Glyfosaat heeft nadelen, maar de campagne ertegen ook

Voorzitter Nol Verdaasdonk van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) plaatste op 2 juni 2016 een gastopinie in het Eindhovens  Dagblad (ED) over Roundup (zie http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/politiek-zwicht-voor-giftige-lobby/ ).

BMF-directeur Nol Verdaasdonk bij het tekenen van het Brabants Energie Akkoord
BMF-directeur Nol Verdaasdonk bij het tekenen van het Brabants Energie Akkoord

Ik heb waardering voor de inzet van mijn goede kennis Nol als voorzitter van de BMF, en ik heb er begrip voor dat een milieuorganisatie het als haar taak ziet om voor een landbouw te pleiten die vrij is van
bestrijdingsmiddelen. Bovendien neemt “mijn” eigen organisatie Milieudefensie verwante standpunten in.

En toch wil ik kritisch reageren op Nols verhaal. Ik vind dat er nadelen aan verbonden zijn.

In elk geval heb ik een andere insteek. Nol speelt vooral op de emotie (andere milieuorganisaties doen het ook, het is een soort tijdgeest). Ik heb mij voorgenomen mij in deze kolommen zo goed mogelijk te onderwerpen aan een natuurwetenschappelijke discipline. “Het” publiek bestaat niet. Mogelijk is het deel van het publiek, dat bereikt wordt met het emotieverhaal, groter is dan wat ik bereik met mijn analytische verhaal. Dat zij dan zo.

De emotie is angst voor de menselijke gezondheid. Sidder en beef, want u krijgt kanker.

Wie geloof je?
Het Internet is een open riool, waarin wij onze kinderen leren zwemmen” aldus de Leidse astrofysicus Vincent Icke. Met groot gemak wordt baar-
lijke onzin in omloop gebracht, die duizend keer heen en weer echoot, en zodoende tot een zichzelf bewijzende waarheid wordt.
Men moet dus een geloof-strategie hebben. Bovenaan de teksten staan bij mij tijdschriften als Nature en Science, mijn Scientific American, en ook goede wetenschapsrubrieken. Ik baseer mij op instituten als de World Health Organisation (WHO), de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de VN, het IPCC en bijv. ook het nederlandse RIVM.
Van “mijn”organisaties BMF en MilieuDefensie geloof ik dat ze in elk geval niet opzettelijk onwaarheid vertellen, maar ik vertrouw hun deskundigheid afhankelijk van het onderwerp en niet blindelings.
Greenpeace staat lager op mijn geloofwaardigheidsladder.
Deze lijst is bij lange na niet volledig.

Is Roundup inderdaad vergiftig en kankerverwekkend?
De gevaarinschatting door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) volgt een tweestappen-procedure.
De IARC (die onder de WHO valt) zegt  dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin  de stof glyfosaat giftig is  en misschien kankerverwekkend  (de meningen van deskundigen lopen overigens uiteen). Daarna moet bestudeerd worden of deze omstandigheden zich daadwerkelijk voor doen. Dat heeft een gezamenlijke werkgroep van de FAO en de WHO onlangs gedaan.
Het oordeel is  dat glyfosaat via het dieet, langs reëel voorkomende blootstellingsroutes niet giftig is voor de mens (zie “Pesticide residues in food 2016″, mei 2016). Er is een drempelwaarde waarboven glyfosaat giftig wordt (ergens rond de 100mg per kilogram lichaamsgewicht). De reëel gevonden concentraties zitten daar ordes van grootte onder.
De pis bijvoorbeeld van Europarlementariers, die gemiddeld op 1,7μgr/liter zat, 17* de norm voor oppervlaktewater dat voor drinkwater bestemd is. De PR is briljant, maar de wetenschap is onzin omdat niemand die pis onbewerkt drinkt. En als je even op lompe wijze afziet van allerlei wetenschappelijke subtiliteiten, zit de pisconcentratie dus ongeveer 60000 keer onder de drempelwaarde voor giftigheid.

Glyfosaat in Brabant
glyfosaat in de Maas_RIWA_juni2013

Glyfosaat wordt veel gebruikt, en daardoor kan de glyfosaatconcentratie in de Maas (hier bij Keizersveer) soms de norm van 0,1μgr/liter overschrijden voor water waaruit drinkwater gewonnen wordt. Vanaf 2006 zit het glyfosaatgehalte op of onder de norm.
Overigens halen de waterleidingbedrijven dat glyfosaat er gewoon uit, maar dat kost allemaal extra werk en moeite en het water wordt er duurder door.

In het grondwater in Brabant en Limburg heeft men volgens de Brede Screening Bestrijdingsmiddelen Maasstroomgebied 2011-2012 (Haskoning) 36889 metingen verwerkt van 170 stoffen. Daarvan gaven 392 metingen een resultaat boven een detectiegrens, veroorzaakt door (minstens) een van 34 stoffen. Daarna kan bijv. bepaald worden hoeveel stoffen boven de drinkwaternorm zitten.
Het resultaat:
overschrijding drinkwaternorm 2011-2012-A
overschrijding drinkwaternorm 2011-2012-B

Mijn conclusie is dat glyfosaat in Brabant en Limburg niet vaak voor een drinkwaterprobleem zorgt, en dat andere stoffen dat vaker doen. Bij-
voorbeeld bentazon, ook een herbicide die gevaarlijker is en slechter afbreekt dan glyfosaat, en DMS (een afbraakproduct van de fungicide tolylfluanide.

Zie ook http://www.clo.nl/indicatoren/nl0277-bestrijdingsmiddelen-in-drinkwater?i=3-126&source=rss .

De nadelen van de anti-glyfosaatcampagne
De gastopinie van Nol  wil een doel bereiken (een biologische landbouw), maar fixeert zich op middelen; daarbinnen specifiek op één mengsel, Roundup; daarbinnen vooral op het actieve bestanddeel glyfosaat; en daarbinnen alleen op de giftigheid voor de mens.
In die tunnelvisie is Glyfosaat  een symbool van alles wat vies en voos is.  Dat leidt tot een soort duiveluitdrijvende rituelen, waarbij over het hoofd gezien wordt dat in Brabant glyfosaat een tamelijk onbeduidende duivel is.

Elke beperkende stap betekent een impliciet nadeel.

De fixatie op giftigheid voor de mens (die er waarschijnlijk niet is) houdt de giftigheid voor het ecosysteem buiten beeld, die waarschijnlijk veel groter is. De regenworm, de bodembacterie en de watervlo worden niet beschermd door een waterleidingsysteem. Overigens heeft Nol in 2014 een artikel geschreven dat daar wel op in gaat.
ecology goes underground
De fixatie op het actieve bestanddeel glyfosaat in het mengsel Roundup belemmert de blik op de andere bestanddelen, zoals bijv. de hulpstof POE-tallowamine die mogelijk giftiger is dan het glyfosaat zelf. Daardoor mist Nol de boodschap, dat Europees Commissaris Andriukaitis POE-tallowamine wil gaan verbieden, zoals het Europees Parlement wilde.
De rituele fixatie op Roundup/glyfosaat zorgt ervoor dat de BMF (maar niet alleen de BMF) andere stoffen mist die in Brabant  relevanter zijn, zoals bijvoorbeeld bentazon en DMS. Zo kon het ook gebeuren dat op een dikke 20km ten Noorden van het BMF-kantoor in Tilburg de drinkwaterinlaat op de Afgedamde Maas drie maand naar de Lek verlegd is zonder dat de BMF dat meegekregen had. Er was vanuit de glas-
tuinbouw dimethoaat ingelopen, een insecticide uit de parathionfamilie die vele malen giftiger is dan glyfosaat. Dimethoaat zorgt vaker voor problemen dan glyfosaat.

Ik vind het prima dat de BMF zich inzet voor  vooruitgang in de richting van een biologische landbouw. Ik heb te weinig verstand van landbouw om een oordeel uit te spreken in hoeverre en onder welke voorwaarden dit ideaal uitvoerbaar is, oa omdat ik er geen zicht op heb in hoeverre de beperkte ervaringen van nu opschaalbaar zijn naar een situatie waarin biologische landbouw de norm is en niet langer de uitzondering.
Ik heb dus behoefte aan een goed verhaal over hoe die omschakeling zou moeten, en wat er de gevolgen van zijn. De huidige zinloze glyfosaat-paniek helpt mij daar niet bij.

Van chemische naar ecologische bestrijding – 1

Ik was bij het KNAW-symposium “Van chemie naar ecologie – perspectieven voor ecologische gewasbescherming” op 19 februari 2016. Het was heel druk. Veel professoren, maar ook mensen uit het bedrijfsleven en andere geïnteresseerden.
Ik ga er in twee verhalen over vertellen. Dit verhaal gaat over risico’s en baten van biociden voor de mens, het andere over risico’s voor het ecosysteem.
Veel van wat hier gezegd gaat worden is in de professionele wereld een open deur. Deze site wil vooral natuurwetenschappelijke kennis vertalen en verspreiden naar politieke contexten, en daarvoor is deze kennisoverdracht zinvol.

Baten en risico’s voor de mens
Hierover sprak Martin van den Berg, hoogleraar toxicologie bij het IRAS van de Universiteit van Utrecht (zie http://www.dub.uu.nl/gebruiker/martin-den-berg ). Hij is tevens adviseur van de Gezondheidsraad, de WHO en het UN Environmental Program.

Er is verschil tussen “hazard” en “risk”. “Hazard” is een pure stofeigenschap (cyaankali is zeer giftig), maar de “risk” ervan is zeer gering omdat de kans dat je de stof onbedoeld binnenkrijgt nagenoeg nul is. “Risk” wordt bepaald door de intrinsieke giftigheid en de blootstelling samen. Het niet maken van dit onderscheid leidt tot veel discussies.

(Alles in Italic komt niet van Van den Berg, maar van mij. Ik wil een paar opmerkingen aan het verhaal toevoegen.
De nu lopende felle discussie over het verlengen van de toelating van glyphosaat binnen de EU vertoont kenmerken van deze verwarring – glyphosaat is het actieve bestanddeel van de onkruidverdelger Roundup. Het WHO-onderdeel IARC plaatst glyphosaat in de categorie ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ – een hazard -, terwijl de producerende bedrijven met man en macht lobbyen bij de Europese Commissie ‘dat de mens van glyphosaat geen kanker krijgt’. Het Bundesinstitut für Risicobewerbung formuleert het als “
no carcinogenic risk to humans is to be expected from glyphosate if it is used in the proper manner for the intended purpose”. Dat klinkt als een risk.
Het helpt niet dat de bedrijven (waaronder een door Monsanto geleide coalitie) zich beroepen op drie interne rapporten die vanwege bedrijfsgeheimen niet onthuld zouden mogen worden.
Wat aan de andere kant ook niet helpt is dat glyphosaat bij de bestrijders ervan een soort duivelse icoonfunctie heeft, terwijl op bijvoorbeeld de FAO-pesticidenlijst
ACCEPTABLE DAILY INTAKES, PROPOSED MRLs AND ESTIMATED GLs je van alle pesticiden van glyphosaat het meeste binnen mag krijgen. Zoek maar op http://www.fao.org/fileadmin/templates/agphome/documents/Pests_Pesticides/JMPR/Evaluation94/annexi.pdf .
Dit is geen pleidooi voor glyphosaat, maar wel een pleidooi om wat minder ritueel en wat meer analytisch naar landbouwgiften te kijken. Een stof als bentazon komt in het Brabantse grondwater en in de Maas ongeveer even veel voor als glyphosaat, maar je mag er drie keer zo weinig van binnen krijgen. Bentazon is dus eigenlijk gevaarlijker, maar daarover hoor je nooit iemand.

De IARC-classificatie
De IARC-classificatie

Het is verder van belang, aldus weer Van den Berg, je te realiseren dat chemici tegenwoordig hoeveelheden van 10-15 gram kunnen aantonen. (Dat is zo vreselijk weinig, dat je zo ongeveer elke stof in elk willekeurig monster kunt aantonen.) Ergens onder de 10-6 de gram (een microgram, μg) is het toxicologisch niet meer van belang.

Als er dus in Duits bier 30μg/liter glyphosaat zit (NRC, 26 feb 2016), is er dus een blootstellingsroute die toxicologisch nog van belang kan zijn. De Acceptable Daily Intake voor glyphosaat is 300 μg per kg lichaamsgewicht per dag, dus een volwassene van 70kg “mag” 700 liter bier per dag drinken.
Er zijn, zoals gezegd, ergere vergiften dan glyphosaat.

Voor alle giftige stoffen geldt een dosis-effectrelatie. Hieronder een voorbeeld van een niet-genoemd vergif. Let op de logarithmische horizontale as (elke streep is *10).
dosis-effectrelaties humane toxicologie

Van den Berg wees erop dat voor zwangere vrouwen en kinderen de dosis veel kritischer komt! In dit voorbeeld zit er tussen de dosis van een zwangere en een niet-zwangere vrouw zowat een factor 100 verschil.
De meeste vergiften hebben een NOAEL, een drempel waaronder ze geen uitwerking meer hebben. Dat geldt niet voor genotoxische stoffen. Daarvan worden er geen nieuwe meer gemaakt.

Hormoon-verstorende stoffen (Endocrine Disrupting Chemicals) hebben bijna altijd een drempelwaarde, maar geven toch reden tot zorg. Ze zijn niet in een Petrischaal te onderzoeken en hebben, mede omdat ze in een functionerend hormoonsysteem terecht kunnen komen, een complexe werking.
Ook diermodellen hebben hier maar een beperkte waarde, omdat de ontwikkeling van de menselijke hersenen in de vroege kinderjaren er niet meer getest kan worden. Van den Berg noemde in dit verband een onderzoek, waaraan hij meegewerkt had, en dat de daling van de IQ bij kinderen onderzocht had in reactie op blootstelling aan organofosfaten.

lost IQ-points and OP

En ook
maatschappelijke kosten EDC-bestrijdingsmiddelen
(ED = Endocrine Disruptors – waaronder biociden, maar ook andere stoffen)

Van den Berg sloot af met een statement over de Derde Wereld.
Wij zitten in zoverre in een luxe positie dat wij ons hier wat kunnen permitteren. Kort door de bocht:
Er zijn in ons deel van de wereld nauwelijks ziekten die door insecten worden overgedragen, en als wij niet spuiten verliezen wij bijvoorbeeld 20% van de oogst.
In Afrika is dat heel anders. Daar is het vergeven van de door insecten overgedragen ziekten en als ze daar niet spuiten, houden ze maar 20% over. Bestrijdingsmiddelen daar zijn (in elk geval in de huidige omstandigheden) een kwestie van leven of dood.
ziekteverwekkende insecten

Tenslotte: Van den Berg benadrukte dat zijn verhaal vooral over toxische effecten op de mens ging, omdat dat zijn leerstoel is.
Hij deelde de zorgen over de toxische effecten op het ecosysteem. Daarover het tweede verhaal.