Het Deense en Zweedse model voor de stadsverwarming – update na reactie

Inleiding
Ik volg in deze kolommen het wedervaren van de stadsverwarming.
Enerzijds wijst alles erop dat het streven naar duurzame energie de stadsverwarming een zeer veel grotere rol zal bezorgen dan deze nu heeft. Ik een vorig artikel ( CE rekent klimaatneutrale warmtevoorziening woningen door voor 2050 ) kwam ik, op gezag van CE, op zo’n 80%.
Anderzijds bestaat er in een aantal wijken in Nederland (zoals de Tilburgse Reeshof en de Eindhovense wijk Meerhoven, zie Een informatieavond over de stadsverwarming in Meerhoven ) hardnekkig en fel verzet tegen de concrete stadsverwarming die daar ligt. Ik kan de bevolking, voor zover ik dat beoordelen kan, niet eens helemaal ongelijk geven. Of ze dat gelijk ook krijgen, is een tweede.

Belanghebbenden en hun machtsverdeling

Het is een van de vele voorbeelden waarbij de Nederlandse bevolking in abstracto voor duurzame energie is, maar in concreto tegen. Want, voor alle duidelijkheid: stadsverwarming is een duurzame wijze van energie- en warmteopwekking. De traditionele Warmte-Kracht Koppeling (WKK), die stroom en warmte levert, is al duurzaam vanwege het hoge systeemrendement dat je er bij een goede uitvoering mee kunt bereiken (je verspilt veel minder afvalwarmte). Als de warmtebron in bijv. in de juiste soort biomassa ligt, wordt het systeem nog duurzamer.

De biomassacentrale in Meerhoven

Een tweede reden die aan gewicht zal winnen, is dat het aardgas opraakt. Veel WKK-installaties zijn gasgestookt, en bovendien is in Nederland aardgas de maat der dingen. Er zit een prijscap op de warmtetarieven in de vorm van het Niet Meer Dan Anders-beginsel (NMDA), maar over een tijd bestaat dat anders niet meer (of op zijn minst veel minder).
Door die prijscap draaien stadsverwarmingssystemen, anders dan vaak gedacht wordt, economisch marginaal. Over 2013 scoorden de stadsverwarmingen gemiddeld 7,8%, over 2014 3,1% (aldus de Authoriteit Consument en Markt ACM), en diens voorganger, de Nederlandse Mededingings Authoriteit NMA over 2008 op meestal tiende van % plus of min (alleen de Helmondse zat fors in de plus, mogelijk is er een oorzakelijk verband met dat het nu zo’n wrak is). Zie hier ook ‘Analyse van de Warmtewet door BGerard’.
Wat ik nu denk dat er soms gebeurd is, is dat men met bijkomende kosten als al dan niet verborgen hypotheken en extra vastrecht de cap omzeilt. Het idee van de bewoners, dat men Wel Meer Dan Anders betaalt, zou waar kunnen zijn.

Stadsverwarmingen hebben een lange terugverdientijd

Naarmate ik meer van het probleem zie en lees, ben ik er steeds meer van overtuigd dat er een politieke oplossing voor de gevechten moet komen, een nationale schikking die aan de energiefondsen gehangen wordt en die structurele financiele weeffouten wegneemt, die bij de aanvang van sommige systemen erin geslopen zijn. In Meerhoven bijv. de te hoge onrendabele top en de EPC-problematiek bij de start rond 2000.

Studie TU Delft naar stadsverwarmingen elders
Het komt zo uit dat Alexander Hong Gie Oei in nov 2016 afstudeerde op de thesis “Nieuw marktmodel voor stadsverwarming nodig”. Zie Towards a new market model for the Dutch district heating sector .
Het is vooral een bedrijfseconomisch verhaal dat vanzelf politiek wordt als men keuzes moet maken. Voor dat verhaal zocht hij stadsverwarmingen in min of meer met Nederland te vergelijken landen, die het probleem van de centrale warmtelevering op een andere manier opgelost hebben. In aanmerking kwamen Denemarken, Zweden, Finland en Polen. Al die landen hebben al heel lang heel veel stadsverwarming. De soms gehoorde gedachte dat de stadsverwarming in strijd is met het Europese mededingingsrecht is dus onzin.
Door tijdgebrek heeft Oei alleen Denemarken en Zweden onderzocht. De andere twee landen blijven liggen voor een opvolger.

De voorpagina van de thesis van Oei

Denemarken en Zweden
Dat zijn beide landen waar aardgas geen of een veel kleinere rol speelt dan in Nederland. In beide landen is de stadsverwarming in vele decennia uitgegroeid van niks naar heel veel. In beide landen is stadsverwarming ene gewaardeerd systeem.
In Zweden zorgt de stadsverwarming voor ongeveer de helft van de warmtevraag in woningen en utiliteitsgebouwen. In 270 van de 290 gemeenten is een vorm van stadsverwarming. 93% van de appartementen en altijd nog 12% van de vrijstaande huizen hangt aam de stadsverwarming.
In Denemarken zat in 2014 63% van de woningen op de stadsverwarming.

De wegen van niks naar veel waren in de twee landen echter zeer verschillend. Als men een complexe werkelijkheid zeer kort door de bocht aansnijdt, heeft Zweden de weg van de liberalisering genomen en Denemarken de weg van de geleide economie. Of, zoals Oei zegt,  ‘private carte blanche’ versus ‘public push’.

Reguleringsverschillen NL-SW-DK

Zweden vertrouwt op concurrentie tussen drie aanbiedingssystemen om de tarieven te drukken: de stadsverwarming, elektrische warmtepompen en houtkachels (er is in Zweden heel veel bos). De concurrentie vindt dus tijdens de exploitatie plaats. Er is een benchmark-cap die in verschillende steden anders kan uitvallen. Zweden kent omvangrijke milieubelastingen. Er is geen aansluitplicht.

Bronnen voor de stadsverwarmingen n Zweden

Ik ga wat uitgebreider op Denemarken in, omdat het verhaal mij politiek meer aanstaat en bovendien ook interessanter is en een bredere strekking heeft. Bovendien vind ik dat in het dichtbevolkte Nederland in stedelijk gebied houtstook bij relatief lage temperatuur door amateurs verboden zou moeten worden vanwege de luchtverontreiniging. Daarmee vervalt een van de concurrentiemechanismes.

Denemarken ontwikkelt de warmtelevering op basis van publieke bottom up-planning, met een sterke rol voor de gemeenten. Warmteproducenten (in Denemarken zijn dat soms coöperaties en de ervaringen daarmee zijn goed) kunnen een plan indienen bij de gemeente, die dat plan moet goedkeuren. Dat gebeurt  na een sociale kosten-baten analyse op basis van centraal vastgestelde knoppen waaraan gedraaid kan worden.
De gemeente ‘zoneert’: kan vaststellen dat een bepaalde warmteleverancier een bepaald gebied krijgt onder uitsluiting van andere technieken. Aansluiting is verplicht, waarbij een ontheffingsperiode van 9 jaar geldt om de bestaande installatie af te schrijven. Verschillende aanbieders kunnen porberen hetzelfde gebied te verwerven, als dat open gaat. De concurrentie vindt dus vóór de exploitatie plaats. Ook Denemarken heeft milieubelastingen tegen fossiele brandstof.

Deense bronnen voor de stadsverwarming

Denemarken denkt in 2030 van zijn kolen af te zijn, en denkt in 2035 al zijn elektriciteit en stadsverwarmingswarmte duurzaam op te wekken.

Ook Denemarken heeft of krijgt zijn problemen. Als het klimaat opwarmt en er steeds beter geïsoleerd wordt, wordt het economisch draagvlak onder de stadsverwarming dunner. Net als in Nederland krijgen de WKK’s het moeilijker, omdat de stroom goedkoop is. De Denen hebben dat allemaal in 2014 uitgeanalyseerd, en de conclusie is dat ook in de toekomst de stadsverwarming zijn relatieve positie grofweg behoudt in een dalende warmtelevering.
Naast problemen komen er namelijk ook kansen via Power to Heat-technieken. Warmtebuffering is een goede en betaalbare manier om windoverschotten op te slaan, en windstroom kan ook direct in warmte worden omgezet.

Bijdrage van diverse Deense opwekkingstechnieken in de toekomst

Uiteindelijk heeft Oei de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland, Denemarken en Zweden in één tabel bij elkaar gezet. Het +je achter marktmodel 1 en -2 betekent dat de Deense resp Zweedse situatie naar de Nederlandse verhoudingen vertaald is.
Blauw is als de drie landen elk nu een verschillend insteek heeft, geel is als Denemarken en Zweden onderling gelijk en anders dan Nederland zijn (vooral subsidies en belastingen).
‘Unbundling’ betekent dat de warmteproductie en het netwerk gescheiden zijn, zoals dat moest bij de Nederlandse elektriciteitsmaatschappijen. Bij warmtenetten mag dat wel, maar hoeft het niet.
Congestion is dat het warme water er niet langs kan. Dat gebeurt in praktijk zo zelden dat het niet loont om daar wetgeving voor te maken. Bovendien helpt warmteopslag goed.

Het Deensen en Zweedse marktmodel, vertaald naar Nederland

Oei heeft zich onthouden van een politiek eindoordeel. Dat was niet de bedoeling van zijn scriptie.
Maar verder doorredenerend kom je al wel snel tot een politiek oordeel. Ik ben fan van het Deense systeem.
————————
Ik ben sinds kort actief op Facebook. Het is mijn gewoonte om na elk nieuw artikel op deze site een kort stuk van een of twee alinea’s op Facebook te zetten om het nieuwe artikel bekend te maken. Dat heb ik ook met dit artikel gedaan.
Hieronder eerst mijn oorspronkelijke tekst, daarna een reactie van Peter van den Baar, en mijn reactie erop terug.
Peter van den Baar was tot 1990 wethouder voor de PvdA in Eindhoven.

(Bernard Gerard)
Ik vind dat de strijd tegen de stadsverwarming, die in sommige wijken met grote felheid gevoerd wordt, zou moeten eindigen met een politieke oplossing. Er moet een oplossing komen die met terugwerkende kracht enkele weeffouten herstelt.
Bovendien raakt het aardgas te zijner tijd op, en veel WKK’s draaien daarop.
Het kwam zo uit dat een student in Delft afgestudeerd is op het onderwerp. Ik heb zijn thesis gebruikt voor een nieuw artikel op mijn site over de stadsverwarmingen in Denemarken en Zweden. Zie (deze site) .In beide landen dekt de stadsverwarming de helft of meer van de nationale warmtevraag af. Ze hebben het dan ook anders aangepakt dan in Nederland.
Met name de Deense aanpak is interessant en m.i. goed bruikbaar als basis voor nieuwe wetgeving in Nederland.

Peter van den Baar
Eens, Bernard. De gemeente heeft indertijd de zaak verkocht en had toen de door bewoners al betaalde aanlegkosten in de grondprijs, moeten verrekenen . Dus de ,” koper ” betaalde opnieuw en rekent dat dus door in het tarief..
Ik heb geen enkele verwachtingen dat de gemeente dit zal herstellen.

Bernard Gerard
Goed dit te weten.
Ik heb er ook niet veel hoop op dat de gemeente Eindhoven dit met terugwerkende kracht zal doen. Maar misschien komt er nog eens een soort landelijke afkoopregeling, bijvoorbeeld in het kader van de SDE of iets in die geest.
Het Rijk zou zich veel ellende besparen, en veel sneller vooruit kunnen, als het dit soort slepende conflicten gewoon af kocht en toekomstige stadsverwarmingsprojecten in het subsidiesysteem meenam.

De 10 grootste stadsverwarmingen in Nederland

3 thoughts on “Het Deense en Zweedse model voor de stadsverwarming – update na reactie”

  1. Heeft u het over het warmtenet in Meerhoven, of een ander Eindhovens warmtenet?


    Zou het rijk het wel af mogen kopen? Tot nu toe merk ik dat EZ geen enkele vorm van steun wil leveren. Het zou goed kunnen dat het ook niet mag omdat het als staatssteun gezien kan worden.

    De sector krijgt al genoeg steun van de overheid:
    – ACM doet haar werk niet om onduidelijkheden op te lossen, de sector gaat vrolijk door met het in rekening brengen van te hoge / onterechte bedragen voor de huur van warmtewisselaars.
    – Er wordt geen energiebelasting afgedragen.
    – NMDA is gebaseerd op maximum tarieven, die opgebouwd zijn uit de duurste gas contracten en meest (voor de consument) ongunstige rendementen.

    1. 1) Ik heb de reactie letterlijk afgedrukt zoals hij binnen kwam. Omdat Peter van den Baar wethouder was tot 1990 (daarna werd hij burgemeester), neem ik aan dat hij het over Meerhoven heeft.
      2) De vraag of een afkoopregeling als staatssteun aangemerkt zou kunnen worden, durf ik niet zo maar te beantwoorden. Dat is complexe materie en ik ben geen jurist, maar van huis uit fysicus. Wat ik elk geval wel vast staat is dat allerlei andere vormen van subsidiëring (De SDE+ , de EIA, en zo) wel mogen. Puur op basis van gezond verstand zou je dan denken dat een eenmalige subsidiëring ook zou moeten kunnen.
      3) Het is mij niet bekend dat er geen energiebelasting wordt afgedragen. Kunt u mij aangeven waar ik dat kan terugvinden?
      4) Ik denk dat in Meerhoven de fout aan het begin gemaakt is, zoals ook Peter van den Baar zegt. Daardoor start de exploitatie al meteen met een achterstand. Die exploitatie is bij de meeste stadsverwarmingen toch al niet om over naar huis te schrijven, zeker niet bij de huidige lage stroomprijzen. Vandaar, denk ik, dat het particulier kapitaal achter Ennatuurlijk probeert met trucs het rendement wat op te kalefateren. Ik kan mij goed voorstellen dat u daar actie tegen voert en ik hoop dat u er iets mee wint.
      Ik vind het overigens opmerkelijk dat in Waterrijk en Meerrijk (de wijken waar de gemeente Eindhoven zelf de warmte levert) een ander regime geldt. Weet u of daar andere afspraken gemaakt zijn?
      5) Naar mijn oprechte mening heeft de stadsverwarming in stedelijk gebied een toekomst, maar die moet je dan wel goed organiseren. Ik zou het vervelend vinden als een actie tegen een specifieke stadsverwarming in Meerhoven zou leiden tot een algemeen-afwijzend standpunt tegen het concept als zodanig.

  2. Bernard,

    Ik denk dat de opmerking van Peter niet over Meerhoven ging. Meerhoven is pas in 1998 gegund, aan een JV (NRE + PNEM). Documenten kan je hier: http://bit.ly/2igIgyg vinden.

    Ik zou het waarderen als de overheid haar verantwoordelijkheid neemt en de bewoners schadeloos stelt, in het geval van Meerhoven worden de kosten verspreidt over alle Eindhovenaren. Wat mij tegen zit is dat de warmte leveranciers dan niet hun verantwoordelijkheid nemen en doorgaan met hun praktijken. Als hun rendementen echt zo slecht zijn, waarom worden de vele bestuurders bij de leveranciers dan nog zo exorbitant beloond?

    Ik vrees dat Nederland de komende tijd veel warmtenetten aan zal leggen. De mensen die beter weten kopen een woning of laten er eentje bouwen die anders verwarmd wordt. De mensen die niet die keuze hebben, die zullen met warmte de hoofdprijs betalen. Zoals zo vaak zijn dat ook de mensen waar die extra kosten hard aankomen, wat eigenlijk asociaal is.

    Door steeds energie zuiniger te (ver)bouwen en het veranderend klimaat zal de warmte behoefte dalen. Daarmee zal het steeds minder rendabel zijn om een warmtenet aan te leggen en te onderhouden. De hoeveelheid warmte die onderweg verspild wordt zal daardoor (procentueel) toenemen.

    Wist je dat de gemeente Eindhoven verlies neemt op de aansluitkosten van woningen op haar warmtenet? De kosten moeten dus terugverdiend worden tijdens de exploitatie. Wat ook lastig is, aangezien er niet voldoende woningen worden aangesloten op hun centrales. Zelfs alle duwtjes in de rug (verkapte overheidssteun –> geen EB, gereguleerde maximum tarieven), schijnt het toch amper / niet rendabel te zijn.

    Zelfs mijn 16 jaar oude woning is comfortabel en zeer economisch te verwarmen met een warmtepomp. En dat terwijl er ten gunste van het warmtenet energiebesparende maatregelen zijn weggelaten tijdens de bouw. De aanschaf- en implementatiekosten van de warmtepomp zijn niet hoger dan de aansluitkosten op het warmtenet van de gemeente Eindhoven + een warmtewisselaar.

    Als een gemeente acteert in het belang van haar burgers dan leggen ze GEEN warmtenet aan, maar stimuleren ze NOM. Ik vrees dat andere belangen een grotere rol speelt en dat men gelooft in de religie van “restwarmte”, energiebesparing en minder CO2 uitstoot. De gemeente Eindhoven is in ieder geval niet in staat om vragen over deze onderwerpen te beantwoorden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.