Geslaagd voor geologietentamen!

Ik probeer politiek en actiegroepen te helpen in hun strijd voor duur-
zame energie en een schoon milieu. Dat wil ik doen op basis van zoveel mogelijk kennis en daarom studeer ik, tussen mijn inmiddels behoorlijk drukke praktijk als vrijwilliger door, milieukunde aan de Open Universiteit – module voor module. Ik  heb een voorkeur voor “harde” natuurwetenschappelijke onderwerpen, en dat komt goed uit want de beta-kennis bij politiek en actiegroepen valt vaak erg tegen.

Vandaag heb ik tentamen gedaan voor de module “Geologie rond plaattektoniek: ruimtelijke processen in de ondergrond” (code N04132). Dat  besloeg de geologische geschiedenis vanaf 4600 miljoen jaar geleden tot 2,5 miljoen jaar (daarna begon het Kwartair en begint aan de OU een nieuwe module). En dit alles in den breedte.
Omdat het een multiple choice-tentamen was (drie uur gecontreerd werken op 38 vragen), wist ik na afloop meteen mijn voorlopige punt. Dat was een negen (meer dan ik vooraf verwacht had). Het punt kan in theorie nog een beetje veranderen, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik ben nu overigens zeker geen goede geoloog. Dat vraagt, zoals bij alle vakkennis, om langdurige praktijk en die heb ik niet. Het bleef beperkt tot 12 virtueel bezochte locaties – dat was overigens best leuk.

Overzichtskaart van de Ardennen (Wikipedia)

Al die 12 virtuele locaties bevonden zich in of rond de Ardennen. De noordelijkste was een kalkgroeve op het plateau van Margraten. Van die kalk is o.a. het station van Valkenburg gebouwd.

Merkwaardig idee dat de Ardennen 300 miljoen jaar geleden omhoog geplooid zijn tot een echt gebergte, vervolgens door erosie kaalgeschoren tot op of iets onder zeeniveau toen de dinosauriers uitstierven (65 miljoen jaar geleden), en daarna weer opgetild tot de huidige hoogte. Al die tijd liep de Maas er al en die hield al slijpend zijn hoogte, terwijl de gesteenten er om heen alsmaar hoger werden – doen ze trouwens nog steeds.
Ik keek altijd al rond als ik door het Maasdal fietste, maar nou snap ik er iets meer van.

De Ardennen vormen een onderdeel van een groter geheel, het Rijnlands Leisteenplateau. De Ardennen zijn daar het westelijke deel van. Het is eigenlijk één geheel, met alleen wat rivierdalen die zich erin uitgesneden hebben.

Het Rijnlands Leisteenplateau (Wikipedia)

Het verhaal vertelt waarom je steenkool, zout, gas, ijzererts vindt waar je het vindt en waarom, en waarom je soms wel en soms geen fossielen vindt, waarom Nederland aan Duitsland vastzit en niet aan Noord-Amerika, enz. Ik heb geologie altijd al leuk gevonden, maar nu ik er meer van weet nog leuker.

Dit is het grote plaatje voor heel West-Europa. Er zijn grote verbanden die je pas gaat zien als je ze door hebt, om het op zijn Cruyff’s te zeggen. Ik ga daar verder niet over uitweiden. Ik kan zelf uren puzzelen op dat soort plaatjes, liefst met de Bosatlas erbij. Doe dat ook maar.
Känos is verduitst Grieks en betekent “nieuw”. In dit verband is dat vanaf 65 miljoen jaar geleden.

Mijn  boeken waren overigens saai zwart-wit. mooie kleurtjes moet je elders zoeken.

Controleer je CO-detector!

De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit heeft een onderzoek gedaan naar detectors die een te hoge concentratie koolmonoxide (CO) in woningen zouden moeten registreren.

Zouden moeten, want de praktijk blijkt tegen te vallen. Op 31 mei 2017 meldde mijn Eindhovens Dagblad dat ze alle modellen die nu in Nederland verkocht worden (dat zijn er 29) onderzocht hadden. Tien modellen blijken niet aan te geven dat er teveel CO in de lucht zit en/of dat de meter kapot is. Dat is gevaarlijk als je een slechte geyser of  verwarmingsketel hebt.

Koolmonoxide is een verraderlijk gif. Het is een reukloos en kleurloos gas dat elk jaar 10 a 15 mensen in Nederland het leven kost.

Nu meldde het Eindhovens Dagblad er niet bij om welke typen het ging. Ik heb ook zo’n meter bij mijn CV-ketel hangen (die overigens elk jaar netjes onderhouden wordt), dus ik wou dat wel eens weten.

De test is te vinden op de NVWA-site onder www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/05/31/nvwa-helft-onderzochte-koolmonoxide-melders-onveilig .

Onder “Overzicht” staan ze alle 29.

De CO-meter van Alecto, type 22

Nu heb ik een Alecto COA-22 en die stond er niet bij (bij mij met serienummer, beginnend met 0812B-enz ).

Gegoogled op Alecto COA-22 , blijkt dat er a) een terugroepactie is vanaf serienummer 0912-enz en b) dat die van mij waarschijnlijk sowieso over zijn levensduur heen is.
Dit is overigens geen anti-Alecto verhaal, want de Alecto-26 komt er bij de NVWA prima uit.

De moraal: haal toch even je CO-meter van de muur af en google even op de merknaam en de vervangdatum.

Het volledige onderzoek is hier te vinden.

Peenemünde

Onze traditionele vakantiefietstocht ging in de zomer van 2016 langs de Oostzee. Onderweg zijn we een dag in Peenemünde geweest. Dat is tegenwoordig een museum.
Behalve de vaste tentoonstelling, die zeer leerzaam is en een bezoek verdient, was er de tijdelijke tentoonstelling “Wunder mit Kalkül”. Die ging specifiek over de inpassing van de bewapeningsprojecten in Peene-
münde in het grotere geheel van het Duitse militair-industriele complex. Die tijdelijke tentoonstelling was nog leerzamer.

Het gelijknamige schiereiland is nu grotendeels als natuurgebied bestemd (met archeologische bescherming) en op zich aardig om doorheen te fietsen.

Test- en ontwikkelingscentrum voor Nazi-wapens, nu museum
Er werd in Duitsland al voor de opkomst van Hitler geëxperimenteerd met raketten. Toen de oorlog naderde, vond men de bestaande oefenterreinen  te klein en te dicht bij bewoond gebied liggen, en koos de leger-
leiding het puntje van het schiereiland Peenemünde tot test- en ont-
wikkelcentrum voor nieuwe wapens. De werkzaamheden begonnen in de zomer van 1936 en na een paar jaar was er een omvangrijke infra-
structuur gerealiseerd. Van het oude vissersdorp bleef bijna niets meer over.
Dit massale bouwproject kon alleen zo snel gerealiseerd worden door massale inzet van dwangarbeid door krijgsgevangenen en concentratiekamp-slachtoffers. De latere Bundespräsident Heinrich Lübke was een van de slavendrijvers.

Peenemünde im Frühling 1941, Leeb, Todt, Lübke (Mitte/Hinten), Walter Dornberger

Er is een goede Wikipedia-pagina over: https://de.wikipedia.org/wiki/Heeresversuchsanstalt_Peenem%C3%BCnde .

Er is aan verschillende projecten gewerkt, maar Peenemünde is vooral bekend omdat er de V1 (officieel de Fi103) en de V2 (officieel de A4) ontwikkeld zijn. Daarvan staat op het buitenterrein een nagebouwd exemplaar.
De hellingbaan is een gaskatapult.

V1 (op de helling) en V2 (rechtopstaand). Het rijtuig is van het OV-systeem in het gebied.

De V1 was een onbemand vliegtuig met een straalmotor, die op kerosine werkte. De springlading woog 830kg. Zie eventueel https://nl.wikipedia.org/wiki/V1_(wapen) .
Vanaf juni 1944 zijn er ca 22000 afgeschoten, waarvan overigens een flink deel zijn doel niet bereikte.

De springlading van de V2 woog 750kg. Het was een echte raket, die volgepompt werd met ongeveer 4 ton ethanol en/of methanol en ongeveer 4 ton vloeibare zuurstof, en daarnaast met hulpchemicalien om de pompen en dergelijke te bedienen.
De raket werd bediend met een gyroscoop en een analoge computer, die grafietvanen in de uitlaat kon bewegen. Zie eventueel https://nl.wikipedia.org/wiki/V2_(raket) .
Er zijn er vanaf september 1944 ruim 3000 afgeschoten.

Beide wapensystemen waren tamelijk onnauwkeurig en dus niet militair bruikbaar. Ze konden slechts tegen uitgestrekte burgerdoelen als grote steden ingezet worden.
Het “nut”, vooral van de V2, was voornamelijk psychologisch. De klap kwam uit het niets en je kon er niets tegen doen.

De elektriciteitscentrale en de zuurstofproductie
Om een V2 af te schieten, moest er 4 ton vloeibare zuurstof geproduceerd worden. Daartoe werd een procedé van de firma Linde gebruikt (nu nog steeds actief met productie en distributie van samengeperste gassen). Linde had dat procedé eigenlijk ontwikkeld voor ijsmachines. Atmosferische lucht wordt sterk samengeperst en daarna gecontroleerd losgelaten waardoor de temperatuur zo sterk daalt dat de lucht vloeibaar wordt en de zuurstof kan worden afgescheiden.
Dat vraagt om flink wat energie. Op volle sterkte was 22MW stroom nodig. Daartoe werd een elektriciteitscentrale gebouwd, die er tot 1990 stroom geleverd heeft aan het netwerk van de DDR.

De elektriciteitscentrale buiten en binnen

Ik laat het aan iedereen persoonlijk of men deze architectuur uit de nazi-tijd mooi vindt, maar de ruimte is imposant. En daarin stond eigenlijk maar een klein elektrisch vermogen opgesteld, zo’n 30MW. De kippenmestverbrander BMC op de Moerdijk, om maar eens wat te noemen, haalt meer.

Van de zuurstoffabriek is niet veel meer over.
In de oude centrale kan men vrijelijk rondlopen. Dat is een tentoonstellingsruimte geworden en er vinden educatieve en kunstzinnige initiatieven plaats.

De aardappelcrisis

Eén V2 vroeg aanvankelijk om 4 ton ethanol en dat vroeg om 40ton aard-
appelen, een proces in essentie niet anders dan de productie van aard-
appeljenever. Later kon er afval-methanol bijgemengd worden uit een chemische fabriek van IG Farben, die draaide op dwangarbeid vanuit Auschwitz.
Dan nog kwam men niet boven de 5000 raketten per jaar uit, welk feit echter niet hardop vermeld mocht worden wegens nadeel voor de eigen positie.
Een schoolvoorbeeld van de hoofdwet van de biomassa: je kunt er wel wat mee, maar zeker niet alles.

De academische wereld en de wiskunde
De Duitsers hadden hun eigen versie van het (later zo genoemde) militair-industriele complex, waarbij de tijdelijke expositie vooral aandacht schonk aan de inzet van de technische Hochschule Darmstadt, die 92 mensen op Peenemünde had rondlopen.
Vooral de wiskunde kreeg de aandacht in de tijdelijke expositie (Institut für angewandte Mathematik).

Bijvoorbeeld: een van de Darmstadt-mensen was Helmut Hölzer, die de analoge computer ontwierp die in de V2 zat als besturingssysteem (het Mischgerät), en later een analoog computer bouwde om de baan van de raketten te berekenen en te simuleren. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Helmut_H%C3%B6lzer . De analoog computer figureerde in de expositie.
OP het einde van de oorlog reed Hölzer op zijn motor terug naar Peenemünde om zijn afstudeerscriptie op te halen, waarna hij zich met scriptie en al overgaf aan de Amerikanen. Hij ontsliep op hoge leeftijd in Huntsville, Alabama.

Hölzers Mischgerät. Het was de besturingseenheid van de V2.

Ook aandacht in de expositie voor rekenlinealen. Dat was voor techneuten tot de jaren ’80 een symbool, vergelijkbaar met de stethoscoop van artsen. Ik heb er ook nog mee gerekend – niks mis met rekenlinealen. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Slide_rule .
Het modernste type is het “Nestler Darmstadt-type” en dat kwam in de Peenemünde-tentoonstelling aan de orde. Er hebben altijd gespecialiseerde versies van de rekenlineaal bestaan. In Peenemünde lag er een waar uitsluitend V2-grootheden opstonden.
Als je op YouTube Nestler-Darmstadt intypt, vind je een demonstratie.
Op het eind van de oorlog stak Wernher von Braun zijn twee Nestlers bij zich en gaf zich eveneens over aan de Amerikanen, waar hij later leider van het ruimtevaartprogramma van de VS werd. Het verhaal wil dat hij zijn Nestlers nog bij het Apolloprogramma gebruikt heeft.
De transitie was niet helemaal simpel, want Von Braun was Sturmbannführer bij de SS en mocht eigenlijk daarom de VS niet in. Dit gegeven werd dan ook niet aan de grote klok gehangen en hij is nooit met zijn oorlogsmisdaden lastig gevallen. Voor een biografie van Von Braun zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Wernher_von_Braun .

Overigens hebben Duitsers er veel werk van gemaakt om hun verleden onder ogen te zien. Dat geldt ook voor Darmstadt. De betrokkenheid bij het nazi-regime wordt keurig op hun eigen site weergegeven, zie www.tu-darmstadt.de/universitaet/selbstverstaendnis/profil_geschichte/geschichtetu/thema_geschichte_k4.de.jsp .

De V2 als start van alle naoorlogse bewapeningsprogramma’s
De geallieerden pakten na de oorlog wie en wat ze ook maar te pakken konden krijgen van het Duitse bewapeningsprogramma’s.
Alle raketprogramma’s (VS, Frankrijk, Sowjet-Unie, Engeland) begonnen er dan ook mee dat men de V2 ging begrijpen en nabouwen, waar mogelijk met medewerking van de vroegere constructeurs als Von Braun.
De vroegere gruwelijkheid vervaagde en het vroegere wapen werd een symbool voor de toekomst. En een icoon: de maanraket van Kuifje lijkt verdacht veel op een uitvergrote V2.

De maanraket van Kuifje.

Het goede tussen het slechte
Het is de eeuwige discussie: technische vooruitgang is niet in zichzelf goed of slecht, maar wordt goed of slecht in het maatschappelijk gebruik.

Vast staat dat het Duitse raketprogramma in zijn doel en in de gebruikte middelen gruwelijk menselijk leed veroorzaakt heeft. Peenemünde en nog meer zijn opvolger, de ondergrondse fabriek Mittelbau-Dora in de Harz (nabij Büchenwald), moet minstens 20.000 dwangarbeiders het leven gekost hebben.

Maar is de raket op zich slecht? Nog steeds zijn het dragers van wapens van massavernietiging, maar er worden ook heel veel raketten voor zeer zinvolle doelen gebruikt.

De kolencentrale in Peenemünde had een ver ontwikkeld systeem van rookgasreiniging. Niet omdat de nazi’s iets met milieu hadden, maar omdat je dan de centrale niet zo snel zag vanuit ene verkenningsvliegtuig.

In Peenemünde ligt een mooi openbaar vervoer-systeem om de niet-dwangarbeiders van hun verderop gelegen huis naar hun werk te brengen. Het lijkt op de Berlijnse S-bahn.

Is een rekenlineaal onaanvaardbaar omdat Von Braun erop gerekend heeft?

Het is een discussie die slechts met wijsheid en kennis van zaken gevoerd kan worden en die nooit ophoudt.

Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

 

This pussy grabs back!

Op 24 mei 2017 vond in Brussel een demonstratie tegen Trump en tegen de NATO plaats, in praktijk vooral tegen Trump. Die zou die dag en de dag erop de hoge Europese dames en heren toespreken ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw van de NATO.
De Europese dames en heren waren niet erg blij toen Trump uitgesproken was. Er moest van hem meer geld bij en in ruil daarvoor suggereerde hij minder Amerikaanse steun. En dat nieuwe hoofdkwartier had ook al kapitalen gekost.

De boze wereld deugde niet, aldus Trump vrij vertaald, en een land als Rusland, met een BNP dat even hoog is als de Beneluxlanden samen en dat ook nog eens vooral van olie en gas afhangt, was een grote bedreiging. Verder hebben we natuurlijk ook nog het terrorisme, waaronder Trump bijna iedereen verstaat die het niet met hem eens is. Om te beginnen Iran.

Ik was met de bus meegereisd vanaf Den Bosch. Onderweg deden we nog als opwarmertje even de poort van vliegbasis Volkel aan, waar kernwapens liggen. Die werd symbolisch geblokkeerd met een web van wollen draadjes.

Protestweb bij de poort van Volkel (24 mei 2017)

Ik ga geen lange verhalen vertellen over de demonstratie in Brussel.
Belgie heeft een sterke theatertraditie en dat zie je terug in de demonstratie. Het is niet zo saai als in Nederland.

Anti-Trump en anti-NATO demonstratie , 24 mei 2017, Brussel

Verder zijn er altijd mooie spandoeken, fraaie stukjes huisvlijt. Ik geef wat zelfgemaakte foto’s met onderschriften.
De titel van dit artikel stond ook op een spandoek, maar daar heb ik geen foto van.

Anti-NATO demo Brussel 24 mei 2017
No Iran War_antiNATO- en anti-Trump demo Brussel 24mei 2017
Veterans for peace_antiNATO-demo Brussel 24 mei 2017. Kort ervoor spraken hier ook Standing rock-activisten tegen de Dakota-oliepijplijn.
Greenpeacespandoek (anti-NATO demo Brussel 24 mei 2017)
Uitrusten na afloop. Het was een hele tippel. (Brussel, 24 mei 2017, anti-NATO en -Trump-demo)

 

Butte de Vauqois

Jean-Paul en zijn (anti-)oorlogsmuseum
Ik ging in mei 2017 met een stel collega’s van mijn oude middelbare school, nu allen gepensioneerd, drie dagen weg naar Noord-Frankrijk. Dat zat zo: een ex-leerling van mijn school, Jean-Paul de Vries, is na wat omzwervingen een oorlogsmuseum begonnen in Romagne sous Montfaucon en er was een afspraak tot stand gekomen.

Onze groep. Jean-Paul zesde van rechts, ik derde.

Eigenlijk is Jean-Paul het museum en omgekeerd, met ondersteuning van zijn partner en andere mensen van goede wil. Hij runt zijn museum als een anti-oorlogsmuseum. Elk cliché over de roem van het vaderland en zo is aan hem verspild.
De geschiedenis van deze streek, waar het front lag in de Eerste Wereldoorlog, biedt tal van kansen. Hij heeft kijk op museumstukken die uit de grond steken na een regenbui en krijgt ook het nodige aangeboden door boeren.
Hij krijgt steeds meer erkenning. Collega-directeuren komen regelmatig langs en hij heeft op vaste basis een afspraak een afspraak met de Nederlandse legerleiding om soldaten rond te leiden. De studie-inhoud, die hij inbrengt, is om mens te blijven in de verschrikkingen van een oorlog.
Jean-Paul spreekt veel met ambassadeurs, politici, (oud)militairen en hoort daarbij ook het nodige dat niet tot de officiele canon van de oorlogsgeschiedenis is doorgedrongen.

Ik kan een bezoek aanraden. Zie www.romagne14-18.com en/of mail op info@romagne14-18.com . De gemeente ligt ongeveer halverwege Sedan en Verdun.

Romagne en omgeving
Romagne zelf is in de nadagen van de oorlog aan puin geschoten door de Amerikaanse artillerie onder het onuitgesproken motto “Als wij het niet krijgen, hebben zij het ook niet, en als wij het wel krijgen, mogen wij het weer opbouwen.” Jean-Paul merkt op dat nogal wat Amerikaanse generaals uit families kwamen die belangen hadden in de oorlog en de wederopbouw, en dat de generaals daar zelf vaak ook financiele belangen in hadden.
Na de oorlog stond nog 10% van het dorp overeind.
Als excuus kreeg het dorp een nieuwe kerk, maar die wordt nauwelijks gebruikt want er wonen nog maar 200 mensen in het dorp. De autonome ontvolking van het platteland volgde de geforceerde ontvolking op.

Duits kerkhof in Romagne sous Montfaucon

Er valt van alles te zien in en rond Romagne. Er ligt een kerkhof met 1412 Duitse en 4 Franse soldaten, er ligt een grasveld met een mooi uitzicht en zonder stenen waaronder honderden Russische krijgsgevangenen die overleden aan of na de dwangarbeid, de Hindenburglinie ligt er niet ver vandaan. En die lichte plek, verderop in het weiland, daar maakten ze na de oorlog gifgasgranaten onschadelijk.

Je had pech als dorp als je op een bult lag, zoals Montfaucon-d’Argonne, al sinds mensenheugenis een strategische bult. 1914 betekende de achtste verwoesting in een reeks die minstens terug gaat tot op de Noormannen. Nu is het dorp wijselijk maar in het dal teruggebouwd.

In de buurt ligt een Amerikaans legerkerkhof met 14246 graven, waarvan 486 onbekend. Een derde van wat er ligt, is overigens aan niet aan gevechtshandelingen overleden, maar andere oorzaken, meestal de Spaanse griep.
Het is in de VS een bedevaartsoord, mede omdat beroemdheden als Patton en Pershing in het gebied gevochten hebben. Net als aan Duitse kant overigens Rommel.

Berucht is het Forêt d’Argonne, een eind verderop, waar 146000 mensen gesneuveld zijn.

Executie van de burgerbevolking om franc tireurs af te schrikken – kogelgaten in een kerk

Berucht zijn ook de opzettelijke wreedheden van de Duitsers tegen de burgerbevolking. Ze waren panisch voor franc tireurs en op een gegeven moment kreeg de bestraffing daarvan een preventief karakter. In elk veroverd dorp werd een notabele, een vrouw en een kind van de straat geplukt en tegen de muur van de kerk doodgeschoten. Dat bracht de schrik er in.
De kogelgaten hierboven komen op een dergelijke manier tot stand.

De Butte de Vauqois
Het is niet aan mij om een standaardwerk over de Eerste Wereldoorlog te schrijven. Die zijn er al genoeg. Mijn ambitie gaat niet verder dan wat persoonlijke indrukken en de meest navrante daarvan zijn die, opgedaan op de Butte de Vauqois. Ook zo’n strategische hoogte, zo groot als twee dozijn voetbalvelden aan elkaar, waarop tot 1914 een dorp lag.
Bij de omsingeling van Verdun veroverden de Duitsers de hoogte op 24 september 1914, waarna ze de bult grondig ombouwden tot fort. Franse pogingen om de heuvel terug te veroveren hadden, ten koste van enorme verliezen, als resultaat dat de Fransen nu de zuidelijke helft hadden van wat er inmiddels nog over was van het dorp, en de Duitsers de Noordelijke helft. Tussen beide loopgravensystemen zat aanvankelijk maar 10m.

Restant van een loopgraaf op de Butte de Vauqois

De impasse bleek bovengronds onoplosbaar en resulteerde in pogingen om hem ondergronds te doorbreken. Dat werd de nog steeds beruchte ‘mineer-oorlog’. Je graaft een gang (wat op zich al levensgevaarlijk was), stopt die vol met dynamiet, je zorgt dat de klap niet jouw kant op komt en boem!
Er zijn in totaal 519 van die expedities ondernomen. Bij de zwaarste plaatsten de Duitsers 60 ton dynamiet, waardoor 108 mensen stierven. De top van de heuvel ziet er nu een beetje uit als de caldera van een vulkaan en dat is geen toeval.

Informatiebord onder aan de Butte de Vauqois

Uiteindelijk bleek de impasse ondergronds even onoplosbaar als erboven. De partijen gingen door met zinloos vechten want dat moest van hogerhand, maar in de tweede helft van de oorlog nam de intensiteit af. Af en toe zelfs werd de vijand van tevoren gewaarschuwd als het weer boem ging doen.
Het schema was vier weken op, twee weken af. Als je pech had, kwam je met natte voeten aan en omdat je daar vier weken je schoenen niet uit kon doen, konden je tenen er af rotten. Als dat je grote teen was had je dan weer geluk, want dan mocht je uit dienst, en als het je kleine was had je dubbel pech.

Uiteindelijk kwamen de Amerikanen met ruim een miljoen verse krachten (op een front van 40km breed) en gaf de uitgeputte Duitsers de genadeklap. De Amerikanen schoten van afstand alles op de Butte plat en de 120 Duitsers, die na alle dood en verderf, ook aan hun kant, geen zin meer hadden om weg te gaan hebben nooit een Amerikaan gezien.

Per slot van rekening heeft de heuvel het sinistere record van de meeste lijken per vierkante meter. Volgens Jean-Paul zijn er 15000 mensen gesneuveld, waarvan er 8000 nooit meer teruggevonden zijn. Nu nog, zegt hij, vind je soms, als het geregend heeft, witte stukjes en dat kan mensenbot zijn.

Rascisme en discriminatie
De oorlog was sowieso ellende en al helemaal, als je er als zwarte aan deelnam. De Fransen stuurden hun troepen uit West-Afrika als eerste de wei in, vijf man met één geweer, en tegen de tijd, dat aan de overkant de machinegeweren te heet waren geworden om mee te schieten, kwamen de witte Fransen om het af te maken.

Enkelen viel de eer te beurt om uitverkoren te worden om als onbekende soldaat in een Nationaal Monument te liggen in Frankrijk of op Arlington. Nadat er even naar de huid was gekeken of die niet zwart was, want dan niet.

Grafsteen van een Joodse soldaat op de Amerikaanse begraafplaats

Joodse soldaten kregen hun eigen grafsteen (deze op het Amerikaanse kerkhof) en daar is niets mis mee. Maar hoe wist je nou of het een joodse soldaat was? Soms had hij een naamplaatje, maar als niet, wat dan? Dan keek je of hij besneden was. Maar islamieten worden ook besneden en er waren ook islamitische soldaten. Tsja.

Nie wieder Krieg!

Vergeet-mij-nietjes tussen het prikkeldraad op de Butte de Vauqois

De Fransen hebben alles zo laten liggen als het lag en dat leidt tot onbedoelde symboliek als vergeet-mij-nietjes tussen het prikkeldraad en de Spaanse ruiters.

Jean-Paul  vindt dat 2017 op 1914 lijkt. Dat is een mening die velen niet met hem delen, maar ik ben er niet helemaal gerust op.

Ik ga op 24 mei in Brussel demonstreren tegen het bezoek van Trump aan de NATO. Onder andere, omdat ik geen oorlog tegen Iran wil.

Anti-oorlogstaferelen op Spaanse schilderijen

Madrid heeft een stel uitstekende musea. Wie wil, kan daar weken zoet brengen. Die tijd hadden Willemieke en ik niet tijdens ons weekje Madrid, dus we hebben gekozen vooral voor Velázquez, de Goya en Picasso. Niet de minsten.
Velázquez is grootleverancier aan het Prado, de Goya hangt veel in het Prado en een beetje in het Reina Sofiamuseum, en Picasso in het Reina Sofia. Het Prado gaat grofweg tot 1900 en het Reina Sofia vanaf 1900.
Ze hebben van alles geschilderd, maar in dit verhaal wil ik het hebben over hun schilderijen die over oorlog gaan.
Ik wil in deze merkwaardige tijd aandacht vragen voor grote kunstenaars die de oorlog geschilderd hebben. Mensen zouden moeten weten waaraan ze beginnen.

De overgave van Breda door Velázquez
Diego Velázquez (1599-1660) was de Spaanse hofschilder vanaf grofweg 1623 tot zijn dood, in redelijke welvaart, in bed. (Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Diego_Vel%C3%A1zquez ). Ik heb uitgezocht een van zijn beste en bekendste schilderijen, “de overgave van Breda”. Die vond na een belegering van tien maand plaats in 1625 (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/De_overgave_van_Breda ). Op de tekening worden de sleutels overhandigd door Justinus van Nassau.

De overgave van Breda (Velázquez)

In de commentaren op het werk wordt gewezen op het ontbreken van een triomfalistische en vernederende stemming aan Spaanse zijde. De Spaanse overwinnaar is van zijn paard afgestapt. Hij verbood oorlogsmisdaden en stond niet toe de stad te plunderen, hetgeen in die dagen ongewoon was.

‘Los Desastres de la guerra’ door de Goya
Fransisco de Goya (1746-1828) was ook hofschilder, en wel van Karel IV en Ferdinand VII. Daarnaast werkte hij ook voor de kerk.
De verhoudingen waren complex. De Inquisitie keek voortdurend mee, bijvoorbeeld naar Los Caprichos, waarin onder andere de corruptie in de Kerk aan de orde kwam. Het was een serie etsen, die daardoor op grote schaal verspreid konden worden.

In 1808 viel Napoleon Spanje binnen om de verworvenheden van de Franse Revolutie te bezorgen. Dat viel niet goed in het conservatieve Spanje, waardoor het een bloedige campagne werd. Een bekend schilderij van De Goya brengt de executies in beeld na de volksopstand in Madrid. Het is aan deze oorlog dat de wereld het woord “guerilla” dankt (“oorlogje”).
Tussen 1810 en 1814 tekende De Goya  “Los Desastres de la Guerra”.  Het is een serie van 82 etsen waar een mens niet vrolijk van wordt, en dat was ook de bedoeling. Het is bij mijn weten de eerste expliciete anti-oorlogskritiek in de beeldende kunst. Hieronder nr 12 (het Spaanse onderschrift betekent “Hiervoor ben je geboren”) en nr 81 “fiero monstruo”.
Op de Spaanse Wikipediasite https://es.wikipedia.org/wiki/Los_desastres_de_la_guerra zijn ze alle 82 terug te vinden.

De Goya “Desastres de la Guerra” nr 12 “Hiervoor ben je geboren”.
De Goya “Desastros de la Guerra” nr 81 “Fiero Monstruo”

De eerste 47 etsen gaan over de oorlog zelf, de etsen 48 t/m 64 over de hongersnood in Madrid als gevolg van dezelfde oorlog, en de laatste 17 gaan over de ontgoocheling toen de reactionaire Bourbon-dynastie weer aan de macht kwam en elke modernisering de kop indrukte. Zie oa https://en.wikipedia.org/wiki/The_Disasters_of_War .

Het probleem was dat de Goya aan de ene kant sympathie had voor de idealen van de Franse revolutie en afkeer van het Spaanse conservatisme, maar dat hij evenzeer afkeer had van de manier waarop de Fransen in Spanje tekeer gingen. En ondertussen was hij nog steeds hofschilder en schilderde, zeer bekwaam, wie er toevallig de baas was en betaalde.
Uiteindelijk had hij ruzie met iedereen en eindigde doof en ziek en depressief vanaf 1824 in ballingschap in Bordeaux.

De etsenserie werd pas in 1863 uitgegeven, toen het kon.

De Goya heeft grote invloed gehad op de na hem komende kunst.

Picasso en de Guernica
Er hangt heel erg veel in het Reina Sofia van Picasso, en eigenlijk is dat bijna nooit politiek. Picasso schilderde mensen en stillevens en ruimtes, maar geen politieke analyses. Hij werd er beroemd mee en kreeg tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936 – 1939), de generale repetitie van de Tweede Wereldoorlog, de vraag van de (linkse) Republikeinse regering om een werk te maken voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Parijs. Als in wezen een tot dan apolitiek schilder hikte hij een hele tijd tegen die opdracht aan, tot het bombardement op het Baskische marktplaatsje Gernika – het eerste “tapijtbombardement” in de wereldgeschiedenis. De plaats werd grotendeels verwoest en honderden mensen verloren het leven. De wereld was geschokt en Picasso had zijn onderwerp. Het resulteerde in mogelijk het bekendste anti-oorlogsschilderij ooit, de “Guernica”.

Guernica

Het is een heel goed schilderij en het is wereldberoemd geworden. Het heeft de hele wereld over gereisd en onder andere gediend om fondsen te werven voor de hulp aan Spaanse vluchtelingen.
Ik ga zelf geen cultuurhistorische uitleg schrijven, want dat is mijn stiel niet. Er zijn vele beschrijvingen die dat beter kunnen.
Voor meer informatie zie bijvoorbeeld  https://nl.wikipedia.org/wiki/Guernica_(schilderij) of www.kunstbus.nl/kunst/guernica.html .

Weekje Madrid

Meestal combineren wij een verjaardagsbezoek aan mijn zoon en zijn vriendin, die in Monpazier met groot succes een bistro runnen, met een weekje vakantie. Deze keer Madrid.

Lopende het verblijf in Madrid werd er voor de 10000ste keer op de kop boven mijn kop op deze site gedrukt. Vind ik een reden voor een reisverslag. Twee eigenlijk: een geheel pretentieloos stukje wat ik mooi vind aan Madrid (dit stukje), en een stukje over Spaanse anti-oorlogsschilderijen.
Over Monpazier heb ik op deze site al eerder geschreven, zie Terug van een weekje weg .

Geschiedenis
Madrid was een dorp, maar het werd pas wat na de verovering door de Moren midden 9de eeuw. Van die Moren komt de naam ´al-Majrit’, wat ‘Waterbron’ zou betekenen.
Die Moren werden er ook weer uit geknikkerd en in 1202 kreeg de stad, inmiddels weer katholiek, stadsrechten, maar het was nog steeds niet veel. Uit die tijd zie je nu bijna niets meer terug.
In 1561 wordt Madrid tot hoofdstad benoemd in plaats van Toledo. Er lag om Madrid veel bos (dat was wel handig voor het stoken en timmeren), en de lucht was (toen nog) schoon. Nu overigens is die lucht niet erg schoon.

Inmiddels wonen er in Madrid-stad ruim 3,2 miljoen mensen en in Madrid-metropool ongeveer het dubbele. De metro is wel nodig, sommige stations zien er een beetje shabby uit maar het systeem werkt goed (althans, toen wij er waren).

Bouwstijlen en hoe het er uit ziet
Daarna is Madrid uitgedost met een veelheid aan kantoorgebouwen van de diverse besturen uit de diverse tijdperken, banken, hotels, en dat alles van redelijk sober tot overdadig protserig. Ook dictator Franco heeft er het een en ander neergezet.

Gewone normale appartementsgebouwen kunnen er best mooi uitzien (vind ik). Ze hebben vaak mooi smeedijzeren balkonhekjes en mooie voordeuren en het ritme klopt. Als men zich niet gehouden voelt kosmische roem na te streven en ‘gewoon’ te bouwen, is het alleszins aanvaardbaar.

Gewone Madrileense binnenstadsappartementen

Daarnaast staat er ook protserig werk van wie wel zijn kosmische roem nagestreefd lijkt te hebben,  soms gecomplementeerd met een meer dan levensgrote, in brons gegoten, oude Griek op het dak die zijn speer heft naar het bouwwerk van de overburen met wie de kosmische roem-eigenaar in permanente onmin schijnt te leven. Met een beetje mazzel heeft die ook zijn eigen oude Griek op het dak staan, waardoor het geheel uitziet als een architectectonische bewapeningswedloop.

Links het bekende Metropolisgebouw (gebouwd 1907-1911), rechts het door Franco verordonneerde gebouw van het Ministerie van Luchtvaart

Ik vind aan beide niets aan. De onderstaande twee voorbeelden van Habsburgse bouw vind ik wel geslaagd.

De Habsburgse bestuursgebouwen aan de Madrileense Plaza de la Villa (15de tot eind 17de eeuw)
Deel van het Plaza Mayor in Madrid (1620)

Het uitgaansleven
De Trotter en andere reisgidsen geven hoog op van het Madrileense uitgaansleven. Er gaan heel veel mensen heel laat uit en het is heel gezellig. En dat klopt.
De ANWB-gids komt voor Groot-Madrid op meer dan 15000 bars en restaurants, zijnde ongeveer één op elke 400 inwoners.

Premier Rajoy heeft geprobeerd de tijdzone van Madrid te veranderen, zodat het volk dan om 18.00 uur op kon houden met werken (en de siesta zou afschaffen). Tijdens ons verblijf is niets van enig succes van dit voornemen gebleken.

We zaten er midden in, want in een appartement in Chueca, de homo- en uitgaanswijk. Het is dat de straten zo nauw zijn en dan ook nog paaltjes, anders was het één groot terras. Ook de wisselwerking tussen Hummers en vuilnisbakken boden veel kijkgenot.
Er zit van alles, ook kleine gespecialiseerde winkeltjes.

Chueca Madrid

We zaten op spuugafstand van een in alle gidsen genoemde inrichting, de Mercado de San Anton, met een grote supermarkt beneden, een grote versmarkt daarboven, en op de tweede verdieping een onbeperkte keuze uit tapas van meer dan gemiddelde kwaliteit.

Mercado de San Anton. Chueca, Madrid

Groen in Madrid

Botanische tuin in Madrid

Ik ben gek op mooie tuinen, vooral als iemand anders ervoor zorgt. Madrid heeft een mooie botanische tuin (kostte €0,50, Madrilenen stonden in de rij) en die is van de koning hoogstpersoonlijk, dus dat zit wel goed.

Botanische tuin in Madrid

In de buurt van het Prado hebben ze tegen de zijwand van een appartementengebouw een levende groene muur gemaakt. Dat is apart om te zien.

Het is vooral apart en ook wel mooi. Sommige mensen denken dat deze groene muur ook fijn stof afvangt en in Madrid zou dat geen luxe zijn, maar meestal is het effect op de atmosferische concentraties van dit soort groenconstructies helaas klein. Zie Helpen bomen tegen de luchtvervuiling?

Madrid is goed voor een kleine week verblijf
Afsluitend deel ik het oordeel van de Trotter dat Madrid, inclusief enkele musea van wereldniveau (waarover het volgende artikel),  goed is voor 4 tot 5 dagen aangenaam verblijf, waarin zich men niet hoeft te vervelen. Als je gek bent op musea, kun je er langer zinvol rondhangen.

 

De evolutie van mythes

Af en toe op deze site een artikel dat niet zo zwaarwichtig is. Het gaat over de evolutie van mythes door de millennia heen. Behalve dat het een leuk en interessant verhaal is, geeft het ook een beeld van hoe de moderne mens zich over de aarde verspreid heeft en brengt het in beeld hoe zeer uiteenlopende volkeren dezelfde verhalen vertellen. Mogelijk zelfs een glimp hoe de mensen dachten die de grot van Lascaux beschilderd hebben of die van Les Trois Frères, maar daar wordt het speculatief.
Van die mythes kennen wij vaak de Griekse versie. Grieken kunnen hele mooie verhalen vertellen en als ik Tsipras of Varoufakis lees, vraag ik me wel eens af of ze daar zelf niet wat te veel in geloven. Dit terzijde.

Ik heb het artikel uit de Scientific American van december 2016, auteur Julien d’Huy. De eerdere publicatie van d’Huy over het onderwerp is te vinden op www.researchgate.net/publication/259193627_A_Cosmic_Hunt_in_the_Berber_sky_A_phylogenetic_reconstruction_of_Palaeolithic_mythology .

Pygmalion
Pygmalion was een knappe beeldhouwer op Cyprus, maar hij moest niks van de (in zijn ogen) veel te losbandige Cypriotische vrouwen hebben. In plaats daarvan sloot hij zich op in zijn atelier en beeldhouwde een ivoren vrouw (Galathea), die hij aankleedde en van juwelen voorzag, en waar hij tegen praatte. Bij een aan haar gewijd festival bad hij tot Aphrodite en offerde daar een stier bij, en verdomd, bij thuiskomst ging het beeld leven en ze leefden nog lang en gelukkig.
Shaw schreef er een toneelstuk over en het verhaal werd de basis onder My Fair Lady. Kortom, een hoeksteen van de westerse beschaving, zou je denken.

Het geval wil dat het Bara volk op Madagascar structureel hetzelfde verhaal heeft, en dat bij het Venda volk in Zuid-Afrika het beeld van hout is en dat het stamhoofd probeert de vrouw te jatten.
Deze gelijkenis was al vele onderzoekers opgevallen, maar de voor de èchte genetica ontwikkelde stamboomtechnieken bleken wiskundig ook bruikbaar om mythes te volgen. Beide onderwerpen zijn constant genoeg om de grote lijn te kunnen volgen, en veranderlijk genoeg om nieuwe dingen te zien gebeuren. Het betekent dat je de mythes moet objectiveren tot elementaire bouwblokken die ze ‘mythemen’ noemen. ‘Cyprus’ en diens zondige vrouwen zijn bijzaak, eenzaamheid, het creeren van een beeld dat door toedoen van een god gaat leven zijn relevante mythemen. Vervolgens kun je die wiskundig behandelen alsof het genetica is.
Het Pygmalionverhaal in Afrika volgt een migratie van ongeveer 2000 jaar geleden van Noordoost Afrika naar Zuid-Afrika.
Als je de stamboom terug volgt van de Grieken en het Bara-volk, kom je bij Berberstammen in de Sahara van 3000 tot 4000 jaar geleden. Het verhaal kan natuurlijk nog ouder zijn.

Overigens is het verhaal dat de èchte genetica vertelt over hoe de mens-
heid zich wandelend of in bootjes vanuit Oost-Afrika naar de verste uithoeken van de aarde verplaatst heeft in eigen recht ook fascinerend, maar dat is een ander verhaal.

Phylogenetische reconstructie van de Kosmische Jacht (d’Huy)

De Kosmische Jacht
In de Griekse versie verleidt of verkracht de schuinsmarcheerder Zeus Callisto, die een zoon Arcas krijgt. Uit wraak verandert de jaloerse echtgenote Hera Callisto in een beer. Als Arcas groot genoeg is om te gaan jagen, komt hem een beer met uitgestrekte armen verwelkomend tegemoet. Voordat Arcas onwetend zijn moeder omlegt, grijpt Zeus in en plaatst Callisto aan de hemel als de Grote Beer (Ursa Major) en Arcas ernaast als de Kleine Beer (Ursa Minor).
Ontdaan van de Griekse toeters en bellen, is het verhaal oeroud en in vele varianten bijna mondiaal verspreid. Het is geen aangeboren verschijnsel van de menselijke geest (zoals Jung dacht), want de oudste Out of Africa-golf (die in Indonesie, Nieuw Guinea en Australie terecht kwam), kent het verhaal niet.

Een stamboom (in analogie met een genetica-stamboom, zoals bijv. van de voorouders van de walvissen en de dolfijnen) ziet er uit als boven. Deze komt uit de originele eerste publicatie van d’Huy. Bij elke vertakking verandert er iets in het verhaal.
De SciAm heeft zich geworpen op nog mooiere graphics, waaronder eentje als boven die te groot is om hier af te drukken, en onderstaande die de ontwikkeling van de legende volgt die uiteindelijk de versie van de Lenape-indianen werd (de blauwe stippellijn). Hoe groter de cirkels, hoe vaker het betreffende element voorkomt. Zie the-evolution-of-a-scientific-american-graphic-cosmic-hunt/ .

Graphic Accurat Studio tbv SciAm december 2016

 Het verhaal komt aan beide kanten van Bering Straat voor, hetgeen logischerwijs betekent dat het verhaal minstens zo oud moet zijn als de periode dat Bering Straat een landbrug was tussen Azie en Alaska, en dat was tussen 28000 en 13000 voor Christus. De meeste varianten beginnen met een plantenetend hoefdier, wat afhankelijk van de cultuur een kameel kan zijn (bij de Tuareg), een rendier, een eland of een anteloop; dat wordt altijd achtervolgd; de prooi wordt, meestal levend en al dan niet met jagers, tot een of meer sterrebeelden omgevormd; en dat sterrebeeld omvat altijd de Grote Beer en soms de Kleine Beer of Orion.

De grotschilderingen in  Lascaux dateren van tussen 10000 en 15000 jaar geleden. Er zijn mensen die in bepaalde afbeeldingen de Kosmische Jacht menen te herkennen. Het is speculatief, maar chronologisch uitgesloten is het niet.

Grotschildering in Lascaux

D’Huy meent te weten dat het verhaal van de Kosmische Jacht het Amerikaanse continent meermalen bereikt heeft, wat kan kloppen omdat het continent in minstens drie prehistorische migratiegolven bevolkt is geworden (de slavernij dus niet meegeteld), waarvan de Inuit de laatste zijn. De Griekse versie lijkt op die van de Algonquin.
Mogelijk is er ook een versie via Azie en Afrika in het Amerikaanse continent terecht gekomen.

Voorbeeld van een mythe in tabelvorm

Polyphemos
Zo heette de Cycloop in de Odyssee.

D’Huy zegt dat er in de Steentijd een wijdverbreid geloof bestond in een ‘Meester van de dieren’, die dieren hield in een grot (bij Homerus schapen, bij de Zwartvoetindianen buffels). Een of meer helden wagen zich in de grot, raken opgesloten, het eenogige monster in de grot probeert ze te doden, maar de helden ontsnappen met de dieren door zich in of onder de dieren te verstoppen.

Het verhaal heeft zich in de Oude Steentijd verspreid over Europa, Azie en Noord-amerika. Daarna kwam de Ijstijd er tussen door en daarna heeft het verhaal zich opnieuw verspreid in het spoor van de veeteelt.

Mogelijk Polyphemos-motief in de grot Les Trois Frères

D’Huy zegt dat er mensen zijn, die in bovenstaande afbeelding uit de grot Les Trois Frères een variant de Polyphemos-mythe te herkennen.

Slangen en draken
D’Huy is nu bezig met een verhaal dat mogelijk ouder is dan de Out of Africa – beweging, over reusachtige slangen en draken die de watervoorraden bewaken, verantwoordelijk zijn voor de regenboog en voor regen en donderstormen.
En ze zijn onsterfelijk want zie! ze werpen hun huid af en leven daarna gewoon verder. Dat zou de held in wanhopige omstandigheden ook wel willen.