Wat ik van de boerenacties vind, en van de Nederlandse landbouw

Op een eenmans-site als deze is het ten enenmale onmogelijk om op dit gebied de actualiteit bij te houden. Er gebeurt teveel te snel.

Vandaar een eenmalige verklaring die hopelijk een tijdje mee kan.

Let op het jaartal 1988 in dit tijdloos ogende bericht

Het ontstaan van het probleem
Er is een macro– en een microverhaal.

Het macroverhaal is dat de landbouw na de oorlog krachtig gestimuleerd is onder het motto ‘nooit meer honger’. Dat was een tijd lang terecht en daarna niet meer. Ergens rond 1970 a 1980 had de omvang van de landbouw gestabiliseerd moeten worden. Maar in plaats daarvan werd de binnenlandse markt bijzaak en de wereldmarkt hoofdzaak. Er ontstond een agrarisch-industrieel complex dat, nauwelijks gehinderd of zelfs aangemoedigd door de grote politieke partijen en door de kleine confessionele partijen, een zodanig krachtige eigen dynamiek kreeg dat dit kleine dichtbevolkte land de tweede agrarisch exporteur ter wereld werd. Het is waanzin.

Steeds opnieuw was het argument dat de techniek het zou oplossen en dat men moest groeien om geld te verdienen om het steeds groter wordende probleem op te lossen. Geld werd er inderdaad verdiend, de sector bleef inderdaad groeien, maar de problemen werden alleen maar groter.

Door calciumgebrek overleden jonge mees (en dat calciumgebrek komt door de verzuring en die komt door de stikstof)

Er is een monster gecreëerd dat de tropische regenwouden leeg vreet, dat ons land onderschijt, dat een zware klimaatfactor is, dat bijna alle Nederlandse oppervlaktewater helpt vergiftigen, alsmede de lucht, dat volksgezondheidsproblemen creeert of vergert, en dat de natuur helpt verruïneren. Dood aan de eik en de mees, leve de brandnetel.

De landbouw is gewoon veel te groot voor Nederland geworden en moet een stuk kleiner.

Dat moest wel ergens vastlopen, en toevallig was de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden de eerste juridische hoepel (van Europese huize) die voor de te vet geworden sector onpasseerbaar bleek. De boeren schreeuwen moord en brand en proberen de stikstofregelgeving weg te intimideren, daarbij ondersteund door het aanhangende industriële complex (“Millionen stehen hinter mir” naar de fotocollage van John Heartfield uit 1932).

Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in den Bosch op 25 okt 2019

Het heeft alleen geen zin voor de Tweede Kamer om toe te geven, want de volgende juridische hoepel komt eraan: het afschaffen van de derogatie (wat betekent dat Nederlandse boeren minder mest mogen uitrijden). Dat beschermt de bodem, en daarna het grond- en oppervlaktewater, tegen een overdaad aan nitraat en fosfaat.
De inperking van het uitrijden van mest is een prima Europese maatregel.

En achter deze hoepel zit alweer de volgende Europese juridische hoepel, namelijk de Kader Richtlijn Water (KRW) waaraan Nederland in 2027 moet voldoen. De nu lopende (en laatste) planperiode is dit jaar van start gegaan. Momenteel voldoet slechts 1% aan de kwaliteitsnorm ‘goed’ en dat moet in 2027 100% zijn. Niet alleen w.b. nitraat en fosfaat, maar ook w.b. bestrijdingsmiddelen en medicijnresten (die ten dele ook van de landbouw komen).

Een andere hoepel is dat Europa, geheel terecht, naar minder bestrijdingsmiddelen wil. Bestrijdingsmiddelen zijn een causale factor voor Parkinson en dat is de snelst groeiende hersenziekte van dit moment, aldus de grootste specialist op dit gebied, hoogleraar Bas Bloem. Boeren zijn overigens zelf de kwetsbaarste risicogroep. Daarna de omwonenden en daarna de consumenten.

Een potentiële hoepel kan worden dat de recentelijk aangescherpte WHO-richtlijnen voor de luchtkwaliteit in Europese wetgeving vertaald gaan worden – wat prima zou zijn.

En dan nog de verdroging. De beregening in Brabant-oost conflicteert in de steeds drogere zomers met de drinkwatervoorziening. De beregening wordt roofbouw op het grond- en oppervlaktewater.

Laatste factor in het macroverhaal is dat de strijd om de grond scherper wordt. ‘Men wil onze grond voor woningen en bedrijventerreinen’ aldus sommige boeren – waarvoor overigens al decennia boeren geruisloos uitgekocht worden. En klimaat en biodiversiteit eisen nu ook grond voor waterberging, energieproductie en nieuwe natuur.
De bestaande waarderingsverhouding tussen agrarisch gebruik van de grond en de nieuwe functies verschuift richting de nieuwe functies. En dat is onontkoombaar.

Het microverhaal is dat het in een halve eeuw dolgedraaide systeem uit  mensen bestaat (boeren, hun huishoudens en de werknemers in de agro-industrie) die er vaak ingeluisd zijn door bijvoorbeeld de Rabobank en door al die hotemetoten die predikten dat het allemaal groter en industriëler moest.

Agrarische mensen die nu soms geen kant op kunnen. En waar schulden bestaan, wanhoop heerst en grote sociale problemen bestaan.

Het gaat om allemaal verschillende mensen. Dè boer bestaat niet. Ze zijn rijk of arm, bio of intensief, akker of vee, goed of slecht. Een verzamelaanduiding als “hèt boerenprotest’ is misplaatst.

Het Rijk heeft de landbouw een halve eeuw lang alleen maar behandeld als marktsector. Landbouw was vooral groeien en verkopen.
Er is nooit een probleemafdekkend plan-B gemaakt voor de dag waarvan iedereen wist dat die komen ging, de dag dat het systeem keihard tegen zijn grenzen aanloopt. En dat is nu.
Maar zo’n plan is er niet. Het enige dat het kabinet weet te doen is de beleidsleegte  over de schutting van de provincies gooien.

Het microverhaal is dat er iets voor de mensen gedaan moet worden.

Val schacht 3 Staatsmijn Emma

Wat er moet gebeuren
Ik  vind de vergelijking met de Limburgse mijnsluiting leerzaam. Zie https://www.bjmgerard.nl/terug-van-weg-geweest/ .
Generaties Limburgers waren verknoopt met de mijnen. Maar de wereld veranderde en de mijnen moesten dicht. Dat besluit was onontkoombaar en stond vast.
Voor de mijnsluiting was er op Rijksniveau een plan, met veel geld. Den Uyl reisde persoonlijk naar Heerlen om het te brengen.
Het plan was niet altijd goed en het werd niet altijd goed uitgevoerd, maar desalniettemin probeerde het Rijk zelf zijn verantwoordelijk te nemen. En gooide het probleem niet bij de provincie Limburg over de schutting in de geest van ‘hier heb je geld en zoek het maar uit’.

Nu een deel van de landbouw gesloten moet worden ligt er wel veel geld, maar geen plan. Dat mogen de provincies oplossen.
In hoeverre dat geld vooral de RABO-bank helpt en in hoeverre het de boeren helpt, moet blijken.
In hoeverre het kringlooplandbouwmodel houvast gaat bieden, moet ook blijken. Bij het afgelopen landbouwdebat was er veel kritiek op minister Staghouwer. Als ik voor de verandering SGP-Kamerlid Roelof Bisschop eens citeer ‘is er nog geen fractie van duidelijkheid’ over wat kringlooplandbouw is’.
Overigens is die kringlooplandbouw niet eens een echte kringlooplandbouw. Het lijkt eerder nog steeds een lineair systeem, nu voorzien van extra lussen.

Zie ook Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3) – update .

Maar sommige grote dingen zijn niet door de provincie te regelen.
De provincie kan de Rabobank niet tot de orde roepen, kan de detailhandel geen aanwijzingen geven en kan niet met de EU praten. De provincie mag niet eens zelf de nitraatrichtlijn uitvoeren.
Provincies kunnen binnen een adequaat geformuleerd raamwerk op goede wijze een eigen bijdrage aan de uitvoering geven. Het is tussenbestuur.

uit https://www.wur.nl/en/show-longread/re-rooting-the-dutch-food-system-from-more-to-better.htm

De planloosheid is de oorzaak van heel veel onzekerheid.
Voor die onzekerheid kan men begrip hebben, want er ligt inderdaad geen perspectief klaar, zelfs nog geen aanzet ertoe. En dat terwijl de problemen al een halve eeuw alsmaar groeien, mede omdat de agrarische sector oplossingen al een halve eeuw blokkeert..
Voor de manier waarop delen van de agrarische beroepsgroepen op overvalachtige wijze proberen hun tegenstanders kapot te intimideren, kan ik geen begrip hebben.

De regering moet eerst helder uitspreken dat aan verplichtingen zoals de Natura2000-wetgeving, de mestregels en de Kader Richtlijn Water niet te tornen valt, en moet een raamplan maken op Rijksniveau ten gunste van een forse krimp van de landbouw, zodat de provincies een beperktere taak krijgen die vooral op uitvoering is gericht.
Tegelijk moet er een werkbaar en aan de moderne tijd aangepast landbouwsysteem gedefinieerd worden. Dat had al veel eerder gebeurd moeten zijn.
Waarna de regering er een krachtig en dirigistisch beleid op zet, met oog  voor menselijke belangen en voor andere ruimtelijke belangen. Een boer verdient bijvoorbeeld veel meer aan een hectare zonnepark dan aan een hectare mais.

En als Nederland dan niet meer de tweede landbouwexporteur ter wereld is, maar bijvoorbeeld de tiende, het zij zo. Voor een klein land is dat nog steeds indrukwekkend.

Vote with your fork. Uit https://www.wur.nl/en/show-longread/re-rooting-the-dutch-food-system-from-more-to-better.htm

20 thoughts on “Wat ik van de boerenacties vind, en van de Nederlandse landbouw”

  1. Uitstekend artikel.
    Mijn complimenten.
    Zo breed en doordacht zijn ze amper te vinden.

    1. Hoewel de heer Timmers een belangrijk deel van het verhaal vertelt (“macro” danwel “micro”) wordt er een aantal niet onbelangrijke aspecten niet benoemd,

      In het macro verhaal is het “nooit meer honger” aspect een dooddoener. Honger was geen factor (zie NL op de mondiale welvaartlijst in 1800 en 1900, hoewel er wel misstanden waren).
      Veeleer was het politieke instrument van de gemeenschappelijke markt na WO2, “nooit meer oorlog” dmv een gemeenchappelijk economisch belang, dat door een der overwinnaars (zonder het tegenwicht van Duitsland) door Frankrijk en passant ter bescherming van de eigen landbouw werd ingericht.
      3/4 van de EU begroting bestond uit landbouwsubsidies.
      Dit creerde een ruif waarbij “markt en millieu” niet doorslaggevend waren maar vanwege de subsidies, vooraf bepaalde prijzen en afnameplicht (zie de boterbergen en melkplassen) overproduktie.
      De NL boer (en visser) liftte gezellig mee en zoals bij vaste gegarandeerde prijzen het geval is, was de determinant voor het succesvolle businessmodel meer produktie.

      Op microniveau was/is de boer geen zielepoot die door de RABO in het pak zou zijn gezet.
      De afkorting, BO staat voor Boeren(-leenbank), zegt voldoende en in de raden van toezicht van de plaatselijke cooperaties (en in Utrecht) zijn de boeren sterk vertegenwoordigd wat ook geldt voor het CDA, de waterschappen en LTO .

      Het is juist deze lobbymacht van de beperkte groep (amper 50000 bedrijven op een totaal van 1,8 miljoen, met een bijdrage aan het BNP van minder dan 2%), die het mogelijk heeft gemaakt de al decennialang bekend zijnde noodzaak te negeren. Dat terwijl aan deze groep elk jaar 1 miljard aan subsidies wordt gegeven.

      De boer was/is dus geen geen lijdend voorwerp, maar een “willing accomplice” met een gemiddeld eigen vermogen van 1,7 miljoen euro.

      1. Dhr Houkes adresseert zijn reactie verkeerd. Felix Timmers is iemand die op de account van Groen Duurzaam Oirschot goedkeurend op mijn artikel reageerde op Facebook, en niet meer dan dat. Als dhr. Houkes zijn reactie op Facebook gezet had onder die van Timmers, was dat correct geweest. Nu de reactie op deze site gepubliceerd staat, had hij geadresseerd moeten zijn geweest aan mij (Bernard Gerard).
        Dit even om verwarring te voorkomen.

        Verder kan de reactie gewoon gelezen en beantwoord worden, want hij is fatsoenlijk en terzake en niet anoniem.

        Ik lees het verhaal van Houkes grotendeels als een aanvulling op mijn verhaal waar ik het ongeveer mee eens ben.
        Drie opmerkingen:
        – het argument ‘nooit meer honger’ heeft na de hongerwinter in het laatste oorlogsjaar wel degelijk een rol gespeeld. Houkes heeft gelijk dat na enige tijd ook de door hem genoemde factoren een rol gingen spelen.
        – “De” boer bestaat niet, zols ik ook in mijn artikel geschreven heb. Een algemene kenschets op microniveau van ‘de boer’ die een ‘willing accomplice ” (een bewuste handlanger bg) faalt. Er zijn wel boeren voor wie dit geldt, maar ook genoeg waarvoor dit niet of beperkt geldt.
        – Het beeld dat Houkes schetst van de RABO-bank was vroeger mogelijk waar, maar gaat sinds een anatal jaren niet meer op. Er is een sterk centralisatieproces geweest.

        1. Mijn excuses voor de onjuiste adressering. Ook had ik wellicht iets geprononceerder mijn instemming met het artikel van de heer Bernard moeten laten blijken. Een beschouwing van een wat ik een maatschappelijk proces zou willen noemen is meestal gehandicapped door onontkoombare generalisaties. Inderdaad bestaat er niet zoiets als “de boer”. Dat laat echter onverlet dat de bekende acties gepaard gaan met beelden als “slachtofferschap” en, zelfbenoemd “heldendom”. Ik vind dat een dergelijk imago enige bestrijding noodzakelijk maakt. Laat dus gesteld zijn dat naar mijn bescheiden mening het artikel van de heer Bernard een heldere analyse geeft van de aan de orde zijnde problematiek.

          1. Hoewel ik reagger op “joukes@ reageer ik in het algemeen.
            Wat een verademing om te zien hoe men hier met respect, aanvullingen en argumenten reageert. Wat zou (a)sociale media toch n meerwaarde kunnen bieden wanneer dat ook daar in acht genomen werd.
            Mooie beschouwing (als ik dat zo mag noemen) van bjmgerard die goed laat zien waarom het zo geworden is, zo complex is en niet op te lossen is zonder in te (willen) zien dat er zaken moeten veranderen.

    2. Eyeopener👍 Mooie verwijzing naar de mijnsluiting, toen was er nog sprake van Verstand en Verantwoordelijkheid in de beide Kamers…..Wel jammer dat Joop toen ‘het bericht’ mocht brengen, zijn club werd, en nog, vaak gebruikt om ‘the bad News’ te brengen. Zo konden degenen die ‘t échte voordeel van de uitfasering van de kolenproductie uit Hollandse bodem in de coulissen verstopt blijven: ‘t aardgas kwam er aan, de energiebehoefte was eenvoudiger te beprijzen….😉

      1. (Felix Timmers moet Bernard Gerard zijn. Die vergissing is er via Facebook ingeslopen)

        Het voert voor mij op deze site te ver om diep de geschiedenis in te duiken en om het kabinet-Den uyl alsnog te recenseren. Zo ook zal er ongetwijfeld een krachtenspel geweest zijn rond de oude en de nieuwe brandstof. Ik ga daar niet met terugwerkende kracht over schrijven, ik loop tegen grenzen aan van wat ik kan en waar ik wat vanaf weet.
        Ik wil er wel op wijzen dat. afgezien van spelletjes tussen kapitalistische bovenbazen, het aardgas ook directe milieu- en gezondheidsvoordelen had voor de bevolking, en financiële voor de staat. De lucht werd op slag schoner en er stierven geen mijnwerkers meer aan silicosis en arbeidsongevallen. Dat alles had in Limburg zijn prijs, maar dat is niet de hoofdzaak van dit verhaal. Ik gebruik slechts dat de mijnsluiting planmatig georganiseerd was, althans dat hij op zijn minst zo bedoeld was.

  2. Goed verhaal en een kloppende analyse van de ontstaansgeschiedenis van het probleem. De vraag dient zich echter aan of de huidige (boeren)situatie niet voor een belangrijk deel het gevolg is van het alsmaar toenemende streven naar meer economische groei resp. individueel gewin.
    Ontstaan daardoor momenteel niet ook vergelijkbare situaties in bijvoorbeeld de zorg, de luchtvaart, de (duurzaamheids)industrie etc. ?

    1. Geachte heer Teunissen

      ik ken uw opvatting over de onwenselijkheid van steeds meer economische groei en individueel gewin, welke twee begrippen overigens niet per definitie uit elkaar volgen. Ook zonder economische groei is meer individueel gewin mogelijk (bijvoorbeeld door een grotere ongelijkheid) en omgekeerd is economische groei mogelijk zonder extra individueel gewin (bijvoorbeeld door meer individuen). Een dergelijk multi-interpretabel uitgangspunt is moeilijk eenvoudig te beantwoorden.
      Laat ik het er op houden dat ik om ideologische redenen tegen grote ongelijkheid ben en dat ik voor een steeds verder verminderend beslag op de eindige natuurlijke hulpbronnen ben – in hoeverre dat laatste uitgangspunt economische groei onmogelijk maakt is een pittige economendiscussie waarvoor ik te weinig kennis heb.

      Daarnaast is de vraag in hoeverre je dat soort uitgangspunten in de praktische politiek moet en kunt realiseren. Daar kun je pagina’s over volschrijven en daar begin ik nu niet aan.

      Vervolgens vraagt u mijn mening over drie geheel verschillende bedrijfstakken.

      Uw opmerking m.b.t. de zorg, voor zover ik die begrijp, deel ik niet. Ik vind, op basis vna ethische beginselen, dat iedereen de zorg moet krijgen waar hij of zij baat bij heeft. En als er steeds meer zorg is waar men baat bij heeft, dan maar meer zorg. Ik zie niet in wat dit met uw afkeer van economische groei te maken heeft.

      Uw opmerking m.b.t. de luchtvaart deel ik. Wat mij betreft mag de luchtvaart gerantsoeneerd worden en dat zou op sociaal aanvaardbare wijze kunnen door bijvoorbeeld een tickettarief te hanteren dat stijgt met het aantal vluchten dat iemand per jaar maakt. Milieudefensie heeft al eens zoiets voorgesteld.

      Uw opmerking m.b.t. de (duurzaamheids)industrie is zo algemeen geformuleerd dat ik daar geen antwoord op kan geven.

      1. Beste heer Gerard,
        Dank voor uw uitgebreide reactie.
        De vraag die ik stelde, respectievelijk de zorg die ik uitte is ingegeven door de constatering van een mentaliteitsverandering waar solidariteit in toenemende mate plaats maakt voor een waar ieder voor zich streeft naar maximalisering van (financieel) bezit. Dit veelal ten koste van anderen en van onze leefomgeving. Het bij voortduring streven naar economische groei draagt mi zeker bij aan deze ontwikkeling met alle gevolgen, waarvan u en ik er enkele noemden, van dien.

        1. Oneindige groei op een eindige aarde is niet mogelijk en als de rijken en machtigen proberen om binnen die schaarste zoveel mogelijk naar zich toe harken, tast dat de solidariteit aan. In deze algemene zin ben ik het met Teunissen eens.
          Vervolgens doet Teunissen vervolguitspraken waar ik het niet altijd mee eens ben en die niet altijd logisch uit het beginsel af te leiden zijn.
          Daarnaast probeer ik invloed te hebben op de reeel bestaande politiek en dat leidt soms tot prioriteiten en enerzijds, anderzijds uitspraken.

          1. Iets wat alsmaar blijft groeien zakt simpelweg eens door de poten, zo zal het ook vergaan met economische groei. Hoe en wanneer is de vraag. Kunt u zich vinden in mijn stelling dat het streven naar economische groei resp. financieel gewin mede debet is aan een veranderende mentaliteit waardoor solidariteit steeds verder te zoeken is? Zo nee, wat is dan wel de oorzaak van deze ontwikkeling en hoe deze te keren?
            Verder benieuwd het mij zeer of u voorbeelden ziet waar uw pogingen tot invloed ook merkbaar effect sorteren in die zin dat onze leefomgeving verbetering ondergaat.

          2. Geachte heer Teunissen,

            het probleem is dat u van een onduidelijk vertrekpunt op een bediscussieerbaar uitgangspunt wilt komen. Ik heb geen zin om daarop een verhaal te baseren dat nog eens kort moet zijn ook, want ik kan op deze plaats geen boek schrijven.
            Ik probeer precies te schrijven. Voor mij zijn economische groei en zucht naar financieel gewin niet per definitie hetzelfde. Ik heb dat in mijn eerdere antwoord al uitgelegd. Ze gaan vaak samen, maar dat hoeft niet perse zo te zijn. Als bijvoorbeeld woningbouwverenigingen massaal woningen gaan isoleren, telt dat mee voor de economische groei zonder dat het tot financieel gewin leidt in de zin zoals u dat waarschijnlijk bedoelt. Ik begeleid zelf een buurtgroep die, waarschijnlijk succevol, woningisolatie wil van Woonbedrijf, en dat is al een stukje antwoord op uw tweede vraag.

            Zo koppelt u als vanzelfsprekend het woord ‘solidariteit’ aan het woord ‘mentaliteit’. Ik vind die koppeling helemaal niet zo vanzelfsprekend. Volgens mij is de afbraak van de solidariteit vooral een gevolg van daarop gericht neoliberaal overheidsbeleid. In hoeverre dat beleid geleid heeft tot significante verschuivingen binnen de attitude van grote delen van de bevolking is een ander verhaal. Dat is een vraag die je wetenschappelijk zou moeten onderzoeken. De kabinetten-Rutte en eerdere kabinetten hebben de sociale wetgeving uitgekleed (= afbraak van de structurele solidariteit), maar in hoeverre dat Pietje ertoe gebracht heeft om niet langer de vuilnisbak buiten te zetten voor de oude buurvrouw Marietje, is een totaal ander verhaal.
            Dit soort vragen zijn belangrijk, maar vallen buiten de scope van mijn site.

            Als ik al antwoord zou moeten geven in een simpele onelinerkreet, zou dat zijn dat ongebreidelde economische groei met een daaraan gekoppelde groei van de behoefte aan grondstoffen en energie, en de neiging om finencieel eigenbelang voorop te stellen, en de afname van de georganiseerde solidariteit en de mogelijke effecten op de subjectief gevoeld solidariteit een gemeenschappelijke oorzaak hebben, te weten de decennia lang volgehouden neoliberale politiek.

            U bent niet duidelijk of ‘pogingen tot invloed’ bedoeld zijn als persoonlijke (‘uw’) verdienste of als groepsverdienste.
            Ik neem aan dat ik binnen mijn bescheiden mogelijkheden persoonlijk wat positieve uitwerkingen heb, maar ontwikkelingen spelen zich vaak in grotere gehelen af. Op mijn terrein bijvoorbeeld vaak via Milieudefensie, waaraan ik meewerk. Milieudefensie heeft best wel het een en ander bereikt. Of via het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2) dat ook het nodige bereikt heeft.
            En als u een antwoord op een wat grotere schaal zoekt: neem de steeds ecologischer opstelling van Europa, met bijvoorbeeld voorschriften aan auto’s en het Fit for 55-programma. .

      1. Ik denk dat Jan Teunissen al ongeveer op deze lijn zit. De aanbeveling kan beter aan mij, zijnde de beheerder van deze site en auteur van het artikel gericht worden.

        Ik ben nu op vakantie en werk op een noodcomputer, en hou het daarom kort.

        Ik zie het probleem dat bij een eindige aarde niet steeds meer mensen steeds meer materiële goederen kunnen verbruiken. Dat leidt tot ingewikkelde krachtenvelden waarvoor ik op dit moment geen eenvoudige oplossing zie. Het geleverde commentaar is me te simpel. Bovendien wil ik, als ik een mening opgebouwd heb die ik zelf geloof, die ook kunnen vertalen in konkreet handelen. Ik sta met een been in de politiek.
        Wat in elk geval nodig is, is een krachtige ongelijkheidsbestrijding, een democratisch geleide economie die op hoofdlijnen planmatig en dirigistisch werkt, ontkoppeling van welzijn van materiële goederen, een rem op bepaalde soorten consumptieve uitgaven, een grotere en betere recyclingindustrie, een rechtvaardig opgezette en sterk verduurzaamde mijnbouw, en een massale ontplooiing van hernieuwbare energie die eventueel op termijn uit het buitenland mag komen.
        En nog veel meer, maar dat voert voor nu tever.

        Bernard Gerard

  3. De LTO cs hebben altijd geroepen dat er teveel boeren zijn en dat technische innovaties de problemen oplossen. Dat heeft geleid tot grote investeringen, schaalvergroting en intensivering. Feitelijk zijn er te weinig boeren. Kleinschaliger en kringloop zijn de oplossing

    1. Ik weet niet of het waar is dat LTO altijd geroepen heeft dat er teveel boeren zijn. Dat klinkt niet logisch.
      Het is wel zo dat LTO de landbouwtrends richting investering, schaalvergroting en intensivering gesteund heeft, althans op zijn minst niet bestreden heeft.
      Ik hoorde al wel wat zelfkritische, maar vrijblijvende opmerkingen van de Rabobank.
      Ik vind een landbouw met een sterker kringloopkarakter noodzakelijk.

      Vanuit milieu, energie en klimaat redenerend hoeft een nieuwe landbouw niet perse kleinschalig te zijn. Het kan best zo zijn (zelfs misschien wel aannemelijk) dat één boer met 500 koeien en voldoende grond het op deze gebieden beter doet dan 10 boeren samen met elk 50 koeien en daarvoor voldoende grond. Ik heb zelf geen spontane anti-grootschaligheidsreflexen. Voor mijzelf is de aard van de landbouw belangrijker dan de omvang van de afzonderlijke bedrijven.
      Je kunt de opvatting dat je kleinere boerenbedrijven wilt wel verdedigen, maar dan moet je dat uit andere overwegingen doen, zoals de leefbaarheid van het platteland. Ik treed dan buiten de gebieden waar ik een klein beetje van weet (energie, milieu, klimaat) en kom op sociaal en cultureel terrein, waar ik mijzelf geen speciale deskundigheid toe dicht.

      Los van de vraag of je minder grote en meer kleine bedrijven wilt, is de vraag welk landbouwareaal je over wilt houden en hoe intensief of extensief je dat wilt gebruiken. Het is niet alleen een verdelingsvraagstuk, maar ook een omvangvraagstuk. Hoeveel koeien willen wij in totaal in Nederland en hoeveel koeien willen wij op een hectare? Dat soort strategische vragen zou een nieuwe regeringspolitiek moeten beantwoorden.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.