Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen (zie de tekst onder de foto).

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op die de inhoud van het artikel kunnen ondergraven. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

En wees sowieso sceptisch als iemand iets beweert, zelfs als ik dat ben.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

Als u mij een vraag wilt stellen die geen betrekking heeft op een concreet artikel (bijvoorbeeld om iets uit te zoeken waar ik nog niet over geschreven heb), wilt u dat dan doen als commentaar bij deze passage?

Milieudefensie wint klimaatzaak tegen Shell

Milieudefensie heeft op 26 mei 2021 de klimaatzaak tegen de Shell gewonnen. Hieronder de eerste reactie van Milieudefensie.

Jaaaa! Milieudefensie wint revolutionaire rechtszaak – Shell moet vergroenen

We snakken met zijn allen naar goed nieuws over het klimaat. Naar een doorbraak. Zodat we weten dat het goed komt met de toekomst van onze kinderen. En vandaag is die doorbraak er!

Vandaag schrijven we geschiedenis. Samen met 17.000 mede-eisers. De rechter veroordeelt Shell. De grootste vervuiler van Nederland moet meer doen om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het is voor het eerst dat een bedrijf zijn beleid in lijn moet brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. Dat is een mega-doorbraak die wereldwijd gevolgen gaat hebben.

Wat concludeerde de rechter?

De rechter heeft ons op heel veel punten gelijk gegeven! In het kort: de rechter beveelt Shell in 2030 zijn CO2-uitstoot met netto 45%  terug te hebben gebracht (ten opzichte van 2019). Ook moet Shell zich verplicht inspannen om de CO2-uitstoot van de toeleveranciers en afnemers te verminderen met 45% netto (2030). En dat moet Shell doen via het bedrijfsbeleid. Daarvoor moet Shell nieuw beleid schrijven. 

Triomfantelijk uit de rechtszaal na het klimaatproces tegen de Shell_26mei2021

Ook stelde de rechter vast dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor het beschermen van mensenrechten in de hele keten, door de CO2-uitstoot te beperken, inclusief die van zakelijke relaties en afnemers. 

Deze uitspraak gaat de wereld veranderen

Er worden over de hele wereld klimaatzaken gevoerd. Maar deze is uniek, want het ging niet over geld. Het ging erom de plannen van Shell te veranderen, om gevaarlijke opwarming van de aarde te voorkomen. 

Roger Cox, de advocaat van Milieudefensie: “Deze uitspraak gaat de wereld veranderen. Wereldwijd staan mensen in de startblokken om oliemaatschappijen in hun eigen land aan te klagen naar ons voorbeeld. En dat niet alleen. Oliemaatschappijen zullen veel terughoudender worden met investeringen in fossiele, vervuilende brandstoffen. Het klimaat heeft vandaag gewonnen.

Tranen van geluk

Wij verlieten niet alleen juichend de rechtbank, er waren ook tranen van geluk. Donald Pols, directeur van Milieudefensie: ““Dit is echt geweldig nieuws en een gigantische overwinning voor de aarde onze kinderen en voor ons allemaal. De rechter laat er geen twijfel over bestaan: Shell veroorzaakt gevaarlijke klimaatverandering en moet daar nu snel mee stoppen.”

Actie om steun voor het Shell-proces te werven in Eindhoven (2018)


(Dit artikel is vervolg op eerdere artikelen. Wat onder de tussenkopjes “Dagvaarding Shell” en De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shellstaat is de oude inhoud. Deze is nog steeds correct.


Dagvaarding Shell

Inmiddels heeft de Shell de hieronder gevraagde medeverantwoordelijkheid afgewezen. Reden voor Milieudefensie om de Shell te dagvaarden.
Eind november heeft Shell 272 volgepende kantjes ingeleverd als reactie op de dagvaarding. Ze wijzen de verantwoordelijkheid af.

This image has an empty alt attribute; its file name is Dagvaarding-Shell_05april2019-rr.jpg
Dagvaarding Shell 05 april 2019

Dat gebeurde demonstratief op vrijdag 05 april 2019 in Den Haag. Ik kon helaas zelf niet mee, maar enkele andere leden van onze Eindhovense Milieudefensiegroep zijn wel mee geweest

Het proces wordt ondersteund door 17.379 mede-eisers. Ik ben er daar één van.

Op de site van Milieudefensie staat de meest recente informatie over de zaak.
Zie https://milieudefensie.nl/actueel/milieudefensie-biedt-namens-17-200-mensen-en-6-organisaties-dagvaarding-aan-bij-shell .

Zie https://milieudefensie.nl/actueel/de-reactie-van-shell-op-onze-dagvaarding?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=reactie-shell-dagvaarding&utm_campaign=klimaatzaakshell-update-medeeisers

De brief van Milieudefensie en de zaak tegen de Shell

Milieudefensie landelijk heeft de Shell een brief gestuurd, waarin de Shell medeverantwoordelijk gesteld wordt voor het veroorzaken van een gevaarlijke klimaatverandering. De brief is gedateerd op 04 april 2018 en geeft Shell acht weken de tijd om aan de eisen te voldoen.

  • Die eisen zijn: Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
  • Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
  • Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

Een samenvatting van de brief is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaakshell/nieuws/de-brief-van-milieudefensie-aan-shell .
Daar is ook een link te vinden naar de volledige tekst van de brief.

De reactie van de Shell op de dagvaarding is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/de-reactie-van-shell-op-onze-dagvaarding?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=reactie-shell-dagvaarding&utm_campaign=klimaatzaakshell-update-medeeisers .

Als het tot een rechtszaak komt (wat aannemelijk is), zal Roger Cox hem voeren. Dat is dezelfde advocaat die het succesvolle klimaatproces van Urgenda gevoerd heeft. Cox heeft daar het “Kelderluik-arrest” ingezet, inhoudend dat het veroorzaken van ernstig gevaar voor mensen in zichzelf al verwijtbaar is, zelfs al is de handeling die daaraan ten grondslag ligt op zichzelf niet strafbaar (in het Kelderlijkarrest het open laten staan van een luik in de grond naar een kelder zonder daar beschermende maatregelen omheen te bouwen, waardoor een ernstig ongeval veroorzaakt werd).

Shell kan aansprakelijk gesteld worden, omdat het hoofdkantoor van Shell in Nederland staat en daar  het beleid bepaald wordt.

De mogelijkheden om deze zaak aan te spannen zijn sterk vergroot door goed journalistiek werk van de online krant De Correspondent. Medewerkers van die krant hebben met veel werknemers van de Shell gepraat en daarbij allerlei vergeten of zelfs geheim materiaal boven tafel gekregen.
Een verhelderend artikel uit De Correspondent is te vinden op https://decorrespondent.nl/8113/shell-krijgt-de-keuze-stop-met-olie-en-gas-of-verantwoord-je-voor-de-rechter/890985780531-ec680f38?pk_campaign=sharer&pk_kwd=link . Daarin links naar verder materiaal.



Update dd 30 nov 2020

De start van het proces is naar voren gehaald.
Op 01 december staan Milieudefensie en de Shell tegenover elkaar. Verder nog op 3, 15 en 17 december.
Men kan meekijken en napraten. Praktische informatie daraover op https://milieudefensie.nl/actueel/livestream-klimaatzaak-milieudefensie-tegen-shell?utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=livestream&utm_campaign=klimaatzaakshell .

Een crowdfundingactie ter bestrijding van de onkosten heeft op 30 nov 2020 €315.126 opgehaald, gedoneerd door bijna 10.000 personen.

Zie ook https://milieudefensie.nl/actie/klimaatzaakshell


Gesprek met Woonbedrijf over verbetering en verduurzaming huurwoningen Geestenberg

Woningen in de Geestenberg

Ik begeleid vanuit de SP een groep huurders van de Eindhovense woningbouwcorporatie Woonbedrijf, de Werkgroep Verduurzaming Huurwoningen Geestenberg, om verdere verbetering en verduurzaming van hun huurwoningen te bereiken. Deze woningen hebben in 2013 en 2014 groot onderhoud gehad en dat heeft tot duidelijke verbeteringen geleid, maar er blijft nog het nodige te wensen over. Zowel aan de technische uitvoering van het destijds tot stand gebrachte, als in de verduurzaming waarover nu heel anders gedacht wordt dan in die tijd.

De Geestenberg is een typische ‘bloemkoolwijk’ uit begin jaren ’70 .

Er is rond de jaarwisseling 2019-2020 een buurtenquête geweest met een goede respons. Daarna sloeg de pech toe in de vorm van èn een grote reorganisatie binnen Woonbedrijf èn Corona.

We hebben er voor gekozen om de resultaten van de enquête tot een verslag te systematiseren. Bij de uitwerking van de enquête bleek dat er in de categorie ‘overige opmerkingen’ een aantal opmerkingen waren over de badkamer en het ventilatiesysteem. De bevriende architect, die ons helpt, heeft daaraan naderhand bij twee woningen nog aanvullend onderzoek gedaan.
De gesystematiseerde enquête en het aanvullende badkamer-ventilatieverslag zijn schriftelijk als eerste ronde aan Woonbedrijf aangeboden. Ze zijn op het eind van dit verhaal te downloaden.

Door de diverse perikelen duurde het een tijd voor we met een delegatie van de bewonerswerkgroep in gesprek kon met Woonbedrijf. Uiteindelijk heeft dat gesprek op 24 september 2020 plaatsgevonden.

Intussen had Woonbedrijf tegen gunstige condities zonnepanelen aangeboden. De meeste van de geënquetteerde bewoners hebben hiervoor gekozen. De opbrengst is overigens berekend alsof er geen salderingsregeling was, zodat het eventuele afschaffen daarvan de ingeschatte opbrengst niet aantast. Plaatsing van de panelen is afgeraden als deze door situatiegebonden oorzaken financieel niet rendabel waren (bomen, ligging).
Bewoners die alsnog zonnepanelen willen kunnen Woonbedrijf bellen of mailen naar zonnepanelen@woonbedrijf.com .

Het gesprek met Woonbedrijf liep goed. De corporatie gaat een onafhankelijk bedrijf vragen om bij een beperkt aantal woningen een steekproef te doen. Onze Werkgroep mag de adressen aanleveren.
Na het eindrapport volgt een nieuw gesprek met Woonbedrijf.

Inmiddels heeft het externe bureau Trition bij vijf bewoners het binnenmilieu technisch onderzocht (dat is bovenstaande steekproef). Het eindrapport is nog niet beschikbaar gesteld.
Omdat er voor de vijf onderzoeken negen gegadigden waren, heeft de bevriende architect aangeboden om hier aanvullend onderzoek te doen. Dat heeft geresulteerd in een aanvullende brief naar Woonbedrijf.

Voor de verslagen zie:

Detailopname aansluiting achterpui op fundering met koudebrug

Minneapolis

Ik beperk me op deze site over het algemeen tot zaken waar ik een beetje verstand van heb en waarvan ik hoop dat ze in praktijksituaties bruikbaar zijn. Dat betreft als regel energie, milieu en transport in ruime zin, en weinig daarbuiten.

Van het racisme in de Verenigde Staten heb ik niet meer kennis dan de gemiddelde goede krantenlezer kan hebben. Maar de moord op een ongewapende en machteloze zwarte man in Minneapolis is dermate schandalig, en het achterliggende structurele racisme dermate grof, dat ik er nu deze korte tekst aan wil wijden.
Het zijn vooral rechtsextremistische en neonazistische bendes die nu te keer gaan, Trump  staat er bij en kijkt er met genoegen naar.

Trump begint op Mussolini te lijken.

Ik kan mij verplaatsen in mensen die vinden dat ook de Nederlandse samenleving racistische trekken heeft.

Overigens zijn het dezelfde maatschappelijke krachten die de eindigheid van de planeet ontkennen en zich keren tegen alles wat het milieu en het klimaat ten goede komt. In die zin is er toch een verband.

Ik heb tijdens de Black Liver Matter-demonstratie in Eindhoven op 06 juni 2020 enkele foto’s gemaakt. Hieronder heb ik er twee afgedrukt.

Racisme-demo Stadhuisplein Eindhoven 06 juni 2020
Racisme-demo Stadhuisplein Eindhoven 06 juni 2020

Bachelor Milieukunde aan de Open Universiteit gehaald

Met een groep van vier mensen hebben we, ter afsluiting van onze studie Milieukunde aan de Open Universiteit, een literatuurscriptie geschreven over synthetische kerosine.
Naast mijzelf waren de auteurs Barbara Herbschleb, Remco Kistemaker en Remo Snijder.

Elk van deze vier mensen heeft eerst een literatuurscriptie geschreven over een deelonderwerp. Bij mij was dat biokerosine, iemand anders deed Power to Liquid-brandstof (ook wel Electrofuels), weer iemand anders deed Gas To Liquid en Coal To Liquid, en de vierde fossiele kerosine en alle overkoepelende zaken.
Daarna werden de vier deelstudies in elkaar geschoven tot een eindresultaat van de groep als geheel.
In de studie wordt alle kerosine ‘synthetisch’ genoemd die niet via raffinage uit ruwe olie afkomstig is.

Stroomschema t.b.v. productie van Gas To Liquid-brandstof . Met dit Fischer-Tropsch-procedé kan uit elk koolstofhoudend materiaal brandstof gemaakt worden. De eerste stap (linksboven) verschilt per grondstof, maar vanan het woord ‘syngas’ is het procedé voor alle soorten grondstof hetzelfde.
Het eindproduct is zwavelvrij en bevat geen aromatische verbindingen, waardoor het eindproduct met veel minder luchtvervuiling verbrandt.

Opdrachtgever voor de afstudeerscriptie was het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), in persoon van prof. Kopinga.

De studie bevestigde het vermoeden dat gangbare synthetische kerosine veel schoner verbrandt, dat biokerosine en Power To Liquid-kerosine goed voor het klimaat zijn, maar dat de synthetische kerosine nog slechts in kleine hoeveelheden aanwezig is.
Synthetische kerosine is een van de onderwerpen die in het kader van de Proefcasus Eindhoven Airport aan de orde komen.

Overzicht van alle routes die vanuit organisch materiaal eindigen als brandstof. De rood omcirkelde routes zijn inmiddels goedgekeurd door het Anerikaanse certificeringsinstituut.

Biokerosine is een gevarieerd onderwerp. Ruwweg valt het te verdelen in biokerosine met afgewerkte oliën en vetten als grondstof, en met houtachtig materiaal als uitgangspunt (bijv. populier, wilg, miscanthus, switchgrass).
Biokerosine bestaat geheel uit ‘tweede generatie’- materiaal , stoffen die niet concurreren met voedsel. Daar zit een goede controle op, o.a. via een onafhankelijk certificeringsbedrijf.
In biokerosine zit dus geen palmolie. In biodiesel (nog) wel, maar dat wordt uitgefaseerd. Biodiesel en biokerosine zijn familie van elkaar, maar niet identiek.

De meest gezaghebbende studie komt erop uit dat het Europese aanbod in 2030 6 tot 9% van de Europese vraag kan leveren bij ongehinderd groei. Daar valt wel wat op af te dingen, maar vast staat dat er te weinig biokerosine gemaakt kan worden om de bestaande vraag te bedienen, laat staan de groei.
Biokerosine kan een goed begin zijn om de bestaande vraag schoner en met minder klimaateffecten te bedienen, maar je haalt het er niet mee. De (nu nog in ontwikkeling zijnde) Power To Liquid-techniek (die geliëerd is aan de waterstofeconomie) kan een aanvulling worden, maar dat vreet stroom en de vraag is, hoe dat ingepast moet worden. Daar valt nu nog niet veel over te zeggen.

Doorsnee van een oude, Russische PC90-A straalmotor

In de scriptie wordt uitgelegd waarom gangbare synthetische kerosine schoner verbrandt.
Omdat de synthetische kerosine in het productieproces zwavelvrij gemaakt is, vormt de motor geen UltraFijn Stof (UFS) meer, voor zover dat op zwavel gebaseerd is.

De aanwezige benzeenringen fungeren bij het verlaten va de straalmotor als bouwsteen voor steeds complexere molekulen, die eerst nog PAK’s heten (Polycyclische aromatische Koolwaterstoffen), en daarna roet of Black Carbon.

Als de brandstof geen benzeenringen bevat, kunnen die ook niet als groeikern dienen voor steeds grotere moleculen die later roet worden. De motor loost dus veel minder roet.
En dat roet dient hoog in de lucht als kristallisatiekern voor ijs, dus bij synthetische brandstof ontstaan er minder strepen en minder cirrusbewolking in de lucht – die zelf ook weer een klimaatbedreiging zijn.

Synthetische kerosine mag momenteel tot 30% of 50% worden bijgemengd.

Het deelonderzoek over biokerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over conventionele kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over GTL- en CTL-kerosine kan hier worden gevonden.
Het deelonderzoek over Power To Liquid-kerosine kan hier worden gevonden.
De uiteindelijke scriptie kan hier worden gevonden.
Bij de scriptie hoort een Excel-bijlage met een samenvatting van de gelezen literatuur, geordend op de vooraf gestelde deelvragen. Deze is hier  te vinden.

Voor een artikel over de diploma-uitreiking en de puntenlijst zie Diploma-uitreiking OU-studie Milieukunde .

Weg met de overgang!

Willemieke Arts is voor de SP lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant en daarin woordvoerder Mobiliteit. In die hoedanigheid houdt ze zich onder andere bezig met gelijkvloerse spoorwegovergangen. Daar bestaan regelmatig zeer gevaarlijke situaties, zowel voor de inzittenden van de treinen als voor de verkeersdeelnemers op de weg. Ze vindt dat gelijkvloerse overwegen versneld moeten worden opgeheven.
Hierover heeft ze een gastopinie geschreven voor het Eindhovens Dagblad. Ik plaats deze ook hieronder.

Wie ervaringen met overwegen in Brabant kwijt wil, is zeer welkom op warts@brabant.nl .

Overweg Tongelresestraat-Hofstraat Eindhoven, een van de vijf Tongelrese gelijkvloerse overwegen


Weg met de overgang!

ProRail legde in het Eindhovens Dagblad van 19 sept uit dat de onderneming nu les gaat geven aan bejaarden over hoe veilig over te steken met een rollator of een scootmobiel op een spoorwegovergang. Dat blijkt nodig: alleen al op de spoorwegovergang in Tongelre, zo meldt het artikel, zijn in korte tijd vier scootmobielen in de prak gereden. De opzittenden konden gelukkig het vege lijf redden.
Ook elders zijn incidenten met stilvallende scootmobielen en tussen de rails vastgeklemde rollators niet zeldzaam.

Ook de schooljeugd mag zich in de educatieve attenties van ProRail verheugen, getuige een eerder artikel in het ED.

Nu is dit allemaal goed bedoeld, maar die voorlichting en de “oversteeklessen” voor ouderen blijven een lapmiddel. Niet de omgang met de situatie is het hoofdprobleem, maar de situatie zelf. Zeker als zo’n overgang  driekwart van de tijd dicht zit zoals straks bij Boxtel. Gelijkvloerse spoorwegovergangen zouden überhaupt niet meer mogen bestaan.    

Als men in dit land een auto(snel)weg aanlegt of renoveert, moet die kruisingsvrij. Dat zit gewoon in het bestek van de weg opgenomen.
Treinen rijden vaak harder dan auto’s en het spoor is eigenlijk een soort snelweg voor treinen. Waarom dan niet ook bij het spoor gelijkvloerse overgangen gewoon verbieden? En ze ombouwen tot fiets- en voetgangerstunnel bij landweggetjes en tot autotunnels bij grotere wegen?

Gemeenten hoeven niet mee te betalen aan klaverbladen en zo op hun grondgebied. Waarom moeten die, vaak armlastige, gemeenten dan wel behoorlijk meebetalen aan het ongelijkvloers maken van spoorwegovergangen? Mede daardoor blijft een dringend gewenste sanering van alle spoorwegovergangen vaak iets voor de onbekend lange termijn.

De noodzaak tot sanering rust in vrede op een lange wachtlijst in Den Haag. Slachtoffers van ongesaneerde spoorwegovergangen rusten in hun graf, zoals de machinist van de trein die bij Dalfsen op een hoogwerker knalde.

Het Rijk en ProRail moeten alle gelijkvloerse overgangen zo snel mogelijk de wereld uit helpen.

Willemieke Arts
Statenlid SP

Rechter: inzet bestrijdings-middelen zonder vergunning Wet natuurbescherming voortaan taboe

(Overgenomen persbericht van Milieudefensie)

Foto Milieudefensie

Amsterdam, 21 juni 2021 – Door een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland is de inzet van bestrijdingsmiddelen in de omgeving van Natura 2000 gebieden voortaan taboe zonder vergunning Wet natuurbescherming. Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de landbouw en alle teelten die een negatieve invloed kunnen hebben op een Natura 2000-gebied. Alleen voor lang bestaande teelten kan een uitzondering bestaan.

Telers moeten genoemde vergunning aanvragen voor drainage of het gebruiken van bestrijdingsmiddelen, zo heeft de rechter bepaald. Voorafgaand aan zulke bedrijfsactiviteiten moeten telers wetenschappelijk (laten) vaststellen dat de activiteit geen bijdrage levert aan de aantasting van het zogenoemde Natura 2000-gebied (beschermd natuurgebied). Zonder die zekerheid mag de overheid geen toestemming verlenen.

Belang van natuur
Elke vereniging of stichting die opkomt voor de belangen van de natuur kan de overheid nu dwingen om handhavend op te treden tegen telers die zonder vergunning bestrijdingsmiddelen gebruiken of verdroging veroorzaken bij beschermde natuurgebieden. De lokale afdeling van Milieudefensie in Westerveld had de provincie om handhaving gevraagd toen telers zonder vergunning Wet natuurbescherming een stuk land inrichtten voor lelieteelt. De provincie vond dat hiervoor geen vergunning nodig is en wees het verzoek af.

Rechter grijpt in
Lokale afdeling Milieudefensie Westerveld ging in beroep bij de rechtbank. Deze heeft nu bepaald dat er wel vergunningen noodzakelijk zijn. Aan deze uitspraak ligt dezelfde Europese wetgeving, de Habitatrichtlijn, ten grondslag als die bij de stikstofproblematiek. Overheden hebben jarenlang verzuimd de Europese natuurbeschermingsregels nauwgezet toe te passen, waardoor de kwaliteit van de natuur is verslechterd en de rechter zich nu genoodzaakt ziet om in te grijpen bij deze lelieteelt. De vereniging Meten=Weten en Natuurmonumenten hebben inmiddels in een rapport de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in natuurgebieden aangetoond.

Zie

https://milieudefensie.nl/actueel/rechter-inzet-bestrijdingsmiddelen-zonder-vergunning-wet-natuurbescherming-voortaan-taboe?fbclid=IwAR2dT8Mj6ChzwotomCLMUBoJ7IDx-lZ1KiV8VfYFUXD2AlN-jRn_842cEr8

ENECO: Energieneutraal in 2035?

Ontwikkelde landen moeten sneller naar klimaatneutrale energiesector
Er stond een bepaald tempo voor de overgang naar een klimaatneutrale energievoorziening, dus een energievoorziening die geen broeikasgassen uitstoot. Meestal bedoelt men daar CO2 mee, maar het gaat ook om gassen als methaan (CH4 ) en lachgas (N2O) en CFK’s. Een gebruikelijk einddoel voor een broeikasgasvrije energievoorziening was, en is nog steeds, 2050.

Nu staat steeds meer ter discussie of dat niet te langzaam is. Het IPCC (2018) stelt dat de wereld in het huidige opwarmingstempo al voor 2040 aan de 1,5°C temperatuurstijging zit. In het Parijsakkoord is afgesproken om te proberen daaronder te blijven (2,0°C is als verplichting afgesproken).

Op meer plaatsen wordt voorgesteld de bestaande plannen aan te scherpen (bijvoorbeeld de Europese Commissie). Ik  kies hier voor een verwijzing naar een recent document van het IEA (Internationaal Energie Agentschap, voorheen een tamelijk conservatieve organisatie) “Net Zero by 2050: A Roadmap fort the Global Energy Sector”. Dat is te vinden (inclusief een samenvattend persbericht) op https://www.iea.org/news/pathway-to-critical-and-formidable-goal-of-net-zero-emissions-by-2050-is-narrow-but-brings-huge-benefits .
Het IEA vindt dat de ontwikkelde landen hun elektriciteitssector al op ‘netto nul’ moeten krijgen.

ENECO en de ambitie van het One Planet Plan
Eneco was voorheen een publieke energiemaatschappij, die na veel politieke strijd verkocht is aan de Japanse bedrijven Mitsubishi en Chubu Electric Power. Het bedrijf heeft altijd al een behoorlijk duurzame praktijk gehad, hoewel niet de meest duurzame van Nederland.

Als concullega van het toenmalige Essent zit Eneco niet of nauwelijks in Noord-Brabant en Limburg, het focusgebied van deze site.

In het op 15 juni 2021 gepubliceerde One Planet Plan “Op weg naar klimaatneutraal in 2035” pakt Eneco de handschoen op. De onderneming wil dan over de gehele keten energieneutraal zijn. Zie https://nieuws.eneco.nl/eneco-en-zijn-klanten-klimaatneutraal-in-2035/?_ga=2.97120667.545782833.1624282561-921301522.1623980981&_gl=1*1apvyhi*_ga*OTIxMzAxNTIyLjE2MjM5ODA5ODE.*_ga_Q90FEZVK42*MTYyNDI4MjU2MC4yLjEuMTYyNDI4MjYwMy4xNw.. .

Even ter uitleg.
Met scope 1 – emissies wordt bedoeld emissie vanuit bronnen waarover Eneco zelf de baas is, zoals bijvoorbeeld de gasgestookte Merwedecentrale in Utrecht of een aantal gasgestookte warmtekrachtcentrales. Zeg maar de productiekant.
Met scope 2 – emissies worden indirecte emissies van ingekochte energieproducten bedoeld (in dit geval te verwaarlozen).
Scope 3 – emissies is wat er bii de afnemers vrijkomt (het grootste deel). Zeg maar de klantenkant. Die bestaat uit 5,9 miljoen contracten.

In 2019 loosde de gehele Enecogroep 16,4 Mton (Megaton, zijnde een miljard kg) CO2 (het plan spreekt niet over methaan en lachgas, en waarschijnlijk is dat inderdaad heel weinig).
In 2020 loosde de Enecogroep 13,9 Mton CO2 . Het verschil komt uiteraard deels door Corona.

Eneco loosde aan CO2 in 2020 in Nederland 1,7 Mton als scope 1 + 2 emissies, en 10 Mton aan scope 3-emissies. In Duitsland en België loosde de Enecogroep in dat jaar aan uitsluitend scope 3 – emissies 1,9 resp. 0,3 Mton.

Om dit te plaatsen: In 2019 loosde Nederland als geheel 180,7 Mton CO2,eq broeikasgassen (dat is CO2 en andere broeikasgassen samen), en in 2020 166,4 Mton CO2,eq . De  11,7 Mton, die Eneco in 2020 binnen de Nederlandse grenzen loosde), is dus goed voor ongeveer 6,5% van de Nederlandse emissies.

Wat commentaar op  dit ambitieschema:

  • De blauwe lijn, startend bij 16,4Mton CO2 en eindigend bij  4,4 in 2035, is het oude plan.
    De groene lijn, eindigend bij  0,0 in 2035, is het nieuwe plan.
  • Eneco is een beetje slordig met 2019 en 2020 (gebruikt ze door elkaar) en met berekeningen
  • De compensatie van 0,9Mton  is vooral omdat in België op dit moment geen goed klimaatbeleid te voeren valt

Hoe wil Eneco dat doen?
Samenvattend, aan de productiekant :
De CO2-uitstoot van onze eigen emissies reduceren we door de volgende geplande mijlpalen en acties:

  1. Realisatie van 100% CO2- vrije elektriciteitsproductie in 2035:
  2. Duurzame ombouw of uitfasering van alle grote gasgestookte centrales. Ombouw is denkbaar voor de Enecogen centrale op de Maasvlakte of de Lage Weide gascentrale in  Utrecht
  3. Verdubbeling van ons hernieuwbare productievermogen naar 3.200 MW in 2025 en voortzetting van deze groei in de jaren tot aan 2035.
  4. Investeringen in ruim 2.000 MW aan nieuwe warmtebronnen en warmteleverings-overeenkomsten met bronnen van derden tot 2035. Dat betreft baseload, piek-, back-up- en opslagcapaciteit, zoals geothermie, aquathermie, elektrodeboilers, grootschalige warmtepompen, warmtebuffers en benutting van restwarmte.
  5. Ontwikkeling van voldoende CO2-vrij flexibel vermogen om ook in geval van weinig zon en wind voldoende stroom te kunnen leveren. Dat doet nu vooral de Enecogen-centrale, die voor de helft van Eneco is. Die zo in 2035 energieneutraal moeten worden, waarbij gedacht wordt aan technieken als groen gas of waterstof, gebruik of opslag van vrijkomende CO2 , of elders hulpcapaciteit.

Samenvattend, aan de klantenkant:
Reductie van emissies bij klanten realiseren we door:

  1. Particuliere klanten krijgen al sinds 2011 100% groene stroom.
    Zakelijke klanten nu voor >50% en dat moet in 2030 100% zijn. Eneco exploiteert zonneparken (bijvoorbeeld op het dak van Bol.com in Waalwijk) en heeft enkele windparken op de Noordzee en koopt ook wat duurzame stroom in Nederland en het buitenland in.
    De zakelijke warmtevraag kan bijvoorbeeld bediend worden met industriële warmtepompen en e-boilers.
  2. Opschalen in stedelijk gebied van (hybride) warmtepompen en stadswarmte in de vorm van grootschalige warmtenetten of kleinschalige WKO-netten. Dat  moet woonlastenneutraal plaatsvinden.
    Omdat een CV-ketel gemiddeld 12 tot 15 jaar mee gaat, en Eneco in 2035 van het gas af wil zijn, stopt Eneco de verkoop van losse gasgestookte cv-ketels aan consumenten uiterlijk in 2025. Het alternatief kan all-electric zijn, een hybride warmtepomp of bijvoorbeeld een wisselketel. Ook kan het om levering van waterstof of groen gas gaan.
  3. Een laagdrempelig aanbod waarbij iedere woningeigenaar een duurzaam alternatief voor aardgasgestookte warmte krijgt dat economisch aantrekkelijk is. De klant moet op maat bediend worden.

Kritische succesfactoren die Eneco zelf nioemt:

  1. Maatschappelijke  acceptatie en bereidheid van klanten.
    Enerzijds is er steeds meer economische druk van grote beleggers en ratingbureau’s. Anderzijds ook de betaalbaarheid voor particuliere klanten – Eneco meent dat te kunnen beloven, ook bij stadsverwarmingsprocessen.
  2. Effectief klimaatbeleid.
    Eneco vindt de hieronder afgedrukte beleidsmaatregelen nodig.
  3. Economische en technische vooruitgang.
    Dit gaat vooral over technische en economische overwegingen rondom groen gas en waterstof. Dat moet na 2030 een alternatief worden voor aardgas.
    Groen gas is aantrekkelijk, omdat dat inwisselbaar is voor aardgas. Het Klimaatakkoord noemt 2 miljard m3 , goed voor ca 70PJ. Eneco denkt aan het opschalen van de kritische vergassingstechniek, die nu als pilot bestaat (Eneco veronderstelt wel vaker technieken als volwassen die nog pilot zijn). Voor groen gas denkt Eneco aan het opschalen van superkritische vergassing (een mooie techniek, zie www.bjmgerard.nl/?p=7771 )

Commentaar mijnerzijds:
Er volgen politieke vragen uit het voorgestelde schema van Eneco.

  1. Het is wrang dat het nutsbedrijf Eneco, tegen grote publieke weerstand in, verkocht is en dat de nieuwe Japanse eigenaren als een van hun eerste daden van de overheid allerlei prestaties verwachten, zoals subsidies, belastingen, wetgeving en dergelijke.
  2. De “kritische succesfactoren” zijn vèrstrekkend en Eneco gaat daar wel  erg luchtig mee om. Het gaat om meer dan alleen geld en biomassa, maar ook zaken als landschap en ruimte. Die problemen worden bij de overheid gedumpt. Eneco mocht ook wel eens wat meer gaan meedenken, o.a. over de import van groene stroom.
  3. En bijvoorbeeld waarom  van het windpark op zee Hollandse Kust Noord van 759MW de helft verkocht wordt aan Amazon, die niet eens Europese stroomvretende activiteiten heeft. Het voordeel gaat via GVO-certificaten, dus geheel virtueel. In 2040 kan Amazon trots zeggen dat ze energieneutraal zijn, en kan de rest van Nederland niet meer op de helft van dit windpark terecht. Een soort voorrangsverduurzaming.
  4. De hele energietransitie is vèrstrekkend en moet ondanks dat plaatsvinden (maar dan niet op de Amazonmanier). De ruimtediscussie ( Grote energie-, klimaat- en bouwopgaven in een beperkte ruimte (PBL) en de energiescenariodiscussie ( Vier scenario’s voor Het energiesysteem van de toekomst ) worden essentieel.

Klimaateffecten kunnen monumenten schaden

Sandra Fatoric

Teruel Cano, D. (TU Delft Water Resources), Fatorić, Sandra (TU Delft History & Complexity) en Manders, Martijn (Leiden University) hebben een eerste, nog heel algemene studie opgezet die systematisch in kaart brengt welke gevaren diverse klimaateffecten kunnen hebben op het Nederlandse monumentenbestand. Gedacht wordt aan 2050 .
Het persbericht van de TU Delft is te vinden op www.tudelft.nl/2020/bk/nederland-niet-voorbereid-op-bescherming-erfgoed-tegen-klimaatverandering .
Sandra Fatoric is de lead author en stond met een interview in de NRC van 12 april 2021 (zie www.nrc.nl/nieuws/2021/04/11/monumenten-gaan-lijden-onder-droogte-a4039318 ).

Fatoric (van oorsprong Sloveense, heeft ook in de VS gewerrkt) maakt zich zorgen over 63.389 Rijksmonumenten in Nederland. Het belangrijkste probleem is dat een nationaal beleid voor klimaataanpassing van cultureel erfgoed ontbreekt. Het Deltaprogramma noemt een aantal economisch belangrijke sectoren, maar daar hoort cultureel erfgoed dus niet bij. Terwijl dat erfgoed, behalve een ideële en sociale functie, ook economische voordelen heeft (bijvoorbeeld toerisme). Nederland is dus op dit moment niet in staat te zeggen wat men wil behouden en waarom, en wat men eventueel wil prijsgeven.

Fatoric analyseert het bestand aan de hand van de volgende gevaren:

  1. Overstroming vanuit de zee of de rivieren
    a)        omdat de dijken breken
    b)        de kans op lokale overstromingen
  2. Dat een stad onder water loopt door
    a)        extreme kortdurende regenval
    b)        dagen van intense regenval
    c)         bodemcompactie
  3. Droogte
    a)        vanwege aantasting van houten funderingen
    b)        door bodemdaling
  4. Warmte
    a)        Tropische dagen
    b)        de langste serie opeenvolgende dagen met een maximum T >= 25°C

Het voert te ver om alles te behandelen. Wat voorbeelden met relevantie voor Brabant.

Overstroming door het falen van primaire en regionale waterkeringen
Hieronder het aantal monumenten dat bedreigd wordt, per provincie, als de alleen primaire waterkeringen breken (kolom 1), als de alleen de regionale waterkeringen breken (kolom 2) en als de buitendijkse gebieden overstromen (kolom 3). Primaire waterkeringen liggen langs wateren die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat (de grote wateren in West-Brabant en de Maas), regionale waterkeringen zijn in beheer bij het waterschap (bijvoorbeeld langs de Dommel).
Je moet dit dus lezen als (voor Noord-Brabant): als de primaire waterkeringen breken, staan 2135 Brabantse monumenten met de voeten in het water (dat betreft 36% van alle Brabantse monumenten). Als alleen de regionale waterkeringen breken, staan 460 monumenten met de voeten in het water, en als alleen de buitendijkse gebieden onderlopen treft dat 387 monumenten.
Primaire waterkeringen hebben een faalkans van eens in de 1250 tot 10000 jaar. Regionale waterkeringen hebben een faalkans van eens in de 10 tot 1000 jaar.

Dit kan verder uitgesplitst worden per categorie. Onderstaande tabel doet dat voor het falen van de primaire waterkeringen (in Brabant dus bij elkaar 2135 monumenten):

De stad die onderloopt bij korte, hevige regenval
Fatoric ploegt zich op systematische wijze door de bedreigingen heen.
Hieronder als voorbeeld dat het aantal monumenten dat eens per 100 jaar resp. eens per 1000 jaar minstens 20 cm in het water staat:

Dus: in NB staan eens in de honderd jaar 558 monumenten minstens 20cm diep in het water door korte, heftige regenval.

Bodemdaling door droogte
Standaard wordt de bodemdaling in Nederland (tot 2050) als volgt ingeschat:

In Noord-Brabant betekent dat dat 45 monumenten naar schatting 20-40 cm zullen zakken (tot 2050), 32 monumenten 40-60 cm en 56 monumenten meer dan 60cm .
Bodemdaling door droogte is vooral een risico als dat ongelijkmatig gebeurt. Fatoric noemt in de NRC zelf de droogte als grootste probleem, maar dat is inclusief de (hier niet besproken) paalrot in houten funderingen,

Opnieuw ellende door klimaatversterkt noodweer, (on)verzekerde schade eerder hagelbombardement Luyksgestel

Leersum en Alkmaar op 18 juni 2021
In minder dan een minuut maakte een heftige windvlaag (mogelijk een downburst bij een heftig onweer) in Leersum op de Utrechtse Heuvelrug zes woningen onbewoonbaar, verwondde 9 mensen (van wie twee in een ziekenhuis moesten worden opgenomen), en beschadigde door ongewaaide bomen op zeven plaatsen de gasleiding.

Leersum, 18 juni 2021

Tegelijk zette het onweer grote delen van Alkmaar onder water. Onder een viaduct badende mensen waren te zien op het NOS-journaal. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt, aldus buurtbewoners.
Zie https://nos.nl/video/2385674-waterballet-in-alkmaar .

Bliksemontladingen volgens het KNMI op 18 juni 2021

Ik leef met de slachtoffers mee, maar ik ga er niet meer van zeggen omdat ik slechts informatie uit de tweede hand heb en het buiten mijn focusgebied ligt.
Het is zeer waarschijnlijk dat de ongekende heftigheid een nieuw voorbeeld is van dat door de opwarming van het klimaat vaker de voedingsbodem gecreëerd wordt (in de vorm van warmere en vochtiger lucht) dan vroeger gebeurd.

Een terugblik op het hagelbombardement in Luyksgestel en Bergeijk
Het toeval wil dat net op de dag (19 juni 2021) dat de onweersgevolgen in Leersum en Alkmaar en Tiel in het Eindhovens Dagblad stonden, daar ook een lange reportage in stond die terugblikte op het beruchte hagelbombardement in Luygestel en Bergeijk. Dat was op 23 juni 2021.
Ik heb hier eerder over geschreven Klimaateffecten in Brabant 10 – de hagelstorm van 23 juni 2016 . De hagelstenen waren soms zo groot als tennisballen en ze gingen overal doorheen.

Herbouw van een dak in Luyksgestel, weken na het hagelbombardement

Zie https://krant.ed.nl/titles/eindhovensdagblad/7156/publications/11605/pages/46 .

De verzekerde schade, schrijft het ED, bedroeg ruim €675 miljoen. “Maar“, zegt een woordvoerder van de verzekeraars in het artikel, “de totale schade was veel groter. Overheidseigendom telt niet mee en bij een storm als deze is er erg veel niet-verzekerde schade“.
Het bombardement duurde maar een paar minuten, maar het veranderde soms levens. Nog steeds slapen kinderen slecht bij onweer en kjken volwassenen bezorgd naar de lucht bij code geel of oranje van het KNMI.

Het artikel beschrijft Jan Martens uit Someren zijn boomkwekerij verloor – na wat omzwervingen heeft hij nu een groenservice. Verzekeringsgeld heeft hij nooit gehad.
De plantenkas van de familie Brugmans uit Bergeijk lag volledig in diggelen, waarna een half jaar touwtrekken met de verzekering volgde. Pas nu weer draait de zaak zoals voor het bombardement.
De familie Van Mierlo’s oude boerderij was dermate gehavend, dat de bouw van een nieuw huis nodig was. Hun verzekering werkte mee, maar er moest uiteindelijk toch nog drie ton bij. Tijdens de bouw van het nieuwe huis kampeerde de familie op de benedenverdieping van de oude boerderij, tussen de lekemmertjes en de zwammen op de muur.

Klimaatrampen hebben ook concrete sociale gevolgen op de korte termijn.

Burgemeester Arinda Callewaert van Bergeijk is nog steeds boos over het gebrek aan aandacht vanuit Den Haag voor de ramp “Al had premier Rutte of het ministerie destijds maar even gebeld. Maar het bleef stil vanuit de regering.

Zie voor verzekeringszaken ook nog Klimaateffecten in Brabant – 2: Tilburg en het noodweer van 28 juli 2014 – update dd 1okt2015 .

Milieudefensie organiseert “Van vervuiler naar formatie”.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021

OP donderdag 10 juni heeft Milieudefensie een actie georganiseerd, gericht op de kabinetsformatie (althans, de pogingen daartoe), om “het klimaat op 1 te zetten”. Daartoe moet de nieuwe regering er voor zorgen dat:

  • Nederland stoot in 2030 65% minder CO2 uit – en dat kan ook!
  • Nederland voert een eerlijke CO2-heffing in, zodat de vervuiler betaalt
  • Nederland maakt duurzame oplossingen bereikbaar voor iedereen

De actie had drie hoofdonderdelen (zie https://milieudefensie.nl/klimaatop1 ):

  • een paginagrote advertentie in enkele landelijke kranten, waarvoor ruim 3000 crowdfunders ruim 90 mille bijeen hadden gebracht;
  • een fietstocht naar Den Haag om daar te manifesteren met uitzicht op de formatie (meestal niet in één dag, overnachting geregeld);
  • een “banner drop” bij 10 bedrijven in Nederland . Dat is Greenpeace-Engels voor het ergens aan bevestigen van een spandoek.
De landelijke advertentie

De banner drop vond plaats bij één bedrijf in bijna elke provincie

  • Friesland Campina in Utrecht en Friesland
  • Vion in Noord-Brabant
  • De NAM in Drenthe
  • Yara Sluiskil in Zeeland
  • Shell in Zuid-Holland
  • Tata Steel in Noord Holland
  • Chemelot in Limburg
  • Lelystad Airport in Flevoland
  • Nobian in Overijssel
  • RWE in Groningen

Zie https://milieudefensie.nl/actueel/van-vervuiler-naar-formatie-zet-het-klimaat-op-1 .

De hier getoonde beelden zijn van de banner drop, om 06.30 uur, bij Vion in Boxtel. Daar was Milieudefensie Eindhoven bij betrokken.
Vion is veruit de grootste varkensslachterij van Nederland – er sterven 18000 varkens per dag. De fabriek heeft uiteraard zelf ook een klimaateffect, maar de meeste broeikasgassen komen vrij in de gehele veeteeltketen.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021_foto Willemieke Arts

Natuurorganisaties en mono- en co-vergisting van mest

Directe aanleiding voor dit artikel is de factsheet die de Natuur- en Milieufederaties (waaronder in Noord-Brabant de Brabantse Milieu Federatie BMF) in maart 2021 hebben uitgebracht “Feiten en fabels over co-vergisting” van mest. Zie www.natuurenmilieufederaties.nl/wp-content/uploads/2021/03/Factsheet-co-mestvergisters_NatuurenMilieufederaties.pdf  . Ze willen een absoluut verbod op co-vergisting.
Ik bespreek deze factsheet hier kort en geef mijn commentaar. Er zijn goede redenen om erg voorzichtig te zijn met co-vergisting, maar niet genoeg voor een absoluut verbod.

In het hierna volgende betekent mono-vergisting dat bijna alleen mest vergist wordt (>95% mest), en co-vergisting dat er aan de mest minder dan de helft extra toeslagmateriaal toegevoegd wordt (dus >50% mest). Van dat toeslagmateriaal (mais, bermgras, vanillevla die over zijn datum is, etc)  bestaat een limitatieve lijst en als er wat bijgevoegd wordt dat niet op die lijst staat, is dat illegaal.

Mijn insteek bij dit soort discussies is dat het Klimaatakkoord uitgevoerd moet worden. En dat vraagt, onder andere, 70PJ aan groen gas, en het meeste groen gas komt uit mest.
Nu leidt het Klimaatakkoord, direct of indirect, tot een aantal onaangename uitvoeringsgevolgen. De algemene trend op dit moment, niet in het minst onder natuurorganisaties, is dat men in abstracto voor het Klimaatakkoord is, maar in concreto gemengd of tegen.
De spagaat is begrijpelijk, maar als iedereens spagaat voorop blijft staan, komt er van het Klimaatakkoord niets terecht. En dan zitten de natuurorganisaties over 50 jaar met onderwaternatuur.

Ik probeer ook kritisch te zijn op standpunten in eigen kring.
In eigen kring, want ik ben het eens met de Natuur- en milieufederaties dat er veel te veel vee is in Nederland (en zeker in Brabant), dat dat diverse nadelen heeft waaronder dat er ook teveel mest is. Een krimp  van de veeteelt is de enige oplossing. Daar zit het verschil  van inzicht niet.

Het verschil van inzicht zit er in of je de mest, of een deel daarvan, ook zou moeten bewerken bij minder vee, en in de inschatting hoe snel er hoeveel minder vee is – ik ben daar pessimistischer in.

Ik ben ook pessimistischer over de eenvoudige haalbaarheid van alternatieven als voldoende wind en zon. Ik verwacht dat duurzame energie in Nederland een mozaiek van vele oplossingen wordt. Ik ben daarom permanent afhoudend tegen betogen die, vanuit de eigen situatie, beweren dat bepaalde oplossingsrichtingen al bij voorbaat uitgesloten moeten worden.

Monovergister van zuivelboerderij Den Eelder. 15000 ton/y zeer verse rundermest levert in real time 1,8TJ stroom en 5,4TJ water van 110 graad C, Opgeteld is dat 0,5GJ/ton mest.
Zie www.bjmgerard.nl/?p=2993 .

De stellingen van de Natuur en milieufederaties

  1. Covergisting lost het mestoverschot niet op. Na het proces heb je meer substantie dan ervoor (50 mest + 50 mest –> 90 digestaat (juridisch mest) en het ontbrekende is biogas
  2. Voor zover covergisting energie oplevert, komt die vooral uit de toeslagstoffen. Eigenlijk is het meer een biomassacentrale.
  3. Covergisting vraagt risicovolle investeringen. Het hangt erg van de kosten van toeslagmaterialen af, van de systeemgrootte en van de energieprijs. Er moet subsidie bij.
  4. Covergisting is onveilig. Het kan lekken en ploffen en stinken.
  5. Covergisting is niet fraudebestendig. Er wordt gerotzooid met toeslagstoffen en subsidies.
  6. Covergisting maakt deel uit van een niet-duurzaam landbouwsysteem. Het ontbost elders, laat hier vooral stront en andere vervuiling achter, en het meeste vlees gaat naar het buitenland. Het is geen kringloopsysteem. Mestvergisting helpt dit in stand te houden.
  7. Covergisting moet verboden worden.
Co-vergister bij loonwerkbedrijf Groot-Zevert in Beltrum in De Achterhoek. Het bedrijf verwerkt 96.000 ton materiaal, waarvan het grootste deel varkensmest. Dat levert jaarlijks 0,2PJ groen gas op, het geen neerkont op ongeveer 2GJ/ton mest. Zie https://ekwadraat.com/projecten/groot-zevert-vergisting/ .

Mijn reactie op de specifieke stellingen:

Ad 1.    De eindsubstantie, het digestaat, heet juridisch wel mest, maar dat is dan niet dezelfde mest als de beginsubstantie. Bij een juiste aanpak, inclusief warmtebehandeling, kan het digestaat minder stinken, minder gevaarlijk zijn en minder microorganismen bevatten. Zie www.bjmgerard.nl/?p=2589 .
Ik ken overigens ook wel minder extreme getallen als dat 50 + 50 = 90 + gas.
De hoeveelheid substantie is overigens van beperkt belang, omdat er vaak een nabewerking op losgelaten wordt in de vorm van indikking en ultra-filtering. Daarmee raakt men gemakkelijk 80% van het water in de mest kwijt.
De officiele eenheid van mest is de kg fosfaat en die tellen gewoon uit de mest en de toeslagstoffen op. De Natuur en Milieufederaties hebben gelijk dat je mestvergisting (ook mono-) op zichzelf niet als oplossing van het mestprobleem moet zien.

Ad 2.    Ik heb op zich niets tegen biomassacentrales, als aan een aantal voorwaarden voldaan is. Bij juist gebruik kan dat een zinvolle vorm van restverwerking zijn.

Talrijke ervaringscijfers leren dat de monovergisting van zeer verse varkensmest op ruwweg 0,7GJ groen gas per ton onbewerkte mest oplevert (zie www.bjmgerard.nl/?p=14681 ). Omdat mest meestal niet vers de vergister ingaat, komen feitelijke opbrengsten op ongeveer 0,5GJ/ton onbewerkte mest uit.
Dus de 74,6 miljard kg mest uit het kader komt bij volledige monovergisting (die uiteraard niet plaatsvindt) op ruwweg 40PJ groen gas uit. Dat is niet te verwaarlozen t.o.v. het klimaatdoel van 70PJ groen gas.
Als dat met covergisting enige malen meer is, is dat op zich welkom.
Je spaart er bijvoorbeeld wind en zon mee uit. Voor elke PJ is 3km2 zonnepark nodig of 20 Vestas-150 windturbines, en dan is  het mestvermogen nog regelbaar ook. Voor Natuur en milieufederaties met sterke landschapsbeschermingsreflexen zou dat een punt van overweging moeten zijn.
Nu wil je minder dieren en dus ook minder mest, maar ook met bijvoorbeeld een kwart minder varkens tikt het nog behoorlijk aan.

Ad 3.    Op zich klopt dat en er moet subsidie bij, zoals bij alle vormen van hernieuwbare energie op het land subsidie bij moet. Een allesvergister t.b.v. groen gas krijgt per kWh minder SDE+subsidie als een zonnepark. Zie de SDE+-brochure.

Ad 4.    Er zijn in Nederland twee mensen omgekomen bij een vergister, een omdat hij door het dak zakte en een ander omdat die werd overreden door een shovel. Dodelijke incidenten door  het vergistingsproces als zodanig zijn er in Nederland niet. Er is uiteraard wel kans op incidenten.
Er vinden wel dodelijke ongevallen met mest plaats, maar niet in een vergistingscontext.  Mest is een gevaarlijke stof die zichzelf vergist, ook als je niets doet, en daarbij komen zeer giftige gassen vrij. De dodelijke ongevallen van de laatste jaren vonden plaats in mestsilo’s en gierkelders.

Er staan vele gevaarlijke bedrijven in Nederland en daar kent dit land regels in de vorm van vergunningen, zonering (afstandsbepalingen, en dergelijke). Je kunt dan een mestvergister, vanwege zijn tank, zien als zoiets als een LPG-station.

Covergisting is niet eenvoudig en vraagt om geschoold personeel. In praktijk betekent dat een grootschalige en professionele bedrijfsvoering.

Ad 5.    Dit is zonder meer het grootste risico. Er bestaan veel criminele connecties, zo liet de NRC op 16 mei 2019 zien. De criminelen brengen divers afval in als (verboden) toeslagstof.

Overigens kunnen criminele netwerken ook rechtstreeks zaken doen met individuele boeren. Het illegale afval gaat dan gewoon de mestkelder in.

Er is kritiek op de handhaving van de wetgeving. Aan de andere kant is het bijvoorbeeld mogelijk de Wet BIBOB in te zetten. De  toenmalige gedeputeerde Spierings (D66) zei in genoemd NRC-artikel dat de provincie sinds 2015 de integriteit onderzocht en de Brabantse regelgeving benoemt deze wet bij aanvragen om vergunningen voor mestbewerking. Sinds die tijd, zei Spierings, zijn er geen nieuwe aanvragen voor covergisters meer geweest en zijn enkele vergisters overgeschakeld van co- op mono-.
En als dan toch, dan liever groot, professioneel en op een paar plaatsen.

Een grondige handhaving is nodig, maar ook mogelijk.

En verder geldt uiteraard dat in sectoren met veel criminaliteit ook gewoon nette bedrijven aan het werk zijn.

Ad 6.    De analyse van het landbouwsysteem is juist. Toch zijn er drie belangrijke redenen om dit niet als alleenzaligmakend te hanteren:
– de intensieve veehouderij bestaat nog wel even. Die kan een stuk kleiner worden, maar ik zie vooralsnog geen volledige grondgebondenheid
– ook in een circulair landbouwsysteem kan mestvergisting (al dan niet co-) een rol spelen. De koeien en varkens staan niet of niet altijd in de wei.
– de redenering keert op losse gronden een redenering om. Men neemt impliciet aan dat als het landbouwsysteem tot mestbewerking leidt ( A –> B), dat dan een verbod op B ook een verbod op A is. Dit is in genen dele gerechtvaardigd: het is eerder logisch dat de illegale sector nog sterker wordt.

Ad 7.    Ik ben dus voor een zeer strakke regulering van de co-vergisting, maar niet voor een absoluut verbod.
Wat argumenten:

  1. Vergisting van mest (vooral als dat snel gebeurt) heeft een niet-genoemd klimaatvoordeel, namelijk dat er minder methaan en lachgas in de atmosfeer komt. Zie www.bjmgerard.nl/?p=14681 .
  2. Het bewerken van mest is een vorm van recycling van de eindige delfstoffen fosfaat en kalium
  3. Als de overheid de bedrijfstak goed in de klauwen zou hebben, zou covergisting een waardevolle aanvulling op de afvalverwerking kunnen zijn (en uit de afvalstoffenheffing mede gefinancierd).
  4. Biomassa is er in vele soorten en maten en kan voor vele doelen gebruikt worden. Voor sommige restmaterialen kan de mestvergister het beste doel zijn, voor andere de biobrandstof of veevoer. Daarom hoort er een overstijgend biomassabeleid bij.
  5. De geëiste nadruk op zon en wind voor de elektriciteitsopwekking is lichtelijk schijnheilig, omdat de Natuur en milieuorganisaties daar soms ook behoorlijk dwarsliggen. In mijn regio ZO Brabant eist de BMF de facto een verbod op windturbines.
    En of aardwarmte, zonnewarmte, geothermie en restwarmte inderdaad in voldoende mate alternatieve bronnen zijn, zoals de factsheet beweert, moet nog geheel blijken.
    Vooralsnog is elk aanbod aan hernieuwbare energie welkom.
Covergister De Princepeel te St Odiliapeel met toeslagproducten uit eigen huis ( www.smits-groep.nl/biogas/ ). De Princepeel levert jaarlijks ongeveer 0,12PJ aan groene stroom (via gasmotoren op het eigen biogas).
Volgens de Natuur en milieufederatie zou De Princepeel dus gesloten moeten worden.


Monovergisting

Belangrijke zorgpunten bij covergisting bestaan er niet of veel minder bij mono-vergisting. Die is een stuk simpeler, maar brengt helaas minder op.

De website van de gezamenlijke Natuur en milieufederaties www.natuurenmilieufederaties.nl  geeft geen informatie over wat de federaties vinden van monovergisting.

De landelijke organisatie Natuur en Milieu accepteert monovergisting als tweede keuze. Regulier gebruik van mest is eerste keuze. Zie  www.natuurenmilieu.nl/themas/voedsel/projecten-voedsel/verbreding-beter-leven-keurmerk/beter-leven-keurmerk-criteria-mest-en-mineralen/ .

Twence
De afvalverwerker Twence in het Twentse Zenderen kreeg op 28 oktober 2020 groen licht van de Raad van State om 250.000m3 varkensmest te verwerken uit Twente en een deel van Salland en de Achterhoek. De leveringscontracten zijn grotendeels voor drie jaar afgedekt.
Alle bewerkingen vinden volledig inpandig plaats in een ruimte op een oude stort.

Blijkbaar heeft Twence, naar de mening van de Raad van State, zijn stikstofemissies op orde. Daarover spreken de Natuur en milieufederaties in hun factsheet overigens niet.

De mestvergister is een uitbreiding van, en chemisch geïntegreerd met, reeds bestaande afvalwerkende aktiviteiten.

Uit het schema blijkt dat het een monovergister is.

De prospectus beweert dat elk jaar 250.000 m3 varkensmest tot 5,0 miljoen m3 tot groen gas opgewerkt biogas leidt (20m3 groen gas per kuub mest), goed voor 0,16PJ/jaar (0,64GJ per kuub mest). Voor monovergisting van varkensmest een normale, goede waarde.

Schema Twence

Het PlanMER RES MRE beschouwd

Ter inleiding
Ik heb onlangs in deze blog een artikel gewijd aan de beoordeling door de Brabantse Milieu Federatie (BMF) van de RES 1.0 – stukken, zoals die door de vier Brabantse RES-regio’s op tafel gelegd zijn. Zie BMF beoordeelt ingediende RES-plannen .

Bij de beoordeling van de concept-RES 1.0 van het gebied van de Metropool Regio Eindhoven (MRE) maakte de BMF het voorbehoud dat deze concept-RES nog niet goed beoordeelbaar is, omdat die afhankelijk was van een nog lopende PlanMER-grocudure. Dat klopt: de beoordeling door de BMF van de Concept-RES was gedateerd 14 april en de ter visielegging van het PlanMER loopt van 03 mei 2021 t/m 14 juni 2021.
Het PlanMER is opgesteld door Bosch & van Rijn en heet formeel “PlanMER grootschalige zon en wind Regionale Energiestrategie (RES) Metropoolregio Eindhoven”. Hij gaat dus slechts over een deelaspect van de Concept-RES 1.0 (dus bijvoorbeeld niet over warmte).
De concept-RES 1.0 met bijlagen is te vinden op  https://energieregiomre.nl/waar+staan+we+nu/default.aspx ), en de bijbehorende PlanMER op www.planmerresmre.nl/pdf.html#pagemode=bookmarks (digitaal – bovenin ene TAB naar de .pdf-versie).

Het PlanMER is zuiver beschrijvend. Het geeft alleen de feiten en laat de keuzes aan de politiek.

Om een RES 1.0 – document vast te stellen is een PLanMER niet verplicht. Vijf van de 30 energieregio’s in den lande hebben, als pilot, ervoor gekozen om zo’n PlanMER op te doen stellen, waarvan het MRE-gebied er dus één is. Zie http://www.regionale-energiestrategie.nl/bibliotheek/ruimtegebruik/res+en+milieueffectrapportage+mer/1797126.aspx  . Het is me niet helemaal duidelijk in hoeverre dit bij de MRE een positieve of een  negatieve reden heeft (in dat laatste geval zou het equivalent zijn met de befaamde studiecommissie die onoverbrugbare geschillen uitstelt). Hoe dan ook, er ligt nu een interessant document en het uitstel is in elk geval bereikt.  

Het voorbehoud dat de BMF maakte bij de beoordeling van de concept-RES 1.0 van de MRE was terecht. Sommige  van de kritiekpunten komen in het PlanMER aan de orde, zoals bijvoorbeeld wat de BMF “concentratiegebieden” noemt en de PlanMER “energielandschappen”. Eigenlijk zou de BMF zijn analyse opnieuw moeten doen, met de PlanMER erbij.

Zoekgebieden

Nummering zoekgebieden 1 t/m 38

Toen de PlanMER startte, lagen er al 37 zoekgebieden al vast. Die zijn vastgesteld in politieke raadplegingsprocedures in eerdere stadia van de RES, en dus niet met een of andere rigoureuze methode binnen de PLanMER zelf. Men kan dat negatief uitleggen dat politieke (on)wenselijkheden aan het zoekproces voorafgegaan zijn, en positief dat er al bij voorbaat gebieden gezocht zijn met multifunctioneel ruimtegebruik.
Aan deze zoekgebieden is een gebied 38 toegevoegd, zijnde een strook van 300m breed aan weerszijden van de snelwegen (voor zover dat gebied niet al elders meegenomen was).
Deze 38 zoekgebieden staan op bovenstaande kaart.

Voor zonne-energie hebben de opstellers van de PlanMER het bij deze 38 gebieden gelaten.
Voor wind-energie hebben de opstellers er alle mogelijke gebieden aan toegevoegd die niet op basis van harde criteria verboden waren – welke harde criteria het grootste deel  van het MRE-gebied al uitsluiten. De meeste van deze toegevoegde locaties waren al aan de orde geweest in een eerdere PlanMER, die de Kempengemeenten al opgesteld hadden. Zodoende is er een lijst gemaakt met 33 locaties die in de 38 locaties lagen, 24 locaties die daar niet in lagen maar wel in de eerdere PlanMER van de Kempengemeenten, en 8 locaties die niet  in de 38 lagen en ook niet in de Kempengemeenten.

Het zijn nog “gebieden”. Een PLanMER heeft een zeker abstractieniveau dat op projectniveau verder moet worden uitgewerkt.

Het PlanMER rekent met als voorbeeld een Vestas V150 met een ashoogte van 150m en een rotorstraal van 75m. Het vermogen daarvan is 4,2MWen dat levert in het MRE-gebied (bij gemiddeld 7,3 m/sec windsnelheid) 15,3GWh netto op (dus ruim 3600 vollasturen).

Harde en zachte belemmeringen
Er zijn, op het abstractieniveau van een PLanMER, harde en zachte belemmeringen.

De harde belemmeringen voor windenergie zijn (blz 41-42 verkort weergegeven):

BelemmeringMinimale afstand (m)Opmerking

Harde belemmeringen
Buisleidingen225 (tiphoogte) 
Hoogspanning225 (tiphoogte) 
Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant (NNB)75 (wieklengte)Dit sluit aan bij het provinciaal beleid. Overdraai = ‘plaatsing in’.
Panden75 (wieklengte)Deze minimumafstand voorkomt overdraai boven gebouwen.
Spoorwegen86 (wieklengte + 11)Afstandseis Prorail.
Vaarwegen105 (wieklengte + 30)Hier is de Beleidslijn Rijkswaterstaat gevolgd..
Vliegverkeer en radarn.v.tDe invliegfunnels (de 300-voetszone) en de CNS-cirkels zijn harde belemmering
Wegen – rijkswegen75 (wiek-lengte)Alleen voor rijkswegen, beleidsregel gaat niet over provinciale wegen.
Wegen – overige wegen20 (fundering)  De fundering van de windturbine moet vrij van de verharding liggen.
Windturbines600 (4*rotordiameter)Vuistregel ter voorkoming van windafvang
Woningen400 meterVuistregel tegen normoverschrijding geluid en slagschaduw. De daadwerkelijke afstand is op het detailniveau van een PlanMER niet te bepalen.
Zachte belemmeringen 
Vliegverkeer en radarNaast de harde CNS-vlakken ziet dit PlanMER de 500-voetszone als zachte belemmering: hier gelden zeer strenge regels t.a.v. radarverstoring. Hoewel windturbines hier weinig kans maken (TNO), is realisatie niet op voorhand uit te sluiten. 
NNB langs grootschalige infraEen strook van 300m langs grootschalige infrastructuur is een zachte belemmering voor windparklocaties, vanwege art. 3.38 IOV NBrabant. 300 meter is gekozen om enerzijds de koppeling met de grootschalige infrastructuur niet te verliezen en anderzijds nog enige schuifruimte te hebben voor individuele windturbines. Windparklocaties mogen niet geheel binnen deze zone vallen. Grootschalige infrastructuur zijn: rijks- en provinciale wegen, doorgaande vaarwegen en spoorwegen. 

De harde belemmeringen voor zonne-energie zijn, verkort weergegeven (blz 45):

BelemmeringOmschrijving
Bos (20m)Een buffer van 20m is gehanteerd om schaduwwerping te voorkomen.
NNB (20m)NNB wordt met een buffer van 20m als belemmering meegenomen.
Natura 2000 (20m)Natura 2000 wordt met een buffer van 20m als belemmering meegenomen.
Militair oefenterreinTen noorden van Eindhoven Airport ligt een militair oefenterrein dat in deze analyse als geheel is uitgesloten voor de ontwikkeling van zonneparken.
Panden op bedrijventerreinenOm de mogelijkheden op bedrijventerreinen te onderzoeken, maar wel rekening te houden met de belemmeringen die daar spelen is voor de bedrijventerreinen een buffer aangehouden van 20m rondom aldaar gelegen panden.
RecreatiebestemmingenGebieden met enkelbestemming recreatie zijn meegenomen als belemmering.
Wegen (8m)Wegen worden met een buffer van 8m vanuit de hartlijn als belemmering meegenomen.
WoonkernenIn de belemmeringenkaart zijn alle woonkernen meegenomen als belemmering.

Binnen wat de harde en zachte belemmeringen overlaten gaan effectbeoordelingen een rol spelen. Die worden voor een groot aantal onderwerpen ingeschat. Vervolgens worden die effectafstanden als basis voor de rapportage gebruikt.
Naast de belemmeringen op het abstracte niveau van een PLanMER zijn er grootheden die van belang worden op het concrete niveau van een individueel project.

Het Activiteitenbesluit Milieubeheer staat bijvoorbeeld rond windturbines geluidsniveau’s vast van maximaal 47 dB Lden en 41 dB Lnight aan de gevel. In bovenstaande figuur (berekend vanuit drie genoemde voorbeeldturbines op een rij) valt de effectafstand van 500m  ongeveer overeen met de 47 dB Lden -contour (en idem 1000m en de 42 dB Lden -contour).
Laagfrequent geluid wordt geacht voldoende afgedekt te zijn met de 47 dB Lden -norm.
Bij overschrijding kunnen exploitanten de turbine op een stillere stand zetten, wat enig productieverlies tot gevolg heeft.

Voor de slagschaduw geldt een wettelijke norm van 17*20 minuten per jaar.
Voor de als voorbeeld gebruikte drie voorbeeldturbines op een rij leidt dat tot bovenstaande criterium.
Bij overschrijding moet de turbine tijdelijk stilgezet worden, wat bij afstanden > 400 a 500m nauwelijks tot productieverlies leidt.

Op effectafstanden tot natuurgebieden kom ik verderop terug.

Alles bijeen becijfert het PlanMER de volgende verzameltabel voor wind. Eerst enige toelichting:

  • De rode kleur onder “Afstand tot netcapaciteit” is omdat Enexis-hoofdstation Hapert tot 2030 waarschijnlijk zijn taak  niet aankan. Daaronder valt ongeveer het westelijke kwart van het MRE-gebied.
  • De tweede kolom “zoekgebied” bevat de nummering volgens de Concept-RES 1.0. De eerste nummering bevat alle mogelijke zoekgebieden, waarbij K op “Niet Concept-RES, wel Kempen” slaat en B op “Niet Concept-RES, niet Kempen”.
    De eerste kolom plukt uiteen wat in de Concept-RES als cluster gezien wordt, en in kolom 1 als meerdere kleinere opstellingen. 20-1, 20-2 en 20-3 in de eerste kolom zijn dus samen 20 in de tweede kolom.
  • Per hoofdje is een basis gedefinieerd voor wat donkergroen, lichtgroen, grijs (neutraal), lichtgeel en donkergeel genoemd wordt.
    In bijvoorbeeld het hoofdje “woningen<500m” bestaat groen niet, is grijs <10 gevoelige objecten (als regel woningen), lichtgeel 10-30 idem, en donkergeel > 30.
    In zoekgebied 1-1 staan er dus 22 woningen binnen 500m van de geschetste voorbeeldopstelling van drie Vesta 150 – turbines. Zie blz 70.
    Een voorbeeldturbine wordt geacht 15GWh/jaar op te brengen. Zijn het er <=3, dan is de score lichtgroen, idem >=4 donkergroen. Grijs betekent in deze kolom “Hapert, dus nee”.

Een vergelijkbare tabel voor zonne-energie, ook weer met toelichting:

  • De nummering is alleen die van de Concept-RES 1.0, dus 1 t/m 38 .
  • Jaaropbrengsten zijn donkergroen >100GWh, lichtgroen als 50<opbrengst <100 GWh, en grijs als < 50GWH of 0 vanwege “Hapert”. De eenheid van opbrengst is dus de GWh (1TWh = 1000GWh)
  • Men rekent als vuistregel in het MRE-gebied met 1GWh/hectare*jaar bij onbelemmerde (bruto) opbrengst
  • Er zijn twee opbrengstkolommen, “min” en “max”.
    Deze zijn gebaseerd op een combinatie van landschapstypes (beekdalen, jonge en oude zandontginning, Peelkern- en Peelrandontginning, urbane gebieden) en landschapsstrategieën (inpassen, aanpassen en transformeren – dat loopt van weinig ingrijpend naar zeer ingrijpend).
    Bij elke strategie hoort per landschapstype een percentage dat vol gezet kan worden met zonneparken (de “draagkracht”) zonder dat het gebied zijn karakteristieke uiterlijk verliest.
    “Min” is op basis van inpassing, “Max” is op basis van transformatie.
    Zoekgebied 1 bijvoorbeeld bestaat uit 452 hectare jonge zandontginning en 289 hectare oude zandontginning (zie par. 7.3.3). In de strategie “inpassing” mag de eerste categorie vol gezet worden voor 15% (68ha) en de tweede voor 13% (38ha). Dat levert dus bruto 106ha, dus 106 GWh/jaar. In praktijk moet daar wat af om  aan netto te komen (een beplantingsrand, onderhoudspaden en dergelijke) en zodoende komt men aan 98GWh.
    Hieronder een overzichtstabel van percentages per strategie per landschapstype. Deze tabel en de voorbeeld-berekening zijn te vinden in h7.5 van de PlanMER.
Inpassingsvoorbeeld van een zonnepark in een jonge zandontginning


De zon-tabel per slot van rekening:

De opbrengst van grootschalige wind en zon versus de vraag
Uiteindelijk komt het PlanMER uit

  • op een mogelijke windopbrengst van 1,65TWH (1650GWh). Dat is op basis van de 38 zoekgebieden uit de Concept-RES 1.0 (dus zonder de daar aan toegevoegde extra zoekgebieden), en inclusief twee zoekgebieden die vanwege “Hapert” tot 2030 waarschijnlijk niet kunnen leveren. Exclusief die twee zoekgebieden is de som 1,28TWh.
  • Op een mogelijke zonopbrengst van 1,5TWh (in de minimale strategie “inpassing”) of 5,3TWh (in de maximale strategie “Transformeren”).

De Concept-RES 1.0 verdeelt de zelfopgelegde duurzame elektriciteitstaak van 2,0TWh uit wind en grootschalige zon als volgt:

  • 0,51TWh staat er al
  • 0,64TWh zit in de pijplijn (er is al een SDE+ – subsidie)
  • 0,28TWh zit in toekomstige “no regret-maatregelen”. Het gaat om zonprojecten die boven de RES-drempel vallen (1500kWpiek ) en dus meetellen, maar die zo klein ziojn dat ze op niet of weinig omstreden locaties passen als grote daken, vuilstorten, geluidsschermen, het vliegveld, etc).
  • Nog te realiseren op basis van grootschalige wind- en zonneparken 0,57TWh.

Het PlanMER moet dus 0,57TWh “leveren” en op zich lukt dat dus. Zelfs exclusief “Hapert” en bij de minst vergaande vorm van zonne-energie (inpassen) komt het PlanMER op 1,28 +  1,5TWh = 2,78TWh.
In de vormgeving van grootschalige zon- en windparken, zoals geëist op basis van het RES-programma) is dus wel ruimte voor enige mate van bestuurlijk compromis.

De vervolgdiscussie is moeilijker.

De RES gaat  niet alleen over grootschalige zon en wind, maar ook over warmte. Het PlanMER gaat daar niet over, want dat was niet gevraagd.
Maar als die warmte duurzaam geleverd moet worden in een regio, die vooralsnog niet over veel rest- en bodemwarmte beschikt, en die dus grotendeels elektrisch opgewekt moet worden, kost dat stroom. De Concept-RES 1.0 noemt op blz 37 een bedrag van 1,5TWh in 2050 wat, omdat dit in 2030 nog maar voor ongeveer 20% gerealiseerd hoeft te worden, in 2030 ongeveer 0,3TWh vraagt (met de nodige onzekerheid).
De vraag is of die 0,3TWh een reëel getal is en vervolgens, of die 0,3TWh deel uitmaakt van de 2,0TWh, of er boven op gezet moet worden.
De gebruikte formuleringen lijken er op te wijzen dat het “deel uitmaken van” is, maar dat lost een politiek probleem op en geen probleem in de echte wereld.

(Visualisatie van windparken. Tiphoogte bij voorbeeldturbine in dit verhaal is 225m)

Energie-autarkisch of niet?
De RES is slechts één van de afspraken, die gemaakt is in het kader van het Klimaatakkoord. Er is of komt ook een elektriciteitsvraag vanwege de waterstofeconomie, synthetische kerosine, de verduurzaming van het bedrijfsleven, enz. Ik verwacht zelf dat de nationale vraag naar duurzame elektriciteit enige malen groter wordt dan de huidige 120TWh. Dit zeker na het recente Shell-vonnis in de zaak van Milieudefensie en anderen.

De eerste vraag is nu of wij net doen of de vraagtoename een natuurwet is, of dat we bepaalde activiteiten verminderen of er zelfs afscheid van nemen. In het MRE-gebied bijvoorbeeld: moeten we het vliegvolume op Eindhoven Airport als natuurwet accepteren, of moeten we het gewoon rantsoeneren? Dus een grens aan brandstof en eventueel stroom.
De tweede vraag is of Nederland naar moeten streven om vraag naar duurzame energie, waaronder duurzame stroom, in eigen huis op te vangen (dus autarkisch zijn). Nederland is nu ook niet energie-autarkisch, Veruit het grootste deel van onze energie op dit moment wordt ingevoerd.

Verbijzonderd naar het PlanMER wordt de vraag of de beschikbare mogelijkheden voor grootschalige zon en wind inderdaad allemaal opgebruikt moeten worden.
De 0,57TWh, die nu gevraagd wordt, zal zichtbare, maar nog geen dramatische gevolgen in het landschap hebben. Dat wordt meer door de toekomst van de landbouw bepaald dan door de toekomst van de energie.
Maar als de grootschalige levering van wind- en zonnestroom richting 1,65 + 5,3TWh zou gaan, wordt het mogelijk een ander verhaal.

Er start nu de landelijke discussie rond het Programma Energiehoofdstructuur, waartoe bouwstenen aangeleverd zijn zoals bijvoorbeeld “Grote opgaven in een beperkte ruimte” van het PBL en “Vier klimaatneutrale energiescenario’s 2050  van Kalavasta en Berenschot, waarin bijvoorbeeld ook importscenario’s zitten.
Nu kun je nog niet veel met import, want er zijn nog geen landen die in 2030 duurzame energie en stroom over hebben. Maar de discussie daarover moet snel beginnen.
Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=15349 en https://www.bjmgerard.nl/?p=15387 .

Op dit moment valt er echter nog geen peil op te trekken welke uitkomst deze discussie heeft en op welke termijn die uitkomst nagestreefd wordt. Ik doe hierover op dit moment geen uitspraak.

Visualisatie van de omstreden windturbines bij Bladel, met één turbine in de NNB)

De BMF-brief over vogels
Op 25 mei 2021 heeft de Brabantse Milieu Federatie (BMF), mede namens het Brabants Landschap en Natuurmonumenten, een brief aan Provinciale Staten (PS) gestuurd om de bespreking van de RES in PS dd 28 mei te beïnvloeden. Een meerderheid in PS wees de wensen van de BMF af. De portefeuillehouder Van der Maat: “We begrijpen het en tegelijk vinden we het te kort door de bocht.” Voor windmolens in de buurt van natuur wil hij maatwerk.
Ik ben geen fan van VVD-er Van der Maat, maar in deze ben ik het ongeveer met hem eens.

De BMF wil

  • Zon en wind uitsluiten uit het NatuurNetwerk Brabant (NNB), ook in uitzonderingssituaties
  • Minstens 500m afstand tussen windturbines en de grens van het NNB
  • Minstens 1200m afstand tussen windturbines en weidevogelkerngebieden

Het PlanMER bevat, net als bij de eerder genoemde onderwerpen geluid en slagschaduw, ook voor de fauna effectschattingen en bijbehorende afstanden (h.6.6). Deze gaan minder ver als de wensen van de BMF. De PLanMER noemt afstanden die afhankelijk zijn van het soort natuurgebied en de vogelcategorie. De PLanMER ondersteunt, net als de BMF, zijn opvattingen met literatuur en SOVON-tellingen.

Samenvattend is het richtlijnensysteem van de PlanMER in een tabel onder te brengen (PlanMER blz 99).

Richtafstanden als beoordelingsgrondslag bij verschillende categorieën dieren en natuurgebieden

Dit te lezen als volgt:
Windturbines worden geacht geen significant effect (grijs) te hebben als ze >500m van een VogelRichtlijngebied (VR) af staan of >75m bij Habitatrichtlijngebieden (HR) of >200m van de NNB af staan (bij de BMF 500m), of als er in een gebied minder dan 22 beschermde soorten broedvogels zitten.
Enzovoort.

Kijkt men nu terug op de eerdere “Samenvattende beoordelingstabel windparklocaties”, dan ziet men dat geen enkel zoekgebied in staat is om zelfs onder de soepeler criteria van de PLanMER een score met allemaal grijs te krijgen, laat staan onder de veel scherpere criteria van de BMF.
Het BMF-voorstel betekent effectief een absoluut verbod op nieuwe windturbines in Zuidoost Brabant.

Daar staat tegenover dat de gevolgen van de klimaatopwarming voor de ecologie ook ernstig kunnen zijn (bijvoorbeeld habitatverlies door verdroging, bosbranden, ziektes of invasieve soorten). En dat de Wageningse studie, die de BMF noemt, ook een aantal mitigerende mogelijkheden noemt, zoals tijdelijk stilstand van turbines of markerende beschildering.
Verder kan de ecologie aanmerkelijk verbeterd worden door een gelijktijdig terugdringen van de rol van de intensieve landbouw.

Ook economische en technische redenen pleiten voor een bepaalde hoeveelheid windturbines in de energiemix. Bij een mix van zon en wind is bijvoorbeeld de productie gelijkmatiger.

Ik wil op dit moment, mede omdat de toekomst van de opwekking van duurzame elektriciteit nog niet vast staat, in dit spanningsveld geen categoraal verbod op windturbines in het MRE-gebied uitspreken, zoals de BMF feitelijk voorstelt. Ik vind het een afwegingssituatie met individuele kenmerken.

Toepassing van de strategieën inpassing – aanpassing – transformatie in een jonge zandontginning

Netbeheerders brengen vijf prioriteiten voor de nieuwe coalitie onder de aandacht

Vanwege het belang neem ik dit persbericht van Netbeheer Nederland over.

In een brief aan informateur Mariëtte Hamer (dd 21 mei 2021) vraagt Netbeheer Nederland deze week aandacht voor vijf belangrijke randvoorwaarden om een tijdige realisatie van een klimaatneutraal energiesysteem mogelijk te maken. In de brief doen de gezamenlijke netbeheerders een appèl op de formerende partijen en het volgende kabinet om in het Regeerakkoord om snel een aantal politieke keuzes te maken. Alleen dan, zo stellen de netbeheerders, blijft de klimaatopgave voor 2030 en 2050 maakbaar en betaalbaar.

De energietransitie brengt voor het energiesysteem een enorme opgave met zich mee. De huidige energie-infrastructuur moet worden omgevormd tot een integraal, klimaatneutraal energiesysteem. Dat betekent een verdubbeling van het elektriciteitsnet, het gasnet geschikt maken voor duurzame gassen, de aanleg van duurzame warmtenetten en het integreren van een grote hoeveelheid flexibele middelen, zoals opslag, conversie en duurzame gascentrales. Dit is allemaal nodig om de leveringszekerheid binnen het toekomstige klimaatneutrale energiesysteem te kunnen garanderen. De netbeheerders zijn daar – waar het kan –  al volop mee bezig, maar om de totale ombouw te kunnen realiseren, zijn op heel korte termijn politieke keuzes nodig. In de brief vraagt Netbeheer Nederland daarom rekening te houden met vijf prioriteiten:

  1. Een regierol voor het Rijk, gemeenten en provincies. Regie is doorslaggevend om te komen tot een integraal ontwerp voor het energiesysteem, inclusief ruimtelijke keuzes en reserveringen. Richt hiervoor een Nationaal Programma Energiesysteem in en versnel waar mogelijk de besluitvormingsprocedures. 
  2. Aanpassing van wet- en regelgeving zodat het elektriciteitsnet betaalbaar en betrouwbaar blijft. Het gaat hier met name om wet- en regelgeving die de afstemming van vraag en aanbod van energie stimuleert. Bijvoorbeeld door flexibele middelen (zoals opslag, conversie en vraagsturing) te stimuleren, flexibele energietarieven in te voeren, en een verdeling van de kosten tussen afnemers en aanbieders van energie die de energietransitie stimuleert.  
  3. De mogelijkheid om bestaande gasinfrastructuur in te zetten voor de energietransitie. Zo wordt de de opschaling van inzet van duurzame gassen als waterstof en groen gas gestimuleerd; 
  4. Innovatieve opschaling van warmtenetten door te kiezen voor een open model dat innovatie stimuleert en aanbieders en gebruikers maximale keuzevrijheid biedt en de integraliteit van het energiesysteem van de toekomst faciliteert; 
  5. Voldoende financieringsruimte voor alle noodzakelijke investeringen. De netbeheerders investeren tot 2050 in totaal ca. 102 miljard euro in de elektriciteitsnetten en regionale gasnetten om voorbereid te zijn op de uitdagingen van de nabije toekomst.   
Aanleg warmtenet Terheijden

Netbeheer Nederland benadrukt dat 2050 wellicht ver weg lijkt, maar voor netbeheerders in feite al volgende week is. Om de doelstellingen te kunnen realiseren, moeten belangrijke beslissingen nu genomen worden, zoals keuzes voor locaties voor de opwek van elektriciteit uit wind en zon, voor ‘aanlanding’ van grote hoeveelheden windenergie van de Noordzee, de inzet van flexibele middelen om altijd te kunnen voldoen aan de vraag naar (duurzame) elektriciteit en voor de aanleg van een waterstofbackbone. Daarnaast wijzen de netbeheerders er op dat de indrukwekkende verandering van onze energiehuishouding op korte termijn een relevante bijdrage kan leveren aan het groen herstel van Nederland na Corona, alleen al door de vele mensen die nodig zijn voor al het werk.

De brief van de gezamenlijke netbeheerders aan de informateur is hier te lezen.