Statenfractie SP brengt werkbezoek aan Kempisch Bedrijvenpark

Ik heb voor de Statenfractie van de SP op 23 september 2022 een werkbezoek  georganiseerd aan het Kempisch Bedrijvenpark (KBp) in Hapert (gemeente Bladel). Het gesprek ging over hoe de tijdens de aanleg de duurzaamheidsaspecten van het KBp vorm hadden gekregen,  hoe dat bestuurlijk georganiseerd is, en in hoeverre de aanpak overdraagbaar is op andere bedrijventerreinen.
De website van het KBp is https://www.kempischbedrijvenpark.com/ .

Werkbezoek SP-fractie in Provinciale Staten aan Kempisch Bedrijvenpark dd 23 sept 2022
Werkbezoek SP-fractie in Provinciale Staten aan Kempisch Bedrijvenpark dd 23 sept 2022

Het KBp is een bedrijventerrein in de zware milieucategorie t/m 4.2. Het bestemmingsplan is 170 hectare bruto, waarvan 69 hectare netto voor de industrie. Daarnaast zijn er wegen en is er nieuwe natuur en waterberging en (buiten het eigenlijke industriële gedeelte) 1,5 hectare  woningbouw.

Het plan verscheen ongeveer 15 jaar geleden op de tekentafel als gemeenschappelijke WGR-constructie van de gemeenten Bladel, Bergeijk, Reusel- de Mierden en Eersel (gelegen in de deelregio De Kempen van de RES-regio Zuidoost-Brabant). Nu onlangs het laatste industriële perceel verkocht is, gaat het beheer over naar de gemeente Bladel.
Het terrein is nadrukkelijk opgezet ten behoeve van de regionale maakindustrie, vaak bestaande bedrijven die (zoals Diffutherm) op de bestaande locatie niet meer te handhaven waren. Men heeft distributiedozen buiten het gebied weten te houden.

Bij de aankoop van een kavel verplicht een onderneming zich om toe te treden tot een beheerstichting. Het belang van een gezamenlijke aanpak van energie-, klimaat- en circulariteitszaken werd tijdens het werkbezoek met nadruk benoemd.

Netwerkcongestie in De Kempen

Het KBp ligt bijvoorbeeld in  een rampgebied van het elektriciteitsnetwerk. Het is een van de gebieden in Nederland waar geen nieuwe aansluitingen meer mogelijk zijn, hooguit kleinere tussentijdse aanpassingen. Pas in 2030 is een verzwaring van het trafostation in Hapert voorzien. Daardoor liggen er op veel bedrijfsdaken zonnepanelen die nu niet kunnen worden aangesloten. Bij andere panden staat de constructie het gewicht van zonnepanelen niet toe. Daar valt soms  wel wat aan te doen, maar die investering loont niet als je als bedrijf zelf weinig stroom nodig hebt, en je het niet naar buiten toe kunt afzetten.

Energiehubconcept Kempisch Bedrijvenpark
Energiehubconcept Kempisch Bedrijvenpark

Het KBp heeft ingenieursbureau Tebodin om een plan  gevraagd hoe men het elektriciteitsprobleem in eigen beheer kan oplossen of op zijn minst verbeteren. Er is veel dak, maar ook veel industriële- en transportvraag. Het zou een hub kunnen worden in het Energielandschap de Kempen, georganiseerd rond een nog vast te stellen juridische constructie waarin de bedrijven, de gemeente en de provincie. In een discussie hierover vroeg de SP-fractie of die rechtsvorm bijvoorbeeld ook een overheids-NV zou kunnen zijn. Een interessante gedachte om mee te nemen, vond men.

Een dergelijke aanpak zou tot op zekere hoogte standaardiseerbaar (en dus overdraagbaar) zijn. De aanpak van het energiesysteem is breder toepasbaar, maar de meer specifieke kenmerken zijn vaak te individueel om naar elders te transplanteren.

Een deel van de kaders voor een nieuw bedrijventerrein ligt wettelijk vast, bijvoorbeeld in het Bouwbesluit. Dat  verplicht tot Aardgasvrij bouwen (Gaswet sinds juli 2018), -Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) en Milieuprestatie Gebouw (MPG).
De Wet Milieubeheer definieert een Energiebesparingsplicht en CO2 reductiemaatregelen voor industrie.

watersysteem op Kempisch Bedrijvenpark

Andere onderwerpen kennen een grotere beleidsvrijheid. Er is bijvoorbeeld gekozen voor een gesloten grondbalans (voor elke  bult op het terrein ligt elders op het terrein een kuil) en voor waterbeheer (elke druppel water wordt opgevangen en blijft op het terrein) en ecologische inpassing die aansluit op recente opvattingen (bijvoorbeeld een brede ecozone aan de westkant, waar woonbebouwing ligt).

Men probeert ook de bereikbaarheid te verduurzamen in de geest van zoals dat bij de provincie bedoeld wordt. Er liggen plannen voor een snelfietsroute naar Eindhoven (duurt alleen lang) en het KBp  heeft op eigen kosten een bushalte aangelegd – maar helaas is inmiddels de bus wegbezuinigd.  

Al met al een goed en informatief werkbezoek.

Er blijft overigens het nodige te wensen over. De KBp-presentatie beschrijft een methode, maar geen eindambitie. Je vindt niet terug dat het bedrijventerrein in bijvoorbeeld 2040 klimaatneutraal wil zijn (de huisvestende gemeente Bladel wil dat in 2040 bereikt hebben). Mogelijk hebben de afzonderlijke bedrijven voor zichzelf een dergelijke ambitie, maar als je dat steekproefsgewijze opzoekt vind je die niet bij bijvoorbeeld VDL, Diffutherm, CoTrans transport, maar je vindt een goed verhaal bij het grafische bedrijf Moeskops
Wat je verder ook mist (maar dat lijkt me wel moeilijk) is een verhaal over scope 1-2-3 ambities.

De meeste afbeeldingen hierboven komen uit de getoonde presentatie. Die is hier te vinden.

Voor meer achtergrond, zie Gezamenlijk gespreksverslag Brainport Development – Milieudefensie op 21 jan 2022 en van daar af verder terug.

Over de aanstaande elektrificatie van de industrie en de datacenters

Nog even terug
Ik meldde in een eerder artikel op deze site over de Handreiking RES 2.0 ( https://www.bjmgerard.nl/handreiking-res-2-0/ ) dat er een extra elektriciteitsvraag van 15 – 45TWh te verwachten was voor de verduurzaming van de industrie en de datacenters. Ik  verwees daarvoor naar een werkstuk van Stuurgroep Extra Opgave dd 09 april 2021, opgemaakt voor de toenmalige minister Van ’t Wout.
In een later artikel heb ik nog iets gezegd over wat ik van de toekomst van de datacenters vind ( https://www.bjmgerard.nl/een-bitcoinminer-in-woensel-en-de-toekomst-van-de-datacenters/ ).

Naderhand vroeg ik me af waarop eigenlijk die 15 – 45TWh gebaseerd waren.

Ook de bedrijven actie van Milieudefensie maakt het onderwerp actueel. Wat moet je je nou eigenlijk voorstellen bij een verduurzamende industrie?

Men verzeilt dan in een zee van informatie, waarvan de elektrificatie van de industrie zoiets is als een schelp aan het strand die een kind net iets mooier vindt dan de andere (vrij naar Isaac Newton).

De denkstappen
Aan de verduurzaming van de industrie, in alle opzichten, is een apart hoofdstuk C3 van het Klimaatakkoord uit 2019 gewijd. Zie https://www.klimaatakkoord.nl/industrie/documenten/publicaties/2019/06/28/kliimaatakkoord-hoofdstuk-industrie (dd 28 juni 2019) . Daaruit onderstaande tabel.

Een Mton is een miljoen ton = een miljard kg. Een AVI is een AfvalVerbrandingsInrichting


Het Klimaatakkoord formuleert de taak in termen van broeikasgasreducties. Er zijn ook andere broeikasgassen als CO2 (methaan en lachgas en F-gassen, dat zijn chloorfluorhoudende industriele gassen voor bijvoorbeeld koeldoeleinden en vroeger als drijfgas), welke veel krachtiger zijn maar veel minder voorkomen. Als die andere gassen ook een rol spelen, worden ze omgerekend naar CO2  en heet de uitkomst CO2,eq .
Om het te plaatsen: in 1990 loosde de industrie 86,7 Mton CO2,eq , in 2015 was dat 55,1Mton, op basis van het bestaand beleid ten tijde van het Klimaatakkoord moest daar vóór 2030  nog 5,1Mton af, en ten gevolge van het nieuwe beleid in het Klimaatakkoord moet er voor 2030 nog eens 14,3Mton af .

De tabel ordent naar beleidsinstrument. Maar dat beleid moet omgezet worden in technische middelen. Om bijvoorbeeld onder het ETS uit te komen, moet een proces waarbij CO2,eq vrijkomen vervangen worden door een proces waarbij dat niet gebeurt. De asfaltcentrales zijn bijvoorbeeld een ETS-inrichting en die zouden van gas op stroom kunnen overgaan en als die stroom duurzaam tot stand komt, is het doel bereikt.
De elektrificatie van de industrie is zodoende een heel belangrijk middel (maar zeker niet het enige) om het doel broeikasgasreductie dichterbij te brengen.

Iemand moest dus de Mton in TWh gaan omzetten, oftewel de TWh van middel tot doel. Daar gingen een paar adviesclubs mee bezig en dat ging onderling een beetje haasje-over, maar uiteindelijk kwam het advies van de Stuurgroep extra Opgave uit op 09 april 2021. Zie https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2021/04/13/stuurgroep-extra-opgave .

Dit vraagt enige uitleg.

  • ‘Scenario hoog’ betekent dat de elektrificatie van de industrie het enige middel is dat ingezet wordt, ‘scenario laag’ betekent dat het een middel is tussen andere middelen zoals meer besparing, groen gas, geothermie en CCS (opslag van CO2 onder de grond). Met andere woorden, onder het lage scenario kom je sowieso niet uit en dat is dus ‘no regret’.
    Dus de nieuwe datacenters zouden in 2030 15TWh vragen, en die vraag zal ook ingevuld worden, maar dat kan voor een deel zijn met andere middelen dan windmolens en zo.
  • Bij de vaststelling van de ambitie van 84TWh hernieuwbare wind en grootschalige zon (waarvan 35TWh ten grondslag ligt aan de RES’n) is al voorzien dat dat tot 12TWh extra stroomvraag zou leiden (bijvoorbeeld extra warmtepompen)
  • Directe elektrificatie betekent dat de opgewekte stroom rechtstreeks door een draad, via via, bij de klant terecht komt. Indirecte elektrificatie betekent dan men ‘groene’ waterstof produceert door elektrolyse. Dat is een vorm van opslag.
  • De restwarmte van datacenters wordt als verloren beschouwd.
  • Dit alles aannemende, moet er bovenop het Klimaatakkoord 15 tot 45TWh extra stroom zijn.
    Daar komt het eerder genoemde getal  vandaan.

Een belangrijke voorwaarde die de Stuurgroep stelt, is dat de productie van en de vraag naar hernieuwbare stroom ongeveer gelijk op lopen. Zowel macro met de gemiddelde getallen, als micro vanwege de grilligheid van de productie van wind en zon. Een snel  beschikbare bron om snelle wisselingen op te vangen zijn bijvoorbeeld ketels die zowel op gas als op stroom kunnen verhitten.

Vervolgens moeten de TWh in elektrolyseprogramma’s en in windmolens op zee vertaald worden (dat is de bedoeling). Dat is gebeurd in de ‘Routekaart elektrificatie in de industrie’ waaraan eer keur van deskundigen uit het industrieel-ministeriële complex meegewerkt heeft. Zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/10/15/bijlage-behorende-bij-kamerbrief-routekaart-elektrificatie-in-de-industrie .

De Routekaart telt ten opzichte van ‘huidig’, wat ik maar invul als het laatste non-Covidjaar 2019 . Telt dus de taak die er al lag en de taak die er bijkomt samen (5,1+14,3) en komt, met enige afronding, op 20Mton CO2,eq uit die er af moet.
In ‘huidig’ verbruikt de industrie, op volle capaciteit, 39TWh stroom, 76TWh lage temperatuur-warmte (laag is <200°C), en 114TWh hoge temperatuur-warmte. Samen 229TWh capaciteit.

Ook weer wat uitleg.

  • Van het huidige verbruik (bij volle capaciteit) aan stroom en warmte (dus van de 229TWh) wordt momenteel ongeveer 155TWh met fossiele brandstof opgewekt. Dat is de staaf bij 2020 en die staaf moet weg. Het verschil tussen 229 en 155TWh komt bijvoorbeeld uit een beetje al bestaande hernieuwbare energie, of uit hergebruik van proceswarmtewarmte.
  • Als de fossiele energie met alleen maar elektrificatie bestreden zou worden, en als de vraag naar hernieuwbare elektriciteit ongeveer even groot is als het aanbod, kan van die 155TWh in 2030 ongeveer 80TWh geleverd worden met hernieuwbare stroom.  Ongeveer 8TWh wordt ingevuld met besparen en krimp. Die 1% in het onderschrift lijkt dus te optimistisch, en is sowieso te weinig, omdat in het MEE-convenant met de overheid uit 2009 al 2% per jaar beloofd werd. In werkelijkheid was het 1,1% per jaar, dus de 1% is zelfs minder dan feitelijk gerealiseerd is.
  • Als de fossiele energie-emissies ook met andere middelen bestreden kunnen worden (bijvoorbeeld eerder genoemde groen gas, geothermie en CCS), is er in 2030 in plaats van 80TWh ongeveer 30TWh een hernieuwbare energie nodig.
  • In 2050 is de ooit fossiele productiecapaciteit en de vraag ter waarde van 155TWh gedaald  tot 130TWh, en die wordt geheel hernieuwbaar geleverd.
  • Naast elektrificatie om bestaand fossiel te vervangen, kan er ook hernieuwbare energie ontwikkeld worden bovenop de vervangingsvraag. Dat is in de grafiek het grijze gebied. Die ‘autonome groei’  zou gebruikt kunnen worden voor datacenters en synthetische brandstof (vindt de Routekaart).

In tabel (zoals in dit hele verhaal gaat ook deze tabel over waarden bovenop het bestaande beleid):

De Noordzee
Het is de bedoeling dat de extra hernieuwbare stroom op de Noordzee gepositioneerd wordt.

Op de Noordzee staan al een heleboel windturbines en er zit al een heleboel in de pijplijn. Op basis van bestaand beleid staat er in 2030 11GW opgesteld, goed voor ongeveer 50TWh.
De Routekaart stelt nu voor om daaraan toe te voegen 10GW. Dat is goed voor ca 45TWh en daarmee zou de 30TWh uit de tabel en de 15TWh voor de datacenters afgedekt zijn.
De windenergie op onderstaande kaart dd 2030 zou dan ongeveer het dubbele zijn van wat er nu ingetekend is.

 In 2050 zou er dus van de Routekaart op de Noordzee moeten staan de 11GW van nu, de 10GW die er tot 2030 bij gezet wordt, en de 32 tot 36GW die er na 2030 bij gezet wordt. Samen ongeveer 55GW, ongeveer 5* zoveel als het huidige beleid voor 2030 projecteert.

Bij een kengetal van 3W/m2 voor de opbrengstdichtheid van windenergie op zee (MacKay) zou je voor 55GW wind op zee ongeveer 18000km2 Noordzee nodig hebben. Dat is ruim 40% van de Nederlandse Noordzee, als je de Waddenzee niet meetelt.
Daarnaast lopen er drukke scheepvaartroutes, wordt er gevist, liggen er natuurreservaten en oefent Defensie er. Voor een overzicht zie https://www.noordzeeloket.nl/functies-gebruik/ .
Het moge duidelijk zijn dat niet alles zomaar kan op de Noordzee.

In juni 2020 is er een Noordzeeakkoord afgesloten ( https://www.noordzeeloket.nl/beleid/noordzeeakkoord/ )

Kaart met windparken t/m 2030 van Noordzeeloket

Synthetische brandstoffen
Tot nu toe gaat dit verhaal alleen over de industrie, en niet over het transport. Dat zou er nog bovenop komen.

De verduurzaming daarvan gaat moeilijk.
Elektrisch personenvervoer zit al wel min of meer in de planning, maar vrachtvervoer, vooral zwaar en grensoverschrijdend, en de scheep- en luchtvaart is een geheel ander verhaal. De Routekaart noemt op gezag van een andere publicatie een waarde van 51-54TWh, maar er staat niet bij  wat dan meegeteld wordt.

TNO heeft al eens gerekend wat verduurzaming via e-fuels van deze categorieën zou betekenen (zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ ).
TNO hanteert voor zwaar vrachtverkeer 327PJ, voor de luchtvaart 168PJ en voor de havens 465PJ (in 2019). Dat is resp. 91, 47 en 129TWh).
Output. Voor de stroominput van deze e-fuels rekent TNO op iets meer dan het dubbele (ketenrendement 48%. TNO heeft zich dan ook niet aan de vraag gewaagd waar die stroom vandaan moet komen.
Voor vrachtauto’s die direct op waterstof rijden (en dus niet via de omweg van de synthetische diesel)  ligt het iets gunstiger.

Dit soort getallen krijg je er in Nederland gewoon niet meer bij.
Als je dit zou willen, kan het alleen met import. Nu zou dat op papier kunnen (bijvoorbeeld uit grote woestijngebieden), maar het zou een grote en complexe en zeer dure exercitie zijn, en de vraag is wat je er bijvoorbeeld in 2030 al aan hebt.

De moraal
Ik  doe mee aan de bedrijven actie van Milieudefensie. Het is een goede actie.
Milieudefensie wil dat de 29 aangeschreven bedrijven (en daarnaast de Shell) half april een plan aangeleverd hebben waarin staat hoe ze in 2030, over hun hele keten, minstens 45% broeikasgassen bezuinigd denken te hebben t.o.v. 1990 (de formulering uit het Shellvonnis). De plannen worden beoordeeld door het NewClimate Institute, een gerenommeerd Duits instituut.

Ik  ben benieuwd hoe dat uit gaat pakken. Ik probeer me uitkomsten voor te stellen en me op basis daarvan voor te bereiden op wat gaat komen. Wat kan een bedrijf eigenlijk doen? En is dat uitvoerbaar?

Ruwweg zit deze eis per bedrijf in de orde van grootte van de industriële verduurzaming, zoals in dit verhaal geschilderd, tot 2030, hetzij puur elektrisch, hetzij via een mix van duurzaam elektrisch met andere technieken. Dus ruwweg moet het, macro redenerend, voor het geheel aan industriële bedrijven in  Nederland mogelijk zijn een verduurzamingsplan te maken zoals Milieudefensie dat eist, binnen Nederland, zolang men zich beperkt tot het bedrijf zelf en zijn energetische toeleveringsketen.

Het is prima dat Milieudefensie deze actie doet, want tussen droom en daad zitten bij bedrijven veel praktische bezwaren in de weg en soms wettelijke. Men  mocht eens braver zijn dan de concurrent in binnen- en buitenland, en daardoor duurder. Verder het geld en de aandeelhouders en de winst en de macht der gewoonte en een VVD-kamerlid om de hoek.
De actie duwt flink en dat is een goede zaak.
Voor zover banken en pensioenfondsen en de detailhandel hun belangen binnen de Nederlandse industrie hebben liggen, zijn ze een hefboom die de algemene realisatie van de Milieudefensie-eis kan versterken.
De zwakte van de actie van Milieudefensie is (maar daar is, gegeven de actie-opzet niets aan te doen) is dat de verduurzaming van afzonderlijke bedrijven beoordeeld wordt aan die bedrijven zelf, en dat niet de collectieve effecten van alle bedrijven samen worden afgemeten aan wat er in Nederland als geheel nodig en mogelijk is).

Daarnaast kan men op goede gronden kritiek hebben op de basisaannames van de industriële plannen.

  • Ze gaan uit van ‘business as usual, met andere woorden de bedrijven streven dezelfde bedrijfsdoelen na als vroeger en maken geheel zelf uit welke dat zijn. Eerst maakte je een miljoen kg kunstmest met gas, en nu hetzelfde miljoen kg kunstmest met stroom. De kunstmest zelf staat niet ter discussie .
  • De industrie eist van alles en geeft niets.
  • Terwijl keer op keer gebleken is dat de industrie zichzelf niet reguleren kan, en geen afspraken nakomt. Ook in de genoemde instrumenten wordt geen methode opgevoerd die voor een dwingende handhaving zorgt
  • Er wordt een uitgebreid subsidiesysteem opgetuigd, zonder dat duidelijk wordt uitgelegd hoe de bedrijfswinsten ingezet worden
  • En datacenters gaan zitten waar ze willen. De plannen gaan impliciet uit van de afwezigheid van politieke sturing. Maar Nederland zou ook kunnen vinden dat de aanwezigheid van Facebook in Nederland niet van uitzonderlijk groot belang is, en Nederland zou ook kunnen vinden dat een datacenter dat in principe wel gewenst is, zich slechts mag vestigen waar het de overheid uitkomt en waar de restwarmte in de stadsverwarming kan (zoals in Finland). Of eisen dat datacenters zich in meer landen vestigen en dat de rekenoperaties het toevallig aanwezige weer volgen (in Frankrijk rekenen als het daar waait en hier niet).
Datacenter Google Eemshaven

Het voornaamste probleem zit bij de Schipholgroep. Als je vindt dat het een taak voor Nederland is om de (extraterritoriaal geboekte) 47TWh luchtvaartbrandstof (2019, grotendeels Schiphol) te verduurzamen (wat in praktijk vooral synthetische kerosine betekent) , stuit je op het TNO-verhaal dat die verduurzaming grofweg 100TWh zou kosten. En dat leidt tot ongeveer 22GW molens en dat leidt tot nog eens ruim 7000km2 Noordzee.

En dan moet de scheepvaart (2019, 129TWh, vooral de Rotterdamse haven) nog beginnen met verduurzamen.

De grenzen van de eindigheid komen in zicht. Dat is de voornaamste vaststelling.

Gezamenlijk gespreksverslag Brainport Development – Milieudefensie op 21 jan 2022

Ik was namens Milieudefensie Eindhoven aanwezig bij een gesprek tussen Milieudefensie en Brainport op 21 januari 2022.
Hieronder een wederzijds geaccordeerd communiqué.

Voor het eerste gesprek zie Standpunten Brainport Development en Milieudefensie Eindhoven naderen elkaar .

Op 21 januari 2022 heeft een tweede gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds Brainport Development en anderzijds Milieudefensie.
Aanwezig waren voor Brainport Development dhr. van Nunen, directeur en mevr. Van Gulik, binnen de afdeling Strategie belast met duurzaamheid.
Verder aanwezig dhr. Gerard en Hakvoort, Milieudefensie Eindhoven en dhr. van der Wegen, Milieudefensie Geldrop.
Het gesprek duurde vanwege persoonlijke redenen korter dan gepland en duurde nu van 16.00 tot 16.35 uur. Daardoor zijn niet alle onderwerpen in  detail besproken.

Namens Brainport Development
Dhr. Van Nunen benadrukt nog eens (net als in het eerste gesprek) dat voor de industriële activiteiten van Brainport duurzaamheid in al haar vormen randvoorwaardellijk is. Het Jaarplan 2022 geeft daar  blijk van.
Hij noemde bijvoorbeeld grote nieuwe projecten als het Battery Competence Center en een heel groot mobiliteitsproject, dat strekt van de grootste ondernemingen binnen Brainport (bijvoorbeeld DAF en Van de Leegte) tot de kleinste, samen 70 partners. Relevant voor dit mobiliteitsproject zijn bijvoorbeeld waterstof en elektrificatie.

Zie https://www.vdlgroep.com/nl/nieuws/nederlandse-industrie-bundelt-krachten-in-nieuw-battery-competence-center .

Er is echter meer nodig.
Met name bij de kleinere bedrijven moeten extra stappen gezet worden, en de goede bedoelingen moet operationeel zichtbaarder gemaakt worden.
Bij grote bedrijven als Philips Medical Systems en ASML wordt al gewerkt aan duurzaamheid over de hele keten (nog beginstadium) , maar op veel andere plaatsen moet dat nog beginnen.

Er moeten extra stappen gezet worden.

Mevrouw van Gulik meldt dat de steden Eindhoven en Helmond, namens de Brainportregio, bij de EU op 18 januari 2022 een aanvraag ingediend hebben in het kader van het ‘100 Climate Neutral Cities – plan’. Antwoord zal nog wel even op zich laten wachten.

Namens Milieudefensie
Zoals bekend heeft Milieudefensie landelijk 29 bedrijven benaderd (terwijl  daarnaast de Shellactie doorloopt) met het verzoek om uiterlijk 15 april een Klimaatplan gemaakt te hebben waardoor de klimaatopwarming onder de 1.5°C blijft. De aangeschreven bedrijven moeten daartoe in 2030 30% minder CO2 uitstoten dan in 2019 (gerekend over hun keten, scope 1,2 en 3).

In de Brainportregio zijn geen bedrijven rechtstreeks aangeschreven. Wel bevinden zich er in de regio filialen van banken en grootwinkelbedrijven waarvan het hoofdkantoor aangeschreven is, en is Eindhoven Airport een filiaal van de aangeschreven Schiphol Group.

Eindhoven Airport vanaf de Spottershill

Uiteraard beperkt de intentie van Milieudefensie zich niet enkel tot de aangeschreven bedrijven, maar strekt zich uit tot het bedrijfsleven als geheel, en dus ook tot dat in Brainport.

Milieudefensie kent de tripartite opzet van Brainport (Overheid, onderwijssector, bedrijfsleven) en begrijpt dat dhr. Van Nunen deze niet zomaar naar zijn hand kan zetten. Er is wel sprake van invloed.

Gezamenlijk

  • De intenties van de partijen werken dezelfde kant op
  • Er lopen een aantal losse initiatieven in de regio op het gebied van energie, circulariteit en dergelijke. Geprobeerd wordt deze in kaart te brengen
  • Er is behoefte aan een totaalplan waarin deze initiatieven ingebracht worden, mede ook ten behoeve van de kleinere bedrijven
  • Meewerken aan het verduurzamen van de productie valt onder het takenpakket van dhr. Hakvoort bij Philips Medical Systems. Waar dat zinvol is, kan dhr. Hakvoort benaderd worden voor overleg
  • Het bereiken van de 1.5°C- doelstelling raakt ook de overheids- en onderwijspartners binnen Brainport.
    Dhr. van Nunen en mevr. Van Gulik willen proberen het initiatief te verbreden tot de gemeentelijke projectmanagers. Er zou bijvoorbeeld een brainstormsessie kunnen volgen waarbij ook Milieudefensie aanwezig zou kunnen zijn.
  • Er komt een gezamenlijk communiqué, zijnde dit document
  • Er komt een vervolgvergadering ergens in maart. Het initiatief voor een datum (vrijdagmiddag 16 uur) komt van Brainport Development.

Een bitcoinminer in Woensel en de toekomst van de datacenters

Het trafo-huisje aan de Bretagnehof

Mafkees gaat bitcoins delven in Eindhovense woonwijk

Een inwoner van de Normandiëlaan in de wijk Achtse Barrier in het Eindhovense stadsdeel Woensel is bitcoinboer (of -boerin) geworden. Vroeger had je de goldrush en nu de bitcoinrush.

Probleem is dat je daar enorm zware computers nodig hebt, en enorm veel stroom. De  bitcoinboer heeft aan netbeheerder Enexis gevraagd om een zware kabel aan te leggen vanuit het dichtstbijzijnde transformatorhuisje, een paar hoeken om en ruim 250 strekkende meters verder. En zolang de bitcoinboer betaalt en geen onwettige handelingen verricht, heeft Enexis een aansluitplicht.

Voor de bewoners is de ontwikkeling zowel een voordeel als een nadeel.
Voordeel is dat de bitcoinboer zijn zaakjes nu deugdelijk regelt, zodat niet de hele tijd in de omgeving lampen aan en uit gaan.
Nadeel is dat ze twaalf dagen in de graafellende zitten. Tientallen garages zijn tijdelijk onbereikbaar en voordeuren alleen met oudhollandse bruggetjes.

De Normandiëlaan in de Eindhovense wijk Achtse Barrier tijdens de graafwerkzaamheden

Het Eindhovens Dagblad (20 jan 2022) heeft met het personeel van graafbedrijf Hurkmans gebabbeld en zodoende vernomen (behalve dat van die knipperende lampen) de kabels 600A heen en terug brengen (ter vergelijking: één groep van een normaal woonhuis is goed voor 16A).

De Eindhovense SP heeft vragen gesteld ‘welke belangenafweging gemaakt wordt bij het vergunnen van dit soort werkzaamheden’ en hoe dit past binnen de duurzaamheidsambities van de gemeente. Goede vragen.
Waarschijnlijk wordt het antwoord dat daar waar Enexis een aansluitplicht heeft, de gemeente min of meer automatisch verplicht wordt een graafvergunning te geven. En dat de gemeente niets te vertellen heeft over het leveren van stroom en een en ander, eventueel knarsetandend, heeft te accepteren.

De Bretagnehof

Mijn persoonlijke mening is dat computerbezigheden voor het doen functioneren van de blockchaintechnologie (waarvan de bitcoin een toepassing  is), slechts onder strikte voorwaarden moet worden toegestaan, en dus aan een vergunning gebonden.

Zie https://www.bjmgerard.nl/warme-bits/ en  https://www.bjmgerard.nl/opnieuw-restwarmte-van-datacenters/ .

Naar aanleiding van het datacenter van Facebook

Nou ik het toch over computers en energie heb, in het kort mijn mening over het datacenter van Facebook en, meer algemeen, andere datacenters.

Algemeen vooraf: de verduurzaming van de industrie, waar onder andere Milieudefensie om vraagt, zal tot een algemene ophoging van het stroomverbruik in Nederland leiden. Hoeveel precies, is lastig schatten. Er is onlangs een schatting gemaakt van 15 tot 45TWh extra, maar dat is een hondsbrutaal maar zwak verhaal (ik kom er binnenkort op terug). Zie alvast https://www.bjmgerard.nl/handreiking-res-2-0/ .
Nederland moet gaan nadenken over hoe het moet met zijn energiehuishouding (zie https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/ ). In deze discussie is het data center van Facebook niet meer dan een incident.
Door de specifieke politieke omstandigheden was het wel een rode lap-incident. Ook ik was tegen het Facebook-datacenter, omdat ik aan Facebook weinig voordelen zie en veel nadelen. Het rode lap-incident kan zijn nut gehad hebben als het bijdraagt tot het inzicht dat de verduurzaming van de industrie in het algemeen, en datacenters in het bijzonder, problemen met zich meebrengen die moeten worden opgelost.

Maar het ene datacenter is het andere niet en ik zou er met nadruk voor willen pleiten om in mijn linkse kringen geen algemene anti-datacentersstemming te laten ontstaan, evenmin trouwens als een blinde anti-industriestemming.

Het datacenter in Eemshaven van Google. Met energie van wind en zon uit de buurt is dit geheel koolstofvrij. Google heeft een interessante site https://www.google.com/about/datacenters/locations/eemshaven/ waar deze foto vandaan komt

Google is naast een last ook een lust. Zo ook Microsoft of, om maar eens wat anders te noemen, het datacenter van de Rabobank in Boxtel. Dat betaalt rekeningen en pensioenen.
Zonder Teams geen thuiswerk, zonder Google geen scripties en zonder Gmail meer postauto’s.

Er zijn discussies over de te grote politieke macht van de high tech-ondernemingen. Ik volg die op afstand en ik kan me daar iets bij voorstellen, maar het is mijn terrein niet en ik geef er geen beschouwing over buiten mijn core business.

Mijn core business is dat de noodzaak tot explosief groeiende duurzame energie tot financiele behoeften leidt en, wat een veel groter probleem is, tot ruimtelijke ordening-vraagstukken. De politieke en financiele macht leiden tot een soort voorrangsvergroening. De datacenters pikken, bij wijze van spreken de polder in en Tata Steel en Schiphol de Noordzee (dat is niet geheel bij wijze van spreken) , en de rest moet maar zien.

Daar is een soort Grand Design voor nodig onder nadrukkelijke politieke leiding (economische democratie), op basis van serieus onderzoek. De vier energiescenario’s – discussie (zie  https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/ ) gaat die kant op. En misschien ligt de toekomst voor de Nederlandse hernieuwbare energievoorziening wel voor een deel in het buitenland – net zoals nu de fossiele.

De rode lap Facebook als start van het denken is een prima zaak. Het zou slecht zijn als het ook het einde van het denkproces was.

Het datacenter van de Rabobank in Boxtel

Standpunten Brainport Development en Milieudefensie Eindhoven naderen elkaar

Milieudefensie Eindhoven heeft op 05 sept 2021 een Open Brief aan de regionale politiek en aan Brainport gestuurd waarom Brainport eigenlijk geen duurzaamheidsplan had op koepelniveau, zoals veel andere industrieclusters (Chemelot, havens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, gezamenlijke industrieterreinen Helmond) dat wel hebben. Een eerdere publicatie hierover is te vinden op Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan? . Daar is de tekst van de brief te vinden.

De Open Brief trok de aandacht van de pers.
En bijna onmiddellijk lag er een gespreksuitnodiging van directeur Van Nunen van Brainport Development, de uitvoeringsorganisatie van Brainport.

Het gesprek heeft op 24 september 2021 plaatsgevonden. Het liep goed en de standpunten lagen niet zover uiteen als men wellicht zou verwachten. In feite zijn beide partijen, in een andere positie opererend en met andere slagen om de arm, beide voor zoiets als een groene industriepolitiek die ook binnen de eigen regio tot meer resultaten leidt dan tot nu toe.
Ik heb van het gesprek een (wederzijds geauthoriseerd) verslag gemaakt dat hieronder integraal staat afgedrukt.

Van Nunen zei dat hij met het ideeënpakket in de slag ging, en er is een vervolgafspraak gemaakt voor januari 2022.


Standpunten Brainport Development en Milieudefensie Eindhoven naderen elkaar

Voorafgaand
Milieudefensie Eindhoven had in een Open Brief aan Brainport en aan de lokale  en regionale politiek gesignaleerd dat Brainport geen duurzaamheidsplan had op koepelniveau, zoals veel andere industrieclusters (Chemelot, havens Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, gezamenlijke industrieterreinen Helmond) dat wel hebben.
Er gebeuren wel verstandige dingen in Brainport op het niveau van individuele ondernemingen en bedrijventerreinen, maar er is geen plan voor Brainport als geheel.
Op economisch en industriepolitiek terrein probeert Brainport, met enig succes, het geheel tot meer dan de optelsom der delen te maken. Op het gebied van duurzaamheid gebeurt dat niet.
De technische vernieuwingen, die binnen Brainport ontwikkeld worden, landen  niet zichtbaar binnen de eigen regio. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg, dat het aandeel  hernieuwbare energie binnen het MRE-gebied kleiner is dan binnen de provincie Brabant als geheel.

Op de Open Brief volgde een gespreksuitnodiging van de kant van Brainport Development NV, de uitvoeringsorganisatie van het strategisch leidinggevende orgaan Stichting Brainport.

Het gesprek
Het gesprek vond plaats op vrijdag 24 september.
Aanwezig was voor Brainport Development Paul  van Nunen, directeur van zowel  Brainport Development NV als bij de Stichting Brainport. Van Nunen heeft in meerdere opzichten een brugfunctie.
Voor Milieudefensie regio Eindhoven waren aanwezig Bernard Gerard, Mischa Hakvoort en Hans van der Wegen.

Het gesprek verliep in een goede sfeer. Sommige standpunten naderden of overlapten elkaar.

Van Nunen stelde dat bij alle projecten van Brainport duurzaamheid zowel doel als randvoorwaarde was. De uiteindelijke verkoopbaarheid van de producten is dat ook. Hij noemde als voorbeeld het nieuw op te richten batterijencentrum, de mobiliteitsinitiatieven en de inzet voor de gebouwde omgeving.
Innovatie is echter niet garandeerbaar.

Binnen de individuele bedrijven vinden duurzaamheidsinitiatieven vooral plaats binnen de grote bedrijven als Philips en ASML. Je kunt als high tech-bedrijf niet anders, want slimme jonge mensen willen alleen bij ondernemingen werken die maatschappelijk verantwoord bezig zijn. Philips is bijvoorbeeld bezig met het demonteerbaar maken van apparaten, zodat circulariteit beter gewaarborgd wordt.
In de laag grotere en kleinere MKB-bedrijven onder het grootbedrijf valt nog wel een slag te maken. Aldus van Nunen, die eraan toevoegde dat Brainport niet het soort Co2-uitstotende  bedrijven heeft zoals die op bijvoorbeeld Chemelot en Moerdijk staan.

De zichtbaarheid van de duurzaamheidsinspanningen van Brainport kon inderdaad beter, aldus Van Nunen. Die had hij ten onrechte als vanzelfsprekend beschouwd.

De inplementatie binnen de regio is inderdaad een probleem, aldus Van Nunen.
De strategische situatie is dat de gemeenten, soms na grote inspanning, de RES onderschreven hebben. De grote vraag is nu hoe het verder moet in de uitvoering. De grootste problemen zitten daarbij in de organisatie, de beschikbaarheid van goed personeel en de beperkte capaciteit. Geld is een kleiner probleem en als regel niet onoplosbaar. De techniek is eigenlijk  geen probleem.

Interne aanbesteding, bijvoorbeeld van decentrale elektriciteitsopslag, zou kunnen helpen. In die zin ziet Van Nunen de Open Brief van Milieudefensie als ondersteuning voor zijn beleid.

Milieudefensie noemde als voorbeeld dat de gemeente Eindhoven wil dat er in 20 jaar 40.000 huizen  gebouwd worden, en dat je  daar een  thuisaccu in zou kunnen aanbrengen om piekbelasting  van het net ten gevolge van inductief koken op  te vangen. Dit voornemen wordt nu gerealiseerd in flats in de Utrechtse wijk Overvecht-Noord, met steun van Stedin.
Of (een ander voorbeeld) om grote batterijsystemen uit te zetten op bedrijventerreinen, als die massaal zonnepanelen gaan aanleggen (wat ze nu nog niet doen).
Dit soort initiatieven zou misschien kunnen passen in een implementatie van batterijtechniek in het eigen Brainportgebied, aldus Van Nunen.

De afspraak is dat beide partijen met dit type inzichten aan de slag gaan, en dat er in januari 2022 een vervolggesprek plaatsvindt.

Structuur Brainport Development NV, de uitvoeringsorganisatie van Brainport. De Stichting Brainport (met daarin overheid, onderwijs en bedrijfsleven) is degene die strategisch leiding moet geven

Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan?

Ten behoeve van de nasleep van de klimaatdemonstratie op 14 maart 2021 in Eindhoven zijn 15 regionale eisen geformuleerd. Twee daarvan waren:

  • een krachtig, collectief, circulair en innovatief duurzaamheidsbeleid van Brainport
  • streng toezicht op energiebesparingsverplichtingen voor de industrie

In de nasleep van deze demonstratie is besloten om te proberen per thema een werkgroep op te zetten. Dat is beperkt gelukt en het resultaat van deze twee eisen, in samengevoegde vorm, was de Werkgroep Verduurzaming industrie Brainport.

De eerste bezigheid van deze Werkgroep was om een brief aan de Stichting Brainport en Brainport Development NV te schrijven waarom Brainport als koepelorganisatie in het geheel geen duurzaamheidsplan had. Dit in tegenstelling tot andere clusters als de havens van Amsterdam, Rotterdam en Moerdijk, Chemelot en de Stichting Bedrijventerreinen Helmond.


Deze brief is op 05 september verstuurd aan Brainport, en op 05 en 06 september aan de Colleges van B&W en de fractievoorzitters en griffiers van de 21 gemeenten in het MRE-gebied.
Verder is een bericht naar de belangrijkste persorganen uitgegaan, Dit persbericht is hieronder, in licht aangepaste vorm, afgedrukt. Op het einde van de brief is de volledige tekst van de brief aan Brainport te vinden.

Inmiddels ligt er (al op 6 september!) een uitnodiging voor een gesprek van de directeur van Brainport Development NV. De Werkgroep had al gezegd een dergelijk gesprek op prijs te stellen en zal uiteraard op de uitnodiging ingaan.

Hieronder het persbericht en daaronder de volledige brief.

De tweede activiteit van de Werkgroep is een avond (09 september 2021) waarop een vakvrouw uitleg zal geven over de energiewetgeving voor bedrijven, en de handhaving daarvan. Er is nog zeer beperkt ruimte.



Het Eindhovense industrieterrein De Hurk, waar enkele goede maar geïsoleerde pilots aangekondigd zijn.

Milieudefensie Eindhoven: waarom heeft Brainport geen duurzaamheidsplan?

De Werkgroep verduurzaming industrie Brainport van Milieudefensie Eindhoven heeft de koepelorganisaties onderzocht van de havens van Amsterdam, Rotterdam en Moerdijk, van Chemelot (het vroegere DSM-terrein), en van de Stichting Bedrijventerreinen Helmond.
Deze koepels hebben allemaal zelfbindende duurzaamheidsplannen. Ze doen samen met zaken als energie, afvalwater, warmte, halfproducten, enzovoort.

Brainport daarentegen heeft  dat allemaal niet. Brainport is industriepolitiek, maar Brainport heeft geen duurzaamheidsplannen voor eigen gebruik.
Solliance werkt bijvoorbeeld binnen Brainport aan de ontwikkeling van dunne film-zonnepanelen, maar Brainport heeft geen collectief plan voor de plaatsing ervan bij de eigen bedrijven.
Brainport heeft bijvoorbeeld wel ambities om apparaten te bouwen die energie kunnen opslaan, maar toont geen ambities om die op de regionale industrieterreinen neer te zetten.

Brainport maakt ongetwijfeld producten en machines die duurzaamheid kunnen bevorderen – maar die zijn steeds bedoeld voor anderen. Brainport verkoopt en anderen verduurzamen.

pagina uit een ontwerp-brochure voor Solliance

Hierin onderscheidt Brainport zich van de eerder genoemde koepelorganisaties, die wel allemaal ambiëren om als collectief duurzaamheidsprestaties te leveren.

Brainport heeft wel de Sustainable Development Goals van de VN getekend. Dat blijft een abstractie, zolang het niet tot een eigen praktijk leidt.

Het ASML-gebouw in de verte (foto www.bjmgerard.nl)

De eisen
Milieudefensie Eindhoven heeft een open brief gestuurd naar Brainport en naar de regionale politiek, waarin de eis wordt uitgesproken dat de Stichting Brainport (en daarmee de daarvan deel uitmakende sectoren bedrijven, onderwijs en overheid):

  • de principiële erkenning uitspreekt dat een kennis- en bedrijvencluster als Brainport een deugdelijk duurzaamheidsplan op koepelniveau hoort te hebben
  • voorbeelden van andere grote industriële clusters als inspiratiebron hanteert
  • lopende, losse initiatieven op regionale bedrijfsterreinen meeneemt in de voorbereiding
  • een plan opstelt, of laat opstellen, dat uiterlijk december 2022 af is en in 2023 in werking
  • zich daarbij laat helpen, bijvoorbeeld door een bureau als CE Delft
  • er met alle ondersteunende middelen naar streeft dat de aangesloten bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden het nieuw ontwikkelde PPP-plan gaan invullen.
  • op de website van Brainport Development ook een contactadres zet van de Stichting Brainport, die geacht wordt Brainport Development aan te sturen.

Hieronder de volledige tekst van de brief aan Brainport.


ZON VOOR IEDEREEN – plan SP

Op 22 juni publiceerde de SP op zijn site dat de Tweede Kamer het SP-voorstel steunde om zonnepanelen op zoveel mogelijk daken te plaatsen. Het onderliggende plan heet “Zon voor iedereen”. Een beschrijving en mijn mening erover.
Om precies te zijn, mijn mening over het plan sec en apart over overwegingen er rondom heen.
Zie

CE Delft (2020)……………………………………………19 tot 35……………12 tot 20

De SP wil:

  • Zonnepanelen leggen op zoveel mogelijk woningdaken
    De SP heeft dit door CE Delft laten becijferen (Zon op Dak, oktober 2020), uit welke studie bovenstaande tabel is met tot dan toe bestaande schattingen.
    De studie van TKI Urban Energy is inmiddels uit en komt in 2050 op 65 TWh/jaar in 2050, als je 80% van de woningdaken vol kunt leggen.  
    CE Delft komt zelf op 12 tot 20 TWh bij koopwoningen en 7 tot 15 TWh bij huurwoningen.
    De Nederlandse huishoudens verbruikten in 2018 (en ongeveer ook in 2019) ca 21 TWh. Dit betreft alleen de post elektriciteit voor zover die uit woninggebonden stopcontacten komt.
  • Dit moet de huishoudens geld opbrengen, dus er moet een positief verdienmodel onder liggen. De dreigende afschaffing van de salderingsregeling en de postcoderoosregeling bedreigt dit. De SP is hier niet expliciet tegen, maar formuleert een doel en geen middel.
  • De energievoorziening weer publiek maken. Genoemd wordt de gemeente. Gemeenten moeten duurzame energie collectief kunnen inkopen.
  • Een  Masterplan isolatie en woningverbetering. Tot 2030 moeten 1,5 miljoen huur- en koopwoningen geïsoleerd worden, met ondersteuning van een warmtefonds zoals ontworpen door Milieudefensie, maar dan zonder leningen; vocht- en schimmelwoningen voorop.
  • Aanpak van de energiearmoede. Daartoe een huurbevriezing van woninglabels G,F,E en later D en C). Er moet een garantieregeling tegen faillissementen bij energiemaatschappijen komen. Verder een colportageverbod met energieaanbiedingen.
  • De verhuurdersheffing wordt afgeschaft, waarna de woningbouwverenigingen aan deze activiteiten deelnemen.
  • Het betalen van de ODE (Opslag Duurzame Energie) wordt herverdeeld naar 50% zware industrie en 50% voor huishoudens en MKB. Nu is dat 15-85 .
  • De steun aan fossiele brandstoffen wordt verminderd
  • Er komt een miljard uit het Nationaal Investeringsfonds
  • Om dit alles vorm te geven wordt een Klimaatrechtvaardigheidsfonds opgericht. De jaarlijkse begroting ziet er daarvan als volgt uit:
De Rijksbegroting wordt hierdoor lichter (in mio €) :
530 a 640 +1000 +1500 + 30 a 80 = 3060 a 3220 .

Wat ik ervan vind:

  1. Het Zon voor iedereen-voorstel sec is prima.
    Je kunt over details praten, zoals of een subsidie op woninggebonden opslagsystemen niet beter werkt dan voortzetting van de salderingsregeling, of gradaties daarvan.

  2. In de overwegingen rondom het voorstel maakt de SP keuzes die, mijns inziens, onjuist zijn en schadelijk kunnen werken.

  3. Zo laat de SP consequent het totaalplaatje van het Nederlandse energiebudget buiten  beschouwing en presenteert het Zon op dak-plan als een grotere oplossing dan het werkelijk is.
    Het Nederlandse energiebudget was in 2019 3014 PJ (omgerekend 837 TWh), waarvan 121 TWh in de vorm van elektriciteit.
    De range van 19 tot 35TWh moet hiertegen worden afgezet en is dan helemaal niet zo groot. Er is niet “zoveel dat gemakkelijk gedaan kan worden” zoals Lilian Marijnissen in haar artikel in De Telegraaf van 09 juli 2021 zei. Dat valt heel erg tegen. (Overigens haalde ze daar energie en elektriciteit door elkaar, een veel gemaakte fout. Het Zon op dak – voorstel doet dat niet).
  4. De provincies en de gemeenten zijn momenteel gebonden aan de Regionale Energie Strategieën (RES). De complete voorbereiding moet in 2025 t/m de vergunningverlening af zijn. Dit is een afspraak uit het Klimaatakkoord.
    De RES moet onder andere 35 TWh aan wind en grootschalige zon opbrengen (grootschalig is > 15 kWpiek , dat is in gunstige omstandigheden ergens rond de 70m2 ). Kleinschalige zon op dak (dat is wat de SP voorstelt, tenzij er op een of andere manier een collectieve organisatie aan gehangen wordt – een potentieel idee) telt voor de RES niet mee. Buiten de RES om wordt kleinschalige zon in het Klimaatakkoord al ingeboekt op 7 TWh.
    Gegeven de uitkomsten van CE Delft ga je met alleen zon op dak niet aan de eisen van de RES voldoen.
    Daarmee worden Statenfracties en gemeenteraadsfracties van de SP in een positie gedwongen dat ze tegen de RES, dus tegen het Klimaatakkoord, moeten ageren. Dat lijkt me erg navrant als de SP tegelijk klaagt dat er zo weinig duurzame energie in Nederland is. Het is vragen om problemen.
  5. Huishoudens vragen om meer energie dan alleen maar hun stroom. Ze gebruiken ook gas (ca 4* zoveel als stroom). En ze rijden auto, ze consumeren goederen waar energie in zit.
    Het SP-verhaal focust op één klein deel van het huishoudverbruik en blaast dat te ver op.
  6. Wat cijfers ter vergelijking:
    – De NS verbruikt 1,2 TWh , 100% groene stroom per jaar (windturbines)
    – De Nederlandse gezondheidszorg is goed voor ca 7% van de Nederlandse CO2 – uitstoot. Doe ook eens even ruwweg 7% van het energieverbruik, dus ruwweg 50 TWh, voor meer dan de helft in medische apparatuur, medicijnen en verdovingsgassen ( http://www.huisvandetoekomst.org/2021/01/buurt-op-menskracht-het-ziekenhuis.html ). Moeten de ziekenhuizen die 50 TWh op hun dak vinden?
    – De TU/e wekte in 2019 0,0007 TWh zelf aan groene stroom op en kocht 0,035 TWh aan windenergie in. Die MJA-inrichting is inmiddels voor elektriciteit nul.
    Hun huidige aardgasgebruik, via een warmtepomp met COP=4, vertaald naar stroom, vraagt nog eens 0,045 TWh. Dat moet nog vergroend worden.
    Heb je één universiteit.
    – Defensie in 2009 ongeveer 0,4 TWh stroom en (via een warmtepomp met COP=4) 0,2 TWh stroom warmte. Den Helder alleen is goed voor 0.1 TWh. Komt er nog eens bij de stroom om de brandstoffen synthetisch te maken, omt ergens boven de 1 TWh.
    Hoe stelt de SP zich voor om allerlei andere maatschappelijke taken aan hun stroom te helpen, als dat alleen maar met zon op daken mag?
  7. De SP schildert de industrie af als een soort black box, bevolkt met duivels die er alleen maar op uit zijn de energietransitie te frustreren. Het is hun schuld en daarmee is alles gezegd wat gezegd moet worden.
    Voor welk verhaal je dus niets koopt. “De industrie” kent een grote verscheidenheid, waaronder ook ondernemingen voor wie dit beeld opgaat. Het zou veel zinvoller zijn om dieper op de wetmatigheden van de industrie in te gaan, enerzijds op zaken als het ETS en de MJA en de milieuwetten, anderzijds op bijvoorbeeld vergroenende grote investeerders, weer anderzijds op de processen.
    Want wat eventueel duivels ook voor intentie hebben, veel processen zijn gebonden aan natuurkunde en scheikunde. Om zink te reduceren moet je nu eenmaal twee elektronen per zinkatoom hebben, en de politiek kan op zijn kop gaan staan, maar dat verandert niet. Ook Marx indertijd wist al dat de politieke theorie de wetenschap moest volgen en niet moest leiden.
    De zinkfabriek in Budel (foto in aanhef, goed voor 1,2 TWh) haalt sinds januari 2021 al zijn elektronen uit groene bron (zie https://www.bjmgerard.nl/?p=15505 ).
  8. Ongetwijfeld zal het rendement en de geplaatste oppervlakte van zonnepanelen stijgen. Maar de totale Nederlandse vraag naar elektriciteit zal ook drastisch stijgen als we een waterstofeconomie krijgen, als het zwaar autotransport en scheep- en luchtvaart op synthetische brandstof gaan rijden, als ruimteverwarming elektrisch wordt (ook huizen), als de industrie gaat elektrificeren, als alle personenverkeer gaat elektrificeren, enz. De stroomvraag kan in 2050 vlot een paar maal zo hoog worden als de 121 TWh van nu, zelfs als de totale hoeveelheid energie sterk zou dalen t.o.v. de 837 TWh nu.
    Zelfs met de 200 TWh van TKI Urban Energy zon op alles (waarvan genoemde 65 TWh een deel is) , haal je dat nog niet. Zeker niet als de SP zich ook nog eens zou gaan uitspreken tegen zonneparken op de grond.
    Het is onverantwoord om allerlei vormen van energieopwekking af te schrijven, ten gunste van één vorm die politiek goed uitkomt.
  9. Ik ben het met de SP eens dat energie publiek moet zijn.
    Ik heb zelf in regen en kou tegen de verkoop van Essent staan demonstreren en de SP was ook tegen de verkoop van Eneco. Terecht. Maar ondertussen is het wel gebeurd.
    De SP wil nu langs de kleinschalige route zeggenschap terug verwerven en verwijst naar o.a. Duitsland, waar dit meer traditie is.
    Kijk je dan bij het paradepaardje Hamburg Energie ( http://www.hamburgenergie.de ), ziet goed uit, dan zie je een groeiende publieke onderneming, met 150.000 klanten (Hamburg heeft 946.000 woningen) de tweede van Hamburg, die ruim 20 windturbines heeft staan en daar heel blij mee is, ruim 12 MWpiek zon, en nog veel meer. Waarom kiest de SP Hamburg als politiek voorbeeld (zie de literatuur bij het Zon op land-plan), als de SP het Hamburgs doen en laten, waaronder hun investeringsbeleid, niet ook als voorbeeld neemt?
  10. De Nederlandse publieke energieproductiesector bestaat momenteel uit de energiecoöperaties, die volgens Hier Opgewekt (hun blad) samen ongeveer goed zijn voor 1/1000ste deel van het Nederlandse energiebudget (een paar PJ op 3000 PJ). Men kan wel stoer verklaren dat dit de norm moet worden, maar ik zie dat toch niet helemaal.
    En vervolgens wil de SP investeringen verbieden aan coöperatieve publieke instellingen die ze zelf als voorbeeld presenteert? Ik haat dit soort romantische kleinschaligheid rondom de dorpsmolen, die gebrek aan resultaat tot doel maakt.
    Sinds haar artikeltje in De Telegraaf hoeft Lilian Marijnissen haar gezicht overigens niet meer bij de Nederlandse coöperatieve sector meer te laten zien.
  11. Je kunt overigens windturbines verantwoord installeren, als je aan de juiste voorwaarden houdt.

Afsluitend.
Het wordt tijd dat de SP serieus over een macroverhaal op energiegebied gaat nadenken, en dat zal niet alleen maar leuk worden.
Er gebeurt van alles in Nederland. Er loopt een discussie over energiescenario’s (waarvan twee op basis van energie-autarkie en twee niet), zie https://www.bjmgerard.nl/?p=15387 . Er loopt een discussie over de vele tegenstrijdige eisen aan het ruimtegebruik in Nederland (zie https://www.bjmgerard.nl/?p=15349 ).

Voor een opgeworpen, maar niet uitgevoerd, idee voor een eiegen energiebedrijf in Vught, Sint Michielsgestel en Boxtel zie Een eigen energiebedrijf in De Meierij?

De SP moet het klimaat tot prioriteit maken en dat kan alleen  meer met een compleet verhaal.

CO2 -prijs onder het EU ETS schiet door de €50 per ton (update 6 juli)

Nederlandse CO2 – heffing momenteel ineffectief

Hoe werkt het systeem?
Het Emission Trade System is het belangrijkste mechanisme waarover de EU beschikt om de uitstoot van broeikasgassen door de industrie te verminderen.

Het systeem heeft enkele kenmerken:

Werking van het ETS
  • De ton CO2 is de eenheid
  • Aan het totaal aantal ton CO2 dat jaarlijks in de EU (+ Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein) is een maximum gesteld. Dit resulteert in evenzovele rechten.
  • Sinds 2013 tellen ook een deel van het N2O (lachgas) en PFK’s (perfluorkoolstoffen) uit de aluminiumproductie mee als broeikasgas. Die worden op de gebruikelijke manier tot CO2 omgerekend.
  • Deze ‘cap’ stabiliseerde eerst de uitstoot op die van 1990, maar daalt vanaf 2013 met 1,7% en vanaf 2020 met 2,2% per jaar en binnenkort (na juni 2021) mogelijk nog sneller
  • Bedrijven moeten over rechten beschikken als ze CO2 uitstoten
  • Het gaat om bedrijfscategorieën (zie hieronder)
  • Sinds 2013 moeten ze die kopen op een veiling waarvan de opbrengst naar de nationale schatkist gaat. Het aandeel kopen versus gratis loopt op 48% versus 47% in 2020 (de resterende 5% is voor nieuwkomers en innovatie.
  • Ten dele krijgen ze die voor niets.
    IN de testfase van het systeem (2005 t/m 2008) kregen alle onderneming alles, wat de op dat moment uitstootten, gratis.
    Ook ondernemingen waarvan men (al dan niet terecht en na het nodige gelobby) bang was dat ze anders hun werk buiten de EU zouden gaan uitvoeren (carbon leakage), kregen veel rechten gratis (bijvoorbeeld Tata Steel). Vanaf 2020 is dit de enige reden om nog gratis rechten uit te keren. Energiebedrijven krijgen bijvoorbeeld sinds 2020  geen gratis rechten meer.
    Tot 2013 keerden de nationale overheden de gratis rechten uit, na 2013 deed de Europese Commissie dat.
  • Koolstofrechten die niet nodig zijn voor de eigen uitstoot mogen worden verhandeld (‘Trade’). Wie te weinig koolstofrechten heeft, moet bijkopen. Dit werkt in zekere zin als een soort bonus-malus systeem. De transacties vinden plaats op de Duitse EEX.
  • In Europa vallen 11000 bedrijven onder het ETS, die samen goed zijn voor 45% van de Europese broeikasgasuitstoot
  • Sinds 2012 valt ook de luchtvaart onder het ETS, voor vluchten waarvan start en landing binnen de EU28 liggen.

Bedrijfscategorieën waarvoor het ETS geldt:

Het ETS heeft voor- en nadelen ten opzichte van andere manieren om koolstof te belasten.

  • Een voordeel is dat de emissies met zekerheid dalen, omdat het systeem dat voorschrijft. Bij  een ‘gewone’ koolstofbelasting is die zekerheid er niet.
  • Een voordeel is dat de CO2 – besparing naar de plek schuift waar die het goedkoopste is.
  • Voordeel is dat een juiste uitvoering van het ETS bewustwording en innovatie in de hand werkt
  • Een nadeel is dat het ETS als een Brussels compromis ontstaan is en dus onder invloed van industriële lobby’s (die er overigens ook geweest zouden zijn bij een nationaal versie van het ETS). Daardoor heeft het systeem de kleur aangenomen van de grote bedrijven die bestonden ten tijde van invoering.
  • Een nadelig gevolg daarvan is dat er in het begin teveel gratis rechten verstrekt zijn. Na de testfase stortte de prijs van een recht in van ca 30€/ton tot onder de €5 per ton (zie afbeelding hieronder). Dat heeft heel land alle goede bedoelingen gefrustreerd.
    De economische crisis van 2008-2009 versterkte dat effect.
    Vervolgens ontstond er een levendig gesjacher, waarbij grote vervuilende bedrijven aan het systeem verdienden in plaats van betaalden. Zie https://ce.nl/publicaties/calculation-of-additional-profits-of-sectors-and-firms-from-the-eu-ets-2008-2015/ . Dit droeg niet bij aan de populariteit va het systeem bij de bevolking.
    In 2013 waren er meer gratis rechten dan nodig was voor de totale uitstoot in dat jaar.  
  • Het is een traag systeem. De lange adem moet zijn werk doen.

Voor meer uitleg zie www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/wat-is-emissiehandel/vraag-en-antwoord/hoe-zit-het-europese-emissiehandelssysteem-in-elkaar en https://ec.europa.eu/clima/policies/ets_nl .
Voor een eerder verhaal op deze site zie Europese CO2 – heffing aangescherpt, ook voor de luchtvaart .

Update dd 06 juli 2021
Het Financieel Dagblad had enkele goede artikelen op basis van gelekte hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie.
Een absolute noviteit in de wereld is een heffing aan de grenzen van de EU op importgoederen, die op basis van de veel lagere mondiale koolstofprijs vervaardigd zijn (en dus ernstig concurrentievoordeel hebben). Dat zou moeten gaan gelden voor de sectoren cement, staal, aluminium, kunstmest en elektriciteit.
Tot nu toe genieten sommige van deze bedrijven voordeel in de vorm van gratis rechten. Men is bang dat ze anders de benen nemen naar buiten de EU. Het instellen van de grensheffing zou dan de gratis rechten overbodig maken. Daarom hebben de energievretende bedrijven er altijd zelf voor gelobbied.
Toch schreeuwen de staal- en vooral de aluminiumsector, nu het puntje bij het paaltje komt, moord en brand. Ze eten blijkbaar liever van twee walletjes. De cementindustrie schreeuwt wat minder hard (die verkast dan ook niet zo gemakkelijk).
Het moderne Zweedse ijzerertsconcern LKAB, dat een schoner productieproces heeft (met waterstof als reductor), wil juist de grensheffing wel en vindt dat de EC niet snel genoeg gaat. ( www.lkab.com/en/ )

Met waterstof (ipv cokes) gereduceerd sponsijzer van LKAB ( www.lkab.com/en/news-room/press-releases/hybrit-ssab-lkab-and-vattenfall-first-in-the-world-with-hydrogen-reduced-sponge-iron/?aid=16447 )

Verder zal de daling van de ‘cap’ sneller gaan.

Het is de bedoeling dat ook weg- en zeetransport en gebouwen aan het ETS gaan betalen (de luchtvaart betaalt al, zij het nog lang niet alles). Maar dat wordt een technisch en politiek moeilijk verhaal. Mogelijk is daar een aparte prijsvorming voor nodig.

Deze gelekte ontwikkelingen staan in een officieel mega-plan, dat op 14 juli 2021 gepubliceerd wordt. Ik schrijf er daarom liever dan verder over.

Koolstofprijs onder het ETS door de jaren heen (Sandbag)

In 2013 is het ETS hervormd, o.a. door ingrepen die blijvend of tijdelijk rechten uit de markt namen (bijna de helft ging in de ijskast). Dit samen met de permanent dalende cap (sinds 2013 -2,2%/jaar) dreef de prijs vanaf 2016 geleidelijk aan weer omhoog. Daarna ging het steeds sneller, tot op 5 mei 2021 het bericht in de NRC stond dat de prijs voor het eerst door de €50/ton-grens gegaan was – wat velen niet voor mogelijk hadden gehouden.

Men zag meteen een effect, bijvoorbeeld dat de opslag van CO2 in de zeebodem ineens weer op de agenda stond (op welke trend ik hier nu niet in ga).
Sandbag gaf onderstaand verloop van de prijs .

Op 2 juli stond de prijs op ruim €57 en eind december 2021 rond de €80/ton CO2).

Nieuwe ontwikkelingen zijn te verwachten, maar op het moment dat dit geschreven wordt, wordt daarover nog gespeculeerd.
De ambities van de EU zijn aangescherpt, dus te verwachten is dat de mechanismen dat ook worden en dat de prijs verder omhoog gaat.

Tegelijk ligt de CO2 – prijs buiten de EU onder de €2/ton.
Het Financieel Dagblad van 04 juli 2021 wijdde een artikel aan dit mondiale carbon credits-systeem, dat op dat moment op €3 tot €5 stond. Dat systeem is ingesteld in het Kyotoverdrag en kent, mede omdat niet alle landen uiteindelij kmeedoen, ook een groot overschot aan rechten. Zie https://fd.nl/ondernemen/1390462/greenwashing-bedrijven-dreigt-door-lage-prijs-co-compensatie?utm_medium=email&utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief&utm_content=1352426_46079_20210705&utm_term=B .

Het verschil beïnvloedt de concurrentieverhoudingen en daarom wordt er gespeculeerd op een tariefmuur rond Europa ter hoogte van dit prijsverschil. Het worden interessante tijden (zie de update van 06 juli).

De Nederlandse CO2 – heffing
In de discussies over het Klimaatakkoord was een heftig omstreden onderwerp in hoeverre de industrie moest meebetalen aan de klimaatdoelen. Het kabinet wou er niet aan en daarom tekenden Milieudefensie, Greenpeace, Natuur&Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, de Jonge Klimaatbeweging, FNV en MVO niet.
De grote klimaatdemonstratie in maart 2019 zette alsnog de discussie in gang en vernietigende rapporten van PBL en CPB droegen daar eveneens aan bij. Bij Prinsjesdag 2019 kwam het kabinet alsnog met een beperkte CO2 – heffing voor de industrie op de proppen. Milieudefensie, Greenpeace en de Jonge Klimaatbeweging hebben nog steeds niet getekend.

De heffing is inderdaad nogal mild.
De heffing gaat alleen over bedrijven die al onder het ETS vallen, en daarnaast over afvalverbranders en enkele specifieke processen waarbij lachgas vrijkomt. Men wilde dat de Nederlandse regeling zoveel mogelijk op het ETS leek.

Het tarief ziet er als volgt uit ( https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/co2-heffing-voorlichting ):

Bij bedrijven die al onder het ETS vallen moeten deze getallen gezien worden als een bodem van ETS en Nederlandse heffing samen.
Als het ETS in 2022 €30 zou zijn geweest, zou de Nederlandse heffing bedragen hebben €40,21 – 30, zodat de som van beide €40,21 is. Als het ETS boven de Nederlandse heffing zit, telt het ETS.
Voor afvalverbranders en lachgasproducenten die niet onder het ETS vallen, telt de volledige Nederlandse heffing.
Net als bij het ETS kent ook de Nederlandse heffing een dalende vrijstelling en handelmogelijkheden.

Vanwege Corona hebben de bedrijven uitstel van betaling gekregen, maar dat maakt dus in praktijk nauwelijks uit.

De regering verwacht dat de kans driekwart is dat de industrie in 2030 een emissiereductie van 14,3 Mton CO2,eq haalt.

Nu het ETS al in 2021 boven de €50 zit (en waarschijnlijk verder stijgt), bestaat er dus de eerste paar jaar in feite alleen voor de afvalverbranders en de lachgasproducenten een nieuwe koolstofheffing.
Inderdaad erg mild. Laten we het op Corona houden.

ETS-bedrijven in Nederland, Brabant en het MRE-gebied
De volledige lijst met inrichtingen die onder het ETS vallen, is te vinden via www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/deelnemers-ets . Daar staat nu een lijst dd januari 2015.

Ik heb er voor mijn site (die focust op Brabant) de Brabantse inrichtingen uit gezeefd. Die is te vinden –>

De lijst in het MRE-gebied (Zuidoost Brabant) is:

  • Bavaria N.V. NL-200400297 Provincie Noord-Brabant LIESHOUT
  • Brabantse Asfaltcentrale (BAC) NL-201000120 Provincie Noord-Brabant HELMOND
  • DAF Trucks N.V. NL-200500022 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN
  • KWS Infra B.V. Asfaltcentrale Eindhoven NL-200800077 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN
  • Nyrstar Budel B.V. NL-200500008 Provincie Noord-Brabant Productie of bewerking van non-ferrometalen BUDEL-DORPLEIN
  • Rendac Son B.V. NL-200400181 Provincie Noord-Brabant SON
  • Vlisco Netherlands B.V. NL-200400232 Provincie Noord-Brabant HELMOND
  • WKC Eindhoven NL-200400054 Provincie Noord-Brabant EINDHOVEN (de stadsverwarming op Strijp S)
  • WKC Helmond 1 & 2 NL-200400056 Provincie Noord-Brabant HELMOND (de stadsverwarming)

Deze bedrijven staan allemaal op de lijst vanwege een verbrandingsinstallatie, behalve Nyrstar (in de volksmond de zinkfabriek in Budel).
Zie ook Trafigura en de zinkfabriek – formeel geen probleem, maar het voelt niet lekker .

Nyrstar_foto bgerard

Nyrstar is overigens goed voor 1,2TWh (4,3PJ), ca 1% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik . Van die stroom gaat 85% op aan het elektrolyseproces en dat is al geheel geoptimaliseerd (www.ed.nl/economie/symposium-bij-nyrstar-in-budel-bij-metaal-is-veel-energie-te-besparen~a4489ec5/ ).
Het reusachtige zonnepark op de jarosietvelden voorziet maar voor 0,16PJ  in die 4,3PJ (dat staat trouwens fout op de site van Solarcentury/Statkraft – beetje dom. MWh moet GWh zijn.). Nyrstar zegt energieneutraal te zijn, maar haalt dus het merendeel van zijn duurzame energie elders. Zie https://middenlimburgactueel.nl/2021/02/11/nyrstar-budel-produceert-zink-op-bijna-volledig-groene-energie/  en www.nemokennislink.nl/publicaties/zuiver-zink/ .

Zuiver zink maken vreet stroom. Maar dat zuivere zink bespaart elders energie. Verzinkt staal roest 12 keer zo langzaam als onbeschermd staal. En het zit in batterijen en medicijnen.
De industrie verduurzamen is een gecompliceerd verhaal.

Milieudefensie organiseert “Van vervuiler naar formatie”.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021

OP donderdag 10 juni heeft Milieudefensie een actie georganiseerd, gericht op de kabinetsformatie (althans, de pogingen daartoe), om “het klimaat op 1 te zetten”. Daartoe moet de nieuwe regering er voor zorgen dat:

  • Nederland stoot in 2030 65% minder CO2 uit – en dat kan ook!
  • Nederland voert een eerlijke CO2-heffing in, zodat de vervuiler betaalt
  • Nederland maakt duurzame oplossingen bereikbaar voor iedereen

De actie had drie hoofdonderdelen (zie https://milieudefensie.nl/klimaatop1 ):

  • een paginagrote advertentie in enkele landelijke kranten, waarvoor ruim 3000 crowdfunders ruim 90 mille bijeen hadden gebracht;
  • een fietstocht naar Den Haag om daar te manifesteren met uitzicht op de formatie (meestal niet in één dag, overnachting geregeld);
  • een “banner drop” bij 10 bedrijven in Nederland . Dat is Greenpeace-Engels voor het ergens aan bevestigen van een spandoek.
De landelijke advertentie

De banner drop vond plaats bij één bedrijf in bijna elke provincie

  • Friesland Campina in Utrecht en Friesland
  • Vion in Noord-Brabant
  • De NAM in Drenthe
  • Yara Sluiskil in Zeeland
  • Shell in Zuid-Holland
  • Tata Steel in Noord Holland
  • Chemelot in Limburg
  • Lelystad Airport in Flevoland
  • Nobian in Overijssel
  • RWE in Groningen

Zie https://milieudefensie.nl/actueel/van-vervuiler-naar-formatie-zet-het-klimaat-op-1 .

De hier getoonde beelden zijn van de banner drop, om 06.30 uur, bij Vion in Boxtel. Daar was Milieudefensie Eindhoven bij betrokken.
Vion is veruit de grootste varkensslachterij van Nederland – er sterven 18000 varkens per dag. De fabriek heeft uiteraard zelf ook een klimaateffect, maar de meeste broeikasgassen komen vrij in de gehele veeteeltketen.

Banner drop Vion Boxtel 10 juni 2021_foto Willemieke Arts

BMF beoordeelt ingediende RES-plannen

Tijdslijn van de landelijke RES-operatie

De nationale link van het nationaal Programma RES is te vinden op www.regionale-energiestrategie.nl/home/default.aspx .

Criteria, wie ze definieert, en hoe
De Brabantse Milieu Federatie (BMF) heeft de ingediende RES-plannen (Regionale Energie Strategie) van de vier Brabantse RES-regio’s bestudeerd en beoordeeld. Dat doet ze op basis van een gemeenschappelijke visie van de BMF, Natuurmonumenten en Brabants Landschap, en ook op basis van een consultatie van ruim 100 Brabanders tijdens verschillende bijeenkomsten. De visie heet Energieopgaven en het Brabantse landschap en bevat zeven paragrafen. Deze visie is hieronder als bijlage toegevoegd.

Om de RES-plannen scoorbaar te maken, zijn de paragrafen onderverdeeld in 3*4 kleinere brokken:

  1. Energieopgave
    a)   Ambitie elektriciteit
    b)   Ambitie warmte
    c)   Besparing
    d)   Zon op verharding
  2. Zorgvuldig ruimtegebruik
    e)   Zonneladder
    f)   Windladder
    g)   Natuurpanorama’s
    h)   Concentratiegebieden
  3. Maatschappelijk draagvlak
    i)    Lokaal eigendom
    j)    Procesparticipatie
    k)   Maatschappelijke kosten en baten
    l)    Borging in beleid

Het geheel resulteert uiteindelijk in een ‘stoplicht-beoordeling’ per brokje, en die samen in een rapportcijfer.
In het hierna volgende neem ik per RES-gebied de infographic over. Bij mij is die statisch, maar in de bijgevoegde link staat de dynamische versie.
De infographic bevat ook de goede en slechte punten van het RES-plan in kwestie.

Verder per infographic een link naar een artikel van mijzelf op deze site over de betreffende RES. Mijn artikelen zijn geschreven op basis van de (toen juist aangeleverde) concept-RESsen 1.0.

Van de RES-regio West-Brabant, Hart van Brabant, en Noordoost-Brabant is de versie 1.0 inmiddels aangeleverd. De zelfbenoemde slimste regio van Nederland, het MRE-gebied, is nog niet verder dan een tweede concept van de RES 1.0. Daar hebben ze tot 1 juli 2021 de tijd voor, wat lastig is omdat de inspraak voor de bijbehorende PlanMER loopt t/m 10 juni.

Mijn mening
Ik ben lid van de BMF en Natuurmonumenten, ik waardeer over het algemeen de mening van de BMF en in mindere mate die  van Natuurmonumenten. De meningen van Het Brabants Landschap ken ik niet goed genoeg.
Ik vind bovenstaande systematiek alleszins verantwoord opgezet.
Desalniettemin zijn genoemde natuurorganisaties belangenbehartigers in een complex krachtenveld waarin hun opinies, in mijn optiek, zwaar maar niet oneindig zwaar wegen. De som van alle inspanningen moet er wel toe leiden dat Nederland over 50 jaar niet voor een groot deel onder water staat, want dat is ook niet best voor de natuur (althans, voor de boven water-natuur).
En uiteraard zijn er ook economische en politieke en maatschappelijke belangen.

In elk geval moet, naar mijn mening, de lopende RES-operatie in 2030 geheel afgerond zijn met op zijn minst (pakweg) een zeven voor de BMF-beoordeling.

De infographics

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/infographic-res-1-0-west-brabant-krijgt-rapportcijfer-7-met-kanttekening/

De kanttekening is: “Door in de RES 1.0 sterk in te zetten op zon-op-dak en vooral bestaande windparken te vernieuwen en uit te breiden blijft de impact op natuur en landschap beperkt. Onze kanttekening betreft met name de ontwikkeling van windlocaties in de zuidelijke gebieden ná 2030. Wat ons betreft zijn andere locaties voor windturbines in West-Brabant logischer en meer geschikt.”

www.bjmgerard.nl/?p=12919

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/reks-1-0-hart-van-brabant-krijgt-ruim-voldoende/

www.bjmgerard.nl/?p=12285

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/infographic-res-noordoost-brabant-haalt-doelen-niet/

(Deze regio is er niet in geslaagd om regionale bindende afspraken te maken voor de energietransitie)

www.bjmgerard.nl/?p=12493

Bijbehorende link is www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/huiswerk-voor-res-1-0-van-metropoolregio-eindhoven/

Commentaar: Voor een deel wordt de onvoldoende bepaald doordat er nog veel onduidelijk is en nader uitgewerkt moet worden. Zo is de verdeling van de totale opgave van 2 TWh naar zon-op-dak, zon-op-land, en wind-op-land nog niet gemaakt. Ook is de verdeling naar gemeenten nog onbekend. De reden ligt deels in het volgen van een plan milieueffectrapportage (plan m.e.r.) procedure, waarvan de uitkomsten de komende maanden worden meegenomen in de definitieve RES 1.0.

www.bjmgerard.nl/?p=13055