarden. Eind november heeft Shell 272 volgepende kantjes ingeleverd als reactie op de dagvaarding. Ze wijzen de verantwoordelijkheid af.
Dagvaarding Shell 05 april 2019
Dat gebeurde demonstratief op vrijdag 05 april 2019 in Den Haag. Ik kon helaas zelf niet mee, maar enkele andere leden van onze Eindhovense Milieudefensiegroep zijn wel mee geweest
Het proces wordt ondersteund door 17.379 mede-eisers. Ik ben er daar één van.
De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shell
Milieudefensie landelijk heeft de Shell een brief gestuurd, waarin de Shell medeverantwoordelijk gesteld wordt voor het veroorzaken van een gevaarlijke klimaatverandering. De brief is gedateerd op 04 april 2018 en geeft Shell acht weken de tijd om aan de eisen te voldoen.
Die eisen zijn: Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.
Als het tot een rechtszaak komt (wat aannemelijk is), zal Roger Cox hem voeren. Dat is dezelfde advocaat die het succesvolle klimaatproces van Urgenda gevoerd heeft. Cox heeft daar het “Kelderluik-arrest” ingezet, inhoudend dat het veroorzaken van ernstig gevaar voor mensen in zichzelf al verwijtbaar is, zelfs al is de handeling die daaraan ten grondslag ligt op zichzelf niet strafbaar (in het Kelderlijkarrest het open laten staan van een luik in de grond naar een kelder zonder daar beschermende maatregelen omheen te bouwen, waardoor een ernstig ongeval veroorzaakt werd).
Shell kan aansprakelijk gesteld worden, omdat het hoofdkantoor van Shell in Nederland staat en daar het beleid bepaald wordt.
Het was even stil rondom de Klimaatzaak, maar we hebben zeker niet stil gezeten. Hoog tijd dus voor een update.
Sinds de Klimaattop in Glasgow, waar we onze internationale handleiding How we defeated Shell presenteerden, is er veel gebeurd.
Op 13 december zaten we namelijk opnieuw in de rechtbank met Shell. Daar hadden we een belangrijke meeting over de planning en randvoorwaarden van het hoger beroep van de Klimaatzaak.
Kort samengevat ziet de planning er zo uit:
22 maart 2022: grieven Royal Dutch Shell. In de grieven legt Shell uit wat hun bezwaren zijn tegen de uitspraak van de rechter.
18 oktober 2022: memorie van antwoord Milieudefensie. Hierin geven wij onze reactie op de bezwaren.
voorjaar 2023 of begin 2024: hoorzittingen van het hoger beroep. De uitspraak vindt ongeveer 5 maanden later plaats.
Leuk detail: de rechter heeft aangegeven dat, hoewel ze er tot nu toe erg van heeft genoten, ze het fijn zou vinden als beide partijen hun schrijfsels korter kunnen houden dan 250 pagina’s. Een uitdaging ?.
Milieudefensie-directeur Pols tijdens het hoger beroep in april 2024
Update dd 25 juli 2024
Op 2, 3, 4 en 12 april 2024 waren de zittingsdagen van het hoger beroep in de Klimaatzaak tegen Shell. Tijdens deze zittingsdagen werden de standpunten van beide partijen aan de rechter gepresenteerd. Het scijnt (zegt de NRC op 03 mei 2024) ) dat er 16.500 pagina’s uitgediscussieerd worden. Beide partijen hebben zich heel goed voorbereid.
Het hoger beroep heeft nationaal en mondiaal een gigantische publiciteit opgeleverd.
Men kan de bijbehorende uitleg en documenten, die vooraf gingen aan de zittingsdagen, vinden via
Het zit erop! 4 lange en spannende zittingsdagen van het hoger beroep in de Shell Klimaatzaak. Verrassingen in Shell’s argumenten waren er niet. Gevoel voor drama had het bedrijf wel. Dit zijn de 5 meest opvallende momenten tijdens het hoger beroep.
1: Shell denkt roetzwarte uitstoot wel groen te kunnen praten
Shell kleurde een groen plaatje, op de eerste zittingsdag. Zo zou het bedrijf het meeste geld van Nederland uitgeven aan “duurzame energie”. Nou, echt duurzaam is het niet, want ze hebben er bijvoorbeeld ook gas tussen gezet. Ondertussen weten wij wel beter: Shell steekt jaarlijks gigantische bedragen in olie en gas. Die paar euro’s die Shell in groene energie steekt stellen niks voor.
Sterker nog, Shell besteedt steeds minder aan zon en windenergie! En ze hebben meer dan 800 nieuwe olie- en gasprojecten gepland. Shell gaf tijdens de tweede zittingsdag ook nog eens toe dat hun plannen ook kunnen leiden tot meer (in plaats van minder) CO2-uitstoot. Best brutaal, toch?
2: Shell verstopt zich achter de overheid
Shell vindt dat juist de overheid haar best moet doen voor het klimaat en niet Shell. Maar de overheid kan het bedrijf niet controleren. En Shell gaat niet uit zichzelf minder olie en gas verkopen. Dus vinden wij dat de rechter wél moet ingrijpen. Ander blijft Shell zich achter de overheid verstoppen. Het bedrijf ontwijkt zijn verantwoordelijkheid voor het verergeren van de klimaatcrisis, en de mensenlevens die het daarmee bedreigt.
3: Shell verstopt zich achter de klant
Wij zijn erachter gekomen dat de CO2-uitstoot van Shell 8 keer groter is dan dat van alle huishoudens in Nederland samen. Er werd in de rechtbank veel gesproken over die CO2-uitstoot. Maar hoe zit dat nou eigenlijk? De uitstoot van Shell kan je in 3 categorieën verdelen. Scope 1, scope 2, en scope 3. Scope 1 en 2 zijn de eigen uitstoot van het bedrijf. Dus de CO2 die vrij komt wanneer Shell nieuwe producten maakt.
Denk bijvoorbeeld aan alle broeikasgassen die vrijkomen wanneer Shell een boorplatform bouwt én in gebruik neemt. Scope 3 is de uitstoot van de klanten van Shell. Dus alle benzine, kerosine, diesel en aardgas die mensen van Shell kopen, en daarmee ook uitstoten.
En die uitstoot van klanten, daar kunnen wij echt niets aan doen, vindt Shell. Dat moeten deze mensen zelf maar doen. Makkelijk gezegd, vinden wij. Want maar liefst 95% van Shell’s CO2-uitstoot zit in scope 3.
4: Klimaatakkoord van Parijs geldt voor iedereen (ook voor Shell dus!)
Om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen moeten alle vervuilende bedrijven zich houden aan de het klimaatakkoord van Parijs. En dat betekent dat ook Shell zijn uitstoot met 45% moet verminderen. De totale uitstoot, dus met scope 3 meegeteld, zoals hierboven uitgelegd. Een goed klimaatplan moet eerlijk en duidelijk zijn. We gaan gevaarlijke klimaatverandering niet voorkomen als Shell de verantwoordelijkheid van zijn CO2-uitstoot bij anderen neerlegt.
5: Zwitserse klimaatouderen winnen
Halverwege de zittingsdagen was de uitspraak van ‘die andere’ historische Klimaatzaak. De Zwitserse Klimaatouderen wonnen. De hoogste rechters van Europa stelden de Zwitserse Klimaatouderen in het gelijk: de klimaatcrisis brengt mensenrechten in gevaar. Dit is ook wat wij zeggen in de Klimaatzaak tegen Shell.
Hittegolven bedreigen de gezondheid van ouderen. En daarmee houdt de Zwitserse overheid zich niet aan het beschermen van mensenrechten, vinden de klimaatouderen. Goed punt!
Rechters hebben een belangrijke rol in het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering, zeiden de Europese rechters. De klimaatcrisis is het meest dringende probleem van onze tijd.
Uitspraak op 12 november
Op 12 november horen we de uitspraak. Dan laat de rechter ons weten of het vonnis van 2021 blijft staan, of niet. Dit is wat onze advocaat Roger Cox erover zegt:
“Wij hebben de afgelopen 4 dagen laten zien dat er ontzettend veel bewijs is om het vonnis uit 2021 te bekrachtigen. We hebben er vertrouwen in dat rechters die afweging goed kunnen maken, omdat onze feitenbasis alleen maar sterker is geworden sinds het vonnis in eerste aanleg.”
Update dd 05 december 2024
De uitspraak in hoger beroep is verlies op het eerste gezicht en winst op het tweede gezicht. De concrete 45%-eis is afgewezen, maar de onderliggende argumentatie biedt vervolgkansen. Hetzij in deze zaak (dan cassatie, maar dat moet dd dit artikel nog blijken), hetzij in nieuwe zaken.
Inmiddels is Milieudefensie een tweede zaak tegen Shell begonnen, gericht tegen het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden. Deze ontwikkeling moet nog in deze kolommen verwerkt worden.
Met een groep van vier mensen hebben we, ter afsluiting van onze studie Milieukunde aan de Open Universiteit, een literatuurscriptie geschreven over synthetische kerosine. Naast mijzelf waren de auteurs Barbara Herbschleb, Remco Kistemaker en Remo Snijder.
Elk van deze vier mensen heeft eerst een literatuurscriptie geschreven over een deelonderwerp. Bij mij was dat biokerosine, iemand anders deed Power to Liquid-brandstof (ook wel Electrofuels), weer iemand anders deed Gas To Liquid en Coal To Liquid, en de vierde fossiele kerosine en alle overkoepelende zaken. Daarna werden de vier deelstudies in elkaar geschoven tot een eindresultaat van de groep als geheel. In de studie wordt alle kerosine ‘synthetisch’ genoemd die niet via raffinage uit ruwe olie afkomstig is.
Stroomschema t.b.v. productie van Gas To Liquid-brandstof . Met dit Fischer-Tropsch-procedé kan uit elk koolstofhoudend materiaal brandstof gemaakt worden. De eerste stap (linksboven) verschilt per grondstof, maar vanan het woord ‘syngas’ is het procedé voor alle soorten grondstof hetzelfde. Het eindproduct is zwavelvrij en bevat geen aromatische verbindingen, waardoor het eindproduct met veel minder luchtvervuiling verbrandt.
Opdrachtgever voor de afstudeerscriptie was het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), in persoon van prof. Kopinga.
De studie bevestigde het vermoeden dat gangbare synthetische kerosine veel schoner verbrandt, dat biokerosine en Power To Liquid-kerosine goed voor het klimaat zijn, maar dat de synthetische kerosine nog slechts in kleine hoeveelheden aanwezig is. Synthetische kerosine is een van de onderwerpen die in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport aan de orde komen.
Overzicht van alle routes die vanuit organisch materiaal eindigen als brandstof. De rood omcirkelde routes zijn inmiddels goedgekeurd door het Anerikaanse certificeringsinstituut.
Biokerosine is een gevarieerd onderwerp. Ruwweg valt het te verdelen in biokerosine met afgewerkte oliën en vetten als grondstof, en met houtachtig materiaal als uitgangspunt (bijv. populier, wilg, miscanthus, switchgrass). Biokerosine bestaat geheel uit ‘tweede generatie’- materiaal , stoffen die niet concurreren met voedsel. Daar zit een goede controle op, o.a. via een onafhankelijk certificeringsbedrijf. In biokerosine zit dus geen palmolie. In biodiesel (nog) wel, maar dat wordt uitgefaseerd. Biodiesel en biokerosine zijn familie van elkaar, maar niet identiek.
De meest gezaghebbende studie komt erop uit dat het Europese aanbod in 2030 6 tot 9% van de Europese vraag kan leveren bij ongehinderd groei. Daar valt wel wat op af te dingen, maar vast staat dat er te weinig biokerosine gemaakt kan worden om de bestaande vraag te bedienen, laat staan de groei. Biokerosine kan een goed begin zijn om de bestaande vraag schoner en met minder klimaateffecten te bedienen, maar je haalt het er niet mee. De (nu nog in ontwikkeling zijnde) Power To Liquid-techniek (die geliëerd is aan de waterstofeconomie) kan een aanvulling worden, maar dat vreet stroom en de vraag is, hoe dat ingepast moet worden. Daar valt nu nog niet veel over te zeggen.
Doorsnee van een oude, Russische PC90-A straalmotor
In de scriptie wordt uitgelegd waarom gangbare synthetische kerosine schoner verbrandt. Omdat de synthetische kerosine in het productieproces zwavelvrij gemaakt is, vormt de motor geen UltraFijn Stof (UFS) meer, voor zover dat op zwavel gebaseerd is.
De aanwezige benzeenringen fungeren bij het verlaten va de straalmotor als bouwsteen voor steeds complexere molekulen, die eerst nog PAK’s heten (Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen), en daarna roet of Black Carbon.
Als de brandstof geen benzeenringen bevat, kunnen die ook niet als groeikern dienen voor steeds grotere moleculen die later roet worden. De motor loost dus veel minder roet. En dat roet dient hoog in de lucht als kristallisatiekern voor ijs, dus bij synthetische brandstof ontstaan er minder strepen en minder cirrusbewolking in de lucht – die zelf ook weer een klimaatbedreiging zijn.
Synthetische kerosine mag momenteel tot 30% of 50% worden bijgemengd.
Het deelonderzoek over biokerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over conventionele kerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over GTL- en CTL-kerosine kan hier worden gevonden. Het deelonderzoek over Power To Liquid-kerosine kan hier worden gevonden. De uiteindelijke scriptie kan hier worden gevonden. Bij de scriptie hoort een Excel-bijlage met een samenvatting van de gelezen literatuur, geordend op de vooraf gestelde deelvragen. Deze is hier te vinden.
Ter inleiding Grootschalige zonneparken roepen soms de kritiek op dat ze de bodem eronder verarmen en, en meer algemeen, ecologisch slecht zijn. Dat is niet geheel zonder reden en ook niet geheel met reden, want de afwezigheid van zonneparken (en de aanwezigheid van fossiele verbranding) roept nog meer ecologische schade op.
Een tweede reden is dat er in een vergunning vaak bij staat dat de inrichting – zinvol of niet – na zoveel jaar weer moet worden afgebroken, en dat de grond weer voor de oorspronkelijke bedoeling gebruikt moet kunnen worden.
Hetzij vanuit een positieve, hetzij vanuit een negatieve insteek wordt er al een aantal jaren gestudeerd op aanleg- en beheerplannen die een zonnepark ecologisch neutraal of zelfs positief is ten opzichte van de oorspronkelijke functie van de grond. Bij een zwaar bemeste, hartstikke dode maisakker is alles al gauw een verbetering.
In de literatuurlijst van de studie staat een verwijzing naar de studie “Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland” uit 2021. Ik heb op deze site deze studie gebruikt in een artikel zonneparken-en-ecologie-van-beweringen-naar-wetenschap . Er staan ook oudere artikelen over het onderwerp zonnepark-bodem-landbouw op mijn site, maar ik ga ze niet allemaal noemen.
Wel wil ik nog melding maken van een ander proces, dat tot eind 2022 parallel liep aan bovengenoemd proces, namelijk SolarEcoPlus, dat zich vooral bezig hield met bifaciële panelen (PV-panelen met twee actieve kanten). Zie https://www.bjmgerard.nl/solarecoplus/ .
In de aanloop naar de EcoCertified Solar Parks – studie is deze studie organisatorisch gekoppeld aan de SolarEcoPlus-studie. Er werkten dezelfde instituten aan, dus dat scheelde tijd.
Dit het park Lungendonk 20, Someren, dat aangelegd is door TP Solar. Ten tijde van de foto (april 2022) was men nog met de inrichting bezig Zie ook https://www.tpsolar.nl/lungendonk/ . Voordat het zonnepark werd, was dit akkerbouwgrond. Foto www.bjmgerard.nl
Er zat een zwaar gezelschap op het onderzoek: Wageningen voor de leiding en voor nieuwe methodes om biodiversiteit te meten, TNO berekende welke opstellingen tot welke bodembelichting ging leiden en hoeveel dat kostte, bureau Eelerwoude deed het veldwerk en het vegetatiebeheer, en de branchevereniging Holland Solar vertegenwoordigde tien zonnepark-ontwikkelaars, die samen 18 zonneparken opengesteld hebben voor onderzoek. Ook de Natuur- en Milieu Federaties waren betrokken. Bovenstaand park Lungendonk 20 (gemeente Someren) van TP Solar is een van die 18.
Vegetatiebeheer De basis van alles is wat er aan planten groeit. Dat hangt weer van veel dingen af: de bodemsoort, hoeveel licht de bodem bereikt en hoe lang (uitgedrukt als percentage van vol daglicht), hoe het regenwater toegang heeft, en hoe de vegetatie kort gehouden wordt.
Dat is sterk situatiegebonden en sowieso moet dus elk nieuw park eigenlijk een vegetatiebeheerplan maken (als men tenminste een eco-certificaat wil).
Men wilde vier vegatatiebeheerprocedures onderzeken:
Volgens een vast schema maaien en het maaisel laten liggen
Volgens een vast schema maaien en het maaisel afvoeren
Resultaatgericht maaien (maaien als de vegetatie erom vraagt)
Drukbegrazing met schapen (drukbegrazing betekent dat je er korte tijd veel schapen opzet. Die beesten vreten dan alles en als je er lange tijd weinig schapen op zet, vraten ze alleen wat ze lekker vinden)
In alle gevallen moet er gefaseerd gemaaid worden, dus het terrein bij stukjes en beetjes afwerken.
Men had het leuk bedacht: op 12 parken elk 4*1 hectare voor elk van de vier types beheer, en dan kijken wat er met de vegetatie gebeurde en met de vlinders en de vleermuizen en de spinnen en de mijten en het ondergrondse gewoel, en de bodemkoolstof. Helaas, toen kwam Corona en soms was het te nat om te maaien en soms week de mindset en het leefritme van de diertjesvrijwilligers een beetje af van dat van de parkeigenaren. Dus er is wel een hoop ervaring opgedaan met vegetatiebeheer op zonneparken en hoe je daarvoor met schapen moet omgaan, maar niet welke beheersvorm welke consequenties heeft voor grotere en kleinere wilde beestjes. Op basis van de ervaring lijkt bijvoorbeeld vegetatiebeheer op het Lungendonkpark moeilijk. De robotmaaier wordt overal gestuit door balken en geen schaap kan onder het lage uiteinde van de PV-panelen. (Gebruik ook geen lammetjes, want die klimmen op de panelen als die lager dan 60cm boven de grond liggen).
Wat wel en niet werkt als vegetatiebeheermaatregel
Bodemkoolstof en bovengrondse en ondergrondse flora en fauna in het onderzoek Zolang men de onbeantwoorde vraag naar de fauna-effecten van vegetatiebeheer buiten beschouwing laat, zijn er op basis van het onderzoek bij de 18 parken uitspraken mogelijk. Bovendien is er oudere literatuur en modelberekeningen regenen niet weg. En sommige maatregelen kan men ook wel zonder academische titel bedenken (bijvoorbeeld dat als je hazen en egels binnen wilt hebben, die onder het hek door moeten kunnen, of door een klein gat). En dat vleermuizen graag een rij bomen hebben als geleide van A naar B, was ook al wel bekend. Tussen de panelen en langs de rand van het veld blijkt het spinnen- en insectenleven te vergelijken soms met intensieve, soms met extensieve graslanden. Onder de panelen is bij reëel bestaande zonneparken de situatie een stuk slechter. Vogels gedijen beter op zonneparken dan op zwaar bemest grasland of maisakkers, voelen zich meer senang bij extensief beheer van het zonnepark en zitten het liefste in de rand van het zonnepark. Vleermuizen blijken niet graag bij zonneparken te verblijven (althans niet van die nu reëel bestaan).
Deze tabel berust op een andere proef op een eigen stukje weiland in Wageningen. Bij 40% opvallend licht wordt dan 4,81 ton bovengrondse biomassa per hectare per jaar geproduceerd. Daarvan is 42% koolstof. Die wordt geacht onder de grond te eindigen. Als dit regime 30 jaar wordt volgehouden, is de hoeveelheid organische stof in de bodem 2% hoger dan hij geweest zou zijn zonder zonnepark. Het inzaaien van schaduwtolerante planten verbetert dit resultaat.
De bodemkoolstof en daarmee de ondergrondse beestjes (bijvoorbeeld regenwormen en nematoden) blijken sterk van de hoeveelheid opvallend licht af te hangen. De ondergrondse biomassa volgt de bovengrondse. Bij minder dan 8% van vol daglicht,, gaat het organische stofgehalte (en daarmee ook de ondergrondse beestjes) snel achteruit. Dergelijke parken bestaan, maar het tegendeel ervan ook. Binnen de onderzochte 18 parken ontvangt bij park Wagenborgen 78% van de grond onder de panelen minder dan 10% licht, terwijl dat bij park Haringvliet slechts 12% van de grondoppervlakte betreft (bij Lungendonk zit 36% van de grond onder de 10% licht). . Tussen de 20 en 30% gaat het organisch stof-gehalte langzaam achteruit en bij 40% belichting blijft het dus grofweg hetzelfde (zie bovenstaande tabel) .
Met enig gesprokkel en geïmproviseer is er een verhaal uitgekomen. Het uiteindelijke certificaat is op doorontwikkeling gebouwd en verwacht veel feedback te krijgen van de toekomstige praktijk. Dat zou wel eens waar kunnen zijn.
Wat je ecologisch zou willen Ecologische meerwaarde van zonneparken hangt men op aan drie uitgangspunten annex richtlijnen::
Een gezonde bodem. Op de donkerste plekken moet de belichting minstens 20% van daglicht zijn. In praktijk leidt dat op de lange duur tot een soort (bodemafhankelijke) referentiewaarde. Regenwater moet gelijkmatig over de bodem verdeeld worden. Dat betekent spleten tussen de PV-panelen. Bodemverdichting en schade aan drainages moet voorkomen worden.
Het bereiken van Basiskwaliteit Natuur in de vorm van ecologisch functionele graslanden. Minstens 18% van het park blijft onbedekt, hetzij tussen, hetzij rond de panelen. De minimale afstand tussen rijen panelen moet minstens 2,5m zijn (wat overigens ook voor het maaibeheer nodig is). Afhankelijk van de situatie 1 tot 3* per jaar maaien en het maaisel afvoeren. Het park gefaseerd maaien. Geen pesticiden.
Versterking van bestaande, lokale natuurwaarden en landschappelijke inpassing Genoemd wordt een aantal natuurlijke elementen en minimumvereisten daarvan, zoals bomenrijen, watergangen, faunapassages en dergelijke.
Natuurkundige voorbeeldkengetallen. Op de horizontale as de hellingshoek, op de vertikale as het percentage zonnepark dat bedekt is met panelen, en weergegeven het aantal vollasturen links en de opbrengst van het park per m2 park. Zo zijn er ook fimanciële kengetallen.
In combinatie met de economie Uiteraard willen de exploitanten dat de kWh-prijs van de geproduceerde stroom niet teveel omhoog gaat door de ombouw naar ecologisch. Moet je eerst weten hoe je dat zou moeten berekenen.
TNO heeft daartoe een bestaand kostenmodel, in samenspraak met de branche-organisatie Holland Solar, uitgebreid en geactualiseerd. Er gaan natuurkundige en financiële kengetallen in en voor een bepaald type constructie komt er dan, via een Netto Contante Waarde-berekening over 15 jaar, uit wat het per kWh extra kost om de opstelling ecologisch verantwoord te maken. Het ene deel van de berekening gaat ‘klassiek’: bouw plus exploitatie en geen ecologie. Eelerwoude levert de cijfers om het extra maaibeheer te kunnen berekenen.
De linkse, tweezijdige Oost-West opstelling, is ecologisch een ramp en het extra maaien zou €6,50 per 100m2 paneel kosten – en dan heb je mogelijk ook nog een ARBO-probleem. Schapen, als het al lukt om die onder de opstelling te krijgen, kost de helft.
De rechtse, zonvolgende opstelling staat in Bockelwitz-Polditz aan de Mulde in Duitsland (bij de 18 onderzochte opstellingen zat niet een dergelijke constructie) kost ecologisch maaibeheer niets extra’s. Dit is ongeveer het andere uiterste.
Deze bestaande mogelijkheden zijn, in combinatie met de sector, geoptimaliseerd. Toegevoegd zijn de gedachte om brede spleten tussen de panelen toe te staan (wat uiteraard tot grotere tafels leidt) en/of om de panelen enigszins transparant te maken. In beide gevallen brengt dat de belichting onder de panelen op 15 of 20% te brengen.
Het uiteindelijke label Uiteindelijk is er gekozen voor een systeem met zes thema’s (hierboven de zes grote groene hokken), en verspreid over die zes thema’s 25 indicatoren. Elke indicator levert maximaal vijf punten (die soms dubbel of half meetellen in het eindresultaat). Sommige van die indicatoren moeten perse voldoende zijn (>=3). De ondergrens voor bijvoorbeeld de indicator ‘Bodembelichting’ “bijvoorbeeld luidt “Minimale bodembelichting van 10% op het gehele terrein; daarnaast voor de bodem onder en tussen tafels minimale bodembelichting van 15% op minimaal 60% van het terrein; en minimale bodembelichting van 40% op minimaal 25% van het terrein (conform huidige bodembelichtingstoets). Schaduwtolerante plantensoorten moeten ingezaaid worden om de afname van bodemgezondheid te beperken. Dit is beter dan huidige situatie bij de bestaande parken, maar niet goed genoeg als eindsituatie.
Zo zijn er twaalf ondergrenzen. Een andere ondergrens is bijvooorbeeld dat er van een extensief beheerd agrarisch perceel moet worden uitgegaan (men kan dus niet ecologisch een natuurgebied vol zetten met PV-panelen).
Dit is de manier waarop gerekend wordt. Lees dit als volgt: Thema 01 ‘uitgangspunten ontwikkeling’ telt de indicator ‘voormalig grondgebruik’ die op een schaal van 1 t/m 5 één maal meetelt, en de indicator ‘koppelkansen natuur’ (ook weer van 1 t/m 5) die een half maal meetelt. Maximum van dit thema dus 7.5, voldoende (de ondergrens) is 3.
Het label wordt voor vijf jaar afgegeven en de eisen worden eens par jaar of twee jaar geactualiseerd. Daarbij wordt de ondergrens stapsgewijze opgehoogd. Er hoort een organisatie bij die de certificaten aflevert The Greenlabel Institute ( https://www.thegreenlabelinstitute.org/ ) en een personeelsbestand aan adviseurs en beoordelaars.
Omdat de uitkomsten afhangen van de gekozen constructie van de PV-panelen, is het systeem in eerste instantie bedoeld voor nieuwe situaties. Maar het staat een exploitant vrij om zijn bestaande park te toetsen aan het label – maar dat is dan vrijblijvend.
Uiteindelijk hoopt de sector er vier belangrijke voordelen mee te winnen:
• Aantoonbare meerwaarde flora en fauna en bodemgezondheid voor investeerders • Toegang tot subsidies en andere financiële stimuleringsregelingen • Verbeterde concurrentiepositie in duurzame aanbestedingen • Helpen in de beeldvorming naar buurtbewoners en andere stakeholders
Nog nieuwe zonneparken? Een ding is jammer, en dat is dat de Voorkeursvolgorde Zon zo aangescherpt is door (toen nog) minister Jetten, dat het bijna onmogelijk is om nog een regulier zonnepark te bouwen. Zie https://www.bjmgerard.nl/bijna-verbod-op-zonneparken-een-slechte-zaak/ . De laatste aanscherping in dit verband dateert van 2023, en valt dus in de looptijd van het onderzoek naar dit label. Het maakte de stemming er niet beter op. Feitelijk is er dus nu een label ontwikkeld voor zonneparken op landbouwgrond, die niet meer gerealiseerd mogen worden. Hoera!
Ondertussen wordt, zoals het er nu voor staat, ook de salderingsregeling afgeschaft en moeten mensen betalen voor teruglevering aan het net. De groei van de productie van zonne-energie op ondergronden, die wel binnen de Voorkeursvolgorde passen, ligt ook stiil.
Misschien dat de nieuwe “sterke man” Jetten zich eens op zijn zonne-energiestandpunten moet gaan bezinnen.
Ter inleiding Vanaf 2020 is er in ZO Brabant een meetnet opgericht om kennis op te doen van de luchtkwaliteit in de regio. Het heet ILM2 (Innovatief Lucht Meetsysteem, versie 2). Doel is bewustwording, het bieden van handelingsperspectieven en het ontwikkelen van samenwerkingsvormen voor een gezondere regio. De meeste deelnemers hebben ook het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, waardoor ze streven naar minstens 50% gezondheidswinst in 2030 t.o.v. 2016.
Het ILM2 heeft geen juridische kracht, maar alleen bestuurlijke invloed.
Ligging van de ILM2 in 2024
Na wat aanloopeffecten leidt het meetnet nu tot een jaarlijks rapport. Het laatste heet ‘Jaarrapportage 2024 Regionaal Meetnet ILM2 in ZO Brabant’ (okt 2025) en is te vinden op https://publications.tno.nl/publication/34645069/OcepxZJz/TNO-2024-R12915.pdf . Eindverantwoordelijk is TNO, er is academische medewerking van het RIVM en het IRAS-instituut van de Universiteit van Utrecht. Bestuurlijk berust het ILM2, behalve bij genoemde instellingen, bij de gemeente Eindhoven, de provincie NBrabant, de GGD Brabant Zuidoost en bij de oorspronkelijke initiatiefnemer, de maatschappelijke organisatie AiREAS. Financieel wordt het gedragen door de provincie, de Omgevingsdienst ZO Brabant (ODZOB), de 21 gemeenten binnen de MRE-regio Eindhoven-Helmond (minus Bladel), en de gemeenten Boxtel en Meierijstad (die niet in het MRE-gebied liggen). De ruwe data zijn te vinden op https://ilm2.site.dustmonitoring.nl/ (dat zijn momentane data) of op https://samenmeten.rivm.nl/dataportaal/ . Het dagelijks beheer zit bij de ODZOB, die tevens een periodieke Nieuwsbrief uitgeeft over aspecten van het onderwerp. De, gelijktijdig met de Jaarrapportage uitgekomen Nieuwsbrief, gaat bijvoorbeeld ook over een nieuw samenwerkingsproject in de Peel, over een houtstookstudie in Heemskerk, over ammoniakmetingen en over roet (dat nog niet binnen het ILM2 gemeten wordt). De informatie kan bij de ODZOB opgevraagd worden onder https://odzob.nl/meetnet .
Kenmerken van het systeem Alle ILM-meetlocaties meten PM10, PM2.5, PM1 en NO2 (PM10 betekent Particulate Matter met een diameter <10µm)). Het systeem heeft in 2024 goed gefunctioneerd. 2024 was het eerste jaar waarin men de NO2 – metingen fatsoenlijk onder de knie had.
Eén van de 53 CAIREboxes van het ILM
Het systeem gebruikte 53 meetlocaties, als volgt verdeeld:
26 meetlocaties in stedelijk gebied, waarvan 4 in Helmond en 22 in Eindhoven (aldaar verdeeld over diverse typen locaties)
3 bij het vliegveld. Behalve bovengenoemde vier categorieën meten deze drie sensoren ook Ultra Fine Particles (UFP). UFP is in feite PM0.1, met als verschil dat de deeltjes geteld worden per cm3, , terwijl de grotere deeltjes gewogen worden
20 in het buitengebied , waarvan 16 in het kader van het ILM gefinancieerd en 4 los daarvan door de gemeenten Best, Oirschot en Reusel
4 tijdelijke (1 in Nuenen en 3 in Eersel om houtrook te meten)
Individuele sensoren zijn niet vreselijk nauwkeurig: foutmarge in een losse meting van één sensor orde van grootte van 20%. Het signaal wordt sterker bij meer metingen van meer sensoren.
Er kunnen onder andere foutschattingen gemaakt worden omdat er in de regio al veel langer een beperkter meetsysteem bestaan, namelijk het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. Dat heeft vier stations in de regio, nl de verkeersbelaste locaties Genovevalaan en Noordbrabantlaan in Eindhoven, de stadsachtergrond in de Veldhovense Europalaan, en het buitengebied in de Vredepeel (Ten noordoosten van Deurne, net in Limburg).
De twee systemen gebruiken verschillende meettechnieken, maar corresponderen onder elkaar redelijk.
Trends Tussen de oogharen doorkijkend, en zonder toe te spitsen op afzonderlijke issues, kan men een paar zaken waarnemen.
Het systeem draait nog maar een paar jaar, dus statistiek is sowieso moeilijk. De luchtvervuiling lijkt een beetje af te nemen, maar dat kan ook liggen aan de neerslag. 2022 was een erg droog jaar en 2023 en 2024 waren erg natte jaren en neerslag maakt de lucht schoner.
De achtergrond wordt gedefinieerd als de meetwaarde waaronder nog maar 10% van het aantal metingen ligt. Voor PM10 en PM2.5 kan men er beste de vervuiling zien als soort deken die over een groot gebied ligt, aan welke deken de regionale bronnen betrekkelijk weinig toevoegen (bij PM10 en PM2.5 bestaat grofweg tweederde van de jaar- en plaatsgemiddeld gemeten concentratie (voor PM10 is dat 15,7µg/m3 en voor PM2.5 is dat 9,9µg/m3 ) uit achtergrond, en een derde uit regionale toevoeging. Bij NO2 is ongeveer 60% van de jaar- en plaatsgemiddeld gemeten concentraties regionale of lokale toevoeging. Dat komt omdat NO2 gekoppeld is aan verbrandingsmotoren, en daarmee aan het verkeer.
Luchtvervuiling in de regio treedt vooral in de winter op. Er wordt dan meer gestookt (waaronder hout), en de grenslaaghoogte (waaronder de atmosfeer mengt)zakt omlaag.
Een jaargemiddeld weekverloop in de zomer en de winter
Houtstook De effecten van houtstook komen aan de orde in het kader van de regionale verhoging van de PM2.5 – concentraties (dat stond al in de rapportage over 2023). Voorlichting en het gebruik van de Stookwijzer kunnen, aldus het rapport, de eerste stappen zijn voor gemeenten om actie op te ondernemen. In het Omgevingsplan kan houtstook verder in beeld worden gebracht om een meer (gebieds-)gerichte aanpak vorm te geven. En er kunnen alternatieve verwarmingswijzen aangeboden worden.
De gemeente Eersel heeft eind 2024 drie tijdelijke meetstations neergezet om de effecten van houtstook te meten. De uitkomsten hiervan komen in de rapportage over 2025 aan de orde.
WHO-richtlijnen en de komende EU-norm voor de luchtkwaliteit De WHO heeft in 2005 richtlijnen gepubliceerd voor maximale atmosferische concentraties van PM10; PM2.5; en NO2 . Een richtlijn is een aanbeveling. De EU, en daarna de nationale overheden, kunnen juridisch bindende normen vaststellen. Met de nu geldende EU-normen worden de WHO-richtlijnen uit 2005 gedeeltelijk uitgevoerd. In 2021 heeft de WHO nieuwe richtlijnen uitgebracht. Die zijn een stuk scherper (zie o.a. https://schoneluchtakkoord.nl/nieuwe-who-advieswaarden-luchtkwaliteit_SLA ). In reactie daarop heeft de EU nieuwe, en eveneens scherpere normen, vastgesteld die vanaf 2030 moeten gaan gelden.
In de Jaarrapportage 2024 wordt de verwachting uitgesproken dat de PM10-concentraties nagenoeg altijd aan de EU-regels zullen voldoen. Zelfs in het natte jaar 2024 spande het er al om voor PM2.5, zowel jaar- als daggemiddeld. Wat betreft NO2 kan er in 2030 een probleem optreden langs drukke wegen in een droog jaar. PM2.5 en NO2 zijn aandachtspunten die om maatregelen vragen.
Het buitengebied en de PM10-metingen De meetstations in het buitengebied leiden niet tot een echt informatief verhaal. Meetstation I33 (langs de A50 bij Son) springt er uit met één hoge, onverklaarde piek (mogelijk een boer die ploegt bij droog en stoffig weer of zoiets). I42 en I45 springen er dit jaar uit en vorig jaar niet, en voor de stations I43 en I44 geldt het omgekeerde. Zowel de veeteelt, als boerenwerk op het land, als onverharde paden als droog of nat weer kunnen een rol spelen. Dit vraagt om nader onderzoek.
Stedelijk gebied: vooral verkeer en NO2 Afgezien van een idioot hoge fijnstof-piek op 06 mei 2024 door vuurwerk ter gelegenheid van het kampioenschap van PSV (bij weinig wind), valt er niet veel interessants te vermelden over fijn stof. De concentraties daarvan volgen ongeveer de achtergrond die als een deken over de regio heen ligt.
Alleen NO2 vertoont duidelijke lokale effecten vanwege het autoverkeer.
De Jaarrapportage 2024 toont daarvan enkele illustratieve voorbeelden, waarvan ik er twee geef.
In Helmond worden op dezelfde locatie auto’s geteld, en wordt NO2 gemeten (meetstation I52 langs de Kasteeltraverse). Gemiddeld over januari 2024 geeft dat bovenstaand weekverloop. Bij de door het autoverkeer veroorzaakte wisselingen in de NO2 – concentratie is de wisselende achtergrondconcentratie opgeteld, veroorzaakt omdat er in die maand midden in de week een paar keer een zwakke oostenwind stond (dat jaagt de achtergrond omhoog). Jaargemiddeld zat dit punt (in het natte jaar 2024) voor NO2 op 19,7µg/m3 , dus een aandachtslocatie vanwege de EU-grenswaarde in 2030 van 20µg/m3 .
Hierboven een vergelijking van het jaargemiddelde weekverloop op basis van metingen op de zeer drukke Eindhovense Ring, en op basis van metingen binnen de Ring (in Eindhoven is dat de Zero Emission-Zone). Men ziet dat de milieuzoe het, in vergelijking met de Ring, ongeveer hetzelfde doe bij PM10, een beetje beter bij PM2.5 , en duidelijk zichtbaar beter bij NO2 . Dat is wat men ongeveer zou verwachten. Jaargemiddeld zitten de twee meetpunten op de Ring (Botenlaan en Beukenlaan) rond de 147µg/m3 ,, dus binnen de nieuwe EU-grenswaarde in 2030.
Twee meetstations volgen een industriële inrichting. Meetstation I19 staat aan de Kanaaldijk nabij DAF Trucks, en dat station ziet niets bijzonders (gewoon het stedelijk gemiddelde). Meetstation I28 staat op het dak van het Klokgebouw langs de Beukenlaan (Ring) en ziet de emissies van de ongeveer even hoge pijp van de biomassacentrale van Ennatuurlijk , die er pal tegenover staat aan de andere kant van de straat. In deze condities ziet men een verschil met de gemiddelde waardes voor de regio als geheel. Als de pluim uit de pijp, verder weg waait, worden deze concentraties verdund. Meetstation I28 staat ook aan de Beukenlaan, maar dan op de grond, en ziet iets gemiddelde hogere PM-concentraties dan die van de regio als geheel.
Het luchthavengebied en Ultrafijn stof (UFP) Er is op deze site al vaker aandacht besteed aan het vliegveld (en omgeving), en aan de luchtvervuiling in het algemeen en daarbinnen aan het de UltraFine Particles (UFP) in het bijzonder. Zie (onder andere) https://www.bjmgerard.nl/luchtmetingen-op-en-rond-eindhoven-airport-in-2022/ .
Het vliegveld is van 07-23 uur open is (met wat ongeplande uitloop), en daarbuiten dicht.
Het vliegveld ligt niet in een niemandsland. Er is zeer druk verkeer op het nabije (oostelijk gelegen) A2/N2 systeem, en flink wat verkeer van en naar en nabij de ingang.
Er liggen bij het vliegveld drie meetstations, I02 op de kop van de startbaan aan de ZW-kant, I14 idem aan de NO-kant, en I25 naast de baan, nabij de ingang en nabij het platform. De drie meetpunten staan hierboven aangegeven. Ze meten wat andere meetstations ook meten, en meten bovendien UFP (weergegeven in aantallen per cm3 ). Van die meetpunten ligt I02 (zuidwestkant) het verst van alle verstoring door andere bronnen af. Dit punt weerspiegelt het getrouwste het vliegveld – sec.
Een en ander wordt weerspiegeld in de windrozen per punt. I02 reageert vooral op de startbaan en geeft overdag de grootste concentraties als de wind over de startbaan uit het noordoosten komt. I25 reageert overdag vooral op het platform. ’s Nachts reageren de meetstations op andere bronnen in de omgeving, met name op de A2/N2.
Als men de drie meetstations apart jaargemiddeld meet (dus ook gemiddeld over dag en nacht), geeft dat onderstaand overzicht
Als men de drie meetstations op een hoop gooit en een jaargemiddeld weekverloop uit brouwt voor UFP en NO2 dan geeft dat onderstaande grafiek. (Men kon die pas over 2024 maken, omdat voor die tijd het NO2 -systeem niet goed werkte.)
Mijn analyse is als volgt:
Het vliegveld voegt nauwelijks PM1, PM2.5 en PM 10 aan de omgeving toe.
Het vliegveld zorgt wel voor een goed meetbare hoeveelheid UFP
Het autoverkeer produceert NO2 en daarnaast ook UFP, dat ter plekke van vooral I14 en I25 gemeten wordt. Daarom daalt en stijgt de concentratie UFP op deze stations in de maat met de NO2-concentratie. Omdat er in het weekend minder gereden wordt, maar niet minder gevlogen, zit het verband er in het weekend anders uit dan door de week.
Er komt beduidend meer UFP op de drie sensoren van het vliegen dan van de snelweg
TNO stelt in zijn aanbevelingen voor om hieraan verder onderzoek te doen. Enerzijds kan men beter in beeld proberen te krijgen wat de UFP-invloed van de snelweg versus die van de vliegtuigen is. Dat kan door naar de chemische samenstelling van het UFP te kijken en naar de deeltjesgrootte (hoewel de deeltjesgrootte van zowel auto’s als vliegtuigen een brede en overlappende band bestrijkt, is vliegtuig-UFP gemiddeld kleiner dan auto-UFP). Anderzijds zou onderzocht moeten worden wat de blootstelling in de woongebieden rond het vliegveld is – daarover is nu niets bekend. Ik zou daar overigens zelf aan willen toevoegen de blootstelling onder belangrijke uitvliegroutes (zie voor een meting in Riethoven in 2016 https://www.bjmgerard.nl/bergeijk-deed-meting-geluid-en-ultrafijn-stof-eindhoven-airport/ ). Die laatste meting vond overigens plaats toen de startbaan onderhouden werd en daarna weer open ging – het verschil was daar te zien. In 2027 wordt de baan geheel gerenoveerd. Welllicht kan dat gebruikt worden als een extra kans op goede metingen.
Wat ik er van vind De Jaarrapportage is vooral een meetrapport. Het is dus een beschrijvend document dat resulteert in beleidsaanbevelingen. Over het algemeen steun ik die wel, hoewel ik ze niet allemaal onderling even belangrijk vind. Er zit niet een soort politiek waardeoordeel in. Ik wil er wel een paar persoonlijke opvattingen geven. Sommige daarvan pleiten voor landelijk of EU-beleid, andere voor lokaal of regionaal beleid (of beide).
Er moet een tandje bij om de aangescherpte Europese normen te halen, die in 2030 ingaan. Dat gaat niet vanzelf. En dan is men nog niet op het niveau van de WHO-richtlijn
Ik mis een norm voor UFP en roet
Kleinschalige houtstook in stedelijk gebied moet zo ver mogelijk worden teruggedrongen en, voor zover dat niet lukt, moet het aan afdwingbare voorschriften worden verbonden. Het aanbieden van praktische en betaalbare alternatieven is daarbij onmisbaar
Elektrisch rijden produceert geen NO2 en iets minder fijn stof (dit naast de klimaatvoordelen). Het beleid ten gunste van elektrisch rijden valt nog wel wat te intensiveren. Ook goed is sowieso minder auto’s en meer elektrisch OV.
Eerstens is er meer onderzoek nodig rond Eindhoven Airport, met name naar de verspreiding over de regio, niet alleen bij het vliegveld zelf maar ook onder de uitvliegroutes. Wat ik verder mis is bronbeleid, zoals minder vliegen en met schonere, synthetische kerosine vliegen.
De bedoeling Het was de bedoeling om kort voor de Tweede Kamerverkiezingen 2026 met een grote demonstratie aandacht te vragen voor het klimaat. Dat onderwerp heeft in de publieke opinie te lijden van het vele andere leed, en van de algemene verrechtsing van de politiek.
Zowel het middel (een grote demonstratie) als het doel (serieuze publiciteit) zijn bereikt. Volgens de mede-organisator Milieudefensie waren er ruim 45000 mensen. Het NOS-journaal besteedde er ruim aandacht aan, de geschreven pers zal wel volgen, en ik was te spreken over Nieuwsuur dat Milieudefensiedirecteur Donald Pols aan het woord liet ( Nieuwsuur 26 okt 2025 ) . Pols zei dat Europese bedrijven moesten concurreren op duurzaamheid, en niet goedkoper moesten proberen te zijn als China of vuiler als de VS. EU-econoom,Sander Tordoir zei hierover ook nog verstandige dingen.
Ik laat het verder bij wat foto’s.
Foto van de KCC-site
Eindhoven e.o. Ik was beheerder van de samenreis-app van Milieudefensie voor Eindhoven e.o., en ik was distributiepunt van promotiemateriaal voor deze regio. Ik raakte het materiaal op tijd kwijt 990 posters, 500 flyers en ca 140 stickers). Aan mij de taak om iets collectiefs te verzinnen voor de heenreis. Er waren duidelijk te weinig mensen voor een bus, en de groepsticket van de NS werkt onhandig. Vandaar het idee om een groepsfoto van de gezamenlijke afreizers te maken op de trap naar perron 5. Zie hieronder.
Er is in deze kolommen al uitvoerig aandacht besteed aan de nieuwe, tijdelijke lozingsvergunning van de zinkfabriek in het Belgische Pelt. Die perkt enerzijds de hoeveelheden chloride, sulfaat, selenium en thallium in t.o.v. wat eerder mocht, maar doet dat anderzijds niet zo drastisch dat aan de Kader Richtlijn Water (KRW) voldaan zal worden. Daarbij speelt een rol dat de concentraties, die de nationale overheden van de KRW mogen vaststellen, in België als regel soepeler worden vastgesteld dan in Nederland. Dat is relevant, omdat de Dommel vanaf Nyrstar Pelt nog maar een klein stukje door België stroomt en dan de Nederlandse grens oversteekt.
Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven e.o. een zienswijze ingediend, die enerzijds benoemt dat Nyrstar Pelt een nuttige recyclefunctie van zink heeft en verplicht is zijn eigen bodem te saneren, en anderzijds dat de zuiveringstechniek niet ver genoeg gaat en te veel het begrip Best Beschikbare Techniek uitlegt als Best Betaalbare Techniek. Dat terwijl moederbedrijf Trafigura steenrijk is.
Voor de Eindhovense Milieudefensie-afdeling houdt het nu even op, omdat een lokale afdeling bij Milieudefensie geen rechtspersoon is en dus niet kan gaan procederen.
Andere organisaties, die zelfstandige verenigingen zijn of overheidsinstanties, of die een juridische tak hebben, zijn wel gaan procederen of gaan dat nog doen. Het betreft
Waterschap De Dommel
De gemeenten Valkenswaard, Waalre, Veldhoven en Eindhoven
De Belgische milieuverenigingen Limburgse Milieukoepel, Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt Pelt en Dryade
De (Nederlandse) vereniging Natuurmonumenten (zegt het Eindhovens Dagblad)
Extinction Rebellion (XR) (zegt het Eindhovens Dagblad)
Nyrstar Pelt ligt ongeveer bij nummer 33
Ik heb hieronder een persbericht van Waterschap De Dommel afgedrukt, dat als representatief voor de rest gezien kan worden. Het persbericht van de gezamenlijke Belgische verenigingen, de raadsinformatiebrief van de gemeente Eindhoven, en een bestandje met links naar de raadsinformatiebrieven van alle Dommelgemeenten zijn als bijlage toegevoegd. Natuurmonumenten en XR maken op hun sites geen melding van dit onderwerp. Vraag is of zij inderdaad zijn gaan procederen.
– – – – – – – – – – –
Persbericht 02-10-2025
Waterschap tekent beroep aan tegen Belgische lozingsvergunning Nyrstar
Nyrstar is een van de grootste metaalverwerkers ter wereld. Het bedrijf heeft een vestiging in Budel en net over de Belgische grens in Pelt. Voor de locatie in Pelt is de Belgische overheid verantwoordelijk voor de vergunningen. De beek waarop Nyrstar loost, stroomt maar 1,5 kilometer door België. Daarna komt het water in de Dommel terecht. Het effect wordt dus vooral in Nederland gevoeld.
In 2029 komt er een nieuwe vergunning voor alle stoffen die Nyrstar loost. Maar nu al lopen enkele deelvergunningen af. Nyrstar heeft ervoor gekozen om voor vier stoffen een nieuwe vergunning aan te vragen tot en met 2027. Ze willen in twee stappen minder gaan lozen, tot 2029. Het gaat om de stoffen Seleen, Sulfaat, Chloride en Thallium. Nyrstar heeft hiervoor een aanvraag ingediend bij de Belgische provincie Limburg. De hoeveelheden die ze mogen lozen zijn lager dan vroeger, maar nog steeds groot. Volgens de nieuwe vergunning mag Nyrstar dagelijks 10.000 kilo Chloride en 5.300 kilo Sulfaat lozen. Per liter water mag er 40 microgram Seleen en 1,5 microgram Thallium in zitten.
Verbeterde stap niet groot genoeg
Wij als waterschap hebben een negatief advies gegeven over deze vergunning. We zien wel een kleine verbetering ten opzichte van de oude situatie, maar vinden de stap niet groot genoeg. Hierdoor halen we onze KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in 2027 waarschijnlijk niet.
We konden niet zelf adviseren op de vergunning, maar de provincie Noord-Brabant mocht dat wel. Zij hebben ons advies overgenomen. Toch heeft de Vlaamse provincie Limburg ons negatieve advies naast zich neergelegd en de vergunning alsnog verleend. Daar zijn wij als waterschap niet blij mee. Daarom tekenen we administratief beroep aan. Zo krijgen we de kans om onze bezwaren aan de Vlaamse minister te laten weten. We vinden dat er onvoldoende naar onze zorgen is gekeken.
Een zo schoon mogelijke Dommel
Dit is een stevige stap van ons waterschap richting onze zuiderburen. We maken als Nederlandse overheid bezwaar tegen een besluit van de Belgische overheid. We willen een zo schoon mogelijke Dommel. Daarom vinden we het belangrijk dat de Belgische vergunningen geen belemmering vormen voor het behalen van onze waterkwaliteitsdoelen. Dat is nu wel het geval. Bovendien zijn de Belgische KRW-normen soepeler dan de Nederlandse.
Samenwerking met provincie en gemeenten
We werken in dit dossier nauw samen met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten langs de Dommel. We zitten ook met Nyrstar en de provincie Limburg aan tafel, omdat we allemaal een betere waterkwaliteit willen. Iedereen reageert vanuit zijn eigen rol op de vergunning:
De provincie kiest voor een diplomatieke aanpak
De Dommelgemeenten gaan in beroep
Wij kiezen voor een administratief beroep
Blijvende inzet op goede contacten
Ondertussen blijven we inzetten op goede contacten met Nyrstar en de Belgische overheid. Zo zaten Erik de Ridder en gedeputeerde Saskia Boelema vorige week bij de directie van Nyrstar aan tafel om elkaar bij te praten over de situatie
We hebben een Belgische advocaat ingeschakeld en het beroep wordt deze week ingediend. We verwachten in november meer te kunnen vertellen over het vervolg.
Het persbericht van de vier Belgische milieuverenigingen:
Dit vanwege de 51.000ste passant op mijn site (bruto). Dan altijd iets wat de normale kosmische orde der dingen ter discussie stelt, zoals nu ik als “cocreërend kunstenaar”.
Deze ongewone escapade zit als volgt in elkaar.
Op 28 maart 2025 heeft Milieudefensie demonstratief een dagvaarding bij ING neergelegd vanwege het financieren van klimaatschade. Ter deze gelegenheid was een fraaie constructie opgetuigd, waarmee men processiegewijze door de Bijlmer naar het hoofdkantoor van ING trok. Daar aangekomen bleef de bedrijfsleiding onzichtbaar. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/ . Hieronder een plaatje.
– – – – – – –
‘Foundation we are’ is een ontwerpbureau met atelier- en expositieruimtes op het Eindhovense StrijpS, een voormalig bedrijfsterrein van Philips ( https://www.foundationweare.org/ ). De organisatie heeft zich toegelegd op ‘Civic Society’, informatiecultuur, bestuurssystemen, rechtvaardigheid in het Anthropoceen (wat zoiets als ‘deze moderne tijd’ betekent), en de ethiek van de Technologie. Dit alles in typisch designer-engels.
Nu nadert de Dutch Design Week (DDW) 2025 . Dat is altijd een drukke periode en met projecten over heel Eindhoven, waartussen van alles te vinden is op allerlei gebied, van klein tot groot, van gratis tot betaald, van bescheiden tot pompeus, en van humbug tot uiterst interessant. Voor een bescheiden en zinvol project van 2024, zie https://www.bjmgerard.nl/maasklei-keramiek-dijkverzwaring-en-ruimte-voor-de-maas/ .
‘Foundation we are’ wil zijn bijdrage leveren, geheten ‘Designing Democracy’, en een van de projecten in dat kader kwam voor rekening van kunstenares Pauline Wiersema ( https://pinopotato.com/ ). Pauline had ook meegebouwd aan de Amsterdamse dozenconstructie, dus die wist hoe het moest ( https://www.instagram.com/pinopotato/p/DH3jK2Lty8V/ ). Pauline vond de Milieudefensie-aanpak bij ING een mooi voorbeeld van design-democratie en had als project om de dozenconstructie als kunstwerk in het atelier na te bouwen en dat gedurende de DDW (en een tijd daarna) tentoon te stellen. Men kan het bewonderen op het (binnen)adres Torenallee 22-04 in Eindhoven.
Dat vroeg om heel veel dozen die gevouwen moesten worden, om heel veel dubbelzijdig tape om ze zonder calamiteitenrisico te stapelen, om heel veel spanband (opvallende gifgroene kleur) en om behoorlijk wat ruimte. En dat vraagt ook om heel veel werk en of Milieudefensie kon helpen.
Ja. Er waren twee mensen van het landelijke bureau van Milieudefensie, en van de Eindhovense afdeling waren er Wen, Dorry, Marieke en ikzelf. Hieronder wat tussentijdse foto’s van maandag, toen het kunstwerk nog niet af was. Het is woensdag afgemaakt en ik zal het eindresultaat op deze locatie laten zien.
UIteindelijk het eindresultaat:
– – – – – – –
In het atelier naast dat van de dozenconstructie werd, ook voor de DDW, aan levensechte bommen gewerkt, vakkundig nagemaakt maar dan in textiel. Hoewel niet ons thema als Milieudefensie, toch twee foto’s
Eerder (met wat extra uitbreiding) De Landsardplas is een oude zandafgraving ten westen van het Eindhovense vliegveld. Tussen de plas en het vliegveld loopt het beekje Ekkersrijt, met enkele toevoerende sloten. Het vliegveld watert via een ondergrondse pijp bij veel wateraanbod af op de Landsardplas, en die plas raakt het water weer kwijt via een duiker naar de Ekkersrijt (die duiker is dus een van de toevoerende stroompjes). Het grotere gebied waarvan de plas deel uitmaakt, de Landsard, is in gebruik als herriesportterrein. Er ligt een kartbaan en een motorcrosscircuit, en op het water varen waterscooters en power(model)boten. De bijbehorende inrichtingen hebben een milieuvergunning.
Omdat watersystemen rond vliegvelden in den lande vaak opvallend hoge PFAS-concentraties hebben, heeft Waterschap de Dommel aan bureau Aquon gevraagd metingen te doen in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas. Dat is gebeurd op 10 juli 2024 en leverde, in globale termen, op dat de PFAS-soort
GenX irrelevant laag was,
PFOA in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas rond de 5 a 18ng/liter zat, zonder dat er een ruimtelijk patroon te zien was. Dit is onder de norm.
PFOS in het Ekkersrijtsysteem, stroomafwaarts gaande van voor tot na het vliegveld, opliep van grofweg 4 naar 25ng/liter (wat ver boven de norm van 0,65ng/liter is) , en dat de Landsardplas op een verbazingwekkende concentratie van 177ng/liter uitkwam.
Daarna werd de zaak op scherp gezet door berichten dat Defensie, bij wijze van brandblusoefening, op 22 en 24 juli 2025 met Chinookhelikopters grote zakken water (‘bambibuckets’) vulde uit de Landsardplas en dat dit met PFOS vergiftigde water werd uitgestort over de nabijgelegen Oirschotse Heide, een militaire oefenterrein. (Uit later ingeziene rapporten bleek overigens, dat deze brandblusoefening niet eenmalig was, maar periodiek plaatsvond of nog vindt).
Teksten van en naar B&W van Eindhoven Ik heb op 08 augustus 2025 namens Milieudefensie Eindhoven e.o. een brief aan B&W van Eindhoven geschreven (eigenaar en bevoegd milieugezag van de Landsard). In die brief werd de mogelijkheid besproken dat de hoge concentraties in de Landsardplas (mede) veroorzaakt werden door de exploitatie van het gebied. Het artikel bij de brief is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/strengere-vergunning-nodig-tegen-pfos-in-de-landsardplas/ . Omdat Milieudefensie brandblusoefeningen zinvol vindt, moet het PFOS-gehalte drastisch omlaag en uitgaande van de aanname dat de activiteiten op de plas zelf een belangrijke (mede)oorzaak zijn van de vervuiling, vraagt dat om een flink aangescherpt milieubeleid richting de herriesporten. Immers, in auto’s (en ongetwijfeld ook in karts en waterscooters) zit in sommige smeermiddelen PFAS verwerkt dat in beginsel buiten de auto terecht kan komen ( A pilot study of per- and polyfluoroalkyl substances in automotive lubricant oils from the US ). Coatings en verven van bootrompen kunnen PFAS bevatten ( www.european-coatings.com/…pfas-in-the-coatings-industry-risks-applications-and-regulatory-challenges ) .
(PFSAs is een verzamelnaam voor een groep waarin PFOS valt. PFCAs is een verzamelnaam voor de groep waarin PFOA valt – dat is PFCA met C8. TOP is een oxidatiebehandeling van de smeerolie die versneld doet wat anders bij normaal gebruik langzaam plaatsvindt. De PFAS-concentraties schieten na oxidatie omhoog).
Na een klein, herinnerend zetje beantwoordden B&W onze brief op 10 sept (hierboven). De stelling was dat de concentraties niet aan de exploitant lagen, maar grotendeels toch bij het vliegveld. De argumentatie was dat vooral PFOS zich in zijn ruimtelijke verdeling onderscheidde (er zit wel PFOA in de plas, maar niet meer dan elders), dat PFOS (tot 2011 bg) in het blusschuim zat, dat de bodem van het vliegveld er inderdaad mee vervuild was, en dat er een pijp naar de Landsardplas liep (onder de Ekkersrijt door), en dat er een bureauonderzoek geweest was naar alternatieve bronnen van PFOS in het gebied.
(Presentatie Rijksvastgoedbedrijf LEO 06 maart 2025)
Het antwoord van B&W is ongetwijfeld bona fide en niet absurd, hoewel met er vraagtekens bij kan zetten. Aan de vliegveldkant: PFOS is al sinds 2011 verboden, het perceel van de Herculesramp zou gesaneerd zijn. Aan de Landsardkant: het bureauonderzoek betreft (bleek later) een recapitulatie van niet heel erg frequente milieucontroles die niet op PFAS gericht waren.
Op 27 augustus 2025 had een rookgranaat van Defensie, bij een oefening, anderhalve hectare van de Oirschotse Heide in de fik gezet (zie bekendere berichten over idem op de Edese Heide). Vanwege deze trigger, en omdat er nog steeds geen antwoord op de brief van Milieudefensie was, heeft de Eindhovense SP (met mijn medewerking), bij monde van Jannie Visscher, op 05 sept 2025 technische vragen gesteld aan B&W over hetzelfde onderwerp. Die zijn op 10 okt 2025 beantwoord onder toevoeging van drie bijlagen: twee metingen in opdracht van Defensie door Haskoning, en eerder genoemde bureaustudie naar alternatieve PFOS-bronnen. De beantwoordingsbrief staat hieronder en de bijlagen stuur ik op aanvraag gaarne toe (zie de contactrubriek op deze site).
Ook w.b. dit antwoord: het is ongetwijfeld bona fide, maar of het geheel juist is, en geheel juist kan zijn, gegeven dat veel kennis nog in de kinderschoenen staat.
Meetpunten in Haskoming I. Bij het kruisje x eindigt de inkomende pijp vanaf het vliegveldterrein. De duiker voert water af naar de Ekkersrijt. Codes als 01-1 hebben betrekking op watermetingen, codes met wb op bodemmetingen).
Het (onvolledige) beeld dat oprijst Er liggen nu drie meetrapporten: Aquon in opdracht van het waterschap, dd 10 juli 2024, waarop alle teksten tot nu toe gebaseerd zijn; het eerste rapport Haskoning in opdracht van Defensie, dd 06 sept 2024, waarvan het bestaan bekend was maar de inhoud slechts in zeer grove lijnen uit de krant; en een tweede rapport van Haskoning, ook in opdracht van Defensie, dd 04 juni 2025, waarvan het bestaan, in elk geval bij mij, nog niet bekend was.
Zwakte van alle rapporten is dat er alleen aan de oppervlakte, en op enkele plaatsen op 4m diepte, gemeten is. Als de 18m diepe zandafgraving denkbeeldig met troep gevuld zou zijn waaruit PFAS vrijkwam, zou dat niet ter plekke gemeten zijn. Er is echter geen aanwijzing dat zo’n vervuiling plaatsgevonden heeft.
Als men de resultaten van de drie metingen, zeer kort door de bocht, samenvat, dan geeft dat het volgende beeld:
Het zijn te weinig metingen voor goede statistiek. Met dit voorbehoud:
Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFOA-concentratie rond de 9 a 12ng/liter (jaargemiddelde norm 48ng/liter)
Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFSA-concentratie rond de 70 a 85ng/liter (norm 0,65ng/liter jaargemiddeld), behalve
Waar de pijp van het vliegveld in de plas komt (dat is nabij de x op de kaart) waar Aquon 177ng/liter meet (dat is de enige meting van Aquon in de plas), en waar Haskoning I en !! resp. 80 en 220ng/liter meet . De 80-meting ligt verder van de pijpopening af.
Haskoning vond, in goed detecteerbare hoeveelheden, een heleboel andere PFAS-soorten in het water met meestal kortere koolstofketens. Daaronder een precursormolekuul 8:2FTS van PFOS (een molekuul waaruit door in het vrije veld voorkomende chemische reacties PFOS kan ontstaan). Het gebied rond de uitstroomopening van de pijp springt er niet speciaal uit, behalve bij het precursormolekuul dat bij de uitstroomopening hoog is als de PFOS daar ook hoog is.
Ik heb geen verband kunnen vinden met de neerslagcijfers van het KNMI in de dagen van of voorafgaand aan de metingen
Een en ander roept het beeld op dat er op gezette tijden, mogelijk min of meer continu, nog steeds water met heel veel PFOS erin vanaf het vliegveld door de pijp de Landsardplas in stroomt, mengt met het daar aanwezige water (dat uiteraard ook veel regenwater opvangt), en dat vervolgens door de duiker in de Ekkersrijt terecht komt (die daardoor merkbaar verder vervuild wordt). Dit beeld steunt het scenario dat er nog steeds van het vliegveld afstromend PFOS is. Onduidelijk is of dat passief of actief is (pomp?)
Omdat niet in de diepte gemeten is, en omdat er geen aandacht besteed is aan het vrijkomen van PFAS uit smeerolie, coatings en verven van waterscooters, kan niet uitgesloten worden dat de gemiddelde waarde (die ca 80ng/liter) lager gemaakt zou kunnen worden door hier aandacht aan te besteden.
Het kartcircuit en het motorcrosscircuit liggen een eindje van het water af. De gemeente heeft m.i. voldoende aannemelijk gemaakt dat hun opereren weinig of geen invloed heeft op het PFAS-gehalte van het water in de Landsard.
Bodemmetingen (tot een halve meter zand diep) geven soms lichte PFOS-vervuiling, maar in de ruimtelijke verdeling zit geen duidelijk patroon
Blushelikopter in Brazilië met bambibucket
Wat moet je er politiek mee? De vraag richt zich op Defensie, en op de gemeente Eindhoven.
Defensie heeft een onderzoek lopen naar bodemvervuiling op het terrein van het vliegveld. In het Luchthaven Eindhoven Overleg van 06 maart 2025 noemde het ministerie bodemonderzoeken (gereed 2025); oppervlaktewater (lopend); regenafvoersysteem (lopend); producten (gereed 2025); risico’s (gereed 2025); beoordelen nut bodemsanering (gereed 2025); en saneringsmogelijkheden (gereed 2025). Men mag eisen dat Defensie dit alles goed uitvoert en dat openbaar verantwoordt.
Aan de gemeente Eindhoven, hoewel geen bevoegd gezag op het Defensiegebied, de taak om Defensie bij de les te houden. Er is regelmatig contact, zeggen B&W in hun beantwoording van de technische vragen. Zeggenschap is er niet, invloed wel. Een maatregel als het opnemen in de Omgevingsvergunning van PFAS-eisen aan waterscooters is waarschijnlijk op dit moment een brug te ver voor een gemeentelijke overheid. Twee zaken zou de gemeente wel kunnen aanpakken. De eerste is dat de gemeente een onderzoek zou kunnen (laten) instellen of er troep ligt in de diepe delen van de plas. Er zijn zandafgravingen in den lande die in het verleden ongewenst, zelfs crimineel, voor afvaldumping gebruikt zijn. De tweede is dat de gemeente Eindhoven ervoor zorgt dat de Veiligheidsregio de Landsardplas ongeschikt verklaart als bluswater, zolang de PFOS-concentratie zo hoog is als die is. Dat voorkomt in elk geval verdere verspreiding van de PFOS.
De context Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de akkerbouw heeft in de afgelopen jaren langs verschillende routes tot heftige discussies geleid: metingen door een actiegroep als Meten=Weten, een zaak van Milieudefensie in Drente, uitspraken van rechters die negatief uitpakken voor met name bollentelers (en daarbinnen voor lelietelers), een steeds duidelijker link tussen bestrijdingsmiddelen en neurodegeneratieve ziektes als bijvoorbeeld Parkinson (in Frankrijk al erkend als beroepsziekte bij boeren), de erkenning door het CTGB (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) dat de toetsingsprocedures onvoldoende oog hebben voor neurologische effecten, maar bijvoorbeeld ook de omzetting van grasland naar akkerbouw na beëindiging van de veeteelt en het gegeven dat bollen slechts korte tijd op hetzelfde perceel geteeld kunnen worden.
De provincie die er het eerst en het meest mee te maken kreeg was de provincie Drente. Er ligt een onderzoek van Hilbrands Laboratorium uit Wijster, opgespannen door 19 lelietelers. Het persbericht over het resultaat is te vinden op https://www.hlbbv.nl/nl/actueel/bewezen-in-drenthe-duurzamere-lelieteelt/ . Uit het rapport blijkt dat het een heel stuk minder kan met gif spuiten – de telers waren verrast. Het plan is om in 2027 qua gebruik per hectare terug te zakken tot op het niveau van de aardappelteelt (waarop min of meer dezelfde middelen gespoten worden, maar dan een stuk minder, maar nog steeds veel). Sterkere lelies helpt ook erg mee. Volledig biologisch lelies telen is tot op zekere hoogte mogelijk, maar heeft veel nadelen. Wie dieper in de materie wil duiken zonder het hele rapport te lezen, kan bij RTV Drente terecht op rtvdrenthe_fors-minder-landbouwgif-mogelijk .
Inmiddels speelt het probleem ook flink op in andere provincies, waaronder Noord-Brabant.
Gladiolenteelt bij Grave (foto bjmgerard@gmail.com)
Het proces in de provincie Noord-Brabant. Men (niet ik) kan een heel boek schrijven over het onderwerp, maar nu de aandacht beperkt tot de focus van deze website, namelijk Noord-Brabant.
De provincie wil het bestaande, beperkte beleid optoppen met een geheel nieuw beleid tegen gewasbeschermingsmiddelen (GBM).
De eerste stap in die richting Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen is een zogenaamde 80%-versie: de bedoeling staat erin, de compositie van de tekst is behoorlijk rommelig, maar je kunt er al wel, wederzijds tot niets verplichtend, op reageren. De ZLTO heeft dat gedaan ( inbreng ZLTO ). Het Actieplan is te vinden op Actieplan gewasbescherming 80%-versie . Het is nog niet duidelijk wanneer dit plan politiek behandeld gaat worden.
Wat erg helpt, is dat de partij BBB zich door eigen onkunde buiten het provinciebestuur gemanoevreerd heeft. Dat werk in het landbouwdossier een stuk makkelijker.
De structuur van het voorgestelde Actieplan Het (concept)-Actieplan bestaat uit een relatief korte hoofdtekst (bestaande uit een Inleiding en hfdst 2) en een relatief lange lijst van zeven bijlagen. De structuur is helaas nog rommelig, het zou veel beter kunnen.
Het verhaal wordt inhoudelijk opgehangen aan vijf (in hfdst 2 gedefinieerde) hoofdlijnen:
Hoofdlijn 1: Beter in beeld brengen wat het huidig gebruik van chemische GBM is en wat de negatieve gevolgen zijn van het gebruik. Dit draagt bij aan het verbeteren van de aangrijpingspunten van onze beleidsmaatregelen.
Hoofdlijn 2: Sturen op duurzaam grondgebruik in overgangsgebieden rondom Natura2000-gebieden en in grondwaterbeschermingsgebieden door middel van regulerende en stimulerende maatregelen. In de uit- en afspoelingsgevoelige gebieden, waaronder de beekdalen, zetten we in op stimulerende maatregelen.
Hoofdlijn 3: Proactief samenwerken met gemeenten aan het verminderen van gezondheidsrisico’s nabij kwetsbare gebieden/functies zoals woonwijken, speeltuinen en zorgvoorzieningen.
Hoofdlijn 4: Extra inzet op verduurzaming in gebieden met ruimte voor hoogproductieve, duurzame landbouw
Hoofdlijn 5: Duurzamer agrarisch grondgebruik van provinciale pachtgronden.
De bijlagen bevatten uitleg, en dat is soms erg fijn. Het helpt om tussen de vele bomen het bos weer een beetje te zien.
Bijlage 1 geeft een begrippenlijst naar juridische categorieën, zoals de onderverdeling van pesticiden in GBM en toevoegingsstoffen enerzijds en biociden anderzijds (waaraan verder geen aandacht wordt geschonken). Begrippen horen meestal bij specifiek genoemde EU-regels. Genoemd worden chemisch synthetische pesticiden (die niet perse gevaarlijker zijn dan ‘natuurlijke’ middelen), laag-risico stoffen en daarbinnen groene laag risico-stoffen, microbiële middelen en biostimulanten. De uitleg rammelt een beetje t.a.v. natuurlijke middelen.
Bijlage 2 onderscheidt naar meer praktijkgerichte criteria: * waartegen ze zich richten: insecten; schimmels; onkruid; mijten en teken; bodemaaltjes * emissieroutes: uitwaaien door de lucht (drif, 10%); afspoeling (bovengronds) of uitspoeling (ondergronds) van het landbouwperceel (35%); en erfafspoeling (55%) * gebruikscijfers per ‘doelgroep’ (lichte daling 2012-2020) * naar ambitie (EU vooralsnog die uit 2009, poging van de EC om deze aan te scherpen is mislukt). De Nederlandse ambitie is halvering t.o.v. 2015-2017 van de verkoop van chemisch werkzame stoffen, en specifiek van de gevaarlijkste stoffen daarbinnen. In 2022 zaten die percentages op 55 resp 80%. * Naar de rol die de diverse overheden spelen in de vergunningvrlening en handhaving: EU (richtlijnen en voorzorgbeginsel); nationale overheid (toelating en vrijstelling via CTGB = College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden), arbeidstechnische eisen; milieubeleid); provincie (uitwerking van hogere wetgeving); gemeenten (Omgevingswet binnen de hoger vastgestelde kaders, met name in nieuwe situaties) en de waterschappen (monitoring en een extra trap in de rioolwaterzuiveringsinstallatie)
Bijlage 3, die sterk dubbelt met bijlage 7, gaat jurisprudentie en voorzorgsbeginsel. De recente jurisprudentie focust op de meest vervuilende teelt, die van lelies, en kent in praktijk twee gebiedem: * Met nabije Natura2000 – gebieden als argument. Het moet aannemelijk gemaakt worden dat de teelt niet tot significante schade leidt (‘passende beoordeling’) en dat de teelt, als dat niet lukt; vergunningsplichtig is (Raad van State). Deze uitspraak geldt ook voor andere gewassen dan alleen lelies. * Met gezondheidseffecten van omwonenden als argument. De rechter mag het Europese voorzorgbeginsel hanteren om in bepaalde situaties het gebruik van GBM te verbieden, ook als het CTGB die toegelaten heeft. Belangrijkste overweging is dat GBM niet getoetst worden op neurotoxiciteit (met name vanwege Parkinsonrisico’s). Overigens erkent het CTGB dit manco en wijt het aan het ontbreken van een goed onderzoeksprotocol. Het voorzorgbeginsel speelt een steeds belangrijker rol.
Bijlage 4 bespreekt trends en ontwikkelingen: * Algemeen vanwege de klimaatverandering en het negatieve effect daarvan op de voedselproductie * Bij de overheden: nationaal de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 (annex Uitvoeringsprogramma) en provinciaal dossiers als Sturen op grondgebruik; de Kader Richtlijn Water; de Overgangsgebieden en de Aanpak landelijk gebied * In de land- en tuinbouwsector: een verschuiving naar milieuvriendelijk bestrijdingsmiddelen; Integrated Crop Management (ICM); de (nog te ontwikkelen) Milieu-indicator Gewasbescherming; robotisering en precisielandbouw; en verschuiving van teelten van de volle grond naar onder glas
Bijlage 5 geeft (overigens op rommelige wijze) de verdeling in NBrabant van de 234156 hectare cultuurgrond naar gewas : 41,3% gras, 18,8% snijmais, 8,9% aardappels, 7,0% granen en de rest is verdeeld over een groot aantal afzonderlijke akkerbouw- en tuinbouwgewassen
Bijlage 6 beschrijft wat de provincie nu doet om het gebruik en de verspreiding van GBM tegen te gaan. Het is een beetje typisch om wat er nu gebeurt achteraan in een Actieplan te zetten. Ik ben dus zo vrij om de inhoudelijke bespreking te beginnen met wat nu gebeurt.
Wat de provincie NBrabant nu doet of al wil doen Dit is geordend op de eerder genoemde vijf hoofdlijnen.
Hoofdlijn 1: om een beter beeld krijgen van het huidige gebruik, en gevolgen,
heeft de provincie biodiversiteitsmonitoren voor de melkveehouderij, de graasdierhouderij en de akkerbouw. GBM zijn daarin een factor. De monitoren kunnen eventueel tot financiële beloning leiden
wil de provincie betere bedrijfsadministratiesystemen helpen ontwikkelen voor GBM
Hoofdlijn 2::
er ligt een Actieplan Biologische Landbouw 2024-2027. Dat wil dat in 2030 op 15% van het Brabantse landbouwareaal biologisch gewerkt wordt. Daartoe bestaan concrete uitvoerende regelingen. Toegestaan worden alleen GBM van natuurliike oorsprong, die CTGB- en Skal-goedgekeurd zijn
stimulering van en hulp bij de omschakeling op natuurinclusieve landbouw. Daarin zijn GBM niet verboden, maar worden wel zo weinig mogelijk gebruikt
ondersteuning van Agroforestry door steun aan Brabantse en Nederlandse netwerken op dit gebied. De agroforestry gebruikt minder GBM dan monocultuurteelten
het al sinds 2001 bestaande initiatief Schoon Water, aanvankelijk gericht op grondwaterbeschermingsgebieden en in 2012, wegens succes, uitgebreid naar heel Brabant. Soort scholings- en ondersteuningstraject waaraan momenteel 110 grote en ongeveer 500 kleine boerenbedrijven meedoen
inzet van de Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid-subsidie (die via de provincie loopt) voor productieve investeringen, waaronder die welke gericht zijn op minder GBM (bijvoorbeeld zoals die in bijlage 4 genoemd staan)
het praktijkproject BodemUP. Een betere bodem heeft minder behoefte aan kunstmest en GBM.
Hoofdlijn 3:
er bestaan nu geen provinciale activiteiten, gericht op het beperken van gezondheidseffecten van GBM
Hoofdlijn 4:
de provincie werkt al 25 jaar met de ZLTO samen in Landbouw Innovatie Brabant (LIB). Daarin concrete maatregelen in de geest van bijlage 4.
In het studieproject Boerderij van de Toekomst Zuidoostelijk zand worden nieuwe bedrijfssystemen onderzocht, waarbi minder GBM een van de uitdagingen is
Het eerder genoemde Actieplan biologische landbouw 2024 – 2027
In het kader van de Financiering van Start-ups en Scale-ups worden rpojecten gesteund op het gebied van onkruidrobotica , smart farming en precisielandbouw
Hoofdlijn 5: provinciale grond wordt duurzamer verpacht
Met de Grondregeling natuurinclusieve landbouw. Voorwaarde is geen chemische GBM
Met de Beleidsregel Grond voor graasdierhouderij. Grond nabij waardevolle natuur kan aan de provincie verkocht en teruggehuurd worden, mits dat grasland blijft (wat een waarde in zichzelf is). Op grasland worden bijna geen GBM gebruikt.
Op verpachte grond nabij Natura2000-gebieden mogen geen kunstmest en chemische GWB worden gebruikt
Wat de provincie aan het bestaande beleid wil toevoegen Opnieuw geordend op de vijf hoofdlijnen.
Hoofdlijn 1: de volumecijfers van GBM zijn op nationaal niveau bekend, maar de kennis op provinciaal niveau van volumes en gevolgen is onvolledig.
De provincie gaat zijn invloed aanwenden bij het Rijk en bij het InterProvinciaal Overleg (IPO) om tot een centrale registratie van de cijfers te komen die nu alleen binnen afzonderlijke bedrijven bekend zijn. Daarmee zou het Rijk eindelijk de Uitvoeringsverordening 2023 van de EU vorm geven. Nu lijkt dit op de lange baan geschoven. De provincie kan op deze kennis beleid baseren en ondernemers kunnen onderling benchmarken.
Op rijksniveau zijn ook andere zaken te verhapstukken, zoals betere toelatingsprotocollen van GWB en van het gebruik van GWB en biociden door particulieren.
Het Landelijk Meetnet GWB Land- en Tuinbouw produceert voor het ministerie van I&W cijfers over oppervlakte- en grondwater, maar deze cijfers komen nauwelijk decentraal bij de boeren terecht. Toch zouden die er veel baat bij kunnen hebben, bijvoorbeeld voor Integrated Crop Management. De waterschappen zouden fijnmaziger kunnen gaan meten in gebieden met risicoteelten, ook zeer om nuttige kennis terug te leveren.
Er zijn kennisleemtes die moeten worden onderzocht, zoals * welke groepen GBM voor welke toepassingen omgewenst zijn (bijvoorbeeld vanwege kinderen of weidevogels) * hoe het voorzorgbeginsel in algemene zin en in specifieke zin wat betreft GBM breder toegepast kan worden * idem de vormgeving van de zorgplicht, zoals aan de orde gesteld in het RLI-advies ‘Greep op gevaarlijke stoffen’ (2020). * Samen met de waterschappen gaan kijken wat de negatiefste risicoteelten zijn * Kijken of er een financiële beloning kan komen voor gewenst gedragGBM, en combinaties en afbraakproducten daarvan, opnemen in beheerplannen van Natura2000-gebieden * Hoe enerzijds de vergunningverlening, en anderzijds de handhaving, verbeterd kan worden. Dit mede gezien het te verwachten grotere aantal juridische procedures. Dit zal versterking van de Omgevingsdiensten vereisen, die tot nu toe op dit onderwerp weinig in beeld zijn (het werk zit nu vooral bij de NVWA en de waterschappen).
Hoofdlijn 2: de provincie wil sturen op duurzaam grondgebruik in grondwaterbeschermingsgebieden en in Overgangsgebieden naar Natura2000-gebieden.
De provincie wil een combinatie van verplichtende en stimulerende maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden. De provincie heeft daar dwingende bevoegdheden. Beide sets van maatregelen zijn in de geest zoals al eerder aangegeven. Ook de Kader Richtlijn Water (KRW) speelt hier een rol.
T.a.v. Overgangsgebieden is een nieuw Ontwerp-Programma Overgangsgebieden aangeboden, dat (als het goed is) eind 2025 politiek vastgesteld wordt, en dat begin 2026 definitief wordt. Door duurzaam grondgebruik en herstel van het watersysteem moet het aangrenzende Natura2000-gebied verbeterd worden. Landbouw blijft in deze zones toegestaan, maar moet zich schillen in beperkte emissies van nutriënten, van GBM en van een natuurgestuurd waterpeil. Dit regime moet over een periode van een aantal jaren va kracht worden. In die tijd zijn er steunmaatregelen. Het Rijk stemt in met het beginsel, maar beperkt zijn steun voorlopig tot randzones rond de Veluwe en de Peel.
Er wordt een kaart gemaakt voor gebieden met risico op af- en uitspoeling van GBM (hellingen, zandgronden, beekdalen). Dit mede vanwege de Jader Richtlijn Water. De mogelijkheden om hieraan maatregelen te koppelen worden verkend.
Hoofdlijn 3: in de Omgevingswet zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor gezondheidsbelangen. De provincie heeft als doelstelling ‘drie gezonde levensjaren erbij’ en heeft hier daarom belang bij. Voor gemeenten is dit vaak een moeilijk onderwerp. De porvincie gaat daarom samenwerken met gemeenten inzake chemische GBM om kennis te ontwikkelen en bijvoorbeeld voorbeeld-beleid te schrijven. Er liggen handreikingen van Natuur en Milieu en Urgenda en het ministerie van LNV.
Hoofdlijn 4: in hoogproductieve (‘gewone’) landbouwgebieden moet van rijkswege omgeschakeld worden van middelvoorschriften naar doelvoorschriften. Op papier moet dat, via meer flexibiliteit en maatwerk, tot een meer dynamische en innovatieve sector leiden, maar er is nog geen praktijk ontwikkeld. In deze gebieden kan minder verplicht worden en het resultaat is mogelijk onvoldoende. De provincie wil onderzoeken of een breed gesteund programma voor Integrated Crop Management opgezet kan worden, in samenhang met het lopende programma’s BodemUP en Schoon Water.
Hoofdlijn 5: vanaf 2026 worden alle ruilgronden (1400 hectare) uitgegeven met een erop rustend verbod op kunstmest en chemische GBM, met voorrang voor boerenbedrijven met een Duurzaamheidscertificaat.
Wat er niet in staat De provincie biedt met zijn Actieplan een ruim assortiment aan maatregelen. De vraag naar wat er niet in staat ligt niet meteen voor de hand, maar moet volledigheidshalve toch gesteld worden. Ik zie dit niet meteen zelf, maar als lezers dezes daarover wat kwijt willen, kan dat als commentaar bij dit artikel.
Ter gelegenheid van de 50000ste passant op mijn site weer een wat afwijkend thema. Deze keer een initiatief van Milieudefensie om vijf lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 een Groen Akkoord te laten ondertekenen. Ik vind het een prima gedachte.
Milieudefensie brengt het klimaat terug in de verkiezingscampagne. Bijvoorbeeld met het Ga voor Groen Akkoord. De lijsttrekkers van GL-PvdA, D66, Volt, SP en CU hebben dit akkoord vandaag ondertekend. Zij beloven zich na de verkiezingen hard te maken voor echte klimaatoplossingen.
Frans Timmermans, Rob Jetten, Laurens Dassen, Jimmy Dijk en Mirjam Bikker geven met de ondertekening gehoor aan de wens van een ruime meerderheid van de Nederlanders die zich zorgen maken om klimaatverandering. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos/I&O in opdracht van Milieudefensie.
Ga Voor Groen-Akkoord
De ondertekenaars van het Ga voor Groen Akkoord bouwen de komende kabinetsperiode aan een economie die toekomstbestendig én rechtvaardig is. Het akkoord bestaat uit 3 pijlers:
1. Bedrijven houden zich aan internationale afspraken, net als iedereen Nederland moet weer vooruit. Groene en vernieuwende bedrijven verdienen een eerlijke kans ten opzichte van vervuilende concurrenten. Daarvoor is nodig dat grote bedrijven zich aan de klimaatafspraken houden. Dat betekent dat bedrijven een klimaatplan hebben en hun voetafdruk over de gehele keten in lijn brengen met het klimaatakkoord van Parijs.
2. De vervuiler betaalt en groen doen loont Het moet voor bedrijven weer lonen om te vergroenen. Bedrijven met een Paris- proof klimaatplan krijgen voorrang bij subsidies en aanbestedingen. Omdat vervuilen niet mag lonen komt er een rechtvaardig en snel afbouwpad voor fossiele subsidies en wordt de CO2-heffing weer ingevoerd. Dit biedt de samenleving en het bedrijfsleven zekerheid.
3. Burgers krijgen een steuntje in de rug Iedereen is beter uit met een eerlijke, schone en slimme economie. Daarom kiezen we voor rechtvaardig klimaatbeleid. Mensen met een laag of modaal inkomen worden actief geholpen bij de verduurzaming van hun woning, het OV-aanbod wordt uitgebreid en we handhaven het Noodfonds Energie voor mensen die anders in de kou komen te zitten. Dat is wel zo eerlijk.
Help Vader Aarde Om de klimaatcrisis tijdens de verkiezingen een plek te geven, heeft Milieudefensie naast het Ga Voor Groen-Akkoord ook Vader Aarde geïntroduceerd, de happy populist. Waar populisten meestal zorgen voor verdeeldheid en zelden blij zijn, is Vader Aarde juist een verbinder. Met rake oneliners wijst hij ons erop dat we toch echt allemaal in hetzelfde schuitje zitten. “Als ik ga, gaan we allemaal. Als het goed met mij gaat, gaat het goed met jullie. Dus stem voor mij, dan stem je voor jezelf.”Help de campagne van Vader Aarde en kijk wat jij kunt doen
De Vereniging Natuurmonumenten heeft een brandbrief gestuurd over de waterkwaliteit van de Dommel.
De brief is gericht aan (in België) Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het agentschap Natuur en Bos, het Departement Omgeving, het Departement Landbouw en Visserij, de provincie Limburg, wateringen De Dommelvallei, Aquafin, Fluvius, de gemeenten Pelt, Peer, Hechtel-Eksel en Lommel en het bekkensecretariaat Maasbekken aan (in Nederland) Waterschap de Dommel, Provincie Noord-Brabant, Gemeenten Waalre, Bergeijk, Veldhoven, Eindhoven, Valkenswaard;
en wordt opgestart of ondersteund door
Natuurmonumenten, ZLTO, Natuurpunt, Groen en Heem Waalre/Valkenswaard, Brabants Landschap, Landgoed De Loonderhoeve, IVN Natuureducatie Valkenswaard-Waalre, IVN Natuureducatie Veldhoven-Eindhoven-Vessem, Genneperhoeve Eindhoven, Milieudefensie Eindhoven, KNNV Eindhoven, ARK Rewilding Nederland, Café Camping De Volmolen, Activiteitenboerderij ‘t Geveltje, Brabantse Milieufederatie, Energiecentrum de Volmolen, Youth for Drinkable rivers en de Limburgse Milieukoepel.
Ik zit hierin via Milieudefensie Eindhoven.
Hieronder staat het persbericht over de brief afgedrukt.
De Dommel verdient een schone toekomst
Organisaties luiden de noodklok
Een breed scala aan Nederlandse én Vlaamse organisaties – variërend van natuur- en milieuorganisaties tot boerenvertegenwoordigers, bewonersgroepen en recreanten – slaat alarm over de slechte waterkwaliteit van de Dommel. Het beekdal kampt al jaren met ernstige verontreiniging, met schadelijke gevolgen voor natuur, landbouw, recreatie, voedselveiligheid en diergezondheid. De organisaties roepen overheden in Nederland en België dringend op om samen de bronnen van vervuiling in kaart te brengen en effectief aan te pakken.
De Dommel wordt zwaar belast door onder andere industriële lozingen, meststoffen en door verontreinigd rioolwater bij forse regenval. Bij overstromingen blijft verontreinigd slib achter op natuur- en landbouwgronden. Het huidige tempo van maatregelen schiet ernstig tekort: de afgesproken normen voor 2027 worden niet gehaald.
Volgens de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) moet uiterlijk in 2027 al het oppervlakte- en grondwater in goede toestand zijn én blijven. De recente tussenevaluatie liet echter zien dat concrete maatregelen ontbreken om dit doel tijdig te bereiken. De oproep van de organisaties is daarom duidelijk: overheden in Nederland en België moeten samen versneld zorgen voor bronaanpak en sanering.
Geen luxe, maar een levensvoorwaarde
De Dommel is kenmerkend voor het Brabantse landschap en van groot belang voor de natuur en recreatie en economie. Echter, de grenzen zijn bereikt.
Uit het gebied komen alarmerende signalen; “water dat helder stroomt, laat het hart van de natuur kloppen. Maar steeds vaker zien we beken waar het leven verdwijnt. Schoon water is geen luxe, het is een levensvoorwaarde,” zegt IVN Valkenswaard-Waalre.
Ook boeren maken zich zorgen; “wij zijn afhankelijk van schoon water voor onze gewassen, dieren en vruchtbare bodems. Het kan niet zo zijn dat onze inspanningen teniet worden gedaan door chemische lozingen stroomopwaarts,” aldus ZLTO.
Volgens Natuurmonumenten “heeft De Dommel in haar potentie alles om tot de allermooiste en rijkste laaglandbeken van de Benelux te behoren. Maar nu brengen hoge gehalten aan zware metalen en riooloverstorten het waterleven ernstig in gevaar.”
Oproep tot actie
De organisaties dringen aan op een gezamenlijke, grensoverschrijdende aanpak waarbij lozingsvergunningen kritisch tegen het licht worden gehouden en vervuiling bij de bron stopt. Alleen zo kan de Dommel weer de gezonde levensader worden die zij ooit was.
Natuurpunt roept op; “laat ons nu versneld werken aan de uitvoering van het bestaande Riviercontract van de Dommel en meteen ook starten met een nog ambitieuzer Riviercontract 2.0, over de landsgrenzen heen.”
“De Dommel verdient een schone toekomst. Het is tijd voor daadkrachtig ingrijpen.”
De ondersteunende organisaties hebben elk een hartenkreet bij het thema geschreven. Deze hartenkreten zijn hieronder toegankelijk.