Milieudefensie publiceert studie naar fossiele energie-subsidies in EU

Context en bronnen
De Europese Unie eist van de deelnemende landen dat die een National Energy and Climate Plan maken (NECP). De Nederlandse versie daarvan heet het Integraal Energie- en klimaatplan 2021-2030 (INEK). De EU-landen hebben inmiddels een concept (‘draft’) ingeleverd (meestal rond december 2018) en de Europese Commissie (EC) heeft daar juni 2019 zijn reactie op gegeven. Eind 2019 moet de definitieve versie geleverd worden.

Een onderdeel van zo’n NECP is dat de bestaande subsidiestromen voor fossiele energie in kaart gebracht worden. Die subsidies verstoren immers de gelijke kansen van duurzame energie en zijn in strijd met de intentie van het Klimaatakkoord van Parijs. Bovendien kunnen sommige subsidies ertoe leiden dat landen zichzelf opgehangen hebben aan het resultaat van een dure subsidie.
Alle EU-landen moeten daarom van de EU (en dus van ook henzelf) in 2020 die fossiele subsidies uitgefaseerd hebben.

De organisaties ODI, CAN, ETTG en Milieudefensie (via de Friends of the Earth-koepel) hebben de concept-versies van deze NECP’s onderzocht. Het onderzoek is in Nederland gepubliceerd door Milieudefensie. Auteur zijdens Milieudefensie/Friends of the Earth is Laurie van der Burg.
Het onderzoek is te vinden op www.odi.org/publications/11430-fossil-fuel-subsidies-draft-eu-national-energy-and-climate-plans .

De NRC heeft, bij monde van Jan van Poppel, een artikel aan het onderzoek gewijd. Het staat in de NRC van 10 september 2019 en is te vinden op de website www.nrc.nl/nieuws/2019/09/10/onderzoek-twee-keer-zoveel-subsidies-voor-fossiele-brandstoffen-als-voor-duurzame-energie-a3972776 . Hij heeft daartoe wat rondgebeld en extra informatie toegevoegd, oa dat van der Burg vindt dat de accijnsvrijstelling van kerosine moet vervallen. Het ministerie verklaart, desgevraagd, dat dat niet mag van het Verdrag van Chicago, maar dat is niet waar. Zie www.bjmgerard.nl/?p=9345 .

Bij het Milieudefensie-onderzoek hoort een waslijst aan geraadpleegde literatuur. Ik heb daaruit één publicatie geselecteerd, namelijk Phase-out 2020: Monitoring Europe’s fossil fuel subsidies, ook van ODI en CAN. Zie www.odi.org/sites/odi.org.uk/files/resource-documents/11762.pdf . Dit gaat over 11 EU-landen, waaronder Nederland, en over de EU zelf.
Ik heb enkele tabellen uit deze publicatie overgenomen, met name ten behoeve van Nederland.

Ik vind het subsidieren van fossiele energie onwenselijk (en steun daarom de gedachte dat deze subsidies moeten verdwijnen), maar ik vind ze soms niet onbegrijpelijk. En moreel niet altijd zwart of wit.
Het gele hesjes-protest in Frankrijk vlamde op omdat Macron autodiesel duurder wilde maken, maar was zo giftig omdat de achterliggende oorzaak was (naar men zegt, ik heb het niet persoonlijk gecontroleerd) omdat wonen in Parijs zo duur was geworden, dat de lage inkomens de stad moesten ontvluchten en per diesel moesten gaan forensen. En nou werd die diesel ook duurder…  
“Subsidie” is een ruim begrip en heeft vele sociale aspecten waaraan aandacht besteed moet worden.

Cruciaal is wat men bedoelt met “subsidies”. De onderzoekers gebruiken de volgende definitie:

(Rebate = korting, revenues foregone = gederfde inkomsten)

Let wel dat de definitie puur financieel is en bijvoorbeeld geen ziekenhuiskosten door luchtvervuiling of klimaatschade omvat. De maatschappelijke kosten zijn dus groter.

De definitie is afkomstig van de hierboven genoemde VN-organen en van de OECD en die komt weer van de Wereld Handels Organisatie (WTO). De EU kijkt wel naar deze definities, maar heeft ze nog niet formeel overgenomen. Een van de onderzoeksaanbevelingen is om dat wel te doen.

Resultaten voor Europa als geheel
Uit het Milieudefensie-onderzoek blijkt dat geen enkele lidstaat van de EU alles goed doet.
De gesignaleerde reacties van de lidstaten worden door de onderzoekers in acht categorieën ondergebracht, die als kopjes boven onderstaande afbeelding staan.
Het betreft hier overigens nog een concept. Lidstaten kunnen dit concept nog aanpassen als ze de definitieve versie opstellen.

Fossil fuel subsidies in draft EU NECP’s

De EC schat in dat de regeringen van de lidstaten samen in 2014, 2015 en 2016 een grofweg constant blijvend bedrag aan fossiele energie-subsidies uitgegeven hebben van ca €55 miljard per jaar.
Worden daar de uitgaven bijgeteld van Public Finance Institutions (PFI) en State Owned Enterprises (SOE), dan is dit bedrag ca 112 miljard per jaar. Verwezen wordt hierbij naar het door mij geselecteerde onderzoek uit de literatuurlijst).
Wat een PFI of SOE is, zal ik uitleggen aan de hand van Nederland.

Voorbeelden van mogelijke subsidieroutes (Phase-out 2020)

Nederland
Nederland beweert dat het geen fossiele energiesubsidies verstrekt. Een “subsidie voor de gaswinning op de Noordzee” mag van minister Wiebes niet zo heten, omdat het geld dient om “de economie te stimuleren, niet om de fossiele industrie te sponsoren”. Aldus in het bovengenoemde NRC-artikel. Een dergelijk gesjoemel met definities is exemplarisch. De regering hanteert haar eigen definities.
De korting, die grootverbruikers van elektriciteit krijgen op de energiebelasting , telt dus voor de regering niet als een subsidie. Want het is een belastingkorting en geen subsidie. Daar denken de WTO, de VN-organisaties en de OECD dus anders over.

Het Milieudefensie-onderzoek stelt dat over de jaren 2014, 2015 en 2016 de Nederlandse regering per jaar gemiddeld €2,47 miljard aan fossiele energiesubsidies verstrekt, tegenover €1,1 miljard aan hernieuwbare energie.
Als men de PFI’s en SOE’s meetelt, komt Nederland (in plaats van aan €2,47 miljard) aan €7,6 miljard aan subsidie ten behoeve van de productie en consumptie van fossiele energie. (zegt Phase-out 2020).

De Nederlandse PFI’s en SOE’s zijn

(Phase-out 2020)

Phase-out 2020 geeft tabellen waar de subsidiegelden aan besteed worden. Men komt bijvoorbeeld een Nederlandse PFI-investering tegen van €192 miljoen in een kolenmijn buiten de EU.
Een (niet volledige) greep uit een interessante reeks tabellen:

Phase-out 2020

Eerdere publicaties
Ik heb eerder over het onderwerp “energiesubsidies” gepubliceerd. Zie www.bjmgerard.nl/?p=1075 en www.bjmgerard.nl/?p=1083 .
Het eerste artikel is op basis van IMF-rapporten, het tweede op basis van een CE Delft-studie.
Beide instanties tellen ‘externe kosten’ wel mee (luchtverontreiniging, klimaat en dergelijke). Men moet ze dus met enig onderscheidend vermogen lezen.
En, ze zijn al weer wat ouder. Desalniettemin interessant vergelijkingsmateriaal.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.