Verduurzaming Ramplaankwartier Haarlem interessant voorbeeldproject

Inleiding
Het Ramplaankwartier (genoemd naar een vroegere familie Ramp met veel grond in het gebied) is een wijk in het westen van Haarlem. De wijk telt 1124 woningen. De eerste golf hiervan is gebouwd rond 1910 als toenmalig nieuw tuindorp. In de jaren ’30 is er een tweede bouwgolf geweest, en daarna is er steeds verder toegevoegd.
Ongeveer driekwart van de wijk bestaat uit koopwoningen.

De wijk heeft een actieve buurtorganisatie. Zie http://www.ramplaankwartier.info/ . Deze is nauw bij de verduurzaming betrokken en leidt de ontwikkelingen eerder dan dat ze die volgt.

Voor het Ramplaankwartier geldt wat voor veel Nederlandse wijken geldt. Er zijn weinig duurzame warmtebronnen in de omgeving, er is weinig ruimte voor duurzame opwekking en ambitieuze isolatiemaatregelen zijn voor veel woningtypen onhaalbaar of onbetaalbaar.

Toch begint er een plan vorm te krijgen dat het aardgasverbruik op termijn misschien drastisch kan terugdringen. Omdat de wijk model kan staan voor mogelijk 1 tot 3 miljoen woningen in Nederland, bestaat er van hogerhand veel interesse. De bewoners vonden steun bij de TU Delft, waar al een dergelijk plan in concept op de plank lag, en daarna ook bij het Rijk. De Topsector Energie vond het plan €350.000 subsidie waard. Inmiddels is er een consortium gevormd met de o.a. de Sichting Raamplan, TU Delft, Deltares en TripleSolar. In de Stuurgroep zitten mensen van de gemeente, bewoners, en Sabine Jansen van de TU Delft.
Zie o.a. https://projecten.topsectorenergie.nl/projecten/lage-temperatuur-feed-in-zonnewarmtenetten-00031480 .

Het is de bedoeling om medio 2021 een wijk Energie Bedrijf op te richten voor de praktische uitvoering.

PVT-paneel van TripleSolar

De opzet van het plan
Op het dak van de woning denkt men zich PVT-panelen van (in principe) TripleSolar (dit bedrijf is bij het project betrokken). Dat zijn dubbellaags panelen. De voorste laag is een regulier PV-paneel voor stroom, de achterste laag is een paneel dat warmte opneemt uit de omgeving en afgeeft aan het erdoor stromende water (met glycol). Die warmte komt deels van het PV-paneel (dat warm wordt tijdens bedrijf) , deels uit de buitenlucht. Er wordt dus ook warmte opgenomen als de zon niet schijnt en dat gaat door tot -7°C. (Daarna volgt elektrische bijverwarming).
Omdat het langsstromende water de PV-panelen koelt, werken die wat beter.
TripleSolar stelt dat zijn PVT-panelen, in een stand alone-situatie, voor stroom een piekvermogen van 180W/m2 (inmiddels goede standaard) hebben en voor warmte een bronvermogen van 300W. Gangbare kengetallen m.b.t. het aantal vollastbedrijfsuren leiden tot een jaarscore voor elektriciteit van ca 0,6GJ/m2, en voor warmte ergens rond de 2 GJ/m2. Maar deze cijfers moeten gezien worden als een orde van grootte- schatting, het hangt van veel zaken af.
Om deze cijfers te plaatsen: een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikte in 2017 1340m3 gas (43GJ) en 2830kWh stroom (10GJ). Een goed geïsoleerd huis verbruikt veel minder gas (zie www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik/ ).

Op www.triplesolar.eu/home/ is een brochure te vinden met informatie over PVT-panelen.

De warmte gaat via een lage temperatuur-wijkwarmtenet in de zomer de grond in en wordt daar op 100m diepte bewaard. In de winter is de stroomrichting andersom en komt het water met een temperatuur van ca 20°C weer boven (dus een collectief WKO-systeem).

De bewoners worden eigenaar van deze collectieve structuur. Het werkt als een coöperatie.

De woningen krijgen een eigen warmtepomp die het water verder verhit tot (in principe) 55°C. Daarmee kan de woning, soms zonder ombouw van het radiatorsysteem, verwarmd worden, als die woning voldoende geïsoleerd is.

Het basis-isolatiepakket omvat dichting van kiezen en naden, spouwmuurisolatie, vloer- en/of dakisolatie, en isolerend glas. Een aanvullend pakket omvat warmte-terug-win-ventilatie en exta radiatorcapaciteit.
De officiele documentatie noemt geen label, maar de projectleider Fortuijn stelt in Gebiedsontwikkeling.Nu van 14 oktober 2019, dat alle woningen isolatiewaarde C of beter moeten hebben.

Alle maatregelen zijn ‘off the shelf’. Ze bestonden al en moesten alleen nog worden gecombineerd.

Meer comfort voor evenveel woonlasten
De operatie moet een woonlasten-neutrale uitkomst krijgen en door de aanpassingen meer wooncomfort gaan bieden. De bewonersorganisatie noemt de te verwachten toekomstige stijging van de gasprijzen als argument.

Kanttekeningen
Men kan uiteraard kanttekeningen maken bij dit verhaal, zowel in het negatieve als in het positieve.

In de beschrijving worden nog weinig harde getallen genoemd. Op basis van de eerste berekeningen acht de buurtorganisatie het plan ‘haalbaar, betaalbaar en aantrekkelijk’. Maar er zijn nog geen concrete getallen anders dan globaal. Daaraan wordt nog gerekend, per huistype.

De onderdelen van het plan mogen dan wel ‘of the shelf’ zijn, de combinatie is dat nog niet. De technische specificaties alsmede de meet- en regeltechniek ontbreken nog. Aldus de Topsector Energie, die dit plan vooralsnog inboekt als studieobject.

De ambitie is dat de woningen aardgasvrij worden, niet dat ze energieneutraal worden. Het eerste doel kan slagen, van het tweede is dat onduidelijk. Als men een beetje jongleert met als voorbeeld 10 panelen van 1,67m2 en de gegeven kengetallen, is er zonder meer sprake van een sterke teruggang in het totale energieverbruik (minus een heleboel warmte en plus 3 a 4 GJ stroom), maar haal je de energieneutraliteit niet omdat er per saldo meestal nog stroom het huis in zal gaan.

Bedacht moet ook worden (maar daar kan het Ramplaankwartier niet wat aan doen) dat huishoudens maar voor een klein deel van het Nederlandse energieverbruik zorgen. Veel mensen denken dat je klaar bent als je de huishoudelijke energievraag opgelost hebt, maar dat is niet zo – bij lange na niet.

In het positieve de observatie dat de combinatie van lage temperatuurwarmte plus een collectieve WKO plus een individuele warmtepomp een format is dat kansen biedt. Er is erg veel lage temperatuurwarmte in Nederland (bijvoorbeeld restwarmte van datacenters), en als deze combinatie levensvatbaarheid heeft, heeft hij dat misschien op meer plaatsen, al dan niet in combinatie met PVT-panelen.

En tenslotte: de organisatiewijze van de buurt is leerzaam.