Wat ik van het coalitieakkoord 2021 – 2025 vind

Of liever gezegd, wat ik van hoofdstuk 2 van het Coalitieakkoord (Een Duurzaam land) vind, van de onderwerpen klimaat, energie, landbouw, natuur, stikstof, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daar heb ik een klein beetje verstand van en daarop focust als regel deze website. De rest is uiteraard ook belangrijk, maar daarop zou mijn reactie geen meerwaarde hebben.

Grosso mode wordt in het hoofdstuk, een compromis tussen uiteenlopende partijen,  een redelijke set intenties gegeven.
Het is een reparatie-akkoord dat wil corrigeren dat eerdere kabinetten geen redelijke set intenties gaven of zelfs uitgesproken negatieve besluiten genomen hebben, zoals bijvoorbeeld afschaffing van het ministerie van VROM in 2010, bij het aantreden van Rutte 1.

Er ligt veel geld bij de intenties. Dat zegt echter niet alles, want geen geld is  niet het enige dat in de politiek ongelukkig maakt. Ook andere factoren dan geldgebrek kunnen gewenste ontwikkelingen remmen, zoals  gebrek aan ruimte, gebrek aan vakmensen een gebrek aan vertrouwen in Rutte IV, of een teveel aan ontzag voor grote economische machten en een teveel aan kapitalisme – ik beperk  me nu tot binnenlandse oorzaken.

Ik vind zelf het zwakste aspect van het hoofdstuk dat het te weinig inzicht geeft  in de samenhang der dingen – door anderen ook wel een gebrek aan visie genoemd. Het is teveel alleen maar een boodschappenlijst.
Het is me duidelijk dat het tot op zekere hoogte een hoofdlijnenakkoord is. Het probleem is dat de samenhang der dingen soms dermate fundamenteel is, dat dat een hoofdlijn zou moeten zijn.

Ik kom hier in afzonderlijke punten op terug.

Het coalitieakkoord is te vinden op https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst .

Tata Steel Ijmuiden

Klimaatrechtvaardigheid en aanpak industrie
Milieudefensie wil dat ‘de grote bedrijven aangepakt worden’ en wil een actie beginnen tegen 30 grote bedrijven. Het coalitieakkoord spreekt van ‘maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters’.
Ongetwijfeld bedoelen ze niet hetzelfde. Van beide partijen zou men een beter politiek-economisch verhaal willen hebben.

“Maatwerkafspraken” zijn een rekbaar begrip. De regering dient het kapitalisme, maar daarbinnen bestaat de nodige vrijheid. De regering kon ook aandelen KLM kopen, nationaliseerde ten tijde van de crisis banken  en CDA en VVD in de Tweede Kamer waren niet vies van Tata Steel nationaliseren. Ik vind een indicatie van de inhoud van die ‘maatwerkafspraken’ een hoofdzaak die in het coalitieakkoord thuishoort. Wil de nieuwe regering een centraal gestuurd industriebeleid? Krijgen die bedrijven gewoon geld? Koopt de Nederlandse staat Aldel? Moet men verplicht instemmen met het voorgestelde grenstarief van de EU?
Lijkt mj dat daarover iets in het coalitieakkoord mocht staan.

Andersom geldt overigens hetzelfde, maar daar bestaat geen coalitieakkoord. De ‘grote bedrijven moeten aangepakt worden’ vinden Milieudefensie (en bijvoorbeeld ook Greenpeace en de SP). Vind ik ook, maar hoe dan? Moeten ze meer belasting betalen? Moeten ze sluiten? Moet de SDE++ subsidie als tegenprestatie om aandelen vragen? Moet de productie van zink en aluminium verboden worden? Gehalveerd?

ETS-prijs in €/ton CO2 t/m 31 aug 2020
ETS-prijs in €/ton CO2 in 2021

Overreden, beprijzen of wettelijke voorschriften? ETS en marginale heffing.
Dat zijn de drie basisstrategieën om milieu- en klimaatdoelen te realiseren. Inzetten op alleen maar overreden is vrijblijvend en gaat ervan uit dat het individu de schuld is (quod non), alleen maar beprijzen (zonder beschermende maatregelen) treft de economisch zwakste en wettelijke voorschriften zijn niet populair bij ondernemingsvriendelijke partijen.
Wat zou het mooi zijn als het coalitieakkoord steviger wetgeving bepleit had (en betere handhaving).
Het zou ook mooi geweest zijn als het coalitieakkoord melding gemaakt had van nieuwe democratische strategieën, zoals burgerraden (in de geest van XR) of (beter uitgewerkt) het preferendum van Van Reybroeck ( Het Preferendum? ). Ik vind dit soort kwesties een politieke discussie op hoofdlijnen.
Ik vind zelf dat elke strategie uit de trits zijn voor- en nadelen heeft, maar dat er in Nederland meer voorschrift en handhaving moet komen.

Ik vind dat beprijzing via het ETS (Emission Trade System) van de EU steeds beter werkt. De Nederlandse koolstofheffing daarentegen doet momenteel niks, want veel te laag. En huidige bodemprijs ligt ver onder de feitelijke prijs in het ETS. In hoeverre het ‘verhogen van de marginale heffing’, zoals in het coalitieakkoord staat, wat gaat betekenen, moet blijken. In de financiële tabel wordt er geen opbrengst ingeboekt.

Bestaande Nederlandse CO2-heffing

Zie https://www.bjmgerard.nl/co2-prijs-onder-het-eu-ets-schiet-door-de-e50-per-ton/ .
Een ‘beperking tot de ETS-sectoren’ (coalitie-akkoord) roept vragen op. Er zijn ETS-inrichtingen die niet in gebruikelijke zin een bedrijf zijn (in Zuidoost Brabant bijvoorbeeld de stadsverwarmingen van Helmond en Eindhoven) en er zijn heel veel bedrijven (veruit de meeste) die wel een klimaateffect hebben, maar die niet onder het ETS vallen (in Zuidoost-Brabant bijvoorbeeld ASML en Philips Medical Systems). Die vallen onder de EED of (nu nog) de Wet Milieubeheer. Het coalitieakkoord meldt daar tekstueel niets over.
In de financiele tabel gaat hier pas in 2026 geld bij.

Nyrstar_foto bgerard, ook wel de zinkfabriek in Budel

Gevolgen voor het ruimtegebruik van de te verwachten explosieve groei van de stroomvraag
Ongeacht alle politieke redeneringen kost het altijd twee elektronen om een zinkatoom te maken, en twee of drie voor een ijzeratoom. De natuurwetenschap trekt zich niets van politieke wenselijkheden aan.
Feitelijk betekent verduurzaming van de industrie vaak dat men direct of (via de omweg van waterstof indirect) elektrificeert. De productie van synthetische brandstof voor het lange afstands-vrachtautovervoer, de internationale scheepvaart en de luchtvaart betekent een verzesvoudiging van het bestaande elektriciteitsbudget (zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ ), ongeacht wie er de macht over heeft. Dit gaat gepaard met flinke verliezen.
Vervolgens is de vraag waar die stroom vandaan komt. Dat is niet uitzichtsloos, maar vraagt wel een strategisch debat. In hoeverre komt die uit Nederland?
Voor zover uit Nederland, hoeveel en hoe doen we dat met onze ruimtelijke ordening, gegeven de vele andere taken?
Als import (er is een verwijzing naar waterstofimport), zo ja waarvandaan?  En is die waterstof duurzaam? Ruilen we de afhankelijkheid van Poetin in voor die van Bin Salman en zijn elektrolyzers in de woestijn?
Zetten we een tariefmuur om Europa om klimaatonvriendelijke stroom tegen dumpprijzen buiten te houden?
Ik ben niet tegen import van energie (we voeren nu ook bijna alle energie in), maar ook daar is weer de vraag of dat vóór 2030 zoden aan de dijk zet.
Je zou willen dat het coalitieakkoord meer informatie gaf over dit soort strategische vragen.

De energiemix
Kort samengevat wil het coalitie-akkoord zoveel mogelijk CO2 – vrije energie, maar beperkt het in praktijk de productie ervan door allerlei negatieve keuzes. Het wil extra wind op zee (op zich niets tegen, maar er ligt al een Noordzeeakkoord – ook de Noordzee is eindig, zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-zee/nieuwe-routekaart# ), zon op dak (levert beperkt op), aardwarmte (wat niet overal kan), groen gas (grotendeels afkomstig uit mestvergisting of te weinig aanwezig, zie Grootschalige mestbewerking en groen gas ), aquathermie (wat slechts op sommige plaatsen tot warmte leidt mits toegevoegde stroom), zonneparken mits multifunctioneel (waar in principe iets voor te zeggen valt als duidelijker zou zijn wat ‘multi’ was), windparken mits aan heldere (maar niet genoemde) afstandseisen voldaan wordt (nu geluid aan de gevel-eisen) en ‘zo snel mogelijk’ geen energie uit houtige biomassa (welk standpunt vooral op bijgeloof berust en in praktijk wel  eens tegen zou kunnen vallen – zie https://www.bjmgerard.nl/kabinet-volgt-het-te-optimistische-ser-advies-biomassa/ ).
Als deze beperkingen wat voorstellen, schaden ze de productie van hernieuwbare energie, en als ze niet wat voor blijken te stellen zijn het loze praatjes).

Source US Department of Energy_IAEA

Zo komt men als vanzelfsprekend (gezien o.a. de VVD-standpunten) op kernenergie uit. Je kunt nu eenmaal niet alles verbieden.
Ik ben op zich geen principiële tegenstander van kernenergie, maar wel in praktijk tegen de huidige generatie centrales en meer speciaal van de ouwe meuk in België. Ik  schrijf daar wel een andere keer een apart verhaal over.
Als je een (vooralsnog denkbeeldige) probleemarme kerncentrale non stop waterstof zou laten maken, heb je volgens mij in principe een goed verhaal.
Maar ongeacht dit oordeel, vast staat dat die twee centrales in het gunstigste geval  pas ergens een eind na 2030 draaien en dat kernenergie veel subsidie zal vragen. Vraag is of men het met de 5 miljard cumulatief in de financiële tabel haalt.

Tot 2030 koppelt het coalitieakkoord vooral meer duurzame opwek-eisen aan meer duurzame opwek-verboden.

De Gebouwde omgeving
Ik ga daar niet wat van zeggen, want dat is een heel behoorlijk verhaal. Nu waarmaken.
De eerste (extra?) uitgaven zijn overigens pas in 2024 ingeboekt.

Mobiliteit, luchtvaart en scheepvaart
Over de luchtvaart: in het coalitieakkoord wil men de kwadratuur van de cirkel. Geen krimp van de luchtvaart, en toch krimp van de ellende en Lelystad misschien toch open (besluit is vooruit geschoven). Dit alles onder verwijzing naar de Luchtvaartnota die vooral vrijblijvende suggesties oppert. Ik denk dat de luchtvaart niet ontkomt aan krimp.
Maar ik heb hierover al eerder een artikel geschreven op de site van het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), en daar verwijs ik naar ( https://bvm2.nl/het-coalitieakkoord-en-het-vliegen/ ).
Ik ben voor een kerosinebelasting en een tickettax (die moet €400 miljoen per jaar opbrengen).

Synthetische vliegtuigbrandstoffen hebben, behalve een klimaatvoordeel, ook een luchtkwaliteitvoordeel voor omwonenden. Ook na krimp van de luchtvaart is dit van belang. Vooralsnog is er niet wat anders wat zoden aan de dijk zet om het na krimp resterende luchtverkeer te verduurzamen. Voor personenauto’s is dat er wel (elektrisch), en daarom ben ik er voor om geen biobrandstoffen in autobrandstof te mengen en om deze, voor zover binnen de Europese richtlijnen geproduceerd, voor vliegtuigen te gebruiken.
Synthetische kerosine uit CO2 en waterstof kan in grote hoeveelheden gemaakt worden (met ongeveer 2% van de landoppervlakte van Saoedi-Arabië haal je het huidige wereldverbruik), maar het vraagt dan een onwaarschijnlijk hoge financiële investering.
Op de keper beschouwd is synthetische kerosine een vorm van energieopslag in chemisch gebonden waterstof, en daarmee een verbijzondering van de algemene wetmatigheden van de waterstofeconomie.

Aan wat er verder over auto’s en schepen in staat, heb ik niet wat toe te voegen.

Klimaatadaptatie:
Geen opmerking

Peel met stikstofoverschot
Peel zonder stikstofoverschot

Landbouw, natuur en stikstof
Dat is in principe een verhaal met goede intenties.
Maar er zijn in de loop van decennia meer verhalen met goede intenties geschreven, die de landbouwsector vervolgens bekwaam heeft weten te saboteren.

De boerenpartijen hebben het woord ‘onteigening’ uit het coalitieakkoord weten te houden. De passage ‘daar waar de opgave tot emissiereductie en natuurherstel dermate groot is dat vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent, gaan we op het boerenerf het gesprek aan om samen te zoeken naar de mogelijkheden.’ roept bij mij niet meteen vertrouwen op.
Aan de andere kant, de nood is hoog bij de boeren en gezegd moet worden dat dat vaak ook is omdat anderen het probleem zijn (bijvoorbeeld de supermarkten en de Rabobank).

De Nederlandse landbouw is absurd groot en zal moeten krimpen, ook al omdat er grond nodig is voor andere doelen. Maar daar hoort een goede sociale paragraaf bij.

Het is met de geformuleerde intenties mogelijk een goed beleid te voeren. Of dat er in praktijk van komt, moet blijken. Er zit in elk geval geld bij maar, zoals gezegd, er is meer nodig dan alleen maar geld.

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening
Ik ben hier de laatste jaren weinig mee bezig geweest en ga er niet veel over zeggen. Niet omdat ik het belang niet zie (integendeel), maar omdat ik er te weinig aan kan toevoegen.

Ik vind het in elk geval een groot goed dat de ruimtelijke ordening weer meer gecentraliseerd wordt en dat er weer een minister voor komt.  De vele conflicterende fysieke en sociale eisen, die aan de schaarse grond in Nederland gesteld worden, schreeuwen al veel langer om centrale aansturing.
Zie ook https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/  en https://www.bjmgerard.nl/grote-opgaven-in-een-beperkte-ruimte/ .

Als men die centralisatie eerder gepraktizeerd had (nog beter, als dat nooit afgeschaft was geweest) was er misschien een rijksbeleid geweest over datacenters (en verdozing enzovoort) geweest, en had niet de gemeenteraad  van Zeewolde, gesteund door een clandestiene privé-opvatting van ex-minister Wiebes,  een besluit mogen nemen waar hele Nederland nu last van heeft.

Waarmee ik overigens niet naar de andere kant wil doorslaan. Nederland heeft een heleboel datacenters, van groot tot klein, die geruisloos goed werk doen (bijvoorbeeld mijn website en mijn email). Het ene datacenter is het andere niet.
Ik ben tegen het Zeewolde-datacenter omdat het van Facebook is (vind ik geen onmisbare instelling), omdat het heel groot is, en omdat het net zo goed ergens anders kan staan (bijvoorbeeld in Duitsland).
Algemene vraag is welke voorzieningen wij in Nederland willen hebben en welke niet.

In Finland mag men pas een datacenter bouwen als van tevoren vast staat dat de warmte aan de stadsverwarming geleverd wordt. Dat voorschrift zou hier ook moeten bestaan.
Zie https://www.bjmgerard.nl/opnieuw-restwarmte-van-datacenters/ .

In zijn algemeenheid zijn datacenters een bijzonder voorbeeld van de algemene trend van elektrificatie van de industrie, die tot een verveelvoudiging van de stroomvraag zal leiden. Het coalitie-akkoord (maar bijvoorbeeld ook de politiek en een organisatie als Milieudefensie en Greenpeace) behandelen hier een structureel probleem alsof het incidenteel is.
We gaan deze discussie nog veel vaker krijgen.

Infrastructuur
Over het algemeen werken de intenties de goede kant op, behalve die over Schiphol en Lelystad: achterstallig onderhoud, verkeersveiligheid, meer en beter OV, de Lelylijn. Waarschijnlijk is het allemaal niet genoeg.
De A27 bij Amelisweerd moet niet verbreed worden.

Pas in 2030 en anders te weinig tussendoelen
Het is een verbetering dat de Klimaatwet aangescherpt wordt tot 55% CO2 – reductie in 2030, maar 2030 duurt nog lang. Wat je mist zijn dichterbij  liggende ijkmomenten. Je zou bijvoorbeeld willen dat het 2030-doel werd aangevuld met 31 december 2025, als het nieuwe kabinet zo ongeveer vertrekt (als alles goed gaat). Pakweg zoiets als bijvoorbeeld ‘35% CO2 – reductie op 31 dec 2025”, zodat het kabinet zijn eigen prestatie garandeert en de prestatie niet doorgeschoven wordt naar nog ongeboren opvolgers.
De timing van de uitgaven in de financiële bijlage is er wel, de timing van de beleidsmatige opbrengsten niet.

Sommige besluiten gaan überhaupt pas in 2030 is, zoals rekeningrijden. Dat is te laat.

Wie moet het doen?
Er zijn te weinig vakmensen die de taken, die op deze gebieden nodig zijn, uit te voeren. Het is prima om bijvoorbeeld technische opleidingen te stimuleren, maar de totale vijver is ook dan nog gewoon te klein. De passage elders in het coalitieakkoord over demografische ontwikkeling en arbeidsmigratie laat nog teveel vragen open. Het is mijn terrein niet, dus ik ga hier niet de geleerde uithangen. Ik heb al eens geschreven dat elke Syrier met kennis van het stoomwezen gelijk aan de bak kan ( zie Van stoom stoom stoom ). Je zou denken aan een betere diploma-erkenning, op arbeid gerichte bijscholing, etc.

Naomi Klein, klimaat en kapitalisme, en Nederlandse politieke partijen

Ik was al een tijd van plan om de boeken van Naomi Klein over klimaat en kapitalisme te lezen. De politieke actualiteit, waaronder de steeds zwaardere stempel die het  klimaat zet, de massabewegingen en de discussies binnen mijn partij, de SP, maken dat ik dat voornemen nu uitgevoerd heb.

Naomi Klein
Naomi Klein is zoiets als een participerende journalist. Ze beschouwt bijvoorbeeld de strijd tegen de Keystone XL (de nog niet uitgevoerde delen van een pijpleiding van de Canadese teerzanden naar de Golf van Mexico) niet van een afstand, maar neemt deel aan de acties.

Kaart van het netwerk van oliepijpleidingen in Canada en de VS (Alberta = Canada, Montana = VS). De recente strijd gaat over fase 4.

Naomi Klein heeft een aantal boeken geschreven over uitwassen van het kapitalisme, maar twee daarvan gaan speciaal over het klimaat. Ze zijn het makkelijkste te vinden op de Wikipediapagina over haar https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein . Daarnaast heeft ze een groot aantal artikelen geschreven, lezingen gegeven, aan films meegewerkt.

Het eerste boek (2014) over klimaat en kapitalisme is https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein#This_Changes_Everything:_Capitalism_vs._the_Climate , in het Nederlands vertaald als “Verander nu voor het klimaat alles verandert”.
Alleen al het voetnotenapparaat is een boek op zich.

Het tweede boek (april 2019) heet https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein#On_Fire:_The_(Burning)_Case_for_a_Green_New_Deal en is in het Nederlands vertaald als “BRAND! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek”.

Het tweede boek kan  men zien als een meer praktijkgerichte uitwerking van het eerste.

Een samenvatting
Het zijn twee forse boeken. Een volledige samenvatting gaat de mogelijkheden van deze site te boven. Vandaar puntsgewijze de standpunten (uit beide samen):

  1. De klimaatcrisis bedreigt ons door zijn gevolgen (branden, droogte, stormen, oceaanverzuring) allemaal en dat is urgent. De aarde is eindig en de capaciteit om vervuiling op te vangen ook.
  2. De schuld ligt niet in zoiets als de ‘menselijke natuur’.  Het is een systeemprobleem.
  3. Individueel handelen, hoe zeer ook te prijzen, lost het probleem niet op
  4. Drijvende kracht zijn grote ‘extractivistische’ bedrijven en het economisch systeem waarbinnen ze werken. Dit ‘extractivisme’begrip wordt vooral toegepast op kolen, olie en gas (inclusief fracken en de teerzanden), maar ook op andere vormen van mijnbouw.
    Laat olie en gas in de grond.
  5. Technische maatregelen en economische prikkels (als CO2 – handelssystemen) zijn onvoldoende, maar moeten binnen hun beperkte mogelijkheden dienstbaar gemaakt worden (Klein is op dit punt in haar eerste boek radicaler dan in haar tweede boek waarvan de geest hier weergegeven is)
  6. Meer specifiek is geo-engineering een slechte zaak (door Klein beperkt tot sulfaatkristallen in de stratosfeer om zonlicht terug te kaatsen en ijzerbemesting va de oceanen ter bevordering van algengroei, die vervolgens na hun overlijden koolstof meenemen naar de diepte)
  7. Vrijhandelsverdragen (bijvoorbeeld Energy Charter Treaty) spelen een funeste rol en geven grote bedrijven een handvat om nationale overheden in hun richting te dwingen (zie ook Weg met de mythes rond het Energy Charter Treaty – dat hoort in dezelfde spelonken als TTIP en CETA – update met RWE )
  8. Er is slechts een economie volhoudbaar die past binnen de grenzen van de aarde. Dat betekent o.a. ingeperkt koopgedrag, geen economische groei voor zover die tot meer materie- en energiegebruik leidt, en daarvoor  is verregaande nivellering van de welvaart nodig. De grote vervuilers moeten betalen
  9. Afschaffing van het kapitalisme (geheel of gedeeltelijk laat Klein in het midden) is daartoe een noodzakelijke voorwaarde
  10. Maar geen voldoende voorwaarde, want regimes met marxistische roots als Rusland en China maken ook een potje van klimaat en milieu
  11. Centralisme is fout en de oplossing moet gezocht worden in bondgenootschappen van onderop die gevormd worden in het kader van acties (‘Blockadia’) tegen concrete zaken als oliepijpleidingen, steenkoolhavens, mijnbouwprojecten, etc.
    Ook de productie van duurzame energie moet decentraal georganiseerd worden.
  12. De rechten van inheemse volkeren moeten versterkt worden
  13. De zeggenschap over extractivistische projecten moet bij de direct gedupeerden liggen
  14. Sommige milieu- en natuurbeschermingsgroepen denken dat grote bedrijven omgeturnd kunnen worden, en zijn daardoor te intiem met het grootkapitaal geworden
  15. Omdat het kapitalisme meer op zijn geweten heeft dan alleen het ‘extractivisme’, biedt deze insteek kansen om ook andere wereldproblemen aan te pakken, zoals migratie, democratisering, vrouwenrechten, mensenrechten, enz. Omgekeerd biedt een verbreding van de basis meer kans in de klimaatstrijd.
    Het geheel moet een rechtvaardig en uitvoerbaar totaalpakket zijn.
  16. Er is een Green New Deal nodig, die gelijkenissen heeft met de New Deal van Roosevelt (1932, zie Roosevelt New deal op Wikipedia ). Die loste in een omvattende aanpak een groot aantal economische, sociale en fysieke problemen op. Roosevelts New Deal volgde op een golf van arbeidersopstanden en andere massabewegingen.
    In de VS is een Green New Deal-plan voorgesteld door de Demokratische politici Ocasio-Cortez en Markey. Zie Wat staat er in de VS-Green New Deal? Hoe toepasselijk is die voor Nederland en Europa?
  17. Uiteindelijk slaat de massastrijd neer bij de instituties van de staat. Klein roept op om die te beïnvloeden, niet om ze omver te werpen.
  18. Landen met een sterke demokratisch-socialistische traditie doen het op het gebied van milieubeleid het beste.
  19. Maar sommige traditionele linkse partijen zijn teveel blijven steken in alleen maar sociaal-economische conflicten.
  20. Er is een nieuwe vorm van ecosocialisme nodig
Naomi Klein

Wat ik er persoonlijk van vind
Beide boeken van Klein zijn zeer de moeite waard om te lezen, ook al ben ik het niet met alles eens.
Voor Klein geldt wat vaker bij  milieu- en klimaatgroepen geldt, dat de abstracties mooi zijn, maar dat onaangename feiten en tegenstellingen, die bij de uitvoering naar voren komen, ontweken worden. De manifesten moeten glanzen en niet modderig worden.
Klein heeft met het LEAP-manifest moeite gedaan om een nieuw wereldbeeld te schetsen, maar dat heeft hetzelfde probleem. Zie https://leapmanifesto.org/en/the-leap-manifesto/
In een activistisch manifest is dat tot op zekere hoogte onvermijdelijk.

In wat ik er van vind, volg ik de nummering. Met de nummers die  ik niet noem, ben ik het zonder toevoeging eens.

Ad 3.
Eens, met dien verstande dat grootschalig georganiseerd individueel handelen niet de oplossing is, maar wel een actievorm kan zijn (boycot)

Ad 4.
Dit ligt gecompliceerder. Klein hinkt in deze stelling op een paar benen tegelijk.
Dat ‘extractivistische activiteiten’ als regel door grote bedrijven plaatsvinden is juist. Daaruit volgt niet automatisch dat die activiteiten niet moeten plaatsvinden. Dat wordt inhoudelijk door de aard van die activiteiten bepaald.

Ik kan Kleins stelling volgen waar het om kolen, olie en gas gaat, omdat die vanaf nu voor  het overgrote deel in de grond moeten blijven zitten – in  elk geval geen nieuwe projecten meer.

Ik kan Kleins stelling niet in zijn algemeenheid volgen waar het om de mijnbouw naar andere stoffen gaat. Voor windturbinemasten is staal nodig, voor de magneten neodymium en samarium, voor doping in zonnepanelen indium en gallium, voor accu’s lithium, etc etc. Mogelijk wordt er straks naar thorium gegraven.
En ook voor goud (Klein fulmineert tegen een Griekse goudmijn) zijn zinvolle toepassingen, naast sieraden bijvoorbeeld in elektronica en ruimtevaart.
De materialenschaarste schreeuwt om een goede reduce-reuse-recycle aanpak, maar bij sterk groeiende activiteiten is die per definitie onvoldoende, als deze aanpak nu sowieso al bestaat. Die aanpak te ontwikkelen is een belangrijk deel van het verhaal, waar Klein niet over spreekt.
Klein heeft ongetwijfeld gelijk dat het merendeel van de mijnbouwactiviteiten uitgevoerd wordt door grote, particuliere ondernemingen – waarbij dat ze groot zijn en dat ze particulier zijn twee verschillende dingen zijn. Ik ben niet a priori tegen groot, maar in principe wel tegen particulier, hoewel ook dat niet alles zegt. Chinese (semi)staatsmijnbouwbedrijven zijn ook niet alles.
De grootste milieuproblemen ontstaan als een machtige mijnbouwonderneming de tegenstander is van een zwakke staat.
Het geeft geen pas om deze grote problemen weg te definieren door het er gewoon niet over te hebben, zoals Klein doet. Geen serieuze politieke kracht kan hier omheen manoevreren.

Ad 5.
Er is een continuüm tussen twee extremen.
Het ene extreem is dat je alleen maar het kapitalisme hoeft af te schaffen en klaar is kees, de wereld is automatisch gered, en je hoeft  niet over technische en financiële maatregelen te praten.
Het andere extreem is dat de wereld met alleen technische en financiële maatregelen gered kan worden, en dat het kapitalisme ongewijzigd kan voortbestaan in een groen jasje.
Klein zit tussen beide extremen in. Ze erkent expliciet dat ‘gewone’ maatregelen die het klimaat helpen en kapitalisme-neutraal zijn zin kunnen hebben, maar zit verder dicht op het eerste extreem.
Ik zit zelf ook tussen beide extremen in, maar wat verder van het eerste af. Ik ben sceptisch geworden over grote woorden en ik wil graag over maatregelen nadenken. We kunnen niet wachten tot het kapitalisme eindelijk afgeschaft is, want dan zijn we te laat

Een kenmerkend voorbeeld is dat van emissiehandelssystemen. Klein moet daar niets van hebben en ik sta daar genuanceerder in. In 2014, toen Klein haar eerste boek schreef, en ook nog in 2019 waren  de bestaande handelssystemen (het mondiale van Kyoto en het Europese ETS) beide inderdaad knudde.
Kyoto is nog steeds knudde, maar het ETS begint nu sinds kort te functioneren omdat de Europese Commissie het drastisch aangescherpt heeft.
Emissiehandelssystemen kunnen een goed instrument zijn in handen van de juiste overheid. Overigens zijn emissiehandelssystemen een kapitalisme-neutrale financiële techniek. China is er ook mee bezig.
Zie ook CO2 -prijs onder het EU ETS schiet door de €50 per ton (update 6 juli) .

Verloop van de ETS-prijs t/m aug 2020. Inmiddels staat de prijs dd nov 2021 op €60/ton.


Ad 6.
Er bestaan verschillende vormen van geo-engineering, onder te verdelen in vormen die wel en die geen CO2 uit de lucht halen. In het laatste geval worden de CO2 – symptomen bestreden en niet de CO2 zelf.
Klein beperkt zich tot twee vormen van geo-engineering, namelijk witte sulfaatkristalletjes in de stratosfeer brengen en oceanen bemesten met algen.

Sulfaatkristalletjes (als grootschalig toegepast, zou de hemel witter worden) kaatsen zonlicht terug maar doen niets tegen de oorzaak CO2 . Sommige grote vulkaanuitbarstingen (Tambora 1815, Krakatau 1883, Pinatubo 1991) hebben dit experiment op natuurlijke wijze uitgevoerd en het resultaat is dat er een verkoeling op volgt die een paar jaar duurt en dan weg is. Je blijft dus aan het strooien. In die paar jaar (waargenomen bij de Tambora) kunnen de mondiale gevolgen drastisch zijn.
Contrails van straalvliegtuigen zijn in feite een vorm van geo-engineering in deze categorie.
Deze techniek verdient inderdaad de grootst mogelijke voorzichtigheid.

Daken en wegen wit schilderen helpt ook een beetje en dat hoef je niet elk jaar te doen. Ik zie hier geen probleem.

Met ijzer (dat is soms een kritisch element) de oceaan bemesten om algenbloei te bevorderen geeft nog onbekende effecten. Het natuurlijke experiment is Saharazand dat bij zandstormen ver de oceaan in waait en bemestend werkt.
Ik heb hierover op dit moment geen mening.

Een andere techniek om CO2 uit de lucht halen is fijnverdeeld olivijn of basalt in waterig milieu te brengen. Dat is het versneld uitvoeren van een natuurlijk erosieproces. Ik zie geen wezenlijk probleem als het materiaal zuiver genoeg is, maar je blijft ook hier alsmaar bezig met nieuw olivijn te malen en uit te strooien. Vraag is hoe het verweerde olivijn zich op de lange duur houdt. Zie Zeven km3 olivijn om de aarde te redden?

Het IPCC promoot sterk wat BECCS heet ( Bioenergy with carbon capture and storage ): haal CO2  uit de lucht met biomassa, gebruik die biomassa energetisch, vang de  CO2  op en stop het onder de grond. Dat kan overigens ook door directe vangst van CO2  uit de lucht of de schoorsteen.

Ik heb geen algemeen afwijzend standpunt over geo-engineering. De verschillende vormen verdienen hun eigen beoordeling.

Ad 9.    en 10.
Ik ben het hier een eind mee eens, maar ik ben er nog niet precies uit welk  eind. Klein trouwens ook niet, want die presenteert geen ander politiek-economisch model dan een progressief demokratisch-socialisme
Ik ben zelf geneigd tot zoiets als een gemengd model met essentiële zaken bij de overheid en kleinere zaken gedecentraliseerd (bijvoorbeeld op licentiebasis). Maar ik weet te weinig van politieke economie om een antwoord te kunnen geven.

Ad 11.
Wat Klein in feite wil, is decentrale actiebewegingen van onderop bundelen om centraal zaken tot stand te brengen. In de context van de VS in 2019 is dat de Green New Deal van Ocasio-Cortez en Markey via de Demokraten. Zie Wat staat er in de VS-Green New Deal? Hoe toepasselijk is die voor Nederland en Europa? .
In  hoeverre die Demokraten ook actief zijn op grassroots-niveau in de actiebewegingen, vermeldt Klein niet.
Globaliter deel ik de mening van Klein, maar ik ben centralistischer. Ik wil niet alleen van onderop werken, maar ook op partijniveau en ten behoeve van besluitvormende organen.
Ik vind het teveel gevraagd van grassrootsbewegingen dat ze, allemaal voor zich en steeds opnieuw, bruikbare systeemkritiek ontwikkelen en dat die ook nog eens belangen afwegen buiten hun eigen beperkte territorium.

Ik vind in een land als Nederland, met een kwalitatief uitstekend elektriciteitsnet dat kwantitatief uitpuilt, decentralisatie van de opwekking van elektrische energie eerder een noodzakelijk kwaad dan een ideaalbeeld. Het is een gegeven dat er veel gedecentraliseerde kleinschalige opwekking is die ingepast moet worden, maar de echte grote getallen komen nog steeds uit grootschalige voorzieningen.
Het elektriciteitsnet liefst Europabreed en dat is al heel  sterk het geval.
Kleinschaligheid berust te vaak op romantiek.

Ad 13.
Hier ligt een groot spanningsveld.
Klein gaat ervan uit dat de mening van omwonenden altijd haar kant op werkt, omdat ze alleen maar strijdsituaties opzoekt die bij haar passen. Maar ik ken ook heel wat anti-windturbine en -zonneparkprotesten waar de opvattingen van de omwonenden tegen het klimaat werken.
In een dichtbevolkt land als Nederland ligt dat toch iets anders als in de VS.
En er is ook nog zoiets als het algemeen belang. We hebben een klimaatakkoord en daar staan getallen in (49% minder CO2 in 2030), en we hebben de Regionale Energie Strategieën waar eveneens streefgetallen in staan aan wind- en zonne-energie. En elke gemeente heeft klimaatneutraalambities met bijbehorend jaartal.
Voor mij staat voorop dat die getallen gehaald worden, en staat dus de autonomie van omwonenden niet bij voorbaat voorop.
De taak van de politiek is om grote en de kleine schaal zo goed mogelijk in harmonie te brengen met instrumenten als inhoudelijke en financiële participatie, maar uiteindelijk staat het collectieve eindresultaat voorop. Als er geen draagvlak is, moet dat bij voorkeur gemaakt worden.
Klimaatstrijd in Nederland gaat letterlijk over pompen of verzuipen.

Ad 14.
Er bestaat ook in Nederland risico, bijvoorbeeld doordat beheerders van natuurgebieden van donaties afhankelijk zijn. Verder wil ik hier niet wat over zeggen.

Ad 16.
Eens. De Green New Deal van de Europese Commissie (Timmermans) heeft in elk geval goede ambities. Het is een enorm boekwerk dat ik nog niet gelezen heb. In hoeverre alles goed uitgewerkt is (bijvoorbeeld de sociale paragraaf ), en in hoeverre de Europese Green New Deal binnen de kaders van het kapitalisme kan en wil blijven, kan ik nu dus nog niet zeggen. Laat ik me beperken tot het vooralsnog uitspreken van een positieve grondhouding en afwachten hoe de praktijk uitpakt.
De Green New Deal van Ocasio-Cortez en Markey blijft overigens ook binnen de grenzen van het kapitalisme.

Ad 17.
Zie 11.

Ad 19.
Voor Nederland klopt dit. Het geldt bijvoorbeeld voor de PvdA en de SP. Zie verderop.

Prominent op de foto Bill McKibben


In de Nederlandse politieke context
Er bestaat in Nederland nu geen politieke partij die zich met recht ecosocialistisch kan noemen. Ze zijn of eco- (Groen Links en de Partij voor de Dieren) of  democratisch-socialistisch (zoals de SP en de PvdA), maar niet beide tegelijk. Geen van de partijen ontplooit in praktijk een uitgewerkte  antikapitalistische theorie die past bij de moderne tijd, al heeft de SP (mijn partij) intenties in die richting, en schuift het milieu- en klimaatbewustzijn in de SP de laatste tijd een beetje de goede kant op.

Ik ga nu verder niet de andere partijen de maat nemen. Ik heb er geen vijandige gevoelens bij en kan er in  klimaat- en milieuzaken in Eindhoven en omgeving goed mee samenwerken.

De SP zou zich met een goede ecosocialistische aanpak uitstekend kunnen profileren op een manier, die een bredere en jongere doelgroep aanspreekt dan nu het geval is.
De bestaande praktijk hoeft er niet voor te wijken. Integendeel, als men duidelijk vaststelt dat de mogelijkheden van de aarde eindig zijn, wordt het verdelingsvraagstuk des te scherper. Een uiterst onrechtvaardige verdeling is bij een eindige voorraad nog acuter dan bij een voorraad met een diffuse omvang. Om het klimaat te redden, moet extreme rijkdom worden afgeschaft.

Een ecosocialistische aanpak berust op een ruimer pakket aan mogelijkheden. Je kunt makkelijker switchen en combineren, zoals Klein doet – dat is een van de sterke punten in haar betoog. En je krijgt een betere aansluiting op het bonte palet aan actiegroepen op dit gebied.

Milieustrijd (en daar moet tegenwoordig klimaatstrijd aan toegevoegd worden) heeft zelfs van lang geleden een traditie in de SP, nog uit de tijd van Poppe. Helaas is die traditie vele jaren verwaarloosd, met als gevolg dat die strijd bij actiegroepen als bijvoorbeeld Milieudefensie terecht gekomen is (waar ik ook actief in ben), of in  de anti vlieg-actiegroepen, of in vele andere. In die actiegroepen denken nog maar weinig mensen als eerste reflex aan de SP als de politiek in de arm genomen moet worden.
Voor de SP valt hier een wereld te winnen.

Er loopt nu de discussie over de actualisatie van Heel de Mens. De SP heeft er indertijd voor gekozen om zich te baseren op drie ethische beginselen menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid  en solidariteit. Ik breng nu op diverse plaatsen in de lopende discussie in om hiervan te maken vier ethische beginselen: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en zorg voor onze eindige planeet.
Bij de verruiming van de ethische beginselen hoort een navenante uitbreiding van de actiepraktijk, zowel in eigen beheer als in bestaande actiegroepen.

Ik zou verder de SP adviseren om meer aansluiting te zoeken bij de coöperatieve sector (in casu hernieuwbare energie). In de geschiedenis van het socialisme hebben de coöperaties een rol gespeeld.

Klimaatmars op 06 november 2021

De Klimaatmars van 06 november 2021

Bijgevoegd wat zelf gemaakte foto’s.

In het Westerpark
De belangrijkste initiatiefnemers van de Klimaat Crisis Coalitie. De demonstratie is door ruim 100 andere organisaties gesteund.

Ik was van tevoren in Eindhoven ontvangst- en distributiepunt voor de posters en flyers, en aanspreekpunt voor het collectief busvervoer. Een groep mensen uit Eindhoven kon meerijden met een bus uit Maastricht.

Om meer bekendheid te geven aan de demonstratie van 06 november in Amsterdam, is er in Eindhoven een soort kleine voor-demonstratie geweest van StrijpS naarhet 18 septemberplein. Zie Klimaatdemonstratie in Eindhoven .

Klimaatdemonstratie in Eindhoven

De Klimaat Crisis Coalitie regio Eindhoven-Helmond heeft op 22 oktober 2021 een demonstratieve tocht door Eindhoven gehouden. Milieudefensie Eindhoven was een van de organisatoren. Tijdens de tocht zijn ruim 700 flyers gedeeld.

Die-in bij het PSV-stadion (klimaatdemo 22 okt 2021)

Doel van de tocht en de flyers is om de Eindhovenaren op te roepen om op 06 november 2021 naar de grote Kimaatdemonstratie op de Dam in Amsterdam te komen.

De tocht voerde van het terras van het popmuziekcentrum Popei onder de leidingstraten door van het voormalige fabriekscomplex van Philips, waar nu een groot deel van de Dutch Design Week georganiseerd is. Via de historische Glaspoort trok de demonstratie over de Frederiklaan, om het PSV-stadio heen, langs de oudste flat van Eindhoven (de Ventoseflat), naar het 18 septemberplein, waar de demonstratie beëindigd werd.
Tijdens de tocht is op vier plaatsen, en ondanks de vele regen, een die-in georganiseerd (in de Leidingstraat, bij de Glaspoort, bij het PSV-stadion en op het 18 septemberplein.)

Klimaatdemonstratie 22 okt 2021 in de Leidingstraat op Strijp S

Hieronder het verslag in het Eindhovens Dagblad van de tocht. De link naar het artikel staat op het eind. Langs die route is het filmpje toegankelijk dat gemaakt is. Het is een leuk filmpje.

UIt het filmpje

Klimaatdemonstratie Eindhoven in de stromende regen

videoEINDHOVEN – In de stromende regen vroeg een legertje klimaatdemonstranten vrijdag aan het eind van de middag in Eindhoven aandacht voor ‘het grootste probleem’ waarvoor de wereld zich momenteel gesteld weet: de klimaatverandering. 

Rob Burg 22 okt. 2021 Laatste update: 23-10-21, 18:20

En dat aandacht vragen gebeurde op een opmerkelijke manier. Op diverse plekken op de route, die liep van het Klokgebouw op Strijp-S, via het Philips Stadion en de Emmasingel naar het 18 Septemberplein, gingen de demonstranten op de grond liggen, als waren zij overleden. 

De boodschap was duidelijk: dit is het lot van de mensheid als er niet heel snel verregaande maatregelen worden getroffen om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen. De actie was georganiseerd door de Klimaatcrisis Coalitie, een samenwerking van politieke partijen en Milieudefensie.

Klimaatmars Amsterdam

De demonstranten riepen op om op zaterdag 6 november naar de Klimaatmars in Amsterdam te komen. 

Af en toe kwam de regen vrijdagmiddag met bakken tegelijk naar beneden. Warm was het wel. En dat is dan weer een beetje raar voor de tijd van het jaar. ,,Het weer? Dat is bepaald balen”, was de onderkoelde reactie van woordvoerder Bernard Gerard (Milieudefensie) voorafgaand aan de demo. ,,Het nodigt niet echt uit om lang te blijven liggen in elk geval.” 

‘Demonstreren blijft pure noodzaak’

Hoe dan ook, demonstreren blijft pure noodzaak, zegt Gerard. ,,Dit is een van de belangrijkste problemen, wereldwijd, op de langere termijn. In feite gaat het onder meer over het voortbestaan van Nederland. Dat verdwijnt grotendeels onder water als er niets gebeurt. En er gebeurt inmiddels wel wat, maar het gaat te traag. Dus is het zaak druk op de ketel te blijven zetten.”

Die in bij de Glaspoort van StrijpS
Vrijdagmiddag trok een groep demonstranten vanaf het Klokgebouw naar het 18 Septemberplein om aandacht te vragen voor de klimaatverandering. Op diverse plekken gingen de demonstranten ‘dood’ op de grond liggen. © Kees Martens/DCI Media

https://www.ed.nl/eindhoven/klimaatdemonstratie-eindhoven-in-de-stromende-regen~afb6f311/

Standpunten Brainport Development en Milieudefensie Eindhoven naderen elkaar

Milieudefensie Eindhoven heeft op 05 sept 2021 een Open Brief aan de regionale politiek en aan Brainport gestuurd waarom Brainport eigenlijk geen duurzaamheidsplan had op koepelniveau, zoals veel andere industrieclusters (Chemelot, havens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, gezamenlijke industrieterreinen Helmond) dat wel hebben. Een eerdere publicatie hierover is te vinden op Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan? . Daar is de tekst van de brief te vinden.

De Open Brief trok de aandacht van de pers.
En bijna onmiddellijk lag er een gespreksuitnodiging van directeur Van Nunen van Brainport Development, de uitvoeringsorganisatie van Brainport.

Het gesprek heeft op 24 september 2021 plaatsgevonden. Het liep goed en de standpunten lagen niet zover uiteen als men wellicht zou verwachten. In feite zijn beide partijen, in een andere positie opererend en met andere slagen om de arm, beide voor zoiets als een groene industriepolitiek die ook binnen de eigen regio tot meer resultaten leidt dan tot nu toe.
Ik heb van het gesprek een (wederzijds geauthoriseerd) verslag gemaakt dat hieronder integraal staat afgedrukt.

Van Nunen zei dat hij met het ideeënpakket in de slag ging, en er is een vervolgafspraak gemaakt voor januari 2022.


Standpunten Brainport Development en Milieudefensie Eindhoven naderen elkaar

Voorafgaand
Milieudefensie Eindhoven had in een Open Brief aan Brainport en aan de lokale  en regionale politiek gesignaleerd dat Brainport geen duurzaamheidsplan had op koepelniveau, zoals veel andere industrieclusters (Chemelot, havens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, gezamenlijke industrieterreinen Helmond) dat wel hebben.
Er gebeuren wel verstandige dingen in Brainport op het niveau van individuele ondernemingen en bedrijventerreinen, maar er is geen plan voor Brainport als geheel.
Op economisch en industriepolitiek terrein probeert Brainport, met enig succes, het geheel tot meer dan de optelsom der delen te maken. Op het gebied van duurzaamheid gebeurt dat niet.
De technische vernieuwingen, die binnen Brainport ontwikkeld worden, landen  niet zichtbaar binnen de eigen regio. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg, dat het aandeel  hernieuwbare energie binnen het MRE-gebied kleiner is dan binnen de provincie Brabant als geheel.

Op de Open Brief volgde een gespreksuitnodiging van de kant van Brainport Development NV, de uitvoeringsorganisatie van het strategisch leidinggevende orgaan Stichting Brainport.

Het gesprek
Het gesprek vond plaats op vrijdag 24 september.
Aanwezig was voor Brainport Development Paul  van Nunen, directeur van zowel  Brainport Development NV als bij de Stichting Brainport. Van Nunen heeft in meerdere opzichten een brugfunctie.
Voor Milieudefensie regio Eindhoven waren aanwezig Bernard Gerard, Mischa Hakvoort en Hans van der Wegen.

Het gesprek verliep in een goede sfeer. Sommige standpunten naderden of overlapten elkaar.

Van Nunen stelde dat bij alle projecten van Brainport duurzaamheid zowel doel als randvoorwaarde was. De uiteindelijke verkoopbaarheid van de producten is dat ook. Hij noemde als voorbeeld het nieuw op te richten batterijencentrum, de mobiliteitsinitiatieven en de inzet voor de gebouwde omgeving.
Innovatie is echter niet garandeerbaar.

Binnen de individuele bedrijven vinden duurzaamheidsinitiatieven vooral plaats binnen de grote bedrijven als Philips en ASML. Je kunt als high tech-bedrijf niet anders, want slimme jonge mensen willen alleen bij ondernemingen werken die maatschappelijk verantwoord bezig zijn. Philips is bijvoorbeeld bezig met het demonteerbaar maken van apparaten, zodat circulariteit beter gewaarborgd wordt.
In de laag grotere en kleinere MKB-bedrijven onder het grootbedrijf valt nog wel een slag te maken. Aldus van Nunen, die eraan toevoegde dat Brainport niet het soort Co2-uitstotende  bedrijven heeft zoals die op bijvoorbeeld Chemelot en Moerdijk staan.

De zichtbaarheid van de duurzaamheidsinspanningen van Brainport kon inderdaad beter, aldus Van Nunen. Die had hij ten onrechte als vanzelfsprekend beschouwd.

De inplementatie binnen de regio is inderdaad een probleem, aldus Van Nunen.
De strategische situatie is dat de gemeenten, soms na grote inspanning, de RES onderschreven hebben. De grote vraag is nu hoe het verder moet in de uitvoering. De grootste problemen zitten daarbij in de organisatie, de beschikbaarheid van goed personeel en de beperkte capaciteit. Geld is een kleiner probleem en als regel niet onoplosbaar. De techniek is eigenlijk  geen probleem.

Interne aanbesteding, bijvoorbeeld van decentrale elektriciteitsopslag, zou kunnen helpen. In die zin ziet Van Nunen de Open Brief van Milieudefensie als ondersteuning voor zijn beleid.

Milieudefensie noemde als voorbeeld dat de gemeente Eindhoven wil dat er in 20 jaar 40.000 huizen  gebouwd worden, en dat je  daar een  thuisaccu in zou kunnen aanbrengen om piekbelasting  van het net ten gevolge van inductief koken op  te vangen. Dit voornemen wordt nu gerealiseerd in flats in de Utrechtse wijk Overvecht-Noord, met steun van Stedin.
Of (een ander voorbeeld) om grote batterijsystemen uit te zetten op bedrijventerreinen, als die massaal zonnepanelen gaan aanleggen (wat ze nu nog niet doen).
Dit soort initiatieven zou misschien kunnen passen in een implementatie van batterijtechniek in het eigen Brainportgebied, aldus Van Nunen.

De afspraak is dat beide partijen met dit type inzichten aan de slag gaan, en dat er in januari 2022 een vervolggesprek plaatsvindt.

Structuur Brainport Development NV, de uitvoeringsorganisatie van Brainport. De Stichting Brainport (met daarin overheid, onderwijs en bedrijfsleven) is degene die strategisch leiding moet geven

Global Water Watch toont aanwezigheid zoet oppervlaktewater overal op aarde

Deze maand gaat een tweejarig project van start waarin het Nederlandse Deltares, samen met het World Resources Institute en het World Wildlife Fund, een nieuw informatieplatform gaat bouwen dat precies laat zien hoeveel zoet oppervlaktewater er op elke plek op aarde is: Global Water Watch.

Met de informatie uit de Global Water Watch kan het water in de samenleving beter in evenwicht worden gebracht en kunnen overstromingen en droogtes die veroorzaakt worden door klimaatverandering, beter worden beheerst. Om dit evenwicht te helpen bereiken, zal de Global Water Watch openbare informatie verstrekken over beschikbare zoetwatervoorraden.

Global Water Watch wordt gratis toegankelijk en overheden en burgers kunnen er, online en via een app, informatie krijgen over waterstanden in hun regio.

Google heeft meebetaald aan het project.

De analyses worden in hoofdzaak gebaseerd op satellietmetingen van NASA en ESA, in combinatie met metingen ter plaatse

Deltares zal zich gaan richten op remote sensing en het ontwikkelen van machine learning-algoritmen (de ruwe data zijn zonder deze bewerking niet goed genoeg voor beleid).
De rol van WRI in dit project is om de eisen van de gebruikers in kaart te brengen en pilots te ontwikkelen.
WWF zal de vertaalslag maken naar belanghebbenden en zal de dialoog faciliteren binnen lokale gemeenschappen, die er gebruik van kunnen maken.

Onderstaande foto is een detail uit een grotere foto, die door de ESA (European Space Agency) gemaakt is door satellietopnamen met de Sentinel-1 van 03 en 15 juli 2021 te vergelijken, en daar kunstmatige intelligentie op los te laten. Op de foto zijn de overstroomde gebieden langs de Maas te zien ten Zuiden van Roermond.

Het Sentinel1-systeem bestaat uit twee radarsatellieten, die in een baan over de polen draaien. Zodoende zien ze de hele aarde onder zich door  draaien. Zie https://sentinels.copernicus.eu/web/sentinel/missions/sentinel-1 .

Bewerkte Sentinel1-beelden van 03 en 15 juli 2021

Deze  foto komt uit een goed artikel in De Ingenieur, dat te vinden is op http://www.deingenieur.nl/artikel/satellieten-gaan-waterstanden-monitoren . Daar is ook de volledige foto te vinden, die te groot is voor deze site.

Het IPCC-rapport in het kort op schoolse wijze (en in het Nederlands)

Locatie en structuur
Het IPCC-rapport Assessment Report 6 (AR6) is uit. Het is te vinden op https://www.ipcc.ch/assessment-report/ar6/ . Er is, met recht, veel aandacht aan besteed.
Een goede, beschrijvende tekst is van Rolf Schuttenhelm in De Correspondent ( Het IPCC heeft vijf toekomstpaden voor ons uitgestippeld. Welke gaan we kiezen? ) .
Een andere goede tekst is van Marcel aan de Brugh en Paul Luttikhuis en staat in de NRC ( Meer zelfvertrouwen bij klimaatwetenschap en andere artikelen in dat nummer.)

Het IPCC is een VN-organisatie.
Het IPCC doet zelf geen wetenschappelijk onderzoek, maat ontvangt duizenden klimaatstudies van over de hele wereld (voor  het nu gepubliceerde rapport 14000). Daarop komen in eerste en tweede lezing vele honderden commentaren binnen, die ook weer door honderden geleerden verwerkt worden. Het IPCC stimuleert, ontvangt, ordent, interpreteert en brengt uit, en dat alles in een sterk internationale context.
Dit hele proces is volledig transparant.

AR6 is het zesde Assessment Report in een reeks. Tussendoor heeft het IPCC ook nog thema-onderzoeken uitgebracht, zoals over de luchtvaart, het landgebruik en de poolgebieden.

Wat opvalt is de grote consistentie in de uitkomsten in de opeenvolgende AR’s. Nieuwere uitkomsten wijken nauwelijks af van eerdere uitkomsten over dezelfde grootheid. De uitkomsten worden alleen gedetailleerder en preciezer, en er ontstaat over steeds meer verschijnselen kennis.

Het IPCC heeft steeds drie werkgroepen, die elk een rapport uitbrengen.
Het rapport van werkgroep I gaat over de natuurwetenschappelijke grondslagen van het klimaat (The Physical Science Basis).
Het rapport van werkgroep  II gaat over de gevolgen van de klimaatverandering om je heen voor mens en natuur ( Impacts, Adaptation and Vulnerability).
Het rapport van werkgroep III gaat over technische, maatschappelijke en politieke maatregelen om die gevolgen, en de oorzaken ervan, te verminderen (Mitigation of Climate Change).
De reeks wordt afgesloten met een syntheserapport.

Voor AR6 is het rapport van werkgroep I dus nu net, in augustus 2021, uitgekomen. Rapport II komt in februari 2022 uit, rapport III in maart 2022. Het syntheserapport staat gepland voor september 2022.

Het Full Report van werkgroep 1 van AR6 (dat dus net uit is) omvat bijna  4000 bladzijden. Het bevat een Summary for Policy Makers (Samenvatting voor Beleidsmakers), een Technical Summary (Technische Samenvatting) en vervolgens het eigenlijke document.
Over de Summary for Policy Makers (SPM) is minutieus overlegd door een groot gezelschap geleerden en vertegenwoordigers van overheden. Niet over de wetenschap, maar over de formuleringen. Het eindproduct SPM is daarmee unaniem goedgekeurd (behoudens aanvullend layoutwerk). De SPM (41 kantjes) is daarmee op dit moment het formeel beschikbare document waaruit geciteerd kan worden. De rest moet nog in formeel overleg precies vastgesteld worden.

De SPM op zijn beurt bestaat uit een reeks uitspraken op drie levels (lagen), beginnend met A, A.1 en A.1.1 (enzovoort), die soms toegelicht worden door grafieken.
Gegeven de grote omvang van het geheel, en gegeven dat er al veel goede journalistieke verhalen op papier staan, kies ik voor een gestructureerde, zeg maar schoolse, weergave van de SPM (je bent natuurkundeleraar geweest, of je bent het niet). Ik geef de hoofdlevels A enz en de sublevels A.1 enz weer, en de belangrijkste grafieken. De sub-sublevels laat ik weg, maar die kan iedereen in het rapport nalezen. Veel van wat in de sub-sublevels staat, is in de grafieken terecht gekomen. Het is de eenvoudigste manier om in het kort de grote lijn weer te geven.

De Summary for Polici Makers
De hoofdlevels A,B,C.D zijn:
A. De huidige toestand van het klimaat
B. Denkbare toekomstscenario’s voor het klimaat
C. Klimaatinformatie ten behoeve van risicobeoordeling en regionale aanpassing (= werkgroep  II)
D. Het beperken van toekomstige klimaatverandering

De sublevels:

A.1 Het staat ondubbelzinnig vast dat menselijke invloed de atmosfeer, de oceaan en het land heeft opgewarmd. Wijdverspreide en snelle veranderingen in de atmosfeer, de oceaan, de cryosfeer en de biosfeer hebben plaatsgevonden.

Links het gereconstrueerde temperatuurverloop vanaf het jaar 1 tot nu, waarbij de periode 1850-1900 op 0 gedefinieerd is.
Rechts de uitsnede van 1850-2020 met en zonder de door de mens veroorzaakte temperatuurstijging.
Links (a) de temperatuurstijging sinds 1850-1900 die feitelijk gemeten is.
In het midden (b) een effect van gassen (1,5°C) dat wordt tegengewerkt door een aerosol-effect van -0, 4°C (zie ook Aerosolen door vliegen versterken klimaatopwarming, anders dan algemene beeld ). Daarnaast zeer kleine, maar onzekere natuurlijke oorzaken.
Rechts, vlnr, de opsplitsing van dat effect van gassen (1,5°C) en van aerosolen (-0, 4°C) naar CO2, niet-CO2-gassen uitgesplitst naar soort, en aerosolen, uitgesplitst naar soort

A.2 De schaal van de recente veranderingen in het klimaatsysteem als geheel en de huidige toestand van vele aspecten van het klimaatsysteem zijn ongekend over vele eeuwen tot vele duizenden jaren.

A.3 De door de mens veroorzaakte klimaatverandering heeft reeds gevolgen voor vele weer- en klimaatextremen in alle regio’s over de hele wereld. Sinds AR5 is er  steeds sterker bewijs voor waargenomen extreme veranderingen zoals hittegolven, hevige neerslag, droogte en tropische cyclonen en, in het bijzonder, de toeschrijving daarvan aan menselijke invloed.

A.4 De verbeterde kennis van klimaatprocessen, paleoklimaatgegevens en de reactie van het klimaatsysteem op toenemende radiative forcing leidt tot de beste raming van een uiteindelijke opwarming van het klimaat met 3°C, met een kleinere marge in vergelijking met AR5.

In de bovenste figuur (a):
links, de jaarlijkse CO2-emissies in diverse scenario’s en, rechts, de bijdrage van drie andere gassen aan het broeikasgaseffect (methaan, lachgas en zwaveldioxide).Let wel dat links Gt/y staat en rechts Mton/y .


In de onderste figuur (b):
Voor elk scenario de bijbehorende temperatuurstijging in 2100, linkse balk het totaal, daarnaast de bijdragen van CO2, andere broeikasgassen en aerosolen (dat zijn geen gassen). De donkere tint in een balk is ‘very likely’ = >90% kans, de donkere en lichte samen is de mediaan van de onzekerheidsbalk.


B.1 De mondiale oppervlaktetemperatuur zal volgens alle in aanmerking genomen emissiescenario’s tot ten minste het midden van de eeuw blijven stijgen. Een opwarming van de aarde van 1,5°C en 2°C zal in de loop van de 21e eeuw worden overschreden, tenzij de uitstoot van CO2- en andere broeikasgasemissies in de komende decennia sterk afneemt.

B.2 Veel veranderingen in het klimaatsysteem nemen direct vanwege de toenemende opwarming van de aarde toe. Daaronder een toename van de frequentie en intensiteit van hittegolven op land en op zee, van hevige neerslag, van landbouw- en ecologische droogte in sommige regio’s, van het aantal zware tropische cyclonen.
Om dezelfde reden nemen het Noordpoolijs, het sneeuwdek en de permafrost af.

B.3 Aanhoudende opwarming van de aarde zal naar verwachting de mondiale watercyclus sterk veranderen, inclusief de variabiliteit ervan, de wereldwijde moessonneerslag en de ernst van natte en droge gebeurtenissen.

B.4 In scenario’s met toenemende CO2-emissies zal de koolstofopslag in de oceanen en op het land naar verwachting minder effectief worden bij het vertragen van de accumulatie van CO2 in de atmosfeer.

B.5 Veel veranderingen vanwege broeikasgasemissies in het verleden en in de toekomst blijven eeuwen tot millennia onomkeerbaar, vooral veranderingen in de oceaan, ijskappen en het zeeniveau.

Vier natuurwetenschappelijke grootheden in vijf scenario’s.
De bij de scenario’s horende temperatuurstijgingen zijn ook in de figuur hierboven te vinden. De temperatuurstijging is t.o.v. 1850-1900.
Bij a), b), en c) staan onzerheidsbanden van >90%.
Een lagere pH in c) betekent dat de oceaan zuurder wordt.
De stippellijn n d) en e) betekent wat er kan gebeuren als de ijskappen instorten. Zie hieronder C3.

C.1 Natuurlijke oorzaken en interne variabiliteit komen bovenop door de mens veroorzaakte veranderingen, vooral op regionale schaal en op korte termijn, maar zullen weinig effect hebben op de opwarming van de aarde in de komende eeuwen.
Deze schommelingen moeten meegenomen worden om een indruk te krijgen van  het volledige scala van mogelijke veranderingen.

C.2 Bij verdere opwarming van de aarde zal elke regio naar verwachting steeds meer te maken krijgen met gelijktijdige en meervoudige veranderingen in klimaatfactoren. Verschillende veranderingsfactoren  zullen bij 2°C vaker voorkomen dan bij 1,5°C opwarming, en nog wijder vaker en/of uitgesprokener als het nog warmer wordt.

C.3 Minder waarschijnlijke gevolgen, zoals instorting van de ijskappen, abrupte veranderingen in de oceaancirculatie, enkele elkaar versterkende extreme gebeurtenissen en een opwarming die aanzienlijk groter is dan het geschatte stijging kan niet worden uitgesloten en maakt deel uit van de risicobeoordeling.

D.1 Vanuit natuurkundig oogpunt vergt de beperking van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde tot een tot een specifiek niveau, een beperking van de cumulatieve CO2-uitstoot tot tenminste een netto-nuluitstoot van CO2, samen met een sterke vermindering van de uitstoot van andere broeikasgassen. Sterke, snelle en aanhoudende vermindering van CH4-emissies zou ook het opwarmingseffect beperken van afnemende aërosolverontreiniging en zou de luchtkwaliteit verbeteren.

D.2. Scenario’s met lage of zeer lage broeikasgasemissies (SSP1-1.9 en SSP1-2.6) leiden binnen jaren tot waarneembare effecten op broeikasgas- en aërosolconcentraties, en luchtkwaliteit, in vergelijking met hoge en zeer hoge scenario’s voor broeikasgasemissies (SSP3-7.0 of SSP5-8.5).
Bij deze contrasterende scenario’s zouden waarneembare verschiltrends van de mondiale oppervlaktetemperatuur zich binnen ongeveer 20 jaar beginnen af te tekenen van de natuurlijke variabiliteit, en over langere perioden voor veel andere klimaatfactoren.

 

Aerosolen door vliegen versterken klimaatopwarming, anders dan algemene beeld

Afbeelding uit Lee, 2009, Atmospheric Environment, Aviation and Global Climate Change in the 21st century

Er stond op 20 augustus 2021 een artikel in de NRC van Marcel aan de Brugh “Pluspunt van de vuile lucht: koelte” ( https://www.nrc.nl/nieuws/2021/08/19/luchtvervuiling-heeft-ongemakkelijk-voordeel-een-koeler-klimaat-a4055345#/handelsblad/2021/08/20/#104 , mogelijk achter de betaalmuur).

Het verhaal, op basis van onderstaande figuur, heeft vier hoofdlijnen:

  • het artikel gaat over alle menselijke processen op aarde samen
  • Door alleen broeikasgassen zou de gemiddelde temperatuur op aarde al 1,5oC gestegen zijn, ware het niet dat aerosolen voor 0,4oC daling gezorgd hadden. Zo is het netto 1,1oC.
    Aerosolen zijn hele kleine druppeltes of korreltjes. Gasvormige luchtvervuiling (bijvoorbeeld stikstofoxides en methaan) zijn per definitie geen aerosolen.
  • luchtvervuiling is een kwaad dat in eigen recht bestreden moet worden. Er gaan per jaar voortijdig 3,3 miljoen mensen aan dood.
  • binnen de aerosolen en de gasvormige luchtvervuiling bestaat allerlei verschillende processen, die op elkaar kunnen inwerken. Sommige aerosolen werken opwarmend, andere verkoelend.


Aan de Brugh baseert zich op een figuur op blz 8 van de samenvatting:

Omdat ik hier vaak aandacht besteed heb aan de aspecten luchtkwaliteit en klimaat van het vliegen, wil ik enige duiding geven hoe dit specifieke standpunt (tevens dat van BVM2) in dit grotere IPCC-stadpunt past.

Zoals gezegd doet het IPCC uitspraken over alle menselijke activiteiten, waarvan de vliegsector een deel is. Dat deel is goed voor ca 2,5% van alle mensgemaakte CO2 op aarde, en voor ongeveer het dubbele daarvan aan niet-CO2 effecten. Dat is onlangs nog vastgesteld in een studie voor de Europese Commissie EC: niet CO2 – klimaateffecten vliegen dubbele van CO2 – effect (update)

Sterk versimpelend, met een voorbeeld: een vliegtuig beïnvloedt de directe omgeving met zijn emissies binnen bijvoorbeeld 20km van een vliegveld op lage hoogte, en zit daarna 2000km op grote hoogte, het grootste deel van de tijd op 10 a 11km.
Binnen de 20km zijn vooral de luchtkwaliteitsaspecten van belang (stikstof- en zwaveloxides, volatile organic compounds als formaldehyde, organic en black carbon – in de volksmond roet). Als men, bij overigens gelijke omstandigheden, de longen van omwonenden wil beschermen moet er geen zwavel in de kerosine zitten en moet er zo weinig mogelijk roet uitkomen. Beide pleiten voor bio- of synthetische kerosine.
Bij het grootste deel van de tocht is vooral het klimaat van belang. Op 10km hoogte is de lucht ijl, is er het begin van de ozonlaag en is het -40oC. De balans in die specifieke omstandigheden ziet er anders uit als de gemiddelde balans in de IPCC-figuur. Het dominante effect op grote hoogte bestaat uit contrails (‘strepen’), die op de langere termijn verwaaien tot cirrusbewolking. Die cirrusbewolking werkt netto opwarmend, omdat hij overdag ruwweg evenveel straling omhoog als omlaag kaatst, en ’s nachts alleen maar omlaag. Het koelende zwavelaerosolen-effect is in dit geval van ondergeschikt belang. Omdat roet goede condensatiekernen maakt voor de onderkoelde waterdamp in de uitlaatgassen, begunstigt roet de vorming van strepen en cirrus. Daarom is, in overigens gelijke omstandigheden, brandstof beter die weinig of geen roet uitstoot en ook dan kom je op bio- of synthetische kerosine uit. Onderstaand overzicht (Lee, 2020) geeft een balans, die je kunt vergelijken met de IPCC-balans, maar dan alleen voor het vliegen.
Men zou zelfs de zwavel, die niet in synthetische kerosine zit en wel in gewone kerosine, als sulfaat kunstmatig op grote hoogte uit een apart tankje kunnen spuiten (dan hebben de longen er aan de grond geen last van), maar dan ben je met een omstreden geo-engineeringproject bezig. Als je hetzelfde doet door op zwavelhoudende kerosine te vliegen, heet het geen geo-engineering en hebben de longen er aan de grond wel last van.

Mijn beweringen over luchtkwaliteits- en klimaataspecten zijn dus niet in tegenspraak met het IPCC-rapport 2021.
Dat is overigens een goed rapport dat de mensheid zich ter harte moet nemen, maar die bespreking moet op een ander moment.

Ozonprotocol Montreal bespaart ons nog ergere klimaatopwarming

Het was er niet voor bedoeld, maar het verdrag van Montreal van 1987 om de ozonlaag tegen afbraak te  beschermen gaat ons eind deze eeuw mogelijk 0,5 – 1°C aan mondiale klimaatopwarming schelen.
Aldus James Temple in de MIT Technology Review van 19 augustus 2021.
Temple vraagt zich af waarom de agressieve aanpak die het Montreal Protocol mogelijk maakte, niet ook kan bij het klimaat.

Temple baseert zich op een studie in Nature van 18 augustus 2021, waarvan de abstract te vinden op https://www.nature.com/articles/s41586-021-03737-3. De studie zelf zit achter de betaalmuur.
De Nature-studie noemt twee effecten: de directe werking van chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK’s) als broeikasgas, en de vegetatieschade die zonder de ozonlaagbescherming ontstaan zou zijn.

Het ozongat op 10 sept 2019 (KNMI)

De directe werking
Veel CFK’s zijn zelf krachtige broeikasgassen.
De EU-verordening 517/2014  dd 16 april 2014  heeft een Annex waarin de GWP-waarden van alle CFK’s genoemd staan. Dat is hoeveel keer zo sterk de CFK is als CO2. Getoond is het begin van een lijst van vijf kantjes. Wie de hele lijst wil zien, kan de verordening vinden op https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2014.150.01.0195.01.ENG .

Dit directe effect is al langer bekend.

(Het record met 22800 zit bij zwavelhexafluoride ( SF6, verderop op de lijst), dat zelf geen CFK is, maar zich wel net zo gedraagt. Die stof wordt overigens veel gebruikt in installaties waarin midden- en hoogspanningen optreden, van de elektronenmicroscopen van FEI tot het elektrische deel van windturbines of schakelinrichtingen. De stof komt daaruit in de atmosfeer, maar vooralsnog in zulke kleine hoeveelheden dat de broeikaswerking ervan klein is).

De indirecte werking via schade aan planten
Dit is de nieuwe informatie die het Nature-artikel geeft.

De onderzoekers hebben ingeschat wat het effect is geweest van de UltraViolet (UV)-straling die door het Montreal-protocol niet op het aardoppervlak is aangekomen, en die dat anders wel was. Dat is een ingewikkelde klus.

UV-licht beschadigt, naast mensen, ook planten.Hoe dat gebeurt, was ook al langer bekend, maar nu is er dus een klimaatschatting aan toegevoegd. 
Die luidt dat het verschil bestaat uit 325 tot 690 miljard ton koolstof in planten en bodem in de periode 2080 – 2099, equivalent met 115 – 235ppm CO2 in de atmosfeer.
En dat is weer goed voor 0,5 tot 1°C minder stijging van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde.

Waarom kon met de ozonlaag wel wat met het klimaat veel slechter lukt?
Temple baseert zich hier op een boek van Edward A. Parson ‘Protecting the Ozone Layer: Science and Strategy’.

De algemene gedachte tot dan toe was dat een verdrag tegen CFK’s simpeler was. Die vond je in een beperkte set toepassingen (ook al zaten die dan weer in ontelbaar veel apparaten), en er waren maar een paar producenten, waarvan een bedrijf als DuPont een belangrijke speler is.

Parson vond dat de klimaaturgentie reden was om nog eens terug te blikken op het Montrealprotocol. Hij stelt dat het uitfaseren van de CFK’s niet zo simpel was als nu vaak gedacht wordt van wege het economisch belang.
Het vaak gehoorde idee dat de industrie al commercieel levensvatbare producten klaar had liggen en daarom instemde berust op een misverstand. Het was andersom: die alternatieven kwamen er pas toen de dwang toenam. En toen bleek het snel te kunnen, met als gelukkige bijkomstigheid dat er aan de alternatieven ook te verdienen viel.
De les is dan ook dat de wereld niet moet wachten tot er goedkope en makkelijke innovaties zijn voor de klimaatverandering. De industrie moet gedwongen worden met regels die dwingen tot minder emissies en schoner werken.
De tweede les is dat er sectorbrede voorschriften moeten komen, zodat alle bedrijven in alle landen zich aan dezelfde voorschriften moeten houden (bijvoorbeeld staal en cement).

Maar, zegt Parson, de vergelijking met de fossiele brandstof-sector houdt hier op.
DuPont kon in essentie blijven doen wat het al deed, en de fossiele brandstof-sector niet. Die heeft wel verhalen over CO2-afvang, bosprojecten en andere projecten ter compensatie, of koolstof  uit de lucht zuigen, maar talloze studies wijzen uit dat je er geen staat op kunt maken dat ze dat betrouwbaar en geloofwaardig doen, verifieerbaar en langlopend.

Het Montreal Protocol toont opnieuw aan dat er internationale regels nodig zijn om het gedrag van mondiale ondernemingen te reguleren, en dat dat  strikt  en consistent afgedwongen moet worden. Dan gaan die ondernemingen zich aanpassen, mogelijk zelfs met een nieuw bloeiend bestaan tot gevolg.

De Spiegelwaal

Ter inleiding
Bij elke duizendste bezoeker aan deze site schrijf ik een artikel met een persoonljjke noot dat een beetje afwijkt van wat hier main stream is. Dit artikel is voor de 28000ste.
Ik was op 29 juli 2021 in Nijmegen, de stad waar ik van 1965 tot 1973 natuurkunde gestudeerd heb. Het centrum van Nijmegen blijft al heel lang het centrum van Nijmegen, maar de Waal en het gebied aan de overkant zijn totaal veranderd. Er is een regelbare parallelrivier gegraven, de Spiegelwaal, om het waterpeil in de Waal beter te kunnen beheersen.
Een klimaatadaptatieproject, voor een keer buiten mijn gebruikelijke focusgebied Brabant.

Waal (rechts) en Spiegelwaal (links) (foto bjmgerard@gmail.com)
Zesbaks-duwvaart

Helemaal buiten de main stream op deze site is het onderwerp nu ook weer niet, want het bezoek (met wat foto’s, die ik hier show) was twee weken na de overstromingen in delen van Belgie en Duitsland en Zuid-Limburg. De Waal stond nog hoog (niet extreem). Zie Waarom de Limburgse overstroming een klimaatcomponent had en hoe dat werkt .
Iemand in de krant beweerde dat als het noodweer zich honderd kilometer naar het westen had voorgedaan, alle water via de Maas had moeten worden afgevoerd (nu pakte het stroomgebied van de Rijn, dus ook de Waal, een deel mee), en dat dan met zekerheid grote delen van Limburg wel onder water gestaan hadden. Ik kan het niet zelf verifiëren, maar het klinkt plausibel.

Aan de oorsprong van dit project liggen het Plan-Ooievaar en het Plan Levende Rivieren, een plan van WNF uit 1992. Hierin staat het herstel van nevengeulen centraal, met de natuurlijke rivierbiotoop.
Na de bijna-overstroming van het Rivierenland in 1993 op 31 januari 1995 (toen een kwart miljoen mensen tijdelijk, uit voorzorg, geëvacueerd moest worden) is dit concept opgenomen in de Planologische Kern Beslissing ‘Ruimte voor de rivier’ dd 2007, een programma van Rijkswaterstaat (RWS), (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Ruimte_voor_de_rivier ). De Spiegelwaal is een van de 34 maatregelen in dit RWS-programma.
Het totale budget van de PKB was 2,3 miljard euro, en het Nijmeegse deel ervan kostte 0,36 miljard Euro. Het was het grootste en ingewikkeldste project van alle.

Hoe werkt het?
De Nijmeegse werkzaamheden zijn technisch ontworpen door het bureau Trafique ( http://www.trafique.nl/projecten/i-lent ). Onderstaande tekeningen van hun website.
Trafique werkte samen met H+N+S Landschapsarchitecten.

De Waal stroomt van rechts naar links (Oost naar West).
De Noordelijke tak is de Spiegelwaal, de zuidelijke de eigenlijke Waal zelf. Tussen beide in ligt een nieuw eiland dat vroeger bij Lent hoorde en nu Veur-Lent heet.
Onder de Waal de binnenstad van Nijmegen en boven de Spiegelwaal het dorp Lent.
De Oostelijke brug is de klassieke Waalbrug voor auto’s en fietsen-voetgangers, die er al lang ligt (en die een rol speelde in de One bridge too far-opmars), de middelste brug is de spoorbrug waarlangs recentelijk ook een fietsroute is gelegd, de westelijke brug voor auto’s en langzaam verkeer is nieuw (en was onder andere nodig omdat de Oostelijke brug een tijd dicht moest).
De drempel, die de waterstand in de Spiegelwaal reguleert, ligt rechts op halve hoogte in de tekening en vormt het oostelijke uiteinde van de Spiegelwaal.
Voor de Spiegelwaal moest de dijk aan de Noordkant 350m naar binnen verlegd worden. Dat betekende het verlies van 50 huizen en bedrijven.

In de drempel zitten op verschillende hoogten een soort tunnels. Hierdoor stroomt er, afhankelijk van de waterstanden, meer of minder water uit de Waal de nevengeul in. Zo wordt de Spiegelwaal altijd door stromend water uit de Waal gevoed. Als de Rijn bij Lobith 13m boven NAP staat, stroomt het Waalwater over de drempel de Spiegelwaal in.

Wat heeft Nijmegen er zelf aan?
De haakse bocht werkte tot de Spiegelwaal bij hoog water als flessehals. In Nijmegen loopt sinds mensenheugenis bij hoog water de Waalkade onder water. De stad is er op ingericht.
De Spiegelwaal werkt vooral gunstig voor het waterpeil stroomopwaarts (dat  blijft 34cm lager). Nijmegen heeft zelf voor zijn waterveiligheid meer aan maatregelen die verder stroomafwaarts genomen worden.

Maar maatregelen tot klimaatadaptatie kunnen ook positief uitpakken en dat is hier gebeurd. Per saldo heeft Nijmegen er, pal naast zijn stadscentrum, een multifunctioneel recreatiegebied bij met mooie landschappelijke effecten.

Spiegelwaal met recreatieve infrastructuur (foto bjmgerard@gmail.com)
Wandelpad  (foto bjmgerard@gmail.com).
De kolencentrale van Weurt op de achtergrond is inmiddels gesloten.

Er zijn strandjes en in de Spiegelwaal is een omheind zwembad  aangelegd (het officiele Nijmeegse voorlichtingsmateriaal raadt zwemmen in de Waal zelf af, omdat de kans te groot is dat men dan in Rotterdam opgedregd wordt), en op het eiland ligt een mooi wandelpad. Er liggen inmiddels geliefkoosde hardlooprondjes.
En het is landschappelijk gewoon erg mooi.

Woningbouw in Veur-Lent
Inmiddels is het nieuw-ontstane eiland een unieke bouwlocatie geworden (aangenomen dat alles goed uitgerekend is en het eiland ook bij extreme toekomstige waterafvoeren droog blijft). De gemeente wil er graag woningen bouwen. Daar is op zich ruimte genoeg voor en mogelijk is de bouwgrond inmiddels veel waard geworden.
Maar er heerst nu op een apart sfeertje en dat wil het groepsgevoel eigenlijk wel zo houden, dus hangen er nu overal affiches met enge hoge flats waarvan niet duidelijk is in hoeverre die affiches representatief zijn voor de daadwerkelijk voorgestane woningbouwplannen.

Gezicht op  Veur-Lent vanaf de oude Waalbrug (foto bjmgerard@gmail.com)

Het standpunt van de zittende bewoners is vanuit hun perspectief te volgen en je moet in een dergelijke setting architectonisch niet alles willen, maar ik vind dat het, gegeven de woningnood, toch iets te veel van groepsegoisme weg heeft. Aan de andere kant is ook gentrificatie mogelijk.
Het lijkt mij verstandig dat de gemeente Nijmegen hier wijs mee om gaat.