Het levenseinde van de windmolenwiek

Artist impression van de A58 met een geluidswal van windmolenbladen

Vooraf
Om de klimaatcrisis te bestrijden is stroom nodig die niet met fossiele brandstof wordt geproduceerd. Windturbines, zowel op het land als op zee, zijn daartoe onmisbaar.
Er is veel verzet tegen nieuwe windturbines op het land – een standpunt dat ik niet deel. Tegenstanders gebruiken in hun verzet eigenlijke en oneigenlijke argumenten.

Tegenstanders argumenteren onder andere dat het tot nu toe nu slecht geregeld is wat er op het eind van de levenscyclus met een windturbine gebeuren moet.
Dit argument is grotendeels onjuist, omdat op dit moment standaard ergens rond de 85 a 90% van een windmolen na definitieve afloop van zijn levensduur gerecycled wordt. ‘Definitief’ betekent hier dat herplaatsing elders of opknappen en repareren onmogelijk is gebleken.
Er is echter een reëel probleem met de overblijvende 10 a 15%, zijnde de wieken. Turbinewieken zijn ontworpen als wegwerpartikel, Tot nu toe eindigen die meestal op de stort of in de verbrandingsoven (bijvoorbeeld in cementovens).  Dat hoort niet zo te zijn. Afzonderlijke landen en de EU als geheel willen van deze praktijken af, met als terecht gevolg dat er sinds pakweg 2020 naar alternatieven gezocht wordt. Dat begint te lopen. Daarover gaat dit artikel.

Het gaat om forse getallen. Een windturbine gaat 20 tot 25 jaar mee, hetgeen betekent dat de oudste turbines nu ‘op de markt’ beginnen te komen. En ook dat het aanbod vrij redelijk te voorspellen is. Europa produceerde in 2025 60.000 ton wiek-afval en dat zal in het jaar 2050 oplopen tot 800.000 ton (aldus TNO op basis van WindEurope).

Enkele vormen van onderscheid vooraf.

Het eerste is of je curatief of preventief kijkt. Curatief gaat over wegwerpwieken die er al zijn (en die al afval zijn of dat worden), preventie gaat over nieuwe ontwerpen die al van tevoren op een hanteerbaar end of life-stadium ontworpen zijn.
Het tweede onderscheid is of een probleem vooral technisch is, of vooral economisch (en dan ook politiek). Dat zijn wezenlijk verschillende zaken die om wezenlijk verschillende oplossingen vragen. De recyclewereld wemelt van de goed bedoelde technische oplossingen, die het vervolgens op de vrije markt niet redden omdat het niet-duurzame aanbod goedkoper is (bijvoorbeeld bij plastic of textiel). Een verplichte verwijderingsbijdrage kan meer effect sorteren dan een briljante technische oplossing.
Het derde onderscheid (dat samenhangt met het tweede onderscheid) is hoever een beoogde oplossing is.
Voor brilliancy op laboratoriumschaal koop je  op zich weinig.

Curatief
Als je niet wil dumpen of zomaar verbranden, en als opknappen of de tweede handsmarkt geen oplossing is, kun je in Nederland bij twee clubs terecht. Het zijn alle samenwerkingsverbanden (consortia).

De ene is de Dutch Circular Value Chain (CVC). Daarbinnen doet Business in Wind de ontmanteling van de turbine, levert de jonge startup Dura Vermeer Urban Miner de (zeg maar) de bouwwerf en de bijbehorende ICT, en levert designbureau Superuse ontwerpen onder de handelsnaam Blade-Made. De GKB Group doet de feitelijke productie, The Footprinters reken uit wat de klimaat- en milieufootprint is, en New Citizen Design plakt alle taken aan elkaar. Wie het na wil lezen, zie https://blade-made.com/home/portfolio-items/the-netherlands/ .
Het consortium maakt wat met een mooi woord ‘Urban Furniture’ heet (ondanks alle Engels is het geheel een Nederlandse club). De clou is dat je in het uiteindelijke product de molenwiek terug herkent.
De openingsafbeelding is een artist impression van hoe de A58 bij Oirschot er uit zou kunnen zien. In werkelijkheid liggen er in de testomgeving Innova58 van Rijkswaterstaat twee wieken aan elkaar, samen 60m lang en 3 a 4 meter hoog. De eerste testresultaten zijn gunstig: het testscherm doet het even goed als een betonnen scherm van 3,3 meter hoog. Innova58 is sowieso een interessante innovatieomgeving, ook vanwege andere projecten ( https://www.innova58.nl/ )
Hieronder de met stukken windmolenwiek opgebouwde speeltuin Wikado in Rotterdam.

Speeltuin Wikado in Rotterdam

Het levert leuke resultaten, maar de vraag is wel of je er grote getallen mee haalt die nodig gaan zijn. (Rijkswaterstaat moet nog zo’n 40 a 50km geluidsscherm opleveren).

Het alternatief voor wiekenmateriaal niet afbreken is wiekenmateriaal wel afbreken.

Kort door de bocht bestaat dat composietmateriaal voor ruim de helft uit glas en/of koolstofvezel en rond de 30% uit epoxy- of polyesterhars, plus nog wat ander spul.  Afbreken betekent idealiter dat je onbeschadigd de fibers enerzijds en de epoxyhars (en de rest) anderzijds weer van elkaar scheidt op zo’n manier dat je met de gescheiden producten nog wat nuttigs kunt doen, liefst zo hoogwaardig mogelijk.
Genoemde harsen zijn echter thermohardend: ze kunnen niet meer smelten. Daarom hield men heel  lang recycling voor heel moeilijk of onmogelijk.

Komt (in Nederland (TNO.
De andere club is het werkverband Circle4Win ( project circle4win ), een driejarig project dat vanuit TNO opgestart is. Het project  is gericht op een commercieel bruikbare methode om toch windturbinewieken te recyclen. Het daartoe opgerichte consortium omvat elke cruciale stap: bladproductie (Suzlon), einde-levensduurmanagement (IX Decom), voorbewerking (D&E), thermolyse-recycling (Renewi), grondstoffenverwerking (Sibelco) en glasvezelproductie (Envalior).
Het project werd voor het eerst omschreven op 27 maart 2025 ( project-recyclen-windturbinebladen ) en had een vervolgbericht op 02 juli 2026 ( hoogwaardig-recyclen-windturbinebladen/ ).
TNO EnergieTransitie en het Brightlands Materials Center (BMC, coproductie van TNO en de provincie Limburg)) op de Chemelotcampus in Geleen hebben een thermolytische methode ontwikkeld.  Het turbinemateriaal wordt in een oven in zuurstofloze omgeving tot bijna 500°C verhit, waardoor de harsen ontleden tot brandbare gassen. Als alles goed gaat, komen de (als nieuw materiaal goedkope) glasvezel en de (als nieuw materiaal dure) koolstofvezel netjes schoon vrij te liggen. De vrijgekomen gassen worden gebruikt om de 500°C te bereiken.
Technisch moet je hier een heel eind mee kunnen komen. Dd 02 juli 2026 had de pilot ca 60kg teruggewonnen glasvezel geproduceerd. Als dat gecombineerd wordt met kunstharsen die wel kunnen smelten (thermoplasten), is dat nieuwe materiaal wel recyclebaar, Of men daar weer windmolenwieken van kan maken, moet blijken. In elk geval kan het gedowngraded worden tot eenvoudiger toepassingen (bijvoorbeeld auto-onderdelen).
Of het financieel zonder politieke maatregelen (bijvoorbeeld subsidie) uit kan, moet blijken – die vraag is minstens zo interessant. Het consortium wil een demonstratiefabriek bouwen met een capaciteit van ca 10.000 ton molenwiek per jaar. Die inrichting zou alle windturbinebladen van het Prinses Amalia windpark met 60 windturbines, een van de eerste Nederlandse offshore windparken die ontmanteld worden, in ongeveer één maand kunnen verwerken.

Uiteraard wordt er ook buiten Nederland aan het recyclen van windturbinebladen gewerkt. Voor een overzichtsartikel over wat diverse producenten doen, zie nedzero.nl_wind-in-the-sails-for-large-scale-recycling-of-wind-turbine-blades . Het voert te ver om hier alle producenten de revue te laten passeren.

Voor een eerder artikel op deze site, over de fabrikant Vestas, zie methode-ontwikkeld-om-windturbinebladen-geheel-te-recyclen .
Vestas lijkt erop te vertrouwen dat het met zijn recyclingtechniek voort kan gaan met de bestaande materialen (dus met thermohardende kunststoffen), zelfs met het perspectief om er opnieuw wieken van te maken. De tijd zal moeten leren of dat gaat lukken, maar dat lijkt me geen gelopen race. In dat geval zou dat betekenen dat curatief en preventief in elkaar beginnen over te lopen. Voor Vestas-standpunten zie vestas.com_sustainability/sustainability-product-offerings/blade-circularity .

Het verwerkingsschema van Vestas

Preventief
De vraag ligt voor de hand of voor nieuwe windturbinewieken niet meteen al een materiaal uitgekozen kan worden dat makkelijk te recyclen is.  Twee uiteenlopende voorbeelden hoe dat zou kunnen. Beide buiten Nederland, omdat er ons land geen windturbines meer gebouwd worden.

Het ene alternatief is de Duitse startup Voodin Blade Technology – een interessant idee met een handvol uitvoeringsvragen. De website geeft beperkt informatie, maar dit Change-artikel  vult dat op basis van nadere informatie aan.
De onzekerheid wordt mede gevoed omdat (op dit moment) levering voorzien is pas vanaf 2031, vanuit een nog te bouwen fabriek in Spanje. Er is nog geen praktijk.
Het bedrijf maakt (met 48 miljoen  EU-subsidie) rotorbladen uit hout, 20 tot 90m lang, alleen voor op het land (een belangrijke beperking).
Voodin Blade Technology stelt, uiteraard mede ter versterking van de eigen positie, dat recycling van bestaande kunststofbladen financieel niet levensvatbaar zal blijken – wat moet blijken. De bladen zouden voor 100% recyclebaar zijn (er staat op de website niet bij wat dat precies betekent).
De wieken zouden met CNC-machines verspaand worden vanuit een grondvorm van speciaal voorbewerkt hout. Het CNC-programma is dus een computerfile en niet een enorme fysieke gietmal voor kunststof.. Zo’n gietmal wordt vernietigd als het bijbehorende type wiek uit de productie genomen wordt.  Een eigenaar van een niet meer courant type molen met kunststofwieken kan dus, na verloop van tijd,  geen wieken meer nabestellen, terwijl dat met uit hout verspaande CNC=wieken wel kan.

Bij Voodin Blade Technology

De grondstof is Laminated Veneer Lumber LVL). Daartoe worden bomen tot dunne lagen ‘geschild’ (‘fineer’). Die lagen worden weer op elkaar gelijmd, waarbij de nerf (ongeveer) steeds dezelfde kant op wijst. De techniek lijkt op multiplex, maar daar laat men de nerfrichting dus steeds verspringen.
LVL wordt in de bouw al enkele decennia gebruikt en is dus een bestaand product (zij het niet in lengtes tot 90m) , dat niet speciaal voor Voodin ontwikkeld is. Voodin is wel de eerste die het voor dit doel gebruikt.
Het materiaal heeft belangrijke voordelen (het gaat bijvoorbeeld efficiënter met het hout in een boom om)), maar vraagt bij gebruik buiten goede bescherming tegen water, zeker in de heftige omstandigheden waarin windturbines hun werk doen. . Voor een goed artikel zie wikipedia_Laminated_veneer_lumber .

Een contrasterend tweede initiatief, ( RecycableBlade ), is van de grote Duitse windturbinebouwer Siemens Gamesa . Het bedrijf wil zijn turbines in 2040 100% recyclebaar hebben. Het is reeds bestaande techniek: de eerste bladen zijn in 2021 geleverd. Genoemde webpagina schakelt door naar een infographic .
Siemens Gamesa wil industriebrede afspraken en standaardisatie m.b.t. de recycling van windturbinewieken en steunt daartoe o.a. samenwerkingsprojecten zoals het Deense Decomblades , het Duitse Reusablade en het Deense Wisewind .
Siemens Gamesa blijft functioneren in de bestaande traditie hoe je grote turbinebladen maakt, maar heeft op één punt een cruciale stap gezet, namelijk dat nieuwe bladen al in de fabricagefase ontworpen zijn op de uiteindelijke ontmanteling, In essentie heeft Siemens Gamesa daartoe een nieuwe kunsthars ontwikkeld, die in een bad met een aangezuurd oplosmiddel bij 80°C smelt, waarna de afzonderlijke materialen afzonderlijk toegankelijk zijn (zelfs de hars), Siemens claimt daarbij niet dat die materialen ook weer voor turbinebladen bruikbaar zijn.
Siemans Gamesa heeft in 2025  een contract afgesloten om met dit nieuwe type blad een windpark voor de kust van Hull uit te rusten. In die regio komt een windturbinefabriek (zie voor een politieke beschouwing over dit soort werkgelegenheid

Recyclebare Siemans Gamesa-bladen voor het windpark bij Hull