Tussenresultaat megaparking-petitie Waalre aangeboden

Op verzoek van Milieudefensie Eindhoven hebben B&W van Waalre, in persoon van verantwoordelijk wethouder Uijlenhoet, op 4 juli 2019 de tussenresultaten van de petitie tegen de mogelijke megaparking in Waalre-Noord in ontvangst genomen. Het betrof 1290 steunbetuigingen.

Vooraf
De achtergronden zijn in deze kolommen al eerder belicht, maar er is nadien nieuwe informatie bijgekomen. Zie GEEN MEGA-PARKING VAN ASML IN HET DOMMELDALLANDSCHAP en ASML verdedigt zijn positie inzake Waalrese parking, Milieudefensie reageert .

De gebruikers van industrieterrein De Run in Veldhoven, met ASML als grootste, puilen met zijn allen uit hun gebied. De grenzen van wat verkeerstechnisch mogelijk is raken in zicht. Daarom hebben de provincie NBr, gemeente Eindhoven, gemeente Veldhoven, Rijk en ASML bij convenant een Maatregelenpakket afgesloten. Daar gaat veel geld in, ook van ASML.

Dit maatregelenpakket bevat goede elementen. Het voorziet in meer fiets en OV, en in een reductie van het verkeer naar ASML en omgeving per auto van 69% naar 47%.
Verder voorziet het pakket in zg. ‘Smart P-hubs’, parkeerplaatsen op afstand van waar af de werknemers op de Run met de fiets of pendeltechnieken naar hun werk gaan.
De presentatie van het pakket legt niet uit of die reductie alleen op het laatste stukje traject bereikt moet worden, of over alle autokilometers van de forensenreis als geheel. Met andere woorden, of alleen het probleem van ASML cum suis opgelost wordt, of dat het grotere probleem van de footprint van het autoverkeer op natuur en klimaat opgelost moet worden.

Er is een lijst van 18 locaties die onderzocht worden als in aanmerking komend voor P-hubs (aldus ASML). Eén daarvan ligt in Waalre-Noord. De gemeente Waalre (zelf geen convenantpartner) schijnt indringend onder druk gezet te zijn om zijn verantwoordelijkheid te nemen en heeft daarop besloten om het geheel in elk geval in eigen regie te houden. Dat resulteerde in een onderzoek en dat resulteerde weer in een document ‘Kaders voor een P-hub in Waalre’. Dat is op 16 mei in een informatieve vergadering van de Waalrese gemeenteraad besproken.
Het nadeel van dit soort vroege, verkennende documenten is dat je er geen staat op kunt maken. Het zoekgebied wordt op twee manieren aangeduid en er wordt van alles gesuggereerd en gewenst, maar niets met zekerheid vastgesteld.
De meest specifieke zoekaanduiding is onderstaande.

Uit de Kaders voor een P-hub (gemeente Waalre).

Ter hoogte van de viaducten van De Hogt stroomt de Dommel, zwaar beschermd natuurgebied. Verder naar het Oosten ligt natuurcompensatiegebied om natuur te vervangen, die verdwenen is voor de bouw van een woonwijk in Waalre-Noord. Nog verder naar het Oosten ligt bestaand naaldbos en tegen het nieuwe fietspad, over de Dirk van Hornelaan, ligt een flinke akker.
Voor zover je daar staat op kunt maken, moet het zoekgebied ongeveer samenvallen met het vierkant P Hub (moet ca 12 a 14 hectare zijn).

In het gebied staan informatieborden van de natuurcompensatie, en die geven dit  kaartje:

Kaart van het natuurcompensatiegebied op de informatieborden in het gebied

Natuurmonumenten wijst erop dat de ecologische uitstraling van de Dommel zich verder uitstrekt dan de vallei, en ook het grotere landschap omvat.
Het nauwkeurig invullen van het P-hub-vierkant op de kaart van het natuurcompensatiegebied (nc-gebied) leert dat in het Zuid-oosten dit ‘vierkant’ een forse lap natuurcompensatiegebied op slokt.
De concept-reclamebeelden (zonder status) laten in het middel hoe men zich binnen het ‘vierkant’ de ontsluiting vanaf de snelweg voorstelt.

detailkaart van het natuurcompensatiegebied (nc-gebied) met ingetekend P-hub vierkant (groen). In het Zuid-oosten neemt het vierkant een hap uit het nc-gebied.
Het feitelijk gebruik van deelgebieden op 06 juli 2019 is ingevuld.
Het Dommeldal ligt westelijk (links), niet meer op de foto

Milieudefensie is een petitie begonnen om het gebied te beschermen. Er zijn handtekeningen opgehaald met straatacties in winkelcentrum Kastelenplein in Eindhoven, en De Bus en Den Hof inWaalre,  bij het nieuwe Dommelbrugje bij De Hogt (daar liep het als een tierelier), en bij het omvangrijke netwerk van mensen en organisaties die de achterban vormen van Milieudefensie, de Brabantse Milieu Federatie en Natuurmonumenten.

In de nacht van 3 op 4 juli stond de teller op genoemde 1290. Die zijn uitgeprint, met een strik er door heen, en in een tot auto omgebouwde IKEA-doos aangeboden.

Handtekeningen ophalen in Winkelcentrum den Hof in Aalst

Het verhaal van Bernard Gerard
In zijn verhaal zei Bernard Gerard (secretaris Milieudefensie Eindhoven) dat de directe trigger voor de actie het IPBES-rapport van de VN was, het rapport dat soorten alarmerend achteruit gingen en een miljoen soorten dreigden uit te sterven. Dat macroprobleem bestaat micro ook in ons deel van de wereld. In dit zoekgebied voor de ASML-parking betreft dat vooral het Dommeldal, en een er ecologisch mee samenhangend groter gebied.
Uitgezocht is dat niet. In de ‘Kaders voor een P-hub’ komen de woorden ‘ecologie’ en ‘biodiversiteit’ niet voor. De Kaders beschrijven alleen het gebruik door de mens. Nu is dat gebruik door mens en hond er zeker wel, en daar is niets mis mee, maar een politiek verhaal dat alleen daarover gaat is te eenzijdig.

In de Kaders is sprake van 2500 tot 5000 auto’s, die mogelijk in het gebied (dus in ‘het vierkant’) moeten worden ondergebracht. Dat is veel. Alle acht parkeergarages binnen de Eindhovense Ring bieden samen plaats aan 2800 auto’s. En dat aantal zou in ‘het vierkant’ gepropt moeten worden? Het leek hem sterk.

Verder wees hij op de tegenstrijdige signalen, die ASML zelf uitbracht. De PR-mevrouw zei dat ASML niet in natuurgebied wilde plannen, maar ondertussen gebeurt dat wel, en de vastgoeddirecteur vond de locatie zelf niet ideaal (want te dicht bij ASML), maar nam er toch geen afstand van.

Bernard Gerard kon zich voorstellen dat de wethouder er tureluurs van werd. Het gehele verhaal is hieronder te vinden

Het verhaal van Uijlenhoet
Uijlenhoet hield alle deuren open.
Er was nog niets beslist en de gemeente wil de ontwikkelingen zelf regisseren. Mogelijk brengt dat op enige manier voordelen voor de inwoners van Waalre met zich mee.
Er loopt nog onderzoek en in september gaat het verhaal verder.

Uijlenhoet onderscheidde drie categorieën: natuurgebied, agrarisch gebied met natuurwaarde en gewoon agrarisch gebied.  
De eventuele parking zou in elk geval niet in natuurgebied of natuurcompensatiegebied komen. ‘Het vierkant’ zou vooral agrarisch gebied met natuurwaarde omvatten. Met welke natuurwaarde men dus wel iets moest.
(Maar bovenstaande analyse leert dat het geprojecteerde P-hub vierkant wel degelijk natuurcompensatiegebied omvat bg)

Verder sprak Uijlenhoet in het voorbijgaan over een ander aantal auto’s waaraan gedacht werd, namelijk 1000 a 1500 . Een aanzienlijke bijstelling omlaag.

De handtekeningen werden in dank aangenomen, ze zouden aan de gemeenteraad worden voorgelegd en het signaal was helder.

Bernard Gerard in gesprek met wethouder Uijlenhoet

Actie gaat verder, petitie loopt door
Er zal na de vakantie, en misschien al in de vakantie, van alles gebeuren. Milieudefensie  blijft erbij betrokken.
De petitie blijft nog een tijd open staan. Er kan nog getekend worden op www.petities24.com/geen_mega-parking_van_asml_in_het_dommeldallandschap .

Zonneparken, natuur en landbouw

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard) (Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

Inleiding

Veel mensen zijn abstract voor duurzame energie, maar concreet tegen als de voorgestelde invulling iets heeft wat hen niet uitkomt. Wind en mestvergisting zijn bekende voorbeelden. “Doe eerst maar wat anders” is de boodschap.
Bij zonneparken op de grond is het niet anders. “Leg eerst de daken maar vol”, klinkt het. Maar er is helemaal geen sprake van een keuze, het is en en en.

Een leidinggevende studie als die van Bureau POSAD tbv de provincie Noord-Brabant gaat uit van een uit zonne-energie winbare hoeveelheid van 9,1PJ (op basis van 18km2 geschikt dak), 4,4PJ op oude storten (horend bij 11km2), en van 57,3PJ uit zonneparken in gemengd landelijk gebied (horend bij 143km2 zonnepark). Nu kan men nogal wat kritiek leveren op de rekenzuiverheid en de aannames van de studie, maar qua orde van grootte kloppen deze cijfers, als men van de aanname uitgaat dat Brabant zichzelf volledig energieneutraal zou willen maken op strikt duurzame basis. De gedachte dat je met daken kunt volstaan is dus quatsch – wie dat zegt, stelt eigenlijk voor om het grootste deel van het potentieel aan zonne-energie bij voorbaat af te schrijven.

Nu moet men POSAD ook anderszins relativeren. Brabant is ruim 5000km2, waarvan 2350km2 cultuurgrond. Tegen dat laatste cijfer moet die 143km2 worden afgezet.

Een andere tegenwerpingsargument is dat zonneparken de bodem en de natuur aantasten  en gebied voor de landbouw onbruikbaar maken. Er gaan veel niet onderbouwde beweringen rond, die bevestigd noch ontkend kunnen worden. Een verzachtende factor is dat er überhaupt niet veel toegankelijke onderbouwing bestond. Aan dat laatste gebrek heeft Wageningen wat gedaan (volgende tussenkopje).

Maar ook hier weer enkele relativeringen van algemene aard.
Nederland is de tweede agrarisch exporteur ter wereld (bruto; netto de derde). De landbouw is te groot voor Nederland en men kan zich perfect voorstellen Nederland (bruto) de vijfde of de zesde agrarisch exporteur zou zijn.
Vele honderden km2 van Brabant zijn al bedekt met wegen, huizen en bedrijventerreinen (zie www.clo.nl/indicatoren/nl0061-bodemgebruikskaart-voor-nederland ), als regel allemaal vroegere landbouwgrond. Nogal wat boeren zijn rijk geworden aan de overdracht. Ook hier klinkt een toevoeging van bijvoorbeeld 143km2 zonnepark op Brabantse landbouwgrond niet meteen als het einde der tijden. Je hoort het argument ook niet als de A67 verbreed zou moeten worden of het voortbestaan van vliegveld Seppe gerekt moet worden, of als Bolcom in Waalwijk van 5 naar 10  hectare gaat.

Bodem, landbouw en biodiversiteit rond zonneparken

Wageningen University & Research (WUR, afdeling Environmental Research) heeft een kennisbasis gelegd (op basis van literatuuronderzoek) met de publicatie “Zonneparken, natuur en landbouw” dd april 2019 (http://edepot.wur.nl/475349 ). Veel literatuur bestaat er overigens nog niet.

De basale conclusie is dat er spanningsvelden zijn tussen bodem en landbouw enerzijds en zonneparken anderzijds, maar dat die niet absoluut zijn en niet altijd negatief uitpakken. En dat wat slecht is voor de landbouw, soms goed is voor de biodiversiteit.

De bodem
Verder is de boodschap, dat de landbouw soms slecht is voor de bodem, en dat geen landbouw in die situaties tot natuurlijk herstel kan leiden (bijv. niet ploegen en geen mest uitrijden).

Dit alles op basis van deskundige natte vingers, die meestal naar de veronderstelde afname van het organisch materiaal wijzen en de bijbehorende afname van het bodemleven.  Er groeien immers minder planten. Dit alles verondersteld, want er is nog nauwelijks experimenteel materiaal.
Vooral als men na 20 of 30 jaar weer landbouw in het gebied wil ondernemen, zou dat om een langdurige hersteloperatie vragen. Als het zonnepark zonnepark blijft, zoals Woensel Woensel blijft en de A67 de A67, speelt dit probleem niet.

Er zijn echter knoppen waaraan gedraaid kan worden:

  • hoe groot de (combi)panelen zijn;
  • de netto-bruto verhouding van het park (het hoeveelste deel overdekt wordt door paneel);
  • de minimum- en maximumhoogte van de (combi)panelen boven de grond;
  • de oriëntatie (Oost-West of Zuidelijk);
  • of de combipanelen afwateringsspleten hebben (die bepalen of het water meer geconcentreerd of meer diffuus op de grond valt.
  • in welke omgeving je de panelen neerzet

De landbouw
Draaien aan de knoppen kan de agrarische gevolgen voor de landbouw beperken. Combi-gebruik (agrarisch en zonnepark) is mogelijk, maar beide functies werken dan suboptimaal. Dat kan een goede afweging zijn.
Men kan spreiden: er bestaan verrijdbare of opvouwbare panelen.
Men kan ook panelen neerzetten als een vertikaal hek, liefst bifaciaal.

En er zijn gewassen die het in de schaduw niet veel slechts of zelfs beter doen, zoals aardappels.

En een niet te missen overweging is dat een hectare zonnepark momenteel beduidend meer geld opbrengt dan een hectare gewas.

De biodiversiteit
De belangrijkste factor is wat er onder de panelen kan groeien. Als dat een grasland met kruiden is dat dekking geeft, of als er een  bloemenmengsel ingezaaid is, kan het positief uitpakken.

Voor zoogdieren is een zonnepark gewoon een stuk leefgebied. Als de omstandigheden gunstig zijn, maken ze er graag gebruik van. Hazen houden van zonneparken.

Bij vogels hangt het van de soort af en van de begroeiing onder de panelen. Er is geen systematisch effect, behalve dat een min of meer verwilderd zonnepark meer biodiversiteit biedt dan idem op intensieve landbouwgrond. PV-panelen leiden niet of nauwelijks tot vogelsterfte.

Als de bodem onder het zonnepark kruidenrijk en bloemrijk gehouden wordt, kan het park gunstig zijn voor insecten (bijv. vlinders en hommels).
Waterinsecten zien een paneel soms voor een wateroppervlak aan. Streepjes op de panelen schilderen helpt soms al, evenals niet te dicht bij de waterkant gaan zitten.

Ecologisch beheer tijdens, maar ook na de aanleg van het park is van groot belang. Dan kan een zonnepark een verbetering zijn t.o.v. het intensieve bouwland, dat het vervangt.

De LTO

De Land- en Tuinbouw Organisatie gaat flink te keer tegen zonneparken. Dit ongetwijfeld ook omdat zonneparken per hectare fors meer opbrengen dan gewassen (zie ook Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie ). De uitlatingen zijn mogelijk ook voor de eigen achterban bedoeld.

Zie www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2019/5/LTO-zonnecentrales-volstrekt-onacceptabel-423878E/?cmpid=NLC|boerderij_vandaag|2019-05-03|LTO:_zonnecentrales_volstrekt_onacceptabel .

De LTO vindt zonneparken een industriele bestemming. Dat kun je inderdaad vinden – wat niet anders zegt dan dat het zoveelste stuk landbouwgrond in bedrijventerrein veranderd is. Dat is niet voor het eerst.
In plaats daarvan wil de LTO panelen op de grote daken van schuren en stallen. Daar is op zich niets mis mee, maar het levert veel te weinig op, zoals eerder gezegd.
De LTO wil niet op de hoeveelheid landbouwgrond inleveren en is bang voor stijgende grondprijzen, wat vanuit hun standpunt logisch is. Maar nergens staat dat Nederland zijn absurd hoge landbouw-exporterende functie op dit niveau in stand moet houden. Misschien moeten we wel gewoon naar minder landbouw en minder landbouwgrond toe.

Tenslotte mist de LTO regie. En daar hebben ze gelijk in.

Van chemische naar ecologische bestrijding – 2

Ik was bij het KNAW-symposium “Van chemie naar ecologie – perspectieven voor ecologische gewasbescherming” op 19 februari 2016. Het was heel druk. Veel professoren, maar ook mensen uit het bedrijfsleven en andere geïnteresseerden.
Ik ga er in twee verhalen over vertellen. Dit verhaal gaat over risico’s en baten van biociden voor de mens, het andere over risico’s voor het ecosysteem.

Ecologische risico’s
Daarover spraken Frank Berendse, Wageningen, Hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie; Nico van Straalen, VU, hoogleraar dierecologie; en Louise Vet, NIOO-KNAW en hoogleraar evolutionaire ecologie, Wageningen. Die vertelden samen veel meer dan ik hier kan opschrijven. Hun verhalen kunnen gelezen worden als verschillende aspecten van één werkelijkheid.

Van Straalen
ecology goes underground
Ik leg het zwaartepunt bij Van Straalen, omdat in mijn politieke omge-
ving de bodemkwaliteit een belangrijke rol speelt en ook simpelweg omdat het voor mij de meeste nieuwe kennis bevatte.

De bodem biedt onderdak aan een onwaarschijnlijk aantal microbiële soorten, waarvan hooguit 20% bekend is (maar waarschijnlijk minder). Het is een soort tropisch regenwoud onder de grond. In 100kg goede bodem zitten alleen al zo’n vier miljoen soorten bacteriën. Daarnaast ook Archaea die stikstof blijken te kunnen binden, schimmels, en hogere planten en dieren.
Veel van die soorten hebben we nog nooit gezien, maar kennen we alleen omdat we hun DNA opgevist hebben. Vaak weten we ook nog niet waar al die soorten goed voor (kunnen) zijn.

De diensten die het ecosysteem biedt kunnen in algemene zin als volgt worden weergegeven:
belang bodem voor ecosysteemdiensten
Bij ‘ziekten’kan het ook om ziekten voor de mens en dier gaan, zoals bijv. de anthraxbacterie (miltvuur), een bacterie die van nature in de bodem voorkomt, of een parasitair wormpje.

Wat is goed voor een goede bodem? Erosie tegengaan, bijv. door afdekgewassen; berscherming van de infiltratriecapaciteit (tegengaan verslemping en te veel afdekking); niet teveel mest geven; voorkomen van zich opbouwende vervuiling met bestrijdingsmiddelen, zware metalen en PAK’s; stimuleren van organische stof (gewasrotatie, beperkte grondbewerking, gewasresten niet weghalen).
Een goede bodem helpt bij de bestrijding van plaaginsecten.
land use management
Men zou verwachten dat bestrijdingsmiddelen, die boven de grond giftig zijn, dat onder de grond ook zijn. Dat blijkt bij onderzoek inderdaad zo te zijn. Van wat neonicotinoiden onder grond doen, is nog weinig bekend. Vast staat dat met name de bollenteelt een uitdaging is.

Berendse
Waarmee het verhaal op het terrein van de anders sprekers komt. Berendse moet de neonicotinoiden niet. Die leken aanvankelijk een goede greep, maar toen ze die middelen preventief gingen toepassen,
bijvoorbeeld door zaden te coaten, kwam 80% in de bodem terecht zonder ooit de plant van binnen gezien te hebben. In de bodem bleken ze soms een veel langere halfwaardetijd te hebben dan gedacht (van een maand tot 2,5 jaar).

Berendse had vooral onderzoek gedaan naar men boven de grond kon zien, zoals planten, loopkevers, vogels en bladluizen. Bij vatte dat samen in dit staatje:
effecten intensivering biodiversiteit
(AES = agri-environment schemes, experimenten om de soortenrijkdom langs slootranden te vergroten).

Neonicotinoidenonderzoek (dat nog niet zo eenvoudig is, elke onderzoeksvorm heeft zijn eigen voor- en nadelen) bleek overigens juist bij honingbijen tegenstrijdige resultaten op te leveren. Bij minder tot de verbeelding sprekende dieren als solitaire bijen en aardhommels bleken de effecten veel rampzaliger.
aardhommelkolonies
Berendse vindt dat de Europese Sustainable Pesticides Directive nieuw leven moet worden ingeblazen:
– alleen chemicaliën als het niet anders kan, dan sterk gelokaliseerd en met een zeer korte levensduur
– nieuwe investeringen in de ontwikkeling van biologische bestrijding in open systemen
– accepteer lagere productieniveau’s en biedt de boer een prijs waarbij dat kan

Vet
Waarna Louise Vet fungeerde als dagsluiter. Dat was een gloedvol betoog over biologische bestrijding (waarover overigens in de wandelgangen wel enige scepsis te horen was). Wij kunnen ons de luxe permitteren om bijvoorbeeld 20% van de oogst kwijt te raken, was het idee, maar wat moeten ze in Afrika als ze zonder spuiten maar 20% overhouden?
Een plaatje over het verband tussen oorwormen en wolluizen op een appelboom:
oorworm en wolluis
Haar uiteindelijke aanbevelingen:

aanbevelingen-2aanbevelingen-1

Wat vind ik er zelf van?
Ik lever graag concrete kennis aan ten behoeve van de milieudiscussies in mijn omgeving, maar ik ben geen gelovige. Ik heb sympathie voor ideeën voor een meer duurzame wijze van gewasbescherming en bodembeheer en ik denk dat er een flink stuk gelijk in zit, maar ik durf niet goed te zeggen hoe ver dat gelijk gaat. Ik ben terughoudend met een eindoordeel over onderwerpen waarvan ik niet echt verstand heb.