Inleiding
In juli 2021 werd Limburg, en werden aangrenzende delen van België en Duitsland, getroffen door zulke hevige en langdurige regen dat grote gebieden langdurig onder water stonden. In Limburg bleven de effecten van deze ‘waterbom’ beperkt tot heel veel schade en ongemak, en België en Duitsland vielen daar bovenop ruim 200 doden. ( Overstromingen in Europa in juli 2021 – Wikipedia ).
De kans op een dergelijke waterbom wordt geschat op eens in de 300 a 1000 jaar, en dat is door het klimaat al enkele malen meer dan in (bijvoorbeeld) 1900. De kans is dus ten duidelijkste niet nul.

Ravage in Pepinster (B) na de overstroming van de Vesder en de Hoëgne (Wikipedia)
Deze, tot dan toe ongekende, gebeurtenis heeft de autoriteiten nog harder aan het denken gezet. “Nog harder”want er werd al veel werk verzet.
Wat al bestond: het DPRA
Wat al bestond is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ( DPRA, zie https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/deltaplan/ ) . Op basis daarvan werden ‘DPRA-Stresstesten’ georganiseerd. De eerste ronde was in 2018, de tweede (verder ontwikkelde) ronde is vanaf 2025 ingepland.
In een DPRA-stresstest ( https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/ ) worden de grootheden wateroverlast, hitte, droogte en overstroming geanalyseerd. Dit verhaal gaat over wateroverlast (dat is als het water in een gebied van boven komt) en overstroming (dat is als het water van opzij komt). Juli 2021 was in Limburg meer overstroming dan wateroverlast.
Een DPRA-stresstest is bedoeld voor hevige, korte en lokale piekbuien. Dat is waar bijvoorbeeld een gemeente als regel mee te maken heeft. Bijvoorbeeld of de riolering het houdt. Een DPRA-stresstest is vooral in de bebouwde omgeving nog steeds heel zinvol.
Toegang tot de eerste ronde DPRA-stresstesten is mogelijk via https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/monitor/ . Je kunt je gemeente op de kaart aanklikken (bijvoorbeeld Eindhoven). Links van de kaart verschijnt een kolom en de link naar het rapport werkt. Je krijgt dan de stresstest dd 2017 voor de MRE-regio ZO Brabant.
Dit is bijvoorbeeld de (helaas moeilijk leesbare) wateroverlastkaart voor het MRE-gebied.

Zo is er ook een kaart voor de (hier niet behandelde) onderwerpen hitte en droogte.
De monitorkaart geeft, desgewenst, ook een link naar een website van de provincie Noord-Brabant.
De BovenRegionale Stresstest (BRS)
In de op korte en hevige lokale buien ingerichte DPRA-cyclus, die men bezig is op te bouwen, werd ‘ingebroken’ door de langdurige, hevige en over een groot gebied verspreide regenval in en rond Limburg. Het overheidsdenken moest worden uitgebreid en dat gebeurt.
Een artikel hierover op deze site dd het begin van deze ontwikkeling is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/als-de-volgende-waterbom-op-oost-brabant-valt/ . In dat artikel een link naar een siteartikel over de klimaatmechanismes in dit soort heftige situaties https://www.bjmgerard.nl/waarom-de-limburgse-over-stroming-een-klimaatcomponent-had-en-hoe-dat-werkt/ .
Aan de kleinschalige regionale DPRA-stresstesten (zoals die in het MRE-gebied) is een grootschalige opzet toegevoegd. Daartoe is Nederland in 13 ‘boven-regio’s’ verdeeld. Daarvan liggen er twee in Brabant: ruwweg Tilburg en oostelijk is NBrabant-Oost en westelijk van Tilburg is Brabantse Delta.
Het ligt bestuurlijk in zoverre simpel dat de bestuurlijke netwerken al bestaan. Het Kennisportaal Klimaatadaptatie, met de aanhangende overheden, pakt de nieuwe taken er gewoon bij ( https://klimaatadaptatienederland.nl/ ). Publicatie vindt plaats in https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/grootschalige-extreme-regen (waaruit onderstaande afbeeldingen afkomstig zijn). Het document is opgesteld door de provincies, de waterschappen en enkele ingenieursbureau’s.
Wie in meer onderwerpen geïnteresseerd is dan alleen dit specifieke onderwerp ‘grootschalige extreme regen, kan terecht op https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer (daar kunje diverse lagen aanvinken).
Er is ook weer modelmatig gerekend, in eerste instantie vanuit de aparte ‘boven-regio’s’. Er is een gestandaardiseerde ‘basisgebeurtenis’ gedefinieerd die inhoudt dat bij elk van de twee Brabantse ‘boven-regio’s’ er (uniform) over het hele gebied in 48 uur 200mm regen valt (dat is iets meer mm dan in 2021 in Limburg en nabijgelegen België en Duitsland). De grondwaterstand is ‘hoogst gemiddeld”, de waterstand op de Maas is gemiddeld, riolering en infiltratie in stedelijk gebied zijn versimpeld meegenomen, het watersysteem functioneert zoals bedoeld en dus ongestoord, er zijn geen noodmaatregelen en instroom uit België is niet meegenomen. Wie de Brabantse uitkomsten zo wetenschappelijk mogelijk wil zien, moet kijken op Noord-Brabant Oost en Brabantse Delta .

Hierboven het plaatje voor NBrabant-oost als geheel. Hieronder uitvergroot (links) het Dommelsysteem van Waalre tot Son en Breugel, en (rechts) de situatie ten Zuiden van Den Bosch.
De wetenschappelijke kaart staat bewust geen hogere resolutie toe dan die welke hier gehanteerd is. De grootschalige kennis gaat ten koste van de kleinschalige kennis van bijvoorbeeld de rioleringen. Men wil bewust geen uitspraken doen op postcodeniveau
Voor kleinschaliger kennis blijven de eerdere DPRA-stresstesten beter bruikbaar )


Het landelijke waterbeeld
De volgende grootte-stap omhoog is om een plaatje te maken op nationaal niveau. Daartoe zijn de uitkomsten van de 13 ‘boven-regio’s’ op creatieve wijze gecombineerd tot een landelijk ‘waterbeeld’ en dat haalde op 07 nov 2025 het Eindhovens Dagblad ( bij-extreme-regen-staat-in-delen-van-eindhoven-meer-dan-een-meter-water , artikel van Lucas van Houtert).
De documentatie bij onderstaand landelijk ‘waterbeeld’ maakt helaas niet duidelijk hoe dat combineren bij Deltares plaatsgevonden heeft. Het is een beetje een mistige procedureschets.
Je zou denken dat men voor onderstaand plaatje gedaan heeft of het in alle 13 gebieden tegelijk in 48 uur 200mm geregend heeft, maar dat staat er niet. Verder ligt het voor de hand dat water uit de ene ‘boven-regio’ invloed heeft op water in de andere ‘boven-regio’ (bijvoorbeeld via de stand van de Maas), maar ook dat wordt, in elk geval in de communicatie met de algemene buitenwereld, niet uitgelegd.
Het zij zo. Men kan de kaart het beste indicatief opvatten en dat is inderdaad de bedoeling van het concept.
Indicatief blijkt al wel dat er grofweg twee soorten probleemgebieden zijn: hoog Nederland en laag Nederland.
In Hoog Nederland is de afvoercapaciteit van de natuurlijke waterlopen, met daarin voorkomende obstakels, het probleem. De effecten zijn lokaal, het water kan diep zijn, en het kan kort of lang duren.
In Laag Nederland (wat vaak ingericht is op het afvoeren van water binnen de beperkingen van het gemaalsysteem) is de waterdiepte gering over grote oppervlakken, en dat kan weken duren.

De auteurs leggen ook uit wat je niet met bovenstaande kaart kunt. De kaart bevat als het ware alleen maar natuurkunde: hoe diep het water in bepaalde gebieden ruwweg is, en hoe lang het er ruwweg blijft staan. De inschatting van de maatschappelijke gevolgen moet nog beginnen, en nog meer de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden.
Moeten er bijvoorbeeld woonwijken geëvacueerd worden?
Kan er een ziekenhuis onder lopen? En dan?
Kan de A2 bij Den Bosch opnieuw onderlopen? En dan?
Idem het (straks) ondergrondse busstation van Eindhoven?
Wat als het spooremplacement van Amersfoort onderloopt?
Enzovoort. Er liggen nog een heleboel forse fysieke, organisatorische en financiele uitdagingen.
Misschien ook wat meer doen aan een belangrijke verergerende factor van het probleem, het klimaat?