Veel recente vooruitgang in PFAS-destructie

Inleiding
De PFAS-problematiek is algemeen bekend. Ik ga daar niet meer een exposé over geven.
Men noemt de PFAS-stoffen (PFAS is een verzamelnaam voor vele duizenden soorten stoffen) wel eens ‘forever chemicals’. Dat is deels terecht en deels niet.
In de natuur zijn ze inderdaad nagenoeg ‘forever’. Daarom moet de productie zover mogelijk worden teruggedrongen en zo ook het vrijkomen van de stoffen. Ik heb begrip voor de emoties die bij dit onderwerp horen, maar ik ga daar in dit verhaal niet verder op in. Er staat op deze site al genoeg over.
In het laboratorium, steeds meer in chemisch-technologische pilots en soms ook in serieuze hoeveelheden worden er in snel tempo nieuwe procedé’s ontwikkeld naast het enige procedé dat al jaren grootschalig presteert, namelijk verbranding bij  >1000°C bij de afvalverbrandingsoven van Indaver in Antwerpen. Daartoe moet het PFAS in hanteerbare vorm uit de natuur gehaald of gehouden worden, bijvoorbeeld door bodemsanering of door het wegwerken of voorkomen van PFAS-houdend industrieel afval. Hierover wil ik het in dit artikel hebben.

Er staat op deze site een artikel over CFS Weert ( bjmgerard.nl/milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ ) . Het bedrijf conditioneert industrieel afval met als doel dit elders te laten verbranden. In het aangeleverde afval zit PFAS (CFS produceert zelf geen PFAS) en vroeger ging dat met het restwater, na de bedrijfsactiviteiten, allemaal het Weertse riool in. In de concept-vergunning t.b.v. de PFAS-emissie werd die bestaande emissie voor ruim de helft afgevangen met actieve kool en daarna richting verbrander gestuurd (mogelijk de oven van Indaver).
De emoties in het Weertse richtten zich uitsluitend op de helft die overbleef en niet op de helft die weggevangen werd. Daarmee keerde Weert cum suis zich dus feitelijk tegen het eigen belang. Alleen sluiting van CFS zou het Weertse riool vrij CFS-PFAS gemaakt hebben, maar dan was het PFAS-probleem in volle omvang elders blijven bestaan en was er een probleem ontstaan met het ‘gewone’ afval. Kortom, de emoties (later ook nog eens aangevuurd door een alarmerende inbreng van Nieuwsuur) leiden tot precies het tegenovergestelde van wat bedoeld was.
Wat wel zin heeft, is de vergunning aanscherpen. Waarom er maar de helft uithalen en niet driekwart, bijvoorbeeld? En waarom een vergunning voor onbepaalde tijd? En waarom is geld leidend? Dat was mijn inbreng in een zienswijze namens Milieudefensie Eindhoven.
De provincie Limburg heeft na de inspraakronde nog geen definitieve vergunning afgegeven.

Vanwege dit soort verwarring in dit artikel een eerst lesje PFAS- kennis.

Grijs is C
Groen is F
Geel is S
Rood is O
Wit is H
Het molecuul heet PFOS

PFAS-kennis
Het PFAS-werkveld is het terrein van specialisten. Dat ben ik in deze niet. Maar ik heb mijn hele arbeidzame leven als natuurkundeleraar op HAVO-VWO doorgebracht met laag in het kennisgebouw dingen uitleggen die men hoog in het kennisgebouw veel beter wist, dus ik waag me toch redelijk onbevreesd aan uitleg die dieper ingaat op PFAS.

  • De meest relevante verbingingen in een PFAS-molecuul zijn die tussen twee koolstofatomen ( C – C ) en tussen een koolstof- en een fluoratoom ( C – F ) . Daarnaast zitten er nog zuurstof ( O ); zwavel ( S ) ; en waterstof ( H )-atomen
  • Als alle potentiële plekken met F gevuld zijn, heet het ‘per’ en anders ‘poly’
  • PFAS (PerFluorAlkylSubstances) is een verzamelnaam waaronder vele duizenden verschillende stoffen vallen.
    Zeer kort door de bocht kun je de belangrijkste PFAS die men het meest in de natuur tegenkomt  indelen in drie groepen:
    – de groep waarvan de kop op die van azijn lijkt (de carboxylgroep)
    – de groep waarvan de kop van zwavelzuur afgeleid is (de sulfongroep, zie hierboven)
    – de rest, waaronder de grondstof voor het GenX-procedé.
    De ‘zuurkop’ maakt het molecuul hanteerbaar en maakt dat het in bescheiden mate in water oplost (en daarmee mobiel wordt)
  • Men noemt moleculen met
    – 1 of 2 C-atomen ‘ultrakort ‘ . Die kunnen vloeibaar of gasvormig zijn en zijn erg mobiel
    – 3 t/m 7 bij azijnkopzuren en 3 t/m 5 C-atomen bij zwavelzuurkopzuren ‘kort’
    – de rest lang
    Met name (ultra)korte moleculen zijn de lastigste categorie. Ze beginnen nu pas een beetje hanteerbaar te worden gemaakt. Trifluorazijnzuur (TFA) is een milieuprobleem in water.
  • De ‘kop’ is hydrofiel (zit graag in water), de ‘staart’ is hydrofoob (zit liever niet  in water). In een luchtbel bijvoorbeeld (in schuim) zit de kop in het waterlaagje en steekt de staart in de lucht.
    Een PFAS-zuur is dus een in zichzelf tegenstrijdig molecuul. Naarmate het molecuul een langere staart heeft, wordt het als geheel hydrofober (en omgekeerd). Dat beïnvloedt  het gedrag: bijvoorbeeld actieve kool houdt lange moleculen beter vast dan korte.
  • Het doorknippen van alleen maar een C – C  band  bewerkt op zich alleen maar twee kortere PFAS-moleculen en dat is niet perse een voordeel (‘degraderen’). Het doorknippen van alle C- F band (defluorideren)  is de uiteindelijke bedoeling.
    Het gewenste eindresultaat van afbraak is dat men alleen maar eenvoudige bouwstenen over heeft: fluorionen, CO2, eventueel sulfaationen. Het PFAS heet dan ‘gemineraliseerd’.
  • Er bestaan twee wezenlijk verschillende categorieën bewerkingen.
    In de ene categorie worden de PFAS-moleculen gescheiden van hun drager en daarbij geconcentreerd. Aan de moleculen zelf verandert niets. Vaak wordt actieve kool gebruikt. Die is hele erg poreus en heeft daardoor een enorm groot binnenoppervlak waar de PFAS (om precies te zijn de hydrofobe staart van het molecuul) ongewijzigd tegen aan plakt. Ook gebruikt men soms nanofiltratie of schuimscheiding. In alle gevallen bestaat de PFAS dus gewoon nog steeds, maar zit gecomprimeerd in een veel kleinere ruimte en is daardoor hanteerbaarder.
    In de andere categorie vallen bewerkingen die het PFAS afbreken, liefst volledig tot zijn minerale bestanddelen. In oudere vergunningen doet men er vaak een beetje stilletjes over hoe dat gebeurt.

Bij CFS Weert vindt de scheiding en concentratie plaats met actieve kool, en vindt de vernietiging thermisch plaats.

De VITO-studie
VITO is zoiets als de Vlaamse tegenhanger van TNO. De organisatie heeft veel  verstand van industrieel afvalwater omdat er ook in Vlaanderen een hoop stront aan de knikker geweest is. VITO heeft een studie uitgebracht waarin een grondig overzicht van alle relevante aspecten van de verwijdering en vernietiging van PFAS uit afvalwater. De studie is te vinden op VITO – document .
Hierboven is een voorbeeld in tabelvorm gegeven van een scheidingstechniek (in casu actieve kool) en hieronder van een vernietigingstechniek (namelijk thermisch).
‘Thermisch’ kan in één stap gaan (dan wordt het PFAS met filter en al zo geheel mogelijk verbrand), of in twee stappen (dan wordt eerst het PFAS uit de porieën gegloeid, waarna de actieve kool weer bruikbaar is en waarna de ontsnapte PFAS in een naverbrander alsnog verbrand wordt).

Bij CFS Weert verwijzen zowel de ILT als de provincie Limburg naar deze VITO-studie.

Het is inderdaad een serieuze studie, met echter als belangrijkste bezwaar dat de gegevens inzameling op 06 juli 2023 gestopt is (het werk moest uiteraard een keer af). Maar door die datum is de studie alweer voor een deel achterhaald, omdat er veel literatuur van na die tijd is.
Eigenlijk zou er een vervolgstudie moeten komen.

Uit de VITO-studie. De sluitingstermjin voor opname van info daarin was juli 2023. Bij Indaver hebben na die datum veel ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor dit schema voor Indaver, wat betreft het derde nadeel, mogelijk achterhaald is

Indaver
Het afvalbedrijf Indaver (INDustrieelAfvalVERwerking) is actief in een heleboel afvalverwerkende bezigheden. Inzake de vernietiging van PFAS-houdend afval is Indaver zoiets als de gevestigde monopolist. De voor PFAS relevante vestiging staat in Antwerpen, dichtbij de Nederlandse grens.

De Antwerpse vestiging werkt met vier draaitrommelovens, met naverbrander, waarin het langdurig heel warm is. Indaver garandeert in de ovens een gemiddelde temperatuur van minstens 1050˚C en in de naverbrander een nog hogere temperatuur. Dat is ruimschoots genoeg om heel veel problematische chemische verbindingen kapot te krijgen, waaronder een heel hoog percentage van het PFAS. Let wel dat de installatie dus niet alleen voor PFAS bedoeld is. Eén oven is bijvoorbeeld speciaal voor medisch afval.
Indaver is zoiets als functioneel lomp geweld waarvoor op dit moment nog geen grootschalig alternatief bestaat.

Draaitrommeloven bij Indaver (website INdaver)

Maar omdat Indaver in Antwerpen jaarlijks 150 miljoen kg afval verbrandt, waarvan ca 0,6 miljoen kg PFAS, is het ook van belang hoeveel er niet, of half, verbrand wordt, tot wat precies en waar die restanten blijven.

De PFAS-problematiek is oud – ongetwijfeld loosde Indaver via de Antwerpse haven al heel lang PFAS op de Westerscshelde. Maar het brede maatschappelijk bewustzijn van die problematiek, en de bijbehorende wetenschappelijke studies, dateren van ergens rond 2017.  In dit verband bijvoorbeeld: Chemours bestaat überhaupt pas sinds 2015; de geruchtmakende film Dark Waters is van 2019 en is op basis van een artikel in de New York Times uit 2016; en de eerste bestuurlijke antiPFAS-handeling  van de Nederlandse regering, het Tijdelijk handelingskader PFAS, dateert van juli 2019 ( wikipedia.org/wiki/Poly-_en_perfluoralkylstoffen ). .

Inmiddels verwerkte Indaver al decennialang PFAS-houdend afval. De eerste lozingsvergunning dateert van 2007 en ging alleen over PFOS (getal mij onbekend). Daarna zijn de vergunningen stapsgewijs uitgebreid en aangescherpt.
Begin jaren ’20 echter begon de lozingsproblematiek maatschappelijk op te spelen, bijvoorbeeld vanwege Zembla  op 8 sept 2022 ( zembla/grote-zorgen-nederland-over-nieuwe-belgische-bron-pfas-lozingen-in-westerschelde ).  Wat aan de attentiewaarde bijdroeg, was dat Indaver op dat moment jaarlijks 1,8 miljoen kg PFAS-houdend afval van Chemours Dordrecht verwerkte, waarmee in2025 geheel gestopt is – vraag is waar dat afval nu blijft.

De lozingen op de Westerschelde leidden, vanwege de volksgezondheid en vanwege de Kader Richtlijn Water, tot spanningen tussen de Nederlandse en de Belgische regering, en dat leidde weer tot beduidend scherpere, aan Indaver opgelegde, normen. Ondanks geklaag  bouwde Indaver onder andere een dubbele rij van vier achtereenvolgende actieve kool-filters (die ze dus zelf kunnen verwerken). Dat hielp goed.

De lozingsvergunningen worden steeds tijdelijk verleend, waardoor verdere aanscherping mogelijk blijft. Er vindt ook steeds nieuw onderzoek plaats.

Desotec Mobicon actieve kool-filters (website Indaver)

Momenteel ligt bij de Vlaamse overheid de aanvraag voor uit 2025, die met name het grootste overblijvende probleem aan wil pakken, dat van de ultrakorte PFAS-keten (bij Indaver betekent dat 1, 2 of 3 koolstofatomen). De lengtes daarboven zijn inmiddels geen probleem meer. Voor de ultrakorte ketens is sinds kort een meettechniek beschikbaar.
De stand van zaken van deze aanvraag is nog onbekend.

Indaver beschrijft met zelfvertrouwen de externe milieuaspecten, en het voortgaande onderzoek,  op zijn website. Het claimt dat de luchtemissie minder dan 100 gr PFAS op jaarbasis is en de wateremissie minder dan 50 gr, opgeteld over alls PFAS-soorten. Het zou waar kunnen zijn. Indaver lijkt inmiddels tot de best gecontroleerde bedrijven van Vlaanderen te horen en de webpagina’s, waarop een en ander vermeld wordt, zien er degelijk uit en verwijzen naar veel extern onderzoek.
Zie indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval en indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval/monitoring-en-risicobeoordeling-pfas .

Blijft nog een dingetje: Indaver is een particulier bedrijf. Het is eigendom van de Belgische onderneming Katoen Natie ( wikipedia.org/wiki/Katoen_Natie ). Ik vind dat een dergelijk strategisch onmisbaar bedrijf onder directe democratische controle zou moeten staan.
Maar helaas, dat was vroeger zo. Toen had het Zeeuwse nutsbedrijf Delta driekwart van de aandelen Indaver, maar uit geldnood is dat pakket in 2015 verkocht.

Andere technieken
Ook al is, en wordt, het verbandingssysteem van Indaver  sterk verbeterd, het blijft nadelen houden. Het is een systeem dat duur is en fossiele energie vreet (er ging in 2023 3,8 miljoen kg stookolie in en 200TJ hete stoom, en verhoudingsgewijs weinig elektriciteit), er blijft een beperkte emissie van PFAS naar de lucht, de fluor uit het PFAS moet ergens blijven en de grootschalige verbranding van fossiele brandstof levert ook de ‘gewone’ problemen op zoals stikstofoxides. Er zit een omvangrijke luchtbehandeling achter de ovens, maar het is onduidelijk hoe goed die is.

Voldoende reden om nieuwe technieken te ontwikkelen.
Er is een ware hausse aan start-ups en universiteiten die daarmee bezig zijn. Dat bleek bijvoorbeeld bij de beurs Aquatech Amsterdam 2025, Aquatech ( https://www.aquatechtrade.com/amsterdam ) is een toonaangevend mondiaal platform voor watertechniek.

Aquatech licht er zeven ondernemingen uit die goed op weg zijn met procedé’s  om PFAS uit afvalwater te halen en/of daarna te vernietigen. In een artikel van Aquatech dd 21 augustus 2025 wordt het als een kort overzicht beschreven ( forever-chemical-destruction-technology-seven-companies-offering-solutions ).
Oxyle (Zwitsers) wordt genoemd (waarover verderop meer); maar bijvoorbeeld ook het Canadese Axine Water Technologies dat tussen twee elektrodes stroom door afvalwater jaagt (elektrochemische oxidatie); de USA-Australische samenwerking  Ovivo-Evocra verwijdert en concentreert PFAS uit het afvalwater met ozonhoudend schuimen vernietigt het concentraat ook met elektrochemische oxidatie;  Graidant uit de USA doet min of meer hetzelfde; de onderneming Aquagga concentreert en vernietigt PFAS op niet geheel duidelijk omschreven wijze; en het Engelse Puraffinity en de USA-based onderneming AqueoUS Vets beperken zich tot efficiente verwijdering van PFAS uit het afvalwater, zonder het daarna te vernietigen.

Axine werkt inmiddels samen met het Nederlandse Nijhuis Saur Industries ( nijhuissaurindustries.com/ ).

Daar waar het PFAS vernietigd wordt, wordt geclaimd dat het geheel gemineraliseerd wordt. Er worden afbraakpercentages gesuggereerd ergens boven de 99%, wat enigszins gereserveerd bekeken moet worden want voor de mensheid interessant is vooral wat overblijft (met andere woorden, wat staat er achter de laatste 9 in het percentage?). Verder soms ook hier dat men in relatieve zin een  probleem heeft met  (ultra)korte PFAS.
Alle bedrijven zijn, logischerwijs,  erg terughoudend met informatie over de precieze werking van hun gepatenteerde procedées.

Er worden nergens tarieven genoemd.

Zuiveringsinstallaties worden in containers aangeboden die een modulair geheel mogelijk maken.

Oxyle
Speciale aandacht voor Oxyle omdat dat Europees is, het volledige pakket biedt en, zo op het oog, het verst is. En omdat ik er eerder over geschreven heb op pfas-kan-vernietigd-worden/ , en omdat ik het ook als denkbare aanvulling gegeven heb voor de nieuwe vergunning van CFS Weert, waarmee dit verhaal begon (  milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ ).

Twee artikelen uit 2025 over Oxyle: waternewseurope.com/aquatech-amsterdam-2025-strong-focus-on-pfas-removal-and-destruction/ en  aquatechtrade.com/pfas/ultra-short-chain-pfas-destruction-complex-industrial-waters als bron.

Mijn eerdere artikel beschreef Oxyle toen het zich, kort na de oprichting, nog vooral richtte op sanering van vervuild grondwater met piëzokatalytische technologie. Behalve PFAS konden bijvoorbeeld ook pesticiden en medicijnresten afgebroken worden. Bij een bepaalde grondwaterproef werden 11 verschillende PFAS-soorten voor 99,8% afgebroken, en haalde men 90% afbraak bij ultrakorte ketens.

Toch biedt Oxyle op dit moment de grondwaterspecialisatie niet langer aan.
De belangrijkste reden was dat er te weinig vraag naar was. Als het vuile grondwater alleen maar (middel)lange PFAS-ketens bevatte, was de bestaande zuivering met actieve kool die eens per drie jaar vervangen werd, goed genoeg.
Het ‘gat in de markt’ bleek in de praktijk te zitten bij de afbraak van (ultra)korte PFAS-ketens in industrieel afvalwater. Dat is in praktijk veel moeilijker, omdat elke fabriek anders is en men er in die fabrieken als de dood voor is om gekoppeld te worden aan de aanwezigheid van PFAS.

Oxyle verwierf een investering van €14,6 miljoen voor de overstap op de verwerking van industrieel afvalwater. Het ontwikkelde eerdere research, die parallel aan de grondwateraanpak ontwikkeld was, tot ‘PFAS Solutions’, dat gespecialiseerd  is op de verwijdering van (ultra)korte PFASketens.
Er heeft al een full scale-pilot met succes gedraaid en Oxyle hoopt er in 2026 nog twee te kunnen draaien.

De CEO van Oxyle, mevrouw Fajer Mushtaq, claimt in het Aquatechtrade-verhaal dat Oxyle zelfs zeer sterk door PFAS vervuild industrieel afvalwater in een paar uur kan zuiveren tot onder de detectiegrens. Wel kunnen er voorbewerkingen nodig zijn die buiten het pakket van Oxyle vallen.

Ter afsluiting
Bedrijven kunnen zich binnenkort niet meer verschuilen achter de onvermijdelijkheid van PFAS-lozingen, en overheden niet meer achter de onoplosbaarheid van bestaande vervuiling. Er is straks niet meer nodig dan investeringen en organisatie.

CFS Weert, om even terug te keren naar het begin van dit verhaal, kan straks dus best wel veel meer PFAS uit hun afvalwater halen en vernietigen dan de 55% in de concept-vergunning. Maar dat had Milieudefensie al gezegd.

PFAS kan vernietigd worden

Onder de kop “Not-so-forever chemicals” schrijft Aaron Clark in de nieuwsbrief Bloomberg Cleaner Tech van 13 maart 2025 over recente startups die proberen een methode te vinden om PFAS, en andere microverontreinigingen, in waterig milieu af te breken.

Hoewel Bloomberg, als kapitalistisch adviesbureau, de ontwikkeling vanuit een startup-perspectief aanvliegt, is de ontwikkeling uiterst interessant en van groot belang.
Men zou zich kunnen voorstellen dat Nederland, of eventueel Europa, de oplossing van het PFAS- (en pesticiden- en medicijnresten-) een dermate essentiële overheidstaak vindt dat men een licentie op de uitvinding aanvraagt voor een overheidsbedrijf.

Inleiding
Er wordt al decennia, en op allerlei plaatsen. gezocht naar methoden om de verdere PFAS-vervuiling te voorkomen, en om bestaande vervuiling ongedaan te maken.

Een eerste onderscheid is dat sommige methodes PFAS alleen verplaatsen (bijvoorbeeld van industrieel afvalwater in een koolfilter, waarna je met dat koolfilter zit), en dat andere methodes proberen de chemische verbinding daadwerkelijk af te breken.
De afbraakmethodes evolueren van primitief (bij 1000 of 1300°C verbranden) tot steeds beter chemisch. Maar ook die chemische methodes zijn niet perfect en/of onpraktisch. Met bijvoorbeeld gammastralen krijg je best wel PFAS kapot, maar dat is niet praktisch voor de grote schaal.
Veel research zit nog in de lab-fase, en biedt geen onmiddellijk bruikbaar initiatief.

Het centrale probleem bij PFAS is dat de koolstof-fluorband de sterkste chemische verbinding in de natuur is. De evolutie heeft geen mechanisme ontwikkeld om die band te breken.
Vandaar dat er lomp chemisch geweld nodig is. De scheikunde vindt dat in ‘radicalen’ – dat zijn moleculen die op ongewone wijze een elektron teveel of te weinig hebben. Die radicalen zijn instabiel en uiterst reactief en storten zich daarbij op nabije chemische bindingen, ook op de koolstof-fluorbinding en op de koolstof-koolstofbinding.
En op allerlei andere bindingen, want ook medicijnresten en pesticiden moeten afgebroken worden. Maar ik vertel het verhaal nu hier alleen voor PFAS, want anders wordt het, nog meer dan nu, een scheikundeles.

Microfoam (foto van de website van Gradiant)

Bloomberg noemt twee startups die feitelijk leveren bij  naam: Gradiant Corp ( https://www.gradiant.com/solutions/pfas-and-contaminants/ ) uit de buurt van Boston (USA) en Oxyle AG uit Zwitserland ( https://oxyle.com/ ). Vervolgens besteedt Bloomberg de meeste tekst aan Oxyle en dat ga ik ook doen, want volgens mij heeft Oxyle AG het betere procedé.

Oxyle AG is opgericht door mevrouw Fajer Mushtaq uit Delhi (nu CEO) en meneer Silvan Staufert uit Zwitserland. Ze kennen elkaar van de gerenommeerde ETH in Zürich, van waaruit Oxyle in 2020 is opgericht.
Zij bracht kennis van nanokatalysatoren in, en hij van materialen en sensoren.
Inmiddels hebben ze samen enige tientallen miljoenen voor hun bedrijf binnengehaald.

Een interview met beiden is te vinden op interview

De website vertelt veel over de eerste (zeer goede) prestaties, maar blijft tamelijk vaag over hoe het werkt.

Hierna twee gevalsbeschrijvingen die inmiddels van de website verdwenen zijn

Bovenstaande bovenste afbeelding komt van een klant waar de bodem verontreinigd was met blusschuim van brandweeroefeningen. Het bericht dateert van augustus 2024.
Het inkomende grondwater zal eerst wel een klassieke voorbewerking gehad hebben (zeef, bezinking enz) en bevatte, opgeteld over zes PFAS-soorten, 752ng/liter.
In de eerste trap van de installatie wordt het water gevoed met talloze hele fijne luchtbelletjes. Daardoor ontstaat schuim en omdat PFAS heel erg graag in het grensvlak lucht-water zit, komt de PFAS onevenredig verrijkt in dat schuim terecht (dat is trouwens, dit terzijde, de oorzaak van wat er laatst in de krant stond dat er in zeeschuim onevenredig veel PFAS zit).
Het luchtbelletjesschuim bevat 8776ng/liter  (veel meer concentratie in veel minder materie); het afgeschuimde water bevat PFAS onder de detectiegrens (samen <4ng/liter) en kan zonder verdere bewerking geloosd worden.
Het schuim gaat naar de tweede trap, waar de feitelijke Katalytische Destructie plaatsvindt. Hierover verderop meer. Resultaat is een eindproduct dat (in dit geval) bestaat uit CO2 , <14ng/liter overgebleven PFAS, en water met fluorideionen dat geloosd mag worden (waarschijnlijk met wat nabewerking want het zou wel eens erg zuur kunnen zijn).
De derde trap is een gekoppeld meetsysteem dat het hele proces live in de gaten houdt.
Het geheel vroeg 1kWh stroom per m3 inkomend water, naar eigen zeggen ruim 15 maal  minder dan bij de concurrent. Om hoeveel m3 water het ging, vermeldt het verhaal niet.
 En ook niet hoeveel het kostte.

Een andere klantervaring gaat over PFAS-soorten en een dozijn pesticiden. Ook daar goede prestaties.

Het systeem wordt afgeleverd in een zeecontainer. Volgens Oxyle werkt dit soort werk het beste op decentrale locaties).
Er is een versie die tot 10m3 per dag aan kan, idem van 10 – 100 m3 per dag en idem > 100m3 per dag.


En toch, hoewel het aangenaam is om te schrijven over wat een succesverhaal lijkt te zijn, ik kan niet velen dat ik schrijf over iets waar ik de principes niet goed van snap. Want waar komen die radicalen vandaan, waarmee dit verhaal begint? Als je enig begrip wilt opbouwen, moet je in de literatuur gaan zoeken.

De officiele patenten van Oxyle zijn voor een niet-ingewijde niet om door te komen (ik heb het geprobeerd).

Nature Communications heeft ( https://doi.org/10.1038/s41467-021-23921-3 ) een bruikbare afbeelding om de hoofdzaak te snappen (hierboven)

Een artikel (met allemaal Chinese auteurs) komt volgens mij erg dicht bij wat Oxyle doet. Het heet “Piezocatalytic Foam for Highly Efficient Degradation of Aqueous Organics”  en is te vinden op https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/smsc.202000011 .

Essentieel is dat er piezoelektrische deeltjes aanwezig zijn. Dat zijn deeltjes die aan weerszijden in het deeltje een elektrische lading opbouwen als ze vervormen. Dat geeft een elektrisch veld dat heel sterk kan zijn, en dat zorgt voor het ‘lompe geweld’ op de zeer korte afstand. Het sterke elektrische veld trekt tegengesteld geladen deeltjes naar zich toe, Die treden in wisselwerking met passerende ionen of molekulen. Het in water gangbare OHion wordt het radicaal *OH (dat zo gauw mogelijk zijn elektron terug wil en dus krachtig oxiderend werkt) en het gangbare molecuul O2 (zuurstof) wordt O2 (superoxide). Dat wil zo snel mogelijk zijn elektron weer kwijt en werkt dus reducerend. Beide werkingen zijn heftig en kunnen een chemische binding verbreken.

Er moet iets zijn wat dat piezodeeltje vervormt. In de afbeelding is dat ultrageluid, maar het kan bijvoorbeeld ook de spontane turbulentie van het water zijn. En soms werkt het met magneetvelden. Soms ook werkt belichting aanmoedigend.
Niet voor niets markt Oxyle op dat elk afvalwater weer anders is, en dat je maatwerk moet kunnen leveren. Met verschillende bronnen heb je knoppen om aan te draaien.

In alle gevallen werkt het effect alleen op de korte afstand en dus moeten de piezodeeltjes zo dicht mogelijk op het vervuilde water zitten. Maar als ze los zweven, spoelen ze gewoon weg bij het leeg laten lopen van het opgeschoonde water.
De  truc is om ze vast te zetten in een teflonachtige polymeer met nanoholtes, die liefst zelf ook piezo-actief is. Vandaar de grotcomplexen van Oxyle.
Het luistert nauw hoe je dat allemaal doet en dat ligt dus vast in de patenten van Oxyle.

Snap ik het toch een beetje.