Nu de storm rond ex-directeur Donald Pols een beetje lijkt te zijn gaan liggen, wil ik in deze kolommen even kort op terugblikken op dit drama in twee bedrijven. Dus wat ik ervan vind.
Het eerste bedrijf was de beoogde overstap naar Tata Steel. Anders dan sommige anderen schat ik in dat deze stap met integere bedoelingen gezet is. In de Volkskrant van 08 mei 2026 geeft Pols als motivatie dat Milieudefensie niet tegen de industrie is, maar vindt dat de industrie binnen de grenzen van milieu en klimaat moet opereren. Ik deel deze gedachte. Staal blijft altijd nodig, maar zowel werknemers als omwonenden als belanghebbenden bij een goed klimaat (dat is zowat de hele wereldbevolking) hebben er een groot belang bij dat deze productie op goede wijze plaatsvindt. De groen staal-ambities komen onder andere uit een lange termijnvisie van de vakbond met wie Pols in de Volkskrant gesproken zegt te hebben – zo ook met de OR en met de Nederlandse en de internationale baas van Tata Steel – Tata Steel heeft op termijn zelf ook belang bij verduurzaming. Dat de directeur van een grote organisatie als Milieudefensie na elf jaar iets anders wil gaan doen, is niet ongewoon. Diederik Samson heeft het ook gedaan (van Greenpeace naar de Europese politiek van de PvdA, met een belangrijke inbreng in de Green Deal als gevolg), en bijvoorbeeld Faiza Oulahsen, eveneens van Greenpeace, ook (directeur duurzaamheid bij KPMG).
Ik vond de overstap van Pols niet absurd. Of die overstap juist was, had moeten blijken. Niet elke gedachte die achteraf onjuist blijkt, was vooraf absurd. Ik had dat wel eens willen zien.
Helaas gooide het tweede bedrijf van het drama alles overhoop. Pols is opgegroeid, legt hij in de NRC van 03 juni 2026 uit, in Nederduits Gereformeerde kringen op het platteland van Transvaal. Dat een negentienjarige student in 1991 bijbehorende politieke opvattingen verkondigt is niet verbazingwekkend. Als men iedereen in een publieke functie afrekent op zijn opvattingen in zijn studentenjaren, worden het roerige tijden. Lang heeft de rechtse periode niet geduurd. In 1993 ging Pols in Maastricht studeren, en toen hij daarmee klaar was lag er inmiddels een totaal ander pakket met normen en waarden. Waarna een glanzende carrière volgde die de kortstondige jeugdopvattingen volledig ontkende. Voor mij is dat genoeg om iemand te accepteren.
Desmond Tutu ( Door Libris Förlag – mynewsdesk, CC BY 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=36964977 )
Vraag is of Pols zijn jeugdzonde op enig moment na 1993 had moeten vertellen. In Zuid-Afrika, waar meningen zoals de vroegere meningen van Pols wijd verspreid waren, heeft men gekozen voor het middel van de Waarheid- en Verzoening Commissie, maar die werd pas opgericht in mei 1995, dus toen Pols al twee jaar in Nederland zat. Anders was de verwerking van het verleden mogelijk langs deze route verlopen. Nu heeft Pols in zekere zin een soort doe het zelf-verwerking in Nederland doorgemaakt. In hoeverre het mogelijk, en zo ja, in hoeverre het verstandig was om naar buiten te treden is voor mij moeilijk te beoordelen. Vast staat dat het toenmalige, en het huidige, bestuur van Milieudefensie van zijn opvattingen in studententijd af wisten en, alles overwegende, met de persoon van dat moment in zee zijn gegaan – met zeer goed gevolg. Het is een werkgever niet toegestaan, en het zou daarnaast moreel onjuist zijn, privéinformatie van een werknemer naar buiten te brengen. Mijns inziens heeft Milieudefensie hier juist gehandeld.
En terwijl Pols, als boegbeeld van een goed team, Milieudefensie sterker maakte, maakte hij navenant zijn persoonlijke positie steeds kwetsbaarder. Tot de overstap naar Tata Steel de tijdbom tot ontploffing bracht. Ik vind het bijna een klassieke Griekse tragedie.
Ik heb altijd graag en goed met Donald Pols samengewerkt. Hij is iemand van goede wil en met grote talenten. Ik hoop dat als deze storm geluwd is, Donald Pols ergens de kans krijgt om zich voor een goede zaak in te zetten.
En, mijns inziens, moet Milieudefensie doorgaan op de ingezette koers. De klimaatcampagne tegen grote bedrijven is de hoofdzaak, en lokale groepen hebben daarnaast ruimte om er ook lokale onderwerpen bij te pakken.
Het proces van Milieudefensie versus Shell heeft op veel plaatsen de aandacht getrokken.
Opmerkelijk is een flink artikel in Science. Science hoort bij de beroemdste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld en onderzoekers voelen zich heel vereerd als een artikel geplaatst is. In dit geval betreft het onderzoekers va de London School of Economics and Political Science. Het artikel is te vinden op https://www.science.org/doi/10.1126/science.adz4857 , maar het zit achter de betaalmuur. Ik heb het gekocht voor een paar tientjes en men kan het ook hieronder vinden.
Ik probeer hierna uit te leggen wat erin staat. Maar ik ben geen jurist, dus men moet zich niet op mij beroepen. Wie op verantwoorde wijze iets zeggen wil, moet het artikel zelf erbij pakken.
Integrated Assessment Model’s (IAM’s) zijn grote computermodellen waarin klimaatwetenschap, energiesystemen en economie gecombineerd worden. Op basis van IAM’s gevoerde processen tegen regeringen, waarin bindende klimaatafspraken geëist werden, zijn vaak succesvol geweest (in Nederland bijvoorbeeld het Urgendaproces).
Milieudefensie was de eerste die een IAM inzette tegen een particulier bedrijf, in casu Shell. Dat werd in eerste instantie een succes, en in hoger beroep een gedeeltelijk succes. In abstracto kreeg Milieudefensie ook in hoger beroep gelijk, maar in concreto wilde het Gerechtshof geen reductiedoel noemen omdat er geen wetenschappelijke consensus zou bestaan over een exact percentage dat toegepast zou moeten worden (in dit geval 45% minder in 2030 t.o.v. 2019 over scope-3, welke scope veruit de grootste post is)
Het dilemma van het Gerechtshof is illustratief voor een brede trend. Op verschillende plekken in de wereld probeert men regelgeving te definiëren die de klimaattransitie van particuliere ondernemingen moet inkaderen. Een goed voorbeeld zijn de ‘Guidelines for multinational enterprises’ van de OECD. Die zijn niet rechtstreeks bindend, maar moeten door aangesloten staten in nationale wetgeving worden omgezet. Die moet dan op wetenschap gebaseerd zijn en gebaseerd zijn op het GHG-protocol, inclusief Scope-1, -2 en -3 -analyses ( een voorbeeld van een onderneming die dat doet, en hoe dat werkt, is DAF Trucks, zie https://www.bjmgerard.nl/daf-trucks-en-milieudefensie-spreken-over-het-klimaat/ en andere artikelen). Ook de EU probeert in zijn (onlangs helaas afgezwakte) CSDDD-wetgeving om aan ondernemingen boven bepaalde omvang-drempels verplichtingen op te leggen in de geest van de OECD-richtlijnen.
Het is voor regeringen een worsteling om wetten te maken die in praktijk werken. En dat is nodig omdat het aanklagen van ondernemingen inzake hun klimaatplan mondiaal steeds vaker voorkomt. Soms gebeurt dat om ze ter verantwoording te roepen voor het verleden (‘backward-looking’), soms om het toekomstig gedrag te beïnvloeden (‘forward-looking’). De Miieudefensiezaak is forward-looking en inmiddels lopen er mondiaal ruim 20 van die forward-looking zaken.
Hoewel het Gerechtshof een streep zetten door de concrete 45% reductie, sprak het wel een belangrijke overweging uit, namelijk dat olie- en gasbedrijven zich moeten buigen over het groeiende duidelijkheid dat geen enkele nieuwe olie- en gasbron verenigbaar is met het Parijs-akkoord. Maar omdat deze specifieke eis niet in het proces ingebracht was, kon het Gerechtshof daarover slechts een overweging formuleren en geen vonnis. Milieudefensie heeft daarop, in een tweede klimaatzaak tegen Shell, dit verbod op nieuwe olie- en gasboringen alsnog als een juridische eis op tafel gelegd. Al eerder had Milieudefensie cassatie aangetekend tegen de uitslag van de eerste zaak.
Milieudefensie heeft simpelweg de mondiale 45% GHG-reductie in 2030 t.o.v. 2019, waarover brede overeenstemming bestaat, omgezet in een sectorale verplichting aan de Shell als onderdeel van de olie- en gassector. Het Gerechtshof ging hier niet in mee.
Maar de onderzoekers van de London School of Economics and Political Science vinden dat te kort door de bocht. Ze wijzen erop dat op sectorniveau, ook nu al, protocollen in ontwikkeling zijn die toch al op sectoraal niveau uitspraken doen zoals bijvoorbeeld de Sectoral Decarbonization Approach (SDA). Die zijn er ook voor de olie- en gassector (scope-1, scope-2 en een deel van scope-3). Enerzijds suggereren de onderzoekers dat het Gerechtshof meer met de al bestaande protocollen had kunnen doen, anderzijds erkennen ze dat de bestaande sectorale modellen inderdaad gebreken vertonen (te weinig theorie, kwetsbaarheden en te grofmazig).
Dit verdient verbetering. De onderzoekers noemen drie routes.
De eerste is dat mogelijk nog geen wetenschappelijke consensus is over precieze percentages, maar dat de verschillende modellen al wel tot een bandbreedte in de krimp geleid hebben (zelfs Shell zag noodzaak voor een reductie). Die bandbreedte liep in het Milieudefensieproces voor bijvoorbeeld gas van 30.1 tot 50.5% reductie. Het Gerechtshof had, in plaats van deze bandbreedte als bewijs voor een gebrek aan consensus te zien, de ondergrens kunnen opleggen (dat is ook gebeurd in het Urgendaproces).
De tweede route is dat men zou kunnen kijken wat het kost om een ton CO2 uit de atmosfeer te houden (de Marginal Abatement Cost – MAC). Het IPCC heeft in zijn zesde Assessment 230 scenario’s doorgerekend om onder de 2oC te blijven, en daar kwam een mediaan uit van $73 per ton CO2 . Alle maatregelen die per ton minder kosten dan een $73 zouden dan verplicht gesteld moeten worden. Een dergelijk schema zou voordelen hebben: er zijn dan meer data beschikbaar zijn (robuustere maatregel) en dat je kunt differentiëren per sector (in plaats van elke sector 45%). Er zijn ook nadelen. Deze benadering wordt in praktijk nog niet gebruikt en ontbrak in het Milieudefensie-proces.
De derde route is dat de rechter het aansprakelijkheidsrecht kan interpreteren dat de onderneming, op basis van het bestaande recht, tot redelijke stappen gedwongen wordt die bij elkaar zoiets als een plan zijn. Het gaat dan om zoiets als minimum gedragsvoorschriften die opbouwen tot een soort transitieplanning. De onderzoekers noemen als voorbeeld de UK Transition Plan Taskforce. Ook het Gerechtshof heeft het aansprakelijkheidsrecht geïnterpreteerd, maar dat leidde tot de beperkte uitspraak dat Shell de plicht heeft de klimaatverandering te verminderen. Dat had volgens de onderzoekers, tot een verdergaande uitspraak kunnen leiden.
Het Science-artikel eindigt met dat nu ondernemingen, wat betreft hun klimaatinspanningen, steeds vaker langs de juridische lat gelegd worden, een meer coherente en wetenschappelijke definitie van de klimaatinspanningen van kritisch belang is.
Ik heb, met enkele andere mensen uit onze Eindhovense Milieudefensiegroep, de aanbieding van de dagvaarding, ter opening van een juridische klimaatprocedure tegen ING, bijgewoond. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/ . Milieudefensie stuurde mij daarom op 10 nov 2025 een tussenbericht over hoe het ervoor stond. Ik heb hieronder dat tussenbericht, na enige niet-essentiële redactionele bewerking, afgedrukt.
Dagvaarding naar ING Op 28 maart bezorgde Milieudefensie de dagvaarding samen met honderd veranderaars en mede-eisers bij het hoofdkantoor van ING. Dat gebeurde in de vorm van een ‘stapel bewijs’ van 239 archiefdozen, symbolisch voor de 239 bewijsstukken die samen met de dagvaarding zelf het startschot vormden van onze klimaatzaak. Dit kunstwerk, ontworpen door Pauline Wiersema, maakt tot februari 2026 deel uit van de expositie Designing Democracy. In Need of New Dialogues , die tijdens de Dutch Design Week werd geopend. Voor wat beeldmateriaal over deze expositie, zie https://www.bjmgerard.nl/ik-als-cocreerend-kunstenaar/
Er is veel interesse in deze klimaatzaak, wat onder andere bleek uit belangrijke internationale persaandacht voor onze zaak van bijvoorbeeld Bloomberg en Wall Street Journal , en uit het feit dat de Milieudefensie On Tour op 10 april in TivoliVredenburg de grootste editie was tot nu toe.
Hoe gaat de rechtszaak nu verder? De afgelopen weken heeft Milieudefensie met ING en de rechtbank overlegd over het vervolg van het proces. Er is afgesproken dat ING zijn antwoord op de dagvaarding, de zogenaamde ‘Conclusie van Antwoord’, op 18 februari inlevert bij zowel de rechtbank als bij Milieudefensie. Dit document zal honderden pagina’s bevatten met argumenten van ING, waarschijnlijk ook vergezeld door honderden bewijsstukken. Nadat ING zijn stukken heeft ingeleverd, zal Milieudefensie, samen met ING en de rechtbank, beslissen over het vervolg van het proces, zoals wanneer de hoorzittingen zullen zijn.
Recent heeft de Franse bank BNP Paribas in een vergelijkbare klimaatzaak in Frankrijk hun Conclusie van Antwoord afgemaakt. Milieudefensie bestudeert deze nu, en doet voorbereidend onderzoek naar belangrijke thema’s in BNP’s argumentatie, omdat te verwachten valt dat de argumenten van ING vergelijkbaar zullen zijn.
De campagne Deze rechtszaak zit nu dus even in een ‘wachtperiode’. Milieudefensie doet voorbereidend onderzoek en houdt de dossiers goed bij, maar wacht ook op antwoord van ING voordat er weer echt grote stappen gezet gaan worden in de rechtszaak.
Maar Milieudefensie is een campagneorganisatie – de organisatie doet veel meer dan rechtszaken alleen. Daarom zijn is Milieudefensie nu bezig met de voorbereiding van een grote ING-campagne die eind dit jaar van start gaat. Nader nieuws volgt..
Ondertussen blijft Milieudefensie ook het slechte beleid en de vieze financieringen van ING aan het licht brengen. Zie hier bijvoorbeeld een onderzoek van Follow the Money naar ING’s financiering van zogenaamde ‘carbon bombs’ en nieuwe olie- en gasvelden. Of hun onderzoek naar zakelijke klanten van ING.
De trap op in De Bijlmer op weg naar het ING-kantoor
Dit vanwege de 51.000ste passant op mijn site (bruto). Dan altijd iets wat de normale kosmische orde der dingen ter discussie stelt, zoals nu ik als “cocreërend kunstenaar”.
Deze ongewone escapade zit als volgt in elkaar.
Op 28 maart 2025 heeft Milieudefensie demonstratief een dagvaarding bij ING neergelegd vanwege het financieren van klimaatschade. Ter deze gelegenheid was een fraaie constructie opgetuigd, waarmee men processiegewijze door de Bijlmer naar het hoofdkantoor van ING trok. Daar aangekomen bleef de bedrijfsleiding onzichtbaar. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/ . Hieronder een plaatje.
– – – – – – –
‘Foundation we are’ is een ontwerpbureau met atelier- en expositieruimtes op het Eindhovense StrijpS, een voormalig bedrijfsterrein van Philips ( https://www.foundationweare.org/ ). De organisatie heeft zich toegelegd op ‘Civic Society’, informatiecultuur, bestuurssystemen, rechtvaardigheid in het Anthropoceen (wat zoiets als ‘deze moderne tijd’ betekent), en de ethiek van de Technologie. Dit alles in typisch designer-engels.
Nu nadert de Dutch Design Week (DDW) 2025 . Dat is altijd een drukke periode en met projecten over heel Eindhoven, waartussen van alles te vinden is op allerlei gebied, van klein tot groot, van gratis tot betaald, van bescheiden tot pompeus, en van humbug tot uiterst interessant. Voor een bescheiden en zinvol project van 2024, zie https://www.bjmgerard.nl/maasklei-keramiek-dijkverzwaring-en-ruimte-voor-de-maas/ .
‘Foundation we are’ wil zijn bijdrage leveren, geheten ‘Designing Democracy’, en een van de projecten in dat kader kwam voor rekening van kunstenares Pauline Wiersema ( https://pinopotato.com/ ). Pauline had ook meegebouwd aan de Amsterdamse dozenconstructie, dus die wist hoe het moest ( https://www.instagram.com/pinopotato/p/DH3jK2Lty8V/ ). Pauline vond de Milieudefensie-aanpak bij ING een mooi voorbeeld van design-democratie en had als project om de dozenconstructie als kunstwerk in het atelier na te bouwen en dat gedurende de DDW (en een tijd daarna) tentoon te stellen. Men kan het bewonderen op het (binnen)adres Torenallee 22-04 in Eindhoven.
Dat vroeg om heel veel dozen die gevouwen moesten worden, om heel veel dubbelzijdig tape om ze zonder calamiteitenrisico te stapelen, om heel veel spanband (opvallende gifgroene kleur) en om behoorlijk wat ruimte. En dat vraagt ook om heel veel werk en of Milieudefensie kon helpen.
Ja. Er waren twee mensen van het landelijke bureau van Milieudefensie, en van de Eindhovense afdeling waren er Wen, Dorry, Marieke en ikzelf. Hieronder wat tussentijdse foto’s van maandag, toen het kunstwerk nog niet af was. Het is woensdag afgemaakt en ik zal het eindresultaat op deze locatie laten zien.
UIteindelijk het eindresultaat:
– – – – – – –
In het atelier naast dat van de dozenconstructie werd, ook voor de DDW, aan levensechte bommen gewerkt, vakkundig nagemaakt maar dan in textiel. Hoewel niet ons thema als Milieudefensie, toch twee foto’s
Ter gelegenheid van de 50000ste passant op mijn site weer een wat afwijkend thema. Deze keer een initiatief van Milieudefensie om vijf lijsttrekkers voor de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 een Groen Akkoord te laten ondertekenen. Ik vind het een prima gedachte.
Milieudefensie brengt het klimaat terug in de verkiezingscampagne. Bijvoorbeeld met het Ga voor Groen Akkoord. De lijsttrekkers van GL-PvdA, D66, Volt, SP en CU hebben dit akkoord vandaag ondertekend. Zij beloven zich na de verkiezingen hard te maken voor echte klimaatoplossingen.
Frans Timmermans, Rob Jetten, Laurens Dassen, Jimmy Dijk en Mirjam Bikker geven met de ondertekening gehoor aan de wens van een ruime meerderheid van de Nederlanders die zich zorgen maken om klimaatverandering. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos/I&O in opdracht van Milieudefensie.
Ga Voor Groen-Akkoord
De ondertekenaars van het Ga voor Groen Akkoord bouwen de komende kabinetsperiode aan een economie die toekomstbestendig én rechtvaardig is. Het akkoord bestaat uit 3 pijlers:
1. Bedrijven houden zich aan internationale afspraken, net als iedereen Nederland moet weer vooruit. Groene en vernieuwende bedrijven verdienen een eerlijke kans ten opzichte van vervuilende concurrenten. Daarvoor is nodig dat grote bedrijven zich aan de klimaatafspraken houden. Dat betekent dat bedrijven een klimaatplan hebben en hun voetafdruk over de gehele keten in lijn brengen met het klimaatakkoord van Parijs.
2. De vervuiler betaalt en groen doen loont Het moet voor bedrijven weer lonen om te vergroenen. Bedrijven met een Paris- proof klimaatplan krijgen voorrang bij subsidies en aanbestedingen. Omdat vervuilen niet mag lonen komt er een rechtvaardig en snel afbouwpad voor fossiele subsidies en wordt de CO2-heffing weer ingevoerd. Dit biedt de samenleving en het bedrijfsleven zekerheid.
3. Burgers krijgen een steuntje in de rug Iedereen is beter uit met een eerlijke, schone en slimme economie. Daarom kiezen we voor rechtvaardig klimaatbeleid. Mensen met een laag of modaal inkomen worden actief geholpen bij de verduurzaming van hun woning, het OV-aanbod wordt uitgebreid en we handhaven het Noodfonds Energie voor mensen die anders in de kou komen te zitten. Dat is wel zo eerlijk.
Help Vader Aarde Om de klimaatcrisis tijdens de verkiezingen een plek te geven, heeft Milieudefensie naast het Ga Voor Groen-Akkoord ook Vader Aarde geïntroduceerd, de happy populist. Waar populisten meestal zorgen voor verdeeldheid en zelden blij zijn, is Vader Aarde juist een verbinder. Met rake oneliners wijst hij ons erop dat we toch echt allemaal in hetzelfde schuitje zitten. “Als ik ga, gaan we allemaal. Als het goed met mij gaat, gaat het goed met jullie. Dus stem voor mij, dan stem je voor jezelf.”Help de campagne van Vader Aarde en kijk wat jij kunt doen
Update dd 05 nov 2025
Inmiddels hebben ook de Partij voor de Dieren en DENK zich bij het initiatief aangesloten.
Milieudefensie Eindhoven heeft op 14 maart 2025 flyers gedeeld bij het Eindhovense kantoor van de ING-bank. Ik heb ook meegedaan. In de flyers wordt opgeroepen om mede-eiser te worden in de klimaatzaak tegen ING. Mede-eiser worden kost niets en verplicht tot niets, maar telt wel mee als steun. ING moet voor 2030 zijn uitstoot halveren, en moet stoppen met het steunen van bedrijven die onze toekomst in gevaar brengen. Nadere info en aanmelding om mee te doen op https://milieudefensie.nl/klimaatzaak-ing/mede-eiser .
Op maandag 28 maart wordt de dagvaarding op demonstratieve wijze aan ING uItgereikt. Verzamelen om 10.00 uur op het Hoekrodenplein, station Bijlmer Arena, Amsterdam. Meer info en aanmelden op https://veranderaars.milieudefensie.nl/agenda/ing-dagvaarding/ .
Ik en Milieudefensie Eindhoven en de meekijksessie Wij als groep en ik als persoon hebben ons sterk gemaakt voor een zo groot mogelijke reductie van de broeikasgassen die door grote bedrijven worden uitgezonden. Dat doen wij, en doe ik, nog steeds.
We werken als groep mee aan de landelijke acties, waaronder de aanschrijving van de Shell en 29 andere bedrijven, we hebben in onze eigen regio een handvol bedrijven aangeschreven (zie elders op deze site), en we pakken het nodige meer op.
De meest recente is een meekijksessie waar de aanwezigen live het voorlezen van de samenvatting van het vonnis konden volgen. Dat was op dinsdag 12 november, hondsvroeg vanaf 08.00 uur, met een programma erom heen van Milieudefensie. De Eindhovense SP had ons in zijn partijkantoor tegen gunstige condities een zaaltje annex koffie en thee annex een grote TV ter beschikking gesteld, waarvoor dank. En dat werkte allemaal netjes.
Tegenslag in Klimaatzaak Shell: wij gaan door tot alle vervuilers groen zijn
Als jij je best doet voor het klimaat, mag je verwachten dat grote bedrijven dat ook doen. Maar dat doen ze niet. Ze verzetten zich zelfs uit alle macht, zoals Shell. Het is een taaie strijd, soms met tegenslagen. Zoals vandaag. Toch zullen we uiteindelijk winnen. Dit is waarom.
“Deze uitspraak raakt ons diep. Het is een tegenslag voor ons, de klimaatbeweging en miljoenen mensen over de hele wereld die zich zorgen maken. Maar wie ons een beetje kent, weet dat wij nooit opgeven. Ook hier zullen we samen sterker uitkomen. Het is hoopvol dat de rechter vaststelt dat Shell verantwoordelijk is voor het verminderen van uitstoot en dat bedrijven ook mensenrechten moeten respecteren. Dit is een marathon en geen sprint en de race is net begonnen. Vervuilers zijn sterk. Maar met z’n allen zijn wij sterker.” – Donald Pols, directeur van Milieudefensie.
Er is al veel bereikt
In 2021 wonnen we onze Klimaatzaak van Shell. De uitspraak vandaag betekent dat belangrijke onderdelen van dat vonnis worden teruggedraaid. Maar het betekent niet dat we weer bij nul beginnen. De rechter zei enerzijds dat Shell verantwoordelijk is om zijn CO2-uitstoot te verminderen. Maar anderzijds legt de rechter Shell helaas geen verplichting op.
Hoopvol is dat de rechter heeft gezegd dat:
Shell verantwoordelijk is voor het verminderen van zijn CO2-uitstoot om gevaarlijke klimaatverandering te beperken;
nieuwe olie- en gasvelden op gespannen voet staan met het klimaatakkoord van Parijs;
bescherming tegen klimaatverandering een mensenrecht is, en ook bedrijven zoals Shell mensenrechten hebben te beschermen.
Bovendien heeft onze overwinning in 2021 al veel veranderd:
Wereldwijd dagen mensen grote vervuilers en overheden met succes voor de rechter.
Steeds meer mensen sluiten zich bij de klimaatbeweging aan.
En misschien wel het belangrijkste: in de EU moeten grote vervuilers zich dankzij een nieuwe wet aan de klimaatafspraken van Parijs houden.
Stel je eens voor wat we samen nog meer voor elkaar kunnen krijgen!
Hierna volgt een oproep om lid van Milieudefensie te worden. Ik ondersteun deze oproep graag.
Een eigen toevoeging Ik ben geen jurist en geen van mijn onderstaande uitspraken is gezaghebbend.
Voor zover ik het beoordelen kan, moet onderscheid gemaakt worden tussen het fundament van de uitspraak, en de specifieke weigering van de toewijzing.
Het fundament van de uitspraak is gunstig voor Milieudefensie en vergelijkbare groepen. De Nederlandse rechter vindt bijvoorbeeld dat het klimaat een mensenrechtenkwestie is, en dat ook internationale bedrijven daaraan gebonden zijn. Shell en andere multinationals zijn verantwoordelijk voor hun gedrag.
Bouwend op dat fundament doet het Gerechtshof de specifieke uitspraak, dat de reductienorm van het IPCC van 45% minder ni 2030 voor de aarde als geheel geldt (dus gemiddeld), en dat noch de nationale en internationale wetgeving, noch de wetenschap, een bruikbaar antwoord geeft over hoe de gemiddelde norm vertaald moet worden naar specifieke sectoren en bedrijven. Rechters kunnen toetsen aan een norm, maar niet zelf een norm verzinnen. Dat is de taak van de politiek. De uitspraak van het Gerechtshof kun je lezen alsdat Milieudefensie een te wijd net uitgeworpen heeft. Opvallend is bijvoorbeeld dat het Gerechtshof stelt dat de specifiekere eis dat Shell geen nieuwe olie- en gasvelden mag openen, beter bespreekbaar zou zijn geweest. Maar deze eis was niet gesteld en het Gerechtshof kan in hoger beroep niets iets vinden van iets wat in eerste aanleg niet geëist is.
Het Gerechtshof maakt in zijn uitspraak melding van een groeiend geheel aan internationale wetgeving aangaande klimaat en bedrijven, vooral op EU-niveau. Het ETS is zo’n wetgeving, waarin een algemene methodiek wordt opgelegd aan categorieën bedrijven. Dat systeem werkt tegenwoordig heel behoorlijk.
Toekomstige acties zijn door deze actie niet hopeloos geworden. Maar altijd moet de vraag beantwoord worden of de actie een meer politiek, of een meer juridisch karakter heeft.
Jelmer Mommers heeft in de Correspondent aandacht aan het vonnis besteed. In strijd met mijn gewoonte (normaliter jat ik niet en schrijf ik mijn teksten zelf, maar dit is een speciale gelegenheid) druk ik hieronder de tekst van Mommers af. Bovendien is de tekst vrij op internet te vinden.
Hoe graag milieuorganisaties het ook willen: de Nederlandse rechter kan en wil een multinational als Shell niet dwingen tot minder uitstoot. Die taak ligt echt bij de internationale politiek.
Achter de vele rechtszaken die milieuorganisaties de afgelopen jaren hebben gevoerd over klimaat en natuur, steekt steeds één verlangen. Het verlangen naar een rechter die paal en perk stelt aan praktijken die al lang niet meer kunnen.
Dit [vul hier vervuilend gedrag in van een overheid of een bedrijf] kan niet meer door de beugel. Het moet stoppen.
Soms kan een rechter zo’n grens stellen. In de Urgenda-zaak tegen de Nederlandse staat bijvoorbeeld. Daarin werd in 2019 door de Hoge Raad bepaald dat bescherming van inwoners tegen weersextremen en andere gevaarlijke gevolgen van klimaatverandering een mensenrecht is. Staten hebben de plicht om dat mensenrecht te beschermen door afdoende klimaatbeleid te voeren. Nederland deed dat niet, dus won Urgenda en moest de overheid aan de bak
Maar soms kan of wil de rechter zo’n duidelijke grens niet trekken. De uitspraak van deze dinsdag in de klimaatzaak van Milieudefensie tegen Shell laat dat zien – dat er grenzen zijn aan de grenzen die een rechter kan trekken.
Waarom Shell nu niet veroordeeld is
Milieudefensie eiste in 2019 dat Shell zijn uitstoot in 2030 met 45 procent zou verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. De rechtbank ging daar in 2021 in een uniek en baanbrekend vonnis in mee. Maar het gerechtshof oordeelt nu in hoger beroep dat die specifieke verplichting toch niet op Shell rust.
Het is niet dat het hof onwelwillend staat tegenover de argumenten van Milieudefensie, integendeel. In het arrest staat namelijk dat Shell wel degelijk de plicht en verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan het beperken van de klimaatopwarming.* Multinationals zijn, net als staten, verantwoordelijk voor hun ‘gedrag’: zij mogen niet doelbewust bijdragen aan schendingen van mensenrechten, ook niet als die het gevolg zijn van de verkoop van olie en gas.
De erkenning van deze plicht is winst.
Shell Pernis (eigen foto Shell)
Maar wat het gerechtshof in Den Haag zegt níét te kunnen, is die algemene plicht van Shell vertalen naar een specifiek reductiepercentage dat in een bepaald jaar gehaald moet worden.
Om een maximale opwarming van 1,5 graad Celsius binnen bereik te houden, zou de gemiddelde wereldwijde uitstoot in 2030 met 45 procent moeten zijn verminderd ten opzichte van 2010, zei het toonaangevende VN-klimaatwetenschapsrapport IPCC eerder.
Maar het hof neemt afstand van het vonnis uit 2021 waarin dat gemiddelde percentage ook van toepassing werd verklaard op Shell. Milieudefensie heeft niet duidelijk genoeg aangetoond waarom Shell zich aan dat percentage zou moeten houden, aldus het arrest.
Dat oordeel is teleurstellend voor Milieudefensie, maar wel goed te volgen. Want Shell is een bedrijf dat wereldwijd olie en (steeds meer) gas verkoopt. Het concurreert daarbij onder meer met producenten en verstokers van steenkool, een viezere en goedkopere brandstof dan gas om stroom mee op te wekken.
Om de gemiddelde wereldwijde uitstoot met 45 procent te verminderen, zou het dan ook logisch zijn om steenkoolproducenten een hogere reductieverplichting op te leggen en de handelaars in gas een lagere. Er zijn ook sectoren die harder moeten lopen dan andere om de wereldwijde doelen te halen, omdat verduurzamen in de ene sector (zoals de elektriciteitssector) veel makkelijker is dan in de andere (zoals cementproductie). Daarover is geen discussie.
Maar volgens het gerechtshof is er wél discussie over wat specifieke sectoren in welk jaar zouden moeten hebben bereikt. Het parcours waar de wereld als geheel zich op moet begeven is duidelijk (snel minder uitstoten), maar wat daarin de plicht is van de olie- en gassector, laat staan van één oliebedrijf – daarover is geen consensus. Scenario’s noch de beleidsplannen van landen geven een duidelijk antwoord op die vraag.
Bovendien is het beleid van veel overheden, bijvoorbeeld die in de Europese Unie, er vaak juist op gericht om via een stijgende CO2-prijsuiteindelijk alle sectoren van de economie te vergroenen. Een strenge reductieverplichting voor een individueel bedrijf, of voor een sector, past daar niet bij.
En daar komt nog bij, oordeelt het hof, dat een opgelegde reductie voor Shell mogelijk niet effectief zou zijn, omdat andere producenten en handelaren in olie en gas paraat staan om marktaandeel van Shell over te nemen.
Met andere woorden: Shell kan wel activiteiten afstoten of opschorten om aan het vonnis te voldoen, maar het blijft onzeker of het klimaat daar iets mee zou opschieten.
Het percentage dat niet bleef plakken
Bij gebrek aan één internationale norm voor de olie- en gassector, en bij gebrek aan bewezen effectiviteit van een vonnis, kan het hof Shell dus niet veroordelen, luidt de uitspraak.
Wat dit laat zien? Zolang er geen consensus is over de precieze reductiepercentages die verschillende internationaal opererende sectoren moeten volgen, kun je niet van een nationale rechter verwachten dat zij zo’n percentage wél oplegt aan een specifiek bedrijf. Dat weten we nu.
Dat wil níét zeggen dat Shell ineens een voorbeeldig bedrijf is dat alle lof verdient omdat het zich zo netjes aan de wet houdt: de honger van de olie- en gasgigant naar almaar meer winst ten koste van toekomstige generaties is en blijft immoreel en onrechtvaardig. Zoals het gebruik van fossiele brandstoffen dat ook is.
Het hof suggereert nota bene zelf dat als Milieudefensie een eis had gesteld over Shells toekomstige olie- en gaswinning – over het feit dat het bedrijf telkens nieuwe bronnen aanboort terwijl de uitstoot al zou moeten dalen – daar misschien wél een veroordeling over mogelijk was geweest.
Maar dat deed Milieudefensie niet. Milieudefensie klampte zich vast aan een percentage. Een wereldwijd gemiddelde, dat het van toepassing verklaarde op één bedrijf. Dat was altijd de zwakke plek in deze zaak, en in het vonnis uit 2021. Shell dook erop, en won. De kans lijkt mij klein dat de Hoge Raad, als Milieudefensie in cassatie gaat, hier anders over zal oordelen.
Ik zelf bij een Shellactie van Milieudefensie op 19 mei 2018
Wie wat moet doen blijft een politieke vraag
Deze uitspraak betekent niet dat alle klimaat- en milieuzaken, ook die over bijvoorbeeld stikstof, nu gedoemd zijn te falen. Het betekent alleen dat de vraag wie wat moet doen in de energietransitie voorlopig een politieke vraag is en blijft.
Een vraag die door experts, wetenschappers, nationale overheden en de internationale gemeenschap duidelijker moet worden beantwoord.
In zekere zin is het vonnis dus een afspiegeling van het feit dat er over de precieze verantwoordelijkheid van grote ondernemingen in de klimaatopgave geen consensus is. Logisch ook, want daarbij gaat het over de verdeling van verantwoordelijkheden en plichten tussen sectoren en landen, tussen private en publieke spelers. Het idee dat een nationale rechter helderheid kan scheppen in dat internationale kluwen van belangen en plichten, als een soort duizenddingendoekje tegen taaie klimaatpolitiek, blijkt beperkt houdbaar.
En misschien is dat maar goed ook. Want op zijn slechtst is het verlangen van milieuorganisaties naar een sterke rechter die grenzen stelt de juridische versie van het verlangen naar een ‘sterke man’ in de politiek.
Er gaat het idee aan vooraf dat het debat nu wel gevoerd is, dat er genoeg feiten op tafel liggen, en dat het nu een kwestie is van afdwingen wat allang had moeten gebeuren. Als de democratische elite het nalaat, moet een autoritaire leider het maar doen. Als de politiek het nalaat, moet de rechter het maar doen.
Het arrest van deze dinsdag laat zien dat rechters daar niet altijd in meegaan, omdat dat hun rol niet is. Grenzen zijn dingen die mensen maken, of niet. Als mensen ze onvoldoende maken, kunnen rechters ze niet tevoorschijn toveren. En rechters die ondanks gebrekkig bewijs toch voorbarig een streep in het zand trekken, zoals de rechters in het vonnis in 2021 deden, kunnen later door andere rechters worden gecorrigeerd. De rechtsstaat werkt.
Boven de klimaattop in Azerbeidzjan die momenteel bezig is, hangt de donkere wolk van de verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten, die zijn land niet alleen wil terugtrekken uit het Klimaatakkoord van Parijs, maar mogelijk ook uit het raamwerk van de mondiale klimaatonderhandelingen, het VN-Klimaatverdrag uit 1992. Dat is een rampzalige herinnering aan dit feit: het debat ís niet gevoerd.
De feiten blijven veranderen, de strijd voor een leefbare aarde is en blijft politiek, en wie een grens wil stellen aan vervuilende praktijken, zal meer moeten doen dan procederen.
De Eindhovense groep van Milieudefensie heeft, in samenwerking met Milieudefensie landelijk, een Klimaatcafé georganiseerd op donderdag 19 september 2024. Het was tevens de eerste vormgeving van wat een nieuw format zou kunnen worden.
Deze eerste test is iedereen goed bevallen. Met bijna 60 mensen uit de regio zat de zaal van LAB-1 goed vol.
Tessa Hagen interviewde Donald Pols. Hij schetste waarom Milieudefensie de grote bedrijven in het algemeen, en Shell en daarna 29 bedrijven in het bijzonder, is gaan aanpakken. Die zenden, elk apart of samen, direct of indirect, onevenredig veel broeikasgassen de atmosfeer in. Geen van de bedrijven heeft een klimaatplan dat standhoudt in het licht van het Klimaatakkoord van Parijs, al zijn er binnen dat ‘onvoldoende’ gradaties. Vijf bedrijven hebben toegezegd dat ze een plan gaan maken dat er wel aan voldoet. De meeste bedrijven proberen staande te houden dat het Klimaatakkoord alleen landen bindt, en geen bedrijven. Milieudefensie vindt dat bedrijven wel gebonden zijn. Dat is een uiterst principiële strijd.
Fossiele partijen hebben veel te verliezen en lobbyen zich suf. Onder andere om €40 miljard fossiele subdidies in stand te houden.
De bank ING is het volgende juridische doelwit. Net op de dag van het Klimaatcafé maakte ING in zijn Climate Progress Update zijn eerste kleine stapje bekend. De eerste analyse leert dat ING, direct of indirect, 250 Megaton broeikasgas uitstoot in plaats van de eerder bekende 50 Mton. Milieudefensie vindt dat te weinig ( https://milieudefensie.nl/actueel/nieuwe-klimaatrapport-ing-klinkt-groen-blijkt-toch-weer-vies ) en op deze basis gaat het proces door.
Donald Pols zei dat hij er teleurgesteld in was, dat bij Prinsjesdag de politiek er niet in geslaagd was om het debat ook over klimaat te laten gaan.
Tenslotte deed hij een dringend beroep op iedereen in de zaal, voor zo ver dat nog nodig was, om de milieu- en klimaatorganisaties te steunen met lidmaatschap en activiteit. Of dat nou Milieudefensie werd, of XR, of Greenpeace of Natuur en Milieu.
Op een vraag in die richting maakte Donald ook melding van de vele internationale contacten van Milieudefensie.
Tessa Hagen interviewt Donald Pols
Hierna interviewde Tessa de actieve leden van de lokale afdeling in Eindhoven van Milieudefensie, te weten Bernard Gerard en Dorry Elshout. De eerste boodschap is dat de lokale afdeling uiteraard de landelijke aanpak steunt (o.a. met een oproep aan religieuze organisaties in de regio om ondersteuner te worden van het ING-proces (zie https://eindhoven.milieudefensie.nl/religieuze-organisaties-2525-2/ ). Verder heeft de afdeling zelf ook, op een lager niveau, een handvol lokale bedrijven aangeschreven, wat o.a. resulteert in een aanstaand gesprek met DAF Trucks (dat inmiddels plaatsgevonden heeft). Milieudefensie Eindhoven participeert in de koepel van anti-vliegveldorganisaties Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), wat in deze relevant is omdat Eindhoven Airport dochteronderneming is van Schiphol. Tenslotte heeft de afdeling interesse in elk goed idee dat zich aandient, waaronder de kwaliteit van het oppervlaktewater. Dat laatste leverde al meteen twee mogelijke contacten op.
De laatst geïnterviewde persoon was een van Eindhovens Klimaatburgemeesters, Judith Lammers. Judith werkt vooral in de context van de lokale politiek en noemde bijvoorbeeld de unieke Eindhovense Klimaatverordening. In de regio lopen veel knappe koppen rond, maar de politiek is niet navenant knap. Er gaat nog teveel geld naar kleine of onhandige beslissingen. Ook werkt Judith veel op educatief terrein.
Daarna vond de pre-première plaats van de documentaire Once You Care. Die gaat over een bezoek van activisten (waaronder acteur en schrijver Gaite Jansen) aan de afgelopen aandeelhoudersvergadering van Unilever. Binnenkort is de (inmiddels uitverkochte) echte première. De trailer is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/once-you-care .
Na afloop van de avond werd er nog een tijdje nagepraat en zijn er enkele veelbelovende contacten gelegd.
Milieudefensie heeft aan de juridische actie tegen ING een publiekstour gekoppeld, ING On Tour. Die trapte op 06 maart 2024 af in Tivoli Vredenburg. Met zo’n 400 mensen zat de Hertz-zaal goed vol.
Milieudefensiedirecteur Pols legde nog eens de opzet en de urgentie van de 29 bedrijven-campagne uit. Hij hekelde in politieke bewoordingen de hand ophou-campagne van sommige bedrijven bij de overheid in plaats van bij hun aandeelhouders. Het Shell-vonnis is een aardverschuiving geweest. Pols zei dat ze inmiddels 20 CEO’s op bezoek gehad hadden, die sterk wisselende uitstralingen ten toon gespreid hadden. Maar “wij kunnen niet wachten”. Zie ook https://milieudefensie.nl/actueel/ing-in-bed-met-olie-en-gasbedrijven .
vlnr presentatrice Sofie van den Enk, Follow the Money-journalist Yara van Heugten, actieleider Peer de Rijk, en Universitair docent milieuaansprakelijkheidsrecht Tim Bleeker (VU)
Daarna een dialoog tussen bovenstaande sprekers over dat rechters, behalve de rechtsstaat, ook de uitkomsten van de democratie bewaken; over greenwashen; over dat Shell zich niet aan het vonnis houdt en nog steeds nieuw gas zoekt; over dat elk bedrijf een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft en zich niet achter anderen kan verschiolen.
Winnie Oussoren sprak een acieoproep uit en actirce Anniek Pheifer een ondersteuningsboodschap. Cabaratière Kiki Schippers (die heel goed kan zingen) en spoken word-artiest Lev Avitan zorgden voor een culturele ondersteuning.
Kiki Schippers
Anniek Pheifer
De volgende sessie van ING on Tour is op vrijdag 12 april, om 20.00 uur, in Debatpodium Arminius, Rotterdam . 12 april is de laatste zittingsdag van het hoger beroep van de Shell. De nadruk ligt dan op het Shellproces. Nadere informatie over deze sessie is te vinden op https://milieudefensie.nl/doe-mee/nazitting-shell .
Milieudefensie had op 11 juni 2022 zijn halfjaarlijkse Algemene Leden Vergadering (ALV). Ik had daarvoor drie moties ingediend, A, B en C. Alle drie hebben te maken met de concretisering van de klimaatstrijd door een goede koppeling van hernieuwbare energie in de Milieudefensiestrategie op te nemen. Tot nu toe is die opvallend afwezig.
Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard)
(Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).
Hier de belangrijkste argumenten voor en tegen en de uitslag van de stemming. Voor dit laatste is het van belang te weten dat 1001 leden van Milieudefensie voorafgaand aan de ALV digitaal gestemd hadden, en 17 tijdens de ALV op papier. Het overgrote deel vna de leden moest het doen met wat er zijdens mij en zijdens het bestuur op papier stond.
Motie A wil dat Milieudefensie steun aan de Regionale Energie Strategieën uitspreekt (en dus ook de kwantitatieve verplichtingen steunt) en naar situatiegebonden invulling streeft.
In reactie hierop stelde het bestuur van Milieudefensie dat men het dictum zag als ondersteuning van het eigen beleid, en dat dictum bolletje 3 al uitgevoerd was via de zeer recentelijk ontwikkelde website www.samenvooronzeleefomgeving.nl en via een, eveneens zeer recentelijk ontwikkelde, eigen toolbox over de omgevingswet (waarbij men dus aangenomen heeft dat die er inderdaad komt). Dit nu bleek onvoldoende als je op genoemde plaatsen ging kijken. De MilDef-toolbox is op zich een goed verhaal hoe je moet werken met de Omgevingswet, maar het is precies wat het woord zegt: een verzameling technieken en niet meer dan dat. Het geeft geen richting aan inhoudelijk denken. Straks weet een Mildef-afdeling precies hoe ze een windpark moeten tegenhouden, maar niet waarom ze dat wel of niet zouden moeten willen, of eventueel onder welke voorwaarden. De toolbox bevat geen inhoudelijkheden over wind- en zonneparken. De website www.samenvooronzeleefomgeving.nl zegt wel wat over wind- en zonneparken, maar dat blijft weinig, vaag en met tegenzin. Voor de website werkt Milieudefensie slechts samen met de natuurorganisaties en die vinden hernieuwbare energie meestal vooral een noodzakelijk kwaad. Daarmee beschermen ze mogelijk op korte termijn de natuur of de menselijke beleving daarvan, maar op de langere termijn doet de klimaatschade meer kwaad als het korte termijn-beleid goed doet. Mijn stelling is dat het bestuur van Milieudefensie met samenwerking met alleen maar natuurorganisaties zijn bondgenoten uiterst selectief kiest, en de complete wereld van bijvoorbeeld de energiecoöperaties compleet buiten beschouwing laat. Zodoende krijg je uiterst eenzijdige beoordelingscriteria. De leden van Milieudefensie steunden mijn motie met 94,7% van de stemmen.
Motie B wil dat Milieudefensie op landelijk niveau het gesprek aangaat met de koepel van energiecoöperaties om te kijken of deze partijen in positieve zin iets voor elkaar kunnen betekenen.
In reactie hierop stelde het bestuur dat het mijn opvatting deelde – ook al blijkt dat in praktijk tot nu toe uit niets. Als je voor de gein op de website van Milieudefensie de zoekterm “energiecoöperatie” invult, krijg je twee treffers van jaren oud en eentje die niks zegt – op de complete site. Hte bestuur stelt dat het de taak van de overheid is om het klimaatbeleid uit te voeren. Maar het probleem daarmee is dat als die overheid dat gaat doen (zoals in de RES-sen), ze op het terrein van de afdelingen van Milieudefensie komt – die er, zo blijkt, massaal of geen raad mee weten of helemaal niets mee doen. En, merkte het bestuur op. in de motie stond niet wat Milieudefensie moest gaan doen als het gesprek plaatsgevonden heeft – wat ik logisch vind, want je schrijft aan een open gesprek geen uitkomst voor. Hoe dan ook, het bestuur nam de motie over. De leden van Milieudefensie steunden mijn motie met 97,0% van de stemmen.
Motie C wil dat Milieudefensie het probleem onder ogen ziet dat verschillende ambites, die ook binnen Milieudefensie van waarde worden geacht, zowel elkaar versterkende als elkaar bevechtende ruimtelijke claims met zich meebrengen, en wil dat Milieudefensie een ruimtelijke visie ontwikkelt die afdelingen en OK-groepen in hun lokale en regionale werk kunnen hanteren.
Het bestuur stelde zich blijkbaar de vreselijkste tijdsinvestering voor als het een dergelijke ruimtelijke visie moest maken. Hoeft niet, ik wil het zelf nog wel doen. Ik heb benadrukt dat de visie voor intern gebruik bedoeld is en niet dient om bijvoorbeeld met het PBL te concurreren. Nederland stikt van de spanningsvelden: natuur, grondwater, oppervlaktewater, woningbouw, waterberging, energieproductie. Mijns inziens zijn de sleuteltermen multifunctioneel grondgebruik en verstandige compromissen (zie https://www.bjmgerard.nl/bomen-planten-of-zonneparken-aanleggen/ ). Zie bijvoorbeeld ook https://groenkennisnet.nl/nieuwsitem/zonneparken-ten-koste-van-biodiversiteit-1 Maar je kunt in die spanningsvelden alleen met overbruggende gedachten opereren als je er wat van weet. Bij een zonnepark bijvoorbeeld aan welke knoppen je draaien kunt: netto-bruto, hoge of lage opstellingen, Oost-west of zuidgericht of vertikaal, etc. Dat wisselt van situatie tot situatie (zie bijvoorbeeld https://www.bjmgerard.nl/solarecoplus/ ). Vandaar wat ik een ‘ruimtelijke visie’ genoemd heb, maar wat mogelijk een verkeerd begrepen term is. Lijkt me typisch iets voor een gesprek met de energiecoöperaties en met bijvoorbeeld Wageningen. Het bestuur ontraadde de motie met vette letters. De leden van Milieudefensie steunden mijn motie met 49,3% van de stemmen. Deze is dus net afgewezen. Veel maakt het niet uit, want vroeg of laat moet het bestuur er toch aan geloven. Milieudefensie is meer dan alleen maar een top down-campagneorganisatie en zal vroeg of laat ook op lokaal niveau wat moeten willen.