Ik heb niks met godsdienst of met welke bovennatuur of metafysica dan ook, maar ik heb een relatieve zwak voor deze paus. Na Churchill zijn er niet meer zoveel goede oneliners rondgestrooid.
Paus Franciscus
Franciscus riep op tot samenwerking tegen de achteruitgang van het milieu en de verandering van het klimaat en deed daarbij een felle aanval op het consumentisme en financiële hebzucht. “God gaf ons een prachtige tuin” aldus Franciscus “maar die hebben wij veranderd in een troosteloze woestenij van afval en vuil”. Hij kan het mooi zeggen en hij heeft groot gelijk.
Het citaat komt uit een document, dat uitgebracht is op de mondiale Dag van het Gebed voor de zorg voor de Schepping. Die ws op 1 september 2016. “Economie en politiek, cultuur en maatschappij moeten niet gedomineerd worden door alleen maar op de korte termijn te denken en door onmiddellijke financiele of electorale overwegingen.” Het miljard rooms-katholieken op aarde moet een groene agenda gaan omhelzen, hoe klein de mogelijkheden ook zijn.
In het Evangelie staan zes werken van barmhartigheid:
De hongerigen spijzen
De dorstigen laven
De naakten kleden
De vreemdelingen herbergen
De zieken verzorgen
De gevangenen bezoeken
Paus Innocentius III voegde daar in 1207 aan toe “De doden begraven”, hetgeen ten tijde van de pestepidemieën inderdaad geen vanzelfsprekende zaak was.
Die werken werden een begrip. Er is zelfs een Suske en Wiske op gebaseerd (De zeven snaren).
Blijkbaar is een paus gerechtigd om werken van barmhartigheid aan de lijst toe te voegen en Franciscus heeft dat gedaan door de zorg voor de omgeving tot achtste uit te roepen.
Franciscus begint gehoor te krijgen bij zijn kerkvolk.
The Guardian van diezelfde 1 september had een verhaal over dat inmiddels 3500 kerken in het Verenigd Koninkrijk hun elektriciteit uit hernieuwbare bron gaan halen of al gehaald hebben, waarvan 2000 katholieke en de rest van het Leger des Heils en de Quakers (die procentueel al verder zijn). Er zijn 50.000 christelijke kerken in het UK.
Het is niet altijd eenvoudig, want het kost geld, het zijn soms monumenten en het vreet warmte om een kerk warm te stoken, maar toch. Desnoods groene inkoop.
Het zou goed zijn als bij de kerken in Nederland ook een dergelijke beweging op gang kwam. Ik heb nog nooit een kerk of een moskee met zonnepanelen gezien.
Zoals gepland, is de Rosetta op 30 sept 2016 neergestort. De machine bleef tot zijn finale stervensmoment foto’s maken. Dit is de laatste:
Rosetta’s last image of comet 67P/Churyumov–Gerasimenko, at an altitude of around 20 metres above the surface. The image is 0.96 metres across
——————–
De Rosetta-missie van de ESA (European Space Agency) naar de komeet 67P/Tsoerjoemov-Gerasimenko vertrok op 2 maart 2004. Na 10 jaar door ons planetenstelsel gedwaald te hebben kwam de Rosetta in augustus 2014 in een baan rond de komeet, een stuk ruimterots dat een beetje op een misvormde aardappel lijkt. Daar draait hij nog steeds rond op zo’n 200 km hoogte. In september 2016 laat men hem te pletter storten.
De dwaaltocht van de Rosetta
De Rosetta heeft op 12 november 2014 een lander op de komeet neergelaten, de Philae. Die landing ging niet helemaal goed. Hij had op zijn eerste touchdown (TD1) moeten blijven staan door ingebouwde dempingsmechanismes, maar die hebben niet goed gewerkt. Daardoor kwam hij in een soort zweefstuit, waarbij hij onderweg ook nog eens een kraterrand schampte. Na de derde landing stond hij stil.
Opname door de CIVA-camera aan boord van de Philae
Het wetenschappelijke tijdschrift Science publiceerde op 27 juli 2015 een themanummer over de mechanische kenmerken van de landing van de Philae en van het oppervlak van de komeet. Die publicatie is de actualiteit voor plaatsing op deze website. Voor wie toegang heeft tot Science: http://www.sciencemag.org/content/349/6247/aaa9816.full .
Op 13 augustus 2015 was de komeet (met aanhang) in zijn perihelion (het baanpunt dat het dichtste bij de zon ligt).
Komeet op 14 juli 2015 vanuit de Rosetta
Elk nadeel heeft zijn voordeel en twee keer stuiten ook, want nu is er ervaring op drie plekken op de komeet. De komeet blijkt onverwacht hard, maar op TD1 ligt op die harde laag een zachtere, korrelige laag van een paar decimeter dik. De Philae kwam neer met een kinetische energie van 49,5J, waarvan minstens de helft in het gruis achterbleef en een deel in de dempingsmechanismes van de Philae, die uiteindelijk met ca 5,0J energie weer omhoog stuitte.
Ik ben ook diep onder de indruk van de precisie. Uiteindelijk landde de Philae (robotisch, vanwege een afstand van grofweg 800 miljoen km tot de aarde) bij TD1 op 112 m en 51 sec t.o.v. de beoogde plaats en tijd en nagenoeg loodrecht ten opzichte de gemiddelde aardappelvorm, waarbij het oppervlak op locatie 11,5 graad helde.
Ik hecht grote politieke waarde aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en ik vind het persoonlijk ook erg interessant. Daarnaast heeft het een aantal mooie plaatjes opgeleverd, waarvan ik er hier graag een paar laat zien. Ze komen van http://www.esa.int/Our_Activities/Space_Science/Rosetta .
Alleen iets over de zonnepanelen van de Rosetta. Op 800 miljoen km van de zon levert die 48W/m2. De Rosetta heeft 64m2, dus vangt hij 3044W. Dat leidt tot een intern vermogen van 400W, dus het rendement van de panelen is 13%. Er bestaan hogere rendementen, maar de vraag is of die bruikbaar zijn voor een dergelijk type reis.
Het rapport “De mainports voorbij”
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) heeft op verzoek van het kabinet geanalyseerd of ‘de toekomstige positie van de Nederlandse mainports, mede bezien vanuit mondiale ontwikkelingen, om ander beleid vraagt.” Het resultaat kwam op 1 juli 2016 beschikbaar.
Die ‘mainports’ Schiphol en de Rotterdamse haven blijken niet zulke economische motoren als door anderen en henzelf luidkeels beweerd. Zakelijk beschouwd valt het tegen wat deze instellingen aan de nationale economie toevoegen. Ze springen er niet meer overtuigend uit. Ze zijn ‘gewoon’ en niet ‘super’.
Het belang van de Rotterdamse haven, bezien als percentage van het BBP, daalt en van Schiphol neemt het niet toe. Rotterdam is vooral een bulkdoorvoerhaven geworden. Schiphol verdient meer aan winkels en parkeren dan aan de luchthaventarieven en wijkt zodoende niet wezenlijk af van bijvoorbeeld het Centraal Station van Utrecht en Amsterdam.
Dus beter stoppen met een apart mainportbeleid, aldus de RLI, en dat vervangen door een gewoon beleid. En het geld inzetten op wat er wel bovengemiddeld groeit, zoals bijvoorbeeld Brainport en de Amsterdam Internet Exchange.
Een en ander leidt tot weinig originele aanbevelingen als “Beschouw de digitale infrastructuur als een belangrijke basisvoorwaarde voor het vestigingsbeleid” en “Stel een strategie Vestigingsklimaat 2040 op”.
Zo begon het rapport.
De reacties
010 en 020 reageerden als door een wesp gestoken.
In Brainport ging de boodschap erin als Gods woord in een ouderling en diverse hoogwaardigheids-bekleders stortten zich al enthousiast op de huid van de nog niet geschoten beer. Voorbarig, bijvoorbeeld omdat het kabinet nog geen standpunt ingenomen heeft over het RLI-advies.
(Let wel: de RLI-beer is een andere beer dan die welke ex-burgemeester Van Gijzel geschoten heeft op de jachtvelden van het Gemeentefonds).
Maar de RLI zei nog meer De RLI uit wezenlijke kritiek op vier thema’s, geformuleerd voor Schiphol, maar evenzo relevant voor het Eindhovense vliegveld: de ruimtelijke inbedding, de zachte vestigingsfactoren, de decarbonisatie van het vliegen, en de grenzen aan de groei.
De RLI vindt de ruimtelijke inbedding van Schiphol maar ten dele ge-
slaagd “de discussies over de geluidsoverlast en de woningbouw in de
buurt van Schiphol spelen al decennia lang”.
Zo ook rond vliegveld Eindhoven. In de 20Ke-trog (een veel gebruikte maat voor de gemiddelde geluidshinder) mag geen nieuwe woningbouw meer komen, maar in die nog steeds groeiende trog ligt inmiddels wel heel erg veel bestaande woningbouw.
“Zachte vestigingsplaatsfactoren spelen een steeds belangrijker rol” waaronder een “veilige, gezonde, diverse en plezierige leefomgeving” aldus de RLI. En “In veel studies en strategieën voor het vestigingsklimaat blijkt de kwaliteit van landschap en leefomgeving onderbelicht.”
Ook onze regio heeft die problemen, naast geluid bijvoorbeeld ook het ultrafijn stof en de versnippering van het landschap.
Ultrafijn stof-verdeling rond het vliegveld, 2020, alleen civiel
De RLI heeft eerder geadviseerd om “het nationale doel voor vermindering van broeikasgasemissie met 80 tot 95% in 2050 wettelijk vast te leggen”. De ‘Decarbonisatie van Schiphol’ is dan ook ‘een grote transitie’. Maar de luchtvaart groeit nog steeds explosief en afspraken daartegen stellen niets voor. Eindhoven Airport verbruikt jaarlijks ongeveer 8PJ en dat wordt steeds meer. Ter vergelijking: heel Eindhoven verbruikt (zonder Airport) ca 20PJ per jaar en dat zal gaan dalen.
CO2-emissies van vliegtuigen door de jaren heen
“Gezien het ruimte- en milieubeslag van Schiphol en de Rotterdamse haven komt de vraag op of er een kritische massa in omvang bestaat … om de nationale doelstellingen te blijven realiseren, zonder dat dit een maximaal mogelijke groei .. inhoudt. … Volumegroei kan interessant zijn voor een bedrijf, maar hoeft dat niet te zijn voor de economie of de samenleving als geheel omdat beide havens ook een grote weerslag op hun omgeving hebben door hun directe en indirecte ruimte- en milieubeslag” aldus de RLI. En:“Zolang de kritische massa … wordt gerealiseerd, kunnen veel van de economische functies gewaarborgd blijven met meer ruimte voor afweging van andere maatschappelijke belangen.”
Diezelfde vraag kan gesteld worden aan Eindhoven Airport en zijn aandeelhouders (Schiphol, Eindhoven en de provincie): wat is de toegevoegde waarde van nog verder groeien? Maken extra vluchten de Brainportregio nog aantrekkelijker als vestigingslocatie, of schaden ze het vestigingsklimaat juist?
Misschien kunnen ze bij Brainport, als ze klaar zijn met hun berenhuid, ook eens aandacht gaan schenken aan wat er nog meer in het RLI-advies staat.
———-
(Op mijn site heeft een eerder artikel met een vergelijkbare inhoud gestaan. Na deze eerste versie hebben zich enkele, niet erg zwaarwegende, ontwikkelingen voorgedaan, die ik in een tweede versie heb meegenomen. Deze tweede versie heb ik als gastopinie aangeboden aan het Eindhovens Dagblad, dat het op 29 september 2016 geplaatst heeft. Hierboven staat de versie van het ED, aangevuld met wat extra plaatjes en layout. De eerste versie heb ik weggehaald.)
Enqueteresultaten
NUON heeft Maurice de Hond in juli onderzoek laten doen onder sporters, bestuurders en vrijwilligers van sportverenigingen. Dat was in het kader van de derde editie van de Nuon Club competitie.
Infraroodopname van een sportkantine
Bijna een kwart van de sporters (23%) zegt dat hun vereniging meer energie verbruikt dan nodig is. 10% zegt dat de club zelfs veel te veel energie verbruikt.
De top 5:
– Onnodig het licht aan laten
– Slecht geïsoleerde kantine
– slecht geïsoleerde kleedkamers
– Verouderde verwarmingsinstallaties
– verouderde koelkasten en vriezers
Overigens blijkt dat 45% van de ondervraagden en zelfs 67% van de bestuurders “geen idee heeft” of er energie wordt verspild. Het is meestal niet de eerste prioriteit binnen verenigingen.
De NUON-competitie is erop gericht het energieverbruik van verenigingen te verminderen. Dat levert in directe zin geld op en dat is welkom, want sportclubs hebben veel financiele zorgen, met name in het zuiden van Nederland. Daar heeft 55% zorgen en 39% moet bezuinigen om het hoofd boven water te houden.
NUON maakt er een competitie van. Vanaf 8 september tot 24 oktober 2016 kunnen leden van sportclubs besparingsideeën indienen. Er staan negen prijzen open van €10.000 .
Naast drie mensen van NUON zelf zitten ook Toine van Peperstraten en Naomi van As in de jury.
———-
De NUON-competitie benadrukt vooral het aspect van het menselijk gedrag als oorzaak. Dat is zeker niet zonder reden.
Echter, sportaccommodaties vaak eigendom van de gemeente. Verspilling ontstaat ook door de staat van het vastgoed: bijvoorbeeld slechte isolatie, verouderde keuken- en verwarmingsapparatuur en inefficiente lichtmasten. Bij besparingsideeën wordt zodoende al snel naar de gemeente gekeken. Het verschilt van gemeente tot gemeente hoe die terugkijkt.
De provincie Noord-Brabant heeft kort voor de vakantie een quick scan uitgevoerd naar wat de provincie zou kunnen betekenen bij het verzuurzamen van sportcomplexen. Het resultaat is te vinden onder Provincie Brabant en verduurzaming sportcomplexen .
Het Waterschap Aa en Maas heeft een subsidiepotje, waaruit het meebetaalt aan projecten die de gevolgen van heftige regenval in woongebieden helpen verzachten. Te denken valt aan groene daken, (buurt)-
moestuinen, geveltuintjes, regentonnen en dergelijke.
Geveltuintje in Den Bosch
De regeling geldt in elk geval tot 31 december 2016, en wordt mogelijk (afhankelijk van de ervaringen) verlengd.
De subsidie is gebonden aan voorwaarden:
– Het Waterschap betaalt per project 30% met een maximum van €5000
– De subsidie is bedoeld voor particuliere huishoudens, mits deze in groter verband samenwerken. Eén enkel individu krijgt dus geen subsidie, een blok of straat die samen een rij geveltuintjes aanlegt of die samen regentonnen plaatst in principe wel.
– De regeling geldt alleen in bebouwd gebied, dus in een dorpskern of stad
– Het aanbod geldt alleen het gebied van het Waterschap Aa en Maas
– De maatregel moet een blijvende verbetering zijn voor de water- en groenstructuur
– Er moet een vorm van controle mogelijk zijn
Commissaris van de Koning Van der Donk overhandigt Van Gijzel het lintje Officier van Oranje Nassau
Op 6 september 2016 nam Rob van Gijzel (PvdA) in een extra raadsvergadering ceremonieel afscheid als burgemeester van Eindhoven, een betrekking die hij vanaf 7 april 2008 vervuld heeft.
Het ceremoniele afscheid van een burgemeester in Eindhoven heeft vaste ingredienten. De functionaris wordt bewierookt door andere hoogwaardigheidsbekleders, hij (nog niet zij) krijgt een lintje, hij geeft zijn politiek testament in een forse redevoering, de functionaris is inmiddels vastgelegd in olieverf en dat product wordt onthuld. Tenslotte na afloop een goede receptie.
Men had mij, als ex-hoogwaardigheidsbekleder, niet uitgenodigd om mede te bewieroken. Vandaar dat ik langs deze route mijn terugblik geef op het burgemeesterschap van Van Gijzel.
Van Gijzel en de standaard-taken van een burgemeester Alle burgemeesters hebben een riedeltje aan standaardtaken. Ze leiden de raadsvergadering en het College van B&W, ze behandelen rampen, ongeregeldheden en voetbalwedstrijden, worstelen met de regionale samenwerking, bezoeken 100-jarigen en reiken gemeentelijke onderscheidingen uit, ze moeten iets met het hennep-beleid, en doen de Dodenherdenking. Verder komen er altijd onverwachte dingen af, waardoor de telefoon naast het bed op de raarste momenten af kan gaan. Burgemeester ben je samen, zoiets zei hij over de rol van zijn vrouw. Klopt.
Ik vond dat Van Gijzel zijn standaardtaken goed afwerkte.
Als gemeenteraadslid (voor de SP) heb ik twee jaar met hem te maken gehad. Dat liep allemaal wel. Ik had regelmatig genoeglijk gesteggel over de spreektijd tijdens de raadsvergadering, vooral op het laatst van de agenda, en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Van Gijzel vaak wel gelijk had. Verder werd hij wel eens ongeduldig als er teveel gezeverd werd en de spelletjes al te flauw werden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij ook hier regelmatig gelijk had.
Hij trad redelijk stevig op in openbare orde en veiligheidskwesties en verdedigde zijn apparaat naar beste vermogen, wat hem de bijnaam “De Sheriff” opleverde – een soort spot met een ondertoon van respect. Hij was (terecht) geen fan van de landelijke reorganisatie van de politie.
Hij was zelfs in praktijk een gekozen sheriff, want hij won in een burgemeestersreferendum van Leen Verbeek (ook PvdA). Van Gijzel startte met voorsprong, omdat hij uit Eindhoven komt, en wel uit een bekende PvdA-familie, en enige naam gemaakt had in de Tweede Kamer.
Van Gijzel vond het landelijke hennepbeleid terecht geschift en deed pogingen om dat op te rekken.
De regionale samenwerking en de gemeentelijke herindeling rond Eindhoven is een gebed zonder einde, maar de kikkers in de kruiwagen bleven redelijk gedresseerd.
Rampen werden geen nieuwe rampen en zelfs de feestelijkheden na het volkomen onverwachte kampioenschap van PSV liepen niet uit de hand.
En tenslotte, niet te vergeten, Eindhoven is een stad met relatief weinig ethnische wrijvingen. Ook dat komt niet helemaal vanzelf.
Van Gijzel en bescheidenheid Men kan veel van Van Gijzel zeggen, maar niet dat hij aan valse bescheidenheid doet. Niet ten aanzien van zichzelf, en niet ten aanzien van de plaats van de regio Eindhoven in de kosmos, op zijn minst ten opzichte van Amsterdam, Rotterdam en Silicon Valley. Eindhoven was eerst de sociaalste stad en daarna de slimste. Alleen overdrijft hij zijn gelijk soms een beetje. De cultuurrelativistische gedachte dat op een boloppervlak elk punt principieel gelijkwaardig is, is aan hem niet besteed. Het schilderij, met Van Gijzel op de voorgrond en, nog net zichtbaar, Philips op de achtergrond, is exemplarisch. Het hoofd van de burgemeester steekt boven de dakrand van de Lichttoren uit en zijn haren (waarvan er volgens de functionaris meer geschilderd zijn dan werkelijk op het hoofd aanwezig) blokkeren nog net niet de letters op het dak. Het perspectivisch punt van de schilder moet ongeveer ter hoogte van des burgemeesters knieën gelegen hebben.
Ik vind dit alles meer amusant dan ergerlijk. Ik hou wel van personen met een beetje schwung en bovendien had hij behoorlijk succes. De energieke lobby, samen met de top van Brainport, bracht Den Haag ertoe de bijdrage per inwoner uit het Gemeentefonds aan Eindhoven fors te verhogen.
Zijn afscheidsredevoering, die de behaalde prestaties ruimhartig beschreef en die gloedvol iedereen bedankte die daaraan meegeholpen had, duurde een uur en dat was beduidend langer dan gepland. Over deze spreektijdoverschrijding heb ik hem niet horen mopperen.
Van Gijzel en het economisch beleid De meeste moeite heb ik met delen van Van Gijzels economisch beleid.
(Cortés, ED, 7 sept 2016)
In de regio Eindhoven liggen de crises bij Philips en DAF bij ouderen nog vers in het geheugen. Door Van Gijzels voorganger Rein Welschen (PvdA) is een soort corporatistische industriepolitiek opgebouwd, de ‘triple helix’. Overheid, bedrijfsleven en onderwijs werken met veel geduld, verlicht inzicht, subsidie en veel politieke massage samen. Het heeft zichtbare voordelen en minder zichtbare nadelen. Eindhoven is er een belangrijk centrum van technologische ontwikkeling en maak-industrie door geworden, later Brainport genoemd. Van Gijzel vindt Eindhoven minstens zo’n belangrijke motor voor de landelijke economie als bijvoorbeeld de Rotterdamse Haven. Ik denk dat dat klopt.
Een nadeel is dat Brainport vooral geleid wordt door het belang van het bedrijfsleven op de korte en middellange termijn, en dat bijvoorbeeld ecologische en klimaatproblemen er moeilijk doordringen.
Typerend is dat Helmond binnen Brabant de stad is met de kleinste oppervlakte aan zonnepanelen van Brabant, en Eindhoven de een na slechtste. Alle grote niet-Brainportsteden doen het een stuk beter. Dit terwijl notabene in veel zonnepanelen Eindhovense uitvindingen verwerkt zitten. (zie Ranking list zonnepanelen )
Typerend is dat er voortdurend studenten afstuderen op nieuwe energetische gimmicks en studeertafelmodellen, maar dat geen daarvan tot brede ontplooiing leidt. De TUE heeft bijvoorbeeld een leidende positie bij smart grids en vraagbeïnvloeding, maar gaat naar Groningen of Amsterdam als men proeven wil doen op een schaal van tienduizenden huishoudens. Brainport maakt geen meters. (zie Brainport gekieteld door de eigen grootsheid )
De enige uitzondering is als de producten in het belang van de Automotive zijn (de sterke regionale auto- en busindustrie met toebehoren), zoals laadpalen en navigatiesystemen. Het tekent de regio dat er een geslaagde buitenparlementaire actie voor nodig was (tegen de Ruit om Eindhoven), voordat de mindsetting naar een modern verkeersbeleid op gang begon te komen.
All-in is Eindhoven op dit moment, volgens de Klimaatmonitor van het CBS, alle energiesoorten opgeteld, voor ongeveer 3% duurzaam en Helmond (voor zover überhaupt achterhaalbaar) voor nog geen 2%. Dat is zelfs nog fors onder het landelijk gemiddelde (zie Klimaatmonitor )
Van Gijzel was de man bij uitstek geweest die de grote landelijke en internationale thema’s vanuit het democratisch proces in Brainport had kunnen brengen. Daarin heeft hij gefaald. Men zal in zijn afscheidstoespraak vergeefs op zoek gaan naar woorden als klimaat, eindigheid van de planeet, circulair, en milieu. Ik heb hem er bij de receptie op aangesproken, en ook daar zijn antwoord “Groei, groei, groei”. Die nadruk op economische groei in kwantiteit en kwaliteit was en is in de regio noodzakelijk, maar al lang niet meer voldoende.
Het is te hopen dat zijn opvolger John Jorritsma, een VVD-er met een economische achtergrond, erin slaagt een Brainport-industriepolitiek te ontwerpen die, behalve winst en werkgelegenheid, ook ecologie en klimaat dient. Dat is bittere noodzaak en hier starten Eindhoven en Helmond vanuit een grote achterstand.
Er wordt breeduit geklaagd over het Braziliaanse oppervlaktewater, waarin Olympisch gezeild of zelfs gezwommen moet worden. Dat is geheel terecht.
Maar Reuters kwam met een verheffende verhaal over gevaarlijke concentraties luchtvervuiling in Rio. (hier het Reuters-artikel )
De lucht zou ‘binnen de limieten van de World Health Organization WHO zijn’, aldus Brazilie in zijn officiele bidbook. Dat blijkt niet waar en is ook nooit waar geweest.
Reuters heeft op verschillende plaatsen gedurende 22 aparte periodes van een uur atmosferische PM2.5 – concentraties bepaald. Dit in samenwerking met Paulo Saldiva van de Universiteit van Sao Paulo. (PM2.5 is Particulate Matter (fijn stof) met een diameter onder de 2,5μm).
De hoogste uurwaarde bedroeg 65μgr/m³, gemeten bij het Olympisch Stadion op dinsdag 30 juni, midden op de ochtend – een tijdstip waarop nu veel wedstrijden plaatsvinden. Het Copacabanastrand scoorde 57μgr/m³ en het Olympisch Dorp 32μgr/m³.
Er bestaat geen WHO-advies voor uurwaarden. Voor jaargeniddelde waardes is het WHO-advies 10μgr/m³ en voor etmaalgemiddeldes 25μgr/m³. Het is, hoe dan ook, zeer hoog.
‘Het is niet eerlijk’ zei Tania Braga, die voor het Olympisch Comité duur-
zaamheid en juridische zaken doet ‘je mag bij luchtvervuiling niet alleen naar de PM-data kijken. Stikstof- en zwaveloxide zitten wel binnen het WHO-advies”. Kan kloppen, maar fijn stof doet veruit het meeste schade.
Reuter vroeg het Braziliaanse milieubureau van de deelstaat INEA om uitgebreidere gegevens. Nu wordt PM2.5 nog niet heel lang routinematig gemeten. Reuters haalt uit INEA-cijfers dat Rio vanaf 2011 83% van de tijd boven het WHO-advies van 10μgr/m³ zit.
PM10 wordt al langer gemeten, en is ook elders bepaald. Rio zat van 2010 t/m 2014 voor PM10 op 52μgr/m³ (WHO-advies is 20μgr/m³). INEA wou de gegevens over 2015 en 2016 niet geven.
In Bejing (2008) kwam de PM10 tot 82μgr/m³, in Londen (2012) tot 23μgr/m³, in Athene (2004) tot 44μgr/m³ (wat me eigenlijk nog meevalt), in sydney (2000) tot 24μgr/m³ en in Atlanta (1996) tot 28μgr/m³, aldus (voor de cijfers t/m 2008) professor Staci Simonich van Oregon State University.
Athene wordt grotendeels door heuvels omgeven en ligt dus in een soort kom. Ook daar sterft het van het autoverkeer en de tweetakt-brommers. Je ruikt het als je buiten komt.
Nu verblijven de athleten maar kort in Rio. Hoe korter, hoe beter voor hun gezondheid en anders moeten ze maar hopen dat het lang en hard gaat regenen.
Voor de inwoners van Rio ligt het wat moeilijker. Die kunnen er voor kiezen om geen slok water uit de Guanabarabaai te drinken, maar niet om geen rio-se lucht in te ademen. Universiteitsman Saldiva kwam, de systematiek van de WHO gebruikend, op ongeveer 5400 inwoners van Rio die per jaar aanluchtvervuiling overlijden. Ter vergelijking, vorig jaar werden er in Rio 3117 mensen vermoord, en dat aantal is ook al berucht.
Behalve dat je er dood aan gaat, ga je van luchtverontreiniging ook langzamer lopen. Elke 10μgr/m³ boven het 20μgr/m³-advies van de WHO maakt sporters 0,2% slechter, aldus Jamie Mullins, University of Massachusetts – Amherst op basis van grootschalig onderzoek.
Massoud Hassani is in 1983 in Kabul geboren. In 1998 verliet hij Afghanistan en kwam in Nederland terecht. Daar is hij afgestudeerd aan de Design Academy.
Landmijnen
Op de Graduation Show van 2011 maakte hij de blits met zijn rollende landmijnenopruimer.
Het ding weegt 70 kg, maar kan door de wind worden voortgeblazen door de grote woestijnachtige zandvlakten van Afghanistan. Als het ding op een landmijn ‘stapt’, gaat die af en gaat de constructie eraan. Maar die bestaat vooral uit bamboe en plastic (met wel een GPS-ontvanger, zodat te reconstrueren valt waar de explosie plaatsvond).
Bij een proef lukte het.
Hassani heeft een onderneming opgericht Mine Kafon (“Let the mines explode”). De onderneming heeft duidelijke Brainport-roots.
Of de gedachte in praktijk zoden aan de dijk zet moet nog blijken. De omstandigheden in Afghanistan laten het nog niet toe. Behoefte aan iets dat snel, gevaarloos en goedkoop landmijnen opruimt is er wel. Volgens de officiele cijfers liggen er ca 10 miljoen landmijnen, maar volgens Hassani zijn het er veel meer.
Hoewel de constructie zichzelf nog niet heeft kunnen bewijzen, was het wel een prachtig PR-succes. Het ding heeft veel gedaan voor de bewustwording van het probleem.
Bij gebrek aan mogelijkheden in Afghanistan en landmijnen in Nederland is Hassani in de drones gegaan. Zijn eerste ontwerp is ook weer tegen landmijnen gericht. Een drone om ultrafijn stof te meten
Vandaag (28 juli 2016) en gisteren haalde het nieuwste idee van Hassani de pers, de inzet van een drone bij de Karpendonkse plas om ultrafijn stof te meten.
Die wens ligt bij de onderneming Oxility uit Best en Hassani leverde de drone-expertise. Oxility is (sinds 2014) een groothandel in meet- en regelapparaten. Zie http://oxility.com/ . Het bedrijf gebruikt de Aerasense NanoTracer op basis van een Philipslicentie om ultrafijn stof te meten.
Onder “Applications” staat een interessant rijtje toepassingen (van de aerasense, niet van de drone), ook binnenshuis. Mogelijk is het ding ook geschikt voor ARBO-diensten.
Onder /downloads staat ergens Leaflet Nanotracer XP. Die leaflet is te groot voor deze website. De datasheet is hier te vinden.
De drone is een nieuwe toevoeging. AiREAS gebruikte hem om te kijken of het mogelijk was ultrafijn stof in de lucht te meten.
AiREAS heeft een dikke 30 vaste luchtmeetopstellingen in Eindhoven staan, waarvan er vijf ook ultrafijn stof meten. ‘Met de drone’ zegt Jean-Paul Close van AiREAS ‘kun je ook meten als er bijvoorbeeld brand is, niet in de buurt van onze vaste stations, of als het te gevaarlijk is om er een mens op af te sturen.”
Het gebeuren bij de Karpendonkse plas is een test-sessie. Naast Oxility kwam ook de Helmondse onderneming Intemo “INnovate Technology in Motion” opdraven (http://www.intemo.com/nl/home/ ). De onderneming heeft een ruim pakket aan producten, waaronder “innovatieve buitensensoren”.
Gebeurt er nou ook iets met al die metingen? Het is logisch dat die vraag gesteld wordt.
Je ziet hoe bedrijven proberen hun business op te bouwen. Op zich prima.
Je ziet hoe wetenschappelijke carrières bevorderd worden. Er komen academische publicaties uit. Ook niks mis mee.
Het zou trouwens leuk zijn als AiREAS zijn metingen in een archief zette, waar iedereen bij kan, net zoals dat kan bij het Landelijk Meetnet van het RIVM. AiREAS heeft uiteraard metingen uit het verleden (je ziet af en toe wat bij presentaties), maar buitenstaanders als ikzelf kunnen er niet aan.
Maar wordt de lucht nou schoner en komt dat door die metingen? Die vraag is makkelijker gesteld dan beantwoord.
Vast staat dat de lucht in het kader van het Nederlands Samenwerkingsprogram Luchtkwaliteit (NSL) langzaam maar zeker schoner wordt, op zijn minst in die categorieën waar het NSL over gaat (NO2 , PM10 en PM2.5).
Vast staat dat zeer onlangs (juli 2016) de Brabantse Health Deal aangenomen is, waarin met weidse blik zeer veel goede bedoelingen opgenomen zijn. In de uitwerking echter kom je opnieuw projecten tegen, waar het academisch-industriele complex blij mee is.
Het is een soort nederlandse ziekte (en nog meer zelfs een Brainportziekte) dat het sterft van de projecten die interessant zijn, resultaat opleveren, en ophouden als de subsidie op is, waarna als regel geen vervolg. Je zou willen dat af en toe zo’n project in een grootschalig, stevig gefinancierd beleid werd omgezet tot nut van het grote publiek.
Het beste voorbeeld van dat laatste is dat de regio Eindhoven – Helmond bezig is een verkeersplan aan te nemen met heel wat progressieve kenmerken (het Bereikbaarheidsprogramma ZO Brabant).
Misschien is daar het baanbrekende verschil geweest dat er een buitenparlementaire actie bij betrokken geweest is, namelijk die welke leidde tot het afblazen van de Ruit om Eindhoven. Welk besluit prima bleek te passen bij de belangen van het mechatronika-wereldje in de regio.
Ik denk dat ook de AiREAS-campagne hier een nuttige rol gespeeld heeft door de geesten rijp te helpen maken.
De politiek volgt nu vooral ademloos al die leuke projectjes en betaalt er op incidentele basis aan mee. Misschien zouden die partijen af en toe eens een geschikte uitkomst bij de kop moeten pakken en actie voor gaan voeren dat die grootschalig geïmplementeerd wordt.
Er staat in Nature van 21 juli 2016 een amusant artikel over het nieuwste wetenschappelijke project, namelijk om de talloze Pokémon Go – spelers in te zetten om nieuwe diersoorten te ontdekken. Immers, dat volk kijkt in allerlei duistere hoeken en gaten en wie weet wat daar allemaal rondkruipt? Bovendien hebben ze per definitie een hele goede camera bij zich.
Civil Science – projecten zijn niet nieuw. Er jagen al heel lang amateurs op kometen, ze meten dubbelsterren, of luisteren (in het SETI-project) naar veronderstelde radiosignalen van aliens. Er komt soms zinvol resultaat uit (alleen nog geen aliens).
Goed, je wroet in de bosjes en je vindt een nieuw soort vlinder, vogel of nijlpaard – althans, je maakt een foto en een bevriende bioloog kent de soort niet. Wat nu?
De catalogisering van de diersoorten staat tegenwoordig online en jouw eventuele vondst kan ook online gepubliceerd worden.
Maar is een foto genoeg bewijsmateriaal? Dat leidde tot discussie. Eigenlijk vraagt de biologie om een vers lijk, maar laatst vingen twee wetenschappers in Zuid-Afrika een ‘bee fly’ (in het Nederlands een wolzwever) die een nieuwe soort zou zijn, maar na het nemen van de foto vloog het beest weg voordat het een vers lijk werd.
Een bee fly, in het Nederlands wolzwever
Helaas, het wereldje was onverbiddelijk: je kunt het gefotografeerde beest niet op zijn rug leggen en in alle rust de genitalien bestuderen, bijvoorbeeld. Dus wie bij het Pokémonnen een nieuw soort nijlpaard op de foto gezet heeft, moet terug om het beest te vangen. Nijlpaarden lopen niet zo hard, aldus Nature.
Daarna zijn er (anders dan bij radioactieve elementen, ziekten en
planeten) geen regels.
Er bestaan slime-mould beetles die naar Dick Cheney, Donald Rumsfeld en George W. Bush genoemd zijn. Een ‘slime-mould’ is iets ongedefinieerd glibberigs dat ik met mijn lekenverstand tussen algen en schimmels positioneer. De kevers vreten dat spul. Zie http://www.livescience.com/6977-slime-mold-beetles-named-bush-cheney-rumsfeld.html .
Een slime-mould beetle
Het is de vraag of deze naamgeving op prijs gesteld wordt. De Chinese ecoloog Cheng-Bin Wang noemde een nieuw ontdekte kever naar zijn president Xi Jin-Ping vanwege diens ‘leiderschap om ons moederland steeds sterker te maken’. Dat viel blijkbaar niet in goede aarde. De Chinese censuur probeerde daarna om alle verwijzingen naar de nieuw ontdekte kever van het Internet te poetsen.
Het Nature-artikel vermeldde niet wat die kever voor menu had.
Dit is mijn driehonderdste artikel op deze site. Reden om weer eens een persoonlijke noot te schrijven.
Mijn vrouw en ik gingen in het voorjaar altijd naar mijn zoon en zijn vriendin, die samen in Monpazier aan de zuidrand van de Dordogne een restaurant runden (dat was zo op het moment dat dit artikel geschreven is. Nu wonen ze ergens anders. Deze intro is achterhaald, maar het vervolg niet).
Daarna zijn we naar Brive-La-Gaillarde gefietst, daar de Intercity gepakt naar Parijs, drie dagen daar, en toen in een aantal dagen naar Maastricht gefietst (unplugged, puur natuur). En dat dwars door de Dordognese heuvels en de Ardennen, met de wind meestal op kop, bij elkaar 664km. We waren trots op onszelf. Onderweg nog het lunchpakket opgegeten recht onder de aanvliegroute van vliegveld Charles de Gaulle. Elke anderhalve minuut een landend vliegtuig. Zeer apart.
Parijs en Hammourabi. Ik wilde voor het eerst naar het Louvre. Niet voor het A4-tje waarop een Italiaanse meneer een Italiaanse mevrouw geschilderd heeft, en ook niet voor een marmeren mooie Griekse mevrouw zonder armpjes die ook beroemd is, maar naar de Zuil van Hammoerabi, het oudste overgebleven wetboek ter wereld. Dacht ik, maar er zijn nog oudere, bleek later, maar die zijn niet gebeiteld in donkergrijze dioriet. De zuil dateert uit ongeveer 1780 voor Christus.
De Zuil van Hammoerabi
Het is een echt wetboek. Het stond in de openbare ruimte, was verhoudingsgewijze eenvoudig geschreven (maar de meesten konden überhaupt niet lezen) en beoogde een beschermende, soms harde rechtvaardigheid, alsmede als promo voor de koning zelf als zelfverklaarde favoriet van de zonnegod. De tekst gaat er af en toe ruig op en wekt de indruk dat er ook in die tijd veel zondige sex en geweld, roof en en ander wangedrag bestreden moesten worden. Flarden van de introtekst echter ogen tijdloos, om niet te zeggen modern. Ik kan verder niet meer doen dan geïmponeerd zijn. Waarna Wikipedia dieper inzicht geeft onder Hammurabi en Codex_Hammurabi . Ik jat zomaar een stukje van Wikipedia als voorbeeld. Lezing van het hele artikel aanbevolen, want Wikipedia is meestal erg goed.
Verhuur
Niet alleen velden en tuinen konden verhuurd worden, ook woningen duiken in de gevonden documenten op als verhuurbare objecten. Ook voor deze huurovereenkomsten liet Hammurabi regels opstellen. De overeenkomsten hadden vaak een looptijd van één jaar. De huur werd op twee manieren betaald, ofwel werd aan het begin van het jaar een aanbetaling gedaan met het restant te voldoen aan het einde van het jaar, ofwel men betaalde pas aan het einde van het jaar de volledige huur. De huurders hadden zorg te dragen voor een onberispelijke toestand van het huis; reparaties moesten uitgevoerd worden, bij beschadigingen moest de verhuurder schadeloos worden gesteld.
Huizen bestonden in die tijd voornamelijk uit leem, hout was zeer schaars. Indien het huis houten onderdelen bevatte, dan werden deze uitdrukkelijk in het huurcontract vermeld. Daarvoor moest dan extra betaald worden. Behoorden de houten onderdelen toe aan de huurder, dan kon de huurder deze bij vertrek meenemen. Huurders en verhuurders stonden ook toen vaak op gespannen voet met elkaar, getuige de vele gerechtelijke documenten over huurconflicten.
Babylonie onder Hammoerabi, die voortdurend oorlog aan het voeren was om zijn stadsstaatjes binnen te houden en vijand Elam buiten. Zowel het een als het ander liep nog wel eens mis. De keuze was of dat de staatjes elkaar de hersens insloegen, of dat de koning ze allemaal tegelijk onderdrukte, waar mogelijk mee te leven was zolang je daar geen probleem van maakte. Het probleem lijkt van alle tijden. Het lijkt zelfs wel wat op de EU.
Ik heb mijn tijd in het Louvre grotendeels doorgebracht op de Babyloni- sche afdeling. Ik vind de periode in dat gebied vanaf de uitvinding van de landbouw, diep in de prehistorie, tot pakweg Alexander de Grote een van de meest fascinerende stukken geschiedenis, ook vanuit mijn eigen fysische achtergrond. De landbouw zorgde voor grote maatschappelijke overschotten waar de baas over gespeeld moest worden – vandaar de koning en het wetboek. Het oogsten vroeg om een kalender, dus om een tijdsindeling, dus om astronomie, dus om wiskunde. De indeling van de cirkel in 360⁰ is hiervan een rechtstreeks gevolg: de graad was ongeveer de hoek die de zon in één dag aflegde in de Dierenriem. En het was een lekker getal, op allerlei manieren handig te delen. Zo handig, dat het tot nu toe alle aanslagen van het metriek stelsel overleefd heeft. De aanduiding GRAD (rechte hoek = 100GRAD) op rekenmachines heeft het nooit gemaakt. En ons uur is nog steeds 60 minuten enz. (de 24 uur-indeling van het etmaal schijnt Egyptisch te zijn) De landverdeling in een gebied met slingerende rivieren vroeg om de berekening van de oppervlakte van ronde akkers, dus om de eerste benadering van het getal pi. De boekhouding leidde tot de ontwikkeling van het eerste positionele talstelsel (dus waarbij de plaats van een teken de waarde aangaf als in 306 = 3*100 + 0*10 + 6*1), met als belangrijkste manco dat de Babyloniers geen apart teken voor de 0 hadden. De Babyloniers werkten voor kleine getallen met het grondtal 10 en voor grote getallen met het grondtal 60. De astronomie groeide over de eeuwen uit tot een uitzonderlijk geraffineerd gedachtengoed. Onlangs werd nog achterhaald dat de Babyloniers tot een primitieve integraalrekening op de baan van Jupiter waren gekomen.
Voorbeeld van het Babylonische zestigtallig stelsel
Het gedachtengoed is echter via diverse omwegen tot ons gekomen, en die omwegen hebben het product geen kwaad gedaan.
Op een of andere manier is het positionele talstelsel in India terecht gekomen. Een onbekend hindoe-genie ver voor Christus heeft een apart teken voor de 0 bedacht (‘shunya’, ‘leegte’ in het Sanskriet), en ingezien dat je daarmee kon rekenen alsof het een normaal getal was. De Indiers hebben uitgedacht wat nu onze cijfers zijn. Zie bijvoorbeeld https://npokennis.nl/longread/7986/hoe-komen-we-aan-het-cijfer-nul . De Arabieren hebben dit gedachtegoed naar Europa getransporteerd en er theorie aan toegevoegd, zoals bijvoorbeeld ons woord ‘cijfer’, het Arabische woord sifr. De Indische cijfers heten dus bij ons Arabisch. Ons woord ‘algebra’ komt van het Arabische woord Al-Jabr , wat afkomstig is uit de Arabische vertaling van de titel van een werk uit 830 na Christus van de Pers (nu Iranier) Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi over lineaire en kwadratische vergelijkingen. Diezelfde meneer heeft de kennis over de Indische cijfers in de Arabische wereld gebracht. Ons woord ‘Algoritme’ is een verbastering van de naam van meneer al-Khwarizmi. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Muhammad_ibn_Musa_al-Khwarizmi
Een pagina uit het boek van A;Kwarizmi over lineaire en vierkantsvergelijkingen
Een deel van de Babylonische kennis is via de Grieken tot ons gekomen, die daaraan bijv. het concept van het formele bewijs aan hebben toegevoegd. Een recente astronomische Europese satelliet, die met grote nauwkeurigheid posities van sterren meet, heet de Hipparchos. Er valt ook het nodige te melden over de Egyptische bijdrage aan de wiskunde (bijv. het volume van een afgeknotte pyramide) , maar daarvoor ontbreekt hier de ruimte.
De tiendelige breuk (het kommagetal) is West-Europees: Napier en Simon Stevin.
Ik heb in mijn (door mijn pensionering beeindigde) beroepsleven als natuurkundeleraar het huidige talstelsel, met de daaraan gekoppelde tijdsindeling, vaak gebracht als HET prototype van een multicultureel gedachtengoed. Er is geen Wilders-aanhangende leerling geweest die mij dat ooit bestreden heeft.