Shellproces Milieudefensie haalt tijdschrift Science

Het proces van Milieudefensie versus Shell heeft op veel plaatsen de aandacht getrokken.

Opmerkelijk is een flink artikel in Science. Science hoort bij de beroemdste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld en onderzoekers  voelen zich heel vereerd  als een artikel geplaatst is. In dit geval betreft het onderzoekers va de London School of Economics and Political Science.
Het artikel is te vinden op https://www.science.org/doi/10.1126/science.adz4857 , maar het zit achter de betaalmuur. Ik heb het gekocht voor een paar tientjes en men kan het ook hieronder vinden.

Ik probeer hierna uit te leggen wat erin staat. Maar ik ben geen jurist, dus men moet zich niet op mij beroepen. Wie op verantwoorde wijze iets zeggen wil, moet het artikel zelf erbij pakken.

Integrated Assessment Model’s (IAM’s) zijn grote computermodellen waarin klimaatwetenschap, energiesystemen en economie gecombineerd worden.
Op basis van IAM’s gevoerde processen tegen regeringen, waarin bindende klimaatafspraken geëist werden, zijn vaak succesvol geweest (in Nederland bijvoorbeeld het Urgendaproces).

Milieudefensie was de eerste die een IAM inzette tegen een particulier bedrijf, in casu Shell. Dat werd in eerste instantie een succes, en in hoger beroep een gedeeltelijk succes.
In abstracto kreeg Milieudefensie ook in hoger beroep gelijk, maar in concreto wilde het Gerechtshof geen reductiedoel noemen omdat er geen wetenschappelijke consensus zou bestaan over een exact percentage dat toegepast zou moeten worden (in dit geval  45% minder in 2030 t.o.v. 2019 over scope-3, welke scope veruit de grootste post is)

Het dilemma van het Gerechtshof is illustratief voor een brede trend. Op verschillende plekken in de wereld probeert men regelgeving te definiëren die de klimaattransitie van particuliere ondernemingen moet inkaderen.
Een goed voorbeeld zijn de ‘Guidelines for multinational enterprises’ van de OECD. Die zijn niet rechtstreeks bindend, maar moeten door aangesloten staten in nationale wetgeving worden omgezet. Die moet dan op wetenschap gebaseerd zijn en gebaseerd zijn op het GHG-protocol, inclusief Scope-1, -2 en -3 -analyses ( een voorbeeld van een onderneming die dat doet, en hoe dat werkt,  is DAF Trucks, zie https://www.bjmgerard.nl/daf-trucks-en-milieudefensie-spreken-over-het-klimaat/ en andere artikelen).
Ook de EU probeert in zijn (onlangs helaas afgezwakte) CSDDD-wetgeving om aan ondernemingen boven bepaalde omvang-drempels verplichtingen op te leggen in de geest van de OECD-richtlijnen.

Het is voor regeringen een worsteling om wetten te maken die in praktijk werken. En dat is nodig omdat het aanklagen van ondernemingen inzake hun klimaatplan mondiaal steeds vaker voorkomt. Soms gebeurt dat om ze ter verantwoording te roepen voor het verleden (‘backward-looking’), soms om het toekomstig gedrag te beïnvloeden (‘forward-looking’). De Miieudefensiezaak is forward-looking en inmiddels lopen er mondiaal ruim 20 van die forward-looking zaken.

Hoewel het Gerechtshof een streep zetten door de concrete 45% reductie, sprak het wel een belangrijke overweging uit, namelijk dat olie- en gasbedrijven zich moeten buigen over het groeiende duidelijkheid dat geen enkele nieuwe olie- en gasbron verenigbaar is met het Parijs-akkoord. Maar omdat deze specifieke eis niet in het proces ingebracht was, kon het Gerechtshof daarover slechts een overweging formuleren en geen vonnis.
Milieudefensie heeft daarop, in een tweede klimaatzaak tegen Shell, dit verbod op nieuwe olie- en gasboringen  alsnog als een juridische eis op tafel gelegd.
Al eerder had Milieudefensie cassatie aangetekend tegen de uitslag van de eerste zaak.

Ik heb aan beide zaken aandacht geschonken in https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-dreigt-shell-met-klimaatzaak/ . Ik heb dit artikel voor deze gelegenheid geactualiseerd  t/m 15 jan 2026.

Milieudefensie heeft simpelweg de mondiale 45% GHG-reductie in 2030 t.o.v. 2019, waarover brede overeenstemming bestaat, omgezet in een sectorale verplichting aan de Shell als onderdeel van de olie- en gassector.  Het Gerechtshof ging hier niet in mee.

Maar de onderzoekers van de London School of Economics and Political Science vinden dat te kort door de bocht. Ze wijzen erop dat op sectorniveau, ook nu al, protocollen in ontwikkeling zijn die toch al op sectoraal niveau uitspraken doen zoals bijvoorbeeld  de Sectoral Decarbonization Approach (SDA). Die zijn er ook voor de olie- en gassector (scope-1, scope-2 en een deel van scope-3).
Enerzijds suggereren de onderzoekers dat het Gerechtshof meer met de al bestaande protocollen had kunnen doen, anderzijds erkennen ze dat de bestaande sectorale modellen inderdaad gebreken vertonen (te weinig theorie, kwetsbaarheden en te grofmazig).

Dit verdient verbetering. De onderzoekers noemen drie routes.

De eerste is dat mogelijk nog geen wetenschappelijke consensus is over precieze percentages, maar dat de verschillende modellen al wel tot een bandbreedte in de krimp  geleid hebben (zelfs Shell zag noodzaak  voor een reductie). Die bandbreedte liep in het Milieudefensieproces voor bijvoorbeeld gas van 30.1 tot 50.5% reductie. Het Gerechtshof had, in plaats van deze bandbreedte als bewijs voor een gebrek aan consensus te zien,  de ondergrens kunnen opleggen (dat is ook gebeurd in het Urgendaproces).

De tweede route is dat men zou kunnen kijken wat het kost om een ton CO2 uit de atmosfeer te houden (de Marginal Abatement Cost – MAC). Het IPCC heeft in zijn zesde Assessment 230 scenario’s doorgerekend om onder de 2oC te blijven,  en daar kwam een mediaan uit van $73 per ton CO2 . Alle maatregelen die per ton minder kosten dan een $73 zouden dan verplicht gesteld moeten worden.
Een dergelijk schema zou voordelen hebben: er zijn dan meer data beschikbaar zijn (robuustere maatregel) en dat je kunt differentiëren per sector (in plaats van elke sector 45%). Er zijn ook nadelen.
Deze benadering wordt in praktijk nog niet gebruikt en ontbrak in het Milieudefensie-proces.

De derde route is dat de rechter het aansprakelijkheidsrecht kan interpreteren dat de onderneming, op basis van het bestaande recht,  tot redelijke stappen gedwongen wordt die bij elkaar zoiets als een plan zijn. Het gaat dan om zoiets als minimum gedragsvoorschriften die opbouwen tot een soort transitieplanning. De onderzoekers noemen als voorbeeld de UK Transition Plan Taskforce.
Ook het Gerechtshof heeft het aansprakelijkheidsrecht geïnterpreteerd, maar dat leidde tot de beperkte uitspraak dat Shell de plicht heeft de klimaatverandering te verminderen. Dat had volgens de onderzoekers, tot een verdergaande uitspraak kunnen leiden.

Het Science-artikel eindigt met dat nu ondernemingen, wat betreft hun klimaatinspanningen, steeds vaker langs de juridische lat gelegd worden, een meer coherente en wetenschappelijke definitie van de klimaatinspanningen van kritisch belang is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.