Eén zonnepark van 35 bij 35km genoeg voor heel Nederland? En zonnepark in plaats van landbouwgrond!

Het eerste deel van deze titel kopte het Algemeen Dagblad op 17 juli 2017 (en daarmee ook het Eindhovens Dagblad). De bewering werd gedaan door professor Sinke, de grote autoriteit en ijveraar op het gebied van zonnecellen in Nederland.

In deze column wat precies bedoeld wordt, of de bewering waar kan zijn, en wat dat voor Brabant zou betekenen.

Wat wordt precies bedoeld?
Bij het artikel is op Internet geen officieel persbericht te vinden van iets of iemand. Mogelijk heeft Sinke ergens iets gezegd waar een journalist bij zat, maar dat valt niet te achterhalen. Het artikel zelf is dus de informatie.
Daarnaast is er natuurlijk een heleboel statistiek beschikbaar.

Totaal Nederlands energiebudget per drager, 2000-2016

In het artikel zegt Sinke dat een denkbeeldig blok van 35 bij 35km op de grond, of een denkbeeldig blok van 25 bij 25km op ideaal georienteerde daken, genoeg is voor de hoeveelheid elektrische energie die nu gebruikte wordt.
De bewering gaat dus alleen over de elektrische energie, die momenteel 1/7 deel bedraagt van het totale Nederlandse energiebudget. Het is goed om dit even scherp te hebben, want veel mensen kennen het verschil niet.
Over het niet-elektrische deel van het energiebudget doet Sinke geen uitspraak.

Klopt de bewering in het AlgD?
Ik neem even aan dat Sinke hier juist geciteerd is.

Het oppervlakteverschil zit hem in  een soort bruto-nettoverhouding die bij Sinke 2,0 is (35*35=1225)/(25*25=625). Op een ideaal dak zitten de panelen elkaar niet in de weg en kunnen ze pal op elkaar zitten, in het vrije veld moet er vanwege de schaduwwerking een afstand tussen zitten. Bovendien, je moet er in de exploitatie gewoon bij kunnen.

Zonnepark bij Zaragoza, Spanje . Let op de netto-bruto verhouding.

Een huidig standaardpaneel haalt, in de ideale omstandigheden als op een dak, zonder schaduwwerking, ongeveer 16% van ruim 1000W/m2, zeg grofweg aan elektrische energie 170W/m2. Bij de standaardomrekening van 1kWpiek à 875kWh/jaar haalt een denkbeeldig blok van 25 bij 25km op een ideaal dak dan ongeveer 93 miljard kWh/jaar = 335PJ/jaar.
De Nederlandse elektriciteitsproductie (incl. im- en export) zit al jaren rond de 120 miljard kWh/jaar = 430PJ/jaar.
Sinke is dus iets te propagandistisch. Voor de door hem beweerde opbrengst moet je in ideale dakomstandigheden eerder een vlak van 29*29km hebben. Ook als je met wat hogere rendementen zou rekenen is Sinke’s 25*25km te krap.

Aanbod van elektriciteit in Nederland, incl im- en export.

Bovendien zal het elektriciteitsverbruik gaan stijgen. Het wordt een groter deel van een (op papier) kleiner totaal. Natuur en Milieu gaan in hun scenario uit 2016 uit van een stijging van 429PJ naar 489PJ van 2013 tot 2035. Dus zelfs als het nu genoeg zou zijn, is het in de toekomst niet genoeg.

Is er zoveel dak in Nederland?
Ik heb hier al eens eerder aan zitten cijferen, zie www.bjmgerard.nl/?p=2193 .
De schattingen lopen nogal uiteen.
De grootste grootspraak is van Holland Solar en komt op grofweg 600km2 (woningen en NUTS/zakelijke bebouwing samen in de verhouding 2:1), goed voor grofweg 300PJ. DNV en de Zonatlas komen op dezelfde basis op grofweg 400km2, goed voor 200PJ. Sungevity komt op 150km2, goed voor 75PJ, maar dan heb je dan ook offertekwaliteit.
Onze eigen POSAD-studie komt, omgerekend naar Nederland, uit op grofweg 250km2 bruikbaar dak, goed voor grofweg 85PJ op daken.

Het antwoord is, hoe dan ook, nee. Sinke’s 25*25-blok past niet op Nederlandse daken. Er zijn forse grondopstellingen (zonneparken) nodig.

Bovendien, het zij nog maar eens herhaald, heeft Sinke het alleen maar over de huidige elektriciteitsproductie en niet over het zes keer zo grote niet-elektrische deel van het huidige Nederlandse energiebudget.

Scenario voor zon, POSAD-studie

Wat als je het hele Nederlandse energiebudget met zonne-energie
bijeen zou willen brengen?

Stel eens voor het gemak dat Nederland 1/3 op energie zou bezuinigen (waar het nu bepaald nog niet naar uit ziet), en geheel all electric zou gaan, en dat geheel met PV-panelen, dan vraagt dat dus vier a vijf keer de door Sinke geschatte oppervlakten.

Doe een gooi: als Nederland 1/3 zou besparen (wordt het totaal 2100PJ/y), en bij de hier aangenomen efficiency’s in ideale omstandigheden van ca 0,50PJ/km2, dan had je voor Nederland 4200 km2nodig, waarvan bijvoorbeeld 300km2op daken. Moet de rest op de grond, dus moet (in ideale omstandigheden) 3900km2op de grond en in praktische omstandigheden (bruto-netto = 2:1) 7800km2op de grond. Dat is ongeveer 20% van Nederland.

Gaat hem  niet worden. Net zo min als elke andere duurzame bron het op zijn eentje gaat worden.

Alle serieuze scenario’s schetsen dan ook een mix met als grote ingredienten wind op land, wind op zee, zon en biomassa (waaronder mestvergisting), en als kleine ingredienten geothermie en een restant fossiel.

Hoe erg is dat, heel veel zonnepark in Brabant?
Als je bovenstaand kaartje van Brabant hanteert, gecorrigeerd voor zo hier en daar een rekenfout, en als je globaal de mix volgt van de POSAD-studie, en als je zou vinden dat Brabant op eigen grondgebied energieneutraal zou moeten zijn, dan zou dat resulteren in 140 a 150km2 zonnepark (ongeveer 3% van Brabant).
Als je de uitgangspunten van POSAD niet volgt en een deel van de wind op zee, en van duurzame import, aan Brabant toerekent, kom je lager uit.
De schattingen worden steeds losser, maar stel dat er een derde van af gaat, dan moet je ergens rond de 100km2zonnepark in Brabant kwijt. Is dat eigenlijk erg? Is dat een ecologische en landschappelijke gruwel?

Kan om twee belangrijke redenen meevallen.

De eerste reden is dat een zonnepark er best wel leuk uit kan zien en ecologische waarde kan hebben. De gemeente Arnhem heeft het Rho Adviseurs voor Leefruimte laten uitzoeken. Als je googlet op  EFFECTEN VAN ZONNEPARKEN OP DE OMGEVING EN VOORBEELDEN VAN MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK , vind je (dd sept 2016) een interessante brochure (en anders stuur ik die wel op, hij is te groot voor deze site). Dit plaatje komt er uit:

Natuur rondom een Duits zonnepark (studie tbv gemeente Arnhem)

Het zou goed zijn als men ook in Brabant eens ging studeren op dit soort ecologische mogelijkheden voor natuurcreatie in zonneparken. Ten opzichte van landbouwgrond is de ecologische balans positief. Bijen bijvoorbeeld vinden dit best lekker.

Een andere reden betreft de noodzakelijke omvorming van de veeteelt (en mogelijk daarmee ook een omvorming van de landbouw als geheel). Er zijn nieuwe verdienmodellen nodig.
In de noordelijke provincies is een makelaardij bezig, die zonne-energieprojecten ontwikkelt op landbouwgrond. Zie “Zonne-energie_Het gewas van de toekomst_Boerderij advertentie_14juni2017” of Stroomopslag-wordt-cruciaal-voor-verdiensten-van-stroomleverende-boer uit De Boerderij of zie www.interfarms.com/ . Tussen de panelen kun je ook nog wel wat scharrelkippen of ander klein vee kwijt.
Minder landbouwgrond betekent minder dieren en zonnepanelen stoten geen stikstof uit. Binnen een maatschappelijk breed geaccepteerd subsidieregime als de SDE+ is er mogelijk een financieel plaatje te ontwerpen. De ZLTO zou er eens naar moeten kijken en als die zo stom zijn om dat niet te doen, dan de politieke partijen in PS of de milieuorganisaties.
Een van de grootste parken van NW Europa, in Hoogezand-Sappemeer (1,17km2) staat op grond waar eerst glastuinbouw geprojecteerd stond.
In Brabant is landbouwgrond niet te waardevol voor zonnepanelen.
In de recente wijziging van de Verordening Ruimte heeft de provincie de regels voor zonneparken (vooralsnog op tijdelijke basis) eenvoudiger gemaakt.

 

 

 

Veeteelt in Brabant: een slag gewonnen, maar hoe nu verder?

Sommigen noemen het besluit, dat Provinciale Staten op 7 juli 2017 na een marathonvergadering genomen hebben, al ‘historisch’, maar dat lijkt me wat voorbarig. Het moet eerst nog blijken hoe het verder gaat. Ongetwijfeld komen er juridische procedures en de provincie wint niet al zijn zaken.
(Voor een eerdere uitleg in deze kolommen zie Behandeling nieuwe maatregelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen .)

En, zoals Wim van Opbergen van Behoud de Peel al opmerkte, in 1995 ook al een ammoniakreductieplan geweest dat op het standstill-beginsel neerkwam. Wim maakt terecht een aantal preciserende opmerkingen die het grote woord en het wilde gebaar ondergraven, en waarin aangegeven wordt dat het besluit niet meer of minder dan een eerste stap is. Lees het nog maar eens na op Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017 .

Peel zonder stikstofoverschot

Maar de intentie van het besluit van 7 juli was goed en de inhoud het maximale, dat op die plaats en tijd gerealiseerd kon worden. Ik ben er dus zeer tevreden mee.
Ik heb mij niet verbaasd over de opstelling van CDA en PVV, want daarvan kun je niets anders verwachten. Ik heb me wel verbaasd over het gebrek aan kennis bij enkele partijen, zoals bijvoorbeeld 50+, en over het gekwelde gedrag van GroenLinks (dat uiteindelijk voor stemde) en van de Partij voor de Dieren (die uiteindelijk tegen stemde – met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig).
Ik heb mij niet verbaasd over de opstelling van veel boeren, want sommigen vochten voor  het voortbestaan van hun onderneming en ik had met ze te doen.

Boerendemonstratie bij Provinciehuis dd 23 juni 2017

Ik heb me wel verbaasd over de onbegrijpelijke strategische blunder van de Dierenbescherming, die vanwege de korte termijn de voortzetting van de intensieve veehouderij op de lange termijn steunde.

Ongeacht wat er uit alle procedures zal gaan komen, zal de veehouderij diep moeten gaan nadenken hoe men verder wil gaan –  zelfs als ze her en der juridisch wat zouden winnen. Het kan zo niet verder. Voor een bedrijfstak die rust op bulkproductie van vlees en zuivel, ten koste van de leefomgeving en de omwonenden, is in Nederland geen plaats meer. In Roemenie is of wordt de kiloknaller simpelweg goedkoper.
Nederland heeft afscheid genomen van de bulkproductie van de scheepsbouw, de textiel, sigaren en schoenen en wat overblijft zijn niches. Baggerschepen, jachten, veiligheidsschoenen, orthopedisch schoeisel, kevlartextiel, brandwerende gordijnen en zo. Die kant moet de veeteelt ook op.

Ik vind dat daar sociale begeleiding bij hoort voor wie doorgaat, en voor wie stopt. Bij de scheepsbouw en de textiel was een sociaal programma voor de ontslagen arbeiders niet aan CDA en VVD besteed. De tranen van het CDA over de boeren in Brabant komen dan ook uit krokodillenogen.
De provincie doet zijn best in de begeleiding van wie doorgaat, maar het zal ook om rijksmiddelen vragen.

Ik vind ook dat boeren meer geld moeten krijgen voor ecologisch verantwoorder producten. Mijn organisatie Milieudefensie wil bijvoorbeeld dat ze 6 cent per liter meer krijgen voor melk, en dat de detailhandel daarbij een verantwoordelijkheid heeft – een branche die zich nu drukt, of erger.

Winkelwagendemonstratie van Milieudefensie dd 4 mrt 2017 voor Eerlijke Melk in Utrecht

Ik ben geen landbouwkundige. Het grote woord en wijdse fundamentalistische theorieën zijn aan mij niet besteed, en kleinschaligheidsromantiek ook niet. Sommige van die inzichten blijken bij nadere controle slecht gedefinieerd.

Alvast wat algemene ideeën:

  • De veeteelt moet met gesloten kringlopen gaan werken, waarbij ik in het midden laat binnen welke regio dat moet gebeuren. Het lijkt me sterk dat dat (uitzonderingen daargelaten) binnen het eigen bedrijf kan of zelfs maar binnen de provincie Brabant. Er is serieus onderzoek gedaan naar zes landen in NW Europa als schaal (zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3) – update ), maar dat gaf geen ondubbelzinnige resultaten en was vóór de Brexit). Misschien moet de EU de schaal zijn?
  • een veeteelt op stabiele en gezonde bodems die veel koolstof vasthouden
  • geen preventieve antibiotica
  • dierenwelzijn en min of meer natuurlijk gedrag
  • grondgebonden rundveeteelt en een kwart minder varkens
  • minder impact op de leefomgeving en meer biodiversiteit
  • verdere vervlechting van het veeteeltdossier met het energiedossier, bijvoorbeeld vergisting van (een deel van) de mest en via zonneparken als alternatief gewas
  • een technologisch geavanceerde landbouw
  • als het kan, familiebedrijven maar die hoeven niet perse heel klein te zijn
  • zich maatschappelijk verantwoord opstellende banken, coöperaties en detailhandelondernemingen

Men zegt wel eens dat één gek meer kan vragen dan duizend wijzen kunnen beantwoorden en misschien ben ik nu die gek.
Maar ik wil de agrarische ontwikkelingen wat nader gaan volgen (bijvoorbeeld met Milieudefensie en/of de BMF) en als ik het idee heb dat ik er genoeg verstand van heb, kom ik er in deze kolommen nog wel eens op terug.

Eerste reactie op veeteelt-besluit Provinciale Staten 07 juli 2017

Op vrijdag 7 juli 2017 hebben PS, na een marathonvergadering, besloten om een aantal maatregelen te nemen die beperkingen opleggen aan de veehouderij. Ik ben zeer blij met dit besluit, al moet er nog veel meer gebeuren.

Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Ik heb voorafgaand aan 7 juli al een korte samenvatting van het voorstel op deze site gezet. Die kan men nalezen op Behandeling nieuwe maat-
regelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen
.

Deze voorstellen zijn als integraal pakket aangenomen. Ik zal daarop binnenkort uitgebreider reageren.
Nu wil ik alvast aandacht vragen voor een reactie van Werkgroep Behoud de Peel. Die zetten in hun recente Nieuwsbrief een aantal verstandige kanttekeningen.

  • Het besluit is niet historisch, want er is in 1995 in midden- en oost Brabant en midden- en noord Limburg een soort standstill-beginsel geweest. Maar dat heeft het maar twee jaar uitgehouden.
  • Dit is een eerste stap richting natuurherstel
  • Met extra staltechnieken schiet je niet veel op als tegelijk het aantal dieren omhoog mag
  • De kosten van het stalderen moeten niet onevenredig bij de uitbreidende boeren gelegd te worden. In het flankerend beleid moet hiernaar gekeken worden.
  • Er is geen reden voor ophef vanwege de mogelijkheden uit te breiden tot een bouwblok van meer dan 1,5 hectare. Er bestonden al uitzonderingsmogelijkheden. Er komt één uitzondering bij, maar twee andere worden strenger. En ook dan moet 100% nieuwe ruimte opgebracht worden met 110% minder ruimte elders (dat heet stalderen).
  • De schaalvergroting wordt met dit besluit niet gestimuleerd, maar juist afgeremd.
  • Stalderen heeft wel degelijk effect voor de burger. Het aantal dieren groeit niet verder en waarschijnlijk komt er een lichte krimp. Meer is binnen de provincie niet te realiseren.
  • Boeren kunnen inderdaad andere boerderijen uitkopen om zo uit te breiden. Daar is niets aan te doen. Maar ook dan doen de nieuwe techniekeisen en de staldering hun werk.
  • Er komt in praktijk weinig of geen nieuwe mestbewerking, want tussen de bestaande en de nieuwe afspraken bestaat in praktijk weinig verschil.

De tekst van de Nieuwsbrief van Werkgroep Behoud de Peel is hier te vinden.

Peel zonder stikstofoverschot
Peel met stikstofoverschot

Een korte geschiedenis van Brabant en de boeren

Wateroverlast op de aardappelvelden
————————————————–

Door Gepost op

OPINIE – Boeren horen bij Brabant. Deze leus komt de laatste weken, keer op keer terug. En het klopt ook, Brabant is gevormd door boeren. Boeren en Brabant hebben een lange gezamenlijke geschiedenis. En het is nu net die geschiedenis die ervoor zorgt dat deze verbintenis onder druk staat.

Al in 1970 verscheen er een rapport bij de overheid met de titel “Mestoverschotten: een potentiële bron van milieuverontreiniging”. Het was niet het enige rapport. Onderzoekers trokken regelmatig aan de bel met verontrustende bevindingen.

Een overheidscommissie kwam kort erna met een adviesstuk: “De afvoer en eliminatie van mestoverschotten”. Meerdere rapporten vanuit de overheid en het Landbouwschap, de belangenorganisatie voor land- en tuinbouw, volgden. Fons van der Stee, de minister van Landbouw en lid van de voorloper van het CDA, deed niets.

In de jaren daarna bleven stukken elkaar opvolgen, mede door opdrachten vanuit het ministerie. Het had er zelfs een werkgroep voor, het Curatorium Landbouwemissies. In 1978 verscheen een voorstel om het mestprobleem aan te pakken, geschreven door een medewerker van het Landbouwschap.

Toen in 1980 CDA minister voor Landbouw, Gerrit Braks, het toneel betrad, beweerde hij dat niemand zicht had op vervuiling door mest. Een uitermate vreemd standpunt, helaas volgde hij daarmee de lijn van eerdere ministers vanuit zijn partij.

Toch verandering?

Nu hebben waarnemingen en conclusies de vervelende eigenschap niet te verdwijnen doordat je ze negeert. Rapport na rapport en advies na advies volgden. In 1984 werd Braks dan ook gedwongen om maatregelen te nemen en in samenspraak met de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB), werd gesproken over de grote mestproblemen. Het kwam tot een voorstel waarin de absolute ondergrens van de adviesrapporten werd gebruikt om een soort van paal en perk te stellen. De NCB reageerde woedend. Ook dat hoort bij Brabant. Uiteindelijk bleken de maatregelen een dode letter: boeren deden er alles aan om zich te onttrekken aan de regels, controle was lastig en dus was er nauwelijks handhaving. De verzuring van de grond werd niet gestopt.

De problemen duren voort en worden erger

In 1990 blijkt dan dat er van alles mis is met de Nederlandse landbouwgronden: een achtste van alle beschikbare landbouwgrond blijkt fosfaatverzadigd. En om grondwatervervuiling tegen te gaan mag hier geen extra mest meer worden uitgereden, het mestoverschot werd dus alleen maar groter.

De Algemene Rekenkamer komt met een vernietigend rapport over het mestbeleid en schuwt daarbij harde woorden richting ambtenaren en hun houding niet: ambtenaren hebben jarenlang de problematiek bewust verzwegen. Volgens adviseur en onderzoeker Henkens lijkt de regelgeving afhankelijk van een rendabele bedrijfsvoering, in plaats van dat de bedrijfsvoering wordt aanpast op wat het milieu en de maatschappij kan verdragen. CDA minister Bukman weerspreekt de kritiek.

In het begin van de jaren 90 wordt de toevlucht gezocht in technologische oplossingen, zoals mestbewerking. De hoop is dat het overschot aan meststoffen dan geëxporteerd kan worden. Mestbewerking voor grootschalige export is heden ten dage nog steeds niet aan de orde en pakt het probleem enkel achteraf aan, in plaats van bij de bron: een te grote hoeveelheid dieren op te weinig grond.

Mestvergister

In 1993 wordt er alarm geslagen omdat er groot gevaar van fosfaatvergiftiging van oppervlakte- en grondwater dreigt. In 1995 blijkt dat de landbouw sector opnieuw te weinig maatregelen heeft getroffen tot verbetering en sancties blijven weer uit. We zitten inmiddels in een kabinet met een VVD minister op Landbouw. Een jaar later wordt het doel van 6 miljoen ton mestverwerking niet gehaald. Het verbaast helaas niet.

Voor boeren?

Brabant is gevormd door boeren. Of is het andersom? Is Brabant gevormd voor boeren?

Want inmiddels is het de 21e eeuw en nog steeds verschijnt rapport na rapport. In 2007 komt het rapport “Uitspoeling van stikstof overschot naar grond- en oppervlaktewater”. Nu is de helft van de beschikbare landbouwgrond fosfaatverzadigd, in sommige gebieden zelfs meer dan drie kwart. Het wordt er niet bepaald beter op.

CDA minister Veerman komt bij zijn vertrek in 2007 tot de conclusie dat het systeem hopeloos is vastgelopen. Oud ABN AMRO directeur van afdeling Agrarische Bedrijven, Geu Sibenga, verzucht dat het bedrijfsmodel absoluut onrendabel is omdat er simpelweg veel te veel productie is.

In datzelfde jaar weigert de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) haar handtekening te zetten onder een manifest tot verbetering van het landelijk gebied. Blijkbaar moet de natuur maar blijven bloeden.

Betwijfelen, vertragen, frustreren

In 2009 wordt een langlopend onderzoek gestart naar gezondheidsrisico’s.

In 2010 komt hoogleraar rurale sociologie Van der Ploeg tot de conclusie dat de sector bezig is zichzelf collectief te bedreigen, volgens hem is schaalvergroting een doodlopende weg. Supermarktwatcher Rutte zegt dat boeren teveel afhankelijk zijn van subsidies en herhaaldelijke hulpmaatregelen.

Het nieuws volgt elkaar steeds sneller op. In 2011 blijkt uit onderzoek dat omwonenden van nertsenfokkerijen meer last hebben van astmaklachten. VVD minister Schippers legt de aanbevelingen naast haar neer.

De universiteit van Utrecht publiceert de resultaten van haar onderzoek naar de gevolgen van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden in 2011. De reacties uit de sector zijn zoals verwacht, men wil meer onderzoek en vooral geen nieuwe regels.

Nieuwe regelgeving dreigt. De ZLTO waarschuwt voor miljoenenclaims vanwege deze milieu- en gezondheidsbeschermende maatregelen. Ondertussen lopen er veel leden weg, zij staan niet langer achter de richting van deze zogenaamde belangenbehartiger.

Een schot in eigen voet

In april 2015 volgt de afschaffing van het melkquotum, ooit ingesteld vanwege de door subsidiëring aangejaagde overvloedige productie. De sector heeft flink voor de afschaffing gelobbyd. Boeren hebben massaal geïnvesteerd in nieuwe stallen en er komt een forse toename van melkvee. Het gevolg? De daling van fosfaatuitstoot stopt, boeren schieten opnieuw door het fosfaatplafond en door de hoge productie keldert de melkprijs naar het laagste niveau sinds 2009.

Later dat jaar presenteren Rabobank, het ministerie van Economische Zaken en Producten Organisatie Varkenshouderij, de POV, een plan om het aantal varkenshouderijen van 5000 bedrijven naar 3000 terug te dringen. De LTO is enthousiast, zo lang er maar een grote zak geld klaarstaat.

De natuur heeft het zwaar

De natuureffecten zijn groot. In 2017 brengt de RIVM naar buiten dat de voedselproductie  verantwoordelijk is voor 25% van de uitstoot van broeikasgassen en 60% verlies in biodiversiteit. Vlees en vis productie zijn hier voor meer dan de helft schuldig aan.

In gebieden met intensieve veehouderij blijkt antibiotica tot 25 meter diep in het grondwater te zitten en langzaamaan in het oppervlakte water terecht komen. De gevolgen voor de micro-organismen, ook nodig voor de landbouw, laten zich nog vooralsnog raden. Het zal wel niet positief zijn. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid insecten drastisch afneemt.

Er zit in Brabant door de verzuring zo weinig kalk in de grond, dat eierschalen van vogels dun zijn en de botjes van jonge kuikentjes te zwak zijn: hun pootjes breken voordat ze het nest kunnen verlaten. In beschermde natuurgebieden wordt kalk gestrooid om het verlies op te vangen. Maar organisaties weten: het is vechten tegen de bierkaai.

Gezondheidsrisico’s blijven terugkomen

In de zomer van 2016 blijkt volgens een 3-jarig onderzoek dat omwonenden van veehouderijen meer luchtweg klachten hebben. De Landbouw en Tuinbouw Organisatie (LTO) claimt dat schaalverkleining geen oplossing is voor gezondheidsproblemen.

Als uit 4 jarig onderzoek blijkt dat er vaker longontstekingen zijn in de buurt van pluimvee- en geitenhouderijen, vraagt de LTO, zoals altijd, om meer onderzoek, en agrarisch adviseur Van Westreenen oppert dat de overheid maar met een zak geld moet komen en dat de sector het dan zelf wel oplost, want regeltjes zijn er al genoeg.

Kaart met 21 vanwege de mest gesloten drinkwaterputten in Nederland

En twee weken geleden slaan waterbedrijven opnieuw alarm, bij bijna de helft van de grondwater-punten wordt een te hoge dosis meststoffen gemeten. Het zuiveren van ons drinkwater wordt te complex en te duur. Volgens de directeur gaan onze kinderen nog tientallen jaren last hebben van overbemesting.

De reactie van de boerenlobby? De ZLTO dreigt met een rechtszaak als Brabant, voor het eerst sinds decennia zonder CDA, haar strengere milieu- en gezondheidsmaatregelen doorvoert. Er is altijd een reden voor vertraging, altijd een reden voor uitstel.

Boeren horen bij Brabant

Boeren horen bij Brabant. Elke individuele boer heeft zijn of haar eigen zorgen, dat is te begrijpen. Helaas is het de hele sector, de hele keten van begin tot eind, die op een vreemde manier bezig is om zichzelf onmogelijk te maken. Adviseurs en banken die blijven inzetten op schaalvergroting om steeds meer, voor minder te produceren, werken financiële problemen in de hand. Belangenorganisaties die blijven betwijfelen, vertragen en frustreren, dienen het boerenbelang niet. 

Om boeren in Brabant te houden, moet het roer om. Het huidige systeem werkt niet. Iedereen weet het.

Laten we als maatschappij en overheid de welwillende agrariërs onze steun geven: met een investeringsfonds, met gefundeerd transitie advies, met maatwerk. Richt je op de toekomst, een gezonde toekomst, met financieel gezonde veehouderijbedrijven en een gezonde leefomgeving.

Na 50 jaar is het wel tijd.

Overbemesting bedreigt drinkwaterputten

Bij een “rondetafelgesprek mestfraude” op 22 juni 2017 in de Tweede Kamer kwamen diverse aspecten van het mestbeleid aan de orde. Ik focus in dit artikel op één aspect, nl de gevolgen voor de drinkwaterwinning. Op andere aspecten hoop ik later terug te kunnen komen.

Namens de VEWIN (de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland) sprak plaatsvervangend directeur Arjen Frentz. Frentz sprak over de, al dan niet legale, vormen van overbemesting en over de gevolgen daarvan en toonde de Kamerleden onderstaand kaartje. Het betreft problemen die te maken hebben met een overdaad aan in de bodem zakkende mest.

Door mest veroorzaakte problemen in grondwaterwingebieden

Zoals op de kaart te zien, zijn er de afgelopen jaren in Nederland 21 waterwinpunten gesloten, waarvan zes in Brabant.
Overigens krijgen de waterwinbedrijven het nitraat wel tot veilige grenzen uit het water, maar het kost steeds meer moeite en geld.

1200 betekent 1200 miljoen m3

Het rondetafelgesprek sorteert voor op de behandeling van het 6de Programma Nitraatrichtlijn. Deze behandeling zal na de vakantie plaatsvinden.

Al eerder had het PBL (Plan Bureau voor de Leefomgeving) een analyse gemaakt van het mestbeleid. Ook hierover hoop ik in deze kolommen een artikel te schrijven.
Het PBL denkt dat de nitraatnorm van 50 mg/liter op de zuidelijke zandgronden niet gehaald zal worden, tenzij er aanvullende maatregelen komen. In dat geval is het denkbaar dat de norm gemiddeld gehaald kan worden, maar niet overal. Meer specifiek, het kan niet gegarandeerd worden dat de norm in de drinkwaterinlaatgebieden gehaald kan worden.
In een ander onderzoek heeft het RIVM de verwachting uitgesproken dat in de jaren 2026-2030 in 40 grondwaterbeschermingsgebieden de nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater over de 40mg/liter heen gaat schieten. De norm voor nitraat in grondwater is 50mg/liter.

Frentz heeft in het rondetafelgesprek dan ook drie eisen gesteld:
* De nitraatnorm van 50 mg/l gemiddeld voor het ondiepe grondwater moet specifiek gelden voor intrekgebieden van grondwaterwinningen voor drinkwaterproductie.
* Neem generieke maatregelen op in het 6e actieprogramma Nitraatrichtlijn gericht op grondwa­terbeschermingsgebieden met als doel:

a) In alle gebieden de KRW doelen te kunnen halen, d.w.z. geen achteruitgang en op termijn verbetering van de waterkwaliteit
b) In de 40 grondwaterbeschermingsgebieden waar nitraat- en KRW normen in het ondiepe grondwater overschreden (dreigen te) worden, de normoverschrijdingen van alle stoffen gerelateerd aan mestgift wegnemen
(de KRW is de Kader Richtlijn Water, de Nederlandse vormgeving van de Europese wetgeving op dit gebied)

Trouw-journalist Emiel Hakkenes heeft op 24 juni 2017 een goed artikel in Trouw gezet over dit onderwerp. Het is te vinden via de site van de VEWIN ( www.vewin.nl/ ) of rechtstreeks op www.trouw.nl/home/waterbedrijven-slaan-alarm-mest-bedreigt-drinkwaterwinning~a1446e04/ .
Hakkenes heeft een kaartje gepubliceerd dat gebaseerd lijkt op de kaart hierboven, maar dan specifiek alleen gefocust op de gesloten putten. Dat ziet er zo uit:

Kaart met 21 vanwege de mest gesloten drinkwaterputten in Nederland

Hier een kleine, door mij bijeengezochte, reader over het onderwerp: Reader mest en drinkwater_VEWIN_juni2017 . De teksten komen van de VEWIN-site.

Voor een eerder artikel op deze site over de nitraatproblematiek en de handhaving van overschrijdingen zie Wat de provincie wel en niet kan bij landbouwvervuiling .

 

Behandeling nieuwe maatregelen tegen door landbouw veroorzaakte problemen

Koolmees met twee door de verzuring gebroken pootjes (juni 2017)

Waarom maatregelen keihard nodig zijn
Het College van GS van Brabant heeft een set maatregelen uitgebracht, die de vele problemen, die door de landbouw veroorzaakt worden, moeten helpen terugdringen. Het is voor het eerst dat er een pakket aangeboden wordt dat echt helpt. Althans, als eerste stap.

De landbouw als geheel heeft het Brabantse land tot ver buiten het
natuurlijke draagvlak overwoekerd. De Q-koorts heeft minstens 74 mensen het leven gekost en vele overlevenden groot blijvend leed bezorgd. De bodem gaat dood, het grond- en oppervlaktewater aangetast en de natuurgebieden vermoord door de stikstof. De koolmees (de foto komt uit vergelijkbare zandgronden op de Veluwe) lijdt indirect aan de verzuring van het milieu, veroorzaakt door ammoniakdepositie.

De ammoniakconcentraties zijn een tijd gedaald, maar sinds ongeveer 2008 dalen ze niet verder of stijgen zelfs weer. Zie Brabant stikt in de stikstof, en dus heeft Johan van den Hout groot gelijk.

Gemeten verloop ammoniakconcentraties Mariapeel

Het voorgestelde pakket
De mogelijkheden van GS zijn beperkt.
De juridische bevoegdheid bijvoorbeeld om het aantal dieren rechtstreeks vast te stellen ontbreekt. Dat vraagt om landelijke wetgeving.
Zo zit bijv. de handhaving van de Nitraatrichtlijn bij het Rijk, en dat schuift het probleem al jaren door.
De Programmatische Aanpak Stikstof is landelijke wetgeving.
De provincie kan dus alleen indirect sturen, bijvoorbeeld op basis van haar ruimtelijke bevoegdheden en de Natuurbeschermingswet.

Een kort beschrijving van het pakket:

  • De technische eisen aan bestaande stallen worden aangescherpt en gaan ook voor geiten en koeien gelden
  • De emissie-eisen gaan gelden voor elk bedrijfsonderdeel afzonderlijk, en niet meer voor het bedrijf als geheel. Er kan niet meer intern worden “gesaldeerd”.
  • Stallen moeten versneld worden aangepast. Boeren die nog niets gedaan hebben, moeten hun zaakjes in 2020 rond hebben. Boeren, die door eerdere investeringen al wel voldoen aan het Besluit Emissiearme Huisvesting krijgen, krijgen de tijd tot 2022. Tot nu toe was dat jaartal 2028.
    Stallen die ouder zijn dan 15 jaar (koeien 20 jaar) worden bij de handhaving automatisch beoordeeld op de vraag of ze aan de eisen voldoen.
  • Er mag in Brabant evenveel mest bewerkt worden als Brabant zelf produceert.
    Dat gebeurt op bedrijventerreinen, tenzij melkveehouders samenwerken tot 25000 ton of als de mest per pijplijn naar een centraal punt gestuurd wordt. Alle op- en overslag en verwerking van producten vindt inpandig plaats.
  • Wie in Midden- en Oost-Brabant 100m2  nieuwe stal wil bouwen, moet elders 110m2 in gebruik zijnde stal inleveren. Er komt een Stalderings-
    loket (met een bestuurlijk monopolie) dat dit begeleidt en dat geld krijgt. Voorlopig geldt deze regeling niet voor koeien en schapen.
  • De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), waarmee bovenwettelijke verplichtingen beloond worden, wordt op onderdelen gewijzigd en iets aangescherpt.
  • In uitzonderlijke situaties mag een nieuw bouwblok 2,5 hectare worden als dat elders een probleem oplost, of 2,0 hectare als een boer het op de BZV heel  goed doet. Dit alles na stalderen.
Publieke tribune op 23 juni 2017, landbouwdebat

Aan beide kanten pijn
Omdat het pakket echt iets voorstelt, doet het aan beide kanten pijn. De publieke tribune in het Provinciehuis zat dan ook bomvol op 23 juni met insprekers, en de grote Bois le duc-zaal met een kleine 250 boze boeren.

Voor de milieubeweging en de Minder Beesten-burgers zit de pijn in het accepteren van mestbewerking en van kavels, die in uitzonderlijke gevallen groter dan 1,5ha kunnen worden. Ik moet er overigens bij zeggen dat ik zelf deze pijn niet zo voel.

Voor de boeren ligt het pijnlijker en die willen dan ook het plan van tafel. Het bedreigt de toekomst van velen. Zonder de provinciale plannen zouden er 2660 boeren stoppen, met de plannen 3440. En bij bijvoorbeeld varkenshouders neemt het percentage onder de armoedegrens tot van 57%, als de plannen niet worden uitgevoerd, naar 67% als dat wel gebeurt. Dat heeft het bureau Agri & Food becijferd.
Er is veel tragiek in boerenhuishoudens.

En toch is het pakket onvermijdelijk, en gaat zelfs nog niet ver genoeg. De sector kan in zijn huidige vorm niet verder bestaan. Hij fraudeert grootschalig met mest, vermoordt de omgeving en blokkeert, via de PAS, ook nieuwe andere economische activiteiten. En de sector kan zijn leden ook nu al vaak geen goed bestaan bieden.
Net zoals Nederland in het verleden afscheid genomen heeft van de kolenmijnen, en er van de scheepsbouw en de textiel alleen nog gespecialiseerde niches over zijn, zo zal het ook gaan met de (nu al zwaar gesubsidieerde) landbouw. De goedkope bulk verdwijnt naar elders of hopelijk helemaal, de gespecialiseerde niches blijven.

Boerendemonstratie bij Provinciehuis dd 23 juni 2017

De vele inspraakreacties van de boeren vertoonden een vast patroon, dat het probleem pijnlijk duidelijk maakt. “Wij hebben een mooi bedrijf opgebouwd met een keuze voor kenmerk A en B, wij zijn nodig voor het voedsel en zo goed bezig met de omgeving, wij willen gaan werken aan een betere inpassing met innovatie die nog bedacht moet worden. Die investeringen moeten we terugverdienen en daarom moeten we groeien.” Je kunt daar een mooi verhaal van maken en dat ging de boeren goed af.
Het probleem is dat het verhaal al decennia wordt afgedraaid, en dat de som van al die individuele groei tot iets geleid heeft dat zo groot is, dat het als een moloch op zijn omgeving drukt en van Nederland de tweede agrarisch exporteur ter wereld gemaakt heeft. Voor zo’n klein land absurd.
En het probleem is dat teveel boeren stilzitten. Ze weten al sinds het Convenant Stikstof dd 2009 dat ze of moeten stoppen of in 2020 aan het Besluit Emissiearme Huisvesting moeten voldoen, en daar is bij velen nog niets aan gedaan. In de hoop dat het overwaaide, maar het CDA zit niet meer in GS.

De sector moet fors inkrimpen en zich op sommige gebieden opnieuw uitvinden. De vraag is niet of, maar wanneer en hoe dat gebeurt.
Ik vind dat daar een sociaal programma bij hoort, zoals dat er was bij de mijnen en zoals dat er had moeten zijn bij de textiel en de scheepsbouw.

Geen koude, maar een warme sanering. Ik was het in deze eens met de insteek van Maarten Everling, de woordvoerder van de SP.
Het is voor de sector jammer dat ze traditioneel haar heil gezocht heeft bij de VVD en het CDA, partijen die niet zoveel met sociale programma’s hebben.

Een kleine 250 boze boeren in de Bois-le-Duc zaal van het Provinciehuis (23 juni 2017)

Besluitvorming komt nog
Op 23 juni ging het om een themabijeenkomst die informerend en oordeelsvormend bedoeld was. Er komt nog zo’n bijeenkomst.

Op 7 juli 2017 komt het pakket in stemming.

Varkens verhinderen vooruitgang – ontwikkelingen rond de PAS

Brabant zit zowat op slot en dat komt vooral door de varkens en de koeien. Die produceren zoveel stikstof dat de rest van Brabant nauwe-
lijks nog mag. Daardoor kunnen andere projecten niet meer, of slechts met grote vertraging, worden uitgevoerd. Dat kan kapitalen gaan kosten.

Stikstof en de PAS
Er is op zich niets mis met stikstof. 79% van de atmosfeer bestaat eruit.
De atmosferische stikstof kan allerlei chemische verbindingen aangaan, van een gereduceerde vorm als ammoniak via de ‘neutrale’ atmosferische vorm tot diverse geoxideerde vormen tot en met nitraat. Die vormen kunnen door chemische en biologische processen in elkaar over gaan. Het leven op aarde heeft stikstof nodig, maar teveel is niet goed. Het is net als de mens met suiker. Van een overdaad word je te dik en teveel stikstof tast de biodiversiteit aan en verwoest natuurgebieden.

Nu genieten de mooiste natuurgebieden Europese bescherming en dat is maar goed ook. Die gebieden heten Natura2000 – gebieden, bijv. de Strabrechtse Heide, de Kampina, de Brabantse Wal, de Grote Peel enz. Daarvan zijn er in Nederland 118.
Brussel is daar zuiniger op dan Nederland dat zelf wil zijn en daarom wil Brussel de stikstofdepositie op Natura2000 – gebieden aan banden leggen. Tot voor kort was dat idee met wazige passages vastgelegd in de Natuurbeschermingswet. Vanaf 1 juli 2015 is die wet aangescherpt met kwantitatieve doelen en methoden. Dat totaalpakket heet de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).
Voor allerlei soorten natuurgebied is vastgelegd wat de Kritische Depositie Waarde (KDW) is van alle stikstofverbindingen samen. Meestal zit de feitelijke stikstofregen daar ver boven. Nu daalde depositie “vanzelf” ook al, maar veel te langzaam. In de PAS worden extra maatregelen genomen waardoor de depositie iets sneller daalt, maar nog steeds te langzaam – de ene poot van de PAS.

De gedachte is dat die extra maatregelen wat ruimte geven, en dat de helft van die ruimte gebruikt wordt voor alle economische doelen samen, en dat de andere helft gebruikt wordt voor verbetering van de depositie. Dat klinkt op papier mooi, maar is in praktijk behoorlijk lastig.
In het plaatje hierna is het eerste buisje de situatie in 2014, het tweede buisje die in bijv. 2020 als de PAS niet zou bestaan (en met 2,5% economische groei), het derde plaatje is 2020 met PAS (dus extra ruimte), en in het vierde is van die extra ruimte de helft gebruikt.

Uitleg van de PAS in de RvState-uitspraak

De andere poot van de PAS bestaat uit beheermaatregelen (grondwaterregulering, maaien en plaggen, enz), die specifiek zijn voor vegetatietypen en gebieden.
Zie ook PAS

Milieugroepen vinden dat het glas 90% leeg is en gaan procederen. Ik vind dat 10% extra beter is dan niks en bovendien valt er nu iets te meten en te toetsen. Ik ben dus vóór de PAS.

Daarnaast kan ook de provincie zijn eigen Verordeningen maken. Brabant heeft dat gedaan en het huidige College van GS loopt daarmee voorop in Nederland.

Chemisch gebonden stikstof komt vooral uit landbouw, meest ammoniak uit koeien- en varkenskonten of nitraat uit kunstmest. Twee kanttekeningen bij onderstaand plaatje:

  • de 37% uit het buitenland komt ook grotendeels van de landbouw en Nederland is netto exporteur. Als er dus een onzichtbaar stikstofhek bij de Duitse grens stond, hielden wij onze eigen stikstof binnen vv en was de landbouwbijdrage dus ongeveer driekwart.
  • dit plaatje is voor Nederland als geheel. In Brabant zijn zeer veel meer dieren dan gemiddeld.
    Kan goed zijn dat in Brabant de landbouw goed is voor 80 a 90% van de chemisch gebonden stikstof.

Ook nog even: dit alles is gebaseerd op modelberekeningen op basis van geschatte emissies en verspreidingsmodellen. Daarop wordt soms wel enig commentaar geleverd.
Alleen het ammoniakdeel van de chemisch gebonden stikstof wordt gemeten en dat stijgt de laatste tijd licht. Vandaar dat GS de regels vervroegd wil aanscherpen. Zie Brabant stikt in de stikstof, en dus heeft Johan van den Hout groot gelijk

Stikstofbronnen_evaluatie PAS 2017

Twee voorbeelden
Paniek want de Westparallel mag bij Veldhoven ineens niet meer op de A67 worden aangesloten. De weg zelf mag misschien wel als er, naar tevredenheid van de Raad van State, nog wat akkefietjes worden opgeknapt. Maar het logische einddoel mag dus voorlopig niet meer.
Nu was het niet mijn idee om die weg aan te leggen, maar om voor ruim 100 miljoen aan gemeenschapsgeld een doodlopende weg aan te leggen, dat spreekt me ook niet echt aan.
Ik snap het trouwens niet helemaal. Het PIP van de N69 en het bestemmingsplan van de aansluiting bij Veldhoven waren beide al vastgesteld voor op 1 juli 2015 de PAS van kracht werd. Ik snap niet dat ze aan de PAS beoordeeld worden, en nog minder dat de ene wel en de andere niet mag. Mogelijk omdat de N69 wel en de aansluiting niet op de lijst met prioritaire PAS-projecten staat?

Een ander voorbeeld is de duurzame glastuinbouw in Deurne. Daar is iedereen het over eens, er zijn bedrijven die willen beginnen en er zit al ruim 30 miljoen in, maar tja, die PAS dus.

En zo zijn er meer voorbeelden. Gansch het raderwerk staat stil als de machtige PAS het wil.

Waarom?
Er zijn eigenlijk gelijktijdig, maar onafhankelijk van elkaar, twee dingen gebeurd.

De Raad van State moest zich over zo’n 200 aangespannen procedures buigen, ten dele van wie de PAS te ver vond gaan, ten dele niet ver genoeg.
Het is nieuwe wetgeving, verrot ingewikkeld en op basis van een heleboel aannames, en uniek binnen Europa. De stelling van de milieugroepen was bijvoorbeeld dat de PAS geen recht deed aan de Habitat-richtlijn, die de Natura2000-gebieden beschermt, en dat het niet zo kon zijn dat de PAS op de pof vergunningen uitgaf (wat trouwens in Brabant niet kan, want daar wordt met jaarschijven gewerkt in plaats van met de drie jaar-schijf die standaard in de PAS zit). Mijn goede kennis Wim van Opbergen van de Werkgroep Behoud de Peel hield zo’n verhaal.

Toedeling van eventuele depositieruimte

De Raad van State besloot uiteindelijk eerst negen pilot-zaken aan te pakken (waaronder die van Behoud de Peel), en kwam gaandeweg tot het besluit dat men eerst advies ging vragen bij het Europees Hof. Dat gaat lang duren, maar de RvSt hoopt de schade te beperken tot 2018. Tot dan liggen er een heleboel projecten geheel of grotendeels stil, waaronder de aansluiting van de N69 op de A67.
Het persbericht van de RvSt is te vinden op RvState_WgdePeel_PAS-uitspraak prejudiciele vragen_woensdag 17 mei 2017_persbericht , de uitspraak in de Peel-zaak op RvState_WgdePeel_PAS-uitspraak prejudiciele vragen_woensdag 17 mei 2017 (dat is een roman van 89 kantjes). Het Internet biedt wat handzamer samenvattingen op Blog advokaat Renske van Dreumel  en Stibbe blog PAS en RvState

De andere ontwikkeling is dat de PAS van 1 juli 2015 t/m 2016 zijn voorgeschreven evaluatie gehad heeft, en die viel niet altijd mee. Op 17 maart 2017 bleek dat 53 van de 118 Natura2000-gebieden al zo ver vol zaten, dat ze op strak rantsoen gezet zijn (”de grenswaarde verlaagd tot 0,05Mol/y*hectare). In Brabant de Brabantse wal, de Deurnse, Groote en Mariapeel, de Kampina en de Oisterwijkse Vennen, Kempenland-West, de Loonse en Drunense Duinen&Leemkuilen, het Ulvenhoutse Bos, het Vlijmens Ven-Moerputten-Bossche Broek, de Weerter- en Budelerbergen en Ringselven, Negen andere gebieden zaten al helemaal vol en daar kon dus helemaal niets meer (niet in Brabant).
Ook verandert het rekenmodel.
Vooralsnog geven Rijk en provincie geen vergunningen meer af voor activiteiten, waarbij de stikstofregen op Natura2000 – gebieden toeneemt. En dat is behoorlijk rigoureus.

Hoe ziet zo’n evaluatie eruit?
Dat zijn in eigen recht (dus afgezien van de maatschappelijke gevolgen) fascinerende verhalen. Het is een vak apart en het is heel veel papier voor elk van de 118 gebieden.
Er is een soort algemene evaluatie in  de vorm van een zeer leesbare publieksbrochure ( PAS Integrale Rapportage 2016 – Publieksbrochure_mrt2017 ) .
Daarnaast is er een evaluatie per gebied. Ik heb als voorbeeld de Kampina en de Oisterwijkse Vennen gepakt (nr 133, voor wie het na wil lezen). Dat kan op http://pas.bij12.nl/content/pas-monitoringsrapportages-gepubliceerd en http://pas.bij12.nl/content/pas-gebiedsrapportages .

Ik zal me beperken tot wat voorbeeld plaatjes (dus dd 17 maart 2017). Een echt verhaal voert te ver.

Stikstofoverbemesting en KDW per vegetatietype in mol/ha*y, 2017, Kampina en Oisterwijkse vennen

Met de constatering dat bijna altijd de depositie nu en in 2030 boven de KDW blijft. De rancune van de milieugroepen valt te begrijpen.

Feitelijke deposities in 2014 en (berekend) in 2020 in de Kampina en de Oisterwijkse vennen
Een van de 12 maatregelenkaarten (2017, Kampina-Oisterwijkse vennen)

Wat ik zou doen:
Wij hebben in Brabant teveel grond in gebruik voor koeien en varkens, zoveel dat het schadelijk is.
Wij hebben veel te weinig grond in gebruik voor zonneparken. Zo weinig dat het schadelijk is.
We gaan hetzelfde doen als bij de stadsuitbreiding en bij de aanleg van nieuwe wegen: we kopen in Brabant voor een nette prijs boeren uit en gaan voor 2021 10km2 zonneparken aanleggen en doen dat met een aanpalend sociaal programma. Het gaat niet eens om heel veel mensen. Vervolgens verdienen we van de aanschafprijs een deel terug met de exploitatie van die parken en misschien zit daar ook nog wel werkgelegenheid aan vast, als niet voor de boeren zelf, dan voor hun kinderen.
En mogelijk kun je de grond tussen de panelen nog voor iets zinvols gebruiken.

 

Milieudefensie op de Groenmoesmarkt en wandelende eiken

Groenmoesmarkt StOedenrode 19 mrt 2017 (foto Leonhard)

Leonhard en ik hebben op 19 maart 2017 voor Milieudefensie Eindhoven op de Groenmoesmarkt gestaan in Sint Oedenrode. We hebben er vooral materiaal verspreid over de Eerlijke Melk-actie van Milieudefensie (zie Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken en Winkelwagentjesprocessie voor eerlijke Melk en Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk!  ) en over Milieudefensiestandpunten over landbouw en voedsel in ruimere zin (bijv. tegen de soja-import waarvoor het tropisch regenwoud wordt gekapt).. Dat paste prima bij de aanwezige doelgroep.

Groenmoesmarkt 19 mrt 2017, het materiaal.

Overigens hadden zich meer leden van Milieudefensie opgegeven, maar wij stonden in de eerste ploeg en toen was alle materiaal al op. Typisch geval van onderschatting.
Het was namelijk razend druk en dat komt omdat de Groenmoesmarkt zo’n leuk evenement is. Het is een soort vakbeurs voor volkstuinders en hun toeleveranciers. Als je planten, zaden, potten, enz wilt kopen, moet je daar zijn.

Wageningen University Research stond er ook met materiaal over hun Genenbank, toegepast o.a. op verschillende koolsoorten en toegelicht met zeldzame plantenrassen.
Ik ben zelf niet zo’n tuinier en heb dus dat materiaal maar laten liggen voor iemand die er meer aan had, maar één brochure was zo leuk dat ik er een meegenomen heb, namelijk “Bomen aan den einder – onze bomen en bossen door de eeuwen heen”. Die is te downloaden op www.wur.nl/Bomen-aan-den-einder . Eén plaatje eruit voor onze huidige “identiteitsdiscussie”. Onze zeer autochtone eik is hier na de Ijstijd (ca 13000 jaar geleden) naar toe “gewandeld” vanuit Spanje (waar de Drentse eiken vandaan komen) en Italië (waar de Limburgse en Oost-Nederlandse eiken vandaan komen).
Als je maar ver genoeg terug gaat, is alles in Nederland allochtoon.

Migratieroutes van de Nederlandse eik na de ijstijd (WUR, Bomen aan den einder)

Discussie over veeteelt en gezondheid in Deurne trekt 1100 mensen

Het Nationaal Burgernetwerk (betere gezondheid door minder vee) organiseerde op 9 maart 2017 in Deurne een verkiezingsdebat over het thema “Veehouderij en gezondheid”. Met 1100 mensen uit Deurne en
wijde omgeving puilde de zaal uit.

Wie er wel en niet waren:
Het is al veelzeggend wie er niet waren:

  • De PVV had taal  noch teken van zich laten horen
  • De VVD had niemand beschikbaar (hoewel ze wel 80 man op hun lijsten hebben staan, zoals werd opgemerkt)
  • B&W van Deurne (hadden allemaal net op die avond andere belangrijke beslommeringen)

Wie wel?

  • een heleboel boeren onder die 1100 mensen. De boerenorganisaties NVV, NMV en NVP hadden eigen mensen geworven
  • heel veel bezorgde burgers (de rest van die 1100)
  • politie bij de ingang
  • staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) van Landbouw
  • vertegenwoordigers van CDA, GrLinks, D66, PvdA, PvdD, CU, 50+ en SP
  • als sprekers Mariken Ruiter (hoofdauteur van ‘Volksgezondheid en Veehouderij: alles op een rij’), Ignas van Bebber (oncologisch chirurg in het Jeroen Boschziekenhuis), en prof. Hans Zaaijer, medisch microbioloog aan het VU en AMC en bij de bloedbank Sanquin belast met via het bloed overgedragen infecties.

De sprekers:
Mariken Ruiter besprak haar literatuuroverzicht. Ze behandelde kort zoönosen, resistentie tegen antibiotica, geur, fijn stof door de landbouw en andere vormen van milieudruk en bijbehorende risico’s. De volledige tekst van de publicatie is te vinden op http://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/rapport-volksgezondheid-en-veehouderij-aangeboden-aan-provincie/ . Op Volksgezondheid en veehouderij: alles op een rij heb ik al eerder over deze publicatie geschreven.

Ignas van Bebber noemde vooral kengetallen als dat de exportwaarde van vlees, zuivel en eieren (13 miljard bruto, netto minder, wat slechts een beperkt deel is van de landbouw als geheel). Dit terwijl bijv. de maatschappelijke kosten van alleen al COPD/astha en hart- en vaarziektes ook bijna 13 miljard zijn (welke uiteraard lang niet alleen door de landbouw veroorzaakt worden). De Nederlandse landbouw is niet onmisbaar bij het voeden van de wereld.
De veeteelt als geheel moet leren zijn balans met de omgeving terug te vinden.

Hans Zaaijer betoogde dat de intensieve veeteelt de veiligheid van de bloedtransfusies schaadde. Hij noemde als voorbeeld de Q-koorts, de gekke koeienziekte en Hepatitis-E.

Hans Zaaijer (Sanquin)

Bij een dierendichtheid als in ZO Brabant is het geen vraag, maar een zekerheid dat er infectieziekten zullen gaan uitbreken. Daar kan altijd iets onverwachts tussen zitten.
Toen men bij Sanquin vernam van het fenomeen Q-koorts, moest er in allerijl iets geregeld worden dat die zich niet via bloedtransfusies ging verspreiden. 3 op de 1000 donors had de Q-koorts en 10% van de mensen uit het gebied had een Coxiella-infectie doorgemaakt (‘dus ook 10% van deze zaal’). Chronische Q-koorts blijkt overigens niet in het bloed terug te vinden.
De gekke koeienziekte is nog steeds ‘krakend relevant’ . ‘Bij 1 op de 2000 verwijderde blinde darmen treft men de ziekte aan’. Er was pas weer een dode.
Een op de tien varkenslevers is besmet met het Hepatitis E-3 virus (HEV). Daardoor zit het virus in 80% van alle leverworsten. Normaal gezonde mensen merken daar niets van, maar bij een ernstig verzwakte afweer kan het je zomaar je lever kosten.
Zaaijer vond het bijvoorbeeld schokkend dat bij kippen het antibioticum Colistine gebruikt werd, een last resort-antibioticum dat dat mensen moet beschermen tegen multiresistente bacteria die nergens anders meer op reageren.

Besmettingsroutes van het Hepatitisvirus (HEV-3)

Staatssecretaris Van Dam (zelf een Brabander) betoogde dat de politieke opvattingen over de landbouw sterk uiteen liepen, waardoor meerderheden van tevoren allerminst vast stonden. Enkele stemmen konden het verschil maken.
Zo doorgaan als nu kon niet, maar boeren moesten wel een perspectief krijgen. Geen bulk meer, maar kwaliteit. ’We moeten meer gaan verdie-
nen met minder kippen
’.
Een ingreep in Brabant is onontkoombaar, maar ‘de provincies hebben daar nu geen gereedschapskist voor’. Een zoneringssysteem, dat alleen gericht is op de gezondheid, is wetenschappelijk te zwak onderbouwd om Raad van State-proof te zijn. Hij wil zo snel mogelijk een nieuwe wet op tafel leggen (de Wet Veedichte Gebieden), die aan provincies ontbrekende bevoegdheden geeft, waardoor ze andere criteria kunnen meewegen dan alleen de gezondheid. Dat kan tot een stand still leiden in (delen van) de provincie.
Van Dam prees het Brabantse provinciebestuur (waarin o.a. SP-er Johan van den Hout), maar zei dat andere provinciebesturen soms helemaal geen nieuwe bevoegdheden wilden want dan moesten ze die van hun burgers gaan gebruiken. Van Dam noemde het CDA/VVD gedomineerde College van GS van Gelderland als voorbeeld hoe er ook heel anders gedacht werd.
Die nieuwe wet zal door de nieuwe Tweede Kamer behandeld worden en het was dan ook van groot belang dat en wat de mensen gingen stemmen.

De politici en de discussie (geleid door Ron Lodewijks, bestuursvoorzitter van de BMF)
De discussie ging alle  kanten op.

De aanwezige boeren probeerden het wetenschappelijk materiaal onderuit te halen of anders te interpreteren, wat op onderdelen kan maar niet over het hele plaatje.

De zaal zei dat het advies van de Commissie Geurhinder Veehouderij al een half jaar geleden ingediend was, en waar de reactie bleef? Daar kon Van Dam geen antwoord op geven.

Op de vier stellingen

  • het exportbelang van de veehouderij gaat ten koste van de volksgezondheid
  • woon- en leefklimaat verdienen ene betere bescherming tegen de stank van de veehouderijen
  • mestfabrieken zijn een risico voor de volksgezondheid
  • de verkleining van de veestapel moet in het volgende regeerakkoord worden vastgelegd

vielen de reacties uiteen in drie groepen:

  • partijen die voor de boeren zijn (CDA, CU) verspreiden mist door te beweren dat allerlei ingrepen in de huidige wet al kunnen (wat niet zo is) en dat we er ‘samen’ uit moeten komen.
  • partijen die zich enigszins op de vlakte hielden en waarvan de vertegenwoordigers blijk gaven van een kennisachterstand (D66, 50+ )
  • partijen die de veehouderij terug willen dringen (SP, GrLinks, PvdD, PvdA)

Op de vierde stelling (verkleining veestapel in het regeerakkoord) reageerden CDA en CU negatief en de andere partijen positief. Op papier kan dat een meerderheid worden.

Henk van Gerven van de SP  kwam tijdens de discussie met een uitdagingen aan zijn collega’s van de andere politieke partijen, nl om een overheidsfonds vormen om de slachtoffers van de Q-koorts te compenseren. Dit kreeg de steun van alle partijen, ook van de PvdA die bij een eerdere poging in de Tweede Kamer nog tegengestemd had.

Coxiella Burnettii (die de Q-koorts veroorzaakt) is genoemd naar de ontdekkers Cox en Burnett. Overigens is de bacterie ook onderzocht in het biologische oorlogsvoeringsprogramma (en daarvoor geschikt bevonden). Zie wikipedia.org/wiki/Coxiella_burnetii .

Winkelwagentjesprocessie voor eerlijke Melk

Ik heb, samen met een ander bestuurslid van Milieudefensie Eindhoven, meegelopen met de “winkelwagentjes-actie” voor eerlijke Melk.

Winkelwagendemonstratie dd 4 mrt 2017 voor Eerlijke Melk in Utrecht

De Eerlijke Melk-campagne richt zich op geen kap meer van het tropisch regenwoud voor soja, gesloten kringlopen in de veeteelt en een eerlijke prijs voor boeren. Dat kan alleen bij minder dieren. Op eerlijke-melk.nl/ staat er meer over te lezen.
De stoet bestond uit 50 wagentjes, gevuld met ca 1750 lege melkpakken.
Onderweg werden de Plus, de Jumbo en de Albert Heijn aangedaan. Die moeten zich openstellen voor vee dat gevoerd is met in de regio geproduceerd veevoer, is de eis. Nu doen ze dat nog zeer onvoldoende.
Er komen of lopen gesprekken met vijf supermarkten. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan wordt de actie voortgezet.

De winkelwagentjesprocessie (4 mrt 2017, Utrecht) bij de Jumbo. De bedrijfsleider kreeg een rapport over Eerlijke Melk.

De winkelwagentjes-processie was de derde activiteit in de actiemaand Eerlijke Melk. Daarvoor is er een ‘spoofkrant’ verspreid (zie Onze melk is niet houdbaar – ik wil eerlijke melk! en is er een fictieve ontbossingsactie georganiseerd zie Fictieve boskap in Eindhovense stadsparken .

De kringloop-eis sluit aan bij initiatieven vanuit een andere hoek, die hetzelfde beogen, zoals de sessies van de BMF, ZLTO en Wageningen over het sluiten van kringlopen opp schaal van NW Europa ( zie Landbouwkringlopen sluiten op schaal van NW Europa (3)   en op de strijd van bewoners van Brabant voor minder dieren.

50 winkelwagens, ca 1750 lege pakken melk)