Hallo bezoeker!

Leuk dat je mijn site bezoekt!
Ik wil op deze site aandacht besteden aan maatschappelijke zaken in het overgangsgebied tussen milieu en duurzaamheid, natuurwetenschappelijke discipline, politiek werk en acties op deze gebieden. Ik heb hierbij voorkeur voor onderwerpen die voor Noord-Brabant van belang zijn. Elders op deze website vind je tot welke concrete lidmaatschappen en maatschappelijke functies dat leidt.
Ik verwelkom iedereen op mijn site die hier ook iets mee wil.

Daarnaast staan er ook persoonlijke accenten tussen de boodschappen.

In de artikelen op deze site kun je zien hoe ik over de dingen denk. Je kunt me ook een vraag stellen.

Om artikelen te vinden werkt de “categorie-knop” het gemakkelijkste. Dat is een  hierarchische rangschikking op (deel)onderwerp.

Bedenk dat bij elk artikel een datum staat. Na artikelen treden ontwikkelingen op. Kijk altijd even of er nog een later artikel is.

Bernard Gerard

foto_05122014_PScampagne

 

Zeventig jaar

Ik ben op 25 augustus 70 jaar geworden, maar een feestje kwam toen slecht uit. We waren net van fietsen in Duitsland terug.

Uiteindelijk werd het 28 okt 2017 in het zaaltje van Wijkcentrum Unitas aan de Vlokhovenseweg (van de vroegere parochie). Willemieke had erg haar best gedaan en cateraar Kuijten ook.

Het buffet (28 okt 2017 – 70ste verjaardag)

Er was familie en bekenden uit de politiek en mijn actiegroepen. Hans-Martin Don hield een geïmproviseerde toespraak, onder andere over de techniek om in de pauze van een vergadering te slapen. Dat lukte mij altijd goed, in de vergadering zelf overigens ook wel eens. Ik leefde in mijn gemeenteraadstijd soms op het randje.

Aanwezigen bij mijn 70ste verjaardag – 28okt2017

En zo zie ik er nu uit. Kan er nog mee door op mijn 70ste.

Ik bij het feestje van mijn 70ste verjaardag.

De vraag was om als cadeau een gift over te maken naar het Rode Kruis of Artsen zonder Grenzen. Dat heeft ongetwijfeld die organisaties financieel goed gedaan. Daarnaast kreeg ik toch nog bloemen en een sloot Belgisch bier. Daar hou ik van en met de voorraad kan ik een hele tijd vooruit.

Hans-Martin Don en ik

De Elisabeth-legende

Er bestaan verhalen die zich gedurende eeuwen of zelfs de millennia handhaven. Een enkel verhaal gaat zelfs terug tot de laatste ijstijd ( zie De evolutie van mythes). Blijkbaar raken ze aan fundamentele emoties.

Maar er ontstaan ook nieuwe verhalen, zoals de Elisabeth-legende. Die komt uit  de Duitse deelstaat Thüringen en dateert uit het eerste kwart van de 13de eeuw.

Ik begin erover omdat we deze zomervakantie een flinke fietsvakantie gehad hebben, die onder meer door Thüringen voerde, langs de betreffende kastelen en over de bijbehorende brug. Het verhaal maakt deel uit van de lokale cultuur en de informatieborden staan langs de weg. Ondanks dat het verhaal zich al snel ontwikkeld heeft tot  een heiligenleven, is het toch een ijzersterk verhaal. Het is zogezegd een volksheilige geworden. Wikipedia heeft informatie op https://nl.wikipedia.org/wiki/Elisabeth_van_Thüringen .

Informatiebord bij de Werra-brug in Creuzburg

Elisabeth was een in 1207 geboren Hongaarse prinses. Op vierjarige leeftijd werd ze voorbestemd voor een huwelijk met wat later Ludwig IV van Thüringen werd en alvast in diens ouderlijk huis ondergebracht. Om te wennen, zullen we maar zeggen. In 1221 (dus toen het kind 13 of 14 was) trouwde ze met genoemde Ludwig.
Het paar woonde op de Wartburg bij Eisenach en had een buitenhuis in de vorm van kasteel Creuzburg. Het lokale chauvinisme wil dat ze daar liever woonde, maar dat valt niet te bewijzen.
Wikipedia meent te weten dat het huwelijk zeer gelukkig was en in elk geval kregen ze twee dochters en een zoon. Ludwig was zo blij met zijn zoon, dat hij als cadeautje een brug over de Werra bouwde en die brug ligt er, na reparatie van de oorlogsschade, nog steeds. De Radweg van Eisenach naar Kassel gaat er over heen. (De Werra is een flinke toeleverende zijrivier van de Weser.)

De brug over de Werra bij Creuzburg

Men benoemt wel eens dat in sommige Islamitische landen achterlijke gebruiken bestaan t.a.v. het uithuwelijken van meisjes aan onwaar-
schijnlijke partners en dat niet geheel zonder reden, maar dit verhaal gaat dus echt over uiterst christelijke vorstenhuizen achthonderd jaar geleden. Wie bijvoorbeeld wel eens naar schilderijen van Velazquez gekeken heeft en een beetje rekent op basis van het onderschrift, komt erop uit dat meisjeshuwelijken op 13- tot 14-jarige leeftijd zeker geen uitzondering waren. Deze politieke pedofilie was een integraal deel van het instrumentarium in de toenmalige geopolitiek.

Dit terzijde.

De Creuzburg bij de gelijknamige plaats

Elizabeth was een sociaal bewogen type en begon bij de hongersnood in 1226 vanuit het kasteel haar eigen voedselbank. Dit tot ongenoegen van haar Ludwig, maar de Here beschermde haar tegen de argwanende blikken van haar echtgenoot met een heus wonder.

In 1227 ging manlief op kruistocht, maar hij stierf helaas onderweg aan de pest.

Waarop de liefhebbende schoonfamilie de weduwe al snel voor de keus stelde of om met de broer van de overledene te trouwen, of om op te rotten. Elisabeth verdomde die verbintenis en stond inderdaad daarna zonder kindjes, zonder bezit en zonder huis op straat. Wij spreken hier over een christelijk vorstenhuis.
Door toedoen van de paus kreeg ze alsnog een financiele compensatie en kasteel Marburg om te wonen.

In 1229 trad ze toe tot de 3de Orde van Franciscus en ging voor de rest van haar leven, naar verluidt met grote inzet, ouderen en zieken verplegen in een door haarzelf gebouwd ziekenhuis. Dat leven duurde niet lang meer, want ze stierf in 1231 (op 24-jarige leeftijd) aan TBC.
Sindsdien zijn honderden ziekenhuizen in Europa genoemd, waaronder bijvoorbeeld het Elisabethziekenhuis in Tilburg, genoemd naar de landgravin van Thüringen, en is ze de patroonheilige van een gevarieerde verzameling zorgbehoevende en kansarme doelgroepen.

Na haar dood was het gesol niet afgelopen. Ze werd in een noodvaart, mede vanwege de politieke wenselijkheid, heilig verklaard en de Duitse Orde nam het hospitaal over, sloopte het en zette er een aan de verse heilige gewijde kerk op. Het verzorgende werk werd een tijdje later in een naburig pand voortgezet. Zie ook https://de.wikipedia.org/wiki/Elisabeth-Hospital_(Marburg) .

De Duitse Orde stond er daarnaast ook om bekend dat zij op uiterst indringende wijze de heidenen wilde bekeren, voor welke taak zij beloond werd met omvangrijk grondbezit in de op die heidenen veroverde landen. Naast Palestina, dat toen voor de strijd tegen de andersgelovigen al een aflopende zaak was, bevonden die heidenen zich in grote getale in de Slavische en Baltische regionen. Daaronder de toen nog zeer heidense Pruzzen.
De heiligheid van Elisabeth droeg bij aan het prestige en Konrad, de zwager van Elisabeth waar ze dus niet mee had willen trouwen, werd grootmeester bij de Duitse Orde. Zo was de cirkel rond, maar dan wel een halve slag gedraaid.

De Wartburg bij Eisenach. De burcht heeft militair nooit enige noodzaak gehad, maar heeft de wereld veel verhalen geschonken, o.a. over Elisabeth en over Luther, die er de Duitse bijbelvertaling schreef en daarbij (volgens een andere legende) de duivel met een pot inkt bekogelde

Gdańsk (vroeger Danzig)

Mooie stad
Al die oude Hanzesteden hebben iets aparts. Qua stedeschoon springen ze er altijd positief uit.
Van de Hanzesteden, die wij bezocht hebben, vind ik Lübeck en Gdańsk ex aequo de mooiste, met Stralsund als goede derde en daarna een heleboel kleinere steden die allemaal nog steeds iets aparts hebben.

Gdańsk is nu een uitzonderlijk mooie en levendige stad. Op een bepaalde manier is het de meest onpoolse stad van de Poolse steden. De stad wekt een kosmopolitische indruk en lijkt qua uitstraling wel op Amsterdam. Dat is geen toeval, want er hebben veel Amsterdamse en Antwerpse architecten gewerkt.

Als je ergens barnsteen wilt kopen, moet je in Gdańsk zijn. Die wordt op allerlei plaatsen op straat in allerlei formaten en zettingen aangeboden. Deze nijverheid is in Gdańsk eeuwen oud.
Er is ook een barnsteenmuseum, maar dat vind ik zelf foeilelijk.

Barnsteen (foto MTN Giethoorn)

Geschiedenis
De stad is heel lang Duits geweest (en protestant), is lang zelfstandig geweest en had toen een tolerant standpunt tegenover godsdiensten en minderheden en werd daarmee een van de rijkste en machtigste steden van Europa, heeft onder de Volkenbond-toezicht gestaan (wat de nazi’s niet weerhield om al in 1934 de macht over te nemen).
Er lag in prehistorische tijden een haven, en de voorloper van de naam Gdańsk staat al in 997 op schrift.

En, de Tweede Wereldoorlog begon er. Er ligt een oude begroeide zandbank, de Westerplatte, waar een militair versterkt Pools douanekantoor stond. Dat was een van de weinige plaatsen waar Polen iets te vertellen had in het toenmalige Danzig. De eerste schoten in wat daarna formeel WOII werd, werden door een Duits slagschip afgevuurd op de Westerplatte.

Begin 1945 zat de stad vol  met honderdduizenden vluchtelingen, en na de oorlog was Gdańsk een complete ravage. Bijna alles, wat je ziet, is herbouw-oud. Zeer geslaagd, dat wel.

Kortom, Gdańsk heeft een veelbewogen geschiedenis met extreme hoogte- en dieptepunten. Beide zie je terug. Ik verwijs voor meer uitleg naar https://nl.wikipedia.org/wiki/Gda%C5%84sk of www.polen.travel/nl/over-de-geschiedenis-van-Gdańsk . Je kunt ook de boeken van Günther Grass lezen (bijv. de Blechtrommel), want die is in (toen nog) Danzig geboren.

De rampen uit het recente verleden zijn niet langer zichtbaar (behalve waar de Polen dat willen) en nu is Gdańsk weer een gezellige, drukke en rijk uitziende stad.

De haven

Beelden uit de haven van Gdansk

Symbolen
Je kunt met een boot vanaf het oude centrum door de havens varen naar de Westerplatte. Voor Polen is dat een soort pelgrimstocht. Na de beschieting in 1939 ontstond er een ongelijk gevecht, waarin iets meer dan 200 Polen het een week uithielden tegen 1400 Wehrmachtsoldaten. Het gebied is nu museaal ingericht en daartoe heeft men de gebouwen zo laten staan als ze er na de strijd uitzagen. Decentrale bunker ligt er dus nog met de schade door de Stuka-bom er nog in.

Het Westerplatte-monument. Het woord “westerplatte” is overigens de enige Duitstalige plaatsaanduiding die je nog in Gdansk zult tegenkomen.

Ik mis de kennis om een doorwrochte analyse te kunnen schrijven van het Poolse nationalisme. Het is allemaal een beetje dubbel. Ik kom niet verder dan een leken-verhaal.
Enerzijds kan ik mij goed voorstellen dat er bij de Polen behoefte is aan een nationale identiteit. Het land heeft een veelbewogen geschiedenis en er waren tijdperken dat het überhaupt niet meer als land bestond. Het was aan stukken gescheurd en die waren opgevreten door de buren. Poolse bestuurlijke onkunde was daaraan overigens mede debet. Niet voor niets kennen wij de uitdrukking dat een chaotische vergadering op een “Poolse landdag” lijkt. Nationale gevoelens en bijbehorende symbolen als de Westerplatte vind ik in deze context in principe normaal. Wij hebben ze in Nederland rond 4 en 5 mei ook, alleen zijn de Polen wat martialer.
De huidige authoritair-rechtse regering echter, die zijn stempel drukt op de krantenkoppen in Europa, trekt het nationalisme buiten de grenzen van het aanvaardbare. De regering cultiveert angst voor en woede tegen van alles en nog wat. Duitsland is niet te vertrouwen en dus de EU ook niet, Poetin stapt, als je even niet oplet, zomaar weer de Poolse grens over en een handvol Islamitische vluchtelingen bedreigen de eigenheid van het massaal katholieke Polen. Aan begrijpelijk nationalisme wordt onbegrijpelijk nationalisme toegevoegd. Ik vind het raar, maar gelukkig vinden heel veel Polen het ook raar.

Beelden in en rond het Solidarnosc-museum

Hetzelfde dubbele gevoel bekruipt mij als ik in het Solidarność – museum rondloop. Gdańsk is vol symbolen en het museum voor de arbeiders- en intellectuelenstrijd, die zijn sterkste ontwikkeling kende in Gdańsk en Gdynia, is ook zo’n symbool.

Enerzijds gaat het om een langdurige traditie van authentiek verzet. Polen had zijn redenen om zich bekocht te voelen door de afloop van de Tweede Wereldoorlog. Als enig land, dat tegen de Duitsers gevochten had, was het toch bezet. De acties en de ideeënstrijd, die op de talrijke archieffoto’s te zien zijn, maken een invoelbare indruk.
Anderzijds staat Walesa op diezelfde foto’s poserend met Thatcher en de toenmalige Poolse paus, lieden die in het geheel niets op hadden met acties en ideeeënstrijd van onderop. Voor hen was Solidarność vooral een bruikbaar geopolitiek instrument. Ook de huidige EU (belangrijk medefinancier van het museum) ziet brood in het verhaal en dat is evenmin een instantie waar een grote sensitiviteit ten aanzien van arbeidsrechten vanaf druipt.

Naar mijn mening moet iedereen, die in Gdańsk komt (wat heel erg aan te raden is) de Poolse nationale symbolen in de stad bezoeken om Polen te snappen, en er een heleboel bij denken om Polen en de toestand in de wereld te snappen.

Treinend terug
Na Gdańsk zat onze vakantie erop. Fiets op de trein en treinend terug. Dat duurt op dit traject en met deze trein langer dan met het vliegtuig, waartegen over staat dat  het veel comfortabeler is en veel minder gedoe met de fietsen geeft. En je kunt slapen, lezen en werken.

Rügen

Onze fietsvakantie in 2016 begon op Rügen en eindigde in Gdansk (ooit Danzig). Nu over Rügen. Rügen is een groot eiland in de Oostzee. Het zit met een mooie brug vast aan de oude Hanzestad stad Stralsund, voor ons dè ontdekking van 2015.

Kaart van Rügen en omgeving

Eigenlijk bestaat Rügen uit drie eilanden, die met een soort haffenkust aan elkaar vastzitten. Achter die haffen liggen grote zoet- of brakwatermeren, de ‘Bodden”. Ook die zijn heel mooi.
Er zijn veel populaire stranden uit de DDR-tijd, met welke stranden, voorzieningen  en bijbehorende badplaatsen niets mis is. Er is zelfs een stoomtreintje, de Rasender Roland, en dat neemt nog fietsen mee ook (met enig behelpen). En er zijn veerboten tussen bestemmingen op het eiland, die ook  fietsen meenemen.
Het enige minpuntje uit de DDR-tijd is de kwaliteit van de fiets-
voorzieningen, en met name die kinderkopjeswegen en de kwaaie asfaltwegen die eigenlijk die naam niet verdienen. Maar goed, het is geen metropool dus levensgevaarlijk is het niet.

Het binnenland van Rügen is gemengd bos en landbouw, meestal niet spectaculair maar op een rustige manier mooi. De kust daarentegen is soms spectaculair.

De Biosphere Reserve Zuid-oost Rügen
Zuid-oost Rügen is een Biosphere Reserve van de Unesco (een van de zestien in Duitsland), omdat je er op een klein oppervlak alle mogelijke landschapsvormen tegenkomt. Wikipedia heeft er een goed verhaal over, zie https://de.wikipedia.org/wiki/Biosph%C3%A4renreservat_S%C3%BCdost-R%C3%BCgen . Ook de Unesco zelf heeft een verhaal op www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/ecological-sciences/biosphere-reserves/europe-north-america/germany/south-east-ruegen/ .
Binnen het grotere gebied rust er op zeven deelgebieden extra natuur-
bescherming.
Het gebied staat bijvoorbeeld bekend vanwege zijn vele watervogels, maar bijvoorbeeld ook vanwege de bijen en de diverse soorten zeewier.

Putbus is in 1810 in één keer gebouwd door de lokale Fürst Wilhelm Malte de Eerst in een classiscistische stijl, die mooi bij zijn kasteel paste. Het nabij gelegen haventje werd de eerste badplaats op Rügen.

Wij zaten een kilometer of acht onder de hoofd’stad’ Bergen, dicht bij Putbus en aan de rand van de Biosphere Reserve, in een huisje werkelijk in de the middle of nowhere, achter een echt zanderig zandpad.

De Oostzee bij ZO Rügen
Kustlandschap met roeibootpont

Zuidoost Rügen, en Rügen als geheel, zijn gevormd door de laatste ijstijd: de klifkusten, de morenen, en de zandstranden. Als je met een geologische blik rondfietst, kun je heel wat zien. De ondergrond is kalkmergel, soms bedekt met een laag keileem.
En als je dat niet doet, zie je ook veel. Het is een relaxt gebied. De sfeer heeft in de verte wat van onze waddeneilanden (de Waddenzee is de enige Nederlandse Biosphere Reserve).

Naturpark Jasmund
In het buitenland is Rügen vooral bekend om de krijtklif. Die ligt op het Noordoostelijke deel van Rügen Jasmund. Zie www.nationalpark-jasmund.de/ .

Krijtklif op Jasmund

Jasmund is eigenlijk een massieve plak kalksteen uit het late Krijt. Het stak tijdens de laatste IJstijd als eiland boven de gletschers uit. Die hebben daardoor het pakket van onderen af aangevreten en de resulterende klif staat er nu nog.
Boven op de kalksteenplak is een massief beukenbos gegroeid, met vele zeldzame planten. Het is Natura2000 – gebied. De gezamenlijke Europese oude beukenbossen zijn weer een Unesco-Biosphere Reserve.
Er loopt een beroemde wandelroute doorheen. Willemiek en ik hebben op de fiets  kilometers bosweg doorgeploegd om  bij het beroemdste punt te komen, de Königsstuhl. Daar staat ook het bezoekerscentrum – zeer druk bezocht. Overigens kun je er ook gewoon met een normale nette weg komen.

Beukenbos op Jasmund

In het bezoekerscentrum kun je je inschrijven voor een rondleiding. Gedaan, met als resultaat kennis

  • dat het beukenbos de natuurlijke culminatievegetatie en dat als de mens in Europa niet bestond, grote delen van Europa uit beukenbos zouden bestaan
  • dat de kliffen elk jaar een centimeter of verder landinwaarts eroderen,
  • en dat je nog steeds barnsteen kunt vinden langs het strand. Alleen, bij Peenemünde moet je uitkijken dat je niet per ongeluk een stukje witte fosfor in je broekzak stopt want dat kan er sinds de bombardementen nog liggen, mits onder water. Zo leer je nog eens wat.

Je kon met de fietsbus terug en dat kwam eigenlijk wel goed uit.

Nationaal park Vorpommersche Boddenlandschaft
De westkust van Rügen en een flink stuk aanpalende Oostzee zijn ook weer nationaal park. Daarin onder andere het bekende autovrije eiland Hiddensee, een geliefde badplaats met een apart stukje intellectuele historie. Talrijke kunstenaars en geleerden hebben er hun vakantie doorgebracht en in de DDR-tijd was het een soort informele liberale enclave. Wie meer wil weten, https://de.wikipedia.org/wiki/Hiddensee . Hiddensee heette oorspronkelijk Hidens-Öe, het eiland van Hiden, een Deense of Noorse koning.

Hiddensee

Maar aan dat deel van Rügen zijn we niet eens toegekomen, dus daarover geen lang verhaal. Ik zei al, Rügen is een groot eiland. Je kunt er met gemak twee weken doorbrengen.

Het Słowiński Nationaal Park

Willemieke en ik hebben in de zomer van 2016 als vakantiefietstocht het traject afgelegd van het eiland Rügen in de Oostzee tot de stad Gdansk (Danzig).

Polen heeft een regering die momenteel een beetje raar doet, maar het is ook een land met vele mooie nationale parken. Vorige regeringen en minder rare Polen waren daar best wel trots op, en terecht.
Een van die parken ligt aan onze fietsroute langs de Oostzee, het Słowiński Nationaal Park. (Vraag me niet hoe je Poolse woorden uitspreekt.) Het is een officiele Biosphere reserve van de Unesco. Polen heeft er daar tien van In Nederland staat alleen de Waddenzee op deze lijst). Zie www.unesco.org/new/en/natural-sciences/environment/ecological-sciences/biosphere-reserves/ .

De Noordzee is mooi en de Oostzee is nog mooier, want afwisselender. Er is nauwelijks getij, waardoor de heersende westenwind en de daardoor veroorzaakte stroming tamelijk delicate structuren kan opbouwen in de vorm van een haffenkust. Soms kun je daar overheen fietsen en dat is een genoegen, dat men zich niet moet ontzeggen. Enige fietstechniek en af en toe klunen moet je er voor over hebben.
En soms is de natuur sterker dan de fietser. We hebben geprobeerd van Smołdzino via de gele lijn naar Kluki te fietsen (wat lukte) en vandaar verder langs de oever naar Izbica, wat niet lukte omdat het water uit het turfmoeras over het onverharde fietspad begon te lopen. Met volle bepakking net iets te onverantwoord. Pech gehad, maar het was wel mooi.
Het achterland is een stuk saaier, maar fietst comfortabeler, en dat moest deze keer dan toch maar om van Rowy links op de kaart naar Łeba rechts op de kaart te komen.

Overigens ligt in Smołdzino het natuurmuseum van het gebied. Dat loont.

Het is een heel afwisselend gebied met zelfs extreme tegenstellingen. Toeristen komen er graag. Het hoofdpad door het gebied is druk,  maar eenmaal in het gebied zelf valt het mee met de drukte. Het is dan ook groot een groot gebied (18247 hectare).

De voornaamste attractie is een enorm uit de hand gelopen duingebied, het Wydma Łącka (wydma = duin). De naam is meteen de moraal van het verhaal, want het vroegere dorp Łącka ligt onder dat duin. Ergens in het begin van de zestiende eeuw, wijzen opgravingen uit, heeft de mens het bos gekapt en afgebrand. Daarna begon het te stuiven en dat is niet meer opgehouden. De bijnaam “de Poolse Sahara” is lichtelijk overdreven, maar het is inderdaad wel een spectaculair fenomeen.
Je vindt er wandelende parabool- en barchanduinen. Die halen maximaal 56m hoogte.

Wydma Łącka bij Łeba, Polen

Het duinpakket heeft aan twee kanten water. Aan de noordkant de Oostzee, aan de zuidkant twee meren waarvan het Łebska meer niet ver van de wandelende duinen ligt. Als die maar lang genoeg doorwandelen, komen ze vroeg of laat in het water aan de overkant terecht.
Het gebied als geheel is überhaupt uitzonderlijk dynamisch.
Het Łebska meer is 7138 hectare, het Gardno meer 2468 hectare.

Słowiński Nationaal Park

Het water van het meer is geëutrophieerd (teveel voedingsstoffen uit mest), maar dat weerhoudt de vogels niet. 142 soorten vogels nestelen er elk jaar, een stel andere soorten soms. Verder zitten er otters, wilde varkens, herten en elanden, en dassen.

Slowinski Nationaal Park – Duinen vreten aan de zuidkant de bomen op

Een bezoek loont. Trek er maar rustig een dag of twee voor uit.

Er is veel materiaal op Internet, bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Nationaal_park_S%C5%82owi%C5%84ski of https://sonne-wolken.de/nichts-als-sand-die-unendlichen-weiten-der-polnischen-sahara/ .

Wij overnachtten in de Villa Nautica en daar was niks mis mee.

Geslaagd voor geologietentamen!

Ik probeer politiek en actiegroepen te helpen in hun strijd voor duur-
zame energie en een schoon milieu. Dat wil ik doen op basis van zoveel mogelijk kennis en daarom studeer ik, tussen mijn inmiddels behoorlijk drukke praktijk als vrijwilliger door, milieukunde aan de Open Universiteit – module voor module. Ik  heb een voorkeur voor “harde” natuurwetenschappelijke onderwerpen, en dat komt goed uit want de beta-kennis bij politiek en actiegroepen valt vaak erg tegen.

Vandaag heb ik tentamen gedaan voor de module “Geologie rond plaattektoniek: ruimtelijke processen in de ondergrond” (code N04132). Dat  besloeg de geologische geschiedenis vanaf 4600 miljoen jaar geleden tot 2,5 miljoen jaar (daarna begon het Kwartair en begint aan de OU een nieuwe module). En dit alles in den breedte.
Omdat het een multiple choice-tentamen was (drie uur gecontreerd werken op 38 vragen), wist ik na afloop meteen mijn voorlopige punt. Dat was een negen (meer dan ik vooraf verwacht had). Het punt kan in theorie nog een beetje veranderen, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik ben nu overigens zeker geen goede geoloog. Dat vraagt, zoals bij alle vakkennis, om langdurige praktijk en die heb ik niet. Het bleef beperkt tot 12 virtueel bezochte locaties – dat was overigens best leuk.

Overzichtskaart van de Ardennen (Wikipedia)

Al die 12 virtuele locaties bevonden zich in of rond de Ardennen. De noordelijkste was een kalkgroeve op het plateau van Margraten. Van die kalk is o.a. het station van Valkenburg gebouwd.

Merkwaardig idee dat de Ardennen 300 miljoen jaar geleden omhoog geplooid zijn tot een echt gebergte, vervolgens door erosie kaalgeschoren tot op of iets onder zeeniveau toen de dinosauriers uitstierven (65 miljoen jaar geleden), en daarna weer opgetild tot de huidige hoogte. Al die tijd liep de Maas er al en die hield al slijpend zijn hoogte, terwijl de gesteenten er om heen alsmaar hoger werden – doen ze trouwens nog steeds.
Ik keek altijd al rond als ik door het Maasdal fietste, maar nou snap ik er iets meer van.

De Ardennen vormen een onderdeel van een groter geheel, het Rijnlands Leisteenplateau. De Ardennen zijn daar het westelijke deel van. Het is eigenlijk één geheel, met alleen wat rivierdalen die zich erin uitgesneden hebben.

Het Rijnlands Leisteenplateau (Wikipedia)

Het verhaal vertelt waarom je steenkool, zout, gas, ijzererts vindt waar je het vindt en waarom, en waarom je soms wel en soms geen fossielen vindt, waarom Nederland aan Duitsland vastzit en niet aan Noord-Amerika, enz. Ik heb geologie altijd al leuk gevonden, maar nu ik er meer van weet nog leuker.

Dit is het grote plaatje voor heel West-Europa. Er zijn grote verbanden die je pas gaat zien als je ze door hebt, om het op zijn Cruyff’s te zeggen. Ik ga daar verder niet over uitweiden. Ik kan zelf uren puzzelen op dat soort plaatjes, liefst met de Bosatlas erbij. Doe dat ook maar.
Känos is verduitst Grieks en betekent “nieuw”. In dit verband is dat vanaf 65 miljoen jaar geleden.

Mijn  boeken waren overigens saai zwart-wit. mooie kleurtjes moet je elders zoeken.

Tijdens onze vakantiefietstocht in Duitsland in augustus 2017 merkte ik dat ik gewoon een tic had ontwikkeld om naar stenen te kijken. Er ligt en hangt daar natuursteen in allerlei soorten en maten.
Helaas speelt het gebrek aan praktische ondersteuning bij de module mij parten. Ik kan de vraag wel stellen wat voor soort steen dat is, maar daarmee weet ik nog niet altijd het antwoord. En ik neem ook geen flesje zoutzuur mee op fietsvakantie (kijken of iets kalksteen is of bevat).
Dit is in elk geval graniet.

Straatstenen in Pirna aan de Elbe, stroomopwaarts van Dresden

Controleer je CO-detector!

De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit heeft een onderzoek gedaan naar detectors die een te hoge concentratie koolmonoxide (CO) in woningen zouden moeten registreren.

Zouden moeten, want de praktijk blijkt tegen te vallen. Op 31 mei 2017 meldde mijn Eindhovens Dagblad dat ze alle modellen die nu in Nederland verkocht worden (dat zijn er 29) onderzocht hadden. Tien modellen blijken niet aan te geven dat er teveel CO in de lucht zit en/of dat de meter kapot is. Dat is gevaarlijk als je een slechte geyser of  verwarmingsketel hebt.

Koolmonoxide is een verraderlijk gif. Het is een reukloos en kleurloos gas dat elk jaar 10 a 15 mensen in Nederland het leven kost.

Nu meldde het Eindhovens Dagblad er niet bij om welke typen het ging. Ik heb ook zo’n meter bij mijn CV-ketel hangen (die overigens elk jaar netjes onderhouden wordt), dus ik wou dat wel eens weten.

De test is te vinden op de NVWA-site onder www.nvwa.nl/nieuws-en-media/nieuws/2017/05/31/nvwa-helft-onderzochte-koolmonoxide-melders-onveilig .

Onder “Overzicht” staan ze alle 29.

De CO-meter van Alecto, type 22

Nu heb ik een Alecto COA-22 en die stond er niet bij (bij mij met serienummer, beginnend met 0812B-enz ).

Gegoogled op Alecto COA-22 , blijkt dat er a) een terugroepactie is vanaf serienummer 0912-enz en b) dat die van mij waarschijnlijk sowieso over zijn levensduur heen is.
Dit is overigens geen anti-Alecto verhaal, want de Alecto-26 komt er bij de NVWA prima uit.

De moraal: haal toch even je CO-meter van de muur af en google even op de merknaam en de vervangdatum.

Het volledige onderzoek is hier te vinden.