De digitale Nieuwsbrief CHANGE INC schrijft over wetenschappelijke en technische zaken in de context van toepassingen. CHANGE INC heeft een (gratis) whitepaper geschreven over enkele moderne trends in batterijen. Het is toegankelijk via WHITEPAPER BATTERIJTRENDS . Accu’s zijn er in allerlei soorten en maten, maar als je er een beetje gevoel bij wilt krijgen zonder specialist te moeten zijn, is het Witboek een lezenswaardige eerste stap.
Ik vind de opzet van het Witboek een beetje rommelig, maar de afzonderlijke verhalen zijn het lezen waard. Ik pik er twee hoofdstukken uit (met wat eigen uitzoekwerk erbij) om hier wat over te vertellen, namelijk het verhaal van de Natrium-ion accu en een verhaal over Nederlandse start-ups op accu-gebied.
De Natrium-ion accu Je kunt de Natrium-ion accu zien als de kleine broer van de Lithium-ion accu. Hi werkt vergelijkbaar en heeft vier belangrijke voordelen en één belangrijk nadeel. Het eerste voordeel is dat natrium een paar honderd keer zo goedkoop is als lithium. Dat komt mede omdat het (tweede voordeel) omdat het een bestanddeel van gewoon keukenzout is, dat je uit zoutlagen of eventueel uit zee kunt halen. Ten derde is een natrium-ion accu veiliger en tenslotte werkt de batterij tot een fors eind onder het vriespunt. Nadeel is dat de energiedichteid lager is. Een natrium-ion accu haalt (volgens het Witboek) 0,12 tot 0,16 kWh/kg , een Lithium-ion accu 0,14 tot 0,28kWh/kg .
(beeld is van CATL)
Voor statische toepassingen is die lagere energiedichtheid niet dramatisch belangrijk, voor rijdende toepassingen is het belangrijker. Desalniettemin maakte de Chinese batterijreus CATL begin 2026 bekend ( catl.com/en/news/6720.html en ess-news_20april2026_a-closer-look-at-catls-new-sodium-ion-battery , sodium is natrium in het Engels ) dat het, samen met een Chinese autofabrikant, een elektrische auto met een natrium-ion accu in massaproductie gaat brengen met een energiedichtheid van 175kWh/kg. De accu zou bij -40˚°C nog 90% van zijn activiteit hebben. CATL maakt zijn natriu,- en lithiummodellen mechanisch en qua vorm identiek, zodat ze op hetzelfde rijdende platform gemonteerd kunnen worden. Men kan dan kiezen: natrium is goedkoper en kan beter tegen koud weer, lithium geeft betere prestaties. Zie eventueel ook https://sodiumbatteryhub.com/ .
Innovatieve Nederlandse accu-startups Naast de in Arnhem gevestigde groep waaraan Nobian meewerkt, noemt Change drie Nederlandse startups: LeydenJar en LionVolt uit de Brainport regio, en ORE Energy uit Amsterdam.
In zijn algemeenheid valt er op dit moment tegen China niet op te concurreren. Er is best wel veel know how en er zijn best wel ideeën en pilots, maar als het massaal en goedkoop moet (en ook best wel goed), dan winnen op dit moment de grote Aziatische firma’s, waaronder die uit China. Bij NorthVolt probeerde Europa de achterstand te veel te snel en te moeilijk in te halen, en dat werd helaas een spectaculair fiasco. Helaas, want ik ben zelf sterk voor een krachtige en demokratische aansturing van economische bedrijvigheid. De onderliggende politieke en economische factoren in Europa zijn niet goed genoeg, maar ik mis de kennis om daarover met enig gezag te kunnen praten. Ik volg het wel zo goed mogelijk en heb bijvoorbeeld een artikel gewijd aan het ‘Nationaal Smart Storage Trendrapport’ dd 2024 (dan doen andere mensen het belangrijkste denkwerk en ik neem daar in dankbaarheid kennis van), zie op mijn site bjmgerard.nl/batterijen-in-nederland .
Men moet dus analyseren wat er in de huidige omstandigheden wel mogelijk is – met andere woorden, de juiste niche kiezen. In ‘mijn’ Brainportregio is daartoe bijvoorbeeld het Battery Competence Center opgericht (BCC, batterycompetencecluster ). Dat legt zich toe op hergebruik en recycling; R&D op het gebied van nieuwe generatie batterijmaterialen en –cellen en bijbehorende productieprocessen; batterijsystemen voor heavy-duty mobiliteit (oa voor DAF Trucks en VDL); en hergebruik en recyclling van batterijen.
Passend bij deze achtergrond hebben LeydenJar ( leyden-jar.com , een spin-off van TNO) en LionVolt ( lionvolt.com ) zich langs verschillende routes toegelegd op betere anodes (de anode is de -pool als de accu zich ontlaadt). Dat kan tot fors meer energieopslag leiden. De anode is bedoeld om ingebouwd te worden in Lithium-ion accu’s. LeydenJar kiest vooralsnog voor de niche van toeleverancier. LionVolt wil zijn eigen batterijcellen gaan bouwen in Schotland. Vooralsnog combineert men een beginnende productie, voor lichte objecten, nog met verdere research. Het moet blijken wat er van de opschaling, als alles goed gaat, in Nederland terecht komt. Onderstaand plaatje uit de brochure die men bij LeydenJar gratis kan opvragen.
ORE Energy ( oreenergy.com ) maakt ijzer-luchtaccu’s voor statische toepassingen, bijvoorbeeld opslag van zonne- en wind stroom, maar dat dan niet voor uren, maar voor dagen. Bij weinig wind en zon hoeven dan de gascentrales niet zo snel aan te slaan. Het apparaat heeft de niet-zeldzame grondstoffen lucht, ijzer en water nodig. In essentie roest het ijzer (bij ontladen) en ontroest het (bij het opladen).
Het Eindhovens Klimaatplan Eindhoven maakt elke vijf jaar een nieuw Klimaatplan en, nu alweer, het derde plan in successie noemt de ambities voor de jaren 2026 t/m 2030. Het is een plan van de gemeente Eindhoven en blijft dus binnen de gemeentegrenzen. Het plan is te vinden op vindplaats Eindhovens Klimaatplan III 2026-2030 .
Ten opzichte van 1990 wil de gemeente Eindhoven de broeikasgasemissies in 2030 met minstens 55% teruggedrongen hebben, en in 2050 met minstens 95% . Dat laatste is in zoverre al weer achterhaald dat de Europese Klimaatwet in 2050 op 0 uitstoot wil zitten en daarna op negatief. Deze hogere wet gaat voor en daarmee zit Eindoven voor 2050 ook op 0% emissie van broeikasgassen. Die emissies moeten afnemen terwijl de stad sterk groeit vanwege de economische boost (o.a.vanwege ASML). Dat maakt het extra uitdagend. Een andere uitdaging is dat Eindhoven ten enenmale niet in staat zal zijn om de benodigde duurzame elektriciteit op eigen grondgebied te produceren. zelfs niet als het voorgenomen gemeentelijke warmtebedrijf (dat onderdeel is van een veel ruimer bedoeld gemeentelijk energiebedrijf) op grote schaal de warmtevraag zou gaan invullen. Op een of andere manier moeten de duurzame elektriciteit (en eventueel de duurzame waterstof) dus van buiten de gemeente komen.
Vooralsnog beperkt het Klimaatplan zich tot scope 1 en scope 2 – emissies: de emissies die volgen vanut het directe eigen functioneren, en die welke volgen uit ingekochte energie in diverse vormen. De gemeente wil onderzoekend gaan kijken naar scope 3-emissies en meent dat die vooral in het vervaardigen en afdanken van materialen gaat zitten. Mede daarom heeft het Klimaatplan ook een passage over circulair werken.
Bij de meeste Eindhovense sectoren neemt de hoeveelheid broeikasgassen af (zie afbeelding).
Bij wonen is dat omdat nieuw te bouwen en te renoveren woningen aan steeds scherpere energielabels moeten voldoen, door de (tijdelijk?) hogere aardgasprijzen, en door een groter stadsverwarmingsnet. Grofweg hetzelfde geldt voor de sector publieke dienstverlening.
Bij industrie en bedrijfsleven worden enkele ontwikkelingen genoemd: men wil een start maken met de ‘energy hubs’, wat zoiets betekent als dat een aantal bedrijven op hetzelfde industrieterrein voor netbeheerder Enexis gaan opereren alsof ze één afnemer zijn, binnen welke groep onderling verevend wordt. Eind 2024 is als eerste het Eindhovense bedrijventerrein De Hurk geselecteerd door Enexis en men hoopt dat eind 2025 operationeel is. De eventuele prestaties hiervan zitten dus nog niet in de cijfers. (Voor eerdere artikelen op deze site over dut concept zie statenfractie-sp-brengt-werkbezoek-aan-kempisch-bedrijvenpark/ en brainport-gaat-energiehubs-voor-bedrijventerreinen-ontwikkelen/ ). De Hurk is (als eerste) ook in beeld voor een op maat gemaakt warmteplan, maar dat is nog toekomstmuzie die waarschijnlijk niet vóór 2030 een bijdage levert. Verder wordt benoemd de handhaving van de wettelijke bepalingen als de Energiebesparingsplicht (in Endhoven ca 1500 bedrijven) en de EED Energie-audit(ca 250 bedrijven). Er is een flinke achterstand in de uitvoering van deze taak. Brainport en enkele grote bedrijven fantaseren nog over een aftakking van de Delta Thine Corridor, een buisleidingennet van de Gasunie dat (onder andere) waterstof moet gaan brengen van Rotterdam via Moerdijk naar Chemelot en daarna eventueel nar Duitsland ( https://www.gasunie.nl/projecten/delta-rhine-corridor ). Wat het realisme van deze gedachte is, moet blijken.
Zorgenkind van het Eindhovens Klimaatbeleid is de mobiliteit. Die neemt tot nu toe eerder toe dan af. Eindhoven heeft onlangs een groot nieuw Masterplan Mobiliteit aangenomen dat goed werk zou moeten doen. Dat is afwachten.
De inspraak van Milieudefensie Eindhoven (en van BVM2) Ik heb bij de commissiebehandeling van het Klimaatplan III 2026 – 2030 ingesproken namens Milieudefensie Eindhoven en, voor wat betreft het eerste aandachtspunt, het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), de koepelorganisatie waarin mensen en organisaties die kritisch t.o.v. het Eindhovense vlieggebeuren staan. Hieronder de tekst (deze tekst en de tekst over de onderliggende Eindhovense broeikasgasemissies waaruit onderstaande tabel afkomstig is, zijn als bijlage toegevoegd). Je krijgt 5 minuten inspreektijd,
Geachte aanwezigen
ik spreek in namens Milieudefensie Eindhoven en, bij mijn eerste punt, ook namens het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2)
Dit Klimaatplan is een verdienstelijk stuk. Toch heb ik enkele kritiekpunten.
in dit plan heeft Eindhoven geen vliegveld. Daarmee blijft de olifant in de klimaatkamer onbenoemd, want het vliegveld is met 28,5% veruit de grootste bron van broeikasgassen in onze gemeente. Dat is meer dan het totale wegverkeer op het onderliggende wegennet. Vooralsnog gaat deze hoeveelheid CO2 niet of nauwelijks omlaag. Toch heeft deze raad een motie aangenomen dat de gemeente zich als aandeelhouder van het vliegveld activistisch moet opstellen. Minder broeikasgas betekent minder vliegbewegingen – iets waaraan de regio vanwege de woningbouwmogelijkheden sowieso dringend behoefte heeft. Ik roep u als gemeenteraad op om dit klimaatplan aan te vullen met een streven naar een flinke krimp van het aantal vliegbewegingen. BVM2 noemt 25000 a 30000.
vanwege de netcongestie wordt er gewerkt aan collectieve stroomafname op bedrijventerreinen. Deze energiehubs zijn een goed idee. Voor die hubs zijn onder andere grote batterijen nodig. Echter, de congestiedreiging richt zich ook tegen nieuwe woonwijken die de regio in grote getale moet gaan bouwen. Ook die wijken moeten op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. Milieudefensie Eindhoven roept u op om voor nieuwbouwwijken onderzoek te doen naar collectieve vormen van stroomafname en eventueel stroomlevering, in combinatie met flinke buurtbatterijen. Misschien kan de overheid hier bijvoorbeeld als launching customer optreden. Juridisch zou dat goed passen in een kamer in het eigen gemeentelijke energiepaleis.
u neemt terecht de broeikasgasemissies van het Eindhovense bedrijfsleven in dit plan mee. U beperkt zich hierbij echter tot op zichzelf goede middelen waaraan geen expliciete ambitie hangt. Milieudefensie probeert een dertigtal bedrijven in den lande tot een plan te bewegen om in 2030 45% minder CO2 uit te stoten dan in 2019. Wij leggen u het idee voor om vanuit de gemeente en de regio invloed uit te oefenen dat het Brainportbedrijfsleven zichzelf ook een dergelijke ambitie oplegt. Daarvoor is een regionale industriepolitiek nodig die activistischer is dan wat er nu ligt. Milieudefensie vindt dat de overheid Brainport teveel volgt en te weinig leidt.
nu u het bedrijfsleven in dit plan meeneemt, onderschat u de Eindhovense scope 3-emissies. Dat gaat om meer dan alleen maar materialen. Bij een bedrijf als DAF Trucks bijvoorbeeld valt ongeveer 97% van de broeikasgasemissies in scope 3 (zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/daf-trucks-en-milieudefensie-spreken-over-het-klimaat/ ). Zo ook bij bijvoorbeeld Ahold en waarschijnlijk ook bij bijvoorbeeld een bedrijf als ABZ Diervoeders. Dat u de scope 3-emissies wilt meenemen is goed, maar u moet daarvoor een betere analyse opbouwen dan waartoe dit plan een aanzet geeft.
Na het uitspreken van deze tekst kwamen er vragen van de commissieleden, vooral over het vliegveld dat niet in het overzicht stond, en over wat een ambitieniveau bij bedrijven en een meer activistische industriepolitiek konden betekenen. Dat is zo’n brede vraag dat die in de gegeven omstandigheden alleen met wat voorbeelden te beantwoorden was.
Er stond bijvoorbeeld diezelfde dag een goed stuk in het Eindhovens Dagblad over Philips Medical Systems, van welk bedrijf ik de aanpak met waardering gelezen heb ( zo-worden-fohns-mris-en-andere-philips-apparaten-steeds-duurzamer-van-de-mijn-tot-aan-het-afdankmoment ). En bijvoorbeeld dat bij DAF Trucks (niet bij de 29 bedrijven die Milieudefensie landelijk aangeschreven heeft) de ambities van Milieudefensie ongeveer dezelfde zijn als die van de Europese Commissie. Maar anderzijds dat bijvoorbeeld ABX Diervoeders op klimaatgebied nauwelijks enige interesse toont. En wat bijvoorbeeld activistische industriepolitiek zou zijn (eenvoudig rekenvoorbeeld): denk aan 100.000 in de regio te bouwen huizen in 15 jaar; per 100 woningen een buurtbatterij in 30% van de situatie; levert 300 flinke batterijen in 15 jaar, dus een continue bouwstroom van 20 per jaar met de overheid als launching customer. Dat zou activistische industriepolitiek zijn (en innovatief).
( Big Ass battery is een van de ondernemingen die dit zou kunnen en zit in Helmond).
Vooral over het vliegveld werd in de erop volgende eerste termijn veel gesproken, want eigenlijk bijna niemand snapte waarom dat niet in het Klimaatplan voorkwam. Wethouder Thijs verdedigde zich door te stellen dat de gemeente Eindhoven zich aan het advies-Van Geel gebonden achtte, dat nu geëvalueerd werd. Beetje slap, want eventueel had ook dat in het Klimaatplan kunnen staan. Maar de evaluatie zal uitwijzen dat er van de klimaateisen in het advies-Van Geel in de vorm van bijmengpercentages synthetische kerosine, tot nu toe niets terecht komt – en in de nabije toekomst waarschijnlijk ook niet.
Het vermiste vliegveld vind ik een smet op het Klimaatplan III 2026 – 2030, en verder zou ik een meer uitdagende houding willen richting het bedrijfsleven in Brainport, maar overall vind ik het een alleszins verdienstelijk plan waar ik zelf voor zou stemmen, als ik in de gemeenteraad zat. Ik schat in dat het plan het met veel steun gaat halen.
De kennisbron Er is voor het eerst een overzicht van aantallen en dynamiek op de batterijenmarkt in Nederland. Die is van belang, omdat wisselende vraag naar energie en het wisselende aanbod van hernieuwbare energie beter op elkaar aangepast kan worden als je energie een tijd lang ergens in op kunt slaan.
Het pas uitgekomen ‘Nationaal Smart Storage Trendrapport’ beschrijft de stand van zaken in Nederland t/m 2023, en doet prognoses waarin de eerste helft van 2024 meegenomen is. Binnen het grotere geheel van de energieopslag beperkt deze publicatie zich tot het deelgebied opslag van elektrische energie in de vorm van batterijen en (een beetje) in de vorm van supercondensatoren .
Op hoofdlijnen kan men het rapport opsplitsen in vier thema’s: statistiek annex prognose; techniek; Nederlandse; en Europese politiek en beleid.
Statistiek en prognose
Een paar zaken vallen op.
Op de eerste plaats de snelle groei van de geplaatste capaciteit. Die is van praktisch niets in 2019 naar 621MWh in 2023 gestegen. Het rapport acht het mogelijk dat de groei van de totale capaciteit zich t/m 2026 voortzet op de aangegeven wijze, maar daar zitten wel de nodige onzekerheden in, zoals dat Nederland geen lange termijn-doel heeft voor batterijopslag.
Op de tweede plaats valt op dat als je naar de verdeling in grootteklassen kijkt, dat onevenredig veel kleine batterijen opgeteld onevenredig weinig capaciteit hebben. Onderstaande grafische weergaven in blokvorm hebben betrekking op alle eind 2023 bestaande systemen (‘tot’ moet gelezen worden als ‘tot en met’). Dat zijn er ca 40.000 . De grootteklasse >1MWh , goed voor 76 exemplaren, beslaat dus 0,2% van het aantal maar 46% van de capaciteit. De grootteklasse <5kWh omvat bijna 22.500 systemen (56% van het aantal)maar 10% van de capaciteit. De grootteklasse tussen de 5 en de 20kWh is goed voor 42% van het aantal en 23% van de capaciteit. Voor de grootteklasse 20-1000kWh zijn de cijfers resp. 1,8% en 21%.
Het rapport gebruikt als een soort vuistregel dat de twee grootteklassen onder de 20kWh ‘residentieel’ zijn, welk anglicisme duidt op losse woningen of woningcomplexen. Het Trendrapport gaat ervan uit dat de ontwikkelingen in deze grootteklasse gedomineerd worden door de markt voor zonnepanelen. Commercieel of industrieel gebruik dekken de grootteklasse 20kWh – 1000kWh (=1MWh) af. De grootteklasse >1MWh wordt in de vuistregel aangeduid als ‘op utiliteitsschaal’. Een enkele keer wordt hier ook het woord ‘nuts’ gebruikt, maar dat is in zoverre misleidend omdat dit publiek beheer suggereert, terwijl het rapport geen uitspraak doet over eigendoms- of beheervormen.
(in beide gevallen moet ‘tot 2023’ gelezen worden als ‘tot en met 2023’)
Techniek Het eerste dat opvalt is dat alle tot en met 2023 bestaande accusystemen voor ruim 99,9% (van het aantal) uit Lithium-ion accu’s bestaan. De resterende <0.1% is naar schatting goed voor 15% van de capaciteit (maar dat verhaal oogt moeizaam, ik zou hier niet teveel precisie verwachten). De niet-Lithium-accu’s omvatten gemoderniseerde loodaccu’s (AGM), Vanadium Redox Flow Battery’s (VRFB) en supercondensatoren. De opmars van de Lithium Iron Phosphate Battery is in het Trendrapport nog niet terug te vinden. Waarschijnlijk zijn de grote (utilitaire schaal)-accu’s relatief vaak niet-Lithium ion, maar hoe dat precies zit valt met het Trendrapport niet te achterhalen.
Lithium-ion batterijen gingen in 2023 de deur uit voor prijzen tussen de 200 en 800€/kWh, maar meestal tussen de 330 en 500 €/kWh. IN de eerste helft van 2024 lag de prijs tussen de 420 en 620€/kWh. De stijging wordt enerzijds veroorzaakt door vraag en aanbod, anderzijds om dat batterijsystemen technisch meer kunnen.
Lithium-ion batterijen hebben voor- en nadelen t.o.v. andere types. Grote voordelen zijn dat je in een kilogram systeem heel veel energie kwijt kunt (tussen de 0,12 en 0,18kWh), en dat op een paar procent na elke kWh die je er bij het laden in stopt, bij het ontladen weer uitkomt. Die getallen liggen bij andere types accu’s, en bij supercondensatoren ongunstiger.
Anderzijds is een hoge energiedichtheid vooral van belang voor mobiele toepassingen, niet zozeer voor statische toepassingen, en gaan Lithium Ion-accu’s minder lang mee. Lithium-ion batterijen worden meestal gegarandeerd op 4000 tot 6000 op- en ontlaadcycli, hoewel hogere en lagere waarden voorkomen. Als zo’n accu gebruikt wordt bij zonnepanelen op het dak (dus één cyclus per dag), is dat ongeveer 10 tot 16 jaar. In praktijk gaan de accu’s langer mee, volgens het Trendrapport ca 6000 – 9500 cycli (hoewel ook hier hogere en lagere waarden voorkomen). Apart van de cycli-garantie is er ook een jaar-garantie en idem levensduur in jaren. Meestal worden Lithium-ion batterijen gegarandeerd tot 7,5 tot 10 jaar, en ligt de feitelijke levensduur meestal op 10,5 tot 15 jaar (dit alles ook weer met hogere en lagere waardes). Niet-Lithium Ion-accu’s (dus een zeer uiteenlopende groep) worden gegarandeerd tot 5000 a 10.000 cycli en daarnaast tot 5 a 10jaar. De levensduur is in praktijk meestal 10.000 a 35.000 cycli, en apart daarvan 15 – 45 jaar (supercondensatoren gaan heel lang mee). Lithium ion-accu’s zijn altijd een beetje brandgevaarlijk.
Schema van een Vanadium Redox Flow Battery ( https://doi.org/10.1016/j.ceramint.2023.01.165 ). Een dergelijke accu is voor stationaire doelen. De ont- en op te laden stof is opgelost in water. De accu kan in beginsel willekeurig groot zijn (als je genoeg Vanadium hebt).
Beleid en politiek in Nederland Dit soort rapporten worden geschreven binnen de bestaande kapitalistische verhoudingen. Deze site heeft vanuit een lichtelijk socialistisch perspectief interesse in gebieden waar natuurwetenschap en techniek politiek worden, en omgekeerd. Dat neemt interesse in de ontwikkeling van de productiekrachten allesbehalve weg.
De frustratie met het huidige kabinetsbeleid druipt uit de tekst. Het hoofdstuk over het Nederlandse batterijbeleid begint met de passage ‘Een van de grootste problemen voor deenergieopslagmarkt in het algemeen, en de batterijmarkt in het bijzonder, is de onduidelijkheid vanuit de overheid. In de afgelopen twee jaar zijn er verschillende belangrijkebeleidsmaatregelen genomen en beleidsstukken gepubliceerd. Uit alles blijkt: de overheid moet snel knopen gaan doorhakken. Waar is hoeveel batterijcapaciteit nodig en hoeveel vermogen? Welke batterijtypes hebben de voorkeur en welke wil Nederland zelf gaan produceren?’
Die onduidelijkheid is een vaak gehoorde klacht.
Aan de ene kant is het goed dat minister Hermans, anders dan ex-minister Jetten, een eigen departement heeft, geheten klimaat en Groene groei – waarbij meteen de hamvraag op tafel ligt of die twee samengaan.
Wat niet meehelpt is dat energieopslag en batterijen slechts in een bijlage van het Hoofdlijnenakkoord genoemd worden, in welke bijlage voor 1,2 miljard bezuinigd wordt op de ontwikkeling van batterijen en groene waterstof vanuit het Klimaatfonds. In het, op het Hoofdlijnenakkoord volgende, Regeerakkoord komen batterijen terug in het Actieprogramma Netcongestie dat 65 miljoen krijgt – geen vetpot. Het Trendrapport houdt zich, min of meer noodgedwongen, vast aan het lange termijnbeleid dat al onder het vorige kabinet vast lag.
Veel ruimte gaat naar de update van het Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK), dat Nederland (en elke andere EU-lidstaat) elke vijf jaar aan de Europese Commissie moet aanbieden. In juni 2024 is dat nog door ex-minister Jetten gedaan. Verder is gekeken naar de Routekaart Energieopslag, het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NPE), de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050, en het Programma energiehoofdstructuur.
Een paar observaties op basis van heel veel papier, voor wat batterijen betreft:
Het INEK versterkt de business case van energieopslag als regel indirect. Direct ligt er de gedachte om batterijopslag op zonneparken te stimuleren (daar zit een onrendabele top op van ca een ton per MWh). Het bijbehorende budget van ruim €400 miljoen is echter gehalveerd
vanuit het Nationaal Groeifonds was 297 miljoen euro toegekend aan Material Independence & Circular Batteries. Na de bezuiniging van €1,2 miljard blijft het bij deze eerste, eenmalige bijdrage. Dat kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor het Battery Competence Center, dat gevestigd is in de Brainportregio.
Er ligt een budget voor het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (minder CO2 , stikstof en fijn stof) waarvan het vervolg nog onduidelijk is
De Routekaart Energieopslag pleit voor een onderzoek naar de wenselijkheid van huis- en buurtbatterijen. Dat is inmiddels uitgevoerd door CE Delft en Witteveen + Bos. De uitkomsten zijn niet eenduidig. Huisbatterijen kunnen het gebruik van de eigen zonnepanelen vergroten, maar vooralsnog is dat financieel niet rendabel. Huis- en buurtbatterijen beperken in hun exploitatie CO2 , maar kosten CO2 bij de productie. Vooralsnog ligt dat niet heel gunstig. Buurtbatterijen kunnen gunstig werken in de nieuwbouw, zolang de netcongestie het voornaamste doel is. Dit met name als de nieuwe woonwijk anders niet gebouwd kan worden.
In principe bieden de gezamenlijke accu’s van heel veel elektrische auto’s grote kansen als opslagmedium, maar dan moeten die auto’s twee kanten op met het elektriciteitsnet kunnen wisselwerken (V2G). Nu en ook de eerste paar jaar kan dat nog nauwelijks. Intussen kiezen toch heel veel huishoudens voor zonnepanelen met een eigen thuisbatterij die mede hun eigen auto laadt – één kant op. Net als bij de stadsverwarming kan het onvermogen van de politiek om tijdig op goede wijze collectieve oplossingen aan te bieden ertoe leiden dat dat straks niet meer kan omdat er inmiddels teveel mensen voor een eigen, individuele oplossing gekozen hebben. Eind november 2024 maakten Renault en MyWheels bekend dat er 500 Renault5 in Utrecht gestationeerd zouden worden met V2G – mogelijkheden.
Meer algemeen is landelijke sturing nodig om wildgroei van batterijen te voorkomen
TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, wil in 2030 9GW beschikbaar hebben in standalone batterijen op nutsschaal (dus de grootste klasse). Dat moet, omdat er in 2030 geen kolencentrales meer zijn. Het levert een vergoeding op en daarvoor bestaat veel interesse, maar het realiteitsgehalte van die biedingen is nog onduidelijk.
De Europese circulariteitsdoelstelling De EU heeft op 10 juli 2023 de Battery Regulation aangenomen, kort daarna gevolgd door de Ecodesign for Sustainable Products Regulation. Beide hebben inmiddels kracht van wet. De Battery Regulation is een uitwerking van een Green Deal-bouwsteen Circular Economy Action Plan (2020). Welk geheel zelf nog geen kracht van wet heeft. De Battery Regulation is de eerste EU-wetgeving die op de totale levensketen toeziet.
Vanaf 2025 worden steeds strengere eisen gesteld aan de CO2-voetafdruk, de gebruikte grondstoffen, de inzameling, hergebruik en recycling van batterijen. De batterijproducenten worden gezamenlijk verantwoordelijk voor de gescheiden inzameling. Er wordt nagedacht over statiegeld. Dd 31 december 2025
Vanaf 2027 moeten consumenten de batterijen in hun nieuwe elektronische apparaten kunnen losmaken en apart vervangen (zodat niet het hele apparaat op de stort moet omdat alleen de accu het niet meer doet). Sinds kort is er ook een reparatie-stimulering. Dit geldt ook voor accu’s van elektrische fietsen en scooters.
Uiterlijk op 18 februari 2025 voor batterijen voor elektrische voertuigen, 18 augustus 2026 voor oplaadbare industriele batterijen, behalve die met uitsluitend externe opslag, 18 augustus 2028 voor batterijen voor lichte vervoermiddelen en 18 augustus 2030 voor oplaadbare industriele batterijen met externe opslag, zal de Europese commissie met CO2- voetafdrukprestatieklassen komen (horend bij de productie van de batterijen). Deze prestatieklassen worden iedere drie jaar beoordeeld en aangepast.
Er komen vergelijkbaar geformuleerde, oplopende eisen aan het minimumpercentage bijmenging van kobalt, nikkel, lood en lithium.
Dd 31 december 2025 moet tenminste 75 procent van het gemiddelde gewicht van lood-zuurbatterijen, 65
procent van het gemiddelde gewicht van lithiumbatterijen, 80 procent van het gemiddelde gewicht van nikkelcadmiumbatterijen en 50 procent van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen worden gerecycled.
Tenslotte geldt sinds 18 augustus 2024 dat een stationaire batterijsysteem voor energieopslag alleen in de handel mag worden gebracht of in gebruik mag worden genomen als dit veilig is tijdens normale werking en gebruik. Hiervoor moet worden bewezen dat het batterijsysteem succesvol is getest op elf veiligheidsparameters.
Ter inleiding Voor de energiebesparing op bedrijventerreinen is de netwerkcongestie een blessing in disguise. Nog nooit is er in zo korte tijd zoveel energie bespaard als nu bedrijven op stroomaansluiting moeten wachten. Soms jaren.
Bedrijven moeten aan klimaatmaatregelen gaan doen en een van de belangrijkste manieren is door te elektrificeren. Daardoor groeit de elektriciteitsvraag explosief, terwijl de totale energievraag pas vanaf 2022 licht daalt. Het Ministerie van EZK verwachtte in 2022 dat er in 2030 bijna het dubbele aan elektriciteit nodig zou zijn dan nodig was in 2019, het jaar van het Klimaatakkoord. Bovendien wordt die elektriciteit steeds vaker decentraal geleverd. De combinatie van alle oorzaken veroorzaakt de stroomnetverstopping van nu (en voorlopig ook straks).
Energy Hubs en de nieuwe Energiewet Bedrijven hebben fors last van die stroomnetverstopping, zowel aan de zendende (eigen opwekking) als aan de ontvangende kant. Als ze in een business as usual-mode zich individueel aanmelden, komen ze meestal op een wachtlijst en dat kan jaren duren. In februari 2024 stonden er in den lande ongeveer 9.400 ondernemers op een wachtlijst voor een aansluiting voor afname, en 10.000 bedrijven voor een aansluiting voor teruglevering. In januari 2024 lagen er in NBrabant 1893 aanvragen voor afname, en 2630 aanvragen voor teruglevering.
Soms kan er aan ondernemingen die op een bedrijventerrein gevestigd zijn verlichting geboden worden door zelforganisatie. Vooral op oudere bedrijventerreinen was dat tot voor kort een moeizaam traject (vrijblijvendheid en uiteenlopende belangen). Maar de nood is hoog en dat dwingt tot energiebesparing en samenwerking. Er zijn zelfs ondernemers die voor veel geld een buurpand kopen met als enig doel de meterkast.
Die samenwerking krijgt de vorm van een ‘Energy hub’ (en als er extra toeters en bellen aanhangen, een Smart Energy hub). Ondernemingen op hetzelfde bedrijventerrein vormen één rechtspersoon en die gaat a) onderlinge energieuitwisseling faciliteren en b) onderlinge exploitatieafspraken maken, bijvoorbeeld over timing van bedrijfsactiviteiten en c) zelf duurzame energie opwekken en d) samen een opslagsysteem runnen en e) namens allen zaken doen met de beheerder van het midden- en laagspanningsnet, in Brabant Enexis (dat heet een groepscapaciteitsovereenkomst).
Energiehubconcept Kempisch Bedrijvenpark Hapert
Als dit allemaal lukt is iedereen blij. De bedrijven kunnen verder en Enexis krijgt te maken met een regelmatiger stroofafnamepatroon, waardoor het net efficiënter gebruikt kan worden (immers, de piekbelastingen zijn de primaire bottleneck). Energy Hubs maken de verzwaring van het elektriciteitsnet niet overbodig, maar wel iets beter behapbaar en minder urgent.
Toch mocht het tot voor kort in principe niet, omdat de wetgeving nog afgestemd was op de ouderwetse centrale productie van energie. Je was òf elektriciteitsproducent òf afnemer, maar niet beide en als je stroom deelde met je buurbedrijf, was je officieel leverancier en moest je een vergunning hebben. Bovendien is er politiek een Chinese muur aangebracht tussen energieproductie en energietransport, waardoor enerzijds Enexis bijvoorbeeld niet zelf een opslagbedrijf mag runnen omdat dat commercieel is, en anderzijds geen commerciële partij het wil of kan doen omdat het te moeilijk en te onzeker is. Een batterijopslag, die per definitie zowel levert als ontvangt, had dus een probleem. De Chinese muur loopt er dwars door heen.
Dit werd al lang als onbevredigend gevoeld, maar de wetgeving draait traag. Om toch verder te kunnen, werd bij wijze van uitzondering ontheffing van de beperkingen toegestaan voor ‘pilots’. Een bekende pilot is die met Stedin op Tholen ( https://www.kenter.nu/nieuws/kenter-maakt-unieke-energiesamenwerking-mogelijk-op-tholen/ ) waar de eerste groepscapaciteitsovereenkomst is getekend, en de eerste pilot in Zuidoost Brabant is het Kempisch bedrijvenpark ( KBp) in Hapert. Naast deze pilot heeft Enexis nog twee andere pilots. De buurtbatterij in Etten-Leur indertijd draaide ook op basis van zo’n ontheffing ( https://www.bjmgerard.nl/stroomopslagexperimenten-enexis-worden-uitgebreid/ )
Het grijze blok is de behuizing van de wijkaccu De Keen
Brainport en de Energy Hubs Maar op 04 juni 2024 is de nieuwe Energiewet in de Tweede Kamer aangenomen en dat is een goede zaak. Daardoor werd het veel eenvoudiger om oplossingen te bieden aan decentrale energieproblematieken. Het concept Energy Hub komt nu veel vaker in beeld en er staat niet meer het woordje ‘pilot’ bij.
De gemeenten Best, Deurne, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Son & Breugel, Someren en Veldhoven doen mee aan het initiatief (een consortium), en daarbinnen nemen Veldhoven, Son en Breugel en Nuenen samen een energiehubregisseur in dienst. Afgelopen september zijn er kennisdelingssubsidies gestart. Het consortium heet EnergyHub Brainport ( https://energyhubbrainport.nl/ ). Een beetje op zijn Brainports (dat gewend is aan het vertrouwensmantra Wat Brainport doet is welgedaan) vermeldt de website veel hooggestemde algemeenheden (‘Change’) en weinig specifieke activiteiten. Kniesoor die daar op let.
Zelf maar wat uitzoekwerk gedaan op dokter Google, op welke bedrijventerreinen in de regio (naast het Kempisch Bedrijven park) er Energy Hub-initiatieven lopen. Dat zoekwerk levert wat bedrijventerreinen op (geen claim dat dit volledig is). De Metropool Regio Eindhoven (MRE) wil 29 bedrijven in Zuisoost Brabant verduurzamen en heeft daravoor €900.000 van het Rijk gekregen. Via het provinciale Grote Oogst-project zit er ook provinciegeld in.
Maar alles dat geen bedrijventerrein is? Mooi dat er gestreefd wordt naar het verduurzamen van bedrijventerreinen.
Maar ook nieuwe woonwijken, scholen en dienstverleningsgebouwen lopen steeds vaker tegen beperkingen vanwege het stroomnet aan. De gloednieuwe Brede School Zilverackers in Veldhoven (met twee basisscholen en een kinderopvang) krijgt voorlopig niet op reguliere wijze elektriciteit. De draad ligt er wel, maar de stroom uit het net is nog jaren het probleem. De school is toch open op houtje-touwtje basis. Er liggen 600 zonnepanelen op het dak en er is een accu, maar bij piekbelasting slaat er alsnog een aggregaat aan op (duurzame) diesel. ( https://www.ed.nl/veldhoven/schoolpand-in-veldhoven-langer-aangewezen-op-noodstroom-definitieve-oplossing-nog-niet-in-zicht~a860c164/ ).
En de regio wil iets van honderdduizend huizen bouwen, stel eens zes groepen van 16A, dus maximaal 23kW per stuk (driefasenstroom en snelladers niet meegeteld). Maal honderdduizend, geeft 2300MW maximaal. Uiteraard in praktijk een stuk minder, maar toch heel wat elektronen.
Het zou fijn zijn als Brainport zich ook over de rest van de maatschappij boog. Ook zonnepanelen van huizen hebben een onregelmatig etmaalritme, en ook het verbruik piekt als iedereen rond 18 uur zijn inductieplaat aanzet.
Milieudefensie Eindhoven heeft voorgesteld om voor al die bouwplannen (en ook voor grote renovatieplannen) een gestandaardiseerde wijkopslag te bouwen per nader vast te stellen aantal huizen (bijvoorbeeld honderd), deze bij voorkeur te bouwen door de regionale industrie. Dat zou tot dermate grote schaal- en leereffecten kunnen leiden dat de prijs, zoals bij alle elektronica, erdoor daalt. Die standaardisatie, en een niet op winst gerichte exploitatie, moet door publiek beheer gewaarborgd worden. Voor het hele voorstel, zie https://www.bjmgerard.nl/voorstel-tot-campagne-energieopslag-in-mre-gebied/ . Een kritisch, maar (mits aan voorwaarden voldaan wordt) in congestiegebieden niet afwijzend rapport van CE Delft op https://ce.nl/publicaties/thuis-en-buurtbatterijen/ .
Op de foto (van AVOXT zelf) de twee topmensen Van Bakel (l) en Rademaker.
De Eindhovense startup AVOXT ( https://avoxt.com/ ) haalde onlangs het nieuws met de aankondiging dat men een betere elektrolyseopstelling wilde gaan bouwen op water te splitsen in (groene) waterstof en zuurstof. Groene waterstof heeft zeer veel toepassingen in de bijvoorbeeld chemische industrie, bij synthetische brandstoffen, in plastics. Wat men met de zuurstof gaat doen, is niet bekend. Misschien gewoon laten ontsnappen.
Electrolysers bestaan al langer. Ze hebben allemaal een -pool (kathode) en een +pool (anode). Die hangen in het water dat gesplitst moet worden. Bij de kathode komt de waterstof vrij, aan de anode de zuurstof. Het is de bedoeling dat die twee gassen niet in het water terug bij elkaar komen, want a geeft een zeer explosief mengsel. Daarom zit er tussen beide polen in de huidige electrolysers een membraan (PEM). Dat membraan heeft, naast genoemd voordeel, ook nadelen: er is platina en iridium voor nodig wat zeldzaam en duur is en mijnbouw vereist, de PEM’s moeten om de paar jaar vervangen worden, de membraan geeft extra stroomweerstand, en een gangbare electrolyser werkt het liefst steeds even hard – een nadeel als men bijvoorbeeld het wisselende aanbod van een windturbine wil volgen.
Deze afbeelding komt uit een publicatie in Cell uit 2017 en geeft alleen het basisbeginsel.De inrichting van AVOXT is gebaseerd op type B, maar sloopt het diafragma eruit en vervangt dat waarschijnlijk door een systeem dat met een alkalische oplossing de gassen er uit spoelt op wijze C of D. Dit is een theorie van mij, want AVOXT geeft er geen informatie over. De publicatie is te vinden op https://www.cell.com/joule/fulltext/ . Vraag is hoe zuiver je de waterstof op deze manier krijgt.
Bij AVOXT is een methode ontwikkeld om het zonder membraan te doen en om zelf ontwikkelde vermogenselektronica aan de beoogde nieuwe electrolysemodules te koppelen die het mogelijk maken om met fluctuerende stromen om te gaan. Die vermogenselektronica is gebaseerd op ideeën van de CERN, de kernonderzoekinrichting op de Zwitsers-Franse grens.
Het nieuwe procedé moet er toe leiden dat groene waterstof even duur wordt als ‘grijze’ (uit aardgas). Nu kost ‘grijze’ waterstof €2 a 3 per kg en groene €8 tot 12. Dat laatste moet dus terug kunnen naar €2 a 3 en mogelijk nog lager, als hoogspanningsbeheerder Tennet op een zonnige winderige dag geen idee heeft waar ze al die stroom moeten laten (nu geeft Tennet zelfs geld toe). Verder gaat het rendement bij de membraanloze constructie omhoog. Nu is voor 1kg waterstof 55kWh stroom nodig, dat kan omlaag naar 43kWh (het rendement van de omzetting van elektrische in chemische energie gaat omhoog van 72 naar 78%).
Nu is het afwachten of het allemaal gaat werken zoals bedoeld. Rademaker spreekt met groot zelfvertrouwen filmpjes in alsdat hij over vijf jaar over de hele wereld electrolysemachines gaat leveren, want zijn machine is de beste. Maar vooralsnog is AVOXT een ontwikkellaboratorium waar zeven mensen werken en een proefmachine draait van 100W. Er zijn nogal wat opschalingsstappen nodig en voor elke startup strekt zich de Valley of Death uit (dat is als ze te groot worden voor het servet en te klein zijn voor het tafelkleed). En of ze opgekocht worden door een grotere jongen die er met het idee van door gaat. Bovendien is er concurrentie, bijvoorbeeld van de onderneming CPH2 ( https://www.cph2.com/ ) die al langer bezig is via een andere route. Meer zekerheid biedt de aankondiging dat AVOXT in 2026 zijn eerste opstelling wil hebben staan bij een windturbine in Veghel.
Hoe dan ook, het is een typisch product van het Brainport-ecosysteem. Rademaker heeft vijf jaar bij Philips gewerkt en 10 jaar bij een medische technologiebedrijf, Van Bakel heeft werktuigbouw gestudeerd aan de TU/e. Het bedrijf zit op de HighTech-campus en is bij de opstart geholpen door HighTechXL ( https://hightechxl.com/ ), waar AVOXT nog steeds in de portfolio zit.
Rademaker benadrukt zijn maatschappelijke betrokkenheid (‘kleinkinderen’) en meent dat ongetwijfeld. Desalniettemin is Brainport kapitalistisch (ook al is dat micro op progressieve wijze), en pakt dat voor die kleinkinderen macro niet goed uit.
Er wordt in de wereld al decennia lang onderzoek gedaan naar een techniek die steeds meer complementair aan accu’s wordt, en steeds meer aan belang wint, namelijk supercondensatoren. Merkwaardig genoeg is dat begrip in Brainport blijkbaar onbekend. Althans, de Brainportsite kent de zoekterm ‘condensator’ of (op zijn Engels) ‘capacitor niet. Bijvoorbeeld in Estland heeft de start-up Skeleton Tech ( https://www.skeletontech.com/ ) er inmiddels de unicorn-status mee bereikt. Op https://www.skeletontech.com/en/bus bijvoorbeeld wat een supercondensator voor bussen kan betekenen.
Even wat noodzakelijke techniek, maar zo weinig mogelijk Een gewone condensator bestaat in zijn eenvoudigste vorm uit twee tegenover elkaar staande geleiders (‘elektroden’) met daartussen een dunne laag isolator. Je krijgt de ‘capaciteit’ van die condensator zo groot mogelijk door de platen een zo groot mogelijke oppervlakte te geven, de laag tussen beide zo dun mogelijk te maken en van een gunstig materiaal. Als je een + en -spanning op de platen aanbrengt, vinden er geen chemische reacties plaats, maar wordt er alleen maar lading verplaatst. Dat kan heel snel. Het tempo van opbouw en afbraak van spanning hangt van de instelling van het elektrische circuit af, waarin de condensator zit.
Dit schema kan op allerlei manieren doorontwikkeld worden. De oppervlakte van de elektrodes kan sterk vergroot worden met een poreus materiaal (bijvoorbeeld koolstof of de grafeenvariant daarvan). De ruimte tussen de platen kan gevuld worden met een vloeistof, waarin opgeloste ionen (die vormen dan bij beide elektrodes een hele dunne dubbellaag). Die kan zich aan een van beide elektroden batterijachtig gaan gedragen. Zo begint een soort continuüm te ontstaan tussen condensatoren en batterijen. Tegen die tijd heet het een supercondensator.
Het voert op deze plaats te ver om hier dieper op in te gaan. Wie interesse heeft en zich niet laat afschrikken door specialistische kennis, kan op Wikipedia een uitgebreid lemma vinden (waaruit enkele afbeeldingen in dit artikel afkomstig zijn). Er zit ook een uitgebreid verhaal over toepassingen in, en dat is voor meer mensen te volgen. Zie https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Supercondensator .
Een supercondensator heeft enkele specifieke voor- en nadelen. Hij is in een mum van tijd vol, maar ook leeg (die mum wordt vooral bepaald door de elektrische schakeling waarin de condensator is opgenomen). De maximale spanning is (afhankelijk van het type) ruim 2V per cel, dus als men een bedrijfsspanning wil als in een elektrische auto (400V), moet men er een heleboel in serie zetten (wat kan). En, belangrijk voordeel, een supercondensator gaat heel lang mee. Een Lithium-ion batterij begint na x-100 of enkele duizenden oplaadcycli te verslechteren, maar een supercondensator gaat makkelijk een miljoen cycli mee.
Opslagmachines voor elektrische energie worden beoordeeld op twee kernprincipes: hoeveel energie er in een constructie kan, en hoe snel die er in en uit kan. En dat in beide gevallen per kg constructie. Dit heet respectievelijk de energiedichtheid (in Watt-uur per kg) en de vermogensdichtheid (in Watt/kg). Een ouderwetse loodaccu in een auto zit bijvoorbeeld rond de 30Wh/kg, en voor het starten van de startmotor is een hoog vermogen nodig.
Het eerder genoemde continuüm loopt via de brandstofcel als ene uiterste (waarin de energie de vorm heeft van waterstof) die veel energie kan opslaan die er langzaam uitkomt, naar de Electric Double Layer Capacitor (EDLC) waar het omgekeerde het geval is, en daartussen in de accu’s. Een Lithium Ion capacitor is een supercondensator met batterij-achtige trekken en een energiedichtheid tot ca 20 Wh/kg.
De meeste tekst in het artikel van Crow gaat over het optimaliseren van supercondensatoren.
Toepassingen Veel toepassingen van een supercondensator zitten in de sfeer van spannings- en stroompieken omhoog en omlaag, zoals bijvoorbeeld noodstroomvoorzieningen.
Stadsbussen kunnen profiteren van supercondensatoren. Crow meent te weten dat er veel stadsbussen rondrijden met alleen maar een supercondensator. Daar komt de bus maar enige tientallen kilometer mee vooruit (aldus Crow), maar een supercondensator kan in een paar minuten een heel eind opladen en dat zou bij de normale bushaltes kunnen met een stroomafnemer op de bus (een ’pantograaf’). https://nl.wikipedia.org/wiki/Elektrische_bus meldt dat er experimenten gedaan zijn in den Haag en Utrecht met pantograafbussen die de bovenleiding van de tram gebruiken om in acht minuten weer voor 50km bij te tanken. Er wordt niet gemeld of de accu gecombineerd wordt met een supercondensator. Dit soort informatie is helaas schaars op Internet.
Een elektrische bus van Arriva van het type VDL Citea LLE-115 Electric in Sittard. De bus wordt opgeladen via een pantograaf.
Een combinatie van condensator en accu lijkt vaak logisch. Doordat supercondensatoren de extremen voorkomen, kunnen de accupakketten kleiner en lichter worden.
Supercondensatoren worden vaak gebruikt voor recuperatief remmen ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Recuperatief_remmen ). Bij afremmen op de motor werkt deze tijdelijk als generator en levert elektrische energie terug. Een condensator is typisch geschikt voor dit soort snelle processen. Evenals voor de piek die nodig is bij het wegrijden.
Een vergelijkbare logica geldt bij tram en trein. Een tram (die normaliter geen accu heeft) kan een stukje zonder bovenleiding rijden). De bovenleiding hoeft dus op delen van het tracé (bijv. in oude stadskernen) niet aanwezig te zijn. Ook hier een afweging tussen accupakketten (die meer kunnen laden, maar minder snel) en condensatoren. Een voorbeeldafweging in de context van regionale dieseltreinen van Siemens op https://www.forschungsinformationssystem.de/servlet/is/342917/ . Van belang is vooral hoe vaak de treinen stoppen en optrekken. Dit is wat Siemens er van maakt (Schwungrad is vliegwiel en Leistung is vermogen):
Een draadloze schroevendraaier met supercondensatoren voor energieopslag werkt ongeveer de helft korter vergeleken met een accumodel, maar kan wel in 90 seconden volledig worden opgeladen en behoudt na drie maanden niet gebruikt te zijn nog 85% van de lading (aldus het technische Wikipedia-artikel). Aldus OhGizmo op https://web.archive.org/web/20120307121420/http://www.ohgizmo.com/2007/10/01/coleman-flashcell-cordless-screwdriver-recharges-in-just-90-seconds/ . De website vermeldt dat het een goed idee is als je op los-vaste basis met de schroevendraaier klust, maar bijvoorbeeld niet als je uitgebreid wilt boren. Het is typisch het soort afweging waar men met accu’s versus condensatoren tegen aan loopt.
Planimpressie uit het rapport van de Commissie m.e.r.
Energy Hub Medel Voor het eerst wordt er in Nederland een bedrijventerrein energetisch zelfvoorzienend en energieneutraal. Dat is het Bedrijvenpark Medel in Tiel, waarvoor bestuurlijk de gemeente Tiel en de gemeente Neder-Betuwe verantwoordelijk zijn. Er is een bestaand park Medel en een park in wording Medel II of ‘Afronding Medel’ dat in ontwikkeling is. Het ligt omsloten door de Linge, het Amsterdam-Rijnkanaal en de A15. Rituals gaat zich er vestigen.
Alle bedrijven zijn verplicht lid van de Coöperatie OCT (Ondernemers Coöperatie Tiel). OP deze manier zijn ze medebeheerder van het terrein.
De verduurzaming van de energievoorziening was zowel gewenst als gedwongen. Gewenst, omdat er in de coöperatie al een hele tijd over gedacht werd. Gedwongen, omdat Liander voor een onbepaald aantal jaren geen stroom zou kunnen leveren of afnemen. Er ligt wel een aansluiting op het elektriciteitsnet, maar daar gaat dus voorlopig geen stroom doorheen.
Uiteindelijk is gekozen voor zonnepanelen op het dak (de Commissie m.e.r. schat dat er ongeveer 45 hectare dak ligt), in combinatie met een grote parkbatterij en uiteraard software. Voor de veiligheid staat er een gasgenerator als achtervang en een dieselgenerator als achter-achtervang (de bedoeling is dat die nooit aangaat). De documentatie op Internet vermeldt geen getallen.
Het kostte enige moeite om de onwennigheid bij de ondernemers weg te nemen, maar uiteindelijk lijkt de algehele constructie zakelijk verantwoord te zijn. Ondernemers hadden de neiging om een flinke extra vermogensreserve te claimen, die vaak bij een kritische beschouwing onnodig hoog was. Bovendien vallen de piekbelastingen van de verschillende bedrijven op verschillende tijden. Joulz en Liander verwachten dat het allemaal moet lukken. En anders is er altijd nog de gasgenerator als redder in de nood.
Na het schrijven van dit artikel 28 mei heeft netbeheerder Enexis bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aangifte gedaan vanwege een mogelijke illegale aansluiting. Het is nog niet duidelijk wat daar uitkomt. De contactpersoon van de twee huurders bij RVO (Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland) steunt de gedachte dat ereen NEN1010 keuring (laagspanningsinstallatie van woningen) plaats moet vinden onder toezicht van zijn organisatie op het adres waar dit alles speelt.
Ik ondersteun twee huurders van de woningbouwvereniging Casade die contact gezocht hebben met de SP-fractie in Provinciale Staten van Noord-Brabant. Steen des aanstoots is zowel de juridische als de elektrotechnische constructie, die gekozen is om de huurwoningen te verduurzamen middels zonnepanelen. De juridische constructie is die van een geknevelde coöperatie, waarin de firma INNAX Dakenstroon BV zowel de dienst uitmaakt als, als zelfbenoemd beheerder, vruchten plukt van de opbrengst van zonnestroom. De elektrotechnische constructie is dat de stroom van de panelen op het dak afgevoerd wordt via de meterkast van de bewoners. Vervolgens rekent de verhuurder Casade juridisch de op het dak opgewekte stroom volledig toe aan de woning eronder, terwijl het overgrote deel van de stroom daar niet gebruikt wordt. Deze fictieve toerekening maakt een fictieve grote sprong in het energielabel mogelijk, waarvoor niet-fictieve subsidies zijn opgestreken.
Er rommelt het een en ander in rijksorganisaties als het ministerie en RVO, want zo was de regelgeving niet bedoeld.
De huurders en ik hebben een Open Brief opgesteld, die op dit moment focust op het elektrotechnische deel, dus op de fysieke veiligheid, van de installatie. De andere misstanden echter behouden de aandacht. De Open Brief is aangeboden met een persbericht dat hieronder staat afgedrukt. De Open Brief is een bijlage bij het persbericht. De contactgegevens staan wel in de oorspronkelijke brief, maar zijn in dit artikel weggelaten. Het persbericht met brief is verzonden aan de Veiligheidsregio en de burgemeesters van Waalwijk, Loon op Zand en Dongen; aan Casade, Enexis en INNAX Dakenstroom BV en de huurdersvereniging; aan de fractievoorzitters in de drie plaatsen; en aan een groot aantal persorganen.
Persbericht 27 mei 2024
Zonnepanelen maken woningen in Brabant fysiek onveilig
Geachte redactie
De woningbouwvereniging Casade, die woningen verhuurt in Waalwijk, Loon op Zand en Dongen, wil haar woningbezit verduurzamen. Dit is conform de taakstelling van de sociale huursector.
Casade heeft hiertoe, samen met INNAX Dakenstroom BV, ter exploitatie van op het dak gelegde zonnepanelen een coöperatieve constructie Dakenstroom ontwikkeld.
De wijze echter waarop Dakenstroom in praktijk vorm gekregen heeft, is zeer omstreden. Doordat Innax binnen de coöperatie statutair aan zichzelf een bijna absolute macht heeft toegekend, alsmede de rol van beheerder, is er sprake van een soort gedwongen winkelnering. De beheerskosten, die blijkens de jaarverslagen 2022 bijna het gehele vrij besteedbare budget van de coöperatie beslaan, worden nauwelijks gespecificeerd. De PV-panelen op het dak worden niet buiten de woningen om op het stroomnet aangesloten, maar via de meterkast van een aantal bewoners met behulp van een bypass. Daardoor wordt de fictie gecreëerd dat de bewoners voor de volle honderd % profiteren van de op hun dak gelegde panelen (terwijl dat in werkelijkheid maar ca 3% is). Vervolgens wordt op basis hiervan het woninglabel sterk opgehoogd, terwijl er aan de woning zelf slechts beperkt verbeteringen aangebracht zijn. Op basis van deze fictieve woningverbetering heeft Casade subsidie ontvangen.
Een en ander heeft geleid, en leidt nog steeds, tot veel discussie, ook binnen de Rijksoverheid. Het ministerie heeft bijvoorbeeld de mazen in de regelgeving gedicht m.b.t. de energielabeltoekenning voor toekomstige situaties.
Concreet staat nu ter discussie of de wijze, waarop de panelen gelegd en aangesloten zijn, fysiek veilig is. Dit om twee redenen.
De eerste is dat onduidelijk is of de elektrotechnische installatie in de meterkast aan de NEN1010-norm voldoet voor elektrische laagspanningsinstallaties. Toen op 06 mei 2024 vertegenwoordigers van Enexis, RVO en de huurder de niet goed werkende meter in de meterkast, die de PV-stroom van de panelen moest registreren, kwamen vervangen wilden de monteurs van Enexis hun werk niet doen omdat ze de installatie niet kenden, omdat deze niet met één hoofdschakelaar spanningsloos te maken was, en omdat delen van de installatie verzegeld waren, terwijl de uitgenodigde verzegelaars INNAX en de feitelijke bouwer van de installatie Van den Heuvel niet waren komen opdagen. De eis is dat het zonnepark op het dak alsnog rechtstreeks op het elektriciteitsnet aangesloten wordt, buiten de woningen om.
De tweede reden is dat de panelen hutje mutje op elkaar liggen, waardoor een brand in een van de woningen onblusbaar is en het hele blok kan doen afbranden, zoals recentelijk in Presikhaaf in Arnhem gebeurd is. De eis is dat de panelen op het dak gereorganiseerd worden, zodat tussen een panelenpakket en de scheidingsmuur met de buurwoning minstens een door de Brandweer aanbevolen stopstrook zit van een halve meter.
De Casadehuurders in kwestie hebben nu een Open Brief geschreven aan de Veiligheidsregio en aan de burgemeesters van Waalwijk, Loon op Zand en Dongen, en aan Casade, INNAX en Enexis, en aan de gemeenteraden. Via dit persbericht ontvangt uw redactie deze Open Brief als bijlage.
De in de Open Brief genoemde huurders zijn dhr. Grootswagers uit Waalwijk en Aussems uit Sprang-Capelle. Hun contactgegevens treft u onder de Open Brief aan.
Ondergetekende, de verzender van dit persbericht, assisteert de twee huurders vanuit de SP-fractie in Provinciale Staten van Noord-Brabant.
Namens ons allen hoop ik, dat uw redactie aandacht schenkt aan deze problematiek.
De energiebeurs Elk jaar vindt in de Brabanthallen in den Bosch de energiebeurs plaats en ik ga er elk jaar naar toe, met een badge van Milieudefensie en de SP op mijn buik. Ik ben er op 12 oktober 2023 geweest. De beurs duurt drie dagen en als je alles wilt zien (inclusief Prefab en Industrial Heat and Power en Zero Emission Ecomobiel) heb je aan die drie dagen niet genoeg. Bij mij al helemaal niet, want bij elk museumbezoek en wat daar op lijkt, moet het personeel mij bij sluitingstijd aan de haren naar buiten sleuren. Zo’n beurs werkt als een goedkope en intensieve bijscholingssessie.
Zelfs ‘energieopslag’ is nog een ruim begrip. Ik heb me beperkt tot de opslag van elektrische energie, de bijbehorende installatietechniek en de toepassing op bedrijventerreinen (dus bijvoorbeeld deze keer geen warmteopslag).
Landelijk is er een branche-organisatie www.energystorageNL.nl met een elektrische tak, een warmtetak en een chemische tak.
De ervaringen Eigenlijk als overheersende ervaring dat de noodzaak van energie-opslag (in casu accu’s) een vanzelfsprekendheid geworden is, en dat er zich navenant een al een markt bij ontwikkeld heeft.
Representatief voor een deel van het veld is Big Ass Battery uit Nuenen, binnenkort Helmond ( https://bigassbattery.com/ ). De naam deed wel even de wenkbrauwen fronsen in de bestuurskamer van Van Oord (Eindhovens Dagblad 26 sept 2023) , maar Big Ass mocht dan toch de accupakketten leveren voor de elektrische machines, die 19 kilometer Waaldijk bij Tiel versterken. Plus snellaadpalen om de accu’s bij te laden, plus drie windmolens en een zonnepanelenveld om die laadpalen te voeden. De combinatie van alles is (naar eigen zeggen van Big Ass) innovatief. Het is lichtelijk de categorie lomp geweld, en dat is respectvol bedoeld. De website drukt op https://bigassbattery.com/nieuws/cobouw-eerste-snellaadstation-voor-zwaar-materieel een artikel uit Cobouw af, dat in detail ingaat op dit project. De combinatie gebruikt veertien graafmachines, tien vrachtauto’s, vier shovels, vijf tractors, een complete asfaltset, twee draadkranen, een silent piler voor het trillen van damwanden en een schapenpootwals, allemaal elektrisch. Big Ass gebruikt zelfgebouwde LithiumIjzerPhosfaatBatterijen (LFP-Batterijen) die brandveilig zijn, modulair en bijna geheel recyclibaar (lithium, fosfor en grafiet terug, er zit geen cobalt in). De website bevat een milieu- en recycleparagraaf.
Waterstof-broom flow accu (schematische aanblik)
Waterstof-broomaccu – schematisch werkingsprincipe. Met H2 en BR2 is de accu opgeladen.
Een andere stand, aan welke ik al van tevoren van plan was een bezoek te brengen, is die van Elestor ( https://elestor.com/ ). Elestor (gevestigd in Arnhem) doet in waterstof-broom batterijen. De waterstof zit als gas in een tank, het mengsel van broom en broomzuur, opgelost in water, in een andere tank. Vanwege die tanks is enerzijds de opstelling slechts geschikt voor statische toepassingen, maar is anderzijds de opslagcapaciteit willekeurig groot te kiezen. Het vermogen hangt van de omvang van het reagerend oppervlak af. Het principe komt van de NASA en was ooit bedoeld voor gebruik in de ruimte, maar dat heeft niet doorgezet. Een tijdlang was er geen aandacht voor, maar de noodzaak om elektriciteit op te slaan bracht nieuw leven. Het is voor materie een geheel gesloten systeem. Er gaat alleen maar stroom in en uit. In theorie zou het systeem onbepaald lang mee kunnen, maar in praktijk denkt men eerder aan bijvoorbeeld 20 jaar. Zie ook https://en.wikipedia.org/wiki/Hydrogen%E2%80%93bromine_battery . De grondstoffen zijn een groot voordeel: men hoeft er geen lithium of cobalt of zeldzame aarde-metalen voor uit de grond te halen en waterstof en broom zijn goedkoop en overal verkrijgbaar (desnoods uit zeewater). Het enige exclusieve dat nodig is, zijn katalysatormaterialen als platina en iridium (die dus niet verbruikt worden).
Accucontainer van POWERWATT
Van de vele andere merken nog apart aandacht voor POWERWATT, o.a. vanwege de Brabants-patriottische reden dat de backoffice in Tilburg staat (www.powerwatt.nl). Het oogt allemaal wat minder shiny dan bij BigAss. POWERWATT gaat tot maximaal 40 voets-containers met daarin 1900kWh energie die met 2000kW geleverd kan worden. Aan de andere kant van het spectrum biedt de onderneming ook huisaccu’s Verder reviseert POWERWATT gebruikte accu’s van elektrische auto’s. POWERWATT werkt met Lithium-ion en met LFP-batterijen.
Nog even, vanwege dezelfde Brabants-patriottische redenen, Customized Energy Systems (CES, www.exidegroup.com/ces , want die onderneming zit in Helmond. Kan nog eens van pas komen als het Milieudefensievoorstel voor een industriepolitieke opslagcampagne werkelijkheid wordt. CES . CES adverteerde op de beurs met verdienmodellen: onbalanshandel (snel inkopen als de stroom goedkoop is, snel verkopen als hij duur is – dat heeft een piekdempend karakter) en meewerken aan de stabilisatie van het elektricitietsnet op zo precies mogelijk 50,0 Hz.
Deze voorbeelden zijn een greep uit een groter aantal aanbieders. Het is ondoenlijk ze allemaal te bespreken.
Hoe een middelgroot familiebedrijf met concrete vragen omgaat Tijdens de beurs zijn er workshops waar je je voor in kunt schrijven, vaak gratis. Ik ben naar die van Bredenoord geweest, een 85 jaar oud familiebedrijf met ruim 400 werknemers, verspreid over alle denkbare disciplines, die vooral in tijdelijke mobiele energieoplossingen doet in ruime zin ( www.bredenoord.com ). Ze komen uit Apeldoorn. Ook hier absoluut geen exclusiviteitsclaim, want er zijn meer van dit soort bedrijven. Deze was toevallig beschikbaar. Het onderwerp leeft: de spreker namens Bredenoord zei dat ze voor de drie dagen van de Energiebeurs 999 aanmeldingen voor hun workshop hadden ontvangen. Helaas dus. Men wil het in principe op kantoor nog eens dunnetjes over doen en de presentatie is rondgestuurd.
Walstroom voor de boten met Oekraiense vluchtelingen in de Nijmeegse Waalhaven
De basisboodschap is dat batterijen hard nodig zijn, maar tussen andere oplossingen. Eerst nadenken wat je zelf kunt doen, dan wat je niet zelf kunt doen, en dan analyseren wat het beste werkt. Dat kan een batterij zijn, maar bijvoorbeeld ook biogas (uit rioolwaterzuiveringen, niet uit de veeteelt – had ik gevraagd). De ervaringen met waterstof waren niet goed. Verder: niet naar de perfectie streven. De weg naar emissieloos loopt via emissiearm! Bijvoorbeeld Stage V – dieselaggregaten om bij te laden. Stage V is vanaf 2019 de strikste emissiestandaard voor Non Road Mobile Machinery.
Energy Hubs voor bedrijventerreinen staan hoog op de strategische to do-lijst.
Bredenoord op de Zwarte Cross (2018)
De verduurzaming van bedrijventerreinen Als afsluiting een anderhalf uur durende workshop over de verduurzaming van bedrijventerreinen met meerdere sprekers.
Eerstens Jeroen Bosma namens het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB), een programma binnen de Rijksorganisatie TKI Urban Energy ( https://pvbnederland.nl/ ). PVB werkt in Brabant samen met VNO-NCW Brabant – Zeeland. PVB biedt concrete hulp, kennisdeling en een netwerk. Dat moet helpen (was mijn vraag) om kennis, opgedaan bij een pilot als bijvoorbeeld het Kempisch Bedrijvenpark te kunnen overplanten naar andere bedrijventerreinen. De 3800 bedrijventerreinen in Nederland zijn samen goed voor 3% van de ruimte. Die terreinen hebben een enorm onbenut potentieel als het gaat over energie, ruimte en klimaat. Ze huisvesten ongeveer een derde van de banen en verbruiken een aanzienlijk deel van de energie. De verduurzaming van bedrijventerreinen levert een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.
Het Eindhovense bedrijventerrein De Hurk
In Brabant is er een ruimteprobleem. PVB streeft op de eerste plaats via gebiedsgericht werken naar een intensiever en beter gebruik van bestaande terreinen (vergroenen, andere parkeeroplossingen, überhaupt liever minder autoverkeer).
Enzo Diependaal sprak namens zijn eigen eenmans-consultancybedrijf Rethink Zero uit Udenhout. Hij is een aangenaam vrijmoedige spreker, met als belangrijkste boodschap dat netcongestie op bedrijventerreinen (slechts gedurende een zeer gering deel van de tijd een probleem) veel beter bestreden zou kunnen worden met collectieve organisatie die een ‘Groep Aansluit- en Transportovereenkomst’ heet, waarin ‘individuele bedrijven worden gebundeld zodat partijen samen kunnen én mogen werken. Op deze manier worden individuele vermogens van bedrijven samengevoegd waarbinnen kan worden gehandeld. Denk aan zonnepanelen van bedrijf A die een overproductie aan stroom hebben die het net niet op kan, maar wel aan bedrijf B op het bedrijvenpark kan worden verkocht en met netwerksturing fysiek kan worden geleverd.’. Dat is dus precies wat er op het Kempisch Bedrijvenpark gebeurt (waarschijnlijk in de coöperatievorm), maar daar mag het omdat dat een van de drie officieel door netbeheerder Enexis toegestane pilots is in Brabant. Diependaals frustratie over het spanningsveld tussen werkelijkheid en papier droop van zijn verhaal op de Energiebeurs af. Maar ook Enexis heeft zijn schaarsteproblemen. Bovenstaand citaat komt uit een verslag van Diependaals inzet op Bedrijvenpark Pannenweg II in Nederweert ( https://getlyv.com/2023/05/08/eerste-bedrijvenpark-in-nederland-lost-eigen-netwerkcongestie-op-met-energy-hub/ ) Diependaal stelt dat per pilot maar een handvol grote bedrijven mee mag doen, terwijl 70% van de bedrijven kleinverbruiker is. Nog meer frustratie. Diependaal maakt er onderhand een sport van in de grens met de burgerlijke ongehoorzaamheid net niet te overschrijden.
Voorbeeld dat elektriciteitscongestie op een bedrijventerrein slechts zelden voorkomt. De noodlottige pieken bepalen wat officieel de netdimensionering zou moeten zijn, maar met simpele onderlinge afspraken zouden de pieken ook ‘onderling’gewoon’ vermeden kunnen worden.
De rest van de sessie ging over de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en over NAL’s ‘Vliegende Brigade’ , met Suzanne Brands (RVO) en Jesper van de Velden (RVO). Zie https://www.agendalaadinfrastructuur.nl/ en daarbinnen (in deze context) het vrachtvervoer.
De vertrekgedachte is dat de Total Cost of Ownership (aanschaf plus exploitatie over de levensduur) van elektrische auto’s omlaag gaat, en dat uiteindelijk 80% van het expeditievrachtverkeer elektrisch wordt. Het omslagpunt naar elektrisch wordt verwacht ergens rond 2027 of 2028.
Een van de instrumenten binnen het NAL is het ‘Dashboard Laadprognoses op bedrijventerreinen’ ( https://www.agendalaadinfrastructuur.nl/nieuws/2487425.aspx ), onlangs nog gemoderniseerd. Dat deed Jesper van der Velden. De pretentie is dat dit Dashboard voor elk bedrijventerrein in Nederland laat zien wat de verwachte laadbehoefte is voor bestel- en vrachtvoertuigen. Dit wordt via een kaartweergave geplot. De cijfers zijn waarschijnlijk van medio 2022, maar dat staat er niet duidelijk bij.
Dit materiaal kan door gemeenten en regio’s gebruikt worden om de behoefte aan laadinfrastructuur te schatten en daarop beleid te baseren. Eventueel komt de ‘Vliegende brigade’ van de NAL hen daarbij te hulp. ‘De ‘Vliegende brigade’ is onderdeel van de NAL en zet zich samen met de NAL-regio’s in om de verwachte laadbehoefte voor elektrisch vervoer in kaart te brengen en knelpunten weg te nemen. Het team ondersteunt gemeenten en richt zich op het delen van kennis en best practices rond de realisatie van laadinfrastructuur. Voor meer informatie kun je contact opnemen met de NAL Vliegende brigade’ (tekst van de website)
Inleiding Directeur Donald Pols en medewerkster klimaat- en energiezaken Kirsten Sleven hebben op 22 september 2023 een werkbezoek afgelegd aan de Brainportregio. Vier mensen van de Eindhovense Milieudefensiegroep waren bij het bezoek aanwezig.
Het werkbezoek moet gezien worden tegen de achtergrond van de bedrijvenactie van Milieudefensie. Volgens op het Shell-proces heeft de landelijke Vereniging Milieudefensie 29 bedrijven aangeschreven met een vergelijkbare eis “45% minder broeikasgasemissies in 2030 dan in 2019”.
Geen van die 29 bedrijven heeft een hoofdkantoor of belangrijke vestiging in Zuidoost Brabant (de Brainportregio), met als enige uitzondering Eindhoven Airport (met welke onderneming Milieudefensie Eindhoven al eerder afspraken gemaakt heeft). De Brainportregio is een atypische bedrijvenregio. Er zitten geen zware energievreters als Tata of Yara, en de bedrijven die er wel zitten zijn moderner dan gemiddeld. Dat weerspiegelt zich in de opvattingen binnen enkele afzonderlijke bedrijven.
Het weerspiegelt zich niet in de staat van de verduurzaming in de Brainportregio als geheel, want die was tot voor kort niet beter dan landelijk gemiddeld. Brainport als organisatie had SDG-ambities (Sustainable Development Goals), maar geen specifiek verduurzamingsplan voor de regio. En bijvoorbeeld ook geen milieujaarverslag (komt eraan). Milieudefensie Eindhoven heeft Brainport Development, en de Stichting Brainport, hierop twee jaar geleden aangesproken. Dat leidde tot enkele gesprekken, waarin bleek dat, redenerend vanuit verschillende uitgangsposities, de ambities van Milieudefensie Eindhoven en Brainport Development een heel eind gelijk op gingen (zie elders op deze site). Uiteindelijk leidde deze gesprekkenreeks tot een uitnodiging aan Milieudefensiedirecteur Pols voor een werkbezoek, dat dus op 22 sept jl plaatsvond in het Atlasgebouw van de TU/e .
Het werkbezoek Het werkbezoek bestond uit vier blokken.
In het ontvangst- en kennismakingsblok schetste directeur Van Nunen van Brainport Development de Brainportstructuur.
Mevrouw Wieczorek
Mevrouw Anna Wieczorek, Sustainability Ambassador van de TU/e, behandelde de hoofdlijnen van de duurzaamheidsaanpak van de TU/e . De Eindhovense wethouder Rik Thijs en de Helmondse wethouder Arno Bonte (geide GroenLInks) bespraken het ‘Klimaatneutrale steden’-project waaraan beide steden meedoen. De twee steden willen, als onderdeel van een Europees project, in 2030 klimaatneutraal zijn. Er zitten nog de nodige onzekerheden aan verbonden en de bespreking was meer procedureel dan resultbescrijvend opgezet, maar bij de begroting begin oktober zou het duidelijker worden. Donald Pols benadrukte het belang van het zg GHG-protocol om bedrijfsemissies weer te geven ( https://ghgprotocol.org/ ). Hij signaleerde een tegenstelling tussen enerzijds het internationale functioneren van grote bedrijven en anderzijds de nationale wetgeving waaraan ze gebonden zijn. Om aan Parijs te voldoen moeten bedrijven zowel de in dit protocol vastgelegde scope 1-, scope 2- en scope 3 emissies halen.
In het gebouwde omgeving-blok gingen de twee wethouders, gesteund door dhr Savenije van VDL die de zieke mevrouw Havinga van de TU/e verving, in op praktische zaken zoals op het Eindhovense publieke energiebedrijf in oprichting met vooralsnog vooral warmtefuncties (enige discussie hoe ruim ‘publiek’ moet worden opgevat), en over het ijzerpoederproject t.b.v. piek-bijstook in de Helmondse stadsverwarming (waarover meer in het volgende blok). De TU/e bood ter plekke 1,5 miljoen aan researchcapaciteit aan t.b.v. warmteprojecten.
Proefopstelling van de waterstofgenerator uit stoom
De volgende gedachte is om het ijzerpoeder te laten reageren met hete stoom, waardoor waterstofgas vrijkomt. In die zin werkt ijzerpoeder indirect als waterstofopslag. In alle gevallen is ijzeroxide (‘roest’) het eindproduct en dat moet (en kan) weer worden gereduceerd met waterstof tot het oorspronkelijke ijzerpoeder. Als er genoeg groene waterstof beschikbaar is, is een koolstofvrije kringloop mogelijk met weinig verlies. Tata Steel is er jaloers op.
In het verduurzaming bedrijven terreinen-blok ging het vooral over de belangrijkste pilot in de regio, het Kempisch Bedrijvenpark (KBp) in Hapert (gemeente Bladel). Aanwezig waren de Bladelse wethouder Hetty van der Hamsvoort en beleidsambtenaar Gijs Gooren, Guustaaf Savenije van VDL en Geri Wijnen van VNO/NCW. Het KBp is een nieuw bedrijventerrein voor de regionale industrie. Net als alle andere 180 bedrijventerreinen in de regio zit het vanwege de netcongestie op slot, zowel voor afname als levering. In het KBp wordt dat probleem aangepakt door een interne Energy Hub te ontwikkelen, een soort onderlinge constructie (die mogelijk geformaliseerd gaat worden in een coöperatiestructuur) met een ringleiding via welke onderling geleverd wordt en die als één aansluitpunt fungeert voor Enexis. De constructie betrekt stroom van een windturbine in de buurt, zonnestroom op eigen daken, een batterijopslag en een nog te bouwen gasturbine voor noodgevallen. Het zit soms op het randje van wat wettelijk kan. Zie ook https://www.firan.nl/case/kempisch-bedrijvenpark-zoekt-met-energy-hub-oplossing-voor-netcongestie/ . Het is een mooi systeem, maar het was en is zo arbeidsintensief dat de lijn vooralsnog niet op deze wijze door te trekken is naar andere bedrijventerreinen (zoals bijvoorbeeld het Eindhovense De Hurk). Bescheidener vormen van kennisoverdracht worden al wel gepraktiseerd. Geri Wijnen van VNO/NCW houdt zich meer in de breedte met de verduurzaming van bedrijventerreinen bezig.