De wereld voedt Nederland, niet andersom!

Vooraf
Ik ben genoeg overtuigd van de wenselijkheid van een meer plantaardig dieet om daar in praktijk tot op zekere hoogte gevolg aan te geven. Ik sta er echter niet dermate ideologisch in, dat ik principieel vegetarisch, of zelfs veganistisch ben.

Goede ideologieën zijn mooi, maar je moet eraan kunnen rekenen.

Het vertrekpunt van dit weblog-artikel is dat onderzoekers van de universiteit van Wageningen, onder leiding van prof. Imke de Boer, het verhaal ‘Nederland voedt de wereld’ kwantitatief op de korrel hebben genomen.
Dat boerenverhaal hangt samen met de ideologische sectortrots dat ons kleine postzegeltje de tweede agrarisch exporteur ter wereld is. Van dit ideologische boerenverhaal blijkt geen hout te kloppen, het is eerder omgekeerd.
Als onderbouwing van de Wageningse analyse komt er ook kwantitatieve informatie vrij over enkele alternatieve diëten, waaronder het veganistische (dat ook ideologische kenmerken heeft). Het veganistische dieet scoort tweede als het erom gaat om de wereld te voeden – dat is overigens een stuk beter dan het huidige dieet..

Het artikel is op 14 juni 2026 gepubliceerd in Nature Food (en dus peer-gereviewd). Het is te vinden op  https://doi.org/10.1038/s43016-026-01369-2 . Het is achter de betaalmuur (ik heb betaald).
Onderstaande afbeeldingen komen uit dit artikel, behalve de laatste (eigen foto).

Hoe onderzoek je zoiets?
Dit soort onderzoek werkt met scenario’s en doelen. Een scenario is geen voorspelling en ook geen voorschrift, maar meer zoiets als een wetenschappelijke  ‘wat als?’-vraag.

Er zijn twee doelen: zo weinig mogelijk land gebruiken en zoveel mogelijk mensen voeden.
Er zijn drie hoofdscenario’s:

  1. De huidige toestand (de referentie)
  2. Een scenario zonder handel in diervoeding (‘feed’, soja en tapioca en zo). In praktijk betreft dit vooral invoer en, in mindere mate, doorvoer
  3. Een scenario zonder im-  en export van diervoeding en mensenvoeding (‘food’). Nederland vertrouwt dan geheel op eigen, binnenlandse, kracht (autarkisch). De achterliggende gedachte is dat als Nederland de wereld zou moeten helpen voeden, het eerst zichzelf zou moeten kunnen voeden. Wat  er dan overblijft, zou export kunnen worden.

Een eerste tussenresultaat:
De linkerhelft geeft de omvang en het gebruik van het landbouwoppervlak in Nederland zelf in de huidige (referentie)-situatie, het no feed-scenario en het no feed- en no food-scenario. Op dit moment is de Nederlandse landbouw goed voor 1,69 miljoen hectare (zowat half Nederland). ‘Arable’ kun je lezen als ‘bouwland bestemd voor …’ en ‘Industrial’ betreft de glastuinbouw en de champignonkwekerijen.
De rechterhelft betreft de import uit en export naar het buitenland, omgerekend naar landbouwoppervlak. Op dit moment (referentie) importeert de Nederlandse landbouw de productie op 4,7 miljoen hectare elders op de wereld, van welke de productie op 3,0 miljoen hectare weer uitgevoerd of doorgevoerd wordt. In een no feed-scenario zijn die getallen drastisch lager, maar nog niet nul. ‘PSF’ betekent ‘Plant-Source Food’, ‘ASF’’Animal-Source Food’ (beide dus mensenvoeding, ‘feed’ is diervoeding en ‘oil crops’ zijn soja en oliezaden, die in Nederland verwerkt worden tot schroot en olie.

Het maakt verder nogal uit wat Nederlanders eten. Daarom wordt het derde (autarkische, geen feed en geen food-handel) scenario verder ingevuld met diëten, die alle Nederlanders, modelmatig, geacht worden te consumeren:

  1. Het huidige dieet (referentie) (dit is dus eigenlijk 3a)
  2. De Schijf van Vijf (in het Engelstalige artikel afgekort tot FBDG)
  3. Het LEAN-dieet, wat staat voor Land-use Efficient and Adequate in Nutrients.
  4. Een veganistisch dieet dat gelijk is aan het LEAN-dieet minus vis, vlees en zuivel plus voedselsupplementen

Geeft schematisch onderstaand overzichtsplaatje:

De eenheid op de horizontale as is gram per persoon per dag;
Als ergens geen staaf is ingevuld, kan dat betekenen dat het streven nul is, of dat er geen uitspraak over gedaan wordt. Veganisten eten principieel geen vis, maar nergens staat dat veganisten geen kruiden mogen gebruiken of geen bier mogen drinken. (Waarschijnlijk wordt overigens met ‘alcohol’ bedoeld inclusief het aanhangend water, anders is het wel erg veel)

De conclusies

In de linkerhelft staat hoeveel hectare binnenlandse grond (buitenlandse grond doet niet meer mee) nodig in een autarkisch Nederland bij de vier verschillende diëten (nu 1,69 miljoen hectare).
In de rechterhelft staat aangegeven hoeveel miljoen mensen bij elk van de vier diëten door landbouw en veeteelt binnen het bestaande Nederlandse agrarische areaal gevoed kunnen worden volgens het aangegeven voedingsschema. De zwarte dwarsbalkjes geven het de waarde aan op basis van een pessimistische en een optimistische inschatting van de oogst

Zie bovenstaande afbeelding.
Het eerste dat opvalt is dat Nederland, op basis van het reëel bestaande (referentie)dieet ruim 17 miljoen mensen kan voeden en dat is ongeveer het aantal mensen dat er nu woont. In 2050 zullen dat er waarschijnlijk meer zijn (20  miljoen?). Ergo kan een autarkisch Nederland bij het huidige voedselpakket geen voedsel exporteren.

Een daaruit volgende, tweede conclusie is dat het met de andere diëten waarschijnlijk wel kan.

En derde conclusie is dat een veganistisch dieet flink meer mensen kan voeden dan het referentiedieet, maar dat het, niet geheel vegetarische, LEAN-dieet het beter doet. Dat omdat LEAN inzet van vee toestaat zolang dat niet concurreert met het verbouwen van plantaardig voedsel. Dat lost de calciumbehoefte voor een groot deel op, en de behoefte aan vitamine B12 en aan omega 3-verzuren geheel op. Bij een veganistisch dieet moet hiervoor extra grond worden uitgetrokken.

Een vierde conclusie is dat Nederland op eigen kracht geen agrarische grootmacht kan zijn.

Kanttekeningen bij de conclusies
De onderzoekers plaatsen zelf nogal wat kanttekeningen bij hun conclusies.

De eerste is dat dit  ‘slechts’ natuurwetenschap is. Deze beperking is ook de kracht van de analyse.
In het artikel worden geen waardeoordelen en voorschriften uitgesproken.
Economische en sociale overwegingen worden wel benoemd, maar zijn niet in meegenomen.
Milieuproblemen ook niet, zoals dat er ‘bij ons’ teveel dierlijke mest is, en in bijvoorbeeld Brazilië en de Oekraine te weinig. Het systeem leidt tot fundamentele onbalansen aan nutriënten en mineralen.

De volgende, wezenlijke kanttekening is dat het model ervan uitgaat dat het huidige binnenlandse landbouwareaal even groot blijft. Dat is echter onwaarschijnlijk, zeggen ook de onderzoekers. Landbouwgrond zal ook geclaimd worden voor doelen anders dan de voedselproductie.
Dat kan zijn voor gewassen anders dan voedsel (bijvoorbeeld hout en de producten daarvan), of überhaupt niet voor gewassen (bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur, energie, natuur). Werkelijke opbrengsten zullen kleiner zijn dat die welke op papier denkbaar zijn.

Een derde kanttekening is dat Nederland  op deelgebieden de wereld nog steeds kan helpen. De onderzoekers noemen zaadveredeling en pootaardappelen, en kennis.

Een vierde opmerking is dat de analyse gebonden is aan de Nederlandse situatie: de hoogste veedichtheid, en de een na hoogste mensendichtheid, in de EU. Als je een vergelijkbare studie zou doen in bijvoorbeeld Ierland, een groter land met veel minder mensen en minder vee, en met veel meer veen- en rotsgrond waarop je geen voedsel kunt verbouwen, zou de uitkomst waarschijnlijk anders uitpakken.

Grote delen van Ierland zijn slechts geschikt voor schapen. Dit is Doolough Pass, de Pas langs het Zwarte Meer. Zie https://www.bjmgerard.nl/doolough-pass/ .

En tenslotte, last but not least: het is geen schande om voedsel te importeren als dat op basis van eerlijke handelsverhoudingen gebeurt en je je onthoudt van ideologische grootspraak. Nergens staat dat Nederland zijn eigen koffie en cacao en ananassen moet produceren. Elders gaat dat veel beter en mogelijk vermindert dat diverse fundamentele onbalansen.


Ik heb ooit vanuit de Brabantse Milieu Federatie (BMF) meegedaan aan de provinciale mestdialogen. Onderdeel daarvan was een verkenning naar landbouwkringlopen die gesloten waren op het niveau van Noordwest Europa. Ik heb er op deze site drie artikelen over geschreven, maar die zijn al weer bijna tien jaar oud. Het jongste artikel is te vinden onder https://www.bjmgerard.nl/landbouwkringlopen-sluiten-op-schaal-van-nw-europa-3/ , en de twee eerdere via terugverwijzingen.

Het levenseinde van de windmolenwiek

Artist impression van de A58 met een geluidswal van windmolenbladen

Vooraf
Om de klimaatcrisis te bestrijden is stroom nodig die niet met fossiele brandstof wordt geproduceerd. Windturbines, zowel op het land als op zee, zijn daartoe onmisbaar.
Er is veel verzet tegen nieuwe windturbines op het land – een standpunt dat ik niet deel. Tegenstanders gebruiken in hun verzet eigenlijke en oneigenlijke argumenten.

Tegenstanders argumenteren onder andere dat het tot nu toe nu slecht geregeld is wat er op het eind van de levenscyclus met een windturbine gebeuren moet.
Dit argument is grotendeels onjuist, omdat op dit moment standaard ergens rond de 85 a 90% van een windmolen na definitieve afloop van zijn levensduur gerecycled wordt. ‘Definitief’ betekent hier dat herplaatsing elders of opknappen en repareren onmogelijk is gebleken.
Er is echter een reëel probleem met de overblijvende 10 a 15%, zijnde de wieken. Turbinewieken zijn ontworpen als wegwerpartikel, Tot nu toe eindigen die meestal op de stort of in de verbrandingsoven (bijvoorbeeld in cementovens).  Dat hoort niet zo te zijn. Afzonderlijke landen en de EU als geheel willen van deze praktijken af, met als terecht gevolg dat er sinds pakweg 2020 naar alternatieven gezocht wordt. Dat begint te lopen. Daarover gaat dit artikel.

Het gaat om forse getallen. Een windturbine gaat 20 tot 25 jaar mee, hetgeen betekent dat de oudste turbines nu ‘op de markt’ beginnen te komen. En ook dat het aanbod vrij redelijk te voorspellen is. Europa produceerde in 2025 60.000 ton wiek-afval en dat zal in het jaar 2050 oplopen tot 800.000 ton (aldus TNO op basis van WindEurope).

Enkele vormen van onderscheid vooraf.

Het eerste is of je curatief of preventief kijkt. Curatief gaat over wieken die er al zijn (en die al afval zijn of dat worden), preventie gaat over nieuwe ontwerpen die al bij voorbaat op een hanteerbaar end of life-stadium ontworpen zijn.
Het tweede onderscheid is of een probleem vooral technisch is, of vooral economisch (en dan ook politiek). Dat zijn wezenlijk verschillende zaken die om wezenlijk verschillende oplossingen vragen. De recyclewereld wemelt van de goed bedoelde technische oplossingen, die het vervolgens op de vrije markt niet redden omdat het niet-duurzame aanbod goedkoper is (bijvoorbeeld bij plastic of textiel). Een verplichte verwijderingsbijdrage kan meer effect sorteren dan een briljante technische oplossing.
Het derde onderscheid (dat samenhangt met het tweede onderscheid) is hoever een beoogde oplossing in technisch opzicht is.
Voor brilliancy op laboratoriumschaal koop je  op zich weinig.

Curatief
Als je niet wil dumpen of zomaar verbranden, en als opknappen of de tweede handsmarkt geen oplossing is, kun je in Nederland bij twee clubs terecht. Het zijn allebei samenwerkingsverbanden (consortia).

De ene is de Dutch Circular Value Chain (CVC). Daarbinnen doet Business in Wind de ontmanteling van de turbine, levert de jonge startup Dura Vermeer Urban Miner de (zeg maar) bouwwerf en de bijbehorende ICT, en levert designbureau Superuse ontwerpen onder de handelsnaam Blade-Made. De GKB Group doet de feitelijke productie, The Footprinters rekent uit wat de klimaat- en milieufootprint is, en New Citizen Design plakt alle taken aan elkaar. Wie het na wil lezen, zie https://blade-made.com/home/portfolio-items/the-netherlands/ .
Het consortium maakt wat met een mooi woord ‘Urban Furniture’ heet (ondanks alle Engels is het geheel een Nederlandse club). De clou is dat je in het uiteindelijke product de molenwiek terug herkent.
De openingsafbeelding is een artist impression van hoe de A58 bij Oirschot er uit zou kunnen zien. In werkelijkheid liggen er in de testomgeving Innova58 van Rijkswaterstaat twee wieken aan elkaar, samen 60m lang en 3 a 4 meter hoog. De eerste testresultaten zijn gunstig: het testscherm doet het even goed als een betonnen scherm van 3,3 meter hoog. Innova58 is sowieso een interessante innovatieomgeving, ook vanwege andere projecten ( https://www.innova58.nl/ )
Hieronder de met stukken windmolenwiek opgebouwde speeltuin Wikado in Rotterdam.

Speeltuin Wikado in Rotterdam

Het levert leuke resultaten, maar de vraag is wel of je er grote getallen mee haalt die nodig gaan zijn. (Rijkswaterstaat moet nog zo’n 40 a 50km geluidsscherm opleveren).

Het alternatief voor wiekenmateriaal niet afbreken is wiekenmateriaal wel afbreken.

Kort door de bocht bestaat dat composietmateriaal voor ruim de helft uit glas en/of koolstofvezel en rond de 30% uit epoxy- of polyesterhars, plus nog wat ander spul.  Afbreken betekent idealiter dat je onbeschadigd de fibers enerzijds en de epoxyhars (en de rest) anderzijds weer van elkaar scheidt op zo’n manier dat je met de gescheiden producten nog wat nuttigs kunt doen, liefst zo hoogwaardig mogelijk.
Genoemde harsen zijn echter thermohardend: ze kunnen niet meer smelten. Daarom hield men tot voor kort recycling voor heel moeilijk of onmogelijk.

Springt (in Nederland) TNO in met een project om wel tot recycling te komen. TNO is de ruggengraat van de andere club, het werkverband Circle4Win ( project circle4win ). Dat is een driejarig project. Het project  is gericht op een commercieel bruikbare methode om toch windturbinewieken te recyclen. Het daartoe opgerichte consortium omvat elke cruciale stap: bladproductie (Suzlon), einde-levensduurmanagement (IX Decom), voorbewerking (D&E), thermolyse-recycling (Renewi), grondstoffenverwerking (Sibelco) en glasvezelproductie (Envalior).
Het project werd voor het eerst omschreven op 27 maart 2025 ( project-recyclen-windturbinebladen ) en had een vervolgbericht op 02 juli 2026 ( hoogwaardig-recyclen-windturbinebladen/ ).
TNO EnergieTransitie en het Brightlands Materials Center (BMC, coproductie van TNO en de provincie Limburg)) op de Chemelotcampus in Geleen hebben een thermolytische methode ontwikkeld.  Het turbinemateriaal wordt in een oven in zuurstofloze omgeving tot bijna 500°C verhit, waardoor de harsen ontleden tot brandbare gassen. Als alles goed gaat, komen de (als nieuw materiaal goedkope) glasvezel en de (als nieuw materiaal dure) koolstofvezel netjes schoon vrij te liggen. De vrijgekomen gassen worden gebruikt om de 500°C te bereiken.
Technisch moet je hier een heel eind mee kunnen komen. Dd 02 juli 2026 had de pilot ca 60kg teruggewonnen glasvezel geproduceerd. Als dat gecombineerd wordt met kunstharsen die wel kunnen smelten (thermoplasten), is dat nieuwe materiaal wel recyclebaar. Of men daar weer windmolenwieken van kan maken, moet blijken. In elk geval kan het gedowngraded worden tot eenvoudiger toepassingen (bijvoorbeeld auto-onderdelen).
Of het financieel zonder politieke maatregelen (bijvoorbeeld subsidie) uit kan, moet blijken – die vraag is minstens zo interessant. Het consortium wil een demonstratiefabriek bouwen met een capaciteit van ca 10.000 ton molenwiek per jaar. Die inrichting zou alle windturbinebladen van het Prinses Amalia windpark met 60 windturbines, een van de eerste Nederlandse offshore windparken die ontmanteld worden, in ongeveer één maand kunnen verwerken.

Uiteraard wordt er ook buiten Nederland aan het recyclen van windturbinebladen gewerkt. Voor een overzichtsartikel over wat diverse turbineproducenten doen, zie nedzero.nl_wind-in-the-sails-for-large-scale-recycling-of-wind-turbine-blades . Het voert te ver om hier alle producenten de revue te laten passeren.

Voor een eerder artikel op deze site, over de fabrikant Vestas, zie methode-ontwikkeld-om-windturbinebladen-geheel-te-recyclen .
Vestas lijkt erop te vertrouwen dat het met zijn recyclingtechniek voort kan gaan met de bestaande materialen (dus met thermohardende kunststoffen), zelfs met het perspectief om er opnieuw wieken van te maken. De tijd zal moeten leren of dat gaat lukken, maar dat lijkt me geen gelopen race. In dat geval zou dat betekenen dat curatief en preventief in elkaar beginnen over te lopen. Voor Vestas-standpunten zie vestas.com_sustainability/sustainability-product-offerings/blade-circularity .

Het verwerkingsschema van Vestas

Preventief
De vraag ligt voor de hand of voor nieuwe windturbinewieken niet meteen al een materiaal uitgekozen kan worden dat makkelijk te recyclen is.  Twee uiteenlopende voorbeelden hoe dat zou kunnen. Beide buiten Nederland, omdat er ons land geen windturbines meer gebouwd worden.

Het ene alternatief is de Duitse startup Voodin Blade Technology – een interessant idee met een handvol uitvoeringsvragen. De website geeft beperkt informatie, maar dit Change-artikel  vult dat op basis van nadere informatie aan.
De onzekerheid wordt mede gevoed omdat (op dit moment) levering voorzien is pas vanaf 2031, vanuit een nog te bouwen fabriek in Spanje. Er is nog geen praktijk.
Het bedrijf maakt (met 48 miljoen  EU-subsidie) rotorbladen uit hout, 20 tot 90m lang, alleen voor op het land (een belangrijke beperking).
Voodin Blade Technology stelt, uiteraard mede ter onderbouwing van de eigen positie, dat recycling van bestaande kunststofbladen financieel niet levensvatbaar zal blijken – wat moet blijken. De bladen zouden voor 100% recyclebaar zijn (er staat op de website niet bij wat dat precies betekent).
De wieken zouden met CNC-machines verspaand worden vanuit een grondvorm van speciaal voorbewerkt hout. Het CNC-programma is dus een computerfile en niet een enorme fysieke gietmal voor kunststof.. Zo’n gietmal wordt vernietigd als het bijbehorende type wiek uit de productie genomen wordt.  Een eigenaar van een niet meer courant type molen met kunststofwieken kan dus, na verloop van tijd,  geen wieken meer nabestellen, terwijl dat met uit hout verspaande CNC-wieken wel kan.

Bij Voodin Blade Technology

De grondstof is Laminated Veneer Lumber LVL). Daartoe worden bomen tot dunne lagen ‘geschild’ (‘fineer’). Die lagen worden weer op elkaar gelijmd, waarbij de nerf (ongeveer) steeds dezelfde kant op wijst. De techniek lijkt op multiplex, maar daar laat men de nerfrichting dus steeds verspringen.
LVL wordt in de bouw al enkele decennia gebruikt en is dus een bestaand product (zij het niet in lengtes tot 90m), dat niet speciaal voor Voodin ontwikkeld is. Voodin is wel de eerste die het voor dit doel gebruikt.
Het materiaal heeft belangrijke voordelen (het gaat bijvoorbeeld efficiënter met het hout in een boom om)), maar vraagt bij gebruik buiten goede bescherming tegen water, zeker in de heftige omstandigheden waarin windturbines hun werk doen. . Voor een goed artikel zie wikipedia_Laminated_veneer_lumber .

Een contrasterend tweede initiatief, ( RecycableBlade ), is van de grote Duitse windturbinebouwer Siemens Gamesa . Het bedrijf wil zijn turbines in 2040 100% recyclebaar hebben. Het is reeds bestaande techniek: de eerste bladen zijn in 2021 geleverd. Genoemde webpagina schakelt door naar een infographic .
Siemens Gamesa wil industriebrede afspraken en standaardisatie m.b.t. de recycling van windturbinewieken en steunt daartoe o.a. samenwerkingsprojecten zoals het Deense Decomblades , het Duitse Reusablade en het Deense Wisewind .
Siemens Gamesa blijft functioneren in de bestaande traditie hoe je grote turbinebladen maakt, maar heeft op één punt een cruciale stap gezet, namelijk dat nieuwe bladen al in de fabricagefase ontworpen zijn op de uiteindelijke ontmanteling, In essentie heeft Siemens Gamesa daartoe een nieuwe kunsthars ontwikkeld, die in een bad met een aangezuurd oplosmiddel bij 80°C smelt, waarna de afzonderlijke materialen afzonderlijk toegankelijk zijn (zelfs de hars), Siemens claimt daarbij niet dat die materialen ook weer voor turbinebladen bruikbaar zijn.
Siemans Gamesa heeft in 2025  een contract afgesloten om met dit nieuwe type blad een windpark voor de kust van Hull uit te rusten. In die regio komt een windturbinefabriek (zie voor een politieke beschouwing over dit soort werkgelegenheid https://www.bjmgerard.nl/farage-vernietigt-de-werkgelegenheid-en-liegt-daarover/).

Recyclebare Siemans Gamesa-bladen voor het windpark bij Hull

Huisbezitters in Florida vanwege klimaatrampen uit de verzekering gegooid – straks ook in Nederland?

Florida
Bloomberg Green Daily beschreef op 29 juli 2026 hoe de vele, sterk klimaatgerelateerde, rampen in Florida de (particuliere) verzekeringsmaatschappijen ertoe gebracht hebben om geen nieuwe klanten meer aan te nemen, honderdduizenden woningbezitters uit de verzekering te gooien en zelfs om de hele staat Florida voor gezien te houden. En dat terwijl de verzekeringspremie in Florida met $8292 per jaar al de hoogste van de VS is – over de hele VS gemiddeld is dat $2948.
Het artikel in de email-nieuwsbrief van Bloomberg  zit op de browser onder florida-s-fix-for-property-insurance-crisis-puts-more-risk-on-homeowners . Dat is achter de betaalmuur, maar voor €2 heb je een maand toegang.


Vijf jaar-gemiddeld zit de schade momenteel op ruim 36 miljard per jaar

Na de orkaan Ian, die goed was voor $67 miljard verzekerde schade, lag de sector in 2022 op zijn gat. Men was bang dat er straks helemaal geen maatschappij zou zijn die nog wilde verzekeren in Florida, en daarom nam het parlement van de staat Florida wetten aan die het voor woningeigenaren moeilijker maakten om tegen een verzekeringsmaatschappij  te procederen als die, naar de mening van de eigenaar, ten onrechte niet of te weinig uitbetaalde. De reactie van de maatschappijen was te verwachten, evenals de opkomst van een actiegroep als de Coalition for an insurable future ( https://coalitionforaninsurablefuture.com/ ). Aldaar een rapport met veel wetenschappelijk materiaal ( Climate-impact-on-insurance-May-2026.pdf ) – waaronder ook de observatie dat steeds meer mensen gevaarlijke staten als Florida (of bijvoorbeeld Califormie, vanwege de bosbranden) beginnen te ontvluchten.  
Uit dit rapport onderstaande afbeelding.

Bloomberg Green Daily baseert zich op materiaal van Climate Central, een NGO in de VS die klimaatwetenschap, en daarvan afgeleide wetenschap,  communiceert . Climate Central heeft een openbare site , waarvan ik  op https://www.climatecentral.org/climate-services/billion-dollar-disasters/mapping onderstaand rampenoverzicht van de VS gehaald heb, verbijzonderd naar Florida.  Lees 300B+ als ‘ruim 300 miljard) . Dat is opgeteld van 1980 t/m 2025, met de kanttekening dat de schade pas vanaf 1990 explosief groeit.

Nederland
Nu is Nederland niet Florida, maar de structuur van het verzekeringswezen is in Nederland niet wezenlijk anders dan in Florida. Nederland heeft zo zijn eigen risico’s en ook in Nederland zijn verzekeringsmaatschappijen particuliere, commerciële instellingen. Mogelijk zijn Europese verzekeringsmaatschappijen sterker en is het toezicht beter, maar dat is buiten mijn kennisgebied.

Er wordt in elk geval ook  in Nederland nagedacht over de relatie tussen klimaat enerzijds en verzekerbaarheid en hypotheken anderzijds. Voor een artikel  op deze site, zie https://www.bjmgerard.nl/klimaat-bedreigt-verzekerbaarheid-en-hypotheken/ .

Warmtebatterij met zand helpt een Fins dorp een week de winter door

De Finse onderneming Polar Night Energy (PNE) bouwt hele grote ‘zandbatterijen’. In essentie is dat een hele grote thermosfles met steenpoeder. Als er veel goedkope stroom is, wordt die als warmte in het steenpoeder opgeslagen. Daarbij worden hele hoge temperaturen bereikt.
Als het van pas komt, wordt die warmte weer afgegeven in de vorm van hete stoom,  heet water of hete lucht (zulks naar keuze) aan de stadsverwarming waaraan hij hangt, of eventueel aan de procesindustrie.

De machine op de foto is 13m hoog en 15m in diameter. Er zit 2 miljoen kg steenpoeder in.
Hij staat sinds kort in het Zuid-Finse dorp Pornainen (5000 inwoners). De installatie kan het dorp in de winter een week warm houden en in de zomer een maand.

Wie er een journalistiek verhaal over wil, kan terecht op het, op financiële dienstverlening gerichte, kabelkanaal CNBC ( finland-sand-battery-renewable-energy-storage  ) waaruit hier geput wordt. Een woordvoerder van PNE stelt dat door de constructie de stadsverwarming 70% broeikasgas bespaart en dat die 60% minder houtsnippers nodig heeft.

Wie dieper in de techniek wil duiken, kan kijken op https://polarnightenergy.com/nl/#onze-producten  . De getoonde installatie heeft daar een vermogen van 2MW en een energie-inhoud van 200MWh (hetgeen volgens Bartjes betekent dat hij 100 uur op vol vermogen kan draaien, en op een lager vermogen langer). Het opslagrendement is 85%.
De materie kan desgewenst de opslag verlaten onder een temperatuur van 100 tot 400°C..

Het basisidee van dit soort thermische opslag is al langer bekend. Het is geen raketwetenschap, maar met name de praktische techniek en het opschalen schijnen een probleem te zijn. De basisvarianten zijn opslag in water,  opslag in steenachtig materiaal en opslag in vloeibaar zout. Op deze site zijn al die varianten al eens langsgekomen, maar dat is al weer een tijd geleden.Vandaar enige extra controle.

Opslag in water is besproken in de uitvoering van Ecovat ( https://www.bjmgerard.nl/energy-day-tue-bespreekt-ecovat-systeem/ ) . Inmiddels bestaat Ecovat, later GroeneWarmte geheten, niet meer. Voor de gedachtenlijn in het artikel maakt het niet uit.
Opslag in steenachtig materiaal is besproken in https://www.bjmgerard.nl/warmteopslag-in-basalt-voor-het-ecodorp-in-boekel/  . Deze onderneming is nog regulier op Internet te vinden op https://cesar-energystorage.com/ .
Opslag in gesmolten zout wordt ontwikkeld door TNO en is besproken in https://www.bjmgerard.nl/4680/ . Voor de actualiteit zie o.a. https://www.tno.nl/nl/duurzaam/energie-gebouwde-omgeving/warmteopslag/  en https://www.tno.nl/nl/duurzaam/industrie/co2neutrale-industrie/duurzame-industriele-warmte/warmteopslag-maakt-grootschalige/ .

https://www.ecodorpboekel.nl/cesar-nl/

Update dd 28 juli 2026

Vlak nadat ik dit artikel geschreven heb, stond er in het blad Change.inc een verhaal over de toepassing van een warmteopslag in het Nij Smellinghe-ziekenhuis in Drachten.

Voor het verhaal over het ziekenhuis zie change.inc_nieuwe-warmtebatterij-helpt-dit-friese-ziekenhuis-drie-jaar-eerder-van-het-gas-af.
Voor het verhaal van het ziekenhuis zelf, met technische informatie,  zie nij-smellinghe-pioniert-in-2027-volledig-van-het-gas-af-met-revolutionaire-warmtebatterij . Daar komt onderstaande afbeelding vandaan.

Het ziekenhuis was met ruim 10.000 zonnepanelen, twee WKO-installaties, LED-verlichting en isolatie al een heel eind onderweg met verduurzamen. Wat nog restte was iets om stoom van 110°C te maken voor het desinfecteren van medische instrumenten, en daarvoor is een bron nodig van minstens  150°C (feitelijk is de bron 300°C). Met een warmtepomp zou dat op papier kunnen, maar het zou stroom vreten.

Daarom koos Nij Smellinghe voor een warmteopslag die (in dit geval) gevuld is met magnetiet (een vorm van ijzererts). Dat werk prima en er kan niets mee gebeuren.  De installatie is van Powerstove van het bedrijf Heatwacht uit Zwolle ( heatwacht.nl ).

In 2027 gaat Nij Smellinghe als eerste bestaande ziekenhuis in Nederland van het gas af.

Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen (zie de tekst onder de foto).

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op die de inhoud van het artikel kunnen ondergraven. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

En wees sowieso sceptisch als iemand iets beweert, zelfs als ik dat ben.

Voor geen enkel artikel op deze site is ChatGPT gebruikt.

Als u mij een vraag wilt stellen die geen betrekking heeft op een concreet artikel (bijvoorbeeld om iets uit te zoeken waar ik nog niet over geschreven heb), wilt u dat dan doen als commentaar bij deze passage?


Bij de RABO-bankdemonstratie dd 16 mei 2023 met Miss Piggy


Bij het Einsteinmonument in Ulm (Einstein is daar geboren). Ik vind het overigens geen mooi monument, maar ik heb grote bewondering voor Einstein..
09 juli 2023

De Gezondheidsraad en de vliegtuigemissies

Still uit de Zemblareportage

(Uit de Zembla-uitzending over de milieuproblematiek op Schiphol)

Ter inleiding
De Gezondheidsraad is in deze dagen op twee manieren in beeld rond de luchtvervuiling door vliegtuigemissies.

De ene manier betreft de effecten van KerosineMotorEmissies (KME), kortheidshalve de uitlaatgassen van straalmotoren, op werknemers binnen het hek van het vliegveld. Daarover heeft de Gezondheidsraad op 02 juli 2026, op verzoek van het Ministerie van SZW, een (engelstalig) rapport uitgebracht ‘Kerosine Engine Exhaust’ (KEE betekent op zijn Engels hetzelfde als KME op zijn Nederlands). (Het verzoek van SZW volgde op een aantal schandalen rond de arbeidsomstandigheden op Schiphol waar de Arbeidsinspectie nadrukkelijk vaststelde dat het werk in kankerverwekkende omstandigheden werd uitgevoerd). Het verzoek telde twee vragen: “Moet de uitstoot als kankerverwekkend worden beschouwd?’ en ‘kan er een gezondheidskundige advieswaarde worden opgesteld? (= een verantwoorde ondergrens)’.

Men vindt dit rapport op gezondheidsraad.nl/2026/07/02/advies-kerosinemotoremissie , samen met een aantal bijbehorende documenten. Daaronder een Nederlandstalige samenvatting die ik, als service aan de lezer, hieronder afdruk.


De Gezondheidsraad werkte bij dit rapport samen met de Scandinavische Nordic Expert Group.
Dit artikel gaat over dit rapport, dus classificatie en arbeidsomstandigheden en dergelijke.

De andere manier betreft de gezondheidseffecten van vliegveldemissies op de omwonenden (van welke vliegveldemissies de vliegtuigemissies deel uitmaken).
In reactie op maatschappelijke onrust, met name rond Schiphol, heeft de minister zich bereid verklaard om hierover advies te vragen aan de Gezondheidsraad. Dit traject moet dus nog beginnen. Op het moment dat dit artikel geschreven wordt, heeft de minister de tekst van een concept-aanvraag aan de Gezondheidsraad in een besloten consultatietraject ingebracht. Onder andere het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO) is om commentaar gevraagd. Ik heb in dat kader mijn mening ingebracht, maar ik kan daar op dit moment niet op ingaan.
Ik kom hier te zijner tijd in een apart artikel op terug.

KME verondersteld kankerverwekkend en verdacht mutageen voor personeel
Het op 02 juli 2026 afgegeven advies beantwoordt een smalle vraagstelling: ‘classificeer volgens de geldende Europese CLP-criteria de kenmerken van het specifieke mengsel KerosineMotorEmissies uit straalmotoren, voor zover relevant voor de arbeidsomstandigheden’.

KME is een mengsel van honderden verschillende stoffen.
Er zit onder andere veel Ultrafijn Stof (UFS, een grootte-aanduiding – betekent eigenlijk PM0.1). UFS komt makkelijk diep in de longen, passeert makkelijk de longwand en kan in de bloedbaan, en dan in organen, terecht komen.
UFS-concentraties kunnen op vliegveldplatforms hoge waarden bereiken – gemiddeld, maar nog meer als piek. Een UFS-meting in het voorjaar van 2022 op Eindhoven Airport op 2 locaties nabij het platform leverde gemiddelde waardes van 33000 en 76000 deeltjes per cm3  (#/cm3 ) en piekwaardes van een handvol miljoen #/cm3  – zie /bvm2.nl/luchtmetingen-op-en-rond-eindhoven-airport-in-2022/ .
Een latere meting op of nabij het platform is van Esveld van TNO en valt te vinden in de tekst van https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0148.pdf . Daaruit onderstaande afbeelding

Naast UFS benoemt de gezondheidsraad ook stikstof- en zwaveloxides, PAK’s, roet en metalen als gevaarlijk. Dat kan een doublure zijn, want een deeltje kan roet zijn vanwege zijn samenstelling en UFS vanwege zijn omvang.

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar KME.
Om toch tot de gevraagde classificatie te komen, hanteert de Gezondheidsraad de analogieredenering dat KerosineMotorEmissies (KME) chemisch een broertje zijn van DieselMotorEmissies (DME), en voor DME bestaat veel meer onderzoek. Zoveel, dat voor DME een officiële grenswaarde bestaat, die gebaseerd is op Inadembare Elementaire Koolstof (REC, zeg maar roet. In Nederland is die grenswaarde voor de werkvloer vastgesteld op 10µg/3 ).  En voor DME is de classificatie ‘kankerverwekkend’ formeel vastgesteld (IARC categorie 1). Omdat een analogie niet zoveel bewijskracht heeft als doelgericht onderzoek, kiest de Gezondheidsraad voor KME voor de EU-aanduiding ‘categorie 1b – verondersteld kankerverwekkend’ (de eerste onderzoeksvraag)
De kracht van de gelijkenis van KME en DME is ook zijn zwakte. Waar vliegtuigen zijn, is ergens in de buurt ook wel diesel (omgekeerd niet). Het is de geleerden (nog) niet gelukt om een stof of een groep stoffen te benoemen die uniek zijn voor KME en onderscheidend zijn van DME. Daardoor kan er geen dosis-effectrelatie opgesteld worden die met zekerheid alleen KME meeneemt, en daardoor kan er geen veilige ondergrens worden gegeven (als die bestaat)- de tweede onderzoeksvraag.
Ook weer vanwege gebrek aan goed onderzoek beperkt de Gezondheidsraad zich wat betreft de mutageniteit tot het oordeel ‘Verdacht’ (categorie 2).
Het onderzoek gaat voort.


Vrijkomen van formaldehyde uit de 10 grootste bronnen in Nederland in 2019

Voor een aantal afzonderlijke stoffen uit het KME-mengsel bestaan wel harde classificaties en ondergrenzen. Butadieen bijvoorbeeld staat in het Europese CLP-systeem te boek als ‘zeker kankerverwekkend en waarschijnlijk mutageen’ , diverse PAK-stoffen als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ en formaldehyde als ‘verondersteld kankerverwekkend en verdacht mutageen’.  Er wordt wel eens voorgesteld om voor de classificatie van het KME-mengsel als geheel  terug te vallen op de afzonderlijke geclassificeerde stoffen, maaar dat heeft het eerder genoemde nadeel dat ze ook in DME zitten, en dat het mengsel als geheel wel eens gevaarlijker kon zijn dan de som van de afzonderlijke gevaren.

Naast kanker en mutatieschade kan men ook ‘gewoon’ ziek worden van  KME (en DME). Het leidt tot ontstekingen, een slechtere longfunctie en verergering van bestaande longklachten.

Zienswijzen en de reacties van de Gezondheidsraad daarop
Voordat het definitieve rapport uitkwam (dat hier besproken wordt), was er gelegenheid een zienswijze in te dienen. Daarop is gereageerd. Het scheelt de geïnteresseerde lezer een hoop tijd als hij bij de vindplaats van de documenten alleen de reactie van de Gezondheidsraad downloadt (waarin als vanzelf een samenvatting van een heleboel moeilijke verhalen meegeleverd wordt).
Een deel van de inbreng is overgenomen.

De KLM zaaide vooral verwarring en probeerde zo het oordeel ‘1b – verondersteld carcinogeen’ omlaag te praten naar ‘2-verdacht’. Dat is niet gelukt.

De Schiphol Group heeft niet gereageerd.

Bonafide werkgevers als Axxicom Airport Caddy en KWS, en een serieus adviesbureau als Auxilium HSE, willen weten waar ze aan toe zijn en willen een duidelijke grenswaarden voor KME en bijvoorbeeld ultrafijn stof  (anders moeten ze zelf iets vaststellen, aldus Auxilium HSE). De Gezondheidsraad toont begrip, maar zegt dat de wetenschappelijke kennis dat helaas nog niet toestaat.

Enkele Europese vakbonden, bij monde van de FNV, doen hun best het advies aangescherpt te krijgen ten gunste van hun leden. Dat zet niet echt zoden aan de dijk, onder andere omdat ze soms buiten de onderzoeksvraag van de Gezondheidsraad treden, en verder tegen hetzelfde rpobleem van een tekortschietende wetenschappelijke kennis aanlopen.

(Uit de Zembla-uitzending over de milieuproblematiek op Schiphol).

En wat schieten de bagagemedewerkers, de tankautobestuurders, de technici, de schoonmakers en de mensen die de vliegtuigen heen en weer slepen hier nu mee op?
Dat is een goede maar moeilijke vraag die buiten de formele taakomschrijving van de Gezondheidsraad valt. Men komt dan op het werkterrein van instanties als de Arbeidsinspectie, de ILT, de vakbonden en het personeelsbeleid van werkgevers.

De voorzitter van de Gezondheidsraad, professor Karien Stronks, ging hier wel op in in vervolggesprekken, bijvoorbeeld met de NRC ( nrc.nl/nieuws/2026/07/02/gezondheidsraad-uitstoot-kerosine-vliegtuigen-is-verondersteld-kankerverwekkend ). Ze kon zich voorstellen dat het dubbel aanvoelde.

Enerzijds verbetert de classificatie ‘verondersteld kankerverwekkend’ de positie van de werknemers. De werkgever moet eerst kijken of de schadelijke stof vermeden kan worden (bronbeleid);  dan of de blootstelling verminderd kan worden; en tenslotte persoonlijke beschermingsmiddelen .
Bronbeleid is bijvoorbeeld minder vliegen, elektrisch of met schonere brandstof vliegen; en elektrificatie van de grondoperaties.

Anderzijds maakt het ontbreken van een grenswaarde voor KME de handhaving moeilijker. De Arbeidsinspectie kan nu slechts terugvallen op de afzonderlijke stoffen binnen het mengsel, waarvoor al wel een harde ondergrens bestaat. Nadeel is dat dat mogelijk tot  een onderschatting leidt, onmder andere omdat voor de meeste stoffen binnen het mengsel überhaupt geen ondergrens bestaat.

Het onderzoek gaat voort.

Milieudefensie Eindhoven e.o. trapt ING-actie af

De landelijke vereniging Milieudefensie heeft al weer enige tijd geleden de bank ING als focus van actie genomen. Dat gebeurt omdat ING erg veel investeert in olie- en gasbedrijven (momenteel bijna €53 miljard). De effecten van de ontstane broeikasgassen lieten zich duidelijk merken in bijvoorbeeld de hittegolf van juni 2026.
Er is al een dagvaarding uitgebracht tegen ING.
Informatie over dit proces is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaak-ing/info/veelgestelde-vragen-over-onze-nieuwe-klimaatzaak .

In de actie “Niet met mijn geld” wordt van ING geëist dat de bank stopt met het financieren van nieuwe olie- en gasbedrijven, stopt met mensenrechtenschendingen en (in lijn met Parijs) zijn uitstoot halveert. Dat heeft de vorm van een petitie (inmiddels door ca 35000 mensen ondertekend) waar deze eisen in staan. Als ING niet luistert, zal er een aansporing volgen om met veel mensen collectief over te stappen op een betere bank.
Informatie over de actie ‘Niet met mijn geld’ is te vinden op https://milieudefensie.nl/niet-met-mijn-geld/veelgestelde-vragen-niet-met-mijn-geld .

De actie is in Eindhoven afgetrapt op vrijdag 03 juli 2026, op het 18 Septemberplein. Ik heb aan die actie zitten regelen.
De actie werd visueel ondersteund door een schilderij van de ING-leeuw (van de hand van Dennie Boxem) die zich baadt in een bult olie. Voor die olie moest met plakkaatverf een groen alternatief aangestipt worden. Dat lukte goed.

Proef in Helmond met biobased asfalt

Hieronder staat een persbericht van KWS afgedrukt over een baanbrekende proef in Helmond met asfalt waarin een deel van het fossiele asfalt vervangen is door organische restproducten. Het persbericht is te vinden op https://www.circuroad.nl/nieuws/details/helmond-eerste-gemeente-waar-circuroad-biobased-asfalt-test  



Helmond eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test

Persbericht KWS             3-7-2026

Helmond heeft een landelijke primeur: het is de eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test. Een deel van het fossiele bindmiddel bitumen maakt in dit nieuwe type asfalt plaats voor een biobased bindmiddel op basis van restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en uit de landbouw. Zo verlagen we de CO₂ uitstoot en gebruiken we minder niet-hernieuwbare grondstoffen. De komende 5 jaar meet CIRCUROAD grondig hoe het asfalt reageert op weer en verkeer.

Eerste praktijkproef bij een gemeente  

Het biobased bindmiddel is ontwikkeld binnen CIRCUROAD; een samenwerking van overheden, bedrijven en kennisinstellingen, met Rijkswaterstaat als host. In Helmond legde KWS, een van de deelnemers in CIRCUROAD, proefvakken aan van het type AC 11 surf met 30% hergebruikt asfaltgranulaat. Dubbel duurzaam dus!

De drie biobased bindmiddelen, ontwikkeld door Esha, Latexfalt en BituNed, zijn vooraf grondig in laboratoria getest door deze leveranciers en een bredere groep aannemers, waaronder KWS, Boskalis, AsfaltNu en Dura Vermeer. Bovendien werden eind 2024 al proefvakken aangelegd op InnovA58, het outdoor living lab van Rijkswaterstaat. Daar voldoet die deklaag na twee winters nog steeds aan alle eisen. Vorig jaar werden proefvakken aangelegd in de provincies Utrecht en Drenthe, en nu dus in Helmond. 

Wethouder Gaby van den Waardenburg van gemeente Helmond: “Wij zijn trots dat Helmond als eerste gemeente van Nederland deze praktijkproef mogelijk maakt. Met dit project dragen we bij aan de ontwikkeling van duurzame wegen. Zo zetten we samen een belangrijke stap richting fossielvrij asfalt als de nieuwe standaard.” 

Ingroeimodel richting fossielvrij asfalt

Elk jaar produceert Nederland 6,5 miljoen ton asfalt voor de aanleg en het onderhoud van 136.000 kilometer aan wegen. De jaarlijkse uitstoot van de hele asfaltketen ligt nu rond de 565 kton CO₂ per jaar. Van die uitstoot komt 42 procent van de productie van asfalt en daarbinnen heeft de winning en productie van het fossiele bitumen met ongeveer 80% de grootste invloed op de uitstoot. De opgave is dus groot, evenals de verwachte impact. 

De aanleg van het proefvak aan de Heikantseweg in Helmond is een belangrijke mijlpaal. De resultaten dragen bij aan de verdere ontwikkeling en grootschalige toepassing van biobased asfalt in heel Nederland en aan een toekomstbestendige asfaltketen.

Dineke van der Burg, CIRCUROAD programmamanager bij Rijkswaterstaat: “We werken met CIRCUROAD toe naar volledig fossielvrij asfalt op alle Nederlandse wegen. Daarom is het zo belangrijk dat we behalve op provinciale wegen en rijkswegen nu in Helmond ook op een gemeentelijke weg kunnen testen.” 

CIRCUROAD Programmamanager Joop Groen: “Tot en met 2031 test CIRCUROAD asfalt met 30% biobased bindmiddel. Daarna werken we richting 2050 geleidelijk toe naar 100%. “Door zo grondig en stap voor stap te werk te gaan, weten we zeker dat leveranciers en wegbeheerders er klaar voor zijn en dat de kwaliteit, duurzaamheid en levensduur aan alle eisen voldoet.”

Jack Backx, bedrijfsleider bij KWS: “Met dit project laten we zien dat duurzame innovatie ook binnen gemeentelijke infrastructuur direct toepasbaar is. Door samen te werken met de gemeente Helmond en CIRCUROAD realiseren we een belangrijke stap richting toekomstbestendige en circulaire wegenbouw.” 

Farage vernietigt de werkgelegenheid en liegt daarover

Bij elke duizendste passant op deze site (bruto) een artikel met een iets andere thematiek. Bij de 53000ste passant aandacht voor een journalist die ik graag lees, George Monbiot van The Guardian (ik steun trouwens die krant financieel, wat nodig is omdat het een van de weinige kwaliteitskranten is die onafhankelijk en geheel in eigen beheer wordt uitgegeven).

George Monbiot

In de Guardian van 10 juni 2026 maakt Monbiot gehakt van de leugens van Reform UK-leider Nigel Farage ( reform-obsession-british-jobs-net-zero-oil-and-gas-fossil-fuel ). Na hier en daar wat gemutatis gemutandis ook voor Nederland relevant, want ook ‘wij’ boren gas in de Noordzee en ook aan deze kant van de Noordzee heeft Farage broeders in de leugen.

Monbiot citeert statistisch materiaal uit onverdachte hoek, namelijk de Confederation of British Industry (CBI) – niet de meest progressieve instantie in Groot-Brittanië. In genoemd Guardianartikel kun je naar al dat soort informatie toe linken, maar om het de lezer dezes wat makkelijker te maken schrijf ik hier enkele van die links uit. Bijvoorbeeld (via een doorgeschakeld eerder Guardianartikel uk-green-economy-worth-more-than-100bn-a-year-net-zero kan met het originele onderzoek downloaden, dat het onderzoeksinstituut ECIU voor de CBI uitgevoerd heeft (dd juni 2026), en wel op  https://eciu.net/analysis/reports/the-race-for-net-zero .

Monbiot vergelijkt de werkgelegenheidscijfers

  • De Net Zero – economie geeft dd 2026 werk aan 1,1 miljoen fte’s , waarvan ruim 0,3 miljoen direct en de rest indirect. De rest van de groene economie (die groter is dan alleen maar het Net Zero-deel) is goed voor 0,6 miljoen fte.
    Dat aantal zal stijgen met 0,4 miljoen, omdat de regering banen wil scheppen voor mensen die in de fossiele industrie overbodig worden, en voor sociale doelgroepen.
  • De olie- en gas industrie gaf in 2023 werk aan 0,2 miljoen fte, waarvan 0,028 miljoen direct. Dat aantal is al geruime tijd dalend

De Net zero-sector in het UK  is op dit moment al goed voor ruim £100 miljard, en dat getal zal verveelvoudigen

Lees deze afbeelding uit het CBI-onderzoek als volgt (voorbeeld Schotland):
de Net zero-economie is daar goed voor een Bruto Toegevoegde Waarde (GVA) van
£10,2 miljard en dat is 4,9% van de omvang van de Schotse GVA.
Het aantal FTE is 104.800 en dat is 3,9% van de omvang van de Schotse werkgelegenheid.
Het optellen van alle FTE’s leidt tot het totaal van 1,1 miljoen direct + indirect.
Het optellen van alle GVA leidt tot de genoemde ruim
£100 miljard.
De spreiding van de economische activiteit is decentraler dan de overige Britse economie, waarin de rijkdom vooral in het zuidoosten geconcentreerd is – een belangrijk politiek gegeven in het UK

Zelfs de eigen kiezers van Farage zijn voor groene energie en tegen fraccen ( /inews.co.uk_farage-backlash-younger-reform-voters-net-zero-policies ). Waarom Farage dan toch over olie en gas blijft doordrammen: simpel en platvloers, omdat hij daarvoor betaald wordt. Onderzoeksbureau Desmog heeft aangetoond dat £24 miljoen, tweederde van de inkomsten van Farage’s  Reform UK-partij, van olieboeren afkomstig is ( desmog.com/2026/04/30/reform-uk-nigel-farage-millions-donations-fossil-fuel-interests-climate-science-deniers/ ) .

Dus liegt vicevoorzitter en energiewoordvoerder Richard Tice van Reform UK erop los dat er nog voor vele decennia gas in de Britse Noordzee zit – wat feitelijk geologisch onjuist is. Feit is dat het Britse deel van de Noordzee al heel lang een aflopende zaak is. In 2050 zal de opbrengst nog maar 3% zijn van die in 2025, en dan maakt het niet eens veel uit of je extra gaat boren.
Je kunt al dan niet vinden, zoals de Nederlandse regering vindt, dat je het laatste restje in het Nederlandse deel van de Noordzee nog goed kunt  gebruiken – maar het heeft geen zin om er  met veel fantasie gas bij te verzinnen dat er nauwelijks is, maar politiek goed uitkomt.

( carbonbrief.org/factcheck-nine-false-or-misleading-myths-about-north-sea-oil-and-gas/ )

Ondertussen bedreigt Tice, ondanks onwil van de eigen kiezers en ondanks de krachtige argumenten van de CBI,  duurzame bedrijven met allerlei gruwelijks voor het geval Reform UK aan de macht zou komen.

En ondertussen overstroomt Tice’s eigen kiesdistrict makkelijk, maar hij heeft zich sinds de laatstee overstroming  daar al ruim een jaar nog niet laten zien ( theguardian.com/environment/2026/mar/25/boston-lincolnshire-flooding-reform-uk-richard-tice-climate )

Wat men in mijn studentenjaren in Nijmegen al zei: “Als een fascist ademt, dan liegt hij”.

Sociale houten woningbouw spaart 6 miljoen kg CO2 uit


Bouwschets vet sociale houten woningbouwproject van woningbouwcorporatie Trudo

Dag van de Houtbouw
Op zaterdag  20 juni 2026 vond in heel Nederland de Dag  van de Bouw plaats, op zich al een interessant gebeuren. Binnen dit geheel vond er nog interessanter fenomeen plaats, namelijk de Dag van de Houtbouw. In mijn woonplaats Eindhoven kon je gaan kijken bij een de bouw van 200 sociale huur-appartementen van de Eindhovense woningbouwcorporatie Trudo.
Eerst even een verhaal vooraf.

Infoborden

Houtbouw, klimaat en bosbouw
Houtbouw  heeft belangrijke voordelen.

Staal en beton en baksteen brengen bij hun fabricage heel veel koolstof in de atmosfeer.
Een boom haalt koolstof uit de atmosfeer. Droog hout bestaat voor ongeveer de helft uit koolstof en zolang het hout hout blijft, blijft die koolstof opgeslagen. In principe kan timmerhout  koolstof bevatten van bomen die zelf al lang weggerot zijn en dat kan heel lang duren; Er is een houten Chinese tempel van zowat 1000 jaar oud, en een Noorse  Stavkyrke van bijna 900 jaar oud ( bjmgerard.nl/houtbouw-voor-het-klimaat-terug-naar-de-toekomst/ ).
Een houten huis, mits goed gebouwd en bewoond, woont fijn (‘feel wood’)
Je kunt mooie en soms ook spectaculaire gebouwen maken van hout ( bjmgerard.nl/waugh-thistleton-architects-beroemd-om-houtbouw/ of bijvoorbeeld https://woodrandd.com/ ), ook hoge flats. (Marco Vermeulen, die van mij op de middelbare school natuurkunde heeft geleerd, is nu de architect van het voorgenomen project Dutch Mountains, grotendeels van hout, op het terrein van de Eindhovense TU/e ( https://www.thedutchmountains.nl/ ).
Houtbouw leent zich van nature voor elementbouw in een bouwfabriek. Men maakt vreselijk precieze prefabelementen die op de bouwplaats alleen nog maar in elkaar gezet hoeven te worden. Dat kan heel snel. Verdere standaardisatie zou helpen, zowel in productiegemak als in hergebruik als een gebouw ooit weer afgebroken moet worden.

De conservatieve bouwwereld ziet heel veel beren op de weg, bijvoorbeeld inzake de brandveiligheid. Bovenstaand ‘beren’filmpje is van de brancheorganisatie Building Balance, waarin vertegenwoordigd een groeiend aantal aannemers en projectontwikkelaars die het wel aandurven met biobased bouwen (waarvan houtbouw een voorbeeld is). Zie https://durftegroeien.buildingbalance.eu/ .

Maar je moet inderdaad wel wat met brandveiligheid (trouwens, ook staal en beton begeven het als het maar lang genoeg heet genoeg is). Men maakt de dragende wanden van heel dik Cross Laminated Timber (CLT) dat afgedekt wordt met vocht- en brandwerend materiaal, en dat ook zonder dat door zijn dikte heel lang aan de buitenkant verkoolt voordat het aan de binnenkant zijn draagkracht verliest)

CLT ca 12 cm dik                                                        CLT met buitenbekleding

En een houten huis vraagt om een doordachte omgang met vocht. Een houten flat heeft een doordachte luchtbehandeling nodig.
En je moet iets tegen de beestjes doen. Architecten zijn gek op CLT en boktorren ook. Het is misschien de goden verzoeken om een CLT-huis naast een termietenhoop te zetten, maar in normale omstandigheden valt er goed mee te leven (wijst ook de praktijk uit) als het hout in de fabriek goed voorbewerkt wordt, droog gehouden wordt en gecoat wordt. Houtconservering is zo oud als de moderne mens en een vak apart (zie bijvoorbeeld https://en.wikipedia.org/wiki/Wood_preservation ). Veel ondernemingen verkopen je graag hun geheime wapen.
Al met al zijn dit technisch oplosbare problemen.

Is er genoeg hout?
Je komt daar een heel eind mee en daar is goede, betrouwbare statistiek van Probos over ( Paper+Is+er+genoeg+hout ), met literatuurlijst En desgewenst het EU-programma HOME for the Future ( www.homeforthefuture.org ).  Het Europese bosareaal  is in 70 jaar met een derde toegenomen, en dat kan nog verder groeien.
Van het in Europa gebruikte hout komt 80 a 90% uit Europa, meest naaldhout. In een gemiddelde houten woning gaat 50 kuub hout en als het aantal houten woningen in Nederland bijvoorbeeld van 1500 in 2020 naar 10.000 in 2030 zou gaan, zou dat richting een half miljoen kuub vragen op een Europese naaldhoutproductie van ca 110 miljoen kuub (stijgend). Op zich kan er dus een heleboel, mits een lange termijn-duurzaamheidsbeleid, mits minder houtexport uit Europa, mits aandacht voor klimaatschade aan het bos, en mits een rationele toedeling van houtproducten aan de hoogst mogelijke kwaliteit.
De kwaliteitskeur FSC zegt op zijn website “Onze doelstelling is om eind 2026 een aandeel van 15% houtbouw te realiseren binnen de sociale woningbouw. Dat is haalbaar: er is in de Europese gecertificeerde bossen voldoende capaciteit om jaarlijks ongeveer 800.000 woningen in hout te bouwen.”

Zie op deze site o.a. bjmgerard.nl/boswetenschapper-bouwers-kunnen-het-bos-juist-redden/ , maar er staat veel meer op over hout en bosbeheer.

et oude hoofdkantoor van Philips Nederland met het infokraampje ervoor

Het project van Trudo

Woningbouwcorporatie Trudo bouwt 200 sociale huurappartementen op het terrein dat hoort bij het voormalige hoofdkantoor van Philips Nederland aan de Boschdijk. Het is het grootste sociale huur-project in hout in Nederland.
Dat gebouw zelf is rijksmonument. Er zijn voor een nog onbepaald aantal jaren momenteel studenten van de TU/e in gevestigd. Dit gebouw deed niet mee met de open dag.

De webpagina bij Trudo van het project is https://www.trudo.nl/vb-boschdijk . Partners zijn:

  • Ten Brinke Vastgoedontwikkeling en Bekke & Partners Real Estate (BPRE);
  • Stedenbouwkundig ontwerp: diederendirrix
  • Architect: Paul de Ruiter
  • Landschapsarchitect: Buro Lubbers

De openingsafbeelding van dit artikel geeft schetsmatige plattegrond van het nieuw te houden sociale complex. Het rechthoekige, middelste gebouw was opengesteld voor bezoekers, het rechthoekige gebouw er rechts van nadert zijn hoogste punt en de rest is in het stadium van de fundering.
Genoemde twee rechthoekige gebouwen worden vijf woonlagen hoog, en de rest vier woonlagen.

Ik heb niet kunnen achterhalen hoeveel de appartementen moesten gaan kosten, behalve ‘sociaal’.  Vraag is of Trudo dat zelf al weet. Behalve het technische model lijkt ook het financiële model experimentele kantjes te hebben. Jolanda van der Zanden van Trudo Vastgoed op de website “Trudo heeft met de betrokken partijen naar meer dan alleen de investeringskosten gekeken. Vooral de totale waarde van houtbouw over de gehele levensduur maakt het verschil. Factoren zoals CO2-opslag, bouwsnelheid, duurzame kwaliteit, toekomstige wet- en regelgeving en beschikbaarheid van materialen en grondstoffen spelen ook mee. Bovendien leveren de eerste projecten veel kennis en ervaring op waardoor volgende projecten nog efficiënter kunnen worden uitgevoerd.”

Het project bespaart 6 miljoen kg CO2 .

Ik ben zelf bepaald geen bouwkundige – verwacht van mij geen deskundigheid.

Ik laat het zelf verder bij wat tekst en wat foto’s. Wie er technisch meer van wil weten, zie https://dagvandehoutbouw.nl/200-sociale-houten-huurappartementen-trudo-bewijst-dat-het-kan/ waaruit ik al eerder geciteerd heb

 Opengestelde pand                                                Liftschacht, omhoog kijkend

Alles is van hout op een paar dingen na: de fundering, de trappen (vanwege de herrie die anders optreedt) en de balkons op de verdiepingen. Verder uiteraard de nodige plastic pijpen, metalen schroeven en haken. Opvallend is dat ook de liftschacht in hout is uitgevoerd – meestal voert men dat als een soort stabiele kern in beton uit.

Bouwtekening met plattegrond van een appartement op de eerste verdieping van 75m2.

Appartement begane grond