De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – het ECN-advies

Ik had beloofd nav de Uitvoeringsagenda Energie een derde artikel te schrijven, dat specifiek inging op de Quick Scan Warmte Noord-Brabant.

Die Quick Scan is een typisch verhaal.
De eerste reden is dat de Quick Scan gebruikt wordt om in het begin (blz9) de Uitvoeringsagenda Energie een wetenschappelijke tint te geven, terwijl de provincie zichzelf op het eind een taak oplegt (uitgedrukt in % van 287PJ). De koppeling tussen beide valt niet te achterhalen. Of die koppeling is goed verstopt, of ECN heeft zijn scan voor Piet Snot gemaakt.

Ontwikkeling bij autonoom beleid als de landelijke maatregelen uit het Energieakkoord uitgevoerd zijn
Ontwikkeling bij autonoom beleid als de landelijke NEV-maatregelen uit het Energieakkoord uitgevoerd zijn

Tweedens: de provincie maakt op blz9 een ernstige fout door hier bij-
stook in de Amercentrale en in de industrie, ter waarde van 6,4PJ, op te nemen. Die 6,4PJ zit al in de maatregelen waarmee ECN, op basis van autonoom beleid en uitvoering van maatregelen uit de Nationale Energie Verkenning (NEV), tot 36,4PJ duurzame opwekking in 2020 komt (zie boven). Dat is niet genoeg want 12,4% (zie mijn eerste artikel over dit onderwerp), en daarom doet ECN een pakket aanbevelingen, die het %
duurzame opwekking iets boven de gewenste 14% tillen. Dat pakket staat correct verwoord op blz 9 (bolletje 1,2,3,4,6). Bolletje 5 (genoemde 6,4PJ) mag daar niet staan, want dubbelop. Consequenties heeft dit niet, want het staatje wordt toch verder niet gebruikt.
Het is bovendien sowieso de vraag of de Amer9 open blijft.
Tenslotte geeft ECN om mij onduidelijke redenen alleen warmteopties als aanvullende maatregelen. Het klopt dat warmte een grote post is, en het is inderdaad verstandig om naar warmtemaatregelen te kijken, en ECN komt ermee tot 14%, maar het is niet logisch om je daartoe te beperken. Waarom niet bijvoorbeeld extra zonne-energie opgevoerd? Per slot van rekening moet er na 2020 verder verduurzaamd worden en zelfs al eerder als het Urgenda-vonnis standhoudt..

Maar de warmtevoorstellen van ECN zijn interessant in eigen recht want er moet sowieso een Brabants warmteplan komen (zie Brabants warmteplan nodig ). Daarom loop ik er doorheen.

De berekening van de opbrengst van de Nul op de Meter-operatie (NodM)
Dit is een ingewikkeld verhaal!  Ik heb er minstens een uur op zitten puzzelen. Ik geef het toch, want er is tot nu toe onverantwoord weinig informatie over dit onderwerp gegeven. Ik weet overigens niet of het verhaal op de natte vinger van ECN berust of op bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten. Ik denk het eerste.

Het verhaal heeft drie hoofdmoten: het aantal woningen, de besparing per woning, en de extra eisen die die besparing stelt.
–  Het aantal. In de NEV worden 100.000 NodM-huizen opgevoerd als nationale maatregel. Brabant is 14,4% van Nederland, dus heeft Brabant er 14400 van het Rijk ‘te goed’. Het is me niet duidelijk of dat financieel al afgedekt is.
Brabant wil in 2020 40000 huizen NodM maken. Het verschil met die 14400 wordt opgevoerd als “Brabantse plus”. ECN rekent dus met 25600 woningen.
–  ECN gaat er van uit dat de gemiddelde woning label B is (realistisch?). Die verbruiken elk gemiddeld 14991kWh warmte uit gas (1686m3 – realistisch?).
Als de woning NodM wordt, verbruikt hij in het model van ECN nog 8510kWh. Dat is een besparing van 14991-8510 = 6481kWh = 23,3GJ. Dit bij 25600 huizen –> 0,59PJ besparing.
Die 8510kWh wordt toegevoerd met een warmtepomp met een COP van 2,6. Dat kost 8510/2,6 = 3273kWh aan stroom. Het verschil 8510-3273 = 5237kWh = 18,8GJ wordt opgevoerd als besparing per woning. Over 25600 woningen –> 0,48PJ besparing.
–  Die 3273 kWh stroom moet ergens vandaan komen. Bij NodM-huizen betekent dat extra opwekking door zonnepanelen, over 25600 huizen –> 0,30PJ extra opwekkingstaak .
Bovendien gebruiken de bewoners ook stroom voor het leven van alledag, bij ECN 3000kWh (het huidige gemiddelde). Over 25600 huizen –> 0,28PJ vervangende opwekkingstaak .
ECN gaat ervan uit dat deze 0,58PJ (=0,30+0,28) er inderdaad komt, en boekt het resultaat in als provinciale plus aan duurzame opwekking, zonder die overigens op blz 9, als bolletje 7 te noemen.
Dat betekent 22,6GJ per woning. Bij de huidige standaardpanelen betekent dat 29m2, dus 20 panelen per dak. Kan alleen als een deel van die panelen in de wei komt te staan.

Het zou verstandig zijn om de NodM-operatie eens een keer goed in PS door te praten.

Besparingen anders dan woningen
ECN denkt dat het (als provinciale plus) mogelijk moet zijn om 2,3PJ te besparen door een betere afstelling van utiliteitsgebouwen (overheid, diensten, handel).
Bij de industrie krijgt de provincie geen poot aan de grond, denkt ECN. Daar wordt geen extra besparing als provinciale plus geprogrammeerd.

Geothermie
Geothermie in Brabant is nu afwezig. ECN gaat (op gezag van de provincie) uit van geothermie t.b.v. de Helmondse stadsverwarming (die daartoe eerst wel fors opgekalefaterd moet worden) en van drie industriele projecten, elk goed voor 0,25PJ. Samen dus 1,0PJ opwekking als provinciale plus.

Verduurzaming warmtenet Amer en Eindhoven
ECN gaat ervan uit dat het Amer-warmtenet open blijft en voor de helft gevoed wordt uit biomassa-bijstook of geothermie, en dat Eindhoven geen extra verduurzaming krijgt. Dat resulteert in een totaal van 0,74PJ duurzame opwekking als provinciale plus, welk getal verder nauwe-
lijks gespecificeerd wordt. (1TJ = 0,001PJ, NEV = het autonome beleid inclusief maatregelen Energieakkoord)

(1TJ = 0,001PJ, NEV = het autonome beleid inclusief maatregelen Energieakkoord)

Biogas en mestvergisting
In het autonome beleid (zie tabel) zijn volgens ECN de categorieën rioolwater, covergisting, overige vergisting en groen gas (=idem na zuivering tot aardgaskwaliteit) samen goed voor 2,3PJ in 2015 en 3,6PJ in 2020.
ECN meent dat het (als provinciale plus) redelijk is als aanvullende
duurzame  0,2PJ
in te programmeren voor een GFT-vergister en 0,3PJ voor monovergisting van mest. Voor nog meer covergisting van mest ziet ECN geen ruimte bij gebrek aan voldoende covergistingsmateriaal.

Mestvergister
Mestvergister

Kleinschalige durzame warmte
ECN meent dat in de categorieën zonneboilers, biomassaketels en warmtepompen (anders dan in NodM-woningen) ongeveer 0,5PJ opwekking toegevoegd kan worden aan de ca 4PJ die al in het autonome beleid zit (mits de bijbehorende maatregelen inderdaad uitgevoerd worden).

Biomassa in de (meer grootschalige) industrie
Op basis van ervaringen bij bedrijven en clusters als Moerdijk, Cosun en Bavaria heeft het autonome beleid al ca 4PJ ingeboekt. ECN meent dat het redelijk is om als provinciale plus twee biomassaketels extra te programmeren, samen goed voor 1,6PJ opwekking.

Restwarmte in de industrie
Het theoretische potentieel aan 120⁰C-afvalwarmte in Brabant is ongeveer 12PJ. Tussen droom en daad zitten echter wetten in de weg en veel praktische bezwaren en uiteindelijk maakt ECN dit voor 2020 af op 2PJ.
Merkwaardig genoeg telt hergebruik van afvalwarmte in de landelijke wetgeving niet mee voor de duurzame taakstelling. ECN telt die 2PJ bij de besparing op.
kansen restwarmtebenutting Brabant

Al met al
Al met al meent ECN dat het op warmtegebied als provinciale plus boven op het landelijke beleid mogelijk moet zijn om
–  5,4PJ te besparen (1,1 NodM, 2,3 utiliteitsbouw, 2,0 restwarmte industrie)
–  4,9PJ duurzaam op te wekken (0,74 verduurzaming warmtenetten excl Helmond, 1,0 geothermie incl Helmond, 0,5 biogas, 0,5 kleinschalige warmteprojecten, 1,6 twee nieuwe biomassaketels industrie, 0,58PJ extra PV-opwekking tbv NodM)

De Brabantse Uitvoeringsagenda Energie – kwantitatief

De provincie Noord-Brabant heeft eind februari 2016 de Uitvoeringsagenda Energie uitgebracht (Zie http://www.brabant.nl/actueel/nieuws/2016/februari/-/media/B0B2BB7CD35D4B4FAC50368F4902A488.pdf ). Deze uitvoeringsagenda presenteert het programma waarmee de provincie de zelfgestelde taak om het nationale Energieakkoord uit 2013 en het Brabants Energie-
akkoord waar te maken wil waarmaken. Het is dus een belangrijk document. Daarom verdient het een kritische beschouwing. Ik ga daartoe drie artikelen schrijven: een kwantitatieve beschouwing, een kwalitatief-politieke beschouwing en een analyse van het aanvullende materiaal t.b.v. een Brabants Warmteplan.

In dit artikel de kwantitatieve analyse. Deugen de cijfers?
Ik heb over dit onderwerp al vaker geschreven (bijvoorbeeld Hoe 14% duurzame energie in Brabant in 2020 haalbaar is ).

Die vraag is makkelijker gesteld dan beantwoord.  Eerst mijn eindconclusies, daarna de uitleg:
a)  de beoogde besparing van 1,5% per jaar en 14% duurzame opwekking worden  zonder nadere maatregelen niet gehaald (landelijk ook niet).
b)  het Uitvoeringsprogramma voorziet in aanvullende maatregelen
c)  daarmee worden de taken net wel of net niet gehaald, als alles goed gaat
d)  de uiteindelijke duurzame opwekkingstaak leunt op drie grote bronnen waarvan er twee twijfelachtig zijn en één onwenselijk
e)  de agenda is onduidelijk.
f)  de zeggenschap van de provincie is beperkt
g) de thema’s  Sustainable Energyfarming en Energieke landschappen zijn getalsmatig zwak uitgewerkt
h)  mijn eindoordeel: niet ideaal, maar de beste praktische kans om te beginnen. Het afbreukrisico is reëel. Voeg reserveprojecten toe.

Brabantse energiebelans van Telos over 2011
Brabantse energiebelans van Telos over 2011

Ad a): wat verbruikt Brabant en wat haalt Brabant zonder aanvullend beleid?
Er bestaat een goede nationale statistiek, maar niet van het energieverbruik van afzonderlijke provincies. Er moeten dus een vertaalslag  gemaakt worden en daar zit interpretatieruimte in.
Ik had zelf voor Brabant een Finaal Energetisch Verbruik (FEV) ingeschat (energie die rechtstreeks aan de klant is afgeleverd) van 325PJ door Brabant als 15% van Nederland te schatten.
Telos  (zie de Brabantse energiebalans hierboven) komt op een FEV in 2011 van 297PJ . Het is onduidelijk waarop Telos dit baseert.
De Klimaatmonitor (zie www.klimaatmonitor.databank.nl/  ) komt op een FEV van 297PJ in 2013. Maar het totaal van alle provincies is dan kleiner dan het  Nederlandse FEV. Er is dus ergens een portie zoekgeraakt (medio februari 8,7%). Onduidelijk is hoe die over de provincies verdeeld is.
Neem ik de Nationale Energieverkenning 2015 en Brabant 14,4% van Nederland, dan heeft Brabant een FEV van 303PJ.
Het Brabants Energie Akkoord noemt als FEV 312PJ.

Uit het Brabants Energie Akkoord
Uit het Brabants Energie Akkoord

De quick scan, die de provincie door ECN heeft laten uitvoeren t.b.v. het Uitvoerinsgprogramma (en die misleidend Quick Scan Warmte heet terwijl hij over meer dan alleen warmte gaat), noemt voor 2015 290PJ. Zie Quickscan Warmte Noord-Brabant_ECN_feb2016
De verschillende benaderingen komen dus redelijk overeen.

Ga ik gemakshalve uit van Telos, dus van 297PJ in 2013, dan zou er t.o.v. 2014 tot 2020 6*1,5%=9% bespaard moeten zijn, dus 27PJ eraf, dus 270PJ over. Dat beschouw ik als taakstelling.
De ECN-Scan (dus de provincie) komt zonder aanvullend beleid in 2020 op 287PJ. Zonder nadere maatregelen haalt de provincie de besparings-
taak dus niet.

Ontwikkeling bij autonoom beleid als de landelijke maatregelen uit het Energieakkoord uitgevoerd zijn
Ontwikkeling bij autonoom beleid als de landelijke maatregelen uit het Energieakkoord uitgevoerd zijn (uit de Quick Scan van ECN)

Als er in 2020 270PJ over is, moet 14% daarvan duurzaam zijn dus 38PJ. Op basis van de Quick Scan van ECN denkt de provincie aan 36,4PJ te komen. Zonder nadere maatregelen haalt de provincie de duurzame opwekkingsstaak dus niet.
Als er in 2020 287PJ over is (zoals ECN en de provincie zeggen), moet daarvan 14% = 40,2PJ duurzaam zijn.

Ad b) en ad e): nadere maatregelen en de indeling
De Uitvoeringsagenda hinkt op twee gedachten. Het verhaal begint met een ordening op natuurkunde en eindigt met een ordening op vijf maatschappelijk thema’s.  De samenhang tussen beide wordt niet benoemd. Dat kan tot merkwaardige verschillen leiden. Die vallen niet meteen op, omdat er alleen bij de weergave van de ECN-scan absolute getallen genoemd worden. Mogelijk denkt men dat het publiek het anders te moeilijk vindt.
In geen van beide ordeningen wordt een beginjaar genoemd.

De vijf maatschappelijke thema's in de UItvoeringsagenda
De vijf maatschappelijke thema’s in de UItvoeringsagenda

Op blz 9 noemt de provincie natuurkundige maatregelen uit de ECN-scan (inclusief  het voorgenomen landelijk beleid). De ECN-scan komt zonder aanvullend provinciaal beleid tot 3PJ besparing en 36,4PJ duurzame opwekking.
Daarop  wordt een provinciale plus gezet
–  van 5,4PJ aan besparing (1,1 Nul op de meter, 2,3 betere afstemming utiliteitsbouw, 2,0 restwarmte industrie) en
–  van 4,9PJ aan duurzame productie (0,74 verduurzaming warmtenetten excl Helmond, 1,0 geothermie (4 projecten incl Helmond), 0,5 biogas, 0,5 kleinschalige projecten, 1,6 biomassa industrie (2 ketels) en 0,58PJ (tbv overblijvende elektriciteitsvraag om woningen Nul op de Meter te krijgen).
In deze aannames zit enig optimisme. Zo wordt aangenomen dat er in 2020 40000 woningen Nul op de Meter zijn (waarvan als provinciale plus 25600) en dat je op elke woning 20 gangbare zonnepanelen kunt leggen.

Op blz 40, 41 en 42 worden percentages (van 287PJ) genoemd per thema. Aan besparing wordt daar over de vijf thema’s samen ingeboekt 1,5+1,5 +2,5+0,0+0,5=6,0%, zijnde 18PJ over de jaren nu tot 2020.
Zo ook wordt daar als duurzame opwekking ingeboekt 2,0+2,5 + 6,5+0,0+3,0%=14%.
Als de ECN-besparing gehaald wordt, gaat het om 14% van 282PJ=39,5PJ, als de tweede systematiek gehaald wordt gaat het om 14% van 269=37,7PJ.

Ad c): wordt de taak gehaald?
De duurzame opwekkingstaak wordt (als je ervan uitgaat dat de lande-
lijke maatregelen waarop de ECN-scan berust inderdaad gehaald worden) in de eerste systematiek net gehaald ,want 36,4+4,8PJ > 40,2PJ.
In de tweede systematiek wordt de duurzame opwekkingtaak gehaald, omdat die er a priori ingestopt is.

Ik vind dat de besparingstaak voorschrijft dat in 2020 de totale FEV 270PJ moet zijn.
In de ECN-systematiek wordt dat niet gehaald (287PJ-5,4PJ > 270PJ).
In de tweede systematiek wordt die net wel gehaald (287PJ–18PJ=269PJ).

Ad d): een kritische beschouwing van drie bronnen van ECN
In het lijstje, waarin ECN uitlegt (zie hierboven) hoe het aan 36,4PJ
duurzame energie komt, staan drie posten die kritische aandacht ver-
dienen.
–  een post van 3,4PJ ‘houtkachels huishoudens’. Deze post is niet
twijfelachtig, want dit mag en is een bestaand getal. Het is wel onwenselijk, omdat houtkachels in huishoudens soms ernstige effecten op de omgeving hebben.
–  een post van 4,8PJ ‘meestook centrales’ is, wat mij betreft, niet per definitie onwenselijk maar wel twijfelachtig omdat men er van uitgaat dat de Amer9 open blijft. Die loopt op kolen met biomassabijstook en gaat mogelijk dicht.
–  Een post van 6,0PJ biobrandstof (was in 2015 2,9PJ). Ik vind dat zowel de haalbaarheid als de wenselijkheid  nadere uitleg verdienen.

Ad f): beperkte zeggenschap provincie
ECN stelt dat de provincie niet in staat is bij de industrie, bovenop de
Rijksinitiatieven, een eigen besparing te realiseren. De provincie hoopt wel 2,0PJ industriële restwarmte te kunnen hergebruiken, maar kan dat niet afdwingen. Zo ook 1,6PJ duurzame opwekking door biomassa als voeding voor stoomketels.
Dat let de provincie niet om bij het thema “energieneutrale industrie”  2,5% (7,4PJ) besparing in te boeken en 6,5% (18,7PJ) duurzame opwekking. De provincie meent dit te kunnen bereiken via vergunningen en handhaving, en via samenwerkingsovereenkomsten.
Het verschil in inschatting tussen ECN en de provincie is frappant.

Ad g): Sustainable Energyfarming en Energieke landschappen
De  thema’s “sustainable energyfarming”en  “energieke landschappen” zijn getalsmatig nauwelijks  uitgewerkt. Er staan vooral sociale en
bestuurlijke passages die heel mooi zijn, maar waar niet aan te rekenen valt.
Op het einde wordt er op de bonnefooi een getal aan gehangen van 3% duurzame opwekking (zijnde 8,6PJ), voor Sustainable Energy Farming en Energieke landschappen samen.
Die 8,6PJ is heel erg weinig. Hij gaat al meer dan  op aan windenergie (3,5PJ), vergisting en biogas (3,4PJ), en biotransportbrandstoffen (6,0PJ). Dat kan gewoon niet kloppen.
Wat hier ontbreekt is een forse opbrengst uit  zonneparken.

Uit de factsheet 2014 van Telos
Uit de factsheet 2014 van Telos

Ad h): het eindoordeel
Mijn eindoordeel is dat de Uitvoeringsagenda technisch en natuur-
kundig zeker niet ideaal is, maar wel de beste praktische kans om te beginnen. Als alles zo gaat als de provincie zich voorstelt, is  het verschil  tussen wens en taakstelling in 2020 niet dramatisch.
Dàt het zo loopt als men zich voorstelt, is bepaald niet vanzelfsprekend.

Ik zou, als ik provincie was, flinke reserveprojecten definieren, en ik zou die zoeken in zonneparken. Dat is de grote afwezige in de berekeningen. Ik zou zeker 5PJ (10km2) neerzetten aan zonneparken. Die reserve ben je al kwijt als bijvoorbeeld de Amer9 dicht gaat.