De zinkfabriek van Nyrstar in het Belgische Pelt heeft eind augustus 2025 uiteindelijk, ondanks de vele negatieve zienswijzen, toch een nieuwe lozingsvergunning op de Dommel gekregen van de Belgische provincie Limburg. Nyrstar Pelt ligt net aan de Belgische kant van de grens, maar de Dommel stroomt al na een paar honderd meter Nederland binnen. Dan stroomt hij door Natura2000-gebieden
De provinciale vergunning was een enerzijds-anderzijds vergunning. Enerzijds mag Nyrstar Pelt doorgaan met zijn bezigheden, zijnde het zuiveren en recyclen van zinkoxideafval van elders en het maken van zinklegeringen – op zich overigens zinvolle bezigheden. Verder staat het bedrijf bovenop zijn eigen eeuwigdurende bodemsanering, van welke sanering het opgepompte water gezuiverd wordt. De provincie verbond limieten aan de vier in de lozingsvergunning genoemde stoffen, te weten chloriden, sulfaten, selenium en thallium en beperkte de looptijd van de vergunning tot 31 december 2027. Die limieten waren strenger dan die tot dan toe golden. Deze lozingsvergunning maakt deel uit van een grotere vergunning, die 16 december 2029 afloopt. Anderzijds waren de limieten, volgens de in totaal 25 zienswijzen, niet streng genoeg om de Kader Richtlijn Water (KRW) te halen en bleef er vergif afgezet worden op de lage weilanden en natuurgebieden langs de Dommel, soms Natura2000.
Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven een zienswijze ingediend ( bjmgerard.nl/bezwaar-tegen-voorgestelde-nieuwe-lozingsvergunning-nyrstar-pelt/ ) De belangrijkste aanvulling van Milieudefensie op de meer op de natuurwetgeving gebaseerde argumentatie van anderen was dat Milieudefensie principieel bezwaar maakte tegen het ‘economisch haalbaar’- criterium in de ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT en zelfs ook BBT+). Secundair vond Milieudefensie Eindhoven dat als je (noodgedwongen) toch voor dit criterium zou kiezen, dat het dan afgezet moest worden tegen de omzet van Nyrstar Pelt als geheel, en niet tegen alleen maar het specifieke bedrijfsonderdeel dat voor bijna alle vervuiling zorgt (de Hydroafdeling die de recyclingtaak uitvoert). Of tegen de netto kasstroom van moederbedrijf Trafigura, in 2023 rond de 10 miljard.
Men kon in beroep gaan (dat is officieel juridisch) tegen de vergunning bij het eersthogere politieke niveau, de Vlaamse regering. Milieudefensie Eindhoven is geen rechtspersoon en kan niet procederen. Maar er lagen een aantal juridische beroepsschriften, te weten van vijf natuurlijke personen uit kringen van XR; van Waterschap De Dommel; van Natuurmonumenten (NL); van alle elf Nederlandse Dommelgemeenten vanaf Valkenswaard tot en met Den Bosch; en namens vier Belgische natuurorganisaties. Zie bjmgerard.nl/breed-beroep-ingesteld-tegen-nieuwe-lozingsvergunning-nyrstar-pelt/
De Vlaamse regering heeft al die beroepen behandeld en heeft uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, geoordeeld dat er nog genoeg rek in de situatie zat om de provinciale lozingsvergunning voor chloriden en sulfaten nog verder aan te scherpen. Die aanscherping was in praktijk in het water al gerealiseerd.
Hieronder een overzichtstabel van de lozingsverordening in de opeenvolgende stappen. Let dus wel dat dit slechts een deel is van een grotere vergunning.
De derde kolom betreft de vergunning, zoals die afliep op 16 december 2025. De vierde kolom is wat de provincie Limburg er van had willen maken. De vijfde kolom is wat de Vlaamse regering (na de beroepen) wil.De Vlaamse regering heeft de lozing van selenium en thallium zo gelaten als de provincie Limburg die bepaald had. Wel komt er een nader onderzoek naar de verdere beperking van thallium. Ook heeft de Vlaamse regering beter uitgewerkte bemonsteringsverplichtingen van het Dommelwater vastgesteld.
Organisaties die in beroep gegaan zijn (en dus gedeeltelijk gelijk hebben gekregen) kunnen het juridisch nog een stap hogerop zoeken, bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen in Brussel. Onduidelijk is of dat gaat gebeuren.
De context Vanwege de toestand in de wereld wil Europa, en wil daarbinnen de Nederlandse staat, herbewapenen. Ik ben geen principiële pacifist en ik vind dat verworvenheden als de rechtsstaat, de diverse vrijheden en de democratie, voor zover aanwezig, verdedigd moeten worden tegen vijanden binnen en buiten bondgenootschappen, en binnen en buiten het eigen land, maar ik vind dat de militarisering doorslaat en veel verder gaat dan nodig. Ik ga echter deze discussie verder niet in dit artikel aan.
Chinook-helikopter (website Defensie)
Gevolg van de verzwaarde taakstelling is dat de Nederlandse krijgsmacht in allerlei opzichten veel meer ruimte nodig heeft. Om die te vinden is het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) opgestart. De algemene filosofie wordt stapsgewijze getrechterd naar steeds concretere plannen.
Op 23 mei 2025 is het Ontwerp-NPRD uitgebracht annex een PlanMER deel A en idem deel B, een samenvatting van dit alles, en 34 bijlagen. Het betreft een flink pak, soms dikke, documenten. MER staat voor Milieu Effect Rapport. Hierin worden besproken 44 behoeften met een min of meer lokaal karakter, alsmede 13 behoeften met een bovenregionaal karakter. Ik heb hierover toen niet op deze site geschreven. Wie dit alles wil bekijken, inclusief de voorgeschiedenis, kan terecht op Inspraakpagina met alle documenten .
Het is een goede gewoonte in Nederland dat de onafhankelijke Commissie MER (CieMER) zich over grotere MER-ren buigt en dat is gebeurd. Op 28 oktober 2025 is het werkstuk van de CieMER uitgebracht. Het is te vinden op https://www.commissiemer.nl/actueel/nieuws/milieugevolgen-defensieplannen-grotendeels-in-beel (de pagina geeft een persbericht, met onderaan een link naar het hele rapport). Ik gebruik het rapport van de CieMER als aanleiding voor dit artikel.
Sommige van de Defensiebehoeften roepen veel commentaar op, zoals de plaatsing van de F35-straaljagers, de grote nieuwe kazerne in Zeewolde, en de explosieven-oefenterreinen. Deze site focust op Noord-Brabant, waar ook van allerlei dingen moeten. Erg veel zelfs, want Brabant is al heel lang behoorlijk gemilitariseerd, en nu dreigt dus nog meer. Binnen Noord-Brabant focus ik mij in dit artikel op Defensiebehoefte XI (laagvliegende helikopters) en X!! (helikopterlandingsplaatsen). Niet dat ik de rest onbelangrijk vind, maar selectie van de aandacht is nodig en het verbaasde mij een beetje dat over dit onderwerp nog maar weinig geschreven is.
De CieMER redeneert anders dan Defensie De CieMER spreekt op hoofdlijnen zijn waardering uit – temeer, daar Defensie niet eens verplicht is een PlanMER te maken. De Omgevingswet biedt, desgewenst, de mogelijkheid tot ontheffing. Neemt niet weg dat de CieMer wel het een en ander te verhapstukken heeft met Defensie. Het komt er eigenlijk op neer dat sommige pakken papier nog niet dik genoeg zijn.
In zijn algemeenheid komt dat door een andere filosofie.
Defensie neemt per onderwerp een beperkt aantal eenvoudige kreten (luchtvervuiling is PM10 – waar je bij vliegtuigen overigens niets aan hebt); recreatie = het aantal wandelkilometer en het aantal overnachtingen (kun je opzoeken bij het CBS); biodiversiteit is vogels op de SOVONkaart. Geluid en trillingen worden gewogen met de woningdichtheid in het laagvlieggebied. Dit soort principes worden dan 44+13 keer toegepast en zo krijg je eigenlijk 57 kleine PlanMER-retjes. Breed, maar oppervlakkig.
De CieMER zit meer in de filosofie ‘smaller maar dieper’. Er moet dus van alles nader onderzocht worden. (In hoeverre Defensie zich daar wat van aantrekt, staat overigens te bezien). De CieMER vindt dat Defensie geen ‘compleet en navolgbaar beeld’ geeft en dat ‘aanvulling essentieel is’.
De CieMER vraagt zich bijvoorbeeld fijnzinnig af of de 57 deel-MERretjes samen hun doel bereiken (de formulering is van mij, niet van de CieMER). Kom je inderdaad aan het beoogde aantal van 2500 zinvolle en diverse trainingsuren? Goede vraag.
Er zijn ernstige twijfels over de stikstof. De ‘Passende Beoordeling’ in de MER ziet dat zonnig in, vooropgesteld dat de benodigde maatregelen aantoonbaar effectief zijn. Maar dat is nu net het probleem: die zijn zo algemeen en vaag dat men hier niet zomaar staat op kan maken.
Ook vindt de CieMER dat de NPRD, in zijn algemeenheid, te weinig oog heeft voor de andere grote landelijke thema’s, zoals de woningbouwopgave, de energietransitie, natuurherstel, water en klimaat. Defensie vindt dat de impact daarop beperkt is en verwijst naar een rijkswerkgroep, zonder daar verder veel woorden aan vuil te maken. Dit kon wel eens tegenvallen, meent de CieMER. Dit alles moet in dezelfde Nota Ruimte terecht komen.
De uitvoering van de NPRD-activiteiten vraagt om een algemeen monitorings- en evaluatieplan.
Laagvliegende helikopters in NBrabant ‘Laag’ betekent echt ‘laag’. ‘Normaal’ voor helikopters is dat ze boven aaneengesloten bebouwing, industrie- en haventgebieden en andere terreinen met veel mensen minstens op 275m hoogte boven het hoogste obstakel moeten vliegen, en daarbuiten op minstens 45m hoogte. ‘Laag’ betekent dus minder dan 45m, en dan zo laag als voor de taakuitoefening nodig is.
Zijwaarts rekent het MER met een buffer van 600m t.o.v. de bebouwde kom, waarbij men interessante discussies kan ontwaren of ‘aaneengesloten bebouwing’ hetzelfde is als ‘bebouwde kom’ (bijvoorbeeld bij lintbebouwing of vakantieparken).
In het kaartje hierboven zijn de bestaande laagvlieggebieden in NBrabant met een gele rand weergegeven zonder arcering. Dat betreft twee gebieden: een flink blok van ongeveer de Grote Peel tot Venlo (MER-code B1) en de Oirschotse Heide (code B2). (De kaartjes in het MER zijn vaak slecht te lezen.) Binnen gebied B1 moet dus rond de bebouwde kom een buffer van 600m vrijgehouden worden. De ingetekende gebieden zijn dus bruto: netto is veel minder.
Er zijn in den lande nu twaalf bestaande laagvlieggebieden. Na reductie van bruto naar netto blijft er vaak niet veel meer over als een veredeld ‘rondje rond de kerk’ en als piloot zijnde ken je dat op een gegeven moment wel uit je hoofd. Daarom wil Defensie meer variatie in de oefenstof. Bovendien moet het aantal trainingsuren omhoog van 1400 naar 2500 per jaar en moet de ellende meer gespreid worden.
Daarom wil Defensie er acht laagvlieggebieden bij, waarvan twee in NBrabant. Het betreft een lap grond (code N1) die aansluit aan, en ten westen ligt van, het bestaande gebied B1. De begrenzing is ongeveer de A67 in het Noorden, de spoorlijn Eindhoven-Weert in het westen, en een buffer ten Noorden van Weert in het Zuiden. Verder betreft het een lap grond tussen de stedenrij Tilburg-Breda-Etten-Leur-Rucphen (met een buffer) en de Belgische grens. Zowel in B1, N1 als in N2 zouden 125 vliegbewegingen per jaar moeten worden toegestaan. In B2 zijn 500 vliegbewegingen toegestaan.
De helikopters moeten vanaf Gilze-Rijen naar de betreffende gebieden vliegen. Dat doen ze niet ‘laag’ in de zin van onder de 45m, maar vaak ook niet heel hoog boven die 45m. Die onderweg zijnde helikopters geven ook overlast, maar daaraan besteedt de laagvliegbijlage van de NPRD geen aandacht.
Apache op ‘tree top’-niveau
Defensie is uiterst karig met verwijzingen naar communicatie als er straks eenmaal gevlogen gaat worden, dus in de uitvoerende fase. Men kan zich voorstellen dat als er een Chinook op 30m hoogte over een manège met renpaarden vliegt, dat inpandig tot taferelen gaat leiden. De paardenbaas zal op zijn minst van tevoren willen weten dat dat gaat gebeuren. Defensie erkent dat dit nodig is, maar die gedachte wordt in het geheel niet structureel uitgewerkt.
De CieMER brengt, specifiek over laagvliegende helikopters, een paar dingen in.
Defensie wil niet aan geluid rekenen, want de vliegroutes zijn onvoorspelbaar en de Lden dus onberekenbaar. De CieMER is het hier niet mee eens en ziet de cumulatie van geluid, die met name in NBrabant kan plaatsvinden door jachtvliegtuigen en laagvliegende en landende helikopters. Defensie geeft geen inzicht bij hoeveel woningen hoeveel herrie gaat optreden. Deze cumulatie kan ernstige gezondheidsaffecten opleveren. De CieMER wijdt daarbij een passage aan de wijze van geluidsberekening. Dat doet de CieMER zowel voor de F35 als voor laagvliegende helikopters. De commissie pleit er nadrukkelijk voor om niet alleen met de jaargemiddelde geluidssterkte te rekenen in Lden (of Ke, maar die gaat eruit), maar om ook hoogte en aantal van de piekgeluiden mee te nemen in de beoordeling. Een F35 kan 115dB(A) LAmax halen (bijna de pijngrens en gegarandeerd goed voor gehoorschade), maar een Apache op 20m boven je hoofd kan er ongetwijfeld ook wat van. De CieMER is het er niet mee eens dat slaapverstoring niet als apart aandachtspunt meegenomen is. Het algemene oordeel van de CieMER is dat deze geluidsproblematiek veel grondiger moet worden aangepakt. Daarbij hoort een jaarlijkse monitoring. Als het dan al onmogelijk is om vooraf vliegroutes te weten (en daarmee uitrekenbaar te maken), dan kan dat op zijn minst achteraf onderzocht worden.
Het aandachtsgebied luchtverontreiniging moet worden uitgebreid met (ultra)fijn stof en Zeer Zorgwekkende Stoffen.
Defensie moet aanvullende informatie geven over de impact van laagvliegende helikopters op rust- en slaapplaatsen van vogels en zeezoogdieren (Natura 2000- en weidevogelgebieden). In het bestaande resp. beoogde laagvlieggebied B1 en N1 liggen resp. bijvoorbeeld de Grote Peel en de Strabrechtse Heide, met zijn vennen).
Landende helikopters in NBrabant Defensie wil ook het aan de grond zetten van helikopters, en de daarbij horende, militaire operaties oefenen. Op dit moment landen er helikopters op twee bestaande Brabantse oefenterreinen (De Vijf Eiken en de Oirschotse Heide). Impliciet lijkt het erop dat het aantal landingen op de twee bestaande terreinen gelijk blijft, maar dat staat niet met zoveel woorden op papier. Defensie wil op negen bestaande oefenterreinen, waar dat nu niet gebeurt, het landen met helikopters mogelijk maken. Bovenstaande kaart en legenda geven aan wat de bedoeling is. Het is de bedoeling dat, over heel Nederland, het aantal landingen stijgt van 5320 naar 24000.
Voor dit onderwerp gelden in de bijlage bij de NPRD, die over helikopterlandingsplaatsen gaat, overwegingen die vergelijkbaar met, maar niet identiek zijn aan die rond laagvliegen. Er worden ‘proxy-kenmerken’ gezocht die op zich niet absurd zijn en die objectiveerbaar zijn, maar die bij elkaar per terrein toch een oppervlakkige indruk geven:
Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland en stikstof – welke criteria overigens geen dwingend karakter hebben
afstand tot stiltegebied – evenmin een dwingend karakter heeft,
infrastructuur als gasleidingen en hoogspanningsleidingen (dwingend, er staat niet bij hoe)
de aanwezigheid van kwetsbare bestemmingen als woningen.
Woningen worden in rekening gebracht met een buffer-afstand van 200m tussen woningen en locaties waar 750 landingen per jaar toegestaan (gaan) worden, en een buffer van 400m tussen woningen en locaties waar 3500 landingen per jaar toegestaan (gaan) worden. In beide gevallen leidt dat (volgens Defensie) tot 55dB aan de gevel, waarbij Defensie niet specificeert wat met ‘dB’ bedoeld wordt (max? Lden ? etmaalgemiddeld?). Uit deze beperking komen contouren voort rond woningen die over een oefenterrein kunnen liggen. Dit lijkt dwingend. Het oefenterrein kan dan gebruikt worden voor zover het buiten de contouren ligt.
Ter illustratie de omgevingskaart van OT De Vijf Eiken bij Rijen.
De CieMER volgt dezelfde algemene lijn als hiervoor geschetst bij de laagvliegende helikopters, met een belangrijke plaats voor de onderbouwdheid van de geluidsberekeningen en de geluidscumulatie. De Cie MER wijst erop, dat Defensie doet alsof alle heli’s op precies één plek op de hei landen (en kmt van daaruit tot de 55dB), maar in praktijk zal er verspreid geland worden. Verder benoemt de CieMER twee rapporten van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum(NLR), een over geluid en de andere over luchtkwaliteit en stikstof. Deze studies zijn als bijlage AXVII resp. AXVIII te vinden op de eerder genoemde weblocatie waar alle documenten staan. De CieMER vindt “vanwege de mogelijke ernst van de gezondheidseffecten een nadere toelichting op deze effecten en extra onderzoek daarnaar noodzakelijk”.
Reparatie van de plannen nodig Afsluitend meen ik, dat het NPRD-product van Defensie, hoe imposant ook in de breedte, nog forse reparatiewerkzaamheden nodig heeft voor het definitief wordt.
Er is in deze kolommen al uitvoerig aandacht besteed aan de nieuwe, tijdelijke lozingsvergunning van de zinkfabriek in het Belgische Pelt. Die perkt enerzijds de hoeveelheden chloride, sulfaat, selenium en thallium in t.o.v. wat eerder mocht, maar doet dat anderzijds niet zo drastisch dat aan de Kader Richtlijn Water (KRW) voldaan zal worden. Daarbij speelt een rol dat de concentraties, die de nationale overheden van de KRW mogen vaststellen, in België als regel soepeler worden vastgesteld dan in Nederland. Dat is relevant, omdat de Dommel vanaf Nyrstar Pelt nog maar een klein stukje door België stroomt en dan de Nederlandse grens oversteekt.
Ik heb voor Milieudefensie Eindhoven e.o. een zienswijze ingediend, die enerzijds benoemt dat Nyrstar Pelt een nuttige recyclefunctie van zink heeft en verplicht is zijn eigen bodem te saneren, en anderzijds dat de zuiveringstechniek niet ver genoeg gaat en te veel het begrip Best Beschikbare Techniek uitlegt als Best Betaalbare Techniek. Dat terwijl moederbedrijf Trafigura steenrijk is.
Voor de Eindhovense Milieudefensie-afdeling houdt het nu even op, omdat een lokale afdeling bij Milieudefensie geen rechtspersoon is en dus niet kan gaan procederen.
Andere organisaties, die zelfstandige verenigingen zijn of overheidsinstanties, of die een juridische tak hebben, zijn wel gaan procederen of gaan dat nog doen. Het betreft
Waterschap De Dommel
De gemeenten Valkenswaard, Waalre, Veldhoven en Eindhoven
De Belgische milieuverenigingen Limburgse Milieukoepel, Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt Pelt en Dryade
De (Nederlandse) vereniging Natuurmonumenten (zegt het Eindhovens Dagblad)
Extinction Rebellion (XR) (zegt het Eindhovens Dagblad)
Nyrstar Pelt ligt ongeveer bij nummer 33
Ik heb hieronder een persbericht van Waterschap De Dommel afgedrukt, dat als representatief voor de rest gezien kan worden. Het persbericht van de gezamenlijke Belgische verenigingen, de raadsinformatiebrief van de gemeente Eindhoven, en een bestandje met links naar de raadsinformatiebrieven van alle Dommelgemeenten zijn als bijlage toegevoegd. Natuurmonumenten en XR maken op hun sites geen melding van dit onderwerp. Vraag is of zij inderdaad zijn gaan procederen.
– – – – – – – – – – –
Persbericht 02-10-2025
Waterschap tekent beroep aan tegen Belgische lozingsvergunning Nyrstar
Nyrstar is een van de grootste metaalverwerkers ter wereld. Het bedrijf heeft een vestiging in Budel en net over de Belgische grens in Pelt. Voor de locatie in Pelt is de Belgische overheid verantwoordelijk voor de vergunningen. De beek waarop Nyrstar loost, stroomt maar 1,5 kilometer door België. Daarna komt het water in de Dommel terecht. Het effect wordt dus vooral in Nederland gevoeld.
In 2029 komt er een nieuwe vergunning voor alle stoffen die Nyrstar loost. Maar nu al lopen enkele deelvergunningen af. Nyrstar heeft ervoor gekozen om voor vier stoffen een nieuwe vergunning aan te vragen tot en met 2027. Ze willen in twee stappen minder gaan lozen, tot 2029. Het gaat om de stoffen Seleen, Sulfaat, Chloride en Thallium. Nyrstar heeft hiervoor een aanvraag ingediend bij de Belgische provincie Limburg. De hoeveelheden die ze mogen lozen zijn lager dan vroeger, maar nog steeds groot. Volgens de nieuwe vergunning mag Nyrstar dagelijks 10.000 kilo Chloride en 5.300 kilo Sulfaat lozen. Per liter water mag er 40 microgram Seleen en 1,5 microgram Thallium in zitten.
Verbeterde stap niet groot genoeg
Wij als waterschap hebben een negatief advies gegeven over deze vergunning. We zien wel een kleine verbetering ten opzichte van de oude situatie, maar vinden de stap niet groot genoeg. Hierdoor halen we onze KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in 2027 waarschijnlijk niet.
We konden niet zelf adviseren op de vergunning, maar de provincie Noord-Brabant mocht dat wel. Zij hebben ons advies overgenomen. Toch heeft de Vlaamse provincie Limburg ons negatieve advies naast zich neergelegd en de vergunning alsnog verleend. Daar zijn wij als waterschap niet blij mee. Daarom tekenen we administratief beroep aan. Zo krijgen we de kans om onze bezwaren aan de Vlaamse minister te laten weten. We vinden dat er onvoldoende naar onze zorgen is gekeken.
Een zo schoon mogelijke Dommel
Dit is een stevige stap van ons waterschap richting onze zuiderburen. We maken als Nederlandse overheid bezwaar tegen een besluit van de Belgische overheid. We willen een zo schoon mogelijke Dommel. Daarom vinden we het belangrijk dat de Belgische vergunningen geen belemmering vormen voor het behalen van onze waterkwaliteitsdoelen. Dat is nu wel het geval. Bovendien zijn de Belgische KRW-normen soepeler dan de Nederlandse.
Samenwerking met provincie en gemeenten
We werken in dit dossier nauw samen met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten langs de Dommel. We zitten ook met Nyrstar en de provincie Limburg aan tafel, omdat we allemaal een betere waterkwaliteit willen. Iedereen reageert vanuit zijn eigen rol op de vergunning:
De provincie kiest voor een diplomatieke aanpak
De Dommelgemeenten gaan in beroep
Wij kiezen voor een administratief beroep
Blijvende inzet op goede contacten
Ondertussen blijven we inzetten op goede contacten met Nyrstar en de Belgische overheid. Zo zaten Erik de Ridder en gedeputeerde Saskia Boelema vorige week bij de directie van Nyrstar aan tafel om elkaar bij te praten over de situatie
We hebben een Belgische advocaat ingeschakeld en het beroep wordt deze week ingediend. We verwachten in november meer te kunnen vertellen over het vervolg.
Het persbericht van de vier Belgische milieuverenigingen:
Ik ben een klein rood stipje bij de rechte lijn van de P, iets aan de hoge kant van het midden (de waterplas in de kwelder is de lage kant)
Milieudefensie Eindhoven heeft het protest tegen de voorgenomen gasboring in Ternaard van afgelopen zaterdag 06 september 2025 ondersteund. Ik was zelf ook aanwezig. De demonstratie was georganiseerd door Milieudefensie en de Waddenvereniging. Mijn taak was om zoveel mogelijk mensen in de bus vanuit Den Bosch te krijgen.
De spreker namens Milieudefensie besteedde aandacht aan het zeer recente onderzoek, in opdracht van Milieudefensie, naar de nieuwe velden die Shell van plan is aan te boren, waaronder in Nederland, waaronder dus in Ternaard. De spreker namens de Waddenvereniging stelde onder andere dat Nederland het risico loopt de Unesco-status voor het uniele gebied Waddenzee kwijt te raken vanwege de mijnbouw. Een korte samenvatting van met name Shell in Nederland is te vinden op https://milieudefensie.nl/actueel/onderzoek-nieuwe-olie-en-gasvelden-van-shell-in-nederland . Een uitgebreide samenvatting van het rapport/ maar dan mondiaal, is te vinden op /nieuw-onderzoek-bevestigt-de-olie-en-gasplannen-van-shell-verergeren-de-klimaatcrisis . Er blijkt uit:
Shell heeft in totaal 1.196 olie- en gasvelden volledig of deels in zijn bezit. Hiervan zijn 700 olie- en gasvelden (59%) nog niet in gebruik genomen, en 496 (41%) wel al in gebruik genomen. Hiervan 84 in Nederland, waarvan 30 nieuw.
Als Shell stopt met nieuwe olie- en gasvelden aanboren, zou dit maar liefst 5,2 miljard ton CO2-uitstoot voorkomen. Dat is evenveel als 36 keer de jaarlijkse uitstoot van heel Nederland!
Als Shell doorgaat met nieuwe velden betekent dit dat de CO2-uitstoot van Shell’s productietak in 2030 met 4% kan toenemen (in vergelijking met 2022).
Als Shell al zijn olie- en gasvelden (onontwikkeld en ontwikkeld) aanboort, loopt de CO2-uitstoot op tot 10.8 billion tonnes CO2: dat is 1/4 van de wereldwijde CO2-uitstoot.
De demonstranten ontplooiden en een goed georganiseerde choreografie negen hele grote spandoeken met op elk één letter, samen vormend de boodschap ‘Stop Shell’. De drone keek toe en zag dat het goed was. Voor mooie, bewegende beelden zie https://www.youtube.com/watch?v=GlEPBKKXBw4 .
En hoewel de Waddenzee, vanuit Eindhoven, zo ongeveer aan de andere kant van het land ligt, was de regio Eindhoven toch met minstens een handvol mensen vertegenwoordigd.
De actie heeft succes gehad en de gasboring bij Ternaard gaat niet door!
Dat heeft minister Hermans laten weten. Er was brede tegenstand: milieuorganisaties hebben er betoogd (o.a. Milieudefensie), maar ook het Staatstoezicht Op De Mijnen was tegen vanwege de te verwachten bodemdaling die, in combinatie met de zeespiegelstijging, het voortbestaan van d Waddenzee zou gaan bedreigen. uiteindelijk heeft mininster Hermans de NAM voor €163 miljoen uitgekocht.
Vooraf Bij elke duizendste (bruto) passant van mijn weblog traditioneel een wat meer persoonlijk getint verhaal in een wat vrijere onderwerpkeuze. Die duizendtallen volgen elkaar overigens steeds sneller op – ik loop achter. Dit was de 48.000ste.
Vandaag een artikel over de Donau van Passau tot en met Wenen. Dat zit zo: mijn vrouw en ik fietsen elk jaar op vakantie (ouden van dagen, helmpje op, elektrisch). Kan ik meteen wat vakantieimpressies kwijt en bijbehorende foto’s, plus wat uitzoekwerk als we terug zijn. Met de fiets op de trein naar München (interessante stad die een verblijf van een kleine week op zichzelf waard is), en vandaar af in etappes naar Salzburg. Vandaar af langs de Salzach stroomafwaarts tot die in de Inn komt, de Inn stroomafwaarts tot die bij Passau in de Donau komt, en van daar af begint het verhaal.
Soms ontbreekt er – per definitie aan de rustige kant waar het voor fietsers leuk is-, een stuk weg omdat het daar te ontoegankelijk of te steil is. Dat wordt opgevangen met fietspontjes. Dit is stroomafwaarts van Passau.
De Donauradweg als economische kracht De Donauradweg is erg fijn om te fietsen. We hebben hem in verschillende eerdere jaren, soms omhoog en soms omlaag, al helemaal gefietst van de bron, voorbij Donaueschingen, tot Passau. Nu dus het stuk tot Wenen erbij. Daarna volgt er nog een heel lang stuk tot de Zwarte Zee, maar of we daar nog aan toe komen is de vraag.
De Donauradweg is nu een dermate beroemd instituut, dat het een economische kracht geworden is. De toeristische koepelorganisatie ARGE Donau Österreich becijferde in /926-000-radfahrer-am-oesterreichischen-donauradweg-2023 dat zich in 2023 926.000 fietsers op de route vertoond hadden. Grofweg eenderde zijn vakantiegangers, een derde Oostenrijkers zelf die een dagtochtje fietsen, en een derde fietst ter wille van zijn of haar alledaagse bezigheden.
Het instituut is overigens niet oud. De eerste aanzet is van een jaar of 40 geleden (zegt wikipedia/Donauradweg ) en die bestond eruit dat de oude jaagpaden (waar een paard een schip vooruit trok met een touw) geopend werden voor fietsers. Het Bundesstrombauamt zag dat eigenlijk niet zo zitten. Nu is het traject Passau-Wenen de een na drukste fietsroute van Europa (na de Bodenseeroute).
Vakantiegangers gaven in 2023 ongeveer €70 per persoon per dag uit. Dat tikt dus lekker aan: een dikke €20 miljoen per dag, en dat vaak meerdere dagen. Blije horeca, blije fietsers.
Overigens zie je die drukte niet terug op het fietspad. Het is een groot gebied.
Natuurwaarden Als fietser heb je weinig zicht op wat er onder water rondscharrelt. Als je verdere informatie zoekt, vind je bijvoorbeeld het Oostenrijkse klimaat- en milieuministerie op oekologische_sanierung_donau Om de zoveel kilometer liggen er bijvoorbeeld stuwdammen waardoor vispopulaties van elkaar gescheiden zijn. Sommige trajecten lijken op zoiets als een onbedoeld kanaal met strakke oevers. Er zijn heel veel saneringsmaatregelen nodig. Maar onze ervaring hiermee als fietsers gaat niet verder dan de educatieve afbeeldingen bij Fischgasthof Aumuller in Obermühl.
De natuurwaarden langs de Donau zijn vanaf een fietszadel wel goed te zien en er staan vaak goede informatieborden. Je ziet bloemrijke bermen (best mooi) en mooie Au-landschappen (sommige Donau-Auen zijn terecht beroemd). Ik laat het bij wat mooie plaatjes. Wetenschappelijke pretenties ontbreken.
Wegberm tussen Persenbeug en Melk Fijnstraal
Donau-Auen tussen Melk en Zwentendorf
Traject Melk-Zwentendorf. Voor meer info en veel mooiere plaatjes zie https://www.life-traisen.at/de ).Life+ is een EU-programma ten behoeve van Natura2000 – gebieden.
De waterkrachtcentrales, het Verbund en energie in publieke handen Om de zoveel tientallen kilometer verschijnt het volgende ‘Kraftwerk’. Ik heb altijd interesse in hernieuwbare energie-oplossingen, dus ik heb goed gekeken en naderhand informatiemateriaal binnengehaald.
In totaal heeft het Verbund 132 waterkrachtcentrales (de meeste dus op andere rivieren dan de Donau), die gezamenlijk 33448GWh elektriciteit produceren (waarvan 13281GWh vanuit de tien Donaucentrales); 342 windturbines, goed voor 1818GWh stroom; 47 zonneparken, goed voor 446GWH stroom, en twee gasturbines goed voor 1300GWh stroom per jaar. Samen is dat goed voor zo’n 40% van de Oostenrijkse vraag naar elektriciteit.
Minstens 51% van de aandelen van het Verbund is in handen van de Oostenrijkse staat – dat ligt grondwettelijk vast. Ca 30% zit bij nutsbedrijven die geheel of grotendeels in handen zijn van lagere overheden. Ca 20% is ‘Streubesitz’ – het Duits heeft af en toe van die mooie woorden.
Kraftwerk Ybbs-Persenbeug
Oude, bij renovatie vervangen Kaplanturbine (Ybbs-Persenbeug)
Als voorbeeld een van de tien, Kraftwerk Ybbs-Persenbeug ( https://power.verbund.com/de/Ybbs-Persenbeug ). We hebben in Persenbeug overnacht en er lag net een groot riviercruiseschip in de sluis. Het Kraftwerk is 236MW en produceert 1336GWh per jaar. De installatie is in 1960 in gebruik genomen en tussen 2015 en 2022 ingrijpend gerenoveerd. De oude Kaplanturbine is nu monument. Voor de komende jaren staat een omleidingsroute voor vissen gepland (met weer zo’n mooi Duits woord een Fischwanderhilfe). Twee Kraftwerke verder, bij Greifenstein, ligt er al zo’n omleidingsbeek.
Visomleidingsroute bij Kraftwerk Greifenstein
Overstromingen De Donau is van oudsher een typische regenrivier (hij wordt niet gevoed vanuit gletschers). Het waterpeil is fiks of niks (niks is letterlijk bedoeld, want een heel eind stroomopwaarts stroomt de Donau door een karstgebied met een lekke bodem en bij weinig water staat hij daar droog – we hebben daarin een ander vakantiejaar in de droge bedding gelopen).
Maar het kan ook heel erg fiks, zoals op zijn Valkenburgs. En men onthoudt de fikse jaren en men ziet het klimaat zijn invloed uitoefenen. Verstandige mensen gingen vroeger, en gaan mogelijk opnieuw, op een hoge bult langs de rivier wonen. En anders toch op zijn minst vloedplanken en dergelijke.
In september 2024 was het in heel Midden-Europa weer raak. Zie Ministerie/hochwasser-september-2024 : er viel in vijf dagen meer dan vijf keer zoveel dan normaal in een hele maand.
We spraken erover met de baas van het Rosenhotel in Zwentendorf, onze laatste halte voor Wenen. Goeie tent overigens. De speciale aandacht voor Zwentendorf is overigens slechts om deze toevallige reden, de problematiek deed zich voor over een veel groter gebied en was soms elders veel heftiger. Zijn hotel lag niet heel hoog boven de Donau en hij had de rivier op bezoek gekregen, maar met een pomp en vloedplanken had hij de boel kunnen redden. Hij was voorbereid. Maar zijn dochter woonde aan de andere kant van het dorp, veel verder van de rivier af, en voor het eerst in de geschiedenis stond het daar ook blank. De Donau was door een zijbeek om het dorp heen gelopen.
Zwentendorf onder water_foto MarktGemeinde Zwentendorf
De gemeente Zwentendorf geeft op Unsere_Gemeinde/Fotogalerie een beeld van wat soms een ravage werd. Vrijwilligers, onder leiding van de brandweer, konden soms erger voorkomen. Zelfredzaamheid bij gebrek aan beter, zogezegd. Voor de lokale pers, zie meinbezirk.at/tulln/die-geschichte-einer-flut .
Men zou zeggen dat de Donau inmiddels helemaal gereguleerd is en op een bepaalde manier is dat ook zo. Hij is helemaal afgedekt met Kraftwerke met stuwdam en normaliter is er weinig aan de hand en kun je er bijvoorbeeld gewoon met cruiseschepen of binnenvaartschepen op varen. We stonden boven zo’n sluis en onder ons klonk uit een cruiseschip luide operamuziek – een lichtelijk vervreemdend effect. Maar het zijn Laufkraftwerke: elke kuub die erin komt, gaat er ook meteen weer uit. Er is geen stuwmeer waarmee men het rivierpeil kan bufferen. Het enige middel zijn noodvoorzieningen waarmee men het water zo ongehinderd mogelijk laat wegstromen.
De stad Wenen heeft, met vooruitziende blik, zijn bescherming al in een ver verleden geregeld ( Donauinsel – Wikipedia ) . Op voorstel van de SPÖ en met steun van de FPÖ , en tegen hardnekkig verzet van de ÖVP in, werd in 1969 besloten een parallelgeul te graven (de Neue Donau). Daardoor is een langwerpig eiland ontstaan, het Donauinsel. Omdat de ‘oude’ Donau hier vanwege het volgende Kraftwerk opgestuwd is en de Neue Donau stroomopwaarts een stuw heeft die als een kraan open en dicht kan, ligt de Neue Donau een paar meter lager dan de ‘oude’ Donau. Normaliter staat het water stil. Bij een crisis gaat de kraan open en werkt de Neue Donau als waterberging en dan als extra afvoergeul. Het schijnt te werken.
Het verhaal lijkt in de verte een beetje op dat van de Spiegelwaal bij Nijmegen.
Het Donauinsel is aantrekkelijk ingericht en een geliefd natuur- en recreatiegebied. Als er geen hoog water geweest is, kun je in de Neue Donau zwemmen. De fietsroute wordt er overheen gestuurd en dat is geen straf, en je komt op rustige wijze bijna tot in het centrum van Wenen. De verkeersellende van het fietsen in een onbekende grote stad begint daarna pas. Maar goed, daar hebben we zelf voor gekozen en we zijn tot nu toe goed genoeg om dat verkeer te overleven.
Donauinsel bij Wenen (foto Wikipedia)
De klimaatcrisis zal nog heel wat van dit soort infrastructurele werken nodig maken.
En, o ja, de Donau is niet blauw, zoals Johann Strauss liet zingen. Hij heeft een normale rivierkleur. Als een rivier echt blauw is, is er iets goed mis.
Op 04 juni 2025 verschenen er in één persbericht twee ontwikkelingen die beide een krachtige ondersteuning geven aan de gedachte dat Schiphol veel kleiner moet en kan.
De ene ontwikkeling is dat de rechter de natuurvergunning van Schiphol vernietigd heeft (in praktijk vanwege de stikstofproblematiek). Schiphol functioneert nu dus illegaal. Het is natuurlijk denkbaar dat de regering, die de natuurvergunning af gaf, in hoger beroep gaat. Benieuwd of dat onder ‘controversieel verplaarde onderwerpen’ komt te vallen.
De andere ontwikkeling is dat CE Delft een studie uitgebract heeft dat het grotendeels opheffen van de hub-functie van de KLM (dat zijn vliegbewegingen die grotendeels gevuld zijn met overstappers die in Nederland niet te zoeken hebben) nauwelijks tot verlies voor reizigers die van of neer Nederland zelf willen vliegen.
Milieuorganisaties blij met vernietiging natuurvergunning Schiphol
PERSBERICHT
Milieuorganisaties blij met vernietiging natuurvergunning Schiphol
“Regering, stop met zoeken naar geitenpaadjes, krimp Schiphol”
Nijmegen, 4 juni 2025 – De rechtbank Den Haag heeft de natuurvergunning van Schiphol vernietigd. De vergunning had door inhoudelijke en procedurele gebreken niet verstrekt mogen worden, zegt nu ook de rechtbank. Mobilisation for the Environment (MOB), Greenpeace en Milieudefensie zijn tevreden met de vernietiging van de vergunning door de rechtbank. De organisaties roepen de regering op om onmiddellijk het aantal vluchten op Schiphol te beperken en in overeenstemming te brengen met de grenzen van stikstof, natuur, geluid en klimaat. Niemand heeft iets aan een zoektocht naar geitenpaadjes. Het teveel aan stikstof is zeer schadelijk voor de natuur en de biodiversiteit waarvan we afgesproken hebben dat we die zouden beschermen. Vast staat dat de natuurcrisis, de klimaatcrisis en de wooncrisis gebaat zijn bij minder Schiphol. Uit deze uitspraak blijkt wederom dat het huidig aantal vliegbewegingen niet te handhaven is. Een grotere krimp van Schiphol is dus noodzakelijk.
Krimp Schiphol kan door minder omvliegers Omvliegers dragen niets bij aan de Nederlandse economie. Omvliegers stappen alleen over op Schiphol, op de meeste bestemmingen zijn omvliegers in de meerderheid. Door het grootste deel hiervan te schrappen en nachtvluchten geheel te verbieden kan Schiphol Nederland prima blijven verbinden met de rest van de wereld. Een flinke krimp van Schiphol kan door minder vluchten toe te staan die vrijwel alleen gevuld worden met omvliegers. Dat bleek vandaag uit onderzoek van CE Delft in opdracht van Milieudefensie.
Woningzoekenden en omwonenden profiteren Schiphol heeft al de nodige plannen voor woningbouw met succes aangevochten. Een beperking van het aantal vluchten tot maximaal 300.000 in combinatie met stoppen van nachtvluchten maakt nieuwbouw van woningen mogelijk. Ook zal de enorme nu bestaande geluidsoverlast zorgen voor gezondheidswinst voor twee miljoen omwonenden. Evenals een vermindering van de uitstoot van kankerverwekkende stoffen.
Steun van Greenpeace en Milieudefensie MOB voerde de procedure samen met Greenpeace Nederland en Milieudefensie en met steun van Schipholwatch en de Vereniging Vlieghinder Nieuwkoop. De milieuorganisaties vinden het onbestaanbaar dat middenin een klimaatcrisis alle juridische trucs uit de kast worden gehaald om een vliegveld zo groot mogelijk te legaliseren. Schiphol moet zich houden aan de grenzen van klimaat, natuur en omgeving.
De Dommel en meer algemeen zijn stroomgebied zijn al heel lang vuil. De slechte kwaliteit van het water in het Dommelsysteem heeft meerdere oorzaken, waaronder de historische en de actuele non ferro-industrie in Nederland en België, de landbouw, de bevolkingsgroei in samenhang met het te beperkte rioolsysteem, verouderde lozingsvergunningen, steeds meer chemische stoffen, de klimaatverandering die steeds vaker steeds extremer weer veroorzaakt, en mogelijk ook natuurlijke oorzaken.
In alle eerlijkheid moet gezegd worden dat er door toedoen van het waterschap De Dommel. de gemeenten met betere rioleringen, Europese wetgeving en internationaal overleg veel verbeterd is. Maar er zijn ook nieuwe vormen van vervuiling bijgekomen, zoals steeds meer medicijnresten, drugsafval, en bijvoorbeeld PFAS.
Het werk is dus niet af. En als het dat op sommige plaatsen wel zou zijn, is er kans dat het steeds extremere weer (droogte of nattigheid) de winst voor een deel weer ongedaan maakt. Bovendien komt de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) eraan (2927). Dat verandert het probleem op zichzelf uiteraard niet, maar wel het bijbehorende gevoel van urgentie. Er moet nog heel veel gebeuren, zie o.a. https://www.bjmgerard.nl/kaderrichtlijn-water-zal-in-2027-niet-gehaald-worden-en-waar-komt-die-arseen-en-kobalt-vandaan/ .
Van de veelheid aan oorzaken zijn er recentelijk twee meer op scherp gezet: de nieuwe vergunning die de zinkfabriek van Nyrstar in het Belgische Pelt moet gaan krijgen (dat is als je de Dommel vanaf de Belgische grens een paar kilometer doortrekt); en de problematiek van de riooloverstorten in Nederland (en ook in België, maar daar is geen greep op). Let dus wel dat dit artikel tijdgebonden is (begin mei 2025).
De nieuwe vergunning van de zinkfabriek van Nyrstar in Pelt De Belgische non ferro-problematiek dateert al van eind 19de eeuw en vindt zijn basis in de koloniale exploitatie van de Kongo. De raffinage van al die ertsen, waaronder zink, werd neergezet op de arme zandgronden van de Belgische Kempen en Belgisch Limburg, waar in die tijd nauwelijks iemand woonde. Eén fabriek staat net aan de Nederlandse kant van de grens in Budel Dorplein. Er is veel over de historie van de non ferro te vertellen, maar niet nu en hier. Zie desgewenst: https://www.bjmgerard.nl/de-belgische-non-ferro-raffinage-met-uitlopers-in-zo-brabant/ https://www.bjmgerard.nl/fietsen-naar-de-sahara/
De Nyrstarvestigingen in Budel en het Belgische Balen verwerken nog steeds ertsen.
De vestiging in Pelt verwerkt geen ertsen meer, maar recyclet van over de hele wereld aangevoerd zinkafval. Daarnaast heeft Nyrstar in Pelt de eeuwigdurende zorgplicht om tot 200m diep grondwater op te pompen (2 miljoen m3 per jaar). Dat grondwater wordt als proceswater gebruikt en levert en passant nog 42ton zink per jaar op. Het water verlaat het terrein via twee zuiveringsinstallaties en eindigt in de Eindergatloop, die op zijn beurt weer, vijf kilometer voor de grens, in de Dommel uitstroomt. Het geheel geeft aan dat de bodem in de wijde omgeving, tot grote diepte, verziekt is met zware metalen – die naar alle waarschijnlijkheid ook buiten de fabriek om in de Dommel spoelen.
Nyrstar Pelt heeft enkele deelvergunningen die allemaal in december 2025 aflopen. Er is dus, hoe dan ook, een (samengevoegde) nieuwe vergunning nodig waartoe de aanvraag elk moment kan komen, maar die, in elk geval op 02 mei 2025, nog niet gepubliceerd was. Die moet vergezeld gaan van een deskundig rapport van prof. De Vocht van de Universiteit van Hasselt.
Milieudefensie Eindhoven eo heeft met Extinction Rebellion de Kempen (XR) afgesproken dat men het verschijnen van de vergunningaanvraag actief monitort met het doel om er binnen de gestelde termijn van vier weken vanaf dan, een zienswijze op in te dienen. Inmiddels is er ook interesse bij de Brabantse Milieu Federatie (BMF) en bij Natuurmonumenten. Die is dd dit artikel nog niet gematerialiseerd.
Na het maken van deze afspraak is XR De Kempen op eigen houtje een petitie begonnen, die vanuit goede bedoelingen een onhandige eis stelt, namelijk dat er geen vergunning verstrekt mag worden. Dat betekent dat de fabriek dan illegaal zou draaien en moet stoppen, en/of dat het zuiveren van opgepompt grondwater vervalt of een overheidstaak wordt. Dit lijkt niet echt slim. Een strengere vergunning is in dit geval een beter idee dan geen vergunning. Maar ik zal de intentie zwaarder laten wegen dan de onhandige eis en verwijs naar de petitie op https://geenrommelindommel.petities.nl/ .
Gebied van Waterschap de Dommel
De riooloverstorten ( Zie o.a. https://nl.wikipedia.org/wiki/Overstort )Onderzoeksjournalist Van Houtert van het Eindhovens Dagblad kwam op 19 april 2025 met de primeur dat na de overstroming van 2016, na harde langdurige regenval (klimaat!), zeker vijf veeboeren minstens vele tientallen koeien waren verloren omdat het water wekenlang op het land bleef staan en dat land vergiftigde met een mix van infectieziekten en zware metalen ( https://www.ed.nl/eindhoven/een-doofpot-na-overstromingen-vielen-koeien-dood-neer-bodem-en-gras-bleken-vol-zware-metalen-te-zitten~a1e82b1c/ ) . Het artikel is, naar mijn smaak, overtuigend waar het de gevolgen van met giftig slib bedekte weidegronden bespreekt. Het artikel noemt twee hoofdoorzaken: de riooloverstorten die na heftige regenval verdund, maar ongezuiverd rioolwater in beken spuien, en de overstromingen die ook zouden optreden als er geen riooloverstorten zouden zijn. Het probleem is dat dezelfde oorzaak, heftige langdurige regenval (klimaat!), voor beide gevolgen zorgt. Omdat de bodem in delen van de regio in Nederland en België sowieso al verziekt is met zware metalen, kan slib altijd zware metalen bevatten, ook als er geen riooloverstorten actief zijn. Men verwacht wel zink, maar bijvoorbeeld niet veel van het in het slib waargenomen cadmium en kwik in stedelijk rioolwater. En omgekeerd kan een afwaterende riooloverstort schadelijk zijn voor het oppervlaktewater, ook als dat niet over de lage weilanden stroomt. Van Houtert analyseert niet goed genoeg uit welke oorzaak bij welk gevolg hoort en dat is, eerlijk gezegd, specialistenwerk. Dat is dan ook precies de reactie van het Waterschap op zijn verzoek om commentaar. Nader onderzoek is nodig.
Neemt allemaal niet weg dat er, ongeachte de precieze mechanismes, op korte termijn veel gebeuren moet. Het waterschap en de provincie gaan veel assertiever optreden “Desnoods onteigenen: Brabant gaat doorpakken bij waterbeleid” kopte het Eindhovens Dagblad op 21 maart 2025. Vanaf 2027 immers kan de KRW tot flinke boetes leiden. Het Waterschap zelf moet bijvoorbeeld een aantal verouderde lozingsvergunningen aanpakken.
Het scheelt dat de BBB, door eigen stommiteit, niet in het bestuur van provincie en waterschap zit. Dat werkt een stuk makkelijker.
Nu wil het geval dat de Waterwet de riooloverstorten definieert als onderdeel van het gemeentelijk rioleringssysteem, waarvan dus de gemeente bevoegd gezag is en het Waterschap het gedupeerd gezag.
In het gebied van Waterschap De Dommel liggen een kleine 1100 riooloverstorten, waarvan er 389 aan een gemengd deel van het riool hangen (dus echt rioolwater). De andere hangen aan de hemelwaterafvoer en wat daaruit komt, is een stuk schoner (hoewel, nog steeds straatvuil, slijtende dakgoten, slijtende autobanden en dergelijke).
De gemeenten hadden en hebben verplichtingen en inderdaad, die hebben al veel gedaan. Maar dat hoefde niet tot de perfectie te leiden – er blijft gemeentelijke afwegingsvrijheid bestaan. Maar zelfs als de afweging ooit goed was, wil dat nog niet zeggen dat die afweging in de steeds extremer grillige regenval, en bij nieuwe vormen van vervuiling, goed blijft. Dat leidt tot een permanent spanningsveld tussen waterschap en gemeenten, waarbij het waterschap de vragende partij is.
Nu heeft Milieudefensie Eindhoven eo besloten om het Waterschap ‘van onderop’ te helpen door de gemeenten op te roepen opnieuw kritisch naar hun overstorten te kijken. Vooralsnog gebeurt dat met een brief aan B&W en de gemeenteraad die, na een inleiding, zeven informatieve vragen stelt. Desgewenst kunnen politieke partijen in de gemeenteraad de tekst overnemen als basis voor raadsvragen. Inmiddels is dat in de gemeente Eindhoven op 01 mei 2025 al gebeurd (SP, Partij voor de Dieren, GroenLinks/PvdA). Dd dit artikel is de verzending naar gemeenten nog gaande. De campagne komt voor rekening van Milieudefensie Eindhoven eo, maar inmiddels zijn leden van het Algemeen Bestuur van het Waterschap op de hoogte gesteld. Als voorbeeld hieronder een link naar de brief aan de gemeente Eindhoven.
Vooraf Bij elke 1000ste tik op mijn neus op de homepage een wat ander thema dan normaal em dit was de 42000ste tik.
Ik heb altijd interesse gehad in de vogeltrek. In mijn voorbije jaren als natuurkundedocent mocht ik er altijd graag over vertellen en bovendien, je kunt er in de bovenbouw Atheneum aan rekenen. Zo is er een of ander pleviertje uit Groenland dat in de herfst – flap, flap, flap – naar acht kilometer hoogte stijgt en daar met de straalstroom mee met een noodvaart naar het Oosten vliegt en in die straalstroom – twiet, twiet, twiet – even met zijn vleugel naar de passerende piloten zwaait (dit op veilige afstand). Ter hoogte van Schotland daalt het beestje, gaat bijtanken in de Waddenzee, en vliegt dan langs gebruikelijke routes naar Afrika. In het voorjaar vliegt hij weer terug naar de Waddenzee. Daar wacht het beest tot er een geschikt hogedrukgebied langs komt en dan vliegt hij – flap, flap, flap – vlak over de zee, met de wind weer in de rug, terug naar huis.
Toegegeven, het verhaal is enigszins antropomorf gemaakt, maar af en toe moet het een beetje sappig zijn voor de klas.
En, het zij toch maar even gezegd: vliegen is interessant, maar niet met honderdduizenden herrieschoppers en lucht- en klimaataantasters tegelijk.
Rosse grutto B6 vliegt een wereldrecord non stop-vliegen Ik kreeg inspiratie voor dit artikel toen ik onlangs vernam dat Rosse Grutto B6 een nieuw wereldrecord non stop-vliegen gevestigd had. Bij nader onderzoek bleek dat het wereldrecord er al een tijdje stond, namelijk vanaf okt 2022. Maakt niet uit.
Hierboven hoe een rosse grutto er in het algemeen uit ziet, en hoe rosse grutto B6 er specifiek uitziet toen hij op 15 juli 2022 bij Nome in Alaska geringd werd en van een piepklein zendertje (5 gram, inclusief klein zonnepaneel) voorzien. Daardoor was hij (of zij, dat vermeldt het verhaal niet) met een satelliet te volgen.
Vogels vliegen op vet, want dat is de meest energierijke natuurlijke brandstof. Om zover mogelijk te komen laden ze zich zo vol mogelijk, zodanig dat ze soms nauwelijks nog van de grond komen. Het volgewicht van een rosse grutto is 485 gram en het leeggewicht 215 gram. De rosse grutto verbouwt zichzelf voor de vlucht zelfs van binnen. Zijn lever, nieren en andere ingewanden worden tijdelijk zeer veel kleiner (die heeft hij per slot van rekening onderweg toch niet nodig) en zijn hart en vliegspieren groter – alles gericht op zoveel mogelijk vet meenemen. Na aankomst alles weer andersom. Een artikel dat dit uitvoerig beschrijft is https://academic.oup.com/auk/article/139/2/ukab086/6523130 . Daarin wordt al vol ontzag gesproken over de vogelprestaties die de natuurwetenschap tot aanpassingen dwongen – dat was dan nog een half jaar voor B6 tot nog meer ontzag leidde (voor wie het artikel wil lezen: de rosse grutto is de Limosa lapponica baueri ). Het meetprogramma onder dit Academic-artikel liep al een tijdje.
De factor (ongeveer) 2 tussen vol- en leeggewicht is overigens gebruikelijk in alles wat vliegt – zelfs een B747 voldoet er aan.
En toen vloog Rosse Grutto B6, net vier maand uit het ei, bovenstaand traject richting Zuid. Het is 13,558 km en dat deed het beest in 11 dagen – non stop vliegend.
Die elf dagen is het echte schokkende – de afstand hangt er ook van af hoe de wind stond. B6 had hem mogelijk mee, maar dat mag men niet eens geluk noemen want vogels hebben, zoals iemand het in de New York Times het formuleerde, een ‘griezelig vermogen om het weer te voorspellen’ en het zijn uitstekende navigatoren – zodanig dat de oude Polynesische zeevaarders, ook niet mis, vogelgedrag in hun intellectuele pakket hadden als ondersteuning. (Het artikel in de New York Times op The Godwit’s 7,000-Mile Journey: A Migration That Breaks Records – The New York Times .)
De parkiet van Tucker Hierbij moet eerst het prachtige boek van hoogleraar Henk Tennekes (de meteoroloog) genoemd worden “De wetten van de vliegkunst” (1992), later bewerkt tot “The Simple Science of Flight, Revised and Expanded Edition” ( archive-MITpress ) . Onderstaand verhaal komt via zijn boek.
Professor Vance Tucker had een parkiet getraind om met een zuurstofmaskertje op in een windtunnel te vliegen. De windsnelheid en de hellingshoek kon hij instellen. Men zegt dat het vogeltje wekenlang gewillig meewerkte – hij zal er wel heel goed voor gezorgd hebben. En dat terwijl een parkiet geen goede vlieger is. Via de zuurstof kon hij, gebruikmakend van wat gangbare extra aannames, het mechanisch vermogen van het vogeltje berekenen bij de ingestelde omstandigheden. Hieronder de geschematiseerde opstelling en daaronder de resultaten. Die zijn voor dit concrete parkeitje, maar met andere getallen gelden ze voor alle vogels (behalve mogelijk kolibries).
De algemeen geldende conclusie is dat alle vogels bij een bepaalde snelheid het makkelijkste vliegen. Tuckers parkietje heeft in horizontale vlucht het laagste vliegvermogen nodig (nl 0,75W) bij 8,0m/sec. Zowel langzamer als sneller vliegen vraagt meer vermogen, evenals uiteraard schuin omhoog vliegen.
Voor dit optimale punt is een ‘glijgetal’ gedefinieerd. Dat is bij een constante horizontale snelheid een verhoudingsgetal tussen enerzijds de lift = de zwaartekracht en anderzijds de luchtwrijving = de spierkracht. Tevens is dit (vandaar de naam) het aantal horizontale meters dat een vogel in glijvlucht aflegt per één verticale meter. Veel zangvogels hebben een glijgetal in de buurt van de 4 . Dat betekent zowel dat de spierkracht een kwart van de zwaartekracht is als dat de vogel, als hij zijn vleugels stilhoudt, per meter daling vier meter vooruit komt. Een parkiet en een fazant hebben een glijgetal van ongeveer 4, een gierzwaluw van ca 10, een albatros van ca 22, een passagiersvlieegtuig heeft een glijgetall van 15 tot 20 (dus als op 10km hoogte alle motoren uitvallen, komt het nog een aardig eind vooruit), een zweefvliegtuig van 20 tot 60.
Veldleeuwerik
Rekenen aan een leeuwerik (en dat correctiemodellen nooit waterdicht zijn) Ik had in mijn tijd als natuurkundeleraar een som gemaakt hoever een leeuwerik kon vliegen. Een lege (uitgehongerde) leeuwerik is 17 gram, een volgevreten exemplaar 35 gram (dus gemiddeld over de vlucht 26 gram). De aarde trekt eraan met (gemiddeld) 0,26Newton (N) en omdat het glijgetal van een leeuwerik 4 is , moet voor een horizontale vlucht met constante snelheid de voorwaartse kracht een kwart van 0,26N zijn, dus 0,065N . 35 – 17 = 18gram vogelvet bevat een chemische energie van 18*30 = 540kJ (540.000 van de energieeenheid Joule). Bij een spierrendement van 25% wordt van die 540kJ een kwart, dis 135kJ, omgezet in mechanische arbeid en de rest wordt warmte. Die 135kJ gedeeld door 0,065N is nu de afstand die de leeuwerik kan vliegen. Dat is 2075km. Daarmee halen ze, bij windstil weer, om en nabij Zuid-Europa, de Balkan of de Noordkust van Afrika en dat schijnt voor de beestjes ver genoeg te zijn.
Dit was dus een opgave die de meeste leerlingen op de bovengeschetste manier konden oplossen. Mooi. Nu was er een leerling die iets anders bedacht had. Hij liet de leeuwerik (met, voor insiders, 135kJ =mgh) loodrecht opstijgen tot 520km hoogte (ongeveer de hoogte van de Starlink-satellieten van Elon Musk). Van daar af ging het beestje in voorgeschreven glijvlucht (4 op 1) naar beneden en landde keurig op 2075km op de gewenste afstand.
Een goed antwoord op een volstrekt onmogelijke manier, daar voorzag mijn correctiemodel niet in. Uiteindelijk heb ik maar een besluit genomen met een enigszins subjectief karakter en er drie van de vier beschikbare punten voor gegeven,
Gossamer Pinguin
De Zephyr
Alles wat vliegt op één lijn Tot slot een beroemde grafiek uit het boek van Tennekes: van fruitvlieg tot A350 in één (dubbellog) diagram. Zie hieronder.
Op de horizontale as onder de kruissnelheid in m/sec (bedoeld wordt de meest economische snelheid, zoals boven uitgelegd, op het laagste punt van de U-curves)
Vertikaal de zwaartekracht op de vogel in Newton (bij de gekozen nauwkeurigheid kun je zeggen dat de aarde aan 1kg trekt met 10N)
Horizontaal boven de vleugelbelasting (de zwaartekracht op de vleugel (in N) gedeeld door de vleugeloppervlakte (in m2 )
Alles onder de “mute swan (=knobbelzwaan)” leeft en alles daarboven is dood
Rechts van de lijn alles wat men snel wil of wat snel moet, zoals de F16 of de, gezien zijn kleine vleugeloppervlak relatief onhandig zware, hommel (bumble bee) of honingbij.
Op 22 maart 2025 was de Nationale Opschoondag. In Eindhoven vormden enkele leden van de lokale Milieudefensiegroep en enkele lokale leden van de Partij voor de Dieren een ploeg, die een stukje aan beide kanten deed van het Van Abbe-museum tot iets over de Vestdijk. Daar lag het een en ander aan troep, waaronmder veel peuken. Het Peukenparadijs, zogezegd. Ik heb zelf meegedaan namens Milieudefensie Eindhoven. De organisatie die dat standaard doet (en niet eenmalig zoals onze ploeg) is de Troep Troopers ( https://troeptroopers.nl/ ). Er waren op die dag overigens meer Eindhovense groepen op pad.
Na afloop nog even gezelligheid met koffie bij Schellens.
Hieronder enkele foto’s .
Statieportret vooraf
Na afloop de buit
De oevers van de Dommel zijn op dit traject natuurvriendelijker gemaakt. Er leeft het een en ander. Ook wat foto’s.
Wat is de Kader Richtlijn Water (KRW)? De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die wil dat in de lidstaten het grond- en oppervlaktewater in 2027 aan een aantal minimumeisen voldoet. ‘Richtlijn’ betekent dat de regelgeving niet rechtstreeks werkt, maar door de lidstaten van de EU in eigen wetgeving doorvertaald moet worden. Nederland heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om eigen eisen toe te voegen bovenop de Europese eisen.
In Nederland is dat ‘voldoen’ voor geen meter gelukt, en daarom heeft Nederland twee maal een uitstelperiode van zes jaar gekregen. We zitten nu midden in de tweede uitstelperiode en als het dan nog niet in orde is, kunnen er EU-boetes volgen.
In Nederland is de milieuwetgeving sinds 2000 enkele malen veranderd. Daardoor is het geheel aan normen, richt- en grenswaarden, meetprotocollen etc een beetje een onoverzichtelijk geheel geworden. Ik zal verderop proberen dat een beetje uit te leggen, maar voor diehards die het precies willen weten, https://iplo.nl/zoeken/@176066/termen-normen-stoffen-waterbeleid/ .
Een andere reden voor de complexiteit is dat er steeds meer stoffen bijkomen.
Het veldwerk wordt gedaan via Beheerplannen van de waterbeheerders (de waterschappen en Rijkswaterstaat), het wetenschappelijke en normerende werk zit bij het RIVM. Bij het RIVM zie https://rvs.rivm.nl/onderwerpen/stoffenlijsten/KRW .
De Boven-Dommel is blauw. De groene zijrivieren hebben een eigen fact sheet.
De actualiteit: de fact sheets per oppervlaktewater en Nieuwsuur De waterbeheerders zijn al bezig met de voorbereiding van de Stroomgebiedbeheerplannen na 2027 en hebben daarom een tussentijdse fact sheet opgesteld, gedateerd 04 september 2024, voor elk van de 745 KRW-wateren in Nederland. De fact sheets zijn te vinden op https://www.ihw.nl/krw-factsheets-en-bronbestanden-2024-beschikbaar en van daaruit op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/kaderrichtlijn-water . Zoek onder ‘KRW-fact sheets’ naar het gewenste waterschap. Erop klikken bezorgt je een ZIP-pakket met alle fact sheets van dat waterschap, en op het ZIP-pakket klikken levert de afzonderlijke fact sheets op.
Datajournalist Sjors Hofstede van Nieuwsuur heeft zich door die databerg heen gevroten en heeft er een artikel op gebaseerd, dat op 11 september in Nieuwsuur aan de orde geweest is. Hij zij geprezen en zijn lezenswaardige artikel is te vinden op https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2536748-te-veel-stikstof-en-fosfor-in-water-doelen-gaan-we-niet-halen . Ik pik, onder dankzegging, twee diagrammen uit zijn artikel:
Hofstede heeft landelijk gekeken en bovenstaande diagrammen zijn dus voor Nederland als geheel. Deze site heeft een focus op Brabant, maar ook Brabant is nog erg groot en daarom gebruik ik als voorbeelden fact sheets van Waterschap de Dommel van riviertjes uit de omgeving van mijn woonplaats Eindhoven.
Hoe zit zo’n fact sheet in elkaar? De fact sheets werken met een vast schema. Het begint met een kaart van het stroongebied. Hierboven een kaart van het stroomgebied van de Boven-Dommel van de Belgische grens tot de Eindhovense RioolWaterZuiveringsInstallatie (RWZI).
Daarna volgt een beschrijving in algemene termen. De Boven-Dommel is een rivier die t.o.v. zijn natuurlijke staat sterk veranderd is, bijvoorbeeld door rechttrekken, stuwen, een bezinkbassin. Vanwege de landbouw kan het Waterschap niet vrijelijk spelen met het waterpeil. Als het heel droog of heel nat is, dreigt ruzie met de boeren. Tegelijk is dat een waarschuwing dat er in dit soort metingen een jaarlijkse toevalsfactor zit.
Op het eind volgt een overzicht van maatregelen in het verleden en de toekomst.
Daar tussen in zit een beschrijving met een stoplichtsysteem van de totaal-beoordeling en van de afzonderlijke bouwstenen van die totaalbeoordeling. Bij biologie en Algemene fysische chemie is rood slecht, oranje ontoereikend, geel matig, groen is goed en blauw wordt bij sterk veranderde waterlopen niet uitgedeeld. Bij Chemie en Specifiek verontreinigende stoffen is rood ‘voldoet niet’ en blauw ‘voldoet’. ‘X’ is iets technisch met een meetmethode.
Het totaal -oordeel zegt, in het kort, dat de ecologie matig is en dat de chemie niet voldoet. Een nadere analyse:
De oorzaak voor het oordeel ‘matig ecologie’ is, blijkens de erop volgende uitwerking, vooral het te hoge gehalte aan stikstof en fosfaat, maar dat is geen nieuws.
‘Chemie totaal’ slaat op 45, in de KRW Europees gedefinieerde, prioritaire stoffen (de openingsafbeelding van dit artikel spreekt van 33, maar dat is verouderd). Als er maar één niet voldoet, voldoet het hele pakket niet
‘Ubiquitaire stoffen’ zijn een, in sjiek Latijn omschreven, eufemisme voor een deelverzameling van de Europese prioritaire stoffen die je overal terugvindt en waar op korte termijn weinig of niets aan te doen is. Dat komt omdat het PBT-stoffen zijn: Persistent, Bioaccumulerend en Toxisch. De Richtlijn Prioritaire Stoffen (EU, 2013) noemt er acht: gebromeerde difenylethers PBDE in verschillende variëteiten), kwik, verschillende Pak’s (benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, benzo(ghi)peryleen en indeno(123cd)pyreen), tributyltin, PFOS, dioxines, HBCDD (Hexabroomcyclododecaan ) en heptachloor & -epoxide. Mogelijk zijn er inmiddels meer. Overheden mogen deze stoffen iets minder fanatiek meten, zolang ze nog maar een beeld hebben van het lange termijn-gedrag. In de Dommel gaat het om stoffen uit de PBDE-familie. Dat zijn broomhoudende brandvertragers uit consumentenproducten (textiel, meubels). Mogelijk denkt het Waterschap hiervan af te komen vóór 2027 omdat er aan vervanging gewerkt wordt.
‘Niet-ubiquitaire stoffen’ zijn een andere deelverzameling van de Europese prioritaire stoffen. Die zijn wel toxisch (anders stonden ze niet op de lijst), maar niet persistent of bioaccumulerend. Een voorbeeld is nikkel (een Zeer Zorgwekkende Stof, ZZS). Dat zit wel eens in Brabantse riviertjes (maar blijkbaar niet in de Dommel)
‘Specifiek verontreinigende stoffen’ zijn stoffen (77 stuks) die Nederland aan de Europese prioritaire lijst heeft toegevoegd. Het denkwerk daarover zit bij het RIVM. – In de Dommel zit teveel thallium. Dat komt van de zinkfabriek Nyrstar in Pelt ( https://www.bjmgerard.nl/de-belgische-non-ferro-raffinage-met-uitlopers-in-zo-brabant/ ). Het zeer giftige Thallium staat waarschijnlijk niet op de prioritaire lijst omdat er maar heel weinig bedrijven zijn die het lozen. Het is een zeldzaam probleem. – Ammonium (een vorm van gebonden stikstof) is in principe een bestrijdbaar probleem. Het Waterschap verwacht blijkbaar van dit probleem af te kunnen komen. – De regionale zinkindustrie uit het verleden heeft in een groot gebied zink gedeponeerd, via de lucht, via slakken, via waterlopen. Dat er zink in de Boven-Dommel zit, is onvermijdelijk en zal nog wel een tijd duren. Zink is geen Europese prioritaire stof, en is in sporenhoeveelheden voor de menselijke gezondheid nodig. De indicatorwaarde voor een goede ecologische toestand (zie de eerdere tabel IIIA) is 7,8µg/liter , jaargemiddeld genomen. Zink is niet vreselijk vergiftig. Omdat genoemde indicatorwaarde slechts beoordeeld wordt met ‘voldoet’ of ‘voldoet niet’, is het de facto een norm. De rest (arseen, kobalt, seleen) in een apart hoofdstukje hierna.
Waar komt het arseen, kobalt en seleen in de Brabantse riviertjes vandaan? Op die vraag is nog geen zeker antwoord geformuleerd. Eerst wat feitenmateriaal. Over het algemeen staat achter de hokjes als Doelbereik 2027 ‘onzeker’.
Gender
Ekkersrijt
Keersop
Run
Tongelreep
Kleine en Grote Beerze
Kleine Dommel en Sterkselse Aa
Kobalt is een ZZS-stof, hoewel in sporenhoeveelheden voor de mens nodig (voor vitamine B12). De jaargemiddelde indicatorwaarde (die dus de facto een norm is) voor een goede ecologische toestand is 0,2µg/liter. Seleen is geen ZZS-stof, wel giftig maar in sporenhoeveelheden biologisch nodig. De jaargemiddelde indicatorwaarde voor een goede ecologische toestand is 0,052µg/liter. Arseen is een ZZS-stof, erkend giftig en biologisch nergens goed voor. De jaargemiddelde indicatorwaarde voor een goede ecologische toestand is 0,5µg/liter.
De vraag is waar de drie elementen vandaan komen. Dat kan voortkomen uit huidige menselijke activiteiten, historische menselijke activiteiten, ongestoorde natuurlijke oorzaken of beïnvloede natuurliijke oorzaken. Dit al dan niet in combinatie.
Ik doe hier geen harde uitspreken, maar alleen een paar observaties.
De Keersop en de Tongelreep ontvangen water uit of via het kanaal Bocholt-Herenthals, dat in het Belgische non ferro-gebied ligt. Dat kan zowel op lopende als op historische menselijke invloed wijzen.
Op alle riviertjes komen gemengde overstorten van de riolering uit, en op de Tongelreep de RWZI van Achel. Dat kan zowel op lopende als op historische menselijke invloed wijzen. RWZI’s zijn bijvoorbeeld een niet-verwaarloosbare bron van nikkel en zink
Het CBS heeft in 2016 een folder gewijd aan ‘Kobalt in afvalwater en slib’ vanuit het perspectief van terugwinning ( https://www.cbs.nl/-/media/_pdf/2016/12/kobalt-in-afvalwater.pdf ). De boodschap is dat kobalt in afvalwater volledig voor rekening van de chemische industrie en de afvalverwerking komt. Het ging in 2012 om (landsbreed) 416kg rechtstreeks, of via het riool, op het oppervlaktewater geloosde kobalt. In hoeverre dit voor het kobaltgehalte van Brabantse riviertjes relevant is, is onduidelijk. In het stroomgebied van de besproken riviertjes die binnen Nederland ontspringen liggen, voor zover mij bekend, geen belangrijke chemische complexen of afvalverwerkers. (De zinkfabriek in Budel (Nyrstar) watert via de Tungelroysebeek naar het Zuidoosten af en heeft geen rechtstreekse invloed op het oppervlaktewater in de buurt van Eindhoven. De Tungelroysebeek is inderdaad heel erg vies.)
Een element als arseen komt van nature in de bodem voor. Het is dan vaak gekoppeld aan ijzeroxidebanken of aan pyriet, aldus de RIVM-studie ‘Arseen in Nederlands grondwater’ uit 2008. Met name pyrietoxidatie zou arseen kunnen vrijmaken, en die oxidatie zou bevorderd kunnen worden doordat uitgezakte nitraat of verlaagde grondwaterspiegels de voor die oxidatie nodige zuurstof leveren. In die zin kan de landbouw de natuurlijke mobiliteit van arseen een handje helpen.
De Vlaamse Land Maatschappij (VLM) heeft in het voorjaar van 2024 onderzoek gedaan naar de zware metalen-balans vanwege de mest – zowel koper en zink toevoerend als diverse metalen afvoerend door pyrietoxidatie. Specifiek noemt de VLM door uitspoelend nitraat of een gedaalde grondwaterspiegel het mobiliseren van arseen, kobalt, nikkel en zink uit geoxideerd pyriet ( https://www.vlm.be/nl/themas/waterkwaliteit/Mestbank/Achtergrond/cijfers-en-studies/afgeronde_studies/landbouw-zware-metalen/Paginas/default.aspx ), met in dit persbericht een link naar het onderzoek. De landbouw kan een natuurlijk proces versnellen.
Ik spreek geen eindoordeel uit. Verder wetenschappelijk onderzoek is nodig.