Nog eens over de bodem en de natuur bij zonneparken

De Boerderij
We hebben met de SP in de provincie een abonnement op De Boerderij en ik lees dit blad elke dag. De hele agrarische sector is partner van het blad – het is dus een clubblad, en wel van redelijk niveau. Als je dat weet, is er niets aan de hand en kun je er je voordeel mee doen. Het houdt het nieuws bij op plaatsen waar je anders niet komt.
Je moet niet alles meteen geloven (maar dat moet je sowieso nooit doen), maar er staan soms nuttige links bij en in combinatie met andere informatiebronnen heeft het blad bij mij een vaste plaats.

Zonneparken en de bodem
Dus toen De Boerderij kopte “WUR: zonnepark verarmt landbouwgrond” ( www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2020/1/WUR-zonnepark-verarmt-landbouwgrond-532406E/ ) schoot ik in de controle-mode.
De bewering was dat studenten van de WUR (Wageningen University Research) met een indicatief onderzoek bij vier jonge zonneparken vaststelden dat de bodem onder de parken droger was en minder bodemleven bevatte, en dat je dat effect kon verminderen door de layout van het park aan te passen. Op zich een aannemelijke conclusie.
Maar de LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie)  is partner van De Boerderij en de LTO is fel tegen zonneparken op landbouwgrond, dus dit verdiende controle.

Nature Today (de website die het artikel over de Wageningse studenten gepubliceerd had) is een openbare bron en zeer de moeite waard. Het artikel is te vinden op www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=25808  . Onder aan het artikel de titel en de auteurs van de studentenpublicatie.
Dan blijkt dat het allemaal net iets anders in elkaar zit dan De Boerderij zegt.

tijdschrift Bodem 29(1):34-36
tijdschrift Bodem 29(1):34-36

Bovenstaande afbeeldingen komen uit het tijdschrift Bodem 29(1):34-36 , waar het studentenonderzoek gepubliceerd is.
De volledige waarheid is dat onder de panelen de bestudeerde natuurkenmerken inderdaad ongunstiger zijn, maar er vlak naast gunstiger. En dat onder de panelen niet ‘geen microlandschap’ zit, maar een ander microlandschap met blijkbaar evenveel soorten (maar andere). Het gebied wordt dus gevarieerder.
De studenten noemen als mogelijke oplossing om de panelen hoger te zetten en verder uit elkaar, en om onder de panelen schaduwminnende planten te zaaien. Een eerdere studie van Wageningen (maar dan een ‘officiele’ en niet van studenten) zei dat ook al. Zie Zonneparken, natuur en landbouw .

Het studentenonderzoek, althans de weergave ervan in Nature Today, zegt niet wat over de nul-situatie. Met andere woorden, hoe goed het bodemleven is als het zonnepark er niet staat. Er wordt een soort veralgemeniseerde standaardsituatie opgevoerd, waarin de bodem geacht wordt goed te zijn. Maar de intensieve landbouw in Zuidoost Brabant is bepaald niet altijd goed voor de bodem. De vraag in hoeverre de voordelen van de beëindiging van de intensieve landbouw op zonneparkpercelen (geen mest meer en dichtgereden bodems) de nadelen compenseren, wordt niet behandeld.

Waarom moeten zonneparken eigenlijk tijdelijk zijn?
Bij een woonwijk of een industrieterrein of een autoweg wordt het argument van het bodemleven niet genoemd. Ongetwijfeld is het bodemleven negatief beïnvloed door de bouw van mijn woning. Maar die staat er dan ook ten duidelijkste niet tijdelijk.

Waarom wordt bij zonneparken eigenlijk de tijdelijkheidsfictie (25 jaar) geforceerd overeind gehouden? Er is vooralsnog niets wat er op wijst dat ze over 25 jaar niet nog steeds nodig zijn. Waarom niet gewoon dat accepteren en er het beste van maken?
Overigens kan men contractueel vastleggen dat het perceel na 25 jaar in de oude toestand wordt teruggegeven.

Tevens: waarom wordt de landbouw (of delen daarvan) eigenlijk niet als tijdelijk gezien? Zuidoost Brabant heeft teveel landbouw en te weinig zonneparken.

Biodiversiteit op het zonnepark van Shell Moerdijk
Toen ik toch op de site van Nature Today zat, ook maar wat gegrasduind wat er nog meer aan recent materiaal in stond over zonneparken.

Er stond een interessant recent artikel in (16 oktober 2019) “Zonnepark veilige haven voor biodiversiteit” en betrof een onderzoek van professor Koos Biesmeijer (en anderen) van Naturalis Biodiversity Center, in opdracht van Smartland Landschapsarchitecten, naar een 39 hectare groot zonnepark op het terrein van Shell Moerdijk.
Het originele persbericht, waarop het artikel in Nature Today gebaseerd is, is te vinden op www.naturalis.nl/persberichten/zonnepark-veilige-haven-voor-biodiversiteit .

Verbaasd
over soortenrijkdom

De hoofdconclusie is dat zonneparken een grote biodiversiteit kunnen herbergen. “Indien goed ingericht kunnen zonneparken beter zijn voor biodiversiteit dan de meeste landbouwgrond. Zo bieden ze een mix van zon en schaduw, worden paden nauwelijks bewandeld door mensen en zijn ze vrij van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dit geeft planten en insecten ruim spel. Hoogleraar Koos Biesmeijer is positief over de mogelijkheden die zonneparken bieden om biodiversiteit in Nederland te stimuleren.
Biesmeijer: “De energietransitie vraagt veel van ons en zonneparken vormen steeds meer onderdeel van ons landschap. Het is belangrijk om nu kennis te genereren waarmee zonneparken goed ingericht worden en kunnen bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit
.”

Men vond er bijvoorbeeld 34 soorten bijen, waarvan 4 Rode Lijst-soorten.
Verder onderzoek is zinvol.

Met andere woorden: het is niet alleen van belang of debatten te voeren òf je zonneparken vergunt, maar ook hóe je ze vergunt.

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard) (Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

Businessmodel
Het zit allemaal een beetje anders in elkaar dan De Boerderij suggereert, maar zonder De Boerderij had ik dit allemaal niet geweten. Een vliegende kraai vangt altijd wat.

Een andere link uit het De Boerderij-artikel waarmee dit verhaal begon, is van een geheel andere orde, maar eveneens interessant. Het is een link naar een business model voor een boer die in de duurzame energie wil. Genoemd artikel verwijst naar Food+Agri business, maar dezelfde auteur scheef in De Boerderij een vergelijkbaar artikel over hetzelfde onderwerp. Omdat dit laatste artikel vollediger is, plaats ik de link naar dit laatste artikel. En wel www.boerderij.nl/Akkerbouw/Achtergrond/2019/12/Ieder-jaar-10000-per-hectare-voor-zon-en-wind-515248E/  .

Een zonnepark levert een boer €6000 per jaar per hactare op, een windturbine €10.000 à €20.000 per stuk. Met 10 ha zonnepark en twee windturbines kom je, zonder het land te bewerken, aan een slordige ton aan bedrijfsinkomsten. Dit in redelijke, maar niet maximaal gunstige omstandigheden.
Daar zitten dan wel de nodige mitsen en maren aan, zoals waar je zit in Nederland en de afstand tot een aansluitpunt, en de staat van het elektriciteitsnet. En er is fiscaal gedoe.
Maar per slot van rekening kan een zonnepark beduidend meeropbrengen dan regulier agrarisch bedrijf.

Je moet als boer dus wel weten wat je doet, maar daar helpen allerlei adviseurs en projectontwikkelaars je graag bij.

Het voert te ver om het business model hier in detail te bespreken, maar geïnteresseerden verwijs ik graag naar het Boerderij-artikel.

Het zou politiek op een of andere manier gekoppeld kunnen worden aan de warme sanering, die nu gaande is. Als een stoppende varkensboer nog wat grond heeft, zou het een ontwikkelrichting kunnen zijn.
Het kan meteen een mooie oudedagsvoorziening zijn.

Ik heb al eerder op dit gebied zitten filosoferen. Dat was naar aanleiding van het flankerend beleid, dat afgesproken is in het roemruchte juli 2017-besluit. Toen gebeurde er in Brabant nog nauwelijks iets op dit vlak, en toeb leek mij al dat je als boer in principe aan een zonnepark meer kunt verdienen dan aan reguliere landbouw. Zie Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie .

Nagekomen nieuws: de Rechtbank Gelderland heeft in een zaak, aangespannen door 20 inwoners van Brummen, tegen de komst van 36 hectare zonnepark op agrarische grond, geheel geoordeeld volgens een redeneerwijze die gelijk is aan bovenstaande. Ten opzichte van de vroegere bestemming intensieve veehouderij kan een goed aangelegd zonnepark een verbetering betekenen.
Zie https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:692 .