Duurzame energie in Schijndel en de grenzen van de kleinschaligheid (update dd 14feb2016)

Inleiding
Ik wil hier twee boodschappen brengen:
– energiecoöperaties doen onmisbaar werk, maar door hun kleinschaligheid kunnen ze de noodzakelijke opbrengsten niet halen. Ze zijn noodzakelijk, maar niet voldoende. Hun werk moet gecombineerd worden met een groter geheel
– dat uitleggen aan de hand van een overzichtelijk dorp, namelijk Schijndel

Waarom Schijndel?
Dat is toeval. Ik was aanwezig bij Energiecafé’s van gedeputeerde Spierings en raakte daar met een mevrouw uit Schijndel aan de praat, die trots meldde dat ‘haar’ Energiecoöperatie Schijndel 10 miljoen kWh bespaard had. Die trots is op zijn plaats.
Maar de vraag lag op tafel of dat genoeg was. Schijndel is een overzichtelijke casus dus dat moest uit te rekenen zijn.

Eerst wat Schijndelse statistiek (dd 2013).
– 23353 inwoners, zijnde 0,94% van NBrabant, verdeeld over ruim 9300 huizen
– Volgens http://www.lokaleenergieetalage.nl/ en http://klimaatmonitor.databank.nl/jive/jivereportcontents.ashx?report=home&inp_geo=gemeente_307 is het energieverbruik 1600TJ (Een TeraJoule=1.000.000.000.000J = ruim 31000 m3 aardgas)
– Die 1600TJ komt voor 826TJ uit 25,8 miljoen m3 gas, voor 325TJ uit 90,1kWh stroom, voor 153TJ uit duurzame warmte en voor 290TJ uit autobrandstoffen
– Schijndel kent als duurzame bronnen:
stroom: 22,5TJ uit de Hout Industrie Schijndel (HIS), 11TJ uit stortgas, en 6TJ uit zonnepanelen
warmte: 124TJ van de HIS en 29TJ uit houtkachels in woningen (het CBS vindt dat duurzaam)
biobrandstoffen voor auto’s 19TJ
Samen 211TJ.
Schijndel is dus voor 13% duurzaam, voor tweederde vanwege de Houtindustrie.

Luchtfoto Schijndel
Luchtfoto Schijndel

Wat wil de Energie Coöperatie Schijndel (ECS)?
De ECS is soms slordig in zijn uitspraken.

De ECS wil in 2020 in Schijndel 35% energie bespaard zien, waarna het restant voor 65% duurzaam moet zijn (zie http://www.energieschijndel.nl/faq/ ) Er staat alleen niet bij waarvan dit percentage genomen wordt, met name of het autoverkeer meetelt.
Als het exclusief het autoverkeer is (dus over 1600-290 =1310TJ), moet er in 2020 over zijn 852PJ, waarvan 553TJ duurzaam moet zijn.
De website spreekt niet over mobiliteit en daarom ga ik uit van “exclusief”.

Ook in het persbericht “Schijndelaren hebben 1 miljoen kWh opgewekt met zonnepanelen” (http://www.energieschijndel.nl/schijndelaren-hebben-1-miljoen-kwh-opgewekt-met-zonnepanelen/ ) is slordig. Er staat niet bij dat de hoeveelheden per jaar zijn, en over welk jaar.
Met de titel “1 miljoen kWh” doet de ECS zichzelf in feite tekort, want dat zou 3,6TJ zijn en volgens het CBS is het 6TJ.
Uiteindelijk verschijnt hier ook de 10 miljoen kWh van mijn Schijndelse mevrouw. Omrekenen geeft 36TJ en dat lijkt op 22+11+6 = 39. Waar-
schijnlijk wordt daar dus de totale jaarlijkse duurzame elektriciteitsproductie mee bedoeld.
Elektriciteit en energie worden wel vaker ten onrechte als synoniem opgevoerd.

De ECS zou eens met de stofkam door zijn teksten moeten gaan.

Hout Industrie Schijndel
Hout Industrie Schijndel (van hun website)

Kan de ECS op eigen kracht zijn doelen bereiken?
De ECS leunt op drie onbeïnvloedbare steunpilaren, nl de HIS (waarvan de opbrengst schommelt rond de huidige waarde), het stortgas en de houtkachels in woningen.

Als besparing voert de ECS een spouwmuurisolatieprogramma op voor zo’n 2000 woningen. Er worden geen bespaarde energiehoeveelheden genoemd, maar wel bespaarde bedragen (ca €200/jaar, wat omgerekend ruim 300m3 gas per woning betekent). Over 2000 woningen kom je dan (met een ruime onzekerheidsmarge) op 20TJ/jaar uit.
De besparingstaakstelling is 35% van 1310TJ, dus 459TJ per jaar.

Voor de duurzame opwekking leunt de ECS vooral op zonne-energie. Het eerste concrete project bestaat uit 224 panelen op het dak van de gemeentewerf. Daar wordt mee gestart als die panelen verkocht zijn. Men is een heel eind.
Update dd 14 febr 2016: de gemeente Schijndel maakte begin februari bekend dat zij ruim €11000 subsidie geeft om dit project te voltooien. Dat is mooi. Op 18 febr wordt de overeenkomst over het gebruik van het dak van de gemeentewerf ondertekend.
Het project zal jaarlijks ruim 50.000kWh opbrengen, een kleine 0,2TJ. De taakstelling is de (gewenste 553TJ– de aanwezige 211TJ), dus 342TJ. Dat vraagt om rond de 400.000 panelen.
Daarvoor is niet genoeg dak in Schijndel. De cijfers van Sungevity(die ik het betrouwbaarst vind), komen voor heel Brabant uit op ongeveer 10000TJ op de daken van alle in aanmerking komende woningen, instellingen en nutsgebouwen. Omdat Schijndel 0.94% van Brabant is, zou dat voor Schijndel ongeveer 94TJ betekenen.
Anders geredeneerd: er staan in Schijndel nog geen 10000 huizen en men telt nutsdakoppervlakte meestal als de halve woningdakoppervlakte, dus zou dat zowat 30 panelen gemiddeld per huis betekenen. Dat kan nooit.
Je kunt wel meer panelen kwijt, maar die moet je dan op de grond zetten.

Een andere gedachte: een 3MW-turbine zou bij 1800 vollasturen ongeveer 19TJ opbrengen. Daarmee zou de ECS er ook niet zijn.

Mijn conclusie
De ECS kan zijn plannen niet op eigen kracht realiseren.
Dat is geen schande. Dat geldt voor andere coöperaties ook. Het streven is goed en de activiteiten zinvol, maar het probleem is gewoon te groot voor hen.

Het werkt alleen in verbinding met een grote, rijke en professionele instelling met doorzettingsmacht als bijvoorbeeld de provincie. Het gaat om grote investeringen, beslissingen over landgebruik (minder koeien, meer panelen?) en ruimtelijke ordening.
Nodig is een vorm van samenwerking waarin het beste van groot en klein verbonden worden: de grote blik en het grote geld van de bijvoorbeeld provincie en de grass roots-opzet en de ideële beginselen van de coöperaties.

Stel niet als eis dat energieprojecten kleinschalig moeten zijn!
Het is een soort onderbuikgevoel bij delen van de milieubeweging dat projecten kleinschalig moeten zijn. Dat is een stom idee, want dan brengen ze niks op.
De actiegroepen, die de band met de bevolking verzorgen, moeten kleinschalig zijn want dat is essentieel voor hun functioneren. De projecten waarbij die actiegroepen ingeschakeld worden, moeten grootschalig zijn.

In dit spanningsveld moet een modus vivendi worden gevonden.

5 thoughts on “Duurzame energie in Schijndel en de grenzen van de kleinschaligheid (update dd 14feb2016)”

  1. Beste Bernard,

    Ik heb met interesse je stuk over lokale energiecooperaties gelezen. Ik volg je in je conclusie dat alleen kleinschalige initiatieven onvoldoende zoden aan de dijk zetten. Echter, als ik jouw redenering verder volg, zijn zelfs gemeentelijke initiatieven onvoldoende grootschalig. Op welke schaal moet volgens jou de vraag naar duurzame energie aangepakt worden om werkelijk effectief te kunnen zijn?
    Vanessa Mommers

    1. Vanessa,

      dat is een zeer goede vraag waarop ik nog geen uitgewerkt antwoord heb. Ik heb wel wat elementen die zouden kunnen bijdragen.
      1) gemeenten zijn heel erg verschillend. Het antwoord voor een dunbevolkte grote agrarische gemeente als Schijndel, Asten of Someren is geheel anders dan voor sterk verstedelijkt gebied als Eindhoven.
      2) wil je met duurzame energie grote opbrengsten krijgen, dan vraagt dat om grote volumes en oppervlakten. De grote getallen in Brabant komen nu vooral uit biomassa, en zouden in de toekomst uit zonnepanelen kunnen komen (zeker als het rendement verder groeit). Beide vragen om grote lappen grond.
      Als je bijv. van de 400000 Schijndelse panelen er 350000 op de grond zou zetten (lijkt me een redelijke schatting), zou dat ongeveer 60hectare vragen en het zou ergens rond de 60 €100 a 150 miljoen kosten (die de gemeente niet heeft). Maar als je 1PJ uit koeiemest wil, vraagt dat ook aardig wat weiland.
      Het zou wel eens zo kunnen liggen dat de dunbevolkte plattelandsgemeenten wel de grond hebben, maar niet het geld en de kennis, en dat de stedelijke gemeenten wel het geld en de kennis zouden hebben maar niet de grond. Dat leidt tot belangenverschillen tussen gemeenten onderling en tot conflicterende wensen mbt landgebruik (agrarisch?industrieel?duurzaam?).
      3) Het Energieakkoord is in essentie een volumeverhaal, maar daaronder liggen zeer uiteenlopende maatschappelijke terreinen (huizen, boerderijen, industrieterreinen, auto’s, chemische industrie). De gemeente heeft over veel van die beleidsvelden nauwelijks iets te vertellen. Te weinig bevoegdheden, te weinig kennis, te weinig geld.

      Uiteindelijk als antwoord op je vraag (althans een eerste aanzet daartoe): voor sommige zaken de nationale schaal en voor sommige de provinciale, al dan niet in combinatie. Daar zitten wel bevoegdheden, kennis en geld. Ik denk dat er structuurvisies voor nodig zijn en Provinciale Inpassings Plannen, en afstemming met de veeteelt (minder koeien, meer panelen).
      Eigenlijk zouden de partners in het Brabantse Energie Akkoord alsnog een goed doordacht uitvoeringsprogramma moeten definieren, liefst met bedragen en jaarschijven, waarmee de de provinciale politiek tegemoet wordt getreden.
      Zo’n uitvoeringsprogramma formuleert per definitie grootschalige maatregelen. Maar als het goed is, ruimt het plaats in voor actiegroepen en coöperaties die op grass roots level de hearts and minds bewerken.

    2. In het vervolg-artikel “Ranking list Zonnestroom per inwoner Nederlandse gemeenten” heb ik geschreven over het aantal Wp zonnestroom, dat in alle gemeenten per inwoner geplaatst is. Daaruit blijkt dat gemeenten onderling wel een factor 20 kunnen verschillen. Een algemeen geldend standpunt valt dus niet zonder meer te geven.

  2. Beste Bernard,

    Allereerst wil ik even laten weten dat we als Energie Schijndel het erg leuk vinden dat in deze blog onze coöperatie is gebruikt als case. Ik heb van een aantal (bestuurs)leden van Energie Schijndel gehoord over jullie ontmoeting tijdens het energy cafe. Leuk dat deze ontmoeting tot deze blog heeft geleid.

    Ik begrijp de punten die je in de blog maakt en ik snap de manier waarop je die onderbouwd hebt. Ik merk ook dat er vooral vanuit een technisch inhoudelijke manier en met cijfers de ontwikkelingen binnen een coöperatie en de schaal waarop dit gebeurt gekwantificeerd zijn. Ik denk dat het goed is dat dit gedaan wordt.

    Wij halen echter onze energie uit een manier visie waarin we geloven dat de niet direct meetbare waarden nog belangrijker zijn dan de schaal waarop je opereert.

    Je moet als het ware uit de luiers groeien leren, jezelf ontwikkelen en verder groeien. Uiteindelijk is het doel een volgroeide partij te zijn die op grote(re) schaal zijn doelen behaalt.

    In de tijd van oprichting tot nu is er zo veel gebeurt dat ik vertrouwen heb in een toekomst waarin we door zullen groeien. Het gaat snel. Ik vind het een privilege dat ik zo’n geweldige club mag voorzitten. Als je kijkt hoeveel resultaten een kleine groep mensen van ongeveer 25 actieve vrijwilligers kunnen bereiken in een bestaan van net 2 jaar dan heb ik goede hoop op een duurzamere toekomst.

    Ik bedoel daarmee niet alleen resultaten in de vorm van energieproductie of reductie maar over energieopwekking van een andere soort. Je merkt namelijk dat je als burgerinitiatief de bevolking kan betrekken bij de dingen die je als coöperatie doet, je laat mensen bewuster worden van wat duurzaamheid precies is en dat dit een steeds grotere rol in ons dagelijks leven zal spelen. Het wordt onderdeel van de maatschappij. Wij voelen ons ook verantwoordelijk om daarop sterk in te zetten. Dat bereik je door projecten, door communicatie, door betrokkenheid, faciliteren en informeren. Het levert veel energie op om je daarvoor in te zetten. Zeker nu we steeds meer succesvolle resultaten boeken en we merken dat duurzaamheid steeds meer begint te leven in Schijndel.

    We zijn nu 2 jaar oud. Ik ben trots dat we nu staan waar we staan. Ik ben benieuwd hoe we er voor staan als we 27 zijn en afscheid moeten nemen van ons eerste zonnepark. De eerste coöperatieve energiecentrale die zonnestroom levert. Dit was een pilot. We hebben nog plek genoeg voor grotere projecten! 🙂

    1. Ik heb geen meningsverschil met Bas, maar we kijken vanuit verschillende posities.
      Er bestaat een onvermijdelijk spanningsveld tussen macro en micro met dit probleem bezig zijn.
      Bas kijkt micro en schrijft over het sociale proces en redeneert bottom-up. In zijn positie is dat volstrekt logisch.
      Ik probeer macro te kijken en dus top down. Dat past bij mijn positie als fractiemedewerker van de SP in de provincie. Ik probeer een plan te maken dat aan de kwantitatieve eisen voldoet waar in het Bestuursakkoord voor gekozen is, namelijk 6 jaar lang 1,5% besparen en van de rest 14% duurzaam opwekken. Tot nu toe heeft niemand, behalve ik, een plan bekend gemaakt dat leidt tot de gewenste 41PJ duurzame opwekking in 2020, en dat vertaald kan worden in uitvoerbare handelingen. Volgens mij zitten we nu rond de 22PJ, zullen autonome ontwikkelingen en vastgesteld beleid dat opvoeren tot 31PJ, en moet er nog 10 a 11PJ nieuw beleid aan worden toegevoegd. En dan ben je nog maar aan 14%. Zie Opwekking duurzame energie Brabant 2015 – 2020

      41PJ = 41000TJ. Leg dat even naast de Schijndelse getallen.

      Mijn punt is dat enerzijds de coöperaties onmisbaar zijn precies om de reden die Bas noemt (ik had het zelf niet beter kunnen zeggen), maar dat anderzijds coöperaties, precies vanwege hun kleinschaligheid, niet aan de noodzakelijke getallen komen. Ik vind dat met name de provincie hier een taak heeft.
      Kleinschaligheid en grootschaligheid zijn, als het goed functioneert, een soort eenheid van de tegendelen. We staan allebei op dezelfde
      glijdende schaal, maar precies aan de andere kant.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.