Ik betreur het verlies van Donald Pols


Nu de storm rond ex-directeur Donald Pols een beetje lijkt te zijn gaan liggen, wil ik in deze kolommen even kort op terugblikken op dit drama in twee bedrijven. Dus wat ik ervan vind.

Het eerste bedrijf was de beoogde overstap naar Tata Steel.  Anders dan sommige anderen schat ik in dat deze stap met integere bedoelingen gezet is.
In de Volkskrant van 08 mei 2026 geeft Pols als motivatie dat Milieudefensie niet tegen de industrie is, maar vindt dat de industrie binnen de grenzen van milieu en klimaat moet opereren. Ik deel deze gedachte.
Staal blijft altijd nodig, maar zowel werknemers als omwonenden als belanghebbenden bij een goed klimaat (dat is zowat de hele wereldbevolking) hebben er een groot belang bij dat deze productie op goede wijze plaatsvindt. De groen staal-ambities komen onder andere uit een lange termijnvisie van de vakbond met wie Pols in de Volkskrant gesproken zegt te hebben – zo ook met de OR en met de Nederlandse en de internationale baas van Tata Steel – Tata Steel heeft op termijn zelf ook belang bij verduurzaming.
Dat de directeur van een grote organisatie als Milieudefensie na elf jaar iets anders wil gaan doen, is niet ongewoon. Diederik Samson heeft het ook gedaan (van Greenpeace naar de Europese politiek van de PvdA, met een belangrijke inbreng in de Green Deal als gevolg), en bijvoorbeeld Faiza Oulahsen, eveneens van Greenpeace, ook (directeur duurzaamheid bij KPMG).

Ik vond de overstap van Pols niet absurd. Of die overstap juist was, had moeten blijken. Niet elke gedachte die achteraf onjuist blijkt, was vooraf absurd.  Ik had dat wel eens willen zien.

Helaas gooide het tweede bedrijf van het drama alles overhoop.
Pols is opgegroeid, legt hij in de NRC van 03 juni 2026 uit, in Nederduits Gereformeerde kringen op het platteland van Transvaal. Dat een negentienjarige student in 1991 bijbehorende politieke opvattingen verkondigt is niet verbazingwekkend. Als men iedereen in een publieke functie afrekent op zijn opvattingen in zijn studentenjaren, worden het roerige tijden.
Lang heeft de rechtse periode niet geduurd. In 1993 ging Pols in Maastricht studeren, en toen hij daarmee klaar was lag er inmiddels een totaal ander pakket met normen en waarden.  Waarna een glanzende carrière volgde die de kortstondige jeugdopvattingen volledig ontkende.
Voor mij is dat genoeg om iemand te accepteren.

Desmond Tutu ( Door Libris Förlag – mynewsdesk, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=36964977 )

Vraag is of Pols zijn jeugdzonde op enig moment na 1993 had moeten vertellen.
In Zuid-Afrika, waar meningen zoals de vroegere meningen van Pols wijd verspreid waren, heeft men gekozen voor het middel van de Waarheid- en Verzoening Commissie, maar die werd pas opgericht in mei 1995, dus toen Pols al twee jaar in Nederland zat. Anders was de verwerking van het verleden mogelijk langs deze route verlopen. Nu heeft Pols in zekere zin een soort doe het zelf-verwerking in Nederland doorgemaakt. In hoeverre het mogelijk, en zo ja, in hoeverre het verstandig was om naar buiten te treden is voor mij moeilijk te beoordelen. Vast staat dat het toenmalige, en het huidige, bestuur van Milieudefensie van zijn opvattingen in studententijd af wisten en, alles overwegende, met de persoon van dat moment in zee zijn gegaan – met zeer goed gevolg. Het is een werkgever niet toegestaan, en het zou daarnaast moreel onjuist zijn, privéinformatie van een werknemer naar buiten te brengen. Mijns inziens heeft Milieudefensie hier juist gehandeld.

En terwijl Pols, als boegbeeld van een goed team, Milieudefensie sterker maakte, maakte hij navenant zijn persoonlijke positie steeds kwetsbaarder. Tot de overstap naar Tata Steel de tijdbom tot ontploffing bracht.
Ik vind het bijna een klassieke Griekse tragedie.

Ik heb altijd graag en goed met Donald Pols samengewerkt. Hij is iemand van goede wil en met grote talenten. Ik hoop dat als deze storm geluwd is, Donald Pols ergens de kans krijgt om zich voor een goede zaak in te zetten.

En, mijns inziens, moet Milieudefensie doorgaan op de ingezette koers. De klimaatcampagne tegen grote bedrijven is de hoofdzaak, en lokale groepen hebben daarnaast ruimte om er ook lokale onderwerpen bij te pakken.

Directeur Milieudefensie brengt werkbezoek aan Brainportregio

Inleiding
Directeur Donald Pols en medewerkster klimaat- en energiezaken Kirsten Sleven hebben op 22 september 2023 een werkbezoek afgelegd aan de Brainportregio. Vier mensen van de Eindhovense Milieudefensiegroep waren bij het bezoek aanwezig.

Het werkbezoek moet gezien worden tegen de achtergrond van de bedrijvenactie van Milieudefensie. Volgens op het Shell-proces heeft de landelijke Vereniging Milieudefensie 29 bedrijven aangeschreven met een vergelijkbare eis “45% minder broeikasgasemissies in 2030 dan in 2019”.

Geen van die 29 bedrijven heeft een hoofdkantoor of belangrijke vestiging in Zuidoost Brabant (de Brainportregio), met als enige uitzondering Eindhoven Airport (met welke onderneming Milieudefensie Eindhoven al eerder afspraken gemaakt heeft).
De Brainportregio is een atypische bedrijvenregio. Er zitten geen zware energievreters als Tata of Yara, en de bedrijven die er wel zitten zijn moderner dan gemiddeld. Dat weerspiegelt zich in de opvattingen binnen enkele afzonderlijke bedrijven.

Het weerspiegelt zich niet in de staat van de verduurzaming in de Brainportregio als geheel, want die was tot voor kort niet beter dan landelijk gemiddeld. Brainport als organisatie had SDG-ambities (Sustainable Development Goals), maar geen specifiek verduurzamingsplan voor de regio. En bijvoorbeeld ook geen milieujaarverslag (komt eraan).
Milieudefensie Eindhoven heeft Brainport Development, en de Stichting Brainport, hierop twee jaar geleden aangesproken. Dat leidde tot enkele gesprekken, waarin bleek dat, redenerend vanuit verschillende uitgangsposities, de ambities van Milieudefensie Eindhoven en Brainport Development een heel eind gelijk op gingen (zie elders op deze site).
Uiteindelijk leidde deze gesprekkenreeks tot een uitnodiging aan Milieudefensiedirecteur Pols voor een werkbezoek, dat dus op 22 sept jl plaatsvond in het Atlasgebouw van de TU/e .

Het werkbezoek
Het werkbezoek bestond uit vier blokken.

In het ontvangst- en kennismakingsblok schetste directeur Van Nunen van Brainport Development de Brainportstructuur.

Mevrouw Wieczorek

Mevrouw Anna Wieczorek, Sustainability Ambassador van de TU/e, behandelde de hoofdlijnen van de duurzaamheidsaanpak van de TU/e .
De Eindhovense wethouder Rik Thijs en de Helmondse wethouder Arno Bonte (geide GroenLInks) bespraken het ‘Klimaatneutrale steden’-project waaraan beide steden meedoen. De twee steden willen, als onderdeel van een Europees project, in 2030 klimaatneutraal zijn. Er zitten nog de nodige onzekerheden aan verbonden en de bespreking was meer procedureel dan resultbescrijvend opgezet, maar bij de begroting begin oktober zou het duidelijker worden.
Donald Pols benadrukte het belang van het zg GHG-protocol om bedrijfsemissies weer te geven ( https://ghgprotocol.org/ ). Hij signaleerde een tegenstelling tussen enerzijds het internationale functioneren van grote bedrijven en anderzijds de nationale wetgeving waaraan ze gebonden zijn. Om aan Parijs te voldoen moeten bedrijven zowel de in dit protocol vastgelegde scope 1-, scope 2- en scope 3 emissies halen.

In het gebouwde omgeving-blok gingen de twee wethouders, gesteund door dhr Savenije van VDL die de zieke mevrouw Havinga van de TU/e verving, in op praktische zaken zoals op het Eindhovense publieke energiebedrijf in oprichting met vooralsnog vooral warmtefuncties (enige discussie hoe ruim ‘publiek’ moet worden opgevat), en over het ijzerpoederproject t.b.v. piek-bijstook in de Helmondse stadsverwarming (waarover meer in het volgende blok).
De TU/e bood ter plekke 1,5 miljoen aan researchcapaciteit aan t.b.v. warmteprojecten.

In het TU/e Innovation Space-blok een presentatie (Alfons Bruekers) over de onderwijsfilosofie van de TU/e, en een presentatie over de ijzerpoedertoepassingen door Joost van der Kraan van het SOLID-studententeam van de TU/e ( https://teamsolid.org/ en Energieopslag in ijzerpoeder – open dag Metalot).
Fijnverdeeld ijzerpoeder, blootgesteld aan de atmosfeer, brandt uitstekend en kan een goede warmtebron zijn voor statische toepassingen (bijvoorbeeld de ketels van Bavaria of de Helmondse stadsverwarming, https://ennatuurlijk.nl/zakelijk/blogs/wereldprimeur-ijzerbrandstof-als-bron-voor-het-warmtenet-in-helmond ) .

Proefopstelling van de waterstofgenerator uit stoom

De volgende gedachte is om het ijzerpoeder te laten reageren met hete stoom, waardoor waterstofgas vrijkomt. In die zin werkt ijzerpoeder indirect als waterstofopslag.
In alle gevallen is ijzeroxide (‘roest’) het eindproduct en dat moet (en kan) weer worden gereduceerd met waterstof tot het oorspronkelijke ijzerpoeder. Als er genoeg groene waterstof beschikbaar is, is een koolstofvrije kringloop mogelijk met weinig verlies. 
Tata Steel is er jaloers op.

In het verduurzaming bedrijven terreinen-blok ging het vooral over de belangrijkste pilot in de regio, het Kempisch Bedrijvenpark (KBp) in Hapert (gemeente Bladel). Aanwezig waren de Bladelse wethouder Hetty van der Hamsvoort en beleidsambtenaar Gijs Gooren, Guustaaf Savenije van VDL en Geri Wijnen van VNO/NCW.
Het KBp is een nieuw bedrijventerrein voor de regionale industrie. Net als alle andere 180 bedrijventerreinen in de regio zit het vanwege de netcongestie op slot, zowel voor afname als levering.
In het KBp wordt dat probleem aangepakt door een interne Energy Hub te ontwikkelen, een soort onderlinge constructie (die mogelijk geformaliseerd gaat worden in een coöperatiestructuur) met een ringleiding via welke onderling geleverd wordt en die als één aansluitpunt fungeert voor Enexis. De constructie betrekt stroom van een windturbine in de buurt, zonnestroom op eigen daken, een batterijopslag en een nog te bouwen gasturbine voor noodgevallen.
Het zit soms op het randje van wat wettelijk kan.
Zie ook https://www.firan.nl/case/kempisch-bedrijvenpark-zoekt-met-energy-hub-oplossing-voor-netcongestie/ .
Het is een mooi systeem, maar het was en is zo arbeidsintensief dat de lijn vooralsnog niet op deze wijze door te trekken is naar andere bedrijventerreinen (zoals bijvoorbeeld het Eindhovense De Hurk). Bescheidener vormen van kennisoverdracht worden al wel gepraktiseerd. Geri Wijnen van VNO/NCW houdt zich meer in de breedte met de verduurzaming van bedrijventerreinen bezig.


Het werkbezoek was een uiterst nuttige exercitie.