Het afschaffen van de koe

“The most important green technology ever”
Zo noemde George Monbiot, de bekende klimaatauteur in The Guardian, een opkomende trend om geheel synthetisch voedsel te maken ‘from scratch’.
‘Scratch’ is bijvoorbeeld waterstof of methanol (die gewonnen kunnen worden met duurzame stroom of daaruit eenvoudig vervaardigd) met genetisch aangepaste micro-organismen in fermentatietanks.

Monbiot bespreekt vier gebruikelijke reacties op dit idee.

  • Huu, eng!
    Fermenteren  met micro-organismen is niet zo ongewoon  en griezelig als het lijkt. Met kaas als grondstof krijg je gorgonzola, met melk als grondstof krijg je yoghurt, met witte kool krijg je zuurkool, en met glucose als grondstof krijgen we al duizenden jaren bier en wijn. De bijbehorende micro-oganismestammen zijn ook al langdurig veredeld en doorgeselecteerd. En de koe gebruikt in zijn pens ook micro-organismen om eiwit te maken (met laag rendement)
  • De poederachtige output kan gebruikt worden om ultra-bewerkt voedsel te maken. Klopt, kan met tarwebloem ook
  • Genetisch veranderde micro-organismen liggen niet bij iedereen lekker. Maar deze micro-organismen komen niet buiten, maar blijven in hun tank (en als ze toch buiten komen, gaan ze dood). We maken al vijftig jaar met aangepaste micro-organismen vitamines en  insuline – en die insuline is beter dan die uit dieren.
  • Een paar grote ondernemingen maken zich meester van de techniek. Dat gevaar bestaat (ik zag Cargill al langs komen in de onderliggende literatuur) , maar bestaat als feit al langdurig in de mondiale graanhandel, waarvan 90% in handen is van vier ondernemingen. Dat betekent niet dat er niet meer in graan gehandeld moet worden, maar dat de eigendomsverhoudingen aangepakt moeten worden.

Het zou overigens ook wel fijn zijn als het product ergens naar smaakte (zeg ik, niet Monbiot).

Wees niet bang voor iets nieuws, stelt Monbiot.

Het artikel van Monbiot is te vinden in The Guardian van 24 nov 2022 op https://www.theguardian.com/commentisfree/2022/nov/24/green-technology-precision-fermentation-farming?utm_term=637fa314c13d5637aef0ec6c4f01525e&utm_campaign=BestOfGuardianOpinionUK&utm_source=esp&utm_medium=Email&CMP=opinionuk_email
Ik roep overigens op tot financiële steun aan The Guardian. Het is een goede, toonaangevende krant die sterk leeft van het collectebeginsel.

Monbiot verwijst in zijn artikel door naar onderliggende artikelen. Ik pak er daar vier van.

Solar Foods
Solar Food is een Finse startup ( https://solarfoods.com/ ).
De onderneming heeft onlangs toestemming gekregen van Singapore voor zijn product soleïne. Dat is een eiwitrijk poeder dat erg lijkt op gedroogde soja of zeewier. Het bestaat voor  65-70% uit proteine, 5-8% vet, 10-15% vezels and 3-5% minerale voedingsbestanddelen, waaronder ijzer en vitamines B.  Het is bedoeld als additief en kan eenvoudig  met allerlei andere ingredienten gemengd worden.
Je hebt er CO2 en waterstof en zonlicht voor nodig, en een beetje kunstmestachtig additief voor de niet C-O-H-atomen. De productie is geheel onafhankelijk van de omringende atmosfeer en geografie – het kan in essentie op de maan.
En zoals ook Monbiot al betoogde, het kan ook in woestijnlanden die weinig bruikbare cultuurgrond hebben, maar wel veel zonlicht.
Voor soleïne zie http://www.solein.com/ .

De Europese Commissie heeft er toestemming voor gegeven dat 13 EU-landen (waaronder Nederland) een aantal projecten subsidieren (met samen €5,2 miljard publiek geld) in het kader van het IPCEI Hy2Use programma ( Important Project of Common European Interest in the hydrogen value chain ). Zie https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_22_5676 .

Soleïne

Pruteen: sojavrij diervoer uit methanol
Soja voor veevoer is de grote bedreiging van het Braziliaanse regenwoud en het zou wat waard zijn als men een sojavrij eiwit kon produceren.
Op https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fsufs.2019.00032/full is  het verhaal te lezen dat een dergelijke fabriek bestaan  heeft. Hij is in 1979 gebouwd door ICI in Billingham en maakte 50 – 60kiloton van het eiwitrijke diervoeder Pruteen met methanol als vertrekpunt (50kton Pruteen vereist zowat 100kton methanol).
Het ontwerp heeft een tijd gewerkt, maar niet heel lang, want in die tijd moest men methanol inkopen op de vrije markt en de methanol werd duurder, en tegelijk werd de soja goedkoper. Exit de fabriek.
Tegenwoordig kan  men met allerlei CO2 capture and conversion technieken duurzame methanol maken (en diverse kleine  andere moleculen). Daar komt echter wel het nodige bij kijken, vooral als het om grote hoeveelheden gaat – opnieuw een kans voor landen met veel zon en weinig bruikbare grond.


Food Tech
Zie eventueel ook https://foodinstitute.com/focus/analysis-what-are-the-benefits-of-precision-fermentation/ , maar dat bespreek ik  hier niet. Ik beperk me tot een plaatje met een schema:

 
Het afschaffen van de koe (en van ander vee)
Het ruigste gooi- en smijtwerk op dit gebied is te vinden bij de VS-denktank ReThinkX ( https://www.rethinkx.com/food-and-agriculture ).

De homepage opent zonder blikken of blozen met de tekst:
By 2030, the number of cows in the U.S. will have fallen by 50% and the cattle farming industry will be all but bankrupt. All other livestock industries will suffer a similar fate, while the knock-on effects for crop farmers and businesses throughout the value chain will be severe.
Rethinking Food and Agriculture shows how the modern food disruption, made possible by rapid advances in precision biology and an entirely new model of production we call Food-as-Software, will have profound implications not just for the industrial agriculture industry, but for the wider economy, society, and the environment
.”.

Als men na dit van dik hout zaagt men planken-werk doorscrolt naar beneden, verschijnt een samenvatting van de studie ‘Rethinking Food and Agriculture’ , en daarna de mogelijkheid om deze studie zelf te downloaden – wat ik gedaan heb en anderen adviseer, want het is zeer informatief. De meeste afbeeldingen in dit artikel komen uit dit boekwerk.

Cell-based beef is wat wij kweekvlees noemen. Het proces start met natuurlijke cellen uit een echt beest, en van daaruit kweekt men buiten het beest verder.

RethinkX volgend in hun redenering (met enig voorbehoud, want ik moet het eerst allemaal nog zien) zou dat betekenen:

  • Voedsel wordt goedkoper
  • Ongeveer 300 miljoen acre (een acre is ongeveer 0,40 hectare) komt vrij voor andere doelen in 2030 en ongeveer 485 miljoen in 2035 (dat is ongeveer zes keer Duitsland)
  • Het voedselsysteem wordt lokaler en vraagt om veel  minder transport
  • Het VS-landbouwsysteem gaat een enorme financiële crisis tegemoet
  • 60% minder broeikasgassen uit de veeteelt in 2030 en 80% minder in 2035
  • Het vraagt om veel minder zoet water
  • Geen mestprobleem meer
  • Minder gezondheidsrisico’s in brede zin
  • Voornaamste grondstof is glucose (voor 1 kg eiwit is nu 3 kg glucose nodig en in 2030 2kg). Aan de beschikbaarheid van voldoende grondstof (gluose of gewassen met dezelfde functie), en van voldoende energie wordt nauwelijks aandacht besteed. IN bovenstaande kostengrafiek wordt glucose geacht even duur te blijven.
(PF staat voor Precision Fermenting)

Toevoeging

Iemand maakte mij op Facebook attent op de zuivelvervangers van Perfect Day uit Californïe, ooit in Ierland begonnen als start-up. Het bedrijf is te vinden op https://perfectday.com/ . Het maakt met Precision Fermenting, in dit geval met genetisch aangepaste schimmels, uit een mengsel van water, nutrienten en suiker onder andere het wei-eiwit beta-lactoglobuline. Dit zou moleculair identiek zijn aan het natuurlijke beta-lactoglobuline. Onder de TAB Discover staat nadere uitleg.
Het bedrijf bespaart daarbij, naar eigen zeggen, fors op niet-hernieuwbare energie en zeer fors op broeigasgassen en zoet water, vergeleken met de productie van melk. Kanttekening daarbij is dat ze niet het volledige product melk maken, maar slechts één onderdeel daarvan. Bij een juiste vergelijking zou je moeten optellen wat het kost om het hele product melk te maken – of je moet een andere vergelijking opzetten.

Wei is wat je overhoudt van melk na het kaas maken.
Wikipedia heeft er een lemma aan gewijd op https://nl.wikipedia.org/wiki/Wei_(zuivel) .

De naam van het bedrijf is afkomstig van een song van Lou Reed.

Foto genomen van de bedrijfssite

Albert Heijn vermindert CO2-uitstoot over de keten met 45%

Milieudefensie bracht op 15 nov 2022 de volgende succesaankondiging. Die vindt plaats in het kader van de 29-bedrijvencampagne van Milieudefensie. Albert Heijn maakt deel uit van het Ahold Delhaizeconcern en dat is een van die 29 bedrijven. Het succes geldt alleen Albert Heijn.

Het is een fraai succes.

Zie AH vermindert ketenuitstoot CO2 met 45% tot 2030 .


Albert Heijn vermindert CO2-uitstoot met 45%

Goed nieuws! Albert Heijn wordt veel duurzamer. In 2030 is de CO2-uitstoot van de supermarkt 45% lager. Dit geldt voor de hele keten: van product tot schap. Klimaatactie heeft zin. Samen krijgen we grote vervuilers in beweging.

Het leek onmogelijk, en nu blijkt het toch te kunnen: als supermarkt je hele productieketen in beeld brengen én verduurzamen. Albert Heijn gaat doen wat nog geen enkele Nederlandse supermarkt heeft gedaan: de CO2-uitstoot van haar hele keten met bijna de helft verminderen. Dat maakte de supermarkt op 15 november bekend.

Het kan dus wél!

Sinds Milieudefensie eerder dit jaar Ahold Delhaize om een klimaatplan vroeg, is er heel wat gebeurd. In de eerste reactie zei het supermarktconcern nog dat het onmogelijk was om de hele keten in beeld te brengen. Maar binnen een jaar is alles anders: Albert Heijn zegt nu sterke verbeteringen aan te kunnen brengen in haar keten.

Nu het moederbedrijf Ahold Delhaize nog…

Onze druk op Ahold Delhaize heeft met deze mooie stap van Albert Heijn dus een eerste succes opgeleverd. Toch is het feest nog niet compleet, want de verduurzaming geldt nog niet voor het moederbedrijf Ahold Delhaize. Dit Nederlandse bedrijf is één van de grootste detailhandel-bedrijven ter wereld. Uit het vorige week gepubliceerde rapport van Profundo blijkt dat Ahold Delhaize als het zo doorgaat verantwoordelijk is voor 119 miljard euro aan klimaatschade in 2050. Ook toonde Profundo aan dat maar liefst 42% van de uitstoot in de keten uit dierlijke producten komt.

30 grote vervuilers

Behalve Ahold Delhaize richten we ons op 29 andere bedrijven. Shell is door de rechter verplicht tot 45% CO2-reductie in 2030, maar is in hoger beroep gegaan. 28 andere bedrijven scoorden net als Ahold Delhaize onvoldoende in de Klimaatcrisis-Index. Wij blijven daarom druk zetten op alle 30 grote vervuilers tot ze een goed klimaatplan hebben. Want alleen zo kunnen we de ergste klimaatrampen nog voorkomen.

Samen boekten we dit succes – jij kan meedoen

Dit is niet alleen de overwinning van Milieudefensie, maar ook van Milieudefensie Jong. En van Operatie Klimaat-groepen én tienduizenden veranderaars in heel Nederland. Samen zijn wij de meest invloedrijke klimaatorganisatie van dit moment. Want samen zijn we sterker dan de grote vervuilers en treuzelende politici. Samen veranderen we Nederland.

Schapen als grasmaaiers tussen de zonnepanelen

Men kan het geloven of niet, maar soms  staat er iets goeds in de Wall Street Journal.

Amrith Ramkumar schrijft over klimaat en geld en had op 05 sept 2022 een razende reportage over het schaap tussen de zonnepanelen. Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte om prairiegras en ander onkruid tussen en onder de PV-panelen weg te happen. Ze zijn handiger dan motormaaiers.
Geiten passen ook en zijn ook vraatzuchtig (mogelijk minder volgzaam), maar hebben de onhebbelijke gewoonte om ook op kabels te knagen en dat komt minder goed uit.

Herders vangen er momenteel tot $500 per hectare per jaar mee, en er zijn heel veel hectares.

Het werkt verrassend traditioneel: hekken, watertanks, verzorging zoals al eeuwen en zo ook een paar grote honden tegen de coyotes. Het is booming business en de vraag naar herders is op dit moment groter dan het aanbod.
Vóór de PV-redding was het schaap, als producent van wol en vlees, grotendeels weggeconcurreerd door Australiën en Nieuw-Zeeland.

Het originele artikel is te vinden op https://www.wsj.com/articles/sheep-solar-industry-panel-fields-11662390795 , maar dat zit achter de betaalmuur. Je ziet wel een mooi filmpje.
360 Magazine heeft het artikel vertaald en bewerkt voor Blendle, waar het te vinden is op Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-energiesector .

Wie een mooi artikel wil over bloemen, bijen en zonneparken kan in Wageningen terecht op https://weblog.wur.nl/uitgelicht/bloemen-bijen-en-zonnepanelen/ .
Onder voorwaarden (goed beheer en een verschraalde bodem) valt het schaap ook nog wel te verenigen met bloemetjes en bijtjes als dat het primaire belang is.

Foto van zonnepark Pesse (https://zonnepark-pesse.nl/ontwerp )

Een rangorde van diervirussen die op mensen kunnen overspringen

Men schat in dat er in vogels en zoogdieren 1,67 miljoen nog niet beschreven virussen bestaan, waarvan mogelijk de helft, minstens in theorie, zou kunnen overspringen (“spillover”)  op mensen. Recente voorbeelden daarvan (zoals Influenza, Ebola, Marburg – pas nog in Ghana – en SARS—CoV-2) hebben het belang van dit onderwerp in recente tijden, ten overvloede, nog eens fors onderstreept.

Er bestaan inmiddels bibliotheken vol met kennis van diervirussen. Tegelijk bleek dat echter ook dat er verrassend weinig bekend was over de spillover-risico’s van diervirussen.
Reden voor een groot team geleerden, onder leiding van Jonna Mazet, een epidemioloog en ziekte-ecoloog aan de Universiteit van California, Davis, om een systeem te ontwerpen dat de veelheid van diervirus-informatie kon ordenen tot een systeem waarbinnen diervirussen geordend konden worden op spillover-waarschijnlijkheid. Het team heeft er ruim tien jaar over gedaan.
In die tien jaar hebben duizenden wetenschappers, in 28 landen, bij 74635 dieren in totaal 509.721 samples verzameld. Dat is nog aangevuld met bestaande literatuur.
Dat is allemaal vervolgens ingedikt (bijvoorbeeld wegens dubbeltellingen) en anderzins bewerkt, en resulteerde in een bestand van 887 virussen uit 19 families. Van die 887 was van 38 virussen al bekend dat ze zoönotisch konden functioneren.

De bruto lijst van risicofactoren

Tegelijk is een ordeningssysteem ontworpen. Daartoe hebben 65 experts op een gereglementeerde wijze kennis geleverd. Dat leverde een brutolijst op met 42 factoren, die vervolgens bewerkt en ingedikt is tot een netto lijst met 31 factoren waarop het systeem uiteindelijk rust: 9 van de gastheer waarbinnen het diervirus zich van nature ophoudt, 16 van het virus zelf en 6 van de omgeving waarin een eventuele spillover zich afspeelt.
Elke netto factor wordt gewaardeerd op een schaal van 0 t/m 5, zodat de maximale risicoscore 155 bedraagt.

Het resultaat van Mazet is neergelegd in een website en een publicatie.

De website heet https://spillover.global/ en vormt een open wetenschappelijk platform, waaraan wetenschappers kennis kunnen toevoegen of ontlenen. Men kan bijvoorbeeld “Hepatitis E virus” intypen in de TAB ‘Search for a virus’ op de home page en men krijgt dan een net overzicht van de 31 risicofactoren van dat virus, alsmede een indicatie waar het in wilde dieren voorkomt.
Hepatitis E komt veel voor bij veehouderijvarkens en kan vandaar uit de bevolking langs verschillende routes bereiken. De bloedbank Sanquin test er standaard op (in 2017 was 1 op de 1100 bloedmonsters besmet.
Hepatitis E trekt steeds meer wetenschappelijke aandacht. Zie o.a. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1319562X2100797X (jan 2022).

Verspreiding hepatitis E-virus

De publicatie heet ‘Ranking the risk of animal-to-human spillover for newly discovered viruses’ en is te vinden in PNAS van 05 april 2021 op https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.2002324118 of op https://doi.org/10.1073/pnas.2002324118 . Het is een open access-tekst.

De Scientific American van juli 2021 bracht er een artikel over, met zelfgemaakre verduidelijkende graphics.

Zie desgewenst ook https://ohi.vetmed.ucdavis.edu/about/one-health .

De tekst geeft de top-50 volgens het criterium ‘overspringkans van wild dier op mens’. Hieronder staat deze lijst afgedrukt dd 05 april 2021.

De top-50 diervirussen die kunnen overspringen naar de mens, dd 05 april 2021

Het is nodig enkele kanttekeningen te maken.

  • De website is ‘work in progress’. Naar alle waarschijnlijkheid ziet de ranking er over een tijd anders uit. Wie iets wil met het thema, moet altijd eerst even naar de laatste versie kijken
  • Ik doe op deze site nooit uitspraken die slechts gepast zijn uit de mond van een arts. Wie medische informatie wil rond dit thema, moet een arts zoeken die er verstand van heeft
  • De ranking heeft betrekking op de kans dat een diervirus overspringt naar mensen, maar niet over hoe ziek die mensen daarvan worden. Dat kan variëren van niet tot heel erg. De meeste mensen worden bijvoorbeeld niet ziek van hepatitis E, maar sommige wel.
  • De ranking bevat onzekerheden omdat niet altijd alle 31 factoren bekend zijn (waardoor ze niet de maximale waardering krijgen). Daarom staat SARS-CoV-2 niet bovenaan. Ten tijde van het onderzoek was er bijvoorbeeld nog weinig bekend over het voorkomen van dit virus bij wilde dieren. Men moest zich behelpen met leeuwen en tijgers uit de dierentuin en nertsen.
  • Influenzavirussen (de vogelgriep en zo) zijn bewust weggelaten uit de ranking omdat die elders al in kaart gebracht worden. Ze zouden anders bovenaan gestaan hebben.
  • De ranking heeft betrekking op virussen met zoogdieren (exclusief de mens), vogels, amfibieën en reptielen als gastheer. De ranking bevat geen ziektes die door insecten of teken worden overgebracht, zoals bijvoorbeeld het West Nijl virus (door muggen). Ik vind het zelf onlogisch, want het West Nijl virus heeft vogels als natuurlijke gastheer en de mug is alleen een overbrengingsmechanisme. Maar goed, het is hun keuze. Mogelijk wordt de functie later toegevoegd.
  • De ranking gaat alleen over virussen waarvan wilde dieren de host zijn, niet over virussen waarvan gedomesticeerde dieren (voor nut of genoegen) de drager zijn. Wilde zwijnen tellen dus als host wel mee (bijvoorbeeld voor hepatitis E) en tamme niet, de wolf wel en de hond niet.
    De veedichtheid en het aantal contacten met gedomesticeerde dieren (en hoe nabij mensen en dieren daarbij in elkaars buurt komen) tellen wel mee als risicofactor. Blijkbaar tellen gedomesticeerde dieren wel mee als tussenstap bij een virussprong (bijvoorbeeld als hepatitis E van wilde zwijnen via tamme zwijnen naar de mens overspringt).
    Heel erg goed wordt dit niet uitgelegd in het artikel.
  • De ranking gaat niet over virussen die slechts van mens tot mens worden overgedragen, zoals de (mensen)pokken (Variola). Die ziekte heeft geen dierlijk reservoir en kon mede daarom uitgeroeid worden.
Hepatitis E Virus besmettingsroutes

 Nagekomen bericht:
Artsen zonder grenzen is gestart met de eerste vaccinatiecampagne ooit tegen Hepatitis E, in Zuid-Soedan.

Zie Eerste vaccinatiecampagne tegen Hepatitis E

Wat ik van de boerenacties vind, en van de Nederlandse landbouw

Op een eenmans-site als deze is het ten enenmale onmogelijk om op dit gebied de actualiteit bij te houden. Er gebeurt teveel te snel.

Vandaar een eenmalige verklaring die hopelijk een tijdje mee kan.

Let op het jaartal 1988 in dit tijdloos ogende bericht

Het ontstaan van het probleem
Er is een macro– en een microverhaal.

Het macroverhaal is dat de landbouw na de oorlog krachtig gestimuleerd is onder het motto ‘nooit meer honger’. Dat was een tijd lang terecht en daarna niet meer. Ergens rond 1970 a 1980 had de omvang van de landbouw gestabiliseerd moeten worden. Maar in plaats daarvan werd de binnenlandse markt bijzaak en de wereldmarkt hoofdzaak. Er ontstond een agrarisch-industrieel complex dat, nauwelijks gehinderd of zelfs aangemoedigd door de grote politieke partijen en door de kleine confessionele partijen, een zodanig krachtige eigen dynamiek kreeg dat dit kleine dichtbevolkte land de tweede agrarisch exporteur ter wereld werd. Het is waanzin.

Steeds opnieuw was het argument dat de techniek het zou oplossen en dat men moest groeien om geld te verdienen om het steeds groter wordende probleem op te lossen. Geld werd er inderdaad verdiend, de sector bleef inderdaad groeien, maar de problemen werden alleen maar groter.

Door calciumgebrek overleden jonge mees (en dat calciumgebrek komt door de verzuring en die komt door de stikstof)

Er is een monster gecreëerd dat de tropische regenwouden leeg vreet, dat ons land onderschijt, dat een zware klimaatfactor is, dat bijna alle Nederlandse oppervlaktewater helpt vergiftigen, alsmede de lucht, dat volksgezondheidsproblemen creeert of vergert, en dat de natuur helpt verruïneren. Dood aan de eik en de mees, leve de brandnetel.

De landbouw is gewoon veel te groot voor Nederland geworden en moet een stuk kleiner.

Dat moest wel ergens vastlopen, en toevallig was de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden de eerste juridische hoepel (van Europese huize) die voor de te vet geworden sector onpasseerbaar bleek. De boeren schreeuwen moord en brand en proberen de stikstofregelgeving weg te intimideren, daarbij ondersteund door het aanhangende industriële complex (“Millionen stehen hinter mir” naar de fotocollage van John Heartfield uit 1932).

Boerendemonstratie bij het Provinciehuis in den Bosch op 25 okt 2019

Het heeft alleen geen zin voor de Tweede Kamer om toe te geven, want de volgende juridische hoepel komt eraan: het afschaffen van de derogatie (wat betekent dat Nederlandse boeren minder mest mogen uitrijden). Dat beschermt de bodem, en daarna het grond- en oppervlaktewater, tegen een overdaad aan nitraat en fosfaat.
De inperking van het uitrijden van mest is een prima Europese maatregel.

En achter deze hoepel zit alweer de volgende Europese juridische hoepel, namelijk de Kader Richtlijn Water (KRW) waaraan Nederland in 2027 moet voldoen. De nu lopende (en laatste) planperiode is dit jaar van start gegaan. Momenteel voldoet slechts 1% aan de kwaliteitsnorm ‘goed’ en dat moet in 2027 100% zijn. Niet alleen w.b. nitraat en fosfaat, maar ook w.b. bestrijdingsmiddelen en medicijnresten (die ten dele ook van de landbouw komen).

Een andere hoepel is dat Europa, geheel terecht, naar minder bestrijdingsmiddelen wil. Bestrijdingsmiddelen zijn een causale factor voor Parkinson en dat is de snelst groeiende hersenziekte van dit moment, aldus de grootste specialist op dit gebied, hoogleraar Bas Bloem. Boeren zijn overigens zelf de kwetsbaarste risicogroep. Daarna de omwonenden en daarna de consumenten.

Een potentiële hoepel kan worden dat de recentelijk aangescherpte WHO-richtlijnen voor de luchtkwaliteit in Europese wetgeving vertaald gaan worden – wat prima zou zijn.

En dan nog de verdroging. De beregening in Brabant-oost conflicteert in de steeds drogere zomers met de drinkwatervoorziening. De beregening wordt roofbouw op het grond- en oppervlaktewater.

De Strijper Aa op 04 sept 2022 bij de Paaldijk ten Zuiden vna Leende

Laatste factor in het macroverhaal is dat de strijd om de grond scherper wordt. ‘Men wil onze grond voor woningen en bedrijventerreinen’ aldus sommige boeren – waarvoor overigens al decennia boeren geruisloos uitgekocht worden. En klimaat en biodiversiteit eisen nu ook grond voor waterberging, energieproductie en nieuwe natuur.
De bestaande waarderingsverhouding tussen agrarisch gebruik van de grond en de nieuwe functies verschuift richting de nieuwe functies. En dat is onontkoombaar.

Het microverhaal is dat het in een halve eeuw dolgedraaide systeem uit  mensen bestaat (boeren, hun huishoudens en de werknemers in de agro-industrie) die er vaak ingeluisd zijn door bijvoorbeeld de Rabobank en door al die hotemetoten die predikten dat het allemaal groter en industriëler moest.

Agrarische mensen die nu soms geen kant op kunnen. En waar schulden bestaan, wanhoop heerst en grote sociale problemen bestaan.

Het gaat om allemaal verschillende mensen. Dè boer bestaat niet. Ze zijn rijk of arm, bio of intensief, akker of vee, goed of slecht. Een verzamelaanduiding als “hèt boerenprotest’ is misplaatst.

Het Rijk heeft de landbouw een halve eeuw lang alleen maar behandeld als marktsector. Landbouw was vooral groeien en verkopen.
Er is nooit een probleemafdekkend plan-B gemaakt voor de dag waarvan iedereen wist dat die komen ging, de dag dat het systeem keihard tegen zijn grenzen aanloopt. En dat is nu.
Maar zo’n plan is er niet. Het enige dat het kabinet weet te doen is de beleidsleegte  over de schutting van de provincies gooien.

Het microverhaal is dat er iets voor de mensen gedaan moet worden.

Val schacht 3 Staatsmijn Emma

Wat er moet gebeuren
Ik  vind de vergelijking met de Limburgse mijnsluiting leerzaam. Zie https://www.bjmgerard.nl/terug-van-weg-geweest/ .
Generaties Limburgers waren verknoopt met de mijnen. Maar de wereld veranderde en de mijnen moesten dicht. Dat besluit was onontkoombaar en stond vast.
Voor de mijnsluiting was er op Rijksniveau een plan, met veel geld. Den Uyl reisde persoonlijk naar Heerlen om het te brengen.
Het plan was niet altijd goed en het werd niet altijd goed uitgevoerd, maar desalniettemin probeerde het Rijk zelf zijn verantwoordelijk te nemen. En gooide het probleem niet bij de provincie Limburg over de schutting in de geest van ‘hier heb je geld en zoek het maar uit’.

Nu een deel van de landbouw gesloten moet worden ligt er wel veel geld, maar geen plan. Dat mogen de provincies oplossen.
In hoeverre dat geld vooral de RABO-bank helpt en in hoeverre het de boeren helpt, moet blijken.
In hoeverre het kringlooplandbouwmodel houvast gaat bieden, moet ook blijken. Bij het afgelopen landbouwdebat was er veel kritiek op minister Staghouwer. Als ik voor de verandering SGP-Kamerlid Roelof Bisschop eens citeer ‘is er nog geen fractie van duidelijkheid’ over wat kringlooplandbouw is’.
Overigens is die kringlooplandbouw niet eens een echte kringlooplandbouw. Het lijkt eerder nog steeds een lineair systeem, nu voorzien van extra lussen.

Zie ook Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3) – update .

Maar sommige grote dingen zijn niet door de provincie te regelen.
De provincie kan de Rabobank niet tot de orde roepen, kan de detailhandel geen aanwijzingen geven en kan niet met de EU praten. De provincie mag niet eens zelf de nitraatrichtlijn uitvoeren.
Provincies kunnen binnen een adequaat geformuleerd raamwerk op goede wijze een eigen bijdrage aan de uitvoering geven. Het is tussenbestuur.

uit https://www.wur.nl/en/show-longread/re-rooting-the-dutch-food-system-from-more-to-better.htm

De planloosheid is de oorzaak van heel veel onzekerheid.
Voor die onzekerheid kan men begrip hebben, want er ligt inderdaad geen perspectief klaar, zelfs nog geen aanzet ertoe. En dat terwijl de problemen al een halve eeuw alsmaar groeien, mede omdat de agrarische sector oplossingen al een halve eeuw blokkeert..
Voor de manier waarop delen van de agrarische beroepsgroepen op overvalachtige wijze proberen hun tegenstanders kapot te intimideren, kan ik geen begrip hebben.

De regering moet eerst helder uitspreken dat aan verplichtingen zoals de Natura2000-wetgeving, de mestregels en de Kader Richtlijn Water niet te tornen valt, en moet een raamplan maken op Rijksniveau ten gunste van een forse krimp van de landbouw, zodat de provincies een beperktere taak krijgen die vooral op uitvoering is gericht.
Tegelijk moet er een werkbaar en aan de moderne tijd aangepast landbouwsysteem gedefinieerd worden. Dat had al veel eerder gebeurd moeten zijn.
Waarna de regering er een krachtig en dirigistisch beleid op zet, met oog  voor menselijke belangen en voor andere ruimtelijke belangen. Een boer verdient bijvoorbeeld veel meer aan een hectare zonnepark dan aan een hectare mais.

En als Nederland dan niet meer de tweede landbouwexporteur ter wereld is, maar bijvoorbeeld de tiende, het zij zo. Voor een klein land is dat nog steeds indrukwekkend.

Vote with your fork. Uit https://www.wur.nl/en/show-longread/re-rooting-the-dutch-food-system-from-more-to-better.htm

Als service aan de lezers dezes de brief van de gezamenlijke milieuorganisaties aan Remkes ter voorbereiding van het stikstofgesprek in augustus 2022.


Een tijdje nadat ik dit artikel geschreven heb, verscheen er in de Correspondent een waardevol artikel van Thomas Oudman over stikstof, niet alleen als milieuprobleem maar ook als beschikbaarheidsprobleem en prijsprobleem, mede vanwege de toenemende spanning op de beschikbaarheid van kunstmest.
Zie https://decorrespondent.nl/13711/het-stikstofprobleem-oplossen-is-niet-alleen-goed-voor-de-natuur-het-houdt-de-landbouw-ook-betaalbaar/1505769263757-f085b87d?pk_campaign=daily .

Masterthesis over stikstofdepositie door vliegtuigen

Wie, waar en waarover?
De Delftse student Marijn van Loo heeft zijn masterthesis geschreven over stikstofdepositie door de luchtvaart. Zijn motivatie was dat er al veel gestudeerd was op de luchtvaarteffecten van klimaat, geluid en luchtkwaliteit, maar dat een passende recente studie van de stikstofdepositie ontbrak. En voor zover er regelgeving is, is die lokaal terwijl de luchtvaart per definitie mondiaal is.

Zijn thesis is afgerond op 21 september 2021 (hoewel het voorwoord al in juli ondertekend is), maar er zat embargo op het verschijnen tot 21 juni 2022. Een merkwaardige vertraging.

De ‘abstract’ van de studie is te vinden op abstract stikstofdepositiestudie luchtvaart M van Loo . Onder aan de abstract staat in kleine lettertjes dat hij daar te downloaden is.  

Met ‘stikstofdepositie’ wordt bedoeld reactieve stikstof (oxides, ammoniak en in de atmosfeer gevormde reactieproducten daarvan) die vanuit de atmosfeer op de grond neerdalen. In sommige delen van de wereld leidt dat tot een overdaad aan stikstofbemesting. Aangezien dat in deze dagen (en elders op deze site) al voldoende aan de orde komt, wordt er hier nu niet verder op in gegaan.

Stikstof kan ‘dry’ en ‘wet’ gedeponeerd worden. Zoals de termen doen vermoeden, is ‘dry’ zonder dat er neerslag aan te pas komt (in de gasvorm of als secundaire deeltjes als ammoniumnitraat), en is ‘wet’ als de stikstof vergezeld gaat van water (bijvoorbeeld omdat een druppel zich vormt om een deeltje of omdat een vallende druppel een deeltje opneemt).

Behalve een onderscheid naar ‘dry’ en ‘wet’ maakt Van Loo ook onderscheid naar lokaal versus mondiaal en LTO versus non-LTO (LTO betekent Landing and Take Off), en naar de ondergrond waarop de depositie terecht komt.

Het GEOS-Chem model
De kern van de thesis is het gebruik van het GEOS-Chem model dat in het algemeen het transport van chemische stoffen in de atmosfeer berekent, en nu dus specifiek wordt toegepast op stikstofdepositie.
Van Loo koos twee grid-resoluties, de aardbol in 4*5 graad en idem in 2*2,5 graad.
De vertikale as werd verdeeld in stappen van 125m, reden waarom de ICAO-rekenlimiet van 3000 voet (ruim 900m) werd afgerond op 1 km. Deze 3000 voet is de officlële afkapgrens in Nederlandse stikstofberekeningen.

GEOS-Chem is een ingewikkeld model. In de grove resolutie had de supercomputer Cartesius er 65 uur voor nodig om het probleem te kraken, en in de fijnere mode 360 uur (meer dan 4* zoveel omat de supercomputer na drie dagen afslaat en handmatig weer aangezet moet worden).
Dit is eerst uitgevoerd voor scenario 2, zijnde de achtergronddepositie plus de vliegtuigdepositie LTO plus de vliegtuigdepositie non-LTO.
Vervolgens zijn er ook twee runs uitgevoerd voor scenario 1 (achtergrond zonder vliegtuigdepositie), twee runs voor scenario 3 (achtergrond met LTO-depositie) en één run voor scenario 4 (achtergrond met non-LTO – de tweede run bleek overbodig).

Uiteindelijk levert het onderstaande tabel voor scenario 2.

In deze tabel betekent Tg N yr-1 Tg (dat is een miljard kg = 1 Mton) stikstof, omgerekend naar elementbasis, per jaar en dat over de hele wereld opgeteld.

Slordigheden en een zwakte
De studie bevat enkele slordigheden die eigenlijk in Delft niet zouden mogen passeren.

  • NO3 en NH4 bestaan niet als moleculen. Bedoeld zal wel zijn de ionen NO3 en NH4+ .
  • Bij sommige verdeelplaatje staat op de vertikale as kg N m-2 y-1 staan. Dat moet ongetwijfeld kg N km-2 y-1 zijn . Klein foutje.
  • De grafieken 5.1 en 5.4, die de verdeling van de dry, wet en totale depositie over het jaar aangeven, zijn slordig. Zo te zien klopt de totale lijn, maar tellen dry en wet niet op tot totaal.
  • Men kan niet duidelijk zien met welke data het model gevoed is.
    Van Loo geeft in hoofdstuk 2 een algemene beschouwing over de stikstofkringloop en de gevolgen van depositie, maar maakt niet duidelijk hoe deze beschouwing omgebouwd wordt tot input van het model. Slechts een deel van de stikstofkringloop speelt zich in de atmosfeer af.
    De meteorologische input (blz 12) komt van NASA/GMO, en de anthropogene stikstofinput komt van CEDS en enkele regionale databanken –  aldus de literatuurlijst.
    Onduidelijk is welke natuurlijke input gebruikt is (bijvoorbeeld bliksems en uit bemest akkerland ontwijkend lachgas en stikstof uit zee). In de tekst van Van Loo sprokkelend kom ik op respectievelijk 5 + 5 + onbekend in Tg N/y,
    Waarschijnlijk zijn de natuurlijke stikstofbronnen in de atmosfeer relatief klein t.o.v. de totale bovengenoemde 115 Tg N/y, maar dat had wel geëxpliciteerd mogen worden.
    Waarschijnlijk zijn de uitkomsten van het model grofweg juist, maar bepaald niet precies genoeg voor twee cijfers achter de komma (en ook niet voor het cijfer voor de komma).

Daarnaast is er een zwakte waar Van Loo weinig aan doen kan, namelijk dat het meest recente materiaalpakket uit 2005 dateert.

De resultaten
Uiteindelijk levert het dagenlange computergeploeter een vliegtuigdepositietabel op en verdelingsplaatjes. Zie hieronder.

De tabel geeft de depositie door vliegtuigen van LTO en non-LTO samen.

Het bovenste plaatje geeft de totale depositie uit alle bronnen, omgerekend naar elementbasis N, in kg per km2  per jaar.
Het onderste plaatje geeft de depositie door vliegtuigen van LTO en non-LTO samen, weer omgerekend naar elementbasis N, in kg per km2  per jaar.

In Nederland is de Mol per hectare gebruikelijk.  1 kg N/km2 komt overeen met 0,71 Mol/hectare .

Slotsom is dat de luchtvaart over het jaar 2005, gerekend over de gehele aarde, 0,80Tg stikstof deponeerde op een totaal over alle bronnen van 115Tg. Jaar- en aarde gemiddeld was de luchtvaart in 2005 dus goed voor 0,71% van de emissies. Dit voor ongeveer een kwart als ‘dry’ en ongeveer driekwart als ‘wet’ depositie.

Uit de studie blijkt verder (maar in dit artikel  is dat niet verder uitgewerkt) dat GEOS-Chen er slecht in is om dry deposition te modelleren. Waarom  dat zo is, weet men niet. Wet deposition modelleren gaat goed. Weer een reden om de resultaten met een korreltje fijn stof te nemen.

Metingen
Er zijn metingen van wet deposition in Noord-Amerika, Europa en Azië, en metingen van dry  deposition in de VS (en een paar in Canada).
Voor wet deposition klopt het redelijk. Voor dry deposition zeer matig.

LTO- en non-LTO depositie
Met scenario 3 en 4 heeft Van Loo een indicatie kunnen geven van hoe de vliegtuigdepositie verdeeld is tussen de LTO-fase en de non-LTOfase.

Mondiaal opgeteld is de LTO-fase goed voor 7,7% van de vliegtuigdepositie en de non-LTO-fase goed voor 92,3%.
Dit kan echter van regio tot regio sterk verschillen. In de Sahara stijgen nu eenmaal weinig vliegtuigen op, terwijl er toch stikstof overheen waait. De verhouding zit daar een eind onder de 7%.
In een gebied met veel en drukke vliegvelden dalen en vooral stijgen veel vliegtuigen en kan de verhouding een eind boven de 7% liggen.

(Onderstaande twee alinea’s zijn in de nu voorliggende tweede versie gewijzigd t.o.v. de eerste versie)
Als met het origineel van dit kaartje sterk vergroot, zijn Parijs en Londen te zien als 30% en Schiphol en Eindhoven ergens rond de 25% . Met andere woorden: in West-Europa is de non-LTO en de LTO-depositie bij elkaar van alle vliegbewegingen samen ongeveer 4* zo groot als de LTO-depositie alleen van alle vliegbewegingen samen.
Voor één individuele vliegbeweging ligt de verhouding (non-LTO+LTO)/LTO anders, maar dat staat niet in het rapport. Uit andere bronnen komt dat vaak op 8 a 10, afhankelijk van de specificaties van de vlucht.

Figuur 5.2 geeft een indicatie van een soort gemiddelde achtergrond, voor zover dat met deze pixelgrootte en bij deze subtiele kleurschakeringen te zien is. De diffuse depositie door het gezamenlijke Europese vliegverkeer boven Nederland zit ergens rond de 8 kg N km-2 y-1 zijn, dus ergens rond de 6 Mol per hectare per jaar.
Lokale effecten op microniveau rond afzonderlijke vliegvelden zijn bij deze pixelgrootte niet te zien. Die claim wijst het rapport nadrukkelijk af.

Enkele kanttekeningen

  • Het gebruikte statistische materiaal dateert uit 2005. Tussen 2005 en 2020 is de mondiale luchtvaart met een factor 2,2 gegroeid in reizigerskilometers (zie grafiek hieronder, auteur de ICAO) en is, minstens op papier, de stikstofdepositie uit andere bronnen door beleid verminderd. Met zekerheid vormt het luchtverkeer, over de aarde opgeteld, nu ruim het dubbele deel van de totale depositie dan de 0,71% uit 2005. Zeg, ergens rond de 1,5%.
  • De stikstofdepositie van een Nederlands vliegveld heeft niet zozeer een probleem met hoeveel de absolute waarde is, maar met dat het hoger is dan wat het mag zijn. En vooral als er geen Natuurvergunning is, telt elke gram
  • De studie van Van Loo leent zich er niet voor om op detailniveau van bijvoorbeeld Schiphol of Eindhoven Airport te rekenen. Dat moet echt met harde, lokale gegevens
  • De landbouw zou baat hebben bij een reductie van de activiteiten op Schiphol, maar niet zoveel als men zich wellicht zou wensen
  • Remkes. Zie hieronder.

Remkes
Zie https://www.bjmgerard.nl/stikstofadvies-remkes-bemoeilijkt-groei-luchtvaart-geen-onmiddellijke-consequenties-voor-eindhoven/ .

In zijn advies ‘Stikstof en Luchtvaart’ dd januari 2020 noemt Remkes, op gezag van TNO en RIVM, cijfers over de stikstofdepositie in Nederland door de luchtvaart.
Hij stelt dat de stikstofdepositie door de luchtvaart van onder de 3000 voet (dat is 914m) 4,1 Mol per hectare per jaar is, en van boven de 3000 voet 8 tot 15 Mol per hectare per jaar. Samen 12 tot 19 Mol per hectare per jaar.
De luchtvaart is bij Remkes goed voor 1% van de totale stikstofdepositie.

Als men de door Van Loo grof geschatte 6 Mol per hectare per jaar vermenigvuldigt met de groei van het vliegverkeer sindsdien (factot 2,2), dan komt men op rond de 13 Mol per hectare per jaar en dat past heel aardig bij Remkes.
Dat Van Loo, ma toepassing van de groeifactor, op 1,5% komt (vliegtuigdepositie t.o.v. totale N-depositie) en Remkes op 1% kan ook vrij aardig kloppen, omdat Nederland per km2 in Europa veruit het meeste stikstof uitstoot uit andere bronnen, vooral de landbouw.

Van Loo en Remkes komen dus heel aardig overeen.

Stikstof-top100 lijsten

Wat er aan vooraf ging
GroenLinks-kamerlid Laura Bromet had aan de minister gevraagd om een lijst van de 100 grootste “stikstofbronnen (bedrijven/vergunningen)” (de formulering doet ertoe). Die is op 05 april 2022 verstrekt. Omdat de twee soorten stikstofverbinding zich heel anders gedragen, had de minister, op gezag van het RIVM, een lijst gegeven van de grootste 100 lozers van stikstofoxiden (NOx) , en van de grootste 100 lozers van ammoniak (NH3).

Laura Bromet

Nadat de lijsten uitgekomen waren, bleek dat er bij de handmatige opstelling ervan door het RIVM in de ammoniaklijst fouten gemaakt waren. Stallen waren als grote lozers gecodeerd terwijl ze moderne, overdrachtbeperkende maatregelen genomen hadden en daarom veel kleinere lozers waren.
Verder bleek dat er een fout in de NOx – lijst stond, maar dat was de eigen schuld van Exxon Mobile (te hoge getallen opgegeven).

De lijsten zijn gecorrigeerd en te vinden op https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2022D15746&did=2022D15746 . Daar zijn ook de vragen van Bromet en de ministeriele antwoorden te vinden, alsmede de aanbiedingsbrief van de gecorrigeerde versies zijdens het RIVM en wat andere correspondentie.

De gegevens zijn afkomstig uit de Nederlandse Emissieregistratie, die te vinden is op http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/bumper.nl.aspx .

Technische kanttekeningen (maar geen onbelangrijke)
De pers en de belangengroepen stortten zich enthousiast op de aangeleverde ratings, maar verloren daarbij (zoals dat wel vaker gaat) wat kleinigheden uit het oog.

  • De feitelijke vraagstelling van Bromet ging over emissies en dus niet over immissies en/of depositie (simpel gezegd wat er in je neus komt resp. wat er op of in de grond komt). Het verband tussen emissies aan de ene kant en immissies/depositie aan de andere kant vergt complexe verspreidingsmodellen die voor NOx en NH3 sterk verschillen. Omdat met name de immissie en de depositie een effect op mens en natuur hebben, is het wetenschappelijk nut van de lijsten beperkt.
    Het RIVM heeft wel een depositierapport, maar daar was dus niet om gevraagd. Het is te vinden op https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0200.pdf .
  • De feitelijke vraagstelling van Bromet ging over “stikstofbronnen (bedrijven/vergunningen)”, dus over “inrichtingen”. Dat betekent in praktijk industriële bedrijven, veehouderijen en vliegvelden. Het gaat dus niet over het wegverkeer (want dat is geen inrichting). Dat maakt nogal uit want het wegverkeer is goed voor ongeveer de helft van alle uitgestoten stikstof.
  • De in de ammoniaklijst opgenomen inrichtingen zijn samen goed voor ongeveer 2% van alle ammoniakemissies.
    De in de NOx – lijst opgenomen inrichtingen zijn samen goed voor ongeveer 13% van alle NOx– emissies
  • Bij gasvormige stikstofoxides gaat het om NO of NO2 die in de atmosfeer in elkaar kunnen overgaan. Er is gerekend alsof alle gasmolekulen uit NO2 bestaan. Zou men op 100% NO-basis gerekend hebben, dan waren de aantallen kg ongeveer anderhalf keer zo klein geweest.
  • De emissies van vliegvelden zijn van de luchthaven zelf en van vliegtuigen tot 900m hoogte
  • Bij agrarische bedrijven tellen de ammoniakemissies uit stallen en de mestopslag wel mee, en emissies door beweiding en bemesting tellen niet mee. Die zijn best wel relevant, maar om technische redenen waren ze niet in de lijst onder te brengen
  • Gegevens over hun emissies worden door inrichtingen zelf aan de Emissieregistratie aangeleverd.

Enige relativering van het nut van de twee top 100-’s is op zijn plaats. Maar het is wel een goede publicitaire stunt van Bromet.

Wat observaties aan de ammoniak-top 100

  • Bij 10 van de 100 inrichtingen gaat het om industriele bedrijven, en bij 90 om veehouderijen. Enkele van die 10 zijn ook weer landbouwgerelateerd.
  • De 10 industriële inrichtingen in de top100 lozen samen 947 ton ammoniak, alle industriële inrichtingen, raffinaderijen en energieproducenten samen loosden in 2020 2300ton
    De 90 veehouderijen in de top100 lozen samen 2155 ton (ca 24 ton per veehouderij). De landbouw als geheel loosde in 2020 113400 ton
  • Van de 90 veehouderijen liggen er 37 in Noord-Brabant (waarvan 4 in Someren en 4 in Bernheze), en 10 in Noord-Limburg

Wat observaties aan de NOx -top 100

Tata Steel Ijmuiden
  • Tata Steel is onbedreigd eerste (met 6034 ton)
  • De vliegvelden scoren hoog. Schiphol is onbedreigd tweede met 3635 ton, Eindhoven 47ste met 221 ton (er staat ‘vliegveld Eindhoven’, dus onduidelijk is of dat met of zonder Defensie is), Maastricht is 76ste met 82 ton en Rotterdam-Den Haag 78ste met 78 ton
  • De kleine gemeente Moerdijk is met zes vermeldingen (waarvan drie afvalverwerkende inrichtingen) een stikstofgrootmacht.
    De BioMassacentrale Moerdijk verbrandt kippenmest.
  • Nr 14 (RWE in Geertruidenberg) is de Amer 9-centrale (zie https://benelux.rwe.com/en/locations/amer-power-plant )
    Nr 52 (RWE Moerdijk) is een gasgestookte STEG-inrichting (Stoom En Gas-turbine) op het industrieterrein, zie https://benelux.rwe.com/en/locations/moerdijk-power-plant .
  • Verder eigenlijk niet zoveel verrassingen.
De STEG-plant van RWE op industrieterrein Moerdijk

Provincie schiet bok bij beoogde Tilburgse mestbewerker; hoe nu verder?

Schets van de installatie op de VTTI-website

Er vinden vele nuttige energie-, milieu- en recycleactiviteiten plaats in het gebied De Spinder in Tilburg-noord. Het wordt beheerd door Deponie Zuid, een werkmaatschappij van Attero.
Op zich is een terrein als De Spinder, met al veel afvalverwerking, een geschikt industrieterrein voor een mestvergister.

Deponie Zuid heeft een koepelvergunning voor alle activiteiten op De Spinder. Daarbinnen heeft Deponie Zuid al in 2014 vergunning gekregen voor het oprichten van een mestvergister. In april 2018 heeft Deponie Zuid van Gedeputeerde Staten (GS) een aangepaste vergunning gekregen in plaats van die uit 2014.

Bij die vergunning uit 2018 hoort een geurstudie van ingenieursbureau SPA WNP.
Zo’n geurstudie schrijven valt tegen. Er bestaat niet zoiets als een breed aanvaard kengetallenbestand. In plaats daarvan wordt er gekeken van welke waardes men bij eerdere projecten uitgegaan is, of  had willen uitgaan (want die eerdere projecten gingen soms ook weer niet door). Onzekerheid stapelt op onzekerheid, zodat uiteindelijk SPA WNP een range aan mogelijke stankemissie geeft van 14000 tot 80.000 geureenheden per sec (zo’n geureenheid/sec heet officieel ouE/sec, maar dat is een onwerkbare naam). SPA WNP geven binnen die range als eindadvies 32000 geureenheden die per sec de lucht in mogen schieten.
Maar de toenmalige GS schoten een bok en schreven in de formele beschikking per ongeluk 25000 geureenheden/sec voor.

Dit alles is toen weinig of geen mensen opgevallen, mede omdat het op dat moment een vergunning ‘voor op de plank’ was. Er was toen geen gegadigde met concrete plannen.
De gemeente Tilburg had in 2018 geen serieuze vragen, evenmin als de milieuorganisaties en de omwonenden.

In  augustus 2021 meldde zich de onderneming VTTI  Bio Energy Tilburg BV, die op het papieren fundament uit 2018 echte stenen en installaties wil gaan plaatsen. Toen schrok iedereen wakker. VTTI heeft, uit eigen beweging, een second opinion laten uitvoeren door Tauw, welk consultancybureau op 39000 geureenheden per sec uitkomt (ook weer met een flinke range).
Overigens blijkt uit het rapport van Tauw dat VTTI een extra zuiveringstrap zegt toe te willen voegen om aan 80% geurverwijderingsrendement te komen: naast de gebruikelijke ontstoffer, zure en basische wasser ook een oxidatieve wasser die specifiek tegen stank gericht is. Dat kon wel eens flink schelen. Maar let wel: de 80% staat in de beschikking (voor wat dat waard is), de vierde trap niet.

De Spinder

De SP-fractie in PS heeft, samen met mij (ik ben fractieondersteuner) en met iemand van het Brabants Burgerplatform, naar de precieze teksten uit 2018 gekeken en naar Tauw. SP-woordvoerder Irma Koopman heeft er indringend vragen over gesteld. Daardoor kwam vier jaar later de blunderbok boven water.
Maar GS willen de vergunning niet intrekken en willen de blunderbok, al dan niet ambtshalve, alsnog euthanasiëren.

De SP-fractie heeft overigens geen principieel bezwaar tegen mestvergisters en dat geldt ook voor mijzelf. Er zijn goede energetische en klimatologische en circulaire argumenten voor mestvergisting, zo lang

  • men die ziet als een recyclingactiviteit voor een bestaand probleem en niet als oplossing voor de te grote dieraantallen,
  • er geen overcapaciteit is (zie verderop in dit artikel, want dat is een verhaal apart)
  • als de inrichting een adequate milieuvergunning heeft. Maar dat laatste blijkt dus makkelijker gezegd dan gedaan.

Er is nu voor de SP in PS geen zinvol politiek traject meer mogelijk.

Het is denkbaar dat er nu door omwonenden en bijvoorbeeld de BMF geprocedeerd gaat worden. Het is afwachten wat er op dat gebied gebeurt. Het is de vraag hoe kansrijk dat procederen is, gegeven de voorgeschiedenis, en eveneens hoe de rechter, vier jaar na dato, tegen de blunderbok aankijkt.

De omwonenden zouden kunnen overwegen (maar dat is hun keuze) om, parallel aan een eventueel juridisch gebeuren, ook onderhandelingsgesprekken op te starten. Immers, niemand zit er jodelend bij. De provincie heeft een stomme vergunning afgegeven die echter tot nu toe wel rechtsgeldig is, VTTI heeft een probleem als men het met die stomme vergunning moet doen, de omwonenden, de gemeente Tilburg en de milieuorganisaties hebben hun kans in 2018 laten schieten.
En dan zijn er ook nog mogelijke probleempjes met stikstof die tot nu toe niet aan de orde geweest zijn.
En de mestvergister, indien vergund, is volgens SPA maar goed voor 18% van alle emissies die de collectieve vergunning op De Spinder toestaat. Het is denkbaar dat elders op De Spinder met minder moeite meer milieuwinst te boeken valt. Dat vraagt echter om concrete detailkennis van het complex.
Het is maar een idee.

(beide grafieken uit Tauw)

Even over de al dan niet overcapaciteit van mestbewerkers.
Er is een recente studie van Wageningen (WUR) ‘Evaluatie van verwerkingsinstallaties voor mest en co-vergiste mest’, waar in staat wat kenmerken en mogelijkheden zijn van mest en vergiste mest (digestaat) als die er eenmaal is. Hierover later een apart verhaal.
De studie heeft een hulphoofdstuk waarin de fosfaat- en stikstofbalans beschreven is. Van de 157 miljoen kg P2O5 (dat met water foshaat vormt) die binnenkomt kan 108 miljoen kg geplaatst worden en 49 miljoen kg niet. Er gaat 47 miljoen kg het systeem uit (deels met bewerking als tussenstap), dus als men niet op een kilootje kijkt is de fosfaatbalans ongeveer in evenwicht. Zo ook (met andere getallen) de stikstofbalans.

Zou je denken dat je in Tilburg geen nieuwe mestbewerker meer nodig hebt.

Er zijn echter een paar mitsen en maren, zowel plus als min.

  • De balanscijfers van Wageningen zijn de officiële. Er is echter een omvangrijke illegaliteit die bij Wageningen niet aan de orde komt, en dat kan om eenderde van de mest gaan. Als daarop succesvol gehandhaafd zou worden, is er meer capaciteit nodig.
  • De buitenlandse vraag kan zowel in de min als in de plus veranderen
  • De met elkaar concurrerende maatschappelijke functies concurreren met elkaar om landbouwgrond (zie Grote energie-, klimaat- en bouwopgaven in een beperkte ruimte (PBL) ), wat zowel min als plus kan werken
  • Als het aantal dieren inderdaad met 30% oml;aag gaat (waarover het kabinet nu spreekt) is er minder capaciteit nodig
  • Als ex-landbouwminister Schouten in de door haar bepleite kringlooplandbouw (die bij nadere beschouwing overigens geen kringlooplandbouw is) haar zin krijgt, hoeft rundermest niet meer bewerkt te worden want grondgebonden (minder capaciteit nodig), maar moet alle niet-rundermest verplicht bewerkt worden (meer capaciteit nodig).

Kortom, er is, wat mij betreft, op dit moment geen peil op te trekken wat er aan toekomstige capaciteit nodig is.
Ik heb voor de provinciale SP een motie geschreven waarin een driejarig moratorium op nieuwe mestbewerkers voorgesteld wordt t/m 31 december 2024 . Die haalde het helaas niet. Zie

VION heeft stank niet onder controle (update dd 04 jan 2022)

Vion pand

Voorafgaand
VION in Boxtel mag 5,6 miljoen varkens per jaar slachten. Behalve voor de dieren, is dat voor de omwonende mensen onaangenaam. Het maakt herrie en het stinkt, de waterzuivering loopt over en heeft Legionella verspreid. Er ontstond een actiegroep die veel tamtam maakte, en met succes.

Vorig jaar vroegen actievoerders mij wat ik er van vond. Ik heb mijn mening gegeven en een gesprek begeleid tussen de actiegroep en het College van B&W van Boxtel. Zie www.bjmgerard.nl/?p=9213 en www.bjmgerard.nl/?p=9717 .

VION, de gemeente en de Omgevingsdienst hebben meegewerkt aan een onderzoek naar de geursituatie in Boxtel, uitgevoed door Witteveen en Bos. Dat is op 03 december 2020 verschenen. In het kader van dat onderzoek zijn ook al beperkte verbeteringen aangebracht. VION heeft gezegd bereid te zijn tot meer verbeteringen (in elk geval een nieuwe en hogere schoorsteen).

Varkens in een veewagen

Geurwetgeving
Je kunt “geur” op drie levels zien:  in termen van hoeveelheden uit varkens vrijgekomen stinkstoffen, in termen van emissies (wat er uit de som van alle pijpen en gaten van de fabriek komt) en in termen van immissies (wat er in de neus van omwonenden komt).
Van het geheel aan stinkstoffen wordt het grootste deel onschadelijk gemaakt  met allerlei apparatuur.
Wat niet onschadelijk gemaakt wordt, ontsnapt uit schoorstenen, ventilatoren, deuren en ramen, enz als emissies.
De emissies kunnen min of meer worden omgerekend tot immissies met ingewikkelde atmosferische verspreidingsmodellen.

In de uitbreidingsvergunning van 2013 zijn de belangrijkste beperkende getalsmatige eisen a)  dat het leven van 5,6 miljoen varkens per jaar beëindigd mag worden en b) dat ter plekke van woningen van derden de immissie slechts 2% van de tijd (175 uur per jaar) boven de 1,5OUE/m3 mag uitkomen. Dat is overigens erg ruim.

Wettelijke geurbepalingen zijn vooral te vinden in het Activiteitenbesluit. Dat bevat géén landelijk vastgestelde immissienormen. In plaats daarvan bevat het handelingsvoorschriften ten aanzien van het productieproces en de geurbeperkende inrichtingen. Dat moeten ‘Best Beschikbare Technieken (BBT)’ zijn (op zijn Engels Best Available Techniques, BAT). Die zijn per bedrijfstype  Europees vastgelegd in BREF-documenten (BBT Referentie – documenten).
Het BREF-document ‘Slachthuizen en bijproducten van dierlijke oorsprong’ dateert uit 2005 en is een document van 469 pagina’s, dat uitputtend alle denkbare aspecten van het productieproces behandelt. Wie het wil lezen, kan het vinden via www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheid-energie/ippc-installaties/brefs-bbt-conclusies/virtuele_map/slacht-en/ .

IPPC (Integrated Pollution Prevention and Control) is de Europese regelgeving waaraar grote milieugevoelige inrichtingen moeten voldoen. Nederland heeft deze richtlijn ingepast in het Nederlandse milieubeleid

Tot 1 januari 2016 gold oudere wetgeving, de Nederlandse Emissie Richtlijn, met daarin opgenomen Bijzondere Regelingen, waarvan hier relevant die voor de slachterijen en de vleeswarenbedrijven, en, vanwege de afvalwaterzuivering, die van de Rioolwaterzuiveringsinstallaties. Hoewel deze Regelingen geen juridische kracht meer hebben (ze zijn als het ware in het Activiteitenbesluit opgelost) zijn ze nog steeds populair als bruikbaar naslagwerk met kengetallen.
Ze zijn te vinden op www.infomil.nl/publish/pages/64467/ner_augustus_2014.pdf en zoek in het .pdf-programma op ‘slacht’, dan kom je bij de pagina’s die ook in het rapport van W&B staan

Als een bevoegd gezag (bij VION is dat de gemeente Boxtel) de geur van alle geurveroorzakende inrichtingen (met eventuele cumulatie) aan banden wil leggen, moet het zelf bepalen wat een ‘aanvaardbaar niveau’ is en daar vervolgens beleid bij ontwerpen. Boxtel heeft dat nog niet gedaan.
De provincie Noord-Brabant heeft een voorbeeld van een dergelijke systematiek. Dat is echter niet meer dan een Beleidsregel, die alleen Gedeputeerde Staten zelf bindt en geen rechtstreekse werking heeft op anderen. Wil een gemeente de systematiek overnemen, dan moet dat dus op basis van een expliciet politiek besluit.

Het onderzoek van Witteveen en Bos (W&B)
Het ingenieursbureau beschouwt het bestaande productieproces als een gegeven en rekent met  18000 varkens per dag (hetgeen, na omrekening op jaarbasis) onder de vergunde 5,6 miljoen uitkomt. Het bureau rekent dus aan een bedrijf dat niet op volle kracht draait.

Bij een bedrijfsbezoek dd 27 september 2019 (de start van het traject) identificeerden W&B 33 mogelijke stankbronnen (23 bij VION en 10 bij de waterzuivering), waarvan er uiteindelijk 11 bij Vion en 5 bij de waterzuivering relevant bleken.

Van dat deel van die bronnen dat rechtstreeks op de buitenlucht loost is de emissie vastgesteld op basis van kengetallen, horend bij de Bijzondere Regelingen. De belangrijkste hiervan zijn de brandovens.
Een ander deel van de bronnen gaat via reinigende apparatuur de buitenlucht in (chemische wasser, luchtwasser, koud plasma-unit). Daarvan is de output gemeten en, om een schatting van het rendement te maken, ook van de input.  

Lopende het onderzoek van W&B heeft VION voor €350.000 geïnvesteerd in maatregelen. Enkele kleine bronnen lozen niet meer rechtstreeks op de buitenlucht, maar via de chemische wasser. Verder zijn stromen verplaatst van de overbelaste biologische wasser naar de chemische wasser.

Het effect van dit alles was dat de emissies naar de buitenlucht van 2,517 * 1012 OUE/jaar (dd 27 september 2019) gedaald zijn naar 1,776 * 1012 OUE/jaar (dd 18 juni 2020, het einde van het traject).

De berekende 0,5 OUE-contour op basis van 2% overschrijding op 27 sept 2019 (het jaartal 2020 is een typefout)
De berekende 0,5 OUE-contour op basis van 2% overschrijding op 18 juni 2020

W&B hebben de bijbehorende contouren geschat. Links 27 september 2019 (2020 is een typefout, moet  2019 zijn), rechts 18 juni 2020 . Buiten de contour is de immissie minder dan 175 uur/jaar groter dan 0,5OUE/m3 .

In de oude (verdwenen) Bijzondere Regelingen ging men er van uit, dat er onder de 0,55OUE/m3 geacht werd niets aan de hand te zijn, dat er boven de 1,5OUE/m3  maatregelen nodig zijn, en dat tussen beide in lokale afwegingsvrijheid mogelijk is. In de vigerende vergunning van VION is dus die afwegingsvrijheid volledig aan VION toegekend.

Enkele Best Available Techniques uit het BREF_document en van elders

  • Een hogere schoorsteen. Dat betekent een nieuwe en die wil Vion bouwen (kost ze driekwart miljoen)
  • Biofilters. Die moeten idealiter boven de 90% rendement kunnen komen. Ze vragen veel oppervlak en een continue, niet al te hard stinkende stroom (geen onregelmatige pieken, want bacterien vinden het niet lekker als ze eerst een tijd worden uitgehongerd en dan ineens overvoerd.)
    (Infomil noemt in www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/digitale-ner/luchtemissie/overzicht-factsheets/  geurverwijderingsrendementen van 70-95% en de oude Bijzondere Regelingen 90%)
  • Chemische wassers met zuur en/of loog. Het BREF-document noemt geen getallen. Infomil noemt 80-99%, de oude Bijzondere Regelingen 80%.
  • Koolfilters. Zijn volgens het BREF-document kwetsbaar. Ze beginnen goed met 95-98%, maar zakken weg als ze vol raken en halen gemiddeld de 80% geurverwijderingsrendement. Ze stellen hoge eisen aan de voorbewerking van de lucht (droog, geen stof, geen vetdruppels en andere aerosolen). Desalniettemin gebruiken veel slachthuizen ze.
  • Ozon-filters (ook wel genoemd koude plasma-units – de TU/e is daar ook mee bezig). BREF noemt een geurverwijderingsrendement van boven de 90% als de lucht niet erg vochtig is, Infomil 80-99,9% , en de Noorse fabrikant SEID (van wiens voorganger APP bij VION een apparaat staat) noemt 75-99%.
    Voor SEID zie www.seid.no (en dan product Moduplasma).
    Voor een kleine stoomcursus ‘geur’ zie www.seid.no/a-brief-introduction-to-odor-and-odor-reduction/ .
Een hoogspanningsplasma en de werking daarvan (vorming ozon)

De slechte staat van de milieuzorg bij VION
Onderstaand verhaal is gebaseerd op het rapport van W&B, maar niet in deze bewoordingen door hen geschreven. De beweringen komen voor mijn rekening.

  • De afgassen van de brandovens gaan ‘om veiligheidsredenen’ ongezuiverd de lucht in (0,23* 1012 OUE/jaar) . Ik vermoed dat daar de klachten bij omwonenden over de zwavelstank vandaan komen.
  • Bij de eerste meting (29 januari 2020) bleek de chemische wasser bijna in het geheel niets te doen.  De leverancier moest eerst groot onderhoud plegen. Daarna viel er nog steeds niets te meten en bleek er een sensor kapot. Uiteindelijk eindigde de chemische wasser via 83% op de capaciteit waarop hij ontworpen is naar rendement van 63% toen hij er de taken van de biowasser bij kreeg. Klinkt als overbelasting.
  • De biologische wasser moest eerst schoongemaakt worden en deed het daarna nog steeds knudde met een rendement van een kwart tot een derde. Maar dat is niet zo erg, want hij heeft niet veel meer te doen. Probleem was dat de biowasser wel met grote pieken belast werd (en dan weer bijna niks).
  • Die rendementen zijn bij VION zeer veel lager dan ze volgens betrouwbare literatuur zouden kunnen zijn.

Volgens mij deugt er veel niet aan de milieu-infrastructuur bij VION en aan de manier, waarop men daar mee omgaat.

De waterzuivering van Hydrobusiness

De waterzuivering
Die staat op het terrein van VION en werkt alleen voor VION, maar is een aparte onderneming met een aparte vergunning. Ondanks dat is hij wel in het geuronderzoek meegenomen, maar op het grote geweld van VION blijkt het een bescheiden speler.
De waterzuivering is wel anderszins van belang. Het is een gammele constructie die in de omgeving al 14 mensen legionella bezorgd heeft en waar af en toe het water uit gulpt. Voor een beschrijving en een filmpje zie www.ad.nl/boxtel/lekkage-afvalwater-bij-slachterij-in-boxtel-wekt-onrust-het-schuim-komt-met-regelmaat-over-de-muren~a1ee84f6/ In dit artikel blijft dit verder buiten beschouwing.

Wat vind ik dat moet gebeuren bij VION?

  • Minder varkens slachten als onderdeel van een beweging om minder vlees te eten. Bronbeleid in milieukundige zin dus.
  • De milieu-installaties van VION moeten geheel opnieuw ontworpen worden. Niets werkt echt goed en het lijkt erop dat de installaties de groei van het bedrijf niet hebben kunnen bijhouden. Er is een algemene nieuwe vergunning nodig op basis van consequent Best Available Technology.
  • In het bijzonder moeten de afgassen van de brandovens nabewerkt worden, zodat Boxtel van de zwavelstank verlost raakt. Een ozon-installatie lijkt daarvoor een goede gedachte.
  • Kijk in hoeverre geurvangende apparaten naast en/of achter elkaar gezet kunnen worden, zodat de storingsvegoeligheid afneemt en hogere geurverwijderingsrendementen mogelijk worden.
  • Bouw een nieuwe schoorsteen
  • Automatiseer het aflezen van de diverse processen, zodat leerprocessen en handhaving beter mogelijk worden.
  • Neem bij het opwaarderen van de milieuzorg ook energie en waterverbruik mee
  • Er moet iets gebeuren met de afvalwaterzuivering
  • VION moet worden opgenomen in een formeel vastgelegd Boxtels geurbeleid.
  • Met daarin ook aandacht voor piekbelastingen in de omgeving

Update 1 dd 04 januari 2022

Vanuit de eerdere strijd is een Klankbordgroep voortgekomen, die met Vion overlegd heeft over nadere maatregelen ter bestrijding van stank en geluid.
Vion heeft hierover op 29 december 2021 een persbericht uitgebracht, zie

Vooralsnog ben ik niet onder de indruk. Ik druk me hier echter terughoudend uit, omdat de leden van de Klankbordgroep, naar alle waarschijnlijkheid, betere toegang tot informatie en deskundigheid hebben dan ik, van afstand. En ik weet ook niet hoe goed het persbericht de werkelijkheid beschrijft (zowel ten voordele als ten nadele).
Wat mij er in elk geval bij eerste lezing aan opvalt:

  • er komt geen nieuwe en hogere schoorsteen, terwijl die feitelijk wel tot lagere concentraties zou leiden. In hoeverre die lagere concentraties leiden tot een lagere ervaren geurbelasting, is een ander verhaal dat subjectieve elementen bevat. De nadruk op het subjectieve is een valkuil.
    Het niet bouwen van de schoorsteen bespaart Vion in elk geval driekwart miljoen.
  • meer algemeen worden er in het persbericht geen kwantificeerbare ambities genoemd, zoals een verlaging van de maximale emissie tot een waarde die een eind onder de 1,776 * 1012 OUE/jaar (dd 18 juni 2020) ligt, en tot een voorgeschreven krimp van de 0,5OUE/m3 – contour
  • het persbericht noemt vooral een heleboel kleinere zaken in de sfeer van de bedrijfsvoering. Ongetwijfeld hebben die een positief effect, maar voor een buitenstaander zonder detailkennis is de omvang van het effect niet in te schatten.
  • er staat geen aanpak van de afgassen van de brandovens, die ongezuiverd verbrandingsgassen van zwavelhoudend keratine-eiwit (haren, nagels) de lucht in blazen
  • de ‘werking van de chemische wasser’ wordt robuuster gemaakt. Dat was hard nodig, want ten tijde van het onderzoek van Witteveen en Bos werkte die knudde. In hoeverre ‘robuuster’ robuust genoeg is, blijft onduidelijk.
  • men gaat meer op koolfilters vertrouwen. Op zich werken koolfilters goed, maar dat doen ze tijdelijk. Dan moeten ze gerecycled worden en als dat niet op tijd gebeurt, keert de stank weer terug. Dat is bijvoorbeeld het probleem bij Den OUden op het BZOB-terrein in Helmond. Bij de inzet van koolfilters horen afspraken over vervanging.
  • meer algemeen bevat het persbericht weinig details over de afgasbehandeling als geheel.

Zie verder ook het latere artikel https://www.bjmgerard.nl/hoe-kwantificeren-ze-geur/ .

Van de Vion-website
Van de Vion-website

Update 2 dd 04 januari 2022

De wijzigingsoperatie van Vion is een langdurig proces. De provincie (GS) heeft een milieuvergunning afgegeven voor de eerste fase van dit proces op 21 okt 2015, en voor de 2de fase op 03 sept 2019.
Bij de milieuvergunning hadden GS in 2015 ook een vergunning ex de Natuurbeschermingswet afgegeven (30 juni 2015) . Bij de tweede fase hadden GS een vergunning afgegeven ex de nieuwe Wet Natuurbeheer, die letterlijk dezelfde tekst had als de eerdere vergunning uit 2015. De oudste vergunning heeft zeggenskracht.

Tegen de ‘nieuwe’ vergunning dd 2019 was bezwaar aangetekend door de BMF en door iemand namens het nabij gelegen appartementencomplex Stapelen. Maar omdat de ‘nieuwe’ vergunning letterlijk identiek was aan de oude, nam de Rechtbank Oost-Brabant het jaar 2015 als ijkjaar.

Welnu, oordeelde de rechtbank: naar de maatstaven van 2015 had er überhaupt geen natuurvergunning afgegeven hoeven te worden. Toen was dat alleen nodig bij een ‘significante verslechtering’ van Natura2000 gebieden (in casu Kampina & Oisterwijkse Vennen). En er was in die tijd mogelijk wel een verslechtering, maar die was niet significant genoeg. Ergo was er in 2015 helemaal geen natuurvergunning nodig geweest.
Ergo heeft de rechtbank in Oost-Brabant de vergunning van de provincie Brabant vernietigd. De gehele juridische haarkloverij is na te lezen op https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:6691 .
Aansluitend formuleerde de rechtbank dat zolang Vion binnen de huidige vergunde omschrijving blijft (die dus welke op papier staat), er geen stikstofvergunning nodig is.
Dat luistert heel nauw. Een voorwaarde aan het op oude voet kunnen doorgaan als bedrijf is nu dat het bedrijf gebruik moet maken van een elektrische trekker om trailers op het terrein te verplaatsen. Dus het verschil tussen een dieseltrekker en een elektrische trekker is essentiëel geworden.
De provincie werd, als formele verliezer, tot de proceskosten veroordeeld.

Men kan zich nu in gemoede afvragen of dit een pyrrhusoverwinning, vermomd als pyrrhusnederlaag, of andersom.
Men kan stellen dat de plannen van Vion door kunnen gaan omdat ze niet verboden zijn. Vion is dan koning Pyrrhos. De prijs is dat bij elke toekomstige verandering het zwaard van de stikstofvergunning alsnog kan vallen.
De verliezende provincie kon in dit geval in 2015 bljkbaar niet met de Natuurbeschermingswet omgaan, en in 2019 niet met de Wet natuurbescherming.
En de BMF en Satelen hebben zowel verloren als gewonnen.
Ik krijg er als juridische amateur een punthoofd van.

En er kan nog iets gebeuren met koning Pyrrhos.
Als ik het juist zie, heeft Vion nu überhaupt geen natuurvergunning. Daarmee staat Vion op één rijtje met bijvoorbeeld Schiphol en Eindhoven Airport. Mocht Vollenbroek er zin in hebben, dan zou hi kunnen eisen dat Vion dus rechtstreeks aan de nederlandse implementatie van de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn moet voldoen, en dat is ergens rond 2007 resp 2009.
Lijkt me voor Vion een onanagenaam idee.


Wat ik van het coalitieakkoord 2021 – 2025 vind

Of liever gezegd, wat ik van hoofdstuk 2 van het Coalitieakkoord (Een Duurzaam land) vind, van de onderwerpen klimaat, energie, landbouw, natuur, stikstof, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daar heb ik een klein beetje verstand van en daarop focust als regel deze website. De rest is uiteraard ook belangrijk, maar daarop zou mijn reactie geen meerwaarde hebben.

Grosso mode wordt in het hoofdstuk, een compromis tussen uiteenlopende partijen,  een redelijke set intenties gegeven.
Het is een reparatie-akkoord dat wil corrigeren dat eerdere kabinetten geen redelijke set intenties gaven of zelfs uitgesproken negatieve besluiten genomen hebben, zoals bijvoorbeeld afschaffing van het ministerie van VROM in 2010, bij het aantreden van Rutte 1.

Er ligt veel geld bij de intenties. Dat zegt echter niet alles, want geen geld is  niet het enige dat in de politiek ongelukkig maakt. Ook andere factoren dan geldgebrek kunnen gewenste ontwikkelingen remmen, zoals  gebrek aan ruimte, gebrek aan vakmensen een gebrek aan vertrouwen in Rutte IV, of een teveel aan ontzag voor grote economische machten en een teveel aan kapitalisme – ik beperk  me nu tot binnenlandse oorzaken.

Ik vind zelf het zwakste aspect van het hoofdstuk dat het te weinig inzicht geeft  in de samenhang der dingen – door anderen ook wel een gebrek aan visie genoemd. Het is teveel alleen maar een boodschappenlijst.
Het is me duidelijk dat het tot op zekere hoogte een hoofdlijnenakkoord is. Het probleem is dat de samenhang der dingen soms dermate fundamenteel is, dat dat een hoofdlijn zou moeten zijn.

Ik kom hier in afzonderlijke punten op terug.

Het coalitieakkoord is te vinden op https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst .

Tata Steel Ijmuiden

Klimaatrechtvaardigheid en aanpak industrie
Milieudefensie wil dat ‘de grote bedrijven aangepakt worden’ en wil een actie beginnen tegen 30 grote bedrijven. Het coalitieakkoord spreekt van ‘maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters’.
Ongetwijfeld bedoelen ze niet hetzelfde. Van beide partijen zou men een beter politiek-economisch verhaal willen hebben.

“Maatwerkafspraken” zijn een rekbaar begrip. De regering dient het kapitalisme, maar daarbinnen bestaat de nodige vrijheid. De regering kon ook aandelen KLM kopen, nationaliseerde ten tijde van de crisis banken  en CDA en VVD in de Tweede Kamer waren niet vies van Tata Steel nationaliseren. Ik vind een indicatie van de inhoud van die ‘maatwerkafspraken’ een hoofdzaak die in het coalitieakkoord thuishoort. Wil de nieuwe regering een centraal gestuurd industriebeleid? Krijgen die bedrijven gewoon geld? Koopt de Nederlandse staat Aldel? Moet men verplicht instemmen met het voorgestelde grenstarief van de EU?
Lijkt mj dat daarover iets in het coalitieakkoord mocht staan.

Andersom geldt overigens hetzelfde, maar daar bestaat geen coalitieakkoord. De ‘grote bedrijven moeten aangepakt worden’ vinden Milieudefensie (en bijvoorbeeld ook Greenpeace en de SP). Vind ik ook, maar hoe dan? Moeten ze meer belasting betalen? Moeten ze sluiten? Moet de SDE++ subsidie als tegenprestatie om aandelen vragen? Moet de productie van zink en aluminium verboden worden? Gehalveerd?

ETS-prijs in €/ton CO2 t/m 31 aug 2020
ETS-prijs in €/ton CO2 in 2021

Overreden, beprijzen of wettelijke voorschriften? ETS en marginale heffing.
Dat zijn de drie basisstrategieën om milieu- en klimaatdoelen te realiseren. Inzetten op alleen maar overreden is vrijblijvend en gaat ervan uit dat het individu de schuld is (quod non), alleen maar beprijzen (zonder beschermende maatregelen) treft de economisch zwakste en wettelijke voorschriften zijn niet populair bij ondernemingsvriendelijke partijen.
Wat zou het mooi zijn als het coalitieakkoord steviger wetgeving bepleit had (en betere handhaving).
Het zou ook mooi geweest zijn als het coalitieakkoord melding gemaakt had van nieuwe democratische strategieën, zoals burgerraden (in de geest van XR) of (beter uitgewerkt) het preferendum van Van Reybroeck ( Het Preferendum? ). Ik vind dit soort kwesties een politieke discussie op hoofdlijnen.
Ik vind zelf dat elke strategie uit de trits zijn voor- en nadelen heeft, maar dat er in Nederland meer voorschrift en handhaving moet komen.

Ik vind dat beprijzing via het ETS (Emission Trade System) van de EU steeds beter werkt. De Nederlandse koolstofheffing daarentegen doet momenteel niks, want veel te laag. En huidige bodemprijs ligt ver onder de feitelijke prijs in het ETS. In hoeverre het ‘verhogen van de marginale heffing’, zoals in het coalitieakkoord staat, wat gaat betekenen, moet blijken. In de financiële tabel wordt er geen opbrengst ingeboekt.

Bestaande Nederlandse CO2-heffing

Zie https://www.bjmgerard.nl/co2-prijs-onder-het-eu-ets-schiet-door-de-e50-per-ton/ .
Een ‘beperking tot de ETS-sectoren’ (coalitie-akkoord) roept vragen op. Er zijn ETS-inrichtingen die niet in gebruikelijke zin een bedrijf zijn (in Zuidoost Brabant bijvoorbeeld de stadsverwarmingen van Helmond en Eindhoven) en er zijn heel veel bedrijven (veruit de meeste) die wel een klimaateffect hebben, maar die niet onder het ETS vallen (in Zuidoost-Brabant bijvoorbeeld ASML en Philips Medical Systems). Die vallen onder de EED of (nu nog) de Wet Milieubeheer. Het coalitieakkoord meldt daar tekstueel niets over.
In de financiele tabel gaat hier pas in 2026 geld bij.

Nyrstar_foto bgerard, ook wel de zinkfabriek in Budel

Gevolgen voor het ruimtegebruik van de te verwachten explosieve groei van de stroomvraag
Ongeacht alle politieke redeneringen kost het altijd twee elektronen om een zinkatoom te maken, en twee of drie voor een ijzeratoom. De natuurwetenschap trekt zich niets van politieke wenselijkheden aan.
Feitelijk betekent verduurzaming van de industrie vaak dat men direct of (via de omweg van waterstof indirect) elektrificeert. De productie van synthetische brandstof voor het lange afstands-vrachtautovervoer, de internationale scheepvaart en de luchtvaart betekent een verzesvoudiging van het bestaande elektriciteitsbudget (zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ ), ongeacht wie er de macht over heeft. Dit gaat gepaard met flinke verliezen.
Vervolgens is de vraag waar die stroom vandaan komt. Dat is niet uitzichtsloos, maar vraagt wel een strategisch debat. In hoeverre komt die uit Nederland?
Voor zover uit Nederland, hoeveel en hoe doen we dat met onze ruimtelijke ordening, gegeven de vele andere taken?
Als import (er is een verwijzing naar waterstofimport), zo ja waarvandaan?  En is die waterstof duurzaam? Ruilen we de afhankelijkheid van Poetin in voor die van Bin Salman en zijn elektrolyzers in de woestijn?
Zetten we een tariefmuur om Europa om klimaatonvriendelijke stroom tegen dumpprijzen buiten te houden?
Ik ben niet tegen import van energie (we voeren nu ook bijna alle energie in), maar ook daar is weer de vraag of dat vóór 2030 zoden aan de dijk zet.
Je zou willen dat het coalitieakkoord meer informatie gaf over dit soort strategische vragen.

De energiemix
Kort samengevat wil het coalitie-akkoord zoveel mogelijk CO2 – vrije energie, maar beperkt het in praktijk de productie ervan door allerlei negatieve keuzes. Het wil extra wind op zee (op zich niets tegen, maar er ligt al een Noordzeeakkoord – ook de Noordzee is eindig, zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-zee/nieuwe-routekaart# ), zon op dak (levert beperkt op), aardwarmte (wat niet overal kan), groen gas (grotendeels afkomstig uit mestvergisting of te weinig aanwezig, zie Grootschalige mestbewerking en groen gas ), aquathermie (wat slechts op sommige plaatsen tot warmte leidt mits toegevoegde stroom), zonneparken mits multifunctioneel (waar in principe iets voor te zeggen valt als duidelijker zou zijn wat ‘multi’ was), windparken mits aan heldere (maar niet genoemde) afstandseisen voldaan wordt (nu geluid aan de gevel-eisen) en ‘zo snel mogelijk’ geen energie uit houtige biomassa (welk standpunt vooral op bijgeloof berust en in praktijk wel  eens tegen zou kunnen vallen – zie https://www.bjmgerard.nl/kabinet-volgt-het-te-optimistische-ser-advies-biomassa/ ).
Als deze beperkingen wat voorstellen, schaden ze de productie van hernieuwbare energie, en als ze niet wat voor blijken te stellen zijn het loze praatjes).

Source US Department of Energy_IAEA

Zo komt men als vanzelfsprekend (gezien o.a. de VVD-standpunten) op kernenergie uit. Je kunt nu eenmaal niet alles verbieden.
Ik ben op zich geen principiële tegenstander van kernenergie, maar wel in praktijk tegen de huidige generatie centrales en meer speciaal van de ouwe meuk in België. Ik  schrijf daar wel een andere keer een apart verhaal over.
Als je een (vooralsnog denkbeeldige) probleemarme kerncentrale non stop waterstof zou laten maken, heb je volgens mij in principe een goed verhaal.
Maar ongeacht dit oordeel, vast staat dat die twee centrales in het gunstigste geval  pas ergens een eind na 2030 draaien en dat kernenergie veel subsidie zal vragen. Vraag is of men het met de 5 miljard cumulatief in de financiële tabel haalt.

Tot 2030 koppelt het coalitieakkoord vooral meer duurzame opwek-eisen aan meer duurzame opwek-verboden.

De Gebouwde omgeving
Ik ga daar niet wat van zeggen, want dat is een heel behoorlijk verhaal. Nu waarmaken.
De eerste (extra?) uitgaven zijn overigens pas in 2024 ingeboekt.

Mobiliteit, luchtvaart en scheepvaart
Over de luchtvaart: in het coalitieakkoord wil men de kwadratuur van de cirkel. Geen krimp van de luchtvaart, en toch krimp van de ellende en Lelystad misschien toch open (besluit is vooruit geschoven). Dit alles onder verwijzing naar de Luchtvaartnota die vooral vrijblijvende suggesties oppert. Ik denk dat de luchtvaart niet ontkomt aan krimp.
Maar ik heb hierover al eerder een artikel geschreven op de site van het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), en daar verwijs ik naar ( https://bvm2.nl/het-coalitieakkoord-en-het-vliegen/ ).
Ik ben voor een kerosinebelasting en een tickettax (die moet €400 miljoen per jaar opbrengen).

Synthetische vliegtuigbrandstoffen hebben, behalve een klimaatvoordeel, ook een luchtkwaliteitvoordeel voor omwonenden. Ook na krimp van de luchtvaart is dit van belang. Vooralsnog is er niet wat anders wat zoden aan de dijk zet om het na krimp resterende luchtverkeer te verduurzamen. Voor personenauto’s is dat er wel (elektrisch), en daarom ben ik er voor om geen biobrandstoffen in autobrandstof te mengen en om deze, voor zover binnen de Europese richtlijnen geproduceerd, voor vliegtuigen te gebruiken.
Synthetische kerosine uit CO2 en waterstof kan in grote hoeveelheden gemaakt worden (met ongeveer 2% van de landoppervlakte van Saoedi-Arabië haal je het huidige wereldverbruik), maar het vraagt dan een onwaarschijnlijk hoge financiële investering.
Op de keper beschouwd is synthetische kerosine een vorm van energieopslag in chemisch gebonden waterstof, en daarmee een verbijzondering van de algemene wetmatigheden van de waterstofeconomie.

Aan wat er verder over auto’s en schepen in staat, heb ik niet wat toe te voegen.

Klimaatadaptatie:
Geen opmerking

Peel met stikstofoverschot
Peel zonder stikstofoverschot

Landbouw, natuur en stikstof
Dat is in principe een verhaal met goede intenties.
Maar er zijn in de loop van decennia meer verhalen met goede intenties geschreven, die de landbouwsector vervolgens bekwaam heeft weten te saboteren.

De boerenpartijen hebben het woord ‘onteigening’ uit het coalitieakkoord weten te houden. De passage ‘daar waar de opgave tot emissiereductie en natuurherstel dermate groot is dat vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent, gaan we op het boerenerf het gesprek aan om samen te zoeken naar de mogelijkheden.’ roept bij mij niet meteen vertrouwen op.
Aan de andere kant, de nood is hoog bij de boeren en gezegd moet worden dat dat vaak ook is omdat anderen het probleem zijn (bijvoorbeeld de supermarkten en de Rabobank).

De Nederlandse landbouw is absurd groot en zal moeten krimpen, ook al omdat er grond nodig is voor andere doelen. Maar daar hoort een goede sociale paragraaf bij.

Het is met de geformuleerde intenties mogelijk een goed beleid te voeren. Of dat er in praktijk van komt, moet blijken. Er zit in elk geval geld bij maar, zoals gezegd, er is meer nodig dan alleen maar geld.

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening
Ik ben hier de laatste jaren weinig mee bezig geweest en ga er niet veel over zeggen. Niet omdat ik het belang niet zie (integendeel), maar omdat ik er te weinig aan kan toevoegen.

Ik vind het in elk geval een groot goed dat de ruimtelijke ordening weer meer gecentraliseerd wordt en dat er weer een minister voor komt.  De vele conflicterende fysieke en sociale eisen, die aan de schaarse grond in Nederland gesteld worden, schreeuwen al veel langer om centrale aansturing.
Zie ook https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/  en https://www.bjmgerard.nl/grote-opgaven-in-een-beperkte-ruimte/ .

Als men die centralisatie eerder gepraktizeerd had (nog beter, als dat nooit afgeschaft was geweest) was er misschien een rijksbeleid geweest over datacenters (en verdozing enzovoort) geweest, en had niet de gemeenteraad  van Zeewolde, gesteund door een clandestiene privé-opvatting van ex-minister Wiebes,  een besluit mogen nemen waar hele Nederland nu last van heeft.

Waarmee ik overigens niet naar de andere kant wil doorslaan. Nederland heeft een heleboel datacenters, van groot tot klein, die geruisloos goed werk doen (bijvoorbeeld mijn website en mijn email). Het ene datacenter is het andere niet.
Ik ben tegen het Zeewolde-datacenter omdat het van Facebook is (vind ik geen onmisbare instelling), omdat het heel groot is, en omdat het net zo goed ergens anders kan staan (bijvoorbeeld in Duitsland).
Algemene vraag is welke voorzieningen wij in Nederland willen hebben en welke niet.

In Finland mag men pas een datacenter bouwen als van tevoren vast staat dat de warmte aan de stadsverwarming geleverd wordt. Dat voorschrift zou hier ook moeten bestaan.
Zie https://www.bjmgerard.nl/opnieuw-restwarmte-van-datacenters/ .

In zijn algemeenheid zijn datacenters een bijzonder voorbeeld van de algemene trend van elektrificatie van de industrie, die tot een verveelvoudiging van de stroomvraag zal leiden. Het coalitie-akkoord (maar bijvoorbeeld ook de politiek en een organisatie als Milieudefensie en Greenpeace) behandelen hier een structureel probleem alsof het incidenteel is.
We gaan deze discussie nog veel vaker krijgen.

Infrastructuur
Over het algemeen werken de intenties de goede kant op, behalve die over Schiphol en Lelystad: achterstallig onderhoud, verkeersveiligheid, meer en beter OV, de Lelylijn. Waarschijnlijk is het allemaal niet genoeg.
De A27 bij Amelisweerd moet niet verbreed worden.

Pas in 2030 en anders te weinig tussendoelen
Het is een verbetering dat de Klimaatwet aangescherpt wordt tot 55% CO2 – reductie in 2030, maar 2030 duurt nog lang. Wat je mist zijn dichterbij  liggende ijkmomenten. Je zou bijvoorbeeld willen dat het 2030-doel werd aangevuld met 31 december 2025, als het nieuwe kabinet zo ongeveer vertrekt (als alles goed gaat). Pakweg zoiets als bijvoorbeeld ‘35% CO2 – reductie op 31 dec 2025”, zodat het kabinet zijn eigen prestatie garandeert en de prestatie niet doorgeschoven wordt naar nog ongeboren opvolgers.
De timing van de uitgaven in de financiële bijlage is er wel, de timing van de beleidsmatige opbrengsten niet.

Sommige besluiten gaan überhaupt pas in 2030 is, zoals rekeningrijden. Dat is te laat.

Wie moet het doen?
Er zijn te weinig vakmensen die de taken, die op deze gebieden nodig zijn, uit te voeren. Het is prima om bijvoorbeeld technische opleidingen te stimuleren, maar de totale vijver is ook dan nog gewoon te klein. De passage elders in het coalitieakkoord over demografische ontwikkeling en arbeidsmigratie laat nog teveel vragen open. Het is mijn terrein niet, dus ik ga hier niet de geleerde uithangen. Ik heb al eens geschreven dat elke Syrier met kennis van het stoomwezen gelijk aan de bak kan ( zie Van stoom stoom stoom ). Je zou denken aan een betere diploma-erkenning, op arbeid gerichte bijscholing, etc.