Twee iconische beelden uit Groenland

Een expeditie van het Deens Meteorologisch instituut
Locatie van de zeeijs-smelt in het artikel.

Een team van het Deens Meteorologisch Instituut stak per hondeslee (nog steeds het meest praktische vervoersmiddel in die contreien) het zeeijs over op een fjord in het Noordwesten van Groenland op onderzoeksspullen op te halen. Het was op 12 juni 2019 22 graad C warmer dan normaal en dat leverde het bovenste merkwaardige beeld op. Het beeld eronder laat zien hoe ver Noordelijk de locatie ligt.
De auteur van de foto, Steffen M Olsen, zei dat er nog steeds 1,2m solide ijs onder het water stond, en dat men niet in gevaar was geweest. Men is daar het een en ander gewend. Olsen zelf vond de foto ‘meer van symbolische dan van wetenschappelijke waarde’.
Micro smelt het zeeijs wel vaker en niet elke incidentele warmtepiek kan aan het klimaat worden toegeschreven – al kwam deze wel erg vroeg. Macro past het in de klimaattrend dat het zeeijs steeds verder smelt.
Een uitgebreider verhaal over deze gebeurtenis is te vinden op www.theguardian.com/world/2019/jun/18/photograph-melting-greenland-sea-ice-fjord-dogs-water?mc_cid=22a8918ce2&mc_eid=0ad9ee6d3b .
(Ik steun overigens The Guardian financieel).

Aandacht voor de ijskap op Groenland is voor een land als Nederland op zijn plaats, omdat de totale Groenlandse ijskap een zeespiegelstijging van 7m vertegenwoordigt. En de berichten zijn alarmerend.

De tweede iconische afbeelding is een statische weergave (mijn blog kan niet anders) van een dynamische kaart op https://nsidc.org/greenland-today/greenland-surface-melt-extent-interactive-chart/ .
( Acknowledgements: Greenland Ice Sheet Today is produced at the National Snow and Ice Data Center by Ted Scambos, Julienne Stroeve, and Lora Koenig with support from NASA. NSIDC thanks Jason Box, Xavier Fettweis, and Thomas Mote for data and collaboration. )

De kaart beschrijft op hoeveel km2 van de Groenlandse ijskap gedurende elk jaar smeltprocessen plaatsvinden.
Het statische beeld geeft de omvang gedurende de periode van 1 april tot 31 oktober van het (standaard) 30 jaar-gemiddelde 1981-2010, van het verloop in dezelfde periode in 2012 (geel) en in 2019 (blauw).
Op de dynamische kaart kan men het smeltverloop voor elk ander jaar opvragen.
Ter vergelijking: Groenland is 2.166.086km2, waarvan 81% ijskap. Als de kaart aangeeft dat op 1 miljoen km2 smelt plaatsvindt, wil dat dus niet zeggen dat het ijs daar meteen smelt tot het weg is.

Tussen 1970 en 1985 verdween er netto bijne geen ijs van Groenland.
Tussen 1986 en 2005 was dat gemiddeld 150km3 per jaar.
Tussen 2005 en 2015 was dat gemiddeld 450km3 per jaar.
Zie https://nos.nl/artikel/2279511-ongekende-veranderingen-rond-noordpool-met-verstrekkende-gevolgen.html .
Het totale volume van de Groenlandse ijskap is ongeveer 2,85 miljoen km3 .

Wie meer over Groenland wil lezen, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Groenland en https://nl.wikipedia.org/wiki/Groenlandse_ijskap . (De Engelstalige versie van Wikipedia over de Groenlandse ijskap is beter).

2 thoughts on “Twee iconische beelden uit Groenland”

  1. Beste Gerard,

    Vraagje: bij het artikel over groenland. Als ik een eenvoudig rekensommetje maak te weten 450 km3 = 450.000.000.000 m3 netto smeltend ijs. Waarbij ik uitga dat het ijs voor gemiddeld 1/7 boven het water ligt (bron wikipedia) levert dat 90.000.000.000 m3 extra water in de oceanen op. De totale oppervlakte van de oceanen is globaal 360.000.000.000 m2 (bron wikipedia), betekent dat een zeestijging per jaar van 0.25 m1. Als je daarbij optelt de volume uitzetting door de temperatuurstijging van het zeewater. Hoe snel stijgt dan de zeespiegel voor Nederland? Als de oceanen op termijn ook gemiddeld 2 graden in temperatuur omhoog gaan. Zou dat een extra stijging opleveren van 1.5 m1?

    Rond 2050 zitten we dan met een zeespiegelstijging van 30 jaar * 0.25 + 1.5 = ca 9.0 m1?

    Groet aris

    1. Geachte heer De Groot, beste Aris
      Je maakt helaas in je berekening een paar fouten.
      – De oppervlakte van de gezamenlijke wereldzeeën is 367 miljoen km2. Dat is 367.000.000.000.000m2. Je mist hier drie nullen.
      – De berekening die je maakt gaat over drijvend ijs (‘1/7 deel boven water’). Drijvend ijs laat de zeespigel niet stijgen.
      Maar de Groenlandse ijskap ligt nagenoeg geheel op het land. Je moet dus de volledige 450km3 in rekening brengen.
      – 450km3/367 miljoen km2 = 1,2 mm zeespiegelstijging.
      – Dat is per jaar, althans volgens de huidige metingen. Of die 450 in de toekomst 450 blijft, is onderwerp van discussie. Velen vrezen dat het tempo verder gaat versnellen.
      – Men komt aan de waarde van ruim 7m door het totale volume van de Groenlandse ijskap te delen door de totale oppervlakte van de wereldzeeën.
      Het Nederlandse Wikipedia-artikel noemt twee waarden voor het volume van de Groenlandse ijskap, waarvan de waarde 2,85 miljoen km3 de juiste is. Verder deelt het Nederlandse Wikipedia-artikel dit volume door de oppervlakte van de aarde en niet door de oppervlakte van de wereldzeeën. Het Engelstalige Wikipedia-artikel maakt deze fouten niet.
      Reken je 2,85 miljoen km3/367 miljoen km2 uit, dan kom je op 7,7 m zeespiegelstijging.
      – De literatuur noemt een getal van 7,2 m. Waar het verschil tussen 7,2 en 7,7m vandaan komt, weet ik niet. Er zullen wel ergens correctiefactoren zijn die ik niet ken. Mogelijk warmt de oceaan minder snel op door instroom van al dat smeltwater, of wordt de totale oppervlakte van de wereldzeeën wat groter.
      Verder stijgt de zeespiegel niet overal even hard door lokale zwaartekrachteffecten. Groenland als geheel wordt lichter, waardoor het minder hard aan het omringende water trekt. De zee stijgt dus bij Groenland zelf wat minder hard als verder weg op de wereld.
      – Boven op de stijging als gevolg van het smelten van de Groenlandse ijskap, komt inderdaad een stijging door thermische uitzetting van de oceanen.

Leave a Reply to Aris de Groot Cancel reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.