De Socialistische Partij (SP) heeft op 16 juni 2018 zienswijzen opgehaald tegen de uitbreiding van de gaswinning onder Waalwijk. Met een hele grote ploeg haalde de SP maar liefst 303 zienswijzen op. Voor een verslag zie SP haalt 303 zienswijzen tegen uitbreiding gaswinning in Waalwijk op.
Ook nadien is er contact geweest met bezwaarmakers in de regio. Niet alleen in Waalwijk, maar ook in nabijgelegen locaties zoals Loon op Zand en Tilburg (die een eigen tijdschema hebben).
Reden voor de PS-fractie van de SP om een actieberaad te beleggen over hoe nu verder. Dat vond plaats in het NH-hotel in Sprang-Capelle. Aanwezig SP-fractievoorzitter in PS Maarten Everling en SP-Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (woordvoerder energie).
Sandra Beckerman vertelde over haar actie-ervaringen in Groningen, over de (voorlopig) succesvolle strijd indertijd tegen het schaliegas (100 gemeenten tegen) en over de gemeente Krimpenerwaard die bij de Raad van State met succes een proefboring van Vermilion Energy tegengehouden had. Ze prees de rol van Milieudefensie bij deze acties en de rol van de Groninger Bodem Beweging.
Ze hamerde op de noodzaak van duurzame energie en vond het een schandaal dat Nederland het op dat gebied het een na slechtste deed van Europa.
In dialoog met de zaal werden een aantal actie-ideeën ontwikkeld.
Maarten Everling knoopte een en ander organisatorisch aan elkaar om de toekomstige acties handen en voeten te geven. De SP blijft steun verlenen.
Men kan hier wisselend over denken en het hangt natuurlijk van allerlei dingen af (waarvan de afstand de belangrijkste is), maar het is in elk geval een onderhoudend artikel. De voorbeelden komen uit Groot Brittanië, maar men kan zich hier zonder veel moeite andere afstanden tot pakweg 700km voorstellen.
Security op een vliegveld
Behalve de gebruikelijke duurzaamheidsargumenten (ondanks wat Karel Knip beweert, is een Hoge Snelheids Lijn als de Eurostar wel degelijk per passagier-kilometer zuiniger dan een vliegtuig, en is elektrische energietoevoer mogelijk), zijn er ook argumenten als de beenruimte, dat treinen meestal van stadscentrum naar stadscentrum rijden, dat je veel minder tijd kwijt bent aan de security en dat ze kindvriendelijker zijn.
Beenruimte in verschillende vervoersmiddelen
De blog beweert dat met de Eurostar van Londen naar Parijs gaan 90% minder CO2 uitstoot dan idem met het vliegtuig. Dit is overigens gebaseerd op onafhankelijk onderzoek in opdracht van Eurostar zelf.
De blog in de aanhef neemt deze bewering over, maar bewijst hem niet en verwijst indirect naar oud materiaal. Google-en levert een site als www.seat61.com/CO2flights.htm , die dezelfde bewering doet, alsmede ook een aantal andere korte of middellange afstandstrajecten benoemt.
Die tweede blog noemt een derde website www.ecopassenger.org/ waarop je alles zelf kunt narekenen. Er staat een nette methodologie bij, ontwikkeld samen met de IFEU in Heidelberg, gebaseerd op een nette LCA die geheel nagelezen kan worden.
Dit levert het volgende plaatje op voor vervoer van londen naar Amsterdam (de auto is een Euro4 – diesel)
Willemieke en ik gaan altijd fietsen op vakantie. De trein is handiger om je fiets mee te nemen. Dit jaar zijn we met de trein naar Bolzano gegaan, vandaar langs de Adige en het Gardameer, via Verona en Padua naar Venetië gefietst, en toen weer met de trein terug (met een tussenverblijf in Innsbruck).
Op zich werkt dat,maar de ervaring leert dat er aan het treinwezen in Europa nog veel te verbeteren valt. Zie “Vijftien treinen kunnen Lelystad Airport overbodig maken” .
Ed Nijpels (VVD) is voorzitter van het Klimaatberaad. Hij keert zich in een interview met Eenvandaag_avrotros tegen nog meer uitzonderingen voor Schiphol: 500.000 blijft 500.000. De uitdrukking “we worden geschiphold” komt van mede-VVDer Winsemius.
Nijpels ontkent dat vliegen een wezenlijk menselijk recht is. Hij vergelijkt het veeleer met benzine voor je auto kopen of met sigaretten. “De burger moet kunnen vliegen, maar moet er gewoon veel meer voor gaan betalen. Een kleuter kan uitrekenen dat er iets niet klopt als je voor €28 naar Barcelona kunt vliegen.”.
Verder toont Nijpels zich optimistisch over het welslagen van de energietransitie in algemene zin.
Landsbreed
Het parlement heeft besloten dat er in het jaar 2020 6000MegaWatt (MW) windvermogen op het land moet staan.
(NB: daarmee bedoelt men een maximum vermogen, waarvoor de turbine bij een range aan windsnelheden ontworpen is. Onder die range haalt de turbine niet zijn maximum vermogen, binnen de range wordt hij afgeregeld op het nominale vermogen, en als het heel hard waait wordt hij afgeschakeld – hier niet getekend. Deze voorbeeld-turbine is nominaal 3,00MW.
Power curve windturbine zonder afkap bij hoge windsnelheden
De jaargemiddelde opbrengst van een flinke turbine op het land is in Brabant meestal rond de 8TJ per MW opgesteld vermogen, maar kan bij hoge molens op een goede locatie (zoals langs de A16) oplopen tot ca 12TJ/MW.
Die 6000MW is na onderhandelingen verdeeld over de provincies.
Het landelijke beeld, uitgesplitst per provincie, ziet er zo uit:
Het lichtblauwe hokje geeft de doelstelling aan (in Brabant 470,5MW), de grijze tinten de diverse gradaties van zekerheid (voltooid, bouw in voorbereiding, vergunningprocedure loopt, ruimtelijke ordeningprocedure loopt, voortraject).
Op basis van wat er nu ligt, schat RVO dat in 2020 ongeveer 5200 van de 6000MW operationeel zal zijn. Na 2020 zal dat waarschijnlijk doorgroeien tot bijna 6900MW, vooral door extra projecten in Flevoland, Zuid-Holland en Groningen.
De provincies hebben toegezegd dat de afgesproken capaciteit, die in 2020 niet gerealiseerd is, in de periode 2012-2023 dubbel gerealiseerd zal worden in de vorm van duurzame energieprojecten, die nog niet eerder ingeboekt stonden. Dat mogen ook andere energievormen zijn als windenergie. De Nationale Energie Verkenning (NEV) is hier leidend. Dat schrijft minister Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer dd 10 juli 2018. Uitleg: stel dat RVO gelijk blijkt te hebben, en dat er dus 800MW (= 6000 – 5200) niet op tijd gerealiseerd wordt, dan gaan de provincies 1600MW ( = 2 * 800MW) extra aanleggen in de jaren 2021 t/m 2023. Uit de brief blijkt niet of het 900MW meer gerealiseerde windvermogen ( = 6900 – 6000) deel uitmaakt van die 1600MW . Dat zou niet onredelijk zijn.
Noord-Brabant Op basis van wat nu bekend is, schat RVO in dat er in Brabant in 2020 277MW wind op land operationeel zal zijn (zijnde dat wat al af is of wat nu in voorbereiding is, in bovenstaand staatje de eerste twee grijze hokjes 218,7+58,3MW).
Gedeputeerde Staten (GS) reageren dat RVO te pessimistisch is. Door een inschatting te maken van de lopende procedures (de laatste drie grijze hokjes), verwachten GS in 2020 390MW operationeel te hebben. De rest komt in 2021 en 2022 (ruimschoots) af.
GS zetten sterk in op lokale participatie, maatschappelijke meerwaarde en goede ruimtelijke ordening. Ze verwachten dat dat aanvankelijk vertragend, maar per saldo versnellend werkt.
Een overzicht van de Brabantse projecten en knelpunten:
De belangrijkste knelpunten, schrijft Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer, zijn een gebrek aan draagvlak en de vliegvelden.
Ook in Brabant bestaan draagvlakproblemen. Een voorbeeld is het volstrekt absurde verzet van een kleine milieugroep, die zich verzet tegen het plan-Kabeljauwbeek bij Woensdrecht, ver weg van elke woonbebouwing en tegen de achtergrond het silhouet van de Antwerpse haven. Maar dat plan zal het uiteindelijk gaan redden.
Bij het grote project langs de A16 (zie MER windturbineproject A16 beschikbaar ) heeft de provincie het door zorgvuldig opereren zo kunnen plooien, dat er nu geen grootscheepse rancune meer bestaat. Zie ook www.brabant.nl/actueel/nieuws/2017/april/kwart-toekomstige-windmolens-a16-in-eigendom-lokale-gemeenschap en www.brabant.nl/subsites/windenergiea16/downloads/algemene-downloads-windenergie . Op de laatste site kunnen alle A16-documenten gedownload worden, waaronder de Green Deal waarin tussen de exploitanten, de provincie en de omgeving afspraken gemaakt zijn over de deling van de opbrengst van het A16-project. Let wel: deze afspraak geldt dus alleen voor het A16-gebied en niet voor andere windprojecten.
F16-vliegtuigen van Volkel
Een geheel ander probleem vormen de vele vliegvelden in Brabant. Er zijn vijf militaire vliegvelden (waarvan Eindhoven civiel medegebruik heeft dat veel groter is dan de militaire functie), en twee kleine civiele vliegvelden (Budel en Seppe).
Met name de militaire vliegvelden leggen hoogtebeperkingen op aan de omgeving en hebben radarsystemen die niet gestoord mogen worden. Daarom ondervinden projecten bij Gilze-Rijen en Volkel problemen. Bij Woensdrecht heeft men het probleem softwarematig kunnen oplossen en bij Eindhoven en De Peel bestaan geen windmolenplannen).
In zijn brief aan de Tweede Kamer zegt Wiebes dat hij “voor Zuidoost-Nederland in nauwe samenwerking met Defensie en BZK naar een integrale technische oplossing zoekt om de verstoring te verminderen.” Maar dat zei zijn voorganger Kamp twee jaar geleden ook al. Blijkbaar is het niet zo eenvoudig.
ASR-9 airport surveillance radar antenne
Limburg Limburg is droevig. De provincie hoeft bijna niets (95,5MW van de 6000), en heeft daar nog maar 12,3MW van af.
Het grootste plan, dat van Greenport Venlo, is door gedoe met omwonenden ineens afgeblazen. Het zal nog een hele hijs worden om de taak te halen.
(Dit is een ingezonden brief aan het Eindhovens Dagblad)
Columniste Daphne Broers van het ED had op 04 juli 2018 een stukje geschreven dat ze niet met haar vriendinnen mee ging vliegen naar Corfu of daaromtrent (men was het nog niet eens over de bestemming). In elk geval niet naar het hotel in Overijsel van een half jaar geleden, want dat telde niet mee.
Nu ken ik als Overijsselnaar een heleboel heel aangename hotels in heel interessante gebieden in Overijssel, maar dit stukje chauvinisme even terzijde.
Daphne Broers (foto van LinkedIn)
Daphne ging niet mee, want ze vond het decadent, egoistisch, belachelijk en overbodig, als je je realiseert wat je met dat ‘effe op en neer vliegen” kapot maakt. Twee maal op en neer vliegen helpt een jaar goed milieugedrag geheel om zeep. En in Mierlo kun je ook lol hebben.
De vriendinnen vonden het maar overdreven. Hun uiteindelijke keuze werd niet vermeld.
Met groot venijn stortte het anonieme rechtse reaguurders-volk zich vervolgens op de arme mevrouw Broers. Onder aanroeping van anatomische details, die men gebruikelijk codeert met exotische emailtekens, werd haar een vreselijk lot op talloze onaangename plaatsen toegewenst.
Genoeg reacties voor een nieuwe column, een week later.
Het ergste was wel dat ze lid was van de “linkse tofu-bende”. Dat treft, want daar ben ik ook lid van. Ik wil dan ook graag zuster Broers een hart onder de riem steken, want ze heeft groot gelijk. Bij de huidige groei blazen de gezamenlijke straalmotoren de atmosfeer aan gort en overstroomt Nederland versneld. En de herrie tettert de omgeving van het vliegveld uit bed.
En mensen die zo hard gewerkt zeggen te hebben voor een ticket zonder accijns en BTW zouden zich moeten realiseren dat een deel van hun ticket dus betaald is door de belastingbetaler.
Het kan dus inderdaad niet meer, ongebreideld vliegen. De atmosfeer zegt NEE.
Nu kan men kniezend dit ongeluk betreuren, maar er is ook veel moois te ontdekken met de trein.
Uitzicht vanaf de Tankenberg bij Oldenzaal. Er ligt een goed hotel onder.
Ik adviseer een mooi hotel in mijn geboorteprovincie Overijssel. Daar gaat een trein naar toe. (De busverbindingen konden overigens beter.)
En Mierlo valt zelfs te fietsen.
Bernard Gerard
Secretaris Beraad Vlieghinder Moet Minder (BVM2)
Wie is Wigger?
Wigger heeft 40 jaar bij de Shell gewerkt en is nu CEO van twee bureau’s,
W1con (http://w1con.com/ ) , een consultancy firma op het gebied van geothermie-, olie- en gasbronnen,
Wicon Energy BV , die op dit terrein eigen oplossingen nastreven. LinkedIn geeft “Wicon Energy is developing mature gas fields into sustainable energy sources. Maintaining the existing reservoir pressure is its goal.”
Wigger heeft bijvoorbeeld in 2014, met drie Friese ondernemers, een plan ingediend om de Groningse gaswinning op peil te houden en tegelijk de aardbevingen te stoppen door tegelijk zeewater in de reservoirs te injecteren. Dat plan heeft het niet gehaald.
De man kan dus meer petten ophebben. Uiteraard betekent dat niet dat hij in zijn uitspraken over Waalwijk bij de Omroep Brabant ongelijk heeft, maar het is goed om de achtergrond te kennen.
Gerrit Wigger
Wat zegt Wigger? Op de eerste plaats dat het gas uit de kleine velden (Waalwijk ergens rond de 4 a 5 miljard m3 versus Slochteren in den beginne 2975 m3 ) voor de minister belangrijk is nu het grote veld versneld dichtgaat. Op deze manier houdt hij nog wat gas en geld.
Wigger heeft veel mijnschadeonderzoek gedaan. Hij stelt dat er geen mijnbouwactiviteiten bestaan zonder (eventueel op de lange termijn) mijnbouwschade. In Waalwijk lijkt de kans op aardbevingen klein, maar dat die nul is kan niet gegarandeerd worden. Verzakken door compactie (de bodemlagen worden samengedrukt) kan wel. In Waalwijk zal dat, vanwege het veel kleinere veld, om een veel kleinere daling gaan.
Overigens kunnen ook proefboringen, die niet tot exploitatie leiden, toch tot enig effect op de omgeving leiden. Daarvan zijn er een heleboel rond Waalwijk.
Schade door de gaswinning in Waalwijk (volgens Wigger)
Wigger heeft rondgereden en inderdaad schade gezien, die volgens hem van de gaswinning komt. Deze plaatjes komen uit de Omroep Brabant-uitzending.
Uiteindelijk komt de rekening terecht bij de laatste exploitant. Ik ben benieuwd wat het financiele weerstandsvermogen van Vermilion is.
Fracken in schalie en fracken in zand- en kleilagen, zoals in Waalwijk, is wat anders. Desalniettemin houdt ook dan fracken risico’s: brand, explosies, bodemdaling, verontreiniging. Het bedrijf vindt die risico’s verwaarloosbaar, maar volgens Wigger vergaat men dan de methaanlekkage langs de boorpijp (bij het Slochterveld een procent of vijf). In Drente is al eens methaan in het drinkwater gekomen.
Alle Nederlandse putten zijn niet berekend op fracken.
Vermilion wil fracken omdat de 40% gas die nog in het reservoir zit, moeilijk bereikbaar is.
Op basis van het klimaat zou je de gaswinning moeten stoppen.
Op basis van de techniek moet je wel weten wat je doet. Je moet verdere schade voorkomen, oa door de afdichting van de putten te verbeteren en de druk op het reservoir in stand te houden.
Het moet mogelijk zijn vormen van duurzame energie te ontwikkelen in de putten. Er is druk, temperatuur, reservoirs en infrastructuur. Hoe men zich dit moest voorstellen, vertelde Wigger er niet bij. Dit is het gebied van zijn consultancy bureau.
De gemeente Waalwijk heeft Wigger in de arm genomen om een bezwaarschrift te schrijven op het voorgenomen besluit van Wiebes.
Kaart van de winningsvergunning Waalwijk
Waalwijk-Zuid, Sprang en Tilburg Het winningsgebied ligt in een Noord-Zuidstrook van Waalwijk-Noord tot Tilburg. Ook voor de andere gebieden zijn uitbreidende winningsvoorstellen ingediend. Deze zijn procedureel in een minder ver stadium. Het is goed om daarop te letten.
Een aanvullende beschouwing over nadelen en risico’s bij de energiewinning Die is van mij persoonlijk en niet van Wigger.
Er bestaat geen vorm van energieproductie zonder risico’s en negatieve zekerheden. Ook bij windturbines en zonneparken bestaan die.
De enige manier om geen risico’s te lopen door de energiewinning is door geen energie te winnen. De nadelen en risico’s die een ingestorte samenleving dan loopt, zijn vele ordes van grootte erger.
Het dilemma gaan niet tussen wit en zwart, maar tussen grijs en grijzer. Fracken is geen absoluut kwaad, maar een relatief kwaad (en dan denk ik met name aan geothermie).
Geothermiekansen, uit Geothermische energie uit Trias aquifers in de ondergrond van Noord-Brabant
Dat de bevolking van Waalwijk geen zin heeft in een kleinschalige herhaling van het Groningse drama, kan men begrijpen. De Staat der Nederlanden en de exploitanten van gasvelden hebben dat wantrouwen verdiend.
Politiek en bestuur moeten zich echter realiseren dat er geen ideale oplossingen zijn voor het energieprobleem. Op een gegeven moment (en al tamelijk snel) moet er wat (bijvoorbeeld als de Tilburgse stadsverwarming wil verduurzamen met geothermie) en dient zich de vraag aan HOE men met risico’s omgaat, niet OF men er mee omgaat.
Een eerlijke en vertrouwen wekkende politieke en bestuurlijke omgang met risico’s en negatieve zekerheden zou veel goed kunnen doen.
Een delegatie van de SP-fractie in Provinciale Staten (PS) van Brabant en uit kringen van de Tilburgse SP-fractie heeft op vrijdag 22 juni 2018 een werkbezoek gebracht aan DIFFER. De delegatie werd ontvangen door directeur Richard van de Sanden.
Er volgde een rondleiding, een inleiding en een discussie.
DIFFER als instituut DIFFER staat voor Dutch Institute For Fundamental Energy Research. Het is een NWO-instituut dat sinds 2015 een eigen laboratorium heeft op de Eindhovense TU/e . De verhuizing is betaald met €5,0 miljoen vanuit de regio (provincie, MRE en gemeente Eindhoven) en met €4,0 miljoen vanuit NWO.
Er werkt een staf van 220 mensen (verdeeld over 150 fte), en het jaarbudget bedraagt bijna €14 miljoen, grotendeels publiek gefinancierd.
DIFFER heeft een zestal geregistreerde patenten en licensies uitstaan bij de industrie en heeft vier industriele partnerships. Als uit die patenten geld gaat rollen, krijgt DIFFER royalties.
Visie van DIFFER op de energietransitie
DIFFER als onderzoeksinstelling DIFFER werkt op twee hoofdonderwerpen, kernfusie en “Solar Fuels”.
Voor kernfusie is DIFFER toeleverancier van research ten behoeve van het Europese onderzoeksproject ITER. Concreet doet men onderzoek met hele hete plasma’s aan materialen, die binnen de ITER een uitlaatpoort moeten worden.
Vroeg of laat moet beheerste kernfusie (om PinkFloyd te citeren “Setting the controls for the heart of the sun”) een regelbare volcontinu basis worden voor de elektriciteitsvoorziening.
Politiek is dit belangrijk, maar het is ver van het regionale en lokale bed.
Omzetting en opslag van Solar Fuels
Voorstelbaarder en dichter bij huis is het solar fuels – programma. De TU/e en de Brainportregio dromen over het Fuelliance-initiatief (een naam in analogie met het dunne PV-film onderzoeksproject Solliance) dat iets vergelijkbaars moet gaan doen met synthetische brandstof uit zonlicht of overschotten aan duurzame elektriciteit.
De basistechnieken hiervoor bestaan al, maar de opgave is om die op een goede wijze te combineren en op te schalen. Als men dit op grote schaal en voor betaalbare prijzen voor elkaar zou krijgen, heeft dat klimaatvoordelen. Bovendien brandt de synthetische brandstof veel schoner dan fossiele brandstof. Het Beraad Vlieghinder Moet Minder heeft bijv. om die reden synthetische brandstof op zijn eisenlijstje staan.
Het rendement van de hele keten (van bijv. energie in zonlicht naar synthetisch ‘aardgas’) is nog klein (onder de 10%). Dat is een van de dingen die veel beter moet (maar het rendement van zonnepanelen was in het begin ook veel kleiner dan het nu is).
De hydrolyse-machine (op pilotschaal) van DIFFER
In de discussie ging het over de vraag waar je de oppervlakten vindt om dergelijke hoeveelheden energie te produceren. Het antwoord is: in landen met veel zon en veel ruimte, zoals de Sahara. Marokko heeft bijvoorbeeld veel zon-initiatieven.
Maar het zou ook een basis kunnen zijn om de positie van landen als Griekenland en Spanje binnen de EU te versterken.
Dit is nog toekomstmuziek.
Men kan de geproduceerde elektriciteit via zg. HVDC-kabels rechtstreeks transporteren, maar dat is duur. Het is tien maal zo goedkoop (zegt Van de Sanden) als je de stroom op locatie omzet in synthetische brandstof en die op de gebruikelijke wijze met tankers rond vaart.
(Dat er een HVDC-kabel naar Noorwegen ligt (de NorNed-kabel) is omdat die helpt om in real time het elektriciteitsnet te stabiliseren. De elektrische energie gaat ’s nachts naar het Noorden en overdag naar het Zuiden, en per saldo gaat er netto niet veel doorheen. Desalniettemin heeft het ding zijn aanlegkosten in no time terugverdiend.)
De thoriumreactor De PVV zeurt in Provinciale Staten iedereen de kop gek over de thoriumreactor. Windmolens zijn minaretten en zonnepanelen deugen ook niet, maar de thoriumreactor is het helemaal. Wat Van de Sanden van de thoriumreactor vond?
Zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Thoriumreactor .
Experimentele thoriumreactor van Seaborg (“Waste Burner”)
Van de Sanden vond de thoriumreactor, althans de gesmolten zoutvariant ervan, op zich een goed ontwerp. Hij is inherent veilig (stopt vanzelf bij storingen), er is relatief veel thorium, je krijgt veel minder radioactief afval dat veel korter straalt, en je kunt er zelfs bestaand radioactief afval in ‘verbranden’ . Er hebben kleine prototypes gedraaid.
Maar, en dat is voor de een een voordeel en voor de ander een nadeel, het is veel moeilijker om er kernwapens mee te maken. Daarom is in de naoorlogse jaren de afslag naar thoriumcentrales gepasseerd ten gunste van uranium als grondstof. Dat is nu de standaard.
Als een land nu een thoriumcentrale zou willen ontwikkelen, kost dat decennia en heel veel geld. Op korte termijn lost het dus geen problemen op.
Bovendien kan een provincie er niets mee. Als je er al wat mee zou willen, is dat nationale of mogelijk zelfs Europese industriepolitiek.
Hiermee gaf van de Sanden een mening die ik zelf ook al had.
Volgorde van prioriteiten voor lagere overheden tav klimaat
Een advies voor de provincie en de gemeenten In bovenstaande rangorde van verdienste staat energie-efficiency, isolatie en het gebruik van restwarmte bovenaan.
Het gebruik van restwarmte echter is een bij uitstek politiek vraagstuk. Want wie legt de warmtenetten aan en wie exploiteert ze?
De Eindhovense TU/e zelf heeft bijvoorbeeld een groot warmteoverschot en zou gemakkelijk een stuk omgeving kunnen verwarmen, maar de TU/e gaat echt zelf niet zo’n net aanleggen – als dat überhaupt al zou mogen. En ook de industrie mag niet zomaar van alles.
De nationale politiek zou eens kritisch naar de Warmtewet moeten kijken (zie De Warmtewet moet anders! of Het Brabantse warmteplan nader geanalyseerd )
Voor de grootschalige uitrol van wind en zon is de betrokkenheid van de lagere overheden van essentieel belang. Dat zal veel gaan vragen!
De actie in Waalwijk
De SP heeft als partij een achterstand in te halen op energiegebied en is daar nu mee begonnen. In Waalwijk bleek op 16 juni 2018 dat de SP mogelijkheden heeft die andere partijen niet hebben. Met een ploeg van zo’n 45 SP-ers werden er in Brabant zienswijzen tegen de uitbreiding van de gaswinning uitgedeeld en, waar mogelijk, ingevuld meegenomen.
De gaswinning in en ten zuiden van Waalwijk bestaat al sinds 1991. Het veld nadert bij de huidige wijze van exploitatie zijn einde. Exploitant Vermilion wil nog wat meer gas uit dit kleine veld persen nieuwe putten boren of bestaande uitbreiden, en wil gaan fracken.
Het hoofdbezwaar is dat Vermilion er in deze tijd überhaupt naar streeft om nog meer gas te winnen. Daarnaast verhoogt de uitbreiding de kansen op aardbevingen, lekkages etc. Dat de kans op geïnduceerde aardbevingen niet nul is, bleek bij een ander klein gasveld in Noord-Holland.
Uiteindelijk heeft onze grote ploeg 303 ingevulde zienswijzen opgehaald. Die gaan als pakket naar het Ministerie. Daarnaast zullen er ook nog wel een paar zienswijzen rechtstreeks opgestuurd gaan worden.
SP-Tweede Kamerleden Henk van Gerwen en Sandra Beckerman (woordvoerder energie), met de 303 ingevulde zienswijzen in de hand.
De SP zou een beter uitgewerkt energie-verhaal moeten hebben Als laatkomer op dit gebied heeft de SP nog geen algemene greep op de materie. Er zijn losse episodes, zoals deze Waalwijkse wandeltocht en een eerdere demonstratie tegen de wrakke Belgische kerncentrales, maar er is geen algemeen verhaal dat bijvoorbeeld klimaatbewuste jongeren aanspreekt. Die zouden bijvoorbeeld graag willen weten of de Randstad in 2050 nog boven water ligt.
Wel heeft de SP een sterk verhaal over de energietransitie en de inkomensrechtvaardigheid. De facto is de energietransitie nu een financiele transfer van arm naar rijk, van mensen die veel betalen door hun tochtige huis en die geen zonnepanelen mogen of kunnen leggen, naar mensen met een grote bungalow die wel geld hebben en flink wat panelen kwijt kunnen.
De SP vindt, in navolging van Milieudefensie, geheel terecht dat de lusten en de lasten anders verdeeld moeten worden (zie Laagste inkomens de zak door kostentoedeling klimaatbeleid? ) . Dat betekent een inkomenstransfer van rijk naar arm. Die voorwaarde is noodzakelijk, maar op zich niet voldoende. Meel is een essentieel bestanddeel van brood, maar brood is meer dan alleen maar meel.
Er moet een ruimer verhaal komen.
Niet alleen dus over de vraag of er geld van rijk naar arm moet, maar ook hoe dat het beste kan. Als je bijvoorbeeld twee miljard per jaar zou hebben (het bedrag dat de regering met de verhuurdersheffing uit de volkshuisvesting haalt), wat zou je dan het beste kunnen doen? Uitgeven aan een individuele regeling als de salderingsregeling, waarvoor de noodzaak geleidelijk aan vermindert? Uitgeven aan opslagtechnieken? Teruggeven aan de woningbouwverenigingen met een verplichting het geld voor verduurzaming in te zetten? Uitgeven zoals Wiebes dat wil (dat verhaal kwam net uit tijdens onze Waalwijkwandeling)?
Ik ben er niet meteen uit. Ik zou eerst de kleine lettertjes van Wiebes wel eens willen lezen. En ik vind dat alle subsidies per definitie eindig zouden moeten zijn.
Zo ook hoe het technisch moet. Dat is geen detail, zoals sommige SP-ers wel eens denken, maar juist essentie. Er zwerven nogal wat politieke keuzes rond, bijvoorbeeld over waar er hoeveel windmolens moeten staan, of landbouwgrond plaats mag maken voor zonneparken, of je biomassa mag inboeken, en hoe het moet met hoogspanningstrajecten. Die keuzes zijn soms zeer vervelend.
Je ontkomt er als partij niet aan om een beeld te hebben wat je hiermee aan wilt, zodat (bijvoorbeeld) niet elke Provinciale Staten- of gemeenteraadsfractie apart het wiel moet uitvinden.
Zonnepark Bockelwitz-Polditz aan de Mulde (Dld) (foto bgerard) (Dit park telt 14000 panelen, samen goed voor 3,15MW piek, en was daarmee in 2010 het 130ste park van Duitsland).
En een theorie over de beste organisatievorm. Grootschalig (mijn voorkeur, want simpelweg onontkoombaar), kleinschalig (wat politiek lief klinkt maar bijna niets opbrengt), of een iets grotere kleinschaligheid in de vorm van coöperaties? Privaateigendom? Participatieregelingen? Terug nationaliseren van de vroegere Nutsbedrijven? Zie Duurzame energie bottom-up of top-down organiseren? .
Inleiding De fabricage van cement is goed voor ca 5% van de mondiaal geloosde CO2 – uitstoot. Alle reden om te kijken of dat niet minder kan. In Nederland wordt daar al veel aan gedaan en daardoor loost de Nederlandse betonfabricage in verhouding minder (ca 1,6% van de Nederlandse CO2 -lozing). Dat is echter nog steeds veel.
BPMN, een van de grootste betonindustrieën in het Belgische Malonne (eigen foto bedrijf, Wikipedia)
Dat cement echt circulair kan worden ligt niet voor de hand. Je maakt cement door kalksteen te branden of een mengsel van kalksteen net kleiachtige toeslagstoffen. Daarvoor moet de oven heel heet worden (wat op zich al veel CO2 loost) en splitst de kalksteen een heleboel CO2 af, waardoor je ongebluste kalk krijgt of een mengsel waar ongebluste kalk in zit. Aan dat primaire proces zelf is niet wat te doen.
De cement wordt gemengd met zand en grind en eventueel andere stoffen (bijv. vliegas), en met (als het goed is) de juiste hoeveelheid water. Het water reageert heftig met de ongebluste kalk en er ontstaat een mix van calciumhydroxide (‘gebluste kalk’), vaak een flink restant ongebluste kalk (de hoeveelheid water klopte dan niet) en toeslagstoffen. Dat geheel heet beton.
Ouderwetse betonrecycling betekent lomp maalwerk en de korrels als fundering gebruiken, bijvoorbeeld voor wegen. Waarna voor nieuwe toepassingen weer geheel nieuw beton aangemaakt moet worden. Zonde van de CO2.
Koos Schenk uit Oss probeert al jaren betonrecyclingstechnieken te ontwikkelen. Zijn SmartCrusher kreeg in 2014 de Wereldprijs van de ASN-bank. Dat leverde 10 mille op voor doorontwikkeling. Het artikel in BouwWereld, waar dat in staat, geeft eigenlijk al een goed inzicht in de essentie van het idee. Zie www.bouwwereld.nl/nieuws/oud-beton-slim-hergebruiken/ .
De TU/e bewees dat het ontwerp van Schenk werkte.
Aan de basis ligt de observatie van Schenk dat er als regel in beton meer cement gebruikt wordt (of minder water toegepast) dan nodig.
De recente presentatie: PR of echt waar?
Nadien heeft Schenk partners gevonden in, of zijn uitvinding verkocht aan, twee ondernemingen, New Horizon Urban Mining en de Rutte Groep, een wegenbouwer. Die kwamen er op 5 juni 2018 op de Provada mee voor de dag, begeleid door een behoorlijk ronkende PR-campagne “Nederlandse primeur: circulair cement schudt de betonsector op” (Trouw) of “Nieuwe betonvreter is de ‘heilige graal’”(NRC – www.nrc.nl/nieuws/2018/06/05/deze-betonkneuzer-is-de-heilige-graal-in-de-bouw-a1605490 ). Het ding heet de “New Liberator”.
Ongeacht de waarde van de bewering, weet men in elk geval een pakkende naam te verzinnen.
Maar gegeven het rauwe productieproces van nieuwe cement leek het me sterk dat het echt “circulair” was. Is de circulair-claim nou waar, half waar of niet waar? Ik wilde het wel eens uitzoeken.
Half waar
Nu ben ik zeker geen betondeskundige, maar de basisbeginselen zijn niet zo moeilijk en met een wat achtergrondkennis van de chemie kom je al gauw een heel eind.
De Smart Liberator (foto Rutte Groep)
Het NRC-artikel is goed en het artikel in BouwWereld van 2014 ook.
Oude puinbrekers breken lomp. Met grof geweld maalt men alles middendoor, tot en met de kiezelstenen – wat nergens voor nodig is. Daardoor krijg je gemengde brokken waar je eigenlijk niets anders meer mee kunt als onder wegen stoppen.
De essentie van het proces is dat de Smart Crusher echt smart crusht. Subtiel zogezegd. Hij herkauwt als het ware als een koe, om het onnavolgbare PR-proza te blijven gebruiken.
Daardoor komen het grind, het zand, de wel-uitgeharde en de niet-uitgeharde fracties er gescheiden uit. De gescheiden niet-uitgeharde cement (Freement” gedoopt) kan gewoon weer als cement gebruikt worden in toepassingen waar het niet erg kritisch komt (putten en zo) en tot 30% in constructiebeton.
Al met al vind ik, dat het woord “circulair” niet op zijn plaats is. Het proces is niet cyclisch.
Maar het proces spaart wel flink CO2, op drie manieren:
De ongebruikte cement wordt alsnog gebruikt en hoeft niet nieuwe gemaakt te worden. Dat spaart een deel van het CO2-uitbrakende primaire proces uit
De wel-uitgeharde cement moet terug het primaire proces in, maar bevat geen of weinig CO2 en daardoor komt er alleen de CO2 van de ovenbrandstof vrij
Het maalproces is minder lomp (men maalt niet overbodig kiezelstenen middendoor) , en dat zal wel minder energie kosten.
Het eindproduct (foto Urban Mining)
Per saldo is het oordeel dat de fraaie PR (die eigenlijk een prijs in eigen recht zou moeten krijgen) maar half waar is, maar dat de helft die waar is een grote verbetering is.