Nationale Bijenstrategie, Bed & Breakfest for Bees!

Overeenkomst ondertekend
Tijdens de Conferentie Nationale Bijenstrategie hebben 43 partijen hun handtekening gezet onder een plan om de bijenpopulatie in Nederland te laten groeien. Het plan is vastgelegd in een rapport Nationale Bijenstrategie, Bed & Breakfest for Bees! , dat gedownloaded kan worden op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/bijenstrategie . Het is een mooi stuk werk.
De naam stamt van de behoefte van alle wilde bijen: voedsel en nestgelegenheid.

De ondertekenaars vormen een bont gezelschap.
Het voorwoord is ondertekend door minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedsel, Marc Calon, voorzitter van LTO Nederland, en Marc van den Tweel, voorzitter van Natuurmonumenten.
In het voorwoord staat onder andere dat er “binnen enkele maanden overeenstemming bereikt is door uiteenlopende partijen als LTO, boerencoöperaties, imkerorganisaties, Natuur en Milieu, de Vlinderstichting, Natuurmonumenten, waterschappen, provincies, Staatsbosbeheer, Bayer, BASF, Syngenta en kennisinstellingen zoals Naturalis, Stichting EIS en Wageningen UR.” Voorwaar een opmerkelijk gezelschap.

Meer dan 75% van onze voedselgewassen, en meer dan 85% van de wilde planten in de natuur, zijn voor hun vruchtzetting afhankelijk van bestuiving door insecten. Dat kunnen honingbijen zijn, maar ok wilde bijen en bijv. zweefvliegen en vlinders. Het plan richt zich op alle bestuivers.

Het plan focust zich op drie thema’s:

Dit wordt verder uitgewerkt en in meetbare doelen gekwantificeerd. De nulmeting in in 2018 (met de methode Reemer, de stregie loopt tot 2030, en er komt een tussenstand in 2023.

Initiatieven
Naast de ‘usual suspects’ als Natuur en Milieu en het IVN ‘Nederland zoemt’ kom je ook minder voor de hand liggende projectideeën tegen, zoals

  • “Bedrijventerreinen voor wilde bijen” van Naturalis,
  • “wilde bijen en bestuiving bij Landal Green Parks”,
  • “Bollen voor Bijen” en “Aantoonbaar duurzame bloembollen” van de Koninklijke Algemeene Vereniging voor Bloembollencultuur,
  • “Ambitie plantgezondheid 2030” van LTO Nederland,
  • “Operation Polllinator” van Syngenta (wil bloeiend grasland-stroken inzaaien),
  • “Insecten kweken en verzorgen” van het Citaverde College,
  • “Uitbreiding natuurlijke selectie voor varroa-resistentie naar twee of meer nieuwe locaties” (geheel gefinancierd door Bayer Bee Care Center)
  • Fruit Quality Concept (Syngenta)

Brabant in dit geheel
Brabant en Limburg zitten er specifiek in via de provincie, de Unie van Waterschappen en Waterschap de Dommel expliciet genoemd. Gemeenten behoren niet als zodanig tot de ondertekenaars, maar er staan wel een paar gemeentelijke prrjecten tussen de initiatieven, zoals bijvoorbeeld van de gemeenten Oss en Venray.
Om er ook weer een paar als voorbeeld uit te lichten:

Herinrichting Buulder Aa (Waterschap De Dommel)
  • “Convenant bijengezondheid in Limburg” (Citaverde College en 21 Limburgse partners)
  • “Bee Deal Buulder Aa” (Brabant Water als hoofdaannemer, maar bijv. ook de gemeente Cranendonck en Waterschap De Dommel)
  • “Bloemrijke dijk” van Waterschap De Dommel
  • “Meerjarenprogramma Bijenimpuls voor Brabant”, provincie NBrabant
  • “Project Bijenimpuls in Limburg” van de provincie Limburg en de Plattelandscoöperatie
  • “ecologisch wegbermbeheer” van de provincie Limburg
  • “Schoon Water voor Brabant – verbreding, onderdeel bijen en spuitlicentie” van de provincie NBrabant
  • “Spuit- en mestvrije zones worden bloemenranden” (Waterschap Limburg)
  • “Bee Proof agrarisch Venray” (Vereniging Innovatief Platteland)

De lijst met voorbeelden is zeker niet uitputtend.

Wedstrijd meest bijenrijke gemeente van Nederland
Natuur & Milieu heeft een wedstrijd uitgeschreven voor de meest bijenrijke gemeente van Nederland. Er valt echter (nog?) niet te achterhalen op Internet hoe je je daarvoor moet aanmelden als gemeente.

De gemeente Eindhoven heeft, na een actie van Milieudefensie, al een goed eigen bijenbeleid ontwikkeld. Zie Bijenvoorstel Milieudefensie politiek overgenomen – tweede update 22 mei 2015 .

Gesprek Wijkraad Brouwhuis (Helmond) met B&W over stank

Ik heb in het verleden aandacht besteed aan de stank, die het Helmondse BZOB-terrein in de omgeving verspreidt. Toen ging het vooral om Diervoederbedrijf Coppens. Daaraan is gewerkt, mede met een beperkte inzet van mijn kant. Coppens heeft meer gedaan dan wettelijk verplicht is.
Zie Wijkraad Brouwhuis (Helmond) sluit convenant af met Coppens Diervoeding (update 19 feb 2016)  en van daaruit naar oudere links over hetzelfe onderwerp.

Andere bedrijven zijn blijven stinken. Nu gaat de stennis vooral over Den Ouden, maar dat bedrijf staat niet alleen.

Op de Facebookpagina van de Wijkraad Brouwhuis staat een gesprek afgedrukt tussen de Wijkraad en B&W van Helmond. Het gaat over het BZOB-terrein .
Ik mocht dit verhaal, met meegeleverde foto’s door de wijkraad, overnemen.


———————————————

Wijkraad Brouwhuis           05 januari 2018

Interview met burgemeester Blanksma en wethouder Smeulders over stankoverlast in Brouwhuis (Helmond)

Dit interview heeft eind december 2017 plaatsgevonden. Hieronder de vragen met antwoorden.

  1. Als redactie van het wijkblad van Brouwhuis, De Corridor, willen wij u interviewen over de stankoverlast die de industrie al zovele jaren uitstort over de wijk. Neemt u de klachten uit de wijk wel serieus en wat doet u er aan?
    Wij nemen de klachten zeer serieus en doen op dit moment alles wat we kunnen om de geuroverlast voor inwoners te verminderen. Gemeente Helmond wil absoluut dat dit probleem wordt aangepakt. Wij hebben er belang bij dat de inwoners van Brouwhuis van deze stank verlost worden en voelen ons hierbij, college-breed, betrokken. Daarbij is de inzet van de wijkraad voor ons ontzettend belangrijk, zij zijn voor ons aanspreekpunt en met hen, met de Omgevingsdienst en de Provincie werken we intensief samen om de geuroverlast aan te pakken.
  1. Heeft u als Gemeentebestuur ook invloed op individuele bedrijven?
    Wie doet wat?

    De Provincie is de officiële toezichthouder voor Den Ouden, het bedrijf dat op dit moment de meeste overlast veroorzaakt. Dat betekent dat zij de vergunning moeten laten controleren. De uitvoerende dienst is de Omgevingsdienst, zij controleren of Den Ouden voldoet aan de afspraken in de vergunning.

De Omgevingsdienst registreert de meldingen van overlast die door inwoners worden gedaan. Naar aanleiding van die meldingen gaat de Omgevingsdienst op pad om te onderzoeken waar de overlast vandaan komt. Gemeente Helmond brengt partijen bij elkaar, voert gesprekken met inwoners en zoekt naar alle mogelijke manieren om de overlast aan banden te leggen.

Burgemeester Blanksma: ‘Wij zoeken absoluut de grenzen op om de stankoverlast aan te pakken en daarin gaan we, binnen wat wettelijk mogelijk is, ver. Wij komen op voor de belangen van onze inwoners.’

Geurbeleid
De gemeente heeft op verzoek van de wijkraad in het afgelopen jaar een aanvullend geurbeleid voor Helmond opgesteld. Voortaan wordt niet alleen per bedrijf gekeken hoeveel geur ze mogen uitstoten, maar ook van alle bedrijven samen.

Wethouder Smeulders: ‘Deze regelgeving is redelijk uniek in Nederland. Voorheen konden we juridisch gezien de bedrijven niet aanpakken, omdat zij los van elkaar aan hun individuele stankcirkels voldeden. Nieuwe stank verwekkende activiteiten en bedrijven waren lastig tegen te houden. Omdat de huidige situatie het plafond is, kan dit voortaan wel. En als de geuroverlast en daarmee ook de vergunningen minder worden, waarvoor de provincie aan de lat staat, brengen we als gemeente het plafond verder naar beneden. Dan is dat de nieuwe grens met minder stank. Het klinkt ingewikkeld, maar dit is de manier om binnen de wettelijke mogelijkheden als overheden en wijkraad samen te werken naar minder stank.’

Den Ouden in Helmond
  1. Die aanpassing is mooi, maar wat is er het laatste jaar concreet aan de problematiek gedaan?
    Proef met digitale neuzen

    Er is in opdracht van de Provincie een proef gedaan met digitale neuzen die in de schoorsteen van bedrijven (die een geur produceren) worden geplaatst en ook in de buitenlucht. Daaruit blijkt dat Den Ouden een bedrijf is dat vaker verantwoordelijk is voor de geuroverlast. Coppens diervoeding heeft namelijk de afgelopen tijd succesvolle maatregelen genomen om de geuroverlast die zij produceren terug te dringen. Wij hebben samen met de Wijkraad, de Provincie bewogen om de vergunningverlening aan Den Ouden te vernieuwen. Niet langer is de uitstoot van geurstoffen uit de schoorsteen (emissie) bepalend voor ingrijpen maar de mate van stankoverlast zoals die door de Brouwhuizenaren wordt ervaren (immissie). Dit is een fundamenteel andere benadering dan doorgaans in Nederland gevolgd wordt. In de nieuwe ontwerp-vergunning wordt het bedrijf aangezet om steeds verdergaande maatregelen te nemen zolang nog overlast in de wijk ervaren wordt. Zo is de druk op Den Ouden opgevoerd.

Afspraken met Den Ouden
De Provincie heeft kortgeleden mestverwerker Den Ouden met klem verzocht om een plan van aanpak waarmee de geuroverlast wordt verlaagd. Den Ouden heeft aangegeven daaraan mee te werken. Zij zijn op dit moment bezig met het voorbereiden van een vergunningsaanvraag om hun schoorsteen te verhogen. Ook onderzoekt Den Ouden welke mogelijkheden er zijn om het productieproces te verbeteren waardoor de geuruitstoot verder moet verminderen. Dit stemt ons als college zeer positief.

Controles
Op het moment dat inwoners overlast ervaren kunnen zij dit melden bij de Omgevingsdienst. De Provincie heeft de afspraak met de Omgevingsdienst dat zij deze meldingen onderzoeken.

Brief
Om te onderstrepen dat het College dit onderwerp zeer serieus neemt, heeft zij eind december 2017 een brief verzonden aan de Provincie (Gedeputeerde Staten). Daarin is er een verzoek aan hen gedaan om een aantal punten op korte termijn aan te pakken:
• De registratie en –analyse van klachten van inwoners door de Omgevingsdienst moet beter. Wanneer inwoners een melding doen van overlast, moet van deze melding een duidelijke verslaglegging en analyse worden gemaakt.
• Er is ook aandacht gevraagd voor piekmomenten. Wanneer meerdere meldingen binnenkomen moet een handhaver controleren of het bedrijf voldoet aan de vergunning. Het uitvoeren van geurmetingen bij het bedrijf maakt hier onderdeel van uit.
• Daarnaast is verzocht om in het plan van aanpak van Den Ouden een duidelijke tijdplanning te verwerken. Op deze manier hebben inwoners perspectief op welke termijn er maatregelen worden ingevoerd.

Cumulatieve geurcontourenkaart
  1. Wat gaat u in 2018 ondernemen?
    Begin 2018 wordt er een onderzoek gedaan onder de inwoners van de wijk hoe zij graag geïnformeerd willen worden over alle stappen in het proces om geuroverlast in te dammen. Daar geven we waar nodig gevolg aan. Het zou kunnen dat er een informatieavond komt of er wordt een nieuwsbrief in het leven geroepen; dat is aan de inwoners. Daarnaast willen wij met het onderzoek een helder en compleet beeld krijgen van de geurproblematiek in de wijk.

Wij zijn positief over de afspraken die in de afgelopen maanden gemaakt zijn en maken een compliment voor de inzet en betrokkenheid van de wijkraad. We hopen dat het plan van aanpak van Den Ouden snel zijn vruchten afwerpt. Het overleg met de Provincie, Omgevingsdienst, de wijkraad en bedrijven wordt ook in 2018 onverminderd voortgezet, daar zorgen wij voor.

Wij willen als College, net als de inwoners, dat de geuroverlast in de wijk echt wordt aangepakt!

 

OCI Nitrogen gaat grote mestvergister bouwen op Chemelot-terrein

OCI Nitrogen is een groot chemisch bedrijf dat voortkomt uit twee activiteiten van de DSM (nl DSM Agro en DSM Melamine). De twee bedrijven zijn in 2010 opgekocht door de Egyptische multinational OCI, welke ze samengevoegd heeft tot één onderneming met de huidige naam. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/OCI_Nitrogen ).
De fusie-onderneming zit nog steeds op wat toen het DSM-terrein (bij Geleen) heette en nu Chemelot. OCI houdt zich nog steeds vooral bezig met de productie van stikstofhoudende kunstmest en melamine.

Op dit terrein wil OCI Nitrogen, samen met Re-N Technology uit Hilvarenbeek, een mestvergister bouwen die jaarlijks 700.000 ton mest kan bewerken (dat is ongeveer 3,5% van alle mest in Zuid-Nederland). De naam wordt Zitta Biogas Chemelot. De provincie Limburg heeft de omgevingsvergunning al verleend.
Zie https://chemelot.nl/nieuws/oci-nitrogen-en-re-n-technology-ontwikkelen-biogasinstallatie-op-chemelot en www.ocinitrogen.com/NL/newscenter/Pages/Biogasinstallatie-maakt-productie-op-Chemelot-duurzamer.aspx .

Het realiseren van het plan hangt er van af of het SDE+ subsidie krijgt. Ik heb daarover nog niets vernomen. Zo ja, dan hoopt men in 2020 in bedrijf te zijn.

Er bestaan trouwens ook plannen (het is me niet duidelijk hoe ver die zijn) om een Zitta Biogas Tilburg (op de Spinder) op te richten.

Het schema van de beoogde vestiging op Chemelot:

Het schema van de mestbewerker Zitta Biogas

Het is uit de beschrijving niet duidelijk of het om een mono- of covergister gaat.
In de beschrijving van OCI Nitrogen bestaat de 700 miljoen binnenkomende biomassa slechts uit mest. Er is geen sprake van andere biomassa. De som van alle optelbare output-kilo’s zit een flink eind onder de input-kilo’s en ook dat doet vermoeden dat er geen aanvullend organisch materiaal binnenkomt. Ik zou dus denken dat het om een monovergister gaat, ware het niet dat er in de tekening co-vergister staat. Meer duidelijkheid is gewenst.
Ik hou het er toch maar op dat het om een monovergister gaat.

Het is een plan dat bij mij enerzijds bewondering oproept, en anderzijds vragen.

De plus
Enerzijds ben ik er principieel voor dat alle mest vergist wordt, alvorens er wat dan ook mee gebeurt, en dat daarna de kringlopen (met name die van fosfaat) zoveel mogelijk gesloten worden. Dat gebeurt hier. Verder ben ik er ook voor dat reststromen (zoals in dit geval de afvalwarmte van de kunstmest- en melamineproductie) hergebruikt worden en dat gebeurt hier ook.
Dat hergebruik is mogelijk omdat de vergister op een groot industrieterrein staat, dat gespecialiseerd is op grootschalige en soms gevaarlijke chemische processen. Omdat Chemelot een privaat terrein is, heersen er op Chemelot veiligheidsvoorschriften die verder gaan dan die welke publiek afgesproken zijn. Zo beschouwd is er moeilijk een beter terrein te bedenken dan dit terrein.

Chemelot. Door Michiel1972 – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9896960

Het jaarlijkse resultaat bestaat uit

  • 43 miljoen m3 biogas (bij een 50-50 methaan-CO2 verhouding en bij 50°C) goed voor 50 miljoen kg en voor 0,58PJ . De monovergister zou dan all-in ongeveer 0,8GJ/ton halen. Zou kunnen.
    Voor 0,58PJ stroom uit zonnepanelen heb je een park nodig van ongeveer (bruto) 1,5km2 (150 hectare).
  • 75 miljoen kg droge mestkorrels, die het overgrote deel van het fosfaat bevatten dat eerst in de mest zat
  • Iets meer dan 30 miljoen kg, wat men noemt, “vloeibare kunstmest”
  • 300 miljoen kg schoon water als vloeistof
  • En (om de balans sluitend te maken) ongeveer 240 miljoen kg water in de dampvorm. Er wordt in de plannen niet vermeld wat daarmee gebeurt.
  • En (niet in gewicht uit te drukken) een ontsmetting en een gereduceerde stank van het product. Ik ga er van uit dat een professionele inrichting als deze, op een dergelijke locatie, zijn atmosferische emissies onder controle krijgt.

Dit alles aan de positieve kant van de balans.

De min
Er zijn twee categorieën onopgeloste hoofdproblemen.

De ene categorie betreft naar welke keten je kijkt.
De korte keten (die van de varkenskont tot mestkorrel, methaan en vloeibare kunstmest) is netto energetisch rendabel en hergebruikt materiaal, en kan bij een goede vormgeving binnen zijn beperkingen duurzaam zijn.
De lange keten begint momenteel in het tropisch regenwoud en loopt via allerlei emissies,  bodemuitputting en andere onwenselijke fenomenen tot een volledig uit de hand gelopen veeteelt. De lange keten is zeker niet duurzaam.
Het probleem is echter dat op de lokale en regionale schaal slechts zeer beperkt wat tegen de onhanteerbare omvang van de veeteelt te doen valt, en dat de landelijke politiek niet wil.
Er is op zichzelf niets op tegen, en veel op voor, om alle mest te bewerken op een wijze als hier geschetst, maar dan op basis van een veel kleinere veestapel. Alleen, die is er niet en vooralsnog komt die er niet.

Kalkammonsalpeter van OCI Nitrogen

Zolang de veeteelt wel te groot voor Nederland  is, betreft de tweede categorie de mate waarin de fosfaat en het nitraat uit het Nederlandse systeem kunnen worden gebracht. Pas als dat lukt, wordt mestbewerken mestverwerken.
Vergisten op zichzelf brengt geen mest uit het systeem. Alleen de vervolgbewerkingen kunnen in principe uit het systeem treden.
Omdat Nederland vol zit, betekent “buiten het systeem brengen” in praktijk “exporteren”. De beschrijving van Zitta Biogas (voor zover deze op Internet te vinden is) doet er geen uitspraak over in hoeverre dat zal lukken. Vooralsnog wordt dat slechts zonder nadere argumentatie verondersteld.
De mestkorrels moeten in de toekomst concurreren met de ruwe mest, die nu met verhitten als enige bewerking geëxporteerd mag worden. Het moet blijken of de betere kwaliteit van de mestkorrels ten opzichte van ruwe mest opweegt tegen een prijs, die waarschijnlijk ook hoger is. Mogelijk lukt dat.
Van de dunne fractie is onduidelijk of er iets zinvols mee gedaan kan worden. De omschrijving “vloeibare kunstmest” klinkt sjiek, maar in de praktijk zitten, bij experimenten tot nu toe, de nutrienten er zeer sterk verdund in en in de verkeerde verhouding stikstof staat tot kalium (teveel kalium kan leiden tot dierziektes). Bovendien zitten er, zonder nadere bewerking, hormonen, medicijnresten, zware metalen en zo in. Uit het installatieschema blijkt niet dat er op dit concentraat een verdere nabewerking wordt toegepast.
Wageningen verwacht tot nu toe weinig heil van dit “concentraat” en deskundigen noemen het in De Boerderij “wensdenken” (www.wur.nl/nl/nieuws/Invloed-van-kunstmeststatus-op-afzet-mineralenconcentraat-gering.htm ).
Mogelijk kan een professioneel chemisch bedrijf dingen die anderen niet kunnen, maar vooralsnog blijkt dat uit niets.
Vooralsnog eindigt er heel erg veel stikstof, al dan niet legaal, in het grond- en oppervlaktewater.

De plus plus de min
De koninklijke weg zou zijn om een breed akkoord te sluiten waarin de verschillende energetische, klimatologische en agrarische problemen aan elkaar gekoppeld worden en de veeteelt niet langer te groot is voor Nederland.
Maar dit paradijs bestaat niet, er bestaan alleen dilemma’s (sommige reëel, andere vals).

Mijn idee zou zijn om, zolang de situatie zo is als die is, van alle mestbewerking te eisen dat die begint met een vergistingsstap, dat er ergens daarna voldoende verhitting plaats vindt, dat het hele proces professioneel volgens high tech-criteria verloopt, en dat de vergunning langlopende afzetcontracten voor fosfaat en nitraat als voorwaarde eist.
In technische zin kan men zich nauwelijks een betere omgeving voor een dergelijke grootschalige inrichting voorstellen als deze beoogde inrichting op Chemelot.
Als ze nou ook nog tussen nu en 2020 eens afzetcontracten op tafel konden leggen?

NVWA neemt tonnen illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag (en wat achtergrondinformatie))

December 2017
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft donderdag 7 en vrijdag 8 december in totaal 64.000 liter illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag genomen. Dat gebeurde tijdens een actie op verschillende plekken in Nederland. De actie is onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek dat zich richt op een bedrijf dat wordt verdacht van het importeren en op de markt brengen van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel. Het onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket.

Bij de verdachte importeur is 25 ton van het gewasbeschermingsmiddel in beslaggenomen. Inspecteurs en rechercheurs namen bij distributeurs op 4 locaties in Nederland nog eens 39 ton van het middel in beslag. De NVWA maakt proces-verbaal op tegen de betrokken bedrijven. De NVWA doet nog nader onderzoek.

Het volledige persbericht dd 15 dec 2017, waarop het bovenstaande is overgenomen, is te vinden op www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/12/15/nvwa-neemt-64-ton-illegaal-gewasbeschermingsmiddel-in-beslag .

Juli 2017
Een eerder persbericht van de NVWA meldde op 06 juli 2017 dat
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft in samenwerking met politie en douane 44.000 kg vermoedelijk illegale gewasberschermingsmiddelen in beslag genomen. Dat gebeurde in februari en maart tijdens Operation Silver Axe 2. Dat is een door Europol gecoördineerde internationale actie gericht op de import, productie en verkoop van illegale en namaak gewasbeschermingsmiddelen in de Europese Unie. Autoriteiten in 16 deelnemende landen namen in totaal 122.000 kilo illegale en namaak gewasbeschermingsmiddelen in beslag. 
In Nederland heeft de NVWA in samenwerking met de politie verschillende verkeerscontroles gehouden. Verder selecteerden NVWA-inspecteurs in de Nederlandse douanesystemen zendingen die mogelijk gewasbeschermingsmiddelen bevatten en van buiten de Europese Unie onderweg waren naar Nederland. Daarbij is ook gekeken naar zendingen die bestemd waren voor doorvoer naar een andere lidstaat. Tijdens Operation Silver Axe 2 heeft de NVWA in totaal 44.000 kg gewasbeschermingsmiddel als illegaal aangemerkt. Tegen overtreders wordt proces-verbaal opgemaakt.
(Zie www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/07/06/nvwa-neemt-ruim-40-ton-illegale-gewasbeschermingsmiddelen-in-beslag )

Interpolvangst 122 ton illegale bestrijdingsmiddelen en wat je daarmee kunt.

Silver Axe is een Interpol-project, dat zich in eerste instantie keert tegen schendingen van intellectueel eigendom. De risico’s van illegale middelen komen op de tweede plaats.
Uit de beschrijving blijkt dat het om drie soorten delicten ging: namaak van toegestane middelen, productie van niet-toegestane middelen, en valse transportverklaringen.
Uit het Interpol-persbericht blijkt verder dat de Europese 122 ton-vangst geleid heeft tot 48 zaken die verder onderzocht worden. Waarschijnlijk is dus de decembervondst een gevolg van de eerdere voorjaarsvondst.
Zie www.europol.europa.eu/newsroom/news/122-tons-of-illegal-or-counterfeit-pesticides-seized-during-operation-silver-axe-ii .

Nefyto
De branche-organisatie Nefyto waarschuwt het publiek tegen aankoop van middelen bij niet bij de bij haar aangesloten leveranciers. Zie www.nefyto.nl/Thema’s/Illegale-middelen .
Op deze website worden verdere links aangeboden, oa naar een EU-rapport over de pesticidenmarkt. Zie pesticides_illegal-study_ECPA .

Illegaal bestrijdingsmiddel, verpakt in een fles voor plantaardige olie (foto NVWA)

Illegale pesticide gevonden in Brabant, bijen dood
De Omroep Brabant meldde op 29 sept 2016 (bij monde van Jan de Vries)
Bijen dood: Brabants bedrijf verdacht van gebruik illegaal bestrijdingsmiddel
EINDHOVEN – De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft doorzoekingen gedaan bij een kwekerij van sierplanten en een woning in Brabant. Het bedrijf wordt verdacht van het gebruik van een illegaal bestrijdingsmiddel, waardoor in de omgeving een groot aantal bijen is gestorven.
Bij de doorzoeking zijn onder meer administratie en een hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen in beslag genomen. Eind augustus meldde een aantal imkers uit de regio een plotselinge massale sterfte onder hun bijen.
De NVWA trof in de bijen de stof fipronil aan. Deze stof is schadelijk voor onder meer bijen en er gelden strenge beperkingen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met deze stof. Het mag niet gebruikt worden bij sierplanten.
Onder leiding van het Functioneel Parket is een strafrechtelijk onderzoek gestart.”
Zie www.omroepbrabant.nl/Bijen+dood+Brabants+bedrijf+verdacht+van++gebruik+illegaal+bestrijdingsmiddel

Afzet naar categorie van bestrijdingsmiddelen in Nederland over 2011-2015. De totaalsom van het diagram is ca 10,3 miljoen kg.
Het cijfer komt uit de CBS-publicatie
www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/14/minder-middelen-voor-gewasbescherming-verkocht

Is dat  veel?
Uiteraard is elke illegale kg er een te veel.

Maar om de twee NVWA-vondsten te plaatsen: in 2015 is er in Nederland 10,0 miljoen kg bestrijdingsmiddelen afgezet, en over de vijf jaar 2011 t/m 2015 schommelde dat tussen de 10 en de 11 miljoen kg.
10,0 miljoen kg is 10.000 ton . De NVWA-vangsten van 44 en 64 ton moeten hiertegen worden afgezet.
Een steekproef van twee metingen, samen goed voor ca 1% van de markt, is op zich te weinig om verdergaande conclusies te trekken dan dat er een illegale scene bestaat.

De ECPA-studie (hierboven genoemd) echter schat in dat EU-breed ongeveer 10% van de markt in bestrijdingsmiddelen illegaal is.

Met het fipronilgebeuren nog in het achterhoofd, lijkt het zeer verstandig om  op deze economische activiteit scherp toe te zien. Hoeveel ton fipronil de fipronilknoeiers in omloop gebracht hebben, is niet te achterhalen.

Aldi en Albert Heijn gaan mee in duurzame melk – actie Milieudefensie

Na de Jumbo hebben nu ook Albert Heijn en de Aldi de Duurzame Melk–eisen van Milieudefensie overgenomen. Dat is een heel mooi succes.

In een persbericht dd 11 december 2017 (zie www.aldi.nl/aldi_aldi_zet_in_op_verduurzaming_zuivel_12111.html ) meldde de Aldi dat het concern in gesprek zou gaan met melkveehouders en leveranciers over het verder verduurzamen van zuivelproducten. Het zal gaan over Milieudefensiethema’s als weidegang, lokaal veevoer, grondgebonden veehouderij en weidevogelbeheer.
Verder noemde de Aldi nog een aantal eerdere verduurzamingsstappen.

In een persbericht dd 11 december (zie https://nieuws.ah.nl/albert-heijn-en-royal-a-ware-verduurzamen-kaas–en-zuivelschap/ ) doen Albert Heijn en Royal A-Ware vergelijkbare toezeggingen. (Royal A-Ware is een familiebedrijf dat melk verwerkt tot kaas, room en dagverse zuivelproducten).
Ze gaan werken aan een verdere optimalisering van de weidegang, een kruidenrijk grasland op een bodem waarin koolstof wordt opgeslagen, groene stroom bij boeren en met kalveren die niet meer de halve wereld worden rondgesjouwd.
Melkveehouders, die op deze basis melk willen leveren, kunnen zich aanmelden. Ze krijgen een premie bovenop de normale prijs.

Het melkpak (aangeboden bij het hoofdkantoor van de Jumbo) in platgeslagen toestand

Milieudefensie is erg tevreden over de uitkomst. In 2018 wordt bekeken of de andere supermarkten zich ook melden en hoe de actie verder gaat.
De eerlijke melk-actie van Milieudefensie is te vinden op https://eerlijke-melk.nl/ .

Een artikel over de eerdere actie bij het hoofdkantoor van de Jumbo is te vinden op Met Milieudefensie op bezoek bij de Jumbo en over de reactie van de Jumbo op Jumbo zet grote stap vooruit bij duurzame melk .

Jumbo zet grote stap vooruit bij duurzame melk

De Jumbo is de eerste supermarktketen die gehoor geeft aan een aantal actie-eisen van de Duurzame Melk-actie van Milieudefensie.

In ene persbericht dd 17 nov 2017 (zie milieudefensie.nl/allemaallokaal/nieuws/jumbo-gaat-alleen-maar-duurzame-melk-verkopen ) zegt de Jumbo toe dat het bedrijf vanaf 2020 voor haar huismerk melkproducten alleen nog melk gebruiken van koeien die lekker naar buiten kunnen (wat gedefinieerd is als meer dan 120 dagen meer dan 6 uur per dag). Daarnaast verwacht Jumbo van haar leveranciers dat ze vanaf 2022 alleen nog veevoer uit Europa gebruiken. Ook gaat de supermarkt zich inzetten voor weidevogels en een grondgebonden veehouderij.

Nu de andere supermarkten nog!

Maar, zegt actieleider Van Opzeeland: we zijn we heel blij met de grote stappen die Jumbo heeft genomen, maar we zijn er nog niet! Ook de laatste hindernis moet nog worden genomen: een eerlijke prijs betalen aan de boeren. Om te beginnen moeten de boeren gecompenseerd worden voor de investering die zij moeten doen om de duurzame melk te produceren. Die laatste stap moet ook nog gezet worden. Dat blijkt moeilijk, zegt Van Opzeeland in een interview met De Boerderij:“Je merkt dat de handel allergisch reageert op onze eis voor meer geld voor boeren. Ze verschuilen zich ook achter de mededingingswetgeving. Terwijl je de producent van ons voedsel niet kunt opzadelen met extra eisen maar er niks tegenover zetten. Dat is een traject waar we samen met boeren willen optrekken.” (zie www.boerderij.nl/Rundveehouderij/Nieuws/Jumbo-wil-per-2022-alleen-duurzame-zuivel ).

Bart van Opzeeland (foto Milieudefensie)

Ook mijn Eindhovense Milieudefensiegroep heeft zich ingezet voor deze actie. Op 3 november stonden we nog bij het hoofdkantoor van de Jumbo op de stoep. Daar zat er al een concessie aan te komen, maar de details waren toen nog niet  bekend. Zie Met Milieudefensie op bezoek bij de Jumbo .

Elders op deze site staan berichten over eerdere fasen van deze actie.
Supermarkten bellen voor eerlijke melk
Winkelwagentjesprocessie voor eerlijke Melk
Klara 43 loeit er flink op los!
Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken

en andere berichten.

Bart, Sjoerd, Hannie bij de Jumbo in Veghel (03nov2017)
De winkelwagentjesprocessie (4 mrt 2017, Utrecht) bij de Jumbo. De bedrijfsleider kreeg een rapport over Eerlijke Melk.

 

Met Milieudefensie op bezoek bij de Jumbo

Milieudefensie voert al lang actie voor een duurzame veeteelt als hoofddoel en een melkprijs als middel. Milieudefensie wil meer weidegang, geen soja-import meer waarvoor het tropisch regenwoud platgebrand wordt, meer weidevogels en niet meer dieren als op cyclische basis mogelijk is.
De sleutel ligt bij de supermarkten. Een duurzamer veeteelt leidt tot een hogere melkprijs door de supermarkten aan de boeren (gemiddeld 43 in plaats van 37 cent de liter, heeft Milieudefensie landelijk berekend). Die hogere melkprijs moeten de supermarkten gaan betalen.

Het melkpak in platgeslagen toestand

De actie heeft allerlei vormen gekend.
De meest recente actie bestond uit een landelijke toer langs de hoofdkantoren van de supermarkten. Onze Eindhovense Milieudefensiegroep deed ook mee en zo stonden Hannie, Leonhard en ik op 3 november, ’s morgens vroeg, bij het hoofdkantoor van de Jumbo in Veghel, samen met campagneleider Sjoerd de Koning en campagneleider Bart van Opzeeland . Hun auto volgeladen met namaak-meldpakken met bovenstaande stichtelijke boodschap, hier in platgeslagen vorm weergegeven. Maar ergens in den lande had men heel lang pakken zitten vouwen.

Bij de ingang van het hoofdkantoor van de Jumbo. Links het Hoofd MVO van de Jumbo.

De komst was aangekondigd en de staf stond klaar voor de ontvangst. Met koffie indien gewenst. Toch nog een stel pakken uitgedeeld.
Op de foto geheel links het Hoofd Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van de Jumbo.

We troffen Bart van Opzeeland bij aankomst aan op de parkeerplaats, bellend met de directie binnen. De boodschap was dat de Jumbo een eind toegaf, maar daarover moest nog nader onderhandeld worden. De uitkomst daarvan was bij het schrijven van deze tekst nog niet bekend. De eerste berichten waren dat er stappen gezet zijn, maar dat de weg nog niet geheel is afgelegd.

 

Bart, Sjoerd, Hannie

Men hoeft overigens geen medelijden te hebben met Jumbobaas Karel van Eerd. Die stond in 2017 als rijkste Brabander in de Quote (7de van Nederland), met een vermogen van 1,9 miljard Euro. Zie oa www.omroepbrabant.nl/?news/271109772/Jumbo-oprichter+is+met+vermogen+van+1,9+miljard+euro+de+rijkste+Brabander+in+Quote+500.aspx

Bloembollenteelt en geboorteafwijkingen?

Inleiding
De SP-fractie in Provinciale Staten van Brabant heeft op 06 sept 2017 vragen gesteld over een Californisch onderzoek in het landbouwgebied San Joaquin – valley naar de relatie tussen de per perceel toegediende totale hoeveelheid pesticiden enerzijds en geboorteafwijkingen anderzijds. Boven een bepaalde drempel worden deze effecten zichtbaar. Verder
blijkt er een afstandseffect te zijn.
In het onderzoek is weloverwogen voor de totale hoeveelheid pesticiden als variabele gekozen, omdat dan ook de onderlinge interactie tussen de middelen en hun afbraakproducten onderling meegenomen wordt.

Mijl-hokken in San Joaquin Valley (Californie)

Doses, die in Californie tot extra geboorteafwijkingen leiden, komen in Nederland voor in de boomteelt, in de fruitteelt (die fors boven de drempel ligt) en in de bloembollenteelt (die daar zeer fors boven ligt).
Angst voor effecten van gif op aanwonenden bestaat al lang. Zie bijvoorbeeld

http://nicollinevanderspek.nl/hoe-giftig-is-de-bollenteelt-2/ of www.trouw.nl/home/onderzoek-naar-risico-s-pesticiden-voor-gezondheid~aa61c6f6/ .

De SP-vragen willen de situatie zelf in kaart brengen en de politieke en bestuurlijke mogelijkheden om daarop invloed uit te oefenen. Het eerdere artikel op deze site is te vinden op Provinciale SP stelt vragen over verband geboorteafwijkingen – pesticidenblootstelling

Op 25 sept hebben het College van GS geantwoord. (Zie antwoord schriftelijke vragen pesticiden_05okt2017 )

De politieke en bestuurlijke mogelijkheden
De Gezondheidsraad doet momenteel onderzoek naar het effect van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden en hoopt dat in 2018 af te hebben, zeggen GS. In afwachting daarvan past een zekere terughoudendheid om nieuwe activiteiten op te starten naast de al bestaande activiteiten.
Op dit moment monitort de provincie wat er in het grondwater zit (oa vanwege de drinkwaterwinning) en faciliteert de provincie het project Schoon Water. In het Schoon Waterproject werkt de provincie op vrijwillige basis samen met relevante partijen (zoals de ZLTO en het Waterschap) om de emissies naar de bodem terug te dringen.
Schoon Water is een goed project dat, hoewel vrijwillige, resultaten boekt. Zie www.schoon-water.nl .

Pagina uit het bestrijdingsmiddelenoverzicht van CLM voor lelies

De trend is dat de provincie niet wat kan doen aan de hoofdzaken en wel aan de bijzaken. De provincie (en de gemeenten) hebben bijvoorbeeld niets te vertellen over de toelating van middelen. Daarover gaat de CTGB.
De provincie kan via de Verordening Ruimte wel vastleggen dat er in bestemmingsplannen een afstandsmaat moet komen tussen bebouwing en percelen waarop gewasbescherming wordt toegepast. Een enkele gemeente doet dat al zelf en hanteert dan meestal 50m.
Verder kunnen bestemmingsplannen vanwege landschappelijke, geomorfologische, ecologische of hydrologische redenen de teelt van bij-
voorbeeld bloembollen op bepaalde percelen verbieden. (Echter, niet alles kan. De gemeente Ommen wilde de teelt van bollen en sierbloemen in grondwaterbeschermingsgebieden verbieden en ging daarmee nat voor de Raad van State bg).
De provincie maakt nog geen gebruik van deze bevoegdheden.

Enkele gemeenten in het Oosten van Nederland hebben convenanten afgesloten met bloembollentelers over de omgang met bestrijdingsmiddelen.
(Ook dit is in Brabant nog een onbekend fenomeen bg).

De inventarisatie van de feitelijke situatie
GS stellen dat bij de boomkwekerijen en de fruitteelt er al vanuit de afnemers druk op een afnemend gifgebruik zit. Overheden willen vaak al biologisch gecertificeerde bomen en supermarkten zijn met Greenpeace of Natuur en Milieu met een eigen traject bezig (zie Jumbo en Albert Heijn willen 28 bestrijdingsmiddelen niet meer in hun winkel ).

Blijft over de bloembollenteelt, de giftigste van alle.
(De inventarisatie door GS is een beetje oppervlakkig. Een beetje meer Googlen had een beter antwoord opgeleverd. Aan de andere kant hadden de vraagstellers dat natuurlijk ook zelf kunnen doen. Maar goed. Bg)

Brabant is in de bloembollenteelt geen grote speler. Er ligt in Brabant voor ca 1000 hectare bloembollenveld, goed voor 3,8% van Nederland in 2016 (de Brabantse bomenteelt is goed voor 45,6% van Nederland en de fruitteelt voor 8,2%. Je vindt veel bomenteelt rond Haaren en Zundert.).
(De exportwaarde van de bollenteelt zit rond een miljard euro per jaar (waarbij nog de binnenlandse markt moet worden opgeteld), ergo moet Brabant goed zijn voor ca 40 miljoen euro. Bg)

De bollenteelt heeft, naast de giftigheid, enkele speciale andere kenmerken. De ligging van de percelen kan van jaar tot jaar veranderen door tijdelijke pacht. Dat maakt bijvoorbeeld deelname aan het Schoon water-project problematisch.
GS stellen niet an sich tegen de bloembollenteelt te zijn (idem bomen en fruit), maar wel tegen verhoogde gezondheidsrisico’s daardoor voor mens en dier.

Wat te doen?

  • Het zou verstandig zijn om in Brabant aanvullend beleid te gaan ontwikkelen tegen de toxische effecten van de bollenteelt
  • Het zou verstandig zijn om politiek bij te houden tot wat de lopende ontwikkelingen in de fruitteelt en boomteelt leiden.

SP-fractie in PS brengt werkbezoek aan ZLTO en twee bioboeren

De fractie van de SP in Provinciale Staten (waarvan ik ondersteuner ben) heeft op 29 september 2017 een werkbezoek gebracht aan de ZLTO (ten kantore van deze organisatie), aan scharrelpluimveebedrijf annex kinderopvang Buitenlust De Kort in Loon op Zand, en aan de biologische melkveehouderij Dankers in Dongen.

Uit “Boeren hebben een oplossing” – meerjarenplan 2020 ZLTO

De ZLTO
Volgens omwonenden zijn de boeren het probleem, volgens de ZLTO hebben de boeren een probleem en hebben ze ook een oplossing (zie www.zlto.nl/boerenhebbeneenoplossing ). De ZLTO is dan ook een organisatie met meerdere rollen en bijbehorende gezichten. In het Provinciehuis, bij het veeteeltbesluit van 7 juli, was de ZLTO de tegenstander, bij het ontwikkelen van nieuwe toekomstperspectieven partner en bij bijvoorbeeld sociale begeleiding en duurzame energie medestander (bijna de helft van de duurzame energie in Nederland komt van boeren en dat zou nog veel meer kunnen zijn). In de omgang met de natuur zijn ze zowel tegenstander, partner als medestander.
Deze (van oorsprong coöperatieve) vereniging met ruim 15000 boeren- en tuindersleden in Zeeland, Brabant en Zuid-Gelderland heeft een hele complexe positie in de samenleving.

Bij het werkbezoek werd vooral de algemene positie van de ZLTO gepresenteerd, werd het werk onder jonge boeren besproken, en werd bijvoorbeeld een beeld gegeven van aanvullende activiteiten als de dagzorg, de recreatie en de kinderopvang. Bovenstaande figuur geeft een beeld van de vele terreinen, waar het moderne boerenbedrijf mee te maken heeft. Daar zitten heel innovatieve bezigheden tussen.

Er is afgesproken om nog een keer verder te praten over de klimaat- en energiepoot van het boerenbedrijf, een uitermate interessant onderwerp waarvoor nu helaas te weinig tijd was.

Scharrelkinderen en scharrelkippen
Elly en Bert De Kort senior hebben een vleeskuikenbedrijf in Loon op Zand en mevrouw Petra de Kort junior runt in hetzelfde bouwblok de professionele en zeer populaire kinderopvang Buitenlust met dagopvang en BSO. Zie http://kinderopvangbuitenlust.nl/kinderopvangbuitenlust.nl/ en http://kinderopvangbuitenlust.nl/kinderopvangbuitenlust.nl/de-omgeving/pluimveebedrijf-de-kort/ .

Bijna 60000 scharrel-vleeskuikens bij De Kort in Loon op Zand (29 sept 2017)   foto bgerard

De Kort heeft bijna 60000 vleeskuikens, waarvan de huisvesting voldoet aan de EU-scharrelkip-eisen. Daar is het bedrijf in de loop van een aantal jaren, mede in overleg met de Dierenbescherming, naar toe gegroeid. De EU-scharrelkip is zoiets als een Volwaard-plus kip. Ze worden zonder antibiotica grootgebracht en mogen langzamer groeien dan de plofkip.
Over een week of zo mogen de beestjes naar buiten.

Buitenlust hanteert een kindvolgende pedagogische visie, waarin veel ruimte is voor eigen initiatief en experimenterend gedrag, zintuigelijke waarneming en sociale ontwikkeling. En ze hebben dieren, zoals een grote witte slome hond en een poes en konijnen. Dat hoort bij het concept.
De tijgermoeder is het andere uiterste op de schaal, om het maar eens zo te formuleren.
Eigenlijk zijn het scharrelkinderen. Alleen is de groepsomvang wat kleiner en de persoonlijke aandacht wat groter dan bij de kuikens.

Interieur van een deel van kinderopvang Buitenlust (rechts Petra de Kort)

Eco-Maasland
Dankers runt met zijn gezin de biologische melkveehouderij eco-maasland in Dongen (zie http://eco-maasland.nl/. Hij zit in het bestuur van de regionale ZLTO-afdeling.

Dankers heeft momenteel 140 koeien die per stuk gemiddeld 6500 liter melk per jaar geven. Een boer die zich niet aan biologische beperkingen houdt haalt jaarlijks ongeveer 9600 liter uit een koe. Volgens Dankers smaakt biologische melk beter. Je kunt bij hem melk kopen uit de tap.

Dankers gebruikt geen preventieve antibiotica en alleen in noodgevallen curatief antibiotica.

Zijn koeien lopen minstens 2000 uur per jaar in de wei, beduidend meer als de minimumeis van 720 uur om de aanduiding ‘weidemelk’ op het pak te mogen voeren. Ze hebben zichzelf goed gedresseerd en sjouwen autonoom van de wei naar de stal en de melkrobot.

Zijn boerderij ligt tegen de Loonse en Drunense duinen aan. Dankers doet daar uit liefhebberij natuurbeheer waar hij eigenlijk geld op moet toeleggen.

Koeien van biologisch melkbedrijf Dankers uit Dongen (29 sept 2017) foto bgerard
Melkrobot (Dankers Dongen 29 sept 2017) foto bgerard

Tot slot
Er zijn heel veel boeren met een mooi individueel verhaal. Daarnaast (veel minder) boeren met een niet zo mooi individueel verhaal.
Het probleem is dat de som van alle individuele verhalen groter is dan Brabant. De optelling van alles past niet meer binnen de grenzen van onze dichtbevolkte en economisch drukke provincie en de (mede daarom) steeds scherpere wetgeving.

Die wetgeving werkt macro en is dus, zelfs met de beste bedoelingen, altijd op grote groepen tegelijk van toepassing.  Micro kunnen boeren daardoor tegen onnozele, maar uiterst hinderlijke problemen aanlopen, zoals dat je meer ruimte nodig hebt als je hetzelfde aantal kuikens meer ruimte en een beter leven wilt geven.

Men mag hopen dat zich voor dit soort situaties in het Provinciehuis een bepaald soort praktische wijsheid ontwikkelt.

Het was een leerzaam werkbezoek. De provinciale SP blijft nadenken over een zo rechtvaardig mogelijk evenwicht tussen de vele tegengestelde eisen, en gaat graag op uitnodigingen voor nieuwe werkbezoeken in.

Intimiteit over de soorten heen? (29 sept 2017)

Grootschalige zonneparken als flankerend beleid in de veeteelt-transitie

Flankerend beleid veeteelt
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 juli 2017 met de staldering, de mestbewerking en met het naar voren halen van de stokstofafspraken een historisch besluit genomen. Daarover is in deze kolommen al meer geschreven (zie Veeteelt in Brabant: een slag gewonnen, maar hoe nu verder? en Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017 ).

Bij het besluit hoort een flankerend beleid om de getroffen boeren (de sociale gevolgen mogen niet onderschat worden) te helpen bij het vinden van een nieuwe toekomst. Daarvoor is 30 miljoen beschikbaar. Op 7 juli was er alleen nog een rudimentaire aanzet tot een dergelijk beleid. GS hebben doorgewerkt en op 12 sept lag er de 80%-versie van “Uitvoeringsprogramma Ondersteunende Maatregelen Transitie Veehouderij”, met bijbehorende Statenmededeling. Zie www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/provinciale-staten/vergaderingen-ps/ps/20170922.aspx?agendapunt=2.1 .

De landbouw is een bedrijfstak met zijn eigen kenmerken en eigen-
aardigheden. Als ondersteuner van de PS-fractie van de SP in de afgelopen jaren, en als vrijwilliger bij de BMF, heb ik daarover in de afgelopen jaren het een en ander opgestoken. Niet genoeg echter om een grondig oordeel te geven over alle aspecten van dit ondersteunende beleid. Laat ik het houden bij de mening dat wat er staat er als regel goed uitziet, dat ik niet kan beoordelen of het volledig is, en dat er vele devils in the details kunnen schuilen waar ik geen weet van heb.

Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard)
(Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).

Ik wil mij nu bezighouden met één onderdeel van het beleid, dat er naar mijn idee wel bekaaid van af komt en waarvan ik wel meer dan gemiddeld verstand heb, en dat is het energetische verhaal. Het klimaat- en energiedossier enerzijds en het veeteeltdossier anderzijds raken steeds meer verknoopt, o.a. via mestvergisting, zonneparken en bodembeheer.

Zonneparken als alternatief gewas
In de Statenmededeling (die hier het uitgebreidere totaalpakket niet volgt) wordt slechts gesproken over “lokale opwekking en lokaal verbruik” en “stal eraf, zon erop” dat “een kleine, maar nieuwe en langjarige inkomstenbron kan bieden”. In het volledige Uitvoeringsprogramma wordt hier wat aan gerekend en komt men op voorbeeld-winstpercentages van 3,5% (als de sloop van de stal wel in rekening wordt gebracht) en 4 tot 8% als die niet in rekening wordt gebracht (is dat soms niet genoeg?).
Er spreekt nogal wat reserve uit de provinciale stukken.
Ik vind het teveel kleinschalig gepeuter en ik vind het teveel van toeval afhankelijk. We moeten richting 2050 toe naar pakweg 100km2 zonnepark in Brabant en je moet de dingen nu al grootser aanpakken.
Nu blijft het agrarisch gebruik hoofdzaak en energie-opwekking bijzaak. In een stuk over flankerend beleid voor de veeteelt begrijp ik dat, maar ik  vind het toch een gemiste kans.

Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als je het andersom deed. In plaats van koeienboer met wat kWh’s word je kWh-boer met wat koeien of schapen.
Daarvoor moet je weten hoe zo’n park financieel uitpakt. Het blijkt nog niet zo simpel om dat zelf na te rekenen, zeker als je (zoals ik) geen formele bedrijfseconomische scholing hebt. Er staan geen hapklare bedrijfsmodellen op Internet.

Zonnepark Sunport Delfzijl

Sunport Delfzijl.
Eerst dacht ik: ik neem het momenteel grootste park van Nederland, Sunport Delfzijl, als vertrekpunt en dan reken ik terug. 30MWp, 116400 panelen, 30GWh per jaar, 30 miljoen investeringskosten.  Het park is dit voorjaar geopend en je zou dus verwachten dat het (met de SDE+subsidie) uit kan.

Het probleem is dat de business case nergens te vinden is. Je moet dus aannames doen, waarvan sommige situatiegebonden.
Als ik die 30 miljoen helemaal zou lenen (wat vast niet het geval is) en in 20 jaar afschrijf bij 4,5% rente en 2% O&M (Operational costs and Maintenance), heb ik er in 20 jaar €55,5 miljoen ingestopt.
Reken ik met de middelste SDE+subsidie van 11 cent/kWh, dan vang ik in 15 jaar €49,5 miljoen  en in de vijf jaar daarna, bij 6 cent/kWh stroomopbrengst, nog eens 9,0 miljoen. In 20 jaar is er dus €58,5 miljoen teruggekomen.
Ergo 3,0 miljoen winst in 20 jaar, dus ruim anderhalve ton per jaar, dus 0,5% over het totale vermogen. De bank heeft zijn rente en afschrijving dan al binnen.
In praktijk zit de huidig eigenaar Wirsol ( https://wirsol.com/en/ )er vast wel met eigen geld in, zijn de kapitaalslasten kleiner en de winst groter. Maar omdat onbekend is wat de verhouding eigen versus vreemd vermogen is, valt hier niet aan te rekenen.

Met een SDE+subsidie van 12,8 cent per kWh zou na 20 jaar het batig saldo €11miljoen geweest zijn (in plaats van bovenstaande 3 miljoen).

Staat het zonnepark er na de 20 jaar afschrijvingstermijn nog vijf jaar, dan komt er (bij 6 cent/kWh en nog steeds 2%O&M) in die vijf jaar netto nog eens €6,0 miljoen binnen.

Dit alles voor wat het waard is, want er zit nogal wat speculatie in vanwege de onbekende gegevens. Eventuele kosten mbt het elektriciteitsnet zitten er bijvoorbeeld niet in.

Het CE Delft-model en de toepassing op Sunport Delfzijl
Partijgenoot Eric Smaling heeft in 2016 in de Tweede Kamer gevraagd om een MKBA op te stellen van zon en wind op het land en dit in vergelijking. Reden waren de protesten tegen windenergie in de Veenkoloniën. Zie www.ce.nl/publicatie/mkea_zon-pv_en_wind_op_land/1905 .
Wind op het land kostte in die studie overigens minder dan de helft van de kWh-kosten van zon.

Met dit CE-model kun je de vraag andersom aanpakken en dan met minder  speculatie.
De belangrijkste samenvattende tabel uit de studie:

CE Delft volgt in de berekening van deze cijfers de SDE+  systematiek en doet mogelijk ook aanvullende eigen aannames. De SDE+systematiek  had in 2016 voor PV-panelen (= zonnestroom) enkele grondslagen:

  • Project moet met minstens 10% eigen vermogen gerealiseerd zijn
  • 12% rendement op het eigen vermogen
  • De SDE+ als regeling moet hoog genoeg vastgesteld worden om de meeste projecten in een categorie te kunnen uitvoeren
  • subsidieduur = afschrijftermijn = 15 jaar, rente 4,5%
  • in de O&M kosten is verondersteld, dat de grond vóór die tijd €1000 per hectare opbracht, en dat dat gemis via een pachtconstructie in de O&M-prijs verwerkt zit. De aanname gaat ervan uit dat na het plaatsen van het zonnepark de grond geen vroegere opbrengst meer heeft. Dat hoeft niet zo te zijn en daarom is de aanname conservatief.
  • fase2 van de SDE+verlening is 11,0 cent/kWh en fase3 is 12,8cent/kWh. (2016)
  • lange termijn-stroomprijs volgens CE Delft voor PV = 5,5 cent/kWh

Zou je deze set gegevens over 2015 na enig ge-interpoleer in de tabel naar 2016 losgelaten hebben op Sunport Delfzijl, dan zou die onderneming over 20 jaar bij 11 cent/kWe SDE een batig saldo gehad hebben van €3,6 miljoen, en bij 12,8 cent/kWh SDE een batig saldo van €11,7 miljoen.

Het klopt eigenlijk heel aardig met mijn houtje-touwtje analyse. Waarschijnlijk vallen er in  mijn houtje-touwtje berekening ergens fouten tegen elkaar weg.

Het CE Delft-model, toegepast op een Brabantse boer (of groep boeren)
Ik doe in onderstaande cijfervoorbeeld even gemakshalve alsof een Brabantse boer (groep boeren) een zonnepark aanlegt ter grootte van 3,0MWp (dus eentiende van Sunport). In Duitsland heb je honderden van dit soort parken.
Voor een park van 3MWp (ca 12000 panelen) heb je ongeveer 3 tot 5 hectare nodig, afhankelijk van hoe je het park inricht.
Een park van 3MWp brengt per jaar ongeveer 2700000kWh op (2700MWh).

UIT: Hij legt het park aan in 2017. Enig interpoleren in de tabel naar 2017 levert kapitaalslasten van grofweg 7,8cent/kWh (15 jaar lang)  en exploitatielasten van samen 2,8 cent/kWh (20 jaar lang)
Die boer zit er met 10% eigen vermogen in. Daardoor kost het park de boer aan kapitaalslasten op vreemd vermogen (rente + afschrijving) over 15 jaar 2,84 miljoen (0,90 * 0,078€*270000*15). Zijn eigen vermogen is 0,32 miljoen.
Aan exploitatielasten kost het park over 20 jaar .028*270000*20 = €1,51 miljoen.
Samen dus 4,35miljoen in 20 jaar.
IN: De SDE+ geeft in 2017 een gesubsidieerde opbrengstgarantie van 11,0 of 12,6 cent/kWh, 15 jaar lang. Daarna is er nog 5 jaar de stroomopbrengst à 5,5cent/kWh.
Met 11 cent/kWh SDE+ krijg je over 20 jaar per saldo 5,20-4,35 = €0,85 miljoen. Hij  moet aan zichzelf zijn eigen vermogen terugbetalen, en houdt dan na 20 jaar nog €0,53miljoen aan winst over (zo’n 8% per jaar).
Met 12,6 cent/kWh SDE+ is het batig saldo over 20 jaar 5,84-4,35 = €1,5 miljoen, dus gemiddeld per jaar €75000 . Na terugbetaling van het eigen vermogen aan zichzelf resteert na 20 jaar €1,2 miljoen winst, ca 19% per jaar.

Op diezelfde 3 a 4 hectare werd je volgens CE Delft geacht vroeger €3000 a €5000 per jaar te verdienen. Het terrein brengt dus beduidend meer op dan vroeger.

Het bezit van het park brengt geen dagelijkse arbeid met zich mee. Aanleg en onderhoud zijn immers financieel al verdisconteerd alsof ze geheel door iemand anders gedaan zijn. Het is dus mogelijk om een andere baan te nemen.
Ook hoeft de agrarische opbrengst van het zonnepanelen-terrein niet nul te zijn, zoals door CE Delft aangenomen.

Er is in de noordelijke provincies op dit gebied al een projectontwikkelaar bezig (zie www.interfarms.com ).

Zonnepark bij Borna ten Zuiden van Leipzig (foto bgerard)

Conclusies:

  • Het kan interessant zijn om bij het flankerend beleid veeteelt grootschalige zonneparken op agrarische grond mee te nemen. Het zou verstandig zijn als de provincie een echte professional naar deze moge-
    lijkheden laat kijken.
  • Zonder een heleboel grootschalige zonneparken zal Brabant ver van zijn energiedoelen af blijven
  • De provincie is goed gepositioneerd om hier verschil te kunnen maken. Omdat kosten en opbrengsten soms dicht bij elkaar liggen, kan een klein beetje geld of wat invloed op de banken in een exploitatie al veel betekenen. Ook de ruimtelijke bevoegdheden komen goed uit.
  • In het Uitvoeringsprogramma Ondersteunende Maatregelen Transitie Veehouderij wordt de verlaging van de SDE+ – subsidies als bedreigend aangemerkt.
    Dit geeft op twee manieren een verkeerde indruk.
    Op de eerste plaats wordt een eenmaal toegekende gesubsidieerde opbrengstgarantie gedurende de 15-jarige looptijd niet meer veranderd.
    Op de tweede plaats horen energiesubsidies omlaag te gaan, uiteindelijk tot nul, omdat ze niet langer nodig zijn. Tot 2023 daalt de kostprijs sterk. De SDE+ – subsidie kan in ongeveer hetzelfde tempo mee omlaag gaan zonder dat dat problemen geeft.-