Minister stuurt brief aan Tweede Kamer over sulfaat in bodem

OP 13 januari jl heb ik in deze blog het artikel geschreven “Spuiwater van chemische luchtwassers”. Dat beschreef vragen die de SP in de provincie gesteld had over dit onderwerp.

Een van mijn contacten in Deurne stuurde mij vandaag een mail dat ook staatssecretaris Dijksma zeer onlangs zorgen over dit onderwerp uitgesproken heeft. Die staan in een brief aan de Tweede Kamer dd 28 jan 2015 (zie onder). Toen ik voor de SP de vragen opstelde, wist ik overigens niets van de Tweede Kamer-bewegingen af.

Dijksma heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gevraagd hoe het zit. De CDM heeft een analyse te berde gebracht waarin een vergelijkbaar verhaal  staat als in de SP-vragen. Daarnaast noemt de CDM nog een tweede route, namelijk de mest direct aanzuren met zwavelzuur om de emissie te beperken (wat mij overigens, gezien de kans dat H2S vrijkomt, levensgevaarlijk lijkt als het door amateurs gebeurt).
Het lijkt de CDM verstandig om meer voorlichting te geven, mest niet met zwavelzuur te verrijken, maximale zwavelgiften vast te stellen en die giften en het sulfaatgehalte in de bodem te monitoren.
Verder zegt de CDM dat “in gebieden met intensieve veehouderij op zandgrond kan de toediening van spuiwater met zwavelzuur lokaal leiden tot hoge sulfaatuitspoeling”, al lijkt dat “vooralsnog niet te gebeuren”.
Mijn contact wijst mij er echter op, dat in het deskundigenrapport over Deurne de sulfaatconcentratie op 20 tot 25 m diepte in een aantal jaren verzevenvoudigd is. “Dijksma weet dat” zegt ze “”dus hoe kan ze beweren dat er momenteel gene problemen zijn door sulfaatuitspoeling?”

Het lijkt mij verstandig dat de provincie snel antwoord op de SP-vragen geeft en gespitst is op maatregelen.

kamerbrief-over-het-gebruik-van-zwavelhoudende-meststoffen

PAS

Op 6 febr 2015 moeten Provinciale Staten zeggen of ze met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in zee willen. De PAS is als wet al aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer, maar gaat pas van start als alle provincies ingestemd hebben. GS van Brabant zijn bevoegd gezag en hebben dus de facto vetorecht, maar willen instemmen. PS moet zeggen of ze het daar mee eens zijn.

Nitraat
Bij veel processen ontstaat chemisch gebonden stikstof. In de nitraatvorm ontstaat het (via via) bijvoorbeeld in verbrandingsmotoren, in de ammoniakvorm in de intensieve veehouderij (maar die ammoniakvorm wordt in de bodem uiteindelijk ook weer nitraat). Nitraat is een voedingsstof voor planten. In natuurgebieden wil je geen nitraatdepositie, want dat verschuift de ecologie. Als die natuurgebieden ook nog eens Natura2000 gebieden zijn, zit er Europese bescherming op en bij de Raad van State blijkt die niet mis.

Heel Zuid-Oost Babant is doortrokken van nitraat. De jaarlijkse dumping uit de atmosfeer op de meest kwetsbare natuurgebieden is pakweg drie maal wat de natuur aankan en ook de landbouwgronden en het grondwater zijn overbelast, niet in het minst ook door de mest..

Klik op de kaart voor een vergroting

De natuurbeschermingswet
Er bestaat al een beschermingsconstructie tegen overmatige depositie op Natura2000 – gebieden. Dat is de Natuurbeschermingswet. Maar daar staan geen getallen in en dat betekent uiteindelijk dat de Raad van State geval voor geval moet beoordelen of een concreet bos door een concrete uitbreiding van een varkenshouderij verder verslechtert, of dat de getroffen maatregelen van dien aard zijn dat in dat geval in die omstandigheden de extra schade ongedaan gemaakt wordt (bijv. door afplaggen). Dat heet een “passende beoordeling”.
Er is inmiddels een waar stuwmeer ontstaan aan nog niet afgewerkte passende beoordelingen. Dat betekent gedoe bij elk proces waar stikstof aan te pas komt.
Elke groeiende varkensboer moet iets bewijzen, maar een uitbreidend Eindhoven Airport ook, en de omstreden Ruit om Eindhoven en de N69 ook, maar een nieuwe binnenvaarthaven in Budel ook. Het is ook in de oude omstandigheden niet onmogelijk een bewijs te leveren (bij de N69 bijvoorbeeld is zo’n beweerd bewijs aangeleverd en daar mag de Raad van State nu over oordelen). Maar bij bijvoorbeeld de Ruit en Eindhoven Airport is het niet aangeleverd, omdat men daar rekent op de PAS. Nu ben ik tegen deze processen, maar ik ben voor een binnenvaarthaven in Budel en die heeft ook last. Een een varkensboer die enerzijds groeit, maar anderzijds verbetert, moet ook iets bewijzen. Kortom, de Natuur-
beschermingswet zwaait wild om zich heen, maar geld, ambtenaren, externe bureau’s en politieke wil kunnen daar ook nu onderdoor duiken.

De PAS en de goede bedoelingen
De PAS is bedoeld om het probleem rationeler en beter aan te pakken. Als een ontwikkeling minder dan 0,051 Mol/y*ha op een Natura2000 – gebied dumpt, mag dat verwaarloosd worden (een Mol stikstofverbinding is omgerekend 28 gr). Dat is verraderlijker dan het lijkt, want stikstofhoudende gassen dragen misschien wel 10 a 20 km en dat betekent, dat er rondom een Natura2000 – gebied heel veel boerderijen kunnen liggen die elk een klein beetje bijdragen (maar samen veel). Tussen de 0,050 en 1 Mol/y*ha moet de initiatiefnemer het melden, maar hoeft hij geen passende beoordeling te maken. Al die bijdragen worden wel geboekhoud. Boven de 1 Mol hangt het af van de beschikbare “ruimte”. Provincie en Rijk mogen die vergeven.

Geen beschrijving
Die ruimte wordt gemaakt met extra landbouwmaatregelen bovenop de al bestaande maatregelen, zoals luchtwassers (die ammoniak wegvangen), auto’s die minder NOx lozen, etc). Die extra maatregelen leveren winst op en de helft daarvan is de depositieruimte.
Dit alles even heel kort door de bocht geformuleerd. Het geheel is in de praktijk razend complex.
Daarnaast worden de Natura2000 – gebieden “sterker” gemaakt met een beheerplan. Als het niet mogelijk is een overdaad aan neerdalende stikstof in voldoende mate tegen te gaan (preventie), kun je er gaan plaggen of maaien of het grondwater verhogen (curatief). Die beheerplannen zijn of worden gemaakt. De provincie heeft hier een belangrijke rol.
Voor dit hele proces stelt het Rijk geld ter beschikking. Voor 2015 en 2016 is dat voor Brabant 12,6 miljoen.

Hoe pakt de bedoeling in praktijk uit? Het systeem wordt iets rationeler en een pietsie beter. Als de PAS er niet is, daalt de stikstofdepositie in Brabant tussen nu en 2030 met 13%, en als de PAS er wel is, met 14%. In beide gevallen wordt het probleem niet opgelost: de depositie (bijvoorbeeld op de Peel) blijft 2 tot 3 maal zo groot als zij zijn mag. Het scheelt onder andere zo weinig omdat de provincie met een al eerder vastgestelde verordening op de intensieve veeteelt al een groot deel van de beschikbare winst geïncasseerd heeft. Die winst gaat trouwens geheel naar het milieu.
Wat wel scheelt, zijn de beheerplannen, de bureaucratie en het geld.
Wat ook scheelt is dat het PAS een macro-systeem in het probleem brengt, ook al valt de opbrengst tegen. Er zitten nu knoppen aan het systeem die je in de toekomst verder kunt dicht draaien (bij juiste politieke meerderheden).
Zie ook http://pas.natura2000.nl/

De PAS lijkt op het NSL
De PAS is een opzet voor het stikstofprobleem die lijkt op wat het Nationaal Samenwerkings Program (NSL) doet voor de luchtkwaliteit. Je definieert een soort grote pot waar het zoet (verbeterende maatregelen) en het zuur (nieuwe wegen en zo) ingaat, je zet daar een zwaar rekenmodel op dat moet bewijzen dat op elke plaats in Nederland in 2015 aan de Europese normen voor luchtkwaliteit voldaan wordt. Per saldo wordt de lucht geleidelijk beter en met enig hangen en wurgen weet men de concentraties NO2 en PM10 onder de 40micorgr/m3 te wurmen, een stel uitzonderingen in de centra van grote steden en bij ruim 100 veehouderijen in den lande daargelaten. Vervolgens duiken er gedurende de looptijd van het proces nieuwe gevaren op en nieuwe medische inzichten, en zo blijft de discussie gaande. Is het glas half vol of half leeg? Bij het NSL vind ik het 60% vol (bij wijze van spreken).
De PAS lijkt een beetje op het NSL toen het van start ging, maar dan hopelozer en zonder deadline. Bij een vergelijkbare (onverantwoorde) wijze van spreken is het glas met de PAS voor 12% vol en zonder de PAS voor 10%.

Mijn advies
Ik heb mijn SP-fractie geadviseerd in te stemmen met de PAS, maar om daar geen blij gezicht bij te trekken. De strijd gaat door.

Bericht van 6 februari
In de PS-vergadering van 6 februari is de PAS aangenomen. Zowel bij voor- als tegenstanders bleek niet altijd evenveel begrip aanwezig.

Bezoek aan mestverwerker in Lithoijen

OP 16 januari 2015 bezochten Bernard Gerard en Veerle Sleegers van de SP-fractie een opstelling om mest te verwerken. Het gaat om een installatie van AquaPurga Nederland BV uit Den Bosch, die op het terrein staat van Loonbedrijf Gebroeders van den Brand BV in Lithoijen/Teeffelen.

De installatie is van het type scheiden en indikken. Na toevoeging van wat hulpstoffen, na de zeefband en na een uur pasteuriseren resulteert aan de ene kant iets dat op een berg zaagsel lijkt, en waarin een groot deel van de fosfor zit. Deze vaste stof kan worden geëxporteerd.
Aan de andere kant wordt de dunne fractie verder gefilterd, uiteindelijk met ultrafilters en omgekeerde osmose totdat er enerzijds zuiver water uitkomt (dat probleemloos geloosd kan worden) en anderzijds een concentraat. Daarin bevindt zich op ongeveer 1/3 tot ¼ deel van de oorspronkelijke hoeveelheid mestwater het nitraat en kalium. Als extra stap heeft de installatie een stap, waarin stikstof in de ammoniumvorm door bacterieën geoxideerd wordt tot nitraat (wat overigens anders van nature in de bodem zou gebeuren). Deze omzetting komt het scheidingsrendement ten goede. Het concentraat wordt niet-gepasteuriseerd en wordt in de omgeving afgezet, voorzover mogelijk.

AquaPurga_schema

De installatie kan 25000 ton per jaar aan. Dat is grofweg de mest van 17000 varkens, horend bij pakweg een handvol tot een dozijn boeren. De installatie past (exclusief de mestopslag) in drie grote containers en is op locatie plaatsbaar, als de boeren het tenminste eens kunnen worden.
Aan- en afvoer samen vergen, mits efficiënt georganiseeerd, 5 a 6 grote vrachtauto’s per dag.

De installatie stinkt nauwelijks (althans, ten tijde van het werkbezoek). Je ruikt pas wat op een paar meter van de bakken.

Anders dan een vergister kost deze installatie energie, grofweg 100.000kWh per jaar, dat is ongeveer 30 gemiddelde huishoudens.

De installatie lost het mestprobleem slechts in zeer beperkte mate op. De bottleneck in het toedienen van mest aan de Brabantse bodem wordt gevormd door de maximale hoeveelheden stikstof en fosfor, die mogen worden uitgereden. De bodem is al ruimschoots oververzadigd met die stoffen. Het AquaPurga – systeem verandert niets aan de hoeveelheid stikstof en fosfor, maar maakt het fosfordeel (de dikke fractie die ca 1/6 van de mest beslaat) vanuit Brabant beter exporteerbaar. Deze export is het enige dat mest uit het Brabantse systeem haalt.

AquaPurga is een bedrijf in opbouw. Wat er nu staat zien zij als een eerste fase. Ze hopen daarna het procedé uit te bouwen met een vergister- of verwerkertrap.

Bernard Gerard

Spuiwater van chemische luchtwassers

Dit wordt een ingewikkeld verhaal!

In Deurne ging (dec. 2012) een kind op een waterspeeltoestel onderuit  omdat er in het grondwater, dat van 20 m diepte omhoog gepompt werd, zwavel-waterstofgas zat (H2S). Daarna ook een ambtenaar van het Waterschap. H2S is behoorlijk giftig en is in gesloten ruimtes al een paar keer dodelijk gebleken.
De gebeurtenissen bleken  niet noodlottig, maar veroorzaakten veel opschudding in Deurne, zo ongeveer het epicentrum van de veeteeelt. Temeer daar er al vaker H2S omhoog gekomen was. Er kwam wetenschappelijk onderzoek, kamervragen van de SP, provincievragen en politieke strijd omdat bevestigd werd dat het H2S-gas een bijverschijnsel van de mestproblematiek was.

Er zitten echter meer kanten aan dit verhaal. De bacteriën op 20 m diepte hebben sulfaat nodig en er ontstaat alleen gas als het grondwater zuur genoeg is. Waar komen die factoren vandaan? De wetenschappelijke studie zegt dat die er al waren. Zwaveldepositie uit mest en zure regen van vroeger hebben een voorraad pyriet opgebouwd in de diepte en die gaat nu, simpel gezegd, weer in oplossing.
Die opbouw vindt nu niet meer plaats, zegt de orthodoxie, want de regen is veel minder zuur. Wat op zich waar is.

Maar er is intussen een tweede ontwikkeling bijgekomen, die ook met de intensieve veehouderij te maken heeft, namelijk de luchtwassers. Varkens in de stal produceren grote hoeveelheden ammoniak en de walm tast de Natura2000 – gebieden aan, die Europese bescherming genieten, zoals bijvoorbeeld De Peel. Die ammoniak moet worden afgevangen en een van de twee technieken daarvoor is de chemische luchtwasser. Je perst de ammoniakhoudende lucht door water, waarin opgelost een overmaat aan zwavelzuur, en die bindt de ammoniak (waarbij flink wat zwavelzuur overblijft). Het resultaat  (een aangezuurde ammoniumsulfaatoplossing) mag als meststof op het land worden uitgereden.
Ga je hier nu wat aan rekenen, dan blijkt dat als een boer doet wat mag en als normaal geldt, er minstens twee tot drie keer zoveel zwavel op het land gebracht wordt als het gewas aan kan. De rest gaat diepte in en zal  over bijvoorbeeld 10 a 15 jaar op 20 m diepte precies brengen wat nodig is voor de vorming van zwavelwaterstof. Nu is dat nog niet zo, want water zakt maar een meter per jaar en luchtwassers bestaan nog geen 20 jaar. De orthodoxe waarheid is onvolledig.
Als deze theorie waar is, organiseren we op die percelen waarop chemisch spuiwater wordt uitgereden, in de toekomst ons eigen sulfaatoverschot.

Ik heb hierover vragen opgesteld voor de PS-fractie van de SP. Deze zijn ingediend door Nico Heijmans en Francy van Iersel. De tekst van het persbericht is te vinden op http://noord-brabant.sp.nl/nieuws/2015/01/verziekt-het-spuiwater-van-chemische-luchtwassers-de-bodem .

 

 

 

In gesprek over het BZOB-terrein in Helmond

De SP (en naar ik aanneem ook de andere partijen in PS) kregen een brief van de Wijkraad Brouwhuis in Helmond over de stank van het BZOB-terrein. Er sprak diep ongenoegen uit en mogelijk ook een beetje paniek.

Fractievoorzitter Nico Heijmans en ik zijn op 27 december 2014 gaan praten met twee vertegenwoordigers. Dat gaf al wat meer duidelijkheid.

De afspraak is dat beide partijen informatie zouden gaan opzoeken en uitwisselen en dat de SP contact zou zoeken met iemand die er echt wat van af weet. Geur-problematiek (met bijbehorende berekeningen) zijn voor mij onbekend terrein. Het is dus niet bij voorbaat in te schatten of de milieuvergunning verder aan te scherpen is.
Mogelijk is de destructor in Son een hoopgevend voorbeeld. Jaren geleden zette die Noord-Eindhoven uren of dagen onder een deken van lijkenlucht (ze vernietigen daar alle dode landbouwdieren en slachtafval uit een wijde omgeving), maar sinds de bedrijfsvoering en de filters grondig onder handen genomen zijn, is de ellende zeer veel minder. Ik ruik hem niet meer, mijn vrouw zegt dat ze hem nog heel af en toe zwak ruikt. Als dat daar gelukt is, moet het op veel andere plaatsen ook een heel stuk te verbeteren zijn.

Ik heb inmiddels al wat zitten grasduinen in vergunningen, maar een definitief oordeel zal nog wel even duren.

 

 

 

De destructor in Son (tegenwoordig Rendac)

 

 

 

Gemeentelijk bijenbeleid opgesteld

De Eindhovense afdeling van Milieudefensie heeft op woensdag 26 november jl een openbare avond belegd over “Bijen en de gemeentepolitiek”.  Voor deze avond waren geïnteresseerden uitgenodigd uit kringen van imkers, natuurorganisaties, bedrijven die groen onderhouden, ambtenaren en anderen. De avond was een groot succes.
Er waren presentaties van stadsecoloog Leonhard Schrofer, van de Amsterdamse beleidsmedewerker ecologie en duurzaamheid Florinda Nieuwenhuis, en van mijzelf. Deze presentaties sturen wij op aanvraag graag toe.

bij-op-bloem-rr

De avond heeft geleid tot een door 46 aanwezigen ondersteunde brief aan B&W en de gemeenteraad. Deze brief kan hieronder worden opgevraagd. In de brief wordt ervoor gepleit dat de gemeente Eindhoven het (landelijke)  Bijenconvenant tekent, en worden een aantal aanbevelingen gedaan om dit te concretiseren. De aanbevelingen hebben betrekking op het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, het optreden tegen gifgebruik in Eindhoven, het verschaffen van “woonruimte” aan bijen en hommels, voorlichting en publieksarticipatie en onderzoek. Het stimuleringsbeleid geldt zowel voor honingbijen, solitaire bijen en hommels.
Tevens wordt de gemeente gewezen op de nieuwe provinciale subsidiemogelijkheden.
De ondertekenaars vragen het College om op korte termijn het Bijenconvenant te tekenen, en op de wat langere termijn maatregelen ten gunste van bijen en hommels in het gemeentelijk beleid op te nemen.
Het Trefpunt Groen Eindhoven heeft zich bereid verklaard om in de toekomst de coördinatie uit te voeren.

Bijenbrief aan gemeente

Gesprek met inwoners Deurne over grondwaterrapport en andere mestzaken

Ik heb in mijn hoedanigheid als fractiemedewerker van de provinciale SP, samen met fractievoorzitter Nico Heijmans, gesprekken gevoerd in Deurne over het grondwater, waaruit het giftige zwavelwaterstof omhoog kwam. Op  20 okt 2014 heb ik daarover een artikel voor de SP-site geschreven.

In december 2012 ging een kind bewusteloos onderuit op zijn waterspeeltoestel in het Deurnese recreatiegebied ’t Zandbos en een paar dagen later een monsternemende ambtenaar van het Waterschap ook. In beide gevallen was zwavelwaterstof de boosdoener, het gas met de rotte eieren – geur. Dit zeer giftige gas was met het grondwater mee omhoog gekomen. In besloten ruimtes is dit gas in de afgelopen jaren enkele malen dodelijk geweest. In het vrije veld bleef de concentratie ver onder de dodelijke grens, maar hoog genoeg om zeer vervelend te zijn.
Bovendien gingen er in de zomer van 2013 65 eenden en een heleboel vissen dood in de Heiakkervijver en ook de kastanjebomen langs die
vijver legden in korte tijd het loodje.

De Heiakkervijver in Deurne
De Heiakkervijver in Deurne

Deurne in rep en roer en er kwam een onderzoek. Een expertpanel bracht uiteindelijk een rapport uit (mei 2014) en daar stond eigenlijk, soms wat omfloerst, in dat het aan de in het verleden overvloedig gedumpte mest kon liggen, in combinatie met de bodemverzuring.
Een meter of twintig onder de grond ging de nitraat uit de mest een reactie aan met de eerder gevormde pyriet en via een ingewikkelde bodemscheikunde, die we de lezer zullen besparen, resulteerde dat uiteindelijk in zwavelwaterstof die met het grondwater omhoog kwam. Zoiets gebeurt vaker (het is o.a. ook in Oss gebeurd), maar in Deurne was het erg heftig.
De dode eenden lagen volgens het rapport waarschijnlijk aan botulisme (en/of blauwalg), hoewel dat achteraf niet te bewijzen viel, maar in 2010 en 2011 was daar ook al botulisme geweest. Deze “gewone” oorzaak lag dus voor de hand. Overigens wordt ook dit door mest veroorzaakt. Het beekje de Vlier, dat de vijver voedt, ontspringt schoon op de Peelrandbreuk maar loopt daarna een aantal kilometer door landbouwgebied en pikt daar behoorlijk wat fosfaat en nitraat op. Een blik vanaf het bruggetje op het water met zijn algendrab en zijn overvloedige kroos doet eutrofiëring als oorzaak vermoeden (het water bevat te veel voedingsstoffen voor planten).
Hoe het met de kastanjes zat, is niet duidelijk. Er waren wat rare feiten omtrent de grond waar ze in stonden, maar daarvan was geen goede interpretatie.

In juni 2014 hebben de SP-Tweede Kamerleden Smaling en van Gerven hierover vragen gesteld, waarop op 27 augustus antwoord gegeven is (voor de tekst zie beantwoording-kamervragen-van-de-leden-smaling-en-van-gerven-sp-over-rotte-eierenlucht-bij-deurne).

Omdat de provincie in mestaangelegenheden een belangrijke zeggenschap heeft, heeft de PS-fractie van de SP een gesprek gearrangeerd met een aantal inwoners van Deurne, deels SP-leden, deels lid van de actiegroep Stop de Stank, deels lid van de gemeenteraad voor de lokale partij Transparant Deurne. Het gesprek ging over de scheikunde van bodem en mest en over de gemeentepolitiek van Deurne. Aanwezig voor de SP fractievoorzitter Nico Heijmans en fractieondersteuner Bernard Gerard.

Zonering in het grondwater met en zonder mest
Zonering in het grondwater met en zonder mest

Deurne wordt sinds mensenheugenis gedomineerd door het agrarisch-industriële complex. Op dit moment heeft Deurne twee lokale wethouders met een ZLTO-achtergrond en één van de VVD. Het tekent de verhoudingen dat het rapport op 16 mei gepresenteerd werd op een besloten persconferentie. Zelfs PvdA-Statenlid Knoet, toevallig in de buurt, mocht niet naar binnen. De dorpelingen mochten de avond van tevoren vragen stellen, maar toen was het rapport er nog niet. Zo doen wij dat in Deurne.
Kort voor het gesprek deed het College van B&W iets goeds, namelijk een aanhoudingsbesluit vast stellen. Dat betekent dat nieuwe aanvragen tussen de 6 weken en een jaar werden uitgesteld. Helaas, er lagen al drie gevoelige uitbreidingsplannen van veehouderijen, dat wel.

Over de scheikunde van bodem en mest, in aanvulling op wat al gezegd is, nog twee thema’s.
–           De waterkwaliteit van de Vlier verdient sowieso meer aandacht. Het beekje voldoet nog lang niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water.
–           Min of meer als bijvangst werden er soms forse concentraties zware metalen in de Deurnese bodem aangetroffen, voor nikkel, zink en arseen een enkele keer zelfs tot boven de interventiewaarde bodemsanering. Het rapport beperkte zich vooral tot geruststellende verklaringen, maar liet het voor het antwoord op de vraag waar die concentraties vandaan kwamen bij “mogelijk sintelpaden” (uit Budel en omstreken). Dat kan niet het hele verhaal zijn. Een deel van de metalen zit van nature in de grond, maar dan oorspronkelijk gebonden in de vaste pyrietvorm. Een ander deel van de metalen komt echter met de mest mee. Het CBS houdt uitvoerige statistieken bij waar bijvoorbeeld in staat dat in Nederland in 2009 netto 840 ton zink de grond in ging, voor het overgrote deel uit dierlijke mest.

Zware metalen in het Brabantse grondwater (uit het onderzoek van mei 2014)
Zware metalen in het Brabantse grondwater (uit het onderzoek van mei 2014)

Men zou kunnen denken aan en systematisch bodemonderzoek in Deurne. De metingen nu zijn te hooi en te gras.

Vragen over bodemontsmetting

Naar aanleiding van de komst van de bloembollen naar Brabant heeft de toenmalige woordvoerder van de SP in Provinciale Staten Francy van Iersel vragen over dit onderwerp gesteld. Ik heb die vragen geschreven.

Bodemontsmettingsmiddelen zijn het goorste van het goorste op het gebied van gewasbescherming. Loonwerkers zitten in maanmannetjespakken op hun trekker en dat is niet voor niets.

Trekker met een spitinjecteur waarmee de bodemontsmetter ondergewerkt wordt
Trekker met een spitinjecteur waarmee de bodemontsmetter ondergewerkt wordt

Een paar keer was bij het ontsmetten de stof over de grenzen van het perceel gewaaid en in de woonomgeving terecht gekomen. Dat leverde veel onrust op.

Als je het uitzoekt, blijkt dat er ook een bodemontsmettingsmethode bestaat die zonder gif werkt. Je brengt dan fijnverdeelde voedingsmaterie in de grond en dekt die goed af. De vertering van die voeding onttrekt zuurstof aan de bodem en alle enge beestjes stikken. De niet-enge beestjes ook trouwens.
Naar men zegt, werkt deze methode zelfs beter en langer dan de gif-methode. Ik kan de waarheid van deze bewering niet uit eigen onderzoek bevestigen of ontkennen. De ‘biologische” methode is in elk geval beschreven.
In de vragen wordt gepleit voor een grootschalige praktijkproef in Brabant.

De tekst van de vragen–> Vragen_Monam_grondontsmetting_bollenteelt

De antwoorden –> antwoord_vragen_bodemontsmetting

Op http://www.bollenboos.nl/ zit een actiegroep op dit gebied.

 

Bestrijdingsmiddelen in Brabants grond- en oppervlaktewater

In het voorjaar van 2013 verschenen het “Feitenrapport brede screening bestrijdingsmiddelen en nieuwe stoffen 2011-2012 in het Maasstroomgebied” en “Bronnenanalyse van stoffen in het oppervlaktewater en grondwater in het stroomgebied Maas”.

Het titelblad
Het titelblad

Deze documenten zijn te vinden op https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/water/waterbeleid/beleidsevaluatie-en-waterrapportage/-/media/949178119C024A7F98A7CF35B7ABF57F.pdf en www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/water/waterbeleid/beleidsevaluatie-en-waterrapportage/-/media/C31B4125C3FD4E76933BD029051AF558.pdf

Ik heb in juni 2013 over deze rapporten concept-vragen ontwikkeld voor het toenmalige Statenlid Francy van Iersel (SP). Ik neem hier delen van het concept over.

Als samenvatting:
…… Het komt ons voor dat deze complexe werkelijkheid niet met een paar eenvoudige kreten weer te geven valt.

Enerzijds staat vast dat een aantal bestrijdingsmiddelen of de restanten daarvan de drinkwaternorm in grondwater overschrijden. Er zijn in Brabant en Limburg bijna 37000 metingen gedaan, waarvan er 392 een resultaat gaven dat boven de detectiegrens van de gebruikte apparatuur lag. Het Brabantse deel van die 392 metingen omvatte 52 metingen boven de drinkwaternorm en 18 metingen van restanten van bestrijdingsmiddelen, waarover discussie bestaat. In totaal gaat het om 18 verschillende stoffen die de drinkwaternorm overschrijden. Bentazon, dat in de akkerbouw gebruikt wordt, is een veelvoorkomende normoverschrijder.
Het beleid gaat soms verder dan de drinkwaternorm, soms zelfs zover dat het buiten het bereik van de gebruikte apparatuur valt. Ten opzichte van deze beleidsnorm kan de overschrijding extremer zijn.
Anderzijds worden sommige bestrijdingsmiddelen verboden, waardoor de concentraties, hoewel nog te hoog, dalen. Atrazine is bijvoorbeeld verboden, maar zijn afbraakprodukten overschrijden soms de drinkwaternorm. Zo ook “good old” Roundup (glyfosaat en zijn afbraakproduct AMPA).
Enerzijds weer duiken er weer nieuwe problemen op. De koploper bij de drinkwaternorm-overschrijdingen bijvoorbeeld is de relatief nieuwe stof DMS, een afbraakproduct van een schimmelwerend middel dat zelf ook weer verdacht is.
Ook andere stoffen dan bestrijdingsmiddelen zijn een, soms nieuw probleem of een probleem dat nog niet zo lang als probleem herkend wordt,
bijvoorbeeld hormoonachtige stoffen en geneesmiddelen.

Uit de 'Brede screening'
Uit de ‘Brede screening’
Uit de 'Brede screening'
Uit de ‘Brede screening’

Voor het oppervlaktewater geldt een analoog verhaal. Op bijna de helft van de 67 regionale meetpunten overschrijdt de onkruidverdelger MCPA een van de relevante normen, op de voet gevolgd door andere onkruidverdelgers als MCPP en metolachloor. Imidacloprid volgt op enige afstand. De RIWA besteedt aan sommige van deze stoffen de nodige aandacht.
De RIWA constateert dat over de hele lijn de kwaliteit van de Maas wat betreft “oude bekenden” als gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen tot 2007 verbeterde, maar dat deze verbetering niet meer doorzet. Enkele geneesmiddelen, industriële verontreinigingen en Röntgencontrastmiddelen vertonen zelfs weer een stijgende trend.

Het is allemaal niet zo gezellig, maar ondertussen gaat het wel om essentiele milieukenmerken.

En als aanbeveling:
–         Kan het College van GS aangeven hoe het politiek met de diverse publicaties over de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater om zal gaan?
–           In hoeverre kunt u hier iets binnen de provinciale bevoegdheden, mogelijkheden en invloed wat aan doen?
–           waarbij uw College aandacht besteedt aan de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoeksinstituten, zoals:
a)         blijf kritisch op gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater, oa door het gebruik aan te scherpen (RIWA)
b)         ontwerp normen en beleid voor geneesmiddelen voor mens en dier, Röntgen-contrastmiddelen en hormoonachtige stoffen (RIWA, Alterra-DeltaRes)
c)         scherp het vrijkomen van industriële stoffen in de productie en op het eind van de gebruiksfase aan (RIWA)
d)         doe meer onderzoek en ontwerp screeningprogramma’s voor onbekende stoffen (RIWA)
e)         Leg de emissieberekeningen (oorzaak) naast de knelpunten (gevolg) om tot betere oplossingen voor gewasbeschermingsmiddelen te komen (Alterra- DeltaRes)
f)         Rioolwaterzuiveringen zijn nog steeds een relevante bron van emissies (Alterra-DeltaRes)
g)         Verbeter de technieken van de EmissieRegistratie (Alterra-DeltaRes)
h)         Doe iets aan bentazon en enkele andere stoffen (H2O)
i)          Bevorder
een veel strenger Nederlands en Europees toelatings- en
toepassingsbeleid
”.

Uiteindelijk vond met deze te moeilijk, waarna ze in sterk vereenvoudigde vorm ingediend zijn – waardoor het antwoord voorspelbaar clichématig was en uit voor de hand liggende goede bedoelingen bestond.

Ceíde Fields en de “wraak van Gaia”?

Willemiek en ik waren in 2012 in Ierland. We zaten een paar dagen in Ballina (de hoofdstad van de Ierse zalm) en zijn naar Céide Fields ge-
fietst (beide in North Mayo). Als je in Ierland fietst, betekent dat niet dat naar de kust fietsen per definitie bergaf is. Integendeel.

De kust van North Mayo. Het stipje links van het midden is het bezoekerscentrum van Céide Fields.
De kust van North Mayo. Het stipje links van het midden is het bezoekerscentrum van Céide Fields.

De Gaia-hypothese van Lovelock stelt dat alle levende organismen op aarde als één groot geheel gezien moeten worden. Er zijn zwakkere en sterkere versies van de theorie in omloop.
De zwakkere, wetenschappelijke versie gaat niet verder dan de bewering dat het leven op aarde een geologische kracht is tussen andere geologische krachten. Dat is ongetwijfeld waar.
De sterkere, spirituele versie maakt van Gaia een soort bovennatuurlijk organisme dat op de langere termijn streeft naar evenwicht. Dat is een soort geloof in iets bovennatuurlijks; ik heb helemaal niets met welk bovennatuurlijke dan ook; dus ik vind de sterkere versie onzin.

Desalniettemin kan ik aanhangers van de bovennatuurlijke versie slechts aanraden in Céide Fields te gaan kijken. Een beter voorbeeld is moeilijk te vinden. Het is de opgraving van een drama.

Ongeveer 3700 jaar voor Christus begonnen Neolithische boeren hier landbouw, meest veeteelt. Het klimaat was toen voor Ierse begrippen warm en droog. Het land was bedekt met berken- en sparrenbos, gras en heide. De nieuwe bewoners ontgonnen het gebied en kapten en brandden de bossen en heidevelden. Een tijd lang ging het goed. De neder-
zetting werd wat nu het meest omvangrijke monument uit de steentijd op de hele wereld is, zeker 12 km2. En het moet er niet veel anders uitgezien hebben dan vergelijkbare agrarische systemen in het moderne Ierland: eenvoudige huizen, velden die afgezet waren met muurtjes van gestapelde stenen, en vee. De mensen moeten er hetzelfde uitgezien hebben: West-Ierland kent een ononderbroken bewonings-geschiedenis sinds de eerste kolonisatie na de Ijstijd vanuit Noord-Spanje.

Toen het klimaat weer natter werd, kwam de fundamentele zwakte van het systeem naar voren.
Onder Noord-Mayo ligt ondoordringbaar graniet. Water kan niet naar beneden.
De neolithische boeren hadden de bomen gekapt, waardoor het water ook veel moeilijker de lucht in kon. Een populier kan tot 1500 liter per dag verdampen en ook andere bomen, bij mooi weer, honderden liters per dag.
De slash and burn – technieken hadden de bodemporiën gevuld met
fijne houtskool, waardoor het water ook zijwaarts geen kant op kon.
De waterspiegel kon dus alleen maar omhoog en er ontwikkelde zich een dikke laag hoogveen. De nederzetting werd bedekt met een laag turf van soms meer dan vier meter dik. Zodoende is het Atlantisch spreidveen ontstaan, dat grote delen van Ierland bedekt.

Atlantisch spreidveen bij Céide Fields
Atlantisch spreidveen bij Céide Fields

De oude nederzetting werd bij toeval gevonden doordat de bevolking naar in het veen begraven boomstammen zocht. Ander timmerhout is er tegenwoordig niet meer te vinden.

De turf is wel een goede conserveringsmethode. Het complex staat sinds 2010 op de Unescolijst. Een goede beschrijving is daar te vinden op http://whc.unesco.org/en/tentativelists/5524/ .

Bezoekerscentrum Céide Fields
Bezoekerscentrum Céide Fields

Er is een goed bezoekerscentrum (Ieren hebben vaak goede musea). Zie boven.

Gaia-gelovigen kunnen dit zien als dat Gaia haar rechten terugnam.

Ik ben zelf als natuurwetenschapper in deze veel prozaïscher. Mij lijkt dat de les is dat een landbouw, die de fundamentele beperkingen van de ecologie van een gebied negeert, vroeg of laat een probleem krijgt.
De neolithische boeren van 5700 jaar geleden wisten niet beter. Wij zouden inmiddels wel beter moeten weten.