CFS Weert (onderdeel van Renewi) voert een onmisbare taak uit door allerlei problematisch bedrijfsafval te conditioneren (CFS betekent Chemisch Fysisch Scheiden). Helaas krijgt het bedrijf, met het ingenomen bedrijfsafval, ook, bedoeld of onbedoeld, veel PFAS binnen. Het bedrijf produceert zelf geen PFAS.
Al die jaren (vanaf 1989) ging die PFAS, met het proceswater, het Weertse riool in. Al minstens vanaf 2018 was daarvoor enige vorm van vergunning nodig geweest, in het midden gelaten wat die vergunning in die tijd voorstelde. Dit werd door de Omgevingsdienst gedoogd omdat er een traject was richting een vergunning. Die vergunning werd een moeizaam gebeuren. De eerste versie werd ook weer ingetrokken en toen de tweede versie uitkwam, veroorzaakte die een storm van protest. De binnenkomende PFAS werd voor ruim de helft afgevangen en ter vernietiging afgevoerd, maar er bleef (opgeteld over alle soorten PFAS) vijf kg over die alsnog het riool inging. Waterschap Limburg, de natuurorganisaties, de drinkwaterbedrijven en de gemeente Weert dreigden met een proces tegen de provincie Limburg. Wat ook kwaad bloed zette was dat CFS Weert vond dat het met een kwart miljoen extra exploitatiekosten per jaar wel genoeg deed (Best Betaalbare Techniek in plaats van Best Beschikbare Techniek). Ik heb zelf voor Milieudefensie Eindhoven ook een zienswijze op de (tweede) concept-vergunning in gediend. Die heeft in bescheiden mate bijgedragen aan een betere oplossing. Wie het op deze site na wil lezen, zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ .
Na intensief overleg cq pressie tussen de provincie en de Omgevingsdienst enerzijds en CFS Weert anderzijds heeft CFS Weert de vergunning opnieuw ingetrokken. Dat liet gedeputeerde Theuns op 24 maart aan Provinciale Staten weten. Zie
De boodschap van Theuns valt in twee delen uiteen.
Eerstens dat er (naar alle waarschijnlijkheid) een nieuwe vergunning aangevraagd zal worden (dus de derde aanvraag). De provincie heeft een gespecialiseerd team van juristen op de situatie laten studeren en dat team heeft geconcludeerd dat aan de nieuwe aanvraag een project-MER vooraf moet gaan. Die gedachte is dus door de provincie en de Omgevingsdienst overgenomen.
Tweedens verbetert CFS Weert, vooruitlopend op de nog aan te vragen vergunning annex project-MER, de nabehandeling van zijn afvalwater. Alle afvalwater gaat nu door drie achter elkaar geschakelde actieve kool-filters, en daarna afgevoerd voor thermische vernietiging. In de ingetrokken vergunningsaanvraag ging het meeste water door één actieve kool-filter. Provincie en Omgevingsdienst moeten dit plan officieel nog wel goedkeuren. Immers, geen filter is perfect en dus komt er nog steeds PFAS via het riool in de Zuidwillemsvaart, maar dan wel zeer veel minder dan de 5kg in de tweede aanvraag.
Rij actieve kool-filters bij afvalverwerker Indaver in Antwerpen
Doordat de vergunningsaanvraag ingetrokken is, zijn de zienswijzen in de lucht komen te hangen voor zover ze niet op de project-MER en de drie achter elkaar geschakelde filters betrekking hadden. Ik had voor Milieudefensie Eindhoven bezwaar gemaakt tegen de financiële begrenzing door CFS van zijn milieuverplichtingen, en ik vond dat de Omgevingsdienst ook eens naar andere technieken als thermische reiniging moest kijken (zie https://www.bjmgerard.nl/veel-recente-vooruitgang-in-pfas-destructie/ ). Je krijgt dus nu geen antwoord op deze inbreng. Moet dan maar een andere keer.
Inleiding De PFAS-problematiek is algemeen bekend. Ik ga daar niet meer een exposé over geven. Men noemt de PFAS-stoffen (PFAS is een verzamelnaam voor vele duizenden soorten stoffen) wel eens ‘forever chemicals’. Dat is deels terecht en deels niet. In de natuur zijn ze inderdaad nagenoeg ‘forever’. Daarom moet de productie zover mogelijk worden teruggedrongen en zo ook het vrijkomen van de stoffen. Ik heb begrip voor de emoties die bij dit onderwerp horen, maar ik ga daar in dit verhaal niet verder op in. Er staat op deze site al genoeg over. In het laboratorium, steeds meer in chemisch-technologische pilots en soms ook in serieuze hoeveelheden worden er in snel tempo nieuwe procedé’s ontwikkeld naast het enige procedé dat al jaren grootschalig presteert, namelijk verbranding bij >1000°C bij de afvalverbrandingsoven van Indaver in Antwerpen. Daartoe moet het PFAS in hanteerbare vorm uit de natuur gehaald of gehouden worden, bijvoorbeeld door bodemsanering of door het wegwerken of voorkomen van PFAS-houdend industrieel afval. Hierover wil ik het in dit artikel hebben.
Er staat op deze site een artikel over CFS Weert ( bjmgerard.nl/milieudefensie-eindhoven-dient-zienswijze-in-over-pfas-vergunning-cfs-weert/ ) . Het bedrijf conditioneert industrieel afval met als doel dit elders te laten verbranden. In het aangeleverde afval zit PFAS (CFS produceert zelf geen PFAS) en vroeger ging dat met het restwater, na de bedrijfsactiviteiten, allemaal het Weertse riool in. In de concept-vergunning t.b.v. de PFAS-emissie werd die bestaande emissie voor ruim de helft afgevangen met actieve kool en daarna richting verbrander gestuurd (mogelijk de oven van Indaver). De emoties in het Weertse richtten zich uitsluitend op de helft die overbleef en niet op de helft die weggevangen werd. Daarmee keerde Weert cum suis zich dus feitelijk tegen het eigen belang. Alleen sluiting van CFS zou het Weertse riool vrij CFS-PFAS gemaakt hebben, maar dan was het PFAS-probleem in volle omvang elders blijven bestaan en was er een probleem ontstaan met het ‘gewone’ afval. Kortom, de emoties (later ook nog eens aangevuurd door een alarmerende inbreng van Nieuwsuur) leiden tot precies het tegenovergestelde van wat bedoeld was. Wat wel zin heeft, is de vergunning aanscherpen. Waarom er maar de helft uithalen en niet driekwart, bijvoorbeeld? En waarom een vergunning voor onbepaalde tijd? En waarom is geld leidend? Dat was mijn inbreng in een zienswijze namens Milieudefensie Eindhoven. De provincie Limburg heeft na de inspraakronde nog geen definitieve vergunning afgegeven.
Vanwege dit soort verwarring in dit artikel een eerst lesje PFAS- kennis.
Grijs is C Groen is F Geel is S Rood is O Wit is H Het molecuul heet PFOS
PFAS-kennis Het PFAS-werkveld is het terrein van specialisten. Dat ben ik in deze niet. Maar ik heb mijn hele arbeidzame leven als natuurkundeleraar op HAVO-VWO doorgebracht met laag in het kennisgebouw dingen uitleggen die men hoog in het kennisgebouw veel beter wist, dus ik waag me toch redelijk onbevreesd aan uitleg die dieper ingaat op PFAS.
De meest relevante verbingingen in een PFAS-molecuul zijn die tussen twee koolstofatomen ( C – C ) en tussen een koolstof- en een fluoratoom ( C – F ) . Daarnaast zitten er nog zuurstof ( O ); zwavel ( S ) ; en waterstof ( H )-atomen
Als alle potentiële plekken met F gevuld zijn, heet het ‘per’ en anders ‘poly’
PFAS (PerFluorAlkylSubstances) is een verzamelnaam waaronder vele duizenden verschillende stoffen vallen. Zeer kort door de bocht kun je de belangrijkste PFAS die men het meest in de natuur tegenkomt indelen in drie groepen: – de groep waarvan de kop op die van azijn lijkt (de carboxylgroep) – de groep waarvan de kop van zwavelzuur afgeleid is (de sulfongroep, zie hierboven) – de rest, waaronder de grondstof voor het GenX-procedé. De ‘zuurkop’ maakt het molecuul hanteerbaar en maakt dat het in bescheiden mate in water oplost (en daarmee mobiel wordt)
Men noemt moleculen met – 1 of 2 C-atomen ‘ultrakort ‘ . Die kunnen vloeibaar of gasvormig zijn en zijn erg mobiel – 3 t/m 7 bij azijnkopzuren en 3 t/m 5 C-atomen bij zwavelzuurkopzuren ‘kort’ – de rest lang Met name (ultra)korte moleculen zijn de lastigste categorie. Ze beginnen nu pas een beetje hanteerbaar te worden gemaakt. Trifluorazijnzuur (TFA) is een milieuprobleem in water.
De ‘kop’ is hydrofiel (zit graag in water), de ‘staart’ is hydrofoob (zit liever niet in water). In een luchtbel bijvoorbeeld (in schuim) zit de kop in het waterlaagje en steekt de staart in de lucht. Een PFAS-zuur is dus een in zichzelf tegenstrijdig molecuul. Naarmate het molecuul een langere staart heeft, wordt het als geheel hydrofober (en omgekeerd). Dat beïnvloedt het gedrag: bijvoorbeeld actieve kool houdt lange moleculen beter vast dan korte.
Het doorknippen van alleen maar een C – C band bewerkt op zich alleen maar twee kortere PFAS-moleculen en dat is niet perse een voordeel (‘degraderen’). Het doorknippen van alle C- F band (defluorideren) is de uiteindelijke bedoeling. Het gewenste eindresultaat van afbraak is dat men alleen maar eenvoudige bouwstenen over heeft: fluorionen, CO2, eventueel sulfaationen. Het PFAS heet dan ‘gemineraliseerd’.
Er bestaan twee wezenlijk verschillende categorieën bewerkingen. In de ene categorie worden de PFAS-moleculen gescheiden van hun drager en daarbij geconcentreerd. Aan de moleculen zelf verandert niets. Vaak wordt actieve kool gebruikt. Die is hele erg poreus en heeft daardoor een enorm groot binnenoppervlak waar de PFAS (om precies te zijn de hydrofobe staart van het molecuul) ongewijzigd tegen aan plakt. Ook gebruikt men soms nanofiltratie of schuimscheiding. In alle gevallen bestaat de PFAS dus gewoon nog steeds, maar zit gecomprimeerd in een veel kleinere ruimte en is daardoor hanteerbaarder. In de andere categorie vallen bewerkingen die het PFAS afbreken, liefst volledig tot zijn minerale bestanddelen. In oudere vergunningen doet men er vaak een beetje stilletjes over hoe dat gebeurt.
Bij CFS Weert vindt de scheiding en concentratie plaats met actieve kool, en vindt de vernietiging thermisch plaats.
De VITO-studie VITO is zoiets als de Vlaamse tegenhanger van TNO. De organisatie heeft veel verstand van industrieel afvalwater omdat er ook in Vlaanderen een hoop stront aan de knikker geweest is. VITO heeft een studie uitgebracht waarin een grondig overzicht van alle relevante aspecten van de verwijdering en vernietiging van PFAS uit afvalwater. De studie is te vinden op VITO – document . Hierboven is een voorbeeld in tabelvorm gegeven van een scheidingstechniek (in casu actieve kool) en hieronder van een vernietigingstechniek (namelijk thermisch). ‘Thermisch’ kan in één stap gaan (dan wordt het PFAS met filter en al zo geheel mogelijk verbrand), of in twee stappen (dan wordt eerst het PFAS uit de porieën gegloeid, waarna de actieve kool weer bruikbaar is en waarna de ontsnapte PFAS in een naverbrander alsnog verbrand wordt).
Bij CFS Weert verwijzen zowel de ILT als de provincie Limburg naar deze VITO-studie.
Het is inderdaad een serieuze studie, met echter als belangrijkste bezwaar dat de gegevens inzameling op 06 juli 2023 gestopt is (het werk moest uiteraard een keer af). Maar door die datum is de studie alweer voor een deel achterhaald, omdat er veel literatuur van na die tijd is. Eigenlijk zou er een vervolgstudie moeten komen.
Uit de VITO-studie. De sluitingstermjin voor opname van info daarin was juli 2023. Bij Indaver hebben na die datum veel ontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor dit schema voor Indaver, wat betreft het derde nadeel, mogelijk achterhaald is
Indaver Het afvalbedrijf Indaver (INDustrieelAfvalVERwerking) is actief in een heleboel afvalverwerkende bezigheden. Inzake de vernietiging van PFAS-houdend afval is Indaver zoiets als de gevestigde monopolist. De voor PFAS relevante vestiging staat in Antwerpen, dichtbij de Nederlandse grens.
De Antwerpse vestiging werkt met vier draaitrommelovens, met naverbrander, waarin het langdurig heel warm is. Indaver garandeert in de ovens een gemiddelde temperatuur van minstens 1050˚C en in de naverbrander een nog hogere temperatuur. Dat is ruimschoots genoeg om heel veel problematische chemische verbindingen kapot te krijgen, waaronder een heel hoog percentage van het PFAS. Let wel dat de installatie dus niet alleen voor PFAS bedoeld is. Eén oven is bijvoorbeeld speciaal voor medisch afval. Indaver is zoiets als functioneel lomp geweld waarvoor op dit moment nog geen grootschalig alternatief bestaat.
Draaitrommeloven bij Indaver (website INdaver)
Maar omdat Indaver in Antwerpen jaarlijks 150 miljoen kg afval verbrandt, waarvan ca 0,6 miljoen kg PFAS, is het ook van belang hoeveel er niet, of half, verbrand wordt, tot wat precies en waar die restanten blijven.
De PFAS-problematiek is oud – ongetwijfeld loosde Indaver via de Antwerpse haven al heel lang PFAS op de Westerscshelde. Maar het brede maatschappelijk bewustzijn van die problematiek, en de bijbehorende wetenschappelijke studies, dateren van ergens rond 2017. In dit verband bijvoorbeeld: Chemours bestaat überhaupt pas sinds 2015; de geruchtmakende film Dark Waters is van 2019 en is op basis van een artikel in de New York Times uit 2016; en de eerste bestuurlijke antiPFAS-handeling van de Nederlandse regering, het Tijdelijk handelingskader PFAS, dateert van juli 2019 ( wikipedia.org/wiki/Poly-_en_perfluoralkylstoffen ). .
Inmiddels verwerkte Indaver al decennialang PFAS-houdend afval. De eerste lozingsvergunning dateert van 2007 en ging alleen over PFOS (getal mij onbekend). Daarna zijn de vergunningen stapsgewijs uitgebreid en aangescherpt. Begin jaren ’20 echter begon de lozingsproblematiek maatschappelijk op te spelen, bijvoorbeeld vanwege Zembla op 8 sept 2022 ( zembla/grote-zorgen-nederland-over-nieuwe-belgische-bron-pfas-lozingen-in-westerschelde ). Wat aan de attentiewaarde bijdroeg, was dat Indaver op dat moment jaarlijks 1,8 miljoen kg PFAS-houdend afval van Chemours Dordrecht verwerkte, waarmee in2025 geheel gestopt is – vraag is waar dat afval nu blijft.
De lozingen op de Westerschelde leidden, vanwege de volksgezondheid en vanwege de Kader Richtlijn Water, tot spanningen tussen de Nederlandse en de Belgische regering, en dat leidde weer tot beduidend scherpere, aan Indaver opgelegde, normen. Ondanks geklaag bouwde Indaver onder andere een dubbele rij van vier achtereenvolgende actieve kool-filters (die ze dus zelf kunnen verwerken). Dat hielp goed.
De lozingsvergunningen worden steeds tijdelijk verleend, waardoor verdere aanscherping mogelijk blijft. Er vindt ook steeds nieuw onderzoek plaats.
Momenteel ligt bij de Vlaamse overheid de aanvraag voor uit 2025, die met name het grootste overblijvende probleem aan wil pakken, dat van de ultrakorte PFAS-keten (bij Indaver betekent dat 1, 2 of 3 koolstofatomen). De lengtes daarboven zijn inmiddels geen probleem meer. Voor de ultrakorte ketens is sinds kort een meettechniek beschikbaar. De stand van zaken van deze aanvraag is nog onbekend.
Indaver beschrijft met zelfvertrouwen de externe milieuaspecten, en het voortgaande onderzoek, op zijn website. Het claimt dat de luchtemissie minder dan 100 gr PFAS op jaarbasis is en de wateremissie minder dan 50 gr, opgeteld over alls PFAS-soorten. Het zou waar kunnen zijn. Indaver lijkt inmiddels tot de best gecontroleerde bedrijven van Vlaanderen te horen en de webpagina’s, waarop een en ander vermeld wordt, zien er degelijk uit en verwijzen naar veel extern onderzoek. Zie indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval en indaver.com/duurzame-verwerking-van-pfas-afval/monitoring-en-risicobeoordeling-pfas .
Blijft nog een dingetje: Indaver is een particulier bedrijf. Het is eigendom van de Belgische onderneming Katoen Natie ( wikipedia.org/wiki/Katoen_Natie ). Ik vind dat een dergelijk strategisch onmisbaar bedrijf onder directe democratische controle zou moeten staan. Maar helaas, dat was vroeger zo. Toen had het Zeeuwse nutsbedrijf Delta driekwart van de aandelen Indaver, maar uit geldnood is dat pakket in 2015 verkocht.
Andere technieken Ook al is, en wordt, het verbandingssysteem van Indaver sterk verbeterd, het blijft nadelen houden. Het is een systeem dat duur is en fossiele energie vreet (er ging in 2023 3,8 miljoen kg stookolie in en 200TJ hete stoom, en verhoudingsgewijs weinig elektriciteit), er blijft een beperkte emissie van PFAS naar de lucht, de fluor uit het PFAS moet ergens blijven en de grootschalige verbranding van fossiele brandstof levert ook de ‘gewone’ problemen op zoals stikstofoxides. Er zit een omvangrijke luchtbehandeling achter de ovens, maar het is onduidelijk hoe goed die is.
Voldoende reden om nieuwe technieken te ontwikkelen. Er is een ware hausse aan start-ups en universiteiten die daarmee bezig zijn. Dat bleek bijvoorbeeld bij de beurs Aquatech Amsterdam 2025, Aquatech ( https://www.aquatechtrade.com/amsterdam ) is een toonaangevend mondiaal platform voor watertechniek.
Aquatech licht er zeven ondernemingen uit die goed op weg zijn met procedé’s om PFAS uit afvalwater te halen en/of daarna te vernietigen. In een artikel van Aquatech dd 21 augustus 2025 wordt het als een kort overzicht beschreven ( forever-chemical-destruction-technology-seven-companies-offering-solutions ). Oxyle (Zwitsers) wordt genoemd (waarover verderop meer); maar bijvoorbeeld ook het Canadese Axine Water Technologies dat tussen twee elektrodes stroom door afvalwater jaagt (elektrochemische oxidatie); de USA-Australische samenwerking Ovivo-Evocra verwijdert en concentreert PFAS uit het afvalwater met ozonhoudend schuimen vernietigt het concentraat ook met elektrochemische oxidatie; Graidant uit de USA doet min of meer hetzelfde; de onderneming Aquagga concentreert en vernietigt PFAS op niet geheel duidelijk omschreven wijze; en het Engelse Puraffinity en de USA-based onderneming AqueoUS Vets beperken zich tot efficiente verwijdering van PFAS uit het afvalwater, zonder het daarna te vernietigen.
Daar waar het PFAS vernietigd wordt, wordt geclaimd dat het geheel gemineraliseerd wordt. Er worden afbraakpercentages gesuggereerd ergens boven de 99%, wat enigszins gereserveerd bekeken moet worden want voor de mensheid interessant is vooral wat overblijft (met andere woorden, wat staat er achter de laatste 9 in het percentage?). Verder soms ook hier dat men in relatieve zin een probleem heeft met (ultra)korte PFAS. Alle bedrijven zijn, logischerwijs, erg terughoudend met informatie over de precieze werking van hun gepatenteerde procedées.
Er worden nergens tarieven genoemd.
Zuiveringsinstallaties worden in containers aangeboden die een modulair geheel mogelijk maken.
Mijn eerdere artikel beschreef Oxyle toen het zich, kort na de oprichting, nog vooral richtte op sanering van vervuild grondwater met piëzokatalytische technologie. Behalve PFAS konden bijvoorbeeld ook pesticiden en medicijnresten afgebroken worden. Bij een bepaalde grondwaterproef werden 11 verschillende PFAS-soorten voor 99,8% afgebroken, en haalde men 90% afbraak bij ultrakorte ketens.
Toch biedt Oxyle op dit moment de grondwaterspecialisatie niet langer aan. De belangrijkste reden was dat er te weinig vraag naar was. Als het vuile grondwater alleen maar (middel)lange PFAS-ketens bevatte, was de bestaande zuivering met actieve kool die eens per drie jaar vervangen werd, goed genoeg. Het ‘gat in de markt’ bleek in de praktijk te zitten bij de afbraak van (ultra)korte PFAS-ketens in industrieel afvalwater. Dat is in praktijk veel moeilijker, omdat elke fabriek anders is en men er in die fabrieken als de dood voor is om gekoppeld te worden aan de aanwezigheid van PFAS.
Oxyle verwierf een investering van €14,6 miljoen voor de overstap op de verwerking van industrieel afvalwater. Het ontwikkelde eerdere research, die parallel aan de grondwateraanpak ontwikkeld was, tot ‘PFAS Solutions’, dat gespecialiseerd is op de verwijdering van (ultra)korte PFASketens. Er heeft al een full scale-pilot met succes gedraaid en Oxyle hoopt er in 2026 nog twee te kunnen draaien.
De CEO van Oxyle, mevrouw Fajer Mushtaq, claimt in het Aquatechtrade-verhaal dat Oxyle zelfs zeer sterk door PFAS vervuild industrieel afvalwater in een paar uur kan zuiveren tot onder de detectiegrens. Wel kunnen er voorbewerkingen nodig zijn die buiten het pakket van Oxyle vallen.
Ter afsluiting Bedrijven kunnen zich binnenkort niet meer verschuilen achter de onvermijdelijkheid van PFAS-lozingen, en overheden niet meer achter de onoplosbaarheid van bestaande vervuiling. Er is straks niet meer nodig dan investeringen en organisatie.
CFS Weert, om even terug te keren naar het begin van dit verhaal, kan straks dus best wel veel meer PFAS uit hun afvalwater halen en vernietigen dan de 55% in de concept-vergunning. Maar dat had Milieudefensie al gezegd.
Eerder (met wat extra uitbreiding) De Landsardplas is een oude zandafgraving ten westen van het Eindhovense vliegveld. Tussen de plas en het vliegveld loopt het beekje Ekkersrijt, met enkele toevoerende sloten. Het vliegveld watert via een ondergrondse pijp bij veel wateraanbod af op de Landsardplas, en die plas raakt het water weer kwijt via een duiker naar de Ekkersrijt (die duiker is dus een van de toevoerende stroompjes). Het grotere gebied waarvan de plas deel uitmaakt, de Landsard, is in gebruik als herriesportterrein. Er ligt een kartbaan en een motorcrosscircuit, en op het water varen waterscooters en power(model)boten. De bijbehorende inrichtingen hebben een milieuvergunning.
Omdat watersystemen rond vliegvelden in den lande vaak opvallend hoge PFAS-concentraties hebben, heeft Waterschap de Dommel aan bureau Aquon gevraagd metingen te doen in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas. Dat is gebeurd op 10 juli 2024 en leverde, in globale termen, op dat de PFAS-soort
GenX irrelevant laag was,
PFOA in het Ekkersrijtsysteem en de Landsardplas rond de 5 a 18ng/liter zat, zonder dat er een ruimtelijk patroon te zien was. Dit is onder de norm.
PFOS in het Ekkersrijtsysteem, stroomafwaarts gaande van voor tot na het vliegveld, opliep van grofweg 4 naar 25ng/liter (wat ver boven de norm van 0,65ng/liter is) , en dat de Landsardplas op een verbazingwekkende concentratie van 177ng/liter uitkwam.
Daarna werd de zaak op scherp gezet door berichten dat Defensie, bij wijze van brandblusoefening, op 22 en 24 juli 2025 met Chinookhelikopters grote zakken water (‘bambibuckets’) vulde uit de Landsardplas en dat dit met PFOS vergiftigde water werd uitgestort over de nabijgelegen Oirschotse Heide, een militaire oefenterrein. (Uit later ingeziene rapporten bleek overigens, dat deze brandblusoefening niet eenmalig was, maar periodiek plaatsvond of nog vindt).
Teksten van en naar B&W van Eindhoven Ik heb op 08 augustus 2025 namens Milieudefensie Eindhoven e.o. een brief aan B&W van Eindhoven geschreven (eigenaar en bevoegd milieugezag van de Landsard). In die brief werd de mogelijkheid besproken dat de hoge concentraties in de Landsardplas (mede) veroorzaakt werden door de exploitatie van het gebied. Het artikel bij de brief is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/strengere-vergunning-nodig-tegen-pfos-in-de-landsardplas/ . Omdat Milieudefensie brandblusoefeningen zinvol vindt, moet het PFOS-gehalte drastisch omlaag en uitgaande van de aanname dat de activiteiten op de plas zelf een belangrijke (mede)oorzaak zijn van de vervuiling, vraagt dat om een flink aangescherpt milieubeleid richting de herriesporten. Immers, in auto’s (en ongetwijfeld ook in karts en waterscooters) zit in sommige smeermiddelen PFAS verwerkt dat in beginsel buiten de auto terecht kan komen ( A pilot study of per- and polyfluoroalkyl substances in automotive lubricant oils from the US ). Coatings en verven van bootrompen kunnen PFAS bevatten ( www.european-coatings.com/…pfas-in-the-coatings-industry-risks-applications-and-regulatory-challenges ) .
(PFSAs is een verzamelnaam voor een groep waarin PFOS valt. PFCAs is een verzamelnaam voor de groep waarin PFOA valt – dat is PFCA met C8. TOP is een oxidatiebehandeling van de smeerolie die versneld doet wat anders bij normaal gebruik langzaam plaatsvindt. De PFAS-concentraties schieten na oxidatie omhoog).
Na een klein, herinnerend zetje beantwoordden B&W onze brief op 10 sept (hierboven). De stelling was dat de concentraties niet aan de exploitant lagen, maar grotendeels toch bij het vliegveld. De argumentatie was dat vooral PFOS zich in zijn ruimtelijke verdeling onderscheidde (er zit wel PFOA in de plas, maar niet meer dan elders), dat PFOS (tot 2011 bg) in het blusschuim zat, dat de bodem van het vliegveld er inderdaad mee vervuild was, en dat er een pijp naar de Landsardplas liep (onder de Ekkersrijt door), en dat er een bureauonderzoek geweest was naar alternatieve bronnen van PFOS in het gebied.
(Presentatie Rijksvastgoedbedrijf LEO 06 maart 2025)
Het antwoord van B&W is ongetwijfeld bona fide en niet absurd, hoewel met er vraagtekens bij kan zetten. Aan de vliegveldkant: PFOS is al sinds 2011 verboden, het perceel van de Herculesramp zou gesaneerd zijn. Aan de Landsardkant: het bureauonderzoek betreft (bleek later) een recapitulatie van niet heel erg frequente milieucontroles die niet op PFAS gericht waren.
Op 27 augustus 2025 had een rookgranaat van Defensie, bij een oefening, anderhalve hectare van de Oirschotse Heide in de fik gezet (zie bekendere berichten over idem op de Edese Heide). Vanwege deze trigger, en omdat er nog steeds geen antwoord op de brief van Milieudefensie was, heeft de Eindhovense SP (met mijn medewerking), bij monde van Jannie Visscher, op 05 sept 2025 technische vragen gesteld aan B&W over hetzelfde onderwerp. Die zijn op 10 okt 2025 beantwoord onder toevoeging van drie bijlagen: twee metingen in opdracht van Defensie door Haskoning, en eerder genoemde bureaustudie naar alternatieve PFOS-bronnen. De beantwoordingsbrief staat hieronder en de bijlagen stuur ik op aanvraag gaarne toe (zie de contactrubriek op deze site).
Ook w.b. dit antwoord: het is ongetwijfeld bona fide, maar of het geheel juist is, en geheel juist kan zijn, gegeven dat veel kennis nog in de kinderschoenen staat.
Meetpunten in Haskoming I. Bij het kruisje x eindigt de inkomende pijp vanaf het vliegveldterrein. De duiker voert water af naar de Ekkersrijt. Codes als 01-1 hebben betrekking op watermetingen, codes met wb op bodemmetingen).
Het (onvolledige) beeld dat oprijst Er liggen nu drie meetrapporten: Aquon in opdracht van het waterschap, dd 10 juli 2024, waarop alle teksten tot nu toe gebaseerd zijn; het eerste rapport Haskoning in opdracht van Defensie, dd 06 sept 2024, waarvan het bestaan bekend was maar de inhoud slechts in zeer grove lijnen uit de krant; en een tweede rapport van Haskoning, ook in opdracht van Defensie, dd 04 juni 2025, waarvan het bestaan, in elk geval bij mij, nog niet bekend was.
Zwakte van alle rapporten is dat er alleen aan de oppervlakte, en op enkele plaatsen op 4m diepte, gemeten is. Als de 18m diepe zandafgraving denkbeeldig met troep gevuld zou zijn waaruit PFAS vrijkwam, zou dat niet ter plekke gemeten zijn. Er is echter geen aanwijzing dat zo’n vervuiling plaatsgevonden heeft.
Als men de resultaten van de drie metingen, zeer kort door de bocht, samenvat, dan geeft dat het volgende beeld:
Het zijn te weinig metingen voor goede statistiek. Met dit voorbehoud:
Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFOA-concentratie rond de 9 a 12ng/liter (jaargemiddelde norm 48ng/liter)
Op alle gemeten plaatsen, tijden en dieptes zit de PFSA-concentratie rond de 70 a 85ng/liter (norm 0,65ng/liter jaargemiddeld), behalve
Waar de pijp van het vliegveld in de plas komt (dat is nabij de x op de kaart) waar Aquon 177ng/liter meet (dat is de enige meting van Aquon in de plas), en waar Haskoning I en !! resp. 80 en 220ng/liter meet . De 80-meting ligt verder van de pijpopening af.
Haskoning vond, in goed detecteerbare hoeveelheden, een heleboel andere PFAS-soorten in het water met meestal kortere koolstofketens. Daaronder een precursormolekuul 8:2FTS van PFOS (een molekuul waaruit door in het vrije veld voorkomende chemische reacties PFOS kan ontstaan). Het gebied rond de uitstroomopening van de pijp springt er niet speciaal uit, behalve bij het precursormolekuul dat bij de uitstroomopening hoog is als de PFOS daar ook hoog is.
Ik heb geen verband kunnen vinden met de neerslagcijfers van het KNMI in de dagen van of voorafgaand aan de metingen
Een en ander roept het beeld op dat er op gezette tijden, mogelijk min of meer continu, nog steeds water met heel veel PFOS erin vanaf het vliegveld door de pijp de Landsardplas in stroomt, mengt met het daar aanwezige water (dat uiteraard ook veel regenwater opvangt), en dat vervolgens door de duiker in de Ekkersrijt terecht komt (die daardoor merkbaar verder vervuild wordt). Dit beeld steunt het scenario dat er nog steeds van het vliegveld afstromend PFOS is. Onduidelijk is of dat passief of actief is (pomp?)
Omdat niet in de diepte gemeten is, en omdat er geen aandacht besteed is aan het vrijkomen van PFAS uit smeerolie, coatings en verven van waterscooters, kan niet uitgesloten worden dat de gemiddelde waarde (die ca 80ng/liter) lager gemaakt zou kunnen worden door hier aandacht aan te besteden.
Het kartcircuit en het motorcrosscircuit liggen een eindje van het water af. De gemeente heeft m.i. voldoende aannemelijk gemaakt dat hun opereren weinig of geen invloed heeft op het PFAS-gehalte van het water in de Landsard.
Bodemmetingen (tot een halve meter zand diep) geven soms lichte PFOS-vervuiling, maar in de ruimtelijke verdeling zit geen duidelijk patroon
Blushelikopter in Brazilië met bambibucket
Wat moet je er politiek mee? De vraag richt zich op Defensie, en op de gemeente Eindhoven.
Defensie heeft een onderzoek lopen naar bodemvervuiling op het terrein van het vliegveld. In het Luchthaven Eindhoven Overleg van 06 maart 2025 noemde het ministerie bodemonderzoeken (gereed 2025); oppervlaktewater (lopend); regenafvoersysteem (lopend); producten (gereed 2025); risico’s (gereed 2025); beoordelen nut bodemsanering (gereed 2025); en saneringsmogelijkheden (gereed 2025). Men mag eisen dat Defensie dit alles goed uitvoert en dat openbaar verantwoordt.
Aan de gemeente Eindhoven, hoewel geen bevoegd gezag op het Defensiegebied, de taak om Defensie bij de les te houden. Er is regelmatig contact, zeggen B&W in hun beantwoording van de technische vragen. Zeggenschap is er niet, invloed wel. Een maatregel als het opnemen in de Omgevingsvergunning van PFAS-eisen aan waterscooters is waarschijnlijk op dit moment een brug te ver voor een gemeentelijke overheid. Twee zaken zou de gemeente wel kunnen aanpakken. De eerste is dat de gemeente een onderzoek zou kunnen (laten) instellen of er troep ligt in de diepe delen van de plas. Er zijn zandafgravingen in den lande die in het verleden ongewenst, zelfs crimineel, voor afvaldumping gebruikt zijn. De tweede is dat de gemeente Eindhoven ervoor zorgt dat de Veiligheidsregio de Landsardplas ongeschikt verklaart als bluswater, zolang de PFOS-concentratie zo hoog is als die is. Dat voorkomt in elk geval verdere verspreiding van de PFOS.
De Stichting Gezond Water (SGW) te Hansweert strijdt tegen PFAS-concentraties in de Westerschelde (www.stichtinggezondwater.nl) . Concreet doen ze dat onder andere door zich met lozende chemische bedrijven bezig te houden. Op 23 september 2025 staan ze voor de bestuursrechters in Den Bosch tegen Sabic Innovative Plastics B.V. te Bergen op Zoom. De SGW wil bjj die gelegenheid een petitie aanbieden “Bescherm de Westerschelde en sta geen PFAS-lozingen meer toe! “. De SGW vraagt ons om aan deze petitie bekendheid te geven. En hoewel de Westerschelde niet tot ons werkgebied behoort, wil Milieudefensie Eindhoven e.o. dit verzoek graag ondersteunen. Men kan terecht op https://petities.nl/petitions/bescherm-de-westerschelde-en-sta-geen-pfas-lozingen-meer-toe?locale=nl .
Wat is CFS? Renewi CFS BV (het bedrijf is onderdeel van de grote commerciële afvalverwerker Renewi) is een inrichting die allerlei soorten industrieel afvalwater bewerkt. Zie https://www.cfsweert.nl/ . Het bedrijf is gevestigd aan de Wetering in Weert. CFS staat voor Chemisch Fysisch Scheiden.
(foto van Google Street View)
Het afvalwater dat na behandeling overblijft gaat het riool in, komt zodoende in de RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI) van het Waterschap Limburg, daarna in de Zuidwillemsvaart en daarna bij Den Bosch in de Maas. Omdat de Zuidwillemsvaart door Helmond stroomt, is het een aandachtspunt voor Milieudefensie Eindhoven, welke club feitelijk regionaal werkt.
In 2023 nam CFS bijna 60.000 ton afval in, waarvan uiteindelijk ca 90% het riool in ging (grotendeels water). De rest werd in bewerkte toestand afgevoerd naar elders.
Zolang de industriële bedrijfsprocessen bestaan waar dit soort afvalwater vrijkomt, moeten er inrichtingen zijn die de schadelijkheid ervan zover mogelijk terugdringen. Relatief het beste gebeurt dat in gespecialiseerde bedrijven die betrouwbaar zijn en kennis van zaken hebben. Er zijn weinig of geen objectieve aanwijzingen dat CFS daar niet aan voldoet. Naar eigen zeggen (op de website) voldoet het bedrijf aan alle Nederlandse en Europese normen. Een bezoek door de inspectie BRZO+ dd mei 2024, waarin drie aspecten van het functioneren van het bedrijf bekeken werden, leverde geen schokkende misstanden op, maar alleen wat kleinere aandachtspunten. Ook moederbedrijf Renewi wordt niet door een track record aan schandalen achtervolgd.
( uit H2O )
CFS en PFAS CFS heeft in januari 2022 bij de provincie Limburg (bevoegd gezag) een aanvraag ingediend om GenX, PFOS en PFOA en andere PFAS-stoffen in het riool te mogen laten stromen, en ook toe te staan dat industrieel afval, met daarin deze stoffen, aangenomen kan worden. Feitelijk werden die PFAS-stoffen al enkele decennia aangenomen, want het kan niet anders dan dat het soort afval dat CFS inneemt, soms PFAS bevat. ‘Sommige bedrijven die ons afvalwater aanbieden, weten dat de PFAS aanbieden. Andere ondernemingen zijn zich daar niet eens van bewust” aldus CFS-directeur milieu & kwaliteit De Jong in de NRC van 26 aug 2025 ( onbegrip-over-voornemen-om-afvalverwerker-pfas-te-laten-lozen-in-weert ) . Dat kan malafide zijn, maar ook bona fide omdat diffuse PFAS-verontreiniging wijd verbreid is.
De eerste aanvraag leidde tot zoveel kritiek dat hij aangehouden is, en dat CFS dd nov 2024 aanvullende informatie ingediend heeft die, naar de mening van de provincie, zoveel invloed had dat een nieuwe vergunning gepaster leek. Die is op 14 juli 2025 in concept verleend. Daarop konden zienswijzen ingediend worden en van die mogelijkheid is druk gebruik gemaakt Ook dus door Milieudefensie Eindhoven.
CFS heeft de PFAS-stoffen niet zelf geproduceerd. Ze komen binnen met het geaccepteerde afval. Vanaf dat moment is het afval de verantwoordelijkheid van CFS BV.
Het bij de acceptatie geldende protocol vertrouwt in eerste instantie op de beweringen van aanleverende klanten en eerdere ervaringen met die klanten. Het ILT vindt deze procedure te fraudegevoelig, en ik ook. Vervolgens worden er op de aangeleverde afvalporties de gebruikelijke fysische en chemische scheidingsmethodes losgelaten die de basis van het bedrijf zijn (bezinken, zeven, persen, neutraliseren en zo). Dat resulteert in een voorraad smurrie die geëxporteerd wordt naar een echte vernietiger (bijvoorbeeld een vuilverbrander), en in een heleboel effluent-water. Dat wordt door CFS weekgemiddeld bemonsterd. Als een portie afval volgens de aanleverende klant zelf PFAS bevat, of als die portie PFAS-verdacht is, laat CFS de betreffende monsters in een extern laboratorium analyseren. Daar kan uitkomen dat de concentratie GenX, PFOA, PFOS en overig PFAS boven een bepaalde drempelwaarde uitkomt. Die drempelwaarden staan genoemd in de voorschriften bij de vergunning en volgen uit de jaarvracht die CFS van elk van deze vier categorieën mag lozen (hieronder de laatste kolom), gedeeld door de maximale jaarlijkse 150.000m3 water waarin die categorie weggespoeld mag worden, het riool in. (Als voorbeeld: Bij bijvoorbeeld PFOA is die concentratie 1,1kg gedeeld door 150.000m3, dat omgewerkt geeft 7,5µg/liter).
Als er stront aan de knikker blijkt, probeert CFS met dagmonsters om de schuldige te achterhalen. Die krijgt dan feedback en zo hoopt CFS zijn afvalaanbieders steeds beter te leren kennen.
Als de concentratie van het effluent-water niet bekend is (wat kan op basis van goed geloof in de aanbieder of ervaring met die aanbieder), of als dat water na laboratoriumanalyse onder de drempelwaarde uitkomt, volgt een algemene achtervangbewerking met een actieve kool-doorstroomfilter met een rendement van gemiddeld 55%. Dat dat niet meer is, is (volgens de ILT) omdat CFS dat kosteneffectief vindt tot €284.300 per jaar.
Als de concentratie van het effluent-water voor een of meer van bovenstaande vier categorieën boven de drempelwaarde uitkomt, wordt het water naar hele grote bakken geleid (‘batches’), waar het, ook weer met actieve kool, bewerkt wordt maar dan intensiever. Deze batches moeten een scheidingsrendement halen van minstens 95% en dat moet ertoe leiden dat de betreffende afvalportie alsnog onder de voorgeschreven drempelwaarde uitkomt. Daarna verlaat het water de bak, passeert ook weer de algemene achtervangbewerking en gaat alsnog het riool in.
Er worden maar vier categorieën genoemd (uit de duizenden PFAS-stoffen die bekend zijn) omdat dat de enige vier categorieën zijn waarvoor een soort voorlopige norm bestaat. Men kan in een vergunning niet iets reguleren waarvoor geen norm bestaat en al die duizenden PFAS-stoffen op nul normeren is niet mogelijk.
De RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI) van Weert
Zeer Zorgwekkende Stoffen en een vergunning voor onbepaalde tijd Alle PFAS-stoffen zijn Zeer Zorgwekkende Stoffen. Bepalingen daarover zijn geregeld in de Omgevingswet en uitwerkingen daarvan. Dat is hogere wetgeving en wat daarin staat, hoeft in de vergunning niet herhaald te worden. Daaronder de minimalisatieverplichting. Op basis daarvan moet CFS onder meer het bevoegd gezag iedere 5 jaar informeren over de mate waarin ZZS in de lucht of het water worden geëmitteerd en over de mogelijkheden om de emissies van ZZS in de lucht of het water te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor moeten vermijdings- en reductieprogramma’s (VRP) worden opgesteld. Voorgaande tekst betekent dat CFS vijfjaarlijks moet onderzoeken welke verdere reductie mogelijk is. Op grond daarvan en mogelijk ook op grond van nieuwe daadwerkelijk in de markt werkbare operationele technieken die als BBT worden aangemerkt kan de vergunning van CFS aangescherpt en geactualiseerd worden. In de voorschriften wordt deze algemene bepaling aangevuld met de eis dat voor dergelijke verbeteringen een VITO-studie geraadpleegd moet worden (hierover verderop meer).
GS van Limburg verlenen de vergunning voor onbepaalde tijd. Ik vind dat onverstandig, omdat het me niet duidelijk is hoe dwingend de vijfjaarlijkse minimalisatieverplichting in praktijk uitpakt.
Best Beschikbare Techniek (BBT) of Best Betaalbare Techniek (BBT)? De concept-vergunning stelt expliciet dat bij het selecteren van Best Beschikbare Technieken economische afwegingen toegestaan zijn en beroept zich daarbij op een uitspraak van de Raad van State van 27 juli 2022 (202103884/1/R1). In een eerdere Raad van State-uitspraak uit 2009, over Shell Moerdijk, werd overigens het tegengestelde gezegd ( Energieraad : Shell Moerdijk moet vervuiling fors verminderen ).
De economische afweging maakt bijvoorbeeld dat in de concept-vergunning de 55% van de achtervangbewerking niet bijvoorbeeld 75% of 95% is.
De overheid kan niet zomaar een maatregelenpakket verzinnen, maar is juridisch gebonden aan de Europese BREF-richtlijnen (Best Available Techniques Reference Documents), in dit geval de BREF-richtlijn voor de afvalbehandeling (2018)
Het resultaat van de aanpak van CFS is dat het meeste PFAS nu in de actieve kool zit. Voor de Zuidwillemsvaart is dat fijn (zo men wil minder on-fijn). Maar het milieuprobleem als geheel is niet opgelost, maar verplaatst. De concept-vergunning schrijft voor dat die actieve kool, alsmede alle materiaal dat niet het riool in gaat (bijvoorbeeld sediment of slib) thermisch verwerkt moet worden (lees in praktijk: verbrand).
GS van Limburg stellen dat de combinatie van absorbtie aan actieve kool, gevolgd door adequaat vormgegeven verbranding, op dit moment de BBT is waarbij BBT hier gelezen kan worden als een compromis tussen Beschikbaar en Betaalbaar.
Zowel de provincie als de ILT verwijzen naar een recente studie van het VITO (zoiets als de Vlaamse tegenhanger van TNO) ‘Beste beschikbare technieken (BBT) voor de zuivering van met PFAS belast bedrijfsafvalwater en bemalingswater‘, gepubliceerd december 2023. Juridisch heeft dit document geen status (in België ook niet). Het is te downloaden op VITO-document .
De VITO-auteurs hebben de zaak grondig aangepakt en zijn ook alle technieken in opkomst langsgelopen, die ten tijde van het schrijven bekend waren. Het is een interessant werkstuk, waaraan ik mogelijk nog eens een apart artikel wijd. De VITO-studie laat zien dat er geen ideale oplossingen zijn. Een niet te veronachtzamen probleem is bijvoorbeeld dat er, behalve PFAS, nog vele andere stoffen in het afvalwater zitten. Je kunt veel met (bijvoorbeeld) membramen, maar als er bijvoorbeeld een restant olie-emulsie in het afvalwater zit, slibt de membraam in no time dicht. Hieronder bijvoorbeeld de voor- en nadelen van actieve kool volgens VITO. Een dergelijk overzicht bestaat er ook voor membramen (blz 103 van het VITO-document), en voor vele andere technieken.
De zienswijze van Milieudefensie Eindhoven Deze is hieronder te vinden:
Milieudefensie Eindhoven voelt zich betrokken bij het onderwerp omdat de Zuidwillemsvaart vervuild wordt en Helmond aan dat water, stroomafwaarts van Weert, ligt.
De conceptvergunning kwam midden in de vakantie uit en lag ter inzage t/m 26 augustus. Door toevallige omstandigheden kon ik er pas laat op reageren. Een heleboel organisaties hadden toen al een zienswijze ingediend, zoals de gemeente Weert, de GGD, Natuur en Milieu Limburg, en de ILT. Gemakshalve heb ik me daar namens Milieudefensie Eindhoven bij aangesloten, hoewel ik niet alle argumenten altijd even sterk vind.
De inbreng puntsgewijze:
We wijzen bedrijfseconomisch gemotiveerde versoepelingen af . BBT is Best Beschikbare Techniek
Lozingsvergunningen voor onbepaalde tijd moeten principieel worden afgewezen. Daar zijn er al te veel van
Het VITO-document is actueel t/m 6 juli 2023 (staat erin). Nadien is de startup Oxyle commercieel beschikbare PFAS-vernietiging gaan aanbieden op basis van een in VITO nog niet genoemd technisch beginsel. Zie https://www.bjmgerard.nl/pfas-kan-vernietigd-worden/ . Milieudefensie heeft overigens geen enkele persoonlijke of zakelijke band met Oxyle, we zijn alleen geïnteresseerd in het proces. Milieudefensie vindt de officiële BBT-regels sterk verouderd (BREF dateert van 2018)
Mocht het juridisch niet mogelijk zijn om deze nieuwe techniek in een vergunning voor te schrijven, vraag dan vriendelijk maar dringend aan CFS of het mee wil werken aan een goed gedocumenteerde pilot, zodat er bij de volgende ZZS-herbeoordeling mogelijk een extra alternatief is
Veel rumoer en een nabeschouwing (“maar toch….”) Alles wat met PFAS te maken heeft leidt tegenwoordig tot emotie en dat is begrijpelijk.
De gemeenteraad van Weert (exclusief de opzettelijk afwezige VVD) heeft in een extra raadsvergadering unaniem de door B&W ingebrachte zienswijze ondersteund en dreigt met juridische stappen tegen de provincie. Waterschap Limburg denkt er net zo over. De ene overheid die procedeert tegen de andere, het is niet niks.
Inspraakreacties bestaan meestal uit een uitvoerig ingekleurde schets van de vele slechte gevolgen, gevolgd door de oproep aan de provincie om de vergunning niet te verlenen. Van de concrete bepalingen van de ontwerp-vergunning krijgen alleen de om bedrijfseconomische redenen beperkte 55% aandacht, alsmede het risicogevoelige acceptatieprotocol – beide op zich terecht. Alleen de ILT ging, zoals men verwachten mag, dieper in op de technische bepalingen in de vergunning. Dat leidt tot een technische discussie tussen vakambtenaren, die ik met interesse gelezen heb, zonder in alle gevallen een winnaar aan te kunnen wijzen. Daarvoor moet men meer van de concrete praktijk van CFS weten. Ook de ILT wil dat de vergunningaanvraag afgewezen wordt.
Maar toch: sta ik daar zelf dubbel in. ‘ Vroeger’ liep alle PFAS gewoon ongehinderd door CFS heen en belandde in het riool. Dezelfde aanleveranciers boden toen hetzelfde afval aan als nu. Men wist toen niet beter of hoefde niet beter te weten. ‘Straks’, als de vergunning doorgaat zoals die er nu in concept ligt, wordt een groot deel van de PFAS afgevangen en vernietigd. “Eigenlijk betekent een vergunningverlening legalisering van een tot dan toe niet vergunde lozing”, zoals Rijkswaterstaat opmerkte (Rijkswaterstaat is bevoegd gezag inzake het Zuid-Willemsvaart). En nog wat langer geleden hoefde die lozing niet eens vergund te worden.
De concept-vergunning leidt zowel in het Weertse riool als in de maatschappij als geheel tot een verbetering t.o.v. de bestaande situatie. Men kan vinden, ik vind dat ook, dat die verbetering niet groot genoeg is en dat de vergunning ambitieuzer moet, liefst nu en anders over vijf jaar. Bij geen vergunning moet het bedrijf dicht, ontstaat er een afvalprobleem anders dan PFAS, en blijft alle PFAS ongewijzigd in het milieu aanwezig – mogelijk niet in het Weertse riool, maar dan toch op onbekende plekken elders.
Zo beschouwd bevordert CFS BV een algemeen belang, namelijk de vernietiging van PFAS. Men zou zich kunnen voorstellen dat zoiets de overheid een subsidie waard is, die bijvoorbeeld vorm zou kunnen krijgen in de financiering van de door Milieudefensie Eindhoven voorgestelde pilot moderne scheidingstechniek. De provincie Limburg zou eens kunnen gaan praten met (bijvoorbeeld) Oxyle.
Een vlekkeloze PFAS-vergunning bestaat niet. Liever de best mogelijke vergunning dan geen vergunning, de hartenkreet van velen.
Onder de kop “Not-so-forever chemicals” schrijft Aaron Clark in de nieuwsbrief Bloomberg Cleaner Tech van 13 maart 2025 over recente startups die proberen een methode te vinden om PFAS, en andere microverontreinigingen, in waterig milieu af te breken.
Hoewel Bloomberg, als kapitalistisch adviesbureau, de ontwikkeling vanuit een startup-perspectief aanvliegt, is de ontwikkeling uiterst interessant en van groot belang. Men zou zich kunnen voorstellen dat Nederland, of eventueel Europa, de oplossing van het PFAS- (en pesticiden- en medicijnresten-) een dermate essentiële overheidstaak vindt dat men een licentie op de uitvinding aanvraagt voor een overheidsbedrijf.
Inleiding Er wordt al decennia, en op allerlei plaatsen. gezocht naar methoden om de verdere PFAS-vervuiling te voorkomen, en om bestaande vervuiling ongedaan te maken.
Een eerste onderscheid is dat sommige methodes PFAS alleen verplaatsen (bijvoorbeeld van industrieel afvalwater in een koolfilter, waarna je met dat koolfilter zit), en dat andere methodes proberen de chemische verbinding daadwerkelijk af te breken. De afbraakmethodes evolueren van primitief (bij 1000 of 1300°C verbranden) tot steeds beter chemisch. Maar ook die chemische methodes zijn niet perfect en/of onpraktisch. Met bijvoorbeeld gammastralen krijg je best wel PFAS kapot, maar dat is niet praktisch voor de grote schaal. Veel research zit nog in de lab-fase, en biedt geen onmiddellijk bruikbaar initiatief.
Het centrale probleem bij PFAS is dat de koolstof-fluorband de sterkste chemische verbinding in de natuur is. De evolutie heeft geen mechanisme ontwikkeld om die band te breken. Vandaar dat er lomp chemisch geweld nodig is. De scheikunde vindt dat in ‘radicalen’ – dat zijn moleculen die op ongewone wijze een elektron teveel of te weinig hebben. Die radicalen zijn instabiel en uiterst reactief en storten zich daarbij op nabije chemische bindingen, ook op de koolstof-fluorbinding en op de koolstof-koolstofbinding. En op allerlei andere bindingen, want ook medicijnresten en pesticiden moeten afgebroken worden. Maar ik vertel het verhaal nu hier alleen voor PFAS, want anders wordt het, nog meer dan nu, een scheikundeles.
Microfoam (foto van de website van Gradiant)
Bloomberg noemt twee startups die feitelijk leveren bij naam: Gradiant Corp ( https://www.gradiant.com/solutions/pfas-and-contaminants/ ) uit de buurt van Boston (USA) en Oxyle AG uit Zwitserland ( https://oxyle.com/ ). Vervolgens besteedt Bloomberg de meeste tekst aan Oxyle en dat ga ik ook doen, want volgens mij heeft Oxyle AG het betere procedé.
Oxyle AG is opgericht door mevrouw Fajer Mushtaq uit Delhi (nu CEO) en meneer Silvan Staufert uit Zwitserland. Ze kennen elkaar van de gerenommeerde ETH in Zürich, van waaruit Oxyle in 2020 is opgericht. Zij bracht kennis van nanokatalysatoren in, en hij van materialen en sensoren. Inmiddels hebben ze samen enige tientallen miljoenen voor hun bedrijf binnengehaald.
Een interview met beiden is te vinden op interview
De website vertelt veel over de eerste (zeer goede) prestaties, maar blijft tamelijk vaag over hoe het werkt.
Hierna twee gevalsbeschrijvingen die inmiddels van de website verdwenen zijn
Bovenstaande bovenste afbeelding komt van een klant waar de bodem verontreinigd was met blusschuim van brandweeroefeningen. Het bericht dateert van augustus 2024. Het inkomende grondwater zal eerst wel een klassieke voorbewerking gehad hebben (zeef, bezinking enz) en bevatte, opgeteld over zes PFAS-soorten, 752ng/liter. In de eerste trap van de installatie wordt het water gevoed met talloze hele fijne luchtbelletjes. Daardoor ontstaat schuim en omdat PFAS heel erg graag in het grensvlak lucht-water zit, komt de PFAS onevenredig verrijkt in dat schuim terecht (dat is trouwens, dit terzijde, de oorzaak van wat er laatst in de krant stond dat er in zeeschuim onevenredig veel PFAS zit). Het luchtbelletjesschuim bevat 8776ng/liter (veel meer concentratie in veel minder materie); het afgeschuimde water bevat PFAS onder de detectiegrens (samen <4ng/liter) en kan zonder verdere bewerking geloosd worden. Het schuim gaat naar de tweede trap, waar de feitelijke Katalytische Destructie plaatsvindt. Hierover verderop meer. Resultaat is een eindproduct dat (in dit geval) bestaat uit CO2 , <14ng/liter overgebleven PFAS, en water met fluorideionen dat geloosd mag worden (waarschijnlijk met wat nabewerking want het zou wel eens erg zuur kunnen zijn). De derde trap is een gekoppeld meetsysteem dat het hele proces live in de gaten houdt. Het geheel vroeg 1kWh stroom per m3 inkomend water, naar eigen zeggen ruim 15 maal minder dan bij de concurrent. Om hoeveel m3 water het ging, vermeldt het verhaal niet. En ook niet hoeveel het kostte.
Een andere klantervaring gaat over PFAS-soorten en een dozijn pesticiden. Ook daar goede prestaties.
Het systeem wordt afgeleverd in een zeecontainer. Volgens Oxyle werkt dit soort werk het beste op decentrale locaties). Er is een versie die tot 10m3 per dag aan kan, idem van 10 – 100 m3 per dag en idem > 100m3 per dag.
En toch, hoewel het aangenaam is om te schrijven over wat een succesverhaal lijkt te zijn, ik kan niet velen dat ik schrijf over iets waar ik de principes niet goed van snap. Want waar komen die radicalen vandaan, waarmee dit verhaal begint? Als je enig begrip wilt opbouwen, moet je in de literatuur gaan zoeken.
De officiele patenten van Oxyle zijn voor een niet-ingewijde niet om door te komen (ik heb het geprobeerd).
Een artikel (met allemaal Chinese auteurs) komt volgens mij erg dicht bij wat Oxyle doet. Het heet “Piezocatalytic Foam for Highly Efficient Degradation of Aqueous Organics” en is te vinden op https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/smsc.202000011 .
Essentieel is dat er piezoelektrische deeltjes aanwezig zijn. Dat zijn deeltjes die aan weerszijden in het deeltje een elektrische lading opbouwen als ze vervormen. Dat geeft een elektrisch veld dat heel sterk kan zijn, en dat zorgt voor het ‘lompe geweld’ op de zeer korte afstand. Het sterke elektrische veld trekt tegengesteld geladen deeltjes naar zich toe, Die treden in wisselwerking met passerende ionen of molekulen. Het in water gangbare OH–ion wordt het radicaal *OH (dat zo gauw mogelijk zijn elektron terug wil en dus krachtig oxiderend werkt) en het gangbare molecuul O2 (zuurstof) wordt O2– (superoxide). Dat wil zo snel mogelijk zijn elektron weer kwijt en werkt dus reducerend. Beide werkingen zijn heftig en kunnen een chemische binding verbreken.
Er moet iets zijn wat dat piezodeeltje vervormt. In de afbeelding is dat ultrageluid, maar het kan bijvoorbeeld ook de spontane turbulentie van het water zijn. En soms werkt het met magneetvelden. Soms ook werkt belichting aanmoedigend. Niet voor niets markt Oxyle op dat elk afvalwater weer anders is, en dat je maatwerk moet kunnen leveren. Met verschillende bronnen heb je knoppen om aan te draaien.
In alle gevallen werkt het effect alleen op de korte afstand en dus moeten de piezodeeltjes zo dicht mogelijk op het vervuilde water zitten. Maar als ze los zweven, spoelen ze gewoon weg bij het leeg laten lopen van het opgeschoonde water. De truc is om ze vast te zetten in een teflonachtige polymeer met nanoholtes, die liefst zelf ook piezo-actief is. Vandaar de grotcomplexen van Oxyle. Het luistert nauw hoe je dat allemaal doet en dat ligt dus vast in de patenten van Oxyle.
Op 14 november 2024 heeft staatssecretaris Jansen van I&W een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de voortgang van drie PFAS-onderwerpen en eerdere bijbehorende moties. De brief hier te downloaden.
Het eerste onderwerp betreft de gezondheidsonderzoeken in de regio’s Westerschelde (o.a. de 3M-problematiek) en rond Chemours in Dordrecht. Uiteraard is dat van groot belang voor de mensen die het aangaat, maar deze site focust op Brabant en die provincie heeft inzake PFAS geen raakvlak met deze regio.
Het tweede onderwerp betreft het landelijke Actieprogramma PFAS. Dat is een samenwerkingsproject tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, VNO-NCW, MKB-Nederland en diverse kennisinstellingen zoals het RIVM. In voorbereiding op de Europese restrictie van PFAS heeft het actieprogramma als doel om samen met het bedrijfsleven in Nederland te werken aan bewustwording rond PFAS, waar mogelijk het gebruik van PFAS versneld uit te faseren en de transitie naar duurzamere en veilige alternatieven te stimuleren. Er gaat een wijziging aankomen in het VN-verdrag van Stockholm en de daaruit voortvloeiende POP-verordening (Persistent Organic Pollution), een categorie waaronder PFAS valt ( rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/REACH-autorisatie-en-restrictie en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Verdrag-van-Stockholm ) . Dat werpt zijn schaduw vooruit en daarom zijn er, zo meldt de Kamerbrief, gesprekken gevoerd met bedrijven in de papier, brandblusschuim, rubber en kunststoffen, textiel en tapijt, cosmetica, waterzuivering, medisch apparatuur, elektronica en de doe-het-zelfsector. Er lopen projecten. Het blijkt bijvoorbeeld mogelijk voor bijna alle branden met PFAS-vrije blusmiddelen te werken en dat er alternatieven zijn in de textielsector. De staatssecretaris maakt in zeer beknopte termen, die weinig inzicht geven in de resultaten, gewag van projecten die al lopen. (Voor het verbodstraject dat loopt bij blusschuim zie https://www.bjmgerard.nl/pfas-gevonden-in-recreatieplas-de-landsard/ ). Verder wordt in het actieprogramma benoemd dat er na een aanscherping van de REACH-regelgeving van de EU grote problemen worden verwacht in de afval- en recyclingsector. Dit moet nog in bespreking komen. (Update: Dit aanscherpingsvoorstel, waar de staatssecretaris naar verwijst, is ingediend door Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden en door het officiële European Chemicals Agency op 07 febr 2023 gepubliceerd. Het betreft ca 10.000 PFAS-stoffen. Het RIVM schrijft erover op https://www.rivm.nl/nieuws/details-bekend-voor-voorstel-europees-pfas-verbod . Het voorstel is nu binnen de EU in procedure en dat kan even duren.)
Het derde onderwerp is het meest concrete. Een beetje een dominoredenering. Vijftien landen rond het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan hebben het OSPAR-verdrag getekend tegen de vervuiling van de zee. Bij dat verdrag hoort een ‘List of Chemicals for Priority Action’ (LCPA) . Al eerder is besloten om PFAS als groep tot LCPA te benoemen en uit een de uitwerking hiervan dd oktober 2024 blijkt dat de PFAS-definitie van de OECD dd juli 2021 gebruikt wordt. Zie https://one.oecd.org/document/ENV/CBC/MONO(2021)25/En/pdf . Op deze wijze worden er tienduizenden molecuulsoorten tot PFAS benoemd. In theorie is de lijst zelfs bijna oneindig. De OECD-publicatie geeft vele voorbeelden, waarvan er hier enkele genoemd worden. De rode lijntjes definiëren het PFAS-karakter.
In de OECD-systematiek is bijvoorbeeld PTFE (wat wij kennen als Teflon) een PFAS-stof. Dat zit in een anti-aanbakpan en is in praktijk niet zorgwekkend zolang het daar blijft zitten en geen bijmenging heeft. PTFE zit ook in ketting’vet’ van je fiets.
Omdat het OSPAR-verdrag automatisch door vertaald wordt naar het Nederlandse Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), wordt genoemde groep PFAS-stoffen automatisch in de Nederlandse wetgeving aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Het RIVM heeft inmiddels zijn lijsten aangepast ( rvszoeksysteem.rivm.nl/ZZSlijst/TotaleLijst ). Bedrijven waar ZZS-stoffen vrijkomen hebben een rapportageplicht en moeten een rapportage- en reductieprogramma opstellen. Hoe dat in praktijk moet is een interessante, en nog niet beantwoorde vraag.
Een systematisch overzicht van PFAS in gebruiksartikelen Een artikel van Rebecca Trager in Chemistry World van 10 oktober 2024 geeft een interessant systematisch overzicht van welke categorieën artikelen PFAS bevatten, en wat daarvoor de alternatieven zijn (als die er zijn). Zie chemistryworld.com/news/the-scale-of-the-problem-of-replacing-forever-chemicals-pfas . Trager noemt een aantal van zowat 15000 PFAS-stoffen, waarbij in discussie is of Teflon zelf daar ook onder valt (in elk geval wel de stoffen die gebruikt worden bij de productie van Teflon). Trager loopt een handvol categorieën af, die ik hier kort aanstip:
Teflon katheter
Kleding Patagonia zegt 96% (gewicht) van zijn outdoor kleding PFAS-vrij te hebben, maar meldt ook dat de techniek van stof tot stof verschilt. Wat werkt bij nylon hoeft niet te werken bij polyester The North Face en Timberland willen in 2025 van de PFAS af zijn. Onduidelijk is of dat lukt en wat er voor in de plaats komt. WL Gore & Associates (Goretex) vinden de vervanging lastig en vinden eigenlijk Teflon geen zeer zorgwekkende stof
PFAS-stoffen zijn erg handig bij de febricage van elektronica, maar niet perse onmisbaar. Alleen het eindproduct Teflon eigenlijk bijna wel.
Teflon in anti-aanbakpannen is te vervangen door keramiek of staal . Soms bevat het Teflon nog resten van de precursor-stoffeb.
PFAS in voedselverpakkingen is niet nodig. Dat kan met andere middelen, waravan karton de eenvoudigste is
PFAS in cosmetica smeert beter en verbetert de waterbestendigheid, maar kan gemist worden. Bijvoorbeeld L’Oreal zegt daarmee bezig te zijn en Nieuw Zeeland verbiedt het vanaf 2027. Metingen geven uiteenlopende resultaten en die zijn niet nul.
Blusschuim zit in allerlei landen in een traject waardoor het PFAS-armer of PFAS-vrij moet worden. In Nederland, zie het eerder genoemde artikel over de Landsard.
Er zitten heel veel PFAS-stoffen in allerlei delen van auto’s, van smeermiddelen tot remmen tot accu’s. De branche toont zich erg somber over de vervangingsmogeljkheden. In hoeverre dit oprecht is, en in hoeverre gemakzucht, valt op basis van het artikel niet af te wegen. Zouden de enorme PFA-concentraties in de Landsard van de karting-autootjes en de speedboten komen?
PFAS-stoffen worden erg veel gebruikt in de gezondheidszorg en zijn daar moeilijk misbaar, bijvoorbeeld voor voorwerpen die in het lichaam ingebracht worden, of om oppervlakken beter steriel te kunnen houden.
De uitfasering van alle PFAS-stoffen is nog geen gelopen race. Het lijkt mij dat het in elk geval een soort combistrategie moet zijn:
Activiteiten verbieden als die niet zonder PFAS kunnen
Afbouwschema’s ontwerpen
Goede alternatieve materialen vinden
Betere productieprocessen vinden voor PFAS-stoffen die vooralsnog onvervangbaar zijn
Een soort statiegeldsysteem op teflon objecten
Een beter vernietigingssysteem ontwerpen ( update: er wordt uiteraard wetenschappelijk onderzoek gedaan en dat leidt, zij het tot nu toe vooral op laboratoriumschaal, tot nieuwe mogelijkheden. Zie bijvoorbeeld https://doi.org/10.1038/d41586-024-03753-z ).
Intro Het gevaar van PFAS-stoffen is inmiddels algemeen bekend. Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe de geest weer in de fles te krijgen, voor zover dat mogelijk is. De onderzoekstechniek zet daarbij, voortbouwend op wat er al is, stappen vooruit.
Het is een case study door Engelse geleerden van het stroomgebied (2030km2 ) van de Mersey en de toeleverende zijrivieren, en het bijbehorende getijdebekken. De Mersey stroomt door Manchester en Liverpool naar de Ierse Zee en bereikt bij Westy het punt waar het getij merkbaar begint te worden. Daarom wordt Westy technisch als de monding aangemerkt.
De Mersey dicht bij zee
Het is een dichtbevolkt gebied, met alle voorzieningen van dien, en met veel oude en nieuwe industrie en havenactiviteiten. Per km2 stroomgebied blijkt het een van de vuilste PFAS-gebieden ter wereld (vele malen vuiler dan bijvoorbeeld de Donau). Hoewel de Mersey-regio duidelijk buiten de Brabantse focus van deze website valt, heeft bespreking zin omdat men de onderliggende redeneerwijze zeer wel kan overplanten op bijvoorbeeld de Westerschelde, of mogelijk zelfs enkele kleinere Brabantse rivieren als bijvoorbeeld de Dommel.
Uiteraard zijn dan de onderliggende specifieke kenmerken anders. Vandaar dat ik hier de resultaten slechts op hoofdlijnen bespreek, en daarbij vooral kijk naar wat de auteurs zelf beweren dat nieuw is.
Observed and estimated (using LOADEST) PFOS and PFOA daily loads for the River Mersey at Westy (August 2022 to July 2023).The mean PFOS daily load was 22.45 g/day (95% CI of 4.08). The mean PFOA daily load was 32.48 g/day (95% CI of 9.89). De 95% CI-mededeling geeft de onzekerheidsmarge aan. LOADEST is een computermodel. De periode loopt van augustus 2022 t/m juli 2023.
Wat er onderzocht is en wat al bekend was Van de ruim 4700 PFAS-stoffen zijn er 17 geselecteerd. Daarvan kon men er bij Westy 11 detecteren, waarvan er acht significante resultaten gaven (een dergelijk aantal PFAS-stoffen is nog maar één keer eerder gemeten in Engeland). Daarvoor mat men er meestal twee, PFOA en PFOS, de bekendste. Van deze twee stoffen wist men al uit eerder onderzoek (2015 – 2021) wat de 44 Waste water Treatment Works in het gebied (hierna gemakshalve op zijn Nederlands afgekort tot RWZI, RioolWaterZuiveringsInstallatie) per jaar loosden.
Er zijn alleen PFAS-stoffen gemeten die opgelost zijn in water. Niet-oplosbare stoffen of op oplosbare stoffen die zich aan slib hechten, vallen buiten de analyse.
Nieuw is dat de publicatie de lozingsmassa’s van deze twee stoffen per dag geeft. Dat kan helpen om maatregelen aan de bron te nemen.
Verder worden niet alleen de emissies van de RWZI’s ingebracht, maar maar wordt ook gemeten annex berekend wat er aan PFAS-stoffen bij Westy door de rivier gaat. Omdat van de RWZI-emissies alleen PFOA en PFOS gemeten zijn, is een vergelijking slechts mogelijk met deze twee stoffen.
De gezamenlijke RWZI’s lozen jaarlijks ruim 20 kg PFOA, terwijl daarvan bij Westy slechts slechts ruim 14kg/y teruggevonden wordt (in opgeloste vorm). Blijkbaar hecht zich onderweg van de RWZI’s naar zee minstens een derde van het PFOA aan slib op de rivierbodem. De gezamenlijke RWZI’s lozen jaarlijks ruim 5kg PFOS, terwijl er bij Westy bijna 10kg/y passeert. Blijkbaar zijn de RWZI’s samen goed voor hooguit de helft van de PFOS-emissies, en nemen andere, nog onbekende, bronnen minstens de helft van de emissie voor hun rekening. Het gedragsverschil tussen beide stoffen ontstaat in deze context doordat toevalligerwijs de PFOA-lozende RWZI’s hoger stroomopwaarts liggen als de PFOS-lozende RWZI’s. De moraal is dat het saneren van RWZI’s (zelfs als dat volledig zou lukken) niet voldoende is om de waterkwaliteit volledig te verbeteren. Daarnaast zijn speurwerk en andere maatregelen richting die onbekende bronnen nodig, (zoals industriële lozingen, lekkende vuilstorten, besmet grondwater, vliegvelden, militaire bases, en de landbouw).
Het onderzoek schat dat de acht PFAS-stoffen die significant meetbaar bleken, samen goed zijn voor ca 68kg PFAS die jaarlijks in vloeibare vorm Westy passeren, en daarna dus in zee of in het getijdebekken belanden, al dan niet gehecht aan slib. Een commentator in de samenvatting van Chemistry World merkt op, dat de 17 geselecteerde PFAS=stoffen samen goed zijn voor nog geen 5% van alle PFAS-stoffen. Et probleem is dus veel groter en vraagt om een nog veel krachtiger aanpak.
Het commentaar in Chemistry World vermeldt verder dat de Royal Society of Chemistry de regering opgeroepen heeft (oktober 2023) om de Engelse norm voor PFAS in drinkwater terug te brengen van 100 naar 10ng/liter. In de Mersey zit PFOA daar gemiddeld iets boven, en bij pieken iets meer. Als de drinkwaterbedrijven hun water uit de Mersey halen, mogen die dat oplossen.
Mersey bij Runcorn Gap (halverwege Westy en de zee)
Vooraf Toevallig kwamen er, onafhankelijk van elkaar, recentelijk ongeveer twee onderzoeken uit, die beide de slechte toestand van het oppervlaktewater aantonen.
De andere studie staat in de jaarverslagen 2022 van de drinkwaterbedrijven RIWA-Rijn en RIWA-Maas. Vanwege de Brabantse focus van deze site kijk ik nu naar RIWA-Maas. Het jaarverslag 2022 is te vinden op https://www.drinkwaterplatform.nl/maas-wordt-te-kwetsbaar-als-bron-drinkwater/ . Dit jaarverslag kwam uit op 11 sept 2023.
De twee studies zijn tot op zekere hoogte complementair.
De CML-studie De CML-studie focust zich op bestrijdingsmiddelen in natuur- en recreatiegebieden. CML heeft niet zelf gemeten, maar gebruikt metingen van anderen. Die worden door het CML verwerkt in de Bestrijdingsmiddelenatlas ( https://www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl/atlas/1/1 ) en dus tevens gebruikt voor deze studie. Specifiek wordt gekeken naar 37 bestrijdingsmiddelen, die alle op de EU-lijst Candidates for Substitution staan (CfS). CfS betekent dat de EU er van af wil, maar dat er nog geen alternatief is. Binnen die 37 stoffen heeft het Pesticide Action Network (PAN) in 2022 een screening uitgevoerd op de allergevaarlijkste 12, de Toxic12. Aan de 37 stoffen is ook nog glyfosaat toegevoegd (de actieve stof in RoundUp). De zo ontstane lijst met 38 stoffen heet in de studie de Potentieel Hoger Risico-stoffen. Hierboven is als voorbeeld het eerste stuk van de lijst van 38 stoffen afgebeeld. Drie van de 38 stoffen zijn zo giftig, dat de toegestane concentraties onder de detectiegrens liggen. Twee van de drie staan hierboven afgebeeld met de aanduiding ‘groepsstof”. Ze heten ook wel ‘niet toetsbaar)
CML heeft een PBL-kaart met grondgebruik gecombineerd met de meetlocaties van de Atlas en komr zo tot 153 locaties, die in of vlakbij een natuur- of recreatiegebied liggen.
Dit leidt uiteindelijk tot resultaten voor de periode 2014 t/m 2021. Deze kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden. Hierboven is gepresenteerd de JaarGemiddelde MilieuKwaliteitsNorm (JG-MKN). De MKN is de officiele norm vanwege de Kader Richtlijn Water, de MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico) is daravan de voorganger. Maar omdat de overgang van de oude op de nieuwe eenheid nog niet voltooid is, worden beide eenheden genoemd. De drie lijnen vormen het resultaat, de wazige gebieden er omheen de onzekerheid in het resultaat. Lees dit dus als (bivoorbeeld) de JG-MKN werd door de T12-stoffen in 2021 in ca 3% van de gevallen jaargemiddeld overschreden, met een spreiding daarin van zowat 0 tot 7%.
Het percentage T12-stoffen dat niet jaargemiddeld te hoog lag maar wel incidenteel, ligt veel hoger.
De geeft ook een maat, de msPAF, voor de ecologische schade aan waterorganismen. Daar hoort ook een top-10 bij en daar staat vanuit Brabant de Afgedamde Maas op de tweede plaats. Waterleidingbedrijf Dunea heeft daar in het verleden enkele malen de drinkwaterinname moeten stoppen vanwege illegale lozingen vanuit de landbouw (zie Drinkwaterinname uit Afgedamde Maas na bijna drie maand weer open 0
Natuur & Milieu concludeert dat het rijksbeleid niet goed genoeg werkt en dat de gifconcentraties te hoog blijven en niet dalen. Natuur & Milieu pleit voor de volgende maatregelen:
Een toxiciteitsbelasting op de giftigste middelen (zoals in Denemarken)
Het uitfaseren van de T12-stoffen en glyfosaat
De agrarische sector steunen om milieu-impact in kaart te brengen (met de Milieu Indicator Gewasbescherming)
Niet-toetsbare stoffen verbieden
Een verbod van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden
Het jaarverslag van RIWA-Maas De bottom line van dit complexe rapport is dat zowel kwantiteit als kwaliteit van de Maas achteruit gaan. Dat hangt samen: het klimaat zorgt voor steeds langere droogteperiodes en de Maas is daar erg gevoelig voor. En dezelfde hoeveelheid afval in minder water leidt tot hogere concentraties.
Het probleem wordt steeds acuter. Dat leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden, zoals de SchoneMaaswaterketen (de drinkwaterbedrijven, de waterschappen langs de Maas, Rijkswaterstaat, het Ministerie van I&Wm en RIWA-Maaas. Het consortium is in 2022 begonnen met een nieuw meetsysteem, dat vanaf 2023 resultaten moet geven (31 meetpunten, 38 stoffen). Dat is nodig, want een banaal probleem is dat vaak niet duidelijk is wie wat waar in de Maas of de toeleverende wateren loost. “Vergunningen zijn lang een ondergeschoven kindje geweest in Nederland” zegt een van de medewerkers aan het Jaarverslag. Ze zijn verouderd, incompleet en een totaaloverzicht ontbreekt. “Rijkswaterstaat is begonnen zijn vergunningen te actualiseren. Het is van het grootste belang, zegt RIWA-Maas, dat de waterschappen en de Omgevingsdiensten (voor lozingen via het riool) dat ook doen. Resultaat is de opbouw van een Atlas voor een Schone Maas. RIWA is er een groot voorstander van dat het bevoegde gezag afvalwaterstromen van bedrijven analyseert op schadelijke stoffen bij de verlening van vergunningen en bij het toezichthouden op de naleving hiervan. Rijkswaterstaat doet dit al op kleine schaal. Wij pleiten ervoor deze methode breder toe te passen bij de vergunningverlening en het toezicht hierop. Zo krijgen we beter grip op emissies van schadelijke stoffen.” aldus RIWA-Maas-baas Van der Ploeg in zijn inleiding. Blijkbaar is dat nog niet vanzelfsprekend.
Een bedrijf kan oprecht zich van geen kwaad bewust zijn. Een Helmonds bedrijf dat Teflonpoeder droogde was verrast dat er PFAS in zijn riolering werd aangetroffen. Wat ook kan: “een bedrijf vraagt een vergunning aan om bijvoorbeeld koelwater te lozen, maar weet niet precies welke stoffen daarin zitten omdat de leverancier van het koelwaterbehandelingsmiddel dat niet wil zeggen omdat het bedrijfsgeheim is. Als er ook andere stoffen geloosd worden dan in de vergunning staan, komt de vergunningsverlener daar niet achter.”. Het vroeg een Raad van State-uitspraak om vast te leggen dat een vergunningsaanvrager alleen stoffen mag lozen die in de vergunningaanvraag staan. “De expertise van drinkwaterbedrijven moet ingezet worden bij de afweging welke vergunningen wel en niet verleend mogen worden” aldus Van der Ploeg namens RIWA-Maas.
Men komt van alles tegen in het Maaswater.
Af en toe is het detectivewerk. Zo vond men half mei 2022 een onbekende stof in de Grensmaas met de formule C22H42O2 , bij welke formule 927 verschillende moleculen kunnen horen. Na veel chemisch gepuzzel en monsternemen op 21 locaties vond men de bron in Kelmis, in en zijtak van de Geul. Ondertussen lag de drinkwaterinname in Heel een tijd stil. Zo ook een nieuwe stof die waarschijnlijk van blauwalg afkomstig was.
Een groeiend probleem betreft medicijnresten die via het riool de Maas inspoelen, en dat worden steeds meer verschillende stoffen. Waterzuiveringen kunnen die vaak nog niet helemaal weghalen (experimenten vinden plaats).
Een andere groep probleemstoffen zijn stoffen die persistent, mobiel en toxisch zijn (PMT-stoffen). Persistent betekent dat ze niet of nauwelijks afbreken, mobiel dat ze in water oplosbaar zijn. Het RIVM heeft er (sinds 01 juli 2023) een screening voor ontwikkeld en die inmiddels op zo’n 6000 stoffen losgelaten. Sinds kort zijn PMT-stoffen als gevaarscategorie opgenomen in de Europese CLP-verordening (Classification, Labeling en Packaging). Drinkwaterbedrijven krijgen PMT-stoffen bijna niet uit het water, maar tot nu toe blijven deze stoffen in het drinkwater onder de norm.
De RIVM-screening van PMT-stoffen en daaraan verwante stoffen
Stoffen uit de PFAS-familie kunnen PM of PMT zijn, maar ook andere stoffen kunnen dat zijn. PFAS is niet het enige leed. De gangbare maatstaf voor PFAS-stoffen in rivierwater in de EU waren de streefwaarden van het European River Memorandum (ERM). Die waarde bedraagt 100 nanogram per liter. Maar nieuwe inzichten volgen elkaar snel op en de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) adviseert inmiddels 4,4 nanogram/liter. Het RIVM volgt dit advies. OP dit moment wordt die 4,4 nanogram/liter overal in de Maas overschreden. De EPA in de VS zit inmiddels al weer een stuk scherper met zijn limiet.
Nog veel werk te doen voor een schone Maas!
Update dd 13 sept 2023
Een dag na het plaatsen van bovenstaand artikel stond er op 13 sept 2023 in de NRC een artikel “Weersextremen slecht voor rivieren”. Dat is gebaseerd op een artikel in Nature Reviews Earth&Environment. Het NRC-artikel is te vinden op weersextremen zijn slecht voor de kwaliteit van het water in rivieren . Het originele artikel is te vinden onder Global river water quality under climate change and hydroclimatic extremes , maar daar alleen de abstract. De rest zit achter de betaalmuur. In het artikel worden als het ware de specifieke beweringen hierboven in een mondiale context geplaatst.
Inleiding De alomtegenwoordigheid, vanwege de onafbreekbaarheid, van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) is afdoende gecommuniceerd, evenals de vele medische effecten. Het spul komt onder andere wereldwijd met regenwater naar beneden, wat de vraag oproept of je nog regenwater kunt drinken.
Wegens overbodigheid ga ik dit hier allemaal niet opnieuw vertellen.
Niet alle fluorhoudende stoffen horen in de PFAS-familie. De fipronil van het eierenschandaal was geen PFAS en ook sommige geneesmiddelen bevatten fluor. Het heet PFAS-stof als er een koolstofketen is waarvan de meeste of alle H-atomen vervangen zijn door fluoratomen. Vaak zit er een zuurgroep op het eind. PFOA (uit Dark Waters) bevat een keten van acht C-atomen (vandaar de O van Octaan) waarvan alle H-atomen voor F-atomen vervangen zijn (vandaar de P van Per) en waar een gangbare organische zuurgroep aan het uiteinde zit (vandaar de A van Acid). Die zuurgroep is van belang, omdat die de stof oplosbaar maakt in water waardoor hij zich veel makkelijker verspreiden kan.
Er zijn veel verschillende PFAS-verbindingen (rond de 9000) omdat de stoffen vaak ook erg nuttig zijn (bijvoorbeeld teflon). Ze zijn water- en vetafstotend en kunnen tegen hitte – reden waarom ze in blusschuim zitten. Het hoofdprobleem is dat hoe resistenter de verbinding is, hoe efficienter de toepassing is. Het is zoiets als de eenheid van de tegendelen uit de dialectische filosofie. Of het dus ooit tot een algemeen verbod komt, moet blijken. Vooralsnog zie ik zelf meer heil in selectief toestaan binnen de EU. Onlangs heeft bijvoorbeeld de Nederlandse brandweer besloten om PFAS-houdend blusschuim alleen nog in specifieke situaties door de beroepsbrandweer toe te staan.
Nu kan alles kapot, maar voor PFAS-stoffen betreft dat op dit moment lomp geweld, bijvoorbeeld verbranding bij hoge temperatuur, UV-straling of plasma-oxidatie.
Een mildere vernietingingsmethode Een artikel in Science van 19 augustus 2022 beschrijft een nieuwe en beduidend mildere vernietigingsmethode die (tot nu toe) werkt bij een deel van de PFAS-stoffen. Het is een coproductie van geleerden in de VS en in de Volksrepubliek China (de wetenschap overbrugt opgefokte nationale tegenstellingen). Chemici die dit lezen kunnen terecht op https://www.science.org/doi/epdf/10.1126/science.abm8868 , anderen raad ik het niet aan.
De overall-reactie
De methode lost de PFAS-stoffen die ervoor in aanmerking komen op in een mengsel van het organische oplosmiddel DMSO en in water met natronloog (7:1), en verhit het mengsel bij normale druk vele uren achtereen op 80 tot 120°C. Hoeveel uur, hangt van factoren af zoals de temperatuur (hogere temperatuur werkt sneller). DMSO ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Dimethylsulfoxide ) is een gangbaar en niet erg vergiftig industrieel oplosmiddel. Het wordt zelfs medisch gebruikt.
De geleerden weten tot in detail langs welke tussenstappen de reactie werkt.
Als het mengsel voldoende lang gesudderd heeft, zit zowel alle fluor in hanteerbare kleine moleculen en zit bijna alle koolstof in de vorm van lichte organische zuur-ionen (bijvoorbeeld het ion van mierenzuur).
Beperkingen en praktische bruikbaarheid Het is goed ook even de rem te zetten op een eventueel enthousiasme.
De reactie werkt niet met alle PFAS-stoffen. De methode werkt tot dusver goed met moleculen die minstens vier koolstofatomen hebben en een gangbare -COOH – groep als kop ( -COOH zorgt bij veel organische stoffen voor een zuur karakter, zoals bij azijn en mierezuur). De stof PFOA uit Dark Waters valt in deze groep. Op PFOS-stoffen met een sulfonzuur als kop ( -SO3H) werkt het niet. De vergiftiging door 3M bij Antwerpen valt in deze categorie. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/PFOS-schandaal . Mogelijk nòg niet, want het onderzoek gaat vast en zeker verder.
De methode werkt slechts gedeeltelijk bij FRD 903, in de volksmond GenX. Daar weet de methode vooralsnog maar 41% van de fluor terug te winnen.
De methode werkt tot nu toe in het laboratorium, dus in ideale omstandigheden. Hoe men op deze wijze honderd kuub met PFAS vervuilde grond, waarin naast zand en klein nog allerlei andere verbindingen zitten, wil reinigen, dat zie ik nog niet meteen. Misschien dat daar het oude lompe werk, minstens nog een tijd, de aangewezen weg blijft.
Drinkwaterbedrijven kunnen PFAS-stoffen uit het drinkwater halen met gangbare middelen als ionenwisselaars en actieve kool. Vroeg of laat zullen ze dat zelfs wel moeten. De PFAS is dan wel gescheiden van het drinkwater, maar niet vernietigd. Als je maar lang genoeg bezig bent, staat er een teiltje met opgeloste PFAS-stoffen in de kelders van het drinkwaterbedrijf. Dat teiltje zou waarschijnlijk, minstens voor een deel, met de nieuwe methode weggewerkt kunnen worden.