Milieudefensie op de Groenmoesmarkt en wandelende eiken

Groenmoesmarkt StOedenrode 19 mrt 2017 (foto Leonhard)

Leonhard en ik hebben op 19 maart 2017 voor Milieudefensie Eindhoven op de Groenmoesmarkt gestaan in Sint Oedenrode. We hebben er vooral materiaal verspreid over de Eerlijke Melk-actie van Milieudefensie (zie Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken en Winkelwagentjesprocessie voor eerlijke Melk en Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk!  ) en over Milieudefensiestandpunten over landbouw en voedsel in ruimere zin (bijv. tegen de soja-import waarvoor het tropisch regenwoud wordt gekapt).. Dat paste prima bij de aanwezige doelgroep.

Groenmoesmarkt 19 mrt 2017, het materiaal.

Overigens hadden zich meer leden van Milieudefensie opgegeven, maar wij stonden in de eerste ploeg en toen was alle materiaal al op. Typisch geval van onderschatting.
Het was namelijk razend druk en dat komt omdat de Groenmoesmarkt zo’n leuk evenement is. Het is een soort vakbeurs voor volkstuinders en hun toeleveranciers. Als je planten, zaden, potten, enz wilt kopen, moet je daar zijn.

Wageningen University Research stond er ook met materiaal over hun Genenbank, toegepast o.a. op verschillende koolsoorten en toegelicht met zeldzame plantenrassen.
Ik ben zelf niet zo’n tuinier en heb dus dat materiaal maar laten liggen voor iemand die er meer aan had, maar één brochure was zo leuk dat ik er een meegenomen heb, namelijk “Bomen aan den einder – onze bomen en bossen door de eeuwen heen”. Die is te downloaden op www.wur.nl/Bomen-aan-den-einder . Eén plaatje eruit voor onze huidige “identiteitsdiscussie”. Onze zeer autochtone eik is hier na de Ijstijd (ca 13000 jaar geleden) naar toe “gewandeld” vanuit Spanje (waar de Drentse eiken vandaan komen) en Italië (waar de Limburgse en Oost-Nederlandse eiken vandaan komen).
Als je maar ver genoeg terug gaat, is alles in Nederland allochtoon.

Migratieroutes van de Nederlandse eik na de ijstijd (WUR, Bomen aan den einder)

Winkelwagentjesprocessie voor eerlijke Melk

Ik heb, samen met een ander bestuurslid van Milieudefensie Eindhoven, meegelopen met de “winkelwagentjes-actie” voor eerlijke Melk.

Winkelwagendemonstratie dd 4 mrt 2017 voor Eerlijke Melk in Utrecht

De Eerlijke Melk-campagne richt zich op geen kap meer van het tropisch regenwoud voor soja, gesloten kringlopen in de veeteelt en een eerlijke prijs voor boeren. Dat kan alleen bij minder dieren. Op eerlijke-melk.nl/ staat er meer over te lezen.
De stoet bestond uit 50 wagentjes, gevuld met ca 1750 lege melkpakken.
Onderweg werden de Plus, de Jumbo en de Albert Heijn aangedaan. Die moeten zich openstellen voor vee dat gevoerd is met in de regio geproduceerd veevoer, is de eis. Nu doen ze dat nog zeer onvoldoende.
Er komen of lopen gesprekken met vijf supermarkten. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan wordt de actie voortgezet.

De winkelwagentjesprocessie (4 mrt 2017, Utrecht) bij de Jumbo. De bedrijfsleider kreeg een rapport over Eerlijke Melk.

De winkelwagentjes-processie was de derde activiteit in de actiemaand Eerlijke Melk. Daarvoor is er een ‘spoofkrant’ verspreid (zie Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk! en is er een fictieve ontbossingsactie georganiseerd zie Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken .

De kringloop-eis sluit aan bij initiatieven vanuit een andere hoek, die hetzelfde beogen, zoals de sessies van de BMF, ZLTO en Wageningen over het sluiten van kringlopen opp schaal van NW Europa ( zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3)   en op de strijd van bewoners van Brabant voor minder dieren.

50 winkelwagens, ca 1750 lege pakken melk)

Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3) – update

Inleiding
De provincie Noord-Brabant wil mineralenkringlopen sluiten binnen Noordwest-Europa en voorkomen dat de gassen ammoniak, methaan en lachgas worden uitgestoten. Dat is een onderdeel van het nieuwe mestbeleid, dat in die vorm terug gaat tot op de roemruchte Ruwenbergconferentie in februari 2013.

Ook de Vereniging Milieudefensie wil inperking van de landbouwkringlopen. In 2016 is de brochure uitgebracht ‘Naar 100% regionaal eiwit’ (zie milieudefensie.nl/publicaties/naar-100-regionaal-eiwit/ ). In deze brochure wordt onderzocht hoe de Europese veeteelt zou kunnen reageren als er geen eiwit t.b.v. veevoer meer geïmporteerd zou worden in de vorm van soja. De melk-actie van Milieudefensie richt zich tegen de wantoestanden die verbonden zijn aan de grote monocultures in Zuid-Amerika.

Aan een van de zijtafels van de (inmiddels afgeronde) Mestdialoog hebben vertegenwoordigers van de Brabantse Milieu Federatie BMF (waaronder ik) en van de  ZLTO een paar zittingen gesproken over dit onderwerp, in aanwezigheid van deskundigen van Wageningen University Research (WUR) en onder een onafhankelijk voorzitter.

Ik heb hierover een eerder artikel geschreven vlak na de eerste zitting (zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (1) en ik heb de voorlopige eindverklaring genoteerd (zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (2) .

Daarna hebben de WUR-mensen, voor wie deze sessies ook een beetje kleuren buiten de lijntjes waren,  zich ingezet om een net eindrapport van de zittingen te maken. Dat rapport is op 25 november, met een notitie van Gedeputeerde Spierings erbij, aangeboden aan de leden van Provinciale Staten. De volledige tekst is hier te vinden –> Eindrapport WLR _Sluiten van nutriëntenkringloop op het niveau van Noordwest-Europa_25nov2016 .

Overigens heeft ook het Plan Bureau voor de Leefomgeving hier in 2011 een tekst over geschreven, zie www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/passende-veestapel-nl.pdf . Het PBL meent (zonder doelgericht onderzoek) dat zonder externe wisselwerking buiten NW Europa de huidige veestapel ‘nauwelijks’ kan, WUR meent (met doelgericht onderzoek) dat het net kan, mits een heleboel.

Een samenvatting op het niveau van Noordwest Europa
Het WUR-onderzoek herhaalt de globale conclusies waarover ik in artikel 2 al geschreven heb, maar onderbouwt dit met nieuw materiaal waaraan ik ten onrechte nog geen aandacht gewijd had.

Let wel dat WUR slechts de beperkte vraag heeft proberen te antwoorden wat er gebeurt als alleen de im- en export van veegerelateerde producten te stoppen. WUR heeft aangenomen dat er verder niet wat verandert – bijvoorbeeld het globale consumptiepatroon in ons deel van de wereld. Val ze dus niet aan met allerlei normatieve opvattingen over het eten van vlees! – want dat was hun opdracht niet.

Overzicht im- en export veeteeltproducten buitengrenzen zes landen 2014 (WUR)

Hierboven de stromen in en uit de zes landen, die gedefinieerd zijn als Noord-West Europa (Benelux, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittanie – toen nog).

In het model stoppen de importen van grondstoffen voor veevoer en de im- en export van dierlijke producten. O.a. zal de export naar buiten de zes landen van zuivel, eieren en varkensvlees stoppen, en de import van rundvlees uit Ierland en Argentinie.
Het stoppen van de veevoerimporten komt er op neer dat plantaardige eiwitten schaarser worden. Het systeem zal trachten zichzelf in stand te houden en gaat op zoek naar vervangers. Als de huidige netto export van granen wordt beëindigd, komt er 13 Mton (miljoen ton) beschikbaar (31,7 – 18,4, zie afbeelding). Als dat veevoer wordt, blijft er een veevoergrondstoffen over van 10Mton.

Omdat er teveel melk zal zijn en te weinig veevoer, zal een deel van het bestaande grasland weer akker worden (voor graan, vlinderbloemigen, of koolzaad), en compenseert de veeteelt dat ten dele door uit te wijken naar nu marginale gronden.

Er zullen methodes ontwikkeld worden om gft, swill (halfvloeibare voedselresten tbv varkens) en diermeel uit pluimvee en varkens, alsmede insecten, veilig aan dieren te kunnen voeren. Vanwege het risico  van dierziektes vraagt dit wel aandacht.

Verder zal het aantrekkelijker worden om poten, neuzen en zo door de worst te draaien.

De systeemrespons op schaal van NW Europa

Per saldo komt er minder organisch materiaal, met daaraan gekoppeld nitraat en fosfaat, beschikbaar.
Voor nitraat heeft dat geen belangrijke gevolgen, want dat kan naar believen bijgemaakt worden (en is er nu ook al teveel).
Voor fosfaat zal het richting extra import van kunstmest gaan, en richting menselijke stront terug op het land.
Voor organisch materiaal maakt het nauwelijks uit, omdat de import zeer gering is t.o.v. de hoeveelheden die de gewassen jaarlijks op locatie produceren.

Het klimaateffect van het kappen van bos op marginale weilanden, en van het scheuren van oud grasland t.b.v. akkerbouw, zal fors zijn. Dat is het nu in Zuid-Amerika ook, naar alle waarschijnlijkheid verhoudingsgewijs nog groter. We importeren een deel van het probleem in ruil voor een verkleining van het probleem elders.

Gevolgen voor Brabant
Veehouders en mengvoerfabrikanten zullen zich moeten aanpassen aan nieuwe voerstromen.

Melkveehouders krijgen het zwaarder, want het voer wordt duurder en er ontstaan overschotten.
Varkenshouders krijgen het ook zwaarder en in het studiegebied als geheel zullen er minder varkens zijn, maar de verwachting is dat die krimp vooral in Bretagne en Zuid-Duitsland terecht zal komen omdat ze daar minder concurrerend werken. In brabant zou niet veel veranderen.

De studie heeft een aparte bijlage over de mestafzet. Het Brabantse mestoverschot is ca 60%.
De export van nitraat, dat sterk verdund in heel veel water zit, is nu al moeilijk want veel te duur, en blijft in het denkbeeldige straks even moeilijk.
De export van integrale mest en/of fosfaat naar Duitsland en Frankrijk blijft ‘vooralsnog’ mogelijk, maar is op de langere termijn niet te voorzien vanwege zaken als aanscherpingen van de regelgeving, het risico van dierziektes en de kosten/batenverhouding bij steeds verder transport.

Im- en export vanuit de zes landen naar de rest van de wereld op veegebied

Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken

Ik ploeterde om half zes als een ochtendzombie mijn bed uit om mee te doen met de actie van Milieudefensie voor eerlijke melk, fase 2 (voor fase 1 zie Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk! ). Het zombiebestaan duurde niet lang want het was pokkeweer.

Milieudefensie Eindhoven had affiches gemaakt (gelukkig vanwege de regen geplastificeerd) om het gevoel te geven van een fictieve bomenkap, zoals die in het echt voorkomt in grote delen van Zuid-Amerika voor de productie van soja, die hier naar toe gesleept wordt om in de maken van koeien, varkens en kippen te stoppen die er melk, eieren en vlees van maken. En heel veel stront, wat ook weer een probleem is.
De door de soja-monoculturen gecreëerde wantoestanden worden beschreven op de site op de affiche https://milieudefensie.nl/allemaallokaal/kapbezwaar .

Ik hielp mee in het Gebroeders Hornemanplantsoen, en de andere ploeg werkte in het Philips-de Jong wandelpark. Na iets van anderhalf uur (in de regen) zag het er heel anders uit.

Anti-sojaaffiches ophangen in het GebrHornemanplantsoen op 22 feb 2017
Straatbeeld van de Edenstraat toen het licht was, en ik aan het werk

 

Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk!


De anti-sojaimportactie
Ik heb op deze site al wel vaker geschreven over de anti-soja importactie van mijn Vereniging Milieudefensie.
Aan de leverende kant leidt de grootschalige teelt van soja tot problemen. Zittende boeren worden van hun grond verdreven, de bodem wordt uitgeput, er wordt op grote schaal tropisch regenwoud gekapt, de monocultures worden in grote hoeveelheden met gif bespoten.
Aan de ontvangende kant (dus bij ons) helpt diezelfde soja mee om een dolgedraaide veeteelt in stand te houden. Dit kleine en dichtbevolkte land is de tweede agrarisch exporteur ter wereld en voorziet elk jaar 50 miljoen mensen van vlees en zuivel. Het veeteeltsysteem is alle draagkrachtgrenzen van het systeem gepasseerd.

Er heeft een hele tijd een handtekeningenactie gelopen, die eind november 2016 55000 handtekeningen opgeleverd heeft (waarvan 1200 via onze Eindhovense Milieudefensie-afdeling).

De melk-actie
Als vervolg hierop heeft Milieudefensie een landelijke campagne opgezet, die zich richt op het agrarische systeem als zodanig, met melk als icoon. Hoe eerlijk is onze melk? Niet dus.

Milieudefensie heeft als eerste stap een krant gecomponeerd waarin alle aspecten van ons agrarisch systeem aan de orde komen, met nadruk op de melkveehouderij. Die krant is op maandag 6 februari 2017 in een landelijke oplage van 125000 verspreid, eerst bij een groot aantal stations en daarna in buurten en via organisaties.

In het donker voor het station (maandag 6 feb 2017, foto Ank Hermens)

In Eindhoven maakte ik deel uit van een ploeg van negen mensen, die van half zeven tot negen bij de stations Centraal en Strijp S gestaan heeft. Grofweg de helft van de Eindhovense oplage (7000) ging daar weg en het merendeel van de rest kort daarna. Er is nog een beperkte voorraad voor wie wil, maar niet lang meer.

Er komt in februari nog een tweede actie.

Op 4 maart wordt deze campagne afgesloten met een ludieke actie en een feestelijke talkshow.

Geheel ouderwets met bakfietsen (na afloop aan de koffie)

De krant
is een spoof-versie van wijlen De Pers, die als gratis krant een goede reputatie had (bij het verspreiden vragen mensen af en toe verheugd of De Pers weer terug is, maar dan moeten we helaas antwoorden dat het maar voor één keer is).

Het is een leuke krant geworden. Ik raad hem iedereen ter lezing aan. Dat kan op https://depers.org/ .


Het is een mengsel van (weinig) satirische artikelen en (veel) serieuze artikelen.

De positie van de boer wordt uitgelegd, o.a. aan de hand van de kostprijs van melk. De ‘gewone’ (niet-biologische) boer ving in de afgelopen jaren zo’n 30 cent per liter melk, terwijl zijn kostprijs (afhankelijk van het bedrijf) rond de 36 cent per liter schommelde. Volgens de Dutch Dairymen Board (die samen met Europese zusterorganisaties laat uitrekenen wat een eerlijke prijs voor melk is in de verschillende EU-landen) zou dat in Nederland 45 cent per liter moeten zijn. Dan heeft ook de boer een reëel inkomen. Nu draaien in feite veel boerderijen op het werk van de boerin.
Bij Albert Heijn betaal je als consument ergens rond de 100 cent/liter (online). Bij de LIDL in de winkel kost melk iets van 70 cent/liter.

Biologische boeren draaien beter, omdat dat een beschermde titel is. Veel ‘gewone’ boeren willen ook wel biologisch worden, maar als dat er meer zijn dan de vraag, slaat ook deze reddingsboot om. Dus lezer: meer biologische melk gaan drinken!

De impact van koeien op het klimaat

Onder de titel “De koe maakt gehakt van ons klimaat” pleit klimaat-
wetenschapper Pier Vellinga voor een halvering van onze veehouderij. Het klimaateffect van alle mondiale herkauwers (anderhalf miljard stuks) is even groot als het klimaateffect van alle auto’s ter wereld opgeteld. Telt men ook de voerproductie mee, bewerkingen en transport, dan schiet het klimaateffect omhoog tot dat van alle transport samen (auto, schip, vliegtuig opgeteld). Vellinga vindt dat iedereen 80% vegetarier moet zijn (6 dagen vlees per maand).

Interview van Vincent Bijlo met de Boze Koe die zich niet gehoord voelt

Mijn persoonlijke favoriet is het (satirische) interview van Vincent Bijlo met de Boze Koe die zich niet meer gehoord voelt. Het beest is overigens zwart-wit.
Ik ga dat verder niet verklappen.

Er staat ook een puzzel in de krant en een recept voor een veganistische rode kool-stoofschotel.

Enig voorbehoud
Ik ben het op hoofdlijnen met de Milieudefensie-analyse eens, want anders zou ik de actie niet zelf steunen.

Maar nogal eens komen dit soort opvattingen in de maatschappij voor als een soort ideologisch totaalpakket. Als je vindt dat het klimaat gespaard moet worden en dat er meer vegetarisch gegeten moet worden en meer agro-ecologisch of biologisch geboerd moet worden, zit dat vaak in een totaalpakket met kleinschaligheid, terug naar vroeger-romantiek, leven als een monnik geacht werd te doen, een anti-technologische houding en genetische modificatie die principieel verdorven is. Dit ideologische, een soort Groenlinks-achtige, totaalpakket deel ik niet.

Eigenlijk pas ik in geen enkel hokje helemaal.

De melk-krant van Milieudefensie is wat dit betreft redelijk koosjer, maar bij andere gelegenheden komen die reflexen nog wel eens naar voren.
Bij andere milieuverenigingen overigens nog vaker en intenser.

Brabant stikt in de stikstof, en dus heeft Johan van den Hout groot gelijk

De provincie werkt langs meerdere sporen om te voldoen aan de internationale akkoorden omtrent de kwaliteit van lucht, bodem, water en natuurgebieden. De bedreigingen zijn vele, maar dit verhaal gaat over een van de bedreigingen, namelijk ammoniak en meer algemeen stikstof.

Een uitleg van stikstof
Ammoniak (NH3 ) is een van de chemische vormen van het element stikstof. De veruit belangrijkste bron van ammoniak is de veeteelt, met name de intensieve veeteelt.
Ammoniak is een gas dat met de wind meewaait en uiteindelijk (bijvoorbeeld door de regen) in de bodem komt. Dat heet depositie. In de bodem wordt ammoniak door bacterien omgezet in een andere vorm van stikstof, het nitraation (NO3 ), kortheidshalve nitraat.
Er zijn veel andere bronnen van stikstof, zoals bijvoorbeeld verbrandingsprocessen (auto’s vliegtuigen, fabrieken), gewone mest en kunst-
mest, en vlinderbloemige planten.
79% van de atmosfeer bestaat uit elementaire stikstof in de N2 -vorm. Voor zover stikstof niet in de atmosferische vorm zit, zit hij meestal in de nitraatvorm.

In normale doseringen is nitraat een voor planten essentieel voedingsmiddel. Maar in Brabant zijn de doseringen al lang niet normaal meer. In grond- en oppervlaktewater wordt de norm stelselmatig overschreden, in (Europees beschermde) Natura2000 – gebieden nog veel meer.
De doses zijn veel hoger dan de natuur aan kan. Er gaan blauwalgen groeien in  water en brandnetels en gras op de heide, het wordt
moeilijker om drinkwater te zuiveren en kan bij de voedselbereiding overgaan in de nitrietvorm, die onder sommige omstandigheden schadelijk voor de gezondheid kan worden. (Zie http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/nitraat.aspx ).

Wetgeving
De provincie probeert al sinds 2009 tegen de nitraat-overdaad op te treden via het Convenant Stikstof en Natura2000 (samen met Limburg, het Rijk en de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie ZLTO). Dat convenant is uitgewerkt in de Verordening Stikstof en Natura2000 (kort-
heidshalve de Verordening Stikstof), die in oktober 2010 van kracht werd. Beide gaan over de uitstoot van ammoniak en dus over de veeteelt.

PAS-gebieden

Daarnaast is sinds 1 juli 2015 de landelijke wetgeving Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) van kracht (zie http://pas.natura2000.nl/pages/home.aspx ). Die gaat over alle stikstof uit alle bronnen samen, en bindt dat totaal aan een langzaam dalend plafond. Extra anti-stikstof maat-
regelen kunnen binnen dat plafond extra ontwikkelruimte vrijmaken, die voor de helft weer kan worden ingezet voor nieuwe, stikstoflozende, ontwikkelingen.
Zie op deze site ook PAS .

In het Convenant Stikstof is afgesproken dat de ammoniakbelasting op Natura2000-gebieden substantieel moet verminderen. In de Verordening is dat vertaald in de eis dat de stalemissies in 2028 de helft moeten zijn van die in 2020. Dit wordt gemonitord en als het doel niet bereikt lijkt te worden, worden extra maatregelen genomen.
Het belangrijkste probleem is dat de provincie alleen iets kan eisen bij nieuwe stallen. Boeren die wegduiken en muisstil hun verouderde stal laten voortbestaan, zijn niet met de Verordening  in de hand te dwingen. Het gaat daarbij om ruim een kwart van de stallen met zowat de helft van de economische omvang. Ondertussen staan daar niet minder dieren in en soms meer.
Voor het Convenant geldt deze beperking tot nieuwbouw niet.

Ondertussen doet ook de PAS een duit in het zakje. De ontwikkelruimte is al niet groot en die wordt zowat volledig opgevreten door nieuwe stallen. Dat geeft problemen als bijv. er een nieuwe binnenvaarthaven aangelegd moet worden in Budel, de A67 verbreed of biomassa bij-
gestookt. De varkens verhinderen de vooruitgang.
Brabant stikt in de stikstof.

Metingen
Het RIVM is in 2005 met het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden begonnen (MAN, zie http://man.rivm.nl/ ). Dat meet in inmiddels in 62 gebieden de feitelijke ammoniakdepositie, en dat laat zien dat er in Brabant geen enkele vooruitgang is.

 

 

Gemeten verloop ammoniakconcentraties Brabantse Wal
Gemeten verloop ammoniakconcentraties Kampina
Gemeten verloop ammoniakconcentraties Loonse en Drunense Duinen
Gemeten verloop ammoniakconcentraties Mariapeel

Tranen met tuiten en het huis te klein
Het lijkt er voor geen meter op dat de halvering in 2028 gehaald wordt en dus volgen de afgesproken maatregelen (15 november 2016). Drie:
–  De emissiereducerende maatregelen worden aangescherpt
–  Boeren moeten per stal aan de stikstofeisen gaan voldoen, in plaats van dat het hele bedrijf dat moet
–  Het jaartal 2028 uit de Verordening wordt vervroegd tot 2020.

De provincie is oneerlijk tegen de boeren” (het CDA, traditioneel de politieke arm van de ZLTO) en ZLTO-voorzitter Huijbers sprak van “eenzijdig openbreken zonder vooraankondiging” en “zet de tractoren maar vast klaar” en coalitiepartner VVD “Is de overheid nog betrouwbaar?”. Waarna nog vele commentaren, die melding maakten van onbeschrijf-
lijk leed en onvoorspelbaar overheidsgedrag.

Maar de ZLTO, inclusief voorman Huijbers, heeft al vanaf 11mei 2016 verschillende Bestuurlijke Overleggen (BO) bijgewoond en is daarbij nadrukkelijk gewaarschuwd. Huijbers was tegen de maatregel, maar wist ook niets beters. Dat bleek uit de notulen van het Bestuurlijk Overleg over deze kwestie, die het Eindhovens Dagblad met een beroep op de WOB gekregen had.
Kortom, krokodillentranen met tuiten.

De veeteelt is gewoon te groot in Brabant
Het echte probleem is dat de veeteelt gewoon al lang veel te groot voor Brabant is en als sector te kampen heeft overproductie en structureel lage prijzen. Het bouwwerk begint aan alle kanten in te storten en de ZLTO en het CDA rennen van hot naar haar om de instortende bouwval te stutten. Al jaren zaait de veeteelt hinder, ziekte en dood onder de bevolking en de natuur. Dat mocht allemaal.
Nu begint de veeteelt, vanwege de PAS, ook de rest van de economie te remmen.

Het is wat de “rotonde-beeldspraak” zegt: boeren hebben vier keuzes:

De rotonde-beeldspraak over de toekomst van de landbouw
  • Zich orienteren op de wereldmarkt
  • Zich orienteren op de EU-kwaliteitsmarkt
  • Zich orienteren op een nichemarkt
  • Stoppen

Ze kunnen niet eindeloos rondjes blijven rijden over de rotonde.
Een heleboel boeren zullen moeten stoppen. De eenvoudige bulkproductie gaat de schoenen en de sigaren en de textiel achterna. Ik vind dat daar een sociaal pakket bij hoort, zoals indertijd bij de Limburgse mijnen.

Ongetwijfeld wordt het even een sociaal drama, maar de manier waarop veel boeren nu draaien en de gevolgen die dat voor de omgeving heeft, is ook een sociaal drama.

Einduitspraak na drie zittingen over het sluiten van landbouwkringlopen in NW Europa

Indertijd is tijdens de Ruwenbergconferentie afgesproken, dat de landbouw streeft naar het sluiten van de kringlopen op schaal van Noord-
West Europa. Dat is als officieel beleid overgenomen in de provinciale politiek, zonder dat het eigenlijk duidelijk was wat dat betekende en welke aannames en gevolgen erbij hoorden.
Aan een van de parallel-sporen van de mestdialoog zijn hieraan drie zittingen gewijd. Daarbij aanwezig ZLTO-bestuurders (Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie), mensen uit de BMF-kring waaronder ik (Brabantse Milieu Federatie), en mensen van Wageningen University Research (WUR). Dit onder leiding van een onafhankelijke voorzitter.
Een eerder artikel over dit onderwerp is te vinden op Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa

Het was de bedoeling om in zakelijke termen het probleem helder te
krijgen. Het is teveel gevraagd dat alle aanwezigen daaraan vervolgens dezelfde handelwijze hechten.
Het zakelijke deel liep goed. De zittingen verliepen in een goede sfeer en hebben geleid tot een gemeenschappelijk overeengekomen eindtekst, die hieronder staat en uitgesproken zal worden richting provincie.

Een in beleidsstukken veel genoemde oplossingsrichting is het sluiten van kringlopen in ieder geval op de schaal van Noordwest Europa. Provincie Brabant, ZLTO en BMF hebben samen met Wageningen Universiteit & Research een modelmatige verkenning uitgevoerd. Centrale vraag daarbij was welke effecten optreden wanneer zowel veevoer(grondstoffen) als dierlijke producten Noordwest Europa (Benelux, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk) niet meer ingevoerd en uitgevoerd worden.

Uit de verkenning komt naar voren dat binnen dit gebied bij gesloten kringloop kan worden voorzien in de behoefte aan dierlijk eiwit. Er gaan dan wel veranderingen optreden in de economie van de landbouw en dus de veehouderij, maar de invloed op de concentratie van veehouderij, dierenaantallen en mestproductie in de provincie Noord-Brabant is beperkt. Er verandert op deze vlakken dus niet veel.

In de discussie kwam naar voren dat het sluiten van de kringloop op de schaal van NW-Europa niet voldoende is om de problematiek integraal op te kunnen lossen. Aanvullende en/of andere maatregelen zijn daarvoor noodzakelijk.

Het was nuttig om, los van verschillende belangen, op deze manier met de verschillende partijen bovenstaande  – gedeelde – consequenties van deze beleidsoptie door te nemen.

Het model gaat uit van de aanname dat het gehele mestoverschot binnen NW-Europa wordt afgezet. In de discussie kwam naar voren dat het nog de vraag is of dit technisch, logistiek en qua rendement te realiseren is. Bij stikstof manifesteert dit vraagstuk zich het grootst.
——————-

vleesconsumptie-in-nederland_verloop-jpg

Nog wat persoonlijk commentaar mijnerzijds er op:

  • De uitkomst is nadrukkelijk niet meer dan een verkenning. Het is onredelijk er een grote precisie van te verwachten. Het schort aan gegevens en het is een heel dynamisch systeem met allerlei terugkoppelingen.
    Eigenlijk is het vooral een denkoefening.
  • De beperkte effecten, waarvan sprake is, betreffen dalingen
  • De uitspraak is gebaseerd op de aanname dat het systeem optimaal reageert om het wegvallende eiwit (met name uit soja) te vervangen door andere eiwitbronnen (bijvoorbeeld meer akkerbouw en betere recycling, bijv. in de vorm van diermeel van varkens en kippen).

    Nitraatkaart Frankrijik

      Nitraatkaart Frankrijk

    De laatste zin in de officiele tekst slaat erop dat er op dit moment geen uitzicht is op een oplossing voor het nitraatoverschot in grondwater. Dat heeft twee hoofdredenen:

  • nitraat zit momenteel in lage concentraties en de verkeerde samenstelling opgelost in heel veel water, en het transport daarvan kost kapitalen.
  • Heel veel potentiele exportlanden zitten zelf al vol of een heel eind vol met nitraat. Hierboven Frankrijk, maar zo’n kaartje bestaat er ook voor Duitsland.

Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa

Voorgeschiedenis en het proces
De provincie Noord-Brabant wil mineralenkringlopen sluiten binnen Noordwest-Europa en voorkomen dat de gassen ammoniak, methaan en lachgas worden uitgestoten. Dat is een onderdeel van het nieuwe mestbeleid, dat in die vorm terug gaat tot op de roemruchte Ruwenbergconferentie in februari 2013.

Om de mestketen op de schop te nemen loopt nu een ‘mest-dialoog’. Aan een rits tafels (slagveldjes, zo men wil) wordt al maanden gediscussieerd en touwgetrokken over diverse aspecten van dat nieuwe beleid.

Aan een van die tafels moet nader bepaald worden wat men eigenlijk bedoeld heeft met “kringlopen sluiten” en “Noordwest-Europa”, en wat de mogelijke gevolgen daarvan zouden zijn. Daartoe zaten op donderdag 15 september, in het kantoor van de ZLTO in Den Bosch, bij elkaar (onder onafhankelijke leiding) de BMF, de ZLTO en Wageningen University Research (WUR). Ik zat erbij voor de BMF.
Dit was niet het eerste gesprek en zal ook niet het laatste zijn. Het proces is nog niet af. Ik zal dan ook nu beperken tot zaken die niet gevoelig liggen en/of mij beperken tot hoe ik er zelf in sta.

Wat is “Noordwest-Europa” en waarom?
Dat vroeg WUR zich ook af. De EU als geheel was veel makkelijker, daar konden ze zo de gegevens over oplepelen. Hierom dus:

Fosfaatbalans in Europa
Fosfaatbalans in Europa

De idee is dat het doelgebied voor de mest en het herkomstgebied van het veevoer hetzelfde zijn. Er zit een economische grens op hoever je met fosfaat kunt rijden. Je kunt Italie wel meetellen, maar het transport is in praktijk onbetaalbaar duur.
Dus Noordwest-Europa = Nederland, Belgie, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittanie.

Overigens heeft WUR in dit verband veel interessant materiaal, ook al is dat voor de EU als geheel, waaronder:

Zelfvoorzieningsgraad EU
Zelfvoorzieningsgraad EU

Voor veevoer (dus de importkant) is ‘schroot van oliezaden’ van belang, waaronder soja. Soja is een (mede)determinant van het aantal dieren.

Wat is een kringloop en hoe sluit je die?
Interessant onderwerp. Ik heb een stukje huisvlijt gemaakt:

De CNP-kringloop
De CNP-kringloop

Met een beetje fantasie en veel vereenvoudiging lees je dit als een systeem dat in eerste instantie de zes landen weergeeft. Het enige, dat dan van buiten het systeem komt, is de soja-pijl (lees ook tapioca etc) tbv het vee, en de voedselimport tbv de mens..
De actie “Allemaal Lokaal” van mijn club Milieudefensie richt zich tegen soja-importen. MilDef argumenteert dit vooral met de wantoestanden in het land van herkomst (de gewone man in Argentinie heeft minder baat en meer schade bij het systeem dan soms gedacht), dus met de linker-
kant van de vee-pijl. Ik argumenteer het met de rechterkant van diezelfde vee-pijl, omdat soja een belangrijk middel is om veel te veel dieren in Brabant op de been te houden. Vanuit beide gezichtspunten is de  X  op zijn plaats.

WUR gebruikt een ander plaatje van de kringloop:

WUR Kringlooptoets
WUR Kringlooptoets

Het merkwaardige is dat WUR de fotosynthese niet opvoert. Die moet je er bij de post “Gewassen” bij denken. Uiteraard weet WUR dat ook wel. Waarschijnlijk heeft WUR dat zo vanzelfsprekend gevonden, dat het niet genoemd hoefde te worden.
Maar het resultaat is dat een jaarlijkse input van inheemse koolstof ontbreekt. Zoals het er letterlijk staat, komt alle koolstof van buiten of van vroeger.
Waarschijnlijk heeft WUR toegewerkt naar de provinciale vraag “het sluiten van mineralenkringlopen” (=stikstof, fosfor, kalium en nog wat grut), en zich van de koolstofkant afgemaakt met de verzamelnaam “organisch materiaal”.
Er zijn echter goede redenen om de koolstofkringloop niet weg te frommelen. Het maakt uit voor het organisch stofgehalte van de bodem, het maakt misschien uit voor de export van melk, eieren, vlees etc naar buiten het systeem (waarom zou je daar a priori tegen zijn?).
En tenslotte, naast de voedselkringloop staat het (niet getekende) ener-
gieschema van de provincie Brabant, waarin veruit het grootste aandeel uit biomassa bestaat.

Prognose samenstelling energiepakket uit het Brabantse Energie Akkoord
Prognose samenstelling energiepakket uit het Brabantse Energie Akkoord

Ik vind een grondig onderzochte koolstofbalans van Brabant onmisbaar voor de toekomst.

Misschien inderdaad beter niet in dit proces, want WUR gaat nu een very quick scan opstellen waarin alle discussiebijdragen meegenomen worden. Binnenkort wordt verder gepraat. Je krijgt een koolstofbalans niet afgeraffeld, want dat zou wel eens akelig complex kunnen zijn. Eerder een uitdaging voor een aparte studie.

Nitraat en fosfaat
Het WUR-plaatje is vooral adequaat voor fosfaat. Dat is een waardevolle, tot zekere afstand economisch transporteerbare en op termijn schaarse grondstof. Fosfaatverliezen zijn onbedoeld en ongewenst.
Zie Afzetkansen voor bewerkte mest?  en Wat de provincie wel en niet kan bij landbouwvervuiling
Voor nitraat ligt dat heel anders. Dat is niet schaars, hoewel de productie veel energie vraagt, en in praktijk slechts zeer beperkt economisch transporteerbaar. Een academisch model dat er vanuit gaat dat nitraatverliezen geminimaliseerd worden, is wereldvreemd. Gezien de permanent veel te hoge concentraties worden die verliezen eerder gemaximaliseerd dan geminimaliseerd.

Ik hoop dat WUR hier niet teveel van sociaal gewenste aannames uitgaat.

Toch wat onbevooroordeelder denken over genetische modificatie – 2?

SciAmer juli 2016
Scientific American juli 2016

Met dit lichtelijk provocerende plaatje opent de Scientific American van juli 2016 een artikel, getiteld The Saltwater Solution. Het gaat over rijst die door genetische modificatie geschikt gemaakt wordt voor landbouwgronden die te ver verzilt zijn voor verder agrarisch gebruik.

Dat probleem is heel oud. Het bestond al in het oude Sumerie.
Het probleem is ook heel groot. Volgens de FAO (zie www.fao.org/soils-portal/soil-management/management-of-some-problem-soils/salt-affected-soils/more-information-on-salt-affected-soils/en/ ) gaat het om honderden miljoen hectare (cijfers over 1970-1980) , waarvan 45 miljoen in geïrrigeerde gebieden – eenvijfde deel van alle geirrigeerde landbouwgrond. Daar komt grofweg een miljoen hectare per jaar bij.
Het probleem kan met een mix aan maatregelen worden aangepakt. Het voert te ver om daar op in te gaan en bovendien is het mijn expertise niet.

Verzilte grond in Iran
Verzilte grond in Iran

In de FAO-verhalen is de ontwikkeling van zoutresistente gewassen een van de middelen om met verzilte landbouwgrond om te gaan. Het SciAm-artikel beschrijft pogingen om rijst zouttoleranter te maken door er een transporteiwit uit halofyten in te bouwen (halofyten als mangroves of quinoa kunnen tegen relatief hoge zoutconcentraties in het omringende water).  Dat eiwit verplaatst natrium- en chloorionen (die samen keukenzout vormen) naar aparte geïsoleerde blaasjes in of op de plant.. Daardoor houdt deze zijn binnenmilieu constant als die plant op bijvoorbeeld verdund zeewater groeit.
In elk geval zo goed dat de rijst normaal smaakt.

Drie manieren waarop een plant met zout om kan gaan (SciAm juli 2016)
Drie manieren waarop een plant met zout om kan gaan (SciAm juli 2016)

Vooralsnog groeit deze rijst alleen nog in de kas. Er moet meer gebeuren om een plant aan het volle leven te wennen als alleen maar één transporteiwit vervangen. Daar wordt aan gewerkt.

Ik hoop dat de  overgang van de kas naar de volle grond niet de bij velen levende instinctieve afkeer oproept tegen genetisch gemodificeerde gewassen, maar dat men zich rationeel opstelt tegenover een ontwikkeling, die helpt om in grote delen van de wereld mensen van een basis-
voedsel te voorzien.

Indiase rijst die voor tolerant is tegen zout
Indiase rijst die voor tolerant is tegen zout

Milieudefensie bij kaasproeverij Ekoplaza

Een van de ‘actie-merken’ van Milieudefensie is de actie Allemaal Lokaal. De actie richt zich tegen de import van soja vanaf de andere kant van de wereld, met de bijbehorende natuurverwoesting, monocultures en van het land gejaagde kleine boeren, en voor een landbouw die functioneert op basis van gesloten kringlopen.
Dit standpunt past goed bij de in Brabant alom geuite wens dat het aantal dieren omlaag moet vanwege de mestproblematiek (de achterkant van het proces waarvan de soja-import de voorkant is), dierziektes, stank en stof, etc.
Bij Allemaal Lokaal hoort een petitie.

Er bestaan al praktijkvoorbeelden van producten die op basis van gesloten kringlopen tot stand komen, dus op basis van regionaal veevoer. De lentekaas ‘Aurora’ is daarvan een voorbeeld. De kaas is biologisch (wat wel meer kazen zijn) en daar bovenop regionaal. Niet alle biologische boeren halen hun biologische veevoer uit de nabije omgeving. Dat valt ze niet kwalijk te nemen, want dat is geen eenvoudige taak. Aan soja uit Zuid-Amerika maken ze zich in elk geval niet schuldig.
Zuid-Amerikaanse soja kan vervangen worden door soja uit Nederland of Europa in ruimere zin, maar ook door veldbonen, lupinen en grasklaverweiden.
Aurora lentekaas is een jonge kaas van gepasteuriseerde koemelk naar Gouds recept, verrijkt met paardenbloem, gember, ui en madeliefjes. Het smaakt best lekker.
Hanny en Marlijn_kaasproeverij_09april2016-red

Ekoplaza aan de Stratumsedijk organiseerde een kaasproeverij. Mensen van Milieudefensie hebben daar klaasblokjes aan de klanten gepresenteerd en daarbij over het begin sel van de actie gepraat en om een handtekening voor de petitie verzocht.

De dag eindigde met een kleine 80 handtekeningen.

Zie ook  Milieudefensie op Groenmoesmarkt in Oirschot