Voorbeelden van de SDE+ regeling voor duurzame energie (update 2016)

Ik had op maandag 31 augustus 2015 een verhaal voorbereid voor de fractievergadering van de SP-fractie in PS, waarvan ik onbezoldigd medewerker ben.
Eigenlijk ging het verhaal over mestverwerking. Mijn mening daarover is dat mestverwerking (behalve voor kippen) geen gevolgen heeft voor het aantal dieren wat maximaal gehouden kan worden, en dat specifiek mestvergisting een onmisbare  bron van duurzame energie kan zijn als je in Brabant de doelstellingen van het Energieakkoord wil halen. Ik heb mijn opvattingen daarover in deze kolommen neergelegd in de bespreking van het Tweede Kamerstuk ‘Nut en risico’s van covergisting‘.

De discussie waaierde al gauw uit naar het veronderstelde gebrek aan rentabiliteit van mestvergisting. Daar strijden verouderde opvattingen soms met geloofsartikelen, en dat niet alleen bij mijn SP-fractie. Maar ik had niet de vraag voorgelegd gekregen om een en ander financieel te
onderbouwen.
Dat vond ik eigenlijk wel jammer en ik heb het verzuim vandaag (dinsdag 1 september 2015) goedgemaakt. Dat is niet heel moeilijk, want we hebben de SDE+ regeling en daartoe zijn heel veel dingen goed uitgezocht. IK heb zitten grasduinen in de cijfers van 2015 en kom tot het volgende verhaal.

Ik heb drie basale opvattingen over het onderwerp energie, nl:
1)  de nood is zo hoog is dat je basisreflex moet zijn om te kijken of iets wel kan, en niet of iets niet kan
2)  niet op losse gronden energetische mogelijkheden tot taboe te ver-
klaren

3)  de feiten te laten spreken.

Ik heb daarom uitgezocht hoe het feitelijk zit met het financiele aspect van enkele vormen van duurzame energie. Dat is niet heel moeilijk, want de SDE+ subsidieregeling geeft uitgebreide informatie. Ik stel aan geïnteresseerden op aanvraag gaarne nadere informatie beschikbaar.

De systematiek van de SDE+ werkt als volgt:
1)  het is een exploitatiesubsidie, geen investeringssubsidie. De regeling past per geproduceerde kWh geld bij
2)  de regeling gaat van een soort fictieve grijze stroom-prijs uit, die momenteel (afhankelijk van de categorie) ergens op de 2 tot 4 cent/kWh gesteld wordt. Aangenomen wordt dat de duurzame exploitant dit bedrag voor zijn stroom, gas of warmte vangt.
De werkelijke groothandelsprijs voor elektriciteit in Noord-Europa was in 2014 feitelijk 4,4 tot 4,9 cent/kWh. Deze gemiddelde prijs wordt onder andere mogelijk gemaakt door kolen en atoom en omdat sommige indirecte maatschappelijke kosten niet worden meegeteld.  Elke andere energiebron is op deze basis jaargemiddeld onrendabel.
3)  er wordt door ECN en DNV GL jaarlijks een basisprijs vastgesteld, die gelijk is aan de kostprijs per kWh waarvoor een bepaalde duurzame techniek door een grote meerderheid van de exploitanten geleverd kan worden.
4)  het verschil wordt uitgekeerd als subsidie op basis van feitelijk gerealiseerde kWh
5)  De subsidie heeft een eindige looptijd
6)  De mogelijkheid om subsidie aan te vragen wordt stapsgewijze ge-
opend met oplopende
drempelbedragen. Op 31 maart 2014 kon bijvoorbeeld iedereen een aanvraag voor een WKK-covergister indienen die dacht voor 7 cent/kWh duurzame stroom en warmte te kunnen maken. Op 20 april 2014 idem voor 8 cent/kWh, enz.
Hiermee is een zekere zakelijkheid in de systematiek ingebouwd.
7)  Het totaal te vergeven bedrag is 3,5 miljard.
Update dd febr 2016: vanaf 1 jan 2016 is het bedrag 8,0 miljard, verdeeld over een tranche in het voorjaar en in het najaar.

Nu wat voorbeelden:

Een WKK-covergister (WKK = WarmteKrachtKoppeling: zowel de stroom als de warmte worden gebruikt)
Looptijd van de subsidie 12 jaar, geschat aantal vollasturen 5732 (=65% van de capaciteit)
Geschatte kostprijs (basisprijs) = 11,3 cent/kWh
Grijze prijs = 3,4 cent/kWh
SDE+ subsidie = 11,3 – 3,4 = 7,9 cent/kWh

Windenergie in Westbrabant, gemiddelde windsnelheid 7 – 7,5 m/sec
Looptijd van de subsidie 15 jaar, geschat aantal vollasturen onduidelijk (ergens rond de 2000)

Geschatte kostprijs (basisprijs) = 8,6 cent/kWh
Grijze prijs = 3,9 cent/kWh
SDE+ subsidie = 8,6 – 3,9 = 4,7 cent/kWh

Windenergie in Westbrabant, gemiddelde windsnelheid 6,5 – 7 m/sec
Looptijd van de subsidie 15 jaar, geschat aantal vollasturen onduidelijk (ergens rond de 2000)

Geschatte kostprijs (basisprijs) = 9,8 cent/kWh
Grijze prijs = 3,9 cent/kWh
SDE+ subsidie = 9,8 – 3,9 = 5,8 cent/kWh

Zonnepanelen (PV) > 15 kWpiek
Looptijd van de subsidie 15 jaar, geschat aantal vollasturen 1000

Geschatte kostprijs (basisprijs) = 14,1 cent/kWh
Grijze prijs = 4,5 cent/kWh
SDE+ subsidie = 14,1 – 4,5 = 9,6 cent/kWh

Zonneboiler > 100 m2
Looptijd van de subsidie 15 jaar, geschat aantal vollasturen 700

Geschatte kostprijs (basisprijs) = 13,7 cent/kWh
Grijze prijs = 5,5 cent/kWh
SDE+ subsidie = 13,7 – 5,5 = 8,2 cent/kWh

Diepe geothermie tbv warmte (diep is meer dan 3500 m onder het maaiveld)
Looptijd van de subsidie 15 jaar, geschat aantal vollasturen 7000
Geschatte kostprijs (basisprijs) = 5,5 cent/kWh
Grijze prijs = 1,9 cent/kWh
SDE+ subsidie = 5,5 – 1,9 = 3,6 cent/kWh

Ik ben er een groot voorstander van om discussies over duurzame
energie op kwantitatieve basis te voeren. Het onderwerp is belangrijk genoeg om het niveau van de goede bedoeling en het warme gevoel te overstijgen.

Als je naar de prijs in 2015 kijkt, is  mestvergisting bijvoorbeeld goedkoper dan zonne-energie (wat waarschijnlijk niet lang zo blijft).
Zo bekeken is op dit moment is geen enkele energievorm buiten kolen en misschien atoom rendabel, omdat de prijs van grijze stroom zo idioot laag is. Zelfs de meeste gasgestookte centrales staan momenteel stil.
Dat komt mede, maar niet alleen, omdat kolen, atoom en (in mindere mate) gascentrales hun externe kosten niet in de prijs hoeven te ver-
werken. Als dat wel moest, zag het plaatje er heel anders uit.

En qua leveringsvorm: mestvergisting kan energie opleveren in de vorm van materie (zoals methaan). Voor sommige toepassingen is dat onmisbaar, zoals voor vliegtuigen, voor de chemische industrie, en voor heel veel Nederlandse huishoudens die niet in de komende vijf jaar gasloos worden.

En toen ik toch bezig was, heb ik meteen maar twee plaatje van het effect van schaal- en leercurves opgezocht om te laten zien dat kostprijzen van duurzame energie door de jaren heen dalen.

De daling van de kostprijs van windenergie door de jaren heen (NWEA). De NWEA is iets te propagandistisch over de blauwe lijn (de prijs van grijze stroom). Die blijft al een paar jaar steken rond de 4 a 5 cent/kWh.
De daling van de kostprijs van windenergie door de jaren heen (NWEA). De NWEA is iets te propagandistisch over de blauwe lijn (de prijs van grijze stroom). Die blijft al een paar jaar steken rond de 4 a 5 cent/kWh.

De ontwikkeling van de kWh-prijs van zonnestroom door de jaren heen. De gele lijn is inmiddels al weer verder gedaald.

De ontwikkeling van de kWh-prijs van zonnestroom door de jaren heen. De gele lijn is inmiddels al weer verder gedaald.
Hieronder een prognose tot 2025. Reken voor Nederland ongeveer 900 kWh/kWpiek, dus iets boven de blauwe lijn.

Prognose kostprijs kWh uit PV-panelen. Bron http://www.itrpv.net/.cm4all/iproc.php/Reports%20downloads/ITRPV_Roadmap_2015_Rev1_July_150722.pdf?cdp=a
Prognose kostprijs kWh uit PV-panelen. Bron http://www.itrpv.net/.cm4all/iproc.php/Reports%20downloads/ITRPV_Roadmap_2015_Rev1_July_150722.pdf?cdp=a

Voor vergisters bestaat nog geen serieproductie, en dus nog geen schaal- en leercurves.
Diepe geothermie bestaat in Brabant nog überhaupt niet.

 

2 thoughts on “Voorbeelden van de SDE+ regeling voor duurzame energie (update 2016)”

  1. Dag Bernard,
    Hoe kom je aan het bedrag van de (geschatte) kostprijs voor energie bij de verschillende opwekkingsvormen?

    1. Goede vraag.

      Deze bedragen worden berekend in een jaarlijks document van ECN en DNV GL. Dat is te lang voor deze kolommen. Het document is op Internet te vinden en anders per email bij mij op te vragen.

      Ik geef eerst de algemene uitgangspunten.
      In elke SDE-categorie wordt een referentie-installatie geconstrueerd zodanig dat de grote meerderheid van de gegadigden daaraan kan voldoen. Ik geef als voorbeeld de specifieke uitgangspunten van zonne-energie (PV>15kW piek, dus een meer bedrijfsmatige omvang).
      Algemene uitgangspunten:
      – bedragen zijn exclusief BTW
      – de rente op leningen is 5.5% zonder en 4,5% met groenfinanciering
      – 30% eigen vermogen, waarop 12% rendement behaald wordt
      – de duur van de lening en de afschrijvingstermijn = de subsidieduur (12 of 15 jaar)
      – bij een lange levensduur wordt een restwaardevoorziening opgebouwd (geothermie, waterkracht)
      – als een installatie geïmporteerde elektriciteit nodig heeft (bijv. een groengasinstallatie), kost dat
      onder de 50MWh/y 16cent/kWh en daarboven 10 cent/kWh.

      De referentie-installatie voor zonne-PV
      – ligt op het dak en is 100kWpiek
      – de subsidieduur is 15 jaar
      – onder gunstige condities
      – en eenvoudig aansluitbaar op het elektriciteitsnet
      – de panelen kosten €0,53 per Watt-piek en de hele installatie €1,03 per Watt-piek bij bouw in 2016

      Men kan commentaar hebben op deze uitgangspunten. De gemiddelde levensduur van zonnepanelen is langer dan 15 jaar. Neem je een eenvoudige lineaire afschrijving bij 4,5%, dan ben je voor een 100kWpiek installatie grofweg €9300/jaar kwijt, 15 jaar lang, of grofweg €7500/jaar, 20 jaar lang. Bij 20 jaar ipv 15 jaar zijn je jaarlijks on kosten ongeveer 20% lager.

      Het nadeel van de langere termijn is dat de technische ontwikkeling van PV-panelen snel gaat en tot beduidend hogere rendementen gaat leiden. Een klassiek probleem als je investeert in systemen die nog steeds technisch vooruit gaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.