Rechtbank Limburg verbiedt lelieteelt in Sevenum

De Rechtbank Limburg in Roermond heeft owonenden van een beoogd lelieveld in Sevenum in een kort geding gelijk gegeven. De rechter passeerde hierbij (net als een eerdere rechter) het advies van de officiele toelatingscommissie CTGB, omdat hij van mening is dat het CTG B-advies op onvoldoende grondslag berust. In het studiepakket van de gewasbeschermingsmiddelen zitten geen studies naar neurologische schade (zoals Parkinson) en naar ontwikkelingsstoornissen bij kinderen.
De Rechtbank heeft een persbericht uitgegeven, dat hieronder integraal staat afgedrukt. Op het einde van het artikel staat de link naar de volledige uitspraak.

Zie voor eerdere artikelen ook SP stelt vragen over de Lelieteelt in Noord-Brabant (inmiddels beantwoord) en Rechter verbiedt gifspuiten op lelies .


Verbod teler om gewasbeschermings-middelen lelieteelt te gebruiken

Roermond, 08 mei 2024

In Sevenum wil een teler lelies gaan telen naast een woonwijk. Omdat voor de lelieteelt vaak en veel gewasbeschermingsmiddelen worden gespoten, zijn de omwonenden bang voor gezondheidsschade voor henzelf en hun kinderen. De omwonenden hebben daarom in kort geding, dat op 18 april 2024 plaatsvond, een verbod op het gebruik van de middelen verzocht. Vandaag heeft de rechter het verbod toegewezen vanwege de reële kans op gezondheidsschade van de omwonenden en hun kinderen.

De teler is van mening dat de middelen veilig zijn omdat ze zijn getest en goedgekeurd voor de Nederlandse markt door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien wil hij de akker maar eens in de 10 jaar gedurende 5 tot 6 maanden voor de lelieteelt gebruiken. Om de omwonenden tegemoet te komen, heeft hij aangeboden een bufferzone van 50 meter te hanteren en ‘groene’ middelen spuiten. Ook wil hij een spuitmachine met driftreductie gebruiken waardoor de wind de gewasbeschermingsmiddelen niet naar de omwonenden toe waait.

Testen biedt geen zekerheid

Dat de middelen zijn getest en goedgekeurd, betekent niet dat de middelen veilig zijn. Bij het testen van de middelen wordt namelijk niet getest op neurologische gevolgen die pas op de lange termijn optreden, zoals de ziekte van Parkinson. Ook wordt bij de testen geen onderzoek gedaan naar ontwikkelingsstoornissen van kinderen.

Gezondheidsschade

Duidelijk is dat gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsschade kunnen opleveren. Volgens rapporten van de Gezondheidsraad en het RIVM uit 2020 en 2021 bestaat er een verband tussen het gebruik van de middelen en zogenaamde neurodegeneratieve ziektes als Parkinson bij volwassenen, maar ook prenatale ontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Dit blijkt uit internationale wetenschappelijke onderzoeken. Dit algemene verband zegt echter niet welke middelen in welke hoeveelheid gezondheidsschade opleveren. Dat moet nog verder worden onderzocht.

Voor deze zaak heeft dr. M. van den Berg, emeritus professor in de Toxicologie, de lijst met middelen bestudeerd die de teler wil gaan spuiten. Zeven van de ‘groene’ middelen die de teler wil gaan spuiten blijken volgens hem een reële kans te geven op ernstige neurologische gezondheidsschade. Niet alleen voor volwassenen, maar ook kan het de hersenontwikkeling van kinderen negatief beïnvloeden tijdens de zwangerschap van de moeder en tijdens het opgroeien. Dr. Van den Berg kon niet zeggen hoeveel je van die middelen binnen moet krijgen, wil de schade optreden.

Dichtbij akker

In de 5 tot 6 maanden dat de teler de lelies wekelijks met de middelen wil gaan bespuiten, wordt zoveel gespoten als voor sommige andere teelten in 10 jaar. Er wordt dus in korte tijd heel veel gespoten. De omwonenden, onder wie 25 kinderen, wonen dichtbij de akker. Voor sommigen, onder wie 7 kinderen, is dat maar op 10 meter afstand. Dat de teler een bufferstrook van 50 meter wil aanleggen, is niet voldoende om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen bij de omwonenden terecht komen. Uit een onderzoek van het RIVM uit 2019 is gebleken dat restanten van gewasbeschermingsmiddelen zijn aangetroffen in de buitenlucht bij woningen tot wel 250 meter afstand en zelfs in het huisstof en op de deurmat en in de urine van omwonenden. Dit terwijl er tijdens het spuiten geen meetbare ‘drift’ was doordat de wind tijdens het spuiten niet gericht was op de huizen van de bewoners. Ook de spuitmachine met driftreductie die de teler wil gaan gebruiken, is dus niet afdoende om gezondheidsschade te voorkomen. 

Verbod op gebruik middelen

De kort geding rechter vindt daarom dat er reële kans is op gezondheidsschade van de omwonenden en hun kinderen. Dat is belangrijker dan het commerciële belang van de teler. Daarom verbiedt de kort geding rechter de teler om de middelen te gebruiken.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:2330

SP-vragen in Brabantse PS over gifvonnis Westerveld beantwoord

Het Holtingerzand

In deze kolommen is eerder aandacht besteed aan het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, waarin uitgesproken werd dat de provincie Drente de effecten van de uitbreiding van de lelieteelt nabij het Natura2000-gebied Holtingerveld. De zaak was aangespannen door de afdeling Westerveld van Milieudefensie, in samenwerking met Milieudefensie landelijk. Concreet waren de bedreiging voor het Natura2000-gebied de grondwaterdaling t.b.v. de lelieteelt en het spuiten van gif. Zie Rechter: inzet bestrijdingsmiddelen zonder vergunning Wet natuurbescherming voortaan taboe .

Gladiolenteelt ten Westen van Grave (mogelijk na het, vanwege Corona, niet doorgaan van de Vierdaagse)

Kort nadien heeft de SP in Provinciale Staten vragen gesteld over het vonnis. Samengevat gaan die erover in hoeverre het op een hoog abstractieniveau gestelde vonnis ook een uitwerking had op de provincie Noord-Brabant en zo ja, hoever die invloed strekte.

De vragen (dd 09 juli 2021) zijn hieronder afgedrukt.

Vragen van de SP

  1. Is het College van GS op de hoogte van de hier beschreven uitspraak?
  2. Ligt de strenge opvatting van het ‘project-begrip’, zoals de rechtbank Noord-Nederland die hanteert, ten grondslag aan de huidige Brabantse verlening van Natuurvergunningen? Zo niet, hoe gaat uw College daar dan in de toekomst mee om?
  3. Is het College van GS het met de SP eens dat het abstractieniveau in de uitspraak zodanig is, dat feitelijk voor elk gif- of grondwatereffect van elk soort teelt op nabijgelegen Natura2000-gebieden een natuurvergunning nodig is, behalve als deze teelt plaatsvindt in een volledige steady state-context die al voor december 2004 bestond?
  4. Geldt de uitspraak, naar de mening van uw College, bijvoorbeeld ook voor het toenemend uitrijden van mest nabij Natura2000-gebieden? Kunt u uw antwoord toelichten?
  5. Mogelijk zijn er na 2004 situaties ontstaan, waarbij uw College, met de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in de hand, achteraf oordeelt dat er een Natuurvergunning aangevraagd en verleend had moeten worden, terwijl dat niet gebeurd is.
    Heeft u er zicht op in welke mate dit het geval is, en overweegt u stappen met terugwerkende kracht?
  6. Ligt de opvatting van de Rechtbank Noord-Nederland dat de effecten van een project altijd in cumulatieve samenhang met andere plannen en projecten beoordeeld moeten worden, ten grondslag aan de huidige Brabantse verlening van Natuurvergunningen? Zo niet, hoe gaat uw College daar dan in de toekomst mee om?
  7. In hoeverre deelde u de (door de Rechtbank onderuitgehaalde) opvatting van de provincie Drente dat het enkele feit, dat er een CTGB-toelating bestaat, voldoende reden is om bestrijdingsmiddelen als irrelevant te zien voor het verlenen van een Natuurvergunning?
    Zo dit het geval is, handhaaft u dan deze mening?
    Als uw College bestrijdingsmiddelen wel relevant vindt voor een natuurvergunning, welke afstand hanteert uw College dan als berekeningsgrondslag?

Op 28 september 2021 (dus na bijna drie maand) zijn de vragen beantwoord. Mogelijk is er over nagedacht. De tekst is hier te vinden –>

.


De provincie is het met de SP eens dat de letter van de wet ook in Brabant opgaat. Uiteraard. Specifiek betreft dat de inzet van het projectbegrip, de beoordeling van een project in cumulatieve samenhang met andere plannen en projecten, en de relevantie van bestrijdingsmiddelen voor een natuurvergunning (en daarnaast ook die van geluid en grondwateronttrekking). De provincie Noord-Brabant werkt niet met een vaste afstand van 250m,

De provincie maakt een andere inschatting dan de SP waar het gaat om de algemene strekking. De provincie brengt het Noord-Nederlandse vonnis als een specifiek geval waaraan “voorshands geen vergaande conclusies voor andere teelten en/of houderijen worden getrokken”. Verder meldt het antwoord dat de provincie Drente in hoger beroep gegaan is bij de Raad van State.

Men zou dit antwoord kunnen opvatten als een aanzet tot een Noord-Brabantse verdedigingslinie. Persoonlijk denk ik dat deze poging zal falen omdat  het Drentse vonnis wel degelijk in zeer algemene bewoordingen gegoten is en daardoor het individuele geval overstijgt.
Maar ik heb geen jurist en we zullen zien wat de Raad van State ervan zegt.