Warmtebronnenregister Noord-Brabant

Introductie
De provincie Noord-Brabant wil de overgang op aardgasvrije wijken ondersteunen.

Die woningen, nuts- en bedrijfsgebouwen en industrieën hebben warmte nodig. Dat kan restwarmte zijn of warmte die uit de natuur gewonnen kan worden. Het is van belang om inzicht te hebben in het bestaande en potentiele warmteaanbod.

De provincie heeft daarom een register annex kaart ontworpen die dat voor Noord-Brabant doet. Deze kaart is te vinden op https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=10292284d5024bea9e3e9e594d110eb3 . Het is de versie dd september 2019 – aan nieuwere versies wordt gewerkt.

De provincie geeft op de kaart zelf de volgende toelichting:

Warmtebronnenregister van Brabant (versie 2019)

De energietransitie is een enorme opgave. De noodzaak ervan wordt onderstreept door forse internationale en nationale ambities, met als mijlpalen het Akkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord. Ook in Brabant committeren wij ons aan deze doelen en streven we naar een energieneutrale samenleving in 2050.

Het aardgasvrij maken van wijken moet een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Er is afgesproken dat de regio’s in Nederland regionale energiestrategieën maken en dat alle gemeenten in 2021 transitievisies warmte opleveren.

De Provincie Brabant levert hieraan een bijdrage door het beschikbaar stellen van een Brabantbreed warmtebronnenregister. Dit register geeft een geografisch overzicht van huidige en potentiële warmtebronnen in Brabant inclusief de infrastructuur.

Status warmtebronnenregister           
In april 2019 lanceerden we de eerste versie van het warmtebronnenregister op basis van openbare data. Stapsgewijs verrijken we het warmtebronnenregister met data uit landelijke onderzoeken (bijv. restwarmtelozingen op Rijkswateren) uit lokale potentieel studies (bijv. thermische energie uit oppervlaktewater).

Wilt u op de hoogte blijven van data updates of heeft u zelf aanvullingen? Dan nodigen we u uit voor de werkgroep warmtebronnenregister op www.energiewerkplaatsbrabant.nl. Hier vindt u tevens relevante informatie, handige tools en een evenementenkalender.

          Bij (technische) problemen met de viewer: geo@brabant.nl.  

Disclaimer 
De gegevens in het warmtebronnenregister zijn afkomstig uit openbare bronnen, opgehaald bij bedrijven/instanties of ontstaan uit interpretaties van lokale potentieel studies. Samen met CE Delft streven we naar de meest betrouwbare en actuele informatie en verzorgen we periodieke wijzigingen. Hierdoor is het warmtebronnenregister continu aan verandering onderhevig en kunnen gegevens afwijken van de werkelijkheid. Niemand kan op een of andere manier rechten ontlenen aan de inhoud. Beslissingen op basis van informatie uit het warmtebronnenregister zijn voor uw eigen risico.

Er bestaat al een warmte-inventarisatie door het Rijksagentschap RVO in de vorm van een landelijke Warmte-atlas. Die is gemaakt door RVO Nationaal Expertisecentrum  Warmte (  http://www.rvo.nl/NEW ) en is te vinden op https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 . Wat het verband tussen beide kaarten is, weet ik niet.
Wie er bij de provinciale kaart niet uitkomt, kan het ook eens bij de nationale proberen.

Om enig gevoel te krijgen voor de omvang van de taak: in 2016

  • verbruikte Brabant netto 290PJ energie
  • waarvan 144PJ in de vorm van warmte

Hoe de kaart werkt
Beide zijn interactieve kaarten. Ik druk hieronder voor instructiedoeleinden een paar maal de  provinciale kaart af, maar om de informatie per gemeente en warmtesoort binnen te halen, moet men dus naar de website.
Ik krijg de gemeentegrenzen er meestal niet op. Wel geeft de kaart de provinciegrenzen en de begrenzing van de vier RES-gebieden (Regionale Energie Strategie).


Hoge temperatuur-warmte (>80 graad C) in het MRE-gebied

Dit is het overzicht van bronnen in het MRE-gebied die warmte leveren > 80°C. Het MRE-gebied is tevens het RES-gebied N-Brabant Zuidoost.
Lees dat dus als: in Eindhoven is er één bron van 100-500MWtrermisch (dat is de biomassacentrale Strijp) en een handvol warmtebronnen onder de 100MWth . De grote stip in Helmond is de stadsverwarming van Ennatuurlijk van 122MWth .
Hoeveel energie die bron per jaar levert, hangt van de bedrijfstijd af die niet gegeven is. Als voorbeeld een bron van 100MWth bij 1000 uur bedrijfstijd per jaar levert 100 miljoen kWh= 0,36PJ.

De paarse tinten geven de geschatte opbrengsten aan voor diepe geothermie. Ik zou die vooralsnog met een grote korrel zout nemen.

De Eindhovense rioolwaterzuiveringsistallatie (RWZI) en die van Asten-Someren produceren beide een beperkte hoeveelheid hoge T-warmte uit het vergisten van rioolslib, maar die van Eindhoven maakt daaruit blijkbaar alleen maar warmte (onbekend hoeveel), en die van Asten-Someren 2,3 TJ stroom en 3,65TJ warmte. De RWZI van Asten-Someren zou een kleine 100 huizen kunnen verwarmen, als er een warmte-opslagsysteem aan gekoppeld zou zijn.


Lage temperatuurwarmte <80 graad C) in RES-gebied Midden-Brabant

Er is een datacentrum van NBrIX in Tilburg dat < 25TJ/jaar warmte levert onder de 80°C . 25TJ/jaar zou, als er een warmteopslag bij hoort en het systeem niet teveel verliest, goed zijn voor orde van grootte paar honderd woningen. Grofweg hetzelfde wb dat van Dataplace in Waalwijk.

De RWZI kan technisch (met WKO = warmte-opslagsysteem) 0,89PJ per jaar leveren en zonder WKO 0,82PJ. De RWZI heeft een geavanceerd slib-verwerkingssysteem, dat biogas en stroom maakt maar die ook weer in eigen huis verbruikt. Het is me niet duidelijk in hoeverre het genoemde getal netto of bruto is.
Dit illustreert dat men niet klakkeloos informatie van de kaart in politieke eisen kan omzetten. Nadere studie is nodig.
(De RWZI van Breda levert warmte aan de stadsverwarming, zie https://ennatuurlijk.nl/warmtenet-midden-en-west-brabant ).

De Condenswarmtestip in Oisterwijk bijvoorbeeld is van de koeling van de Albert Heijn en is goed voor 1-5 TJ/jaar. Je kunt ze zo allemaal aflopen. Alle 4500 bedrijven in Nederland in deze categorie lozen samen ca 35PJ (zie www.gemeente.nu/blog/restwarmte-van-4500-bedrijven-wacht-om-benut-te-worden/ ).


Voor de TAB bioreststromen heb ik de RES-regio NO Brabant genomen, en de gemeente Oss aangeklikt. Dat geeft een cijfer voor biomassa die door vergisting in het energetische circuit gebracht wordt (biogas), en idem door verbranding (biomassa). In Oss bedragen deze 0,40 resp. 0,29PJ . De kaart geeft default de kleuren voor biomassa (als je in de legenda biomassa weg klikt, krijg he de kleuren voor biogas).
De informatie-inzet specificeert naar soort materiaal.

Vaste biomassa (beoogd voor verbranding) in RES-regio NO-Brabant

Zoals al gezegd, moet men de informatie uit het Warmteregister niet klakkeloos gebruiken. Het vraagt altijd nader denkwerk alvorens men er wat mee kan.
Maar in politieke en bestuurlijke discussies over de energietransitie op lokaal en regio-niveau kan de informatie ook ideeën aanreiken. Bij bijvoorbeeld Waterschappen leven interessante ideeën rond hun RWZI’s.

Eindhoven neemt bomenplan Milieudefensie over

Voorgenomen vergroening Clausplein Eindhoven

Persbericht                                                 Eindhoven, 21 december 2018

“Een nieuwe boom per inwoner, doen!” antwoordden B&W van de gemeente Eindhoven (18 december 2019) op een uitnodiging van Milieudefensie Eindhoven om per inwoner van de gemeente één nieuwe boom te planten. De gemeente spreekt waardering uit voor het initiatief van Milieudefensie en zegt dat dit aanleiding is om nog eens extra naar de waarde van groen in de breedste zin te kijken.

Milieudefensie Eindhoven spreekt waardering uit voor de steun van B&W van Eindhoven.

Het College van B&W stelt, dat bomen waarde hebben voor de productie, voor energie, voor leefbaarheid, voor de Eindhovense identiteit, maar vooral voor klimaat en milieu. Bomen helpen tegen de hittestress, zuiveren de lucht, vergroten de biodiversiteit, leggen CO2 vast en dragen bij aan recreatie en landschapsbeleving.

Concreet heeft de gemeente met dhr. Teeuwen en Edelbroek van Milieudefensie afgesproken:

  • De gemeente brengt in beeld waar en op welke termijn vanuit bestaande budgetten bos en houtsingels kunnen worden aangeplant (buitengebied) op kleinschalig niveau
  • De gemeente overlegt intern, o.a. met programmaleiders, op welke termijn de  visie met uitvoeringsprogramma voor het aanplanten van extra groen en bomen, samen met belanghebbenden en -groepen en waar nodig met omliggende gemeenten wordt opgepakt

B&W stellen dat hun steun voor het bomenplan van Milieudefensie aansluit bij bestaande trends. Het huidige groenbeleid, met zijn bestuurlijke en financiele instrumenten, is al gericht op behoud en verbetering van landschappelijke elementen en de vergroening van de binnenstad.
De extra aanplant kan gezien worden als een intensivering van dit beleid.

Als bijlage treft u de brieven van Milieudefensie aan de gemeente en van de gemeente aan Milieudefensie aan.

Geprojecteerd stadsbos op het Eindhovense Van Der Meulen-Ansems terrein (zie https://oma.eu/projects/vdma )

Biomassa kan wel degelijk duurzaam zijn (en is nodig voor de getallen)

Het rapport van DNV GL –  het CO2 – deel
Rond 30 oktober 2019 stonden de kranten er vol van: ‘Biomassa toch niet zo duurzaam’ en ‘Meer uitstoot dan bij kolen’ (Eindhovens dagblad 30 okt 2019) en ‘Meer uitstoot dan bij kolen’ (idem) en ‘Biomassa blijkt schadelijker dan gas en kolen’ (Trouw) of ‘biomassacentrales stoten meer CO2 uit dan steenkoolcentrales’ (NOS) . Dat zou allemaal in een rapport staan dat ingenieursbureau DNV GL geschreven had voor het Ministerie van I&M.

Nu helpt het niet mee dat genoemd rapport (waar de pers al bovenop gesprongen is) nog niet gepubliceerd is. Noch op de site van I&M, noch op die van DNV GL is het te vinden.  Merkwaardig dat er al wel op een of andere, onbekende, manier informatie naar de pers gegaan is.

Maar het rapport zwerft, ondanks de niet-gepubliceerde status, toch op het Internet en ik heb het maar gedownload en bestudeerd. En wat blijkt: de CO2 – bewering is volledig quatsch. Dat ligt niet aan het rapport van DNV GL, want dat is een prima rapport, maar òf aan dat of de journalisten slechts een selectie van het rapport voorgelegd hebben gekregen òf, indien niet, dat ze incapabel waren of van kwade trouw. Want er staat, waar het om CO2 gaat, het tegenovergestelde in. Kijk zel;f maar op

DNV GL heeft als onderzoeksvraag van I&M gekregen om de directe emissies, behorend bij een aantal centrale-scenario’s, in kaart te brengen. Dat is braaf gebeurd en die cijfers zien er aannemelijk uit.

Maar iedereen die in deze materie enigszins capabel is weet, dat je bij het opwekken van energie over de gehele levenscyclus van een een proces moet kijken. Uiteraard weet ook DNV GL dat en daarom staat er vier keer een zinnetje dat ‘De CO2 die afkomstig is van de inzet van biomassa, wordt aangemerkt als kort-cyclisch’. En dat betekent niets anders dan dat de, bij de verbranding vrijgekomen CO2 weer door planten opgenomen wordt.
Over de hele levenscyclus dus is het verstoken van biomassa CO2 – neutraal (of bijna CO2 – neutraal als er agrarische of bosbouwkundige bewerkingen nodig zijn).

Het rapport van DNV GL –  het niet – CO2 – deel
De zes onderzochte scenario’s zijn:

  • 1,2 en 3: een moderne kolencentrale van 800MWel , slechts bedoeld voor elektriciteit, met een bij  een moderne kolencentrale horende rookgasreiniging, die voor 0% resp 30% resp 100% met biomassa bijgestookt wordt.
  • 4: een voor biomassa ontworpen en daarop draaiende centrale van 40MWel  , slechts bedoeld voor elektriciteit, met rookgasreiniging
  • 5: een voor biomassa ontworpen en daarop draaiende ketel van 100MWth , slechts bedoeld voor warmte, met rookgasreiniging
  • 6: een gasgestookte ketel van  100MWth , slechts bedoeld voor warmte, met rookgasreiniging

Verder moet gemeld worden dat de hieronder genoemde emissiewaarden een worst case-uitkomst zijn. Dit omdat bij de berekeningen aangenomen is dat de concentraties die zijn welke het Activiteitenbesluit als maximum toe staat.
In werkelijkheid kunnen de emissieconcentraties veel lager zijn

  1. Omdat het bevoegd gezag bij IPPC-inrichtingen scherpere eisen mag stellen dan het Activiteitenbesluit
  2. Omdat ook zonder dat de concentraties al onder de limiet blijven, zoals bijvoorbeeld in biomassa(bij)stook voor zwavel. Er zit gewoon weinig zwavel in biomassa.

Tenslotte wordt in scenario 2 en 3 aangenomen dat als een kolencentrale op (deels) biomassa overgaat, de rookgasreiniging niet verbouwd wordt (en dus ontworpen blijft voor kolen). Dat is een ongunstige aanname.
In biomassa zit bijvoorbeeld 20* zo weinig as als in kolen. Dat zou dan ook ongeveer 20* zo weinig fijn stof betekenen als bij kolen, ware het niet dat biomassa-as en kolen-as verschillen waardoor een op kolen ingerichte rookgasreiniging slechter werkt met biomassa.

Al met al komt er dit plaatje uit:

De waarden zijn dus per eenheid van output (MWh) en niet, zoals een populaire denkfout wil, per eenheid van input.

Wat hierna komt is van mij en niet van DNV GL.

Een nieuwe biomassacentrale op een plaats, waar er eerst geen stond, brengt nieuwe toxische emissies met zich mee. Dat is een belangrijke overweging.
Dit geldt echter voor zeer veel productie-inrichtingen, of het nou de DAF is of een cementfabriek of een kippenboer. In alle gevallen stelt de gangbare milieutechniek eisen aan de emissies.
En verder kent de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een zoneringsbeleid dat afstanden voorstelt tussen een inrichting en een woonwijk.
De gangbare aanpak in milieuvergunningen is hier van toepassing en als men die niet goed genoeg vindt, kan hij worden aangescherpt. Men krijgt bekende afwegingen die niet wezenlijk anders zijn dan bij bijvoorbeeld een zwaar bedrijventerrein.

Verder brengt de bouw van een biomassacentrale op de plaats, waar er eerst geen stond, nieuwe stikstofdepositie met zich mee. Afhankelijk van de locatie in Nederland kan dat op dit moment een blokkade zijn. In hoeverre die blokkade blijvend is, hangt van het toekomstige stikstofbeleid af.

Een biomassacentrale is niet ideaal. Het punt is dat andere vormen van duurzame energie, om andere redenen, dat ook niet zijn. De keuze bij duurzame energievormen gaat niet tussen zwart en wit, maar tussen grijs en grijzer of, zo men wil, tussen lichter en donkerder groen.

De locatie van de Amercentrale

De Amercentrale in Geertruidenberg – energetisch
De Amer9 – centrale van RWE is ontworpen als kolencentrale. Nederland wil in 2025 (terecht) van kolencentrales af. Daarom heeft RWE twee wezenlijke keuzes: sluiten of volledig op biomassa overgaan.
Sinds 2018 draait de centrale op 60% kolen en 40% biomassa. RWE wil in 2020 op 80% biomassa komen en eind 2024 dus op 100% zitten.
Op dit moment is alle biomassa, die in Nederland verstookt wordt, direct of indirect afkomstig van residuen uit de land- en bosbouw (zie Cijfers over energie uit biomassa en over het houtaandeel daarin; het PBE-verslag over houtige biomassa), dus ook die welke door de Amercentrale verstookt wordt. De eigen claim van RWE staat op https://www.group.rwe/nl-NL/duurzaamheid-innovatie-en-buurtinfo/grond-en-brandstoffen/biomassa-biogas .
De houtresiduen zijn grotendeels, en waren in 2018 nagenoeg geheel, afkomstig uit de EU. Dat betekent tevens dat de transportverliezen gering zijn (zie Houtsnippers importeren loont energetisch de moeite )

De Amercentrale is goed voor 631MW elektrisch en 350MW thermisch. Het warmtevermogen wordt geleverd aan de glastuinbouw van Made en aan de stadsverwarming van o.a. Tilburg en Breda.

Energetisch is de Amercentrale binnen Brabant een speler van belang. Alvorens men lichtvaardig politiek correcte meningen naar voren brengt, is het goed wat eenvoudige rekensommetjes te maken.
De provincie Brabant vraagt jaarlijks momenteel om ca 290PJ aan energie (elektrisch en niet-elektrisch samen). Er komt tot nu toe weinig terecht van energiebesparing, maar stel, met enig optimisme, dat het verbruik in 2030 260PJ is. Daarvan zou volgens het concept-klimaatakkoord de helft in 2030 duurzaam moeten zijn, dus 130PJ.
Als de Amercentrale in 2030 nog bestaat, is die goed voor ongeveer 18PJ duurzame elektriciteit en (momenteel) ongeveer 4PJ warmte. Hetgeen betekent dat in een optimistisch scenario 1/6de deel van de duurzame energie in Brabant van de Amercentrale komt, en in een meer pessimistisch scenario een groter deel.
Men moet dus in Brabant twee wezenlijk verschillende verduurzamingstrajecten plannen: een met, en een zonder Amercentrale. Met bijbehorend toekomstperspectief voor de stadsverwarming in Tilburg en Breda.

Bij de aannames uit de provinciale POSAD-studie komt 22PJ neer op 55km2 zonnepark of 345 windturbines van 7,58MW. Dit heeft landschapsimplicaties waar het recente PBL-rapport over gaat, en ook ecologische implicaties.

Zoals gezegd bestaat er geen duurzame energie-aanpak zonder nadelen, alleen zijn de nadelen van fossiele energie nog veel groter.

De locatie van de Amercentrale

De Amercentrale in Geertruidenberg – toxische emissies en stikstof
De huidige Amer9 vertoont gelijkenis met scenario 2 van DNV GL, en de beoogde Amercentrale vanaf 2025 met scenario 3 van DNV GL.
Indien men de specifieke emissies in bovenstaande outputtabel met enige relativering bekijkt, wordt duidelijk dat (dus redenerend op basis van een worst case-scenario en op basis van een niet-aangepaste rookgasreiniging) van nu naar straks

  • De zwavelemissies drastisch dalen (omdat de werkelijkheid veel gunstiger is dan het theoretisch maximum)
  • De stikstofemissies een paar % toenemen (overigens zorgt de energiesector maar voor 0,3% van alle stikstofuitstoot in Nederland, Junginger)
  • De stofemissies ca 7% toenemen

Omdat bij de Amercentrale de vergelijking gaat tussen een bestaande en een vernieuwde bestaande inrichting, kan de nieuwe situatie tot een verbetering leiden.
Zelfs het eenvoudige compromis om de centrale op 90% van zijn vermogen te laten draaien betekent al een lokale verbetering van de luchtkwaliteit en van de stikstofdepositie.
Het kan beter door de rookgasreiniging te optimaliseren. RVO schrijft daarover op www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/bio-energie/toepassingen/verbrandingstechnieken .

Rookgasreiniging BWI De Lage Weide Utrecht van Eneco

Met enig googlen vindt men een rookgasreiniging van Eneco voor een installatie in Utrecht (op www.eneco.nl/over-ons/projecten/biowarmte-installatie-lage-weide/luchtkwaliteit/ ), en die zit heel anders in elkaar als de huidige rookgasreiniging van de Amercentrale.
In plaats van fundamentalistisch over de morele verwerpelijkheid van biomassa te spreken, zou men ook eens over kunnen nadenken over een praktisch uitvoerbaar en liefst betaalbaar plan voor de verbouwing van de rookgasreiniging van de Amercentrale.
De toxische emissies van de Amercentrale moeten een heel eind omlaag kunnen.

Actualisatie dd 20 december 2019 mbt stikstof
Gedeputeerde Staten van NBrabant hebben in de nieuwe Natuurvergunning van de Amercentrale aan RWE opgedragen zijn lozingen NH3 en NOx drastisch te verminderen. Die waren al drastisch verminderd, omdat in 2015 de Amer 8 (kolencentrale) dicht gegaan is. De vigerende Natuurvergunning uit 2011 moest nog formeel worden omgezet. Dat is in december 2019 gebeurd.
De feitelijke emissies waren al zeer veel kleiner dan de maxima die RWE aangevraagd had. Zoveel minder zelfs, dat men zich kon afvragen of de vergunning niet gewoon nog scherper kon.
Die redeneerlijn hebben GS van Brabant gevolgd. De toegestane maxima zijn lager vastgesteld dan die welke RWE aangevraagd had. Bovendien moet RWE jaarlijks zijn ammoniaklozingen doorgeven. Als blijkt dat die voortdurend ver onder de limet van de nieuwe vergunning zitten, wordt de vergunning opnieuw aangescherpt.

Overigens is ammoniak voor de Amercentrale geen afvalproduct van de energie-opwekking, maar een ingredient voor de DENOX-installatie waarmee de NOx-lozingen tot ongeveer 20% worden teruggebracht. In het DENOX-procede reageren ammoniak en stikstofoxiden tot gewone atmosferische stikstof en water. Idealiter komt er geen ammoniak vrij, maar in praktijk is het proces niet feilloos te regelen en komt er af en toe wat vrij. De vergunning komt dus neer op calamiteitenruimte.
(Je kunt het DENOX-proces vergelijken met het toevoegen van Ad Blue aan de uitlaat van dieselauto’s.)
Wie meer wil weten, zie hieronder.

Martin Junginger

Junginger in de krant
Hoogleraar bio-economie Martin Junginger stond in de krant ( www.ad.nl/binnenland/ban-op-biomassa-zou-rampzalig-zijn-voor-het-klimaat~a8f0610a/ ) – AD, dus ook Eindhovens Dagblad. Ik heb het artikel met grote instemming gelezen. Wat geen toeval is, want ik heb mijn mening over biomassa opgebouwd o.a. door Junginger te lezen en in levende lijve aan te horen. Ik adviseer dringend om dit artikel te lezen. Hij is een van de grote Nederlandse experts.

Het artikel is te lang om helemaal door te nemen. Een paar highlights.

  • Het aandeel van een nieuwe professionele biomassabijstook in de luchtvervuiling is relatief zeer gering
  • Alle open haarden in Nederland moeten verboden worden
  • Kleine biomassacentrales midden in een woonwijk moet je niet willen
  • Je moet een evenwicht vinden inzake het achterlaten van dood hout in een bos. Te weinig is slecht voor de biodiversiteit, te veel is slecht vanwege bosbranden
  • Je hebt allerlei soorten biomassa en allerlei soorten centrales
  • Transportverliezen over zee zijn zeer gering
  • Zelfs inclusief de subsidies op biomassa levert zaaghout twee tot  vier keer zoveel op als pellets. Met pellets kan een deel van het dode hout economische waarde krijgen
  • Je kunt een bos het beste gebruiken voor energie èn materialen
  • Biomassa, alleen om elektriciteit te maken, moet je niet willen. Biomassa om warmte te maken zul je nog lang nodig hebben. Op de lange duur zal biomassa steeds meer naar groene chemie gaan (bijvoorbeeld kerosine en zwaar transport)
  • Je kunt met biomassa negatieve emissies halen

Biomassapaper van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE)

Ter inleiding
De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) heeft een paper uitgebracht, dat diepgaand beschrijft hoe, hoeveel en onder welke voorwaarden biomassa als duurzame energie betiteld mag worden. Dat is vaak.
Het paper is te downloaden op http://www.nvde.nl/nvdeblogs/nvde-position-paper-biomassa-en-bio-energie/ .

Het paper bestaat uit  twee delen. Er is eerst een wetenschappelijke tekst van 28 pagina’s over alle vormen van biomassa. Vervolgens is er voor de deelcategorie ‘houtige biomassa’ een samenvatting gemaakt in de vorm van 10 vragen-en-antwoorden .

Diverse soorten biomassa en hun gebruik (hout is maar een deel van een grotere categorie)

Ik vind het fantastisch. Blijkt dat de kennis, die ik zelfstandig bijeen gesprokkeld heb en die in diverse artikelen op deze site verwoord is, bijna tot in de finesses overeenkomst met de analyses van de NVDE.
Bovendien gaat de NVDE soms zover de diepte in, dat ik er nog wat van kan leren, o.a. over de korte stikstofkringloop.

Ik ben blij dat de NVDE eindelijk zijn verantwoordelijkheid neemt en de vele broodje aap-verhalen helpt bestrijden die over dit onderwerp in omloop zijn.

Overzicht van de SDE+ – subsidies voor diverse doelen. Alle biomassaprojecten samen zijn over 2012 t/m 2018 goed voor ca 16 van de 42 miljoen € daadwerkelijk uitgegeven subsidie

Subsidies
De diverse gruwelbeweringen over biomassasubsidies zijn zo’n broodje aap-verhaal.
In het Algemeen Dagblad (annex Eindhovens Dagblad) wordt van “€11,4 miljard voor allerlei biomassa-installaties” gewag gemaakt die op geen enkele manier verantwoord worden. Ik heb actief gezocht naar een methode om op een of andere manier die 11,4 miljard kon terugvinden, alsmede over hoeveel jaar dat was, alsmede wat precies bedoeld werd met “allerlei biomassa-installaties” (er is veel meer biomassa in gebruik dan alleen het hout waarover het artikel ging), maar noppes. Men kletst maar wat.
Het EASAC-rapport en Louise Vet hebben het over €3,6 miljard in acht jaar (welke acht jaar?) voor houtbijstook in kolencentrales (dus al heel wat minder als het EhvDagblad), maar parkeren je in de literatuurverwijzing bij de openingspagina van de SDE+-regeling met 25295 resultaten – en daarna zoek het maar uit. Dit is regelrecht academisch onfatsoen en een reden te meer dat dit artikel niet door een eventuele peer review had mogen komen. Zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10525 .

Hierboven wat de SDE+-regeling feitelijk van 2012 t/m 2018 uitgegeven heeft voor de diverse sectoren. Benadrukt moet worden dat biomassa een containerbegrip is waarvan hout maar een deel is. Snel even uit de losse hand schattend kom ik hierboven op 16 miljard over 2012 t/m 2018 voor alle vormen van biomassa samen.

Stikstof
De energiesector is goed voor 0,3% van de Nederlandse stikstofdepositie. Dit mede omdat het statische inrichtingen zijn waar een goede rookgasreiniging uitgevoerd kan worden, inclusief soms een DENOX-installatie. Dat een dergelijke geringe hoeveelheid een rol speelt, is omdat andere sectoren (als vooral de landbouw, maar ook het verkeer) de boel dusdanig verziekt hebben dat elke groei van iets kleins tot een probleem leidt.

Het rapport van DNV GL ( zie https://www.bjmgerard.nl/?p=10699 ) zegt dat biomassaketels relatief meer stikstof uitstoten dan aardgas. Dat is ook zo omdat aardgas geen biologische stikstof bevat en (bijvoorbeeld) hout wel. Aan de ene kant wordt die stikstof bij verbranding omgezet in NOx. Aan de andere kant legt groeiend hout ook weer stikstof vast. Kort door de bocht gezegd, wordt het meerbedrag aan stikstof bij biomassastook in de korte cyclus ook weer opgenomen in nieuw hout. Er geldt dus hetzelfde voor als voor koolstof.

Duurzaamheidscriteria
Het Position Paper gaat hierop dieper in. Ik beperk mij tot een afbeelding.

SFM = Sustainable Forest Management;
BKG Balans = BroeiKasGas balans = Richtlijn 2009/28/EG
Koolstofschuld = dat je eerst koolstof vrijmaakt voor die weer terug
keert
ILUC = Indirect Land Use Change
Chain of Custody = documentatieverplichting over de levensloop)

Fijnstof-emissie
Bij het verbranden van dingen komt fijn stof vrij.
Als het een inrichting is waar er eerst geen stond is dat een verslechtering, waartegen over een klimaatverbetering staat. Dit vraagt om afweging van belangen. Het hangt er onder andere van af hoe goed de techniek is, hoe groot de capaciteit en de afstand tot woningen.
Als er al een inrichting stond die stof loosde, en die wordt verbouwd, kan het om een vooruitgang gaan.
Moderniteit en grootschaligheid bevorderen relatief lage emissies.

Vier vragen en antwoorden ter illustratie
Uit de tien Vragen-en-antwoorden selecteer ik er als voorbeeld vier. Dit zonder verder commentaar.
Zie onder andere www.bjmgerard.nl/?p=6753 en www.bjmgerard.nl/?p=9445 en www.bjmgerard.nl/?p=9919 .

Eén nieuwe boom per inwoner van het MRE-gebied!

Milieudefensie Eindhoven heeft ingespeeld op een recent voorstel van Groen Links en de SP in de Tweede Kamer. In hun Nationale Bomenplan (goed werkstuk) stellen ze o.a. voor om in Nederland één boom per inwoner te planten.
Milieudefensie Eindhoven heeft dit idee opgepikt voor het MRE-gebied (Metropool Regio Eindhoven), een samenwerkingsverband van 21 gemeenten.
Hieronder is de tekst van de brief afgedrukt.



Aan de MetropoolRegio Eindhoven
Aan de gemeenteraden en Colleges van B&W binnen het MRE-gebied


Geachte volksvertegenwoordiger, geachte bestuurder,

          bomen, al dan niet verenigd in een bos, hebben belangrijke functies in onze samenleving.
Ze leveren verblijfswaarde, waardevolle producten en (uit de resten) energie, zuiveren de lucht en zorgen biodiversiteit, klimaatopslag en klimaatmitigatie.

Op 07 oktober 2019 hebben Groen Links en de SP het Nationaal Bomenplan uitgebracht (zie https://groenlinks.nl/nieuws/voor-elke-nederlander-een-boom of https://www.sp.nl/nieuws/2019/10/naar-nationaal-bomenplan ). Daarin worden, op basis van een goede analyse, diverse aanbevelingen gedaan voor een nieuw bosbouwbeleid.
Het meest in het oog springende voorstel is om “per Nederlander een nieuwe boom aan te planten”.

Dat zijn er dus 17 miljoen. In het plan wordt dit vertaald in 100.000 hectare nieuw bos en 20.000 hectare nieuwe landschapselementen.

Dit idee past in een trend.
Al in 2016 is het Actieplan Bos en Hout bestuurlijk goedgekeurd. Daarin wordt voorgesteld om het Nederlandse bosareaal met een kwart uit te breiden. Dat komt neer op ca 90.000 hectare.
Van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer is bekend, dat ze hun bosareaal willen uitbreiden.
In het Bestuursakkoord van de provincie Noord-Brabant wordt de intentie uitgesproken om tot 2030 13.000 hectare bos aan Brabant toe te voegen, waarvan 2500 hectare in deze bestuursperiode.

De Metropool Regio Eindhoven telt 750.000 inwoners, verspreid over 145.800 hectare. Als men de lijn volgt van het Nationaal Bomenplan, zouden er in het MRE-gebied dus 750.000 bomen bijgeplant moeten worden.
Bij de bomendichtheid uit het Nationaal Bomenplan (te weten 140 bomen/hectare , de landschapselementen meegeteld) zou dit neerkomen op ruim 5300 hectare nieuw aan te leggen bos en landschapselementen.
Uiteraard komen andere boomdichtheden op een ander aantal hectare uit. De gemiddelde boomdichtheid in Nederland is groter dan de 140 uit het Nationaal Bomenplan.

Milieudefensie vraagt de gemeenteraden en de bestuurders binnen het MRE-gebied om zich sterk te maken voor een vergroting van het bosareaal in het MRE-gebied, en daartoe in onderling overleg beleid en uitvoeringsprogramma ’s te ontwerpen.

Al eerder is in de provincie besloten om de Ecologische Hoofdstructuur (tegenwoordig Natuur Netwerk Brabant, NNB) af te maken. Hiervoor is in het Groenontwikkelfonds geld gereserveerd, zie www.groenontwikkelfondsbrabant.nl .
Die NNB omvat meer natuur dan alleen maar bos. Milieudefensie ziet dit voorstel om nieuw bos aan te planten als aanvullend op het afmaken van de NNB waar dit niet over bos gaat, en als implementatie van de NNB waar dit wel over bos gaat.

Ook gemeenten hebben bestaande ecologische ambities. Hier hanteert Milieudefensie dezelfde denklijn.

Omdat de ene gemeente zich beter leent voor nieuwe bomen dan de andere gemeente, vraagt Milieudefensie de gemeenten in overleg te gaan en de gevraagde uitbreiding van het bosareaal als een gezamenlijke taak te zien.

Milieudefensie gaat hierover graag in gesprek met politieke instanties en milieuorganisaties.

Met vriendelijke groeten,
namens Milieudefensie


Bernard Gerard (secretaris)
Hulstbosakker 21
5625VR Eindhoven
bjmgerard@gmail.com

Hout tijdens de Dutch Design Week 2019

De provincie Noord-Brabant had met Brabant Living Landscape flink uitgepakt tijdens de 2019 – versie van de Dutch Design Week (DDW). Zie www.brabantlivinglab.nl .
Op het Eindhovense Ketelhuisplein op Strijp-S stond een joekel van een paviljoen. Of je het mooi vindt is iets anders, maar interessant was het wel. Het heet Biobased Camp en is ontworpen door Marco Vermeulen (zie www.architectuur.nl/nieuws/ddw-2019-hout-is-het-beton-van-de-toekomst/ ). Hij was ook in VPRO Tegenlicht over de houtbouw. Eventueel doorlinken naar www.marcovermeulen.eu/nl .

De ‘palen’ zijn populieren, die bij Boxtel langs de A2 stonden en die weg moesten vanwege hun (voor populieren die niet oud worden) gevorderde leeftijd. Ze waren voor geïnteresseerden in de aanbieding en de provincie heeft ze dus ingepikt. Een rationeel ontwerper zou het anders doen, maar het geheel is wel spectaculair.
Het dak is helemaal van CLT-hout (Cross Laminated Timber). Het wordt na de DDW geordend afgebroken en elders gebruikt – een van de voordelen van houtbouw.

Het hout is geleverd door de Duitse onderneming Derix met een Nederlandse vestiging in Lierderholthuis. Zie www.derix.de/nl/ .

Derix heeft een interessante site. Loont om er even rond te gaan zwerven.
Derix gebruikt vooral vurenhout, dat tot CLT gemaakt wordt (en waar het dak van het paviljoen dus van gemaakt is).
Gesteld wordt dat CLT aan alle brandveiligheidseisen voldoet. Het brandt wel, maar een voorspelbaar aantal mm/uur en de koollaag beschermt het onderliggende hout. De eis is dat je er levend uit komt en dat de constructie een uur blijft staan. Dat lukt prima.
Grootste probleem dat Derix noemt is de bescherming van hout tegen schimmels en insecten. Zolang je het hout onder de 25% vochtigheid houdt, krijgen schimmels geen kans.
Voor binnenwanden is het hout in elk geval geschikt (alleen oppassen bij natte ruimtes). Het is heel mooi (vind ik).

CLT-detail paviljoendak DDW 2019
Woonhuis in Delden (Overijssel) uit de Derix-website

Bij buitengebruik moet het hout beschermd worden, bijvoorbeeld met een extra schil of door te pleisteren. Zie ook www.bouwtotaal.nl/2017/05/hoogbouw-in-hout-met-cross-laminated-timber/ . In principe zo hout 500 jaar mee moeten kunnen, aldus de meneer die bij de Derix-stand stond.
Wat ook kan is thermisch verduurzamen. Je verhit het dan tot > 180°C. Zie ook www.bouwenwonen.net/artikel/Thermisch-verduurzaamd-hout-volkomen-milieuvriendelijk/36690 .

Zie op deze site verder www.bjmgerard.nl/?p=10505 .

Biomassa-artikel EASAC klopt voor geen meter

Inleiding
De NRC kopte op 03 oktober 2019 “Wetenschappelijk advies: beperk verstoken biomassa, het is slecht voor het milieu” (zie www.nrc.nl/nieuws/2019/10/03/wetenschappelijk-advies-beperk-verstoken-biomassa-het-is-slecht-voor-het-milieu-a3975489 ) . Ook het Eindhovens Dagblad (deel van het Algemeen Dagblad) had een vergelijkbare kop. Ik geloofde het niet en ben eens in het originele artikel gedoken, waar deze bewering op gebaseerd was.

Dat is  Serious mismatches continue between science and policy in forest Bioenergy ‘ , geplaatst in BIOENERGY van Wiley, augustus 2019.
Men kan het vinden op https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/gcbb.12643 . Het is Open Source.
Eerste auteur is Michael Norton van het secretariaat van de EASAC, veertiende auteur en enige uit Nederland is Louise Vet van het Nederlands Ecologisch Instituut in Wageningen.

Louise Vet heeft op dit onderwerp al jaren een activistische insteek, hoewel de bosbouw en de energieproductie niet haar eigenlijke kennisterrein zijn. Dat is soms te zien. Nu heb ik niets tegen een combinatie van activisme en wetenschap (ik probeer het zelf ook), maar dan moet je het wel goed doen.
Dit artikel is wetenschappelijk niet goed. Mijns inziens kloppen de redeneringen niet en zijn de conclusies op zijn minst niet bewezen en, minstens voor een deel, onwaar. Ik begrijp niet dat het artikel door de peer review gekomen is.

De locatie van de Amercentrale

Het belang
Je praat niet over zomaar niks. Je praat bijvoorbeeld over de toekomst van de Amercentrale, en over de stadsverwarming die daar aan hangt, en over stadsverwarmingen van Meerhoven en Helmond.
De Amercentrale (momenteel 50% kolen en 50% biomassa) staat voor de keus tussen òf sluiten òf voor 100% op biomassa overgaan. De planning van de onderneming is dat de centrale in 2020 op 80% biomassa gaat draaien, en in 2025 voor 100% (dat eist de regering).
Als de Amercentrale binnenkort voor 80% op biomassa draait, is hij goed voor een derde van de duurzame energie in Brabant. Elke planning van duurzame energie in Brabant is zinloos als niet eerst de toekomst van de Amercentrale vast staat. Het ding is dan goed voor 13,6PJ/y en dat is (bijvoorbeeld) ruim het drievoudige van het totale Brabantse windprogramma.
Gaat de centrale dicht, dan gaat de stadsverwarming in Tilburg en Breda (goed voor grofweg 2,5PJ) voor onbepaalde tijd op gas over.

Op zijn minst een zaak, die belangrijk genoeg is om niet af te wikkelen op basis van een flutartikel.

Biomassacentrale Meerhoven (Eindhoven)

Waar we het over eens zijn
Het is het eenvoudigste om te beginnen met waar we het over eens zijn.
Norton en Vet en anderen hebben het in hun artikel bewust niet over Tweede Generatie Short Rotation Crops (bijvoorbeeld wilg en populier), overblijvende grasachtige planten (zoals Olifantsgras) en andere  gewassen met een korte cyclus.  Ook ik heb daar aandacht aan besteed, bijvoorbeeld in mijn afstudeerscriptie over synthetische kerosine. Je kunt hier prima biokerosine van maken.
Verder hebben Norton en Vet en anderen geen bezwaar tegen de traditionele bosbouw en de manier, waarop die met zijn producten omgaat. Ook Norton en Vet en anderen vinden dat een duurzaam beheerd bos koolstofneutraal kan zijn.

Duurzaam en niet duurzaam beheerde bossen;
de schaal in de discussie
Je zou denken dat iemand die vindt dat een duurzaam beheerd bos goed is, en die ten strijde wil trekken tegen misstanden die het gevolg zijn van niet-duurzaam beheerd bos, moeite doet om aan te tonen dat het reëel bestaande bosbeheer niet deugt. Je moet daarvoor aantonen dat het maximum, dat duurzaam beheerd bos aan bioenergie kan leveren, overschreden wordt en dat dat aan niet-duurzame kap geweten moet worden. Merkwaardig genoeg gebeurt dat, op één uitzondering na, niet (en die uitzondering klopt niet). Daardoor blijft de mogelijkheid open dat de genoemde getallen simpelweg met gangbaar bosbeheer op te brengen zijn. Nog sterker, ik denk dat dat in de EU zo is.

Uit het IPCC-rapport ‘Climate Change and Land, 2019)
meetpunten boven de streep geven bosverlies aan, onder de streep boswinst

Hier is een nuancering op zijn plaats.
Zoals ook uit het recente IPCC-rapport over land use blijkt, loopt het bosbeheer op de verschillende continenten sterk uiteen. Het is in Zuid-Amerika en Zuidoost Azie droevig, maar in Europa neemt de oppervlakte en het volume van het bos al decennia toe.

Als dus Greenpeace actie voert tegen de kap van het tropisch regenwoud met een orang oetan op de achtergrond, hebben ze gelijk. Overigens wordt vooral gekapt voor andere producten dan bio-energie (voedsel voor mens en dier en andere niet-energieproducten).
Als Greenpeace dezelfde actie zou voeren in Zweden met een eland op de achtergrond, zou dat idioot zijn – maar dat doen ze dan ook niet.

Norton en Vet en anderen springen in hun artikel voortdurend heen en weer tussen verschillende schalen, en dat is een recept voor ellende. Artikelen als deze moeten per continent geschreven worden.
En omdat de EU maar weinig biomassa voor energiedoeleinden van buiten de EU importeert, is voor een politiek relevante discussie de schaal van de EU de meest logische.
Norton en Vet en anderen zouden dus moeten bewijzen dat de stromen van houtige biomassa binnen de EU niet binnen het traditionele bosbeheermodel verklaard kunnen worden. Daartoe doen ze geen poging.
Het verhaal is in feite één grote (als –> dan) constructie. Als er een misstand is, dan volgt er ellende. De misstand is dat er massaal gekapt zou worden voor energiedoeleinden, en de ellende is dat dan tot de 2050 van het Klimaatakkoord van Parijs  de CO2 in de atmosfeer omhoog gaat en niet omlaag. Het “–>dan” wordt in het verhaal min of meer aannemelijk gemaakt, maar het “als” blijft geheel buiten beschouwing – althans, in Europa.

RED II
Norton en Vet en anderen doen de nieuwe RED II-richtlijn met een achteloos handgebaar af. Die richtlijn betitelt (onder voorwaarden) houtige biomassa als ‘duurzaam’ en daarom deugt het niet. Wat bewezen moet worden, wordt als aanname in het verhaal gestopt.
Nu is RED II een politiek compromis en sommigen zouden het scherper willen hebben (ik ook), maar het is helemaal niet zo’n slecht compromis. De voorwaarden voor het bijstoken van houtige biomassa zijn best streng. De drie meest relevante bepalingen (artikel 29):

Waarna in een dik pak bijlagen voor honderden verschillende situaties de bespaarde CO2 gespecificeerd wordt (Bijlage VI: spaanders van populierenhakhout, niet bemest, die van binnen 500km komen, moeten bij gebruik voor warmte 90% broeikasgas besparen. Komen ze idem van binnen de 2500 km (pakweg Riga), dan moeten ze idem 86% besparen. Anders dan gedacht, kost het transport dus relatief niet veel energie, maar dat heb ik hier al vaker gezegd ( Houtsnippers importeren loont energetisch de moeite )

Getallen en percentages
Men heeft in het artikel geen gevoel voor getalverhoudingen, of men wil dat niet hebben.

Zo wordt dramatisch gebracht dat er mondiaal 10 miljoen ton pellets verhandeld worden. Klinkt veel, maar het is goed voor minder dan 200PJ en de mondiale pellethandel is nog niet eens de helft van het Nederlandse elektriciteitsbudget.
Of anders: de gemiddelde jaarlijkse boskap in de EU is 281 miljoen ton, waarvan 57 miljoen ton in het bos achterblijft (de jaarlijkse aangroei in de EU bedraagt 444 miljoen ton).
Tegen een dergelijke achtergrond hoeft men zich niet meteen onder een wereldwijde 10 miljoen ton bedolven te voelen.

Een vergelijkbaar verhaal over het mondiaal opgesteld vermogen in  2018 van 95687MW uit pellets (zal wel stroom en warmte samen zijn, maar dat staat er niet bij). Klinkt ook weer veel, maar het is 96GW en alleen al het in Nederland opgesteld elektrisch vermogen is 30GW (warmte niet meegeteld).

Zo ook de subsidies.
Nederland wil, opgeteld over acht jaar, €3,6 miljard uittrekken om biomassabijstook in kolencentrales te subsidieren. Inderdaad, er zijn dagen dat ik zo’n bedrag niet heb.
Maar is het veel? Het is gemiddeld 0,450 miljard per jaar op een SDE+-budget dat in 2018 12miljard was, waarvan 9,6 miljard uitgegeven. Het is een flink bedrag, maar niet uitzonderlijk.

De groot lijkende getallen zijn in feite klein.

Het gebruik van geoogst hout in het Zuidoosten van de VS

Verder gaan Norton en Vet en anderen merkwaardig met percentages om – een traditionele valkuil.
Dat de traditionele bosbouw niet kan leveren, wordt volgens Norton en Vet en anderen bewezen door een statistiekje van de site van Enviva, een producent van pellets en aanverwant in de VS. (Enviva werkt in het gebied in de VS waar indertijd de uitzending van Zembla over ging).

Ze gaan hier op twee manieren de mist in. Zie http://www.envivabiomass.com/biomass-products/ .
Enviva zegt op zijn Track en Trace dat 17% uit residues bestaat, en dus moet de rest wel uit rondhout bestaan, aldus Norton en Vet en anderen.
Ga je kijken op de opgegeven site (niet alleen bij track and trace, maar ook bij products), dan zit het iets anders. Enviva gebruikt bomen die niet gezaagd kunnen worden (klein, krom, ziek); tophout en takken; hout dat vrijkomt bij het uitdunnen van bossen); en ‘mill residues’ die van de industrie terugkomen. In gangbaar Nederlands is het hele pakket residu en is de industrieresidu dus 17% van het totale residu.
Ten tweede kunnen  dit soort residuen niet alleen maar dienen voor brandhoutsnippers, maar ook voor spaanplaat en aanverwant. Die twee bestemmingen concurreren als het ware met elkaar (bij Staatsbosbeheer gaat er bijvoorbeeld meer snipperhout naar spaanplaat enz dan naar brandhout).

Bestemmingen van hout dat vrijkomt bij Staatsbosbeheer (eigen site)

Dus een onbekend deel van het hout in het Zembla-gebied komt bij Enviva terecht, en dat onbekende deel is allemaal residu (als Enviva de boel niet bij elkaar liegt, maar daarvoor is geen enkel bewijs). Op basis van de door Norton en Vet en anderen gepretendeerde statistiek kunnen geen conclusies getrokken worden.
In een academische publicatie mogen dit soort fouten niet voorkomen.

Conclusies
Door de ondeugdelijkheid van de argumentatie kunnen Norton en Vet en anderen op geen enkele wijze waarmaken dat er een andere werkelijkheid is dan de werkelijkheid, waarvan ook zij de waarde erkennen, namelijk de traditionele steady state- of zelfs groeibosbouw, zoals die al decennia of zelfs eeuwen plaatsvindt, op zijn minst in Europa.

Daarmee valt de bodem onder hun verhaal weg. Dat veronderstelt namelijk, dat er een scherpe overgang in de tijd is vóór welke de bosbouw goed was en ná welke er ineens massaal voor energiedoeleinden gekapt werd. Maar die scherpe overgang is er helemaal niet en er wordt helemaal niet voor alleen maar energiedoeleinden gekapt (althans in Europa). Alleen al economisch zou dat onzin zijn, want brandhout brengt het minste op.
Daarmee is het besluit om niet met de levenscyclus van een boom te redeneren, maar om alleen naar de opbrengst te kijken op het moment van verbranden , onjuist geworden, en overwegingen dat dan hout per GJ minder opbrengt dan kolen of gas volstrekt irrelevant.

Toegevoegde waarde in de houtketen

Norton en Vet en anderen verdedigen een extreem en ongefundeerd standpunt. Ik ga zelf zeker niet op het andere uiterste zitten. Met biomassa is het als regel zo dat er wel wat kan, maar zeker niet alles. Ik eindig met twee sheets met aanbevelingen, die ik op een themadag van Milieudefensie op 09 oktober 2019 over biomassa gegeven heb .

Latere toevoeging:
Het PBL is, samen met de SER, bezig met een studie naar de beschikbaarheid vna biomassa in Nederland en naar de verdeling daarvan over diverse doelen.
De aankondiging, en een schets van wat de bedoeling is, is te vinden op www.pbl.nl/publicaties/de-beschikbaarheid-van-duurzame-biomassa-en-de-toepassingsmogelijkheden-daarvan-in-nederland .
Het werkstuk zou in januari 2020 klaar moeten zijn.

Waugh Thistleton architects beroemd om houtbouw

Het Britse architectenbureau Waugh Thistleton architects is wereldberoemd om zijn nieuwe houten gebouwen en de daarbij toegepaste nieuwe, op hout gebaseerde, materialen. Door een tip liep ik er toevallig tegenaan.
Zie http://waughthistleton.com/ .

Er zijn goede redenen om opnieuw naar houtbouw te kijken. Bouwtechnische (de bouw gaat snel), maar ook omdat het een langdurige opslag van koolstof is. Ik heb daar op deze site al eerder over geschreven, zie Houtbouw voor het klimaat – terug naar de toekomst en Nogmaals over wolkenkrabbers van hout – update .

WT maakt er een kunst van.
Ze staan bekend om het gebruik van CLT (Cross Laminated Timber) . Dat bestaat uit onderling haaks gelijmde lagen. Wikipedia wijdt er een artikel aan, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Cross-laminated_timber . De foto toont vurenhout.

CLT uit vurenhout. Foto Elke Wetzig (elya) op Wikipedia .

WT zijn er kunstenaars mee geworden. Wie geïnteresseerd is in duurzaam bouwen en het gebruik van hout, moet beslist eens op deze site gaan kijken. Ik haal er wat plaatjes en teksten vandaan.

De trotse vermelding van erkenning door een researchprogramma van de EU:

How to ‘Build in Wood’ 14 October 2019

We’re excited to have been selected as the only UK partner in an EU funded consortium that will look at how to reduce CO2 emissions through increased use of engineered timber in multi storey buildings. 

Build-in-Wood is a €8.6 million project funded by Horizon 2020. The goal of the project is a simple one: to make wood the first choice for construction of multi-storey buildings.

The project is made up of a consortium of 21 partners representing the entire value chain from building materials to the finished structure with input from universities who will test the system and prototypes. In addition to designing building systems, the project also involves manufacturers, end users, politicians, and local European communities to increase an understanding of how wood can and should be accepted as the building material of the 21st century. 

The construction sector is one Europe’s largest CO2 contributors. Years of targeted legislation has significantly reduced emissions from operational energy of European buildings, however the significant contribution from the production of building materials and the building process has gone below the radar. By increasing the use of wood in construction we can have a significant impact on the carbon footprint of our buildings, actually removing carbon from the atmosphere and storing it within out buildings and cities.

Build-in-Wood is receiving funding from the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme under grant agreement No 862820 and runs for four years from September 2019 to August 2023.

Dalston Works is the world’s largest CLT building, and a landmark project in our ambition to roll out the use of timber construction in high-density urban housing, across London and beyond.
The ten-storey, 121-unit development is made entirely of CLT, from the external, party and core walls, through to the floors and stairs, weighing a fifth of a concrete building of this size, and reducing the number of deliveries during construction by 80 per cent.
Studentenhuisvesting op 106 Lewes Road
This high quality student housing project marks a transitional gateway site between Brighton and Lewes. Constructed from lightweight prefabricated timber wall sections and CLT slabs and core, it took under 12 months to complete.
BBC Future has published an article on the viability and positive results of timber construction.
Andrew Waugh showed BBC Future’s Tim Smedley around our project on Orsman Road, discussing some of the benefits including carbon offset, construction ease and future flexibility of building with timber.
“Some architects such as Waugh are therefore arguing for – and pressing ahead with – a return to wood as our primary building material. Wood from managed forestry actually stores carbon as opposed to emitting it: as trees grow, they absorb CO2 from the atmosphere.”
Read the full article on the
BBC Future Website.

Is een houten gebouw, en speciaal een hoog houten gebouw, brandveilig? Daaraan is veel onderzoek gedaan. Voor zover ik dat als bouwkundige leek beoordelen kan, is het antwoord

  • alle bouwmaterialen hebben een probleem met hoge temperaturen (ook beton en staal)
  • CLT houdt het lang uit bij brand, als het maar dik genoeg is, minstens zo dik dat de lijm tussen de lagen het houdt. De verkoolde buitenkant kan de binnenkant beschermen.

Een student op de TU Delft is afgestudeerd op wetenschappelijk vuurtje stoken. Het resultaat is te vinden op www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20151104-tudelft-roy-crielaard-zelfdovend-vermogen-gelamineerd-kruislaaghout.pdf , waar onderstaande schets vandaan komt. Als je het goed doet, schijnt het mee te vallen. Het is geen reden meer om hoge houten gebouwen te verbieden.

Brandveiligheid van CLT
www.ifv.nl/kennisplein/Documents/20151104-tudelft-roy-crielaard-zelfdovend-vermogen-gelamineerd-kruislaaghout.pdf

Themadag biomassa Milieudefensie

Milieudefensie heeft als onderdeel van zijn verenigingsleven themadagen. Op 09 oktober 2019 ging het over biomassa – een omstreden onderwerp.

Uit het jaarverslag houtige biomassa van het Platform Bio Energie (PBE)

Marja Roos was als eerste spreker uitgenodigd en speelde, als activist tegen houtstook, een thuiswedstrijd in de met veel antibiomassa-activisten gevulde zaal.
Ik speelde als wetenschappelijke scepticus een uitwedstrijd. Daniel had het echter in de leeuwenkuil zwaarder – men moet dingen niet overdrijven. Publiek wat prematuur begon te roepen werd het zwijgen opgelegd.
Overigens kreeg ik in de wandelgangen ook de nodige prijzende opmerkingen.

Het verhaal van Marja Roos bevatte veel wetenschappelijke onjuistheden. Dat er geen korte koolstofkringloop bestond – wat onzin is, want een veld boerenkool heeft die al.
De essentie van dit soort redeneringen (waar onlangs ook Louise Vet zich schuldig aan maakte) is dat men alleen de emissies meeneemt op het moment van verbranding, terwijl elke zichzelf respecterende wetenschapper emissies over de hele levenscyclus meeneemt. En van hout is die nul (zonder bewerking) en iets groter dan nul (met bewerking).
Je komt dan op discussies dat een boom individuele CO2-moleculen moet herkennen (namelijk of ze wel of niet eerder in een boom gezeten hebben – dat kan niet en hoeft dus niet) , en dat biobrandstof uit dezelfde elementen bestond als fossiele brandstof (allicht, want anders zou het niet branden).

Uit het Jaarverslag 2018 Houtige biomassa van het Platform Bio Energie (PBE)

Mijn verhaal (en dan ook meteen maar de RED II – richtlijn) is te vinden op

Ik sta minder emotioneel en veel zakelijker in deze materie en laat graag de cijfers spreken.
Regelmatige lezers van deze rubriek zullen de meeste plaatjes in mijn presentatie al gezien hebben, maar toch nog twee om aan te tonen dat het niet eens vanuit economisch standpunt logisch is om bomen te kappen, alleen voor brandhout – dat brengt minder op.
Daarom streven bosexploitanten altijd naar een mix aan doelen.

Bestemming van gekapte bomen bij Staatsbosbeheer

Ik beveel mijn aanbevelingen gaarne ter lezing aan.

Wat observaties.

  • Mensen stellen dat houtkachels niet deugen. Minstens in stedelijk gebied ben ik het daarmee eens. Maar het gaat niet aan om vervolgens simpele huishoudelijke inrichtingen te identificeren met professionele inrichtingen met een goede rookgasreiniging en adequaat personeel.
    Desalniettemin ontwijkt ook uit professionele inrichtingen er altijd enig (ultra)fijn stof. RVO heeft er een publicatie over op https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/09/Kennisdocument%20houtstook%2020180910definitief.pdf . Verder www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/609300027.pdf .
    Dit is een reëel argument.

    Het Activiteitenbesluit (par. 3.2.1) stelt normen (https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/2019-10-01 ). Voor biomassaketels boven de 5MW thermisch is dat een uitstroom van 5mg stof per Nm3, voor kleinere ketels is dat 20 of 40 mg per NM3.
    RVO noemt een cycloon, een elektrostaatfilter en eventueel een doekfilter om de emissies terug te dringen. Dit desgewenst in combinatie.
    Het effect van de emissie op de concentratie (RVO, blz 101) is vanaf 25m afstand verhoudingsgewijs gering.

    Men zou denken dat in nieuwbouwsituaties (en ook in bestaande inrichtingen) aangescherpte regelgeving mogelijk en nodig is.

    Verder: de diverse crises conflicteren soms. Er bestaat geen ideale oplossing met alleen maar voordelen en geen nadelen.
  • Sommige emotionele reacties worden gevoed door conflicten tussen omwonenden en terreinbeherende instellingen over het kap- en natuurbeleid (bijv. omvorming van bos naar hei).
    Dit valt alleen op locatie te beoordelen en daarom hou ik me erbuiten, behalve als ik de locaties ken (zoals het Leenderbos).
    Vervolgens worden er bomen weggesleept en wordt die bomenoogst als bedoeling gezien, terwijl het in feite collateral damage is.
  • Ik zie weinig verschil tussen de acties die in den lande gevoerd worden om de invoering van windturbines tegen te gaan, om zonneparken tegen te gaan en om biomassacentrales tegen te gaan. Men probeert in alle gevallen om op basis van individueel gevoeld ongemak de invoering van een duurzame energie-vorm tegen te werken.
    Ik ga daar niet meedoen.
Artikel 29 lid 6 van de Europese RED II – richtlijn
  • We waren het over een paar dingen eens.
    – dat houtstook in particuliere woningen in stedelijk gebied niet moet
    – dat de klimaatcrisis bestreden moet worden
    – dat er meer bos moet komen, bijv. het Actieplan Bos en Hout
    – dat het onjuist is om de brede categorie ‘biomassa’ aan te vallen, als je in feite alleen maar bezwaar hebt tegen het onderdeel Hout ervan (er was bijvoorbeeld geen rancune tegen vergisting).

Latere toevoeging:
Het PBL is, samen met de SER, bezig met een studie naar de beschikbaarheid vna biomassa in Nederland en naar de verdeling daarvan over diverse doelen.
De aankondiging, en een schets van wat de bedoeling is, is te vinden op www.pbl.nl/publicaties/de-beschikbaarheid-van-duurzame-biomassa-en-de-toepassingsmogelijkheden-daarvan-in-nederland .
Het werkstuk zou in januari 2020 klaar moeten zijn.

Uit het Jaarverslag 2018 Houtige biomassa van het Platform Bio Energie (PBE)

Ups and downs van het Nederlandse bos en het IPCC

Ter inleiding
Op deze site wordt veel aandacht besteed aan de rol van biomassa als bron van producten en duurzame energie. Dat leidt tot veel discussie. Maar uit alles blijkt, dat Nederland alleen aan voldoende duurzame energie kan komen met een mozaiek-oplossing waarin alle denkbare mogelijkheden meegenomen worden. En dan nog.

Houtpellets

Vooropgesteld zij dat biomassa meer is dan alleen maar hout (zie www.bjmgerard.nl/?p=9853 en www.bjmgerard.nl/?p=9919 ), en dat veruit het meeste geoogste hout geen brandhout wordt. Ik kom in het eerste artikel op ongeveer 30% van de biomassaenergie uit hout. Het Actieplan Bos en Hout spreekt van 20% van geoogst hout ten behoeve van brandhout. En bij Staatsbosbeheer (SBB) gaat bijvoorbeeld 13% van de houtoogst naar brandhout en biomassa (www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout/bos-en-hout-in-cijfers) . Mensen  focussen zich echter op die 30% als ware dat 100%, en menen dat complete bossen gekapt worden slechts met doel om brandhout te maken (wat, in elk geval in Nederland en in ruimere zin in Europa) als regel niet zo is.

In de discussies over bomen ziet men soms het bos niet meer. Kapdiscussies zijn vaak emotioneel (Gij zult niet …. ) en vaak niet feitelijk. De recente discussie binnen Natuurmonumenten is een voorbeeld.
Dat valt de mensen niet kwalijk te nemen, want cijfers over de bosvoorraad en het bosbeheer zijn moeilijk in overzichtelijke vorm te vinden. Ze zijn er echter wel en ze zijn openbaar toegankelijk als je weet waar je zoeken moet.
Bovendien is het ingewikkeld. Eigenlijk zijn er meerdere crises tegelijk. Het klimaat is in crisis, de biodiversiteit, de duurzame energie is in crisis, mondiaal het voedsel door de slechte verdeling ervan; landschap, grondwater en de luchtkwaliteit zijn in Nederland minstens een punt van zorg. Tussen de problemen bestaan positieve en negatieve dwarsverbanden.

Zoiets ingewikkelds als een bos heeft met al die dingen te maken.

Veel mensen betreden de discussie vanuit één deelbelang dat voor hen het zwaarste weegt. Zodoende zetten landschapsbehouders zich tegen brandhout, zonneparken en windturbines af, luchtkwaliteit-ijveraars tegen biomassacentrales, enz. Als iedereen zijn zin kreeg, ging de hoeveelheid duurzame energie in Nederland eerder achteruit dan vooruit.
Er is dringend behoefte aan een integrale aanpak op een niveau dat de tegenstellingen overstijgt.

Ik heb me voorgenomen om hier een overzicht te geven van de omvang, door de jaren heen, en de hoedanigheden van de Nederlandse bosvoorraad. Ik heb bestaand onderzoek (niet van mijzelf) geprobeerd op een rijtje te zetten. Waar praat je nou feitelijk over?

Op de doelen, waarvoor geoogst hout gebruikt wordt, kom ik in een later artikel terug.

Lang geleden
In den beginne was Nederland vol van bomen en bijna ledig van mensen. Er is vlijtig aan gewerkt om die verhouding om te keren en rond 1750 was het dieptepunt bereikt. Sindsdien gaat het weer omhoog. Wikipedia ( https://nl.wikipedia.org/wiki/Bos_(vegetatie) ):

“Alle huidige bossen in Nederland zijn dan ook aangeplant. Het laatste ‘oerbos‘, het legendarische Beekbergerwoud, werd tussen 1869 en 1871 gekapt. Desalniettemin neemt het bosareaal in Nederland al 250 jaar lang voortdurend toe. De situatie bevond zich midden 18e eeuw op een dramatisch dieptepunt. Destijds was in wat nu Nederland is nog slechts 50.000 hectare bos over. Sindsdien nam de oppervlakte naar schatting als volgt toe:

  • 1750: 50.000 ha. (2%)
  • 1850: 100.000 ha. (3%)
  • 1950: 250.000 ha. (7%)
  • 2002: 360.000 ha. (10,6%)

In 1994 formuleerde het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de doelstelling om in 2020 420.000 ha. bos te hebben, wat uitzicht biedt op 500.000 ha. bos (15% van de landoppervlakte) in 2050. Het kabinet-Balkenende II heeft echter het beleid ten aanzien van natuurontwikkeling veranderd, door meer nadruk te leggen op particulier initiatief, bijvoorbeeld van boeren. Hierdoor is de aangroei van het bosareaal gestagneerd.

De 6de Nationale Bos Inventarisatie
Nederland voert om de zoveel jaar een Bosinventarisatie uit. De laatste (de zesde) dateert van juni 2014. Het document is op te halen op http://edepot.wur.nl/307709 . De NBI6 is op dit gebied hèt standaardwerk.
Wie een snelle samenvatting wil, kan ook op www.clo.nl/indicatoren/nl0069-ontwikkeling-nederlandse-bos kijken.

Voor de NBI6 zijn in 2012 en 2013 metingen uitgevoerd op 3190 steekproefpunten.
De NBI6 is de opvolger van het Meetnet Functievervulling (MFV) uit 2006, waarvoor metingen gedaan zijn van 2001 tot 2005. Van de NBI6-meetpunten deden er 1235 ook al bij de MFV mee.
De resultaten zijn in een database gezet, die toegankelijk is op www.probos.nl/publicaties/overige/1094-mfv-2006-nbi-2012 .
De inventarisatie is compatible met de LULUCF – richtlijnen van de VN (zie https://unfccc.int/topics/land-use/workstreams/land-use–land-use-change-and-forestry-lulucf ). De inventarisatie dient tevens als Nederlandse verslaglegging t.b.v. internationale verdragen (zoals Kyoto en Parijs).

De oudste Nederlandse inventarisatie dateert van 1938. De volgende inventarisatie (NBI7) loopt van 2017 – 2021 .

De NBI6, samen met de MFV, bevat een schat aan gegevens, zowel kwantitatieve als kwalitatieve. Ik neem enkele tabellen over en geef enig commentaar.

Hier kan men zien hoe oud de bomen zijn. Zo’n 87% van de bomen is van na 1920, dus minder dan 100 jaar oud. In commerciële bossen is de gemiddelde kapleeftijd ergens rond de 50 a 100 jaar.

Van 1990 tot 2009 groeide het totale Nederlandse bosoppervlak van 362.100 naar 373.480 hectare (ha). In diezelfde tijd groeide de totale volume hout van 203.5 naar 229.8 m3/ha.

Lees deze drie tabellen samen als:
Per jaar groeit er gemiddeld volgens NIB6 per hectare 7.3m3  hout bij, gaat er 1.2 m3 spontaan dood, en wordt er 3.4 m3 gekapt. De netto balans is dus 7.3 – 1.2 – 3.4 = 2.7 m3 /ha * y .
Over acht jaar geeft dat ongeveer de 216.6 – 194.6 = 22 m3/ha uit de derde tabel.

2013 t/m 2017
Vanaf 2013 kwam er een andere dynamiek in de bosbouw. Na decennia groei kwam er een dip. Op www.staatsbosbeheer.nl/over-staatsbosbeheer/dossiers/bos-en-hout/omvang-bos-in-nederland beschrijft Staatsbosbeheer wat deze organisatie daarvan vindt. Tevens staat daar een link naar een publicatie van Wageningen Environmental Research (WUR) , waarin de voortzetting van de tweede tabel (die met de oppervlaktecijfers) gegeven wordt. Die leest:

1990                2004                2009                 2013                2017
362046            369980            373423            375679            364830 ha

Als je de periode 2013-2017 nader analyseert, blijkt dat er 12.145 ha bos verdwenen is, en 6745 ha verschenen. Samen een verlies van 5400ha, een getal dat vaak genoemd wordt. Dit is over vier jaar samen. Uiteraard hoort hier een netto CO2 – uitstoot bij.

De publicatie brengt de oorzaken als volgt in beeld:

Deze tabel in zijn geheel is bruto, maar een deel ervan bestaat uit papieren veranderingen in de zin dat satellietopnames beter zijn geworden, omgang met definities strikter, enz. Zo bleek bij nader inzien dat 1318 ha ook in 2013 volgens de strikte LULUCF-definitie al geen bos was, maar bos leek (vanuit de satelliet). En zo zijn er meer slordigheden uitgehaald, waarna er nog steeds ruis is omdat ook de satelliet geen wondermiddel is. En ik vind de tabel raar opgeschreven.
Feitelijk beslaan alleen de bovenste vijf cijferregels reëel menselijk handelen. Daarom is het aantal 12145 ha als netto verlies geteld.

De 2283ha in de tabel bestaat uit tijdelijk snelgroeiend bos in Groningen en Drente, dat op basis van een subsidieregeling uit 1986 zonder herplantingsplicht op landbouwgrond geplant is, en dat inmiddels geoogst is, waarna de grond weer naar de oude bestemming terugkeert. Deze bosafname is (grotendeels) incidenteel, omdat er niet of niet veel meer dan deze 2283 ha geplant is. Over deze post bestaat weinig discussie.

2080ha gaat op aan bebouwde omgeving en overige omvorming, zoals infrastructuur. Hierover is af en toe discussie, maar dan op het niveau van individuele plannen (Amelisweerd, hopelijk zaliger gedachtenis).

Zeer veel discussie gaat over de 7781ha omvorming naar heide, natuurgrasland, moeras of water, 64% van het menselijk handelen. Dit vindt als regel plaats in Natura2000-gebieden, gebieden waarop (geheel terecht) een strikte Europese Natuurbescherming rust. Nederland is wettelijk verplicht om deze gebieden minstens gelijk te houden en op termijn te verbeteren.
Er zijn een heleboel habitat-typen, waarvan het grootste deel geen bos is (zoals zwakgebufferde vennen, vochtige en droge heiden, venen, kalkgras- en blauwlanden, om maar eens een kleine greep uit de lijst te geven). Al die habitats hebben hun eigen biodiversiteit. Overigens hebben de meeste bossen geen Natura2000 – status en heeft niet elk bos evenveel biodiversiteitswaarde. Zie www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?main=natura2000&subj=habtypen&groep=0 .
Het is in het belang van de natuurbescherming om de Natura2000-wetgeving op volle kracht in stand te houden. We hebben er o.a. de stikstofwetgeving aan te danken.

Maar de voorlopers van de Wet natuurbescherming (waarin de Natura 2000-wetgeving ondergebracht is) zijn veel ouder dan de klimaatdiscussie (dateren al uit ver in de vorige eeuw). Ze hebben dus nooit rekening gehouden met klimaataspecten. Het Parijsakkoord is uit 2015 en het Kyotoprotocol uit 1997.

De crisis biodiversiteit en natuur en de crisis klimaat hebben hier een strijdigheid. Ze botsen, onder andere omdat voor het uitvoeren van Natura2000 – handelingen geen herplantingsplicht bestaat. In plaats van een gevoelsverhaal op te hangen bij elke gekapte boom, zou men beter kunnen gaan nadenken over een synthesebeleid dat beide goede doelen min of meer de nodige ruimte geeft.
Men kan niet met terugwerkende kracht een herplantingsplicht opleggen. Maar een flinke uitbreiding van het bosareaal zou in praktijk op hetzelfde neerkomen.

Het Actieplan Bos en Hout (oktober 2016) is wat dat betreft een goed voorbeeld. Daarin wordt voorgesteld om 100.000 ha extra bos aan te leggen. Rutte en indertijd Dijksma hebben het ondertekend. Zie www.wur.nl/nl/project/Actieplan-bos-en-hout.htm . Mijns inziens is het het verstandigste om niet per definitie elke boom heilig te verklaren, maar om op het Actieplan in te zetten.

Uit het Actieplan Bos en Hout

Brandhout
Geconstateerd moet worden, op grond van de Wageningse oorzakentabel, dat er in Nederland geen significante hoeveelheden hout gekapt worden met de productie van warmte als hoofddoel. (Alleen van de oogst van tijdelijk bos in Groningen en Drente valt niet te achterhalen voor welk hoofddoel die gebruikt is.) Dat heb ik in deze kolommen al vaker betoogd en het wordt hiermee weer eens bewezen. Het verhaal dat hele bomen uit de grond gerukt worden en rechtstreeks de versnipperaar ingaan, is een broodje aap-verhaal.
Vervolgens wordt het hout voor allerlei doelen gebruikt (daarover in een volgens artikel meer), waaronder ook voor energiedoeleinden.

Het IPCC en de ‘Kap met kappen-leus’.
Op 8 augustus bracht het IPCC het Special Report Climate Change and Land uit (SRCCL). Een omvangrijk pakket.
Het IPCC behandelt de Forestry meestal als onderdeel van het AFOLU-pakket (Agriculture, Forestry and Other Land Use), en differentieert niet altijd naar regio.

Waar dat wel gebeurt, komt het IPCC voor verschillende werelddelen tot verschillende uitspraken. Zo zegt het IPCC in hoofdstuk 2, blz 34, in een context die alleen over bossen gaat:

Overall, there is robust evidence and high agreement for a net loss of forest area and tree cover in the tropics and a net gain, mainly of secondary forests and sustainably managed forests, in the temperate and boreal zones (Chapter 1)”.

Europa is netto een sink, vooral door zijn bossen. Hoe lang die dat nog blijven doen, is de vraag, want ze worden al oud. “Removal occurs at faster rates in young to medium aged forests and declines thereafter such that older forest stands have smaller carbon removals but larger stocks with net uptake of carbon slowing as forests reach maturity (Yao et al. 2018; Poorter et al. 2016; Tang et al. 2014).” – hoofdstuk 2, blz. 80

Groei van de Europese bosvoorraad

“Sustainable Forest Management”, waarover ook het IPCC spreekt, kan in Europa kappen betekenen als de gekapte koolstof langdurig uit het systeem verwijderd wordt. Het IPCC noemt bijvoorbeeld biochar als BECCS (Bio Energy and Carbon Capture and Storage), of houten producten. Op hoofdstuk 2, blz.78 worden in een tabel CO2,eq – waarden genoemd bij deze technieken (die kunnen groot zijn) en bij de meer algemene categorieën Nieuwe- of Herbebossing, Bosmanagement en Agroforestry.

Ik vind dus (bijvoorbeeld) de Greenpeaceleus “Kappen met kappen” niet goed, want te algemeen. Ik snap dat een leus simpel moet zijn en uit het begeleidende verhaaltje blijkt indirect dat bedoeld wordt dat het om tropische gebieden gaat, maar niet iedereen leest dat eruit en, toegepast op Europa, zou de leus wel eens schadelijk voor het klimaat en schadelijk voor de biodiversiteit kunnen zijn.