TNO’s lasertechnologie: gamechanger voor circulaire zonne-energie


TNO’s lasertechnologie: gamechanger voor circulaire zonne-energie

De eerste generatie zonnepanelen bereikt het einde van haar levensduur. Om te voorkomen dat schaarse grondstoffen verloren gaan zijn slimme oplossingen nodig. Onderzoekers van TNO hebben een doorbraak gevonden: een duurzame, innovatieve lasertechnologie.

Afbeelding bij het TNO-persbericht

Deze lasertechnologie is een fundamenteel andere manier van recyclen. In 2024 is ongeveer 24% van het wereldwijd gedolven zilver gebruikt in zonnepanelen. Naar verwachting wint de nieuwe lasertechnologie liefst 99% van het zilver terug. Bovendien verbruikt deze methode vele malen minder energie.

Zonnepanelen zijn gemaakt om lang mee te gaan. De materialen uit elkaar halen is daarom niet eenvoudig. En dat vormt nu een probleem voor recycling. Met een laser-gebaseerde aanpak biedt TNO daar een oplossing voor. De technologie ontmantelt zonnepanelen vele malen efficiënter, met behoud van waardevolle grondstoffen. Dat is belangrijk om zonne-energie betaalbaar en minder afhankelijk van schaarse (import)grondstoffen te houden. Zo brengt de zogeheten PV-recycling een autonome zonne-energiesector een stap dichterbij.

Waarom zonnepanelen lastig te recyclen zijn
Zonnepanelen zijn ontworpen om minstens 25 jaar lang weer en wind te trotseren. Ze moeten tegen hitte, kou, vocht en mechanische belasting bestand zijn. Daarom zijn onderdelen zoals glas en zonnecellen stevig aan elkaar gelijmd. Dat gebeurt met zogeheten encapsulants.

De stevigheid van de zonnepanelen is een voordeel tijdens gebruik, maar een nadeel bij recycling. De lijmlagen maken het vrijwel onmogelijk componenten los te halen zonder ze te beschadigen. De huidige recyclingmethoden zijn vaak grof: panelen worden vermalen of verhit tot hoge temperaturen. Met deze technieken worden materialen zoals zilver en zuiver silicium helemaal niet teruggewonnen, of kost het zeer veel energie.

Recyclen met licht: van hechting naar scheiding
TNO ontwikkelde een alternatieve aanpak voor het ontmantelen van zonnepanelen. De panelen zijn ontworpen om zoveel mogelijk licht op te vangen. Dit principe vormt de sleutel tot recycling.

Een krachtige laser zet het licht in de actieve laag van het zonnepaneel lokaal om in warmte. De gerichte temperatuurstijging verwijdert de hechting tussen de zonnecellen en de encapsulanten. Zo worden de verschillende lagen gecontroleerd van elkaar gescheiden, zonder het hele paneel te verhitten of chemisch te behandelen. Deze technologie is toepasbaar op verschillende typen zonnepanelen.

Het resultaat: een veel schonere scheiding van materialen. Het glas blijft intact en de zonnecellen komen vrij met nauwelijks lijmresten. Dit proces vergt minder dan 1 kWh energie per module. Dat is een fractie van het energieverbruik van conventionele technieken zoals pyrolyse, wat 25 kWh per module kost. “Met laser-gebaseerde technieken laten we zien dat het anders kan: energiezuinig en met behoud van waarde”, zegt onderzoeksleider Mirjam Theelen.

Video              https://www.youtube.com/watch?v=UVEi5bTPf4g

Een goudmijn aan zilver en silicium
Circulariteit is één drijfveer, schaarste van grondstoffen een andere. En de waarde van de grondstoffen is niet gering. Zo bevatten de zonnepanelen veel zilver, waarvan naar verwachting 99% kan worden teruggewonnen. Op dit moment gaat 25% van het wereldwijd gewonnen zilver naar de productie van zonnepanelen, terwijl de vraag naar deze grondstof blijft toenemen.

Naast zilver zit in de zonnepanelen ook silicium van hoge zuiverheid. Dat kan binnen Europa slim worden hergebruikt, bijvoorbeeld in batterijen of nieuwe zonnecellen. Verder zijn ook het glas en de kunststoffen in de zonnepanelen beter her te gebruiken wanneer ze schoon worden teruggewonnen.

Waar recycling vaak een verplicht nummer is om aan regelgeving te voldoen, kan deze nieuwe lasertechnologie uitgroeien tot een winstgevend proces. De opbrengsten, in de vorm van zuivere materialen, zijn veel hoger dan de kosten voor het recyclen. Dit maakt hoogwaardig recyclen economisch interessant én kansrijk. Zeker nu meer zonnepanelen het einde van hun levensduur bereiken en de volumes in de afvalstroom toenemen.

Van optimaliseren naar opschalen
Het onderzoek van TNO loopt nu 3 jaar en bevindt zich duidelijk voorbij de verkennende fase. In het lab zijn vrijwel alle veelvoorkomende zonnepanelen al succesvol behandeld en uit elkaar gehaald. De onderzoekers optimaliseren het proces continu, bijvoorbeeld door te kijken hoe verschillende lasertypes de lijmlagen beïnvloeden.

Een opvallend aspect is dat het proces zichzelf deels ‘zichtbaar’ maakt: wanneer de laser zijn werk doet en de hechting afneemt, verandert het oppervlak subtiel van kleur. Dat geeft onderzoekers directe feedback en helpt om het proces nauwkeurig af te stemmen.

Het onderzoek is inmiddels opgeschaald van laboratoriumopstellingen naar toepassingen die relevant zijn voor industriële recycling. De volgende fase richt zich op het inpassen van de lasertechnologie in de volledige procesketen van PV-recycling. Daarbij wordt getest onder praktijkcondities.

De onderscheidende rol van TNO
TNO werkt niet alleen aan de techniek zelf, maar ook aan de vraag hoe deze binnen bestaande en toekomstige recyclingketens past. De onderzoekers werken samen met industrie, beleidsmakers, de overheid, machinebouwers, zonnepaneelfabrikanten en recyclingbedrijven. Want: een nieuwe technologie heeft pas echt impact als duidelijk is wanneer investeren loont, hoe regelgeving kan aansluiten en welke volumes precies nodig zijn om het rendabel te maken.

Op dit moment lopen er verschillende projecten met industriële partners en er staan meer samenwerkingen in de steigers. Zo wordt onder meer met een Nederlandse machinebouwer getest op volledige modules.

Grenzeloos van elkaar leren
Ook internationaal groeit de aandacht voor zonnepaneelrecycling met lasers. TNO is wereldwijd een van de voorlopers. In Australië en de Verenigde Staten lopen vergelijkbare onderzoeken. De parallelle ontwikkelingen bieden kansen om oplossingen verder te verbeteren. “Het is geweldig om van elkaar te kunnen leren”, geeft Theelen aan.

TNO ziet duidelijke verschillen tussen fundamenteel universitair onderzoek en de meer toepassingsgerichte aanpak die nodig is om technologie naar de markt te brengen. Juist in die vertaalslag ligt de kracht van een kennisinstituut als TNO.

Blik vooruit: lasers als integraal onderdeel van zonne-energie
Licht in de vorm van lasers gaat de komende jaren een grotere rol spelen in recyclingprocessen. De verwachting is dat lasers een vast onderdeel worden van toekomstige recyclingfaciliteiten. Daarbij wordt ingezet op minimale energie-inzet en maximale materiaalopbrengst. Theelen: “Met deze laser-gebaseerde techniek zetten we een grote stap richting een circulaire zonne-energiesector.”

Meer weten?
Ben je PV-producent of recycler en wil je met TNO in gesprek? Neem gerust contact op. Samen verkennen we hoe deze technologie binnen een recyclingproces of ketenstrategie toegepast kan worden.


Voor een toegankelijk artikel over hetzelfde onderwerp, zie een artikel in Change INC : opmerkelijk-nieuwe-technologie-voor-recyclen-zonnepanelen-is-potentiele-zilver-en-siliciummijn-voor-nederland .

Voor een eerder artikel op deze site (al weer vijf jaar oud) over de recycling van zonepanelen, zie https://www.bjmgerard.nl/recycling-van-zonnepanelen-op-komst/ .

Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen (zie de tekst onder de foto).

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op die de inhoud van het artikel kunnen ondergraven. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

En wees sowieso sceptisch als iemand iets beweert, zelfs als ik dat ben.

Voor geen enkel artikel op deze site is ChatGPT gebruikt.

Als u mij een vraag wilt stellen die geen betrekking heeft op een concreet artikel (bijvoorbeeld om iets uit te zoeken waar ik nog niet over geschreven heb), wilt u dat dan doen als commentaar bij deze passage?


Bij de RABO-bankdemonstratie dd 16 mei 2023 met Miss Piggy


Bij het Einsteinmonument in Ulm (Einstein is daar geboren). Ik vind het overigens geen mooi monument, maar ik heb grote bewondering voor Einstein..
09 juli 2023

Effect verplichtende EU en UK wetgeving inzake SAF zichtbaar

De feiten volgens Bloomberg
Bureau Bloomberg heeft in zijn Green Daily-nieuwsbrief  (dd 13 aug 2026) over 2025 en per luchtvaart-maatschappij of -groep, in kaart gebracht hoeveel procent van de in 2025 getankte vliegtuigbrandstof in de categorie Sustainable Aviation Fuel (SAF) valt. De webversie van het artikel is bloomberg_13aug2026_europe-widens-lead-in-cleaner-jet-fuel-as-us-asia-fall-behind ,

Dat overzicht leidt tot drie belangwekkende vaststellingen.

De eerste is dat het EU-beleid van RefuelEUAviation in elk geval over 2025 zijn doel voor een groot deel bereikt heeft (op de Lufthansa na). Dat doel was een verplichte 2% bijmenging over 2025 van SAF in verder fossiele kerosine. In het UK moet dat over 2026 3,6% zijn.
De EU-verplichting voor 2030 is 6% bijmenging, waarvan minstens 1,2% e-kerosine en de rest biokerosine.

Ten tweede blijkt dit percentage buiten de EU-28 een heel stuk lager te liggen, met name in de VS en de Emiraten. De IAG-groep (bestaande uit British Airways, Aer Lingus en Iberia) verbruikte meer SAF dan het complete VS=vlieggebeuren bij elkaar.  Bloomberg concludeert hieruit dat blijkbaar de stok beter werkt dan de wortel. De EU-wetgeving is verplichtend en de VS werkt met incentives.

Het mondiale gemiddelde over 2025 is, volgens de IATA, 0,6%. Dat is te vinden op iata_pressroom_2025-12-09-04 , in welk artikel de IATA zielig doet over de meerkosten van de Europese en UK-wetgeving. Alternatieve kerosine is namelijk een stuk duurder.

Voor- en nadelen van SAF
Hierover is op deze site al eerder het nodige gepubliceerd., zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/de-nationale-saf-roadmap-en-over-methanol/ en dan verder terug.
Het beste voor milieu en klimaat is minder vliegen. Maar ook dan blijft men ongetwijfeld vliegen, wat tot de vraag leidt hoe dat dan het beste kan plaatsvinden. Zolang dat met straalmotoren op kerosine is (wat nog lang zo zal zijn), zit de winst in zuiniger motoren en in brandstof met minder klimaat-en milieu-effecten. Dan komt SAF in beeld.

SAF is er in twee varianten: biokerosine, die uit organisch materiaal gemaakt wordt, en e-kerosine, die elektrisch gemaakt wordt uit CO2 of CO uit lucht of schoorsteen, uit groene waterstof en dus uit heel veel stroom. De  biokerosine is er ook weer in twee varianten: namelijk die niet met voedsel concurreert (diverse vormen van afval), en die dat wel doet (bijvoorbeeld voedselgewassen tot brandstof ombouwen).

Bloomberg beperkt zich tot de verbruikscijfers. Aandacht voor de achtergronden is echter nodig.

Een aangewezen plek voor kritische context is de lobbyorganisatie van de gezamenlijke milieuverenigingen in Brussel, Transport&Environment. Daar vindt men het SAF Observatory ( transportenvironment_saf-observatory ) en daarbinnen vindt men enkele informatieve TAB’s, Daaronder een ranking, en een ‘around the world’-TAB die echter  beide maar t/m aug 2024 lopen.
Het SAF Observatory stelt dat e-kerosine nog bijna niet bestaat, dat Noord-Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hun biokerosine voor 45% uit voedselgewassen halen, en dat dat percentage in de EU bijna nul is.
Binnen de beperkte hoeveelheden waarin biokerosine produceerbaar is, is de Europese versie dus redelijk duurzaam.

De wereld voedt Nederland, niet andersom!

Vooraf
Ik ben genoeg overtuigd van de wenselijkheid van een meer plantaardig dieet om daar in praktijk tot op zekere hoogte gevolg aan te geven. Ik sta er echter niet dermate ideologisch in, dat ik principieel vegetarisch, of zelfs veganistisch ben.

Goede ideologieën zijn mooi, maar je moet eraan kunnen rekenen.

Het vertrekpunt van dit weblog-artikel is dat onderzoekers van de universiteit van Wageningen, onder leiding van prof. Imke de Boer, het verhaal ‘Nederland voedt de wereld’ kwantitatief op de korrel hebben genomen.
Dat boerenverhaal hangt samen met de ideologische sectortrots dat ons kleine postzegeltje de tweede agrarisch exporteur ter wereld is. Van dit ideologische boerenverhaal blijkt geen hout te kloppen, het is eerder omgekeerd.
Als onderbouwing van de Wageningse analyse komt er ook kwantitatieve informatie vrij over enkele alternatieve diëten, waaronder het veganistische (dat ook ideologische kenmerken heeft). Het veganistische dieet scoort tweede als het erom gaat om de wereld te voeden – dat is overigens een stuk beter dan het huidige dieet..

Het artikel is op 14 juni 2026 gepubliceerd in Nature Food (en dus peer-gereviewd). Het is te vinden op  https://doi.org/10.1038/s43016-026-01369-2 . Het is achter de betaalmuur (ik heb betaald).
Onderstaande afbeeldingen komen uit dit artikel, behalve de laatste (eigen foto).

Hoe onderzoek je zoiets?
Dit soort onderzoek werkt met scenario’s en doelen. Een scenario is geen voorspelling en ook geen voorschrift, maar meer zoiets als een wetenschappelijke  ‘wat als?’-vraag.

Er zijn twee doelen: zo weinig mogelijk land gebruiken en zoveel mogelijk mensen voeden.
Er zijn drie hoofdscenario’s:

  1. De huidige toestand (de referentie)
  2. Een scenario zonder handel in diervoeding (‘feed’, soja en tapioca en zo). In praktijk betreft dit vooral invoer en, in mindere mate, doorvoer
  3. Een scenario zonder im-  en export van diervoeding en mensenvoeding (‘food’). Nederland vertrouwt dan geheel op eigen, binnenlandse, kracht (autarkisch). De achterliggende gedachte is dat als Nederland de wereld zou moeten helpen voeden, het eerst zichzelf zou moeten kunnen voeden. Wat  er dan overblijft, zou export kunnen worden.

Een eerste tussenresultaat:
De linkerhelft geeft de omvang en het gebruik van het landbouwoppervlak in Nederland zelf in de huidige (referentie)-situatie, het no feed-scenario en het no feed- en no food-scenario. Op dit moment is de Nederlandse landbouw goed voor 1,69 miljoen hectare (zowat half Nederland). ‘Arable’ kun je lezen als ‘bouwland bestemd voor …’ en ‘Industrial’ betreft de glastuinbouw en de champignonkwekerijen.
De rechterhelft betreft de import uit en export naar het buitenland, omgerekend naar landbouwoppervlak. Op dit moment (referentie) importeert de Nederlandse landbouw de productie op 4,7 miljoen hectare elders op de wereld, van welke de productie op 3,0 miljoen hectare weer uitgevoerd of doorgevoerd wordt. In een no feed-scenario zijn die getallen drastisch lager, maar nog niet nul. ‘PSF’ betekent ‘Plant-Source Food’, ‘ASF’’Animal-Source Food’ (beide dus mensenvoeding, ‘feed’ is diervoeding en ‘oil crops’ zijn soja en oliezaden, die in Nederland verwerkt worden tot schroot en olie.

Het maakt verder nogal uit wat Nederlanders eten. Daarom wordt het derde (autarkische, geen feed en geen food-handel) scenario verder ingevuld met diëten, die alle Nederlanders, modelmatig, geacht worden te consumeren:

  1. Het huidige dieet (referentie) (dit is dus eigenlijk 3a)
  2. De Schijf van Vijf (in het Engelstalige artikel afgekort tot FBDG)
  3. Het LEAN-dieet, wat staat voor Land-use Efficient and Adequate in Nutrients.
  4. Een veganistisch dieet dat gelijk is aan het LEAN-dieet minus vis, vlees en zuivel plus voedselsupplementen

Geeft schematisch onderstaand overzichtsplaatje:

De eenheid op de horizontale as is gram per persoon per dag;
Als ergens geen staaf is ingevuld, kan dat betekenen dat het streven nul is, of dat er geen uitspraak over gedaan wordt. Veganisten eten principieel geen vis, maar nergens staat dat veganisten geen kruiden mogen gebruiken of geen bier mogen drinken. (Waarschijnlijk wordt overigens met ‘alcohol’ bedoeld inclusief het aanhangend water, anders is het wel erg veel)

De conclusies

In de linkerhelft staat hoeveel hectare binnenlandse grond (buitenlandse grond doet niet meer mee) nodig in een autarkisch Nederland bij de vier verschillende diëten (nu 1,69 miljoen hectare).
In de rechterhelft staat aangegeven hoeveel miljoen mensen bij elk van de vier diëten door landbouw en veeteelt binnen het bestaande Nederlandse agrarische areaal gevoed kunnen worden volgens het aangegeven voedingsschema. De zwarte dwarsbalkjes geven het de waarde aan op basis van een pessimistische en een optimistische inschatting van de oogst

Zie bovenstaande afbeelding.
Het eerste dat opvalt is dat Nederland, op basis van het reëel bestaande (referentie)dieet ruim 17 miljoen mensen kan voeden en dat is ongeveer het aantal mensen dat er nu woont. In 2050 zullen dat er waarschijnlijk meer zijn (20  miljoen?). Ergo kan een autarkisch Nederland bij het huidige voedselpakket geen voedsel exporteren.

Een daaruit volgende, tweede conclusie is dat het met de andere diëten waarschijnlijk wel kan.

En derde conclusie is dat een veganistisch dieet flink meer mensen kan voeden dan het referentiedieet, maar dat het, niet geheel vegetarische, LEAN-dieet het beter doet. Dat omdat LEAN inzet van vee toestaat zolang dat niet concurreert met het verbouwen van plantaardig voedsel. Dat lost de calciumbehoefte voor een groot deel op, en de behoefte aan vitamine B12 en aan omega 3-verzuren geheel op. Bij een veganistisch dieet moet hiervoor extra grond worden uitgetrokken.

Een vierde conclusie is dat Nederland op eigen kracht geen agrarische grootmacht kan zijn.

Kanttekeningen bij de conclusies
De onderzoekers plaatsen zelf nogal wat kanttekeningen bij hun conclusies.

De eerste is dat dit  ‘slechts’ natuurwetenschap is. Deze beperking is ook de kracht van de analyse.
In het artikel worden geen waardeoordelen en voorschriften uitgesproken.
Economische en sociale overwegingen worden wel benoemd, maar zijn niet in meegenomen.
Milieuproblemen ook niet, zoals dat er ‘bij ons’ teveel dierlijke mest is, en in bijvoorbeeld Brazilië en de Oekraine te weinig. Het systeem leidt tot fundamentele onbalansen aan nutriënten en mineralen.

De volgende, wezenlijke kanttekening is dat het model ervan uitgaat dat het huidige binnenlandse landbouwareaal even groot blijft. Dat is echter onwaarschijnlijk, zeggen ook de onderzoekers. Landbouwgrond zal ook geclaimd worden voor doelen anders dan de voedselproductie.
Dat kan zijn voor gewassen anders dan voedsel (bijvoorbeeld hout en de producten daarvan), of überhaupt niet voor gewassen (bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur, energie, natuur). Werkelijke opbrengsten zullen kleiner zijn dat die welke op papier denkbaar zijn.

Een derde kanttekening is dat Nederland  op deelgebieden de wereld nog steeds kan helpen. De onderzoekers noemen zaadveredeling en pootaardappelen, en kennis.

Een vierde opmerking is dat de analyse gebonden is aan de Nederlandse situatie: de hoogste veedichtheid, en de een na hoogste mensendichtheid, in de EU. Als je een vergelijkbare studie zou doen in bijvoorbeeld Ierland, een groter land met veel minder mensen en minder vee, en met veel meer veen- en rotsgrond waarop je geen voedsel kunt verbouwen, zou de uitkomst waarschijnlijk anders uitpakken.

Grote delen van Ierland zijn slechts geschikt voor schapen. Dit is Doolough Pass, de Pas langs het Zwarte Meer. Zie https://www.bjmgerard.nl/doolough-pass/ .

En tenslotte, last but not least: het is geen schande om voedsel te importeren als dat op basis van eerlijke handelsverhoudingen gebeurt en je je onthoudt van ideologische grootspraak. Nergens staat dat Nederland zijn eigen koffie en cacao en ananassen moet produceren. Elders gaat dat veel beter en mogelijk vermindert dat diverse fundamentele onbalansen.


Ik heb ooit vanuit de Brabantse Milieu Federatie (BMF) meegedaan aan de provinciale mestdialogen. Onderdeel daarvan was een verkenning naar landbouwkringlopen die gesloten waren op het niveau van Noordwest Europa. Ik heb er op deze site drie artikelen over geschreven, maar die zijn al weer bijna tien jaar oud. Het jongste artikel is te vinden onder https://www.bjmgerard.nl/landbouwkringlopen-sluiten-op-schaal-van-nw-europa-3/ , en de twee eerdere via terugverwijzingen.

Het levenseinde van de windmolenwiek

Artist impression van de A58 met een geluidswal van windmolenbladen

Vooraf
Om de klimaatcrisis te bestrijden is stroom nodig die niet met fossiele brandstof wordt geproduceerd. Windturbines, zowel op het land als op zee, zijn daartoe onmisbaar.
Er is veel verzet tegen nieuwe windturbines op het land – een standpunt dat ik niet deel. Tegenstanders gebruiken in hun verzet eigenlijke en oneigenlijke argumenten.

Tegenstanders argumenteren onder andere dat het tot nu toe nu slecht geregeld is wat er op het eind van de levenscyclus met een windturbine gebeuren moet.
Dit argument is grotendeels onjuist, omdat op dit moment standaard ergens rond de 85 a 90% van een windmolen na definitieve afloop van zijn levensduur gerecycled wordt. ‘Definitief’ betekent hier dat herplaatsing elders of opknappen en repareren onmogelijk is gebleken.
Er is echter een reëel probleem met de overblijvende 10 a 15%, zijnde de wieken. Turbinewieken zijn ontworpen als wegwerpartikel, Tot nu toe eindigen die meestal op de stort of in de verbrandingsoven (bijvoorbeeld in cementovens).  Dat hoort niet zo te zijn. Afzonderlijke landen en de EU als geheel willen van deze praktijken af, met als terecht gevolg dat er sinds pakweg 2020 naar alternatieven gezocht wordt. Dat begint te lopen. Daarover gaat dit artikel.

Het gaat om forse getallen. Een windturbine gaat 20 tot 25 jaar mee, hetgeen betekent dat de oudste turbines nu ‘op de markt’ beginnen te komen. En ook dat het aanbod vrij redelijk te voorspellen is. Europa produceerde in 2025 60.000 ton wiek-afval en dat zal in het jaar 2050 oplopen tot 800.000 ton (aldus TNO op basis van WindEurope).

Enkele vormen van onderscheid vooraf.

Het eerste is of je curatief of preventief kijkt. Curatief gaat over wieken die er al zijn (en die al afval zijn of dat worden), preventie gaat over nieuwe ontwerpen die al bij voorbaat op een hanteerbaar end of life-stadium ontworpen zijn.
Het tweede onderscheid is of een probleem vooral technisch is, of vooral economisch (en dan ook politiek). Dat zijn wezenlijk verschillende zaken die om wezenlijk verschillende oplossingen vragen. De recyclewereld wemelt van de goed bedoelde technische oplossingen, die het vervolgens op de vrije markt niet redden omdat het niet-duurzame aanbod goedkoper is (bijvoorbeeld bij plastic of textiel). Een verplichte verwijderingsbijdrage kan meer effect sorteren dan een briljante technische oplossing.
Het derde onderscheid (dat samenhangt met het tweede onderscheid) is hoever een beoogde oplossing in technisch opzicht is.
Voor brilliancy op laboratoriumschaal koop je  op zich weinig.

Curatief
Als je niet wil dumpen of zomaar verbranden, en als opknappen of de tweede handsmarkt geen oplossing is, kun je in Nederland bij twee clubs terecht. Het zijn allebei samenwerkingsverbanden (consortia).

De ene is de Dutch Circular Value Chain (CVC). Daarbinnen doet Business in Wind de ontmanteling van de turbine, levert de jonge startup Dura Vermeer Urban Miner de (zeg maar) bouwwerf en de bijbehorende ICT, en levert designbureau Superuse ontwerpen onder de handelsnaam Blade-Made. De GKB Group doet de feitelijke productie, The Footprinters rekent uit wat de klimaat- en milieufootprint is, en New Citizen Design plakt alle taken aan elkaar. Wie het na wil lezen, zie https://blade-made.com/home/portfolio-items/the-netherlands/ .
Het consortium maakt wat met een mooi woord ‘Urban Furniture’ heet (ondanks alle Engels is het geheel een Nederlandse club). De clou is dat je in het uiteindelijke product de molenwiek terug herkent.
De openingsafbeelding is een artist impression van hoe de A58 bij Oirschot er uit zou kunnen zien. In werkelijkheid liggen er in de testomgeving Innova58 van Rijkswaterstaat twee wieken aan elkaar, samen 60m lang en 3 a 4 meter hoog. De eerste testresultaten zijn gunstig: het testscherm doet het even goed als een betonnen scherm van 3,3 meter hoog. Innova58 is sowieso een interessante innovatieomgeving, ook vanwege andere projecten ( https://www.innova58.nl/ )
Hieronder de met stukken windmolenwiek opgebouwde speeltuin Wikado in Rotterdam.

Speeltuin Wikado in Rotterdam

Het levert leuke resultaten, maar de vraag is wel of je er grote getallen mee haalt die nodig gaan zijn. (Rijkswaterstaat moet nog zo’n 40 a 50km geluidsscherm opleveren).

Het alternatief voor wiekenmateriaal niet afbreken is wiekenmateriaal wel afbreken.

Kort door de bocht bestaat dat composietmateriaal voor ruim de helft uit glas en/of koolstofvezel en rond de 30% uit epoxy- of polyesterhars, plus nog wat ander spul.  Afbreken betekent idealiter dat je onbeschadigd de fibers enerzijds en de epoxyhars (en de rest) anderzijds weer van elkaar scheidt op zo’n manier dat je met de gescheiden producten nog wat nuttigs kunt doen, liefst zo hoogwaardig mogelijk.
Genoemde harsen zijn echter thermohardend: ze kunnen niet meer smelten. Daarom hield men tot voor kort recycling voor heel moeilijk of onmogelijk.

Springt (in Nederland) TNO in met een project om wel tot recycling te komen. TNO is de ruggengraat van de andere club, het werkverband Circle4Win ( project circle4win ). Dat is een driejarig project. Het project  is gericht op een commercieel bruikbare methode om toch windturbinewieken te recyclen. Het daartoe opgerichte consortium omvat elke cruciale stap: bladproductie (Suzlon), einde-levensduurmanagement (IX Decom), voorbewerking (D&E), thermolyse-recycling (Renewi), grondstoffenverwerking (Sibelco) en glasvezelproductie (Envalior).
Het project werd voor het eerst omschreven op 27 maart 2025 ( project-recyclen-windturbinebladen ) en had een vervolgbericht op 02 juli 2026 ( hoogwaardig-recyclen-windturbinebladen/ ).
TNO EnergieTransitie en het Brightlands Materials Center (BMC, coproductie van TNO en de provincie Limburg)) op de Chemelotcampus in Geleen hebben een thermolytische methode ontwikkeld.  Het turbinemateriaal wordt in een oven in zuurstofloze omgeving tot bijna 500°C verhit, waardoor de harsen ontleden tot brandbare gassen. Als alles goed gaat, komen de (als nieuw materiaal goedkope) glasvezel en de (als nieuw materiaal dure) koolstofvezel netjes schoon vrij te liggen. De vrijgekomen gassen worden gebruikt om de 500°C te bereiken.
Technisch moet je hier een heel eind mee kunnen komen. Dd 02 juli 2026 had de pilot ca 60kg teruggewonnen glasvezel geproduceerd. Als dat gecombineerd wordt met kunstharsen die wel kunnen smelten (thermoplasten), is dat nieuwe materiaal wel recyclebaar. Of men daar weer windmolenwieken van kan maken, moet blijken. In elk geval kan het gedowngraded worden tot eenvoudiger toepassingen (bijvoorbeeld auto-onderdelen).
Of het financieel zonder politieke maatregelen (bijvoorbeeld subsidie) uit kan, moet blijken – die vraag is minstens zo interessant. Het consortium wil een demonstratiefabriek bouwen met een capaciteit van ca 10.000 ton molenwiek per jaar. Die inrichting zou alle windturbinebladen van het Prinses Amalia windpark met 60 windturbines, een van de eerste Nederlandse offshore windparken die ontmanteld worden, in ongeveer één maand kunnen verwerken.

Uiteraard wordt er ook buiten Nederland aan het recyclen van windturbinebladen gewerkt. Voor een overzichtsartikel over wat diverse turbineproducenten doen, zie nedzero.nl_wind-in-the-sails-for-large-scale-recycling-of-wind-turbine-blades . Het voert te ver om hier alle producenten de revue te laten passeren.

Voor een eerder artikel op deze site, over de fabrikant Vestas, zie methode-ontwikkeld-om-windturbinebladen-geheel-te-recyclen .
Vestas lijkt erop te vertrouwen dat het met zijn recyclingtechniek voort kan gaan met de bestaande materialen (dus met thermohardende kunststoffen), zelfs met het perspectief om er opnieuw wieken van te maken. De tijd zal moeten leren of dat gaat lukken, maar dat lijkt me geen gelopen race. In dat geval zou dat betekenen dat curatief en preventief in elkaar beginnen over te lopen. Voor Vestas-standpunten zie vestas.com_sustainability/sustainability-product-offerings/blade-circularity .

Het verwerkingsschema van Vestas

Preventief
De vraag ligt voor de hand of voor nieuwe windturbinewieken niet meteen al een materiaal uitgekozen kan worden dat makkelijk te recyclen is.  Twee uiteenlopende voorbeelden hoe dat zou kunnen. Beide buiten Nederland, omdat er ons land geen windturbines meer gebouwd worden.

Het ene alternatief is de Duitse startup Voodin Blade Technology – een interessant idee met een handvol uitvoeringsvragen. De website geeft beperkt informatie, maar dit Change-artikel  vult dat op basis van nadere informatie aan.
De onzekerheid wordt mede gevoed omdat (op dit moment) levering voorzien is pas vanaf 2031, vanuit een nog te bouwen fabriek in Spanje. Er is nog geen praktijk.
Het bedrijf maakt (met 48 miljoen  EU-subsidie) rotorbladen uit hout, 20 tot 90m lang, alleen voor op het land (een belangrijke beperking).
Voodin Blade Technology stelt, uiteraard mede ter onderbouwing van de eigen positie, dat recycling van bestaande kunststofbladen financieel niet levensvatbaar zal blijken – wat moet blijken. De bladen zouden voor 100% recyclebaar zijn (er staat op de website niet bij wat dat precies betekent).
De wieken zouden met CNC-machines verspaand worden vanuit een grondvorm van speciaal voorbewerkt hout. Het CNC-programma is dus een computerfile en niet een enorme fysieke gietmal voor kunststof.. Zo’n gietmal wordt vernietigd als het bijbehorende type wiek uit de productie genomen wordt.  Een eigenaar van een niet meer courant type molen met kunststofwieken kan dus, na verloop van tijd,  geen wieken meer nabestellen, terwijl dat met uit hout verspaande CNC-wieken wel kan.

Bij Voodin Blade Technology

De grondstof is Laminated Veneer Lumber LVL). Daartoe worden bomen tot dunne lagen ‘geschild’ (‘fineer’). Die lagen worden weer op elkaar gelijmd, waarbij de nerf (ongeveer) steeds dezelfde kant op wijst. De techniek lijkt op multiplex, maar daar laat men de nerfrichting dus steeds verspringen.
LVL wordt in de bouw al enkele decennia gebruikt en is dus een bestaand product (zij het niet in lengtes tot 90m), dat niet speciaal voor Voodin ontwikkeld is. Voodin is wel de eerste die het voor dit doel gebruikt.
Het materiaal heeft belangrijke voordelen (het gaat bijvoorbeeld efficiënter met het hout in een boom om)), maar vraagt bij gebruik buiten goede bescherming tegen water, zeker in de heftige omstandigheden waarin windturbines hun werk doen. . Voor een goed artikel zie wikipedia_Laminated_veneer_lumber .

Een contrasterend tweede initiatief, ( RecycableBlade ), is van de grote Duitse windturbinebouwer Siemens Gamesa . Het bedrijf wil zijn turbines in 2040 100% recyclebaar hebben. Het is reeds bestaande techniek: de eerste bladen zijn in 2021 geleverd. Genoemde webpagina schakelt door naar een infographic .
Siemens Gamesa wil industriebrede afspraken en standaardisatie m.b.t. de recycling van windturbinewieken en steunt daartoe o.a. samenwerkingsprojecten zoals het Deense Decomblades , het Duitse Reusablade en het Deense Wisewind .
Siemens Gamesa blijft functioneren in de bestaande traditie hoe je grote turbinebladen maakt, maar heeft op één punt een cruciale stap gezet, namelijk dat nieuwe bladen al in de fabricagefase ontworpen zijn op de uiteindelijke ontmanteling, In essentie heeft Siemens Gamesa daartoe een nieuwe kunsthars ontwikkeld, die in een bad met een aangezuurd oplosmiddel bij 80°C smelt, waarna de afzonderlijke materialen afzonderlijk toegankelijk zijn (zelfs de hars), Siemens claimt daarbij niet dat die materialen ook weer voor turbinebladen bruikbaar zijn.
Siemans Gamesa heeft in 2025  een contract afgesloten om met dit nieuwe type blad een windpark voor de kust van Hull uit te rusten. In die regio komt een windturbinefabriek (zie voor een politieke beschouwing over dit soort werkgelegenheid https://www.bjmgerard.nl/farage-vernietigt-de-werkgelegenheid-en-liegt-daarover/).

Recyclebare Siemans Gamesa-bladen voor het windpark bij Hull

Huisbezitters in Florida vanwege klimaatrampen uit de verzekering gegooid – straks ook in Nederland?

Florida
Bloomberg Green Daily beschreef op 29 juli 2026 hoe de vele, sterk klimaatgerelateerde, rampen in Florida de (particuliere) verzekeringsmaatschappijen ertoe gebracht hebben om geen nieuwe klanten meer aan te nemen, honderdduizenden woningbezitters uit de verzekering te gooien en zelfs om de hele staat Florida voor gezien te houden. En dat terwijl de verzekeringspremie in Florida met $8292 per jaar al de hoogste van de VS is – over de hele VS gemiddeld is dat $2948.
Het artikel in de email-nieuwsbrief van Bloomberg  zit op de browser onder florida-s-fix-for-property-insurance-crisis-puts-more-risk-on-homeowners . Dat is achter de betaalmuur, maar voor €2 heb je een maand toegang.


Vijf jaar-gemiddeld zit de schade momenteel op ruim 36 miljard per jaar

Na de orkaan Ian, die goed was voor $67 miljard verzekerde schade, lag de sector in 2022 op zijn gat. Men was bang dat er straks helemaal geen maatschappij zou zijn die nog wilde verzekeren in Florida, en daarom nam het parlement van de staat Florida wetten aan die het voor woningeigenaren moeilijker maakten om tegen een verzekeringsmaatschappij  te procederen als die, naar de mening van de eigenaar, ten onrechte niet of te weinig uitbetaalde. De reactie van de maatschappijen was te verwachten, evenals de opkomst van een actiegroep als de Coalition for an insurable future ( https://coalitionforaninsurablefuture.com/ ). Aldaar een rapport met veel wetenschappelijk materiaal ( Climate-impact-on-insurance-May-2026.pdf ) – waaronder ook de observatie dat steeds meer mensen gevaarlijke staten als Florida (of bijvoorbeeld Califormie, vanwege de bosbranden) beginnen te ontvluchten.  
Uit dit rapport onderstaande afbeelding.

Bloomberg Green Daily baseert zich op materiaal van Climate Central, een NGO in de VS die klimaatwetenschap, en daarvan afgeleide wetenschap,  communiceert . Climate Central heeft een openbare site , waarvan ik  op https://www.climatecentral.org/climate-services/billion-dollar-disasters/mapping onderstaand rampenoverzicht van de VS gehaald heb, verbijzonderd naar Florida.  Lees 300B+ als ‘ruim 300 miljard) . Dat is opgeteld van 1980 t/m 2025, met de kanttekening dat de schade pas vanaf 1990 explosief groeit.

Nederland
Nu is Nederland niet Florida, maar de structuur van het verzekeringswezen is in Nederland niet wezenlijk anders dan in Florida. Nederland heeft zo zijn eigen risico’s en ook in Nederland zijn verzekeringsmaatschappijen particuliere, commerciële instellingen. Mogelijk zijn Europese verzekeringsmaatschappijen sterker en is het toezicht beter, maar dat is buiten mijn kennisgebied.

Er wordt in elk geval ook  in Nederland nagedacht over de relatie tussen klimaat enerzijds en verzekerbaarheid en hypotheken anderzijds. Voor een artikel  op deze site, zie https://www.bjmgerard.nl/klimaat-bedreigt-verzekerbaarheid-en-hypotheken/ .

Warmtebatterij met zand helpt een Fins dorp een week de winter door

De Finse onderneming Polar Night Energy (PNE) bouwt hele grote ‘zandbatterijen’. In essentie is dat een hele grote thermosfles met steenpoeder. Als er veel goedkope stroom is, wordt die als warmte in het steenpoeder opgeslagen. Daarbij worden hele hoge temperaturen bereikt.
Als het van pas komt, wordt die warmte weer afgegeven in de vorm van hete stoom,  heet water of hete lucht (zulks naar keuze) aan de stadsverwarming waaraan hij hangt, of eventueel aan de procesindustrie.

De machine op de foto is 13m hoog en 15m in diameter. Er zit 2 miljoen kg steenpoeder in.
Hij staat sinds kort in het Zuid-Finse dorp Pornainen (5000 inwoners). De installatie kan het dorp in de winter een week warm houden en in de zomer een maand.

Wie er een journalistiek verhaal over wil, kan terecht op het, op financiële dienstverlening gerichte, kabelkanaal CNBC ( finland-sand-battery-renewable-energy-storage  ) waaruit hier geput wordt. Een woordvoerder van PNE stelt dat door de constructie de stadsverwarming 70% broeikasgas bespaart en dat die 60% minder houtsnippers nodig heeft.

Wie dieper in de techniek wil duiken, kan kijken op https://polarnightenergy.com/nl/#onze-producten  . De getoonde installatie heeft daar een vermogen van 2MW en een energie-inhoud van 200MWh (hetgeen volgens Bartjes betekent dat hij 100 uur op vol vermogen kan draaien, en op een lager vermogen langer). Het opslagrendement is 85%.
De materie kan desgewenst de opslag verlaten onder een temperatuur van 100 tot 400°C..

Het basisidee van dit soort thermische opslag is al langer bekend. Het is geen raketwetenschap, maar met name de praktische techniek en het opschalen schijnen een probleem te zijn. De basisvarianten zijn opslag in water,  opslag in steenachtig materiaal en opslag in vloeibaar zout. Op deze site zijn al die varianten al eens langsgekomen, maar dat is al weer een tijd geleden.Vandaar enige extra controle.

Opslag in water is besproken in de uitvoering van Ecovat ( https://www.bjmgerard.nl/energy-day-tue-bespreekt-ecovat-systeem/ ) . Inmiddels bestaat Ecovat, later GroeneWarmte geheten, niet meer. Voor de gedachtenlijn in het artikel maakt het niet uit.
Opslag in steenachtig materiaal is besproken in https://www.bjmgerard.nl/warmteopslag-in-basalt-voor-het-ecodorp-in-boekel/  . Deze onderneming is nog regulier op Internet te vinden op https://cesar-energystorage.com/ .
Opslag in gesmolten zout wordt ontwikkeld door TNO en is besproken in https://www.bjmgerard.nl/4680/ . Voor de actualiteit zie o.a. https://www.tno.nl/nl/duurzaam/energie-gebouwde-omgeving/warmteopslag/  en https://www.tno.nl/nl/duurzaam/industrie/co2neutrale-industrie/duurzame-industriele-warmte/warmteopslag-maakt-grootschalige/ .

https://www.ecodorpboekel.nl/cesar-nl/

Update dd 28 juli 2026

Vlak nadat ik dit artikel geschreven heb, stond er in het blad Change.inc een verhaal over de toepassing van een warmteopslag in het Nij Smellinghe-ziekenhuis in Drachten.

Voor het verhaal over het ziekenhuis zie change.inc_nieuwe-warmtebatterij-helpt-dit-friese-ziekenhuis-drie-jaar-eerder-van-het-gas-af.
Voor het verhaal van het ziekenhuis zelf, met technische informatie,  zie nij-smellinghe-pioniert-in-2027-volledig-van-het-gas-af-met-revolutionaire-warmtebatterij . Daar komt onderstaande afbeelding vandaan.

Het ziekenhuis was met ruim 10.000 zonnepanelen, twee WKO-installaties, LED-verlichting en isolatie al een heel eind onderweg met verduurzamen. Wat nog restte was iets om stoom van 110°C te maken voor het desinfecteren van medische instrumenten, en daarvoor is een bron nodig van minstens  150°C (feitelijk is de bron 300°C). Met een warmtepomp zou dat op papier kunnen, maar het zou stroom vreten.

Daarom koos Nij Smellinghe voor een warmteopslag die (in dit geval) gevuld is met magnetiet (een vorm van ijzererts). Dat werk prima en er kan niets mee gebeuren.  De installatie is van Powerstove van het bedrijf Heatwacht uit Zwolle ( heatwacht.nl ).

In 2027 gaat Nij Smellinghe als eerste bestaande ziekenhuis in Nederland van het gas af.

De Gezondheidsraad en de vliegtuigemissies

Still uit de Zemblareportage

(Uit de Zembla-uitzending over de milieuproblematiek op Schiphol)

Ter inleiding
De Gezondheidsraad is in deze dagen op twee manieren in beeld rond de luchtvervuiling door vliegtuigemissies.

De ene manier betreft de effecten van KerosineMotorEmissies (KME), kortheidshalve de uitlaatgassen van straalmotoren, op werknemers binnen het hek van het vliegveld. Daarover heeft de Gezondheidsraad op 02 juli 2026, op verzoek van het Ministerie van SZW, een (engelstalig) rapport uitgebracht ‘Kerosine Engine Exhaust’ (KEE betekent op zijn Engels hetzelfde als KME op zijn Nederlands). (Het verzoek van SZW volgde op een aantal schandalen rond de arbeidsomstandigheden op Schiphol waar de Arbeidsinspectie nadrukkelijk vaststelde dat het werk in kankerverwekkende omstandigheden werd uitgevoerd). Het verzoek telde twee vragen: “Moet de uitstoot als kankerverwekkend worden beschouwd?’ en ‘kan er een gezondheidskundige advieswaarde worden opgesteld? (= een verantwoorde ondergrens)’.

Men vindt dit rapport op gezondheidsraad.nl/2026/07/02/advies-kerosinemotoremissie , samen met een aantal bijbehorende documenten. Daaronder een Nederlandstalige samenvatting die ik, als service aan de lezer, hieronder afdruk.


De Gezondheidsraad werkte bij dit rapport samen met de Scandinavische Nordic Expert Group.
Dit artikel gaat over dit rapport, dus classificatie en arbeidsomstandigheden en dergelijke.

De andere manier betreft de gezondheidseffecten van vliegveldemissies op de omwonenden (van welke vliegveldemissies de vliegtuigemissies deel uitmaken).
In reactie op maatschappelijke onrust, met name rond Schiphol, heeft de minister zich bereid verklaard om hierover advies te vragen aan de Gezondheidsraad. Dit traject moet dus nog beginnen. Op het moment dat dit artikel geschreven wordt, heeft de minister de tekst van een concept-aanvraag aan de Gezondheidsraad in een besloten consultatietraject ingebracht. Onder andere het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO) is om commentaar gevraagd. Ik heb in dat kader mijn mening ingebracht, maar ik kan daar op dit moment niet op ingaan.
Ik kom hier te zijner tijd in een apart artikel op terug.

KME verondersteld kankerverwekkend en verdacht mutageen voor personeel
Het op 02 juli 2026 afgegeven advies beantwoordt een smalle vraagstelling: ‘classificeer volgens de geldende Europese CLP-criteria de kenmerken van het specifieke mengsel KerosineMotorEmissies uit straalmotoren, voor zover relevant voor de arbeidsomstandigheden’.

KME is een mengsel van honderden verschillende stoffen.
Er zit onder andere veel Ultrafijn Stof (UFS, een grootte-aanduiding – betekent eigenlijk PM0.1). UFS komt makkelijk diep in de longen, passeert makkelijk de longwand en kan in de bloedbaan, en dan in organen, terecht komen.
UFS-concentraties kunnen op vliegveldplatforms hoge waarden bereiken – gemiddeld, maar nog meer als piek. Een UFS-meting in het voorjaar van 2022 op Eindhoven Airport op 2 locaties nabij het platform leverde gemiddelde waardes van 33000 en 76000 deeltjes per cm3  (#/cm3 ) en piekwaardes van een handvol miljoen #/cm3  – zie /bvm2.nl/luchtmetingen-op-en-rond-eindhoven-airport-in-2022/ .
Een latere meting op of nabij het platform is van Esveld van TNO en valt te vinden in de tekst van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0148.pdf . Daaruit onderstaande afbeelding

Naast UFS benoemt de gezondheidsraad ook stikstof- en zwaveloxides, PAK’s, roet en metalen als gevaarlijk. Dat kan een doublure zijn, want een deeltje kan roet zijn vanwege zijn samenstelling en UFS vanwege zijn omvang.

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar KME.
Om toch tot de gevraagde classificatie te komen, hanteert de Gezondheidsraad de analogieredenering dat KerosineMotorEmissies (KME) chemisch een broertje zijn van DieselMotorEmissies (DME), en voor DME bestaat veel meer onderzoek. Zoveel, dat voor DME een officiële grenswaarde bestaat, die gebaseerd is op Inadembare Elementaire Koolstof (REC, zeg maar roet. In Nederland is die grenswaarde voor de werkvloer vastgesteld op 10µg/3 ).  En voor DME is de classificatie ‘kankerverwekkend’ formeel vastgesteld (IARC categorie 1). Omdat een analogie niet zoveel bewijskracht heeft als doelgericht onderzoek, kiest de Gezondheidsraad voor KME voor de EU-aanduiding ‘categorie 1b – verondersteld kankerverwekkend’ (de eerste onderzoeksvraag)
De kracht van de gelijkenis van KME en DME is ook zijn zwakte. Waar vliegtuigen zijn, is ergens in de buurt ook wel diesel (omgekeerd niet). Het is de geleerden (nog) niet gelukt om een stof of een groep stoffen te benoemen die uniek zijn voor KME en onderscheidend zijn van DME. Daardoor kan er geen dosis-effectrelatie opgesteld worden die met zekerheid alleen KME meeneemt, en daardoor kan er geen veilige ondergrens worden gegeven (als die bestaat)- de tweede onderzoeksvraag.
Ook weer vanwege gebrek aan goed onderzoek beperkt de Gezondheidsraad zich wat betreft de mutageniteit tot het oordeel ‘Verdacht’ (categorie 2).
Het onderzoek gaat voort.


Vrijkomen van formaldehyde uit de 10 grootste bronnen in Nederland in 2019

Voor een aantal afzonderlijke stoffen uit het KME-mengsel bestaan wel harde classificaties en ondergrenzen. Butadieen bijvoorbeeld staat in het Europese CLP-systeem te boek als ‘zeker kankerverwekkend en waarschijnlijk mutageen’ , diverse PAK-stoffen als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ en formaldehyde als ‘verondersteld kankerverwekkend en verdacht mutageen’.  Er wordt wel eens voorgesteld om voor de classificatie van het KME-mengsel als geheel  terug te vallen op de afzonderlijke geclassificeerde stoffen, maaar dat heeft het eerder genoemde nadeel dat ze ook in DME zitten, en dat het mengsel als geheel wel eens gevaarlijker kon zijn dan de som van de afzonderlijke gevaren.

Naast kanker en mutatieschade kan men ook ‘gewoon’ ziek worden van  KME (en DME). Het leidt tot ontstekingen, een slechtere longfunctie en verergering van bestaande longklachten.

Zienswijzen en de reacties van de Gezondheidsraad daarop
Voordat het definitieve rapport uitkwam (dat hier besproken wordt), was er gelegenheid een zienswijze in te dienen. Daarop is gereageerd. Het scheelt de geïnteresseerde lezer een hoop tijd als hij bij de vindplaats van de documenten alleen de reactie van de Gezondheidsraad downloadt (waarin als vanzelf een samenvatting van een heleboel moeilijke verhalen meegeleverd wordt).
Een deel van de inbreng is overgenomen.

De KLM zaaide vooral verwarring en probeerde zo het oordeel ‘1b – verondersteld carcinogeen’ omlaag te praten naar ‘2-verdacht’. Dat is niet gelukt.

De Schiphol Group heeft niet gereageerd.

Bonafide werkgevers als Axxicom Airport Caddy en KWS, en een serieus adviesbureau als Auxilium HSE, willen weten waar ze aan toe zijn en willen een duidelijke grenswaarden voor KME en bijvoorbeeld ultrafijn stof  (anders moeten ze zelf iets vaststellen, aldus Auxilium HSE). De Gezondheidsraad toont begrip, maar zegt dat de wetenschappelijke kennis dat helaas nog niet toestaat.

Enkele Europese vakbonden, bij monde van de FNV, doen hun best het advies aangescherpt te krijgen ten gunste van hun leden. Dat zet niet echt zoden aan de dijk, onder andere omdat ze soms buiten de onderzoeksvraag van de Gezondheidsraad treden, en verder tegen hetzelfde rpobleem van een tekortschietende wetenschappelijke kennis aanlopen.

(Uit de Zembla-uitzending over de milieuproblematiek op Schiphol).

En wat schieten de bagagemedewerkers, de tankautobestuurders, de technici, de schoonmakers en de mensen die de vliegtuigen heen en weer slepen hier nu mee op?
Dat is een goede maar moeilijke vraag die buiten de formele taakomschrijving van de Gezondheidsraad valt. Men komt dan op het werkterrein van instanties als de Arbeidsinspectie, de ILT, de vakbonden en het personeelsbeleid van werkgevers.

De voorzitter van de Gezondheidsraad, professor Karien Stronks, ging hier wel op in in vervolggesprekken, bijvoorbeeld met de NRC ( nrc.nl/nieuws/2026/07/02/gezondheidsraad-uitstoot-kerosine-vliegtuigen-is-verondersteld-kankerverwekkend ). Ze kon zich voorstellen dat het dubbel aanvoelde.

Enerzijds verbetert de classificatie ‘verondersteld kankerverwekkend’ de positie van de werknemers. De werkgever moet eerst kijken of de schadelijke stof vermeden kan worden (bronbeleid);  dan of de blootstelling verminderd kan worden; en tenslotte persoonlijke beschermingsmiddelen .
Bronbeleid is bijvoorbeeld minder vliegen, elektrisch of met schonere brandstof vliegen; en elektrificatie van de grondoperaties.

Anderzijds maakt het ontbreken van een grenswaarde voor KME de handhaving moeilijker. De Arbeidsinspectie kan nu slechts terugvallen op de afzonderlijke stoffen binnen het mengsel, waarvoor al wel een harde ondergrens bestaat. Nadeel is dat dat mogelijk tot  een onderschatting leidt, onmder andere omdat voor de meeste stoffen binnen het mengsel überhaupt geen ondergrens bestaat.

Het onderzoek gaat voort.

Milieudefensie Eindhoven e.o. trapt ING-actie af

De landelijke vereniging Milieudefensie heeft al weer enige tijd geleden de bank ING als focus van actie genomen. Dat gebeurt omdat ING erg veel investeert in olie- en gasbedrijven (momenteel bijna €53 miljard). De effecten van de ontstane broeikasgassen lieten zich duidelijk merken in bijvoorbeeld de hittegolf van juni 2026.
Er is al een dagvaarding uitgebracht tegen ING.
Informatie over dit proces is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaak-ing/info/veelgestelde-vragen-over-onze-nieuwe-klimaatzaak .

In de actie “Niet met mijn geld” wordt van ING geëist dat de bank stopt met het financieren van nieuwe olie- en gasbedrijven, stopt met mensenrechtenschendingen en (in lijn met Parijs) zijn uitstoot halveert. Dat heeft de vorm van een petitie (inmiddels door ca 35000 mensen ondertekend) waar deze eisen in staan. Als ING niet luistert, zal er een aansporing volgen om met veel mensen collectief over te stappen op een betere bank.
Informatie over de actie ‘Niet met mijn geld’ is te vinden op https://milieudefensie.nl/niet-met-mijn-geld/veelgestelde-vragen-niet-met-mijn-geld .

De actie is in Eindhoven afgetrapt op vrijdag 03 juli 2026, op het 18 Septemberplein. Ik heb aan die actie zitten regelen.
De actie werd visueel ondersteund door een schilderij van de ING-leeuw (van de hand van Dennie Boxem) die zich baadt in een bult olie. Voor die olie moest met plakkaatverf een groen alternatief aangestipt worden. Dat lukte goed.

Proef in Helmond met biobased asfalt

Hieronder staat een persbericht van KWS afgedrukt over een baanbrekende proef in Helmond met asfalt waarin een deel van het fossiele asfalt vervangen is door organische restproducten. Het persbericht is te vinden op https://www.circuroad.nl/nieuws/details/helmond-eerste-gemeente-waar-circuroad-biobased-asfalt-test  



Helmond eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test

Persbericht KWS             3-7-2026

Helmond heeft een landelijke primeur: het is de eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test. Een deel van het fossiele bindmiddel bitumen maakt in dit nieuwe type asfalt plaats voor een biobased bindmiddel op basis van restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en uit de landbouw. Zo verlagen we de CO₂ uitstoot en gebruiken we minder niet-hernieuwbare grondstoffen. De komende 5 jaar meet CIRCUROAD grondig hoe het asfalt reageert op weer en verkeer.

Eerste praktijkproef bij een gemeente  

Het biobased bindmiddel is ontwikkeld binnen CIRCUROAD; een samenwerking van overheden, bedrijven en kennisinstellingen, met Rijkswaterstaat als host. In Helmond legde KWS, een van de deelnemers in CIRCUROAD, proefvakken aan van het type AC 11 surf met 30% hergebruikt asfaltgranulaat. Dubbel duurzaam dus!

De drie biobased bindmiddelen, ontwikkeld door Esha, Latexfalt en BituNed, zijn vooraf grondig in laboratoria getest door deze leveranciers en een bredere groep aannemers, waaronder KWS, Boskalis, AsfaltNu en Dura Vermeer. Bovendien werden eind 2024 al proefvakken aangelegd op InnovA58, het outdoor living lab van Rijkswaterstaat. Daar voldoet die deklaag na twee winters nog steeds aan alle eisen. Vorig jaar werden proefvakken aangelegd in de provincies Utrecht en Drenthe, en nu dus in Helmond. 

Wethouder Gaby van den Waardenburg van gemeente Helmond: “Wij zijn trots dat Helmond als eerste gemeente van Nederland deze praktijkproef mogelijk maakt. Met dit project dragen we bij aan de ontwikkeling van duurzame wegen. Zo zetten we samen een belangrijke stap richting fossielvrij asfalt als de nieuwe standaard.” 

Ingroeimodel richting fossielvrij asfalt

Elk jaar produceert Nederland 6,5 miljoen ton asfalt voor de aanleg en het onderhoud van 136.000 kilometer aan wegen. De jaarlijkse uitstoot van de hele asfaltketen ligt nu rond de 565 kton CO₂ per jaar. Van die uitstoot komt 42 procent van de productie van asfalt en daarbinnen heeft de winning en productie van het fossiele bitumen met ongeveer 80% de grootste invloed op de uitstoot. De opgave is dus groot, evenals de verwachte impact. 

De aanleg van het proefvak aan de Heikantseweg in Helmond is een belangrijke mijlpaal. De resultaten dragen bij aan de verdere ontwikkeling en grootschalige toepassing van biobased asfalt in heel Nederland en aan een toekomstbestendige asfaltketen.

Dineke van der Burg, CIRCUROAD programmamanager bij Rijkswaterstaat: “We werken met CIRCUROAD toe naar volledig fossielvrij asfalt op alle Nederlandse wegen. Daarom is het zo belangrijk dat we behalve op provinciale wegen en rijkswegen nu in Helmond ook op een gemeentelijke weg kunnen testen.” 

CIRCUROAD Programmamanager Joop Groen: “Tot en met 2031 test CIRCUROAD asfalt met 30% biobased bindmiddel. Daarna werken we richting 2050 geleidelijk toe naar 100%. “Door zo grondig en stap voor stap te werk te gaan, weten we zeker dat leveranciers en wegbeheerders er klaar voor zijn en dat de kwaliteit, duurzaamheid en levensduur aan alle eisen voldoet.”

Jack Backx, bedrijfsleider bij KWS: “Met dit project laten we zien dat duurzame innovatie ook binnen gemeentelijke infrastructuur direct toepasbaar is. Door samen te werken met de gemeente Helmond en CIRCUROAD realiseren we een belangrijke stap richting toekomstbestendige en circulaire wegenbouw.”