Waterschap Aa en Maas stelt subsidie beschikbaar voor klimaatbestendige maatregelen

Het Waterschap Aa en Maas heeft een subsidiepotje, waaruit het meebetaalt aan projecten die de gevolgen van heftige regenval in woongebieden helpen verzachten. Te denken valt aan groene daken, (buurt)-
moestuinen, geveltuintjes, regentonnen en dergelijke.

Geveltuintje in Den Bosch
Geveltuintje in Den Bosch

De regeling geldt in elk geval tot 31 december 2016, en wordt mogelijk (afhankelijk van de ervaringen) verlengd.

De subsidie is gebonden aan voorwaarden:
–  Het Waterschap betaalt per project 30% met een maximum van €5000
–  De subsidie is bedoeld voor particuliere huishoudens, mits deze in groter verband samenwerken. Eén enkel individu krijgt dus geen subsidie, een blok of straat die samen een rij geveltuintjes aanlegt of die samen regentonnen plaatst in principe wel.
–  De regeling geldt alleen in bebouwd gebied, dus in een dorpskern of stad
–  Het aanbod geldt alleen het gebied van het Waterschap Aa en Maas
–  De maatregel moet een blijvende verbetering zijn voor de water- en groenstructuur
–  Er moet een vorm van controle mogelijk zijn

Alvorens subsidie aan te vragen, is het verstandig even de site van het project te bezoeken http://www.aaenmaas.nl/pagina/over-aa-en-maas/beleid/klimaat.html .

Klimaateffecten in Brabant 8 – Waterbeheer

Op deze site loopt een serie over klimaateffecten en klimaatadaptatie in Brabant.

In het julinummer van de Nieuwsbrief van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) stond een goed artikel over grond- en oppervlaktewaterbeheer van Vanessa Mommers, zowel in te droge als te natte tijden. Ik heb dit (met toestemming) hieronder overgenomen.

———————————————–

Brabantse Milieufederatie

De extreme regenval in de afgelopen tijd heeft geleid tot nogal wat discussie over het beleid van de waterschappen. Met name de landbouw gebruikt de wateroverlast en de schade die daaruit voortvloeit om te pleiten voor snelle waterafvoer. Daarbij schuwt men niet de natuur als veroorzaker van alle kwaad aan te wijzen.
overstroomde weg

Een reportage die de Volkskrant op 18 juni publiceerde over boer Van Beers uit Vessem is daarvoor exemplarisch. Van Beers beklaagt zich over het waterschap. Hij vraagt zich af of de natuur vóór de oogst gaat: ‘Het is waterbeleid dat nog dateert uit een tijd dat verdroging een thema was. Maar nu is er het nieuwe klimaat met zijn hoosbuien.’

Ik kan me de frustratie van Van Beers goed voorstellen, want het is niet zomaar iets om je oogst verloren te zien gaan. Toch vind ik de wijze waarop de landbouw deze discussie voert onnodig polariserend. Bovendien gaat deze wijze van discussiëren voorbij aan de werkelijke opgave waar we voor staan, namelijk Nederland klimaatbestendig maken.

Nederland staat bekend als een land dat letterlijk weet hoe het hoofd boven water te houden. Technisch zijn we tot heel veel in staat. Waar we water nodig hebben wordt het aangevoerd, waar het te veel is wordt het afgevoerd. Dat teveel afvoeren heeft de afgelopen decennia geleid tot verdroging, een van de grootste bedreigingen voor de Nederlandse natuur. Die verdroging is – anders dan Van Beers beweert – nog steeds een actueel thema, zeker op de hoger gelegen zandgronden in Zuid- en Oost-Nederland. Die verdroging vormt op termijn ook een bedreiging voor de landbouw zelf en – wellicht nog belangrijker – voor de drinkwatervoorziening. Juist door het ‘nieuwe klimaat’. Want we moeten niet alleen rekening houden met meer en heviger hoosbuien, maar ook met langere periodes van droogte. Waar halen we dan het water vandaan?

Als het peil van de Maas door langdurige droogte zakt, zal er vanuit de rivier niet altijd meer voldoende water zijn om aan te voeren voor de landbouw. De landbouw zal dan vaker uitwijken naar beregening uit grondwater. Dat grondwater hebben we echter ook nodig voor drinkwater en voor de industrie.

In Brabant liggen strategische grondwatervoorraden waaruit in geval van calamiteiten, bijvoorbeeld een nucleaire ramp, grote delen van Nederland van drinkwater moeten worden voorzien. In een rapport van Deltares uit 2014 staat dat in het verleden in droge zomers de landbouw in een betrekkelijk korte periode meer grondwater onttrok dan de drinkwatervoorziening op jaarbasis. Met de intensivering van de landbouw, langere periodes van droogte en lage Maaspeilen in het vooruitzicht, ziet het ernaar uit dat de druk op het grondwater alleen maar groter gaat worden. En grondwater is geen onuitputtelijke bron. Dus hoe zorg je er voor dat ook toekomstige generaties nog van die bron gebruik kunnen maken? Door water bovenstrooms zoveel mogelijk vast te houden waar het valt en het ter plekke te laten ‘inzijgen’.

In deze ‘duurzame zoetwatervoorziening’ spelen natuurgebieden een belangrijke rol. In de natuur kan water worden vastgehouden én gezuiverd. Natuurgebieden kunnen ook worden ingezet om een tijdelijk overschot aan water te bergen, mits het water niet verontreinigd is uiteraard. Zo doet bijvoorbeeld het opvangbekken langs de Beerze dezer dagen goed zijn werk zodat elders geen gebieden overstromen. In het nieuwe klimaat zullen meer van zulke buffers in beekdalen gewenst zijn.

De waterschappen werken hard aan die duurzame zoetwatervoorziening. Zij nemen daarmee verantwoordelijkheid voor een vraagstuk dat veel complexer en genuanceerder is dan in de Volkskrant wordt gesuggereerd met de uitspraak ‘vogels zijn geholpen, maar de aardappelen rotten weg’. Hiermee reduceert men het probleem van wateroverlast ten onrechte tot een keuze tussen landbouw of natuur. Een duurzame zoetwatervoorziening gaat ons allemaal aan. Het gaat namelijk over ons drinkwater, ons viswater, ons vaarwater, de grondstof voor ons bier en onze frisdranken, het water in de koeltorens van onze elektriciteitscentrales enzovoorts.

Bovendien ben ik er van overtuigd dat het versimpelen van de discussie over wateroverlast tot ‘landbouw versus natuur’ niet leidt tot duurzame ingrepen in ons watersysteem. Om Nederland voor te bereiden op meer wateroverlast, maar ook op langduriger perioden van droogte is meer nodig dan extra pompcapaciteit, een ander maaibeleid en het rechttrekken van waterlopen.
vanessa mommers_BMF
Vanessa Mommers
Ruimte en water
vanessa.mommers@brabantsemilieufederatie.nl

 

Aarde wordt inderdaad steeds warmer

Een internationaal rapport van de American Meteorological Society, de State of the Climate, toont aan dat de aarde inderdaad steeds warmer aan het worden is.
state of the climate_titelpagina

De VS-overheidsorganisatie NOAA (de National Oceanic and Atmos-
pheric Adminstration) maakte een samenvatting van het rapport. Enkele highlights:

  •  De langetermijn trend in de klimaatverandering en een van de sterkste El Niño’s ooit zorgden ervoor dat 2015 nog warmer was dan 2014, en daarmee het warmste jaar sinds de metingen begonnen.
    De mondiaal gemiddelde landtemperatuur zat ruim 0,4°C boven het gemiddelde van 1981-2010 (in de klimaatleer werkt men standaard met 30 jaar-perioden bg)
    Het Noordpoolgebied was jaargemiddeld 1,2°C warmer.
  • De broeikasconcentraties van CO2, methaan en N2O waren de hoogste ooit (CO2 jaargemiddeld 399,4ppm, een stijging van 2,2%).
  • De mondiaal geiddelde zeewatertemperatuur zat ongeveer 0,35°C bovengemiddeld, en is eveneens een record
  • De zeespeigel is 70mm gestegen sinds men in staat was die mondiaal te meten, in 1993
  • Er waren in 2015 over de hele aarde 101 tropische cyclonen, terwijl er dat van 1981-2010 jaargemiddeld 82 waren

state of the climate_continents

De NOAA-samenvatting is te vinden op http://www.noaa.gov/international-report-confirms-earth-hot-and-getting-hotter .

In de NOAA-samenvatting wordt doorgelinkt naar het integrale rapport. Let wel, dat is 106MB. Zie www.ametsoc.org/ams/index.cfm/publications/bulletin-of-the-american-meteorological-society-bams/state-of-the-climate/ .

Eerste halfjaar 2016 breekt nieuwe warmterecords

De World Meteorological Organization (WMO) meldde in een persbericht van 21 juli 2016 dat het gemiddelde weer op aarde over het eerste half jaar van 2016 weer vele records gebroken heeft. Het jaar 2016 zou het warmste jaar ooit op aarde kunnen worden sinds het begin van de registratie. (Dit persbericht is later niet meer terug te vinden).
De stelling is gebaseerd op een rapport van de US National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) ( http://www.ncdc.noaa.gov/sotc/global/201606 )  en NASA’s Goddard Institute for Space Studies (NASA_GISS) (http://svs.gsfc.nasa.gov/12305 ), beide gezaghebbende instituten.

hottest years global temperature

Another month, another record. And another. And another. Decades-long trends of climate change are reaching new climaxes, fuelled by the strong 2015/2016 El Niño,” said World Meteorological Organization Secretary-General Petteri Taalas.

The El Niño event, which turned up the Earth’s thermostat, has now disappeared. Climate change, caused by heat-trapping greenhouse gases, will not. This means we face more heatwaves, more extreme rainfall and potential for higher impact tropical cyclones,” said Mr Taalas.

De CO2- concentraties zijn over de 400ppm hene geschoten.
De gemiddelde temperatuur op aarde was 1.3°C warmer dan eind 19de eeuw.
De ijskap op Groenland begon ongewoon vroeg te smelten en het Noordpoolijs neemt 40% minder oppervlakte in dan rond 1980.
Het was een stuk droger dan normaal in o.a. Spanje en het westen en midden van de VS, en een stuk natter dan normaal in o.a. Noord- en Centraal Europa.

VN-baas ban Ki Moon heeft de wereldleiders op 21 sept 2016 uitgenodigd om over de uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs te praten.

In een ander artikel van dezelfde dag publiceerde de WMO een afbeelding van een hittegolf op 21 juli 2016.

Hittegolf in het Midden-Oosten op 21 juli 2016. In kuweit en Basra was het 54 graad C.
Hittegolf in het Midden-Oosten op 21 juli 2016. In Kuweit en Basra was het 54 graad C.

Het was (volgens de WMO) rond de 54°C in Kuweit en Basra, maar ook in grote steden als Riad en een stad als het Perzische Ahvaz (met ruim een miljoen inwoners) moet het zo warm geweest zijn. De WMO stuurt een commissie naar Kuweit om de meting te controleren.
Deze hittegolf besloeg een groter gebied. In het zuiden van Marokko was het tussen de 45 en de 47 °C
Er zijn heel oude metingen die nog iets hoger liggen dan 54°C (1913 Death Valley en 1931 Tunesie), maar die worden niet meer vertrouwd.

Men vraagt zich af in hoeverre deze gebieden nog bewoonbaar blijven. Zie bijv. Hoe Kemal Ali op Lesbos terecht kwam  en Burgeroorlog in Syrie mede veroorzaakt door klimaatverandering  .

 

Klimaateffecten in Brabant 7 – Met je voeten in te veel modder

Het systeem voldoet aan de norm, maar de norm voldoet niet meer. Dat is een notedop de inhoud van de Statenmededeling over wateroverlast in Noord-Brabant (4 juli 2016). nn

Wateroverlast in juni 2016
Wateroverlast in juni 2016

Op basis van een eerder ingediende motie van CU-SGP en CDA had het College van Gedeputeerde Staten (GS) bekeken in hoeverre akkerland en grasbouw nog adequaat beschermd waren tegen overvloedige neerslag. Provinciale Staten gaan daarover.

Wat komt er uit dat ‘bekijken’?
De uitkomst van dat bekijken is een soort drietrapsraket.

De eerste trap is dat de situatie nagenoeg overal voldoet aan de nu geldende wettelijke norm. Die luidt:
beschermingsnormen wateroverlast
(Lees: de spoorwegen mogen gemiddeld maar eens in de 100 jaar onder lopen enzovoort.)

De waterschappen hebben een systeem ontworpen dat nagenoeg overal aan deze norm voldoet, als uitgegaan wordt van het Klimaatscenario van 2006 van het KNMI en de bijbehorende neerslagtabellen.

De tweede trap is dat het KNMI in 2014 een nieuw scenario gemaakt heeft, waarbij door STOWA (dat is zoiets als het wetenschappelijk bureau van de waterschappen) nieuwe neerslagreeksen berekend zijn. De uitkomst in een notedop:
neerslagwaarschijnlijkheden oud en nieuw_STOWA
(Lees: als er in 2006 eens per 10 jaar 80mm regen in vier dagen viel, viel er in 2014 eens per 10 jaar 89mm in vier dagen, enz.)

De volledige STOWA-tekst is te vinden op https://www.stowa.nl/publicaties/nieuwe-neerslagstatistieken-voor-het-waterbeheer-extreme-neerslaggebeurtenissen-nemen

Let wel: deze cijfers zijn gemiddeld over een groter gebied.

De  derde trap is dat er in een klein gebied “boven-normatief veel” regen kan vallen. Bijv. in 2015 in het land va Heusden en Altena viel er lokaal in korte tijd meer dan twee keer zoveel regen als waar het systeem op berekend is.

 

Wat gaan GS nu doen?
In 2018 (dat is een jaar vroeger dan eigenlijk moest) gaan de waterschappen een nieuwe voortgangsrapportage schrijven. Die zal formeel getoetst worden aan het nieuwe klimaatscenario annex de nieuwe STOWA-cijfers. Op verzoek van GS maken de waterschappen een indicatieve tussenrapportage in 2016.

Verder gaan GS met de waterschappen in overleg over maatregelen om de gevolgen van “boven-normatieve” lokale hoosbuien te verlichten. Die krijgen een plaats in de uitvoeringsagenda van het Provinciaal Milieu- en Water Plan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een eerdere studie van het (Gelderse) waterschap Rivierenland.

Tenslotte gaan GS in overleg met gemeenten over de, soms ernstige, wateroverlast in stedelijk gebied (zie Tilburg en het noodweer van 28 juli 2014)

 

Maar denk ook aan droogte!
De bevolking heeft, niet onbegrijpelijk, de sterke neiging zich het meest bezig te houden met de meest verse ellende. En dat is nu teveel water.
Maar het meer extreme weer, dat het klimaat ons brengt, kan ook betekenen dat er meer extreme droogtes komen. Een boer koopt er weinig voor als voorkomen wordt dat zijn oogst in het ene jaar verzuipt en in het andere jaar verdroogt. Er is dus een totaalplaatje nodig. Daartoe is het Deltaplan Hoge Zandgronden ontworpen ( Het Deltaplan hoge zandgronden)

Klimaateffecten in Brabant 6 – het KNMI over recent extreem weer in 2016. Daarnaast verzekerbaarheid.

Het KNMI heeft een beschrijving annex klimaatanalyse uitgebracht over de extreme buien van eind mei en begin juni 2016, en een beschrijving van het noodweer van 22 en 23 juni.

Het KNMI over 31 mei en 1 juni 2016
De eind mei-studie is te vinden op www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/klimaatanalyse-van-extreme-buien-eind-mei-begin-juni-2016 .
Eind mei lagen Limburg en Zuidoost Brabant aan de rand van een groot neerslaggebied. Die neerslag hoorde bij een depressie boven Frankrijk en Duitsland, die ruim een week bleef hangen.
Belgie en Zuid-Nederland kregen hevige onweersbuien van mee, leidend tot lokale wateroverlast.
boxmeer
In Zuid-Duitsland leidden relatief kleinschalige, maar zeer hevige buien tot flash floods en aardverschuivingen.
In Frankrijk viel de regen aanhoudend over een groot gebied, waardoor in het stroomgebied van de Seine en de Loire de rivieren recordhoogtes bereikten en buiten hun oevers traden. Het Louvre werd voor de zekerheid gesloten.

Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei - bron NOAA/CPC

De klimaatwetenschap wordt gestaag beter, maar zeer lokale gevolgen als het buiten de oevers treden van een rivier kunnen nog niet berekend worden. De regen, die er de oorzaak van was, kan al wel in lokale modellen gevangen worden.

Het KNMI stelt dat de buien in Duitsland niet met een veranderend klimaat in verband kunnen worden gebracht. De kans dat ergens in Zuid-Duitsland in april, mei of juni een dergelijke buiencomplex optreedt eens in de 20 jaar. Dat is niet heel zeldzaam en de tijdreeksen van 250 weerstations vanaf 1951 laten een afname in de extreme neerslag zien.

Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei - bron NOAA/CPC
Gemiddelde neerslag in mm/dag in Frankrijk op 29-30-31 mei – bron NOAA/CPC

Voor Frankrijk komt het KNMI tot een ander oordeel.. De kans op dit type neerslag is sinds 1960 voor de Seine 1.8* zo hoog geworden is, en voor de Loire 1.9* zo groot. Dat kan gelezen worden als dat de kans op zoveel regen in het stroomgebied van de Seine gestegen is van 1 op 900 naar 1 op 500 per jaar. Bij de Loire is dat van 1 op 180 naar 1 op 100 per jaar.

De onderliggende natuurkunde is simpel, stelt het KNMI. De Clausius-Clapeyronvergelijking zegt dat +1°C (de temperatuurstijging sinds 1960) maakt dat de lucht 7% meer waterdamp kan bevatten (wat inderdaad ook gebeurt).

Overigens heeft het KNMI ook voor de zware regenval in juli 2014 (waardoor onder andere delen van Tilburg onderliepen, zie Klimaateffecten in Brabant – 2: Tilburg en het noodweer van 28 juli 2014) een klimaatanalyse gemaakt. Daaruit kwam ruwweg dezelfde verdubbeling van de kans op een dergelijke hoeveelheid neerslag.

Het KNMI over het noodweer rond 23 juni 2016

De tekst is te vinden op http://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/zware-onweersbuien-op-22-en-23-juni-vol-extremen .
In de nacht van 22 op 23 juni, op 23 juni en in de nacht van 23 op 24 juni kwam het in Brabant en Limburg tot een extreem noodweer. Op de neerslagradar van het KNMI was boven Brabant een heuse ‘supercel’ te zien met rolwolken, vuistgrote hagel, valwinden en uitzonderlijke neerslag.

Supercel boven Brabant rond 23 juni 2016. weerradar KNMI
Supercel boven Brabant rond 23 juni 2016. weerradar KNMI

Delen van Brabant zagen er uit alsof er een oorlog gewoed had.
dak+glas_juni2016
Het KNMI heeft (nog?) geen klimaatanalyse gemaakt van het noodweer rond 23 juni.

 Schade en verzekering
Alleen al in een agrarische gemeente als Someren kwamen de gemeente en de boerenorganisatie ZLTO tot een half miljard schade. Nu zal daar enig natte vinger-werk inzitten en er liggen nog geen officiele schademeldingen onder, maar ongetwijfeld zal het heel veel zijn. Over het hele rampgebied samen inderdaad misschien wel een miljard.
In de beste traditie eiste de ZLTO geld voor zijn achterban voor deze “nationale ramp”.

Wateroverlast op de aardappelvelden
Wateroverlast op de aardappelvelden

Staatssecretaris Van Dam had er niet meteen zin in. In de NRC (28 juni 2016) liet hij weten dat zijn ministerie er al jaren op aandringt dat boeren een weersverzekering afsluiten en dat, nog sterker, het ministerie daar zelfs een subsidie van 9 miljoen per jaar voor klaar heeft liggen. En, zegt het ministerie, als men via de rampenregeling geld wil vangen, kan dat alleen als het om onverzekerbare schade gaat.
Mensen die er meer van af weten dan ik, moeten maar bepalen wat wijsheid is. Misschien is een deel van de schade onverzekerbaar en misschien kunnen er voorwaarden verbonden worden aan een eventueel hulpbedrag. En omvallende boerenbedrijven kosten de staat, linksom of rechtsom, ook geld.

Ondertussen kan men zich de meer fundamentele vraag stellen in hoeverre het concept “verzekering” als zodanig in dit soort situaties bruikbaar blijft.
Een verzekering gaat fundamenteel van de aanname uit dat het incident uitzondering is en het niet-incident regel. Als de herhaalfrequenties van extreem weer toenemen, moet dat vroeg of laat gevolgen hebben voor de grondslagen van de verzekering. Op zijn gunstigst gaat de premie omhoog en op zijn slechtst houdt de verzekerbaarheid op. Zie op deze site Klimaatverandering en financiele stabiliteit

Waar de verzekerbaarheid ophoudt, moet het overheidsbeleid starten. Na de watersnoodramp van 1916 is de Afsluitdijk gebouwd, en na die van 1953 de Deltawerken. Men heeft toen ook niet voor gekozen voor een benadering “het Rijk betaalt de schade en tot de volgende overstroming”. Die mentaliteit zou ook hier getoond moeten worden.

Misschien zouden de regering en de Tweede Kamer een groter gevoel van urgentie t.a.v. klimaatverandering ten toon moeten spreiden.
In Brabant is onlangs het “Deltaplan Hoge Zandgronden” van kracht geworden waarin het beheer van het zoetwater op de zandgronden onderwerp van beleid is (zie Klimaateffecten in Brabant – 1 Het Deltaplan hoge zandgronden ). En waarin, het is navrant, vooral droge zomers afgedekt zijn – en niet zonder reden, want het weer wordt extremer, zowel in de natte als in de droge richting. Misschien moet de provincie eens haar Deltaplan-beleid ter evaluatie naast de feitelijke ervaringen van mei en juni 2016 leggen.
En misschien moet de bevolking minder bezwaar gaan maken tegen maatregelen die beogen het klimaat binnen aanvaardbare grenzen te houden, zoals windturbines, hoogspanningsleidingen en mestvergisters.

Canadese bosbranden mede door klimaatverandering

Fort Murray wildfire 2016 (Wikipedia)

De Canadese bosbranden, die nu de kranten vullen, vinden hun oorsprong (dit jaar) in El Niño maar ook in de klimaatverandering. Dat schrijft Brian Kahn van Climate Central op 4 mei, welk artikel overgenomen is in de de online-editie van de Scientific American.

Op woensdag 4 mei 2016 meldde de NOS, dat zes wijken van de stad Fort MacMurray in de provincie Alberta gedeeltelijk in de as gelegd waren. Een overheidswoordvoerder meende dat toen het ergste nog moest komen “We kampen nog steeds met zeer hoge temperaturen, een lage luchtvochtigheid en harde windstoten“.
Alle 88000 inwoners van de stad zijn geëvacueerd, sommigen meermalen. Een deel is bij de Shell terecht gekomen, die vanwege het brandgevaar de exploitatie van de nabij gelegen Tar Sands tijdelijk stop gezet heeft – een bittere ironie omdat nu een gevolg terugslaat op een oorzaak.
Tot nu toe zijn er geen doden en gewonden gerapporteerd, hetgeen betekent dat de Canadezen wel een zeer capabele rampenorganisatie moeten hebben.

El Niño speelt een rol, maar is niet genoeg om de heftigheid van de gebeurtenissen te verklaren. El Niño komt jaarlijks, is moeilijk voorspelbaar van sterkte en piekt om de pakweg 5 jaar. Inderdaad veroorzaakt El Niño in dit Canadese deel van de wereld extra warmte en droogte, en inderdaad waren er bij de vorige super-El Niño in 1997-1998 meer bosbranden.
(In Nederland overigens heeft El Niño nauwelijks invloed).

Afwijkende temperaturen boven Noord-Amerika op 4 mei 2016
Afwijkende temperaturen boven Noord-Amerika op 4 mei 2016

Maar er zijn dus al vele Niño-effecten gepasserd aan Fort MacMurray en de stad is nooit eerder (voor een groot deel) afgebrand.
Het had die winter al minder gesneeuwd en de huidige temperaturen liggen tot 22°C boven wat hier in deze tijd van het jaar normaal is. “Ik heb dit in mijn carrière nog nooit meegemaakt” aldus de brandweerchef van Fort MacMurray Darby Allen tegen CBC.

In het Climate Central-artikel wordt het bosbrandprobleem in een groter kader gezet.
De Californische bosbranden uit 2015 worden vermeld, waarbij zo’n 2000 gebouwen afbrandden.
In Alaska duurt het seizoen 40% langer dan 65 jaar geleden en is het aantal grote bosbranden in die tijd verdubbeld.
In Canada als geheel begint het bosbrandseizoen een maand eerder en is de afgebrande oppervlakte sinds 1970 verdubbeld
In de noordelijke wouden samen is het aantal bosbranden als geheel in de laatste 10.000 jaar nog niet zo hoog geweest.
Deze gegevens komen van bosbrandonderzoeker Flanagan van de Universiteit van Alberta.

Het Climate Central-artikel noemt nog twee belangrijke overwegingen met een meer algemeen karakter.

De eerste is dat brandende bossen veel CO2 afgeven. Zodoende ontstaat er een zichzelf versterkend effect.

De tweede is dat veel bossen in Alberta en meer algemeen Canada op een veenlaag staan. Als die veenlaag vlam vat, krijg je dat bijna niet meer uit (ook in Nederland wel eens gebeurd). Het vuur kan weken of zelfs maanden doorsmeulen en onverwacht oplaaien. Het zou, volgens Climate Central, zelfs de winter kunnen overleven.

Op 6 mei wijdde Mark Fischetti een artikel aan de Canadese bosbrand. Dat vindt u hier —> Catastrophic Canadian Wildfire Is a Sign of Destruction to Come_6mei2016_SciAm_Fischetti . In dat artikel nam hij een kaart op dd mei 2011, die over het toenemende aantal bosbranden gaat. Die kaart druk ik hieronder apart af.

Kaart toename bosbrandoppervlakte VS_2011
Kaart toename bosbrandoppervlakte VS_2011

Hoe Kemal Ali op Lesbos terecht kwam

In de Scientific American van maart 2016 staat een verhaal van buitenlandverslaggever John Wendle dat persoonlijke kleur toevoegt aan afstandelijker verhalen waarover ik in deze kolommen eerder geschreven heb (zie “Klimaatverandering hangt direct samen met de groei van het terrorisme” (Bernie Sanders) en Burgeroorlog in Syrie mede veroorzaakt door klimaatverandering )

Uit de geschetste levenslopen kies ik die van Kemal Ali. Dat was een kleine aannemer uit de buurt van Kobane die al 30 jaar putten boorde voor boeren. Gebruikelijk boorde hij tot 60 à 70m diep, maar na de winter van 2006-2007 begon de grondwaterspiegel te dalen. Ali boorde er achteraan, hoewel dat van Assad niet meer mocht, maar de endemische corruptie in Syrie maakte dat probleem niet onoverkomelijk. De diepste put, die Ali geboord heeft, was 700m.
Twee hoofdoorzaken: de agrarische politiek van Assad die winstgevende maar watervragende gewassen wilde zonder te kijken of er water was, en de langdurige droogte.

Uiteindelijk werd de situatie voor het bedrijf onhoudbaar. De klanten konden geen putten meer betalen en vertrokken naar de stad. De bevolking in de Syrische steden steeg van 8,9 miljoen in 2002 naar 13,8 miljoen in 2010, waar de verwaarlozing en probleemonderschatting door Assad van de sloppenwijken een van de lonten in het kruitvat werd.

Ook Ali nam de bus naar Damascus, maar die kreeg onderweg een raketinslag. Ali hield er een dwarslaesie aan over en eindigde uiteindelijk miraculeus en met veel hulp in een rolstoel op Lesbos, waar hij hoopt op een toekomst in Duitsland waar men de scherven uit zijn rug haalt, zodat hij hopelijk nog eens kan lopen.

Richard Seager van Lamont-Doherty Earth Observatory becommentarieert de ontwikkelingen in een artikel in PNAS “Climate change in the Fertile Crescent and Implications of The Recent Syrian Drought” (vol 112, 17 maart 2015, Link naar PNAS-artikel ). Hij zegt dat het Midden-Oosten erg gevoelig is voor de klimaatverandering, mede omdat rivieren als de Eufraat en de Jordaan minder water gaan bevatten, en omdat de atmosferische Hadley cel groter wordt, (waardoor de dalende warme en droge lucht verder naar het Noorden de grond raakt bg). Als de klimaatverandering doorzet zoals nu, houdt mogelijk de Vruchtbare Halve Maan op te bestaan – het gebied waar de landbouw, 12000 jaar geleden, uitgevonden is.

Enkele klimatologisch relevante trendlijnen voor Syrie
Enkele klimatologisch relevante trendlijnen voor Syrie, bron het PNAS-artikel

Het staat in de Koran‘  zegt Ali ‘Water is leven‘ .

Klimaateffecten in Brabant-5 vragen over lidmaatschap Klimaatverbond beantwoord (update)

Deze vragen zijn op 24 december 2015 op een beetje afstandelijke toon beantwoord.
GS geven aan dat de provincie (behalve de contributie a €1010 per jaar) niet direct bijdraagt. De provincie heeft geen apart klimaatbeleid, maar is wel actief in regionale en lokale projecten van leden. De provincie faciliteert de samenwerking binnen Brabant en speelt een rol in landelijke netwerken als Kennis voor Klimaat en het Deltaprogramma.
De stap naar klimaatadaptatieprocessen is binnen deze netwerken en activiteiten in praktijk al gezet.

Wat betreft de steeds heftiger overstromingen na extreme regenval, maar ook hittegolven, die de Brabantse dorpen en steden treffen, geven GS aan dat hier een regisserende en stimulerende taak voor de provincie ligt. Het is inderdaad een beetje onzin dat elke stad from scratch zijn eigen klimaatadaptatieplan opzet.

Bij het PMWP (Provinciaal Milieu- en Water Plan) hoort een uitvoeringsagenda, waarin opgenomen staat dat de provincie een klimaatagenda gaat opstellen. Een Brabants Klimaatportaal zal een onderdeel zijn van die agenda.

Voor de volledige tekst zie –> beantwoording statenvragen klimaatadaptatie_24dec2015

—————————–

Ik heb meegewerkt aan schriftelijke vragen aan het College van GS vanuit de SP-fractie. Ze gaan over de relatie van de provincie met het Klimaatverbond. Daar is de provincie lid van, maar over activiteiten is weinig terug te vinden. Toch is het lidmaatschap zeker niet iets, waarvoor men zich zou moeten schamen.

Vragen van de SP-fractie aan GS over de provincie in organisaties op klimaatgebied

04-12-2015De SP-fractie heeft overwegend met waardering kennis genomen van de ambities van de provincie Noord-Brabant op het gebied van energie en klimaat, zoals deze zijn vastgelegd in het PMWP 2016-2021. Wel constateert de SP dat er een belangrijk onderwerp ontbreekt, namelijk de gevolgen van extreme regenbuien in de bebouwde kom van de dorpen en steden. De wateroverlast van opzij (uit rivieren en beken) wordt besproken, maar niet die van boven.

Tegelijk is de SP-fractie verbaasd dat er over de bezigheden van de provincie over de afgelopen jaren zo ontzettend weinig terug te vinden is.

Zo beroept de provincie zich op de “intensieve samenwerking tussen de provincie en de B5 in de Klimaatladder”, maar noch op de website van de B5 noch op die van de provincie roept het trefwoord “Klimaatladder” zinvolle documenten op.

De provincie is lid van het Klimaatverbond, een samenwerkingsverband van lagere overheden. Dat is een achtenswaardig gezelschap dat goede dingen doet en waarvoor de provincie zich niet hoeft te schamen. Ook Waterschap de Dommel is lid (de andere niet), de B5-gemeenten en een aantal andere gemeentes in Brabant.
klimaatverbond en Parijs_1_dec2015

Uit het jaarverslag 2013-2014 van het Klimaatverbond blijkt niet dat er in Brabant (afgezien van in Breda) activiteiten plaatsvinden.
Als men op de eigen website van onze provincie het woord “klimaatverbond” in typt, leidt dat alleen tot treffers uit de jaren 2005 t/m 2007. De provincie is er toen blijkbaar lid van geworden en kort daarna viel een diepe stilte.
Als men op de site van de B5 de zoekterm “klimaatverbond” intypt, vindt het zoekmechanisme geen enkele treffer. Sowieso leidt het trefwoord “klimaat” op de site van de B5  uitsluitend tot treffers met voorvoegsels als “vestigings-“ of “leef-“ klimaat.
Op de sites van de afzonderlijke B5-gemeenten vindt men alleen bij de gemeente Breda een aantal zinvolle verwijzingen naar “Klimaatverbond”. De gemeente Breda heeft de nota “Breda Klimaatsensitief” uitgebracht, naar onze mening een goed werkstuk, waarin op het eind in de colofon verwezen wordt naar de “intensieve samenwerking in de klimaatladder” en “tevens klimaatadaptatiescans in Helmond en Den Bosch” – welke gemeenten op hun eigen website echter het woord “klimaatadaptatie” niet kennen. Wel is er een doorwrochte klimaatadaptatiescan van de gemeente Tilburg uit 2007, maar die staat weer niet in relatie tot het Klimaatverbond of de Klimaatladder en heeft niet weten te verhinderen dat op 28 juli 2014 in delen van Tilburg het water tot over de enkels steeg.

De Tilburgse Kapelstraat op 28 juli 2014
De Tilburgse Kapelstraat op 28 juli 2014

Het komt ons als SP voor dat in deze eerst duidelijkheid nodig is. Daarom heeft Roy de Jonge van de SP Statenfractie Noord-Brabant de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten gesteld:

  1. Bestaat er nog steeds een “intensieve samenwerking van de provincie en de B5 in de Klimaatladder”?
  2. Hoe actief geeft de provincie Noord-Brabant haar lidmaatschap van het Klimaatverbond vorm? Aan welke feitelijke activiteiten heeft de provincie in de afgelopen jaren mee gewerkt? Welke financiële verplichtingen horen hierbij?
  3. Gaan de ambities in het PMWP 2016-2021 (waarvan het zich laat aanzien dat deze op brede steun kunnen rekenen) er toe leiden dat de provincie op een meer actieve (om niet te zeggen activistische) manier gaat deelnemen aan het Klimaatverbond?
  4. Sinds begin 2014 heeft het Klimaatverbond de “klimaatadaptatie” aan zijn interesse-pakket toegevoegd. Dat is geen triviale zaak, omdat tot die tijd gedacht werd dat deze adaptatie niet nodig was (nog sterker, politiek incorrect) en dat mitigatiemaatregelen voldoende waren. Deze gedachtenomslag is een politieke stap, temeer daar mitigatie en adaptatie onderling soms kunnen conflicteren (zoals bijvoorbeeld bij het al dan niet stimuleren van airco’s bij 0 op de meter-projecten).
    Heeft de provincie deelgenomen aan deze politieke discussie en zo ja, welke standpunten heeft de provincie daarin ingenomen?
  5. Onlangs heeft de provincie, samen met het Rijk en enkele andere provincies, het Deltaplan Hoge Zandgronden opgesteld. De SP-fractie vindt dit adaptatieplan, dat gericht is op het beheer van het zoete oppervlakte- en grondwater vooral op het platteland, een uitstekend initiatief. In hoeverre echter is dit plan verbonden aan het provinciale lidmaatschap van het Klimaatverbond?
  6. De dorpen en steden in Brabant ondervinden steeds vaker last van enerzijds heftige regenval en daarbij horende (deels onverzekerbare) miljoenenschades, anderzijds van hittegolven met daaraan verbonden extra sterfte. Het KNMI geeft hierover goede cijfers.
    Naast een specifiek lokaal karakter, hebben deze problemen ook gemeenschappelijke kenmerken welke op een bovengemeentelijk niveau aangepakt zouden kunnen worden. Het lijkt bijvoorbeeld overbodig dat elke gemeente from scratch zijn eigen klimaatadaptatieplan opstelt.
    In hoeverre zien GS hier een regisserende en stimulerende taak voor de provincie?

De tekst grijpt terug op eerdere publicaties op deze site in de ‘Klimaateffecten in Brabant-reeks’. De laatste was –> klimaatadaptatiemaatregelen .

“Klimaatverandering hangt direct samen met de groei van het terrorisme” (Bernie Sanders)

Het zijn, na de aanslagen in Parijs van 13 november en die in Beiroet en in Suruç en elders treurige tijden.

Ik ga over de feitelijke gebeurtenissen niet veel zeggen omdat mijn mening daarover weinig meerwaarde heeft. En emotie is er al genoeg. Ik beperk mij tot drie, in mijn ogen, verstandige citaten:
Hoogleraar Ian Buruma (NRC 21/11/2015) “Wij weten waarom een gevaarlijke minderheid van (Europese) jongeren bereid is te sterven. Wat zij nodig hebben is een betere reden om te leven.
Hoogleraar Beatrice de Graaf (Correspondent 23/11/2015): hoe bedachtzamer de respons op terrorisme – ‘maatregelen die gericht zijn op deradicalisering, preventie van rekrutering en op zo min mogelijk maatschappelijke mobilisering’ – hoe minder aanslagen en doden.”
Tenslotte e(x)SP-voorzitter Jan Marijnissen (NRC 21/11/2015):”Gebrek aan perspectief kan leiden tot een hart van Semtex.

Autobom in Irak

De oorzaken en de oorzaken onder de oorzaken en daarbij het klimaat.
Het titelcitaat komt uit een debat tussen de Democratische presidentskandidaten. Het volledige citaat van Sanders: “Absolutely. In fact, climate change is directly related to the growth of terrorism. And if we do not get our act together and listen to what the scientists say, you’re going to see countries all over the world — this is what the CIA says — they’re going to be struggling over limited amounts of water, limited amounts of land to grow their crops, and you’re going to see all kinds of international conflict.”.

De Republikeinen reageerden als door een wesp gestoken. Die willen er op slaan, alleen weten ze niet zo goed waarop.
De eigen omgeving van Sanders vond zijn soundbite te weinig genuanceerd. “Directly related” was eerder “indirectly related”, nogal loze semantiek.
Nog een citaat, uit het milieu- en energieblad VOX van 15 november 2015 (http://www.vox.com/2015/11/15/9738342/climate-change-conflict-terrorism) . Het is een samengevat eerder interview uit 2013 met Femia en Werrell of the Center for Climate and Security (zie https://www.washingtonpost.com/news/wonk/wp/2013/09/10/drought-helped-caused-syrias-war-will-climate-change-bring-more-like-it/ ):
We looked at the period between 2006 and 2011 that preceded the outbreak of the revolt that started in Daraa. During that time, up to 60 percent of Syria’s land experienced one of the worst long-term droughts in modern history.

This drought — combined with the mismanagement of natural resources by President Assad, who subsidized water-intensive crops like wheat and cotton farming and promoted bad irrigation techniques — led to significant devastation. According to updated numbers, the drought displaced 1.5 million people within Syria.

Around 75 percent of farmers suffered total crop failure, so they moved into the cities. Farmers in the northeast lost 80 percent of their livestock, so they had to leave and find livelihoods elsewhere. They all moved into urban areas — urban areas that were already experiencing economic insecurity due to an influx of Iraqi and Palestinian refugees.”

Syriers bidden om regen
Syriers bidden om regen

De voormalige boeren werden een nieuw (sunnitisch) lompenproletariaat in de steden, waar de heersende macht Alawitisch was (een soort Shia). Het werd een godsdienstconflict, maar begon als een klassenconflict.

Een ramp heeft bijna altijd meer oorzaken. Èn de droogte èn de armoede èn de harde hand van Assad èn de verdrievoudiging van de bevolking in 35 jaar tijd èn de oorlogssituatie in de buurlanden hebben allemaal bijgedragen.
In deze context is ‘direct” of “indirect related” nauwelijks van belang.

Sanders, Obama en het Pentagon zijn het eens
Het Department of Defense (DOD) zegt ongeveer hetzelfde. De DOD-studie dd 23 juli 2015 “NATIONAL SECURITY IMPLICATIONS OF CLIMATE-RELATED RISKS AND A CHANGING CLIMATE” opent zo: ”DoD recognizes the reality of climate change and the significant risk it poses to U.S. interests globally. The National Security Strategy, issued in February 2015, is clear that climate change is an urgent and growing threat to our national security, contributing to increased natural disasters, refugee flows, and conflicts over basic resources such as food and water. These impacts are already occurring, and the scope, scale, and intensity of these impacts are projected to increase over time.” (zie –> DOD-congressional-report-on-national-implications-of-climate-change_150724 )

De Obama-regering: “Many governments will face challenges to meet even the basic needs of their people as they confront demographic change, resource constraints, effects of climate change, and risks of global infectious disease outbreaks. These effects are threat multipliers that will aggravate stressors abroad such as poverty, environmental degradation, political instability, and social tensions — conditions that can enable terrorist activity and other forms of violence. The risk of conflict may increase.”.

“Threat multipliers” is het sleutelwoord.

IS is meer een symptoom dan de ziekte zelf
IS is een eerder kwaadaardig symptoom (dat in eigen recht bestreden moet worden, met kracht, maar ook met verstand) dan de ziekte zelf.

De ziekte is dat grote delen van het Midden-Oosten onbewoonbaar dreigen te worden. Dat schrijft Nature Climate Change van 29 oktober 2015. Het artikel noemt een waarneming dat het op 31 juli 2015 in de Iraanse stad Bandar-e Mahshahr 46⁰C was, maar dat het vanwege de hoge luchtvochtigheid 73⁰C leek. Zonder airco kun je daar niet meer wonen.

Het linkerplaatje geeft de huidige maximale temperatuur in het Midden-Oosten, gemiddeld over 30 jaar. Het middelste plaatje is idem in het RCP4.5 scenario van het IPCC (wat haalbaar is na een krachtig klimaatverdrag). Het rechterplaatje is idem als er geen klimaatbeleid komt.
Het linkerplaatje geeft de huidige maximale temperatuur in het Midden-Oosten, gemiddeld over 30 jaar.
Het middelste plaatje is idem in het RCP4.5 scenario van het IPCC (wat haalbaar is na een krachtig klimaatverdrag).
Het rechterplaatje is idem als er geen klimaatbeleid komt.

En Syrie wordt nog onbewoonbaarder als je er als een bezetene gaat bombarderen. Raqqa is de hoofdstad van IS, maar het is ook een stad van 500.000 burgers.

Wat te doen?
En dus kunnen de regeringsleiders er maar het beste voor zorgen dat de klimaatconferentie in Parijs een groot en snelwerkend succes wordt, zowel wat betreft de preventie, de mitigatie en de adaptatie.
En dat daar veel geld naar toe gaat. Gooi 20% van alle militaire budgetten van de wereld in een klimaatfonds, en je hebt voor minder geld in de toekomst meer veiligheid.

Zie ook mijn eerdere artikel op deze site: Burgeroorlog in Syrie mede veroorzaakt door klimaatverandering