Bestrijdingsmiddel in Afgedamde Maas dwong tot innamestop drinkwater

Op 11 januari 2016 stroomde er vanaf de Gelderse kant polderwater, verontreinigd met het insecticide dimethoaat, in de Afgedamde Maas ter hoogte van het Gelderse Poederoijen. De Afgedamde Maas is hier grens-
rivier tussen Gelderland en Brabant. Aan de Brabantse kant liggen Andel en Veen.
afgedamde maas

Dimethoaat is een organofosforverbinding, een familie van stoffen waartoe ook het (veel giftiger) parathion behoort. De stof werkt op het centraal zenuwstelsel en heeft een hormoonontregelende werking.
(zie ook Van chemische naar ecologische bestrijding – 1 )

In de Afgedamde Maas bevindt zich een inlaat van de drinkwatermaatschappij Dunea (het voormalige Duinwaterbedrijf Zuid-Holland). Dunea moest door de verontreiniging switchen naar een drinkwaterinlaat op de Lek. Op 3 maart 2016 was de inlaat op de Afgedamde Maas nog steeds buiten gebruik. De gifconcentraties dalen, meldt Dunea op zijn site, maar nog niet ver genoeg.

Het inlaatpunt aan de Afgedamde Maas
Het inlaatpunt aan de Afgedamde Maas

Drie partijen in de Tweede Kamer hebben vragen gesteld over de gang van zaken (SP, Groen Links, D66). Uit de beantwoording blijkt o.a.
– dat de volksgezondheid geen gevaar gelopen heeft omdat de water-
kwaliteit voortdurend gemonitord wordt en de waterleidingbedrijven hun vak verstaan.
– dat de concentratie in het water tijdelijk vier keer de ecologische maximum piekconcentratie was
– dat in de afgelopen vijf jaar in het hele Maasstroomgebied (locaties Afgedamde Maas, Grensmaas en Heel, Lateraalkanaal) bestrijdingsmiddelen bijna jaarlijks tot een innamestop of –beperking leiden die enkele dagen tot een maand duurt (die van 11 januari dus nu al twee maand). Ook het innamepunt aan de Lek ligt er bijna jaarlijks uit. Genoemd worden tien chemicalien (waarvan glyfosaat er overigens slechts één is).
Verder meldt de minister dat “op meer dan de helft van de meetlocaties de ecologische norm in oppervlaktewater voor een of meer gewasbeschermingsmiddelen wordt overschreden. Dit beeld is gebaseerd op de meest recente meetgegevens en is de laatste jaren onveranderd.” Ze verwijst naar www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl .
– In de nota “Gezonde Groei, Duurzame Oogst” uit 2013 zijn nadere
maatregelen benoemd die de schade van gewasbeschermingsmiddelen voor de omgeving moeten verminderen (www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/14/gezonde-groei-duurzame-oogst-tweede-nota-duurzame-gewasbescherming ).

Het Waterschap Rivierenland is een onderzoek naar de oorzaak gestart. Dd 16 maart 2016 was hiervan nog geen uitslag bekend.
Wel meldde Ad de Waal Malefijt, sectormanager Water van Dunea, na het incident op de site van Waterforum (http://waterforum.net/nieuws/9851/dimethoaat-incident-vraagt-om-duurzame-oplossing ) dat hij na drie incidenten bij de Afgedamde Maas in vier jaar “hoopt dat er meer draagvlak komt voor een nieuw aan te leggen afvoersysteem in de glas-
tuinbouw. Het is tijd voor een duurzamere oplossing vanuit de glastuinbouw
”. De branche-organisatie LRO Glaskracht zegt dit idee te onder-
steunen.

Meer nieuws over dit onderwerp als het er is.

dimethoaat structuurformule

Zie ook Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater

Van chemische naar ecologische bestrijding – 2

Ik was bij het KNAW-symposium “Van chemie naar ecologie – perspectieven voor ecologische gewasbescherming” op 19 februari 2016. Het was heel druk. Veel professoren, maar ook mensen uit het bedrijfsleven en andere geïnteresseerden.
Ik ga er in twee verhalen over vertellen. Dit verhaal gaat over risico’s en baten van biociden voor de mens, het andere over risico’s voor het ecosysteem.

Ecologische risico’s
Daarover spraken Frank Berendse, Wageningen, Hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie; Nico van Straalen, VU, hoogleraar dierecologie; en Louise Vet, NIOO-KNAW en hoogleraar evolutionaire ecologie, Wageningen. Die vertelden samen veel meer dan ik hier kan opschrijven. Hun verhalen kunnen gelezen worden als verschillende aspecten van één werkelijkheid.

Van Straalen
ecology goes underground
Ik leg het zwaartepunt bij Van Straalen, omdat in mijn politieke omge-
ving de bodemkwaliteit een belangrijke rol speelt en ook simpelweg omdat het voor mij de meeste nieuwe kennis bevatte.

De bodem biedt onderdak aan een onwaarschijnlijk aantal microbiële soorten, waarvan hooguit 20% bekend is (maar waarschijnlijk minder). Het is een soort tropisch regenwoud onder de grond. In 100kg goede bodem zitten alleen al zo’n vier miljoen soorten bacteriën. Daarnaast ook Archaea die stikstof blijken te kunnen binden, schimmels, en hogere planten en dieren.
Veel van die soorten hebben we nog nooit gezien, maar kennen we alleen omdat we hun DNA opgevist hebben. Vaak weten we ook nog niet waar al die soorten goed voor (kunnen) zijn.

De diensten die het ecosysteem biedt kunnen in algemene zin als volgt worden weergegeven:
belang bodem voor ecosysteemdiensten
Bij ‘ziekten’kan het ook om ziekten voor de mens en dier gaan, zoals bijv. de anthraxbacterie (miltvuur), een bacterie die van nature in de bodem voorkomt, of een parasitair wormpje.

Wat is goed voor een goede bodem? Erosie tegengaan, bijv. door afdekgewassen; berscherming van de infiltratriecapaciteit (tegengaan verslemping en te veel afdekking); niet teveel mest geven; voorkomen van zich opbouwende vervuiling met bestrijdingsmiddelen, zware metalen en PAK’s; stimuleren van organische stof (gewasrotatie, beperkte grondbewerking, gewasresten niet weghalen).
Een goede bodem helpt bij de bestrijding van plaaginsecten.
land use management
Men zou verwachten dat bestrijdingsmiddelen, die boven de grond giftig zijn, dat onder de grond ook zijn. Dat blijkt bij onderzoek inderdaad zo te zijn. Van wat neonicotinoiden onder grond doen, is nog weinig bekend. Vast staat dat met name de bollenteelt een uitdaging is.

Berendse
Waarmee het verhaal op het terrein van de anders sprekers komt. Berendse moet de neonicotinoiden niet. Die leken aanvankelijk een goede greep, maar toen ze die middelen preventief gingen toepassen,
bijvoorbeeld door zaden te coaten, kwam 80% in de bodem terecht zonder ooit de plant van binnen gezien te hebben. In de bodem bleken ze soms een veel langere halfwaardetijd te hebben dan gedacht (van een maand tot 2,5 jaar).

Berendse had vooral onderzoek gedaan naar men boven de grond kon zien, zoals planten, loopkevers, vogels en bladluizen. Bij vatte dat samen in dit staatje:
effecten intensivering biodiversiteit
(AES = agri-environment schemes, experimenten om de soortenrijkdom langs slootranden te vergroten).

Neonicotinoidenonderzoek (dat nog niet zo eenvoudig is, elke onderzoeksvorm heeft zijn eigen voor- en nadelen) bleek overigens juist bij honingbijen tegenstrijdige resultaten op te leveren. Bij minder tot de verbeelding sprekende dieren als solitaire bijen en aardhommels bleken de effecten veel rampzaliger.
aardhommelkolonies
Berendse vindt dat de Europese Sustainable Pesticides Directive nieuw leven moet worden ingeblazen:
– alleen chemicaliën als het niet anders kan, dan sterk gelokaliseerd en met een zeer korte levensduur
– nieuwe investeringen in de ontwikkeling van biologische bestrijding in open systemen
– accepteer lagere productieniveau’s en biedt de boer een prijs waarbij dat kan

Vet
Waarna Louise Vet fungeerde als dagsluiter. Dat was een gloedvol betoog over biologische bestrijding (waarover overigens in de wandelgangen wel enige scepsis te horen was). Wij kunnen ons de luxe permitteren om bijvoorbeeld 20% van de oogst kwijt te raken, was het idee, maar wat moeten ze in Afrika als ze zonder spuiten maar 20% overhouden?
Een plaatje over het verband tussen oorwormen en wolluizen op een appelboom:
oorworm en wolluis
Haar uiteindelijke aanbevelingen:

aanbevelingen-2aanbevelingen-1

Wat vind ik er zelf van?
Ik lever graag concrete kennis aan ten behoeve van de milieudiscussies in mijn omgeving, maar ik ben geen gelovige. Ik heb sympathie voor ideeën voor een meer duurzame wijze van gewasbescherming en bodembeheer en ik denk dat er een flink stuk gelijk in zit, maar ik durf niet goed te zeggen hoe ver dat gelijk gaat. Ik ben terughoudend met een eindoordeel over onderwerpen waarvan ik niet echt verstand heb.

Van chemische naar ecologische bestrijding – 1

Ik was bij het KNAW-symposium “Van chemie naar ecologie – perspectieven voor ecologische gewasbescherming” op 19 februari 2016. Het was heel druk. Veel professoren, maar ook mensen uit het bedrijfsleven en andere geïnteresseerden.
Ik ga er in twee verhalen over vertellen. Dit verhaal gaat over risico’s en baten van biociden voor de mens, het andere over risico’s voor het ecosysteem.
Veel van wat hier gezegd gaat worden is in de professionele wereld een open deur. Deze site wil vooral natuurwetenschappelijke kennis vertalen en verspreiden naar politieke contexten, en daarvoor is deze kennisoverdracht zinvol.

Baten en risico’s voor de mens
Hierover sprak Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie bij het IRAS van de Universiteit van Utrecht (zie http://www.dub.uu.nl/gebruiker/martin-den-berg ). Hij is tevens adviseur van de Gezondheidsraad, de WHO en het UN Environmental Program.

Er is verschil tussen “hazard” en “risk”. “Hazard” is een pure stofeigenschap (cyaankali is zeer giftig), maar de “risk” ervan is zeer gering omdat de kans dat je de stof onbedoeld binnenkrijgt nagenoeg nul is. “Risk” wordt bepaald door de intrinsieke giftigheid en de blootstelling samen. Het niet maken van dit onderscheid leidt tot veel discussies.

(Alles in Italic komt niet van Van den Berg, maar van mij. Ik wil een paar opmerkingen aan het verhaal toevoegen.
De nu lopende felle discussie over het verlengen van de toelating van glyphosaat binnen de EU vertoont kenmerken van deze verwarring – glyphosaat is het actieve bestanddeel van de onkruidverdelger Roundup. Het WHO-onderdeel IARC plaatst glyphosaat in de categorie ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ – een hazard -, terwijl de producerende bedrijven met man en macht lobbyen bij de Europese Commissie ‘dat de mens van glyphosaat geen kanker krijgt’. Het Bundesinstitut für Risicobewerbung formuleert het als “
no carcinogenic risk to humans is to be expected from glyphosate if it is used in the proper manner for the intended purpose”. Dat klinkt als een risk.
Het helpt niet dat de bedrijven (waaronder een door Monsanto geleide coalitie) zich beroepen op drie interne rapporten die vanwege bedrijfsgeheimen niet onthuld zouden mogen worden.
Wat aan de andere kant ook niet helpt is dat glyphosaat bij de bestrijders ervan een soort duivelse icoonfunctie heeft, terwijl op bijvoorbeeld de FAO-pesticidenlijst
ACCEPTABLE DAILY INTAKES, PROPOSED MRLs AND ESTIMATED GLs je van alle pesticiden van glyphosaat het meeste binnen mag krijgen. Zoek maar op http://www.fao.org/fileadmin/templates/agphome/documents/Pests_Pesticides/JMPR/Evaluation94/annexi.pdf .
Dit is geen pleidooi voor glyphosaat, maar wel een pleidooi om wat minder ritueel en wat meer analytisch naar landbouwgiften te kijken. Een stof als bentazon komt in het Brabantse grondwater en in de Maas ongeveer even veel voor als glyphosaat, maar je mag er drie keer zo weinig van binnen krijgen. Bentazon is dus eigenlijk gevaarlijker, maar daarover hoor je nooit iemand.

De IARC-classificatie
De IARC-classificatie

Het is verder van belang, aldus weer Van den Berg, je te realiseren dat chemici tegenwoordig hoeveelheden van 10-15 gram kunnen aantonen. (Dat is zo vreselijk weinig, dat je zo ongeveer elke stof in elk willekeurig monster kunt aantonen.) Ergens onder de 10-6 de gram (een microgram, μg) is het toxicologisch niet meer van belang.

Als er dus in Duits bier 30μg/liter glyphosaat zit (NRC, 26 feb 2016), is er dus een blootstellingsroute die toxicologisch nog van belang kan zijn. De Acceptable Daily Intake voor glyphosaat is 300 μg per kg lichaamsgewicht per dag, dus een volwassene van 70kg “mag” 700 liter bier per dag drinken.
Er zijn, zoals gezegd, ergere vergiften dan glyphosaat.

Voor alle giftige stoffen geldt een dosis-effectrelatie. Hieronder een voorbeeld van een niet-genoemd vergif. Let op de logarithmische horizontale as (elke streep is *10).
dosis-effectrelaties humane toxicologie

Van den Berg wees erop dat voor zwangere vrouwen en kinderen de dosis veel kritischer komt! In dit voorbeeld zit er tussen de dosis van een zwangere en een niet-zwangere vrouw zowat een factor 100 verschil.
De meeste vergiften hebben een NOAEL, een drempel waaronder ze geen uitwerking meer hebben. Dat geldt niet voor genotoxische stoffen. Daarvan worden er geen nieuwe meer gemaakt.

Hormoon-verstorende stoffen (Endocrine Disrupting Chemicals) hebben bijna altijd een drempelwaarde, maar geven toch reden tot zorg. Ze zijn niet in een Petrischaal te onderzoeken en hebben, mede omdat ze in een functionerend hormoonsysteem terecht kunnen komen, een complexe werking.
Ook diermodellen hebben hier maar een beperkte waarde, omdat de ontwikkeling van de menselijke hersenen in de vroege kinderjaren er niet meer getest kan worden. Van den Berg noemde in dit verband een onderzoek, waaraan hij meegewerkt had, en dat de daling van de IQ bij kinderen onderzocht had in reactie op blootstelling aan organofosfaten.

lost IQ-points and OP

En ook
maatschappelijke kosten EDC-bestrijdingsmiddelen
(ED = Endocrine Disruptors – waaronder biociden, maar ook andere stoffen)

Van den Berg sloot af met een statement over de Derde Wereld.
Wij zitten in zoverre in een luxe positie dat wij ons hier wat kunnen permitteren. Kort door de bocht:
Er zijn in ons deel van de wereld nauwelijks ziekten die door insecten worden overgedragen, en als wij niet spuiten verliezen wij bijvoorbeeld 20% van de oogst.
In Afrika is dat heel anders. Daar is het vergeven van de door insecten overgedragen ziekten en als ze daar niet spuiten, houden ze maar 20% over. Bestrijdingsmiddelen daar zijn (in elk geval in de huidige omstandigheden) een kwestie van leven of dood.
ziekteverwekkende insecten

Tenslotte: Van den Berg benadrukte dat zijn verhaal vooral over toxische effecten op de mens ging, omdat dat zijn leerstoel is.
Hij deelde de zorgen over de toxische effecten op het ecosysteem. Daarover het tweede verhaal.

Omwonenden en het effect van bestrijdingsmiddelen

De Gezondheidsraad heeft in januari 2014 (op verzoek) advies uitgebracht over de gevaren van gewasbeschermingsmiddelen op omwonenden van akkers waar gespoten werd. Dat was naar aanleiding van onrust, die onder andere ontstaan was omdat huishoudens, die aangrenzend aan een bollenveld woonden, effecten ondervonden. Het advies is uitvoerig door diverse belanghebbenden met opinies gevoed.
De hoofdboodschap van de Gezondheidsraad was “blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen vanuit de agrarische omgeving serieuze aandacht verdient en dat nader onderzoek en maatregelen ter beperking van de blootstelling op hun plaats zijn.”
bollenvelden-2

Advies Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad heeft enkele zaken geconstateerd.
– De Nederlandse toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen kent nu nog geen aparte beoordeling van de risico’s voor omwonenden, tenzij die in de buurt van kassen wonen (maar dit advies gaat niet over kassen).
– Er is in Nederland op dit vlak weinig onderzoek verricht. Metingen aan bloed of urine hebben, voor zover bekend, niet plaatsgevonden. Uit buitenlands onderzoek komen “enige aanwijzingen dat er risico’s zijn voor omwonenden van agrarische percelen”. De Gezondheidsraad vindt onderzoek in Nederland gewenst. Blootstelling van niet-beroepsmatige omstanders en passanten is denkbaar.
– de toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen heeft tot veel verbetering geleid, maar er komen steeds nieuwe wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen
– bij de boeren zelf is in binnen- en buitenland wel veel onderzoek gedaan, en dat heeft geleid tot “geregelde associaties tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en het optreden van uiteenlopende gezondheidseffecten, zoals een verminderde vruchtbaarheid, diverse vormen van kanker (ook bij het nageslacht) en aandoeningen van het zenuw-
stelsel. Vooral voor de ziekte van Parkinson en voor leukemie bij de kinderen van agrariërs zijn die bevindingen consistent.
” Niet alle buitenlandse onderzoek is echter direct naar Nederland vertaalbaar en het gebruik van bestrijdingsmiddelen verandert nogal eens.
— Mogelijk ziet de toelatingsprocedure effecten over het hoofd. “Maar omdat agrariërs veiligheid onvoldoende prioriteit geven, acht de commissie het waarschijnlijk dat een gebrekkige naleving van voorschriften een belangrijke oorzaak is van gezondheidseffecten onder agrariërs.” Waardoor deze heftiger en vaker blootgesteld worden aan vergif dan omwonenden. “De Gezondheidsraad vermoedt dat het risico voor omwonenden laag zal zijn t.o.v. het risico voor beroepsmatig blootgestelden.” Maar dus niet bij voorbaat nul.
– Mocht uit het onderzoek blijken dat kritische gezondheidswaarden benaderd of overschreden worden, dan zou het voorzorgbeginsel van kracht verklaard kunnen worden
– Ook worden gedragsaanbevelingen gegeven aan de boeren, de overheid en de omwonende burgers.

Kabinetsreactie
Het kabinet heeft op 18 febr 2014 het advies overgenomen.
– “Het kabinet zal een onderzoek opstarten, om te beginnen met bollenvelden, fruitboomgaarden en andere teelten met intensief gebruik van middelen.” Het RIVM is al met de voorbereidingen begonnen voor dit in Nederland nog niet eerder uitgevoerde onderzoek.
– Vooruitlopend op nieuwe Europese richtlijnen vult het College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB) aan met bestaande Duitse en Britse methoden
– Er komt een betere klachtenstructuur en een versterkte handhaving

Ditis het meldpunt van de actiegroep Bollenboos. Men kan melden op www.gifkikker.nl . De actiegroep zit op www.bollenboos.nl
Ditis het meldpunt van de actiegroep Bollenboos. Men kan melden op www.gifkikker.nl . De actiegroep zit op www.bollenboos.nl

– Het kabinet zou wel spuitvrije zones langs gevoelige bestemmingen willen instellen, maar dat gaat waarschijnlijk niet lukken omdat het juridisch niet handhaafbaar is. Er is immers geen wetenschappelijk onderzoek waarop een dergelijk verbod gebaseerd zou kunnen worden.

Voortgang van het proces
Op 18 mei 2015 stuurde staatssecretaris Mansveld een voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer.
Het RIVM heeft een pilot opgezet en een budget gekregen (bijna 9 miljoen t/m 2018 voor bollenvelden en fruitbomen). Men begint met de bollenteelt.
– Het CTGB-voorstel is geaccordeerd
– Volgens de landsadvokaat zijn teeltvrije zones op dit moment juridisch niet oplegbaar, ook niet op basis van het voorzorgbeginsel, omdat er nog geen wetenschappelijke basis is.

Het kabinet zal in overleg met de industrie en de agrarische sector overleggen wat er op vrijwillige basis mogelijk is. Bijvoorbeeld:
– Het afsluiten van convenanten in de geest van het ‘bollenconvenant van de gemeente Hardenberg’. Daarin komen bepalingen voor over het gebruik van bodemontsmetting en gewasbeschermingsmiddelen en over het geven van informatie aan omwonenden.
– Het vrijwillig hanteren van ene teelt- en spuitvrije zone door agrariërs
– De aanleg van ecologische randen m.b.v. subsidies onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
– Snelle invoering van good-neighbour-initiatieven

Het lijkt mij een goed idee als de gemeenten, die dit aangaat, en de provincie hier politieke initiatieven gaan ontplooien.

————————

In verband met de komst van de bloembollen naar Brabant heeft de SP al in oktober 2013 (door mij geschreven) vragen gesteld over bodemontsmetting. Zie Vragen over bodemontsmetting . Het daar genoemde grondontsmettingsmiddel metam-natrium (ook monam sodium) is in mei 2014 voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van een nieuw standpunt van de Europese Commissie. Zie verbod metam-natrium_mei2014

metam-natrium
metam-natrium

Onder Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater staan ook een relevante tekst dd juni 2013.

Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater met bijen als aanleiding

Met enkele mensen van Milieudefensie hadden we een gesprek met mensen van de Stadslandbouw Proeftuin040 over het project Beeware. Dat is een initiatief om samen met Food4Bees uit Oirschot een lang bijenlint te maken van Eindhoven naar Oirschot. Voor meer info zie Beeware040 .

Wij hebben met Milieudefensie een Eindhovens bijenbeleid op de politieke agenda gezet (zie Bijenvoorstel Milieudefensie politiek overgenomen – tweede update 22 mei 2015 )
Wij zijn echter een actiegroep die de politieke agenda wil veranderen, niet een uitvoeringsorganisatie die met subsidies omgaat. Die taak past beter bij ons gesprekspartners. We hebben een paar praktische afspraken gemaakt over informatieuitwisseling en assistentie.

Een van de afspraken was dat we bij ons beschikbare kennis over
bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater in Brabant beschikbaar zouden stellen. Zij zouden in dit verband hun connecties in
Wageningen etc benaderen.
feitenrapport brede screening_voorjaar 2013-r
Bij mij is een beetje kennis aanwezig van bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater, want het is aan de orde geweest in de PS-fractie van de SP, waarvan ik medewerker ben. Dat was naar aanleiding van het verschijnen van twee onderzoeken in het voorjaar van 2013, met gegevens over 2011 en 2012. Ik heb daar toen voor de SP-fractie concept-
vragen over geschreven die redelijk diep op die rapporten in gingen. Uiteindelijk is een vereenvoudigde versie ingediend.

Algemeen beeld nieuwe stoffen
Algemeen beeld nieuwe stoffen

De concept-versie is informatief. Ik heb daar een verhaal over geschreven dat ik, in lijn met het systeem van deze weblog, chronologisch gedateerd heb dd juni 2013. Zie Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater . Aan geïnteresseerden raad ik lezing aan.

Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik om linkse mensen en milieugroepen te adviseren om een wat ruimer repertoire (gebaseerd op bijbehorende kennis) te adviseren m.b.t. bestrijdingsmiddelen. Neo-
nicotinoiden en Roundup zijn zeker van belang, maar het aantal van bestrijdingsmiddelen afkomstige chemische verbindingen in het grond- en oppervlaktewater zit ergens rond de 150 a 200. Ter illustratie zomaar nog een plaatje uit de brede screening.

Tabel aangetoonde stoffen boven de detectiegrens
Tabel aangetoonde stoffen boven de detectiegrens

Het geeft misschien een voldaan gevoel om de duivelse neonicotinoiden en Roundup (glyfosaat) te stenigen, maar als het blijft bij dit soort vaste rituelen kom je nooit toe aan studie van die vele andere stoffen die ook aandacht verdienen.
Een warm gevoel is mooi, maar het moet niet te lang duren. Daarna graag zakelijkheid en wetenschap.

Genetische Modificatie is normale techniek

Ik ben het vaak eens met mijn zeer gewaardeerde kennis Alexander uit Riethoven. Wij stonden aan dezelfde kant bij het beschermen van het dal van de Keersop tegen de aanleg van de Westparallel en bij de strijd voor een leefbare omgeving van het vliegveld. Na afloop van de zang-demonstratie bij het gemeentehuis in Veldhoven ( Groot koor zingt Alders en Meijs toe ) kregen we in de nazit een flinke discussie over Genetische Modificatie (GM). Over dat onderwerp ben ik het grotendeels niet met hem eens.

Omdat ik in de intro van mijn weblog beloofd heb dat ik zal antwoorden op vragen, heb ik voorgesteld dat ik mijn reactie via mijn weblog zou geven. Dat was goed. Hierna het resultaat. Om het overzichtelijk te houden heb ik de belangrijkste stukken argumentatie achter een
doorklik-button gezet.
fles_RoundUp
Alexanders bezwaren richten zich vooral op de inzet van GM-technieken om gewassen resistent te maken tegen RoundUp, en op de giftigheid van RoundUp. Alexander citeert hier de Franse professor Seralini, die beweert dat zowel RoundUp als de GM-mais (in dit geval) giftig zijn en kanker veroorzaken.
Daarnaast noemt Alexander internationale actiegroepen als bron van informatie. Ook bij deze actiegroepen ligt de nadruk op GM in verband met Roundup. Een heel eind daarachter besteden deze actiegroepen aandacht aan Bt-gewasbescherming,
Ik heb mij, waar het om gewasbescherming gaat, beperkt tot Roundup, een commercieel verkrijgbaar preparaat, waarvan de stof glyphosaat het belangrijkste bestanddeel is.

De structuurformule van glyphosaat
De structuurformule van glyphosaat

Een verhaal over GM echter moet naar mijn smaak een veel bredere strekking hebben dan alleen de RoundUp invalshoek. Ik heb geprobeerd zo’n bredere strekking op papier te zetten in de vorm van een verhaal dat uit vier lagen bestaat.

Eerst Seralini.
Ik heb alles bij elkaar gezocht wat er in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature over Seralini verschenen is, en verder wat er over GM-mais en RoundUp in diverse publicaties gestaan heeft. Mijn conclusies:
–           Seralini heeft met goede bedoelingen slechte wetenschap bedreven. Hij heeft met te weinig ratten teveel willen bewijzen. Het onderzoek heeft niet tot bruikbare resultaten geleid.
–           De resultaten zijn niet op de gangbare wijze gepubliceerd, maar in de vorm van een perscampagne in combinatie met een ongewone embargovorm. De wetenschapper Seralini en de actievoerder Seralini hebben te weinig onderlinge afstand bewaard
–           Hoewel Seralini dat zelf niet afdoende bewezen heeft, is zijn
bewering dat RoundUp giftig en kankerverwekkend is aannemelijk. De IARC heeft glyphosaat op lijst 2a geplaatst van ‘waarschijnlijk voor de mens kankerverwekkende stoffen”
–           De gedachte dat GM-mais zelf kankerwekkend is heeft wetenschappelijk weinig aanhang.
Zie verder “ Het verhaal van Seralini”.

Dan GM in het algemeen.
–           zoals bij alle vormen van technische vooruitgang is de vooruitgang niet in zichzelf goed of fout, maar bepaalt de maatschappelijke
vormgeving het ethische of politieke oordeel
–           Er is geen reden is om GM-technieken categorisch af te wijzen
–           Er zijn wel redenen om bepaalde concrete werkplannen af te
wijzen of sterk te reguleren, zoals de inzet van RoundUp in combinatie met daartegen resistent gemaakte gewassen
–           GM-technieken kunnen nut hebben en de landbouw duurzamer maken
–           Bepaalde werkplannen van de traditionele genetica brengen
eveneens grote risico’s met zich mee
–           GM-technieken horen in de vaste toolbox van de moleculaire
biologie thuis en dienen op basis van goede protocollen te worden gehanteerd door vakbekwame deskundigen
–           Commerciele ondernemingen hebben teveel macht in de voedselsector, zowel via de GM-route als via de traditionele genetische route
Zie verder “Het vier-lagenverhaal van de genetische modificatie”.
In de tekst van dit verhaal wordt verwezen naar ” De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH

Zoals altijd zijn reacties welkom.

De Ierse hongersnood, aardappelen, phytophthora en DURPH

Willemieke en ik hebben veel door Ierland gefietst en dan zijn de vele monumenten over de hongersnood en de emigratie niet te missen. Het Heritage Centre in Cobh (de haven van Cork) is een goed museum.

De hardvochtige koloniale verhoudingen in Ierland hadden de bevolking van het grootste deel van hun grond beroofd. De beste grond werd gebruikt om werd gebruikt voor waardevolle producten als vee en graan. Daarmee betaalde de Ierse boer zijn pacht en het enige wat er voor hemzelf overschoot was een klein veldje met aardappelen. Daarvan waren er dus heel veel in Ierland. “365 dagen per jaar hebben we de
aardappel
” aldus een zeewierverzamelaar op het strand van Goirtín tegen een mevrouw die het evangelie wilde preken “Die schurk van een Raleigh die hem hierheen gebracht heeft sprak een vloek uit over de land-
arbeider die zijn hart gebroken heeft. Omdat de landeigenaar ziet dat wij er daardoor goed van kunnen leven en er hard van kunnen werken, bespaart hij op ons loon en daarna veracht hij ons omdat we achterlijk en in lompen gekleed zijn
.” Deze analyse is geheel correct. De boeren waren gereduceerd tot machines die op aardappels liepen en alle andere producten gingen naar Engeland. Het citaat komt uit het boek “Connemara, luisterend naar de wind” van Connemara-chroniqueur Tim Robinson.

De aardappelziekte
De aardappelziekte

De Phytophthora infestans
En toen kwam in 1845 de Phytophthora infestans, de aardappelschimmel. Die kwam in heel Europa, maar in Ierland trof hij zijn paradijs: vochtig en mild klimaat en heel veel aardappels bij elkaar. In een paar weken tijd was de halve oogst verrot. De stank van de rottende knollen was boven de grond te ruiken, aldus weer Robinson. In 1846 en 1849 vrat de schimmel de hele oogst op, in 1850 een groot deel en in 1847 was de droogte de schuldige.

De gevolgen waren catastrofaal. De Ieren stierven massaal, direct aan de honger of anders aan de cholera en de typhus in de nasleep van de honger. Een miljoen mensen gingen dood, een miljoen mensen emigreerden in een paar jaar tijd op de coffin ships (waar ook nog eens 10 a 20% onderweg stierf), en nog eens vele anderen emigreerden in de erop volgende jaren.
In 1840 telde Ierland 8,0 miljoen inwoners. Rond 1900 waren er dat 3,5 miljoen.
coffin boat+MooreResistente aardappels
Wie zegt dat de Ierse hongersnood twee oorzaken heeft, heeft gelijk. De diepere oorzaak waren de Engelse koloniale verhoudingen, de directe oorzaak was de schimmel.
Maar die directe oorzaak bestaat nog steeds.

Volgens het CBS namen in 2008 aardappels in Nederland 39% van alle gewasbeschermings-middelen voor hun rekening (zie http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82886NED&D1=a&D2=0&D3=0-1,4,9-11,14-16,19-20,24,31-34,36-37,39,42,44,48,50-51,53-54,56-57,60,68-69&D4=2-5&VW=T ). Nog steeds zijn boeren op hun qui vive en bij het verkeerde weer staan ze op scherp om te spuiten (jaarlijks 1400 ton in Nederland alleen tegen deze schimmel).

Aardappels spuiten. 80% van de fungiciden in Nederland gaat op aan de Phytophthora
80% van de fungiciden in Nederland gaat op aan de Phytophthora

Wie aardappels wil kweken en geen gif wil spuiten, heeft een probleem. De enige manier om dat te doen is door resistente aardappelrassen te gebruiken, waarbij een belangrijk probleem is dat de Phytophthora de rotgewoonte heeft om snel door enkelvoudige resistenties heen te breken. Het is een geduchte tegenstander: de schimmel heeft 550 ziekteverwekkende genen en kan die op verschillende momenten in verschillende combinatie inzetten (zie http://www.kennislink.nl/publicaties/operatie-aardappel-overrompeld ).

Er zijn twee mogelijke posities.

De biologische landbouw zoekt variëteiten die zonder (voor hen) onaanvaardbare technieken tegen de schimmel kunnen en toch fatsoenlijk smaken en opbrengen. Dat is een probleem, zegt ook het Louis Bolk centrum (zie http://www.louisbolk.org/downloads/1312.pdf ). De keuze is zeer beperkt. Ook bij een andere recente praktijkproef vond men slechts vier varieteiten die tegen de schimmel konden, waarna dan nog de ‘gewone’ eisen komen (zie http://www.pieperpad.nl/nieuws/vier-biologische-aardappelrassen-phytophthora-resistent ). Minder dan 1% van het aardappelareaal in Nederland is biologisch.

De andere positie is het probleem via genetische modificatie (GM) aanpakken. Voor mij is GM een neutraal woord, een soort polymeerchemie.
Ik ken de verhalen over Monsanto en Roundup en die kan ik volgen, maar ze overtuigen me niet altijd.. Veel horrorverhalen in deze sector blijken bij een nadere analyse niet zozeer over GM zelf te gaan, maar eerder over de giftigheid van RoundUp of over de bedrijfspolitiek van Monsanto.
Iemand die op een verantwoorde manier GM-technieken toepast tegen een van de belangrijkste plantenziektes aller tijden heeft mijn zegen.

Dat onderzoek wordt op meer plaatsen gedaan. Hier http://www.boerenbusiness.nl/aardappelmarkt/artikel/item/10844553/Britse-aardappel-volledig-phytophthora-resistent heeft een Engelse professor een enkelvoudige resistentie ingebouwd, die uit Peruaanse wilde aardappelen afkomstig is.

Het Wageningse DuRPh – project gaat een stap verder. Zie http://www.wageningenur.nl/nl/Expertises-Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/plant-research-international/DuRPh.htm .
Wageningen bouwt ‘cassettes’ genen in. Daardoor kan de variabiliteit van de schimmel bestreden worden met variabiliteit van de rassen. Ook DuRPh maakt gebruik van genen die uit wilde aardappels afkomstig zijn. Zonder GM-technieken zou je die ook wel kunnen inkruisen, maar veel langzamer, veel minder tegelijk en met veel minder precisie.
Wageningen publiceert zijn kennis, patenteert zijn vindingen en geeft niet-exclusieve licenties uit, waaronder voor Humanitair Gebruik.

Ik vind het mooie techniek en ik hoop dat de Phytophthora er veel hinder van ondervindt. Of deze tegenstander op termijn volledig verslagen wordt, moet blijken. Dat lijkt me erg optimistisch gedacht.

Vragen over bodemontsmetting

Naar aanleiding van de komst van de bloembollen naar Brabant heeft de toenmalige woordvoerder van de SP in Provinciale Staten Francy van Iersel vragen over dit onderwerp gesteld. Ik heb die vragen geschreven.

Bodemontsmettingsmiddelen zijn het goorste van het goorste op het gebied van gewasbescherming. Loonwerkers zitten in maanmannetjespakken op hun trekker en dat is niet voor niets.

Trekker met een spitinjecteur waarmee de bodemontsmetter ondergewerkt wordt
Trekker met een spitinjecteur waarmee de bodemontsmetter ondergewerkt wordt

Een paar keer was bij het ontsmetten de stof over de grenzen van het perceel gewaaid en in de woonomgeving terecht gekomen. Dat leverde veel onrust op.

Als je het uitzoekt, blijkt dat er ook een bodemontsmettingsmethode bestaat die zonder gif werkt. Je brengt dan fijnverdeelde voedingsmaterie in de grond en dekt die goed af. De vertering van die voeding onttrekt zuurstof aan de bodem en alle enge beestjes stikken. De niet-enge beestjes ook trouwens.
Naar men zegt, werkt deze methode zelfs beter en langer dan de gif-methode. Ik kan de waarheid van deze bewering niet uit eigen onderzoek bevestigen of ontkennen. De ‘biologische” methode is in elk geval beschreven.
In de vragen wordt gepleit voor een grootschalige praktijkproef in Brabant.

De tekst van de vragen–> Vragen_Monam_grondontsmetting_bollenteelt

De antwoorden –> antwoord_vragen_bodemontsmetting

Op http://www.bollenboos.nl/ zit een actiegroep op dit gebied.

 

Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater

In het voorjaar van 2013 verschenen het “Feitenrapport brede screening bestrijdingsmiddelen en nieuwe stoffen 2011-2012 in het Maasstroomgebied” en “Bronnenanalyse van stoffen in het oppervlaktewater en grondwater in het stroomgebied Maas”.

Het titelblad
Het titelblad

Deze documenten zijn te vinden op https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/water/waterbeleid/beleidsevaluatie-en-waterrapportage/-/media/949178119C024A7F98A7CF35B7ABF57F.pdf en www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/water/waterbeleid/beleidsevaluatie-en-waterrapportage/-/media/C31B4125C3FD4E76933BD029051AF558.pdf

Ik heb in juni 2013 over deze rapporten concept-vragen ontwikkeld voor het toenmalige Statenlid Francy van Iersel (SP). Ik neem hier delen van het concept over.

Als samenvatting:
…… Het komt ons voor dat deze complexe werkelijkheid niet met een paar eenvoudige kreten weer te geven valt.

Enerzijds staat vast dat een aantal bestrijdingsmiddelen of de restanten daarvan de drinkwaternorm in grondwater overschrijden. Er zijn in Brabant en Limburg bijna 37000 metingen gedaan, waarvan er 392 een resultaat gaven dat boven de detectiegrens van de gebruikte apparatuur lag. Het Brabantse deel van die 392 metingen omvatte 52 metingen boven de drinkwaternorm en 18 metingen van restanten van bestrijdingsmiddelen, waarover discussie bestaat. In totaal gaat het om 18 verschillende stoffen die de drinkwaternorm overschrijden. Bentazon, dat in de akkerbouw gebruikt wordt, is een veelvoorkomende normoverschrijder.
Het beleid gaat soms verder dan de drinkwaternorm, soms zelfs zover dat het buiten het bereik van de gebruikte apparatuur valt. Ten opzichte van deze beleidsnorm kan de overschrijding extremer zijn.
Anderzijds worden sommige bestrijdingsmiddelen verboden, waardoor de concentraties, hoewel nog te hoog, dalen. Atrazine is bijvoorbeeld verboden, maar zijn afbraakprodukten overschrijden soms de drinkwaternorm. Zo ook “good old” Roundup (glyfosaat en zijn afbraakproduct AMPA).
Enerzijds weer duiken er weer nieuwe problemen op. De koploper bij de drinkwaternorm-overschrijdingen bijvoorbeeld is de relatief nieuwe stof DMS, een afbraakproduct van een schimmelwerend middel dat zelf ook weer verdacht is.
Ook andere stoffen dan bestrijdingsmiddelen zijn een, soms nieuw probleem of een probleem dat nog niet zo lang als probleem herkend wordt,
bijvoorbeeld hormoonachtige stoffen en geneesmiddelen.

Uit de 'Brede screening'
Uit de ‘Brede screening’
Uit de 'Brede screening'
Uit de ‘Brede screening’

Voor het oppervlaktewater geldt een analoog verhaal. Op bijna de helft van de 67 regionale meetpunten overschrijdt de onkruidverdelger MCPA een van de relevante normen, op de voet gevolgd door andere onkruidverdelgers als MCPP en metolachloor. Imidacloprid volgt op enige afstand. De RIWA besteedt aan sommige van deze stoffen de nodige aandacht.
De RIWA constateert dat over de hele lijn de kwaliteit van de Maas wat betreft “oude bekenden” als gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen tot 2007 verbeterde, maar dat deze verbetering niet meer doorzet. Enkele geneesmiddelen, industriële verontreinigingen en Röntgencontrastmiddelen vertonen zelfs weer een stijgende trend.

Het is allemaal niet zo gezellig, maar ondertussen gaat het wel om essentiele milieukenmerken.

En als aanbeveling:
–         Kan het College van GS aangeven hoe het politiek met de diverse publicaties over de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater om zal gaan?
–           In hoeverre kunt u hier iets binnen de provinciale bevoegdheden, mogelijkheden en invloed wat aan doen?
–           waarbij uw College aandacht besteedt aan de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoeksinstituten, zoals:
a)         blijf kritisch op gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater, oa door het gebruik aan te scherpen (RIWA)
b)         ontwerp normen en beleid voor geneesmiddelen voor mens en dier, Röntgen-contrastmiddelen en hormoonachtige stoffen (RIWA, Alterra-DeltaRes)
c)         scherp het vrijkomen van industriële stoffen in de productie en op het eind van de gebruiksfase aan (RIWA)
d)         doe meer onderzoek en ontwerp screeningprogramma’s voor onbekende stoffen (RIWA)
e)         Leg de emissieberekeningen (oorzaak) naast de knelpunten (gevolg) om tot betere oplossingen voor gewasbeschermingsmiddelen te komen (Alterra- DeltaRes)
f)         Rioolwaterzuiveringen zijn nog steeds een relevante bron van emissies (Alterra-DeltaRes)
g)         Verbeter de technieken van de EmissieRegistratie (Alterra-DeltaRes)
h)         Doe iets aan bentazon en enkele andere stoffen (H2O)
i)          Bevorder
een veel strenger Nederlands en Europees toelatings- en
toepassingsbeleid
”.

Uiteindelijk vond met deze te moeilijk, waarna ze in sterk vereenvoudigde vorm ingediend zijn – waardoor het antwoord voorspelbaar clichématig was en uit voor de hand liggende goede bedoelingen bestond.