Met enige vertraging publiceer ik hier een persbericht van Milieudefensie, alsdat ABN AMRO een eerste, maar belangrijke stap gezet heeft om zijn uitstoot te verminderen. De bank heeft voor een deel van zijn activiteiten, namelijk alle leningen, voor het eerst een absoluut emissiedoel gesteld en niet, zoals meestal, een relatief doel en/of een absoluut doel voor een klein deel van de activiteiten. Zie hieronder het persbericht van Milieudefensie.
Succes! ABN AMRO gaat een absoluut doel stellen om zijn uitstoot te verminderen
ABN AMRO heeft een belangrijke stap gezet. De bank gaat een duidelijk doel stellen om zijn uitstoot te verminderen. Dit geldt voor de uitstoot van al ABN AMRO’s leningen, niet alleen een klein deel. Het is de eerste grote bank in Nederland die dit doet.
Actievoeren werkt
De CEO van ABN AMRO, Marguerite Bérard, maakte dit nieuws bekend tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van 2026. Wij gaan al 5 jaar naar de aandeelhoudersvergaderingen van ABN AMRO. Elk jaar stellen we dezelfde vraag: gaat ABN AMRO een absoluut doel zetten om zijn uitstoot te verminderen? Dit jaar hoefden we de vraag niet te stellen want de CEO kwam zelf met het nieuws! Dit bewijst: actievoeren werkt!
Wat is een ‘absoluut doel’?
Banken lenen geld aan bedrijven. Sommige van deze bedrijven zorgen voor veel vervuiling. Daardoor ontstaat uitstoot. Ook al stoot de bank zelf niet uit, deze is wel verantwoordelijk voor de uitstoot van de bedrijven die ze financiert. Dit is hun zogenaamde ‘gefinancierde uitstoot’.
Veel banken hebben doelen om een klein deel van hun gefinancierde uitstoot te verminderen. Zo ook ABN AMRO, ING en Rabobank. Maar hier schieten vaak twee dingen aan tekort:
De doelen gaan maar over een klein deel van de uitstoot. Bij ABN AMRO is dat bijvoorbeeld maar 14%.
De gestelde doelen zorgen tot nu toe niet voor minder uitstoot. Vaak stellen banken enkel zogenaamde ‘intensiteit doelen’. Dat betekent: minder uitstoot per product, maar vaak niet minder uitstoot in totaal. Bijvoorbeeld: vliegtuigen worden iets zuiniger. Maar als er meer vliegtuigen vliegen, kan de totale uitstoot toch stijgen.
Klimaatdemo Zuidas 2024
Campagne Milieudefensie werkt
Wij voeren al jaren actie voor betere klimaatplannen van banken. We gaan naar jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen, maken rapporten en hebben zelfs een rechtszaak gestart tegen ING, waarin we eisen dat de bank verantwoordelijkheid neemt voor zijn uitstoot.
Met resultaat! De CEO van ABN AMRO zegt nu dat een absoluut doel nodig is. Anders kan de uitstoot zelfs blijven groeien. Het nieuwe doel gaat gelden voor alle leningen van de bank. Dus niet alleen voor een klein deel.
Zoals Triodos en een paar van de grootste pensioenfondsen van de wereld, ABP en PFZW, hebben dankzij druk van ons de afgelopen jaren, al zo’n doel opgesteld. ABN AMRO is nu de eerste grote bank die volgt. Een prachtige stap!
Wat kan nog beter?
Het doel geldt nog niet voor alle activiteiten van ABN AMRO, zoals beleggingen en kapitaalmarkt financiering.
De bank wil een doel opstellen dat ervoor zorgt dat de opwarming van de aarde ‘onder de 2 graden’ blijft, terwijl onder de 1,5 graad opwarming juist nodig is.
Het doel is nog niet concreet gemaakt door ABN AMRO. Volgens de CEO kan dit nog jaren duren. De klimaatcrisis kost nu al mensenlevens, dit kan en moet sneller.
Aanbieding processtukken aan ING Bank
Wil jij dat andere banken dit voorbeeld volgen?
We zijn super blij met de aankondiging van ABN AMRO. Help je mee andere bedrijven ook over te halen om dit voorbeeld te volgen? Teken dan ons ultimatum aan ING. Samen met al ruim 30.000 anderen stellen we ING een Ultimatum: verbeter binnen een jaar je klimaatbeleid, of wij stappen over van bank.
Hieronder een persbericht van TNO over een goede, nieuwe methode om zonnepanelen te recyclen. Het is gedateerd 15 mei 2026 . Het bericht is te vinden op tno_2026/05/tno-lasertechnologie-gamechanger/ . Projectleider is Mirjam Theelen. Men kan via genoemde website met haar in contact komen.
TNO’s lasertechnologie: gamechanger voor circulaire zonne-energie
De eerste generatie zonnepanelen bereikt het einde van haar levensduur. Om te voorkomen dat schaarse grondstoffen verloren gaan zijn slimme oplossingen nodig. Onderzoekers van TNO hebben een doorbraak gevonden: een duurzame, innovatieve lasertechnologie.
Afbeelding bij het TNO-persbericht
Deze lasertechnologie is een fundamenteel andere manier van recyclen. In 2024 is ongeveer 24% van het wereldwijd gedolven zilver gebruikt in zonnepanelen. Naar verwachting wint de nieuwe lasertechnologie liefst 99% van het zilver terug. Bovendien verbruikt deze methode vele malen minder energie.
Zonnepanelen zijn gemaakt om lang mee te gaan. De materialen uit elkaar halen is daarom niet eenvoudig. En dat vormt nu een probleem voor recycling. Met een laser-gebaseerde aanpak biedt TNO daar een oplossing voor. De technologie ontmantelt zonnepanelen vele malen efficiënter, met behoud van waardevolle grondstoffen. Dat is belangrijk om zonne-energie betaalbaar en minder afhankelijk van schaarse (import)grondstoffen te houden. Zo brengt de zogeheten PV-recycling een autonome zonne-energiesector een stap dichterbij.
Waarom zonnepanelen lastig te recyclen zijn Zonnepanelen zijn ontworpen om minstens 25 jaar lang weer en wind te trotseren. Ze moeten tegen hitte, kou, vocht en mechanische belasting bestand zijn. Daarom zijn onderdelen zoals glas en zonnecellen stevig aan elkaar gelijmd. Dat gebeurt met zogeheten encapsulants.
De stevigheid van de zonnepanelen is een voordeel tijdens gebruik, maar een nadeel bij recycling. De lijmlagen maken het vrijwel onmogelijk componenten los te halen zonder ze te beschadigen. De huidige recyclingmethoden zijn vaak grof: panelen worden vermalen of verhit tot hoge temperaturen. Met deze technieken worden materialen zoals zilver en zuiver silicium helemaal niet teruggewonnen, of kost het zeer veel energie.
Recyclen met licht: van hechting naar scheiding TNO ontwikkelde een alternatieve aanpak voor het ontmantelen van zonnepanelen. De panelen zijn ontworpen om zoveel mogelijk licht op te vangen. Dit principe vormt de sleutel tot recycling.
Een krachtige laser zet het licht in de actieve laag van het zonnepaneel lokaal om in warmte. De gerichte temperatuurstijging verwijdert de hechting tussen de zonnecellen en de encapsulanten. Zo worden de verschillende lagen gecontroleerd van elkaar gescheiden, zonder het hele paneel te verhitten of chemisch te behandelen. Deze technologie is toepasbaar op verschillende typen zonnepanelen.
Het resultaat: een veel schonere scheiding van materialen. Het glas blijft intact en de zonnecellen komen vrij met nauwelijks lijmresten. Dit proces vergt minder dan 1 kWh energie per module. Dat is een fractie van het energieverbruik van conventionele technieken zoals pyrolyse, wat 25 kWh per module kost. “Met laser-gebaseerde technieken laten we zien dat het anders kan: energiezuinig en met behoud van waarde”, zegt onderzoeksleider Mirjam Theelen.
Een goudmijn aan zilver en silicium Circulariteit is één drijfveer, schaarste van grondstoffen een andere. En de waarde van de grondstoffen is niet gering. Zo bevatten de zonnepanelen veel zilver, waarvan naar verwachting 99% kan worden teruggewonnen. Op dit moment gaat 25% van het wereldwijd gewonnen zilver naar de productie van zonnepanelen, terwijl de vraag naar deze grondstof blijft toenemen.
Naast zilver zit in de zonnepanelen ook silicium van hoge zuiverheid. Dat kan binnen Europa slim worden hergebruikt, bijvoorbeeld in batterijen of nieuwe zonnecellen. Verder zijn ook het glas en de kunststoffen in de zonnepanelen beter her te gebruiken wanneer ze schoon worden teruggewonnen.
Waar recycling vaak een verplicht nummer is om aan regelgeving te voldoen, kan deze nieuwe lasertechnologie uitgroeien tot een winstgevend proces. De opbrengsten, in de vorm van zuivere materialen, zijn veel hoger dan de kosten voor het recyclen. Dit maakt hoogwaardig recyclen economisch interessant én kansrijk. Zeker nu meer zonnepanelen het einde van hun levensduur bereiken en de volumes in de afvalstroom toenemen.
Van optimaliseren naar opschalen Het onderzoek van TNO loopt nu 3 jaar en bevindt zich duidelijk voorbij de verkennende fase. In het lab zijn vrijwel alle veelvoorkomende zonnepanelen al succesvol behandeld en uit elkaar gehaald. De onderzoekers optimaliseren het proces continu, bijvoorbeeld door te kijken hoe verschillende lasertypes de lijmlagen beïnvloeden.
Een opvallend aspect is dat het proces zichzelf deels ‘zichtbaar’ maakt: wanneer de laser zijn werk doet en de hechting afneemt, verandert het oppervlak subtiel van kleur. Dat geeft onderzoekers directe feedback en helpt om het proces nauwkeurig af te stemmen.
Het onderzoek is inmiddels opgeschaald van laboratoriumopstellingen naar toepassingen die relevant zijn voor industriële recycling. De volgende fase richt zich op het inpassen van de lasertechnologie in de volledige procesketen van PV-recycling. Daarbij wordt getest onder praktijkcondities.
De onderscheidende rol van TNO TNO werkt niet alleen aan de techniek zelf, maar ook aan de vraag hoe deze binnen bestaande en toekomstige recyclingketens past. De onderzoekers werken samen met industrie, beleidsmakers, de overheid, machinebouwers, zonnepaneelfabrikanten en recyclingbedrijven. Want: een nieuwe technologie heeft pas echt impact als duidelijk is wanneer investeren loont, hoe regelgeving kan aansluiten en welke volumes precies nodig zijn om het rendabel te maken.
Op dit moment lopen er verschillende projecten met industriële partners en er staan meer samenwerkingen in de steigers. Zo wordt onder meer met een Nederlandse machinebouwer getest op volledige modules.
Grenzeloos van elkaar leren Ook internationaal groeit de aandacht voor zonnepaneelrecycling met lasers. TNO is wereldwijd een van de voorlopers. In Australië en de Verenigde Staten lopen vergelijkbare onderzoeken. De parallelle ontwikkelingen bieden kansen om oplossingen verder te verbeteren. “Het is geweldig om van elkaar te kunnen leren”, geeft Theelen aan.
TNO ziet duidelijke verschillen tussen fundamenteel universitair onderzoek en de meer toepassingsgerichte aanpak die nodig is om technologie naar de markt te brengen. Juist in die vertaalslag ligt de kracht van een kennisinstituut als TNO.
Blik vooruit: lasers als integraal onderdeel van zonne-energie Licht in de vorm van lasers gaat de komende jaren een grotere rol spelen in recyclingprocessen. De verwachting is dat lasers een vast onderdeel worden van toekomstige recyclingfaciliteiten. Daarbij wordt ingezet op minimale energie-inzet en maximale materiaalopbrengst. Theelen: “Met deze laser-gebaseerde techniek zetten we een grote stap richting een circulaire zonne-energiesector.”
Meer weten? Ben je PV-producent of recycler en wil je met TNO in gesprek? Neem gerust contact op. Samen verkennen we hoe deze technologie binnen een recyclingproces of ketenstrategie toegepast kan worden.
Artist impression van de A58 met een geluidswal van windmolenbladen
Vooraf Om de klimaatcrisis te bestrijden is stroom nodig die niet met fossiele brandstof wordt geproduceerd. Windturbines, zowel op het land als op zee, zijn daartoe onmisbaar. Er is veel verzet tegen nieuwe windturbines op het land – een standpunt dat ik niet deel. Tegenstanders gebruiken in hun verzet eigenlijke en oneigenlijke argumenten.
Tegenstanders argumenteren onder andere dat het tot nu toe nu slecht geregeld is wat er op het eind van de levenscyclus met een windturbine gebeuren moet. Dit argument is grotendeels onjuist, omdat op dit moment standaard ergens rond de 85 a 90% van een windmolen na definitieve afloop van zijn levensduur gerecycled wordt. ‘Definitief’ betekent hier dat herplaatsing elders of opknappen en repareren onmogelijk is gebleken. Er is echter een reëel probleem met de overblijvende 10 a 15%, zijnde de wieken. Turbinewieken zijn ontworpen als wegwerpartikel, Tot nu toe eindigen die meestal op de stort of in de verbrandingsoven (bijvoorbeeld in cementovens). Dat hoort niet zo te zijn. Afzonderlijke landen en de EU als geheel willen van deze praktijken af, met als terecht gevolg dat er sinds pakweg 2020 naar alternatieven gezocht wordt. Dat begint te lopen. Daarover gaat dit artikel.
Het gaat om forse getallen. Een windturbine gaat 20 tot 25 jaar mee, hetgeen betekent dat de oudste turbines nu ‘op de markt’ beginnen te komen. En ook dat het aanbod vrij redelijk te voorspellen is. Europa produceerde in 2025 60.000 ton wiek-afval en dat zal in het jaar 2050 oplopen tot 800.000 ton (aldus TNO op basis van WindEurope).
Enkele vormen van onderscheid vooraf.
Het eerste is of je curatief of preventief kijkt. Curatief gaat over wieken die er al zijn (en die al afval zijn of dat worden), preventie gaat over nieuwe ontwerpen die al bij voorbaat op een hanteerbaar end of life-stadium ontworpen zijn. Het tweede onderscheid is of een probleem vooral technisch is, of vooral economisch (en dan ook politiek). Dat zijn wezenlijk verschillende zaken die om wezenlijk verschillende oplossingen vragen. De recyclewereld wemelt van de goed bedoelde technische oplossingen, die het vervolgens op de vrije markt niet redden omdat het niet-duurzame aanbod goedkoper is (bijvoorbeeld bij plastic of textiel). Een verplichte verwijderingsbijdrage kan meer effect sorteren dan een briljante technische oplossing. Het derde onderscheid (dat samenhangt met het tweede onderscheid) is hoever een beoogde oplossing in technisch opzicht is. Voor brilliancy op laboratoriumschaal koop je op zich weinig.
Curatief Als je niet wil dumpen of zomaar verbranden, en als opknappen of de tweede handsmarkt geen oplossing is, kun je in Nederland bij twee clubs terecht. Het zijn allebei samenwerkingsverbanden (consortia).
De ene is de Dutch Circular Value Chain (CVC). Daarbinnen doet Business in Wind de ontmanteling van de turbine, levert de jonge startup Dura Vermeer Urban Miner de (zeg maar) bouwwerf en de bijbehorende ICT, en levert designbureau Superuse ontwerpen onder de handelsnaam Blade-Made. De GKB Group doet de feitelijke productie, The Footprinters rekent uit wat de klimaat- en milieufootprint is, en New Citizen Design plakt alle taken aan elkaar. Wie het na wil lezen, zie https://blade-made.com/home/portfolio-items/the-netherlands/ . Het consortium maakt wat met een mooi woord ‘Urban Furniture’ heet (ondanks alle Engels is het geheel een Nederlandse club). De clou is dat je in het uiteindelijke product de molenwiek terug herkent. De openingsafbeelding is een artist impression van hoe de A58 bij Oirschot er uit zou kunnen zien. In werkelijkheid liggen er in de testomgeving Innova58 van Rijkswaterstaat twee wieken aan elkaar, samen 60m lang en 3 a 4 meter hoog. De eerste testresultaten zijn gunstig: het testscherm doet het even goed als een betonnen scherm van 3,3 meter hoog. Innova58 is sowieso een interessante innovatieomgeving, ook vanwege andere projecten ( https://www.innova58.nl/ ) Hieronder de met stukken windmolenwiek opgebouwde speeltuin Wikado in Rotterdam.
Speeltuin Wikado in Rotterdam
Het levert leuke resultaten, maar de vraag is wel of je er grote getallen mee haalt die nodig gaan zijn. (Rijkswaterstaat moet nog zo’n 40 a 50km geluidsscherm opleveren).
Het alternatief voor wiekenmateriaal niet afbreken is wiekenmateriaal wel afbreken.
Kort door de bocht bestaat dat composietmateriaal voor ruim de helft uit glas en/of koolstofvezel en rond de 30% uit epoxy- of polyesterhars, plus nog wat ander spul. Afbreken betekent idealiter dat je onbeschadigd de fibers enerzijds en de epoxyhars (en de rest) anderzijds weer van elkaar scheidt op zo’n manier dat je met de gescheiden producten nog wat nuttigs kunt doen, liefst zo hoogwaardig mogelijk. Genoemde harsen zijn echter thermohardend: ze kunnen niet meer smelten. Daarom hield men tot voor kort recycling voor heel moeilijk of onmogelijk.
Springt (in Nederland) TNO in met een project om wel tot recycling te komen. TNO is de ruggengraat van de andere club, het werkverband Circle4Win ( project circle4win ). Dat is een driejarig project. Het project is gericht op een commercieel bruikbare methode om toch windturbinewieken te recyclen. Het daartoe opgerichte consortium omvat elke cruciale stap: bladproductie (Suzlon), einde-levensduurmanagement (IX Decom), voorbewerking (D&E), thermolyse-recycling (Renewi), grondstoffenverwerking (Sibelco) en glasvezelproductie (Envalior). Het project werd voor het eerst omschreven op 27 maart 2025 ( project-recyclen-windturbinebladen ) en had een vervolgbericht op 02 juli 2026 ( hoogwaardig-recyclen-windturbinebladen/ ). TNO EnergieTransitie en het Brightlands Materials Center (BMC, coproductie van TNO en de provincie Limburg)) op de Chemelotcampus in Geleen hebben een thermolytische methode ontwikkeld. Het turbinemateriaal wordt in een oven in zuurstofloze omgeving tot bijna 500°C verhit, waardoor de harsen ontleden tot brandbare gassen. Als alles goed gaat, komen de (als nieuw materiaal goedkope) glasvezel en de (als nieuw materiaal dure) koolstofvezel netjes schoon vrij te liggen. De vrijgekomen gassen worden gebruikt om de 500°C te bereiken. Technisch moet je hier een heel eind mee kunnen komen. Dd 02 juli 2026 had de pilot ca 60kg teruggewonnen glasvezel geproduceerd. Als dat gecombineerd wordt met kunstharsen die wel kunnen smelten (thermoplasten), is dat nieuwe materiaal wel recyclebaar. Of men daar weer windmolenwieken van kan maken, moet blijken. In elk geval kan het gedowngraded worden tot eenvoudiger toepassingen (bijvoorbeeld auto-onderdelen). Of het financieel zonder politieke maatregelen (bijvoorbeeld subsidie) uit kan, moet blijken – die vraag is minstens zo interessant. Het consortium wil een demonstratiefabriek bouwen met een capaciteit van ca 10.000 ton molenwiek per jaar. Die inrichting zou alle windturbinebladen van het Prinses Amalia windpark met 60 windturbines, een van de eerste Nederlandse offshore windparken die ontmanteld worden, in ongeveer één maand kunnen verwerken.
Uiteraard wordt er ook buiten Nederland aan het recyclen van windturbinebladen gewerkt. Voor een overzichtsartikel over wat diverse turbineproducenten doen, zie nedzero.nl_wind-in-the-sails-for-large-scale-recycling-of-wind-turbine-blades . Het voert te ver om hier alle producenten de revue te laten passeren.
Voor een eerder artikel op deze site, over de fabrikant Vestas, zie methode-ontwikkeld-om-windturbinebladen-geheel-te-recyclen . Vestas lijkt erop te vertrouwen dat het met zijn recyclingtechniek voort kan gaan met de bestaande materialen (dus met thermohardende kunststoffen), zelfs met het perspectief om er opnieuw wieken van te maken. De tijd zal moeten leren of dat gaat lukken, maar dat lijkt me geen gelopen race. In dat geval zou dat betekenen dat curatief en preventief in elkaar beginnen over te lopen. Voor Vestas-standpunten zie vestas.com_sustainability/sustainability-product-offerings/blade-circularity .
Het verwerkingsschema van Vestas
Preventief De vraag ligt voor de hand of voor nieuwe windturbinewieken niet meteen al een materiaal uitgekozen kan worden dat makkelijk te recyclen is. Twee uiteenlopende voorbeelden hoe dat zou kunnen. Beide buiten Nederland, omdat er ons land geen windturbines meer gebouwd worden.
Het ene alternatief is de Duitse startup Voodin Blade Technology – een interessant idee met een handvol uitvoeringsvragen. De website geeft beperkt informatie, maar dit Change-artikel vult dat op basis van nadere informatie aan. De onzekerheid wordt mede gevoed omdat (op dit moment) levering voorzien is pas vanaf 2031, vanuit een nog te bouwen fabriek in Spanje. Er is nog geen praktijk. Het bedrijf maakt (met 48 miljoen EU-subsidie) rotorbladen uit hout, 20 tot 90m lang, alleen voor op het land (een belangrijke beperking). Voodin Blade Technology stelt, uiteraard mede ter onderbouwing van de eigen positie, dat recycling van bestaande kunststofbladen financieel niet levensvatbaar zal blijken – wat moet blijken. De bladen zouden voor 100% recyclebaar zijn (er staat op de website niet bij wat dat precies betekent). De wieken zouden met CNC-machines verspaand worden vanuit een grondvorm van speciaal voorbewerkt hout. Het CNC-programma is dus een computerfile en niet een enorme fysieke gietmal voor kunststof.. Zo’n gietmal wordt vernietigd als het bijbehorende type wiek uit de productie genomen wordt. Een eigenaar van een niet meer courant type molen met kunststofwieken kan dus, na verloop van tijd, geen wieken meer nabestellen, terwijl dat met uit hout verspaande CNC-wieken wel kan.
Bij Voodin Blade Technology
De grondstof is Laminated Veneer Lumber LVL). Daartoe worden bomen tot dunne lagen ‘geschild’ (‘fineer’). Die lagen worden weer op elkaar gelijmd, waarbij de nerf (ongeveer) steeds dezelfde kant op wijst. De techniek lijkt op multiplex, maar daar laat men de nerfrichting dus steeds verspringen. LVL wordt in de bouw al enkele decennia gebruikt en is dus een bestaand product (zij het niet in lengtes tot 90m), dat niet speciaal voor Voodin ontwikkeld is. Voodin is wel de eerste die het voor dit doel gebruikt. Het materiaal heeft belangrijke voordelen (het gaat bijvoorbeeld efficiënter met het hout in een boom om)), maar vraagt bij gebruik buiten goede bescherming tegen water, zeker in de heftige omstandigheden waarin windturbines hun werk doen. . Voor een goed artikel zie wikipedia_Laminated_veneer_lumber .
Een contrasterend tweede initiatief, ( RecycableBlade ), is van de grote Duitse windturbinebouwer Siemens Gamesa . Het bedrijf wil zijn turbines in 2040 100% recyclebaar hebben. Het is reeds bestaande techniek: de eerste bladen zijn in 2021 geleverd. Genoemde webpagina schakelt door naar een infographic . Siemens Gamesa wil industriebrede afspraken en standaardisatie m.b.t. de recycling van windturbinewieken en steunt daartoe o.a. samenwerkingsprojecten zoals het Deense Decomblades , het Duitse Reusablade en het Deense Wisewind . Siemens Gamesa blijft functioneren in de bestaande traditie hoe je grote turbinebladen maakt, maar heeft op één punt een cruciale stap gezet, namelijk dat nieuwe bladen al in de fabricagefase ontworpen zijn op de uiteindelijke ontmanteling, In essentie heeft Siemens Gamesa daartoe een nieuwe kunsthars ontwikkeld, die in een bad met een aangezuurd oplosmiddel bij 80°C smelt, waarna de afzonderlijke materialen afzonderlijk toegankelijk zijn (zelfs de hars), Siemens claimt daarbij niet dat die materialen ook weer voor turbinebladen bruikbaar zijn. Siemans Gamesa heeft in 2025 een contract afgesloten om met dit nieuwe type blad een windpark voor de kust van Hull uit te rusten. In die regio komt een windturbinefabriek (zie voor een politieke beschouwing over dit soort werkgelegenheid https://www.bjmgerard.nl/farage-vernietigt-de-werkgelegenheid-en-liegt-daarover/).
Recyclebare Siemans Gamesa-bladen voor het windpark bij Hull
Florida Bloomberg Green Daily beschreef op 29 juli 2026 hoe de vele, sterk klimaatgerelateerde, rampen in Florida de (particuliere) verzekeringsmaatschappijen ertoe gebracht hebben om geen nieuwe klanten meer aan te nemen, honderdduizenden woningbezitters uit de verzekering te gooien en zelfs om de hele staat Florida voor gezien te houden. En dat terwijl de verzekeringspremie in Florida met $8292 per jaar al de hoogste van de VS is – over de hele VS gemiddeld is dat $2948. Het artikel in de email-nieuwsbrief van Bloomberg zit op de browser onder florida-s-fix-for-property-insurance-crisis-puts-more-risk-on-homeowners . Dat is achter de betaalmuur, maar voor €2 heb je een maand toegang.
Vijf jaar-gemiddeld zit de schade momenteel op ruim 36 miljard per jaar
Na de orkaan Ian, die goed was voor $67 miljard verzekerde schade, lag de sector in 2022 op zijn gat. Men was bang dat er straks helemaal geen maatschappij zou zijn die nog wilde verzekeren in Florida, en daarom nam het parlement van de staat Florida wetten aan die het voor woningeigenaren moeilijker maakten om tegen een verzekeringsmaatschappij te procederen als die, naar de mening van de eigenaar, ten onrechte niet of te weinig uitbetaalde. De reactie van de maatschappijen was te verwachten, evenals de opkomst van een actiegroep als de Coalition for an insurable future ( https://coalitionforaninsurablefuture.com/ ). Aldaar een rapport met veel wetenschappelijk materiaal ( Climate-impact-on-insurance-May-2026.pdf ) – waaronder ook de observatie dat steeds meer mensen gevaarlijke staten als Florida (of bijvoorbeeld Califormie, vanwege de bosbranden) beginnen te ontvluchten. Uit dit rapport onderstaande afbeelding.
Bloomberg Green Daily baseert zich op materiaal van Climate Central, een NGO in de VS die klimaatwetenschap, en daarvan afgeleide wetenschap, communiceert . Climate Central heeft een openbare site , waarvan ik op https://www.climatecentral.org/climate-services/billion-dollar-disasters/mapping onderstaand rampenoverzicht van de VS gehaald heb, verbijzonderd naar Florida. Lees 300B+ als ‘ruim 300 miljard) . Dat is opgeteld van 1980 t/m 2025, met de kanttekening dat de schade pas vanaf 1990 explosief groeit.
Nederland Nu is Nederland niet Florida, maar de structuur van het verzekeringswezen is in Nederland niet wezenlijk anders dan in Florida. Nederland heeft zo zijn eigen risico’s en ook in Nederland zijn verzekeringsmaatschappijen particuliere, commerciële instellingen. Mogelijk zijn Europese verzekeringsmaatschappijen sterker en is het toezicht beter, maar dat is buiten mijn kennisgebied.
De Finse onderneming Polar Night Energy (PNE) bouwt hele grote ‘zandbatterijen’. In essentie is dat een hele grote thermosfles met steenpoeder. Als er veel goedkope stroom is, wordt die als warmte in het steenpoeder opgeslagen. Daarbij worden hele hoge temperaturen bereikt. Als het van pas komt, wordt die warmte weer afgegeven in de vorm van hete stoom, heet water of hete lucht (zulks naar keuze) aan de stadsverwarming waaraan hij hangt, of eventueel aan de procesindustrie.
De machine op de foto is 13m hoog en 15m in diameter. Er zit 2 miljoen kg steenpoeder in. Hij staat sinds kort in het Zuid-Finse dorp Pornainen (5000 inwoners). De installatie kan het dorp in de winter een week warm houden en in de zomer een maand.
Wie er een journalistiek verhaal over wil, kan terecht op het, op financiële dienstverlening gerichte, kabelkanaal CNBC ( finland-sand-battery-renewable-energy-storage ) waaruit hier geput wordt. Een woordvoerder van PNE stelt dat door de constructie de stadsverwarming 70% broeikasgas bespaart en dat die 60% minder houtsnippers nodig heeft.
Wie dieper in de techniek wil duiken, kan kijken op https://polarnightenergy.com/nl/#onze-producten . De getoonde installatie heeft daar een vermogen van 2MW en een energie-inhoud van 200MWh (hetgeen volgens Bartjes betekent dat hij 100 uur op vol vermogen kan draaien, en op een lager vermogen langer). Het opslagrendement is 85%. De materie kan desgewenst de opslag verlaten onder een temperatuur van 100 tot 400°C..
Het basisidee van dit soort thermische opslag is al langer bekend. Het is geen raketwetenschap, maar met name de praktische techniek en het opschalen schijnen een probleem te zijn. De basisvarianten zijn opslag in water, opslag in steenachtig materiaal en opslag in vloeibaar zout. Op deze site zijn al die varianten al eens langsgekomen, maar dat is al weer een tijd geleden.Vandaar enige extra controle.
Vlak nadat ik dit artikel geschreven heb, stond er in het blad Change.inc een verhaal over de toepassing van een warmteopslag in het Nij Smellinghe-ziekenhuis in Drachten.
Het ziekenhuis was met ruim 10.000 zonnepanelen, twee WKO-installaties, LED-verlichting en isolatie al een heel eind onderweg met verduurzamen. Wat nog restte was iets om stoom van 110°C te maken voor het desinfecteren van medische instrumenten, en daarvoor is een bron nodig van minstens 150°C (feitelijk is de bron 300°C). Met een warmtepomp zou dat op papier kunnen, maar het zou stroom vreten.
Daarom koos Nij Smellinghe voor een warmteopslag die (in dit geval) gevuld is met magnetiet (een vorm van ijzererts). Dat werk prima en er kan niets mee gebeuren. De installatie is van Powerstove van het bedrijf Heatwacht uit Zwolle ( heatwacht.nl ).
In 2027 gaat Nij Smellinghe als eerste bestaande ziekenhuis in Nederland van het gas af.
De landelijke vereniging Milieudefensie heeft al weer enige tijd geleden de bank ING als focus van actie genomen. Dat gebeurt omdat ING erg veel investeert in olie- en gasbedrijven (momenteel bijna €53 miljard). De effecten van de ontstane broeikasgassen lieten zich duidelijk merken in bijvoorbeeld de hittegolf van juni 2026. Er is al een dagvaarding uitgebracht tegen ING. Informatie over dit proces is te vinden op https://milieudefensie.nl/klimaatzaak-ing/info/veelgestelde-vragen-over-onze-nieuwe-klimaatzaak .
In de actie “Niet met mijn geld” wordt van ING geëist dat de bank stopt met het financieren van nieuwe olie- en gasbedrijven, stopt met mensenrechtenschendingen en (in lijn met Parijs) zijn uitstoot halveert. Dat heeft de vorm van een petitie (inmiddels door ca 35000 mensen ondertekend) waar deze eisen in staan. Als ING niet luistert, zal er een aansporing volgen om met veel mensen collectief over te stappen op een betere bank. Informatie over de actie ‘Niet met mijn geld’ is te vinden op https://milieudefensie.nl/niet-met-mijn-geld/veelgestelde-vragen-niet-met-mijn-geld .
De actie is in Eindhoven afgetrapt op vrijdag 03 juli 2026, op het 18 Septemberplein. Ik heb aan die actie zitten regelen. De actie werd visueel ondersteund door een schilderij van de ING-leeuw (van de hand van Dennie Boxem) die zich baadt in een bult olie. Voor die olie moest met plakkaatverf een groen alternatief aangestipt worden. Dat lukte goed.
Helmond eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test
Persbericht KWS 3-7-2026
Helmond heeft een landelijke primeur: het is de eerste gemeente waar CIRCUROAD biobased asfalt test. Een deel van het fossiele bindmiddel bitumen maakt in dit nieuwe type asfalt plaats voor een biobased bindmiddel op basis van restproducten uit de bosbouw, papierindustrie en uit de landbouw. Zo verlagen we de CO₂ uitstoot en gebruiken we minder niet-hernieuwbare grondstoffen. De komende 5 jaar meet CIRCUROAD grondig hoe het asfalt reageert op weer en verkeer.
Eerste praktijkproef bij een gemeente
Het biobased bindmiddel is ontwikkeld binnen CIRCUROAD; een samenwerking van overheden, bedrijven en kennisinstellingen, met Rijkswaterstaat als host. In Helmond legde KWS, een van de deelnemers in CIRCUROAD, proefvakken aan van het type AC 11 surf met 30% hergebruikt asfaltgranulaat. Dubbel duurzaam dus!
De drie biobased bindmiddelen, ontwikkeld door Esha, Latexfalt en BituNed, zijn vooraf grondig in laboratoria getest door deze leveranciers en een bredere groep aannemers, waaronder KWS, Boskalis, AsfaltNu en Dura Vermeer. Bovendien werden eind 2024 al proefvakken aangelegd op InnovA58, het outdoor living lab van Rijkswaterstaat. Daar voldoet die deklaag na twee winters nog steeds aan alle eisen. Vorig jaar werden proefvakken aangelegd in de provincies Utrecht en Drenthe, en nu dus in Helmond.
Wethouder Gaby van den Waardenburg van gemeente Helmond: “Wij zijn trots dat Helmond als eerste gemeente van Nederland deze praktijkproef mogelijk maakt. Met dit project dragen we bij aan de ontwikkeling van duurzame wegen. Zo zetten we samen een belangrijke stap richting fossielvrij asfalt als de nieuwe standaard.”
Ingroeimodel richting fossielvrij asfalt
Elk jaar produceert Nederland 6,5 miljoen ton asfalt voor de aanleg en het onderhoud van 136.000 kilometer aan wegen. De jaarlijkse uitstoot van de hele asfaltketen ligt nu rond de 565 kton CO₂ per jaar. Van die uitstoot komt 42 procent van de productie van asfalt en daarbinnen heeft de winning en productie van het fossiele bitumen met ongeveer 80% de grootste invloed op de uitstoot. De opgave is dus groot, evenals de verwachte impact.
De aanleg van het proefvak aan de Heikantseweg in Helmond is een belangrijke mijlpaal. De resultaten dragen bij aan de verdere ontwikkeling en grootschalige toepassing van biobased asfalt in heel Nederland en aan een toekomstbestendige asfaltketen.
Dineke van der Burg, CIRCUROAD programmamanager bij Rijkswaterstaat: “We werken met CIRCUROAD toe naar volledig fossielvrij asfalt op alle Nederlandse wegen. Daarom is het zo belangrijk dat we behalve op provinciale wegen en rijkswegen nu in Helmond ook op een gemeentelijke weg kunnen testen.”
CIRCUROAD Programmamanager Joop Groen: “Tot en met 2031 test CIRCUROAD asfalt met 30% biobased bindmiddel. Daarna werken we richting 2050 geleidelijk toe naar 100%. “Door zo grondig en stap voor stap te werk te gaan, weten we zeker dat leveranciers en wegbeheerders er klaar voor zijn en dat de kwaliteit, duurzaamheid en levensduur aan alle eisen voldoet.”
Jack Backx, bedrijfsleider bij KWS: “Met dit project laten we zien dat duurzame innovatie ook binnen gemeentelijke infrastructuur direct toepasbaar is. Door samen te werken met de gemeente Helmond en CIRCUROAD realiseren we een belangrijke stap richting toekomstbestendige en circulaire wegenbouw.”
Bij elke duizendste passant op deze site (bruto) een artikel met een iets andere thematiek. Bij de 53000ste passant aandacht voor een journalist die ik graag lees, George Monbiot van The Guardian (ik steun trouwens die krant financieel, wat nodig is omdat het een van de weinige kwaliteitskranten is die onafhankelijk en geheel in eigen beheer wordt uitgegeven).
George Monbiot
In de Guardian van 10 juni 2026 maakt Monbiot gehakt van de leugens van Reform UK-leider Nigel Farage ( reform-obsession-british-jobs-net-zero-oil-and-gas-fossil-fuel ). Na hier en daar wat gemutatis gemutandis ook voor Nederland relevant, want ook ‘wij’ boren gas in de Noordzee en ook aan deze kant van de Noordzee heeft Farage broeders in de leugen.
Monbiot citeert statistisch materiaal uit onverdachte hoek, namelijk de Confederation of British Industry (CBI) – niet de meest progressieve instantie in Groot-Brittanië. In genoemd Guardianartikel kun je naar al dat soort informatie toe linken, maar om het de lezer dezes wat makkelijker te maken schrijf ik hier enkele van die links uit. Bijvoorbeeld (via een doorgeschakeld eerder Guardianartikel uk-green-economy-worth-more-than-100bn-a-year-net-zero kan met het originele onderzoek downloaden, dat het onderzoeksinstituut ECIU voor de CBI uitgevoerd heeft (dd juni 2026), en wel op https://eciu.net/analysis/reports/the-race-for-net-zero .
Monbiot vergelijkt de werkgelegenheidscijfers
De Net Zero – economie geeft dd 2026 werk aan 1,1 miljoen fte’s , waarvan ruim 0,3 miljoen direct en de rest indirect. De rest van de groene economie (die groter is dan alleen maar het Net Zero-deel) is goed voor 0,6 miljoen fte. Dat aantal zal stijgen met 0,4 miljoen, omdat de regering banen wil scheppen voor mensen die in de fossiele industrie overbodig worden, en voor sociale doelgroepen.
De olie- en gas industrie gaf in 2023 werk aan 0,2 miljoen fte, waarvan 0,028 miljoen direct. Dat aantal is al geruime tijd dalend
De Net zero-sector in het UK is op dit moment al goed voor ruim £100 miljard, en dat getal zal verveelvoudigen
Lees deze afbeelding uit het CBI-onderzoek als volgt (voorbeeld Schotland): de Net zero-economie is daar goed voor een Bruto Toegevoegde Waarde (GVA) van £10,2 miljard en dat is 4,9% van de omvang van de Schotse GVA. Het aantal FTE is 104.800 en dat is 3,9% van de omvang van de Schotse werkgelegenheid. Het optellen van alle FTE’s leidt tot het totaal van 1,1 miljoen direct + indirect. Het optellen van alle GVA leidt tot de genoemde ruim £100 miljard. De spreiding van de economische activiteit is decentraler dan de overige Britse economie, waarin de rijkdom vooral in het zuidoosten geconcentreerd is – een belangrijk politiek gegeven in het UK
Dus liegt vicevoorzitter en energiewoordvoerder Richard Tice van Reform UK erop los dat er nog voor vele decennia gas in de Britse Noordzee zit – wat feitelijk geologisch onjuist is. Feit is dat het Britse deel van de Noordzee al heel lang een aflopende zaak is. In 2050 zal de opbrengst nog maar 3% zijn van die in 2025, en dan maakt het niet eens veel uit of je extra gaat boren. Je kunt al dan niet vinden, zoals de Nederlandse regering vindt, dat je het laatste restje in het Nederlandse deel van de Noordzee nog goed kunt gebruiken – maar het heeft geen zin om er met veel fantasie gas bij te verzinnen dat er nauwelijks is, maar politiek goed uitkomt.
Ondertussen bedreigt Tice, ondanks onwil van de eigen kiezers en ondanks de krachtige argumenten van de CBI, duurzame bedrijven met allerlei gruwelijks voor het geval Reform UK aan de macht zou komen.
Bouwschets vet sociale houten woningbouwproject van woningbouwcorporatie Trudo
Dag van de Houtbouw Op zaterdag 20 juni 2026 vond in heel Nederland de Dag van de Bouw plaats, op zich al een interessant gebeuren. Binnen dit geheel vond er nog interessanter fenomeen plaats, namelijk de Dag van de Houtbouw. In mijn woonplaats Eindhoven kon je gaan kijken bij een de bouw van 200 sociale huur-appartementen van de Eindhovense woningbouwcorporatie Trudo. Eerst even een verhaal vooraf.
Infoborden
Houtbouw, klimaat en bosbouw Houtbouw heeft belangrijke voordelen.
Staal en beton en baksteen brengen bij hun fabricage heel veel koolstof in de atmosfeer. Een boom haalt koolstof uit de atmosfeer. Droog hout bestaat voor ongeveer de helft uit koolstof en zolang het hout hout blijft, blijft die koolstof opgeslagen. In principe kan timmerhout koolstof bevatten van bomen die zelf al lang weggerot zijn en dat kan heel lang duren; Er is een houten Chinese tempel van zowat 1000 jaar oud, en een Noorse Stavkyrke van bijna 900 jaar oud ( bjmgerard.nl/houtbouw-voor-het-klimaat-terug-naar-de-toekomst/ ). Een houten huis, mits goed gebouwd en bewoond, woont fijn (‘feel wood’) Je kunt mooie en soms ook spectaculaire gebouwen maken van hout ( bjmgerard.nl/waugh-thistleton-architects-beroemd-om-houtbouw/ of bijvoorbeeld https://woodrandd.com/ ), ook hoge flats. (Marco Vermeulen, die van mij op de middelbare school natuurkunde heeft geleerd, is nu de architect van het voorgenomen project Dutch Mountains, grotendeels van hout, op het terrein van de Eindhovense TU/e ( https://www.thedutchmountains.nl/ ). Houtbouw leent zich van nature voor elementbouw in een bouwfabriek. Men maakt vreselijk precieze prefabelementen die op de bouwplaats alleen nog maar in elkaar gezet hoeven te worden. Dat kan heel snel. Verdere standaardisatie zou helpen, zowel in productiegemak als in hergebruik als een gebouw ooit weer afgebroken moet worden.
De conservatieve bouwwereld ziet heel veel beren op de weg, bijvoorbeeld inzake de brandveiligheid. Bovenstaand ‘beren’filmpje is van de brancheorganisatie Building Balance, waarin vertegenwoordigd een groeiend aantal aannemers en projectontwikkelaars die het wel aandurven met biobased bouwen (waarvan houtbouw een voorbeeld is). Zie https://durftegroeien.buildingbalance.eu/ .
Maar je moet inderdaad wel wat met brandveiligheid (trouwens, ook staal en beton begeven het als het maar lang genoeg heet genoeg is). Men maakt de dragende wanden van heel dik Cross Laminated Timber (CLT) dat afgedekt wordt met vocht- en brandwerend materiaal, en dat ook zonder dat door zijn dikte heel lang aan de buitenkant verkoolt voordat het aan de binnenkant zijn draagkracht verliest)
CLT ca 12 cm dik CLT met buitenbekleding
En een houten huis vraagt om een doordachte omgang met vocht. Een houten flat heeft een doordachte luchtbehandeling nodig. En je moet iets tegen de beestjes doen. Architecten zijn gek op CLT en boktorren ook. Het is misschien de goden verzoeken om een CLT-huis naast een termietenhoop te zetten, maar in normale omstandigheden valt er goed mee te leven (wijst ook de praktijk uit) als het hout in de fabriek goed voorbewerkt wordt, droog gehouden wordt en gecoat wordt. Houtconservering is zo oud als de moderne mens en een vak apart (zie bijvoorbeeld https://en.wikipedia.org/wiki/Wood_preservation ). Veel ondernemingen verkopen je graag hun geheime wapen. Al met al zijn dit technisch oplosbare problemen.
Is er genoeg hout? Je komt daar een heel eind mee en daar is goede, betrouwbare statistiek van Probos over ( Paper+Is+er+genoeg+hout ), met literatuurlijst En desgewenst het EU-programma HOME for the Future ( www.homeforthefuture.org ). Het Europese bosareaal is in 70 jaar met een derde toegenomen, en dat kan nog verder groeien. Van het in Europa gebruikte hout komt 80 a 90% uit Europa, meest naaldhout. In een gemiddelde houten woning gaat 50 kuub hout en als het aantal houten woningen in Nederland bijvoorbeeld van 1500 in 2020 naar 10.000 in 2030 zou gaan, zou dat richting een half miljoen kuub vragen op een Europese naaldhoutproductie van ca 110 miljoen kuub (stijgend). Op zich kan er dus een heleboel, mits een lange termijn-duurzaamheidsbeleid, mits minder houtexport uit Europa, mits aandacht voor klimaatschade aan het bos, en mits een rationele toedeling van houtproducten aan de hoogst mogelijke kwaliteit. De kwaliteitskeur FSC zegt op zijn website “Onze doelstelling is om eind 2026 een aandeel van 15% houtbouw te realiseren binnen de sociale woningbouw. Dat is haalbaar: er is in de Europese gecertificeerde bossen voldoende capaciteit om jaarlijks ongeveer 800.000 woningen in hout te bouwen.”
et oude hoofdkantoor van Philips Nederland met het infokraampje ervoor
Het project van Trudo
Woningbouwcorporatie Trudo bouwt 200 sociale huurappartementen op het terrein dat hoort bij het voormalige hoofdkantoor van Philips Nederland aan de Boschdijk. Het is het grootste sociale huur-project in hout in Nederland. Dat gebouw zelf is rijksmonument. Er zijn voor een nog onbepaald aantal jaren momenteel studenten van de TU/e in gevestigd. Dit gebouw deed niet mee met de open dag.
Ten Brinke Vastgoedontwikkeling en Bekke & Partners Real Estate (BPRE);
Stedenbouwkundig ontwerp: diederendirrix
Architect: Paul de Ruiter
Landschapsarchitect: Buro Lubbers
De openingsafbeelding van dit artikel geeft schetsmatige plattegrond van het nieuw te houden sociale complex. Het rechthoekige, middelste gebouw was opengesteld voor bezoekers, het rechthoekige gebouw er rechts van nadert zijn hoogste punt en de rest is in het stadium van de fundering. Genoemde twee rechthoekige gebouwen worden vijf woonlagen hoog, en de rest vier woonlagen.
Ik heb niet kunnen achterhalen hoeveel de appartementen moesten gaan kosten, behalve ‘sociaal’. Vraag is of Trudo dat zelf al weet. Behalve het technische model lijkt ook het financiële model experimentele kantjes te hebben. Jolanda van der Zanden van Trudo Vastgoed op de website “Trudo heeft met de betrokken partijen naar meer dan alleen de investeringskosten gekeken. Vooral de totale waarde van houtbouw over de gehele levensduur maakt het verschil. Factoren zoals CO2-opslag, bouwsnelheid, duurzame kwaliteit, toekomstige wet- en regelgeving en beschikbaarheid van materialen en grondstoffen spelen ook mee. Bovendien leveren de eerste projecten veel kennis en ervaring op waardoor volgende projecten nog efficiënter kunnen worden uitgevoerd.”
Het project bespaart 6 miljoen kg CO2 .
Ik ben zelf bepaald geen bouwkundige – verwacht van mij geen deskundigheid.
Alles is van hout op een paar dingen na: de fundering, de trappen (vanwege de herrie die anders optreedt) en de balkons op de verdiepingen. Verder uiteraard de nodige plastic pijpen, metalen schroeven en haken. Opvallend is dat ook de liftschacht in hout is uitgevoerd – meestal voert men dat als een soort stabiele kern in beton uit.
Bouwtekening met plattegrond van een appartement op de eerste verdieping van 75m2.
De digitale Nieuwsbrief CHANGE INC schrijft over wetenschappelijke en technische zaken in de context van toepassingen. CHANGE INC heeft een (gratis) whitepaper geschreven over enkele moderne trends in batterijen. Het is toegankelijk via WHITEPAPER BATTERIJTRENDS . Accu’s zijn er in allerlei soorten en maten, maar als je er een beetje gevoel bij wilt krijgen zonder specialist te moeten zijn, is het Witboek een lezenswaardige eerste stap.
Ik vind de opzet van het Witboek een beetje rommelig, maar de afzonderlijke verhalen zijn het lezen waard. Ik pik er twee hoofdstukken uit (met wat eigen uitzoekwerk erbij) om hier wat over te vertellen, namelijk het verhaal van de Natrium-ion accu en een verhaal over Nederlandse start-ups op accu-gebied.
De Natrium-ion accu Je kunt de Natrium-ion accu zien als de kleine broer van de Lithium-ion accu. Hi werkt vergelijkbaar en heeft vier belangrijke voordelen en één belangrijk nadeel. Het eerste voordeel is dat natrium een paar honderd keer zo goedkoop is als lithium. Dat komt mede omdat het (tweede voordeel) omdat het een bestanddeel van gewoon keukenzout is, dat je uit zoutlagen of eventueel uit zee kunt halen. Ten derde is een natrium-ion accu veiliger en tenslotte werkt de batterij tot een fors eind onder het vriespunt. Nadeel is dat de energiedichteid lager is. Een natrium-ion accu haalt (volgens het Witboek) 0,12 tot 0,16 kWh/kg , een Lithium-ion accu 0,14 tot 0,28kWh/kg .
(beeld is van CATL)
Voor statische toepassingen is die lagere energiedichtheid niet dramatisch belangrijk, voor rijdende toepassingen is het belangrijker. Desalniettemin maakte de Chinese batterijreus CATL begin 2026 bekend ( catl.com/en/news/6720.html en ess-news_20april2026_a-closer-look-at-catls-new-sodium-ion-battery , sodium is natrium in het Engels ) dat het, samen met een Chinese autofabrikant, een elektrische auto met een natrium-ion accu in massaproductie gaat brengen met een energiedichtheid van 175kWh/kg. De accu zou bij -40˚°C nog 90% van zijn activiteit hebben. CATL maakt zijn natriu,- en lithiummodellen mechanisch en qua vorm identiek, zodat ze op hetzelfde rijdende platform gemonteerd kunnen worden. Men kan dan kiezen: natrium is goedkoper en kan beter tegen koud weer, lithium geeft betere prestaties. Zie eventueel ook https://sodiumbatteryhub.com/ .
Innovatieve Nederlandse accu-startups Naast de in Arnhem gevestigde groep waaraan Nobian meewerkt, noemt Change drie Nederlandse startups: LeydenJar en LionVolt uit de Brainport regio, en ORE Energy uit Amsterdam.
In zijn algemeenheid valt er op dit moment tegen China niet op te concurreren. Er is best wel veel know how en er zijn best wel ideeën en pilots, maar als het massaal en goedkoop moet (en ook best wel goed), dan winnen op dit moment de grote Aziatische firma’s, waaronder die uit China. Bij NorthVolt probeerde Europa de achterstand te veel te snel en te moeilijk in te halen, en dat werd helaas een spectaculair fiasco. Helaas, want ik ben zelf sterk voor een krachtige en demokratische aansturing van economische bedrijvigheid. De onderliggende politieke en economische factoren in Europa zijn niet goed genoeg, maar ik mis de kennis om daarover met enig gezag te kunnen praten. Ik volg het wel zo goed mogelijk en heb bijvoorbeeld een artikel gewijd aan het ‘Nationaal Smart Storage Trendrapport’ dd 2024 (dan doen andere mensen het belangrijkste denkwerk en ik neem daar in dankbaarheid kennis van), zie op mijn site bjmgerard.nl/batterijen-in-nederland .
Men moet dus analyseren wat er in de huidige omstandigheden wel mogelijk is – met andere woorden, de juiste niche kiezen. In ‘mijn’ Brainportregio is daartoe bijvoorbeeld het Battery Competence Center opgericht (BCC, batterycompetencecluster ). Dat legt zich toe op hergebruik en recycling; R&D op het gebied van nieuwe generatie batterijmaterialen en –cellen en bijbehorende productieprocessen; batterijsystemen voor heavy-duty mobiliteit (oa voor DAF Trucks en VDL); en hergebruik en recyclling van batterijen.
Passend bij deze achtergrond hebben LeydenJar ( leyden-jar.com , een spin-off van TNO) en LionVolt ( lionvolt.com ) zich langs verschillende routes toegelegd op betere anodes (de anode is de -pool als de accu zich ontlaadt). Dat kan tot fors meer energieopslag leiden. De anode is bedoeld om ingebouwd te worden in Lithium-ion accu’s. LeydenJar kiest vooralsnog voor de niche van toeleverancier. LionVolt wil zijn eigen batterijcellen gaan bouwen in Schotland. Vooralsnog combineert men een beginnende productie, voor lichte objecten, nog met verdere research. Het moet blijken wat er van de opschaling, als alles goed gaat, in Nederland terecht komt. Onderstaand plaatje uit de brochure die men bij LeydenJar gratis kan opvragen.
ORE Energy ( oreenergy.com ) maakt ijzer-luchtaccu’s voor statische toepassingen, bijvoorbeeld opslag van zonne- en wind stroom, maar dat dan niet voor uren, maar voor dagen. Bij weinig wind en zon hoeven dan de gascentrales niet zo snel aan te slaan. Het apparaat heeft de niet-zeldzame grondstoffen lucht, ijzer en water nodig. In essentie roest het ijzer (bij ontladen) en ontroest het (bij het opladen).