Handreiking RES 2.0

Nu alle Regionale Energie Strategie – regio’s (RES-regio’s) hun eerste opzet RES1.0 af hebben, en de lagere overheden deze goedgekeurd hebben, en alle gemeenten hun Transitie Visie Warmte ingeleverd hebben, gaat het vervolg vorm krijgen. Dat gaat uitlopen in de RES2.0 die op 1 juli 2023 afgerond moet zijn.
De Handreiking RES 2.0 (uitgebracht oktober 2021) is een beleidsdocument dat gidsend wil optreden in de periode van 01 januari 2022 tot 01 juli 2023. Beleidsdocument betekent dat het niet zelf juridische kracht heeft. Wel hebben de in de handreiking beschreven bestaande en toekomstige wetten juridische kracht, waarbij uiteraard de nieuwe (en al vaak uitgestelde) Omgevingswet genoemd moet worden.
De Handreiking RES 2.0 is te vinden op
https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/handreiking2/2049228.aspx .

Tevens op deze pagina, als toegevoegde bijlagen, een set werkbladen. Deze gaan gedetailleerd op onderwerpen in en worden regelmatig ververst.

Per 1 januari  2025 moeten alle omgevingsvergunningen voor de noodzakelijke windturbines, zonneparken etc rond zijn.

Tijdlijn RES

Wat was ook al weer de bedoeling?
In het Klimaatakkoord (juni 2019), dat t.o.v. 1990 49% minder CO2  wil in 2030 en 95% minder in 2050, zijn afspraken gemaakt over projecten ter praktische vormgeving.

Een van die projecten betreft de vorming van dertig regio’s die elk een Regionale Energie Strategie moeten definiëren. Die dertig regio’s moeten in 2030 samen twee hoofddoelen gerealiseerd hebben: de opwekking van 35TWh hernieuwbare elektriciteit en het afkoppelen van 1,5 miljoen woningen van het aardgasnet.

Op deze site staat een verhaal over elk van de RES-sen in Brabant en Zeeland. Het verhaal van mijn regio Zuidoost Brabant (het MRE-gebied) is te vinden op https://www.bjmgerard.nl/de-regionale-energiestrategie-zuidoost-brabant-mre/  en https://www.bjmgerard.nl/het-planmer-res-mre-beschouwd/ . De verhalen over de andere RES-sen zijn met wat zoekwerk ook wel te vnden.

Die 1,5 miljoen woningen vormen ongeveer 20% van de woningvoorraad.
De regio’s hebben daartoe elk een Regionale Structuur Warmte opgesteld voor gemeentegrens-overschrijdende warmtezaken, en vervolgens hebben alle gemeenten een Transitie Visie Warmte opgesteld.
Mijn verhaal over de Transitie Visie Warmte van de gemeente Eindhoven zit verwerkt in https://www.bjmgerard.nl/de-haasheat-financieringswijze-van-hybride-warmtepompen/

Aan de 35TWh ligt een schema ten grondslag.
Het Nederlandse elektriciteitsbudget ten tijde van het Klimaatakkoord bedroeg ongeveer 120TWH (430PJ). (Let wel dat het totale Nederlandse energiebudget ongeveer 7* zo groot is – vaak wordt de fout gemaakt om elektriciteit en energie te verwarren. Als gemeentes zeggen dat ze energieneutraal willen zijn, gaat het over het totale energiebudget).
Die 120TWh wordt opgesplitst in drieën:

  • Een portie van 49TWh komt van wind op zee
  • Een portie van 35TWh komt van grootschalige wind en zon op het land (grootschalige zon betekent >15kWpiek . Hierover gaat de RES.
  • Een portie van 36TWh is nog niet verduurzaamd in 2030, of wordt verduurzaamd met projecten die niet voor de RES meetellen (zoals kleinschalige zon op dak, elektriciteit uit biomassa of water, etc).

De Handreiking RES2.0 voegt, wat betreft warmte, geen wezenlijke nieuwe elementen toe aan wat er al ligt. Het verdere verhaal gaat daarom nu over de hernieuwbare elektriciteit.

Elke regio heeft een “bod” uitgebracht (Zuidoost-Brabant 2TWh), met bijbehorende gradaties van waarschijnlijke haalbaarheid. Het PBL heeft al die biedingen opgeteld en komt tot 31 – 46TWh in 2030.
Een flink deel van deze projecten bestond al of zal al in de pijplijn.
Een ander deel bestaat nog slechts als zoekgebied op het papier. Het is geen gelopen race dat al die projecten het ook inderdaad halen – überhaupt of vertraagd, want ook het elektriciteitsnet is een probleem. Een bepaalde overprogrammering is dus gewenst.

Nieuwe bedoelingen
De werkelijkheid staat niet stil en in maart 2021 meldde de daartoe opgerichte ‘Stuurgroep extra opgave’ dat de verduurzaming van de industrie 15 tot 45TWh aan eerdergenoemde 120TWh elektrische energie zal toevoegen. Zie https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2021/04/13/stuurgroep-extra-opgave .
Dat is een van de consequenties van het “aanpakken van de grote bedrijven”.
Voor de verhoging van de te dekken stroomvraag (dus van 120TWh naar 135 a 165TWh) denkt de Stuurgroep aan extra wind op zee. Dat mag van het Klimaatakkoord.

De grootste post overigens wordt nog niet in de Handreiking RES2.0 genoemd, namelijk de productie van synthetische brandstoffen voor het grensoverschrijdende zware vrachtverkeer, en voor de internationale scheepvaart en luchtvaart  (de ‘bunkers’). Een theoretische exercitie van TNO, aannemende dat de omvang van dit verkeer niet vermindert en aannemende dat Nederland de bunkers gaat verduurzamen die officieel geen deel uitmaken van het Nederlandse energiebudget,  komt ergens rond de 550TWh. Zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ .

De Handreiking verwijst dan ook naar nationale programma’s als het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH, zie https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/ ) en Programma Energie Systeem (PES), waarin internationale componenten aan de orde komen.

Schema van het energiesysteem

Uitwerkingsvragen
De focus ligt in de Handreiking RES2.0 logischerwijs op de uitvoering van wat afgesproken is.

Daarbij hanteert de Handreiking vijf ‘werksporen’:

  1. Borgen van het gezamenlijk uitvoeren in en tussen regio’s in een uitvoeringsagenda;
  2. Bijdragen aan het gezamenlijk programmeren van duurzame energieopwek in samenhang met het regionale energiesysteem;
  3. Verankeren van RES 1.0 en RES 2.0 in het omgevingsbeleid, inclusief lokaal eigendom;
  4. Gedragen besluiten en uitvoering: permanente dialoog in een democratisch proces;
  5. Inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording.
  6. Nationale randvoorwaarden.

Het is bestuurlijk jargon, dat interessanter is dan het lijkt.

  1. Betekent, voor de hand liggend, dat vastgelegd wordt wie wat doet (een Uitvoeringsagenda)
  2. Gaat over de feitelijke programmering, rekening houdend met van alles en nog wat. Het is ruimtelijke ordening die prioriteert tussen de locaties en faseert in de tijd. Zoekgebieden worden concreter, projecten worden gerealiseerd en aangesloten.
    Er is een afwegingskader om de vele verschillende functies onder te brengen: naast de energiefunctie ook zaken als de woningbouw, de stikstof, de waterberging, natuur en landschap, en liefst ook maatschappelijke acceptatie – waarvoor betaalbaarheid van de energie essentieel is. En dat alles terwijl de doelstelling, uitgedrukt in CO2 , gehaald moet worden.
    Een van de werkbladen is aan het afwegingskader gewijd.
  3. De uitkomsten van het proces moeten vastgelegd worden in (nu nog) de milieuwetten en de Wet Ruimtelijke Ordening en (straks) in de al vaak uitgestelde Omgevingswet annex Omgevingsvisies. Uiterlijk 01 januari 2025 moet dit rond zijn.
    Ook moet de uitkomst van het lokale participatieproces wettelijk worden vastgelegd, bijvoorbeeld wat er precies bedoeld wordt met lokaal eigendom .
  4. Er moet veel en gestructureerde aandacht zijn voor het proces. De procesparticipatie moet mede leiden tot een financiele participatie in enigerlei vorm (daarin kunnen keuzes gemaakt worden). Het Klimaatakkoord beveelt 50% lokaal eigendom aan, maar dat is niet wettelijk vastgelegd.
    Er is hierover een apart werkblad gemaakt, waarover ik verderop iets zal zeggen. Zie ook https://www.bjmgerard.nl/uitwerking-van-de-participatie-afspraken-in-het-klimaatakkoord/ .
    Het is mogelijk burgerberaden en burgerforums in te zetten (dat zijn twee verschillende dingen).
  5. De verantwoording en de daarvoor nodige monitoring moet geregeld worden.
    Het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) speelt daarin een hoofdrol. Dat maakt kwalitatieve en kwantitatieve analyses en helpt mee met het opstellen van een gemeenschappelijke set kernindicatoren en het inrichten van een digitale kaart.
  6. Het Rijk moet zijn zaakjes op orde hebben, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat tussen droom en daad geen wettelijke bezwaren in de weg zitten.
    Het Rijk is ook in beeld van wege zijn eigen grond en heeft voor hernieuwbare energie op rijksgronden het programma  OER lopen. Niet onbelangrijk voor Brabant, met zijn vijf militaire vliegvelden.
    Daarnaast moet het Rijk voor communicatie, regie en sturing zorgen.  
    Opmerkelijk genoeg staat er niet bij dat het Rijk ervoor moet zorgen dat het elektriciteitsnet afdoende werkt. Die taak legt men bij ‘de netbeheerders’ die gewoon zelfstandig opererende overheden zijn. Zegt iets over politieke concepties.

Werkbladen
Zoals gezegd, hoort bij de Handreiking een set werkbladen die regelmatig geactualiseerd wordt. Ik pik er drie uit voor een korte bespreking, het Werkblad  Juridische tips voor gemeentelijke regulering van “zon op dak” , het Werkblad participatie en het Werkblad Lokaal Eigendom. Op de website van de Handreiking zijn die te vinden.
Let wel dat hier de versie van jan 2022 besproken wordt. Mogelijk komen er nieuwere versies.

  • Het Werkblad  Juridische tips voor gemeentelijke regulering van “zon op dak”
    Let wel: het werkblad gaat over wat de titel zegt: juridische zaken. Het gaat dus niet over gemeentepolitieke aanpak als goedkope leningen, ontzorgingsconstructies  en dergelijke.

    In de wet is een Voorkeursvolgorde zon-PV vastgelegd, in de volksmond de ‘zonneladder’. Deze is juridisch zelfbindend voor het Rijk, maar heeft sterke invloed op lagere overheden.
    In de zonneladder worden natuur- en landbouwgebieden niet volledig worden uitgesloten, maar ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (en provincies), waaronder bijvoorbeeld bermen van spoor- en autowegen. (Later ook zand/-grindputten).
    De voorkeursvolgorde houdt expliciet geen “volgtijdelijkheid” in. De volgorde is in het denken, niet in het handelen. Wie iets nieuws wil met veel zonnepanelen, moet  dus in zijn plannen langs beleidsmatige voorkeurslocaties lopen, maar hoeft met een park op de grond niet te wachten tot elk dak in de wijde omgeving bezet is.

En dat is maar goed ook, want met alleen pijnloze PV haalt men het doel niet.

De beleidsnota ‘Zonneparken en windturbines in Eindhoven’ uit 2020 bijvoorbeeld heeft becijferd dat je met alleen maar zon op dak in de stad Eindhoven idealiter 1,7 PJ kon halen van de huidige vraag ter grootte van 4,7PJ (1TWh = 3,6PJ).
Betere techniek zal meer aanbod opleveren, maar de vraag groeit nog veel harder. Meer woningen, elektrisch verwarmde woningen en elektrische auto’s brengen de geraamde vraag naar stroom in 2050 op ca 15PJ (waarin de verduurzaming van de industrie en de productie van waterstof nog niet meegerekend is).

Zon op dak heeft wel zin, maar telt voor de RES pas mee als het om meer dan ca 60 panelen tegelijk gaat  (>15kWpiek ). Zon op het dak telt wel mee voor het ruimere doel van de 49% minder CO2 in 2030 . Eindhoven wil 55% minder in 2030 en des te vreemder is het dat Eindhoven, als het puntje bij het paaltje komt, weinig of geen zonneparken op eigen grondgebied wil.

In de huidige  wetgeving is de plaatsing van zonnepanelen op een woningdak als regel vergunningvrij, uitzonderingen daargelaten als monumenten etc. Er is uitputtende rijksregelgeving voor woningen en de gemeente kan daar juridisch niet op inbreken, ook niet via bestemmingsplannen.
Voor niet-woningdaken, geluidsschermen, stortplaatsen etc geldt de bouwregelgeving niet en kan de gemeente wel ruimtelijk sturen.
De nieuwe Omgevingswet biedt meer rechtstechnisch gereedschap, maar uiteindelijk lijkt er voor bestaande situaties weinig te veranderen.
Dit is specialistische materie. Wie een juridische vraag op dit vlek heeft, moet zelf het Werkblad gaan lezen.

  • Het Werkblad participatie
    Ook dit Werkblad is vooral bestuurlijk en juridisch.
    Het verhaal gaat vooral over allerlei participatietechnieken in het beleidstraject (beleidsparticipatie) en in het uitvoeringstraject (projectparticipatie). Projectparticipatie kan tot financiële participatie leiden.

    Er bestaan risicodragende en risicovrije vormen van financiele participatie. De risicodragende komen in het volgende Werkblad aan de orde. Risicovrije participatie (bijvoorbeeld van belang voor sociale minima die in het betreffende gebied wonen en die geen risico kunnen lopen) zijn bijvoorbeeld de grondvergoedingen, omwonendenregelingen, en het gebiedsfonds.De bulk van de tekst gaat op aan een lijst met participatiemiddelen. Een greep daaruit als voorbeeld. De website https://www.energieparticipatie.nl/aan-de-slag/werkvormen gaat dieper op de technieken in.
  • Het Werkblad Lokaal Eigendom
    Het Klimaatakkoord bepleit (maar heeft dat niet juridisch vastgelegd) 50% lokaal eigendom. Bedoeld wordt risicodragend eigendom (je deelt ook mee in de verliezen) door rechtspersonen.
    Overigens is een combinatie mogelijk van risicodragende en niet-risicodragende participatie.

    ‘50%’ betekent 50% van het eigen ingebrachte vermogen. Als bijvoorbeeld een windturbine voor 80% met geleend geld gerealiseerd wordt, betalen de lokale eigenaren samen 10% van de investeringskosten(en bijvoorbeeld Raedthuis de andere 10%).

De lokale participatie kan ook 100% zijn, bijvoorbeeld als een groep gemeenten besluit een eigen energiebedrijf op te richten in eigen beheer, of een coöperatie besluit zelf een windpark te ontwikkelen.  Dat mag. Zie oa https://www.bjmgerard.nl/een-eigen-energiebedrijf-in-de-meierij/

Windpark De Krammer

Windpark De Krammer bijvoorbeeld is volledig gerealiseerd, en wordt beheerd, door de energiecoöperaties Zeeuwind en Deltawind. Het nominale vermogen is 102MW en de stroom wordt rechtstreeks afgenomen door DSM, Google, Nouryon en Philips.
Momenteel zit 60% van de aandelen bij de twee coöperaties en 40% bij de Franse duurzame energieproducent Kallista Energy, waarvan het ABP een van de aandeelhouders is.

Er bestaan allerlei vormen van (deels) maatschappelijk eigendom en dit werkblad geeft een grondig overzicht, met veel voorbeelden, van wat allemaal kan. Hieronder een zoekboom voor lagere overheden die met dergelijke initiatieven te maken krijgen.

Open brief aan PSV en FC Eindhoven over verduurzaming (update met pers 13 jan 2022)

Op 20 december 2021 (1 )   besteedde het dagblad Trouw aandacht aan de professionele Britse voetbalorganisatie Forest Green Rovers (FGR) uit Nailsworth in de Cotswolds. Die vereniging is door de FIFA uitgeroepen tot de groenste voetbalclub ter wereld. Tevens is de vereniging door de Verenigde Naties CO2 -neutraal verklaard, en is het de eerste veganistische voetbalclub ter wereld.(2 ) (3 )

Forest Green Rovers speelt op het vierde professionele niveau in Engeland en staan momenteel bovenaan in hun groep.

Voetbalclubs en supportersverenigingen komen van ver buiten de landsgrenzen naar dit fenomeen kijken.

De eerste beleidshandeling van de sterke man en shirtsp[onsor van de vereniging, de heer Dale Vince, na zijn aantreden in 2010 was het schrappen van rood vlees in de kantine. Dit rood vlees-verbod strekt zich overigens niet uit tot de woonhuizen van de spelers en supporters. Daarna is het kantinemenu geleidelijk aan geheel geveganiseerd. Het schijnt dat de plantaardige burgers het nu goed doen.

De heer Vince heeft een belangrijke bedrijf dat groene energie produceert, en produceert tevens veganistisch voedsel.

De shirts van de Forest Green Rovers waren gemaakt van bamboe en, omdat technische innovatie ook buiten de Brainportregio voorkomt, worden de shirts (groen-zwart) nu gemaakt van koffieprut en gerecycled plastic.

Het veld wordt onderhouden met organische mest en zonder chemische bestrijdingsmiddelen, de grasmaaier draait op zonnepanelen en het gehele complex, alsmede een aantal laadpalen, ook.
Het veld wordt besproeid met regenwater, dat opgevangen wordt in grote reservoirs.

Het succes noopt de club uit te zien naar een groter onderkomen in een nabije gemeente. Het nieuwe stadion is ontworpen door het uiterst beroemde architectenbureau Zaha Hadid Architects en moet het eerste stadion ter wereld worden zonder CO2 – footprint.

Trouw meent te weten dat een deel van de supporters (tradiioneel niet het meest vooruitstrevende deel der natie) uit ideële overwegingen enthousiast is, en een ander deel omdat het voetbaltechnisch goed gaat.

Milieudefensie Eindhoven heeft aan dhr. Gerbrands, algemeen directeur van PSV, en dhr. Peeters, idem bij FC Eindhoven, een Open Brief gestuurd met de suggestie om de insteek van FGR als inspirerend voorbeeld te zien en om binnen PSV en FC Eindhoven een vergelijkbaar traject af te leggen als dat wat plaatsgevonden heeft in Nailsworth..

Gaarne verneemt Milieudefensie Eindhoven hoe beide verenigingen tegenover deze oproep staan.  Milieudefensie vraagt beide verenigingen om alvast een transitieplan aan te leveren (inclusief tijdschema en budgetten) om tot het gewenste doel te komen.

Misschien, vindt Milieudefensie, is het een idee om eens een keer een trainingskamp in Nailsworth te organiseren, als Corona dat weer toestaat.

Voor beide brieven, zie

Nadere informatie op

(1 )        Het artikel in Trouw is te vinden op

bij-de-rovers-is-de-enige-voetafdruk-die-van-noppen-in-het-veld

(2 )           Een filmpje over de vereniging is te vinden op https://youtu.be/hyBkiCJr4A4

(3 )           Een overzicht is te vinden op https://www.fgr.co.uk/another-way



Update dd 13 januari 2022

Onderstaand artikel verscheen in het Eindhovens Dagblad van 13 januari 2022. De bij het krantenartikel horende ANP-foto’s zijn weggelaten omdat er copyright op zit. In plaats daarvan heb ik stills afgedrukt uit het promotiefilmpje van FGR zelf

Eindhovens Dagblad                   13 jan 2022

Spelers PSV in shirts van bamboe en de supporters aan de vegaburger? ‘Ajax is al een stuk verder’

EINDHOVEN – Geen ham- maar vegaburgers in de kantine bij PSV en FC Eindhoven, spelers in shirts van bamboe, zonnepanelen op het dak en gebruik maken van windenergie. Milieudefensie Eindhoven vraagt PSV en FC Eindhoven om het voorbeeld te volgen van de Engelse voetbalclub Forest Green Rovers en te ‘vergroenen’.

Rob Burg 13-01-22, 08:01 Laatste update: 13-01-22, 15:22

De Engelse club is vijf jaar terug door de FIFA uitgeroepen tot groenste voetbalclub ter wereld. Daar kunnen PSV en FC Eindhoven nog wat van leren, vindt Bernard Gerard van de lokale afdeling van Milieudefensie. ,,We verwachten niet dat in de kantines het rood vlees direct verdwijnt en vegetarische kroketten daarvoor in de plaats komen, maar er is meer mogelijk dan de clubs nu doen. Ajax is met zijn Arena bijvoorbeeld al een stuk progressiever.” 

In de kantine van de Green Rovers, dat op het vierde niveau in Engeland momenteel bovenaan staat, is sinds 12 jaar geen vezeltje rood vlees meer te koop. Het voetbalveld wordt onderhouden met organische mest, de grasmaaier draait op stroom van de eigen zonnepanelen op het stadiondak en het veld wordt besproeid met regenwater. Last but not least: de voetbalshirts van de groene rovers zijn gemaakt van bamboe. 

‘Gaarne verneem ik van u hoe u tegenover deze oproep staat, en of u alvast een transitieplan zou kunnen aanleveren (inclusief tijdschema en budgetten) om tot het gewenste doel te komen’, schrijft Gerard aan de Eindhovense clubs. En: ‘Misschien kunt u er eens een keer een trainingskamp organiseren, als corona dat weer toestaat?’ 

Dat laatste ziet PSV niet zo zitten, zegt woordvoerster Sanne Clements. De reis daarheen met het complete elftal is volgens haar niet echt CO2-neutraal. ,,Op de fiets? Tja, dát zou inderdaad een goede training zijn.” PSV neemt graag de handschoen op, zegt Clements: ,,Mooi, zo’n oproep. We gaan graag met Milieudefensie in gesprek om mogelijkheden te bespreken.” 

Die dienen zich de komende jaren volop aan, verwacht de Eindhovense voetbalclub. De woordvoerster denkt daarbij onder meer aan een aansluiting op stadsverwarming in plaats van aardgas en laadpalen voor elektrische auto’s: ,,Daarvan willen we er binnenkort zes plaatsen.” 

Ze wijst tegelijkertijd op de groene stappen die de club al heeft gemaakt: vorig jaar werd de tribuneverwarming definitief op nul gedraaid. De gasverwarming hangt aan het dak. ,,Als die kachels zijn verwijderd, betekent dat een flinke gewichtsafname voor het dak, waarna er zonnepanelen mogelijk worden.” Ook is de oude verlichting in het Philips Stadion vervangen door ledverlichting. 

Ook algemeen directeur Günther Peeters van FC Eindhoven is gevoelig voor de kritische geluiden in de brief van Milieudefensie en wil niets liever dan de raad opvolgen om te verduurzamen. ,,Maar daarbij zijn we afhankelijk van andere partijen. Het stadion bijvoorbeeld is niet van ons maar van de gemeente Eindhoven, dus we moeten het samen doen. Met haar gaan we op 4 februari in gesprek om te onderzoeken wat de mogelijkheden tot verduurzaming zijn.” 

Peeters denkt onder meer aan ledverlichting in het stadion, tijdschakelaars en wellicht zonnepanelen. ,,Daarvoor is al een meting gedaan door een bouwkundig adviseur.” 

Veganistisch menu

En een veganistisch menu in de kantine? Dat lijkt nog ver weg. ,,Sinds vorig jaar is onze horeca uitbesteed aan een cateraar. Die heeft nu, vanwege corona, iets andere prioriteiten”, aldus Peeters. ,,Maar ook over duurzame voeding zijn we met hen in gesprek.” https://www.ed.nl/dossier-deze-verhalen-mag-je-niet-missen/spelers-psv-in-shirts-van-bamboe-en-de-supporters-aan-de-vegaburger-ajax-is-al-een-stuk-verder~aba2e482/

One stop shopping voor particuliere woningverduurzaming

Een van de grootste struikelblokken bij het verduurzamen van de woningvoorraad is de massa goedkope en betaalbare koopwoningen. Er zitten vaak mensen in die het niet kunnen betalen, ook geen lening kunnen of (ouderen) willen afsluiten, en waar ook geen vorm van collectieve organisatie is.

Uiteraard is het probleem bij gemeenten bekend en die gaan er op hun manier mee om. Maar die manier gaat vaak niet ver genoeg: de aanpak is individueel, betreft vaak alleen maar geld en ontzorgt niet genoeg.

Energiecoöperaties doen hun best. 040Energie in mijn woonplaats Eindhoven heeft zijn eigen energieloket ( https://040energie.nl/energieloket/ ) en biedt bijvoorbeeld op wijkniveau collectieve zonnepanelen aan, maar echt organisatiewerk (bijna in de sfeer van het opbouwwerk) kan men er in alle redelijkheid niet van verwachten. Dat vraagt meer.

Voorlichtingsmateriaal van 040Energie

Nu las ik op de website van de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) van de regio Hart van Brabant (dat is, zeg maar, het gebied Tilburg-Waalwijk ) een interessant artikel over hoe de Energie Coöperatie Udenhout het aangepakt had. Na veel onderzoek gaat die een ESCo oprichten (een Energy Service Company). Udenhout is een dorp dat onder de gemeente Tilburg valt. (Tilburg presteert trouwens in verduurzamingszaken een stuk beter dan mijn borstkloppende gemeente Eindhoven).
Gekozen is voor de wijk Achthoeven, een wijk die voer het overgrote deel uit eengezins koopwoningen uit de jaten 1970-1980 bestaat met (in 2020) een gemiddelde woningwaarde van €356.000 ( https://allecijfers.nl/buurt/achthoeven-tilburg/ ).

Omdat ik het een nuttig artikel vind, druk ik het hieronder af.
De illustraties komen van Funda (09 januari 2022) en hebben geen verdere bedoeling dan om een impressie te geven van hoe de wijk er uit ziet..



Jan Snelders: “We moeten naar one stop shopping voor particuliere woningverduurzaming”

In de Regionale Energie- en Klimaatstrategie heeft Regio Hart van Brabant afgesproken om 20 procent energie te besparen in 2030, en 50 procent in 2050. Maar hoe doe je dat? Een van de projecten om dat te ontdekken is RHEDCOOP, dat onder andere in de gemeente Tilburg loopt. We spreken erover met Jan Snelders.

Regionale Energie- en Klimaatstrategie
Meer dan dertig regio’s in Nederland maken plannen voor energiebesparing en de overstap op duurzame energiebronnen voor elektriciteit en het verwarmen van woningen en gebouwen. In Hart van Brabant kijken we ook hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Die plannen staan in de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS).

Straatbeeld in Udenhout, Achthoeven

Als oprichter en voormalig voorzitter van de Energie Coöperatie Udenhout, waar hij inmiddels projectleider is, kan Jan Snelders meepraten over energiebesparingsvraagstukken. Een van de projecten waar hij sinds de start in 2019 bij betrokken is, is het Interreg-project RHEDCOOP: Renovatie en Hernieuwbare Energiediensten door Coöperaties. Het doel van het project is om te komen tot een duurzame ondersteuningsstructuur voor particuliere woningeigenaren bij de verduurzaming van hun huis.

Wensen en behoeften
RHEDCOOP heeft tot interessante inzichten geleid. Jan: “We zijn vanaf nul begonnen: we wilden woningen verduurzamen, maar hadden geen idee wat werkt. Daarom zijn we in Udenhout twee jaar lang bezig geweest met enquêtes en gesprekken om de behoeftes van inwoners op te halen en ook daadwerkelijk experimenteren met ideeën die we hadden.”

Daaruit bleek dat mensen hun huis best willen aanpakken, maar daar niet altijd geld voor willen lenen. Jan: “Zeker bij oudere generaties is ‘lenen’ een lelijk woord, dus we moesten op zoek naar een alternatief. Bovendien bestaat er achter de voordeur stiekem best wat energiearmoede. Mensen hebben moeite om hun energierekening te betalen en dat wordt alleen maar lastiger.”

Ook bleek dat inwoners graag begeleid worden door een onafhankelijk, kundig en betrouwbaar iemand, liefst met een lokaal gezicht. Dat zijn volgens Jan niet per se mensen van de gemeente, maar wel mensen van een coöperatie die je tijdens de tennis of carnaval ook tegenkomt. Als een lokale adviseur iets zegt, dan wordt dat eerder als waar aangenomen dan bij een onbekende.

Straatbeeld in Udenhout, Achthoeven

Verder is een analyse gemaakt van de opbouw van de Udenhoutse wijk Achthoeven en het type maatregelen dat zou passen bij die woningen, zoals schilisolatie, nieuwe beglazing, zonnepanelen en een warmtepomp.  Jan: “Op basis daarvan zijn we uniforme duurzaamheidspakketten gaan maken met ook de mogelijkheid voor volledige ontzorging en financiering, De conclusie was dat je pakketten kunt bedenken wat je wilt, maar dat mensen toch altijd wat anders willen. Uiteindelijk zijn geen twee huizen of huiseigenaren hetzelfde en kom je toch uit op individuele situaties, wensen en behoeften.”

Alles-in-één-loket voor verduurzaming
De zoektocht leidde tot het idee om woningeigenaren op één plek van A tot Z te helpen bij de verduurzaming van hun woning via een zogenaamde ESCo: een Energy Service Company. Jan: “Je hebt dan één loket waar alle woningeigenaren terecht kunnen voor alle informatie, vragen, advies én de uitvoering, in de vorm van een abonnement met een vast bedrag per maand, net zoals bij de krant of Netflix. Complete begeleiding en volledige ontzorging dus, tot en met de mogelijkheid om te financieren.”

In de praktijk houdt het in dat je als huiseigenaar met een vraag een lokale energieadviseur belt, die bij je langskomt. Zo iemand kan een scan maken van je huis en een advies geven over de verduurzamingsstappen die je kunt nemen. Dat kan stapsgewijs en is ook niet verplicht. De aanpak spreekt ook veel energiecoöperaties uit de regio Hart van Brabant aan, en inmiddels worden een aantal pilotwoningen op basis van dit principe aangepakt. De bewoners worden dus volledig ontzorgd, inclusief de maatregelen.

De rode draad bij het concept is dat de klantreis uniform is. Jan: “De volgorde van de stappen is bij iedereen hetzelfde, alleen de mate van ondersteuning verschilt. Aan de ene kant heb je mensen die alles zelf uitzoeken maar een duwtje nodig hebben, terwijl anderen er totaal geen verstand van hebben en hulp zoeken. En alles wat daar natuurlijk tussen zit. Maar alles is erop gericht om iedereen te laten komen tot een zo duurzaam mogelijk huis.”

Toekomst van de ESCo
Aan het eind van het jaar loopt RHEDCOOP af, en dan wordt ook het ESCo-model opgeleverd. Ondertussen wordt gekeken of en hoe het project voortgezet kan worden en daarbij hoort ook een evaluatie en opschalingsadvies: hoe komt we stapsgewijs tot een Tilburgse en wellicht regionale aanpak? Daar moet dan wel geld voor beschikbaar worden gesteld. In Breda is volgens Jan de ervaring dat een ESCo rendabel te maken is, met blijvende steun van een gemeente.

Straatbeeld in Udenhout, Achthoeven

Jan: “De gemeente heeft de regie op het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In Tilburg alleen al heb je het over tienduizenden particuliere woningen die verduurzaamd moeten worden. De lokale energiecoöperaties kunnen en willen daar een rol in spelen, en dat scheelt de gemeenten werk. Verduurzamingsmaatregelen kennen een te overziene terugverdientijd. Maar het volledige traject van de klantreis bestaat uit meer stappen dan alleen begeleiden of uitvoeren. Daar is blijvende ondersteuning voor nodig. Als je als gemeente dan toch al middelen hebt gereserveerd voor die energiebesparing, dan denk ik dat je de middelen ook hiervoor kunt inzetten. Het leidt tot minder werk voor de gemeenten je kunt coöperaties ondersteunen om hun rol in de klantreis goed en blijvend te kunnen invullen.“

Vliegwielfunctie
Uiteindelijk hoopt Jan dat ook andere gemeenten en coöperaties aansluiten bij het initiatief. Jan: “We zitten nog te vaak op eigen eilandjes dingen te bedenken. Laten we elkaar opzoeken, want je buurman doet misschien wel hetzelfde. Dat gebeurt nu gelukkig steeds meer en de REKS is daarin ondersteunend geweest. Ik verwacht daarom dat dit project ook als een vliegwielfunctie werkt en uiteindelijk op meer plekken wordt opgepakt”

Kijk voor meer informatie over RHEDCOOP op de website van de gemeente Tilburg of  ecudenhout.nl. Meer informatie over de REKS vind je op regio-hartvanbrabant.nl/REKS.
Het betreffende artikel is te vinden op one stop shopping voor particuliere woningverduurzaming_02 jan 2022






TNO: behalve goedkope hernieuwbare zonnestroom ook duurzaam materiaalgebruik

Gebruik  van zonnepanelen groeit explosief
Het gebruik van zonnepanelen (Photo Voltaische systemen, PV) groeit heel snel.

Eind 2020 stond er mondiaal zo’n 700GWp opgesteld, goed voor ruim 4% van de mondiale elektriciteitsvraag. Dat kan in 2050 uitgegroeid zijn tot 10.000 – 80.000 GWp, beetje afhankelijk van wie je  gelooft. 60.000GWp lijkt een redelijk safe waarde.
Wat helpt is dat zonnestroom steeds goedkoper wordt. In gunstige gebieden heb je tegenwoordig een kWh  zonnestroom voor minder dan 2 €cent

In Nederland stond er eind 2020 ruim 10GWp, goed voor grofweg 10 miljard kWh, ca 35PJ. Dat is ruim 8% van de Nederlandse electriciteitsvraag (ruim 1% van het totale Nederlandse energiebudget, want dat is veel groter dan alleen elektriciteit – een veelgemaakte fout). Ook weer afhankelijk van wie je gelooft zal dat stijgen tot ca 100 a 200GWpin 2050. De laatste waarde zou dan goed zijn voor ergens rond de 750PJ, te realiseren op (bij het huidige rendement van 20%) ca 1000km2 netto. Bruto is dat meer, maar dat  hangt sterk van de constellatie af.
Het is lastig in te schatten of (orde van grootte) 750PJ genoeg is voor de stroomvraag in 2050. De huidige stroomvraag is 420PJ, maar die zal sterk stijgen, oa door warmtepompen, elektrische auto’s en de verduurzaming van de industrie.

Duurzaam is meer dan alleen maar goedkope groene stroom
Bij een dergelijke explosieve groei is het onverbiddelijk nodig naar het grotere plaatje te kijken, en niet alleen maar naar zoveel mogelijk stroom voor zo weinig mogelijk geld. .
Het moet ook gaan over de productie en over de sloop, en het moet niet alleen maar over geïnvesteerde en geoogste stroom gaan, maar ook over geïnvesteerde en teruggeoogste materialen.

De Nederlandse Publiek-Private Samenwerkingsorganisatie TNO (Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek) heeft in een recente publicatie “Tijd voor duurzame zonne-energie” een onderzoeksagenda opgezet om deze ruimere context in kaart te  brengen. Eindverantwoordelijk is de Nederlandse zonnestroomgoeroe, prof. Wim Sinke. Hij organiseerde er een webinar over op 09 december 2022, samen met zijn medewerkers Mara Hauck (ook werkzaam bij de TU/e) en Mirjam Theelen.
Het paper is te vinden op https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/energietransitie/roadmaps/hernieuwbare-elektriciteit/zonne-energie/pv/recyclebare-zonnemodules/ .
Het paper onderscheidt onderwerpen  die je als een technische evolutie kunt zien, technologische onderwerpen die een breuk zijn met wat er was (revolutionair), en maatschappelijke  inbedding, al dan niet combi.

Bij ‘stroom’ kan men op techneutenwijze blijven denken, met dien verstande dat vanaf nu ook de CO2 – footprint van het maken van het paneel meegeteld moet worden. Dat is een uitvoerbare exercitie en dat levert, na wat versimpelingen, op dat zonnepanelen in hun leven ongeveer 20* zoveel energie opleveren als het maken gekost heeft. Welk CO2 -getal bij die energie hoort, hangt er van af  met welke stroommix je vergelijkt.

In deze getallen zit verwerkt de productie en 25 jaar exploitatie, niet de afdankfase (die zou overigens minder dan 10% toevoegen). Een state of the art en in China geproduceerd paneel, dat 25 jaar in Noordwest-Europa dienst doet, heeft over die periode 55 gr CO2 per kWh  aan zijn jas hangen. Toekomstige systemen doen het beter en zelfs nog beter dan de aangegeven worst case-variant, omdat de toekomstige stroommix gunstiger zal zijn dan de huidige.

Bij stroom is ontwikkeling mogelijk op basis ‘business as usual’. Zonne-energie is nog niet uitontwikkeld en men vindt nog steeds nieuwe technieken (nieuwe materialen of meerlaags-panelen) die bijvoorbeeld het rendement verder opdrijven (nu ca 20%, kan 25 a 30% worden). Tot nu toe was het criterium vooral ‘meer stroom voor minder geld’, maar dat moet dus ruimer opgevat gaan worden. Geen techneut die in de stress schiet.

Opbouw van een PV-paneel

Bij materialen ligt het een stuk moeilijker dan bij stroom. Die zijn of worden schaars, zitten maar in een paar landen, en de winning gaat vaak met flinke milieuvervuiling mee gepaard. Of dwangarbeid, zoals gerapporteerd bij de fabricage van heel zuiver silicium.
Schaarste zit vaak waar men het niet verwacht. Dat koper en zilver (voor de contactstripjes) schaars zullen worden, ligt in de lijn der verwachtingen. Maar ook zoiets simpels als glas en silicium groeit tot een probleem  uit: er is zand zat op de wereld, maar lang  niet alle zand is zuiver genoeg. Bovendien vreet de productie van glas, en nog meer van zuiver silicium, energie.
On enig gevoel te krijgen: 2TWp (het dubbele van wat de wereld binnenkort haalt), bij 25% rendement, vraagt om 8000km2 glas. Dat is bijna evenveel als nu in de bouw en verwante sectoren gebruikt wordt.
De logistiek moet over de hele keten goed zijn en goed blijven

Recycling in de gebruikelijke zin des woords, zelfs als die goed werkt, zal de eerste decennia maar een klein deel (voorlopig een paar procent) van de oplossing zijn om de eenvoudige reden dat  er bij de huidige groei zeer veel meer panelen uitgaan dan terugkomen. (Ik heb eerder over recycling van PV-panelen geschreven, zie https://www.bjmgerard.nl/recycling-van-zonnepanelen-op-komst/ ).

TNO hanteert de “R-ladder”.

De R-ladder
  • R1 en R2 hebben daarbij betrekking op langere levensduren en minder materiaalgebruik. Dunne film-folies hebben per kWh minder materiaal nodig. Men kan daaraan in de ontwerpfase al werken.
  • R3 en R4 hebben betrekking op hergebruik (vandaar de lus in de schets0: repareren, onderhoud, opknappen en moderniseren. Dienstig zijn tweedehandsmarkten, revisie en ‘retrofitten’.
  • R5 en R6 hebben betrekking op ‘End of life’- scenario’s. ‘Recycling’ betekent hier het terugwinnen van materialen (zie het verhaal bij ROSI), R6 betekent meestal verbranden.

De EU probeert ook invloed uit te oefenen met minimumeisen voor eco-ontwerp en energielabeling en een systeem van ‘Groene publieke aanbesteding’. Er wordt nu gewerkt aan een eerste versie van een document met dergelijke grootheden.
In de recente Europese Groene Taxonomie zijn PV-systemen in praktijk altijd duurzaam. Een technisch advies uit eigen gelederen om een bovengrens te stellen aan de CO2 – footprint en die dan stapsgewijze in de toekomst te laten dalen, haalde het niet.

TNO vindt dat Europa weer zijn eigen zonnepanelen zou moeten gaan produceren en heeft dat opgeschreven in een artikelin de Volkskrant. Zie https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/energietransitie/roadmaps/hernieuwbare-elektriciteit/zonne-energie/europa-zonnepanelen-produceren/ .

Verwerkingsschema, specifiek voor zonnepanelen

Maatschappelijke aspecten
Toepassing in gebouwen en functies is het populairst. Daar kan meer dan alleen maar starre standaardpanelen op een dak zetten. Er  zijn interessante trends om PV integraal in constructies te verwerken, eventueel zelfs als bouwmateriaal (woningen, fietspaden, geluidsschermen). TNO verwijst hier naar een eerdere publicatie “Zonpositief: zonne-energie op weg naar impact” ( https://publications.tno.nl/publication/34637826/ZvsyVf/tno-2021-zonpositief.pdf ).

Ook als het om zonneparken op de grond gaat, nodig om voldoende omvang en snelheid te bereiken om de klimaatdoelen te halen, moet nagedacht worden om het goed te doen. Bijvoorbeeld landschapsinrichting en multifunctionaliteit.

Zonnepanelen, geïntegreerd in een gevel of in dakpannen.
De flats links zijn De Willem en De Zwijger in Best, de eerste Nul op de Meterflats in de sociale huursector. Het is vervangende nieuwbouw. Op de site van de NBA is informatie te vinden op https://www.nbarchitecten.nl/portfolio-items/de-willem-en-de-zwijger/ .

Een ander soort maatschappelijk probleem is dat de productgebonden verwijderingsbijdrage in 2014 is afgeschaft. In plaats daarvan werkt men nu met een omslagstelsel: de verwijderingskosten van bijvoorbeeld televisies die nu richting afval gaan, wordt omgeslagen over de televisies die nu nieuw worden verkocht.
In een min of meer statische markt werkt dat, maar in een exploderende markt als die van zonnepanelen niet: de verkoop is nu, maar de verwijderingskosten duren nog decennia. Dat systeem moet anders.

Update

Er wordt nagedacht om voor zonnepanelen en omvormers opnieuw een vorm van verwijderingsbijdrage te definieren.

De producentenorganisaties van zonnepanelen en omvormers, witgoed, consumentenelektronica, verlichting, gereedschappen en ICT richtten in januari 2020 de Stichting Organisatie Producentenverantwoordelijkheid E-waste Nederland (OPEN) op.
In een uitvoerig artikel in Solar van 07 jan 2022 ging de Stichting OPEN op de problematiek in. Ze legde uit dat de verwerking van zonnepanelen zichzelf niet uit de opbrengsten van de teruggewonnen materialen bedruipen kan en dat er dus op enigerlei wijze geld bij moet, en dat er nu zo weinig panelen terugkomen dat het niet loont om daar nu een serieuze fabriek voor te bouwen. Er is nog even tijd om geld, gebouwen en processen te realiseren.
Intussen volgt de Stichting Open wat er in het buitenland gebeurt en ook wat het lokale initiatiefCaparis Leeuwarden doet.
Verder benadrukt de Stichting OPEN dat als ereen verwijderingsbijdrage komt, iedereen verplicht mee moet doen.
De tekst van het artikel is hierna te lezen.


Wat ik van het coalitieakkoord 2021 – 2025 vind

Of liever gezegd, wat ik van hoofdstuk 2 van het Coalitieakkoord (Een Duurzaam land) vind, van de onderwerpen klimaat, energie, landbouw, natuur, stikstof, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Daar heb ik een klein beetje verstand van en daarop focust als regel deze website. De rest is uiteraard ook belangrijk, maar daarop zou mijn reactie geen meerwaarde hebben.

Grosso mode wordt in het hoofdstuk, een compromis tussen uiteenlopende partijen,  een redelijke set intenties gegeven.
Het is een reparatie-akkoord dat wil corrigeren dat eerdere kabinetten geen redelijke set intenties gaven of zelfs uitgesproken negatieve besluiten genomen hebben, zoals bijvoorbeeld afschaffing van het ministerie van VROM in 2010, bij het aantreden van Rutte 1.

Er ligt veel geld bij de intenties. Dat zegt echter niet alles, want geen geld is  niet het enige dat in de politiek ongelukkig maakt. Ook andere factoren dan geldgebrek kunnen gewenste ontwikkelingen remmen, zoals  gebrek aan ruimte, gebrek aan vakmensen een gebrek aan vertrouwen in Rutte IV, of een teveel aan ontzag voor grote economische machten en een teveel aan kapitalisme – ik beperk  me nu tot binnenlandse oorzaken.

Ik vind zelf het zwakste aspect van het hoofdstuk dat het te weinig inzicht geeft  in de samenhang der dingen – door anderen ook wel een gebrek aan visie genoemd. Het is teveel alleen maar een boodschappenlijst.
Het is me duidelijk dat het tot op zekere hoogte een hoofdlijnenakkoord is. Het probleem is dat de samenhang der dingen soms dermate fundamenteel is, dat dat een hoofdlijn zou moeten zijn.

Ik kom hier in afzonderlijke punten op terug.

Het coalitieakkoord is te vinden op https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst .

Tata Steel Ijmuiden

Klimaatrechtvaardigheid en aanpak industrie
Milieudefensie wil dat ‘de grote bedrijven aangepakt worden’ en wil een actie beginnen tegen 30 grote bedrijven. Het coalitieakkoord spreekt van ‘maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters’.
Ongetwijfeld bedoelen ze niet hetzelfde. Van beide partijen zou men een beter politiek-economisch verhaal willen hebben.

“Maatwerkafspraken” zijn een rekbaar begrip. De regering dient het kapitalisme, maar daarbinnen bestaat de nodige vrijheid. De regering kon ook aandelen KLM kopen, nationaliseerde ten tijde van de crisis banken  en CDA en VVD in de Tweede Kamer waren niet vies van Tata Steel nationaliseren. Ik vind een indicatie van de inhoud van die ‘maatwerkafspraken’ een hoofdzaak die in het coalitieakkoord thuishoort. Wil de nieuwe regering een centraal gestuurd industriebeleid? Krijgen die bedrijven gewoon geld? Koopt de Nederlandse staat Aldel? Moet men verplicht instemmen met het voorgestelde grenstarief van de EU?
Lijkt mj dat daarover iets in het coalitieakkoord mocht staan.

Andersom geldt overigens hetzelfde, maar daar bestaat geen coalitieakkoord. De ‘grote bedrijven moeten aangepakt worden’ vinden Milieudefensie (en bijvoorbeeld ook Greenpeace en de SP). Vind ik ook, maar hoe dan? Moeten ze meer belasting betalen? Moeten ze sluiten? Moet de SDE++ subsidie als tegenprestatie om aandelen vragen? Moet de productie van zink en aluminium verboden worden? Gehalveerd?

ETS-prijs in €/ton CO2 t/m 31 aug 2020
ETS-prijs in €/ton CO2 in 2021

Overreden, beprijzen of wettelijke voorschriften? ETS en marginale heffing.
Dat zijn de drie basisstrategieën om milieu- en klimaatdoelen te realiseren. Inzetten op alleen maar overreden is vrijblijvend en gaat ervan uit dat het individu de schuld is (quod non), alleen maar beprijzen (zonder beschermende maatregelen) treft de economisch zwakste en wettelijke voorschriften zijn niet populair bij ondernemingsvriendelijke partijen.
Wat zou het mooi zijn als het coalitieakkoord steviger wetgeving bepleit had (en betere handhaving).
Het zou ook mooi geweest zijn als het coalitieakkoord melding gemaakt had van nieuwe democratische strategieën, zoals burgerraden (in de geest van XR) of (beter uitgewerkt) het preferendum van Van Reybroeck ( Het Preferendum? ). Ik vind dit soort kwesties een politieke discussie op hoofdlijnen.
Ik vind zelf dat elke strategie uit de trits zijn voor- en nadelen heeft, maar dat er in Nederland meer voorschrift en handhaving moet komen.

Ik vind dat beprijzing via het ETS (Emission Trade System) van de EU steeds beter werkt. De Nederlandse koolstofheffing daarentegen doet momenteel niks, want veel te laag. En huidige bodemprijs ligt ver onder de feitelijke prijs in het ETS. In hoeverre het ‘verhogen van de marginale heffing’, zoals in het coalitieakkoord staat, wat gaat betekenen, moet blijken. In de financiële tabel wordt er geen opbrengst ingeboekt.

Bestaande Nederlandse CO2-heffing

Zie https://www.bjmgerard.nl/co2-prijs-onder-het-eu-ets-schiet-door-de-e50-per-ton/ .
Een ‘beperking tot de ETS-sectoren’ (coalitie-akkoord) roept vragen op. Er zijn ETS-inrichtingen die niet in gebruikelijke zin een bedrijf zijn (in Zuidoost Brabant bijvoorbeeld de stadsverwarmingen van Helmond en Eindhoven) en er zijn heel veel bedrijven (veruit de meeste) die wel een klimaateffect hebben, maar die niet onder het ETS vallen (in Zuidoost-Brabant bijvoorbeeld ASML en Philips Medical Systems). Die vallen onder de EED of (nu nog) de Wet Milieubeheer. Het coalitieakkoord meldt daar tekstueel niets over.
In de financiele tabel gaat hier pas in 2026 geld bij.

Nyrstar_foto bgerard, ook wel de zinkfabriek in Budel

Gevolgen voor het ruimtegebruik van de te verwachten explosieve groei van de stroomvraag
Ongeacht alle politieke redeneringen kost het altijd twee elektronen om een zinkatoom te maken, en twee of drie voor een ijzeratoom. De natuurwetenschap trekt zich niets van politieke wenselijkheden aan.
Feitelijk betekent verduurzaming van de industrie vaak dat men direct of (via de omweg van waterstof indirect) elektrificeert. De productie van synthetische brandstof voor het lange afstands-vrachtautovervoer, de internationale scheepvaart en de luchtvaart betekent een verzesvoudiging van het bestaande elektriciteitsbudget (zie https://www.bjmgerard.nl/tno-onderzoek-naar-e-fuels-technisch-en-politiek-besproken/ ), ongeacht wie er de macht over heeft. Dit gaat gepaard met flinke verliezen.
Vervolgens is de vraag waar die stroom vandaan komt. Dat is niet uitzichtsloos, maar vraagt wel een strategisch debat. In hoeverre komt die uit Nederland?
Voor zover uit Nederland, hoeveel en hoe doen we dat met onze ruimtelijke ordening, gegeven de vele andere taken?
Als import (er is een verwijzing naar waterstofimport), zo ja waarvandaan?  En is die waterstof duurzaam? Ruilen we de afhankelijkheid van Poetin in voor die van Bin Salman en zijn elektrolyzers in de woestijn?
Zetten we een tariefmuur om Europa om klimaatonvriendelijke stroom tegen dumpprijzen buiten te houden?
Ik ben niet tegen import van energie (we voeren nu ook bijna alle energie in), maar ook daar is weer de vraag of dat vóór 2030 zoden aan de dijk zet.
Je zou willen dat het coalitieakkoord meer informatie gaf over dit soort strategische vragen.

De energiemix
Kort samengevat wil het coalitie-akkoord zoveel mogelijk CO2 – vrije energie, maar beperkt het in praktijk de productie ervan door allerlei negatieve keuzes. Het wil extra wind op zee (op zich niets tegen, maar er ligt al een Noordzeeakkoord – ook de Noordzee is eindig, zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-zee/nieuwe-routekaart# ), zon op dak (levert beperkt op), aardwarmte (wat niet overal kan), groen gas (grotendeels afkomstig uit mestvergisting of te weinig aanwezig, zie Grootschalige mestbewerking en groen gas ), aquathermie (wat slechts op sommige plaatsen tot warmte leidt mits toegevoegde stroom), zonneparken mits multifunctioneel (waar in principe iets voor te zeggen valt als duidelijker zou zijn wat ‘multi’ was), windparken mits aan heldere (maar niet genoemde) afstandseisen voldaan wordt (nu geluid aan de gevel-eisen) en ‘zo snel mogelijk’ geen energie uit houtige biomassa (welk standpunt vooral op bijgeloof berust en in praktijk wel  eens tegen zou kunnen vallen – zie https://www.bjmgerard.nl/kabinet-volgt-het-te-optimistische-ser-advies-biomassa/ ).
Als deze beperkingen wat voorstellen, schaden ze de productie van hernieuwbare energie, en als ze niet wat voor blijken te stellen zijn het loze praatjes).

Source US Department of Energy_IAEA

Zo komt men als vanzelfsprekend (gezien o.a. de VVD-standpunten) op kernenergie uit. Je kunt nu eenmaal niet alles verbieden.
Ik ben op zich geen principiële tegenstander van kernenergie, maar wel in praktijk tegen de huidige generatie centrales en meer speciaal van de ouwe meuk in België. Ik  schrijf daar wel een andere keer een apart verhaal over.
Als je een (vooralsnog denkbeeldige) probleemarme kerncentrale non stop waterstof zou laten maken, heb je volgens mij in principe een goed verhaal.
Maar ongeacht dit oordeel, vast staat dat die twee centrales in het gunstigste geval  pas ergens een eind na 2030 draaien en dat kernenergie veel subsidie zal vragen. Vraag is of men het met de 5 miljard cumulatief in de financiële tabel haalt.

Tot 2030 koppelt het coalitieakkoord vooral meer duurzame opwek-eisen aan meer duurzame opwek-verboden.

De Gebouwde omgeving
Ik ga daar niet wat van zeggen, want dat is een heel behoorlijk verhaal. Nu waarmaken.
De eerste (extra?) uitgaven zijn overigens pas in 2024 ingeboekt.

Mobiliteit, luchtvaart en scheepvaart
Over de luchtvaart: in het coalitieakkoord wil men de kwadratuur van de cirkel. Geen krimp van de luchtvaart, en toch krimp van de ellende en Lelystad misschien toch open (besluit is vooruit geschoven). Dit alles onder verwijzing naar de Luchtvaartnota die vooral vrijblijvende suggesties oppert. Ik denk dat de luchtvaart niet ontkomt aan krimp.
Maar ik heb hierover al eerder een artikel geschreven op de site van het Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2), en daar verwijs ik naar ( https://bvm2.nl/het-coalitieakkoord-en-het-vliegen/ ).
Ik ben voor een kerosinebelasting en een tickettax (die moet €400 miljoen per jaar opbrengen).

Synthetische vliegtuigbrandstoffen hebben, behalve een klimaatvoordeel, ook een luchtkwaliteitvoordeel voor omwonenden. Ook na krimp van de luchtvaart is dit van belang. Vooralsnog is er niet wat anders wat zoden aan de dijk zet om het na krimp resterende luchtverkeer te verduurzamen. Voor personenauto’s is dat er wel (elektrisch), en daarom ben ik er voor om geen biobrandstoffen in autobrandstof te mengen en om deze, voor zover binnen de Europese richtlijnen geproduceerd, voor vliegtuigen te gebruiken.
Synthetische kerosine uit CO2 en waterstof kan in grote hoeveelheden gemaakt worden (met ongeveer 2% van de landoppervlakte van Saoedi-Arabië haal je het huidige wereldverbruik), maar het vraagt dan een onwaarschijnlijk hoge financiële investering.
Op de keper beschouwd is synthetische kerosine een vorm van energieopslag in chemisch gebonden waterstof, en daarmee een verbijzondering van de algemene wetmatigheden van de waterstofeconomie.

Aan wat er verder over auto’s en schepen in staat, heb ik niet wat toe te voegen.

Klimaatadaptatie:
Geen opmerking

Peel met stikstofoverschot
Peel zonder stikstofoverschot

Landbouw, natuur en stikstof
Dat is in principe een verhaal met goede intenties.
Maar er zijn in de loop van decennia meer verhalen met goede intenties geschreven, die de landbouwsector vervolgens bekwaam heeft weten te saboteren.

De boerenpartijen hebben het woord ‘onteigening’ uit het coalitieakkoord weten te houden. De passage ‘daar waar de opgave tot emissiereductie en natuurherstel dermate groot is dat vrijwilligheid niet langer vrijblijvendheid betekent, gaan we op het boerenerf het gesprek aan om samen te zoeken naar de mogelijkheden.’ roept bij mij niet meteen vertrouwen op.
Aan de andere kant, de nood is hoog bij de boeren en gezegd moet worden dat dat vaak ook is omdat anderen het probleem zijn (bijvoorbeeld de supermarkten en de Rabobank).

De Nederlandse landbouw is absurd groot en zal moeten krimpen, ook al omdat er grond nodig is voor andere doelen. Maar daar hoort een goede sociale paragraaf bij.

Het is met de geformuleerde intenties mogelijk een goed beleid te voeren. Of dat er in praktijk van komt, moet blijken. Er zit in elk geval geld bij maar, zoals gezegd, er is meer nodig dan alleen maar geld.

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening
Ik ben hier de laatste jaren weinig mee bezig geweest en ga er niet veel over zeggen. Niet omdat ik het belang niet zie (integendeel), maar omdat ik er te weinig aan kan toevoegen.

Ik vind het in elk geval een groot goed dat de ruimtelijke ordening weer meer gecentraliseerd wordt en dat er weer een minister voor komt.  De vele conflicterende fysieke en sociale eisen, die aan de schaarse grond in Nederland gesteld worden, schreeuwen al veel langer om centrale aansturing.
Zie ook https://www.bjmgerard.nl/vier-scenarios-voor-het-energiesysteem-van-de-toekomst/  en https://www.bjmgerard.nl/grote-opgaven-in-een-beperkte-ruimte/ .

Als men die centralisatie eerder gepraktizeerd had (nog beter, als dat nooit afgeschaft was geweest) was er misschien een rijksbeleid geweest over datacenters (en verdozing enzovoort) geweest, en had niet de gemeenteraad  van Zeewolde, gesteund door een clandestiene privé-opvatting van ex-minister Wiebes,  een besluit mogen nemen waar hele Nederland nu last van heeft.

Waarmee ik overigens niet naar de andere kant wil doorslaan. Nederland heeft een heleboel datacenters, van groot tot klein, die geruisloos goed werk doen (bijvoorbeeld mijn website en mijn email). Het ene datacenter is het andere niet.
Ik ben tegen het Zeewolde-datacenter omdat het van Facebook is (vind ik geen onmisbare instelling), omdat het heel groot is, en omdat het net zo goed ergens anders kan staan (bijvoorbeeld in Duitsland).
Algemene vraag is welke voorzieningen wij in Nederland willen hebben en welke niet.

In Finland mag men pas een datacenter bouwen als van tevoren vast staat dat de warmte aan de stadsverwarming geleverd wordt. Dat voorschrift zou hier ook moeten bestaan.
Zie https://www.bjmgerard.nl/opnieuw-restwarmte-van-datacenters/ .

In zijn algemeenheid zijn datacenters een bijzonder voorbeeld van de algemene trend van elektrificatie van de industrie, die tot een verveelvoudiging van de stroomvraag zal leiden. Het coalitie-akkoord (maar bijvoorbeeld ook de politiek en een organisatie als Milieudefensie en Greenpeace) behandelen hier een structureel probleem alsof het incidenteel is.
We gaan deze discussie nog veel vaker krijgen.

Infrastructuur
Over het algemeen werken de intenties de goede kant op, behalve die over Schiphol en Lelystad: achterstallig onderhoud, verkeersveiligheid, meer en beter OV, de Lelylijn. Waarschijnlijk is het allemaal niet genoeg.
De A27 bij Amelisweerd moet niet verbreed worden.

Pas in 2030 en anders te weinig tussendoelen
Het is een verbetering dat de Klimaatwet aangescherpt wordt tot 55% CO2 – reductie in 2030, maar 2030 duurt nog lang. Wat je mist zijn dichterbij  liggende ijkmomenten. Je zou bijvoorbeeld willen dat het 2030-doel werd aangevuld met 31 december 2025, als het nieuwe kabinet zo ongeveer vertrekt (als alles goed gaat). Pakweg zoiets als bijvoorbeeld ‘35% CO2 – reductie op 31 dec 2025”, zodat het kabinet zijn eigen prestatie garandeert en de prestatie niet doorgeschoven wordt naar nog ongeboren opvolgers.
De timing van de uitgaven in de financiële bijlage is er wel, de timing van de beleidsmatige opbrengsten niet.

Sommige besluiten gaan überhaupt pas in 2030 is, zoals rekeningrijden. Dat is te laat.

Wie moet het doen?
Er zijn te weinig vakmensen die de taken, die op deze gebieden nodig zijn, uit te voeren. Het is prima om bijvoorbeeld technische opleidingen te stimuleren, maar de totale vijver is ook dan nog gewoon te klein. De passage elders in het coalitieakkoord over demografische ontwikkeling en arbeidsmigratie laat nog teveel vragen open. Het is mijn terrein niet, dus ik ga hier niet de geleerde uithangen. Ik heb al eens geschreven dat elke Syrier met kennis van het stoomwezen gelijk aan de bak kan ( zie Van stoom stoom stoom ). Je zou denken aan een betere diploma-erkenning, op arbeid gerichte bijscholing, etc.

Bodemenergie en kleilagen in Noord-Brabant

Ik heb geassisteerd bij het opstellen van een standpunt van de SP in Provinciale Staten over het Regionaal Water- en Bodem Plan (RWP), dd 03 dec 2021.
Het standpunt valt in tweeën uiteen: een betrekkelijk geruisloze instemming met de hoofdzaak van het RWP, en veel discussie over het onderdeel bodemenergie.

Over het RWP heb ik in deze kolommen al geschreven toen het nog in de conceptfase zat, zie Regionaal Water en Bodemprogramma – mooi plan, terugtocht wordt al voorbereid . Daarna is het concept in de inspraak gekomen. Dat heeft de hoofdlijn van het verhaal niet wezenlijk veranderd. Vandaar dat ik volsta met bovenstaande verwijzing. UIteindelijk lag er een redelijke second best-voorstel voor en dat was aanvaardbaar.

Er ontstond erg veel discussie over een relatief klein deel van het RWP, namelijk dat over bodemenergie en kleilagen. Enerzijds wil de provincie het grondwater beschermen dat onder de kleilagen ligt, anderzijds wil de provincie meewerken aan de gemeentelijke transitievisies warmte, binnen welke warmteproductie en -opslag in de bodem vaak onmidbaar zijn.

Goede bedoelingen botsen en dat is iets wat steeds vaker gebeurt bij het verduurzamen. Het enige dat je kunt doen, is een zo goed mogelijk dossier opbouwen van het probleem en dat gebruiken voor een verstandig antwoord dat vaak een compromis zal zijn.

Ik heb de provinciale SP geassisteerd bij het opbouwen van dit dossier, en op basis daarvan volgt onderstaand verhaal, dat ook op de provinciale website van de SP zal verschijnen.


SP krijgt in provincie motie over bodemenergie overgenomen

Behandeling RWP
Op 03 december 2021 behandelde Provinciale Staten van Noord-Brabant het Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP). Het RWP is een wettelijk verplicht programma om de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) uit te voeren en de Europese Richtlijn Overstromings risico’s (ROR). Beide loffelijke documenten.
De volgende zeven jaar-periode van de KRW begint op 22 december 2021. De behandeling van het RWP liep daarop vooruit.

Bij het RWP gaat het dus om zaken als

  • Voldoende water: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen.
  • schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van de kwaliteit van diepe grondwatervoorraden.
  • Brabant duurzaam beschermd tegen overstromingen, zowel in het hoofd-, als in het regionaal watersysteem
  • vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit
  • Klimaatadaptatie – aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid

Bodemenergie
Een klein maar belangrijk onderdeel van het RWP, dat daarom veel lobby trok (van de bedrijfstak die er zijn brood mee verdient) en tot onevenredig veel discussie leidde, was het onderwerp bodemenergie. Hier botsen twee goede bedoelingen op elkaar. Dat gebeurt in verduurzamingsdiscussies vaak en is een van de reden waarom men niet alleen maar kan volstaan met dat er verduurzaamd moet worden, maar ook hoe dat moet gebeuren.

De ene goede bedoeling is dat de Provincie het grondwater wil beschermen. In grote delen van Brabant (niet overal) liggen kleilagen die het onderliggende grondwater beschermen tegen van boven instromende vervuiling.

Anderzijds moeten alle gemeenten, voor  het aardgasvrij maken van Nederland, hun Transitievisie Warmte uitvoeren. In die visies kan bodemenergie een onmisbare plaats innemen. Bij aquathermie bijvoorbeeld oogst men de warmte in de zomer uit het oppervlaktewater en slaat hem op voor de winter. Dat kan zowel op individuele als op collectieve basis.
Hoe meer beperkingen aan bodemenergie, hoe minder kansen voor de energietransitie. Het niet mogen doorboren van een kleilaag is een belangrijke beperking, zoals ook de eis dat er in gesloten systemen alleen maar met schoonwater gewerkt mag worden.

Blokschema bodemenergie en geothermie

Technisch intermezzo
Nu even kort de belangrijkste begrippen.

Bodemenergie gaat, per wettelijke definitie, tot 500m diep. Dieper geldt de Mijnbouwwet en dan zijn het ministerie van EZ en het Staatstoezicht op de Mijnen de baas.

Het RWP gaat dus NIET over geothermie. Omdat tegelijk met het debat artikelen in de krant stonden over seismisch onderzoek in duingebieden en drinkwaterzones waren er emoties, maar geothermie is echt een andere tak van sport. Die overigens in eigen recht aandacht verdient, maar niet hier.

Schema van een open en een gesloten bodemsysteem (OBES en GBES)

Binnen de bodemenergie zijn er twee deelgebieden, de Gesloten Bodem Energie Systemen (GBES) en de Open Bodem Energie Systemen (OBES).
Beide staan boven de grond via een warmtewisselaar in contact met een warmtepomp in een gebouw, die de temperatuur verder opvoert tot noodzakelijk niveau. Bij beide is de winst dat de temperatuur in de woning ’s winters niet vanaf bijvoorbeeld -5°C opgevoerd hoeft te worden naar bijvoorbeeld +40°C, maar van bijvoorbeeld 15°C naar dezelfde +40°C. Bruto bespaart het dus flink en netto bespaart het (vanwege de stroom naar de warmtepomp) ongeveer driekwart van bruto.
Over het algemeen bedienen GBES-sen relatief kleinere objecten en OBES-ses grotere objecten.

GBES-ses bestaan uit een gesloten lus van gecertificeerd PVC, waarvan de neergaande en de opgaande poot in een gat liggen of (meestal) ‘hangen’. Dat gat (normaliter 80m tot 200m diep) wordt opgevuld met een mengsel. De samenstelling van dat mengsel, en de wijze waarop het aangebracht wordt, luisteren erg nauw.
GBES-sen worden tot nu toe vooral gebruikt om te oogsten hoewel dat niet perse hoeft (dan heet het koelen –  net zo goed als er een warmtevraag is, is er een koudevraag). De warmte stroomt zijwaarts door het mengsel uit de grond in de lus, dus het afdichtmengsel moet horizontaal warmte geleiden en vertikaal waterstromen met eventuele vervuiling blokkeren. Dat is een niet vanzelfsprekende combinatie.
Die in praktijk vaak fout gaat. Uit een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bleek dat bij een kwart van de gevallen alles goed ging, bij een kwart iets ondergeschikts fout en bij de helft gevaarlijk fout (maart 2021).
In 2018 waren er (volgens de ILT) in Nederland zo’n 50.000 GBES-sen, dus in Brabant nu ergens rond de 8000. Tot 2013 was er eigenlijk in praktijk geen bevoegd gezag (van systemen van voor 2013 is vaak zelfs niet bekend waar ze liggen), en na 2013 was de gemeente bevoegd gezag (wat in praktijk niet altijd goed vorm kreeg). Al  die oude GBES-ses zijn een probleem op zich.
In GBES-ses zit water met meestal een hoop glycol en additieven. Die stoffen zijn giftig, zij het niet extreem. GBES-sen kunnen het grondwater vervuilen doordat de inhoud zelf weglekt, of doordat bestaande vervuiling door of langs het boorgat in de diepte zakt.

OBES-sen bestaan meestal uit twee pijpen op afstand van elkaar, die geboord worden tot op een poreuze waterhoudende zandlaag die vaak ergens tussen de 80m en de 200m diep ligt. Een OBES bevat gewoon water. Ze worden gebruikt als warmte-koude opslag (WKO). ’s Zomers stroomt het warme water omlaag en komt kouder omhoog, ’s winters gaat het andersom.  De warmteuitwisseling is dus vooral in de poreuze laag (waardoor de boorgatafdichting aan minder eisen hoeft te voldoen).
Er zijn ca 400 OBES-inrichtingen in Brabant en daarvan is de provincie bevoegd gezag.
OBES-sen kunnen het grondwater vervuilen doordat bestaande vervuiling door of langs het boorgat in de diepte zakt.

Wat de provincie wil en wat de SP daarvan vindt
Tot nu toe mochten die kleilagen doorboord worden (mits aan technische eisen voldaan werd), behalve in grondwaterbeschermingsgebieden. Dat zijn in Brabant de gebieden waarbinnen de dichtstbijzijnde drinkwaterput op minder dan 100 jaar grondwaterstroming af ligt. Soms ligt daar nog omheen een boringsvrije zone die beoogt dat er geen kleilaag doorboord wordt.

In het nieuwe RWP wil de provincie het doorboren van kleilagen voor GBES-sen verbieden. Die mogen tot aan de kleilaag geboord worden (ongeacht hoe diep die ligt).
De GBES-sen mogen, naast water, alleen nog kaliumcarbonaat of monopropyleenglycol bevatten (in nette chemische termen 1,2-propaandiol, dat is het niet giftige broertje van gewone glycol).

OBES-sen mogen tot de kleilaag aangelegd worden als die dieper ligt dan 80m, en tot 80m als de kleilaag ondieper ligt (dan gaan de buizen dus door de kleilaag heen). Dat laatste is gedaan omdat anders grotere objecten als bijvoorbeeld een middelgroot flatgebouw geen kans maken op een WKO-systeem.
OBES-sen starten met gewoon water, dat wel stoffen mee omhoog  kan nemen die van nature in de bodem zitten. Dat kan praktische problemen geven.

De SP vond

  • Dat het RWP in hoofdzaak niet over bodemenergie ging.
    Het is een ingewikkeld plan, de provincie heeft met veel instanties te maken en er is te weinig geld voor de beste oplossing. Klopt allemaal. SP-(inval)woordvoerder Nurettin Altundai noemde het ‘een trieste en teleurstellende constatering” dat  niet de beste oplossing was voorgesteld. Maar wat er nu lag, was een redelijke second best-oplossing. De SP heeft daarom voor het RWP als geheel gestemd. Uiteindelijk waren alleen de natuurhaters van de PVV tegen.
  • Gegeven het grote  aantal missers dat de ILT bij de aanleg van GBES-sen geconstateerd had (maart 2021), kan het de sector op dit moment niet toevertrouwd worden om onbeperkt door kleilagen te mogen blijven boren.
  • Het is echter geen wetmatigheid dat boorgaten in kleilagen niet af te dichten zijn. In een kwart van de gevallen gaat het immers wel goed. De SP heeft daarom tegen een motie van de Partij voor de Dieren gestemd om alle kleidoorborende activiteiten principieel te verbieden.
    Ook oma in haar flatje moet het warm kunnen krijgen als er geen aardgas meer is.
  • Het RWP behandelt bodemenergie uitsluitend als bedreiging, maar ten onrechte niet als kans. Gegeven de enorme opgave om de nieuwe en bestaande woning- en utiliteitsbouw te verduurzamen,  maar ook gezien diverse nieuwe ontwikkelingen als aquathermie en PVT-panelen, en opslagvaten, Smart warmtegrids en Power to Heat-techniek kan deze negatieve houding zeker niet het laatste woord zijn.
PVT=paneel van Triple Solar (zowel PV-functie als warm water)
  • De SP heeft daarom een motie ingediend, waarin het College van GS gevraagd is om in 2022 een Brabantse visie bodemenergie op te stellen. GS hebben dit idee overgenomen en hebben beloofd met een notitie te komen. Deze motie is daarop aangehouden (uitgesteld). Het onderwerp komt dus terug.
  • Een andere SP-motie was om bodemenergie, als zijnde een bedrijfstak waar handhaving moeilijk blijkt, een publieke zaak te maken. Deze motie is verworpen met SP, Partij voor de Dieren en Lokaal Brabant voor.
  • Tekst van de moties:

.

Klokkenluider onthult nieuwe feiten over Energy Charter Treaty

Eerdere artikelen
Ik heb op deze site al eerder artikelen geschreven over het Energy Charter Treaty (ECT). Dat is een op fossiele energie toegesneden verdrag dat in de grotere klasse hoort van vrijhandelsverdragen als TTIP en CETA (deze woorden als zoekterm leveren op deze site meer verhalen op). Een illustratief verhaal gaat over Vattenfall in Hamburg op https://www.bjmgerard.nl/?p=2960 .
Dit artikel kan gelezen worden als update van het eerdere artikel over het ECT op deze site, op https://www.bjmgerard.nl/?p=14427 .

Klokkenluider over het ECT
Yamina Saheb werkte tot 2018 op het secretariaat van het ECT, waarna ze uit protest opstapte.
Ze stapte met veel informatie naar d Engelse krant The Guardian. Die schreef op basis daarvan een artikel op 03 november 2021 “Secretive court system poses threat to Paris climate deal, says whistleblower“ Dat is te vinden op https://www.theguardian.com/environment/2021/nov/03/secretive-court-system-poses-threat-to-climate-deal-says-whistleblower  .
Bij het artikel hoort een explainer “Why activists fear little-known treaty could slow fossil fuel phase-out“ en dat is zelfstandig te vinden op  https://www.theguardian.com/environment/2021/nov/03/why-activists-fear-little-known-treaty-could-slow-fossil-fuel-phase-out .

Saheb is tevens medeauteur van het IPCC-rapport over mitigatie.

Dr Yamina Saheb

De inhoud
De hoofdgedachte is dat grote fossiele energiebedrijven het ECT gebruiken om miljarden aan schadevergoeding te eisen van regeringen die hun fossiele installaties willen uitfaseren, of zelfs die nog niet gebouwde installaties tegen willen houden. We spreken dat over zeer vele miljarden. Zoveel, dat het Akkoord van Parijs er onuitvoerbaar door zou kunnen worden.

In Nederland bijvoorbeeld wil RWE €1.4 miljard voor de sluiting in 2030 van hun kolencentrale aan de Eemshaven uit 2015, en zo wil Uniper tussen de €0.85 en 1.0 miljard voor idem op de Maasvlakte.
Nu is Nederland wel stom geweest om de aan deze jaren voorafgaande periode zoveel kolencentrales toe te staan en zelfs aan te moedigen, en dat genoemde grote ondernemingen geld willen zien is op zich te volgen. Maar normaliter zou het conflict dienen onder gangbaar Nederlands recht en niet onder schimmige arbitragehoven, die zeer eenzijdig allerlei juridische mogelijkheden wel en moeilijkheden niet hebben waar de normale rechtsgang wel mee te maken heeft. Alles verloopt bijvoorbeeld achter gesloten deuren. Het is een parallel juridisch traject (zie het verhaal over Vattenfall in Hamburg).

Kolencentrale Eemshaven_04aug2019_ef

Vanaf de feitelijke start in 1998 (het verdrag is in 1994 getekend) zijn er onder het ECT minstens 142 zaken tegen regeringen aangespannen, maar waarschijnlijk zijn het er meer omdat er geen registratieplicht is, zelfs niet bij het ECT-secretariaat.

Saheb schat in dat investeerders, opgeteld tot 2050,  zullen proberen €1300 miljard bijeen te sprokkelen in het rechtsgebied van het ECT, waaronder 54 landen vallen.
In 49% van de zaken wint de aanklager, in 39% wint de aangeklaagde regering, en de resterende 12% zal wel gemengd zijn (staat er niet bij).

De ironie (zij het een bittere) van het ECT is dat het ooit opgericht is om Westerse investeerders zekerheid te geven dat ze zich zonder risico’s meester konden maken van de fossiele brandstofvoorraden in de voormalige Oostbloklanden. Aanvankelijk bleek het verdrag niet nodig, want er gebeurde nauwelijks iets.
De eerste keer dat het wel gebeurde was toen dictator en boef Poetin ruzie kreeg met roofkapitalist Khodorkovsky die teveel politieke aspiraties had, toen voor €50 miljard onteigend werd, en dat met het ECT probeerde terug te draaien de zaak loopt nog steeds. Poetin heeft het ECT overigens niet geratificeerd.

Nieuwe Uniper kolencentrale Maasvlakte

Voor de eeuwwisseling richtte het ECT zich meestal tegen regeringen in midden- en oost-Europa en midden-Azié, Met de verduurzamingstrend hapt de ECT-hond steeds vaker naar het West-Europese baasje. Na 2014 richt tweederde van de klachten zich tegen regeringen van lidstaten van de EU. Een soort Frankensteinmonster…
Inmiddels horen de regeringen in de midden-Aziatische lidstaten tot de felste verdedigers van het ECT. Immers, het maakt het moeilijker om ze als leverancier aan de dijk te zetten.

De opzegtermijn van het ECT is 20 jaar.

Zie ook https://www.reuters.com/legal/litigation/energy-lawsuits-pact-seen-threatening-paris-climate-deal-2021-10-01/  en https://eutoday.net/news/politics/2021/energy-charter-treaty-drama-deepens .

Naomi Klein, klimaat en kapitalisme, en Nederlandse politieke partijen

Ik was al een tijd van plan om de boeken van Naomi Klein over klimaat en kapitalisme te lezen. De politieke actualiteit, waaronder de steeds zwaardere stempel die het  klimaat zet, de massabewegingen en de discussies binnen mijn partij, de SP, maken dat ik dat voornemen nu uitgevoerd heb.

Naomi Klein
Naomi Klein is zoiets als een participerende journalist. Ze beschouwt bijvoorbeeld de strijd tegen de Keystone XL (de nog niet uitgevoerde delen van een pijpleiding van de Canadese teerzanden naar de Golf van Mexico) niet van een afstand, maar neemt deel aan de acties.

Kaart van het netwerk van oliepijpleidingen in Canada en de VS (Alberta = Canada, Montana = VS). De recente strijd gaat over fase 4.

Naomi Klein heeft een aantal boeken geschreven over uitwassen van het kapitalisme, maar twee daarvan gaan speciaal over het klimaat. Ze zijn het makkelijkste te vinden op de Wikipediapagina over haar https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein . Daarnaast heeft ze een groot aantal artikelen geschreven, lezingen gegeven, aan films meegewerkt.

Het eerste boek (2014) over klimaat en kapitalisme is https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein#This_Changes_Everything:_Capitalism_vs._the_Climate , in het Nederlands vertaald als “Verander nu voor het klimaat alles verandert”.
Alleen al het voetnotenapparaat is een boek op zich.

Het tweede boek (april 2019) heet https://en.wikipedia.org/wiki/Naomi_Klein#On_Fire:_The_(Burning)_Case_for_a_Green_New_Deal en is in het Nederlands vertaald als “BRAND! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek”.

Het tweede boek kan  men zien als een meer praktijkgerichte uitwerking van het eerste.

Een samenvatting
Het zijn twee forse boeken. Een volledige samenvatting gaat de mogelijkheden van deze site te boven. Vandaar puntsgewijze de standpunten (uit beide samen):

  1. De klimaatcrisis bedreigt ons door zijn gevolgen (branden, droogte, stormen, oceaanverzuring) allemaal en dat is urgent. De aarde is eindig en de capaciteit om vervuiling op te vangen ook.
  2. De schuld ligt niet in zoiets als de ‘menselijke natuur’.  Het is een systeemprobleem.
  3. Individueel handelen, hoe zeer ook te prijzen, lost het probleem niet op
  4. Drijvende kracht zijn grote ‘extractivistische’ bedrijven en het economisch systeem waarbinnen ze werken. Dit ‘extractivisme’begrip wordt vooral toegepast op kolen, olie en gas (inclusief fracken en de teerzanden), maar ook op andere vormen van mijnbouw.
    Laat olie en gas in de grond.
  5. Technische maatregelen en economische prikkels (als CO2 – handelssystemen) zijn onvoldoende, maar moeten binnen hun beperkte mogelijkheden dienstbaar gemaakt worden (Klein is op dit punt in haar eerste boek radicaler dan in haar tweede boek waarvan de geest hier weergegeven is)
  6. Meer specifiek is geo-engineering een slechte zaak (door Klein beperkt tot sulfaatkristallen in de stratosfeer om zonlicht terug te kaatsen en ijzerbemesting va de oceanen ter bevordering van algengroei, die vervolgens na hun overlijden koolstof meenemen naar de diepte)
  7. Vrijhandelsverdragen (bijvoorbeeld Energy Charter Treaty) spelen een funeste rol en geven grote bedrijven een handvat om nationale overheden in hun richting te dwingen (zie ook Weg met de mythes rond het Energy Charter Treaty – dat hoort in dezelfde spelonken als TTIP en CETA – update met RWE )
  8. Er is slechts een economie volhoudbaar die past binnen de grenzen van de aarde. Dat betekent o.a. ingeperkt koopgedrag, geen economische groei voor zover die tot meer materie- en energiegebruik leidt, en daarvoor  is verregaande nivellering van de welvaart nodig. De grote vervuilers moeten betalen
  9. Afschaffing van het kapitalisme (geheel of gedeeltelijk laat Klein in het midden) is daartoe een noodzakelijke voorwaarde
  10. Maar geen voldoende voorwaarde, want regimes met marxistische roots als Rusland en China maken ook een potje van klimaat en milieu
  11. Centralisme is fout en de oplossing moet gezocht worden in bondgenootschappen van onderop die gevormd worden in het kader van acties (‘Blockadia’) tegen concrete zaken als oliepijpleidingen, steenkoolhavens, mijnbouwprojecten, etc.
    Ook de productie van duurzame energie moet decentraal georganiseerd worden.
  12. De rechten van inheemse volkeren moeten versterkt worden
  13. De zeggenschap over extractivistische projecten moet bij de direct gedupeerden liggen
  14. Sommige milieu- en natuurbeschermingsgroepen denken dat grote bedrijven omgeturnd kunnen worden, en zijn daardoor te intiem met het grootkapitaal geworden
  15. Omdat het kapitalisme meer op zijn geweten heeft dan alleen het ‘extractivisme’, biedt deze insteek kansen om ook andere wereldproblemen aan te pakken, zoals migratie, democratisering, vrouwenrechten, mensenrechten, enz. Omgekeerd biedt een verbreding van de basis meer kans in de klimaatstrijd.
    Het geheel moet een rechtvaardig en uitvoerbaar totaalpakket zijn.
  16. Er is een Green New Deal nodig, die gelijkenissen heeft met de New Deal van Roosevelt (1932, zie Roosevelt New deal op Wikipedia ). Die loste in een omvattende aanpak een groot aantal economische, sociale en fysieke problemen op. Roosevelts New Deal volgde op een golf van arbeidersopstanden en andere massabewegingen.
    In de VS is een Green New Deal-plan voorgesteld door de Demokratische politici Ocasio-Cortez en Markey. Zie Wat staat er in de VS-Green New Deal? Hoe toepasselijk is die voor Nederland en Europa?
  17. Uiteindelijk slaat de massastrijd neer bij de instituties van de staat. Klein roept op om die te beïnvloeden, niet om ze omver te werpen.
  18. Landen met een sterke demokratisch-socialistische traditie doen het op het gebied van milieubeleid het beste.
  19. Maar sommige traditionele linkse partijen zijn teveel blijven steken in alleen maar sociaal-economische conflicten.
  20. Er is een nieuwe vorm van ecosocialisme nodig
Naomi Klein

Wat ik er persoonlijk van vind
Beide boeken van Klein zijn zeer de moeite waard om te lezen, ook al ben ik het niet met alles eens.
Voor Klein geldt wat vaker bij  milieu- en klimaatgroepen geldt, dat de abstracties mooi zijn, maar dat onaangename feiten en tegenstellingen, die bij de uitvoering naar voren komen, ontweken worden. De manifesten moeten glanzen en niet modderig worden.
Klein heeft met het LEAP-manifest moeite gedaan om een nieuw wereldbeeld te schetsen, maar dat heeft hetzelfde probleem. Zie https://leapmanifesto.org/en/the-leap-manifesto/
In een activistisch manifest is dat tot op zekere hoogte onvermijdelijk.

In wat ik er van vind, volg ik de nummering. Met de nummers die  ik niet noem, ben ik het zonder toevoeging eens.

Ad 3.
Eens, met dien verstande dat grootschalig georganiseerd individueel handelen niet de oplossing is, maar wel een actievorm kan zijn (boycot)

Ad 4.
Dit ligt gecompliceerder. Klein hinkt in deze stelling op een paar benen tegelijk.
Dat ‘extractivistische activiteiten’ als regel door grote bedrijven plaatsvinden is juist. Daaruit volgt niet automatisch dat die activiteiten niet moeten plaatsvinden. Dat wordt inhoudelijk door de aard van die activiteiten bepaald.

Ik kan Kleins stelling volgen waar het om kolen, olie en gas gaat, omdat die vanaf nu voor  het overgrote deel in de grond moeten blijven zitten – in  elk geval geen nieuwe projecten meer.

Ik kan Kleins stelling niet in zijn algemeenheid volgen waar het om de mijnbouw naar andere stoffen gaat. Voor windturbinemasten is staal nodig, voor de magneten neodymium en samarium, voor doping in zonnepanelen indium en gallium, voor accu’s lithium, etc etc. Mogelijk wordt er straks naar thorium gegraven.
En ook voor goud (Klein fulmineert tegen een Griekse goudmijn) zijn zinvolle toepassingen, naast sieraden bijvoorbeeld in elektronica en ruimtevaart.
De materialenschaarste schreeuwt om een goede reduce-reuse-recycle aanpak, maar bij sterk groeiende activiteiten is die per definitie onvoldoende, als deze aanpak nu sowieso al bestaat. Die aanpak te ontwikkelen is een belangrijk deel van het verhaal, waar Klein niet over spreekt.
Klein heeft ongetwijfeld gelijk dat het merendeel van de mijnbouwactiviteiten uitgevoerd wordt door grote, particuliere ondernemingen – waarbij dat ze groot zijn en dat ze particulier zijn twee verschillende dingen zijn. Ik ben niet a priori tegen groot, maar in principe wel tegen particulier, hoewel ook dat niet alles zegt. Chinese (semi)staatsmijnbouwbedrijven zijn ook niet alles.
De grootste milieuproblemen ontstaan als een machtige mijnbouwonderneming de tegenstander is van een zwakke staat.
Het geeft geen pas om deze grote problemen weg te definieren door het er gewoon niet over te hebben, zoals Klein doet. Geen serieuze politieke kracht kan hier omheen manoevreren.

Ad 5.
Er is een continuüm tussen twee extremen.
Het ene extreem is dat je alleen maar het kapitalisme hoeft af te schaffen en klaar is kees, de wereld is automatisch gered, en je hoeft  niet over technische en financiële maatregelen te praten.
Het andere extreem is dat de wereld met alleen technische en financiële maatregelen gered kan worden, en dat het kapitalisme ongewijzigd kan voortbestaan in een groen jasje.
Klein zit tussen beide extremen in. Ze erkent expliciet dat ‘gewone’ maatregelen die het klimaat helpen en kapitalisme-neutraal zijn zin kunnen hebben, maar zit verder dicht op het eerste extreem.
Ik zit zelf ook tussen beide extremen in, maar wat verder van het eerste af. Ik ben sceptisch geworden over grote woorden en ik wil graag over maatregelen nadenken. We kunnen niet wachten tot het kapitalisme eindelijk afgeschaft is, want dan zijn we te laat

Een kenmerkend voorbeeld is dat van emissiehandelssystemen. Klein moet daar niets van hebben en ik sta daar genuanceerder in. In 2014, toen Klein haar eerste boek schreef, en ook nog in 2019 waren  de bestaande handelssystemen (het mondiale van Kyoto en het Europese ETS) beide inderdaad knudde.
Kyoto is nog steeds knudde, maar het ETS begint nu sinds kort te functioneren omdat de Europese Commissie het drastisch aangescherpt heeft.
Emissiehandelssystemen kunnen een goed instrument zijn in handen van de juiste overheid. Overigens zijn emissiehandelssystemen een kapitalisme-neutrale financiële techniek. China is er ook mee bezig.
Zie ook CO2 -prijs onder het EU ETS schiet door de €50 per ton (update 6 juli) .

Verloop van de ETS-prijs t/m aug 2020. Inmiddels staat de prijs dd nov 2021 op €60/ton.


Ad 6.
Er bestaan verschillende vormen van geo-engineering, onder te verdelen in vormen die wel en die geen CO2 uit de lucht halen. In het laatste geval worden de CO2 – symptomen bestreden en niet de CO2 zelf.
Klein beperkt zich tot twee vormen van geo-engineering, namelijk witte sulfaatkristalletjes in de stratosfeer brengen en oceanen bemesten met algen.

Sulfaatkristalletjes (als grootschalig toegepast, zou de hemel witter worden) kaatsen zonlicht terug maar doen niets tegen de oorzaak CO2 . Sommige grote vulkaanuitbarstingen (Tambora 1815, Krakatau 1883, Pinatubo 1991) hebben dit experiment op natuurlijke wijze uitgevoerd en het resultaat is dat er een verkoeling op volgt die een paar jaar duurt en dan weg is. Je blijft dus aan het strooien. In die paar jaar (waargenomen bij de Tambora) kunnen de mondiale gevolgen drastisch zijn.
Contrails van straalvliegtuigen zijn in feite een vorm van geo-engineering in deze categorie.
Deze techniek verdient inderdaad de grootst mogelijke voorzichtigheid.

Daken en wegen wit schilderen helpt ook een beetje en dat hoef je niet elk jaar te doen. Ik zie hier geen probleem.

Met ijzer (dat is soms een kritisch element) de oceaan bemesten om algenbloei te bevorderen geeft nog onbekende effecten. Het natuurlijke experiment is Saharazand dat bij zandstormen ver de oceaan in waait en bemestend werkt.
Ik heb hierover op dit moment geen mening.

Een andere techniek om CO2 uit de lucht halen is fijnverdeeld olivijn of basalt in waterig milieu te brengen. Dat is het versneld uitvoeren van een natuurlijk erosieproces. Ik zie geen wezenlijk probleem als het materiaal zuiver genoeg is, maar je blijft ook hier alsmaar bezig met nieuw olivijn te malen en uit te strooien. Vraag is hoe het verweerde olivijn zich op de lange duur houdt. Zie Zeven km3 olivijn om de aarde te redden?

Het IPCC promoot sterk wat BECCS heet ( Bioenergy with carbon capture and storage ): haal CO2  uit de lucht met biomassa, gebruik die biomassa energetisch, vang de  CO2  op en stop het onder de grond. Dat kan overigens ook door directe vangst van CO2  uit de lucht of de schoorsteen.

Ik heb geen algemeen afwijzend standpunt over geo-engineering. De verschillende vormen verdienen hun eigen beoordeling.

Ad 9.    en 10.
Ik ben het hier een eind mee eens, maar ik ben er nog niet precies uit welk  eind. Klein trouwens ook niet, want die presenteert geen ander politiek-economisch model dan een progressief demokratisch-socialisme
Ik ben zelf geneigd tot zoiets als een gemengd model met essentiële zaken bij de overheid en kleinere zaken gedecentraliseerd (bijvoorbeeld op licentiebasis). Maar ik weet te weinig van politieke economie om een antwoord te kunnen geven.

Ad 11.
Wat Klein in feite wil, is decentrale actiebewegingen van onderop bundelen om centraal zaken tot stand te brengen. In de context van de VS in 2019 is dat de Green New Deal van Ocasio-Cortez en Markey via de Demokraten. Zie Wat staat er in de VS-Green New Deal? Hoe toepasselijk is die voor Nederland en Europa? .
In  hoeverre die Demokraten ook actief zijn op grassroots-niveau in de actiebewegingen, vermeldt Klein niet.
Globaliter deel ik de mening van Klein, maar ik ben centralistischer. Ik wil niet alleen van onderop werken, maar ook op partijniveau en ten behoeve van besluitvormende organen.
Ik vind het teveel gevraagd van grassrootsbewegingen dat ze, allemaal voor zich en steeds opnieuw, bruikbare systeemkritiek ontwikkelen en dat die ook nog eens belangen afwegen buiten hun eigen beperkte territorium.

Ik vind in een land als Nederland, met een kwalitatief uitstekend elektriciteitsnet dat kwantitatief uitpuilt, decentralisatie van de opwekking van elektrische energie eerder een noodzakelijk kwaad dan een ideaalbeeld. Het is een gegeven dat er veel gedecentraliseerde kleinschalige opwekking is die ingepast moet worden, maar de echte grote getallen komen nog steeds uit grootschalige voorzieningen.
Het elektriciteitsnet liefst Europabreed en dat is al heel  sterk het geval.
Kleinschaligheid berust te vaak op romantiek.

Ad 13.
Hier ligt een groot spanningsveld.
Klein gaat ervan uit dat de mening van omwonenden altijd haar kant op werkt, omdat ze alleen maar strijdsituaties opzoekt die bij haar passen. Maar ik ken ook heel wat anti-windturbine en -zonneparkprotesten waar de opvattingen van de omwonenden tegen het klimaat werken.
In een dichtbevolkt land als Nederland ligt dat toch iets anders als in de VS.
En er is ook nog zoiets als het algemeen belang. We hebben een klimaatakkoord en daar staan getallen in (49% minder CO2 in 2030), en we hebben de Regionale Energie Strategieën waar eveneens streefgetallen in staan aan wind- en zonne-energie. En elke gemeente heeft klimaatneutraalambities met bijbehorend jaartal.
Voor mij staat voorop dat die getallen gehaald worden, en staat dus de autonomie van omwonenden niet bij voorbaat voorop.
De taak van de politiek is om grote en de kleine schaal zo goed mogelijk in harmonie te brengen met instrumenten als inhoudelijke en financiële participatie, maar uiteindelijk staat het collectieve eindresultaat voorop. Als er geen draagvlak is, moet dat bij voorkeur gemaakt worden.
Klimaatstrijd in Nederland gaat letterlijk over pompen of verzuipen.

Ad 14.
Er bestaat ook in Nederland risico, bijvoorbeeld doordat beheerders van natuurgebieden van donaties afhankelijk zijn. Verder wil ik hier niet wat over zeggen.

Ad 16.
Eens. De Green New Deal van de Europese Commissie (Timmermans) heeft in elk geval goede ambities. Het is een enorm boekwerk dat ik nog niet gelezen heb. In hoeverre alles goed uitgewerkt is (bijvoorbeeld de sociale paragraaf ), en in hoeverre de Europese Green New Deal binnen de kaders van het kapitalisme kan en wil blijven, kan ik nu dus nog niet zeggen. Laat ik me beperken tot het vooralsnog uitspreken van een positieve grondhouding en afwachten hoe de praktijk uitpakt.
De Green New Deal van Ocasio-Cortez en Markey blijft overigens ook binnen de grenzen van het kapitalisme.

Ad 17.
Zie 11.

Ad 19.
Voor Nederland klopt dit. Het geldt bijvoorbeeld voor de PvdA en de SP. Zie verderop.

Prominent op de foto Bill McKibben


In de Nederlandse politieke context
Er bestaat in Nederland nu geen politieke partij die zich met recht ecosocialistisch kan noemen. Ze zijn of eco- (Groen Links en de Partij voor de Dieren) of  democratisch-socialistisch (zoals de SP en de PvdA), maar niet beide tegelijk. Geen van de partijen ontplooit in praktijk een uitgewerkte  antikapitalistische theorie die past bij de moderne tijd, al heeft de SP (mijn partij) intenties in die richting, en schuift het milieu- en klimaatbewustzijn in de SP de laatste tijd een beetje de goede kant op.

Ik ga nu verder niet de andere partijen de maat nemen. Ik heb er geen vijandige gevoelens bij en kan er in  klimaat- en milieuzaken in Eindhoven en omgeving goed mee samenwerken.

De SP zou zich met een goede ecosocialistische aanpak uitstekend kunnen profileren op een manier, die een bredere en jongere doelgroep aanspreekt dan nu het geval is.
De bestaande praktijk hoeft er niet voor te wijken. Integendeel, als men duidelijk vaststelt dat de mogelijkheden van de aarde eindig zijn, wordt het verdelingsvraagstuk des te scherper. Een uiterst onrechtvaardige verdeling is bij een eindige voorraad nog acuter dan bij een voorraad met een diffuse omvang. Om het klimaat te redden, moet extreme rijkdom worden afgeschaft.

Een ecosocialistische aanpak berust op een ruimer pakket aan mogelijkheden. Je kunt makkelijker switchen en combineren, zoals Klein doet – dat is een van de sterke punten in haar betoog. En je krijgt een betere aansluiting op het bonte palet aan actiegroepen op dit gebied.

Milieustrijd (en daar moet tegenwoordig klimaatstrijd aan toegevoegd worden) heeft zelfs van lang geleden een traditie in de SP, nog uit de tijd van Poppe. Helaas is die traditie vele jaren verwaarloosd, met als gevolg dat die strijd bij actiegroepen als bijvoorbeeld Milieudefensie terecht gekomen is (waar ik ook actief in ben), of in  de anti vlieg-actiegroepen, of in vele andere. In die actiegroepen denken nog maar weinig mensen als eerste reflex aan de SP als de politiek in de arm genomen moet worden.
Voor de SP valt hier een wereld te winnen.

Er loopt nu de discussie over de actualisatie van Heel de Mens. De SP heeft er indertijd voor gekozen om zich te baseren op drie ethische beginselen menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid  en solidariteit. Ik breng nu op diverse plaatsen in de lopende discussie in om hiervan te maken vier ethische beginselen: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en zorg voor onze eindige planeet.
Bij de verruiming van de ethische beginselen hoort een navenante uitbreiding van de actiepraktijk, zowel in eigen beheer als in bestaande actiegroepen.

Ik zou verder de SP adviseren om meer aansluiting te zoeken bij de coöperatieve sector (in casu hernieuwbare energie). In de geschiedenis van het socialisme hebben de coöperaties een rol gespeeld.

Klimaatmars op 06 november 2021

De Klimaatmars van 06 november 2021

Bijgevoegd wat zelf gemaakte foto’s.

In het Westerpark
De belangrijkste initiatiefnemers van de Klimaat Crisis Coalitie. De demonstratie is door ruim 100 andere organisaties gesteund.

Ik was van tevoren in Eindhoven ontvangst- en distributiepunt voor de posters en flyers, en aanspreekpunt voor het collectief busvervoer. Een groep mensen uit Eindhoven kon meerijden met een bus uit Maastricht.

Om meer bekendheid te geven aan de demonstratie van 06 november in Amsterdam, is er in Eindhoven een soort kleine voor-demonstratie geweest van StrijpS naarhet 18 septemberplein. Zie Klimaatdemonstratie in Eindhoven .

De HAASheat-financieringswijze van hybride warmtepompen

Het blad Installatieprofs publiceerde op 26 oktober 2021 een artikel over een nieuwe wijze van financieren van hybride warmtepompen, het HAASheat-concept. Zie Hybride warmtepompen nu als variant op fietsplan. Ik neem het artikel onder dankzegging over.
De kern van de zaak is dat het via de werkgever werkt, via de Werkkostenregeling WKR, net zoals het fietsplan of PCprivé-project.

Een hybride warmtepomp is zoiets als een ondersteuning van de CV-ketel. Hij haalt de warmte uit de buitenlucht en verwarmt daar meestal het huis mee, behalve als het heel koud is of als er warm tapwater nodig is.

Ik ben niet bij HAASheat betrokken en ken de praktijk van de organisatie niet – een disclaimer dus. Maar het is een initiatief van grote spelers in de sector als : Remeha, Atag, Itho, Daikin, Nefit en Vaillant, en van Ernst & Young.
Nog een disclaimer: een warmtepomp is geen oplossing voor alles en stelt eisen aan de woning.

Verder: uw gemeente is met de Transitie Visie Warmte bezig. Mogelijk komt uw wijk binnen afzienbare tijd aan de beurt voor een gemeentelijke aanpak. Dan ligt het verhaal anders.
Ik ken op dit moment alleen de inspraakversie van de Transitievisie van mijn gemeente Eindhoven. Dat ziet er zo uit:

Uit de inspraakversie van de Transitievisie Warmte van Eindhoven de routekaart
Uit de inspraakversie van de Transitievisie Warmte van Eindhoven de warmtekaart

Grote delen van Eindhoven komen op papier niet voor 2035 aan de beurt (en in praktijk mogelijk nog later). Daar kan een hybride warmtepomp zin hebben. Maar het kan ook gebeuren dat de gemeente een warmtenet in uw wijk wil aanleggen. Dat geeft andere overwegingen.

Zoek het dus goed uit en ga niet blind met de HAASheat-gedachte in zee. Maar het kan geen kwaad om in elk geval op https://haasheat.com/ te gaan kijken.



26 okt 2021

‘Hybride warmtepompen nu als variant op fietsplan’                       

Duurzaamheid wordt beleden met de portemonnee en daarbij is de lange terugverdientijd soms een reden om te wachten met aanschaf van besparende oplossingen. Door gebundelde krachten van de zes grootste warmtebronproducenten en fiscale ondersteuning van Ernst and Young (EY) is daar nu een simpele oplossing voor. Het HAASheat-concept werkt namelijk net als het welbekende fietsplan of pc privéproject bij bedrijven.

Vrije dagen inruilen tegen een hybride warmtepomp, dat is het idee. HAASheat is de naam van het concept, oftewel Heating As A Service. Gevat in een complete web-portal die de geïnteresseerde en potentiële gebruiker geheel ontzorgt met de informatie, calculatie, juiste bedragen of vrije dagen met fiscale voordelen op maat, subsidie, videoschouw vooraf en contact met installateurs. HAASheat stelt het platform ter beschikking aan alle ondernemers in de duurzame industrie, zodat men deze complexe, maar gebruiksvriendelijke website niet zelf hoeft te ontwikkelen.

Experts van EY zijn betrokken bij de fiscale adviezen en goedkeuring. Evenals de zes grootste producenten van warmtebronnen: Remeha, Atag, Itho, Daikin, Nefit en Vaillant. Vanwege het vernieuwende en universele karakter van HAASheat wordt het goed ontvangen in de financiële- en duurzame industrie.  




Hybride warmtepomp met CV-ketel. Deze is van Daikin Altherma, maar dat is een toevallig voorbeeldplaatje van de eerste de beste website

Hulpje van de cv-ketel
De aanschaf werkt hetzelfde als een fietsplan of een pc privéproject: via de werknemersvoordelen kan er een 50% reductie op aanschaf plaatsvinden. Men bespaart 500 tot 1000 euro per jaar. Normaal gesproken betaalt men voor deze hybride warmtepomp inclusief installatie circa €50 per maand. Door middel van extra HAASheat werknemersvoordelen bespaart men geld en kost het slechts €20 – €29,95 per maand. Er kan ook betaald worden met vrije dagen, waardoor de voordelen nog groter kunnen worden. Hierdoor wordt de terugverdientijd teruggebracht naar 2 tot 5 jaar in plaats van 8 tot 12. Te berekenen in de calculator op de HAASheat website.

Ook buiten de WKR (Werk Kosten Regeling)
Mede door corona zijn er veel vrije dagen opgebouwd, die zo ingezet kunnen worden als betaalmiddel voor deze verduurzaming. Want men kan buiten de WKR (als die vol is met bijvoorbeeld een feestavond of een kerstpakket) betalen met vrije dagen. Dan kost het verder niets, ook niet voor de werkgever.

De hybride warmtepomp is geschikt voor 3 miljoen woningen in Nederland en is veel voordeliger dan de volledig elektrische warmtepomp. Het past in elke woning met een cv-ketel, ongeacht het merk, en is ook in 1 dag geplaatst. En door zijn prestatie om tot 70% minder gas, kosten en CO2 te leveren, goed voor de versnelling van de energietransitie. Bovendien wordt de woning meer waard door een verbeterd energielabel.


Na de implementatie van HAAS volgen SAAS en ISOLAAS, hetzelfde concept voor zonnepanelen en isolatie, met een 50% korting voor de eigenaar van de woning.