Onveiligheid door extreme regen

Inleiding
De klimaatopwarming leidt tot steeds extremer weer, onder andere tot steeds vaker steeds extremere regenval. Het in pre-klimaatjaren zorgvuldig opgebouwde watersysteem kan die extreme stortvloeden niet meer aan. Dat kan lokaal of regionaal tot calamiteiten leiden.
De schok van de Eifel/Ardennenramp, met zijn taferelen uit Valkenburg, in 2021 (ruim 220 doden, vele miljarden schade) heeft het onderzoek verder versneld.

Tot nu toe leverde dat vooral natuurwetenschappelijke informatie op, zoals waterdieptes en verblijfstijden op straat. Zie https://www.bjmgerard.nl/water-op-straat-bij-hevige-regen-hoe-diep-en-hoe-lang/ . De onderzoeksopdracht is daarmee niet af, want uiteraard is iedereen geïnteresseerd in de maatschappelijke gevolgen.

De Onderzoeksraad  Voor Veiligheid (OVV)

 De OVV heeft de behoefte aan inzicht in de maatschappelijke gevolgen opgepikt – vanuit zijn core business ‘veiligheid’. Vertrekkend vanuit de natuurwetenschappelijke inzichten, heeft de OVV in januari 2026 een studie uitgebracht ‘Onveiligheid door extreme regen’. Die is te  vinden op https://onderzoeksraad.nl/onderzoek/veiligheidsrisicos-rond-wateroverlast/ .   

Voor de OVV is ‘veiligheid’ een ruim begrip. In de context van wateroverlast  valt er niet alleen direct levensgevaar onder, maar bijvoorbeeld ook zaken als gezondheidsschade, uitvallende maatschappelijke voorzieningen, maatschappelijke ontwrichting, of stress vanwege financiële rampspoed, met name bij arme mensen. De OVV noemt in dit verband rechtvaardigheidsoverwegingen.

Een rapport op basis van drie voorbeeld-thema’s
De OVV heeft zijn rapport gebaseerd op drie case studies:

  • De vijf uur durende uitval van een stroomverdeelstation in Nijverdal
  • De urenlange sluiting van de SpoedEisende Hulp (SEH) in Doetinchem
  • Het overstromen, en onbewoonbaar worden, van woningen in Enschede.

In alle gevallen wordt er beschreven wat er precies gebeurd is, waarom het heeft kunnen gebeuren, of er iets aan gedaan kan worden (beleid). Waar dat zin heeft, wordt het specifieke voorbeeld veralgemeniseerd.

Nijverdal
In een stroomverdeelstation eindigen hoogspanningskabels op op het maaiveld geplaatste  transformaatoren, waarachter dikke kabels middenspanning voeren. Die gaan naar een verdeelsysteem dat levert aan de trafohuisjes in het omringende gebied (en die maken er weer 230V van).

Ligging in het dal van de Regge                                                     10.000V…

Het stroomverdeelstation van Nijverdal ligt in het dal van de Regge. Het maaiveld van het station ligt niet veel hoger dan het Reggewater. Dat is niet ideaal, maar, zo vertelde Enexis aan de OVV, niemand wil zo’n station vlak bij zijn huis en zodoende worden wij vaak naar niet-ideale locaties verbannen – een typisch leermoment.
Nijverdal hoort tot een groep verouderde inrichtingen, waarbij het verdeelsysteem in een kelder ondergebracht is. Dat ging tot dan toe altijd goed, en daarom werd de groep kelderopstellingen als groep beoordeeld, en werden de afzonderlijke leden van de groep niet individueel geanalyseerd vanwege de specifieke omgeving (leermoment). En dat had eenvoudig  gekund, want de grondwaterstanden zijn gewoon openbaar beschikbaar. Maar Enexis had er nooit aan gedacht om ze op te vragen, en het waterschap en de gemeente Hellendoorn hadden er ook nooit aan gedacht om ze proactief aan te bieden (leermoment).
Maar het had heel lang heel hard geregend, de Regge stond hoog en het grondwater ook, en op 36 december 2023 liep dat grondwater langs zoiets als een lekke mof de kelder in waar (leermoment) contactpunten niet geïsoleerd waren.  Gaf een interessante kortsluiting.
Nu had Enexis in twee opzichten geluk, waardoor de stroomstoring niet tot maatschappelijke ontwrichting leidde: het gebeurde midden in de nacht, iedereen sliep, en de reserve-inrichting in de kelder lag door stom toeval een paar cm hoger en was net niet door het water geraakt. Dat maakte snel herstel mogelijk en toen veel mensen wakker werden, was het probleem inmiddels opgelost.
De technische opwaardering van dit soort verdeelstations stond al eerder op de rol en wordt nu planmatig uitgevoerd.

De SpoedEisende Hulp (SEH) van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem
Het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem ligt laag (tussen twee heuvels), en de SEH ligt lager dan laag, en is maar via één weg bereikbaar. Wateroverlast is hier niet onbekend en mede vanwege de leeftijd van het ziekenhuis (1965) waren er al nieuwbouwplannen elders, die inmiddels uitgevoerd worden.

Maar de 60 a 70mm in twee uur op zondagmiddag 21 juli 2024 waren van een niet eerder vertoonde orde. Het met rioolwater verontreinigde regenwater spoelde de ingang binnen, en uit de toiletten omhoog, en de toegangsweg was een rivier geworden. Je kunt dan moeilijk een ziekenhuis runnen. De SEH bleef zeven uur dicht.

Tegelijk was vlakbij de Zwarte Cross, een bekend cultureel massa-evenement, en was er (ook vanwege de regen) het dak van een speelpaleis ingestort (welk gebouw op tijd geëvacueerd was, maar ondertussen legde het wel beslag op de commandant van de brandweer).

De OVV benadrukt terecht dat een heftige gebeurtenis afhankelijk van de context een calamiteit kan worden. In dit geval ging er niet veel fout op de Zwarte Cross en was de evacuatie tijdig, zodat er geen onverwachte vraag was naar diensten van de gesloten SEH.

Voor de veralgemeniseringsstap (‘kan dit ook elders in Nederland gebeuren?’) heeft de OVV een publicatie van Investico Onderzoeksjournalisten geraadpleegd ( https://www.platform-investico.nl/onderzoeken/nederland-niet-voorbereid-op-hevige-regen ). Het antwoord is ja. Binnen de focus van deze site (NBrabant en NLimburg) betreft het  de SEH van het Elkerliek in Helmond en het St Jans Gasthuis in Weert, die onbereikbaar worden vanwege ondergelopen  toegangswegen, en het Bravis Ziekenhuis in Roosendaal, dat om dezelfde reden onbereikbaar wordt, en waarvan bovendien de SEH overstroomt.

Pathmos en Stevenfenne in Enschede; rechtvaardigheid bij rampen
Hetzelfde extreme regencomplex als dat wat het Slingeland Ziekenhuis trof, ging op 21 juli 2024 ook boven Enschede te keer.
Het centrum van Enschede ligt op de Twentse Heuvelrug, maar later gebouwde delen op de helling of, tientallen meters lager,  onder aan de bult. Daaronder de wijk Stadsveld en de deel-wijken daarbinnen Pathmos en Stevenfenne. Zie bovenstaande plattegrond, die echter niet de feitelijke situatie weergeeft maar een modelberekening op basis van 70mm/uur regen.
Feitelijk liepen in grote gebieden de straten op 21 juli 2024 meteen onder, en toen de smak water van de heuvelrug aankwam liep het rioolwater bij een deel van de woningen via de straat en de toiletten de huizen in.

Ook hier dat een calamiteit altijd in context ontstaat.  In dit geval dat het rioolwater binnenkwam bij vooroorlogse (oudste 1914), slecht gebouwde woningen. De poreuze bakstenen zogen het rioolwater decimeters hoog de muren in. Daardoor ontstond er schimmel- en bacteriegroei met bijbehorend gevaar (direct of met vertraging) gevaar op infectieziektes. Dit verergerd omdat uit de natte vloerplanken formaldehyde vrijkwam. Er werden 79 huurhuizen geëvacueerd, waarvan 57 voor onbepaalde tijd. Die zijn functioneel onbewoonbaar geworden. Stress van jewelste.

De OVV noemt hier het rechtvaardigheidsbeginsel. De bewoners van de twee getroffen deelwijken behoren tot de armste en laagst opgeleide mensen in Enschede.

In zijn veralgemeniseringsslag is de OVV op zoek gegaan naar vergelijkbaar kwetsbare wijken elders in den lande. Dat is geobjectiveerd met CBS-cijfers. De WOZ-waarde en het bouwjaar modelleren de kwetsbaarheid van de woningen (50%   van de woningen is vooroorlogs), de (sociaal-economische) SES-score de kwetsbaarheid van hun bewoners (onderste 30%). Zo vindt de OVV 47 buurten.
De aardrijkskunde van de omgeving zit er dan nog niet in. Daarom heeft de OVV de 47 buurten op een hoogtekaart van Nederland geprojecteerd. Sommige wijken liggen onder een hoog gebied of laag, nabij een grote rivier.

De geselecteerde wijken (meest in grote of middelgrote steden) zijn goedkoop (WOZ-waarde is 2/3de van gemiddeld dd 2023); versteend; en vooral huur.

Bij stedelijke ontwikkeling wordt vaak de natuurlijke waterafvoer van een gebied verstoord. Hierboven een kaart van de gemeente Enschede die de afwaterende beken vanaf de Twentse heuvelrug toont rond 1900 en rond 2000 .
Op zich kun je een beek soms wel in een riool stoppen, maar je maakt dan keuzes over de dimensionering. Als dat krap gebeurd is, en daarna gaat het vanwege het klimaat explosiever regenen, is er een probleem.
In mijn woonplaats Eindhoven is informatie over verdwenen beken te vinden op https://www.waterineindhoven.nl/ .

Beleid
De case studies bieden een goed zicht op wat de risicofactoren zijn, maar het zijn voorbeelden, geen bewijzen. Voor een beter beeld is de OVV, bijvoorbeeld via gesprekken met deskundigen, ook buiten de studies om de diepte ingegaan.

Eigenlijk alle deskundigen zeggen dat er met adaptatiebeleid een hoop te winnen valt, ook al verschillen ze van mening over hoeveel precies.

De OVV is in elk geval niet tevreden over hoe de overheid met de problematiek omgaat:

  • Het beleid is onvoldoende specifiek op veiligheid gericht. Voor zover er beleid is, gaat dat vooral over overlast en schade
  • Het beleid is te vrijblijvend.
    Er zijn bijvoorbeeld wel bouwrichtlijnen en stresstesten, maar die verplichten tot niets. Er is veel te weinig centrale sturing. Daardoor rommelt iedereen op lagere niveau’s maar wat aan en blijven maatregelen steken in kleinschaligheid en pilots. (Wat je ziet is dat Nederland al een paar jaar nauwelijks bestuurd is geweest (dat zeg ik, dat zegt niet de OVV).
    Het goede ‘water en bodem leidend-beginsel’ is door de ministers Madlener en Keijzer afgezwakt tot ‘Rekening houden met water en bodem’.
  • De samenhang van risicofactoren met hun maatschappelijke context (bijvoorbeeld kwaliteiten van woningen en armoede) blijft te veel buiten beeld. Ook in de tweede ronde stresstesten worden dit soort verbanden niet meegenomen
  • Er wordt te weinig gedaan met vroegwaarschuwing in wat men de ‘lauwe fase’ noemt. Zo mag het KNMI alleen maar vroege waarschuwingen uitbrengen aan overheidsorganen. Dat zou anders marktverstorend werken, omdat er ook commerciële weerberichtorganisaties zijn. Het KNMI had bijvoorbeeld het Slingelandziekenhuis niet mogen waarschuwen.
  • De regering wordt niet onder druk gezet door bange burgers, want er is onder de bevolking nog geen breed gedeeld urgentiegevoel – blijkt uit enquêtes. Men verkeert nog teveel in zalige gemoedsrust over wat een probleem zal gaan worden – misschien niet meer in delen van Enschede. Het oude waterschapsgebed om af en toe een klein watersnoodje gaat ook hier op.

In het laatste hoofdstuk worden deze gebreken op logische wijze omgezet in aanbevelingen, verdeeld over de categorieën;

  • Risicofactoren onvoldoende in beeld
  • Centrale sturing ontbreekt
  • Onvoldoende realisatie van maatregelen
  • Onvoldoende vroegtijdige weerwaarschuwingen

PS: exact op de dag dat ik deze bijdrage op mijn site zette (04 februari 2026), verscheen er in de NRC een groot artikel over precies hetzelfde onderwerp, op basis van hetzelfde OVV-rapport. Daarin o.a. een bijdrage van hoogleraar Marjolijn Haasnoot. Zeker de moeite waard om er bij te pakken.
Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/02/ineens-was-het-delftse-bagijnhof-in-een-put-veranderd-hoe-gaan-wijken-om-met-extreme-regen-a4918972 .

De provincie NBrabant geeft zijn maatregelenpakket weer op https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/voorbereid-hoogwater-extreme-neerslag/ .
Daarin wordt verwezen naar een visual op https://www.brabant.nl/publish/pages/17570/visual-wateroverlast.pdf ,

Water op straat bij hevige regen: hoe diep en hoe lang?

Inleiding
In juli 2021 werd Limburg, en werden aangrenzende delen van België en Duitsland, getroffen door zulke hevige en langdurige regen dat grote gebieden langdurig onder water stonden. In Limburg bleven de effecten van deze ‘waterbom’ beperkt tot heel veel schade en ongemak, en België en Duitsland vielen daar bovenop ruim 200 doden. ( Overstromingen in Europa in juli 2021 – Wikipedia ).

De kans op een dergelijke waterbom wordt geschat op eens in de 300 a 1000 jaar, en dat is door het klimaat al enkele malen meer dan in (bijvoorbeeld) 1900. De kans is dus ten duidelijkste niet nul.

Ravage in Pepinster (B) na de overstroming van de Vesder en de Hoëgne (Wikipedia)

Deze, tot dan toe ongekende, gebeurtenis heeft de autoriteiten nog harder aan het denken gezet. “Nog harder”want  er werd al veel werk verzet.

Wat al bestond: het DPRA
Wat al bestond is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ( DPRA, zie https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/deltaplan/ ) . Op basis daarvan werden ‘DPRA-Stresstesten’ georganiseerd. De eerste ronde was in 2018, de tweede (verder ontwikkelde) ronde is vanaf 2025 ingepland.
In een DPRA-stresstest ( https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/ ) worden de grootheden wateroverlast, hitte, droogte en overstroming geanalyseerd. Dit verhaal gaat over wateroverlast (dat is als het water in een gebied van boven komt)  en overstroming (dat is als het water van opzij komt). Juli 2021 was in Limburg meer overstroming dan wateroverlast.

Een DPRA-stresstest is bedoeld voor hevige, korte en lokale piekbuien. Dat is waar bijvoorbeeld een gemeente als regel mee te maken heeft. Bijvoorbeeld of de riolering het houdt. Een DPRA-stresstest is vooral in de bebouwde omgeving nog steeds heel zinvol.
Toegang tot de eerste ronde DPRA-stresstesten is mogelijk via https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/monitor/ . Je  kunt je gemeente op de kaart aanklikken (bijvoorbeeld Eindhoven). Links van de kaart verschijnt een kolom en de link naar het rapport werkt. Je krijgt dan de stresstest dd 2017 voor de MRE-regio ZO Brabant.
Dit is bijvoorbeeld de (helaas moeilijk leesbare) wateroverlastkaart voor het MRE-gebied.

Zo is er ook een kaart voor de (hier niet behandelde) onderwerpen hitte en droogte.

De monitorkaart geeft, desgewenst, ook een link naar een website van de provincie Noord-Brabant.

De BovenRegionale Stresstest (BRS)
In de op korte en hevige lokale buien ingerichte DPRA-cyclus, die men bezig is op te bouwen, werd ‘ingebroken’ door de langdurige, hevige en over een groot gebied verspreide regenval in en rond Limburg. Het overheidsdenken moest worden uitgebreid en dat gebeurt.

Een artikel hierover op deze site dd het begin van deze ontwikkeling is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/als-de-volgende-waterbom-op-oost-brabant-valt/  . In dat artikel een link naar een siteartikel over de klimaatmechanismes in dit soort heftige situaties https://www.bjmgerard.nl/waarom-de-limburgse-over-stroming-een-klimaatcomponent-had-en-hoe-dat-werkt/ .

Aan de kleinschalige regionale DPRA-stresstesten (zoals die in het MRE-gebied) is een grootschalige opzet toegevoegd. Daartoe is Nederland in 13 ‘boven-regio’s’ verdeeld. Daarvan liggen er twee in Brabant: ruwweg Tilburg en oostelijk is NBrabant-Oost en westelijk van Tilburg is Brabantse Delta.
Het ligt bestuurlijk in zoverre simpel dat de bestuurlijke netwerken al bestaan. Het Kennisportaal Klimaatadaptatie, met de aanhangende overheden,  pakt de nieuwe taken er gewoon bij  ( https://klimaatadaptatienederland.nl/ ). Publicatie vindt plaats in https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/grootschalige-extreme-regen (waaruit onderstaande afbeeldingen afkomstig zijn). Het document is opgesteld door de provincies, de waterschappen en enkele ingenieursbureau’s.
Wie in meer onderwerpen geïnteresseerd is dan alleen dit specifieke onderwerp ‘grootschalige extreme regen, kan terecht op https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer (daar kunje diverse lagen aanvinken).

Er is ook weer modelmatig gerekend, in eerste instantie vanuit de aparte ‘boven-regio’s’. Er is een gestandaardiseerde ‘basisgebeurtenis’ gedefinieerd die inhoudt dat bij elk van de twee Brabantse ‘boven-regio’s’ er (uniform) over het hele gebied in 48 uur 200mm regen valt (dat is iets meer mm dan in 2021 in Limburg en nabijgelegen België en Duitsland).  De grondwaterstand is ‘hoogst gemiddeld”, de waterstand op de Maas is gemiddeld, riolering en infiltratie in stedelijk gebied zijn versimpeld meegenomen, het watersysteem functioneert zoals bedoeld en dus ongestoord,  er zijn geen noodmaatregelen en instroom uit België is niet meegenomen. Wie de Brabantse uitkomsten zo wetenschappelijk mogelijk wil zien, moet kijken op Noord-Brabant Oost en Brabantse Delta .

Hierboven het plaatje voor NBrabant-oost als geheel. Hieronder uitvergroot (links) het Dommelsysteem van Waalre tot Son en Breugel, en (rechts) de situatie ten Zuiden van Den Bosch.
De wetenschappelijke kaart staat bewust geen hogere resolutie toe dan die welke hier gehanteerd is. De grootschalige kennis gaat ten koste van de kleinschalige kennis van bijvoorbeeld de rioleringen. Men wil bewust geen uitspraken doen op postcodeniveau
Voor kleinschaliger kennis blijven de eerdere DPRA-stresstesten beter bruikbaar )

Het landelijke waterbeeld
De volgende grootte-stap omhoog is om een plaatje te maken op nationaal niveau. Daartoe zijn de uitkomsten van de 13 ‘boven-regio’s’ op creatieve wijze gecombineerd tot een landelijk ‘waterbeeld’ en dat haalde op 07 nov 2025 het Eindhovens Dagblad ( bij-extreme-regen-staat-in-delen-van-eindhoven-meer-dan-een-meter-water , artikel van Lucas van Houtert).
De documentatie bij onderstaand landelijk ‘waterbeeld’ maakt helaas niet duidelijk hoe dat combineren bij Deltares plaatsgevonden heeft. Het is een beetje een mistige procedureschets.
Je zou denken dat men voor onderstaand plaatje gedaan heeft of het in alle 13 gebieden tegelijk in 48 uur 200mm geregend heeft, maar dat staat er niet. Verder ligt het voor de hand dat water uit de ene ‘boven-regio’ invloed heeft op water in de andere ‘boven-regio’ (bijvoorbeeld via de stand van de Maas), maar ook dat wordt, in elk geval in de communicatie met de algemene buitenwereld, niet uitgelegd.
Het zij zo. Men kan de kaart het beste indicatief opvatten en dat is inderdaad de bedoeling van het concept.

Indicatief blijkt al wel dat er grofweg twee soorten probleemgebieden zijn: hoog Nederland en laag Nederland.
In Hoog Nederland is de afvoercapaciteit van de natuurlijke waterlopen, met daarin voorkomende obstakels, het probleem. De effecten zijn lokaal, het water kan diep zijn, en het kan kort of lang duren.
In Laag Nederland (wat vaak ingericht is op het afvoeren van water binnen de beperkingen van het gemaalsysteem) is de waterdiepte gering over grote oppervlakken, en dat kan weken duren.

De auteurs leggen ook uit wat je niet met bovenstaande  kaart kunt. De kaart bevat als het ware alleen maar natuurkunde: hoe diep het water in bepaalde gebieden ruwweg is, en hoe lang het er ruwweg blijft staan. De inschatting van de maatschappelijke gevolgen moet nog beginnen, en nog meer de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden.
Moeten er bijvoorbeeld woonwijken geëvacueerd worden?
Kan er een ziekenhuis onder lopen? En dan?
Kan de A2 bij Den Bosch opnieuw onderlopen? En dan?
Idem het (straks) ondergrondse busstation van Eindhoven?
Wat als het spooremplacement van Amersfoort onderloopt?

Enzovoort. Er liggen nog een heleboel forse fysieke, organisatorische en financiele uitdagingen.
Misschien ook wat meer doen aan een belangrijke verergerende factor  van het probleem, het klimaat?

Strengere vergunning  nodig tegen PFOS in de Landsardplas

Persbericht             09 aug 2025

De waterplas op het Landsard-terrein bevat onwaarschijnlijk veel PFOS, volgens het Waterschap 177ng/liter en dat is ca 270 * de norm. Grondiger herhaalmetingen door Defensie kwamen niet veel lager uit.
Dit is vele malen meer dan de concentraties in de Ekkersrijt en toeleverende slootjes (welke concentraties trouwens ook al veel te hoog zijn). Omdat de waterplas in verbinding staat met de Ekkersrijt, zou men verwachten dat de concentraties binnen en buiten de Landsard-plas ongeveer dezelfde zijn.  Als er toch zo’n groot verschil is, moet er een bron binnen de Landsard zelf zitten. De verbrandingsmotoren van de speedboten, crossmotoren en karts lijken de enige mogelijkheid.

Het probleem is op scherp gezet doordat Defensie bluswateroefeningen is gaan doen met water uit de Landsard. Mede vanwege de recente natuurbrand op de Edese Heide (ook een Defensie-oefenterrein) is Defensie zich aan het prepareren op een natuurbrand op de Oirschotse Heide – die vanwege de klimaatverandering en het voorgenomen ruimere militaire gebruik steeds waarschijnlijker wordt. Defensie heeft daarom op 22 en 24 juli met Chinook helikopters, met een grote waterzak eronder,  gependeld tussen de Landsardplas en de Oirschotse Heide.

Blushelikopter met bambibucket in Brazilië

Defensie zit met een dilemma. Niet oefenen brengt de Oirschotse Heide in gevaar vanwege het vuur, en wel oefenen brengt diezelfde heide in gevaar vanwege de PFOS. Het dilemma is alleen ontkoombaar als het water van de Landsardplas drastisch schoner wordt.

Milieudefensie Eindhoven heeft daarom in een brief aan B&W van Eindhoven voorgesteld om de omgevingsvergunning van het herriesportterrein drastisch aan te scherpen, eventueel met een budget om een transitieschok op te vangen. Defensie is ingelicht over de brief.

Een (verouderde) topografische kaart van het oefenterrein op de Oirschotse Heide. De plas rechtsonder is de Landsard-plas en het gebied er rondomheen het Landsard-terrein. De Landsardplas is een oude zandafgraving.

Milieudefensie helpt mee om de Dommel schoner te krijgen

Dommel bij knooppunt De Hogt ri Zuiden

De Dommel en meer algemeen zijn stroomgebied  zijn al heel lang vuil.
De slechte kwaliteit van het water in het Dommelsysteem heeft meerdere oorzaken, waaronder de historische en de actuele non ferro-industrie in Nederland en België, de landbouw, de bevolkingsgroei in samenhang met het te beperkte rioolsysteem, verouderde lozingsvergunningen, steeds meer chemische stoffen, de klimaatverandering die steeds vaker steeds extremer weer veroorzaakt, en mogelijk ook natuurlijke oorzaken.

In alle eerlijkheid moet gezegd worden dat er door toedoen van het waterschap De Dommel. de gemeenten met betere rioleringen, Europese wetgeving en internationaal overleg veel verbeterd is. Maar er zijn ook nieuwe vormen van vervuiling bijgekomen, zoals steeds meer medicijnresten, drugsafval, en bijvoorbeeld PFAS.

Het werk is dus niet af. En als het dat op sommige plaatsen wel zou zijn, is er kans dat het steeds extremere weer (droogte of nattigheid) de winst voor een deel weer ongedaan maakt.
Bovendien komt de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) eraan (2927). Dat verandert het probleem op zichzelf uiteraard niet, maar wel het bijbehorende gevoel van urgentie. Er moet nog heel veel gebeuren, zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/kaderrichtlijn-water-zal-in-2027-niet-gehaald-worden-en-waar-komt-die-arseen-en-kobalt-vandaan/ .

Van de veelheid aan oorzaken zijn er recentelijk twee meer op scherp gezet: de nieuwe vergunning die de zinkfabriek van Nyrstar in het Belgische Pelt moet gaan krijgen (dat is als je de Dommel vanaf de Belgische grens een paar kilometer doortrekt); en de problematiek van de riooloverstorten in Nederland (en ook in België, maar daar is geen greep op).
Let dus wel dat dit artikel  tijdgebonden is (begin mei 2025).

De nieuwe vergunning van de zinkfabriek van Nyrstar in Pelt
De Belgische non ferro-problematiek dateert al van eind 19de eeuw en vindt zijn basis in de koloniale exploitatie van de Kongo. De raffinage van al die ertsen, waaronder zink, werd  neergezet op de arme zandgronden van de Belgische Kempen en Belgisch Limburg, waar in die tijd nauwelijks iemand woonde. Eén fabriek staat net aan de Nederlandse kant van de grens in Budel Dorplein.
Er is veel over de historie van de non ferro te vertellen, maar niet nu en hier. Zie desgewenst:
https://www.bjmgerard.nl/de-belgische-non-ferro-raffinage-met-uitlopers-in-zo-brabant/
https://www.bjmgerard.nl/fietsen-naar-de-sahara/

De Nyrstarvestigingen in Budel en het Belgische Balen verwerken nog steeds ertsen.

De vestiging in Pelt verwerkt geen ertsen meer, maar recyclet van over de hele wereld aangevoerd zinkafval. Daarnaast heeft Nyrstar in Pelt de eeuwigdurende zorgplicht om tot 200m diep grondwater op te pompen (2 miljoen m3 per jaar). Dat grondwater wordt als proceswater gebruikt en levert en passant nog 42ton zink per jaar op. Het water verlaat het terrein via twee zuiveringsinstallaties en eindigt in de Eindergatloop, die op zijn beurt weer, vijf kilometer voor de  grens, in de Dommel uitstroomt.
Het geheel geeft aan dat de bodem in de wijde omgeving, tot grote diepte, verziekt is met zware metalen – die naar alle waarschijnlijkheid ook buiten de fabriek om in de Dommel spoelen.

Nyrstar Pelt heeft enkele deelvergunningen die allemaal in december 2025 aflopen. Er is dus, hoe dan ook, een (samengevoegde) nieuwe vergunning nodig waartoe de aanvraag  elk moment kan komen, maar die, in elk geval op 02 mei 2025, nog niet gepubliceerd was.
Die moet vergezeld gaan van een deskundig rapport van prof. De Vocht van de Universiteit van Hasselt.

Milieudefensie Eindhoven eo heeft met Extinction Rebellion de Kempen (XR) afgesproken dat men het verschijnen van de vergunningaanvraag actief monitort met het doel om er binnen de gestelde termijn van vier weken vanaf dan, een zienswijze op in te dienen.
Inmiddels is er ook interesse bij de Brabantse Milieu Federatie (BMF) en bij Natuurmonumenten. Die is dd dit artikel nog niet gematerialiseerd.

Na het maken van deze afspraak is XR De Kempen op eigen houtje een petitie begonnen, die vanuit goede bedoelingen een onhandige eis stelt, namelijk dat er geen vergunning verstrekt mag worden. Dat betekent dat de fabriek dan illegaal zou draaien en moet stoppen, en/of dat het zuiveren van opgepompt grondwater vervalt of een overheidstaak wordt. Dit lijkt niet echt slim. Een strengere vergunning is in dit geval een beter idee dan geen vergunning.
Maar ik zal de intentie zwaarder laten wegen dan de onhandige eis en verwijs naar de petitie op https://geenrommelindommel.petities.nl/ .

Gebied van Waterschap de Dommel

De riooloverstorten
( Zie o.a. https://nl.wikipedia.org/wiki/Overstort )Onderzoeksjournalist Van Houtert van het Eindhovens Dagblad kwam op 19 april 2025 met de primeur dat na de overstroming van 2016, na harde langdurige regenval (klimaat!), zeker vijf veeboeren minstens vele tientallen koeien waren verloren omdat het water wekenlang op het land bleef staan en dat land vergiftigde met een mix van infectieziekten en zware metalen ( https://www.ed.nl/eindhoven/een-doofpot-na-overstromingen-vielen-koeien-dood-neer-bodem-en-gras-bleken-vol-zware-metalen-te-zitten~a1e82b1c/ ) . Het artikel is, naar mijn smaak, overtuigend waar het de gevolgen van met giftig slib bedekte weidegronden bespreekt.
Het artikel noemt twee hoofdoorzaken: de riooloverstorten die na heftige regenval verdund, maar ongezuiverd rioolwater in beken spuien, en de overstromingen die ook zouden optreden als er geen riooloverstorten zouden zijn. Het probleem is dat dezelfde oorzaak, heftige langdurige regenval (klimaat!), voor beide gevolgen zorgt.
Omdat de bodem in delen van de regio in Nederland en België sowieso al verziekt is met zware metalen, kan slib altijd zware metalen bevatten, ook als er geen riooloverstorten actief zijn. Men verwacht wel zink, maar bijvoorbeeld niet veel van het in het slib waargenomen cadmium en kwik in stedelijk rioolwater.
En omgekeerd kan een afwaterende riooloverstort schadelijk zijn voor het oppervlaktewater, ook als dat niet over de lage weilanden stroomt.
Van Houtert analyseert niet goed genoeg uit welke oorzaak bij welk gevolg hoort en dat is, eerlijk gezegd, specialistenwerk. Dat is dan ook precies de reactie van het Waterschap op zijn verzoek om commentaar.
Nader onderzoek is nodig.

Voorbeeld van een riooloverstort ( https://www.riool.info/hoe-werkt-het/onderdelen )

Neemt allemaal niet weg dat er, ongeachte de precieze mechanismes, op korte termijn veel gebeuren moet. Het waterschap en de provincie gaan veel assertiever optreden “Desnoods onteigenen: Brabant gaat doorpakken bij waterbeleid” kopte het Eindhovens Dagblad op 21 maart 2025. Vanaf 2027  immers kan de KRW tot flinke boetes leiden.
Het Waterschap zelf moet bijvoorbeeld een aantal verouderde lozingsvergunningen aanpakken.

Het scheelt dat de BBB, door eigen stommiteit, niet in het bestuur van provincie en waterschap zit. Dat werkt een stuk makkelijker.

Nu wil het geval dat de Waterwet de riooloverstorten definieert als onderdeel van het gemeentelijk rioleringssysteem, waarvan dus de gemeente bevoegd gezag is en het Waterschap het gedupeerd gezag.

In het gebied van Waterschap De Dommel liggen een kleine 1100 riooloverstorten, waarvan er 389 aan een gemengd deel van het riool hangen (dus echt rioolwater). De andere hangen aan de hemelwaterafvoer en wat daaruit komt, is een stuk schoner (hoewel, nog steeds straatvuil, slijtende dakgoten, slijtende autobanden en dergelijke).

De gemeenten hadden en hebben verplichtingen en inderdaad, die hebben al veel gedaan. Maar dat hoefde niet tot de perfectie te leiden – er blijft gemeentelijke afwegingsvrijheid bestaan. Maar zelfs als de afweging ooit goed was, wil dat nog  niet zeggen dat die afweging in de steeds extremer grillige regenval, en bij nieuwe vormen van vervuiling, goed blijft.
Dat leidt tot een permanent spanningsveld tussen waterschap en gemeenten, waarbij het waterschap de vragende partij is.

Nu heeft Milieudefensie Eindhoven eo besloten om het Waterschap ‘van onderop’ te helpen door de gemeenten op te roepen opnieuw kritisch naar hun overstorten te kijken. Vooralsnog gebeurt dat met een brief aan B&W en de gemeenteraad die, na een inleiding, zeven informatieve vragen stelt. Desgewenst kunnen politieke partijen in de gemeenteraad de tekst overnemen als basis voor raadsvragen. Inmiddels is dat in de gemeente Eindhoven op 01 mei 2025 al gebeurd (SP, Partij voor de Dieren, GroenLinks/PvdA).
Dd dit artikel is de verzending naar gemeenten nog gaande.
De campagne komt voor rekening van Milieudefensie Eindhoven eo, maar inmiddels zijn leden van het Algemeen Bestuur van het Waterschap op de hoogte gesteld.
Als voorbeeld hieronder een link naar de brief aan de gemeente Eindhoven.

Wordt vervolg als er voldoende nieuws te melden valt.

“Los Angeles brandt, maar de discussie gaat niet over klimaat”

Dat was de kop boven een commentaar in de NRC van 14 januari 2025.
Zelf liep ik ook al een dag of wat met die vraag rond, dus ik besloot om maar eens wat in het rondte te gaan lezen over de catastrofale branden in het kustgebied van deze stad.

De natuurbranden in Los Angeles vanuit de satelliet (website KNMI)

Vanzelfsprekend levert dat een overvloed aan teksten en onderwerpen op.

Uiteraard moet, en zal, er een onderzoek worden ingesteld naar allerlei concrete vragen.

Klimaatvragen, zoals naar hoe de Santa Ana-winden op het klimaat reageren en of ongewoon stabiele weersystemen een rol spelen (o.a. rol oceaantemperatuur en straalstroomafwijkingen).
Vragen over de rampenbestrijding. Zoals of het verstandig was om de  hoogspanningsleidingen  uit te zetten zodat ze geen nieuwe branden meer veroorzaken, maar waardoor ook de brandweerpompen niet meer werken (merkte ex-president Biden op). Waarom een belangrijk reservoir vanwege onderhoud leeg was. Of de preparatie klopte. Of de gemeente bezuinigd heeft op de brandweer en zo ja, hoe erg dat was. Of er een ruimtelijke ordening nodig is die verbiedt dat mensen in zulke gevaarlijke gebieden mogen bouwen. Of dat preventief afbranden zin heeft (in dit geval niet, maar dat is niet automatisch zo).
Sociale vragen: wat moet je aan met tienduizenden mensen die hun huis kwijt zijn, en die niet allemaal Paris Hilton heten (Altadena bijvoorbeeld is voor VS-begrippen een middenklassewijk). En hoe het moet met verzekeringen. En bijvoorbeeld of de wederopbouw een feest gaat worden voor de projectontwikkelaars.
En ook hoe je met politieke ruis omgaat, zoals Trump en Musk en anderen, die tekeer gaan tegen de Democratische bestuurders van Californië en tegen de lesbische korpschef Crowley van Los Angeles. Die is in 2022 aangesteld is om wangedrag tegen vrouwen en minderheden binnen het korps te bestrijden en doet daarom aan diversiteitsbeleid. Ze heeft overigens een dijk van een, inmiddels 25-jarige, carrière binnen de brandweerzorg op haar naam staan.

Van alle onderwerpen bespreek ik in dit artikel één klimaatonderwerp, nl de grote en snelle wisselingen in natte en droge periodes. Californië is hier een case study is van mondiaal patroon. Onder dit verhaal ligt goede, recente wetenschap.

De neerslag in Los Angeles volgt het laagste record ooit (Grafiek The Guardian, www.theguardian.com/us-news/2025/jan/08/fire-map-la-palisades-explainer ). Oct = oktober 2024

Van nat naar droog naar nat: een specifiek voorbeeld van een algemener fenomeen
Op veel plaatsen wordt de terechte analyse opgesteld dat snelle wisselingen van nat naar droog naar nat in Californië gangbaar zijn. Ze waren deze keer alleen erg extreem.
Eerst tot oktober 2022 drie jaar extreme droogte, daarna ruim een jaar extreme neerslag (die overigens ook 22 mensen het leven kostte), en daarna weer de hierboven weergegeven extreme droogte.

Daniël Swain is hoogleraar aan de Universiteit van Los Angeles Agricutural en Natural Resources (UCANR), en een van de belangrijkste geleerden op dit gebied. Hij kon de ramp, bij wijze van spreken, van spreken, vanuit zijn achtertuin volgen.
Swain was als hoofdauteur bezig met een studie die het belang van snelle droog-nat en nat-droog wisselingen wereldwijd systematisch in kaart bracht ( https://doi.org/10.1038/s43017-024-00624-z ) . Een spookachtig toeval wil dat de studie op 09 januari 2025 in Nature Review verscheen, terwijl de branden woedden. Er zit nuttige Supplementary Information bij, waaronder de oorspronkelijke versie van de auteurs die minder moeilijk te volgen is dan de versie na bewerking door Nature Reviews .

Eerst een verhaal ter uitleg van het vertrekpunt van Swain.

Om neerslag, droogte, bodemvochtigheid etc te kenmerken is in 2010 de SPEI ontwikkeld, de Standardized Precipitation Evapotranspiration Index. Die bouwt voort op eerdere indexen die een beperkter doel nastreven (bijvoorbeeld https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/droogtemonitor ). Eerdere indexen keken bijvoorbeeld alleen naar de neerslag (‘precipitation’). De SPEI kijkt, zoals de naam zegt, zowel naar neerslag als naar verdamping uit de bodem.  Ook de SPEI wordt nog steeds verder verfijnd.
Het SPEI-getal geeft aan hoeveel standaarddeviaties de waterbalans over een bepaald aantal maanden af zit van het langjarig gemiddelde in het betreffende gebied.

Dit is de SPEI-classificatie op de KNMI-site.
>=2 betekent het weer dat zo nat is, dat het (in Nederland) maar 2,2% van de tijd voorkomt
>=1 betekent het weer dat zo nat is, dat het (in Nederland) 34% van de tijd voorkomt
Zie bijvoorbeeld
https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/recente-droogtes-in-historisch-perspectief en https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/achtergrondinformatie-neerslagindex-spi

Om omslagen beide kanten op wetenschappelijk te kunnen bespreken op mondiale schaal, is een aanvullend wetenschappelijk framework nodig dat, meestal snelle, omslagen naar nat en meestal trage droogteperiodes onderdak biedt. Swain definieert dit framework.
Het komt op het volgende neer: Swain gebruikt de periode 1940-1980 als referentie. Aan elke maand daarbinnen wordt een SPEI-getal toegekend waarin of  drie maand wordt teruggekeken (‘subseasonal) of 12 maand (‘interannual’). In 40 jaar geeft dat 480 getallen.
De extreemste vier veranderingen in die 40 jaar aan de droog-nat kant ( + ) kant worden gemiddeld tot vier gelijke getallen en idem aan de nat-droog kant ( – ).  Op deze wijze vinden er in de referentieperiode per 10 jaar per definitie één droog-nat en één nat-droog overgang plaats (soms opgeteld tot samen twee). Vandaar de ‘standardized’.

Swain noemt iets een ‘whiplash’ als in een latere onderzoeksperiode een omslag optreedt die gelijk of groter is dan het gemiddelde extreem in die 40 jaar in dat gebied.
Hij kan whiplashes nu beoordelen naar hun grootte (oude – nieuwe SPEI-getal) en naar hun frequentie (oe vaak ze per 10 jaar voorkomen).

Swain geeft hieronder tien voorbeeld-whiplashes uit de recente geschiedenis (deze lijst is niet compleet).  In de Supplementary Information staat per voorbeeld een verhaal, onder andere voor de recente Californische droog-nat overgang en voor een Midden- en Noord-Europese.

In de Califorische droog-nat overgang is het SPEI-getal van het gebied 5,5 toegenomen (wat bijvoorbeeld zou kunnen betekenen, maar dat staat niet in de tekst en dient slechts als uitleg mijnerzijds, dat het van -2,5 standaarddeviaties afwijking van het gemiddelde aan de droge kant in korte tijd naar +3 standaarddeviaties afwijking aan de natte kant gaat).
De daarop volgende overgang nat-droog heeft Swain nog niet in zijn studie meegenomen.

Tien voorbeeld-whiplashes uit recente tijden

Een reden om, behalve naar het SPEI-getal te kijken ook naar snelle en grote veranderingen daarin, is dat het geheel vaak rampzaliger is dan de som der delen.

In Californië bijvoorbeeld groeide tijdens de natte periode de vegetatie extra hard, waardoor er in de  daarop volgende periode heel erg veel brandstof was. Dat heeft de huidige branden extreem aangewakkerd. Door de branden liggen er grote stukken berghelling vegetatieloos bij. Na de volgende natte periode, die met zekerheid zal komen, gaat al dat water in een noodvaart van de kale hellingen afstromen.
Dit soort mechanismes zijn dus locatieafhankelijk.

Vervolgens gebruikt Swain in zijn betoog vooral de frequentie van de aldus gedefinieerde hydroclimate whiplash-gebeurtenissen (‘events’) .
Links de whiplashfrequentie, mondiaal geteld (boven over 3 maand en onder over 12 maand gerekend). De 0.2 events per jaar is de eerder genoemde standaard van twee events per 10 jaar (dus in de referentieperiode is er nog nauwelijks of geen temperatuurstijging geweest). Rood is boven land en blauw boven zee.
Over 12 maand gerekend, vinden er in de wereld bij 3°C boven land 3,3 whiplashes per 10 jaar plaats, en dat was in de referentieperiode nog 2,0 .
Rechts hoe de toe- en afname van de frequentie over de wereld verdeeld zullen zijn als de temperatuur op aarde gemiddeld 3°C gestegen zou zijn (opnieuw boven over 3 maand en onder over 12 maand gerekend).
Die verdeling is erg ongelijkmatig. De kans op een whiplash (over drie maand gerekend)  neemt in grote delen van Europa met rond de 4 events per tien jaar toe.

De natuurkunde achter de analyse van Swain is in essentie simpel en berust geheel op een fenomeen dat ik in een grijs-vervlogen verleden soms op het Atheneum mocht uitleggen, de dampspanningslijn (in dit geval van water). Naar rechts de temperatuur en omhoog de druk van (alleen) de waterdamp. De zwarte lijn, de verzadigingsdruk, is wat de atmosfeer bij een bepaalde temperatuur maximaal kan vasthouden. Op de zwarte lijn is de atmosfeer verzadigd met waterdamp (de relatieve luchtvochtigheid RH is dan 100%). De zwarte stippellijn is een atmosfeer die bij elke temperatuur 40% van het maximum bevat.
Swain visualiseert het proces met de beeldspraak van een spons.
Die kan worden uitgeknepen (bijvoorbeeld als in een onweersbuiencomplex er krachtige stromingen optreden die de lucht omhoog jaagt naar koude hoogtes). Een hogere temperatuur betekent in de beeldspraak een grotere spons.
Maar sponzen werken twee kanten op. Onverzadigde lucht, in combinatie met warm weer en zon, kan ook water uit de bodem ‘zuigen’ (vandaar de E van ‘evapotranspiration’ in de afkorting SPEI). En een grotere spons kan harder ‘zuigen’.
De grootheid SPEI verenigt dus vanaf 2010  enerzijds de neerslagtheorie en anderzijds de droogteproblematiek, met de bijbehorende weersextremen en de veranderingen daarin.

Het resultaat van de analyse van Swain is dus de mondiaal geldende ontwikkeling dat een opwarmend klimaat vaker extremen gaat veroorzaken, zowel aan de droge als aan de natte kent, en dat die wisselingen meer schade veroorzaken dat de afzonderlijke periodes op zichzelf gedaan zouden hebben.

De klimaat-ark van Arkup

Al is de nood nog zo groot, er kan wel geld aan verdiend worden.

Dat was mijn eerste reflex bij lezing van een artikel in De Ingenieur van 05 januari 2025 ( https://deingenieur.nl/artikelen/droge-voeten-met-een-huis-op-poten ). Dat is een adequaat artikel, maar de beschreven werkelijkheid (niet het artikel erover) riep bij mij een gevoel van irritatie op, zelfs politieke boosheid.

Eerst maar eens gaan kijken bij de originele bron op https://arkup.com/ .
Arkup heeft zijn hoofdkantoor in Miami en nevenkantoren in Parijs en Shenzen in China.  De onderneming verkoopt geavanceerde woonboten (De Arkup 50 en Arkup75), en doet aan zoiets als vastgoedontwikkeling op het water (Blue Eco-resorts en Blue Communities ).
De Arkup’s worden juridisch in de VS gekwalificeerd als jachten, waardoor men er geen onroerend goedbelasting over hoeft te betalen (vandaar de betiteling ‘Livable Yachts’  in de kop. De website vermeldt niet of men voor de aanschaf  een hypotheek kan afsluiten.
Een ‘yacht’ is officieel a ‘recreational vessel’ en geen woning. Gangbaar is dat er tijdelijk in gewoond wordt, dus dat het vaartuig gebruikt wordt als tweede huis of voor de verhuur.

Het basisconcept van de Arkup 50 is in feite een geavanceerde woonboot met woondek en een verblijfdek  van ca 15 bij 5 meter.
De simpelste variant kan niet varen en krijgt zijn stroom van het openbare net. Het artikel in De Ingenieur meent te weten dat dit rond de €0,84 miljoen kost ($0,92 miljoen). Ik heb dit niet op de site van Arkup kunnen verifiëren.
Daar bovenop komen allerlei extra functies: hij kan elektrisch zelfvoorzienend worden door zonnepanelen op het dak, hij kan wel varen (op een elektromotor), er zijn vier uitschuifpoten mogelijk om de boot desgewenst boven het water te tillen, een ontziltingsinstallatie is mogelijk en eventueel een dieselgenerator om de accu bij te laden.
Uiteraard kost dat allemaal extra geld, maar de site vermeldt niet waar de prijsschaal ophoudt. Ongetwijfeld een veelvoud van het beginbedrag.
De Arkup 50 heeft in juli 2024 zijn zeewaardigheidstest gehaald.

Het grote (en oudere) broertje is de Arkup 75. Die is groter (bijna 23*10 m), de uitschuifpoten zijn dubbel zo lang, hij heeft drie keer zoveel zonnepanelen en regenwateropvang en -zuivering, zodat off the grid-living mogelijk is (voedsel en medicijnen etc niet meegeteld) . “Enjoy living off the grid and feel the satisfaction of minimizing your carbon footprint.”.  Er wordt geen aandacht gewijd aan de carbon footprint van de bouw van het vaartuig en de afdankfase, en slechts heel beperkt aan de recyclingsvraagstukken.
De openingsfoto betreft een Arkup 75.
Een Arkup 75 kost $3,5 miljoen tot $5,5 miljoen.

De drijvend vastgoed-ontwikkeling bestaat erin dat men Arkup’s kan koppelen tot wooncomplexen op riante locaties (die alleen per vliegtuig bereikbaar zijn?)
Arkup heeft zelfs een Nederlands bureau als partner (www.WATERSTUDIO.NL ). Dat bureau is gespecialiseerd (zegt Arkup) in “architecture, urban planning, and research related to living, working, and recreation on the water”.

Het ziet er allemaal mooi uit, en in beginsel kunnen drijvende woningen of toeristische accommodaties zeker bijdragen aan klimaatoplossingen. Het concept is zeker niet a priori verwerpelijk en ik ben iets genuanceerder over het onderwerp gaan denken dan mijn eerste reflex. Op de keper beschouwd blijven de groene intenties van Arkup bescheiden en oppervlakkig. De schijnheiligheid blijft beperkt want er is weinig schijn en geen heiligheid. En, vele andere ondernemingen praktiseren dezelfde groenwaslogica, zoals in de reisbureausector.

Maar ik blijf politiek boos.

Op de eerste plaats omdat dit ontwerp niet wat aan de woningnood doet. Arkup’s zijn recreatievaartuigen die als tweede woning, of voor de verhuur, gebruikt worden en normaliter in marina’s en zo rondhangen. Zegt Arkup zelf.

Fictieve drijvende woonwijk in de Utrechtse polder Rijnenburg ( gebiedsontwikkeling.nu/drijvend-bouwen-financieel-uitvoerbaar-maatschappelijke-meerwaarde-is-de-sleutel/ )

Men kan zich voorstellen (die discussie begint zich in Nederland te ontwikkelen) dat drijvende woningen (en desgewenst ook drijvende toeristische dienstverlening) in diepe polders als Rijnenburg (Utrecht) en Zuidplas (Zuid-Holland) mogelijk kunnen bijdragen aan oplossingen. Maar dan moeten die projecten ontworpen worden met dit woningbouwdoel voor ogen en conform gangbare kwaliteitsstandaarden in de ruimtelijke ordening.

Op de tweede plaats wordt het eco-tourisme als lifestyle voor welgestelden gebracht. Een citaat: ”Tourism has to reinvent itself to tackle the impacts of rising sea level and climate change; increasing governmental environmental standards; and the increasing expectations of the customer. Eco-tourism is being embraced by the most exclusive resorts and hotels in the world, who are fueled by an endless search for innovation in sustainability and customer experience.

Our Blue Eco-resorts combine wellness-in-nature with luxury for a quintessential playground on the water that is more economical, environmentally safer, and enjoyable than traditional over the water villas and/or yachts.”.
Het is voor duurzaamheidsinitiatieven moordend als ze geassocieerd worden met dat ze alleen voor rijke mensen bereikbaar zijn.

Arkup zegt eigenlijk nauwelijks iets over de bescherming tegen de stijgende zeespiegel. Mogelijk is daarvoor de termijn van het commerciële denken te kort.
Dan maar als schot voor de boeg van mijn kant: ik vind de bescherming van de bevolking tegen natuurrampen een overheidstaak die zonder aanziens des persoons uitgevoerd moet worden, waar mogelijk preventief. Privatisering van de rampenbestrijding moet met kracht worden afgewezen.

Hoge natte bol-temperatuur doodt verhoudingsgewijs veel jonge mensen

Er heeft in deze weblog eerder een artikel gestaan over wanneer mensen beginnen te overlijden aan een combinatie van hitte en vochtigheid. Die combinatie wordt weergegeven met het natuurkundige begrip natte bol-temperatuur. Het is geen aangename literatuur. Zie https://www.bjmgerard.nl/bij-welke-temperatuur-gaan-mensen-dood-bij-droge-en-vochtige-hitte/ en dan eventueel verder terug.

Nu heeft Science op 06 december 2024 een artikel over hetzelfde onderwerp gebracht, dat gebaseerd is op goed Mexicaans statistisch materiaal. Het is te vinden op https://www.science.org/doi/10.1126/sciadv.adq3367  . Mexico is, volgens Science, een van de landen met de meeste klimaat-diversiteit binnen zijn grenzen. Dat vanwege wisselende afstanden tot twee oceanen, een moesson, en zeer uiteenlopende hoogtes. Binnen die verscheidenheid komen ook zeer hoge natte bol-temperaturen voor.  

Je moet dus als volgt lezen:

De zwarte lijnen:
Als een kind onder de vijf jaar één dag wordt blootgesteld aan een natte bol-temperatuur van gemiddeld 27°C, is de kans 45% groter dat het doodgaat als wanneer dat kind een dag zou zijn blootgesteld aan een natte bol-temperatuur van 13°C  (RR betekent dat in dit geval de kans met het effect/de kans zonder het effect 1,45 is . Als de RR 1,00 is, bestaat er geen effect).

De twee staafdiagrammen:
De grijze staafjes geven aan hoe de dagen met een bepaalde gemiddelde natte bol-temperatuur op dit moment in Mexico over het jaar verdeeld zijn (‘Dit moment’ is 1998 t/m 2019 – COVID zit er niet in). Het hoogste grijze staafje geeft aan dat  8,5% van de dagen in het jaar een gemiddeld natte bol-temperatuur van 13°C heeft. Alle grijze staafjes samen tellen op tot 100%.
De rode staafjes (donkerrood is lichtrood plus grijs over elkaar heen) is idem als kort voor het einde van de eeuw broeikasgasscenario SSP 3–7.0 werkelijkheid is geworden. Het staafjespatroon is dan ca 2°C opgeschoven. Het hoogste rode staafje geeft aan dat  8,0% van de dagen in het jaar een gemiddeld natte bol-temperatuur van 15°C heeft (en zo ook bij 16°C). Alle rode staafjes samen tellen op tot 100%.

De combinatie van beide leidt tot een aantal extra doden ten gevolge van de temperatuur:


Lees dit als “op dit moment overlijden er ca 5800 mensen aan een gemiddelde natte bol-temperatuur van 9°C”. Dat is koud. Het overgrote deel daarvan is boven de 50. Natte bol-temperaturen boven de 21°C sterfte te veroorzaken bij alle leeftijdsgroepen.
Als kort voor het einde van de eeuw broeikasgasscenario SSP 3–7.0 werkelijkheid is geworden, is er minder koudesterfte en meer hittesterfte, dit laatste bij alle leeftijdsgroepen.

Dit kan anders worden verteld in onderstaand, laatste overzicht.

Lees dit als (gebruik weer SSP3-7.0 het een na warmste scenario)

  • Het aantal mensen dat in Mexico per jaar aan koude sterft, neemt af van 52.000 (=15.000 + 37.000) naar 34.000 (=10.000 + 24.000). Het betreft bijna allemaal mensen boven de 50.
  • Het aantal mensen dat per jaar aan (vochtige) hitte overlijdt neemt toe van 3850 (=1500 + 100 + 1400 + 600 + 0 + 250) naar 7600 (= 2600 + 250 + 2050 +1100 +200 +1400 ). Het betreft mensen van alle leeftijden, waaronder veel meer jongeren.
  • Er gaan overigens verrassend veel oude mensen in Mexico dood van de kou. Zou je niet meteen denken.
    Het zou met een goede gezondheidszorg en volkshuisvesting mogelijk moeten zijn om mensen in Mexico tegen de kou te beschermen zonder dat het klimaat ervoor hoeft op te warmen.
  • Het Science-artikel geeft ook een overzicht als hierboven, maar dan met het aantal verloren levensjaren op de vertikale as. Dat ziet er vergelijkbaar uit.

AI voorspelt het weer beter dan de natuurkunde

Superorkaan Hagibis vlak voor deze op 12 oktober 2019, 06 UTC, de Japanse kust treft. Deze orkaan is als voorbeeld in het toeleverend artikel van Price uitgewerkt.

Op meerdere plaatsen op aarde probeert men machineleren (ook AI genoemd) in te zetten voor een betere weersvoorspelling. Dit met toenemend succes.

Nature News schrijft erover op 04 december 2024. Zie doi: https://doi.org/10.1038/d41586-024-03957-3  .

Basaal redenerend kun je het weer op twee manieren voorspellen: òf door heel hard aan de natuurwetten te rekenen, of door weersituaties uit het verleden aan een machineleer-computer te voeden.

De beste natuurkundemachine ter wereld staat bij  het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts , dat het wiskundige ENS-model gebruikt voor weersvoorspellingen op de middellange termijn. Dat vraagt om enorme rekenkracht op een supercomputer en de uitkomst duurt uren.

Het model GenCast is door DeepMind (van Google) gevoed met weergegevens van over de hele wereld van 1979 tot 2018 en heeft die op de AI-manier gebruikt om het mondiale weer van 2019 te voorspellen. GenCast doet er acht minuten over om het weer 15 dagen vooruit te voorspellen.
Ilan Price is lead author van het project.

De AI-uitkomst is vergeleken met het echte weer in 2019, en met wat ENS ervan maakte. GenCast scoorde op een van tevoren afgesproken lijstje op 97% van de items beter.

DeepMind heeft de code van de software, alsmede de gekozen parameters, publiek toegankelijk gemaakt. Dit wordt door andere geleerden zeer op prijs gesteld. Inmiddels is ook het Europese centrum met een machineleer-programma bezig.

Achteraan het Nature News-artikel wordt doorverwezen naar

  • Het oorspronkelijke DeepMind-artikel waarop de publicatie in Nature News gebaseerd is
  • Een vergelijkbaar artikel van geleerden van Huawei uit Shenzhen (China)
  • Een eerdere Google-publicatie van het NeuralGCM-programma, dat natuurkunde en AI combineert voor korte- en lange termijn weersvoorspellingen

Deze artikelen zijn allen Open Access, maar lezing ervan moet het algemene publiek worden afgeraden. Ze zijn uiterst technisch.

In het toeleverend artikel van Price wordt de baanvoorspelling van de superorkaan Hagibis als voorbeeld genoemd. ERA5 is de ‘europese’ voorspelling (rode lijn). De blauwe set lijnen is wat GenCast ervan maakt, steeds korter van tevoren.
De cirkel is waar het model stopt en dat is vier uur voor de orkaan aan landkomt.

Hoge voedselprijzen hielpen Trump aan zijn overwinning. En de klimaatcrisis maakt dat erger.

In The Guardian van 13 november 2024 publiceerde de econoom James Meadway het commentaar “Soaring grocery prices helped Trump to victory. The climate crisis is only going to make this worse.”. Het is te vinden op theguardian.com/grocery-prices-donald-trump-climate-crisis-olive-oil-butter-extreme-weather-cost-of-living .

Meadway betoogt dat  (a) grote toenames van de kosten van levensonderhoud politieke gevolgen hebben en (b) dat het klimaat niet de enige, maar wel een belangrijke medeoorzaak voor die toenames is. In zijn commentaar wordt ter nadere onderbouwing doorgelinkt naar diverse bronnen.

In de VS meldde driekwart van de Trumpstemmers dat ze (ernstig) in de financiële penarie zaten vanwege de prijsstijgingen van voedsel en energie (van de Harris-stemmers zei maar een kwart dat). Macro deed de economie het prima, volgens de Democraten, maar het Bruto Nationaal Product kun je niet eten.
In de inflatiecijfers zitten ook vliegreizen en flat screens, maar heel veel Amerikanen komen daar überhaupt niet aan toe.

Modri verloor in India zijn absolute meerderheid nadat het inflatiecijfer voor voedsel maandenlang 8% was, en de rijstprijs het hoogste niveau in tien jaar bereikte (zelfs de export werd opgeschort)

De Japanse LDP verloor zijn langdurige meerderheid nadat de rijstprijs in het voorafgaande jaar met 63% gestegen was.

Het klimaat is medeveroorzaker van de prijsstijgingen. Meadway noemt er een stel:

  • Boter is meer dan 80% duurder geworden in Europa vanwege het blauwtongvirus, dat op zijn beurt via de verspreiding van de knoetjes gekoppeld is aan het opwarmend klimaat ( https://www.bjmgerard.nl/blauwtong-is-een-klimaatziekte/ ).
  • Langdurige stortbuien in Europa hebben de oogst beschadigd,  wat er volgens de FAO toe leidde dat in oktober 2024 de voedselprijzen hoger waren dan ze in de voorafgaande anderhalf jaar geweest waren.
  • Olijfolie werd in de Britse supermarkten in de laatste twee jaar bijna dubbel zo duur en dat is een rechtstreeks gevolg van droogte en extreme warmte in het Middellandse Zee-gebied. In Spanje is de prijs van olijfolie in vier jaar tijd bijna verdrievoudigd.

In een nevenartikel verwijst de Guardian naar een artikel van 09 maart 2024, waarin gemeld werd dat olijfolie in Spanje (de grootste producent van het artikel ter wereld) in die tijd het meest gejatte artikel in winkels was. De winkeliers hadden de vijf liter-flessen vastgeketend aan de schappen.
Zelfs internationale bendes hadden de illegale handel en het illegale gesjoemel met het ‘vloeibare goud’ ontdekt. 
Zie www.theguardian.com/world/2024/mar/09/olive-oil-becomes-most-wanted-item-for-shoplifters-in-spain  .

Meadway beweert niet dat het klimaat annex het weer de enige oorzaak van de prijsstijging is. Hij wijst erop dat in de periode 2020-2022 vijf grote agrarische ondernemingen 70% van de wereldhandel domineerde, en dat er (volgens Oxfam) in die tijd 62 voedselmiljardairs bij waren gekomen.

Evenmin beweert Meadway dat er niets tegen de prijsstijgingen te doen is.
Wat niet tegen de voedselinflatie helpt, zegt hij, is om de rente te laten stijgen. Daar gaan de olijven in Soanje of de cacaobonen in Ghana niet harder door groeien.
Hij noemt drie maatregelen die wel helpen:

  • Een vermogensbelasting op de nieuwe rijken en het vrijgekomen geld in de sector  herinvesteren
  • Doelgerichte prijscontroles en buffervoorraden . De Spaanse regering wordt hier als voorbeeld genoemd (dit voorbeeld betreft energiezaken), alsmede het werk van Isabelle Weber ( recommended by economist Isabella Weber )
  • Op de lange termijn herinrichting van het landbouw- en handelssysteem , dat meer op veerkracht gebouwd moet worden en minder op winst.

James Meadway is een Britse econoom die in de links-socialistische hoek thuishoort.
Hij werkt mee aan de denktank https://progressiveeconomyforum.com/ en heeft een blog op https://www.patreon.com/macrodose waar je lid van kunt worden.

Als de volgende waterbom op Oost-Brabant valt

Vooraf
Ongetwijfeld geïnspireerd door de overstromingen rond Valencia, heeft Laura Wismans een groot artikel in de wetenschapsbijlage van de NRC gepubliceerd ‘Waar zal de volgende waterbom vallen? ( wat-als-deze-waterbom-honderd-kilometer-dichterbij-was-gevallen_30okt2024 ).

De linker afbeelding geeft het regensysteem weer dat in juli 2021 de Atdennen en de aangrenzende Eifel teisterde met heel veel regen, die heel lang bleef hangen. Dat wordt steeds meer het nieuwe normaal. Het regensysteem kostte ruim 200 doden in België en Duitsland, en richtte voor miljarden schade aan. Zie https://www.bjmgerard.nl/waarom-de-limburgse-over-stroming-een-klimaatcomponent-had-en-hoe-dat-werkt/ .

Kort erna begon de wetenschappelijke analyse. Deltares is daarvoor de geëigende club.
Deltares wijdde er een hackaton aan, waarbii in gedachten het regensysteem naar allerlei regio’s verschoven werd. In de rechterafbeelding hierboven ligt de kern boven Utrecht. Op https://www.deltares.nl/expertise/projecten/waterbom wordt de uitkomst van de hackaton beschreven. Op het einde kan men doorlinken naar een rapport ‘Wat als de waterbom elders in Nederland was gevallen?’. Bovenstaande afbeelding komt uit dit rapport.

Het rapport beschrijft per landschapstype op hoofdlijnen wat er gebeurt. Het gebied bijvoorbeeld  van waterschap De Brabantse Delta wordt er uitgelicht en er wordt op hoofdlijnen gespecificeerd wat de beekjes op het hellende, zuidelijke stuk doen en idem wat er in de polderachtige lage gebieden gebeurt.

Het hackaton-document (november 2021) eindigt met een aantal aanbevelingen, waarvan men de logica gemakkelijk inziet:

  1. Ontwikkelen en uitvoeren van stresstesten op bovenregionale schaal, met expliciete aandacht voor duur van de overlast, herstel en systeemgedrag;
  2. Verbeteren van voorspellings- en monitoringssystemen zodat op tijd adequate informatie kan worden geleverd;
  3. Opstellen of actualiseren van locatie-specifieke handelingsperspectieven van waterbeheerders (noodmaatregelen, maalstops, noodberging, aanpassen knelpunten, etc.);
  4. Intensiveren van grensoverschrijdende uitwisseling van risico-informatie, ook voor de regionale wateren;
  5. Evalueren van de capaciteit voor crisisbeheersing (preparatie, respons en nafase);
  6. Beperken van de gevolgen van extreme, grootschalige neerslag via ruimtelijk beleid: in gevaarlijke plekken zou niet of aangepast gebouwd kunnen worden en bij de aanleg van vitale infrastructuur kan beter rekening gehouden worden met extreem weer;
  7. Werken aan bewustzijn van belanghebbenden van risico’s van grootschalige wateroverlast en overstromingen en aan locatie-specifieke handelingsperspectieven.

Genoemde webpagina biedt overigens ook een link naar eenzelfde, latere  studie van als de waterbom op de provincie Zuid-Holland zou vallen (dit was de andere bron van het artikel  van Laura Wismans). Die is gedetailleerd tot op straatniveau.
Ook is er een link naar het Limburgse watersysteem.
Beide zijn heel interessant, maar deze site focust op Brabant en ik laat deze twee gebieden onbesproken.

Deltares sluit af met het overdragen van de kennis naar relevante overheidsorganisaties.

Brabant, de Maas en zware regenbuien
Als voorbeeld het kwetsbare gebied rond en benoorden Den Bosch en Oss.


Er zijn twee situaties: de Maasdijk kan doorbreken, of hij kan dat niet doen. Het eerste heet overstroming en het tweede heet wateroverlast. Mogelijk zal dat sommige Brabanders een biet zijn, maar het kan bijvoorbeeld schelen voor de verzekering.
De provincie gaat over de grotere schaal en de waterschappen over de kleinere. Maar dat overlapt. De provincie gebruikt de termen wateroverlast en overstroming door elkaar.

Recente provinciale publicaties zijn  https://publicaties.brabant.nl/brabantse-overstromingsscenarios-geactualiseerd/ dd  26 januari 2024 , en https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/kans-overstromingen-brabant-neemt-toe/ dd 29 mei 2024.

Het eerste artikel gaat over de Maasdijken en als die ergens doorbreken op een ‘bres’. In totaal worden veertig zogeheten breslocaties geselecteerd. Per locatie worden drie overschrijdingskansen gesimuleerd, met waterstanden die één keer in de honderd, duizend en tienduizend jaar kunnen optreden. Bovenstaande afbeelding is als de bres (van 100m) bij Oijen ligt  (ten Noorden van Oss), bij een Maasafvoer van 3800 m3/sec (dat is meer dan in 2021, maar niet dramatisch veel meer).

De tweede publicatie gaat over een brief van de provincie en de waterschappen aan deltacommissaris Co Verdaas . De schrijvers merken op dat de klimaatverandering de problemen groter maakt, en dat er meer aandacht nodig is voor de wisselwerking tussen zijrivieren en het Nederlandse hoofdwatersysteem.
Aanleiding was de natte winter 2023-2024, die zelfs op het platteland op de hoge zandgronden voor kleine drama’s zorgden. En toen moest de natte zomer van 2024 nog komen, waarin riviertjes als de Reusel en de Beerze huizen onbewoonbaar maakten.

De entree van Wintelre (gem. Eersel, op de hoge zandgrond) vanaf de Biemeren (vanaf ri. Oerle) op 04 jan 2024

Het waterschap Aa en Maas gaat (samen met Waterschap De Dommel, Rijkswaterstaat en de gemeenten) over de bescherming van Den Bosch en Oss als de Maasdijk niet doorbreekt maar de waterbom wel op Oost-Brabant valt. Het programma heet HoWaBo (Hoogwater Aanpak Brabant Oost) en de projectpagina is ( aaenmaas.nl/2022/oktober/aanpak-hoogwater-hertogenbosch-omgeving/  ).
Eigenlijk is het HoWaBo 2.0 , want het specifiek op Den Bosch gerichte HoWaBo 1.0 bleek onvoldoende,

Na een ideeënboek van 36MB en het vervolg daarop van 35MB, zijn er 11 oplossingen gedestilleerd die verder worden uitgewerkt (de oplossingen worden op de website nader uitgelegd en dat kan ook via onderstaand aanklikken).

1.  Bovenstrooms vasthouden (zowel ver weg als dichtbij ‘s-Hertogenbosch)
2.  Peilscheiding: Regelbaar peilscheidingskunstwerk
3. Dungense Polder inrichten als waterbergingsgebied
4.  Bossche Broek Noord en Zuid: Verbeteren huidige berging
5.  Bokhovense Polder: Inrichten als waterbergingsgebied
6.  Optimaliseren waterberging Engelermeer
7.  Baardwijkse Overlaat: Inrichten als waterbergingsgebied
8.  Vergroten Drongelens Kanaal
9.  Verhogen maatgevende waterstand naar 5.20m+NAP tijdens calamiteit
10.  Gemaal Crèvecoeur: Aanleg één of meerdere pompen
11.  Extra afvoer via Wilhelminakanaal

Het wordt een forse verbouwing met consequenties!
De nieuwe waterbergingen moeten 36 miljoen kuub water kunnen opvangen.  Dat moet o.a. in de Dungense polder, die echter ook in beeld voor andere functies zoals wonen, natuurontwikkeling en energiewinning. Vandaar dat de gemeente ’s-Hertogenbosch en gemeente Sint-Michielsgestel dit project op zich nemen voor nadere verkenning.
Het klimaat kent zijn prijs.

En dan te bedenken dat dit de helft van het verhaal is: de helft als het extreem nat is. Maar steeds vaker is het ook een hele tijd extreem droog en daar hebben de Waterschappen ook mee te dealen.
In beide gevallen klagen de boeren.