SP stelt vragen over Gezondheidsraad-rapport over bestrijdingsmiddelen. Parkinson als beroepsziekte?

Persbericht dd 25 juli 2020

De Gezondheidsraad heeft een rapport uitgebracht “Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden”. ‘Vervolg’ , want het is een continuing story waarin steeds meer studiemateriaal beschikbaar komt. Inmiddels boekenkasten vol. De regering en de Tweede Kamer hadden om dit advies gevraagd.
Zie www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2020/06/29/vervolgadvies-gewasbescherming-en-omwonenden .
De SP in Provinciale Staten heeft in 2017 en in 2019 ook al vragen  gesteld over dit onderwerp, maar toen kon respectievelijk wilde het College van GS geen antwoord geven – het laatste omdat een belangrijke studie toen nog niet officieel uit was. Die is nu wel uit en ligt mede onder het rapport van de Gezondheidsraad, dus de vragen nog maar eens gesteld, met wat aanpassingen vanwege het nieuwe rapport.

Alle onderzoeken samen tonen statistisch significante verbanden tussen bestrijdingsmiddelen enerzijds en Parkinson anderzijds (dat wou de Tweede Kamer weten). Het verband is niet hard genoeg om ‘oorzakelijk’ te mogen heten, maar wel hard genoeg om het Europese voorzorgsbeginsel toe te passen. Dat leidt tot het advies dat de verduurzaming van de landbouw intensiever en sneller moet.
In Frankrijk is Parkinson inmiddels officieel tot beroepsziekte onder telers verklaard. Duitsland overweegt hetzelfde.

Er is ook een statistisch significant verband tussen bestrijdingsmiddelen en neurologische problemen bij ongeboren en jonge kinderen.

RIVM_Bestrijdingsmiddelen en omwonenden

De Gezondheidsraad doet ook een paar concrete uitspraken op deelgebieden.

  • Met name in de bollenteelt (die apart onderzocht is) wordt het meest gespoten. In de, minder goed onderzochte, fruitteelt wordt minder gespoten, maar vaak wel horizontaal of omhoog. Nader onderzoek is hier nodig.
  • De boeren trekken zich te weinig van het beleid aan. Ze blijven met  het giftigste gif spuiten en ruimen zelden verpakkingen en restanten op de juiste wijze op.
    Arbeiders worden vaak onvoldoende geïnstrueerd – niet zozeer zij die spuiten, want die zijn wel beschermd en geschoold, maar zij die na het spuiten werkzaamheden verrichten. Het gevaar houdt niet gelijktijdig met het spuiten op.
  • Effecten zijn aantoonbaar tot op 250m van de bron.
  • Er wonen in Nederland 90.000 mensen binnen 50m van een bollen- of fruitperceel. 18% van de bevolking in landelijk gebied woont binnen 250m van een landbouwperceel, anders dan gras.

De provincie is niet de eerste lijn tegen gewasbeschermingsmiddelen, en heeft alleen wettelijke bevoegdheden in waterwingebieden. Desalniettemin boekt het project ‘Schoon Water voor Brabant’ op vrijwillige basis toch goede resultaten.

Er is echter meer mogelijk, zij het niet altijd wettelijk vastlegbaar.
De provincie kan bijvoorbeeld streven naar spuitvrije zones, op vrijwillige basis afspraken maken of de gemeenten stimuleren dat te doen, monitoringsprogramma’s en verder onderzoek mede financieren, en spuitvrije zones vastleggen in de Interim Omgevingsverordening.

De vragen aan GS gaan over wat er op dit gebied mogelijk is. Ze zijn te vinden op –>

Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO)

Zie ook https://www.bjmgerard.nl/?p=8817 en https://www.bjmgerard.nl/?p=1395 en https://www.bjmgerard.nl/?p=5762

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.