Het levenseinde van de windmolenwiek

Artist impression van de A58 met een geluidswal van windmolenbladen

Vooraf
Om de klimaatcrisis te bestrijden is stroom nodig die niet met fossiele brandstof wordt geproduceerd. Windturbines, zowel op het land als op zee, zijn daartoe onmisbaar.
Er is veel verzet tegen nieuwe windturbines op het land – een standpunt dat ik niet deel. Tegenstanders gebruiken in hun verzet eigenlijke en oneigenlijke argumenten.

Tegenstanders argumenteren onder andere dat het tot nu toe nu slecht geregeld is wat er op het eind van de levenscyclus met een windturbine gebeuren moet.
Dit argument is grotendeels onjuist, omdat op dit moment standaard ergens rond de 85 a 90% van een windmolen na definitieve afloop van zijn levensduur gerecycled wordt. ‘Definitief’ betekent hier dat herplaatsing elders of opknappen en repareren onmogelijk is gebleken.
Er is echter een reëel probleem met de overblijvende 10 a 15%, zijnde de wieken. Turbinewieken zijn ontworpen als wegwerpartikel, Tot nu toe eindigen die meestal op de stort of in de verbrandingsoven (bijvoorbeeld in cementovens).  Dat hoort niet zo te zijn. Afzonderlijke landen en de EU als geheel willen van deze praktijken af, met als terecht gevolg dat er sinds pakweg 2020 naar alternatieven gezocht wordt. Dat begint te lopen. Daarover gaat dit artikel.

Het gaat om forse getallen. Een windturbine gaat 20 tot 25 jaar mee, hetgeen betekent dat de oudste turbines nu ‘op de markt’ beginnen te komen. En ook dat het aanbod vrij redelijk te voorspellen is. Europa produceerde in 2025 60.000 ton wiek-afval en dat zal in het jaar 2050 oplopen tot 800.000 ton (aldus TNO op basis van WindEurope).

Enkele vormen van onderscheid vooraf.

Het eerste is of je curatief of preventief kijkt. Curatief gaat over wieken die er al zijn (en die al afval zijn of dat worden), preventie gaat over nieuwe ontwerpen die al bij voorbaat op een hanteerbaar end of life-stadium ontworpen zijn.
Het tweede onderscheid is of een probleem vooral technisch is, of vooral economisch (en dan ook politiek). Dat zijn wezenlijk verschillende zaken die om wezenlijk verschillende oplossingen vragen. De recyclewereld wemelt van de goed bedoelde technische oplossingen, die het vervolgens op de vrije markt niet redden omdat het niet-duurzame aanbod goedkoper is (bijvoorbeeld bij plastic of textiel). Een verplichte verwijderingsbijdrage kan meer effect sorteren dan een briljante technische oplossing.
Het derde onderscheid (dat samenhangt met het tweede onderscheid) is hoever een beoogde oplossing in technisch opzicht is.
Voor brilliancy op laboratoriumschaal koop je  op zich weinig.

Curatief
Als je niet wil dumpen of zomaar verbranden, en als opknappen of de tweede handsmarkt geen oplossing is, kun je in Nederland bij twee clubs terecht. Het zijn allebei samenwerkingsverbanden (consortia).

De ene is de Dutch Circular Value Chain (CVC). Daarbinnen doet Business in Wind de ontmanteling van de turbine, levert de jonge startup Dura Vermeer Urban Miner de (zeg maar) bouwwerf en de bijbehorende ICT, en levert designbureau Superuse ontwerpen onder de handelsnaam Blade-Made. De GKB Group doet de feitelijke productie, The Footprinters rekent uit wat de klimaat- en milieufootprint is, en New Citizen Design plakt alle taken aan elkaar. Wie het na wil lezen, zie https://blade-made.com/home/portfolio-items/the-netherlands/ .
Het consortium maakt wat met een mooi woord ‘Urban Furniture’ heet (ondanks alle Engels is het geheel een Nederlandse club). De clou is dat je in het uiteindelijke product de molenwiek terug herkent.
De openingsafbeelding is een artist impression van hoe de A58 bij Oirschot er uit zou kunnen zien. In werkelijkheid liggen er in de testomgeving Innova58 van Rijkswaterstaat twee wieken aan elkaar, samen 60m lang en 3 a 4 meter hoog. De eerste testresultaten zijn gunstig: het testscherm doet het even goed als een betonnen scherm van 3,3 meter hoog. Innova58 is sowieso een interessante innovatieomgeving, ook vanwege andere projecten ( https://www.innova58.nl/ )
Hieronder de met stukken windmolenwiek opgebouwde speeltuin Wikado in Rotterdam.

Speeltuin Wikado in Rotterdam

Het levert leuke resultaten, maar de vraag is wel of je er grote getallen mee haalt die nodig gaan zijn. (Rijkswaterstaat moet nog zo’n 40 a 50km geluidsscherm opleveren).

Het alternatief voor wiekenmateriaal niet afbreken is wiekenmateriaal wel afbreken.

Kort door de bocht bestaat dat composietmateriaal voor ruim de helft uit glas en/of koolstofvezel en rond de 30% uit epoxy- of polyesterhars, plus nog wat ander spul.  Afbreken betekent idealiter dat je onbeschadigd de fibers enerzijds en de epoxyhars (en de rest) anderzijds weer van elkaar scheidt op zo’n manier dat je met de gescheiden producten nog wat nuttigs kunt doen, liefst zo hoogwaardig mogelijk.
Genoemde harsen zijn echter thermohardend: ze kunnen niet meer smelten. Daarom hield men tot voor kort recycling voor heel moeilijk of onmogelijk.

Springt (in Nederland) TNO in met een project om wel tot recycling te komen. TNO is de ruggengraat van de andere club, het werkverband Circle4Win ( project circle4win ). Dat is een driejarig project. Het project  is gericht op een commercieel bruikbare methode om toch windturbinewieken te recyclen. Het daartoe opgerichte consortium omvat elke cruciale stap: bladproductie (Suzlon), einde-levensduurmanagement (IX Decom), voorbewerking (D&E), thermolyse-recycling (Renewi), grondstoffenverwerking (Sibelco) en glasvezelproductie (Envalior).
Het project werd voor het eerst omschreven op 27 maart 2025 ( project-recyclen-windturbinebladen ) en had een vervolgbericht op 02 juli 2026 ( hoogwaardig-recyclen-windturbinebladen/ ).
TNO EnergieTransitie en het Brightlands Materials Center (BMC, coproductie van TNO en de provincie Limburg)) op de Chemelotcampus in Geleen hebben een thermolytische methode ontwikkeld.  Het turbinemateriaal wordt in een oven in zuurstofloze omgeving tot bijna 500°C verhit, waardoor de harsen ontleden tot brandbare gassen. Als alles goed gaat, komen de (als nieuw materiaal goedkope) glasvezel en de (als nieuw materiaal dure) koolstofvezel netjes schoon vrij te liggen. De vrijgekomen gassen worden gebruikt om de 500°C te bereiken.
Technisch moet je hier een heel eind mee kunnen komen. Dd 02 juli 2026 had de pilot ca 60kg teruggewonnen glasvezel geproduceerd. Als dat gecombineerd wordt met kunstharsen die wel kunnen smelten (thermoplasten), is dat nieuwe materiaal wel recyclebaar. Of men daar weer windmolenwieken van kan maken, moet blijken. In elk geval kan het gedowngraded worden tot eenvoudiger toepassingen (bijvoorbeeld auto-onderdelen).
Of het financieel zonder politieke maatregelen (bijvoorbeeld subsidie) uit kan, moet blijken – die vraag is minstens zo interessant. Het consortium wil een demonstratiefabriek bouwen met een capaciteit van ca 10.000 ton molenwiek per jaar. Die inrichting zou alle windturbinebladen van het Prinses Amalia windpark met 60 windturbines, een van de eerste Nederlandse offshore windparken die ontmanteld worden, in ongeveer één maand kunnen verwerken.

Uiteraard wordt er ook buiten Nederland aan het recyclen van windturbinebladen gewerkt. Voor een overzichtsartikel over wat diverse turbineproducenten doen, zie nedzero.nl_wind-in-the-sails-for-large-scale-recycling-of-wind-turbine-blades . Het voert te ver om hier alle producenten de revue te laten passeren.

Voor een eerder artikel op deze site, over de fabrikant Vestas, zie methode-ontwikkeld-om-windturbinebladen-geheel-te-recyclen .
Vestas lijkt erop te vertrouwen dat het met zijn recyclingtechniek voort kan gaan met de bestaande materialen (dus met thermohardende kunststoffen), zelfs met het perspectief om er opnieuw wieken van te maken. De tijd zal moeten leren of dat gaat lukken, maar dat lijkt me geen gelopen race. In dat geval zou dat betekenen dat curatief en preventief in elkaar beginnen over te lopen. Voor Vestas-standpunten zie vestas.com_sustainability/sustainability-product-offerings/blade-circularity .

Het verwerkingsschema van Vestas

Preventief
De vraag ligt voor de hand of voor nieuwe windturbinewieken niet meteen al een materiaal uitgekozen kan worden dat makkelijk te recyclen is.  Twee uiteenlopende voorbeelden hoe dat zou kunnen. Beide buiten Nederland, omdat er ons land geen windturbines meer gebouwd worden.

Het ene alternatief is de Duitse startup Voodin Blade Technology – een interessant idee met een handvol uitvoeringsvragen. De website geeft beperkt informatie, maar dit Change-artikel  vult dat op basis van nadere informatie aan.
De onzekerheid wordt mede gevoed omdat (op dit moment) levering voorzien is pas vanaf 2031, vanuit een nog te bouwen fabriek in Spanje. Er is nog geen praktijk.
Het bedrijf maakt (met 48 miljoen  EU-subsidie) rotorbladen uit hout, 20 tot 90m lang, alleen voor op het land (een belangrijke beperking).
Voodin Blade Technology stelt, uiteraard mede ter onderbouwing van de eigen positie, dat recycling van bestaande kunststofbladen financieel niet levensvatbaar zal blijken – wat moet blijken. De bladen zouden voor 100% recyclebaar zijn (er staat op de website niet bij wat dat precies betekent).
De wieken zouden met CNC-machines verspaand worden vanuit een grondvorm van speciaal voorbewerkt hout. Het CNC-programma is dus een computerfile en niet een enorme fysieke gietmal voor kunststof.. Zo’n gietmal wordt vernietigd als het bijbehorende type wiek uit de productie genomen wordt.  Een eigenaar van een niet meer courant type molen met kunststofwieken kan dus, na verloop van tijd,  geen wieken meer nabestellen, terwijl dat met uit hout verspaande CNC-wieken wel kan.

Bij Voodin Blade Technology

De grondstof is Laminated Veneer Lumber LVL). Daartoe worden bomen tot dunne lagen ‘geschild’ (‘fineer’). Die lagen worden weer op elkaar gelijmd, waarbij de nerf (ongeveer) steeds dezelfde kant op wijst. De techniek lijkt op multiplex, maar daar laat men de nerfrichting dus steeds verspringen.
LVL wordt in de bouw al enkele decennia gebruikt en is dus een bestaand product (zij het niet in lengtes tot 90m), dat niet speciaal voor Voodin ontwikkeld is. Voodin is wel de eerste die het voor dit doel gebruikt.
Het materiaal heeft belangrijke voordelen (het gaat bijvoorbeeld efficiënter met het hout in een boom om)), maar vraagt bij gebruik buiten goede bescherming tegen water, zeker in de heftige omstandigheden waarin windturbines hun werk doen. . Voor een goed artikel zie wikipedia_Laminated_veneer_lumber .

Een contrasterend tweede initiatief, ( RecycableBlade ), is van de grote Duitse windturbinebouwer Siemens Gamesa . Het bedrijf wil zijn turbines in 2040 100% recyclebaar hebben. Het is reeds bestaande techniek: de eerste bladen zijn in 2021 geleverd. Genoemde webpagina schakelt door naar een infographic .
Siemens Gamesa wil industriebrede afspraken en standaardisatie m.b.t. de recycling van windturbinewieken en steunt daartoe o.a. samenwerkingsprojecten zoals het Deense Decomblades , het Duitse Reusablade en het Deense Wisewind .
Siemens Gamesa blijft functioneren in de bestaande traditie hoe je grote turbinebladen maakt, maar heeft op één punt een cruciale stap gezet, namelijk dat nieuwe bladen al in de fabricagefase ontworpen zijn op de uiteindelijke ontmanteling, In essentie heeft Siemens Gamesa daartoe een nieuwe kunsthars ontwikkeld, die in een bad met een aangezuurd oplosmiddel bij 80°C smelt, waarna de afzonderlijke materialen afzonderlijk toegankelijk zijn (zelfs de hars), Siemens claimt daarbij niet dat die materialen ook weer voor turbinebladen bruikbaar zijn.
Siemans Gamesa heeft in 2025  een contract afgesloten om met dit nieuwe type blad een windpark voor de kust van Hull uit te rusten. In die regio komt een windturbinefabriek (zie voor een politieke beschouwing over dit soort werkgelegenheid https://www.bjmgerard.nl/farage-vernietigt-de-werkgelegenheid-en-liegt-daarover/).

Recyclebare Siemans Gamesa-bladen voor het windpark bij Hull

Huisbezitters in Florida vanwege klimaatrampen uit de verzekering gegooid – straks ook in Nederland?

Florida
Bloomberg Green Daily beschreef op 29 juli 2026 hoe de vele, sterk klimaatgerelateerde, rampen in Florida de (particuliere) verzekeringsmaatschappijen ertoe gebracht hebben om geen nieuwe klanten meer aan te nemen, honderdduizenden woningbezitters uit de verzekering te gooien en zelfs om de hele staat Florida voor gezien te houden. En dat terwijl de verzekeringspremie in Florida met $8292 per jaar al de hoogste van de VS is – over de hele VS gemiddeld is dat $2948.
Het artikel in de email-nieuwsbrief van Bloomberg  zit op de browser onder florida-s-fix-for-property-insurance-crisis-puts-more-risk-on-homeowners . Dat is achter de betaalmuur, maar voor €2 heb je een maand toegang.


Vijf jaar-gemiddeld zit de schade momenteel op ruim 36 miljard per jaar

Na de orkaan Ian, die goed was voor $67 miljard verzekerde schade, lag de sector in 2022 op zijn gat. Men was bang dat er straks helemaal geen maatschappij zou zijn die nog wilde verzekeren in Florida, en daarom nam het parlement van de staat Florida wetten aan die het voor woningeigenaren moeilijker maakten om tegen een verzekeringsmaatschappij  te procederen als die, naar de mening van de eigenaar, ten onrechte niet of te weinig uitbetaalde. De reactie van de maatschappijen was te verwachten, evenals de opkomst van een actiegroep als de Coalition for an insurable future ( https://coalitionforaninsurablefuture.com/ ). Aldaar een rapport met veel wetenschappelijk materiaal ( Climate-impact-on-insurance-May-2026.pdf ) – waaronder ook de observatie dat steeds meer mensen gevaarlijke staten als Florida (of bijvoorbeeld Califormie, vanwege de bosbranden) beginnen te ontvluchten.  
Uit dit rapport onderstaande afbeelding.

Bloomberg Green Daily baseert zich op materiaal van Climate Central, een NGO in de VS die klimaatwetenschap, en daarvan afgeleide wetenschap,  communiceert . Climate Central heeft een openbare site , waarvan ik  op https://www.climatecentral.org/climate-services/billion-dollar-disasters/mapping onderstaand rampenoverzicht van de VS gehaald heb, verbijzonderd naar Florida.  Lees 300B+ als ‘ruim 300 miljard) . Dat is opgeteld van 1980 t/m 2025, met de kanttekening dat de schade pas vanaf 1990 explosief groeit.

Nederland
Nu is Nederland niet Florida, maar de structuur van het verzekeringswezen is in Nederland niet wezenlijk anders dan in Florida. Nederland heeft zo zijn eigen risico’s en ook in Nederland zijn verzekeringsmaatschappijen particuliere, commerciële instellingen. Mogelijk zijn Europese verzekeringsmaatschappijen sterker en is het toezicht beter, maar dat is buiten mijn kennisgebied.

Er wordt in elk geval ook  in Nederland nagedacht over de relatie tussen klimaat enerzijds en verzekerbaarheid en hypotheken anderzijds. Voor een artikel  op deze site, zie https://www.bjmgerard.nl/klimaat-bedreigt-verzekerbaarheid-en-hypotheken/ .

Milieudefensie Eindhoven e.o. trapt ING-actie af

De landelijke vereniging Milieudefensie heeft al weer enige tijd geleden de bank ING als focus van actie genomen. Dat gebeurt omdat ING erg veel investeert in olie- en gasbedrijven (momenteel bijna €53 miljard). De effecten van de ontstane broeikasgassen lieten zich duidelijk merken in bijvoorbeeld de hittegolf van juni 2026.
Er is al een dagvaarding uitgebracht tegen ING.
Informatie over dit proces is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaak-ing/info/veelgestelde-vragen-over-onze-nieuwe-klimaatzaak .

In de actie “Niet met mijn geld” wordt van ING geëist dat de bank stopt met het financieren van nieuwe olie- en gasbedrijven, stopt met mensenrechtenschendingen en (in lijn met Parijs) zijn uitstoot halveert. Dat heeft de vorm van een petitie (inmiddels door ca 35000 mensen ondertekend) waar deze eisen in staan. Als ING niet luistert, zal er een aansporing volgen om met veel mensen collectief over te stappen op een betere bank.
Informatie over de actie ‘Niet met mijn geld’ is te vinden op https://milieudefensie.nl/niet-met-mijn-geld/veelgestelde-vragen-niet-met-mijn-geld .

De actie is in Eindhoven afgetrapt op vrijdag 03 juli 2026, op het 18 Septemberplein. Ik heb aan die actie zitten regelen.
De actie werd visueel ondersteund door een schilderij van de ING-leeuw (van de hand van Dennie Boxem) die zich baadt in een bult olie. Voor die olie moest met plakkaatverf een groen alternatief aangestipt worden. Dat lukte goed.

Proef in Helmond met biobased asfalt

Hieronder staat een persbericht van KWS afgedrukt over een baanbrekende proef in Helmond met asfalt waarin een deel van het fossiele asfalt vervangen is door organische restproducten. Het persbericht is te vinden op https://www.circuroad.nl/nieuws/details/helmond-eerste-gemeente-waar-circuroad-biobased-asfalt-test  



Helmond eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test

Persbericht KWS             3-7-2026

Helmond heeft een landelijke primeur: het is de eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test. Een deel van het fossiele bindmiddel bitumen maakt in dit nieuwe type asfalt plaats voor een biobased bindmiddel op basis van restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en uit de landbouw. Zo verlagen we de CO₂ uitstoot en gebruiken we minder niet-hernieuwbare grondstoffen. De komende 5 jaar meet CIRCUROAD grondig hoe het asfalt reageert op weer en verkeer.

Eerste praktijkproef bij een gemeente  

Het biobased bindmiddel is ontwikkeld binnen CIRCUROAD; een samenwerking van overheden, bedrijven en kennisinstellingen, met Rijkswaterstaat als host. In Helmond legde KWS, een van de deelnemers in CIRCUROAD, proefvakken aan van het type AC 11 surf met 30% hergebruikt asfaltgranulaat. Dubbel duurzaam dus!

De drie biobased bindmiddelen, ontwikkeld door Esha, Latexfalt en BituNed, zijn vooraf grondig in laboratoria getest door deze leveranciers en een bredere groep aannemers, waaronder KWS, Boskalis, AsfaltNu en Dura Vermeer. Bovendien werden eind 2024 al proefvakken aangelegd op InnovA58, het outdoor living lab van Rijkswaterstaat. Daar voldoet die deklaag na twee winters nog steeds aan alle eisen. Vorig jaar werden proefvakken aangelegd in de provincies Utrecht en Drenthe, en nu dus in Helmond. 

Wethouder Gaby van den Waardenburg van gemeente Helmond: “Wij zijn trots dat Helmond als eerste gemeente van Nederland deze praktijkproef mogelijk maakt. Met dit project dragen we bij aan de ontwikkeling van duurzame wegen. Zo zetten we samen een belangrijke stap richting fossielvrij asfalt als de nieuwe standaard.” 

Ingroeimodel richting fossielvrij asfalt

Elk jaar produceert Nederland 6,5 miljoen ton asfalt voor de aanleg en het onderhoud van 136.000 kilometer aan wegen. De jaarlijkse uitstoot van de hele asfaltketen ligt nu rond de 565 kton CO₂ per jaar. Van die uitstoot komt 42 procent van de productie van asfalt en daarbinnen heeft de winning en productie van het fossiele bitumen met ongeveer 80% de grootste invloed op de uitstoot. De opgave is dus groot, evenals de verwachte impact. 

De aanleg van het proefvak aan de Heikantseweg in Helmond is een belangrijke mijlpaal. De resultaten dragen bij aan de verdere ontwikkeling en grootschalige toepassing van biobased asfalt in heel Nederland en aan een toekomstbestendige asfaltketen.

Dineke van der Burg, CIRCUROAD programmamanager bij Rijkswaterstaat: “We werken met CIRCUROAD toe naar volledig fossielvrij asfalt op alle Nederlandse wegen. Daarom is het zo belangrijk dat we behalve op provinciale wegen en rijkswegen nu in Helmond ook op een gemeentelijke weg kunnen testen.” 

CIRCUROAD Programmamanager Joop Groen: “Tot en met 2031 test CIRCUROAD asfalt met 30% biobased bindmiddel. Daarna werken we richting 2050 geleidelijk toe naar 100%. “Door zo grondig en stap voor stap te werk te gaan, weten we zeker dat leveranciers en wegbeheerders er klaar voor zijn en dat de kwaliteit, duurzaamheid en levensduur aan alle eisen voldoet.”

Jack Backx, bedrijfsleider bij KWS: “Met dit project laten we zien dat duurzame innovatie ook binnen gemeentelijke infrastructuur direct toepasbaar is. Door samen te werken met de gemeente Helmond en CIRCUROAD realiseren we een belangrijke stap richting toekomstbestendige en circulaire wegenbouw.” 

Sociale houten woningbouw spaart 6 miljoen kg CO2 uit


Bouwschets vet sociale houten woningbouwproject van woningbouwcorporatie Trudo

Dag van de Houtbouw
Op zaterdag  20 juni 2026 vond in heel Nederland de Dag  van de Bouw plaats, op zich al een interessant gebeuren. Binnen dit geheel vond er nog interessanter fenomeen plaats, namelijk de Dag van de Houtbouw. In mijn woonplaats Eindhoven kon je gaan kijken bij een de bouw van 200 sociale huur-appartementen van de Eindhovense woningbouwcorporatie Trudo.
Eerst even een verhaal vooraf.

Infoborden

Houtbouw, klimaat en bosbouw
Houtbouw  heeft belangrijke voordelen.

Staal en beton en baksteen brengen bij hun fabricage heel veel koolstof in de atmosfeer.
Een boom haalt koolstof uit de atmosfeer. Droog hout bestaat voor ongeveer de helft uit koolstof en zolang het hout hout blijft, blijft die koolstof opgeslagen. In principe kan timmerhout  koolstof bevatten van bomen die zelf al lang weggerot zijn en dat kan heel lang duren; Er is een houten Chinese tempel van zowat 1000 jaar oud, en een Noorse  Stavkyrke van bijna 900 jaar oud ( bjmgerard.nl/houtbouw-voor-het-klimaat-terug-naar-de-toekomst/ ).
Een houten huis, mits goed gebouwd en bewoond, woont fijn (‘feel wood’)
Je kunt mooie en soms ook spectaculaire gebouwen maken van hout ( bjmgerard.nl/waugh-thistleton-architects-beroemd-om-houtbouw/ of bijvoorbeeld https://woodrandd.com/ ), ook hoge flats. (Marco Vermeulen, die van mij op de middelbare school natuurkunde heeft geleerd, is nu de architect van het voorgenomen project Dutch Mountains, grotendeels van hout, op het terrein van de Eindhovense TU/e ( https://www.thedutchmountains.nl/ ).
Houtbouw leent zich van nature voor elementbouw in een bouwfabriek. Men maakt vreselijk precieze prefabelementen die op de bouwplaats alleen nog maar in elkaar gezet hoeven te worden. Dat kan heel snel. Verdere standaardisatie zou helpen, zowel in productiegemak als in hergebruik als een gebouw ooit weer afgebroken moet worden.

De conservatieve bouwwereld ziet heel veel beren op de weg, bijvoorbeeld inzake de brandveiligheid. Bovenstaand ‘beren’filmpje is van de brancheorganisatie Building Balance, waarin vertegenwoordigd een groeiend aantal aannemers en projectontwikkelaars die het wel aandurven met biobased bouwen (waarvan houtbouw een voorbeeld is). Zie https://durftegroeien.buildingbalance.eu/ .

Maar je moet inderdaad wel wat met brandveiligheid (trouwens, ook staal en beton begeven het als het maar lang genoeg heet genoeg is). Men maakt de dragende wanden van heel dik Cross Laminated Timber (CLT) dat afgedekt wordt met vocht- en brandwerend materiaal, en dat ook zonder dat door zijn dikte heel lang aan de buitenkant verkoolt voordat het aan de binnenkant zijn draagkracht verliest)

CLT ca 12 cm dik                                                        CLT met buitenbekleding

En een houten huis vraagt om een doordachte omgang met vocht. Een houten flat heeft een doordachte luchtbehandeling nodig.
En je moet iets tegen de beestjes doen. Architecten zijn gek op CLT en boktorren ook. Het is misschien de goden verzoeken om een CLT-huis naast een termietenhoop te zetten, maar in normale omstandigheden valt er goed mee te leven (wijst ook de praktijk uit) als het hout in de fabriek goed voorbewerkt wordt, droog gehouden wordt en gecoat wordt. Houtconservering is zo oud als de moderne mens en een vak apart (zie bijvoorbeeld https://en.wikipedia.org/wiki/Wood_preservation ). Veel ondernemingen verkopen je graag hun geheime wapen.
Al met al zijn dit technisch oplosbare problemen.

Is er genoeg hout?
Je komt daar een heel eind mee en daar is goede, betrouwbare statistiek van Probos over ( Paper+Is+er+genoeg+hout ), met literatuurlijst En desgewenst het EU-programma HOME for the Future ( www.homeforthefuture.org ).  Het Europese bosareaal  is in 70 jaar met een derde toegenomen, en dat kan nog verder groeien.
Van het in Europa gebruikte hout komt 80 a 90% uit Europa, meest naaldhout. In een gemiddelde houten woning gaat 50 kuub hout en als het aantal houten woningen in Nederland bijvoorbeeld van 1500 in 2020 naar 10.000 in 2030 zou gaan, zou dat richting een half miljoen kuub vragen op een Europese naaldhoutproductie van ca 110 miljoen kuub (stijgend). Op zich kan er dus een heleboel, mits een lange termijn-duurzaamheidsbeleid, mits minder houtexport uit Europa, mits aandacht voor klimaatschade aan het bos, en mits een rationele toedeling van houtproducten aan de hoogst mogelijke kwaliteit.
De kwaliteitskeur FSC zegt op zijn website “Onze doelstelling is om eind 2026 een aandeel van 15% houtbouw te realiseren binnen de sociale woningbouw. Dat is haalbaar: er is in de Europese gecertificeerde bossen voldoende capaciteit om jaarlijks ongeveer 800.000 woningen in hout te bouwen.”

Zie op deze site o.a. bjmgerard.nl/boswetenschapper-bouwers-kunnen-het-bos-juist-redden/ , maar er staat veel meer op over hout en bosbeheer.

et oude hoofdkantoor van Philips Nederland met het infokraampje ervoor

Het project van Trudo

Woningbouwcorporatie Trudo bouwt 200 sociale huurappartementen op het terrein dat hoort bij het voormalige hoofdkantoor van Philips Nederland aan de Boschdijk. Het is het grootste sociale huur-project in hout in Nederland.
Dat gebouw zelf is rijksmonument. Er zijn voor een nog onbepaald aantal jaren momenteel studenten van de TU/e in gevestigd. Dit gebouw deed niet mee met de open dag.

De webpagina bij Trudo van het project is https://www.trudo.nl/vb-boschdijk . Partners zijn:

  • Ten Brinke Vastgoedontwikkeling en Bekke & Partners Real Estate (BPRE);
  • Stedenbouwkundig ontwerp: diederendirrix
  • Architect: Paul de Ruiter
  • Landschapsarchitect: Buro Lubbers

De openingsafbeelding van dit artikel geeft schetsmatige plattegrond van het nieuw te houden sociale complex. Het rechthoekige, middelste gebouw was opengesteld voor bezoekers, het rechthoekige gebouw er rechts van nadert zijn hoogste punt en de rest is in het stadium van de fundering.
Genoemde twee rechthoekige gebouwen worden vijf woonlagen hoog, en de rest vier woonlagen.

Ik heb niet kunnen achterhalen hoeveel de appartementen moesten gaan kosten, behalve ‘sociaal’.  Vraag is of Trudo dat zelf al weet. Behalve het technische model lijkt ook het financiële model experimentele kantjes te hebben. Jolanda van der Zanden van Trudo Vastgoed op de website “Trudo heeft met de betrokken partijen naar meer dan alleen de investeringskosten gekeken. Vooral de totale waarde van houtbouw over de gehele levensduur maakt het verschil. Factoren zoals CO2-opslag, bouwsnelheid, duurzame kwaliteit, toekomstige wet- en regelgeving en beschikbaarheid van materialen en grondstoffen spelen ook mee. Bovendien leveren de eerste projecten veel kennis en ervaring op waardoor volgende projecten nog efficiënter kunnen worden uitgevoerd.”

Het project bespaart 6 miljoen kg CO2 .

Ik ben zelf bepaald geen bouwkundige – verwacht van mij geen deskundigheid.

Ik laat het zelf verder bij wat tekst en wat foto’s. Wie er technisch meer van wil weten, zie https://dagvandehoutbouw.nl/200-sociale-houten-huurappartementen-trudo-bewijst-dat-het-kan/ waaruit ik al eerder geciteerd heb

 Opengestelde pand                                                Liftschacht, omhoog kijkend

Alles is van hout op een paar dingen na: de fundering, de trappen (vanwege de herrie die anders optreedt) en de balkons op de verdiepingen. Verder uiteraard de nodige plastic pijpen, metalen schroeven en haken. Opvallend is dat ook de liftschacht in hout is uitgevoerd – meestal voert men dat als een soort stabiele kern in beton uit.

Bouwtekening met plattegrond van een appartement op de eerste verdieping van 75m2.

Appartement begane grond

Klimaat bedreigt verzekerbaarheid en hypotheken

Vooraf
Het SEO is een onafhankelijk economisch onderzoeksinstituut dat gelieerd is aan de Universiteit van Amsterdam ( wikipedia_SEO_Economisch_Onderzoek ).
In oktober 2025 heeft het SEO een rapport uitgebracht “The insurance costs of climate change’, te vinden op seo_de-verzekeringskosten-van-klimaatverandering . Het is geschreven door Pedro Romao, Emma Martinez en Nienke Oomes.
Dezelfde auteurs hebben een artikel geschreven voor de Economisch-Statistische Berichten (ESB) , te vinden op esb_klimaatverandering-drijft-verzekeringsclaims-op . En het Assurantie Magazine heeft er ook over geschreven, maar dat zit achter de betaalmuur.

Het rapport gaat over de stijgende kosten van verzekeringen door extreem weer, met als perspectief dat bepaalde zaken niet meer verzekerbaar zijn. En omdat die verzekerbaarheid de basis is voor bijvoorbeeld hypotheken, kan dat gevolgen hebben voor de woningmarkt.

Het SEO-rapport gaat over iets essentieels van groot politiek belang en is geloofwaardig in zijn stellingen. Helaas is het, naar mijn smaak, nogal rommelig geschreven. Mogelijk ligt dat aan mij als economische leek en zijn beroepseconomen aan elkaars rommeligheid gewend. Hoe dan ook, leken kunnen het beste het ESB-artikel lezen om een goede indruk te krijgen.
Als service aan de lezer heb ik een schematische samenvatting bijgevoegd, zie

De methode
Het werk bouwt voort op een eerder werk van Newman en Noy uit 2023, het is alleen niet altijd duidelijk waar Newman en Noy ophouden en SEO begint (het staat allemaal een beetje door elkaar). Newman en Noy hebben 185 gebeurtenissen meegenomen, verdeeld over de jaren 2000 t/m 2019, en hebben dat geëxtrapoleerd naar alle gebeurtenissen. Zodoende komen ze erop uit dat in die 20 jaar extreem weer mondiaal voor ca $5400 miljard aan verzekerde schade heeft doen ontstaan, waarvan 53% (zijnde ca $2860 miljard) voor rekening van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering was. Met andere woorden: als het klimaat gelijk gebleven was, hadden de maatschappijen $2860 miljard minder hoeven uit te keren.
Die schade is, zeggen Newman en Noy,, voor 60% in te boeken als veroorzaakt door loss of life en voor 40% door economisch verlies. Het SEO neemt deze verdeling zonder nadere toelichting over.

Het SEO heeft grofweg hetzelfde gedaan als Newman en Noy, maar dan met 617 gebeurtenissen over de periode en twee jaar opgeschoven (waarbij SEO de irritante gewoonte heeft om niet te zeggen of het 2002 tot of tot en met 2022 is – uit de context blijkt dat 20 jaar bedoeld wordt).

Beide werkstukken kijken vanuit het perspectief van de verzekeringsmaatschappijen: wat hebben we uitbetaald? Het SEO haalt zijn gegevens bij een bekende rampendatabank (de EM-DAT) en bij de vijf toonaangevende  herverzekeringsmaatschappijen (een herverzekeringsmaatschappij is  als het ware de verzekeraar van de verzekeraars. Alle bronnen hebben zo’n beetje hun eigenaardigheden en dat vraagt enig gepuzzel. Daarom staat er rondom groeicurves een behoorlijk wijde onzekerheidsband.

In de bovenste figuur hierboven geeft SEO de jaarlijkse mondiale uitbetalingen aan directe schade door extreem weer. Dat komt, opgeteld over 20 jaar, op grofweg ruim $1700 miljard uit.
In de onderste figuur hierboven geeft SEO zowel de jaarlijkse uitbetalingen aan directe schade, voor zover die door de klimaatopwarming veroorzaakt worden – schaalverdeling links -, alsmede de cumulatieve versie daarvan (een bedrag in een bepaald jaar wordt opgeteld bij de som van de voorgaande jaren – schaalverdeling rechts -). Die cumulatieve uitgaven eindigen op $614 miljard. Dat impliceert dat bij SEO het klimaat goed is voor ca 37% van de totale uitbetaalde, door extreem weer veroorzaakte schade.

De piek in 2005 is van de orkaan Katrina, die van 2017 van orkaan Harvey, en die van 2022 van orkaan Ian.

SEO legt niet goed uit hoe het kan dat hun voorgangers op zoveel hogere bedragen uitkwamen. Er wordt iets gemompeld over andere wijzen van omgang met data, bijvoorbeeld dat SEO vooral directe effecten meetelt en Newman en Noy daarnaast ook indirecte (secundaire) effecten meenemen. Echt duidelijk wordt het niet.

Dat maakt in zoverre niet veel uit, dat de relatieve cijfers voor de trends feitelijk informatiever zijn dan de absolute.  In de absolute cijfers (zie hieronder) speelt immers ook mee voor welk bedrag er verzekerd is. De schade in Noord-Amerika is groot omdat er veel cyclonen en tornado’s voorkomen, maar ook omdat er simpelweg veel verzekerd is. De schade wordt immers uitgedrukt in geld. Om diezelfde reden is de schade in Africa niet klein omdat daar geen klimaatgerelateerde weer-rampen voorkomen, maar omdat er in verhouding erg weinig verzekerd is. Maar die onderliggende werkelijkheid zit niet in het onderzoek. Daarom is de conclusie dat in de 20 jaar van 2002 – 2022 het klimaat meestal goed was voor ca 35 a 40% van de schade meer universeel bruikbaar.
Zo ook dat dat klimaatpercentage relatief stijgt. Van 2012 tot 2022 steeg alle extreem weer-schade met 4,9% per jaar, terwijl in die periode de klimaatgerelateerde extreem weer-schade met 6,5% per jaar steeg.

Bovenstaande figuur specificeert de klimaatgerelateerde extreem weer-schade per regio en per oorzaak. Dit mondiaal.

Als men dergelijke overzichten opsplitst in de eerste en de tweede 10 jaar, zie je (in dit geval uitgerekend voor alle extreem weer-schade) een toename in schade door bosbranden door droogte, en een lichte afname van schade door overstromingen.

Onverzekerbaarheid en hypotheken
SEO noemt, zij het in kort bestek, het toekomstbeeld dat huizen op gevaarlijke plaatsen straks niet meer, of slechts tegen veel hogere kosten,  verzekerbaar zijn. Een voetnoot verwijst naar een artikel uit de San Fransisco Chronicle van 25 sept 2024 ( sfchronicle_state-farm-insurance ) dat State Farm, de grootste opstalverzekeraar van Californië, bezig was te bezwijken – en toen moesten de verwoestende branden van januari 2025 nog komen ( https://www.bjmgerard.nl/los-angeles-brandt-maar-de-discussie-gaat-niet-over-klimaat/ ). Door premies fors omhoog te gooien, bestaat State Farm dd dit artikel nog steeds.
Ik heb het SF Chronicle-artikel als bijlage toegevoegd –>

De papieren NRC kopte op 10 jan 2025 over de situatie in de VS “Verzekeren tegen klimaatschade is privilege rijken’ ( nrc_verzekeraars-in-de-vs-zijn-steeds-huiveriger-om-alle-branden-en-stormen-nog-te-dekken )

Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Branden_in_Zuid-Californi%C3%AB_in_januari_2025 .

Europa
Het ESB-artikelgaat iets dieper in op Europa, waar de klimaatopwarming harder gaar dan mondiaal gemiddeld. Hieronder de niet- en wel-klimaatgerelateerde extreem weer-schade, uitgesplitst naar oorzaak.

Je moet dat dus lezen als: overstromingen in Europa zijn voor 40% klimaatgerelateerd en veroorzaakten van 2002 – 2022 75miljard aan schade, van welk schadebedrag 30 miljard er zonder klimaatopwarming niet geweest zou zijn.

Uiteraard wordt er ook in de EU over schade en verzekeren gesproken. Daarover de koepel EIOPA, die over verzekeringen en bedrijfspensioenen gaat. Recentelijk is een discussiestuk uitgebracht over het afdekken met zoiets als een Europese pool van uitzonderlijke natuurrampen ( zie eiopa-and-esm-staff-propose-mechanism-better-manage-fallout-outsized-natural-catastrophes-2026-04-09 ). Indien gewenst, is het discussiestuk op deze pagina binnen te halen.

De EIOPA stelde eerder’, dat de klimaatschade in de EU in 2021, 2022 en 2023 ongeveer 50 miljard per jaar bedroeg. Daarvan is (zie ook bovenstaande webpagina) driekwart onverzekerd.

Zwentendorf aan de Donau bij de grote overstroming in  2024, zie https://www.bjmgerard.nl/aan-de-schone-maar-niet-zo-blaue-donau/. Foto MarktGemeinde Zwentendorf
Deze overstroming is van na de onderzoeksperiode en dus niet meegenomen.
De drie overstromingen in 2024 (Zuid-Duitsland, Midden-Europa en regio Valencia)  hebben de verzekeraars samen ruim 7 miljard gekost ( https://www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/ruim-7-miljard-schade-door-overstroming-in-europa ). Waarvan dus, volgens het SEO, ca 40% voor rekening van het  klimaat komt.

Nederland
Nederland heeft zijn eigen verhaal, maar dat is voor een ander artikel.

Vijftien jaar klimaatverandering

Nature Climate Change heeft een editorial op Internet gezet met aansprekende vergelijkingen om de effecten te visualiseren.
Hieronder heb ik ze afgedrukt.

Lees de eerste twee voorbeelden (lettertjes zijn helaas klein, maar soms kun je die met een ingreep vergroten):

  • als je alle gletscherijs dat in die afgelopen 15 jaar gesmolten is zou omvormen tot een piramide waarvan de vierkant-zijden even groot waren als de hoogte, dan zou die piramide drie maal zo hoog zijn als de Mount Everest.
  • de temperatuur, gemiddeld over de hele aarde, is in die tijd 0,517oC gestegen

Enzovoort.

Ik bij de actie van Milieudefensie bij de AVA van Ahold

Ik was ook bij de actie van Milieudefernsie ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Ahold Delhaize op 08 april 2026. Er was een demonstratieve buitenactie, waar ik bij was, en een binnenactie door ca 100 Milieudefensieleden die een aandeel gekocht hadden en de leiding van Ahold Delhaize uiterst kritisch bevroegen.
Voor een verslag op de site van Milieudefensie, zie bijna-12000-handtekeningen-aangeboden-tijdens-de-ava-ahold (Milieudefensie rondt wel erg ruim af naar boven ………)

H Wat foto’s met onderschrift, en op het eind een persbericht van Milieudefensie over de actie.

Kunstenares Pauline Wiersema had voor de actie een Groene Kassa gemaakt, waar heel veel mensen graag groen en betaalbaar boodschappen wilden doen, maar die, helaas helaas, gesloten was. Dit is Pauline voor haar kassa.

Kassa gesloten, lange rij (ca 150 mensen). De groene mandjes zijn gehuurd en kunnen weer terug.
Foto Edo Landwehr. .

Ondertussen werd de klantenservice van Albert Heijn gebeld met kritische vragen. Dit voor zover die service bereikbaar was.
Foto Edo Landwehr.

==========

Actievoerders uit hele land bij vergadering Ahold Delhaize

(Persbericht van Milieudefensie dd 08 april 2026
https://pers.milieudefensie.nl/press/fotopersbericht-actievoerders-uit-hele-land-bij-vergadering-ahold-delhaize )

Zaandam, 8 april 2026 – Van Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen: vanuit het hele land kwamen woensdag actievoerders van Milieudefensie en Milieudefensie Jong naar het Zaantheater in Zaanstad. Ze staan namens ruim 11.000 klanten in de rij voor een groene maar helaas gesloten kassa van Albert Heijn. Terwijl binnen in het gebouw de aandeelhoudersvergadering plaatsvindt van Ahold Delhaize, het moederbedrijf van Albert Heijn.

Winnie Oussoren van Milieudefensie Jong is daar al voor de vijfde keer om de aandeelhouders aan te spreken. “Ik kwam hier als scholier, en inmiddels heb ik mijn masterdiploma op zak, en Ahold heeft in die tijd weinig tot niks gepresteerd op het gebied van klimaat.”

Klimaatplan en dure boodschappen

“Ahold Delhaize heeft nog steeds geen goed klimaatplan”, benadrukt ze. “Maar intussen raken de CO2-doelen van het Klimaatakkoord van Parijs steeds verder uit het zicht, ligt er nog veel te veel vlees en zuivel in de schappen en zijn biologische boodschappen onnodig duur.” Vrijwilligers hebben maandenlang in het hele land met smoestuintjes actie gevoerd bij Albert Heijn-filialen voor groene en betaalbare boodschappen.

Hoge bonussen

Binnen richt een deel van de vrijwilligers zich ook specifiek tot individuele directieleden. Oussoren: “Wij moeten stemmen over hogere bonussen. Verdienen zij die wel? Zij falen immers om beleid te maken dat nodig is om de klimaatcrisis een halt toe te roepen.”

De Eindhovense Milieudefensiegroep voor Albert Heijn in de Roostenlaan na een van de negen Smoestuintjes-sessies. Er zijn ca 720 Smoestuintjes weggezet, waarvan er x-100 tot een ingevulde petitie geleid hebben.
Zie ook https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-trapt-a-heijn-actie-af/

Grote ondergrondse waterstofvondst in Lotharingen

Afkomstig van de website van FDE

Onderzoekers van het GeoRessources Laboratorium van de Universiteit van Lotharingen (gevestigd in Nancy en Metz), van de Franse overheidsrganisatie voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, CNRS, en van energiebedrijf Française de l’energie (FDE) hebben met de PTH-2-put bij Pontpierre op bijna 4 km diepte een grote ondergrondse voorraad waterstof ontdekt. Zie (o.a.) georessources.univ-lorraine.fr/en/regalor-2-project/ en persbericht FDE .
Voor een CNRS-filmpje zie  new-reportage-cnrs-lorraine-hydrogen-under-our-feet .

Mn spreekt van minstens 34 miljoen ton waterstof, maar er worden ook hogere getallen genoemd. Het kan zijn dat het reservoir doorloopt tot in België, Luxemburg en Duitsland. Voor zover de kennis nu reikt, is het de grootste waterstofbel ter wereld.

Eigenlijk is de waterstofvoorraad bij toeval ontdekt bij het uitvoeren van een ander onderzoek, namelijk naar de winning van Coal Bed Methane (CBM). Vroeger werden in  de regio Lotharingen, net als in de aangrenzende delen van Belgie en Duitsland, kolen gewonnen. Die mijnen zijn alweer geruime tijd dicht, maar er zitten nog steeds veel kolen in de grond.
Vaak is met die kolen methaan geassocieerd (wat de consument waardeert als aardgas en wat de mijnwerker vreest als mijngas). De gedachte achter het, daartoe in 2012 opgerichte, Regalor-project was om dat kolengas te winnen.
Bij proefboringen echter bleek dat het kolengas waterstof als bijmenging had, en dat de bijmengconcentratie hoger werd naarmate de boor dieper ging. Dat veroorzaakte opwinding, waarna de bijzaak hoofdzaak werd. Als het zou lukken om de waterstof te winnen, zou dat extreem waardevol zijn – veel waardevoller dan methaan. Waterstof wordt massaal ingezet in de chemische industrie en tot nu toe wordt bijna alle waterstof uit fossiel aardgas gemaakt (en vooralsnog relatief een beetje uit elektrolyse van water).

Er volgde fundamenteel onderzoek naar hoe het ondergrondse systeem in elkaar zat. Het uiteindelijke model is dat de bron van de waterstof zich onder de kolenlagen bevindt, dat die waterstof (een heel licht gas) naar boven wil migreren, en dat de kolenlagen die omhoog trekkende waterstof adsorberen. De eerste boringen hebben die geadsorbeerde waterstof gemeten.
Men gaat er van uit dat de waterstof ontstaat door een reactie van warm water met sideriet (in chemische termen ijzer(II)carbonaat).  De details moeten verdre opgehelderd worden.
Tegenover de ondergrondse  vorming van waterstof staat ook ondergrondse  ontsnapping en afbraak (waterstof is een reactief gas en sommige bodemorganismen vinden het heel lekker). Ook hiervan is nog lang niet alles bekend.

Dit is jonge wetenschap. De Pontpierreboring van het Regalor-II is bijvoorbeeld pas in december 2025 gestart.
Men heeft heel lang gedacht dat er geen noemenswaardige hoeveelheden waterstof in de bodem zaten, omdat men vooral keek naar olie en gas en de ontstaansomstandigheden voor olie en (meestal) gas zijn anders dan van waterstof.
De achterstand wordt overal ingehaald. De literatuur is vaak van na 2020.
De VS bijvoorbeeld heeft een programma opgezet (https://www.usgs.gov/centers/central-energy-resources-science-center/science/geologic-hydrogen#overview )) en bijvoorbeeld Franse onderzoekers kregen hun sideriet-publicatie over een gebied in Zuid-Amerika gepubliceerd in november 2025 ( https://doi.org/10.3390/min15111218 ) – dat sideriet leverde overigens, in de omstandigheden op 3 tot 6km diepte, verrassend veel waterstof op.

Voor de sier een reactievergelijking

Het eerdere artikel op mijn site ( https://www.bjmgerard.nl/waterstofmijnbouw/ ) was gebaseerd op de interactie tussen heet water en vulkanisch gesteente (serpentinisatie), waarvan men tot voor kort dacht dat het de dominante vorm was. Serpentinisatie is inderdaad een veel voorkomende vorm, maar de vraag is in hoeverre die dominant is.

Duidelijk is dat er nog veel uitgezocht moet worden, niet in het minst hoe je die waterstof in praktijk op verantwoorde wijze kunt winnen. In Lotharingen is daartoe het vervolgproject Regalor-II opgezet ( georessources.univ-lorraine.fr/en/regalor-2-project  ). Dat loopt van 2025 tot 2028.

De waterstof blijkt op de dieptes, waar die ontstaat, onder hoge druk en temperatuur opgelost te zijn in water zoiets als bubbeltjes in champagne, maar dan heftiger.   Dat zijn omstandigheden die de gangbare mijnbouw niet eerder tegengekomen is. Hoe krijg je het gas gecontroleerd naar boven terwijl het water achterblijft, en dat bij 100 tot 200 atmosfeer en bijvoorbeeld 150˚ C?
Voor de kleine schaal, die van de metingen, is dit probleem opgelost.  Er is een sonde ontwikkeld ( de SYSMOG probe  ( https://www.solexperts.com/files/downloads/FP_SysMoG_Deepenglisch.pdf )die via een smal boorgat in de diepte gebracht kan worden. Er zit een membraan op waar de waterstof wel doorheen kan, en het water niet. De sonde is nu gebruikt om meetmonsters te nemen, maar zou doorontwikkeld moeten worden om op industriële schaal af te tappen.

Alle bij het project betrokkenen benadrukken dat het nog wel een paar jaar zal duren voor er eventueel waterstof op verantwoorde wijze en in bruikbare hoeveelheden naar boven komt.  Toch kijkt FDE al naar een exploitatievergunning.

De voordelen van heel veel zuivere waterstof zijn groot. Maar wat zeker ook beoordeeld moet worden, zijn de nadelen.

Men haalt onder druk staand gas uit onder druk staand water dat zelf op locatie blijft. Nog niemand heeft zich er tot nu toe in het openbaar aan gewaagd om in te schatten wat dat aan de oppervlakte betekent en dat zal wel moeten. Gaat het zoals in Groningen of is dat te voorkomen?

En het boorgat mag niet lekken. Waterstof versterkt de werking van methaan in de atmosfeer en heeft dus een indirect broeikasgaseffect dat het ermee bereikte verdwijnen van het van het fossiele broeikasgaseffect in onbekende mate zou tegenwerken.

Tenslotte: het landschappelijk effect van een onbekend aantal boorlocaties van onbekende omvang (voetbalveldgrootte? Buisleidingen?) is een punt van overweging. Tegenover de grote voordelen vind ik het zelf een klein nadeel, maar er moet wel naar worden gekeken.

Klimaatplannen bedrijven – focus op Vion

De voorgeschiedenis
Milieudefensie vindt dat bedrijven een klimaatplan moeten hebben dat in lijn is met het Akkoord van Parijs. Het eerste slagveld was, en is nog steeds, Shell ( milieudefensie–shell-klimaatzaak ). Volgend op de eerste Shell-uitspraak heeft Milieudefensie 29 andere bedrijven aangeschreven, allen grote systeemspelers die onder Nederlands recht vallen. Het verzoek was dat de bedrijven een ‘Paris-proof’ klimaatplan zouden inleveren. Dat is gebeurd.
Die plannen zijn in 2022 beoordeeld door het Duitse  NewClimate Institute (NCI, https://newclimate.org/). Dat  maakte er in zijn Klimaat Crisis Index (KCI) meestal gehakt van.

Als vervolg heeft Milieudefensie een dagvaarding uitgebracht tegen de bank ING wegens het financieren van fossiele bedrijven. De dagvaarding is demonstratief afgeleverd, zie tussenstand-ing-proces-van-milieudefensie (en van daar af verder terug). Dd nu is de zaak nog niet voor de rechter geweest, maar waarschijnlijk begint het juridische steekspel in 2026.

Inmiddels is Milieudefensie een campagne begonnen tegen Ahold Delhaize ( albert-heijn-faq en bjmgerard.nl/milieudefensie-trapt-a-heijn-actie-af )

Een Milieudefensie-ploeg bij Albert Heijn in de Eindhovense Roostenlaan

De overige 28 bedrijven (om juridische reden niet meer Shell en ING) hebben opnieuw een aanschrijving gekregen tot een deugdelijk klimaatplan. Die zijn opnieuw aangeleverd en opnieuw beoordeeld door het NewClimate Institute. De bevindingen in deze tweede ronde van de Klimaat Crisis Index (KCI) zijn op 23  februari 2026 verschenen op nieuwe-klimaatcrisis-index-2026 . Aldaar het volledige (Engelstalige) onderzoek in heel  kleine lettertjes, in de Fact Sheet een goede samenvatting en in ‘Hoe zat het ook al weer?’ de hoofdlijnen van wat er gebeurd is.

De methode van het  NewClimate Institute
Het NewClimate Institute baseert zich op schriftelijke bronnen, vaak als jaarverslagen door het bedrijf zelf aangeleverd. Het is dus een literatuurstudie, waarbij een interessante literatuurlijst  hoort.
Het eerste resultaat is aan de bedrijven voorgelegd, zodat die desgewenst konden reageren.

Het resultaat, de Klimaat Crisis Index 2026, bestaat uit een algemeen deel en een hoofdstuk per bedrijf.

De klimaatpolitiek van de bedrijven wordt beoordeeld op:

  1. De klimaatdoelen die het bedrijf zich stelt
  2. Welke maatregelen het bedrijf treft om die doelen te halen
  3. Wat doen ze met de restemissies die na het nemen van die maatregelen nog overblijven?
  4. Hoe betrouwbaar geven ze hun feitelijk plaatsvindende emissies weer?

 Die doelen en handelingen worden langs een dubbele maatlat gelegd, de ‘transparancy’ en de ‘integrity’.
‘Transparancy’ is ongeveer het Nederlandse transparantie: of een bedrijf een helder inzicht in zijn doen en laten geeft (ongeacht of dat doen en laten goed of slecht is).
‘Integrity’ is iets anders dan het Nederlandse ‘integer’. Het betekent zoiets als ‘geloofwaardig en volledig’.

De dubbele maatlat leidt tot een soort stoplichtvolgorde voor de doelen en voor de feitelijke maatregelen.

Ad 1. Rangorde van de doelen. De ondernemingen zijn geordend per mate van ‘integrity’. In de relatieve topcategorie ‘matig’ is Stellantis redelijk transparant, heeft een matig doel voor 2030 en 2040, en geen doel voor 2035 en 2050.

Ad 2. Rangorde van de maatregelen. De ondernemingen zijn geordend per mate van ‘integrity’. In de relatieve topcategorie ‘matig’ is Vattenfall Nederland goed transparant over zijn maatregelen, en krijgt een ‘matig’ oordeel over zijn plannen.

Ad 3. Stellantis wil zijn restemissies aanpakken via biochar (zoiets als houtskool), Schiphol, Ahold Delhaize en Vattenfall zegt iets met de restemissies te willen, maar zeggen niet wat.

Ad 4. Ahold Delhaize, Dow Chemical, LyondellBasell, pensioenfonds PFZW, Unilever en Vion brengen de emissies redelijk in beeld; de helft van de bedrijven doet dat matig; Boskalis, ExxonMobil, KLM, Schiphol, Vopak, bp en Cargill doen dat zwak of zeer zwak.

Al met al lijkt de KCI als geheel van 2026 een pietsie beter dan die van 2022.

Specifiek Vion
Deze site wil, waar dat kan en zinvol is, focussen op regionaal nieuws. Van de lijst van 28 is de onderneming die het sterkst aan Brabant gekoppeld is, de varkensslachter Vion in Boxtel. Milieudefensie heeft daar al vaker gedemonstreerd, zie klimp-ga-voor-krimp

De woordvoerder van VION, luisterend naar een lokale spreker (28 nov 2024)

Het hoofdstuk per bedrijf bevat een voor alle bedrijven gelijk gestructureerd overzichtsformat , vergezeld van een pagina met specifieke informatie over het bedrijf.

Vion is redelijk transparant over zijn emissies. Dat is een verbetering t.o.v. de eerste ronde van de KCI in 2022.
Het bedrijf loosde in 2024 7,6Mton CO2,eq (7,6 miljard kg broeikasgas). Daarvan valt (afgerond)

  • 0,1Mton in scope 1 (het eigen functioneren van het bedrijf);
  • 0,1Mton in scope 2 (inkoop van door anderen geproduceerde energie);
  • 0,3 Mton in scope 3 downstream (bijvoorbeeld de verwerking van Vionse halffabrikaten door andere ondernemingen verderop in de keten);
  • 6,9Mton in scope 3 upstream onder het label ‘FLAG’;  en
  • 0,3Mton in scope 3 upstream onder het label ‘non-FLAG’.

‘FLAG’ betekent ‘Forest, Land, Agriculture’ en gaat vooral over andere broeikasgassen dan CO2 , zoals methaan en lachgas. Dit heeft betrekking op veranderd landgebruik, productie van diervoeders, boerende koeien en varkens, en dergelijke.

De transparantie over de emissies wordt niet gevolgd door een transparantie over de doelen en de middelen om die te bereiken. Daardoor zit de totale transparantie van Vion in de categorie ‘slecht’ en de totale integrity in de categorie ‘allerslechtst’.

Vion wil in 2030 zijn emissies over scope 1,2 en 3 samen met 42% verminderd hebben t.o.v. 2021. Het bedrijf is bezig zijn doelstellingen voor 2030 in scope 1 en scope 2 te halen. In scope 3 heeft het bedrijf een onbekend deel van de emissies uitgezonderd, zodat niet beoordeeld kan worden of dit aan de 1,5°C van ’Parijs’ gaat voldoen.
Pessimisme is in dit geval op zijn plaats, omdat Vion het behalen van zijn 2030-doel vooral ziet naderen omdat het bedrijf vestigingen sluit of verkoopt (het gaat economisch slecht). De emissies worden dus voor een deel niet verminderd, maar verplaatst.

Nog onduidelijker dan over de doelen die Vion denkt te halen, is Vion over de middelen. De beperkte verbetering t.o.v. de eerste KCI-ronde uit 2022 betreft vooral de beloftes op papier.
Vion wil in 2030 op 100% duurzame stroom zitten, maar zat in 2024 nog maar op 17% – nog onduidelijk is waar de rest vandaan komt. Er worden veel woorden besteed aan dit minuscule deel van het probleem.
Duurzame stroom maakt een deel uit van duurzame energie. Vion wil in 2040 zijn totale scope 1 en 2 broeikasgasneutraal hebben. En dat betreft dan nog maar een fractie van de emissies.
Voor 2050 zijn scope 1,2 en 3 op papier afgedekt, maar in het overzicht staat er niet voor niets een ‘?’ achter. Het is volstrekt onduidelijk hoe Vion dit denkt te bereiken.

Het NewClimate Institute (NCI) benoemt in zijn toellichtende pagina nog een paar aanvullende zaken. Die komen meestal uit  het Sustainability Statement 2024 ( vionfoodgroup_Sustainability-Statement-2024.pdf , zie literatuurlijst) en zijn dus van na de eerste ronde van de KCI. Misschien wordt er toch knarsend iets in beweging gezet.

  • Vion heeft een plantaardige tak ME-AT (spreek uit mieiet) in Leeuwarden ( me-at.com ). Het NCI heeft echter geen ambities t.a.v. dit bedrijfsonderdeel kunnen vinden anders dan de algemene wens ‘leidend in Europa te willen zijn’.
  • Vion belooft een ‘road map’ naar net-zero, maar onduidelijk is wanneer die gepubliceerd wordt
  • Vion wil 35% minder emissies realiseren bij bepaalde varkensboederijen (via  voer en mest) en bepaalde koeienboerderijen (via voer en methaan), maar onduidelijk blijft hoe men dat denkt te doen
  • Vion wil dat vanaf 2030 zijn soja t.b.v. diervoeder ontbossingsvrij is, maar ‘de concrete invulling daarvan lijkt zich nog in een vroeg stadium te bevinden’, aldus het NCI.
    De gezaghebbende benchmark bij dit voornemen, het Accountability Framework, wilde dit al in 2025 gerealiseerd zien. ( the-accountability-framework , zie literatuurlijst).

Aan veel minder vlees zal niet te ontkomen zijn. Vion moet naar zijn core business kijken.

Sojaveld in Argentinië