Shellproces Milieudefensie haalt tijdschrift Science

Het proces van Milieudefensie versus Shell heeft op veel plaatsen de aandacht getrokken.

Opmerkelijk is een flink artikel in Science. Science hoort bij de beroemdste wetenschappelijke tijdschriften ter wereld en onderzoekers  voelen zich heel vereerd  als een artikel geplaatst is. In dit geval betreft het onderzoekers va de London School of Economics and Political Science.
Het artikel is te vinden op https://www.science.org/doi/10.1126/science.adz4857 , maar het zit achter de betaalmuur. Ik heb het gekocht voor een paar tientjes en men kan het ook hieronder vinden.

Ik probeer hierna uit te leggen wat erin staat. Maar ik ben geen jurist, dus men moet zich niet op mij beroepen. Wie op verantwoorde wijze iets zeggen wil, moet het artikel zelf erbij pakken.

Integrated Assessment Model’s (IAM’s) zijn grote computermodellen waarin klimaatwetenschap, energiesystemen en economie gecombineerd worden.
Op basis van IAM’s gevoerde processen tegen regeringen, waarin bindende klimaatafspraken geëist werden, zijn vaak succesvol geweest (in Nederland bijvoorbeeld het Urgendaproces).

Milieudefensie was de eerste die een IAM inzette tegen een particulier bedrijf, in casu Shell. Dat werd in eerste instantie een succes, en in hoger beroep een gedeeltelijk succes.
In abstracto kreeg Milieudefensie ook in hoger beroep gelijk, maar in concreto wilde het Gerechtshof geen reductiedoel noemen omdat er geen wetenschappelijke consensus zou bestaan over een exact percentage dat toegepast zou moeten worden (in dit geval  45% minder in 2030 t.o.v. 2019 over scope-3, welke scope veruit de grootste post is)

Het dilemma van het Gerechtshof is illustratief voor een brede trend. Op verschillende plekken in de wereld probeert men regelgeving te definiëren die de klimaattransitie van particuliere ondernemingen moet inkaderen.
Een goed voorbeeld zijn de ‘Guidelines for multinational enterprises’ van de OECD. Die zijn niet rechtstreeks bindend, maar moeten door aangesloten staten in nationale wetgeving worden omgezet. Die moet dan op wetenschap gebaseerd zijn en gebaseerd zijn op het GHG-protocol, inclusief Scope-1, -2 en -3 -analyses ( een voorbeeld van een onderneming die dat doet, en hoe dat werkt,  is DAF Trucks, zie https://www.bjmgerard.nl/daf-trucks-en-milieudefensie-spreken-over-het-klimaat/ en andere artikelen).
Ook de EU probeert in zijn (onlangs helaas afgezwakte) CSDDD-wetgeving om aan ondernemingen boven bepaalde omvang-drempels verplichtingen op te leggen in de geest van de OECD-richtlijnen.

Het is voor regeringen een worsteling om wetten te maken die in praktijk werken. En dat is nodig omdat het aanklagen van ondernemingen inzake hun klimaatplan mondiaal steeds vaker voorkomt. Soms gebeurt dat om ze ter verantwoording te roepen voor het verleden (‘backward-looking’), soms om het toekomstig gedrag te beïnvloeden (‘forward-looking’). De Miieudefensiezaak is forward-looking en inmiddels lopen er mondiaal ruim 20 van die forward-looking zaken.

Hoewel het Gerechtshof een streep zetten door de concrete 45% reductie, sprak het wel een belangrijke overweging uit, namelijk dat olie- en gasbedrijven zich moeten buigen over het groeiende duidelijkheid dat geen enkele nieuwe olie- en gasbron verenigbaar is met het Parijs-akkoord. Maar omdat deze specifieke eis niet in het proces ingebracht was, kon het Gerechtshof daarover slechts een overweging formuleren en geen vonnis.
Milieudefensie heeft daarop, in een tweede klimaatzaak tegen Shell, dit verbod op nieuwe olie- en gasboringen  alsnog als een juridische eis op tafel gelegd.
Al eerder had Milieudefensie cassatie aangetekend tegen de uitslag van de eerste zaak.

Ik heb aan beide zaken aandacht geschonken in https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-dreigt-shell-met-klimaatzaak/ . Ik heb dit artikel voor deze gelegenheid geactualiseerd  t/m 15 jan 2026.

Milieudefensie heeft simpelweg de mondiale 45% GHG-reductie in 2030 t.o.v. 2019, waarover brede overeenstemming bestaat, omgezet in een sectorale verplichting aan de Shell als onderdeel van de olie- en gassector.  Het Gerechtshof ging hier niet in mee.

Maar de onderzoekers van de London School of Economics and Political Science vinden dat te kort door de bocht. Ze wijzen erop dat op sectorniveau, ook nu al, protocollen in ontwikkeling zijn die toch al op sectoraal niveau uitspraken doen zoals bijvoorbeeld  de Sectoral Decarbonization Approach (SDA). Die zijn er ook voor de olie- en gassector (scope-1, scope-2 en een deel van scope-3).
Enerzijds suggereren de onderzoekers dat het Gerechtshof meer met de al bestaande protocollen had kunnen doen, anderzijds erkennen ze dat de bestaande sectorale modellen inderdaad gebreken vertonen (te weinig theorie, kwetsbaarheden en te grofmazig).

Dit verdient verbetering. De onderzoekers noemen drie routes.

De eerste is dat mogelijk nog geen wetenschappelijke consensus is over precieze percentages, maar dat de verschillende modellen al wel tot een bandbreedte in de krimp  geleid hebben (zelfs Shell zag noodzaak  voor een reductie). Die bandbreedte liep in het Milieudefensieproces voor bijvoorbeeld gas van 30.1 tot 50.5% reductie. Het Gerechtshof had, in plaats van deze bandbreedte als bewijs voor een gebrek aan consensus te zien,  de ondergrens kunnen opleggen (dat is ook gebeurd in het Urgendaproces).

De tweede route is dat men zou kunnen kijken wat het kost om een ton CO2 uit de atmosfeer te houden (de Marginal Abatement Cost – MAC). Het IPCC heeft in zijn zesde Assessment 230 scenario’s doorgerekend om onder de 2oC te blijven,  en daar kwam een mediaan uit van $73 per ton CO2 . Alle maatregelen die per ton minder kosten dan een $73 zouden dan verplicht gesteld moeten worden.
Een dergelijk schema zou voordelen hebben: er zijn dan meer data beschikbaar zijn (robuustere maatregel) en dat je kunt differentiëren per sector (in plaats van elke sector 45%). Er zijn ook nadelen.
Deze benadering wordt in praktijk nog niet gebruikt en ontbrak in het Milieudefensie-proces.

De derde route is dat de rechter het aansprakelijkheidsrecht kan interpreteren dat de onderneming, op basis van het bestaande recht,  tot redelijke stappen gedwongen wordt die bij elkaar zoiets als een plan zijn. Het gaat dan om zoiets als minimum gedragsvoorschriften die opbouwen tot een soort transitieplanning. De onderzoekers noemen als voorbeeld de UK Transition Plan Taskforce.
Ook het Gerechtshof heeft het aansprakelijkheidsrecht geïnterpreteerd, maar dat leidde tot de beperkte uitspraak dat Shell de plicht heeft de klimaatverandering te verminderen. Dat had volgens de onderzoekers, tot een verdergaande uitspraak kunnen leiden.

Het Science-artikel eindigt met dat nu ondernemingen, wat betreft hun klimaatinspanningen, steeds vaker langs de juridische lat gelegd worden, een meer coherente en wetenschappelijke definitie van de klimaatinspanningen van kritisch belang is.

Luchtvaart verantwoordelijk voor bijna helft van Nederlandse klimaatopwarming in 2024

Contrails boven Eindhoven

Schipholwatch heeft op 10 januari een artikel gepubliceerd ‘Luchtvaart verantwoordelijk voor bijna helft van Nederlandse klimaatopwarming in 2024’ ( https://schipholwatch.nl/2026/01/10/luchtvaart-verantwoordelijk-voor-bijna-helft-van-nederlandse-klimaatopwarming-in-2024/ ). Het gaat om de hele Nederlandse luchtvaart, waarvan Schiphol het grootste effect heeft.
Het artikel is hieronder afgedrukt.


De Nederlandse luchtvaart heeft in 2024 opnieuw een buitensporig grote bijdrage geleverd aan de klimaatopwarming. Dat blijkt uit een nieuwe factsheet van Stichting S4R, gebaseerd op cijfers van het CBS.

De uitkomst is ronduit verontrustend: wanneer niet alleen CO₂ maar ook de andere opwarmende effecten van vliegen worden meegerekend, veroorzaakt de luchtvaart maar liefst 41,6 procent van alle Nederlandse klimaatopwarming. Geen enkele andere sector komt daarbij in de buurt.

Veel rapporten en beleidsstukken kijken uitsluitend naar CO₂-uitstoot. Maar vliegtuigen veroorzaken veel meer schade dan dat. Ze vormen vliegtuigstrepen, creëren extra hoge bewolking en stoten stikstofoxiden uit.

Deze effecten blijven korter in de atmosfeer dan CO₂, maar warmen de aarde juist veel sterker op, vooral in de eerste twintig jaar na de uitstoot. Daarom rekent de factsheet (op het eind van het artikel downloadbaar gemaakt) niet alleen met de gebruikelijke honderd jaar, maar ook met een zichtperiode van twintig jaar. Die kortere periode laat veel duidelijker zien wat vliegen op de korte termijn aanricht.

Schokkend
En dat beeld is schokkend. In 2024 was de luchtvaart verantwoordelijk voor 6,6 procent van alle Nederlandse CO₂-uitstoot. Maar zodra de niet‑CO₂‑effecten worden meegerekend, stijgt de bijdrage aan de totale opwarming naar 41,6 procent.

Zelfs wanneer de mildere honderdjaarsperiode wordt gebruikt, blijft de luchtvaart de grootste vervuiler, met een aandeel van 19,7 procent. Dat aandeel groeit bovendien: in 2023 was het nog 40,7 procent. De sector beweegt dus verder weg van de klimaatdoelen, in plaats van ernaartoe.

Sinds de jaren negentig daalt de uitstoot van de Nederlandse economie langzaam maar gestaag. De luchtvaart vormt daarop een uitzondering. Na de coronadip is de uitstoot weer snel gestegen en ligt deze ver boven het niveau van 1990. Volgens het huidige overheidsbeleid blijft de uitstoot tot minstens 2030 groeien. Terwijl andere sectoren hun best doen om te verminderen, blijft de luchtvaart de opwarming juist versnellen.

Wegmiddelen
De factsheet legt uit dat de klimaatimpact van vliegen vaak wordt onderschat omdat niet‑CO₂‑effecten meestal worden genegeerd of omdat er wordt gerekend met wereldwijde gemiddelden die niet representatief zijn voor de Nederlandse situatie. Ook zorgt de gebruikelijke honderdjaarsperiode ervoor dat de sterke kortetermijneffecten van vliegen worden weggemiddeld. Daarbij komt dat vliegen per reizigerskilometer extreem vervuilend is en dat de afstanden vaak groot zijn, waardoor de totale schade snel oploopt.

Sommigen vinden dat rekenen met een periode van twintig jaar de luchtvaart oneerlijk zwaar belast. Maar volgens de factsheet is deze periode juist realistischer. Sterke opwarming op korte termijn kan namelijk bijdragen aan het activeren van klimaatkantelpunten, met onomkeerbare schade tot gevolg. De honderdjaarsperiode maskeert deze risico’s en geeft een te rooskleurig beeld van de luchtvaartimpact. Bovendien is de komende twintig jaar precies de periode waarin Nederland klimaatneutraliteit moet bereiken. Het is dus logisch om juist naar deze termijn te kijken.

De luchtvaartsector wijst graag naar zogenaamde duurzame vliegtuigbrandstoffen als oplossing. Maar de factsheet maakt duidelijk dat dit geen realistische uitweg is. Bio‑SAF vraagt enorme hoeveelheden landbouwgrond en kan leiden tot ontbossing en concurrentie met voedselproductie. E‑SAF, gemaakt met groene waterstof, vraagt juist gigantische hoeveelheden duurzame energie — voor Nederland vergelijkbaar met tientallen kerncentrales of duizenden grote windturbines.

Geen enkele variant is volledig klimaatneutraal. Alleen hydrobehandelde fossiele kerosine kan iets minder vliegtuigstrepen veroorzaken, maar blijft fossiel en dus vervuilend. De sector kan dus niet blijven groeien onder het mom van “verduurzaming”.

Dalend CO₂‑plafond
Volgens de factsheet is het noodzakelijk dat de overheid een bindend en dalend CO₂‑plafond instelt voor de luchtvaart. Ook moet worden voorkomen dat bio‑SAF wordt ingezet, omdat dit te veel schade veroorzaakt. E‑SAF kan een rol spelen, maar alleen binnen de grenzen van de beschikbare duurzame energie. Voor het fossiele deel van de brandstof zou hydrobehandelde kerosine verplicht moeten worden. Daarnaast is krimp van de sector onvermijdelijk als Nederland zijn klimaatdoelen serieus neemt.

De luchtvaartsector zelf moet stoppen met greenwashing en met lobbyen tegen klimaatmaatregelen. Ook moet zij maatregelen invoeren om contrails te vermijden. Bedrijven en burgers kunnen bijdragen door alleen te vliegen wanneer het echt noodzakelijk is.

De nieuwe cijfers laten geen ruimte voor twijfel: de luchtvaart is veruit de grootste aanjager van klimaatopwarming in Nederland. Terwijl andere sectoren hun uitstoot verminderen, blijft de luchtvaart groeien en veroorzaakt zij bijna de helft van de totale opwarming op de korte termijn. Zonder stevige politieke keuzes — inclusief krimp — blijft Nederland zijn eigen klimaatdoelen saboteren. De feiten zijn duidelijk. Nu is het aan de overheid om te handelen.

Water op straat bij hevige regen: hoe diep en hoe lang?

Inleiding
In juli 2021 werd Limburg, en werden aangrenzende delen van België en Duitsland, getroffen door zulke hevige en langdurige regen dat grote gebieden langdurig onder water stonden. In Limburg bleven de effecten van deze ‘waterbom’ beperkt tot heel veel schade en ongemak, en België en Duitsland vielen daar bovenop ruim 200 doden. ( Overstromingen in Europa in juli 2021 – Wikipedia ).

De kans op een dergelijke waterbom wordt geschat op eens in de 300 a 1000 jaar, en dat is door het klimaat al enkele malen meer dan in (bijvoorbeeld) 1900. De kans is dus ten duidelijkste niet nul.

Ravage in Pepinster (B) na de overstroming van de Vesder en de Hoëgne (Wikipedia)

Deze, tot dan toe ongekende, gebeurtenis heeft de autoriteiten nog harder aan het denken gezet. “Nog harder”want  er werd al veel werk verzet.

Wat al bestond: het DPRA
Wat al bestond is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ( DPRA, zie https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/deltaplan/ ) . Op basis daarvan werden ‘DPRA-Stresstesten’ georganiseerd. De eerste ronde was in 2018, de tweede (verder ontwikkelde) ronde is vanaf 2025 ingepland.
In een DPRA-stresstest ( https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/ ) worden de grootheden wateroverlast, hitte, droogte en overstroming geanalyseerd. Dit verhaal gaat over wateroverlast (dat is als het water in een gebied van boven komt)  en overstroming (dat is als het water van opzij komt). Juli 2021 was in Limburg meer overstroming dan wateroverlast.

Een DPRA-stresstest is bedoeld voor hevige, korte en lokale piekbuien. Dat is waar bijvoorbeeld een gemeente als regel mee te maken heeft. Bijvoorbeeld of de riolering het houdt. Een DPRA-stresstest is vooral in de bebouwde omgeving nog steeds heel zinvol.
Toegang tot de eerste ronde DPRA-stresstesten is mogelijk via https://klimaatadaptatienederland.nl/stresstest/monitor/ . Je  kunt je gemeente op de kaart aanklikken (bijvoorbeeld Eindhoven). Links van de kaart verschijnt een kolom en de link naar het rapport werkt. Je krijgt dan de stresstest dd 2017 voor de MRE-regio ZO Brabant.
Dit is bijvoorbeeld de (helaas moeilijk leesbare) wateroverlastkaart voor het MRE-gebied.

Zo is er ook een kaart voor de (hier niet behandelde) onderwerpen hitte en droogte.

De monitorkaart geeft, desgewenst, ook een link naar een website van de provincie Noord-Brabant.

De BovenRegionale Stresstest (BRS)
In de op korte en hevige lokale buien ingerichte DPRA-cyclus, die men bezig is op te bouwen, werd ‘ingebroken’ door de langdurige, hevige en over een groot gebied verspreide regenval in en rond Limburg. Het overheidsdenken moest worden uitgebreid en dat gebeurt.

Een artikel hierover op deze site dd het begin van deze ontwikkeling is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/als-de-volgende-waterbom-op-oost-brabant-valt/  . In dat artikel een link naar een siteartikel over de klimaatmechanismes in dit soort heftige situaties https://www.bjmgerard.nl/waarom-de-limburgse-over-stroming-een-klimaatcomponent-had-en-hoe-dat-werkt/ .

Aan de kleinschalige regionale DPRA-stresstesten (zoals die in het MRE-gebied) is een grootschalige opzet toegevoegd. Daartoe is Nederland in 13 ‘boven-regio’s’ verdeeld. Daarvan liggen er twee in Brabant: ruwweg Tilburg en oostelijk is NBrabant-Oost en westelijk van Tilburg is Brabantse Delta.
Het ligt bestuurlijk in zoverre simpel dat de bestuurlijke netwerken al bestaan. Het Kennisportaal Klimaatadaptatie, met de aanhangende overheden,  pakt de nieuwe taken er gewoon bij  ( https://klimaatadaptatienederland.nl/ ). Publicatie vindt plaats in https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/grootschalige-extreme-regen (waaruit onderstaande afbeeldingen afkomstig zijn). Het document is opgesteld door de provincies, de waterschappen en enkele ingenieursbureau’s.
Wie in meer onderwerpen geïnteresseerd is dan alleen dit specifieke onderwerp ‘grootschalige extreme regen, kan terecht op https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartviewer (daar kunje diverse lagen aanvinken).

Er is ook weer modelmatig gerekend, in eerste instantie vanuit de aparte ‘boven-regio’s’. Er is een gestandaardiseerde ‘basisgebeurtenis’ gedefinieerd die inhoudt dat bij elk van de twee Brabantse ‘boven-regio’s’ er (uniform) over het hele gebied in 48 uur 200mm regen valt (dat is iets meer mm dan in 2021 in Limburg en nabijgelegen België en Duitsland).  De grondwaterstand is ‘hoogst gemiddeld”, de waterstand op de Maas is gemiddeld, riolering en infiltratie in stedelijk gebied zijn versimpeld meegenomen, het watersysteem functioneert zoals bedoeld en dus ongestoord,  er zijn geen noodmaatregelen en instroom uit België is niet meegenomen. Wie de Brabantse uitkomsten zo wetenschappelijk mogelijk wil zien, moet kijken op Noord-Brabant Oost en Brabantse Delta .

Hierboven het plaatje voor NBrabant-oost als geheel. Hieronder uitvergroot (links) het Dommelsysteem van Waalre tot Son en Breugel, en (rechts) de situatie ten Zuiden van Den Bosch.
De wetenschappelijke kaart staat bewust geen hogere resolutie toe dan die welke hier gehanteerd is. De grootschalige kennis gaat ten koste van de kleinschalige kennis van bijvoorbeeld de rioleringen. Men wil bewust geen uitspraken doen op postcodeniveau
Voor kleinschaliger kennis blijven de eerdere DPRA-stresstesten beter bruikbaar )

Het landelijke waterbeeld
De volgende grootte-stap omhoog is om een plaatje te maken op nationaal niveau. Daartoe zijn de uitkomsten van de 13 ‘boven-regio’s’ op creatieve wijze gecombineerd tot een landelijk ‘waterbeeld’ en dat haalde op 07 nov 2025 het Eindhovens Dagblad ( bij-extreme-regen-staat-in-delen-van-eindhoven-meer-dan-een-meter-water , artikel van Lucas van Houtert).
De documentatie bij onderstaand landelijk ‘waterbeeld’ maakt helaas niet duidelijk hoe dat combineren bij Deltares plaatsgevonden heeft. Het is een beetje een mistige procedureschets.
Je zou denken dat men voor onderstaand plaatje gedaan heeft of het in alle 13 gebieden tegelijk in 48 uur 200mm geregend heeft, maar dat staat er niet. Verder ligt het voor de hand dat water uit de ene ‘boven-regio’ invloed heeft op water in de andere ‘boven-regio’ (bijvoorbeeld via de stand van de Maas), maar ook dat wordt, in elk geval in de communicatie met de algemene buitenwereld, niet uitgelegd.
Het zij zo. Men kan de kaart het beste indicatief opvatten en dat is inderdaad de bedoeling van het concept.

Indicatief blijkt al wel dat er grofweg twee soorten probleemgebieden zijn: hoog Nederland en laag Nederland.
In Hoog Nederland is de afvoercapaciteit van de natuurlijke waterlopen, met daarin voorkomende obstakels, het probleem. De effecten zijn lokaal, het water kan diep zijn, en het kan kort of lang duren.
In Laag Nederland (wat vaak ingericht is op het afvoeren van water binnen de beperkingen van het gemaalsysteem) is de waterdiepte gering over grote oppervlakken, en dat kan weken duren.

De auteurs leggen ook uit wat je niet met bovenstaande  kaart kunt. De kaart bevat als het ware alleen maar natuurkunde: hoe diep het water in bepaalde gebieden ruwweg is, en hoe lang het er ruwweg blijft staan. De inschatting van de maatschappelijke gevolgen moet nog beginnen, en nog meer de keuzes die daarbij gemaakt moeten worden.
Moeten er bijvoorbeeld woonwijken geëvacueerd worden?
Kan er een ziekenhuis onder lopen? En dan?
Kan de A2 bij Den Bosch opnieuw onderlopen? En dan?
Idem het (straks) ondergrondse busstation van Eindhoven?
Wat als het spooremplacement van Amersfoort onderloopt?

Enzovoort. Er liggen nog een heleboel forse fysieke, organisatorische en financiele uitdagingen.
Misschien ook wat meer doen aan een belangrijke verergerende factor  van het probleem, het klimaat?

Avond over voedselsysteem  en AHeijn-petitie

Milieudefensie Eindhoven eo. Heeft op 26 november 2025 een avond georganiseerd over het voedselsysteem en de, daarmee samenhangende, Albert Heijn-petitie. Het was in Lab-1.

Eerst bracht Mathilde de Jeu van de landelijke staf van Milieudefensie een presentatie over het voedselsysteem en de rol van de supermarkten daarin. Onder aan dit bericht is deze presentatie downloadbaar.
Het gaat over de verdeling van de broeikasgasuitstoot over de onderdelen van het voedselsysteem met als categorieën o.a. de boerderij, verpakkingen, transport, ontbossing en landdegradatie, en afval (lijst niet compleet, zie de presentatie)
De supermarkten zijn een soort poortwachter voor dit systeem, en hebben dus een belangrijke functie die ze niet adequaat invullen. De uitstoot over de hele voedselketen zou moeten halveren, maar daalt niet of nauwelijks of stijgt  soms zelfs.

(kort na deze avond kwam de Superlijst Groen 2025 uit, die een en ander cijfermatig onderbouwt. De Lidl komt van de grote ketens er veruit het beste uit. Zie https://milieudefensie.nl/actueel/superlist-report-nl-environment-2025-nl.pdf )

Na Mathilde de Jeu sprak Edwin Grootens, ook van de landelijke staf van Milieudefensie, over de Albert Heijn-petitie. Elders op deze site is daar meer over te lezen.

Tot slot heb ik verteld over waar de afdeling Eindhoven van Milieudefensie mee bezig is. Dat betreft op de eerste plaats de Albert Heijn-campagne (die vier dagen eerder van start gegaan was), medewerking aan demonstraties, andere bedrijf-en-klimaatzaken, maar ook het oppervlaktewater.
Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-trapt-a-heijn-actie-af/ .

Tijdens de avond zijn enige tientallen ‘Smoestuintjes’ uitgezet.

De presentatie is hieronder te vinden.

Rijkswaterstaat experimenteert met duurzaam

Soms werkt een instantie onverstoorbaar door aan klimaatoplossingen en opschoning  van het milieu, zonder dat zich daar allerlei rechtsradicaal getetter tegen aan bemoeit. Bij Rijkswaterstaat (RWS) zie je dat. Men kan vinden dat RWS teveel wegen aangelegd heeft en nog legt, men kan vinden dat RWS de bestaande infrastructuur verwaarloosd heeft, maar deze meningen moeten in alle gevallen aan de politiek geadresseerd worden.
Rijkswaterstaat wil in 2030 klimaatneutraal zijn en alle benodigde elektriciteit dan zelf opwekken( https://www.rijkswaterstaat.nl/leefomgeving/energie-en-klimaat ) . Het verhaal als geheel is best wel interessant, maar in dit artikel een verbijzondering naar wegen, specifiek naar het innovatieprogramma innovA58 .

Directe aanleiding was een artikel in het Eindhovens Dagblad van 14 nov 2025 van Ruud Spoor, dat ik eenieder aanraad op wat-staat-daar-toch-naast-de-a58 . Het artikel gaat specifiek over de InnovA58 – proeftuin op en langs de A58 bij Oirschot, en dan op een specifiek persbericht dd 21 okt 2025 ( A58-start-testfase-vier-innovaties-tegen-stikstof-en-fijnstof )
InnovA58 omvat echter meer dan alleen maar de onderwerpen stikstof en fijn stof, en is sowieso niet de enige research-inspanning waarbij RWS betrokken is. Een ander initiatief  bijvoorbeeld betreft de ontwikkeling van fossielvrij asfalt (zie ook, voor een artikel uit 2023 op deze site, heeft-de-ouderwetse-asfaltcentrale-zijn-langste-tijd-gehad ).

Ik  ga er niet van uit dat het wondermiddelen zullen blijken te zijn (ik ben altijd een beetje sceptisch bij dit soort claims). Maar als ze werken, werken ze in elk geval de goede kant op. Hopelijk in significante mate.

Een beetje in het, ruim beschikbare, materiaal rondgeneusd.

De off grid-lichtmast op zonneenergie (Persbericht 15  nov 2025)

In de winter 2024-2025 testte RWS duurzame verlichting van Soluxio / Nedal bij InnovA58. De lichtmasten worden binnenkort geplaatst langs de A67.
De lichtmast bleek een goede oplossing voor locaties waar geen aansluiting op het bestaande elektriciteitsnet mogelijk is. De  mast werkt volledig op zonne-energie en slaat dit voor de nacht op in een ingebouwde batterij. De mast blijkt betrouwbaar te functioneren en wekt voldoende energie op om continu verlichting te bieden op momenten dat dat nodig is.
De eerste toepassing langs de A67 hangt samen met de introductie van Bus-op-Vluchtstrook op deze weg. Wanneer lijnbussen tijdens de spits over de vluchtstrook mogen rijden, moeten weggebruikers bij pech van parkeerhavens gebruik kunnen maken. Voor de veiligheid moeten deze in het donker verlicht zijn. Langs een deel van de A67 staan geen lichtmasten en ligt er geen elektriciteitskabel langs de weg. De off-grid lichtmast vormt hier een perfecte oplossing.

Anti-stikstof en fijn stof maatregelen
Vier ondernemingen bieden oplossingen aan om op InnovA58 te testen:

  • Het Italiaanse E-Bufaga werkt met filters en ventilatoren om fijn stof en, naar men zegt, ook stikstof uit de lucht te vangen. De website bufaga.com is weinig informatief over hoe ze dat doen. Wel wordt bestaande ervaring op serieuze projecten benoemd.
  • Bureau MIS7  biedt zijn Photofoboa-project aan ( mis7.nl/project/photobia/ ): een  geïntegreerd luchtreinigingssysteem in de geleiderail. Fijnstof wordt verwijderd via een elektrostatisch filter en stikstof wordt afgebroken met UV-licht en een fotokatalytische TiO2-coating.
    Volgens de eigen website moet dit systeem nog worden ontwikkeld.
  • Mycofarming is een startup vanuit de VU die schimmels willen kweken die stikstof en fosfor uit het water halen, en daarna als biomassa geoogst worden. ( mycofarming.nl en VUfonds_van-schimmel-tot-oplossing ) De schimmels moeten gaan groeien in zakken met hooi of houtsnippers die in het water gelegd worden van bijvoorbeeld de sloot langs de snelweg. De websites zijn weinig informatief over hoe men zich de business case moet voorstellen.
  • Reinasan BV wil een innovatieve versie van een fotokatalytische coating (TiO2 ) die onder invloed van UV uit zonlicht de stikstofoxiden afbreekt. Het is een wit pigment (titaanwit) op basis waarvan verf kan worden gemaakt. Eenmaal aangebracht (bijvoorbeeld op geluidsschermen of bruggen) houdt die het heel lang uit.
    Op zichzelf staat de fotokatalytische werking van TiO2  op stikstofoxides vast ( TiO2 en stikstofoxides_TUe ). Bij voorkeur in combinatie met water ontstaan in principe krachtige radicalen die de stikstofoxides verder oxideren tot in water opgelost nitraat. In hoeverre witte titaanverf op een geluidsscherm zich, met name bij droog weer, gedraagt zoals bedoeld, moet uit het onderzoek blijken.
    Reinasan BV ( https://reinasan.nl/ )  is een onderneming die zich vooral richt op het schoonhouden van oppervlakken, en niet op het bestrijden van luchtvervuiling.

De ervaring moet leren in hoeverre deze experimenten daadwerkelijk een deuk in de stikstofoxiden-boter slaan. Het testen is in elk geval een goede zaak.
Wie overigens nog een goed idee in de aanbieding heeft, kan bij RWS terecht.

Biobased asfalt
Rijkswaterstaat (RWS) wil van fossiel asfalt af. Daaraan wordt gewerkt in het eerder genoemd  publiek-private consortium Circuroad ( Circuroad ) . Het bindmiddel van het zand en grind moet plantaardig worden (zoals  restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en de landbouw).
Op het InnovA58-compex liggen drie proefvakken met deze alternatieve asfaltsoorten.

In deze proefvakken zijn sensoren aangebracht, die permanent de conditie van het asfalt in de gaten houden ( Slimme-sensoren-geven-asfalt-een-stem en CIRCUROAD mijlpaal: proefvakken met biobased asfalt bij InnovA58). Op het laatste adres kan men ook de namen en inbreng van de deelnemende bedrijven vinden. 
Latexfalt bijvoorbeeld biedt niet-fossiele bindmiddelen aan op latexfalt_bindmiddelen-van-de-toekomst (voorlopige pagina) en van daaruit modiseal-full_bio  .
Esha biedt een bio-bindmiddel aan op esha.nl/asfalt-productie-en-verwerking/bio-bindmiddelen .
BituNed biedt een 100% biobindmiddel aan op bituned.nl/sealoflex-bio .

Er zit beweging in het onderwerp.

Update dd 08 december 2025

Op 05 december 2025 kondigden, Rijk, provincies en gemeenten aan dat ze een alliantie vormen om de kwaliteit en levensduur van asfalt te verbeteren en om de asfaltproductie te verduurzamen.
Het persbericht daarover van het Ministerie van I&W is te vinden op https://www.nieuwsienw.nl/home_old1717146098/3177211.aspx . Het persbericht van de bron is te vinden op https://www.duurzame-infra.nl/actueel/nieuws/2025/12/04/overheden-bundelen-krachten-voor-een-toekomstbestendige-asfaltketen .

 .

Milieudefensie trapt A Heijn-actie af

Op zaterdag 22 november 2025 heeft Milieudefensie op 31 locaties in Nederland de Albert Heijn – petitie-actie afgetrapt.
Ik heb georganiseerd aan, en meegeholpen met de actie bij de Albert Heijn in het Winkelcentrum Woensel in Eindhoven. Zie hierboven. We hebben daar 165 Smoestuintjes uitgezet en een tiental direct ingevulde petities. Smoestuintjes lijken op de ‘moestuintjes’ van Albert Heijn, maar zijn ‘smoes’ omdat Albert Heijn een hoop PR tegen zijn imago aangooit, maar niet of nauwelijks levert wat de onderneming belooft.

De petitietekst, waar je voor kunt tekenen, is:

Daarom roepen wij Albert Heijn en Ahold Delhaize op:
 Neem je verantwoordelijkheid als grote speler en verminder je uitstoot.
 Maak plantaardig eten de makkelijke, betaalbare keuze voor iedereen.
 Maak biologische producten geen luxe, maar betaalbaar voor iedereen.

Inhoudelijke informatie op www.milieudefensie.nl/albert-heijn en daar de ‘veelgestelde vragen’.

Hieronder wat plaatjes van een smoestuintje (de ‘ribbe’ is ongeveer 7cm)..

Als je ook wilt meedoen, ga naar bit.ly/smoestuintjes
Onder op de smoestuintjes staat een QR-code (zie hieronder) die na inscannen bij hetzelfde adres uitkomt.

EU-consumentenrecht verbiedt misleidende duurzaamheidsclaims van o.a. Transavia, Ryanair en WizzAir

Er lopen twee processen tegelijk.

Het ICPEN (International Consumer Protection and Enforcement Network, https://www.icpen.org/ ) is een internationale organisatie waarin ruim 70 organisaties zitten die de consument moeten beschermen. Voor Nederland is de Autoriteit Consument en Markt,  ACM, lid ( https://www.acm.nl/nl ).  17 van deze organisaties (zowel organisaties binnen als buiten Europa) hebben op 22 mei 2025 een open brief geschreven aan een groot aantal luchtvaartmaatschappijen. Het protest in de open brief ging over onbewezen duurzaamheidsclaims die de luchtvaartmaatschappijen de wereld inslingeren.
Een samenvatting van de open brief van het ICPEN is op de site van de ACM te vinden ( internationale-toezichthouders-roepen-luchtvaartsector-op-om-duurzaamheidsclaims-te-controleren ). De Open Brief zelf is integraal te downloaden vis icpen.org/news/1420 .
De mondiale luchtvaartsector is goed voor ca 3% van de door mensen geloosde CO2 -emissie, aldus de ICPEN-brief. Daarnaast leidt het vliegen op grote hoogte ook tot opwarmende effecten, anders dan door CO2 . De sector groeit sterk, aldus het ICPEN,  en maatregelen zijn urgent nodig.
Consumenten die een vlucht boeken en het milieuaspect daarbij willen betrekken, moeten kunnen vertrouwen op de informatie van de luchtvaartmaatschappijen over hun duurzaamheidsinspanningen. Misleidende duurzaamheidsclaims schaden niet alleen consumenten, maar ook bedrijven die zich positief willen onderscheiden met hun duurzaamheidsinspanningen. Zij ondervinden oneerlijke concurrentie van bedrijven die misleidende duurzaamheidsclaims gebruiken. Aldus nog steeds het ICPEN.

Parallel aan het initiatief van het ICPEN is er ook een initiatief vanuit het consumentenrecht van de EU ( commission.europa.eu_consumer-protection-cooperation-regulation ). Dit Europese initiatief wordt in Nederland eveneens gedragen door de ACM. Vertrekpunt voor het EU-initiatief is een gezamenlijke actie na een klacht van de Europese consumentenorganisatie BEUC, waar de Consumentenbond deel van uitmaakt (zie acm.nl_acm-en-europese-consumententoezichthouders-luchtvaart-moet-stoppen-met-greenwashing ). We spreken dan over 30 april 2024.
In deze ‘CPC-actie’ worden 21 luchtvaartmaatschappijen aangesproken op misleidende duurzaamheidsclaims. Dat betreft de in de EU gevestigde ondernemingen Air Baltic, Air Dolomiti, Air France, Austrian Airlines, Brussels Airlines, Eurowings, Easyjet, Finnair, KLM, Lufthansa, Luxair, Norwegian, Ryanair, SAS, SWISS, TAP, Transavia France, Transavia CV, Volotea, Vueling, en Wizz Air.
Van hen vliegen Transavia, Ryanair en Wizz Air regelmatig op Eindhoven Airport.

In hun aanpak stellen de twee parallel lopende initiatieven vergelijkbare eisen, waarbij hier de formulering van de EU gevolgd wordt omdat die meer juridische kracht heeft en rechtstreeks uitwerking heeft op Nederlandse luchthavens, waaronder Eindhoven Airport.

Het EU-initiatief heeft verschillende misleidende duurzaamheidsclaims aangetroffen bij de Europese luchtvaartmaatschappijen. Zij zijn aangesproken op de volgende misleidende claims:

  • gebruik van absolute duurzaamheidsclaims als ‘duurzaam’, ‘groen’ en ‘verantwoordelijk’ en bijbehorende visuele claims als groene blaadjes.
  • suggestie wekken dat CO2-uitstoot van een vlucht vermindert of teniet kan worden gedaan door te investeren in klimaatprojecten of door extra te betalen voor ‘duurzame’ brandstof (‘sustainable aviation fuel’).
  • gebruik van term ‘duurzame’ brandstof zonder uit te leggen wat het duurzaamheidsvoordeel is. Ook moet duidelijk vermeld worden dat deze brandstof op dit moment nog maar zeer beperkt beschikbaar is en dus in zeer kleine hoeveelheden wordt gebruikt.
  • claimen dat de luchtvaart in de toekomst bepaalde duurzaamheidsdoelen gaat halen zonder uit te leggen welke stappen worden gezet en hoe dit wordt gecontroleerd.
  • consument een calculator bieden waarmee je je CO2-uitstoot van jouw vlucht kunt berekenen zonder onderbouwing van de gebruikte methode.
  • consumenten een vergelijking bieden van de CO2-uitstoot per vlucht zonder toelichting waarop dit is gebaseerd.

Op 06 november 2025 maakte de ACM bekend dat de 21 Europese luchtvaartmaatschappijen hun claim aanpassen ( 21-luchtvaartmaatschappijen-passen-misleidende-claims-aan-na-actie-europese-toezichthouders ).
De luchtvaartmaatschappijen hebben de volgende toezeggingen besproken:

  • te verduidelijken dat CO2-uitstoot van een vlucht niet vermindert of teniet kan worden gedaan door te investeren in klimaatprojecten of door extra te betalen voor alternatieve brandstoffen
  • de term ‘sustainable aviation fuels’ (SAF) alleen te gebruiken als dit voldoende wordt onderbouwd
  • als zij claims over duurzaamheidsinspanningen doen, mogen ze geen gebruikmaken van absolute claims als ‘duurzaam’ en bijbehorende visuele claims als groene blaadjes
  • claims over duurzaamheidsdoelen in de toekomst te onderbouwen
  • de berekening en vergelijking van CO2-uitstoot van een vlucht duidelijk weer te geven en te onderbouwen.

De meeste luchtvaartmaatschappijen hebben de aanpassingen doorgevoerd (onduidelijk is welke). De nationale toezichthouders zullen de aanpassingen die zijn toegezegd monitoren. Luchtvaartmaatschappijen die misleidende claims blijven gebruiken riskeren handhaving van de individuele EU-lidstaten.

Stijgend de emissies van de luchtvaart, dalend wat er nog geëmitteerd kan worden (Factshett Peeters-Melkert, Tweede Kamer, juni 2021)

Tussenstand ING-proces van Milieudefensie

Ik heb, met enkele andere mensen uit onze Eindhovense Milieudefensiegroep, de aanbieding van de dagvaarding, ter opening van een juridische klimaatprocedure tegen ING, bijgewoond. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/ .
Milieudefensie stuurde mij daarom op 10 nov 2025 een tussenbericht over hoe het ervoor stond. Ik heb hieronder dat tussenbericht, na enige niet-essentiële redactionele bewerking, afgedrukt.

Dagvaarding naar ING
Op 28 maart bezorgde Milieudefensie de dagvaarding samen met honderd veranderaars en mede-eisers bij het hoofdkantoor van ING. Dat gebeurde  in de vorm van een ‘stapel bewijs’ van 239 archiefdozen, symbolisch voor de 239 bewijsstukken die samen met de dagvaarding zelf het startschot vormden van onze klimaatzaak. Dit kunstwerk, ontworpen door Pauline Wiersema, maakt tot februari 2026 deel uit van de expositie Designing Democracy. In Need of New Dialogues , die tijdens de Dutch Design Week werd geopend.
Voor wat beeldmateriaal over deze expositie, zie https://www.bjmgerard.nl/ik-als-cocreerend-kunstenaar/

Er is veel interesse in deze klimaatzaak, wat onder andere bleek uit belangrijke internationale persaandacht voor onze zaak van bijvoorbeeld Bloomberg en Wall Street Journal  , en uit het feit dat de Milieudefensie On Tour op 10 april in TivoliVredenburg de grootste editie was tot nu toe.

Hoe gaat de rechtszaak nu verder?
De afgelopen weken heeft Milieudefensie met ING en de rechtbank overlegd over het vervolg van het proces. Er is afgesproken dat ING zijn antwoord op de dagvaarding, de zogenaamde ‘Conclusie van Antwoord’, op 18 februari inlevert bij zowel de rechtbank als bij Milieudefensie. Dit document zal honderden pagina’s bevatten met argumenten van ING, waarschijnlijk ook vergezeld door honderden bewijsstukken. Nadat ING zijn stukken heeft ingeleverd, zal Milieudefensie, samen met ING en de rechtbank, beslissen over het vervolg van het proces, zoals wanneer de hoorzittingen zullen zijn.

Recent heeft de Franse bank BNP Paribas in een vergelijkbare klimaatzaak in Frankrijk hun Conclusie van Antwoord afgemaakt. Milieudefensie bestudeert deze nu, en doet voorbereidend onderzoek naar belangrijke thema’s in BNP’s argumentatie, omdat te verwachten valt  dat de argumenten van ING vergelijkbaar zullen zijn.

De campagne
Deze  rechtszaak zit nu dus even in een ‘wachtperiode’. Milieudefensie doet voorbereidend onderzoek en houdt de dossiers goed bij, maar wacht ook op antwoord van ING voordat er weer echt grote stappen gezet gaan worden in de rechtszaak.

Maar Milieudefensie is een campagneorganisatie – de organisatie doet veel meer dan rechtszaken alleen. Daarom zijn is Milieudefensie  nu bezig met de voorbereiding van een grote ING-campagne die eind dit jaar van start gaat. Nader nieuws volgt..

Ondertussen blijft Milieudefensie ook het slechte beleid en de vieze financieringen van ING aan het licht brengen. Zie hier bijvoorbeeld een onderzoek van Follow the Money  naar ING’s financiering van zogenaamde ‘carbon bombs’ en nieuwe olie- en gasvelden. Of hun onderzoek  naar zakelijke klanten van ING.

De trap op in De Bijlmer op weg naar het ING-kantoor

Klimaatdemonstratie op 26 okt 2025 trekt dik 45000 bezoekers

De bedoeling
Het was de bedoeling om kort voor de Tweede Kamerverkiezingen 2026 met een grote demonstratie aandacht te vragen voor het klimaat. Dat onderwerp heeft in de publieke opinie te lijden van het vele andere leed, en van de algemene verrechtsing van de politiek.

Zowel het middel (een grote demonstratie) als het doel (serieuze publiciteit) zijn bereikt.
Volgens de mede-organisator Milieudefensie waren er ruim 45000 mensen.
Het NOS-journaal besteedde er ruim aandacht aan, de geschreven pers zal wel volgen, en ik was te spreken over Nieuwsuur dat Milieudefensiedirecteur Donald Pols aan het woord liet ( Nieuwsuur 26 okt 2025 ) . Pols zei dat Europese bedrijven moesten concurreren op duurzaamheid, en niet goedkoper moesten proberen te zijn als China of vuiler als de VS.
EU-econoom,Sander Tordoir zei hierover ook nog verstandige dingen.

Ik laat het verder bij wat foto’s.

Foto van de KCC-site

Eindhoven e.o.
Ik was beheerder van de samenreis-app van Milieudefensie voor Eindhoven e.o., en ik was distributiepunt van promotiemateriaal voor deze regio. Ik raakte het materiaal op tijd kwijt 990 posters, 500 flyers en ca 140 stickers).
Aan mij de taak om iets collectiefs te verzinnen voor de heenreis. Er waren duidelijk te weinig mensen voor een bus, en de groepsticket van de NS werkt onhandig.  Vandaar het idee om een groepsfoto van de gezamenlijke afreizers te maken op de trap naar perron 5.
Zie hieronder.

Ik als cocreërend kunstenaar …

Dit vanwege de 51.000ste passant op mijn site (bruto). Dan altijd iets wat de normale kosmische orde der dingen ter discussie stelt, zoals nu ik als “cocreërend kunstenaar”.

Deze ongewone escapade zit als volgt in elkaar.

Op 28 maart 2025 heeft Milieudefensie demonstratief een dagvaarding bij ING neergelegd vanwege het financieren van klimaatschade. Ter deze gelegenheid was een fraaie constructie opgetuigd, waarmee men processiegewijze door de Bijlmer naar het hoofdkantoor van ING trok. Daar aangekomen bleef de bedrijfsleiding onzichtbaar. Zie https://www.bjmgerard.nl/milieudefensie-biedt-dagvaarding-ing-aan-bij-hoofdingang-directie-afwezig/  . Hieronder een plaatje.

–          –           –           –           –           –           –

‘Foundation we are’ is een ontwerpbureau met atelier- en expositieruimtes op het Eindhovense StrijpS, een voormalig bedrijfsterrein van Philips ( https://www.foundationweare.org/ ). De organisatie heeft zich toegelegd op ‘Civic Society’, informatiecultuur, bestuurssystemen, rechtvaardigheid in het  Anthropoceen (wat zoiets als ‘deze moderne tijd’ betekent), en de ethiek van de  Technologie. Dit alles in typisch designer-engels.

Nu nadert de Dutch Design Week (DDW) 2025 . Dat is altijd een drukke periode en met projecten over heel Eindhoven, waartussen van alles te vinden is op allerlei gebied,  van klein tot groot, van gratis tot betaald, van bescheiden tot pompeus,  en van humbug tot uiterst interessant.
Voor een bescheiden en zinvol project van 2024, zie https://www.bjmgerard.nl/maasklei-keramiek-dijkverzwaring-en-ruimte-voor-de-maas/ .

‘Foundation we are’ wil zijn bijdrage leveren, geheten ‘Designing Democracy’,  en een van de projecten in dat kader kwam voor rekening van kunstenares Pauline Wiersema ( https://pinopotato.com/ ). Pauline had ook meegebouwd aan de Amsterdamse dozenconstructie, dus die wist hoe het moest ( https://www.instagram.com/pinopotato/p/DH3jK2Lty8V/ ).
Pauline vond de Milieudefensie-aanpak bij ING een mooi voorbeeld van design-democratie en had als project om de dozenconstructie als kunstwerk in het atelier na te bouwen en dat gedurende de DDW (en een tijd daarna) tentoon te stellen.
Men kan het bewonderen op het (binnen)adres Torenallee 22-04 in Eindhoven.

Dat vroeg om heel  veel dozen die gevouwen moesten worden, om heel veel dubbelzijdig tape om ze zonder calamiteitenrisico te stapelen, om heel veel spanband (opvallende gifgroene kleur) en om behoorlijk wat ruimte. En dat vraagt ook om heel veel werk en of Milieudefensie kon helpen.

Ja. Er waren twee mensen van het landelijke bureau van Milieudefensie, en van de Eindhovense afdeling waren er Wen, Dorry, Marieke en ikzelf.
Hieronder wat tussentijdse foto’s van maandag, toen het kunstwerk nog  niet af was. Het is woensdag afgemaakt en ik zal het eindresultaat op deze locatie laten zien.

UIteindelijk het eindresultaat:

–          –           –           –           –           –           – 

In het atelier naast dat van de dozenconstructie werd, ook voor de DDW, aan levensechte bommen gewerkt, vakkundig nagemaakt maar dan in textiel.
Hoewel niet ons thema als Milieudefensie, toch twee foto’s