Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

Diploma-uitreiking OU-studie Milieukunde

Ik heb in deze kolommen al eerder geschreven over het behalen van mijn bachelor Milieu-natuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Het laatste onderdeel was een afstudeerscriptie met een groep van vier mensen over synthetische kerosine, die tot stand gekomen was door vier deelscripties over elementen van dit onderwerp samen te voegen. Ik deed biokerosine.
De inhoudelijke behandeling, alsmede een link naar de totaal-scriptie en de deelscripties, is te vinden op bachelor gehaald .

Nu een sfeerimpressie van de diploma-uitreiking, op 21 juni 2019, in het Utrechtse Muntgebouw. Daartoe was de Rector Magnificus aanwezig, prof. dr. Arjan Bos die veel onderzoek gedaan heeft naar eenzaamheid en daar ene verhaal over hield.
Waarna de niet al te eenzaam ogende geslaagden hun papieren kregen.

Professor Bos en ik
Mijn diploma
De cijferlijst

Ik zou nu aan mijn Master kunnen beginnen, maar vooralsnog ga ik dat niet doen.
Ik heb wel een module Environmental Toxicology aangeschaft, maar vooralsnog schiet dat niet hard op vanwege alle drukte rondom de diverse acties. Komt nog wel.

Ik en mijn maatje Remco

Bachelor Milieukunde aan de Open Universiteit gehaald

Met een groep van vier mensen hebben we, ter afsluiting van onze studie Milieukunde aan de Open Universiteit, een literatuurscriptie geschreven over synthetische kerosine.
Naast mijzelf waren de auteurs Barbara Herbschleb, Remco Kistemaker en Remo Snijder.

Elk van deze vier mensen heeft eerst een literatuurscriptie geschreven over een deelonderwerp. Bij mij was dat biokerosine, iemand anders deed Power to Liquid-brandstof (ook wel Electrofuels), weer iemand anders deed Gas To Liquid en Coal To Liquid, en de vierde fossiele kerosine en alle overkoepelende zaken.
Daarna werden de vier deelstudies in elkaar geschoven tot een eindresultaat van de groep als geheel.
In de studie wordt alle kerosine ‘synthetisch’ genoemd die niet via raffinage uit ruwe olie afkomstig is.

Stroomschema t.b.v. productie van Gas To Liquid-brandstof . Met dit Fischer-Tropsch-procedé kan uit elk koolstofhoudend materiaal brandstof gemaakt worden. De eerste stap (linksboven) verschilt per grondstof, maar vanan het woord ‘syngas’ is het procedé voor alle soorten grondstof hetzelfde.
Het eindproduct is zwavelvrij en bevat geen aromatische verbindingen, waardoor het eindproduct met veel minder luchtvervuiling verbrandt.

Opdrachtgever voor de afstudeerscriptie was het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), in persoon van prof. Kopinga.

De studie bevestigde het vermoeden dat gangbare synthetische kerosine veel schoner verbrandt, dat biokerosine en Power To Liquid-kerosine goed voor het klimaat zijn, maar dat de synthetische kerosine nog slechts in kleine hoeveelheden aanwezig is.
Synthetische kerosine is een van de onderwerpen die in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport aan de orde komen.

Overzicht van alle routes die vanuit organisch materiaal eindigen als brandstof. De rood omcirkelde routes zijn inmiddels goedgekeurd door het Anerikaanse certificeringsinstituut.

Biokerosine is een gevarieerd onderwerp. Ruwweg valt het te verdelen in biokerosine met afgewerkte oliën en vetten als grondstof, en met houtachtig materiaal als uitgangspunt (bijv. populier, wilg, miscanthus, switchgrass).
Biokerosine bestaat geheel uit ‘tweede generatie’- materiaal , stoffen die niet concurreren met voedsel. Daar zit een goede controle op, o.a. via een onafhankelijk certificeringsbedrijf.
In biokerosine zit dus geen palmolie. In biodiesel (nog) wel, maar dat wordt uitgefaseerd. Biodiesel en biokerosine zijn familie van elkaar, maar niet identiek.

De meest gezaghebbende studie komt erop uit dat het Europese aanbod in 2030 6 tot 9% van de Europese vraag kan leveren bij ongehinderd groei. Daar valt wel wat op af te dingen, maar vast staat dat er te weinig biokerosine gemaakt kan worden om de bestaande vraag te bedienen, laat staan de groei.
Biokerosine kan een goed begin zijn om de bestaande vraag schoner en met minder klimaateffecten te bedienen, maar je haalt het er niet mee. De (nu nog in ontwikkeling zijnde) Power To Liquid-techniek (die geliëerd is aan de waterstofeconomie) kan een aanvulling worden, maar dat vreet stroom en de vraag is, hoe dat ingepast moet worden. Daar valt nu nog niet veel over te zeggen.

Doorsnee van een oude, Russische PC90-A straalmotor

In de scriptie wordt uitgelegd waarom gangbare synthetische kerosine schoner verbrandt.
Omdat de synthetische kerosine in het productieproces zwavelvrij gemaakt is, vormt de motor geen UltraFijn Stof (UFS) meer, voor zover dat op zwavel gebaseerd is.

De aanwezige benzeenringen fungeren bij het verlaten va de straalmotor als bouwsteen voor steeds complexere molekulen, die eerst nog PAK’s heten (Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen), en daarna roet of Black Carbon.

Als de brandstof geen benzeenringen bevat, kunnen die ook niet als groeikern dienen voor steeds grotere moleculen die later roet worden. De motor loost dus veel minder roet.
En dat roet dient hoog in de lucht als kristallisatiekern voor ijs, dus bij synthetische brandstof ontstaan er minder strepen en minder cirrusbewolking in de lucht – die zelf ook weer een klimaatbedreiging zijn.

Synthetische kerosine mag momenteel tot 30% of 50% worden bijgemengd.

Het deelonderzoek over biokerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over conventionele kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over GTL- en CTL-kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over Power To Liquid-kerosine kan hier worden gevonden.
De uiteindelijke scriptie kan hier worden gevonden.
Bij de scriptie hoort een Excel-bijlage met een samenvatting van de gelezen literatuur, geordend op de vooraf gestelde deelvragen. Deze is hier  te vinden.

Milieudefensie dagvaardt Shell in klimaatzaak

(Dit artikel is een update van een eerder artikel. Wat onder de tussenkop De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shellstaat is de oude inhoud. Deze is nog steeds correct.
Inmiddels heeft de Shell de hieronder gevraagde medeverantwoordelijkheid afgewezen. Reden voor Milieudefensie om de Shell te dagvaarden.

This image has an empty alt attribute; its file name is Dagvaarding-Shell_05april2019-rr.jpg

Dat gebeurde demonstratief op vrijdag 05 april 2019 in Den Haag. Ik kon helaas zelf niet mee, maar enkele andere leden van onze Eindhovense Milieudefensiegroep zijn wel mee geweest

Het proces wordt ondersteund door 17.379 mede-eisers. Ik ben er daar één van.

Op de site van Milieudefensie staat de meest recente informatie over de zaak.
Zie https://milieudefensie.nl/actueel/milieudefensie-biedt-namens-17-200-mensen-en-6-organisaties-dagvaarding-aan-bij-shell .

De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shell

Milieudefensie landelijk heeft de Shell een brief gestuurd, waarin de Shell medeverantwoordelijk gesteld wordt voor het veroorzaken van een gevaarlijke klimaatverandering. De brief is gedateerd op 04 april 2018 en geeft Shell acht weken de tijd om aan de eisen te voldoen.

  • Die eisen zijn: Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
  • Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
  • Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

Een samenvatting van de brief is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaakshell/nieuws/de-brief-van-milieudefensie-aan-shell .
Daar is ook een link te vinden naar de volledige tekst van de brief.

Als het tot een rechtszaak komt (wat aannemelijk is), zal Roger Cox hem voeren. Dat is dezelfde advocaat die het succesvolle klimaatproces van Urgenda gevoerd heeft. Cox heeft daar het “Kelderluik-arrest” ingezet, inhoudend dat het veroorzaken van ernstig gevaar voor mensen in zichzelf al verwijtbaar is, zelfs al is de handeling die daaraan ten grondslag ligt op zichzelf niet strafbaar (in het Kelderlijkarrest het open laten staan van een luik in de grond naar een kelder zonder daar beschermende maatregelen omheen te bouwen, waardoor een ernstig ongeval veroorzaakt werd).

Shell kan aansprakelijk gesteld worden, omdat het hoofdkantoor van Shell in Nederland staat en daar  het beleid bepaald wordt.

De mogelijkheden om deze zaak aan te spannen zijn sterk vergroot door goed journalistiek werk van de online krant De Correspondent. Medewerkers van die krant hebben met veel werknemers van de Shell gepraat en daarbij allerlei vergeten of zelfs geheim materiaal boven tafel gekregen.
Een verhelderend artikel uit De Correspondent is te vinden op https://decorrespondent.nl/8113/shell-krijgt-de-keuze-stop-met-olie-en-gas-of-verantwoord-je-voor-de-rechter/890985780531-ec680f38?pk_campaign=sharer&pk_kwd=link . Daarin links naar verder materiaal.


Stop de wapenhandel met Saoedi-Arabië!

Er is een petitie gaande voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabie. Ik steun deze graag.

Zie hieronder. Zie ook http://www.stopwapenhandel.org/ .


Contacteer de oprichter van de campagne
Campagne aangemaakt door Wendela de Vries

Nederland moet nu een volledig wapenembargo instellen tegen Saoedi-Arabië, en er bij andere Europese landen op blijven aandringen dat ook te doen. Nederland moet consequent stelling nemen tegen de mensenrechtenschendingen van de Saoedische regering.

Ga naar:

https://actie.degoedezaak.org/petitions/wapenembargo-tegen-saoedi-arabie

Weg met de overgang!

Willemieke Arts is voor de SP lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant en daarin woordvoerder Mobiliteit. In die hoedanigheid houdt ze zich onder andere bezig met gelijkvloerse spoorwegovergangen. Daar bestaan regelmatig zeer gevaarlijke situaties, zowel voor de inzittenden van de treinen als voor de verkeersdeelnemers op de weg. Ze vindt dat gelijkvloerse overwegen versneld moeten worden opgeheven.
Hierover heeft ze een gastopinie geschreven voor het Eindhovens Dagblad. Ik plaats deze ook hieronder.

Wie ervaringen met overwegen in Brabant kwijt wil, is zeer welkom op warts@brabant.nl .

Overweg Tongelresestraat-Hofstraat Eindhoven, een van de vijf Tongelrese gelijkvloerse overwegen


Weg met de overgang!

ProRail legde in het Eindhovens Dagblad van 19 sept uit dat de onderneming nu les gaat geven aan bejaarden over hoe veilig over te steken met een rollator of een scootmobiel op een spoorwegovergang. Dat blijkt nodig: alleen al op de spoorwegovergang in Tongelre, zo meldt het artikel, zijn in korte tijd vier scootmobielen in de prak gereden. De opzittenden konden gelukkig het vege lijf redden.
Ook elders zijn incidenten met stilvallende scootmobielen en tussen de rails vastgeklemde rollators niet zeldzaam.

Ook de schooljeugd mag zich in de educatieve attenties van ProRail verheugen, getuige een eerder artikel in het ED.

Nu is dit allemaal goed bedoeld, maar die voorlichting en de “oversteeklessen” voor ouderen blijven een lapmiddel. Niet de omgang met de situatie is het hoofdprobleem, maar de situatie zelf. Zeker als zo’n overgang  driekwart van de tijd dicht zit zoals straks bij Boxtel. Gelijkvloerse spoorwegovergangen zouden überhaupt niet meer mogen bestaan.    

Als men in dit land een auto(snel)weg aanlegt of renoveert, moet die kruisingsvrij. Dat zit gewoon in het bestek van de weg opgenomen.
Treinen rijden vaak harder dan auto’s en het spoor is eigenlijk een soort snelweg voor treinen. Waarom dan niet ook bij het spoor gelijkvloerse overgangen gewoon verbieden? En ze ombouwen tot fiets- en voetgangerstunnel bij landweggetjes en tot autotunnels bij grotere wegen?

Gemeenten hoeven niet mee te betalen aan klaverbladen en zo op hun grondgebied. Waarom moeten die, vaak armlastige, gemeenten dan wel behoorlijk meebetalen aan het ongelijkvloers maken van spoorwegovergangen? Mede daardoor blijft een dringend gewenste sanering van alle spoorwegovergangen vaak iets voor de onbekend lange termijn.

De noodzaak tot sanering rust in vrede op een lange wachtlijst in Den Haag. Slachtoffers van ongesaneerde spoorwegovergangen rusten in hun graf, zoals de machinist van de trein die bij Dalfsen op een hoogwerker knalde.

Het Rijk en ProRail moeten alle gelijkvloerse overgangen zo snel mogelijk de wereld uit helpen.

Willemieke Arts
Statenlid SP

Burgerwindpark De Spinder (Tilburg) leerzame casus

Feiten over windpark De Spinder (Tilburg)
De Spinder is een bedrijventerrein aan de Noordrand van Tilburg, ten Westen van de N261 naar Waalwijk en grotendeels ten Noorden van de N260. Het is een voormalige vuilstort. Er liggen een afvalberg, een afvalverwerking van Attero en een waterzuiveringsinstallatie van Waterschap De Dommel.
Ten Noorden van De Spinder ligt het natuurgebied Huis ter Heide, dat als onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant in beheer is bij Natuurmonumenten ( www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/landgoed-huis-ter-heide ).

De aanzet komt van de gemeente Tilburg, de grondeigenaren en de Midden-Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij voor Energie en Duurzaamheid (MOED). Resultaat is dat een groep van elf energiecoöperaties uit Tilburg en het omringende gebied zijn overeengekomen om, samen met de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM), vier windturbines op te richten in het gebied De Spinder met de naam Spinderwind BV ( zie www.spinderwind.nl ).

De vier windturbines zijn van het type Nordex 117/2400 . Die hebben een ashoogte van 91 m en een rotordiameter 117m, en een nominaal vermogen van 2,4MW. Volgens de specificaties van de fabrikant ( http://www.nordex-online.com/en/produkte-service/wind-turbines/n117-24-mw.html?no_cache=1 ) is het type ontworpen voor locaties met weinig wind. Een turbine zou dan 3500 vollast-uren moeten kunnen draaien. Als dit op De Spinder waar blijkt, zullen de vier turbines samen 0,12PJ elektrische energie per jaar produceren (goed voor ongeveer 7000 huishoudens – die dan nogal veel verbruiken).

Binnen het plangebied liggen 2 bedrijfswoningen, die worden wegbestemd. Het uitgebrachte MER geeft aan dat er vanwege de slagschaduw, zonder stilstandsvoorziening, 10 woningen binnen de directe invloedssfeer van het windpark vallen. 13 woningen bevinden zich binnen de 42 dB Lden-contour. De bezwaren van deze groep bewoners richtten zich tegen een zuidelijk gelegen turbine, die uiteindelijk niet gerealiseerd is.
De dichtstbijzijnde woonwijk ligt ver weg.

Het totale investeringsbedrag van de vier turbines samen bedraagt ca €15,5 miljoen. Dat wordt bijeengebracht als volgt:

  • 7,5% door de BOM (uit het Energiefonds Brabant, waarin gelden die vrijgekomen zijn uit de verkoop van Essent)
  • 7,5% door de gezamenlijke energiecoöperaties. Deze delen dat bedrag door “Spinderdelen” uit te geven van €250 per stuk. Deze Spinderdelen kunnen alleen gekocht worden door leden van de energiecoöperaties. Momenteel zijn ze uitverkocht.
  • 85% uit Vreemd Vermogen (geleend geld).

Het verplichte essentiële informatie-document “BIJLAGE B. INFORMATIEDOCUMENT VOOR SPINDERDELEN” is te vinden op www.spinderwind.nl/burgerwindpark/ , onder de link “overige belangrijke informatie”. Op deze pagina is ook andere belangrijke documentatie te vinden, zoals de publieksbrochure.  

De noodzakelijke SDE+ – subsidie is inmiddels toegezegd.

Aan de procesgang bij de oprichting van Spinderwind en aan de juridische vormgeving is een case study gewijd ( zie www.windopland.info/wp-content/uploads/2018/03/NM-Wind-op-Land-bijlage-Brabant.pdf ) .
Het voert op deze plaats te ver om daar diep om in te gaan. Er staan interessante observaties.

Hierna twee commentaarpunten van mijn kant.

Klein project, opschaalbaarheid onduidelijk
De uiteindelijke uitkomst is een “politiek aaibaar” project geworden, zoals het Casusonderzoek dat formuleert. Milieuorganisaties en politieke kringen zouden erg graag willen dat de energetische verduurzaming van Brabant geheel afgedekt kon worden met dit soort knuffelprojecten. Ook mijn eigen partij, de SP, vindt dat dit type projecten de norm zou kunnen en moeten zijn.

Dat kan helaas niet het geval zijn.

De ene reden is dat De Spinder een goed, maar klein project is (ondanks de ashoogte van 91m). De eerder genoemde opbrengst van 0,12PJ moet worden afgezet tegen de totale energiebehoefte van Brabant, die momenteel rond de 290PJ zit en die, volgens het provinciale document POSAD in 2050 rond de 245PJ zit. POSAD voorziet een windaanbod ter duurzame dekking van rond de 105PJ . Nu kan men van alles vinden van POSAD en de studie is niet zonder gebreken, maar ook als men 58% van de windbehoefte naar zee verplaatst (wat het voorlopige klimaatakkoord doet) , dan nog praat je over een noodzaak van vele honderden Spinders in Brabant.

De andere reden is dat de deelname van de energiecoöperaties de kracht en tevens de zwakte van het verhaal is.
De coöperaties hebben allemaal €5000 ingelegd ter voorbereiding, en hebben jarenlang ontzettend veel werk gestoken in dit ene kleine project. Hiervoor past een grote erkentelijkheid, maar het is een inspanning die niet willekeurig herhaald kan worden. De deelnemende coöperaties (alle coöperaties in Midden-Brabant die wat voorstellen) keren nu even tot hun normale bezigheden terug. Misschien kan er weer een behapbaar project elders in Midden-Brabant over een paar jaar, maar dit soort versnipperde handelingen slepen de grote getallen niet binnen.

Actie tegen verkoop Essent 2009

Wat zich hier diepgaand wreekt, is dat publieke energiebedrijven als Essent, die op honderdvoudige schaal konden opereren als de gezamenlijke midden-Brabantse coöperaties, geprivatiseerd zijn. Mijn eerste keus zou zijn her-nationalisatie van de Nutsbedrijven. Getallen die er toe doen, kunnen met geen mogelijkheid door energiecoöperaties geleverd worden. En dat valt ze niet te verwijten.

Natuurmonumenten
Natuurmonumenten was fel tegen windturbines op De Spinder, en is dat nog steeds, al hebben ze het verzet opgegeven.

Er is goed onderzocht of de natuur zelf schade ondervindt. Dat is niet of nauwelijks zo.
Er is geen effect op Natura2000-gebieden. Effecten van windturbines op vogels zijn te verwaarlozen in vergelijking met die van andere doodsoorzaken. De uitwerking op vleermuizen is minder goed bekend, maar het op goedgekozen momenten stilzetten van de turbines brengt de eventuele schade, die er mocht zijn, drastisch nog verder terug.
Ook vanwege de bestaande aard van het gebied gaat er daar geen natuurwaarde verloren.

De crux zit in de menselijke beleving. Het probleem is dat je de turbines vanuit Huis ter Heide ziet.

Nu is Natuurmonumenten voor zijn functioneren sterk afhankelijk van de menselijke beleving. Mensen worden lid omdat ze de natuur mooi vinden en willen dat die blijft. Ikzelf overigens ook.
Maar de natuur wordt ook beïnvloed door verbranding van fossiele brandstoffen (bijv. door stikstofoxide of klimaatdroogte). En tegen die fossiele brandstof-effecten helpen windturbines. Windturbines zijn een vriend van de natuur, maar niet van de natuurbeleving.

De achterban van Natuurmonumenten heeft het bestuur gevraagd ook al om geen hout meer te stoken.
De gezamenlijke Natuur- en Milieuorganisaties hebben met de Constructieve Zonneladder een document opgesteld dat toch vooral remmend bedoeld is.

Er botsen hier verschillende crises op elkaar: energie – klimaat – biodiversiteit – grondwater. De natuur gaat daar niet onveranderd uit komen.
Natuurmonumenten zou er mijns inziens wijs aan doen om zich, samen met de achterban, op een betere manier met dit spanningsveld om te gaan. Anders wordt Natuurmonumenten een van de grootste drijvende krachten tegen duurzame energie.

Voor een verhaal door Barbara Tetteroo op de BMF-site zie www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/burgerwindpark-de-spinder-van-idee-naar-werkelijkheid/ .

Inspectie van de Nordex-rotorbladen in de Antwerpse haven


Derde Nieuwsbrief LBBL uit – Kennisdag LBBL

Ons Beraad Vlieghinder Moet MInder (BVM2) is een van de oprichters van de landelijke koepel van organisaties van omwonenden van luchthavens, het Landelijk Bewonersberaad Luchtvaart (LBBL). Voor BVM2 zijn Michiel Visser en ikzelf actief in het LBBL.

Inmiddels is het LBBL geformaliseerd tot een Stichting, en heeft het LBBL veel input geleverd aan het opstellen van de Luchtvaartnota.

Momenteel wordt er een Kennisdag georganiseerd voor alle aangesloten organisaties, leden van die organisaties, en andere belangstellenden.
De Kennisdag  gaat op 12 oktober plaatsvinden in de Kargadoor in Utrecht. Er komt nog apart bericht over als het programma rond is, maar men kan dit vast beschouwen als vooraankondiging.

Het LBBL heeft op 04 sept 2019 zijn derde Nieuwsbrief uitgebracht. Daarvan treft u hieronder de tweede bladzijde aan, omdat daar een paar belangrijke praktische dingen op staan.

De volledige tekst is te vinden op –>

Oproep: Ken jij geplande energieprojecten in jouw omgeving? Geef het door aan de BMF!

De Brabantse Milieu Federatie (BMF) doet in haar nieuwsbrief van 29 aug 2019 onderstaande oproep. Het hoort bij de voorbereiding van een nieuwe, ondergrondse hoogspanningslijn van Tilburg over Best naar Eindhoven ter vervanging van de huidige bovengrondse, die binnen enkele jaren tegen zijn grenzen aanloopt en sowieso aan onderhoud toe is.
In juni 2019 hebben erover drie informatieavonden plaatsgevonden (in Tilburg, Oirschot en Best).
In het verhaal hieronder een link naar de Tennetsite over dit plan.

Tennet ontwikkelt een hoogspanningstracé op het traject Tilburg-Best-Eindhoven. De BMF adviseert Tennet om rekening te houden met de groeiende vraag en het aanbod van duurzame energie in het gebied. Ken jij geplande energieprojecten rondom het traject, laat het ons dan weten.

Tennet heeft een voorlopig voorkeursalternatief gekozen voor het hoogspanningstracé Tilburg-Best-Eindhoven. Wij adviseren Tennet om extra hoogspanningsstations te bouwen, zodat toekomstige windparken en zonnevelden makkelijk aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnetwerk. Zo voorkomen we dat er in de toekomst opnieuw natuurwaarden worden gehinderd, als er dan alsnog een hoogspanningsstation moet komen.

Extra station

De vraag naar elektriciteit zal namelijk alleen maar toenemen en daar moeten we nu al rekening mee houden. Tennet kan echter pas een extra station bouwen als er genoeg duurzame energieprojecten zijn in het gebied en er concrete aansluitverzoeken liggen.

Ken jij een gepland wind- of zonneproject binnen het gebied op bovenstaande kaart? Al is het plan nog lang niet concreet. Geef deze aan ons door per mail naar Hanne van de Ven (contactgegevens hieronder) . Het gaat om projecten van minimaal 3 windturbines of 10 hectare zonneveld (meer dan 10 MW).

Natuurwaarden

Brabantse Landschap, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn betrokken bij de ontwikkeling van het tracé om te zorgen dat de natuur zo min mogelijk hinder krijgt van het project. Kijk voor een actueel overzicht van het project op: www.tennet.eu/tilburg-best.

Hanne van de Ven
013-535 6225
E-mail
LinkedIn

Voorlopige trajectkaart (site Tennet)

Stuurgroep Eindhoven Airport na 2019 brengt gezamenlijk eindadvies uit aan de regering

In het begin van de vakantie, op 12 juli, heeft de “Stuurgroep Eindhoven Airport na 2019” zijn oordeel gegeven over het eindrapport van Pieter van Geel, de trekker van het proces Proefcasus Eindhoven Airport. In de Stuurgroep zitten Eindhoven Airport, de gemeente Eindhoven, de randgemeenten en de provincie Noord-Brabant.
Het oordeel is neergelegd in een brief aan de minister van I&W en aan de staatssecretaris van Defensie. Deze brief is hieronder integraal afgedrukt.

De afzonderlijke deelnemers in de Stuurgroep hebben in een bijlage een aparte input gegeven namens hun afzonderlijke gemeenten.
Daarnaast heeft een ruimere groep belanghebbenden de ruimte gekregen om in een bijlage hun mening te geven, zoals bijvoorbeeld gemeenten als Helmond en Boxtel die geen randgemeenten zijn. Ook Transavia en TUI, VNO-NCW, Brainport Development, de GGD en de omwonenden hebben een bijlage toegevoegd.

Ook de bijlage die door de omwonenden meegestuurd is (mede ondertekend door BVM2-bestuurders Klaas Kopinga en Wim Scheffers) , is hieronder integraal weergegeven.

De volledige brief (met bijlagen) is te vinden op http://samenopdehoogte.nl/proefcasus/proefcasus-en-participatie/brief-regionale-leden-stuurgroep-aan-m-ienw-incl-handtekeningen .

Men moet bedenken dat het einddocument van de Proefcasus Eindhoven Airport slechts de status van een advies heeft. De minister zal het ongetwijfeld betrekken bij het opstellen van de aanstaande Luchtvaartnota, maar ze is niet verplicht zich aan het advies te houden.
De kans dat ze dat doet, is echter door de unanimiteit van de ondersteuning wel groter geworden.

————

Eindhoven Airport vanaf de Spottershill

Stuurgroep Eindhoven Airport na 2019

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat                            12 juli 2019
Minister drs. C. van Nieuwenhuizen-Wijbenga
Postbus 20901
2500 EX ‘S-GRAVENHAGE
CC: Staatssecretaris van Defensie drs. B. Visser


Onderwerp
Gezamenlijke reactie regionale leden Stuurgroep EA na 2019 op advies Proefcasus Eindhoven Airport

Geachte Minister,

Met trots en waardering hebben wij, Provincie Noord-Brabant, gemeente Eindhoven, regiogemeenten en Eindhoven Airport, kennisgenomen van het advies “Opnieuw verbonden” dat dhr. Van Geel als onafhankelijk verkenner voor de Proefcasus Eindhoven Airport heeft uitgebracht. Als regionale leden van de stuurgroep Eindhoven Airport na 2019 spreken we onze complimenten uit voor het proces dat dhr. Van Geel in de regio heeft gevoerd om te komen tot zijn advies. We waarderen zijn aanpak én de betrokkenheid en constructieve inzet van alle stakeholders. Het was de opdracht van dhr. Van Geel om te komen met een zo breed mogelijk gedragen advies. Aan die opdracht heeft hij op uitstekende wijze voldaan. Het advies van dhr. Van Geel biedt kansen om gezamenlijk Eindhoven Airport een kwaliteitsimpuls te geven, waardoor de binding met de directe omgeving en de gehele regio versterkt wordt, zodat de luchthaven weer onze luchthaven wordt. Wij zijn unaniem van mening dat de nieuwe sturingsmethodiek die dhr. Van Geel adviseert en de voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de gewenste kwaliteitsimpuls. We zien kansen om dit als Brainportregio op een innovatieve wijze vorm te geven. We hebben er vertrouwen in dat het opzetten van één Permanente overlegstructuur kan zorgen voor blijvende betrokkenheid en groeiend vertrouwen bij de omwonenden en alle betrokken partijen.

Wij spreken dan ook unaniem onze steun uit voor het advies van dhr. Van Geel.

De individuele regionale leden van de Stuurgroep hebben vanuit hun eigen verantwoordelijkheid aandachtspunten geformuleerd bij met name de uitwerking van het advies van dhr. Van Geel. Deze aandachtspunten kunt u terugvinden in de brieven van de regionale leden van de Stuurgroep en de randgemeenten, die als bijlagen zijn toegevoegd aan deze brief. Onderstaand gaan wij op de belangrijkste aandachtspunten nader in. Daarbij hechten wij eraan dat de uitwerking van het advies gebeurt in dezelfde geest van transparantie, gezamenlijkheid en brede betrokkenheid vanuit de regio als waarin de afgelopen periode is gewerkt.

Lange termijn
Het advies van dhr. Van Geel vraagt, zoals hij zelf ook aangeeft, op een aantal punten concretisering, zodat tijdige besluitvorming kan plaatsvinden. We vragen u daarom om zo snel mogelijk, op transparante wijze, duidelijkheid te geven over de referentiesituatie in relatie tot de doelstelling van 30% geluidreductie in 2030. Graag gaan wij met u in gesprek over het ontwikkelpad 2022-2030. Het is van groot belang om voor deze periode, middels een transparant proces met de omgeving een ontwikkelpad te schetsen, dat ruimte biedt om de kwaliteit van het bestemmingennetwerk te versterken en dat rekening houdt met de verwachte vlootvernieuwing.

Korte termijn
Voor de eerstkomende jaren, 2020 en 2021, adviseert dhr. Van Geel een periode van stilstand voor de groei van Eindhoven Airport om gehoor te geven aan de wens van de omgeving voor een ‘pas op de plaats’. De regionale partijen in de Stuurgroep zijn het er unaniem mee eens dat een ‘pas op de plaats’ gewenst is. De invulling ervan werken wij graag nader met u uit.

Input Luchtvaartnota
In de opdrachtbeschrijving aan dhr. van Geel is gevraagd om een advies te geven dat dient als input voor de totstandkoming van de nieuwe luchtvaartnota. Wij zien in het advies verschillende voorstellen die naar onze mening een plek zouden kunnen krijgen in de nieuwe Luchtvaartnota, met als een van de belangrijkste aspecten de voorgestelde sturingsmethodiek op geluidnormen in plaats van op aantallen vliegtuigbewegingen.

Permanente overlegstructuur
Het instellen van een nieuwe permanente overlegstructuur is een belangrijk element uit het advies. Wij willen gebruik maken van de positieve energie die het proces van dhr. Van Geel heeft losgemaakt en dat momentum vasthouden. Daarom stellen we voor om op korte termijn een kwartiermaker aan te stellen, die de eerste stappen richting een permanente overlegstructuur kan zetten. Als regionale partijen nemen we daarin het initiatief om te komen tot een opdrachtomschrijving voor deze kwartiermaker. Graag gaan we met u en de Staatssecretaris van Defensie in overleg over de concretisering en verdere invulling van de overlegstructuur mede vanuit de nationale kaders voor de inrichting van de governance rondom luchthavens.

Breed draagvlak omgeving
We hebben de partijen die deel uitmaakten van de ‘Challenge Group Proefcasus Eindhoven Airport’ gevraagd om hun reacties op het advies. Deze reacties zijn als bijlagen toegevoegd aan deze brief. Ook deze partijen zijn positief over het advies dat dhr. Van Geel heeft uitgebracht, waarmee het advies kan rekenen op breed draagvlak in de regio.

Het advies van dhr. Van Geel vraagt om een voortvarende aanpak die leidt tot duidelijkheid op de korte én op de lange termijn. Wij voelen het als onze verantwoordelijkheid om samen met u én alle andere belanghebbenden werk te maken van de verbinding van Eindhoven Airport met de regio om de trots voor onze luchthaven te verstevigen en uit te bouwen.

Hoogachtend,

Roel Hellemons, Directeur Eindhoven Airport
Monique List, Wethouder gemeente Eindhoven
Christophe van der Maat, Gedeputeerde Provincie Noord-Brabant
Marc van Schuppen, Eric Beex
Vertegenwoordigende Wethouders randgemeenten

Bijlagen:

  • Afzonderlijke reacties regionale Leden van de Stuurgroep en randgemeenten
  • Reacties overige deelnemers Challenge Group

——————

Opstijgend vliegtuig aan de ZW-kant van vliegveld Eindhoven

De reactie van de omwonenden van Eindhoven Airport

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Minister drs. C. van Nieuwenhuizen-Wijbenga
Postbus 20901
2500 EX ’S-GRAVENHAGE

Geachte Minister,

Als vertegenwoordigers van de omwonenden hebben wij deelgenomen aan de Challengegroep o.l.v. Pieter van Geel. Opvallend was dat de eerste bijeenkomst met Pieter van Geel begon in een sfeer van veel wantrouwen bij de omwonenden, er was sprake van een “Alders” kater. In latere bijeenkomsten is dat wantrouwen geleidelijk afgenomen.

Pieter van Geel kreeg als opdracht om te komen tot een zo gedragen mogelijk advies over de ontwikkeling van Eindhoven Airport tot een toekomstbestendige en duurzame luchthaven. Hij heeft samen met zijn team o.l.v. van de uitstekende projectleider Zuhal Gul, alle mogelijke belangengroepen, bedrijven, inwoners, gemeenten etc. betrokken. Er is actief geluisterd, doorgevraagd en alle meningen, standpunten en input zijn als even waardevol behandeld. Dit kan gezien worden als een echte trendbreuk. De rest van Nederland kan hier nog wat van leren.

Er is gekeken naar al uitgevoerde onderzoeken en er zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd. De bewoners hebben gevraagd naar het belevingsonderzoek van de GGD en het onderzoek naar mogelijke krimp tot 30.000 vluchten.
Pieter van Geel heeft deze onderzoeken toegezegd, mede om te voorkomen dat er achteraf gezegd kon worden dar er open eindjes waren. Het heeft de medewerkers van het Ministerie, waaronder de goed te bereiken Anke Bouma veel extra werk gekost.

Wij zijn van mening dat Pieter van Geel is geslaagd in zijn opdracht. Er ligt een zo gedragen mogelijk advies. Gezien de uiteenlopende belangen is het logischerwijs een compromis. Vanuit onze achterban uit Eindhoven en de andere omliggende gemeenten zijn complimenten gegeven aan Pieter van Geel en zijn team.

Vijf speerpunten
In het advies worden vijf speerpunten benoemd. Inhoudelijk beperken wij onze reactie tot de hoofdlijnen.

  1. Actief sturen op minder geluidsbelasting.
    Wij zijn blij met de nieuwe methodiek van sturing, waarbij op termijn niet meer op aantallen maar op geluidhinder wordt gestuurd én waarbij gestuurd wordt op afname van de geluidshinder met 30% in 2030. We zouden U willen verzoeken om de norm voor deze afname snel concreet te maken. Het bevriezen van het aantal vluchten op het huidige aantal van 41.500 en niet meer gepland vliegen na 23.00 uur ’s avonds is een goede start om de overlast voor omwonenden ook op korte termijn te verminderen. De afname van de hinder is de komende jaren helaas erg beperkt, ook omdat onze wens om in het weekend pas vanaf 08.00 uur te gaan vliegen niet is gehonoreerd. Wij vinden het belangrijk dat ook voor de langere termijn een rem is gezet op de groei van het aantal vliegbewegingen met maximaal 2,5% per jaar.
  2. Structureel bijdragen aan de klimaatdoelstellingen
    Het creëren van een klimaatfonds, wat onder andere gevoed wordt door een toeslag van 1 euro per vliegticket juichen wij toe. Wel vinden wij dat 1 euro wel erg weinig is. Het is dan wel van belang dat de opbrengsten van dit fonds landen in de regio. De inzet en stimulering van duurzame brandstoffen is vooral een taak voor Eindhoven Airport en luchtvaartmaatschappijen. De termijn waarop we hier een meetbaar effect van kunnen verwachten, is nog niet helder. Wij sluiten ons volledig aan bij de oproep om voor korte afstanden in te zetten op de trein als alternatief voor vliegen en we roepen de Minister op actief in te zetten op het stimuleren daarvan.
  3. Actief sturen op verbetering van luchtkwaliteit
    Wij ondersteunen het plan om via luchthavengelden in te zetten op schonere en stillere vliegtuigen. In onze regio werken we aan een regionaal meetnet voor geluid en luchtkwaliteit. Naast het meetnet is ook het periodiek uitvoeren van een GGD-belevingsonderzoek essentieel om inzicht te vergaren om zodoende beter te kunnen sturen op hinderbeleving.
  4. Meerwaarde bieden voor de regio
    Wij onderschrijven dat de groei van de luchthaven moet passen bij de ambities en behoeften van de regio. De transitie van het bestemmingennetwerk door te sturen binnen de bestaande mogelijkheden is een goede beweging. We roepen de Minister op om verder te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor publieke sturing op het bestemmingennetwerk.
  5. Vertrouwen vanuit de omgeving: één permanente overlegstructuur, leefbaarheidsfonds en toepassen van bijzondere regelingen
    Het formeren van een permanente overlegstructuur is van belang. Hierin zouden de vertegenwoordigers van bewoners aan deel moeten nemen.

Resumerend willen wij hierbij benadrukken dat wij het advies van Pieter van Geel ten volle ondersteunen en verzoeken de Minister om hier, samen met alle belanghebbenden in de regio, op korte termijn gevolg aan te geven.

1 juli 2019,

Cees Beemer, Dorpen Zuid
Klaas Kopinga, BOW
Wim Scheffers, BVM2
Dick Veenstra, Eindhoven Noord
LeoJan Velthoven, Wintelre

Voorpagina van het Proefcasusrapport

Greenchoice plaatst megabatterij bij windmolenpark Hartelkanaal

Greenchoice heeft op 26 november 2018 een persbericht uitgebracht over de plaatsing van een grote opslag voor elektrische energie bij de windturbines van Greenchoice aan het Hartelkanaal. Met dergelijke opslagsystemen (waarvan er nog veel te weinig zijn) kan men binnen zekere grenzen piekbelastingen opvangen. De onlangs als noodzakelijk aangekondigde uitbreiding van het elektriciteitsnet kan er iets kleiner door blijven.
Op 06 juni 2019 werd de batterij in gebruik genomen (zie www.greenchoice.nl/groen-bezig/hartelkanaal/ ).
Hieronder het eerste persbericht.
De foto’s in dit artikel komen van Greenchoice.

Bij windmolenpark Hartelkanaal in Zuid-Holland plaatst Greenchoice een megabatterij voor de opslag van groene stroom. De duurzame energieleverancier wil hiermee verspilling van windenergie tegengaan en een bijdrage leveren aan een stabiel en duurzaam energiesysteem in Nederland. De batterij bestaat uit zes opslageenheden die elk een zeecontainer groot zijn. Samen kunnen ze 10 megawattuur (MWh) duurzaam opgewekte stroom opslaan. Daarmee is het de grootste batterijopslag bij een windmolenpark in Nederland.

In ons land wordt steeds meer duurzame stroom opgewekt. Om vraag en aanbod van stroom op ieder moment van de dag in evenwicht te houden, groeit de behoefte aan flexibiliteit. De batterij aan het Hartelkanaal moet in die flexibiliteit gaan voorzien.

Maurice Koenen, manager Inkoop- en Portfoliomanagement van Greenchoice: “Aan het Hartelkanaal hebben we 8 windmolens staan. Samen leveren ze per jaar gemiddeld 68 GWh groene stroom. Als het hard waait, is er veel aanbod. Als de vraag op dat moment echter laag is, kan het zijn dat de windmolens uit de wind gedraaid moeten worden. Zo gaat duurzame stroom verloren. Met de batterij kunnen de turbines blijven draaien. De opgewekte stroom wordt in de batterij opgeslagen en kunnen we op een later moment aan het energienet leveren. Ook gaat de batterij diensten leveren ter ondersteuning van 50hz frequentie op het energienetwerk.”

Opslag van elektrische energie bij de windturbines van Greenchoice aan het Hartelkanaal

Met de batterij bereidt Greenchoice zich voor op grootschalige integratie van hernieuwbare energie op het elektriciteitsnet. “Hoe meer duurzaam opgewekte stroom we kunnen opslaan, hoe beter”, aldus Koenen. “Als dit project bij het Hartelkanaal succesvol verloopt, willen we ook op andere locaties batterijen plaatsen. Zo kunnen kolen- en gascentrales uiteindelijk afbouwen, houden we flexibiliteit en een stabiel elektriciteitsnet.”

De batterij wordt geleverd door Alfen. Stephanie Schockaert, salesmanager bij Alfen: “We leveren een 10 MW-systeem dat bestaat uit zes opslageenheden met vooraf geïntegreerde batterijen. Het is een plug & play-oplossing die toekomstige uitbreidingen of transport van het systeem naar een andere locatie ook mogelijk maakt. Naast dat we het systeem leveren, integreren we het ook in het lokale elektriciteitsnet.”

Triodos Bank financiert het project. Tallien Zijlker, relatiemanager bij Triodos Bank: “Nu we steeds meer energie duurzaam opwekken, wordt het uitdagender om de energievraag en energielevering in balans te houden. Dit type batterijen biedt een passende oplossing en versnelt de noodzakelijke elektrificatie van onze economie. Samen met Greenchoice zetten we een veelbelovende eerste stap in deze relatief nieuwe markt.

Het persbericht is in zoverre verwarrend dat er zowel over 10MW als over 10 MWh gesproken wordt. Dat zijn toch echt twee verschillende dingen: de MW staat voor vermogen (hoeveel energie er per seconde in of uit kan), de MWh voor totaal opgeslagen energie.
Om het te snappen heb ik de specificaties opgezocht. Alfen heeft batterijspecificaties geplaatst op https://alfen.com/nl/energieopslag/thebattery-specificaties . Met zes van de grootste, daar geplaatste, batterijcontainers zou het mogelijk moeten zijn om beide getallen 10 te realiseren. Als zowel 10MW als 10MWh juist is, kan het systeem (indien vol) bij windstilte op papier ongeveer een uur lang leveren.
Welke containers er aan het Hartelkanaal geplaatst zijn, vermeldt het persbericht niet. Het is ook niet aan de foto te zien.

De Greenchoice-turbines aan het Hartelkanaal zijn 3,0MW nominaal per stuk, dus samen 24MW.

Ups and downs van het Nederlandse bos en het IPCC

Ter inleiding
Op deze site wordt veel aandacht besteed aan de rol van biomassa als bron van producten en duurzame energie. Dat leidt tot veel discussie. Maar uit alles blijkt, dat Nederland alleen aan voldoende duurzame energie kan komen met een mozaiek-oplossing waarin alle denkbare mogelijkheden meegenomen worden. En dan nog.

Houtpellets

Vooropgesteld zij dat biomassa meer is dan alleen maar hout (zie www.bjmgerard.nl/?p=9853 en www.bjmgerard.nl/?p=9919 ), en dat veruit het meeste geoogste hout geen brandhout wordt. Ik kom in het eerste artikel op ongeveer 30% van de biomassaenergie uit hout. Het Actieplan Bos en Hout spreekt van 20% van geoogst hout ten behoeve van brandhout. En bij Staatsbosbeheer (SBB) gaat bijvoorbeeld 13% van de houtoogst naar brandhout en biomassa (www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout/bos-en-hout-in-cijfers) . Mensen  focussen zich echter op die 30% als ware dat 100%, en menen dat complete bossen gekapt worden slechts met doel om brandhout te maken (wat, in elk geval in Nederland en in ruimere zin in Europa) als regel niet zo is.

In de discussies over bomen ziet men soms het bos niet meer. Kapdiscussies zijn vaak emotioneel (Gij zult niet …. ) en vaak niet feitelijk. De recente discussie binnen Natuurmonumenten is een voorbeeld.
Dat valt de mensen niet kwalijk te nemen, want cijfers over de bosvoorraad en het bosbeheer zijn moeilijk in overzichtelijke vorm te vinden. Ze zijn er echter wel en ze zijn openbaar toegankelijk als je weet waar je zoeken moet.
Bovendien is het ingewikkeld. Eigenlijk zijn er meerdere crises tegelijk. Het klimaat is in crisis, de biodiversiteit, de duurzame energie is in crisis, mondiaal het voedsel door de slechte verdeling ervan; landschap, grondwater en de luchtkwaliteit zijn in Nederland minstens een punt van zorg. Tussen de problemen bestaan positieve en negatieve dwarsverbanden.

Zoiets ingewikkelds als een bos heeft met al die dingen te maken.

Veel mensen betreden de discussie vanuit één deelbelang dat voor hen het zwaarste weegt. Zodoende zetten landschapsbehouders zich tegen brandhout, zonneparken en windturbines af, luchtkwaliteit-ijveraars tegen biomassacentrales, enz. Als iedereen zijn zin kreeg, ging de hoeveelheid duurzame energie in Nederland eerder achteruit dan vooruit.
Er is dringend behoefte aan een integrale aanpak op een niveau dat de tegenstellingen overstijgt.

Ik heb me voorgenomen om hier een overzicht te geven van de omvang, door de jaren heen, en de hoedanigheden van de Nederlandse bosvoorraad. Ik heb bestaand onderzoek (niet van mijzelf) geprobeerd op een rijtje te zetten. Waar praat je nou feitelijk over?

Op de doelen, waarvoor geoogst hout gebruikt wordt, kom ik in een later artikel terug.

Lang geleden
In den beginne was Nederland vol van bomen en bijna ledig van mensen. Er is vlijtig aan gewerkt om die verhouding om te keren en rond 1750 was het dieptepunt bereikt. Sindsdien gaat het weer omhoog. Wikipedia ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Bos_(vegetatie) ):

“Alle huidige bossen in Nederland zijn dan ook aangeplant. Het laatste ‘oerbos‘, het legendarische Beekbergerwoud, werd tussen 1869 en 1871 gekapt. Desalniettemin neemt het bosareaal in Nederland al 250 jaar lang voortdurend toe. De situatie bevond zich midden 18e eeuw op een dramatisch dieptepunt. Destijds was in wat nu Nederland is nog slechts 50.000 hectare bos over. Sindsdien nam de oppervlakte naar schatting als volgt toe:

  • 1750: 50.000 ha. (2%)
  • 1850: 100.000 ha. (3%)
  • 1950: 250.000 ha. (7%)
  • 2002: 360.000 ha. (10,6%)

In 1994 formuleerde het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de doelstelling om in 2020 420.000 ha. bos te hebben, wat uitzicht biedt op 500.000 ha. bos (15% van de landoppervlakte) in 2050. Het kabinet-Balkenende II heeft echter het beleid ten aanzien van natuurontwikkeling veranderd, door meer nadruk te leggen op particulier initiatief, bijvoorbeeld van boeren. Hierdoor is de aangroei van het bosareaal gestagneerd.

De 6de Nationale Bos Inventarisatie
Nederland voert om de zoveel jaar een Bosinventarisatie uit. De laatste (de zesde) dateert van juni 2014. Het document is op te halen op http://edepot.wur.nl/307709 . De NBI6 is op dit gebied hèt standaardwerk.
Wie een snelle samenvatting wil, kan ook op www.clo.nl/indicatoren/nl0069-ontwikkeling-nederlandse-bos kijken.

Voor de NBI6 zijn in 2012 en 2013 metingen uitgevoerd op 3190 steekproefpunten.
De NBI6 is de opvolger van het Meetnet Functievervulling (MFV) uit 2006, waarvoor metingen gedaan zijn van 2001 tot 2005. Van de NBI6-meetpunten deden er 1235 ook al bij de MFV mee.
De resultaten zijn in een database gezet, die toegankelijk is op www.probos.nl/publicaties/overige/1094-mfv-2006-nbi-2012 .
De inventarisatie is compatible met de LULUCF – richtlijnen van de VN (zie https://unfccc.int/topics/land-use/workstreams/land-use–land-use-change-and-forestry-lulucf ). De inventarisatie dient tevens als Nederlandse verslaglegging t.b.v. internationale verdragen (zoals Kyoto en Parijs).

De oudste Nederlandse inventarisatie dateert van 1938. De volgende inventarisatie (NBI7) loopt van 2017 – 2021 .

De NBI6, samen met de MFV, bevat een schat aan gegevens, zowel kwantitatieve als kwalitatieve. Ik neem enkele tabellen over en geef enig commentaar.

Hier kan men zien hoe oud de bomen zijn. Zo’n 87% van de bomen is van na 1920, dus minder dan 100 jaar oud. In commerciële bossen is de gemiddelde kapleeftijd ergens rond de 50 a 100 jaar.

Van 1990 tot 2009 groeide het totale Nederlandse bosoppervlak van 362.100 naar 373.480 hectare (ha). In diezelfde tijd groeide de totale volume hout van 203.5 naar 229.8 m3/ha.

Lees deze drie tabellen samen als:
Per jaar groeit er gemiddeld volgens NIB6 per hectare 7.3m3  hout bij, gaat er 1.2 m3 spontaan dood, en wordt er 3.4 m3 gekapt. De netto balans is dus 7.3 – 1.2 – 3.4 = 2.7 m3 /ha * y .
Over acht jaar geeft dat ongeveer de 216.6 – 194.6 = 22 m3/ha uit de derde tabel.

2013 t/m 2017
Vanaf 2013 kwam er een andere dynamiek in de bosbouw. Na decennia groei kwam er een dip. Op www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout/omvang-bos-in-nederland beschrijft Staatsbosbeheer wat deze organisatie daarvan vindt. Tevens staat daar een link naar een publicatie van Wageningen Environmental Research (WUR) , waarin de voortzetting van de tweede tabel (die met de oppervlaktecijfers) gegeven wordt. Die leest:

1990                2004                2009                 2013                2017
362046            369980            373423            375679            364830 ha

Als je de periode 2013-2017 nader analyseert, blijkt dat er 12.145 ha bos verdwenen is, en 6745 ha verschenen. Samen een verlies van 5400ha, een getal dat vaak genoemd wordt. Dit is over vier jaar samen. Uiteraard hoort hier een netto CO2 – uitstoot bij.

De publicatie brengt de oorzaken als volgt in beeld:

Deze tabel in zijn geheel is bruto, maar een deel ervan bestaat uit papieren veranderingen in de zin dat satellietopnames beter zijn geworden, omgang met definities strikter, enz. Zo bleek bij nader inzien dat 1318 ha ook in 2013 volgens de strikte LULUCF-definitie al geen bos was, maar bos leek (vanuit de satelliet). En zo zijn er meer slordigheden uitgehaald, waarna er nog steeds ruis is omdat ook de satelliet geen wondermiddel is. En ik vind de tabel raar opgeschreven.
Feitelijk beslaan alleen de bovenste vijf cijferregels reëel menselijk handelen. Daarom is het aantal 12145 ha als netto verlies geteld.

De 2283ha in de tabel bestaat uit tijdelijk snelgroeiend bos in Groningen en Drente, dat op basis van een subsidieregeling uit 1986 zonder herplantingsplicht op landbouwgrond geplant is, en dat inmiddels geoogst is, waarna de grond weer naar de oude bestemming terugkeert. Deze bosafname is (grotendeels) incidenteel, omdat er niet of niet veel meer dan deze 2283 ha geplant is. Over deze post bestaat weinig discussie.

2080ha gaat op aan bebouwde omgeving en overige omvorming, zoals infrastructuur. Hierover is af en toe discussie, maar dan op het niveau van individuele plannen (Amelisweerd, hopelijk zaliger gedachtenis).

Zeer veel discussie gaat over de 7781ha omvorming naar heide, natuurgrasland, moeras of water, 64% van het menselijk handelen. Dit vindt als regel plaats in Natura2000-gebieden, gebieden waarop (geheel terecht) een strikte Europese Natuurbescherming rust. Nederland is wettelijk verplicht om deze gebieden minstens gelijk te houden en op termijn te verbeteren.
Er zijn een heleboel habitat-typen, waarvan het grootste deel geen bos is (zoals zwakgebufferde vennen, vochtige en droge heiden, venen, kalkgras- en blauwlanden, om maar eens een kleine greep uit de lijst te geven). Al die habitats hebben hun eigen biodiversiteit. Overigens hebben de meeste bossen geen Natura2000 – status en heeft niet elk bos evenveel biodiversiteitswaarde. Zie www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?main=natura2000&subj=habtypen&groep=0 .
Het is in het belang van de natuurbescherming om de Natura2000-wetgeving op volle kracht in stand te houden. We hebben er o.a. de stikstofwetgeving aan te danken.

Maar de voorlopers van de Wet natuurbescherming (waarin de Natura 2000-wetgeving ondergebracht is) zijn veel ouder dan de klimaatdiscussie (dateren al uit ver in de vorige eeuw). Ze hebben dus nooit rekening gehouden met klimaataspecten. Het Parijsakkoord is uit 2015 en het Kyotoprotocol uit 1997.

De crisis biodiversiteit en natuur en de crisis klimaat hebben hier een strijdigheid. Ze botsen, onder andere omdat voor het uitvoeren van Natura2000 – handelingen geen herplantingsplicht bestaat. In plaats van een gevoelsverhaal op te hangen bij elke gekapte boom, zou men beter kunnen gaan nadenken over een synthesebeleid dat beide goede doelen min of meer de nodige ruimte geeft.
Men kan niet met terugwerkende kracht een herplantingsplicht opleggen. Maar een flinke uitbreiding van het bosareaal zou in praktijk op hetzelfde neerkomen.

Het Actieplan Bos en Hout (oktober 2016) is wat dat betreft een goed voorbeeld. Daarin wordt voorgesteld om 100.000 ha extra bos aan te leggen. Rutte en indertijd Dijksma hebben het ondertekend. Zie www.wur.nl/nl/project/Actieplan-bos-en-hout.htm . Mijns inziens is het het verstandigste om niet per definitie elke boom heilig te verklaren, maar om op het Actieplan in te zetten.

Uit het Actieplan Bos en Hout

Brandhout
Geconstateerd moet worden, op grond van de Wageningse oorzakentabel, dat er in Nederland geen significante hoeveelheden hout gekapt worden met de productie van warmte als hoofddoel. (Alleen van de oogst van tijdelijk bos in Groningen en Drente valt niet te achterhalen voor welk hoofddoel die gebruikt is.) Dat heb ik in deze kolommen al vaker betoogd en het wordt hiermee weer eens bewezen. Het verhaal dat hele bomen uit de grond gerukt worden en rechtstreeks de versnipperaar ingaan, is een broodje aap-verhaal.
Vervolgens wordt het hout voor allerlei doelen gebruikt (daarover in een volgens artikel meer), waaronder ook voor energiedoeleinden.

Het IPCC en de ‘Kap met kappen-leus’.
Op 8 augustus bracht het IPCC het Special Report Climate Change and Land uit (SRCCL). Een omvangrijk pakket.
Het IPCC behandelt de Forestry meestal als onderdeel van het AFOLU-pakket (Agriculture, Forestry and Other Land Use), en differentieert niet altijd naar regio.

Waar dat wel gebeurt, komt het IPCC voor verschillende werelddelen tot verschillende uitspraken. Zo zegt het IPCC in hoofdstuk 2, blz 34, in een context die alleen over bossen gaat:

Overall, there is robust evidence and high agreement for a net loss of forest area and tree cover in the tropics and a net gain, mainly of secondary forests and sustainably managed forests, in the temperate and boreal zones (Chapter 1)”.

Europa is netto een sink, vooral door zijn bossen. Hoe lang die dat nog blijven doen, is de vraag, want ze worden al oud. “Removal occurs at faster rates in young to medium aged forests and declines thereafter such that older forest stands have smaller carbon removals but larger stocks with net uptake of carbon slowing as forests reach maturity (Yao et al. 2018; Poorter et al. 2016; Tang et al. 2014).” – hoofdstuk 2, blz. 80

Groei van de Europese bosvoorraad

“Sustainable Forest Management”, waarover ook het IPCC spreekt, kan in Europa kappen betekenen als de gekapte koolstof langdurig uit het systeem verwijderd wordt. Het IPCC noemt bijvoorbeeld biochar als BECCS (Bio Energy and Carbon Capture and Storage), of houten producten. Op hoofdstuk 2, blz.78 worden in een tabel CO2,eq – waarden genoemd bij deze technieken (die kunnen groot zijn) en bij de meer algemene categorieën Nieuwe- of Herbebossing, Bosmanagement en Agroforestry.

Ik vind dus (bijvoorbeeld) de Greenpeaceleus “Kappen met kappen” niet goed, want te algemeen. Ik snap dat een leus simpel moet zijn en uit het begeleidende verhaaltje blijkt indirect dat bedoeld wordt dat het om tropische gebieden gaat, maar niet iedereen leest dat eruit en, toegepast op Europa, zou de leus wel eens schadelijk voor het klimaat en schadelijk voor de biodiversiteit kunnen zijn.

De vulkaan barstte uit, vliegtuigen bleven aan de grond en de wereld verging niet

Vulkanen op IJsland

De Rapid Transition Alliance blikte in januari 2019 terug op de explosie van de Eyjafjallajökull op 14 april 2010. De vulkanische as legde het Europese vliegverkeer dagenlang stil. Straalmotoren kunnen niet zo goed tegen deze vorm van fijn stof.
Anders dan waarmee de luchtvaartwereld altijd dreigt, bleek de wereld niet te vergaan. Men paste zich snel en soepel aan, al bleef het natuurlijk vervelend als je niet terug naar je eigen huis kon.
De Rapid Transition Alliance heeft er een lezenswaardig artikel over geschreven. Ik heb er hieronder een alinea uit overgenomen.

Bernard Gerard

www.rapidtransition.org/stories/when-overnight-flying-becomes-impossible-the-volcanic-revelation/

Wider relevance
Stranded travellers, philosophers and poets filled the airwaves with reflections. Yes, it was inconvenient, they said, no one was prepared. But, supermarkets quickly substituted local produce for perishable, luxury horticultural goods normally flown in; delivery companies switched transport modes, business people took to video conferencing, and Norway’s prime minister, Jens Stoltenberg, stranded in New York, ran the Norwegian government from the United States from his new iPad. Suddenly the skies were peaceful and people found other ways to get from one place to another. They took trains, buses, taxis and, aided by social media, shared cars, rooms and experiences. They talked to each other and, travelling at a slower pace, found themselves enjoying the scenery and being more aware of the world they were passing through. Strikingly, given that flying was something many thought we couldn’t live without, the world did not come to a standstill. The sky didn’t fall, it just looked more peaceful. We heard more clearly, as Duffy wrote, “the birds sing in the Spring”. Almost everything simply carried on. Spare capacity in other transport modes was taken up, flexible communications allowed people to be present virtually where they couldn’t be physically, and supply and delivery chains adapted. The airlines suffered economically, but it revealed how few of the things we depend on for day-to-day life really relied on the airlines. Life would be different without them (or far fewer of them) but life would go on, as it had done for thousands of years.

Bloemrijke akkerranden

De vakantiefietstocht ging dit jaar door Westfalen en Nedersaksen.
Je ziet daar best wel vaak maisvelden en dergelijke, waarlangs een bloemrijke rand aangebracht is. Die is voor insecten (waaronder bijen) bedoeld. Ik heb wat foto’s gemaakt.

Bij Hövelhof (bij Paderborn), de gemeente waar de bron van de Ems ligt
Ten Noorden van de gemeente Hövelhof

Het blauwe spul is vaak Phacelia ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Phacelia_(soort) en https://en.wikipedia.org/wiki/Phacelia_tanacetifolia ), een plant uit de vergeet-me-nietjes familie die oorspronkelijk uit Californie en omgeving komt. De plant is bij voldoende water nectarrijk en trekt ook zweefvliegen aan die luizen eten. Hij heet in de volksmond ook wel bijenbrood of bijenvoer.
De plant is tevens een groenbemester.

Ten Noorden van Münster

Ik vond dat je dit soort stroken vaak zag. Mijn (oppervlakkige) indruk is dat er in Duitsland (althans in de deelstaat Westfalen) verhoudingsgewijs meer liggen dan in Nederland, maar dat valt moeilijk hard te maken.

In Nederland (mogelijk ook in Duitsland) worden stroken (limten, velden) zowel door particuliere boeren als planmatig door organisaties aangelegd.
Het belangrijkste beleidsdocument is de Nationale Bijenstrategie van het Ministerie van LNV (zie https://subsites.wur.nl/nl/show/Ministerie-van-LNV-presenteert-Nationale-Bijenstrategie.htm ). Deze strategie wordt gesteund door een Platform met inmiddels 74 organisaties. De eerste Voortgangsrapportage (2018) is inmiddels uitgebracht en te vinden op www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/05/23/nationale-bijenstrategie-voortgangsrapportage-2018 . De gezamenlijke organisaties hebben inmiddels ruim 100 initiatieven op hun conto staan, waarvan 24 bestaande uit een of meer bloemrijke stukken grond.
Die initiatieven zijn zeer divers, van de buisleidingenstraat via de gemeente Halderberge tot de Nederlandse Golffederatie, via de gebiedsontwikkeling van de Buulder Aa tot swiss Re herverzekeraars.

In De Boerderij stond een artikel van een Friese teler van pootaardappelen die als privépersoon een stukje van zijn areaal volgezet had met bloemrijk mengsel. Dit in eerste instantie vanwege de subsidie, maar in tweede instantie omdat hij zelf ook aangenaam verrast was door het resultaat. Zie www.boerderij.nl/Akkerbouw/Achtergrond/2019/8/Vogelakker-heeft-enorme-impact-459222E/?cmpid=NLC|boerderij_vandaag|2019-08-12|?Vogelakker_heeft_enorme_impact? .

Maar in De Boerderij stond, op hetzelfde moment, ook iemand die niets zag in bloemrijke randen. Hij vond ze mooi en goed voor het imago van de landbouw, maar voor zijn stiel (een bedrijf in Integraal Pest Management) had je er niets aan. Zie www.boerderij.nl/Akkerbouw/Achtergrond/2019/8/We-moeten-echt-af-van-breedwerkende-insecticiden-459006E/ . Altijd leerzaam om ook eens iemand van de andere kant te horen.

Bijenlint langs een spoorberm

Ik heb bij de start van de Nationale Bijenstrategie er in deze kolommen aandacht aan besteed. Zie Nationale Bijenstrategie, Bed en Breakfest voor bijen .

Münster en de Friedensstadt Osnabrück

Tijdens onze afgelopen fietsvakantie in Westfalen en Nedersaksen kwam de 20.000ste bezoek(st)er voorbij die de welkompagina op deze site aantikte. Reden om eens een ander onderwerp te kiezen dan de hier gebruikelijke milieu- en energiethema’s.

Het gaat over de steden Münster en Osnabrück (beide met roots die terug gaan tot de tijd van Karel de Grote), die samen het toneel geweest zijn van een van de belangrijkste verdragen uit de Europese geschiedenis, de Vrede van Westfalen uit 1648. De Dertigjarige en de Tachtigjarige Oorlog werden er afgesloten.

Verwacht van mij, als niet-historicus, geen originele en diepgravende beschouwingen. Maar de huidige toestand in de wereld rechtvaardigt ook wat amateur-reflectie op de Europese geschiedenis.

Het stadhuis van Osnabrück

De Dertigjarige Oorlog
Het einde van de 30-jarige oorlog (1618-1648) werd formeel afgekondigd op de trappen van het stadhuis van Osnabrück.

Met een beetje goede wil zou je de Dertigjarige Oorlog de Nulde Wereldoorlog kunnen noemen. Op het laatst bemoeide alles wat macht had zich ertegen aan. Wikipedia heeft er een lang verhaal over op https://nl.wikipedia.org/wiki/Dertigjarige_Oorlog . Het verhaal heeft meer plots en wendingen dan Game of Thrones, en het is minstens zo wreed.
Als ik de samenvatting op Wikipedia nog verder zou moeten indikken tot een oneliner, zou ik ervan maken dat het alsmaar een mengsel was van godsdienstoorlog en geopolitiek, met aan het begin de nadruk op godsdienst en op het eind de nadruk op geopolitiek.
De, min of meer consistente, tegenstelling was die tussen de katholieke Habsburgers in Oostenrijk en Spanje enerzijds en het katholieke Frankrijk, het protestantse Zweden en de calvinistische Nederlanden anderzijds. Daartussen in hing een bont mengsel van kleine en middelgrote  Duitse staten, die ook nog wel eens van partij wisselden.

De godsdienstigheid der strijdende partijen leidde niet tot menselijk gedrag. In alle stadia gold dat “de oorlog de oorlog moest voeden”, wat erop neer kwam dat roof, moord en plundering tot standaardhandelingen werden verheven. De display in het stadhuis van Münster heeft er goede voorbeelden van.
Conservatieve schattingen gaan ervan uit dat uiteindelijk 6 van de 20 miljoen Duitsers door de oorlog omgekomen zijn, andere schattingen noemen het dubbele.

Moord, roof en plundering op het platteland
Massagraf na de Slag bij Lützen

Uiteindelijk waren alle partijen “am Ende”. Uitgeput stemden ze in met onderhandelingen.

Die moesten ergens plaatsvinden. Dat was geen sinecure, want bijna alles was kapot en er moesten jarenlang honderden mensen ondergebracht worden. Bovendien wilden de Fransen en de Zweden elk hun geloof kunnen belijden. Kortom, de logistiek was al bijna even ingewikkeld als de onderhandelingen zelf. Beide duurden jaren.
Uiteindelijk kwam men op Münster (katholiek) en Osnabrück (protestant) uit, beide vestingen die om die reden de oorlog min of meer ongedeerd door waren gekomen. De steden liggen 60km uit elkaar, met het Teutoburgerwald ertussen. Er werd druk gependeld te paard en in een koets.
Een afgevaardigde namens de paus en een afgevaardigde namens Venetie werden tot procesbegeleiders benoemd.
Elk van de Nederlandse Zeven Provinciën had iemand gestuurd, en Adriaen Pauw trad op voor het Nederlandse totaalbelang.
Gerard Ter Borch en Anselm Hulle fungeerden als hofschilders. Alle deelnemende onderhandelaars hangen in Münster en Osnabrück aan de muur van de Friedenssaal.

De Münsterse Friedenssaal

De belangrijkste gevolgen van het pakket van drie verdragen::

  • De katholieke, lutherse en calvinistische godsdienst werden gelijkberechtigd en mochten vrijelijk beleden worden. Op het Europese vasteland werden geen godsdienstoorlogen meer uitgevochten. (Dit alles in beginsel).
  • De macht van de verliezende Habsburgse keizer werd sterk ingeperkt. De macht van de afzonderlijke Duitse staten en staatjes nam sterk toe. Het geheel werd min of federaal en er was in Duitsland geen sterk centraal staatsgezag meer.
    Dit in tegenstelling tot de winnaars Frankrijk en Zweden, en verder in Spanje (verliezer) en Engeland.
  • De natiestaat werd geboren en daarmee volkenrechterlijke principes als soevereiniteit en niet-inmenging. Europa werd een (min of meer) machtsevenwicht. Dit alles in beginsel: voor een kritische noot zie Beatrice de Graaf in www.nrc.nl/nieuws/2018/09/28/een-verdampende-vredesmythe-a1909843 ).
  • Nederland en Zwitserland werden formeel zelfstandige, onafhankelijke landen

Osnabrück
Beide plaatsen besteden veel aandacht aan de Vrede van 1648 en beide hebben een (mooie) Friedenssaal. (Voor algemene info over Osnabrück zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Osnabr%C3%BCck .) Münster laat het daarbij.

Maar Osnabrück gaat verder dan alleen de Vrede van 1648. De stad presenteert zich als “Friedensstadt” (het staat al op de borden als je de bebouwde kom binnenfietst).

Osnabrück is ook de geboortestad van de Joods-Duitse schilder Felix Nussbaum (https://nl.wikipedia.org/wiki/Felix_Nussbaum, overleden in Auschwitz) en van de wereldberoemde schrijver Erich Maria Remarque van “Im Westen nichts Neues” over de Eerste Wereldoorlog (en vele andere werken). En van zijn zus, Elfriede Scholz, die in de oorlog door de nazi’s onthoofd is na twijfel uitgesproken te hebben aan de afloop van de oorlog en omdat ze de zus van een verkeerde broer was. Er is in Osnabrück een straat naar Elfriede Scholz genoemd.
Nussbaum heeft in Osnabrück een aan hem gewijd “Nussbaumhaus”.

Zelfportret van Felix Nussbaum uit 1940

Osnabrück probeert de vredesgedachte in de stadspolitiek in te bouwen. De stad heeft twaalf stedenbanden (o.a. met Haarlem) , heeft een naar Remarque genoemde Vredesprijs en heeft een “Handlungskonzept zur Förderung der Friedenskultur in Osnabrück” geformuleerd. Voor een indruk zie www.osnabrueck.de/tourismus/wissens-und-sehenswertes/friedensstadt/ en van daar af verdere doorlinks.

Naast het gemeentehuis ligt het Erich Maria Remarque – centrum, het (gratis) toegankelijke documentatiecentrum van het leven en het werk van de schrijver (het is zijn schrijversnaam, hij heette van huis uit Erich Paul Remark). Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Erich_Maria_Remarque .

Hij kreeg het boek “Im Westen nichts Neues” aanvankelijk niet gepubliceerd, maar toen het dan toch in 1929 lukte, was het meteen een sensatie. Het gaat over de ervaring van Duitse frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog ( dat was Remarque zelf ook geweest). In het eerste jaar werden er al 1,2 miljoen exemplaren van verkocht. Het boek is in 1930 in de VS verfilmd.
Het maakte hem meteen gehaat in rechtse kringen. Het werk genoot de eer om in 1933 verboden te worden, en openbaar verbrand. Hij woonde toen al in Zwitserland. In 1938 werd hem de Duitse nationaliteit ontnomen en in 1939 vertrok hij naar de VS.

Nog twee teksten van of over Remarque, de Gestapobrief waarin aanbevolen wordt om zijn Duitse nationaliteit in te trekken, en een waarschuwend pamplet tegen het fascisme. Zie

Münster en de Wederdopers
Münster heeft, met het Wederdoperstijdperk, een veel gewelddadiger geschiedenis dan Osnabrück en zwijgt niet over dit verleden. Zo hier en daar wordt het zelfs gemerchandised. Het is een beetje moeilijk om tegelijk ook Vredesstad te zijn.

In de vele stromingen en sektes, die te midden van esotherische theologische discussies floreerden tijdens de ontwikkeling van de Reformatie, bevonden zich ook mensen die vonden dat je alleen maar gedoopt kon worden als je volwassen was en wist wat je deed. Die mening is het eerste geuit door Zwingli in 1523. Omdat men als kind al gedoopt was, was dat dus wederom een doop, vandaar de naam. Vanwege praktische bezwaren, geuit door de gemeente Zürich, zag Zwingli van zijn opvatting af, maar sommige van zijn volgelingen niet.

De stroming geloofde ook in het einde der tijden, waarvoor meermalen een datum voorspeld was. Men wilde zich op die gebeurtenis voorbereiden en daartoe liefst onder elkaar in een omgeving verblijven, die door leden van de stroming met dit perspectief kon worden ingericht.

Dat Nieuwe Jeruzalem werd Münster. De wederdopers werden daar in februari 1534 de baas, niet eens met geweld, maar via (voor die tijd) normale politieke processen. De gangbare reformatorische stromingen waren in Münster sterk, maar de wereldlijke baas in Münster was de bisschop. Daar liep men ook niet echt warm voor.  
Pogingen om in 1535 een dependance van het Nieuwe Jerusalem in Amsterdam te vestigen faalden door amateurisme en en te weinig steun. Het bleef bij de tijdelijke verovering van het stadhuis.
Zie ook www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6855/het-geweld-van-de-wederdopers.html .

De bisschop ging de stad belegeren. Dat was niet fijn, want de wederdopers wilden in alle rust het voor 05 april 1534 voorspelde laatste oordeel afwachten. Maar dat kwam niet.

De leiding van de wederdopers lag bij enkele Nederlanders. De eerste leider vond de dood, omdat die ten onrechte op de steun van God rekende bij een militaire uitval.
De opvolger, die zich Jan van Leiden noemde (waar de uitdrukking ‘zich ergens met een Jantje van Leiden van af maken’ vandaan komt) voerde, met behulp van twee kompanen, met harde hand een (in zijn opvatting) christelijke heilstaat in. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Leiden . Religieuze beelden en bibliotheken moesten er aan geloven, idem het stadsarchief, het geld werd afgeschaft en goederen werden in gemeenschap. Van Leiden nam een koninklijke hofhouding aan. Naast zijn koningin Diewer van Haarlem trouwde Van Leiden met nog 15 andere vrouwen (een van de 15 die weg wilde, zou op het Domplein onthoofd zijn).

Het Wederdopersregime heeft met zijn eindtijdtheologie, zijn symbolenhaat, de harde hand en de vele executies, de gewapende strijd, de opvatting over vrouwen, de zelfmoordaanslagen en de discussie met de mainstream stromingen  wel iets van de Islamitische Staat weg, maar dan geradicaliseerd vanuit reformatorische wortels.
Laat ik het er op houden dat veel godsdiensten geradicaliseerde gekken kennen – evenals overigens sommige ongodsdienstige levensbeschouwingen.

Ondertussen verdedigden de opgesloten wederdopers zich fel tegen de belegering door de bisschop en omdat Münster een sterke vesting was, hielden ze dat een tijd vol. Maar de stad kreeg er genoeg van en iemand verlinkte de zwakke plek van de vesting, waarna de bisschop op 25 juni 1535 alsnog weer de militaire baas werd.
De drie leiders van de opstand werden op uiterst onaangename wijze gedood, en vele andere wederdopers vonden bij zware straatgevechten de dood. Daarna werd Münster met zachte maar dringende hand weer door de bisschop naar het katholicisme geleid.

Kooien aan de Münsterse Lambertikerk

De lijken van de drie aanvoerders werden in open ijzeren korven aan de Lambertikerk (Van Leijden bovenin). Daar hebben de lijken tot 1585 jaar gehangen. De kooien (zonder inhoud) hangen er nog steeds, zij het dat ze na oorlogsschade in 1944 vervangen zijn door nieuwe exemplaren. De brochure van het Münsterse Stadsmuseum beeldt ze op overtuigende wijze op de voorpagina af.
Een overtuigende toeristische attractie….

Er bestaan overigens nog steeds Wederdopers, nu doopsgezinden of mennonieten geheten, maar dat is een stroming waar niets mis mee is.