De grootste misvattingen rondom de stikstofcrisis

Greenpeace heeft, bij monde van Herman van Bekkem, een analyse uitgebracht over de huidige stikstofcrisis en de landbouw.
Nu ben ik het niet bij voorbaat altijd eens met standpunten van Greenpeace (van welke organisatie ik overigens wel donateur ben), maar dit overzicht vind ik wel goed. Ik heb het afgedrukt.

Greenpeace    door Herman van Bekkem     17 oktober, 2019

In de Tweede Kamer wordt de afgelopen weken flink gedebatteerd over de aanpak van de stikstofcrisis. Hoog tijd om de balans op te maken van wat er de laatste weken is gezegd over hoe we uit deze crisis moeten komen.

De ontwikkelingen in dit ingewikkelde dossier volgen elkaar in razend tempo op. Er komen dan ook veel argumenten langs die om uitleg vragen. Bovendien passeren veel halve waarheden de revue. Wij zetten deze op een rij om het debat beter te begrijpen want je duizelt vast ook van termen als externe en interne saldering, de stikstofoxiden, ammoniak, Natuurbeschermingswetgeving en de modellering van stikstofdepositie.

Stelling 1: ‘De boeren krijgen nu alle schuld’

Wat duidelijk wordt uit de protesten van de boeren is dat ze het beu zijn om als schuldige van natuur- en milieuproblemen te worden gezien. Net als veel andere Nederlanders hebben we diep respect voor de boeren die keihard werken om borden van consumenten te vullen. We begrijpen dan ook goed dat de voortdurend veranderende regels en de storm aan maatschappelijke kritiek niet te verteren is.

Ook Greenpeace is kritisch. Maar onze kritiek is nooit gericht op individuele boeren. Wij zijn het niet eens met de industriële werkwijze van de sector; het klimaat en de natuur kunnen simpelweg geen veestapel van 114 miljoen dieren aan. En de lobby van partijen als LTO, de Rabobank en FrieslandCampina heeft boeren de afgelopen jaren op het doodlopende spoor van schaalvergroting en intensivering gezet. Als daar geen verandering in komt is de boerenstand in 2030 opnieuw gehalveerd. 

We moeten de feiten rond de stikstofcrisis onder ogen zien. Uiteraard zijn alle sectoren aan zet om het probleem op te lossen, dus ook de luchtvaart en de industrie, maar 46% van de stikstofneerslag komt uit de Nederlandse landbouw, en dan met name de veehouderij. Laten we de uitstoot vanuit het buitenland buiten beschouwing, dan gaat het zelfs om 65% van de totale neerslag. Voor dit deel van de oplossing houden we de veehouderij verantwoordelijk. Nederland heeft de grootste stikstofneerslag in Europa als het gaat over neerslag van deze meststof. Ook heeft Nederland de grootste dichtheid van vee per hectare landbouwgrond. 

Al sinds de jaren ‘70 is de ammoniakuitstoot door veeindustrie problematisch. In tussentijd is de uitstoot – door technieken (en een kleine krimp van de veestapel) verminderd. Maar de rek is eruit. Het potentieel van deze technieken valt tegen – krimp van de veestapel is nu de meest logische oplossing. 

Krimp van de veestapel is bovendien een oplossing voor veel verschillende problemen. Zo wordt tegelijk een grote stap gezet in het terugdringen van broeikasgasuitstoot, krijgt de natuur ruimte om te herstellen en verbetert de leefbaarheid en gezondheid van mensen op het platteland. 

 Stelling 2: ‘Metingen en modellen kloppen niet’

Omdat het praktisch onmogelijk is om overal in Nederland de stikstofuitstoot en neerslag te meten, wordt modellen gebruikt – maar ook getoetst door metingen in de praktijk. De uitkomst van deze onderzoeken is dat de ammoniakuitstoot uit de landbouw heel groot en problematisch is, en een verstikkende deken over onze natuurgebieden legt. Dit is een ongemakkelijke waarheid. Ondanks dat deze rekenmodellen op steun van wetenschappers in binnen- en buitenland kan rekenen, wordt er veel misinformatie over verspreid. Metingen zouden niet deugen en het gebruikte model klopt niet. Allemaal argumenten die gebruikt worden om de werkelijkheid te verdoezelen en zand in de ogen van politiek en maatschappij te strooien.

Stelling 3: De natuur in Nederland wordt te streng beschermd

De ‘te strikte normen’ van stikstofvervuiling is een veelgehoord argument. ‘Uitstootnormen in Duitsland zijn lager, waarom mogen wij dan niet meer uitstoten?’ De natuur moet uiteindelijk kunnen herstellen – stellen juridisch experts in een hoorzitting in de tweede kamer. Dit werd duidelijk uit de uitspraken van de Raad van State. Natuurgebieden in Duitsland zijn gezonder en groter dan die in Nederland en kunnen daarom beter tegen stikstof.

Stelling 4: ‘Techniek is de oplossing’

De politiek heeft, onder invloed van de lobby van industrie, decennialang ingezet op technieken die de stikstofuitstoot moesten verminderen. Voorbeelden zijn luchtwassers en emissiearme stalvloeren. Deze technieken zijn veelal – letterlijk – end-of-pipe maatregelen die het onderliggende probleem onopgelost laten en geen oplossing voor bijvoorbeeld het klimaat bieden. Het gevolg? Meer megastallen met dure luchtwassers. Ook zorgen ze voor een hogere kostprijs voor boeren. Daarnaast blijken deze technieken een stuk minder effectief dan ze op papier moeten zijn. 

Recent onderzoek van Wageningen laat zien dat techniek ons ook niet uit de stikstofcrisis gaat halen. Bovendien is krimp van de veestapel onvermijdelijk. Lees in dit factsheet waarom de enige echte oplossing om ons klimaat, onze natuur en uiteindelijk ook onze boeren te beschermen, minder dieren is.

Stelling 5: ‘Wie gaat Nederland dan voeden?’

Ongeveer 2/3e van de vlees- en zuivelproductie van Nederland gaat direct de grens over. Halvering van de veestapel zou onze vlees- en zuivelconsumptie dan ook niet raken. Bovendien is krimp van de veestapel onvermijdelijk om klimaatdoelstellingen te halen en dat betekent zelfs dat wij in Nederland flink onze consumptie moeten verminderen. In 2050 is het passend om 300 gram vlees per persoon per week en 630 gram zuivel per persoon per week te consumeren. 

Stelling 6: ‘Natuur verstikt de economie’

Boerenbelangenbehartiger LTO liet al snel weten de natuur onbelangrijk te vinden en pleitte voor het afschaffen van natuurgebieden om uit de stikstofcrisis te komen. Terwijl vorig jaar nog bleek dat 80 procent van de Nederlandse boeren juist met de natuur samen wil werken. Onze natuurgebieden lijden al veel te lang onder de verstikkende deken van stikstof. In plaats van een onhoudbaar landbouwsysteem in het zadel te houden en natuur simpelweg af schaffen wanneer economische belangen in het geding komen, is het nu tijd om ons systeem drastisch te hervormen. Daar heeft ook de individuele boer veel meer baat bij.

Onze stelling: ‘Zie de crisis als kans!’

Experts kraakten het voorstel dat de regering deed. Zij vinden het geen passend en effectief antwoord op de uitspraak van de Raad van State over de aanpak van het stikstofprobleem. Door de grote mate van vrijwilligheid wordt niet eerst de natuur op orde gebracht, maar weer direct ruimte uitgedeeld die er waarschijnlijk helemaal niet is. De uitstoot van stikstof is simpelweg veel te hoog. Daarom moet er gewerkt worden aan een echte oplossing voor de lange termijn.

Greenpeace vindt dat het kabinet dit moment moet aangrijpen om onze natuur te herstellen. En om boeren na jaren van pappen en nathouden en ingewikkelde regels nu eindelijk een eerlijke en heldere toekomst te bieden. Weg van het industriële systeem met megastallen en monoculturen, naar een diverser voedselsysteem dat werkt volgens ecologische principes met minder dieren. Dat is uiteindelijk ook beter voor de boer. 

over de auteur

Herman van Bekkem

Campagneleider Landbouw Twitter – @Hermanvb_GP

Een chemische luchtwasser

EenVandaag over het stikstofrapport rond Eindhoven Airport

EenVandaag zond op 20 september 2018 een uitzending uit over het stikstofrapport van Haskoning over het vliegveld, waar eigenlijk in stond dat de situatie op sommige Natura2000 – gebieden zo slecht was, dat er geen vlucht meer bij kon op Eindhoven Airport.

Dat rapport was er eerst wel en toen weer niet en toen weer wel. Duidelijk is het nog steeds niet en het lijkt er sterk op dat men een onwelgevallig rapport achter heeft willen houden.

Wie de uitzending van EenVandaag terug wil zien, kan terecht op https://eenvandaag.avrotros.nl/item/werd-een-kritisch-rapport-over-de-groei-van-vliegveld-eindhoven-verzwegen/ .

Een inhoudelijk verhaal over hoe het probleem in elkaar zit en hoe de PAS werkt op Stikstof-problematiek blokkeert groei vliegveld  .

  

Behandeling nieuwe maatregelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen

Koolmees met twee door de verzuring gebroken pootjes (juni 2017)

Waarom maatregelen keihard nodig zijn
Het College van GS van Brabant heeft een set maatregelen uitgebracht, die de vele problemen, die door de landbouw veroorzaakt worden, moeten helpen terugdringen. Het is voor het eerst dat er een pakket aangeboden wordt dat echt helpt. Althans, als eerste stap.

De landbouw als geheel heeft het Brabantse land tot ver buiten het
natuurlijke draagvlak overwoekerd. De Q-koorts heeft minstens 74 mensen het leven gekost en vele overlevenden groot blijvend leed bezorgd. De bodem gaat dood, het grond- en oppervlaktewater aangetast en de natuurgebieden vermoord door de stikstof. De koolmees (de foto komt uit vergelijkbare zandgronden op de Veluwe) lijdt indirect aan de verzuring van het milieu, veroorzaakt door ammoniakdepositie.

De ammoniakconcentraties zijn een tijd gedaald, maar sinds ongeveer 2008 dalen ze niet verder of stijgen zelfs weer. Zie Brabant stikt in de stikstof, en dus heeft Johan van den Hout groot gelijk.

Gemeten verloop ammoniakconcentraties Mariapeel

Het voorgestelde pakket
De mogelijkheden van GS zijn beperkt.
De juridische bevoegdheid bijvoorbeeld om het aantal dieren rechtstreeks vast te stellen ontbreekt. Dat vraagt om landelijke wetgeving.
Zo zit bijv. de handhaving van de Nitraatrichtlijn bij het Rijk, en dat schuift het probleem al jaren door.
De Programmatische Aanpak Stikstof is landelijke wetgeving.
De provincie kan dus alleen indirect sturen, bijvoorbeeld op basis van haar ruimtelijke bevoegdheden en de Natuurbeschermingswet.

Een kort beschrijving van het pakket:

  • De technische eisen aan bestaande stallen worden aangescherpt en gaan ook voor geiten en koeien gelden
  • De emissie-eisen gaan gelden voor elk bedrijfsonderdeel afzonderlijk, en niet meer voor het bedrijf als geheel. Er kan niet meer intern worden “gesaldeerd”.
  • Stallen moeten versneld worden aangepast. Boeren die nog niets gedaan hebben, moeten hun zaakjes in 2020 rond hebben. Boeren, die door eerdere investeringen al wel voldoen aan het Besluit Emissiearme Huisvesting krijgen, krijgen de tijd tot 2022. Tot nu toe was dat jaartal 2028.
    Stallen die ouder zijn dan 15 jaar (koeien 20 jaar) worden bij de handhaving automatisch beoordeeld op de vraag of ze aan de eisen voldoen.
  • Er mag in Brabant evenveel mest bewerkt worden als Brabant zelf produceert.
    Dat gebeurt op bedrijventerreinen, tenzij melkveehouders samenwerken tot 25000 ton of als de mest per pijplijn naar een centraal punt gestuurd wordt. Alle op- en overslag en verwerking van producten vindt inpandig plaats.
  • Wie in Midden- en Oost-Brabant 100m2  nieuwe stal wil bouwen, moet elders 110m2 in gebruik zijnde stal inleveren. Er komt een Stalderings-
    loket (met een bestuurlijk monopolie) dat dit begeleidt en dat geld krijgt. Voorlopig geldt deze regeling niet voor koeien en schapen.
  • De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), waarmee bovenwettelijke verplichtingen beloond worden, wordt op onderdelen gewijzigd en iets aangescherpt.
  • In uitzonderlijke situaties mag een nieuw bouwblok 2,5 hectare worden als dat elders een probleem oplost, of 2,0 hectare als een boer het op de BZV heel  goed doet. Dit alles na stalderen.

Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Aan beide kanten pijn
Omdat het pakket echt iets voorstelt, doet het aan beide kanten pijn. De publieke tribune in het Provinciehuis zat dan ook bomvol op 23 juni met insprekers, en de grote Bois le duc-zaal met een kleine 250 boze boeren.

Voor de milieubeweging en de Minder Beesten-burgers zit de pijn in het accepteren van mestbewerking en van kavels, die in uitzonderlijke gevallen groter dan 1,5ha kunnen worden. Ik moet er overigens bij zeggen dat ik zelf deze pijn niet zo voel.

Voor de boeren ligt het pijnlijker en die willen dan ook het plan van tafel. Het bedreigt de toekomst van velen. Zonder de provinciale plannen zouden er 2660 boeren stoppen, met de plannen 3440. En bij bijvoorbeeld varkenshouders neemt het percentage onder de armoedegrens tot van 57%, als de plannen niet worden uitgevoerd, naar 67% als dat wel gebeurt. Dat heeft het bureau Agri & Food becijferd.
Er is veel tragiek in boerenhuishoudens.

En toch is het pakket onvermijdelijk, en gaat zelfs nog niet ver genoeg. De sector kan in zijn huidige vorm niet verder bestaan. Hij fraudeert grootschalig met mest, vermoordt de omgeving en blokkeert, via de PAS, ook nieuwe andere economische activiteiten. En de sector kan zijn leden ook nu al vaak geen goed bestaan bieden.
Net zoals Nederland in het verleden afscheid genomen heeft van de kolenmijnen, en er van de scheepsbouw en de textiel alleen nog gespecialiseerde niches over zijn, zo zal het ook gaan met de (nu al zwaar gesubsidieerde) landbouw. De goedkope bulk verdwijnt naar elders of hopelijk helemaal, de gespecialiseerde niches blijven.

Boerendemonstratie bij Provinciehuis dd 23 juni 2017

De vele inspraakreacties van de boeren vertoonden een vast patroon, dat het probleem pijnlijk duidelijk maakt. “Wij hebben een mooi bedrijf opgebouwd met een keuze voor kenmerk A en B, wij zijn nodig voor het voedsel en zo goed bezig met de omgeving, wij willen gaan werken aan een betere inpassing met innovatie die nog bedacht moet worden. Die investeringen moeten we terugverdienen en daarom moeten we groeien.” Je kunt daar een mooi verhaal van maken en dat ging de boeren goed af.
Het probleem is dat het verhaal al decennia wordt afgedraaid, en dat de som van al die individuele groei tot iets geleid heeft dat zo groot is, dat het als een moloch op zijn omgeving drukt en van Nederland de tweede agrarisch exporteur ter wereld gemaakt heeft. Voor zo’n klein land absurd.
En het probleem is dat teveel boeren stilzitten. Ze weten al sinds het Convenant Stikstof dd 2009 dat ze of moeten stoppen of in 2020 aan het Besluit Emissiearme Huisvesting moeten voldoen, en daar is bij velen nog niets aan gedaan. In de hoop dat het overwaaide, maar het CDA zit niet meer in GS.

De sector moet fors inkrimpen en zich op sommige gebieden opnieuw uitvinden. De vraag is niet of, maar wanneer en hoe dat gebeurt.
Ik vind dat daar een sociaal programma bij hoort, zoals dat er was bij de mijnen en zoals dat er had moeten zijn bij de textiel en de scheepsbouw.

Geen koude, maar een warme sanering. Ik was het in deze eens met de insteek van Maarten Everling, de woordvoerder van de SP.
Het is voor de sector jammer dat ze traditioneel haar heil gezocht heeft bij de VVD en het CDA, partijen die niet zoveel met sociale programma’s hebben.

Een kleine 250 boze boeren in de Bois-le-Duc zaal van het Provinciehuis (23 juni 2017)

Besluitvorming komt nog
Op 23 juni ging het om een themabijeenkomst die informerend en oordeelsvormend bedoeld was. Er komt nog zo’n bijeenkomst.

Op 7 juli 2017 komt het pakket in stemming.

PAS bewijst zijn nut – update

PAS-header-1
Ongeveer een jaar geleden heeft de provincie Noord-Brabant ingestemd met de PAS, de Programmatische Aanpak Stikstof. Het programma is op 1 juli 2015 in werking getreden.
De PAS is een uiterst ingewikkeld compromis tussen de belangen van de natuur enerzijds (vooral van de Natura 2000 – gebieden) en van de mogelijkheden tot verdere economische groei anderzijds. Het verband tussen beide is dat de eerste geschaad wordt door stikstofemissies van de tweede. De door de landbouw, de auto’s, de industriële processen uitgestoten ammoniak en oxides werken verwoestend op kwetsbare natuur zoals de Peel, de Kampina, etc. Met de PAS dalen die emissies een klein beetje sneller dan zonder de PAS. Een klein beetje maar, want de verbeteringsmaatregelen zijn maar beperkt en het grootste deel van de te behalen winst had de provincie al eerder via een aparte Verordening binnengehaald.
Ik heb er op deze site op 31 jan 2015 een verhaal over geschreven, zie –> PAS

(Natura2000 – gebieden in Brabant)
(Natura2000 – gebieden in Brabant)

Een passage in dat verhaal was “Er zitten nu knoppen aan het systeem die je in de toekomst verder kunt dicht draaien”. Dat is precies wat nu nuttig blijkt.

De eerste knoppendraai was dat Gedeputeerde Staten (GS) besloten om de zes jaar dat het programma duurt in zes gelijke jaarschijven op te knippen en de geplande ontwikkelruimte ook (dus 16% per jaar). Dat voorkwam de ontwikkeling dat alle ontwikkelruimte al in het eerste jaar werd uitgegeven en dat je dan nog maar moest afwachten wat er van de maatregelen terecht kwam. Deze knop is verwoord in een aanvullende Brabantse Beleidsregel, die ook op 1 juli 2015 in ging.

OP 23 februari 2016 maakten GS (bij monde van SP-gedeputeerde Van den Hout) bekend dat er een tweede ingreep plaats zou gaan vinden.

Zoals te verwachten was, was de eerste jaarschijf in bijna heel Brabant in een mum van tijd overtekend. 95% van de aanvragen betreft veehouderijen, het grootste deel daarvan het opvullen van nog niet volle stallen met koeien, en het grootste deel daar weer van aan boeren die
nog niets extra’s doen voor een zorgvuldige veehouderij.
Omdat die zorgvuldige veehouderij een provinciale speerpunt van beleid is, wordt de aanvullende Brabantse beleidsregel afgeschaft en wordt de uitgifte in plaats daarvan beperkt tot enkele voorkeurscategorieën:
– veehouderijen die zich in de richting van een Zorgvuldige Veehouderij ontwikkelen (die dus extra investeringen doen om de omgeving te sparen)|
– overige bedrijven die energiebesparingsmaatregelen nemen die zich binnen 6 jaar terugverdienen. (Dat zo neerkomen op een provinciale variant van de landelijke MJA-regeling – die overigens vaak ontdoken wordt, dus controle nodig bg)
– wegprojecten (bijvoorbeeld: in Boxtel ligt een legale weg, waaraan door de PAS geen legale op- en afritten toegevoegd zouden kunnen worden. Dat laat zien hoezeer de uit zijn krachten gegroeide veehouderij andere economische sectoren in de weg begint te zitten)
– initiatieven waarvoor al een salderingsbesluit is uitgegeven (dat zijn boeren die al eerder lozingbeperkende maatregelen genomen hadden).

In feite is dus de ene knop vervangen door de andere knop.

De Brabantse Verordening Stikstof eist dat alle Brabantse veehouderijen in 2028 aan de vereisten van een zorgvuldige veehouderij voldoen. De gekozen vorm van rantsoenering ondersteunt dus het beleid op de lange termijn.

Op het provinciale besluit zijn verschillende reacties gekomen.
De Brabantse Milieu Federatie (BMF) klaagt (in mijn bewoordingen weergegeven) dat de 6*16% regel afgeschaft is, waardoor de ontwikkelingsruimte op de pof kan worden uitgegeven. De huid wordt verkocht voor de beer geschoten is (in casu voordat de extra maatregelen effect hebben). Dat is op zich waar, maar het zegt niet zoveel want de PAS is in Brabant maar een heel klein beertje. Ik schat in dat de nieuwe categorieënknop beter regelt dan de oude faseringsknop.
De boerenbelangenorganisatie ZLTO klaagt andersom over de te strenge eisen, die nu aan het invullen van de ontwikkelingsruimte gesteld worden “GS spreekt met twee monden”.

PAS-header-3