Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

 

AVAAZ-petitie voor parlementaire enquête luchtvaart

Mevrouw Figen Danisman is, als ernstig bezorgd burger, een petitie begonnen vanwege de wantoestanden in de luchtvaartsector. Dit nav de uitzending van Zembla vliegveld Nederland.
Zij woont zelf op de Veluwe, maar wil ook de vliegvelden Eindhoven en Lelystad in bescherming nemen.

Zij noemt de gangbare onderwerpen als rust- en slaapverstoring, verminderde leerprestaties bij kinderen, luchtvervuiling, stiltegebieden die aangetast worden, en het klimaat.
De volledige tekst van de (aan de Tweede en Eerste Kamer gerichte) petitie is te vinden op Tekst petitie parlementaire enquete luchtvaart_Figen Danisman_nov2017 .

Mevrouw Danisman wil dat er een parlementaire enquête komt naar de wantoestanden in de luchtvaartsector. Dat doel willen wij als BVM2 graag steunen.

Mevrouw Danisman heeft haar petitie ondergebracht bij de grote petitieorganisatie Avaaz en bij Facebook. Het bestuur van BVM2 raadt iedereen aan de petitie in te vullen.
Via AVAAZ is de petitie is te vinden op https://secure.avaaz.org/nl/petition/Aan_de_leden_van_de_Eerste_en_Tweede_Kamer_Stop_de_wantoestanden_in_de_luchtvaartsector/edit .
Via Facebook is de petitie te vinden op www.facebook.com/Stop-de-wantoestanden-in-de-luchtvaartsector-1724487141181160/ .

Weg met de overgang!

Willemieke Arts is voor de SP lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant en daarin woordvoerder Mobiliteit. In die hoedanigheid houdt ze zich onder andere bezig met gelijkvloerse spoorwegovergangen. Daar bestaan regelmatig zeer gevaarlijke situaties, zowel voor de inzittenden van de treinen als voor de verkeersdeelnemers op de weg. Ze vindt dat gelijkvloerse overwegen versneld moeten worden opgeheven.
Hierover heeft ze een gastopinie geschreven voor het Eindhovens Dagblad. Ik plaats deze ook hieronder.

Wie ervaringen met overwegen in Brabant kwijt wil, is zeer welkom op warts@brabant.nl .

Overweg Tongelresestraat-Hofstraat Eindhoven, een van de vijf Tongelrese gelijkvloerse overwegen

Weg met de overgang!

ProRail legde in het Eindhovens Dagblad van 19 sept uit dat de onderneming nu les gaat geven aan bejaarden over hoe veilig over te steken met een rollator of een scootmobiel op een spoorwegovergang. Dat blijkt nodig: alleen al op de spoorwegovergang in Tongelre, zo meldt het artikel, zijn in korte tijd vier scootmobielen in de prak gereden. De opzittenden konden gelukkig het vege lijf redden.
Ook elders zijn incidenten met stilvallende scootmobielen en tussen de rails vastgeklemde rollators niet zeldzaam.

Ook de schooljeugd mag zich in de educatieve attenties van ProRail verheugen, getuige een eerder artikel in het ED.

Nu is dit allemaal goed bedoeld, maar die voorlichting en de “oversteeklessen” voor ouderen blijven een lapmiddel. Niet de omgang met de situatie is het hoofdprobleem, maar de situatie zelf. Zeker als zo’n overgang  driekwart van de tijd dicht zit zoals straks bij Boxtel. Gelijkvloerse spoorwegovergangen zouden überhaupt niet meer mogen bestaan.    

Als men in dit land een auto(snel)weg aanlegt of renoveert, moet die kruisingsvrij. Dat zit gewoon in het bestek van de weg opgenomen.
Treinen rijden vaak harder dan auto’s en het spoor is eigenlijk een soort snelweg voor treinen. Waarom dan niet ook bij het spoor gelijkvloerse overgangen gewoon verbieden? En ze ombouwen tot fiets- en voetgangerstunnel bij landweggetjes en tot autotunnels bij grotere wegen?

Gemeenten hoeven niet mee te betalen aan klaverbladen en zo op hun grondgebied. Waarom moeten die, vaak armlastige, gemeenten dan wel behoorlijk meebetalen aan het ongelijkvloers maken van spoorwegovergangen? Mede daardoor blijft een dringend gewenste sanering van alle spoorwegovergangen vaak iets voor de onbekend lange termijn.

De noodzaak tot sanering rust in vrede op een lange wachtlijst in Den Haag. Slachtoffers van ongesaneerde spoorwegovergangen rusten in hun graf, zoals de machinist van de trein die bij Dalfsen op een hoogwerker knalde.

Het Rijk en ProRail moeten alle gelijkvloerse overgangen zo snel mogelijk de wereld uit helpen.

Willemieke Arts
Statenlid SP

Werkbezoek bij Woonbedrijf over duurzaamheidsbeleid

De fractie van de SP in Provinciale Staten heeft op 12 januari 2017 een werkbezoek gebracht aan de Eindhovense woningbouwvereniging Woonbedrijf. Voor de corporatie waren aanwezig directeur Vastgoed Paul Terwisscha en bestuurssecretaris Wilbert van Bakel. Het gesprek ging over de duurzaamheidsopvattingen van woonbedrijf in het algemeen, en de toepassing daarvan op energiebesparing en de productie van duurzame energie in het bijzonder.

Ik was als fractieondersteuner bij het gesprek aanwezig. Hierbij een verslag.

Woonbedrijf
Na enkele fusies in het verleden is Woonbedrijf uitgegroeid tot een corporatie met 33000 woningen, de grootste van Eindhoven. Ongeveer een op de vier huizen in die stad is van Woonbedrijf.
De organisatie heeft 400 medewerkers, verdeeld over acht districten. Dat leidt (blijkens een benchmark) tot relatief veel aandacht voor huurders en een relatief hoog personeelsbudget per woning. Woonbedrijf meent zijn huurders een beetje te kennen.

De organisatie heeft enige financiele ruimte voor investeringen.

The Natural Step
Woonbedrijf volgt, zoals wel meer organisaties in het Eindhovense, en zoals wel meer corporaties, de filosofie van The Natural Step (https://thenaturalstep.nl/) . Deze, van oorsprong Zweedse beweging, ziet vier oorzaken voor onduurzaamheid:

  • We halen sneller en meer stoffen uit de aardkorst en brengen die in de biosfeer, dan de natuur kan verwerken;
  • We brengen sneller en meer stoffen – die door de samenleving zijn bedacht – in de biosfeer dan de natuur kan afbreken;
  • We breken de natuur sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen;
  • We beperken mensen bij het vervullen van hun fundamentele behoeften.

Vanuit deze viervoudige probleemstelling streeft Woonbedrijf vier kernpunten na:

  • Een collectief bewustzijn bij relaties (huurders, leveranciers)
  • Gesloten kringlopen
  • Biodiversiteit (zwaluwen, vleermuizen, ontstenen, water ivm hittestress in de stad)
  • Schone energie

Een paar voorbeelden ter illustratie:

  • Woonbedrijf signaleert dat er op besparingsprojecten in het verleden een sterk rebound-effect zat. In het begin bespaarde het project, maar na verloop van tijd kroop het verbruik door laks gedrag weer omhoog richting van of zelfs tot aan het vroegere verbruik (Enexis kan het verbruik registreren per postcode).
    Daarom probeert Woonbedrijf woongedrag te beïnvloeden, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van de Aireywoningen in Gestel (die er overigens nog staan mede als gevolg van een SP-actie). Ze hebben huurders gezocht met een bij het project passende collectieve levensfilosofie, maar daar komt tot nu toe niet helemaal uit wat en zich voorgesteld had.
  • Huurders bepalen of er bij een door de verhuurder geïnitieerd project wel of geen zonnepanelen op het dak gelegd worden. Momenten waarop een woning van bewoners wisselt, worden daardoor soms belangrijk.
  • Woonbedrijf heeft veel aandacht voor de Life Cycle Assessment van hun woningen: niet alleen tijdens de exploitatie, maar ook bij de bouw en de sloop komt CO2 Ook financieel geeft het denken in ketens opmerkelijke resultaten: de corporatie schat in dat er in de bouwmaterialen van hun woningbestand zo’n 750 millioen Euro aan hergebruikswaarde opgeslagen zit.
  • Bij isoleren met PUR-schuim komt vijf keer zoveel CO2 vrij als bij isoleren met Isovlas. Bovendien zit leverancier Isover van Isovlas in Oisterwijk en dat is niet ver weg en dat scheelt transportkosten. Zodoende probeert Woonbedrijf zijn leveranciers te beïnvloeden.
    Er wordt geprobeerd iets van een circulaire economie van de grond te tillen.

Bouwkundig-energetische ambities
Woonbedrijf wil ‘CO2-neutraal’ werken.

Omdat echter bij Woonbedrijf de energetische ambities ingebed zijn in een grotere raamwerk-filosofie, wordt er niet geoptimaliseerd naar energiezuinigheid en duurzame energieproductie als hoofddoel.
Woninglabels worden op logische momenten opgewaardeerd, zoals bij groot onderhoud en renovatie. Er is echter geen beleid om planmatig naar bepaalde labels toe te werken (in de geest van ‘in 2021 gemiddeld B’ – dat is een valkuil volgens Woonbedrijf). De nieuwbouw in de Aireywoningen is A++ en de bestaande bouw (eenvoudige kleine naoorlogse woningen) is tot B gerenoveerd.

Meer informatie over deze wijk op www.woonbedrijf.com/nieuws/nieuwsberichten/duurzame-woningen-aireywijk-opgeleverd .

In 2018 gaat Woonbedrijf 500 woningen renoveren. Men beraadt zich nu wat men energetisch gaat aanbieden en of dat in de vorm zal zijn van een basispakket met pluspakket.
Er moeten bijvoorbeeld, over een aantal jaren samen, 18000 CV-ketels worden vervangen. De vraag is door wat? Door nieuwe CV-ketels? Door warmtepompen? Door stadsverwarming?

Woonbedrijf is geen fan van het Nul Op de Meter-concept (NOM).
Dit mede omdat het per woning (bijvoorbeeld bij de renovatie van de Frans van Mierislaan) 80 mille zou hebben gekost. Het complex van ca 200 woningen wordt nu minder vergaand opgewaardeerd.
Overigens, zegt Woonbedrijf, loopt Stroomversnelling (de organisatie die landelijk de NOM-operatie probeert te trekken) sowieso niet best. Stroomversnelling Brabant ligt al twee jaar plat.

Nul Op de Meter is een verschil-definitie: energievraag min energieaanbod. Daar kan nul uitkomen met veel vraag min veel aanbod, of weinig vraag min weinig aanbod, of iets ertussen in.
De combinatie van wèl CO2-neutraal willen werken en geen systematisch opwaarderingsplan voor de woningvoorraad betekent logischerwijs dat Woonbedrijf ervoor kiest om minder besparing te compenseren met meer zonneparken en windturbines.

Wat kan de politiek doen?

  • CO2 echt beprijzen
  • Verplicht de Natural Step-ideeën bij nieuwbouw
  • Iets doen tegen de oververhitting van de woningmarkt
  • Geef duidelijkheid over een transitieplan. Waarmee moeten wij rekenen voor de toekomstige warmte- en stroomvoorziening? All-electric? Biogas? Stadsverwarming?
  • Ruimtelijke ordening
  • Een soort geleide economie, gericht op circulariteit

De meeste van deze taken zitten bij het Rijk en niet bij de provincie (woonbedrijf heeft wel contact met de provincie).

Maar, zoals fractievoorzitter Nico Heijmans zei: de provincie kan financieel wel wat, maar is te afwachtend.

Het gesprek zal bijdragen aan een toekomstige politieke standpuntbepaling van de SP in de provincie.

Hinderbeperkende maatregelen op vliegveld Eindhoven (update-versie 18 jan 2018)

Inleiding
In de Gebruiksvergunning voor Eindhoven Airport, die de toenmalige staatssecretaris Wilma Mansveld als een van haar laatste politieke handelingen vaststelde, zit een bepaling opgenomen dat er ‘een onafhankelijk onderzoek naar flankerende voorstellen om overlast in de regio verder terug te dringen’ moet komen.
Dat moet inderdaad (en dan niet betaald of indirect beïnvloed door Schiphol), maar ondertussen vindt dat onderzoek niet plaats. Pieter van Geel, baas van de provinciale Uitvoeringstafel, zegt dat hij er geen geld voor heeft (wat klopt) en dat de Tweede Kamer daar geld voor had moeten vrijmaken (wat die niet gedaan heeft). Tot nu toe dus een vrij-
blijvende bepaling van Mansveld.

Pieter van Geel

Het schijnt dat een stagiair(e) van de Uitvoeringstafel iets op papier gezet heeft, maar dat heeft mij nog niet bereikt. De eerste berichten zijn dat het vooral om laaghangend fruit zou gaan. Ik zoek dit verder uit.

BVM2 eist nog steeds dat zo’n onderzoek er komt, maar tot nu toe kaatst dat onafhankelijk onderzoek vooral nog heen en weer tussen het kastje en de muur.

Het eerste voorstel dat je als hinderbeperking zou kunnen aanmerken, werd gepresenteerd tijdens de informatieavond van 20 februari 2017. Het geluid moest worden tegengehouden met plantenschermen. Dat was een lachertje.
Innovatieplannen van de Brainportregio op het gebied van milieu en energie bestaan meestal uit pompeus gezwets met een innovatiesausje er over heen, dat duur klinkt en niets voorstelt.

Dus ik dacht: val maar kapot met dat wazige gedoe om de boel af te houden, ik begin zelf met een onderzoek.

Nu verhoudt mijn positie zich die ten opzichte van een echte deskundige als die van een EHBO-er tot die van een medisch specialist. Maar als er geen specialist is, dan kan een EHBO-er veel betekenen. En mocht die specialist er ooit komen, dan leeft de patient tenminste nog.

Dus ben ik op zoek gegaan naar verstandige en binnen niet al te lange tijd uitvoerbare ideeën die de verwerkelijking van wat het Manifest Vlieghinder Moet Minder wil: geen verdere groei van de hinder, horend bij 43000 vliegbewegingen in 2020, en alleen maar extra vliegbewegingen als die verdiend worden  met schonere en stillere vliegtuigen. Die winst moet dan fifty-fifty verdeeld worden tussen omwonenden en het vliegveld.
Een rekenvoorbeeld om het uit te leggen: eind 2019 zijn er 43000 vliegbewegingen. Er mogen bijvoorbeeld 50000 vliegbewegingen zijn in 2030, maar alleen als die samen gemiddeld even veel herrie maken als 36000 vliegbewegingen dat nu doen (fifty is dan dus 7000). Zo’n afspraak bestaat al rond Schiphol, maar daar geldt het alleen voor geluid.
Wij willen dat het hier in Eindhoven gaat gelden voor geluid, toxische emissies en klimaat. Dat is nieuw en bij ons weten nog nergens uitgeprobeerd. Reden te meer om het in deze Brainportregio te willen, als men zich bekeert en niet alleen de bedrijfswinst van de aangesloten ondernemingen als doel beschouwt, maar ook milieu en energie. Overigens valt aan milieu en energie ook te verdienen.

Het is de vraag wat men precies met een “flankerend beleid” bedoelt.
Sommige goede maatregelen zijn niet specifiek voor Eindhoven Airport en kunnen slechts door de landelijke of internationale politiek gerealiseerd worden, zoals de fiscale aspecten en de modal split tussen vliegen en treinverkeer.
Andere maatregelen, die wel specifiek voor Eindhoven zijn, kunnen direct door machthebbenden op vliegveld Eindhoven uitgevoerd worden.
Ik zal beide noemen.

Ik beperk me hier tot het civiele deel. Sommige maatregelen echter werken ook voor militaire vliegtuigen.

Eindhoven Airport vanaf de Spottershill

Nog een voorbehoud: dit verhaal pretendeert niet om alle mondiale vliegtuigleed op te lossen. Bij één regionale luchthaven is dat teveel gevraagd. Bovendien gaat de groei zo hard dat er geen kruid tegen gewassen is. Bij ongewijzigde exponentiele groei gaat de mondiale luchtvaart tussen nu en 2050 ca 4 a 5 maal over de kop en blazen de straalmotoren het Klimaatakkoord van Paris aan stukken.
Het beleid van de EU en de ICAO om  dat tegen te gaan, zal weinig uithalen. Het enige dat echt helpt is minder vliegen.
Het verhaal pretendeert slechts om voor de periode kort na 2020 aan de bevolking rond vliegveld Eindhoven een perspectief te geven. Je kunt op alle drie de gebieden zoveel technische vooruitgang realiseren, dat 50% daarvan echt scheelt voor de omwonenden. Dat kan met maatregelen waarbij de korte termijn en de lokale schaal niet conflicteren met de lange termijn en de mondiale schaal.
Denkt deze EHBO-geleerde.

Het laatste voorbehoud is dat veel beweringen, die hierna volgen, van de  fabrikant afkomen, en dus met enige reserve gelezen moeten worden.

Verder: aan dit artikel liggen eerdere artikelen op deze site ten grondslag, zowel over geluid als over fijn stof en klimaat. Zie:
Stille vliegtuigen vliegen al regulier op grote luchthavens, maar nog niet genoeg: www.bjmgerard.nl/?p=1172
Roet en zwavel uit straalmotoren, dat kan veel minder: www.bjmgerard.nl/?p=4534
Het beleid van de EU en de ICAO tav vliegen en klimaat zie: www.bjmgerard.nl/?p=5207
Derving van accijns en kerosine: hoeveel is dat ongeveer? www.bjmgerard.nl/?p=5866
Fijnstofuitstoot Eindhoven Airport kan gehalveerd worden! www.bjmgerard.nl/?p=6047
Het kweken van biobrandstof www.bjmgerard.nl/?p=6119

Maatregelen die niet specifiek voor Eindhoven Airport zijn

Accijns en BTW
Bij gratie van een internationale afspraak, die teruggaat tot 1944,  hoeft de luchtvaart geen BTW en  accijns te betalen. Dit geheel in afwijking van alle andere bedrijfstakken.
Deze fiscale derving kost de Staat der Nederlanden ongeveer €3,5 miljard per jaar, waarvan een kleine 9% voor rekening van Eindhoven Airport komt.

Omschakelen op treinverkeer
Bestemmingen tot ca 500 a 700km afstand worden als regel nog slechts per trein bediend. Daartoe moet het spoorwegnet worden verbeterd.
Treinen rijden nu soms al klimaatneutraal en schoon.

Vliegen zonder fossiele brandstof?
Puur elektrisch vliegen gaat slechts over korte afstanden lukken. De vleugels zijn veel te klein voor zonnepanelen en de accu’s te zwaar als je alleen op accu’s ver weg zou willen vliegen.
Hybride elektrisch vliegen gaat wel lukken. Het is vooralsnog een terugkeer naar het propellervliegtuig voor afstanden tot zo’n 1000km. Denk aan plaatsen waar je moeilijk met de trein kunt komen, zoals Dublin en Oslo.
De propeller hangt aan een elektromotor, die hangt aan een accu en die hangt weer aan of een relatief kleine benzine motor of aan een brandstofcel, die tot nu toe gevoed wordt met waterstof. Maar misschien kan dat ook wel met methanol of de mierezuur-methode van de TUE?

Links de HY4-DLR, rechts een artist impression van de Zunum

Zo’n toestel stijgt bijna geluidloos en zonder toxische emissies op op zijn accu.
Het klimaateffect hangt ervan af hoe je aan de waterstof komt. Dat kan in beginsel schoon (ook hier is niet zozeer de theorie het probleem, maar de praktijk).

Er werken grote jongens aan. Getoonde dubbele romp (links) is een vierzitter, ontworpen door het Deutsches zentrum für Luft- und Raumfahrt en dat werkt samen met o.a. Airbus en Siemens.
Hier is ruimte voor Europese industriepolitiek met Nederlandse betrokkenheid.

In de VS werkt Zunum (afbeelding rechts) aan iets vergelijkbaars  samen met Boeing.

De verwachting is dat dit soort toestellen binnen een jaar of tien de niche in de markt kunnen vullen. Zie bijvoorbeeld www.bjmgerard.nl/?p=5141 .

 

Maatregelen die wel specifiek voor Eindhoven Airport zijn

Het tankgrachtenpark tegen deciBellen

Landartpark Buitenschot onder de Polderbaan

Aan één kant van de Polderbaan van Schiphol ligt een groot ribbelpark met vele tankgrachtachtige constructies. Dat vraagt daar wel 33 hectare per baanuiteinde, maar het werkt goed, zegt TNO, maar alleen tegen grondgeluid. Zo gauw er een zichtlijn met het vliegtuig is, houdt de demping op. Zie www.bjmgerard.nl/?p=4493 .
De regio zou een dergelijk park kunnen overwegen aan de kant van bijvoorbeeld Wintelre en Oerle.

Satellietcommunicatie

Satellietgestuurde vliegtuigbanen bij Denver.
A new FAA Established on RNP rule allows controllers at Denver to instruct pilots to make a U-turn much closer to the runway (orange) than with legacy procedures (blue). The aircraft experiences all the benefits of flying a shorter path. (Image courtesy of MITRE)
Meer varianten mogelijk bij satellietgestuurde landingen

Satellietcommunicatie kan de nauwkeurigheid van de aanvliegroute bij landingen verbeteren. Zie bijvoorbeeld voor een eerste indruk  https://en.wikipedia.org/wiki/Performance-based_navigation of www.faa.gov/nextgen/update/progress_and_plans/pbn/ (het eerste plaatje komt uit deze FAA-tekst), het tweede uit de Lufthansa-brochure Aircraft Noise Report 2015 (te groot voor deze site, ik stuur die op aanvraag gaarne toe).
Dit systeem zou het bestaande ILS Cat.1 systeem op vliegveld Eindhoven moeten vervangen of aanvullen. Voor fanaten: www.azworldairports.com/airports/a2160ein.cfm  .

Betere conventionele vliegtuigen
Je zou eerst de vraag kunnen stellen of er geen scherpere eisen aan de toestellen gesteld kunnen worden. Zoiets is eerder gebeurd: in de nasleep van het Aldersadvies uit 2010 zijn op Eindhoven Airport de luidruchtigste geluidsklassen F, E en D uitgefaseerd. Zoiets zou je opnieuw kunnen doen. Kan dat?

A320NEO (info = zelfrapportage!)

Ja. Ik zal dit uitleggen aan de hand van het voorbeeld van de A320. Een kwart van de vliegtuigen op Eindhoven Airport zijn Airbussen en die zitten nu in klasse B.
De rest is Boeing en daarvan had je vast ook wel een verhaal kunnen uitvinden.

Van de A320 is begin 2016 een nieuwe versie uitgekomen, de A320neo (‘New Engine Option’).

Airbus zegt dat de A320neo 19 EPNdB onder chapter 4 ligt. De EPNdB is een wat schimmige eenheid, waarin harde dB’s en zachte psychologische effecten verwerkt zijn. Men kan daar met enig wantrouwen naar kijken, maar het is niet anders.
Die informatie valt te plaatsen met een afbeelding uit een publicatie uit dezelfde Lufthansa-brochure als hierboven genoemd:

De positie in een geluidoverzicht van de Airbus A320 en A320neo .

 

De oude A320 is de rechtse zwarte stip, de nieuwe de linkse (als het waar is wat Airbus zegt). Daarmee zit de oude A320 in geluidsklasse B (R5) en de A320neo in A+ (R7).
Het antwoord is dus ‘ja’: op geluidsgebied valt veel te winnen.

De A320neo wordt al in grote aantallen verkocht, maar gaat niet vanzelf op Eindhoven vliegen. Een vliegtuig gaat 30 a 40 jaar mee en het is dus de vraag waar de nieuwe machines het eerst worden ingezet.
Omwonenden en hun volksvertegenwoordigers zouden dus moeten eisen dat de nieuwe vliegtuigen over niet al te lange tijd op Eindhoven gaan vliegen, en dat de home carriers als eerste het mes op de keel gezet krijgen.

Dit is het verschil aan de grond tussen de (oude) A320 en de Boeing 737, zoals gemeten op de meetpalen in Best zuid:

De Airbus is geluidsklasse B en de Boeing klasse C. Dat scheelt 3 dB (meting met de stations in Best Zuid)

Eindhoven Airport moet minder en betere kerosine gaan tanken
De A320neo zou 15% minder brandstof verbruiken dan de A320. Als dat waar is (zou kunnen), betekent dat bij gelijke kerosinesamenstelling automatisch een 15% kleinere aanslag op het klimaat en 15% minder roet en fijn stof.

Maar er bestaat betere kerosine.
Kort door de bocht veroorzaakt de verbranding van kerosine ultrafijn stof omdat er veel zwavel in de kerosine zit, en roet omdat er benzeen en afgeleide verbindingen in zitten. Men kan synthetische kerosine maken waarin nauwelijks zwavel zit (autobrandstofspecificaties, <10ppm versus pakweg 600ppm in kerosine), en waarin nauwelijks benzeen zit.

Overigens ontwijkt de benzeen in vliegtuigkerosine ook in onverbrande toestand. 20% van de benzeen in de Eindhovense stadsatmosfeer is afkomstig uit het vliegverkeer (zegt de gemeente Eindhoven).
Benzeen wordt in verband gebracht met leukemie.

Er bestaan twee routes naar (nagenoeg) zwavel- en benzeenvrije brandstof, te weten de Gas To Liquid-route (GTL) en de biodieselroute.

De GTL-route maakt voor vliegtuigen geschikte (nagenoeg) zwavel- en benzeenvrije brandstof uit aardgas. De Shell en Sasol hebben elk een grote productie-eenheid in Qatar. De techniek kan moeiteloos opgeschaald worden als er voldoende vraag is. Tot de olieprijs inzakte, was GTL-brandstof in prijs vergelijkbaar met gewone kerosine.
Op dit moment kan GTL-brandstof tot 50% bijgemengd worden met standaardkerosine.

De andere route is via biodiesel.
Biodiesel kan even zwavel- en benzeenarm zijn als GTL-brandstof, zoals onderstaande tabel laat zien. Het betreft een studie van een Finse universiteit met medewerking van Neste Oil (een Finse staatsonderneming).
HVO staat voor de Hydrotreated Vegetable Oil (een biomassaproduct van Neste Oil). EN 590 is de Europese normalisatie voor standaard-diesel (zie https://en.wikipedia.org/wiki/EN_590 ). GTL is bovengenoemde Gas To Liquid.

Finse SAE-studie naar kenmerken van gewone en synthetische diesel.
(medewerking Neste Oil)
HVO komt uit plantaardige olie, EN590 is normale diesel, GTL komt uit aardgas, en FAME uit raapzaad.
Het zwavelgehalte van normale jet fuel zit ergens rond de 400-800mg/kg. Autodiesel is ontzwaveld.
Benzeen en derivaten heten “total aromatics”.
Dit gaat over biodiesel van Neste Oil die bijgemengd kan worden in vliegtuigkerosine.

De tabel heeft betrekking op dieselolie en niet op kerosine, maar het verschil tussen beide is niet groot. Daarom kan HVO-diesel nu al 5 a 10% probleemloos gemengd worden met bestaande kerosine. Zie bijv. www.neste.com/na/en/customers/products/renewable-products/nexbtl-renewable-aviation-fuel-0 .

Biobrandstoffen moeten met de nodige voorzichtigheid ingezet worden. Bovengenoemde HVO moet bijvoorbeeld niet uit palmolie of soja komen, en niet uit kwetsbare natuurgebieden.
Biobrandstofbedrijven zeggen dat ze niet of niet meer concurreren met voedsel (en dat ze “advanced” zijn) en wegblijven uit natuurgebieden. Op papier kloppen die afspraken soms.
De milieudiscussie zou in dit verband niet zozeer moeten gaan over wat er op papier staat, maar wat er in praktijk gebeurt. Neste Oil is niet negatief in het nieuws.

Het voornaamste probleem is dat er nog niet genoeg biobrandstof is. Neste Oil is zoiets als de reus onder de dwergen.

Men zou zich kunnen voorstellen dat de regio eist dat Eindhoven Airport in 2020 bijvoorbeeld 5% synthetische kerosine bijmengt (in een nader te bepalen mix uit beide procedé’s), en dat dat percentage elk jaar met 5% opgehoogd wordt tot (voorlopig) 50% als eindresultaat.
Dat zou de toxische emissies per liter brandstof verlagen en een niet groot, maar positief klimaateffect hebben.

Hybride elektrisch vliegen
Eindhoven Airport en de roeptoeterregio Brainport zouden moeten rondroeptoeteren dat “ons” vliegveld het eerste hybride elektrische vliegveld van de wereld wordt. Met dat roeptoeteren zijn ze niet meer de eerste, want dat heeft Lelystad ook al gedaan.
Misschien dat het hier voor het eerst echt uitgevoerd zou kunnen worden?

In een nieuwe lange termijn-planning van Eindhoven Airport zou moeten worden opgenomen dat op een nader te bepalen tijdstip Ryanair een hybride elektrische lijn op Dublin opent. Zunum beweert dat hybride elektrisch vliegen goedkoper zou zijn, dus wie weet doen ze het nog ook.

Dialoog welkom
In  dit verhaal worden nog niet eerder verkende mogelijkheden geopperd. Er zal misschien iets wel in dat niet waar is, of iets niet in dat wel waar is.
Zoals altijd op deze site zijn commentaren welkom. Ik daag het vliegveld en de diverse bobo’s gaarne uit.

 

Koop een goede afzuigkap en zet die aan!

Fijn stof binnenshuis
De door bronnen binnenshuis veroorzaakte luchtvervuiling komt bovenop de
achtergrond binnenshuis, die ongeveer de buitenshuis bestaande luchtvervuiling  volgt.
Aan de buitenshuis bestaande luchtvervuiling is in deze kolommen al veel aandacht besteed, daarom nu ter aanvulling over luchtvervuiling binnenshuis. Die vooral in gangbare situaties veroorzaakt wordt door het koken.

Rood = binnen, zwart =  buiten. Het gaat over PM2.5 .

Daarover is in negen woningen onderzoek gedaan door Piet Jacobs en Wouter Borsboom van TNO. Zie www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2017/2/wat-u-moet-weten-over-fijnstof-dat-vrijkomt-bij-het-koken/ . Onderaan deze webpagina wordt doorverwezen naar een meer gedetailleerd .pdf- document, dat eventueel ook te vinden is op www.tno.nl/media/8957/pm2-5_in_dutch_dwelling . De eerste twee afbeeldingen komen uit deze bron.

Behalve de bekende kookgeuren komen er ook hoge concentraties (ultra)fijn stof vrij. Hier moet de kanttekening geplaatst worden dat dat een ruim begrip is en dat daar van alles onder verstaan kan worden wat heel klein is.

De TNO-website: “Ondanks dat de hoogste concentraties zijn gevonden bij bewegen in het verkeer (fietsen en gemotoriseerd) vond ongeveer 90% van de totale blootstelling binnen plaats door de vele tijd die hier doorgebracht werd. Het achtergrond niveau binnen leverde het grootste aandeel aan de totale blootstelling en wordt waarschijnlijk voor het grootste deel veroorzaakt door bronnen buiten, zoals industrie en verkeer. Echter, opvallend was dat een kwart tot een derde van de totale blootstelling aan ultrafijnstof (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer) plaatsvond in maar enkele procenten van de tijd. Deze pieken vonden binnen met name plaats tijdens en net na het eten en worden waarschijnlijk veroorzaakt door koken. Ook bleek dat pieken binnen veel langer bleven hangen dan pieken buiten, die vooral voorkwamen tijdens de spits.” Aldus TNO.

Vlees braden en groente wokken geeft het meeste fijn stof.
Een inductiekookplaat geeft minder luchtvervuiling dan een gastoestel.

Wat is een goede afzuiging?
Een goede afzuigkap blijkt erg veel verschil te maken (zie de tabel met resultaten boven).
Zonder afzuigkap blijven geur en stof uren hangen, zoals bekend. Je kunt dan wel flink ventileren, maar dat kost je ook een heleboel warmte.
Het is veel beter om de kookdampen meteen, in situ, af te vangen met een afzuigkap.

TNO:

  • Om kookluchtjes en verontreiniging af te zuigen, is een capaciteit van minimaal 300 m3/uur nodig. Indien op de achterste pitten wordt gekookt worden dan vrijwel alle kookdampen afgevangen. Bij koken op de voorste pitten kan de vangstefficiëntie afhankelijk van het type afzuigkap veel lager zijn.
  • De kap moet minimaal even groot zijn als de kookplaat en moet bij voorkeur een randje hebben van ca. 5 cm, zodat de damp eronder blijft.
  • De vetafvangst is voldoende hoog. De vetfilterefficiëntie kan worden afgeleid van het energie-efficiëntielabel van de afzuigkap. De indeling loopt van A tot G. Hoe beter de klasse, hoe meer vet er wordt opgenomen.
  • Bij gebruik van bovenkastjes sluit de afzuigkap hier direct op aan.
  • Kies er een met een motor die rechtstreeks naar buiten loost, geen recirculatiemodel (die doen sowieso niets met NO2 en vangen na enige tijd ook geen stof en vet meer weg).
Met CFD gevisualiseerde luchtstromingen bij 75 (links) en 300 (rechts) m3/uur afzuigcapaciteit. De berekende vangst efficiëntie bedraagt respectievelijk 58% en 95%

(Latere toevoeging)
Mijn Itho dateert al weer uit 1999, maar doet het nog steeds. Hij is al weer uit de catalogus, maar een mailtje naar Itho (tegenwoordig Itho Daalderop) volstaat voor de specificaties van oudere types.

Die van ons voldoet ruim aan de TNO-eisen.
Wel hebben mijn vrouw en ik, toen we het ding aan het inspecteren waren, besloten om twee nieuwe filters te kopen. Die zaten toch wel erg vol met vet, en dat kreeg je er niet meer uit.
De gebruiksaanwijzing raadt aan om de filters elke twee weken te reinigen. Heel eerlijk gezegd hebben wij dat niet gedaan.

Bouwregelgeving aanpassen
De bouwregelgeving eist 75 m3 per uur, maar sommige afzuigkappen halen de 40 m3 per uur nog niet.  TNO wil de bouwregelgeving aanscherpen:
“Daarom pleit TNO er voor om de ontwerpcapaciteiten voor keukenafzuiging in de bouwregelgeving te herzien en/of aanvullende eisen te stellen voor kookafzuiging. Dit is met name van belang voor luchtdichte energiezuinige nieuwbouwwoningen waar het fijnstof urenlang kan blijven hangen. Komend jaar doet TNO onderzoek naar hoe dit het best kan worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van de energiezuinigheid van deze woningen. Oplossingen kunnen zitten in efficiëntere afzuigkappen, meer afzuigcapaciteit door ruimere afvoerbuizen en slimmere systemen die met maatwerk precies naar behoefte afzuigen en zodoende optimaliseren op energieprestatie rekening houdend met gezondheid en comfort.”

Ga je er dood aan, of word je ziek?
Het is verstandig om deze resultaten met enige nuchterheid te beschouwen.

Bij een van de metingen gaf de fluitketel ’s morgens ook een knaap van een piek op de meters, maar dat waren toch echt alleen maar microscopische waterdruppeltjes.
Overigens gaven ook deodorant en hairspray verrassende resultaten.

Fijn stof is vaak een complex mengsel. TNO geeft aan dat er in het algemeen allerlei gevaren verbonden zijn aan (ultra)fijn stof, dat dat afhangt van de druppel- of korrelgrootte en de chemische samenstelling, en dat er minder bekend over de gezondheidseffecten van fijnstof specifiek uit bronnen in het binnenmilieu.

Dus geen paniek, maar zet toch maar de afzuigkap aan als je kookt. Als je een nieuwe koopt, koop die dan niet alleen op design maar ook op functionaliteit.

En als je in de keuken van een restaurant werkt, is het een belangrijke ARBO-factor!

Gesprek Wijkraad Brouwhuis (Helmond) met B&W over stank

Ik heb in het verleden aandacht besteed aan de stank, die het Helmondse BZOB-terrein in de omgeving verspreidt. Toen ging het vooral om Diervoederbedrijf Coppens. Daaraan is gewerkt, mede met een beperkte inzet van mijn kant. Coppens heeft meer gedaan dan wettelijk verplicht is.
Zie Wijkraad Brouwhuis (Helmond) sluit convenant af met Coppens Diervoeding (update 19 feb 2016)  en van daaruit naar oudere links over hetzelfe onderwerp.

Andere bedrijven zijn blijven stinken. Nu gaat de stennis vooral over Den Ouden, maar dat bedrijf staat niet alleen.

Op de Facebookpagina van de Wijkraad Brouwhuis staat een gesprek afgedrukt tussen de Wijkraad en B&W van Helmond. Het gaat over het BZOB-terrein .
Ik mocht dit verhaal, met meegeleverde foto’s door de wijkraad, overnemen.


———————————————

Wijkraad Brouwhuis           05 januari 2018

Interview met burgemeester Blanksma en wethouder Smeulders over stankoverlast in Brouwhuis (Helmond)

Dit interview heeft eind december 2017 plaatsgevonden. Hieronder de vragen met antwoorden.

  1. Als redactie van het wijkblad van Brouwhuis, De Corridor, willen wij u interviewen over de stankoverlast die de industrie al zovele jaren uitstort over de wijk. Neemt u de klachten uit de wijk wel serieus en wat doet u er aan?
    Wij nemen de klachten zeer serieus en doen op dit moment alles wat we kunnen om de geuroverlast voor inwoners te verminderen. Gemeente Helmond wil absoluut dat dit probleem wordt aangepakt. Wij hebben er belang bij dat de inwoners van Brouwhuis van deze stank verlost worden en voelen ons hierbij, college-breed, betrokken. Daarbij is de inzet van de wijkraad voor ons ontzettend belangrijk, zij zijn voor ons aanspreekpunt en met hen, met de Omgevingsdienst en de Provincie werken we intensief samen om de geuroverlast aan te pakken.
  1. Heeft u als Gemeentebestuur ook invloed op individuele bedrijven?
    Wie doet wat?

    De Provincie is de officiële toezichthouder voor Den Ouden, het bedrijf dat op dit moment de meeste overlast veroorzaakt. Dat betekent dat zij de vergunning moeten laten controleren. De uitvoerende dienst is de Omgevingsdienst, zij controleren of Den Ouden voldoet aan de afspraken in de vergunning.

De Omgevingsdienst registreert de meldingen van overlast die door inwoners worden gedaan. Naar aanleiding van die meldingen gaat de Omgevingsdienst op pad om te onderzoeken waar de overlast vandaan komt. Gemeente Helmond brengt partijen bij elkaar, voert gesprekken met inwoners en zoekt naar alle mogelijke manieren om de overlast aan banden te leggen.

Burgemeester Blanksma: ‘Wij zoeken absoluut de grenzen op om de stankoverlast aan te pakken en daarin gaan we, binnen wat wettelijk mogelijk is, ver. Wij komen op voor de belangen van onze inwoners.’

Geurbeleid
De gemeente heeft op verzoek van de wijkraad in het afgelopen jaar een aanvullend geurbeleid voor Helmond opgesteld. Voortaan wordt niet alleen per bedrijf gekeken hoeveel geur ze mogen uitstoten, maar ook van alle bedrijven samen.

Wethouder Smeulders: ‘Deze regelgeving is redelijk uniek in Nederland. Voorheen konden we juridisch gezien de bedrijven niet aanpakken, omdat zij los van elkaar aan hun individuele stankcirkels voldeden. Nieuwe stank verwekkende activiteiten en bedrijven waren lastig tegen te houden. Omdat de huidige situatie het plafond is, kan dit voortaan wel. En als de geuroverlast en daarmee ook de vergunningen minder worden, waarvoor de provincie aan de lat staat, brengen we als gemeente het plafond verder naar beneden. Dan is dat de nieuwe grens met minder stank. Het klinkt ingewikkeld, maar dit is de manier om binnen de wettelijke mogelijkheden als overheden en wijkraad samen te werken naar minder stank.’

Den Ouden in Helmond
  1. Die aanpassing is mooi, maar wat is er het laatste jaar concreet aan de problematiek gedaan?
    Proef met digitale neuzen

    Er is in opdracht van de Provincie een proef gedaan met digitale neuzen die in de schoorsteen van bedrijven (die een geur produceren) worden geplaatst en ook in de buitenlucht. Daaruit blijkt dat Den Ouden een bedrijf is dat vaker verantwoordelijk is voor de geuroverlast. Coppens diervoeding heeft namelijk de afgelopen tijd succesvolle maatregelen genomen om de geuroverlast die zij produceren terug te dringen. Wij hebben samen met de Wijkraad, de Provincie bewogen om de vergunningverlening aan Den Ouden te vernieuwen. Niet langer is de uitstoot van geurstoffen uit de schoorsteen (emissie) bepalend voor ingrijpen maar de mate van stankoverlast zoals die door de Brouwhuizenaren wordt ervaren (immissie). Dit is een fundamenteel andere benadering dan doorgaans in Nederland gevolgd wordt. In de nieuwe ontwerp-vergunning wordt het bedrijf aangezet om steeds verdergaande maatregelen te nemen zolang nog overlast in de wijk ervaren wordt. Zo is de druk op Den Ouden opgevoerd.

Afspraken met Den Ouden
De Provincie heeft kortgeleden mestverwerker Den Ouden met klem verzocht om een plan van aanpak waarmee de geuroverlast wordt verlaagd. Den Ouden heeft aangegeven daaraan mee te werken. Zij zijn op dit moment bezig met het voorbereiden van een vergunningsaanvraag om hun schoorsteen te verhogen. Ook onderzoekt Den Ouden welke mogelijkheden er zijn om het productieproces te verbeteren waardoor de geuruitstoot verder moet verminderen. Dit stemt ons als college zeer positief.

Controles
Op het moment dat inwoners overlast ervaren kunnen zij dit melden bij de Omgevingsdienst. De Provincie heeft de afspraak met de Omgevingsdienst dat zij deze meldingen onderzoeken.

Brief
Om te onderstrepen dat het College dit onderwerp zeer serieus neemt, heeft zij eind december 2017 een brief verzonden aan de Provincie (Gedeputeerde Staten). Daarin is er een verzoek aan hen gedaan om een aantal punten op korte termijn aan te pakken:
• De registratie en –analyse van klachten van inwoners door de Omgevingsdienst moet beter. Wanneer inwoners een melding doen van overlast, moet van deze melding een duidelijke verslaglegging en analyse worden gemaakt.
• Er is ook aandacht gevraagd voor piekmomenten. Wanneer meerdere meldingen binnenkomen moet een handhaver controleren of het bedrijf voldoet aan de vergunning. Het uitvoeren van geurmetingen bij het bedrijf maakt hier onderdeel van uit.
• Daarnaast is verzocht om in het plan van aanpak van Den Ouden een duidelijke tijdplanning te verwerken. Op deze manier hebben inwoners perspectief op welke termijn er maatregelen worden ingevoerd.

Cumulatieve geurcontourenkaart
  1. Wat gaat u in 2018 ondernemen?
    Begin 2018 wordt er een onderzoek gedaan onder de inwoners van de wijk hoe zij graag geïnformeerd willen worden over alle stappen in het proces om geuroverlast in te dammen. Daar geven we waar nodig gevolg aan. Het zou kunnen dat er een informatieavond komt of er wordt een nieuwsbrief in het leven geroepen; dat is aan de inwoners. Daarnaast willen wij met het onderzoek een helder en compleet beeld krijgen van de geurproblematiek in de wijk.

Wij zijn positief over de afspraken die in de afgelopen maanden gemaakt zijn en maken een compliment voor de inzet en betrokkenheid van de wijkraad. We hopen dat het plan van aanpak van Den Ouden snel zijn vruchten afwerpt. Het overleg met de Provincie, Omgevingsdienst, de wijkraad en bedrijven wordt ook in 2018 onverminderd voortgezet, daar zorgen wij voor.

Wij willen als College, net als de inwoners, dat de geuroverlast in de wijk echt wordt aangepakt!

 

Warmte op de Energiebeurs

Elk jaar vindt in Den Bosch in oktober de driedaagse Vakbeurs Energie plaats. Ik ga daar altijd een dag naar toe.
Het is een ontzettend grote  beurs, dus je moet selecteren. Ik ga de laatste jaren meestal naar stands en workshops die over warmtelevering  en opslagtechniek gaan.
Nu een keuze uit de vele warmteprojecten.

Itho Daalderop
Arco Knoester gaf een beeld van 20 jaar ervaring met een grillige leercurve.

De Itho Energiewoning 1998
Ventilatie en comfort_Itho Daalderop

Het begon 20 jaar geleden met de Itho Energiewoning op “all electric” basis (boven). Van daaruit is doorontwikkeld tot de kennis van nu (onder).

De afnemers (ruim 10000) zitten in een dbase en daar is nauw contact mee. Over monitoring, onderhoud, over softwareupdates, gebruiksaanwijzingen van het type “zet de thermostaat ’s nachts niet lager, want een warmtepomp wil gelijkmatig draaien.”

Hortus en Hermitage
Technisch bureau Kuijpers vertelde over een bijzonder project, waarin de Hortus Botanicus met 425m lange buizen verbonden werd met de nieuwbouw van de Hermitage Amsterdam. Zie voor een langere
beschrijving https://praktijkvoorbeelden.cultureelerfgoed.nl/praktijkvoorbeelden/hermitage-brengt-hortus-tropische-sferen/hermitage-en-hortus-beeld .

Hermitage Amsterdam

De Amsterdamse Hermitage (een dependance van de Russische Hermitage) is sinds gevestigd in een bejaardenhuis uit de 17de eeuw. Er hangt het nodige van waarde en, zoals alle in musea, geldt er een strenge klimaatbewaking.
Daarbij bleek, zoals in wel meer musea, dat het probleem vooral was dat er teveel warmte was. Het pand moet vooral gekoeld worden en waar laat je die warmte? Die kun je natuurlijk weggooien met een koeltoren, maar dat is ook zonde. Vandaar dat directeur Facilitaire Zaken Lagendaal van de Hermitage op zoek ging naar een afnemer van warmte. Op een infrarood beeld sprong er een naburig complex uit en dat bleek de Hortus Botanicus bij Artis, ook uit de 17de eeuw en grotendeels Rijks-
monument. En glas, en niet isoleerbaar. Daar kwam de restwarmte van pas.

Het project bleek al gauw een oefening bureaucratie en fondsenwerving voor gevorderden, maar slaagde uiteindelijk toch. Sinds 2016 ligt er een dubbele pijp tussen Kunst en Kas, zoals het nu heet.

Gezien de lange afschrijftermijn van dit type investeringen, is er een samenwerkingscontract voor 25 jaar getekend. Die lange termijnen is een van de vaste problemen met warmte-infrastructuur.

Leiding van de Hermitage Amsterdam naar de Hortus Botanicus

De azijnfabriek en het warmtegrid in Heerhugowaard
Er was een meneer van Duratherm, die kwam vertellen over het smart warmtegrid in Heerhugowaard. Zie www.duratherm.nl/nieuws/smart-grid-van-start-in-heerhugowaard .

Een aantal bedrijven hadden samen 250TJ aan warmte per jaar over, waarvan 70TJ/y van de chemische fabriek van de Burg Groep, die in de volksmond De Azijnfabriek schijnt te heten. De warmte van Burg komt o.a. vrij bij de bacteriele processen waarmee men azijn maakt.

Azijnfabriek Burg in Heerhugowaard

250TJ/y is best veel. Als je die warmte all-electric zou willen leveren, had je daar een zonnepark op de grond voor nodig van ongeveer 80 hectare (afhankelijk van de inrichting). Het scheelt 18000 ton CO2/jaar.
De gedachte is juridisch ondergebracht in het Waerdse Energie Circuit .
De gedachte is technisch gerealiseerd door vier bronnen voor Warmte Koude Opslag (WKO) te boren tot 170m diep, die elk 185m3/uur omhoog of omlaag kunnen brengen. Duratherm mocht die bronnen boren en zodoende kwam de meneer op de Energiebeurs terecht.

Er hangen bedrijven, instellingen en 7500 woningen aan het project.
Ik vind het een goed voorbeeld van een zinvolle stadsverwarming.

De plattegrond van het Waerds Energie Circuit (Zie www.waerdse-energie.nl ).

Gaten boren onder je huis
Diezelfde meneer van Duratherm, en ook meneer van Bokhoven van KWA Bedrijfsadviseurs, gingen in op wat er wel en niet kon met Warmte Koude Opslag (WKO) onder bestaande woningen. Hun beweringen samengevat:

  • Ga uit van 1 meter diep boren per 1m2 verwarmd oppervlak, maar in praktijk gaat men meestal niet dieper dan 250 a 300m
  • Blijf 3 meter uit de fundering
  • Er kan onder de woning worden geboord
  • Glycol is overbodig geworden
  • Het kan zonder ventilator (die je anders zou horen)
  • Afgrouten moet verplicht worden gesteld
  • Afstand tussen twee putten minstens 8 m
  • Het kan op diverse schaalniveau’s van zeer klein (één kavel), via midden (bijv. een flat) tot heel groot (een wijk)
  • Een individuele installatie kost ca 10 tot 12 mille.
Warmte Koude Opslag (Mark Johnson op Wikipedia)

Een Comfortpaal
De IJB-groep (die vooral in funderingen zit) had bij zijn kraam een flyer waarvan ik me beperk tot een afbeelding van een heipaal met daarin over de volle lengte een warmtewisselaar in de vorm  van een dubbele lus. Leuk om een plaatje van te zien.

De IJB heipaal met ingebouwde warmtewisselaar

Zie tenslotte op deze site nog een eerder bericht Wat je wel en niet kunt met warmtepompen in woningen (2de update 21 nov 2015)

 

Het kweken van biobrandstof

Inleiding
De Europese Unie heeft een beleid met betrekking tot duurzame energie en, als onderdeel daarvan, een beleid met betrekking tot biobrandstoffen.

Dit beleid gaat aangescherpt worden en daarover is in de Tweede Kamer in december 2017 veel gediscussieerd. Wiebes moest op 18 december 2017 naar de Energieraad in Brussel en voorafgaand konden de Tweede Kamerleden daarover vragen stellen. VVD, CDA, D66, GrLinks, SP, PvdA en PvdD hebben dat gedaan. Zie beantwoording-vragen-schriftelijk-overleg-energieraad-18-december-2017

De Europese inzet is dat de landen verder gaan op weg naar de invoering van het Klimaatakkoord van Parijs. Daarvoor moeten ze een Integraal Nationaal klimaat- en Energieplan maken (INEK), en de discussie gaat er over hoe dat INEK eruit zou moeten zien.

Een onderdeel van dit grotere geheel zijn de bepalingen over duurzame brandstoffen. Volgens de huidige regels moet in 2020 minstens 10% van de transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen komen (waarbij gemakshalve elektriciteit ook meegeteld wordt). De milieutechnisch meer gewenste vormen hebben een gewichtsfactor die hen begunstigt (bijvoorbeeld elektriciteit of ‘geavanceerde’ biomassa uit afval) en de milieutechnisch twijfelachtige ‘conventionele’ biobrandstoffen (uit gewassen die ook als voedsel gebruikt kunnen worden) moeten op zijn minst aan steeds scherpere eisen voldoen. Vanaf 1 januari mogen deze brandstoffen vanaf 1 januari 2017 hooguit nog, over de hele keten gerekend, de helft van de broeikasgassen uitstoten als conventionele brandstoffen en vanaf 01 jan 2018 moet het besparingspercentage voor nieuwe installaties omhoog naar minstens 60%. Hierbij berekent de EU (en het IPCC) het verlies aan bestaande koolstof op een perceel over 20 jaar na ingebruikname. Dit getal is min of meer willekeurig (de EPA gebruikt 30 jaar).

Nu loopt er een heftige maatschappelijke discussie over in hoeverre biomassa voor energetische doelen ingezet moet worden. Een groep professoren heeft een brief geschreven over hout en bos (daarover hoop ik op een later moment te schrijven), een andere groep over brandstof uit voedselgewassen (zie op het eind van dit verhaal). Intussen loopt er, bij-
voorbeeld op Facebook, een discussie van mensen die alles wat op enige wijze met biomassa en energie te maken heeft haram vinden. Ik discussieer me suf.

CO2-emissies van vliegtuigen door de jaren heen

Het Eindhovense vliegveld
Veel wegtransport kan relatief eenvoudig elektrisch en elektrisch kan, met wat meer moeite, duurzaam. Voor lange afstandsvrachtverkeer moet blijken of dat met waterstof gaat lukken, schepen voor de lange afstand zie ik vooralsnog niet energieneutraal worden en vliegen boven de pakweg 1000km zal nog lange tijd, mogelijk altijd, fossiel blijven. Wat mij  betreft zou de biobrandstoffendiscussie op de langere termijn vooral over schepen en vliegtuigen moeten gaan.

In scheepvaartdiscussies heb ik geen positie, maar in luchtvaartdiscussies wel. Ons Beraad Vlieghinder Moet Minder (de vlieghinder van vliegveld Eindhoven) wil dat de hinder van het vliegen niet toeneemt, en dat het aantal vliegbewegingen alleen mag toenemen als gelijktijdig de hinder afneemt (volgens het 50-50% beginsel). “Hinder” is hier gedefinieerd als openingstijden, geluid, toxische emissies en klimaat. Daarnaast zijn er ook negatieve economische aspecten.

Finse SAE-studie naar kenmerken van gewone en synthetische diesel (medewerking Neste Oil).
HVO komt uit plantaardige olie, EN590 is normale diesel, GTL komt uit aardgas, en FAME uit raapzaad.
Het zwavelgehalte van normale jet fuel zit ergens rond de 400-800mg/kg. Autodiesel is ontzwaveld.
Benzeen en derivaten heten “total aromatics”.
Dit gaat over biodiesel van Neste Oil die bijgemengd kan worden in vliegtuigkerosine.

Nu is er geen kruid op aarde gewassen tegen de huidige groei van het vliegen. Zoals onlangs nog Joris Melkert van de TU Delft zei, bij het huidige groeitempo gaat de klimaatimpact van het vliegen tot 2050 vier maal over de kop. Het enige dat hier echt helpt, is een fors en expliciet mondiaal volumebeleid, want anders blazen de straalmotoren samen het Akkoord van Parijs kapot.

Ondertussen is dat beleid er niet en onze kleine actiegroep bij ons kleine vliegveld is zeker niet in staat om zoiets af te dwingen. Wij kunnen slechts naar onze schaal wat doen, en pleiten voor het tanken van (half)synthetische kerosine op het Eindhovense vliegveld als een van de mogelijkheden. Biomassa is een van de twee uitgangsmaterialen van waaruit men synthetische kerosine kan maken. De andere is aardgas, maar daarover staat elders op deze site al een artikel: zie Fijnstofuitstoot Eindhoven Airport kan gehalveerd worden!
Synthetische kerosine om twee redenen: een lagere klimaatimpact en minder toxische emissies (het is mogelijk om synthetische kerosine te maken zonder zwavel en benzeen). Hierdoor beduidend minder zwavelzuur, roet  en ultrafijn stof in de lucht.

Mijn algemene positie is dus niet fundamentalistisch. Je kunt met biomassa als energiebron wel wat, maar zeker niet alles, en dat je situatiegeboden, en als het ware met de rekenmachine in de hand, analyses moet maken. Ik hoop dat je er zoveel mee kunt dat de atmosfeer in rond vliegveld Eindhoven erdoor verbetert en dat wij ons kleine steentje op klimaatgebied kunnen bijdragen.

De PBL-studie “Greenhouse gas emission curves for advanced biofuel supply chains”
Tussen de rondtoeterende ideologische debatten door verscheen er in november 2017 een studie van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL), een gerenommeerd instituut, samen met Faaij (de grootste Nederlandse deskundige op biomassagebied) en enkele andere geleerden. Deze deden de moeite om het probleem zo goed mogelijk door te rekenen.
Zie www.pbl.nl/en/publications/greenhouse-gas-emission-curves-for-advanced-biofuel-supply-chains .
Hun uitgangspunten:

  • Methanol uit miscanthusgras en wilg en ethanol uit suikerriet.
  • Een mondiaal grid van 0,5*0,5 graad per hok
  • Blijf weg uit gebieden die nu of in de toekomst voor voedsel bestemd zijn
  • Alleen direct land use change
  • Zes begroeiingstypes onderscheiden: verlaten landbouwgrond, savannes, natuurlijke graslanden, en tropisch, gematigd en boreaal bos
  • Alle verlies aan bestaande koolstof van 2016 t/m 2100 meetellen, dus over 85 jaar. Dus wordt het perceel gedurende die periode voor dit doel gebruikt.
    De EU-richtlijn eist optellen over 20 jaar.
  • Zonder CO2-opslag
  • Alle bewerkingskosten meetellen (machines, lachgas). Als je methanol of ethanol als eindpunt ziet, zijn de energieën dus netto.
  • De Pay Back Period (PBP) berekenen (is de tijd waarna de koolstofwinst het koolstofverlies overtreft)

Hun resultaten kunnen worden weergegeven in een soort dosis-effect curves.

Emissiecurves (horizontaal de toegestane emissiefactor, vertikaal de dan mogelijke opbrengst)

Lees deze als:

  • horizontaal staat hoeveel broeikasgas ( in CO2-equivalent) er per GigaJoule (GJ) totaliter vrijkomt, gerekend over 85 jaar.
  • De energetische opbrengsten zijn per jaar gemiddeld over 85 jaar
  • Verticaal staat hoeveel energie uit biobrandstoffen, die mondiaal jaar-
    lijks gekweekt kan worden bij de beperking die de horizontale as stelt. Dus als je de betreffende delen van de wereld volzet met miscanthusgras, en je eist dat er niet meer dan 40 kg CO2 per GJ over 85 jaar mag vrijkomen, dan kun je ongeveer 50EJ winnen (=50.000 PJ; Nederland verbruikt momenteel ongeveer 3200PJ).
  • Elke curve is berekend alsof dat gewas het enige was. In a) is dus gerekend alsof er op de in aanmerking komende percelen op de hele aarde alleen maar miscanthusgras gezaaid was. Het is dus of a) of b) of c).
  • Apart is uitgerekend wat de opbrengst zou zijn als je in elke gridcel het optimale gewas zou planten, maar dat staat niet in deze figuur.
  • De exactheid van de curves is niet zo groot als lijkt. Er zit een forse onzekerheidsmarge op, die echter niet in deze curves weergegeven is (maar wel elders).

Het hele verhaal valt weer te geven in een aantal statements in het geval je het best passende gewas in een gridhok zet:

  • Onder de 40 kg CO2-equivalent per GJ wordt het tropisch regenwoud nauwelijks aangetast
  • Als je van 85 jaar uitgaat, en je stelt de eis van hooguit 40 kg CO2-equivalent per GJ, dan kun je 22 – 65 EJ per jaar kweken (door het PBL op zijn website gemakshalve afgemaakt op 30EJ).
  • Als je de jaarlijkse koolstofverliezen over 85 jaar middelt, en verder de EU-eisen stelt van 50 resp 60% broeikasgas-besparing, kun je in 2020 31EJ per jaar winnen en in 2050 46EJ
  • Als je de jaarlijkse koolstofverliezen over de eerste 20 jaar middelt, en verder de EU-eisen stelt van 50 resp 60% broeikasgas-besparing, kun je praktisch niets winnen (de verliezen zijn in het begin het grootst en dus de jaarlijkse gemiddeldes ook). Op de lange termijn denken loont.
  • Als je de jaarlijkse koolstofverliezen over 85 jaar middelt en een PBP eist van 20 jaar, kun je 41EJ per jaar winnen.
    Bij een PBP van 50 jaar is dat 298EJ per jaar.
  • In het gekozen model brengt de vegetatie op een perceel energetisch
    niets op. Zou je daar energetisch iets verstandigs mee doen, dan wordt het algemene beeld wat gunstiger
  • Zou je het gekozen model combineren met enige vorm van blijvende koolstofopslag, dan wordt het beeld gunstiger. Er bestaan combinatiemogelijkheden.

Is dit nou veel? Wat alternatieve opinies om het in context te plaatsen.
De meeste lange termijn-scenario’s projecteren voor 2050 een totale energievraag van ergens rond de 900 a 1000 EJ.

Het IEA prognosticeert in de Roadmap Biofuels for Transport onderstaand plaatje. De totale vraag naar transportbrandstoffen is er 116EJ, waarvan 32EJ uit biobrandstoffen komen, waarvan het vliegen een kwart zou krijgen.

Het PBL benoemt de totale vraag naar transportbrandstoffen in 2012 als ca 100EJ, en verwacht dat die vraag in 2050 ca 150EJ zal zijn.
De PBL-prognoses uit bovenstaande studie zijn, afhankelijk van de aannames, goed voor enkele tientallen EJ. Daar komen nog de biobrandstoffen uit andere (hier niet behandelde) geavanceerde bronnen bij.

Bovenstaande CO2-grafiek van Lee ea loopt bij ongewijzigd beleid door naar pakweg 3000Mton CO2 per jaar in 2050 (de groei neemt eerder toe dan af op dit moment). Die hoeveelheid hoort bij een aan conventionele jet fuel verbruikte energie van rond de 34EJ. (bij 89 kg CO2-e/GJ over de hele keten).
Met andere woorden: als het vliegen zo doorgroeit als het doet, eist het in 2050 ongeveer alle biobrandstof op aarde op, zeker als je ervan uit gaat dat de conversie van methanol naar jetfuel ook nog eens met verliezen gepaard gaat.
En dat je met methanol wel meer kunt doen als alleen maar transportbrandstof maken.
In de denkbeeldige situatie dat alle biobrandstof op aarde in 2050 naar een luchtvaart zonder groeibeperkingen zou gaan, zou die biobrandstof, in vergelijking met conventionele brandstof, de broeikasgasemissies ongeveer gehalveerd hebben (40 ipv 89 kg CO2-e/GJ over de keten).

Macro en op de lange termijn is dat duidelijk onvoldoende.
Micro bij een klein vliegveld bij Eindhoven en op de korte termijn zou het een stap vooruit zijn.
Het vliegen moet een stuk minder en bij wat dan overblijft kan biobrandstof helpen om  de gevolgen in de zin van klimaat en toxische emissies te verzachten.

De brief van 174 professoren over gebruik van voedsel voor biobrandstof
(zie Stop het gebruik van voedselgewassen voor biobrandstof_discussie_novdec2017)
Ik sta er met een mengsel van sympathie en enige gereserveerdheid tegenover.

Eigenlijk is het hoofdprobleem met de brief dat oorzaak en gevolg erin verwisseld worden.
Oorzaken zijn slecht bestuur en corruptie, ongelijke machtsverhoudingen, economische wurgcontracten en de uit dat alles voortvloeiende organisatie van de landbouw.
Dat zich dat momenteel uit in biomassa-plantages is in zekere zin een toevalligheid. Elk ander gewas, waarnaar veel vraag is en dat veel opbrengt, zou tot dezelfde effecten leiden – bijvoorbeeld soja voor veevoer of ananasplantages of rozen in Kenia of sinaasappels bij Valencia. Voedselgewassen kunnen dezelfde uitwerking hebben als energiegewassen.
Tegelijk kan men moeilijk aan derde wereld landen het recht ontzeggen om deviezen te verdienen aan gewassen die elders geld opbrengen.

Veel van wat de professoren willen verbieden (bijvoorbeeld aanplant van palmolieplantages op veengebieden waar eerst tropisch regenwoud was), is al verboden. Er bestaan al Ronde Tafelafspraken voor biobrandstofgewassen.
Het probleem is vooral de handhaving van de bestaande afspraken, vaak niet de afspraken zelf. En dat die afspraken niet worden gehandhaafd komt weer door slecht bestuur en corruptie.
De EU kan zich beter op handhaving van de al bestaande afspraken gaan toeleggen. Als die er niet komt, wordt ook een verbod op voedselgewassen een wassen neus.

Tenslotte: de brief gaat er teveel van uit dat er alleen maar worst case scenario’s zijn. Het is een litanie van alleen maar dreigingen, terwijl de werkelijkheid een mengsel van dreigingen en mogelijkheden is.
De PBL-studie bijvoorbeeld kiest voor grond, die nu, en naar men aanneemt in de toekomst, niet voor voedsel in gebruik is.

Ik ga hier niet even een doorwrochte analyse van al deze spanningsvelden opschrijven.

(Openingsfoto van Miscanthusgras, ook wel olifantsgras.
Door Miya.m – Miya.m’s photo taken in 熊本県産山村, Japan., CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=337594 )

 

 

Klimaatverandering beïnvloedt vulkanisme

 Toen na de IJstijd veel gletschers verdwenen, gingen de vulkanen, die van hun ijslast ontdaan werden, kort erna meer uitbarsten. Dat fenomeen is al langer bekend.

Het einde van de Ijstijd was een groot alles of niets-verschil.
Graeme Swindles van de Universiteit van Leeds wilde onderzoeken of een dergelijk effect ook bij kleinere verschillen (horend bij temperatuurveranderingen die representatiever zijn voor de huidige klimaatverandering) te zien is. Hij ging daartoe onderzoek doen aan een voor de hand liggend studieobject, te weten Ijsland.

Het sterft op Ijsland van de vulkanen omdat het eiland zowel op de Mid-Atlantische rug ligt als op een mantelpluim. Daardoor is het een hoogst merkwaardig land – in vroeger tijden vergaderde het parlement er in de open lucht in de Mid-atlantische rug.

De geschiedenis van het Ijslands vulkanisme is af te lezen aan fossiele lavastromen en aan aslaagjes, die op Ijsland en in de omringende landen afgezet zijn in oude moerassen en meren.
Er waren na de Ijstijd nog steeds natuurlijke schommelingen in het klimaat. Daardoor werden de gletschers groter of kleiner (ze zijn zelfs afwezig geweest).

Swindles heeft geprobeerd de twee fenomenen tegen elkaar af te zetten. Dat resulteerde in een dergelijk plaatje:

Klimaat- en vulkaantijdschaal Ijsland

Swindles ziet hier een bewijs voor zijn stelling in dat een dikkere ijslaag de bodem dichtdrukt en daardoor het vulkanisme remt (en omgekeerd). Hij leest in deze figuur dat er in de periode tot ca 6100 jaar geleden (Ijsland was toen onbewoond) een natuurlijke koudeperiode optrad, dat daardoor de gletschers groeiden, dat daardoor de druk op de ondergrond toenam, en dat daardoor met een vertraging van zo’n 600 jaar de vulkanen op een laag pitje gingen.
Toen het daarna weer warmer werd, gebeurde het omgekeerde.
Om het te snappen, kun je in het plaatje het beste curve H pakken als maat van de groei van de gletschers (laag = veel gletschers = oorzaak) en histogram A als gevolg (dat gaat over aslaagjes).
Ik vind overigens zelf de statistiek niet heel erg sterk, maar bij het onderliggende mechanisme kan men zich iets voorstellen.

De moraal, zei Swindles desgevraagd tegen de Scientific American, is dat er nogal wat gebieden zijn waar vulkanen en gletschers samen bestaan, zoals de US Pacific Northwest, het zuiden van Zuid-Amerika en Antarctica. Luchtvaartmaatschappijen kunnen er last van hebben (de Ijsladse Eyjafjallajökull!), maar het is ook een volksgezondheidsprobleem. Vulkanische as kan veel schade aanrichten en zelfs dodelijk zijn.

Als er op Ijsland een vulkaan afgaat die onder het ijs zit (kan), komt er een afzichtelijke stortvloed naar beneden waar je gewoon ver uit de buurt moet blijven. Dat heet een Jökulhlaup . Die spoelt alles weg wat op zijn pad komt, ook de ringweg rond de Ijslandse kust.
Wat overblijft is een sandur.

Vulkanen kunnen ook gedurende kortere of langere tijd het weer of zelfs het klimaat veranderen. Je krijgt dan een soort terugkoppeling op de oorzaak, waarop het artikel niet in gaat.

Zie www.scientificamerican.com/article/get-ready-for-more-volcanic-eruptions-as-the-planet-warms/

En www.leeds.ac.uk/news/article/4141/climate_change_could_increase_volcano_eruptions .

Het artikel in Geology (waaraan de tijdschaal ontleend is) kan geadresseerd worden vanuit het Leeds-artikel.

OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein

OCI Nitrogen is een groot chemisch bedrijf dat voortkomt uit twee activiteiten van de DSM (nl DSM Agro en DSM Melamine). De twee bedrijven zijn in 2010 opgekocht door de Egyptische multinational OCI, welke ze samengevoegd heeft tot één onderneming met de huidige naam. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/OCI_Nitrogen ).
De fusie-onderneming zit nog steeds op wat toen het DSM-terrein (bij Geleen) heette en nu Chemelot. OCI houdt zich nog steeds vooral bezig met de productie van stikstofhoudende kunstmest en melamine.

Op dit terrein wil OCI Nitrogen, samen met Re-N Technology uit Hilvarenbeek, een mestvergister bouwen die jaarlijks 700.000 ton mest kan bewerken (dat is ongeveer 3,5% van alle mest in Zuid-Nederland). De naam wordt Zitta Biogas Chemelot. De provincie Limburg heeft de omgevingsvergunning al verleend.
Zie https://chemelot.nl/nieuws/oci-nitrogen-en-re-n-technology-ontwikkelen-biogasinstallatie-op-chemelot en www.ocinitrogen.com/NL/newscenter/Pages/Biogasinstallatie-maakt-productie-op-Chemelot-duurzamer.aspx .

Het realiseren van het plan hangt er van af of het SDE+ subsidie krijgt. Ik heb daarover nog niets vernomen. Zo ja, dan hoopt men in 2020 in bedrijf te zijn.

Er bestaan trouwens ook plannen (het is me niet duidelijk hoe ver die zijn) om een Zitta Biogas Tilburg (op de Spinder) op te richten.

Het schema van de beoogde vestiging op Chemelot:

Het schema van de mestbewerker Zitta Biogas

Het is uit de beschrijving niet duidelijk of het om een mono- of covergister gaat.
In de beschrijving van OCI Nitrogen bestaat de 700 miljoen binnenkomende biomassa slechts uit mest. Er is geen sprake van andere biomassa. De som van alle optelbare output-kilo’s zit een flink eind onder de input-kilo’s en ook dat doet vermoeden dat er geen aanvullend organisch materiaal binnenkomt. Ik zou dus denken dat het om een monovergister gaat, ware het niet dat er in de tekening co-vergister staat. Meer duidelijkheid is gewenst.
Ik hou het er toch maar op dat het om een monovergister gaat.

Het is een plan dat bij mij enerzijds bewondering oproept, en anderzijds vragen.

De plus
Enerzijds ben ik er principieel voor dat alle mest vergist wordt, alvorens er wat dan ook mee gebeurt, en dat daarna de kringlopen (met name die van fosfaat) zoveel mogelijk gesloten worden. Dat gebeurt hier. Verder ben ik er ook voor dat reststromen (zoals in dit geval de afvalwarmte van de kunstmest- en melamineproductie) hergebruikt worden en dat gebeurt hier ook.
Dat hergebruik is mogelijk omdat de vergister op een groot industrieterrein staat, dat gespecialiseerd is op grootschalige en soms gevaarlijke chemische processen. Omdat Chemelot een privaat terrein is, heersen er op Chemelot veiligheidsvoorschriften die verder gaan dan die welke publiek afgesproken zijn. Zo beschouwd is er moeilijk een beter terrein te bedenken dan dit terrein.

Chemelot. Door Michiel1972 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9896960

Het jaarlijkse resultaat bestaat uit

  • 43 miljoen m3 biogas (bij een 50-50 methaan-CO2 verhouding en bij 50°C) goed voor 50 miljoen kg en voor 0,58PJ . De monovergister zou dan all-in ongeveer 0,8GJ/ton halen. Zou kunnen.
    Voor 0,58PJ stroom uit zonnepanelen heb je een park nodig van ongeveer (bruto) 1,5km2 (150 hectare).
  • 75 miljoen kg droge mestkorrels, die het overgrote deel van het fosfaat bevatten dat eerst in de mest zat
  • Iets meer dan 30 miljoen kg, wat men noemt, “vloeibare kunstmest”
  • 300 miljoen kg schoon water als vloeistof
  • En (om de balans sluitend te maken) ongeveer 240 miljoen kg water in de dampvorm. Er wordt in de plannen niet vermeld wat daarmee gebeurt.
  • En (niet in gewicht uit te drukken) een ontsmetting en een gereduceerde stank van het product. Ik ga er van uit dat een professionele inrichting als deze, op een dergelijke locatie, zijn atmosferische emissies onder controle krijgt.

Dit alles aan de positieve kant van de balans.

De min
Er zijn twee categorieën onopgeloste hoofdproblemen.

De ene categorie betreft naar welke keten je kijkt.
De korte keten (die van de varkenskont tot mestkorrel, methaan en vloeibare kunstmest) is netto energetisch rendabel en hergebruikt materiaal, en kan bij een goede vormgeving binnen zijn beperkingen duurzaam zijn.
De lange keten begint momenteel in het tropisch regenwoud en loopt via allerlei emissies,  bodemuitputting en andere onwenselijke fenomenen tot een volledig uit de hand gelopen veeteelt. De lange keten is zeker niet duurzaam.
Het probleem is echter dat op de lokale en regionale schaal slechts zeer beperkt wat tegen de onhanteerbare omvang van de veeteelt te doen valt, en dat de landelijke politiek niet wil.
Er is op zichzelf niets op tegen, en veel op voor, om alle mest te bewerken op een wijze als hier geschetst, maar dan op basis van een veel kleinere veestapel. Alleen, die is er niet en vooralsnog komt die er niet.

Kalkammonsalpeter van OCI Nitrogen

Zolang de veeteelt wel te groot voor Nederland  is, betreft de tweede categorie de mate waarin de fosfaat en het nitraat uit het Nederlandse systeem kunnen worden gebracht. Pas als dat lukt, wordt mestbewerken mestverwerken.
Vergisten op zichzelf brengt geen mest uit het systeem. Alleen de vervolgbewerkingen kunnen in principe uit het systeem treden.
Omdat Nederland vol zit, betekent “buiten het systeem brengen” in praktijk “exporteren”. De beschrijving van Zitta Biogas (voor zover deze op Internet te vinden is) doet er geen uitspraak over in hoeverre dat zal lukken. Vooralsnog wordt dat slechts zonder nadere argumentatie verondersteld.
De mestkorrels moeten in de toekomst concurreren met de ruwe mest, die nu met verhitten als enige bewerking geëxporteerd mag worden. Het moet blijken of de betere kwaliteit van de mestkorrels ten opzichte van ruwe mest opweegt tegen een prijs, die waarschijnlijk ook hoger is. Mogelijk lukt dat.
Van de dunne fractie is onduidelijk of er iets zinvols mee gedaan kan worden. De omschrijving “vloeibare kunstmest” klinkt sjiek, maar in de praktijk zitten, bij experimenten tot nu toe, de nutrienten er zeer sterk verdund in en in de verkeerde verhouding stikstof staat tot kalium (teveel kalium kan leiden tot dierziektes). Bovendien zitten er, zonder nadere bewerking, hormonen, medicijnresten, zware metalen en zo in. Uit het installatieschema blijkt niet dat er op dit concentraat een verdere nabewerking wordt toegepast.
Wageningen verwacht tot nu toe weinig heil van dit “concentraat” en deskundigen noemen het in De Boerderij “wensdenken” (www.wur.nl/nl/nieuws/Invloed-van-kunstmeststatus-op-afzet-mineralenconcentraat-gering.htm ).
Mogelijk kan een professioneel chemisch bedrijf dingen die anderen niet kunnen, maar vooralsnog blijkt dat uit niets.
Vooralsnog eindigt er heel erg veel stikstof, al dan niet legaal, in het grond- en oppervlaktewater.

De plus plus de min
De koninklijke weg zou zijn om een breed akkoord te sluiten waarin de verschillende energetische, klimatologische en agrarische problemen aan elkaar gekoppeld worden en de veeteelt niet langer te groot is voor Nederland.
Maar dit paradijs bestaat niet, er bestaan alleen dilemma’s (sommige reëel, andere vals).

Mijn idee zou zijn om, zolang de situatie zo is als die is, van alle mestbewerking te eisen dat die begint met een vergistingsstap, dat er ergens daarna voldoende verhitting plaats vindt, dat het hele proces professioneel volgens high tech-criteria verloopt, en dat de vergunning langlopende afzetcontracten voor fosfaat en nitraat als voorwaarde eist.
In technische zin kan men zich nauwelijks een betere omgeving voor een dergelijke grootschalige inrichting voorstellen als deze beoogde inrichting op Chemelot.
Als ze nou ook nog tussen nu en 2020 eens afzetcontracten op tafel konden leggen?

Twee onderzoeken naar luchtkwaliteit en gezondheid, en een brief van de longartsen

Het komt zo uit dat er in december 2017 twee onderzoeken gepubliceerd zijn, die allebei een negatief verband aantonen tussen luchtvervuiling en gezondheid.
Overigens zijn dit niet de eerste onderzoeken aan dit verband en het zullen ook niet de laatste zijn. Te hopen valt dat er behalve dat er steeds weer onderzoek plaatsvindt, er ook maatregelen tot verdere aanscherping van het beleid genomen worden. Meten is weten, maar handelen is nog weer iets anders.

Onderzoeken heb je in alle soorten en maten. Deze twee onderzoeken werken in zekere zin complementair.

Dosis-effectrelaties tussen PM2.5-concentraties en het relatieve risico (RR). Deze komen uit een eerdere Lancetpublicatie dd april 2017 . Eindhoven zit op 12 tot 14µgr/cm3 .

Het Harvard-onderzoek
Het Harvard-onderzoek is gepubliceerd in het prestigieuze JAMA (Journal of the American Medical Association), maar zit achter de betaalmuur.
De officiele “abstract” is te vinden op www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29279932 , maar die is voor gewone mensen moeilijk te lezen.
Een beschrijving in meer alledaagse termen is te vinden op de website van de Harvard T.H. Chan School of Public Health op www.hsph.harvard.edu/news/press-releases/air-pollution-premature-death-u-s-seniors/ .

Het onderzoek baseert zich op de gegevens van Medicare, het Amerikaanse zorgprogramma  voor mensen van 65 jaar en ouder. Daarom zijn er veel medische data bekend. De hele Medicare-doelgroep is meegenomen, verspreid over 39182 postcode-gebieden (dat is 93% van alle postcodegebieden in de VS en exclusief Hawai).

Francesca Dominici, een van de auteurs van de Harvardstudie

Het kijkt mee met de doelgroep over de periode 01 januari 2000 t/m 31 december 2012. Van die doelgroep gingen er in de studieperiode ruim 22,4 miljoen mensen dood. Van die mensen zijn alleen enkele demografische gegevens geregistreerd en op welke dag ze doodgingen, niet waaraan. Het is dus de sterfte aan alle oorzaken samen.
De onderzoekers hebben op een 1*1km-grid gereconstrueerd wat van dag tot dag op allerlei plaatsen de blootstelling aan PM2.5 en ozon was. (PM2.5 is fijn stof met een diameter < 2,5µm).

Omdat zowel van de vervuiling als van de sterfte de datum bekend was, en omdat het zo’n vreselijk groot onderzoek was, kan (bij  mijn weten voor het eerst) statistisch significant vastgesteld worden in hoeverre luchtvervuiling onmiddellijk dodelijk is – onmiddellijk in de zin van de overlijdensdatum en de dag ervoor.

(De medische effecten van langdurige blootstelling aan luchtvervuiling zijn al langer met grote precisie bekend, ook in Europa, zie op deze site bijvoorbeeld Reusachtig Nederlands onderzoek naar luchtvervuiling en sterfte (maar na enig grasduinen vindt u er wel meer). Dezelfde Harvardschool als hierboven heeft in juni 2017 ook een dergelijk lange termijn-onderzoek gepubliceerd).

De effecten van het korte termijn-onderzoek kunnen als volgt samengevat worden:

  • De dosis-effectrelatie is lineair en begint gewoon in het punt (0,0). Er bestaat geen veilige dosis.
  • In de Medicare-doelgroep gaan, over het hele jaar gemiddeld, nu per dag en per miljoen 137,33 mensen dood. Als de PM2.5-concentratie 10µgr/m3 meer zou worden, gingen er per dag 1,05% meer mensen dood, oftewel 1,42 in absolute getallen. Er zouden dan dus 138,75 Medicare-mensen per miljoen per dag doodgaan.
  • In de Medicare-doelgroep gaan, gemiddeld over de maanden april t/m september, nu per dag en per miljoen 129,44 mensen dood. Als de ozon-concentratie 10 ppb meer zou worden, gingen er per dag 0,51% meer mensen dood, oftewel 0,66 in absolute getallen. Er zouden dan dus 130,10 Medicare-mensen per miljoen per dag doodgaan.
  • De nauwkeurigheid in deze cijfers is vanwege de enorme omvang van de studie zo groot, dat deze cijfers statistisch significant zijn.
  • Voor PM2.5 is vastgesteld dat bij wie arm was (gekwantificeerd als in aanmerking komend voor Medicaid), de extra sterfte ongeveer drie keer zo hoog was als genoemde 1,05%.
    Bij vrouwen en niet-blanken was de extra sterfte 25% meer was dan genoemde 1,05% (dus ongeveer 1,3%).

De EPA en de NAAQS
De EPA (Environmental Protection Agency) moet elke  vijf jaar de National Ambient Air Quality Standards (NAAQS) beoordelen (althans, dat moest tot aan Trump, ik weet niet of dat nu nog zo is).

De EPA-norm voor PM2.5 bedraagt nu jaargemiddeld 12 µgr/m3 , en etmaalgemiddeld 35 µgr/m3 .
De EPA-norm voor ozon bestaat jaargemiddeld niet, en is 8 uur-gemiddeld 70ppb = 150 µgr/m3 .

De Nederlandse (= de Europese) norm voor PM2.5 is dat die overal onder de 25 µgr/m3 moet zitten, en in stedelijk gebied liefst onder de 20 µgr/m3 .
De Nederlandse (= de Europese) norm voor ozon is vrijblijvend 120 µgr/m3 , maar men informeert het publiek pas bij 180 µgr/m3 .

De WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) adviseert voor PM2.5 een maximum van 10 µgr/m3 .

De EPA is dus strenger dan Europa en iets soepeler dan de WHO. Benieuwd wat de EPA nu gaat doen.

Het onderzoek van Sinharay
Sinharay is een Britse longspecialist.

Hij zette met een stel collega’s een totaal ander onderzoek op, dat in eigen recht ook interessant is. Het is veel kleinschaliger, maar specifieker.
Het artikel is open access op The Lancet gezet (ook een zeer gerenommeerd tijdschrijft) en is te vinden op www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(17)32643-0/fulltext .
Het onderzoek vond plaats van oktober 2012 t/m juni 2014.

Hij selecteerde 40 gezonde vrijwilligers, 40 mensen met COPD en 39 met een ischaemische hartziekte (= vernauwde kransslagaders). De patienten stonden niet op omvallen.
Alle deelnemers moesten 65 jaar of ouder zijn, minstens een jaar niet gerookt hebben en normaal hun medicijnen slikken.

Ze trokken lotjes en moesten, afhankelijk daarvan, twee uur in Oxford Street of in Hyde Park gaan wandelen. Het ene is druk en vier en het andere relatief schoon. Tijdens de wandeling werden de concentraties bepaald.

Alle deelnemers in Hyde Park knapten ervan op. Dat effect hield soms wel een etmaal aan.

De ongelukkige COPD-ers die door het tot een wandeling over Oxford Street veroordeeld waren, knapten er eerder door af. Ze gingen ten opzichte van hun gelukkige collega’s in Hyde Park twee keer meer kuchen, drie keer meer spugen, gingen vier keer zoveel piepen en kregen bijna twee keer zoveel ademnood. De voordelen van het lopen werden ongeveer weggewerkt door de nadelen van de vuile lucht.
Voor hartpatienten gold ongeveer dezelfde logica, met dien verstande dat ze tegen bepaalde negatieve aspecten beschermd werden door hun medicatie.
Ook bij hun gezonde leeftijdgenoten werkte de vuile lucht gedurende de verblijftijd op Oxford Street ongeveer de nuttige effecten van lichaamsbeweging tegen, maar daar bleef het bij.

(FEV = Forced Expiratory Volume in 1ste second, FVC = Forced Vital Capacity)

Sanhiray beveelt iedereen aan zo drukke winkelstraten met veel luchtvervuiling te mijden bij het lopen.

De verslechteringen blijken het beste te corresponderen met roet en ultrafijn stof, en minder met PM2.5 . Dat is in lijn met eerder onderzoek dat de geleerden gedaan hebben aan asthmapatienten.
Op de gekozen locatie zijn roet en ultrafijn stof vooral gelinkt aan dieselauto’s.

Als je voor de lichaamsbeweging een stukje wilt lopen, zoek dan schone lucht uit.
Let wel, zoals velen zeggen, dat een gebrek aan lichaamsbeweging een nog groter medisch probleem als de vuile lucht. Laat je dus niet verleiden tot thuis blijven zitten.

De relevantie voor Brabant cq Eindhoven
Iedereen kan op de Atlas voor de Leefomgeving voor zijn eigen woonplaats opzoeken hoe hoog de PM2.5 – concentraties zijn ( www.atlasleefomgeving.nl/ ). Dat zijn berekende gegevens en ik weet niet wat er precies in meegenomen wordt.

PM2.5 kaart Eindhoven 2015 (Atlas Leefomgeving)

Ik neem nu even mijn woonplaats Eindhoven.  Het gros van Eindhoven zat over 2015 voor PM2.5 op 12 tot 14 µgr/m3 , zeg 13.
Als de 10 µgr/m3 van het WHO-advies voor PM2.5 in Eindhoven de norm zou worden, zou dat dus 3 µgr/m3 schelen.
Als (volgens Harvard) 10µgr/m3 meer leidt tot 5% meer sterfte onder senioren, leidt 3µgr/m3 minder tot 1,5% minder sterfte.
Eindhoven heeft 225000 inwoners, waarvan 1/6de deel boven de 65, dus 37500 .
Neem je de Amerikaanse dagelijkse sterftecijfers over (127 per miljoen per dag) over en voer je dan in evenredigheid voor Eindhoven de berekening uit, dan kom je jaarlijks op een kleine 30 Eindhovense senioren uit, die bij de huidige concentratie PM2.5 van de ene dag op de andere overlijden, en die niet overleden zouden zijn (althans niet op deze wijze) als het WHO-advies leidend zou zijn geweest.
Let wel: dit is een natte vinger-schatting!

Nog iets over roet en ultrafijn stof.
Sanhiray noemt specifiek ultrafijn stof en roet als grootste bedreigingen in drukke winkelstraten. Als je gaat lopen of fietsen, kun je daar maar beter niet te lang rondhangen.
Een ultrafijn stof  kaart van Eindhoven bestaat niet, maar het RIVM heeft wel een roetkaart.

Roetkaart van Eindhoven 2015 (Atlas Leefomgeving)

Het gebied binnen de Ring is meestal flink belast met roet, meestal iets boven de 1 µgr/m3 . Dat haalt het overigens niet bij Oxford Street.
De Eindhovense detailhandel zou er goed aan doen om het advies van Sinhiray tot zich door te laten dringen en niet steeds te mekkeren als men de rol van de auto in de stad wil terugdringen. Voor je het weet ontstaat de reputatie dat het centrum van Eindhoven niet geschikt om te winkelen is voor hart- en longpatienten. Lijkt mij commercieel niet fijn.
Bekend is dat het aanscherpen van de milieuzone met oude bestelauto’s met name voor de hoeveelheid roet een zichtbaar effect zou hebben. Dat is voorgesteld, maar door de gemeente afgewezen. Het idee zou opnieuw overwogen moeten worden.

Verder blijkt uit de begeleidende tekst, dat deze roetkaart alleen gebaseerd is op het wegverkeer. De kaart is dus exclusief roet, dat van het vliegverkeer komt. En is dus een onderschatting (van onbekende omvang) van de situatie.
Ook dat zou de Eindhovense politiek mee moeten nemen bij de beraadslagingen over de toekomst van het vliegveld.

Longartsen en Longfonds sturen brandbrief naar Tweede Kamer
169 longartsen, gesteund door het Longfonds, hebben een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd om iets te doen aan de luchtvervuiling. Daarover ging op 14 december een debat. Dit is een van de brieven. Ik zal hier te zijner tij een keer over schrijven.